Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Sander Kollaard, Kathleen Jamie, Alexander Rybak

De Nederlandse schrijver Sander Kollaard werd geboren op 13 mei 1961 in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Sander Kollaard op dit blog.

Uit: Einde verhaal

“Dit is mijn verhaal en dus mijn begin. In Zijn begin lag het einde al besloten maar laat ik meteen afstand nemen van een kinderachtige aanname – het idee van een onvermijdelijk verloop. Deze wereld kent geen onvermijdelijk verloop. Draai de klok terug en zet haar weer in gang en de uitkomst zal een andere zijn – niet volstrekt anders natuurlijk, maar anders. Wetenschappers hebben het over toeval of chaos of entropie, maar jargon is niet nodig. Denk aan losse eindjes, rafelrandjes, de steken die jullie altijd laten vallen. Denk aan vergeetachtigheid en slijtage en verval. Denk aan dwars en scheef, inval en impuls, craquelé, barsten en scheuren. Denk aan jullie dna, zo stipt, maar desondanks niet in staat tot een vlekkeloze kopie – en dat is maar goed ook want zonder foutjes hier en daar zouden jullie er nooit zijn geweest. Denk aan Heraclitus en de rivier waar je nooit twee keer in kunt stappen, in een dubbele betekenis, want zowel jij als de rivier zijn die tweede keer niet wat ze waren – en hetzelfde geldt voor een rondje hardlopen in het park, een maaltje stamppot boerenkool of een spelletje kiekeboe met je jongste kind. Of denk simpelweg aan de anonieme stukken grond die in elke stad te vinden zijn, plekken die uit het planologisch oog verloren zijn, kleine jungles van verwilderde struiken en roestig hekwerk en een vergeten stapel zand en de geur van kleine kadavers, het niemandsland en iedersland waar jullie kinderen zo graag spelen, voor even bevrijd van volwassenen en hun onbegrijpelijke orde.
Deze wereld kent geen onvermijdelijk verloop. Wat die Eindtijd betreft zullen we dus nog wel zien. Wat ze tot nu toe heeft gebracht is een tafereel van ontregeling, van overstromingen en kou, van honger, paniek en volksverhuizingen, en van incidentele ongerijmdheden om het er allemaal nog eens goed in te wrijven – zoals de paradijsvogel die ik op het dak van de koetsenstalling zag zitten, de kleuren flets in het schaarse licht, het petje van verse sneeuw een tikje belachelijk. Al die chaos is angstaanjagend genoeg maar nog altijd herkenbaar. We hebben nog geen sterren gezien die naar de aarde vallen, geen bloedrode maan of zwarte zon, geen apocalyptische ruiters, geen hoer van Babylon, geen Laatste Oordeel, geen hemels Jeruzalem met straten van goud, of wat er verder ook aan spektakel in Zijn verhaal te vinden is.”

 

2704905-22c55e1de2dd8091f5b9df54fc665dd4.jpg
Sander Kollaard (Amstelveen, 13 mei 1961)

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog

 

 Het doosje

In welke rivier zwom de vis
die een haak aan een lijn aanzag voor een vlieg
en zo zijn laatste adem uitblies, zodat een zilveren mes
zijn nog verse, onkruidgroene huid
van zijn vlees kon snijden, om te bewaren
en vervolgens voorzichtig om dit kleine doosje te wikkelen,
dat de dokter zijn
aderlatingsmes bevat, en het scherpe
dat hij nu tegen je binnenarm drukt,
zodat een simpele beweging een ader kan openen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2704905-0a7e9a6f4903a98bbd415f5bb4e74e14.jpg
Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

De Noorse violist, zanger, componist, acteur en schrijver van Wit-Russische afkomst Alexander Igorjevitsj Rybak werd geboren in Minsk, Sovjet-Unie, op 13 mei 1986. Alexander viert vandaag zijn 40e verjaardag. Zie ook alle tags voor Alexander Rybak op dit blog.

Uit: Trolle og den magiske fela [Trolle and the Magic Fiddle]

Stjernen vår

Nar alt er morkt og tomt
Og hjertet grater stumt
Se opp, der skinner stjernen var
Og leger alle sar

Se, den skinner kun for oss
Der vakner hver en blomst
Og snart vil morket svinne hen
Jeg er hos deg min venn

Det var en gang en tid
Da hapet var forbi
De skjov meg vekk gang pa gang
Jeg flyktet fra meg selv
Jeg hadde ingen valg

For sent for meg a snu
Men sa en dag kom du
Og vekket alle hap igjen
Du kalte meg din venn

Hva enn som hender meg
Jeg glemmer aldri deg
Og ingen fjell far skille oss
Var stjerne viser vei
Og snart vil morket svinne hen
Jeg er hos deg min venn

 

Our Star

Alva:
When when it feels dark and heavy on your soul
And the heart cries silently
Look up, our star is shining there
And heals all wounds

Look, it only shines for us
Flowers awakens everywhere
And the darkness will soon fade away
I’m with you, my friend

Trolle:
There once was a time
When hope was over
They pushed me away again and again
I fled from myself
I had no choice

Too late for me to turn back
But then one day you came
And woke all hope again
You called me your friend

Trolle and Alva:
Whatever happens to me
I’ll never forget you
And no mountain can keep us apart
Our star shows us the way
And the darkness will soon fade away
I’m with you, my friend

 

Vertaald door Mónika Menyhért

 

2704905-01bb37675dfbc0138a0b62df2d40471e.png
Alexander Rybak (Minsk, 13 mei 1986)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2023 en ook mijn blog van 13 mei 2022 en ook mijn blog van 13 mei 2020 en eveneens mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:46 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Libris Literatuur Prijs 2026 voor Bert Natter

Libris Literatuur Prijs 2026 voor Bert Natter

De Nederlandse schrijver Bert Natter heeft de Libris Literatuur Prijs gekregen voor zijn roman “Aan het einde van de oorlog”.Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: Aan het einde van de oorlog

“CHRISTINE BIJ DE KAPPER IN HET STADJE Christine sluit haar ogen, vooral om niet steeds in de spiegel de gedienstige kapper te hoeven zien. Een mankepoot. Als ze haar ogen sluit, lijkt het net of ze thuis is. Daar heeft ze er eentje die zich met soortgelijk gebonk door het leven beweegt.
Vanochtend aan de ontbijttafel vroeg ze haar echtgenoot of het niet verstandig was de jongens thuis te houden, vanwege het gerommel, dat sinds zonsopgang steeds luider leek te worden.
“Hoezo?” vroeg hij met volle mond, niet eens opkijkend van het rapport dat hij doorbladerde. Hij nam een slok thee en spoelde een hap brood weg.
“Vanwege de Russen: Het was de tweede keer dat ze het onderwerp aansneed. Vanmorgen vroeg wilde ze alleen bij haar echtgenoot schuilen, maar nu… nu verwachtte ze antwoorden en actie.
“Jij met je Russen..: zei hij zacht ‘Ik heb je toch gezegd dat ze..”
‘Ik ben niet gek. Mijn hart zegt dat mijn jongens als ze uit school komen beter binnen kunnen blijven. En we moeten hier weg.”
Haar echtgenoot zette zijn kop op tafel. ”Die jongens gaan vanmiddag gewoon naar buiten. Een gezonde geest in een gezond lichaam. En wij blijven. Ik kan toch niet als… als kapitein het schip verlaten.”
Op z’n hoogst is hij tweede stuurman, maar dat zei Christine niet, ze zuchtte alleen diep.
“Misschien moeten ze dat kettinkje afdoen” zei hij even later, terwijl hij van tafel opstond. ”Het kamp komen ze helemaal niet meer binnen.”
“Nee, laat ze alsjeblieft dat kettinkje omhouden”.
“Wat jij wilt.” Hij draaide zich van haar af, naar de piano, waar hij midden in de nacht nog op had zitten oefenen, tot wanhoop van haar. ‘Ik heb te veel aan mijn hoofd voor dit soort vermoeiende gesprekken. Vanavond moet ik spelen… Goed, ze houden het kettinkje om en als ze uit school komen, gaan ze buiten spelen, ze weten heel goed waar de grens van hun speelterrein ligt en jij ziet erop toe dat ze op tijd thuis zijn, zodat je erbij kunt zijn vanavond.”
Boink-stap, boink-stap, daar komt de kapper weer aan, met een ronde spiegel in een houten lijst. Net als hij die omhooghoudt, zodat Christine haar kapsel van achter kan zien, grijpt de man onder de kreet “Mijn been!” naar zijn houten poot.
De spiegel valt in stukken op de vloer.”

 

2705029-51dbe3e8ae3b75a72e4c5e03efdf38e3.jpg
Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hagar Peeters, Cecilia Quílez

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Aan mijn dartele veranderlijkheid

Je bent een kleine dartele veranderlijkheid
die de vorm van mijn vinger aanneemt
waarmee ik je om mijzelf wind.

