Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

August (Annette Wynne), Taije Silverman

 

 

 

2716145-410f8693fc1e499fc7d29db3c9408fd6.jpg
Broer en zus rustend op een bospad in de zomer door N. C. Hansen, 1895

 

 

August

August days are hot and still,
Not a breath on house or hill,
Not a breath on height or plain,
Weary travelers cry for rain;
But the children quickly find
A shady place quite to their mind;
And there all quietly they stay,
Until the sun has gone away,—
August is too hot for play!

 

 

2716145-dd82e8b1ffee2c807d3efc1215e48c46.jpg
Annette Wynne (1889-1952)
Brooklyn, New York, de geboorteplaats van Annette Wynne

 

 

De Amerikaanse dichteres, vertaalster en hoogleraar Taije Silverman werd geboren in San Francisco op 13 augustus 1974. Zie ook alle tags voor Taije Silverman op dit blog.

 

It Was a Good Day

When we imagine someone asking us,
the answer is sadness. But what I think first
is this nightgown, the dark red silk
and my washed hair, that slow lull of space
before sleeping. My mother’s rash
is not the first thought. It spreads and loosens,
climbs her face, the bumps blur and I tell her
that it’s leaving. It is leaving.
Fear slicks down to size so that time takes over:
beef tenderloin with sugar snaps,
the lemon’s aftertaste. This, my father says,
pointing to the potatoes, this is really good.
My sister pulls three kinds of cookies
out of the freezer and my father asks
Didn’t we choose not to have cookies anymore?
Yes, my sister says, and I chose not to hear that.
The cookies are halved, passed around,
we claim favorites and tell my sister to take
the cookies away, then not to take them away,
we are laughing. I say to my father
as he eats, I love you, and he says, I love you all,
the three of us he is able to watch at the counter
in our sweaters and hair, bending and talking as if skin
were a grace. I take a bath. My mother reads in bed
and reads on the toilet, looking up when I look at her
and smiling. The rash will pass. It was a good day.
My father coughing now. Yawning.

 

 

Variorum

All the pretty girls.
Parsley, sage, salt, glue.
And you’re a big help to him
says my husband’s father
when I share his news of promotion.
Hey, hey, buckle my shoe,
No sing me a new song mama
says my son before bed.
All the pretty girls.
No a new song.
Lost my partner what’ll I do,
lost my partner what’ll I do.
Skip to my lou my darling.
No another song.
Hey little girl is your daddy home
did he go and leave you all alone
I got a bad desire.
Where am I going with this
I’m thinking while he watches
his pillow to picture the words.
All the pretty girls.
He fucked the shit out of her explained
my father about the plot of a movie he’d seen.
The pretty girls.
Do you have to say that to me?
Mama another one. Mama a new one.
Well I’m sorry but that’s what he did.
You’re a big help to him.
All the pretty girls.

 

 

De Domme Botten

Gisteravond vroeg ik een man van wie ik hou om me snel te vernietigen.
Ik wilde dat hij niets achterliet, alleen verbrijzelde botten,

krijt waarvan ze de sporen niet meer kunnen traceren.
Wat, vroeg hij, zonder het te begrijpen.

De man is een god. De god is een man. Hij knielt voor me neer.
Hij drukt mijn wang tegen het witte gips, gebogen.

Hij tilt mijn rok op en ik schud mijn hoofd nee, in een poging
een instinct te herinneren.

Hij knikt en ik wil voor hem gaan liggen.
Maak me tot krijt. Laat me eindigen.

Is het gewoon liefde, dit verdriet in mij dat afbrokkelt?
Gewoon liefde, tenslotte, gewoon liefde. Slapen. Proberen te slapen.

Ik heb nooit geweten hoe ik het geluk van mijn moeder moest koesteren.
Hoe ze vanavond naar haar gasten glimlachte in dat zachte kaarslicht

rond de tafel. Zij was het middelpunt, en was bedoeld
om het middelpunt te zijn, en dankbaar. Dit is alles wat ik heb gewild.

Toen gleed zijn ene hand in me. Zijn aandringen.
Opnieuw geloof ik in beloftes.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2716145-ab9192cb1513f47bc3be4cf2d2b9b2fd.jpg
Taije Silverman (San Francisco, 13 augustus 1974)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 13 augustus 2019 en ook mijn blog van 13 augustus 2016 en ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:23 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Rouke van der Hoek, Thomas Mann, Hans-Ulrich Treichel

De Nederlandse dichter Rouke van der Hoek werd op 12 augustus 1952 in Eindhoven geboren. Zie ook alle tags voor Rouke van der Hoek op dit blog.

 

 

Cent van 1828

Als maan rijzend uit een aardkluit
steekt de bronzen cent boven de geploegde akker,
het kroontje op de W keurig rechtop.

Wie van onze voorgangers
in de buurtschap Weert aan de oude steenweg
zo onvoorzichtig dan wel spilzuchtig?

Of…

Het is bekend dat ze hier langs reden
op weg naar Maastricht.
Willem I strooide centen met zijn wapen rond,
aardigheidje voor de onderdanen.
Willem II. altijd mot met zijn vader, kon de kroon
van de oude niet in zijn portemonnee dulden
en wierp hem verre van zich
(uit brieven aan de Romanovs te Moskou
met wilde letters en uitroeptekens
blijkt zijn permanente overspannenheid).
Willem III (bezocht de papierfabriek te Weert-Meerssen)
deed royaal afstand van munten
waarop hijzelf niet prijkte.

Drie karavanen met munten gooiende vorsten
in die gistende voorvorige eeuw
inclusief volk, dekking zoekend voor rondvliegend brons
en de explosieve motieven erachter

voor de prijs van 1 cent.

 

 

Spreeuwen van Maastricht

Samen hebben wij meningen, een wervelende zwerm
die kans loopt uit elkaar te spatten. Wie neemt dan de rol
van tegenspeler van de middelpuntvliedende kracht?
Welk gezag zorgt dat het draait en blijft lijken op een bol?

 

 

Tuinbonen

Groene vlinders op de koude grond.
Steevast opstijgend in de formatie
van je eigen plantersfantasie,
lachend om de grollen van
nachtvorst en natte sneeuw.
Geheide groeiers, tuinders trots.
Tot de hoogtegrens van 50 centimeter
wordt overschreden, de zone van
de zwarte bonenluis wordt betreden.
(Zo is het vaker in het leven,
ga je ergens heen, valt het tegen.)

 

 

2716023-89695c9aa3c0a4faa7d974714baf7732.jpg
Rouke van der Hoek (Eindhoven, 12 augustus 1952)

 

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Tonio Kröger

„Hans und Tonio hatten Zeit, nach der Schule spazierenzugehen, weil sie beide Häusern angehörten, in denen erst um vier Uhr zu Mittag gegessen wurde. Ihre Väter waren große Kaufleute, die öffentliche Ämter bekleideten und mächtig waren in der Stadt. Den Hansens gehörten schon seit manchem Menschenalter die weitläufigen Holzlagerplätze drunten am Fluß, wo gewaltige Sägemaschinen unter Fauchen und Zischen die Stämme zerlegten. Aber Tonio war Konsul Krögers Sohn, dessen Getreidesäcke mit dem breiten schwarzen Firmendruck man Tag für Tag durch die Straßen kutschieren sah; und seiner Vorfahren großes altes Haus war das herrschaftlichste der ganzen Stadt … Beständig mußten die Freunde, der vielen Bekannten wegen, die Mützen herunternehmen, ja, von manchen Leuten wurden die Vierzehnjährigen zuerst gegrüßt …
Beide hatten die Schulmappen über die Schultern gehängt, und beide waren sie gut und warm gekleidet; Hans in eine kurze Seemannsüberjacke, über welcher auf Schultern und Rücken der breite, blaue Kragen seines Marineanzuges lag, und Tonio in einen grauen Gurt-Paletot. Hans trug eine dänische Matrosenmütze mit kurzen Bändern, unter der ein Schopf seines bastblonden Haares hervorquoll. Er war außerordentlich hübsch und wohlgestaltet, breit in den Schultern und schmal in den Hüften, mit freiliegenden und scharfblickenden stahlblauen Augen. Aber unter Tonio’s runder Pelzmütze blickten aus einem brünetten und ganz südlich scharfgeschnittenen Gesicht dunkle und zart umschattete Augen mit zu schweren Lidern träumerisch und ein wenig zaghaft hervor … Mund und Kinn waren ihm ungewöhnlich weich gebildet. Er ging nachlässig und ungleichmäßig, während Hansens schlanke Beine in den schwarzen Strümpfen so elastisch und taktfest einherschritten …