Je domein is een oogwenk.
Je knipt met je vingers mijn reden tot chaos
in een caleidoscoop van verwarring draai je
het radarwerk van mijn innerlijk aan diggelen.
Je bent een bruid van scherven en gruis.

Gevangen in je handen
bleef de vogel de vogel
zonder vleugels,
vergroeid met je vingers, mijn vlerken
opende je hem of sloot hem willekeurig.

Nee, je bent een spring-in-het-veld.
Elke hechting scheurt open,
waar je aanraakt, vertrek je.
Je bent de goederentrein die mij als verstekeling meevoert
en je kantelt langs elke vallei om mij uit te schudden.
Mijn losrakende veertjes vergezellen me.

 

 

Honds lamento

Je zou maar een hond met zo’n vacht in dit weer zijn
aan dat touw met die vrouw steeds maar naast je.
Ze haast je voort door haar straten en laat je
niet snuffelen aan palen maar slaat je
als je een maatje hebt gevonden dat samen plassen wil.

Haar schrilte drilt en bedisselt je tot je
bot vangt en de buurt ’s avonds wakker wilt janken.
Dan graait ze met haar rode nagels, ze tergt je
en krijst zelfde wijk de schrik op het lijf dus je verbergt je
uit schaamte maar steeds vertoont zij zich naast je.

Al draaf je je dood, er is geen ontkomen aan haar.
Je hebt haar nooit gekozen, je wilde
die blonde haar borsten bekluiven.
Soms denk je daaraan, dan huiver je.
Minder dan een stuiver ben je
aan de poot van haar tafel.

 

 

Prins Hendrik, de Zeevaarder

Tronend in de schittering der sferen,
In zijn kleed met nacht en eenzaamheid omrand,
Met aan zijn voet de nieuwe zee, de dode eeuwen –
Is hij de een’ge vorst die werkelijk de wereld
Houdt in de holte van zijn hand.
Fernando Pessoa (16.9.1928)

Als een donkerblauw uniform door mariniers gedragen
valt om de schouders van het land het water.
Zijn kraag van forten slaat hij op tegen de wind
van vijandelijke belegering, gestrikt naar Franse snit.
Een anker houdt het knoopsgat van zijn jas, het zeegat, dicht.

Zijn hand reikt tot zijn pet, een eiland,
richt in het duister zijn vuurtorenlantaarn
op waar hij eeuwen oog in oog mee staat:
het schuimen van zee, de zeewering zijn arm
die hij gestrekt langs zijn lichaam in de houding houdt.

Zijn hoofd, Kop van Holland, rekt zich uit
en tuurt de einder af naar verre schepen
die vooruitzicht bergen in hun ruimen
maar halverwege schipbreuk leden en hier zijn gestrand.

 

2704754-fc1e9e4067f73a6b8242fadab48adbfb.jpeg
Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Spaanse dichteres Cecilia Quílez Lucas werd geboren in Algeciras in 1965. Zie ook alle tags voor Cecilia Quílez op dit blog.

 

 

AMNATIO MEMORIAE

In de duinen
waar ik je niet vond
zochten we elkaar.
We zijn kiezels
van de herinnering.
Weke flanken
bloeden.
De tijd weerhoudt
dode tijd.
Wij zijn het gemurmel
van de tempels.
Wij geloven elkaar
en wenen
hoewel er niet méér zee is
dan degene die ons uit elkaar houdt.
Beminnen, ja, altijd liefde,
zoals alles altijd geweest is,
zal het morgen zijn.

 

 

Vertaald door Fa Claes

 

2704754-2a97a5d865d7adf799af6afd7ec826ba.jpg
Cecilia Quílez (Algeciras, 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn blog van 12 mei 2020 en eveneens mijn blog van 12 mei 2019.

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Ida Gerhardt, Cecilia Quílez

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

 

Sonnet voor mijn moeder

Gij hebt, Moeder, dit leven zwaar gedragen.
Gelijk ik het zwaar draag. Wij zijn verwant.
Wij horen in dit stormbevochten land
van kavels, tussen dijk en stroom geslagen.

Ik heb uw gang: die driftige en toch trage
voetstap, die onverzettelijke trant.
Uw harde hand herken ik in mijn hand,
onwrikbaar om de schrijfstift heengeslagen.

Machtig zijn wij, in liefde en in haat.
Gij hebt u dóódgehaat, hatend het meest
uzelve, om de liefde die gij schond.

Ik ben genezen van het bitter kwaad.
En eer in stugheid, wie gij zijt geweest:
van mijn talent de donkere moedergrond.

 

 

Alpha en Omega

(Lukas II 49)

Het mooiste werk: Grieks in het eerste jaar.
Het Griekse alphabet staat op het bord.
‘Kijk kinderen, dat is een kandelaar.
‘Maak dat de Omega gaaf getrokken wordt.’

Behoed dit eerst beginnen voor gevaar;
dat niet het werk, nauwlijks ontkiemd, verdort.
-Zie, als het buiten vroege lente wordt,
liggen de kleine Griekse bijbels klaar.

Pasen: een jongen leest met heldere stem
van Jezus, twaalf jaar, in Jeruzalem;
en hoe hij voor de schriftgeleerden las.

En elk kind in de luisterende klas
begrijpt het vragend: ‘Wist gij niet?’… van Hem
die in de dingen van zijn Vader was.

 

 

Woestijn

Geen enkel raam dat werkt. De tocht der buitendeur
tot in de laatste hoek der schilferige gangen.
En zwijg van de wc’s. – Een nameloze geur
blijft veertig weken aan de klamme muren hangen.

Lokalen, vaalgeworden platen: vochtvlek, scheur.
Flarden gordijnen schuiven langs verroeste stangen.
Orpheus – met inktmop-ogen – slaakt zijn laatste zangen.
De Gratiën, kromgetrokken, oefenen horreur.

Zet u niet op die stoel: ge valt, als Eli, dood;
tussen de zitting en de leuning geen synthese –
Steun op de tafel niet: hij heeft een manke poot.

Wat op de banken staat, moet ge vooral niet lezen.
-Trek recht uw rug en arbeid voor uw dagelijks brood.
Gij kunt aan déze tucht, tot eerlijkheid genezen.

 

 2704587-6639a00bbf0c0c5f5fe473ec70bd4dce.jpg
Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Spaanse dichteres Cecilia Quílez Lucas werd geboren in Algeciras in 1965. Zie ook alle tags voor Cecilia Quílez op dit blog.

 

 

DE DORST

De legers zijn voorbijgegaan
naast mijn onzichtbare boom.
Die van mijn dromen,
degene die me beschutte
in mijn kleine bedje.
Ook deze keer zagen ze me niet
omhoog geklauterd in de kruin van de vijgenboom,
beschermd in het sap van zijn vrucht.
Ze trokken voorbij en van ver merkte ik
de onverbiddelijke zweep op het kruis van de dieren,
de opgewonden ruiters,
de kapotte stenen van het veetrekpad.
Ik heb voor ze moeten onderdoen
en niemand heeft iets gemerkt.
Mijn mond heb ik vol zout.
Velen werden tot het wonder
van het water geroepen,
en alleen hier
bleef de dorst over.

 

 

Vertaald door Fa Claes

 

 2704587-23035c248605c424c2b07f8d50dee123.jpg
Cecilia Quílez (Algeciras, 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2023  en ook mijn blog van 11 mei 2020 en eveneens mijn blog van 11 mei 2019 en ook mijn blog van 11 mei 2018.

Geschreven door Romenu om 17:13 Reageer op dit bericht

Moeder (Johan Daisne), J. C. Bloem, Jayne Cortez

 

2704467-abf5f31185ef897c3b6c18ea41afba73.jpg
Portrait of the Artist’s Mother door Hilda Carline, 1929

 

 

MOEDER

Ik wil van jou niet zingen als van de grijze,
de gebogene, de weer klein gewordene, die gaat
met aarzeling, maar gáát, in de treurige wijzen
van dichteres met handen voor hun rouw-gelaat;
ik wil van jou geen beelden als deze bewaren
die, sommige dagen, in elk leven geweest zijn,
geen beelden van wee-dagen, geen gestalten van zware,
onhandig dwaze stonden van schuld en van pijn;
ik wil je noemen, overtekenen, houden
in ’n stel zingende regelen, geen gedicht als de oude,
maar ongebonden eenvoudig,
en tóch lied – van en voor jou – direct lied van het Licht!

 

 

2704467-bd5bc8edaf70501be1e63816f1b56a95.jpg
Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)
Sint Baafskathedraal in gent, de geboorteplaats van Johan Daisne

 

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

 

Hemelen

O hart eens als de korte zomernachten,
Waarin de dag, die naar de dooden gaat,
Verlangende op den komenden blijft wachten,
En ’t licht den hemel nooit geheel verlaat.

Maar dat een late najaarslucht nu slacht,
Met sterrenschijn door mist’ge wolkenlagen,
Om het gedoofde en het gedempte en ’t zacht
Befloerste stralen tusschen korte dagen.