 

 

2716023-5e43a33e51f8b56716951cde2e180674.jpg
Het huis van Thomas Mann in Kilchberg, Zwitserland, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde.

 

Tonio sprach nicht. Er empfand Schmerz. Indem er seine etwas schräg stehenden Brauen zusammenzog und die Lippen zum Pfeifen gerundet hielt, blickte er seitwärts geneigten Kopfes ins Weite. Diese Haltung und Miene war ihm eigentümlich.
Plötzlich schob Hans seinen Arm unter den Tonio’s und sah ihn dabei von der Seite an, denn er begriff sehr wohl, um was es sich handelte. Und obgleich Tonio auch bei den nächsten Schritten noch schwieg, so ward er doch auf einmal sehr weich gestimmt.
»Ich hatte es nämlich nicht vergessen, Tonio«, sagte Hans und blickte vor sich nieder auf das Trottoir, »sondern ich dachte nur, daß heute doch wohl nichts daraus werden könnte, weil es ja so naß und windig ist. Aber mir macht das gar nichts, und ich finde es famos, daß du trotzdem auf mich gewartet hast. Ich glaubte schon, du seist nach Hause gegangen, und ärgerte mich …«

 

2716023-f382473007a6bb2a56a17026c8a58fc0.jpg
Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)
De schrijver in zijn werkkamer in Kilchberg

 

 

De Duitse dichter en schrijver en germanist Hans-Ulrich Treichel werd geboren op 12 augustus 1952 in Versmold. Zie ook alle tags voor Hans-Ulrich Treichel op dit blog.

 

 

Wat moet ik zeggen?

Wat moet ik zeggen:
dat ik elke dag op de
bus stap, over oude pleinen
wandel en grote paleizen
bezoek, net als iedereen.

Eet, mij was
wanneer ik wil en
krijtstof in mijn haar
mee naar huis draag.

Ja, ooit zong
een blauwige dame
over een zwarte piano. Daarna nam ik
een taxi tot de late film begon.
Maar wat moet ik zeggen:

Dat ik nog altijd
je brieven in de brievenbus
vind, waarin je naar
mijn dagen zoekt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2716023-53264e73493b9d7d17dfeb50611dc3ef.jpg
Hans-Ulrich Treichel (Versmold, 12 augustus 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2019 en ook mijn blog van 12 augustus 2018 en mijn blog van 12 augustus 2015 en mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Ernst Stadler, Wolf Wondratschek

De Duitse dichter Ernst Stadler werd geboren op 11 augustus 1883 in Colmar (Kolmar). Zie ook alle tags voor Ernst Stadler op dit blog.

 

 

Glück

Nun sind vor meines Glückes Stimme
alle Sehnsuchtsvögel weggeflogen.

Ich schaue still den Wolken zu,
die über meinem Fenster in die Bläue jagen –
Sie locken nicht mehr,
mich zu fernen Küsten fortzutragen,
Wie einst, da Sterne, Wind und Sonne
wehrlos mich ins Weite zogen