 

 

Uitzicht

Gij waart een kind, dat nachten wakker lag,
Een knaap, die ziek ging aan zijn eerste droomen,
Een jongeling, wiens drang was: elken dag
Gloeien als vuur en als wild water stroomen.

En nu? Een man staart zonder woord en zucht
Naar ’t hooploos uitzicht van zijn laatre dagen:
Een kersen zon, die smelt – een najaarslucht –
Een middagzee, die in den mist vervagen.

 

 

Een man

Een rood raam aan een oude gracht,
Een deur, die open schrijnt,
Een man, die even wacht
Eer hij in den nacht verdwijnt.

De sleetsche rug was krom
Gebogen onder den smaad,
Toen wendde hij zich om
Naar de geul van een gore straat.

In het duister, dat hem omving,
Ging hij teloor als een huis,
Hij werd minder dan een ding,
Hij verging als een geruisch.

Het hart is maar een vod,
Het wordt nog niet eens verkwist;
Vanzelf verwordt het tot
Bezit van een grijzen mist.

 

2704467-53d00950efac659b8f0c9e8376ca6693.jpg
J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

 

Onuitwisbaar

Luister, ik heb een klacht
Mijn lippen zitten vol
vingerafdrukken
Slapeloosheid teistert me
De mate van isolatie
is zo groot dat mijn schildklier eronder lijdt
en ik wil niet verdwijnen
Kun je me helpen?

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2704467-19b2bcb11738225f9dcf3ea5838d5f99.jpg

Jayne Cortez(10 mei 1936 – 28 december 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2020 en eveneens mijn blog van 10 mei 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

Paul Lynch, Charles Simic

De Ierse schrijver Paul Lynch werd geboren op 9 mei 1977 in Limerick in het zuidwesten van Ierland. Zie ook alle tags voor Paul Lynch op dit blog.

Uit: Red Sky in Morning

“NIGHT SKY WAS BLACK and then there was blood, morning crack of light on the edge of the earth. The crimson spill sent the bright stars to fade, hills step-ping out of shadow and clouds finding flesh. First rain of day from a soundless sky and music it made of the land. The trees let slip the mantle of darkness, stretched themselves, fingers of leaves shivering in the breeze, red then goldening rays of light catching. The rain stopped and he heard the birds wake. They blinked and shook their heads and scattered song upon the sky. The land, old and tremulous, turned slowly towards the rising sun.
Coll Coyle was tight with rage and could not admit he was afraid. For hours he watched with dread the creeping birth of morning. Wobbled glass bending the Carnarvan dawn in rivulets of shifting purple, the slow retreat of numb shadow from the walls. He could not speak for a great bank of sorrow.
He lay awake most of the night, dreams snaking shallow and tormented so that for a moment he would find relief in waking, but soon the dread would pool about him in the darkness and a weight spreading heavy would pitch on top of him. He turned among the limb-sprawl of heated bodies, his daughter snug in his elbow and the press of his wife’s chest. He reached a hand to her swollen belly and listened to the suck tide of her breathing. The surf at Clochan Strand.
He rose so as not to stir them, slithered and then scooped his daughter with feathered fingers and placed her by her mother’s arms. The child awoke anyway, blinked at him with eyes confused and crusted, and he cooed her and rubbed his thumb on her cheek and the lids of her eyes weighted and shut. He looked to the darkness that held silent the shape of his mother sleeping. The hearth glowing red with sleepy eyes and he reached for his breeches and put them on and took his wyliecoat off the chair, sleeved it and buttoned it and set towards the door leaving his boots by the bed. The door sounding a gentle keening and he put it back on the latch and stood outside. The smell of Carnarvan like soaking earth. Salt faintly on the air and he sucked it in, looked towards the light that flaked silver on the dark waters of Trawbega Bay.
He stamped his feet and walked about the yard and opened the door to the stone outhouse, letting out the pig with a kick. Go on ye. The cow staring at him thickly. He yawned and rubbed his eyes and sat on the stone wall and ran his fingers over the rocks that sat jagged as if they had fought violently before being ripped out of the earth. The lime white of the house indigo in the light and he saw himself as a child among gragging geese and his father plastering dripping upon the blue clay.”

 

2704345-09e3f0fcb82d82854c501cdc232068f1.jpeg
Paul Lynch (Limerick, 9 mei 1977)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

Lied

in haar weduwentasje
bewaart mijn moeder
een gedachte
zwaarder dan zijzelf

wanneer niemand kijkt
haalt ze hem eruit
en kauwt erop
als op een kort droog brood

wanneer niemand kijkt
spuugt ze de botjes en kooltjes
op een hoopje
en stopt ons dan allemaal in

alleen dit vertrouwde gewicht
wiegt ons in slaap

alleen dit moederlijk duister
zal onze dromen verlichten

 

 

Vertaald door Wiljan van den Akker

 

 

2704345-ea8a7677cbbd26c2ee2113b02a25077c.jpg
Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2022 en ook mijn blog van 9 mei 2020 en eveneens mijn blog van 9 mei 2019 en ook mijn blog van 9 mei 2018 en ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

Mirthe van Doornik, Gary Snyder

De Nederlandse schrijver en documentairemaker Mirthe van Doornik werd geboren in Rotterdam op 8 mei 1982. Zie ook alle tags voor Mirthe van Doornik op dit blog.

Uit: Moeders van anderen

“Boven is het fijner wachten dan beneden. Door de rode en blauwe tegels lijken de muren op een level in een computerspel. De gekleurde tegels lopen precies tot aan de trap. Alsof iemand dacht: goed, ik tegel tot hier, maar bij de roltrap stop ik, daarbeneden is het toch kansloos, daar kunnen zelfs gekleurde tegels niet tegenop. Op het perron wachten altijd mensen waar iets mis mee is. Jongens die je omverduwen, mannen die hun piemel door hun gulp steken en oude mensen die zeuren dat kinderen geen respect meer hebben. En op de plastic banken die niet kapot kunnen ligt altijd iets. Cola, spuug, chips, soms een man die al zijn kleding over elkaar heeft aangetrokken.
Zeker vier metro’s gaan voorbij voor er zich twee mannen melden. Ze hebben allebei een dikke buik, of een te krap pak. Een van de twee heeft een kaal hoofd. Hij lijkt op het topje van mijn wijsvinger als je er een gezichtje op tekent. Samen lopen we langs het hokje, van waarachter de toezichthouder zijn hand naar zijn collega’s opsteekt, naar de roltrap waar we ons vaak vanaf laten glijden. Je moet de rubberen band pakken, je door het mechanisme de leuning op laten trekken, bij de knik van de afdaling je billen iets over de rand schuiven en dan loslaten. Nico zegt dat je alles mag gebruiken op de manier waarop je dat zelf fijn vindt, dus ook roltrappen, maar beneden staat altijd wel iemand om te zeggen dat het gevaarlijk is, dat een roltrap daar niet voor bedoeld is. Nico zegt dat ik niet hoef te luisteren naar oude mensen omdat die alles gevaarlijk vinden behalve de echt gevaarlijke dingen, zoals autorijden op je tachtigste en schuifelend de weg oversteken. Oude mensen weten niet dat ook stilstaan op een roltrap dodelijk kan zijn. Als je met je jas klem komt te zitten bijvoorbeeld. Het mechanisme trekt je dan gewoon mee, het maakt een roltrap niet uit of jij vastzit of niet. In Duitsland kwam een vrouw met haar lange jas klem te zitten en toen ze beneden omviel werden haar haren heel langzaam van haar hoofd getrokken. Sinds dat nieuwsbericht houdt mama op elke roltrap angstig haar rok omhoog en denk ik elke keer als ik op de roltrap sta aan het woord scalperen. Dat is veertig keer per maand.”

 

2704273-f231a923c0738feea2e4219a49da50d2.jpg
Mirthe van Doornik (Rotterdam, 8 mei 1982)

 

 

De Amerikaanse dichter Gary Snyder werd geboren op 8 mei 1930 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Gary Snyder op dit blog.

 

 

Hoe gestoofde pot in de Pinacate-woestijn te bereiden Recept voor Locke & Drum

A. J. Bayless’ winkelwagen van gebogen staaldraad, koop wat pastinaken, ui,
peen, koolraap en piepers, groene paprika,
& negen plakken donker schenkelvlees.
Ze lopen daar op eigen poten; dat geeft vlees een smaak.

Zeven uur ’s avonds in Tucson, sla wat meel in voor de knoedels.
Koop wat spek.
Ga naar Hadley’s keuken pal naast het braadvlees – Diana staat te
bellen – pak een plastic zakje van Drum –
Vul het met dragon en spaanse pepers; vier laurierblaadjes; zwarte
peperkorrels en bazielkruid; oreganopoeder, iets naar keuze, misschien twee theelepels zout

Nu afgezakt naar Sonora, de Pinacate-streek, ontsteek een vuur van Ocotillo,
gebroken takjes en stukjes ijzerhout in een open lavacirkel: stook wat
kooltjes vuur terzijde (en als je slim bent) in de richting van de wind,
hou de rest half brandend voor licht en warmte.
Plaats Drum’s veertienduims hollands fornuis met drie poten boven de gloeiende as.

Leg de repen spek er nu in.
Doe alle schoongemaakte en geschilde en gesneden groenten in een andere pan.
Snijd het schenkelvlees in stukjes, leg het bot opzij.
Gooi het schenkelvlees erop
En roer terwijl het gefrituurd wordt, overal as, gesis – schroei je wenkbrauw –

Zoals Locke zegt laat het bijna verbranden – voeg dan water toe uit het blik in de jeep –
voeg het zakje kruiden toe – laat het vijf minuten doorkoken – en gooi
dan alles in de pan wat je nog over hebt,
Dek het af met een groot verzwaard warm deksel; zit en wacht, of drink budweiser bier.

En roer tevens het beslag apart, een beetje water in wat meel,
laat dat als laatste van de lepel in de stoofpot druipen.
En kook het nog zo’n tien minuten;
til de zwarte pan nu van het vuur
en laat haar weer een goede tien minuten staan.
Dien het op en eet het met een lepel, zittend op een poncho in de duisternis.

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

 

2704273-660ed1ef764deac7c7b434cd8450268b.jpg
Gary Snyder (San Francisco, 8 mei 1930)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e mei ook mijn blog van 8 mei 2020 en eveneens mijn blog van 8 mei 2019 en ook mijn blog van 8 mei 2018 en ook mijn blog van 8 mei 2016 deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Almudena Grandes, Volker Braun, Laura Accerboni

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

Uit: Tussenstations (Vertaald door Trijne Vermunt)

“Mijn vader zegt dat ik hem nooit zal vergeten, en ik hoop dat dat klopt, want … Oké, daar kan ik beter niet aan denken. Maar mijn broer was echt een toffe gozer. Nee, niet de beste, alhoewel … Mon doet wel alsof, maar die is ook geen heilig boontje … Niemand was de beste, maar Ramón  was wel een topvent, echt waar … Gierig als de neten, maar hij verlinkte nooit iemand. Hij had een heleboel vrienden. Hij had slechtere cijfers dan ik, omdat hij zo lui was, maar hij had wel heel veel sjans … echt niet normaal, als geen ander, eerlijk waar. In zeventien jaar heeft hij vier vriendinnen gehad, en met de laatste twee heeft ie van alles gedaan, dat weet ik omdat hij het vertelde, en Ramón was geen opschepper, volgens mij niet tenminste … En als hij wel blufte maakt het me ook niet uit. Hij had in elk geval meer sjans dan ik, want bij mij is het armoe troef… Ik weet trouwens wel zeker dat het waar was, want hij wist hartstikke veel over meisjes, waar ze geil van werden, hoe je merkte dat je niet verder mocht gaan, dat soort dingen, en dat had hij echt niet uit een boek, want Ramón had een bloedhekel aan lezen … Maar ja, hij had natuurlijk ook geen bril … En hij was ook minstens twintig centimeter langer dan ik, maar hij was ook twee jaar ouder, dus dat telt niet … En die bril blijf ik ook echt niet eeuwig dragen, het kan me verdomme niet schelen wat mijn ouwelui zeggen, zodra ik ga werken neem ik lenzen, blauwe, en dan zullen we weleens zien, let maar op … Je pakt het verkeerd aan, Rafa, zei hij, je moet beginnen met een lelijke, de lelijke zijn makkelijker, minder concurrentie, snap je? Rot op, neem zelf een lelijke, zei ik dan, want hij had altijd superlekkere wijven. Daar was ik wel een beetje jaloers op, dat geef ik toe, maar verder konden we heel goed met elkaar opschieten. Ik hield heel veel van hem. Ik bewonderde hem. Ik wilde op hem lijken. Kikker zegt dat dat altijd zo is met oudere broers, dat dat normaal is. Of dat waar is weet ik niet, maar als hij zich opsloot in de badkamer en schreeuwde dat ik hem met rust moest laten, dat ik moest oprotten. dat hij geen honing aan zijn reet had, nou … dan begreep ik dat soms ook wel. Het enige wat ik hem niet kon vergeven was dat hij me ‘kabouter’ noemde waar zijn vrienden bij waren. En zelfs dat vergaf ik hem uiteindelijk … lk mis hem. Echt waar, heel erg. Maar goed dat ik Kikker nog heb. En Mon. En Atleti. Ook al spelen we kut, want de derde zit eraan te komen, ik zie het gebeuren, naar de wedstrijd kan me nu toch niet meer schelen. Aan jou heb je niets, dat bewijs je hier alleen maar mee … Zie je wel? Jezus, hoe kon ik ook denken dat … Dat bedoel ik maar.”

 

 2704134-8e06815c5b76a57fdc12ca59429c4e4e.jpg
Almudena Grandes ( 7 mei 1960 – 27 november 2021)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

 

Het eigendom

 Ik ben er nog: mijn land gaat westwaarts reizen.
WEG MET DE HUTTEN, LEVE DE PALEIZEN.
Ik was het zelf die het heeft weggetrapt.
Mijn land verlaagt zich in zijn voddenkleren.
Na winter volgt een zomer vol begeren.
En mijn bestaan wordt aan de laars gelapt.
Geen mens die mijn geschriften nu nog snapt.
Wat ik nog nooit bezat, wordt mij ontnomen.
Het nooit geleefde moet ik eeuwig dromen.
Op weg zijn we voor valse hoop gevallen,
’t Is mijn bezit dat jullie uit gaan stallen.
Klinkt ooit nog mijn van mij als van ons allen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2704134-2d932ebdce45418481c06c37a02f8b36.jpg
Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

De Italiaanse dichteres Laura Accerboni werd op 7 mei 1985 geboren in Genua. Zie ook alle tags voor Laura Accerboni op dit blog.

 

 

Mijn nieuwe glimlach

Mijn nieuwe glimlach
zet ik enkel op
als ik uitga.
Het zou zonde zijn
mocht die bederven.
Ik schitter trouwens méér
wanneer het geen gewoonte wordt,
ik bestijg alle tronen
en wijs de zwakkeren
de weg.
Ik heb daarbij tien kinderen
en een klein hondje
om mee uit wandelen te gaan.
En toch dans ik thuis voor jou
terwijl je eet
en laat je de koopjes zien
terwijl je slaapt
en ik schitter
in je hoofd,
ik schitter
ademloos.

 

 

Vertaald door Frans Denissen en Hilda Schraa

 

 2704134-0408b7b6525926a5963cb0412dec9806.jpg
Laura Accerboni (Genua, 7 mei 1985)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2020 en eveneens mijn blog van 7 mei 2019 en ook mijn blog van 7 mei 2018 en ook mijn blog van 7 mei 2017 deel 2.




Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

Hélène Gelèns, Erich Fried

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

 

willekeur

stip! het maakt niet uit waar niet wanneer hoe
geconcentreerd, stip! als je maar niet spiekt

je neemt een pen, een leeg vel papier
sluit de ogen, stip in het wilde weg
het vel vol stipstipstipstip flink doorstippen

leg de pen neer na een minuut of twee
open je ogen en zie: veel stippen
met staarten! haha geen probleem

trek een cirkel, het maakt niet uit hoe wanneer
waar op het vel, tel netjes binnen de lijn
elke stip elke aanzet van een staart

proficiat, je nam zojuist een steekproef!
(hoe groter je cirkel hoe beter de proef
de gemiddelde stippendichtheid nadert)

 

 

mis

er ging iets mis het is niets het ging
niet meer mis dan elders het gaat
overal weleens mis overal is wel iets

die zinnen smaken naar ijzer
ik kan ze niet herhalen

ik probeer het schrijvend: er ging iets mis
het is niets het ging niet meer, maar
het golft, de woorden beginnen te golven

de woorden golven meer en meer, kijk
nu golft het al meren – wat een ruimte opeens
ergens kwinkeleert een merel: dit hier! dit nu!

ver kijk ik uit over zilverblauw rimpelend water en zing na:
dit hier! dit nu! dittehier dittenu! dit hier nu dit nu nu
dittedit! – dan is daar krullach: gaan we zwemmen?

raak!

 

 

marsmanvariaties I

vlam in mij, jaag, laai op!
hart in mij, oefen geduld
verdriedubbel vertrouwen
vogel in mij, hup, wiek op
uit vruchtdragende takken!
laat de durf niet varen
je vaart niet luwen
glijvlucht en hulde zijn fijn
maar veel weidser het speelruim

 

 

2704026-a203b4de253cfb74bb50fc1f0dd27a79.jpg
Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

 

Logisch

Het kan toch niet zo zijn
dat de Amerikanen
onnodig
Vietnamese kinderen verbranden

Het kan toch niet zo zijn
dat de Amerikanen maarschalk Kiev steunen
als hij echt een schurk is

Ze steunen hem wel degelijk
dus zo slecht kan hij niet zijn
en wat hij zegt
kan niet zo verkeerd zijn

Hij zegt echt dat zijn rolmodel Adolf Hitler is
dus zo erg kan het niet zijn
als je Hitler als rolmodel neemt

Maar Hitler verbrandde ook kinderen
en niet in Vietnam, maar dichter bij huis
Dus waarom raken mensen van streek
als de Amerikanen dit doen

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2704026-7709e67a3c6c9c0ae1f8aa318639f0ee.jpg
Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2020 en eveneens mijn blog van 6 mei 2019 en ook mijn blog van 6 mei 2018 deel 3 en eveneens deel 4.



Geschreven door Romenu om 16:41 Reageer op dit bericht

‘Wij zijn vrij’ (Martinus Nijhoff), Roni Margulies

 

 

 

2703892-bfb51c91c6879d1d65a2c892e37121fe.JPG
Bevrijdingsmonument in Oirschot, Noord-Brabant

 

 

‘Wij zijn vrij’

Wij zijn vrij, roept de Nederlandsche vlag
die wapperend zich boven ons ontplooit,
wij zijn vrij, roept zij, en zij riep dit nooit
met dieper kleuren dan op dezen dag.

Want zie, het trotsche rood heeft zich getooid
met bloed, dat in den dood de vrijheid zag,
’t wit blinkt van ijver zonder winstbejag,
het blauw werd door beproefde trouw voltooid.

Waai uit, herwonnen driekleur, waai vrij uit,
tezaâm met den oranjewimpelzwier
van Haar, de Landsvrouwe, die gehandhaafd heeft.

Een nieuwe reis vangt aan, en gij beduidt
hetgeen in ons, o heilige banier,
trotseerend, zuiver en gestaald herleeft.

 

 

2703892-0e8bc6a8c71b6cd8c80620102a3027dd.jpg
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Bevrijdingsmonument in Den Haag, de geboorteplaats van Martinus Nijhoff

 

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Marguleis op dit blog.

 

SLIPPER

Ineens zag ik een oude vrouw
bij de ingang van het metrostation
een paar maanden geleden.
Ze zat te bedelen.

Gescheurd, maar hagelwit waren haar kleren.
Ze deed me aan mijn oma denken:
aan haar ogen vol angst,
haar laatste dagen.

Ik wende me aan telkens als ik langsliep
‘Goedemorgen’ te zeggen en ofwel brood
of geld te geven.
Ze zei geen woord terug.

Ik probeerde laatst wat te zeggen,
ze keek, maar ze begreep het duidelijk niet.
Ze nam aan wat ik gaf
en keek van me weg.

Toen ik er gisteren langskwam, zat ze er niet.
Op de grond zag ik een enkele slipper.
Bleek roze, met schilfers
en op zijn linkerkant

een bloedrood plastic hart
Piepklein, glimmend.
Alsof het ieder moment
zou kunnen gaan kloppen.

 

Vertaald door Erik-Jan Zürcher

 

2703892-f0f7a8d18f8b997f3a60cee56742071f.jpg
Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2020 en eveneens mijn blog van 5 mei 2019.



Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

4 mei (Jaap Zijlstra), Roni Margulies

 

Bij 4 mei (Dodenherdenking)

 

2703772-e5f774bc06a3262b6ae09cd78f29f3db.jpg
Oorlogsmonument in Veghel, Noord-Brabant

 

 

4 mei
.
De oorlog is al jarenlang voorbij.
Men zegt het, maar het is niet waar.
Ik zie ze nog, gebonden aan elkaar
gaan naar hun graf. De duinenrij
ligt in de zon, de wind streelt door hun haar.

.
Voorover liggen. het is niet voorbij.
Wachten met het gezicht op de grond.
Roepen tot God met een gesloten mond.
Mijn God, mijn God, ontferm U over mij.

.
Nog klopt hun bloed tegen het witte zand.
Nog zoekt hun hart de verre overkant.
Ik hoor de schoten. het is niet voorbij.

 

2703772-f060db1752ff2e4c014b4b8f1a0fc553.jpg
Jaap Zijlstra (5 september 1933 – 22 december 2015)
Oorlogsmonument in Wassenaar, de geboorteplaats van Jaap Zijlstra

 

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

BANAAN EN SAFFRAAN

’s Ochtends toen ik langs de keuken liep
Zag ik de banaan op de aanrecht liggen.
Gisterenavond heb ik hem niet gegeten en daar laten liggen.

Ik zou hem gaan pakken en hem in de koelkast leggen,
Ik keek: de bovenkant van de banaan zat vol met saffraan!

Ik herinnerde me, dat tijdens het maken van een salade
Het deksel van het saffraanpotje van zijn plaats verdwenen was.

Kijk dat is toevallig, dacht ik, dat rijmt: banaan en saffraan
In mijn keuken banaan
Met bovenop saffraan
Het heeft geen betekenis
Noch enige noodzaak
Zoals alle gedichtjes van mijn leven. 

 

 

Vertaald door Bruno van der Werff

 

 

2703772-f0f7a8d18f8b997f3a60cee56742071f.jpg
Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei  mijn blog van 4 mei 2019 deel 2.




Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Erik Lindner, Erich Fried

De Nederlandse dichter en schrijver Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

 

Terug uit Acedia

1. Ze weet een jas als jurk te dragen
terwijl ze zit steunt ze
op de neuzen van haar schoenen

hij staat hij loopt een paar passen
hij loopt terug en blijft weer staan

ze ziet scherp hoe recht de objecten zijn
als ze zich de ondergrond schuin inbeeldt

in de bus die optrekt
steekt ze lezend een hand uit
die een vrouw pakt om te gaan zitten

ze knoopt haar veters op de roltrap
er stopt een auto en ze stapt in.

 

2. Als ze haar knie in de zetel zet
tilt ze de stoel aan de rugleuning omhoog
de stoel balanceert op een poot
hangt stil in een draai

in het trappenhuis staat een ladder

ze zegt mijn gedachten zijn een landschap
haar vingers trommelen op haar dij

er zit een vrouw gehurkt op een boomstronk
haar ellebogen steunend op haar knieën
aan haar voeten zit geen enkel

ze staat op en opent de luiken
een man danst op krukken over straat.

 

3. Nadat ze de motor start
een voorwiel van de stoep afrijdt
wrijft ze mascara uit over haar ooglid

aan de overkant spuit een jongen
met een tuinslang naar een brommer
water loopt in golfjes over straat

een meisje dat touwtje wil springen
komt met te gespreide voeten neer

een vrouw houdt een parkeerplaats bezet
en zwaait naar de auto’s die passeren

ze legt een landkaart op het dashboard
ze draait de spiegel terug en geeft gas.

 

 

2703623-69a0c9427e381079ada4f676e276045f.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

 

De redding van de wereld

Op een dag
zullen alle honden samenkomen
die met spitse en die met stompe snuiten
die met een glad en die met een ruig vel
die elkaar kunnen luchten
en die elkaar niet kunnen luchten

Ze zullen eerst nog grommen
en ze zullen hun achterpoot optillen
alle honden tegen dezelfde lantaarnpaal
daarop zullen ze wachten
en dan
zal er een beginnen te blaffen

En dan zullen alle honden
uit alle landen
tegelijkertijd blaffen
en dan zal er eindelijk vrede zijn

Vele van hen zullen ook hun mensen meebrengen
maar alleen kampioenen en alleen aan de lijn
Die mogen dan ook hun poot optillen
precies als de honden
en misschien zelfs
tegen dezelfde lantaarnpaal

Maar begint er weer iemand
met oorlog
dan bijten ze hem dood

 

 

Vertaald door Hans W. Bakx

 

2703623-90634a888d35734962ff74c8941d9775.jpg
Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2022 en ook mijn blog van 3 mei 2020 en eveneens mijn blog van 3 mei 2019 en ook mijn blog van 3 mei 2017 en mijn blog van 3 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:06 Reageer op dit bericht

Rob Waumans, Gottfried Benn

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: De solist

“Amandine Lucile Aurore Dudevant en haar twee kinderen vertrokken vanuit Parijs, reisden naar het zuiden en stapten bij Lyon op de boot over de Rhóne naar Avignon. Daar namen ze paard en wagen en trokken langs de Middellandse Zee naar Perpignan en door de Pyreneeën de grens over naar Barcelona. Frédéric Chopin reisde niet met zijn geliefde maar vertrok in gezelschap van een vriend naar het zuiden en ging in Port-Vendres aan boord van de oceaanstomer naar Barcelona. Vanuit daar vertrokken ze gezamenlijk, met z’n vieren, met de El Mallorquin naar Palma, waar ze in de tweede week van november arriveerden. Mallorca. Zoals altijd liep alles anders dan hij van tevoren had bedacht. Allereerst zinde het hem niet dat Amandine per se haar kinderen mee wilde nemen. Hoe was het mogelijk om fatsoenlijk te werken als er twee onruststokers om hen heen drentelden? Ze zouden een blok aan hun been worden. Zij wilde werken aan haar nieuwe boek en ook hij was hier niet om vakantie te vieren. Ze kwamen hier allebei met een doel en dat zou alleen maar verder uit zicht raken. Maar Amandine hield voet bij stuk, ze wilde haar kinderen onder geen beding achterlaten. En dus legde hij zich erbij neer, al was het maar omdat hij wist dat hij zonder haar, helemaal alleen, zijn bestemming niet zou bereiken. Hij voelde zich al maanden zwak, hij hoestte veel, en hij had haar hulp nodig. Ook al waren ze geliefden, steeds vaker betrapte hij zich erop dat zijn liefde voor haar vooral bestond uit de behoefte om door haar verzorgd te worden. Frédéric en Amandine namen hun intrek in een appartement aan de Carrer de la Mar, dicht bij de zee, in het drukke centrum maar ook praktisch naast het koninklijk paleis van La Almudaina, terwijl ze naar een permanente woning zochten. Een week nadat ze op Mallorca waren gearriveerd, betrokken ze een vrijstaand huis even buiten Palma. Daar wachtte Chopin op zijn half-vleugel. De transporteurs in Parijs hadden hem hooguit twee weken reistijd beloofd, de piano werd verscheept vanaf Marseille, maar die twee weken waren al ruimschoots verstreken en nog steeds was hij verstoken van zijn instrument. Chopin huurde een eenvoudige piano, om de dreunende inspiratie die zich in zijn lichaam een weg naar buiten probeerde te banen, de ruimte te geven. Hij hoorde de zon en de droogte van de zomer in het instrument terug.”

 

 

2703511-1b0c95502cb1c95121d870e77a44c37b.jpg
Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

 

Dag die de zomer besluit

Dag die de zomer besluit,
het hart ontving het teken wel:
de vlammen hebben zich geuit,
de stromen en het spel.

De beelden worden matter,
onttrekken zich aan de tijd,
wat weerspiegeld nog door water,
maar ook dat water is wijd.

Je hebt een slag ervaren,
draagt de aanval nog, het op de vlucht slaan,
terwijl de meuten, de scharen,
de troepen verder gaan.

Rozen en wapenspanners,
pijlen en vlammen wijd -:
de tekens zinken, de standers -:
onherroepelijkheid.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

2703511-1dd933fbb0339ef17916355822fba2a0.jpg
Gottfried Benn (2 mei 1886 – 7 juli 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2022 en ook mijn blog van 2 mei 2021 en ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:29 Reageer op dit bericht

Into the streets May First! (Alfred Hayes), Aleksander Wat

 

2703509-78062f0e0f2c4086b71e54c169c05ebe.jpg

City Building door Thomas Hart Benton, 1931

 

 

 

Into the streets May First!

Into the streets May First!
Into the roaring Square!
Shake the midtown towers!
Shatter the downtown air!
Come with a storm of banners,
Come with an earthquake tread,
Bells, hurl out of your belfries,
Red flag, leap out your red!
Out of the shops and factories,
Up with the sickle and hammer,
Comrades, these are our tools,
A song and a banner!
Roll song, from the sea of our hearts,
Banner, leap and be free;
Song and banner together,
Down with the bourgeoisie!
Sweep the big city, march forward,
The day is a barricade;
We hurl the bright bomb of the sun,
The moon like a hand grenade.
Pour forth like a second flood!
Thunder the alps of the air!
Subways are roaring our millions –
Comrades, into the square!

 

2703509-0ba8ec5784907db04dcbc3fb87c08b03.jpg
<Alfred Hayes (18 april 1911 – 14 augustus 1985)
Brick Lane in Whitechapel, Londen, de geboorteplaats van Alfred Hayes

 

 

De Poolse schrijver en dichter Alexander Wat werd geboren op 1 mei 1900 in Warschau. Zie ook alle tags voor Aleksander Wat op dit blog.

 

Een Perzische fabel

Aan een grote rappe stroom
lag op de stenen oever
een schedel en die schedel
schreeuwde: Allah jah illah.

En er was zoveel afgrijzen
in die kreet, zo’n vurige bede
en de wanhoop was zo diep,
dat ik aan de stuurman vroeg:

Wat doet hem nu vrezen? En waar kan hij om smeken?
Welk Godsoordeel kan hem wreder nog hier wreken?

Toen rolde een golf aan
hij greep de schedel mee
sloeg hem met woeste kracht
tegen de kant te pletter.

Er is geen laatste grens
-sprak daarop dof de stuurman-
erger kent geen bodem.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

2703509-779c086f27515707250c4555ceaa61e8.png
Aleksander Wat (1 mei 1900 – 29 juli 1967)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Alexander Osang, Ulla Hahn

De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang werd geboren op 30 april 1962 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Osang op dit blog.

Uit: Fast hell

„Ich kannte Uwe aus New York, obwohl er eigentlich aus Ostberlin kam wie ich. Ich weiß nicht mehr genau, wann ich ihn zum ersten Mal sah, wahrscheinlich Anfang der Zweitausender auf einer Party bei Solveigh, die aus der Nähe von Dresden stammte, aber seit über dreißig Jahren in Brooklyn lebte. Ich hatte eine kleine ostdeutsche Gemeinde in New York Meine Frau natürlich, die in Berlin-Lichtenberg groß wurde, Solveigh, die kurz vor dem Mauerfall einen New Yorker Juden heiratete, der seine Sommerferien im Sozialismus verbracht hatte, Sabine, die aus einem Dorf bei Erfurt kam und Ende der Achtziger ausgereist war, ihren Freund Bert, der nach einem Fluchtversuch aus Ostberliner Haft freigekauft worden war, Kathleen aus Gera, die ein Jahr in unserem verrumpelten Büro arbeitete, obwohl sie aussah wie ein Filmstar, ein junges Thüringer Ärztepaar, das irgendwann nach New Mexico weiterzog, später dann auch Else, die eigentlich Sabine hieß, aus Eilenburg kam und einem Mönch in einen Tempel nach Manhattan gefolgt war. Uwe gehörte dazu. Keine Ahnung, wovor der weggelaufen, wem der gefolgt war. Er trat mir aus dem Gewirr der Riesenstadt entgegen. Er war schwul, glatzköpfig und besaß ein Haus in Spanish Harlem, das er in einer Art Stadtlotterie gewonnen hatte. Die Sommer verbrachte er auf Fire Island, wo auch wir ein Ferienhaus gemietet hatten. Er bewohnte mit zwei pensionierten Tänzern des Bolschoi-Balletts einen Bungalow in Cherry Grove, dem gay village der Insel. Unser Haus stand in Oakleyville, wo niemand war, außer uns, einem verschrobenen Verwalter namens Sam, der einst Affären mit Yoko Ono und Greta Garbo gehabt haben soll, sowie einem einheimischen Messie namens Chuck, der den Klimawandel anzweifelte, obwohl seine Insel langsam aber sicher im Atlantischen Ozean versank. Einmal im Sommer liefen wir durch die Hitze am Strand entlang und besuchten Uwe in Cherry Grove, wo er auf einer Terrasse im Schatten saß und schon auf uns zu warten schien. Wenn ich dort ankam, fühlte ich mich, als sei ich nur kurz weg gewesen. Uwe gehörte zu den Menschen, in deren Gegenwart ich sofort anfing zu berlinern. Ich habe nie einen Mann an Uwes Seite gesehen. Ich kannte nur Geschichten von seinen Partnern. Sie klangen meist tragisch.“

 

2703230-e41dab533d6fccaa69c7d36c7d956023.jpg
Alexander Osang (Berlijn, 30 april 1962)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

 

Bewijssituatie

Had jij, had ik, zouden wij
in het kielzog van het vacuüm steeds meer
op leeftijd gekomen zijn
geloof verzet misschien bergen
maar nooit een conjunctief
Niet eens een foto
van alle hoop
al het geduld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2703230-faad0a49b59a22d1277b5a9608298370.jpg
Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2025 en ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:00 Reageer op dit bericht

K. P. Kaváfis, Monika Rinck

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

 

De satrapie

Wat een ongeluk dat, hoewel je bent geschapen
voor de mooie en grote daden,
je onrechtvaardig lot je altijd
aanmoediging en succes onthoudt;
dat zinloze gewoontes, kleinigheden
en onbenulligheden je belemmeren.
En wat is de dag verschrikkelijk waarop je bezwijkt
(de dag waarop je je liet gaan en bezwijkt)
en je je op reis begeeft naar Susa,
en naar monarch Artaxerxes gaat,
die je welwillend aanstelt aan zijn hof
en je satrapieën en dergelijke aanbiedt.
En jij neemt ze aan, in vertwijfeling,
die zaken die je niet wenst.
Je ziel zoekt naar iets anders, weent om iets anders:
de lof van het Volk en van de Sofisten,
het zo begeerde, onschatbare Bravo,
de Agora, het Theater en de Kransen.
Hoe zal Artaxerxes je dit kunnen geven,
waar zul je dit vinden in de satrapie
en wat voor leven zul je leiden zonder dit alles.

 

 

Philhelleen

Zorg er voor dat het graveren bekwaam gebeurt.
De gelaatsuitdrukking ernstig en majesteitelijk.
Het diadeem liefst wat smal:
die brede van de Parthen zijn niet naar mijn smaak.
Het opschrift zoals gebruikelijk in het Grieks;
niet overdreven, niet hoogdravend –
opdat de proconsul het niet misduiden kan,
hij die alles bespiedt en doorgeeft naar Rome –
maar vererend niettemin.
Iets zeer uitgelezens op de keerzijde:
een of andere mooie jonge discuswerper.
Bovenal druk ik je op het hart, er op toe te zien
(Sithaspes, bij god, laat het niet vergeten worden)
dat na het Koning en het Redder,
met sierlijke letters gegraveerd wordt: Philhelleen.
En kom me nu niet aan met spitsvondigheden
als ‘Waar zijn de Hellenen?’ en ‘Waar is het Grieks
hier achter de Zagros en voorbij Phraäta’.
Aangezien talloze anderen, barbaarser dan wij,
het schrijven, zullen ook wij het schrijven.
Vergeet tenslotte niet dat soms
sofisten uit Syrië naar ons toe komen
en verzenmakers en andere nietsnutten,
zodat we niet zonder Griekse beschaving zijn, dunkt me.

 

 

Een van de goden

Wanneer een van hen, omstreeks het uur dat het avond wordt,
over de agora van Seleukia ging,
als een lange en volmaakt mooie jongeman,
met de vreugde om onsterfelijkheid in de ogen,
met zijn geparfumeerde zwarte haren,
keken de voorbijgangers naar hem
en men vroeg elkaar of men hem kende
en of hij een Griek uit Syrië, dan wel een vreemde was. Maar sommigen
die met meer aandacht naar hem keken
begrepen, en maakten baan,
en terwijl hij verdween onder de zuilengangen,
in de schaduwen en in de lichten van de avond,
op weg naar de buurt die alleen ’s nachts
tot leven komt met orgieën en drinkgelagen
en elke soort van roes en wellust,
vroegen zij zich af wie van Hen dit misschien was
en voor welk verdacht genot
Hij afgedaald zou zijn naar de straten van Seleukia
uit de Vereerde, Heilige Verblijven.

 

 

Vertaald door Hans Warren en Mario Molegraaf

 

2703102-5586bb2b19ed1cdd3cf63b4e45cac2d0.jpg
K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)

 

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

de soufflé (Honingprotocollen)

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen: je moet nu simpelweg niets doen.
Alsof een doorwerkt (als een spons verzadigd) bewustzijn
het voorwerk weigerde. Ik kan me niet verstaanbaar maken. Proberen we het zo:
Je nodigt eters uit, om acht uur en er ligt rood vlees, een berg meel,
smerige wortels en een dozijn eieren en je zegt: dit is de soufflé,
zoals u wilt, of als het dat nu niet is maar over drie uur,
of als ik iemand anders zou zijn, dan zou het precies dat zijn: de soufflé.
Dan vragen de gasten meer bezorgd dan teleurgesteld: wat is er dan gebeurd?
Wat hebt u dan gedaan toen u geen soufflé gemaakt hebt?
Gejammer! De tristesse van de weigering die de verkwisting aan zichzelf
en aan de verkwisters toeschrijft. Omdat de verkwisters hun zorgvuldigheid verkwisten,
verkwisten ze? Zichzelf! Tot zover het vooranalytische laten rondslingeren,
wat echter ook geen oplossing is. Het is of troebel of puur. Zoals je wilt.
Of beter: afhankelijk van waar je op uit bent. Zo bekeken is ook het pure
troebel, zeer troebel. Waarbij de troebelheid erbij blijft in het recht van het pure te zijn.
Maar de gasten hebben het recht aan hun zijde als ze zeggen:
een soufflé ziet er anders uit.

 

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

2703102-5fbc44c62abdff2c08b72be150275108.png
Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2019.

Geschreven door Romenu om 16:59 Reageer op dit bericht

Gerbrand Bakker, Monika Rinck

De Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker werd geboren in Wieringerwaard op 28 april 1962. Zie ook alle tags voor Gerbrand Bakker op dit blog.

Uit: Moeder, na vader

“Mijn moeder – geboren op 17 december 1934 – zegt best vaak: ‘Zo lang je eet, ga je niet dood.’ Meestal zegt ze dat als ze ziek of niet lekker is. Mijn vader hield op met eten en ging dus wél dood.
Hij is, iets anders kan ik er niet van maken, overleden aan spit. Eind mei 2021 klom hij uit de droge sloot naast zijn huis met enorme rugpijn. Hij had daar onkruid staan trekken. Tegen de tijd dat hij stierf, dat was 14 augustus, had hij allang geen pijn meer. Die hele periode van dik tweeënhalve maand komt me nu onwerkelijk voor, en ook verwarrend en raadselachtig. Hoe kan iemand doodgaan aan spit? Waarom gaat iemand überhaupt dood? We hadden onlangs vrienden te eten en ik kreeg tussen neus en lippen te horen dat die en die dood was. ‘Waarom?’ vroeg ik. Niet ‘waaraan’, omdat de overleden man nog zo jong was. Nee, waarom? Alsof doodgaan een keuze is, iets waar je zelf de hand in hebt, iets wat je eventueel zelf zou kunnen regisseren. Ik werd uitgelachen om mijn vraag: wie vraagt er nu waarom in plaats van waaraan?
En toch is het een vraag die me in het geval van mijn vader nogal bezighoudt. Hem mankeerde niets. Hij was tot het moment dat die pijn in zijn rug schoot een, zoals dat dan heet, ‘kranige oude man’. Hij was weliswaar in april 90 geworden, maar zijn vader werd 96, dus hij had nog zeker zes jaar te gaan. Tenminste: als je er een competitie van maakt. En dat is het natuurlijk niet; je kunt er namelijk niet zelf actief voor zorgen dat je zo oud mogelijk wordt, want kanker, hartverlammingen, een verkeersongeluk, een verdwaalde of gerichte kogel of een val van een keukentrapje verstoren die poging best regelmatig.
De eerste weken zijn mij een beetje ontgaan. Omdat we in de Eifel zaten, zag ik hem niet. Ik hoorde door de telefoon hoe het ging. Meestal sprak ik dan met mijn moeder, maar omdat ze de telefoon altijd op de speaker zet, kon mijn vader op de achtergrond meeschreeuwen. Na een paar dagen hevige pijn heeft mijn broer hem naar de huisarts gereden. Hij kreeg pijnstillers. Maar hij kon nauwelijks omhoog of omlaag. Dat verstoorde de routine die mijn vader en moeder samen opgebouwd hadden: hij kon mijn moeder, die slecht ter been is en last heeft van een haperend hart, niet langer helpen de dingen te doen die hij altijd voor zijn rekening had genomen.”

 

2702990-9b2a58fa718c3fd16f55c204bce2d6c3.jpg
Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 28 april 1962)

 

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

 

Stro

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen, nu heeft de gevoeligheid
zich uitgestrekt, nu heeft ze alle ruimtes overspannen en aangestoken.
Aardse treurigheid, de berken werden grijs, de hond heeft een oog verloren.
As, vlokkend talmen, boetedoening, vermoeidheid, verdriet misschien, toch is het je plicht
erdoorheen te gaan, als ware het licht waarin de ellende staat met handen
die jij gebonden acht. Dan zie je: het wordt minder, het begrijpen.
Helderheid ontstaat alleen nog door de intensiteit van de schok. Een geluidloze knal.
Je kunt het niet meer bevatten, bent ongedurig, en in een poging toch te begrijpen,
kom je er aan de andere kant weer uit, reliëf dat niet bestaat,
tremolo dat niet bestaat, als had je tevergeefs in de nevel gegrist,
een nevelpaardje je erin geluisd (huuhot, die grijze stort zich op mij,
ik val door hem heen) en bent diep beneden, gevoelig, onbegrepen,
in afwachting van de schok. Maar plotseling, hier, alles geel, vol stro!

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

 2702990-ee997341b0f00292a8475ce1d3e41c23.jpg
Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2021 en ook mijn blog van 28 april 2020 en eveneens mijn blog van 28 april 2019 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

Marcus Jackson

De Amerikaanse dichter Marcus Jackson werd geboren op 28 april 1983 in Toledo, Ohio. Na zijn bachelor aan de Universiteit van Toledo vervolgde hij zijn poëziestudie aan de masteropleiding creatief schrijven van NYU en als Cave Canem-fellow. Zijn gedichten zijn verschenen in onder andere The American Poetry Review, The New Yorker en The New York Times Magazine. Zijn dichtbundel, “Rundown”, werd in 2009 uitgegeven door Aureole Press. Zijn debuutbundel, “Neighborhood Register”, verscheen in 2011, en zijn tweede volledige bundel, “Pardon My Heart”, werd in 2018 uitgegeven door TriQuarterly Books/Northwestern University Press. Marcus Jackson doceert aan de MFA-programma’s van Ohio State University en Queens University of Charlotte.

 

 

What of Fire?

My therapist has approved my drinking of three whiskeys per night,
her eyes forbearing, knowing well the ruthlessness of night.

The sun having fled as a father might flee, my cousin fathered
a narrow terror while he robbed, with a pistol, a fellow citizen one night.

The encouraging lies of a mother are greatly underpaid job-keepers;
slovenly kings have dealt much wrong money to generals and knights.

My childhood was a lengthy scene of make believe and disaccord—
my favorite things being rain and watching my mother’s cigarettes ignite.

What of fire, among its timelessness and musculature, is not
more divine when burning past the open gates of night?

 

 

Evasive Me

Of course there’s a certificate, bleeding
carbon at the creases and impressions,

detailing my metrics and lineage the night
I entered the earthly air in a new hospital

built by the intricate partnership between
Rust Belt governance, capitalism

and Christ, though I lie to people I like,
saying I was born in a garden so near

the sea that my mother—multilingual
and remarkably tall—rinsed me at the fringe

of the tide the morning after labor,
the horizon cloudless and birdless

while the sand whispered spells of protection,
depth, and solemnity upon the pair of us,

and amid this farce my dear listeners
don expressions of distrust or ire

as likely they should, faced with evasive
me, so wearied even before boyhood

by the truth that I’ve forever disallowed
my ears and my mouth any songs not made

from the water, dirt, wind, salt, and fire
of American manipulation.

 

 

2711762-3dfc8820a5b41b0b6476a0521d74e78c.png
Marcus Jackson (Toledo, 28 april 1983)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Robert Anker, Edwin Morgan

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillen doverhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend –
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

 

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje
en varen zoet vereenzaamd in een landschap
waarbij ik roei en jij met elegante handslag het water
in het water schept opdat wij zinkende niet zinken
in het water waar zo pas zie ik omkijkend land was
en ver voor mij op de kant was de kindertijd en wuift nog
o god wat hou ik toch van de knieën uit je rok!

 

 

Heimwee naar Carmiggelt

De man zat met moe haar
op een bank in de herfs
zei hij dof
zei hij eenvoudig.
Ik ben niet ostentatief ongelukkig
ik draag mijn zelfspot
als een zijden harnas
riep hij
hield hij vol.
Ach je knoeit wat je rommelt wat
en je hebt je rust
je levensavond.
Anna heette ze wist ik nu
gehuld in een mooie gave neurose
een fineer van droefenis over haar stem
een lichtbruin korstje op haar stem
bloemen gezellig
voor als je ontevreden bent
of sad.
Ik op een paaltje? Ik was lid van het Concertgebouw
nu rielèks ik rielèksen daar gaat het om
dat wel natuurlijk
zei de kastelein laf
een wat schemerige man
een heerachtige verschijning
een losse jongen
men schreef een goudbruine namiddag
in december.
Daarom heeft die verongelijkte uitdrukking
zich metterwoon op mijn gezicht gevestigd
zei hij filosofisch
heeft u ooit intensief samengehangen
met schertsartikelen
vroeg hij getoucheerd
vroeg hij vriendelijk verweesd
nee maar dat vind ik nou leuk
sprak de kastelein moedeloos
en loosde onafgebroken
levensbloesem.

 

2702864-31ea64ad0b164ee3df52ec6c172f0152.jpg
Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

 

Een kleine catechismus van de demon

Wat is een demon? Bestudeer mijn leven.
Wat is een berg? Ga er nu op uit.
Wat is vuur? Het is voor eeuwig.
Wat is mijn leven? Een val, een roep.
Wat is de diepte? Ga er nu op uit.
Wat is donder? Jouw kracht neemt af.
Wat is de film? Hij draait, hij vertelt.
Wat is de film? Onder de watervallen.
Waar is het theater? Onder de heuvel.
Waar is de demon? Hij wandelt over de heuvels.
Waar is de overwinning? Op de hoge toppen.
Waar is het vuur? Ver in de diepte.
Waar is de diepte? Bestudeer de demon.
Waar is de berg? Ga er nu op uit.
Bestudeer mijn leven en ga er nu op uit.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2702864-ff6b4dd18ed92fe598ff04d4e3262854.png
Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2024 en ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:44 Reageer op dit bericht

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

 

fötotomische ballade

das fault sich schnell im mutterleib & aast dahin, das kalb
verdreht, blockiert. des muttertiers ziegelrote augenschlitze.
ein guter mann pflanzt seine faust ins fleisch, setzt kalt

die säge an & sägt dem milchvieh durch die aufgeschäumte ritze
die leibfrucht klein: ein vorderbein & noch ein bein & noch
– dem guten mann steckt in der hirnhaut eine mörderhitze –

ein letztes bein! in scheiben heckt der rumpf durchs loch!
die färse presst die fehlgeburt, als wär sie nicht in stücken!
der gute mann am kettenglied, zieht – jede schläfe pocht –

den kopf wie einen stöpsel raus: aufgetürmter rücken
die wirbel: messerstecherei, das fleckvieh stöhnt entschimmelt.
in der wanne liegt nun alles, stirn an steiß, die fliegen zücken

das geschlecht: gebrumme. auf den puzzleteilen: gewimmel.
ein lichtstrahl fällt ins zink & wirft sich dort aufs rot & schwarz.
die mutter glotzt, im fleisch verschnürt, in eine pfütze himmel.

der gute mann befiehlt: „das aus dem blick geschafft!“

 

 

anatolische stunde

er hatte die hellblauen augen auf mir
ich vergaß, wer ich war & aß wie sein hund
versunken in brot, trunken vor butter.

wir sprachen ein deutsch hinterm haus
an den hängen, gebrochene sätze von städten
da wo man federn lässt & kinder.

wir gingen rauchend, die jacken voll nüsse
zwischen den bäumen die blicke der kühe sanft
sämig ihren geschmack noch am gaumen.

wir kamen auf feinde zu sprechen, verwundete
stellen im feld, sein gesicht wie ein stein, denn nachts
steigt das wild aus den zedern & scharrt.

wir tranken den cocktail in die körper wie schlaf
wir schliefen am tisch langsam ein, nur der hund
blieb breitköpfig schwer auf den beinen.

 

 

lied

& ziehe & ziehe immer am zimmer, am kopf
im spiegel, wie hässlich das wird, wie klaffend
hässlich das wird, dein zimmer im spiegel im kopf
herausziehen wollen! liebestrunkenen kopf
alle die schätze wie splitter wie klinge wie pfeil
herausziehen wollen! wie klaffend das wird
wie spaltholz, gaumenspalte, wolfsrachen!
jetzt die finger ausdrehen, ganz still stehen
im zimmer, im spiegel, nachschwingen sehen
die weißen kissen auf den schwarzen felsen
dein schwarzes haar & wie es still wird nie
dies leichte zittern noch bei jeder fahrt
unter uns die schnellen linien. lilien. weiße
kissen. ganz still stehen im zimmer. ganz still
stehen im zimmer. vermissen. königskind, psst.

 

 

het verschil

het verschil tussen een steen
en een hond
lijkt voor mensen enorm te zijn.
beweging en groei
voortplanting en ontwikkeling
stofwisseling en prikkelbaarheid
de kenmerken van alle levende wezens: de onwrikbare zes
op elke school ter wereld
worden ze onderwezen. ze volledig
benoemen en uitleggen
waarom een kaarsvlam niet leeft
ook al flikkert hij in de wind
wordt altijd beloond.
10-jarigen stoppen met praten
tegen stenen, tegen hun knuffels en stokken.
hun hersenen veranderen, onmerkbaar,
van complexere, vertakkende sterrenstelsels
in simpele datasnelwegen
die alleen nog maar in cirkels lopen.
uiterlijk groeien onze schedels
inclusief hun gegroefde vulling,
maar het zijn alleen de rustplaatsen die groeien,
niet de wegen. alleen de rustplaatsen
groeien uit tot steeds grotere gaten
om daarin duizenden
te verzamelen. alle rustplaatsen van alle hersenen
zijn volledig overbevolkt. Op elke
vierkante millimeter dwalen reizigers rond,
miljoenen volwassen,
vermoeide, gedaantes
van kinderkamers dromende invaliden.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2702673-b419366f2c2ab74b7b4a6d42721675ad.jpg
Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten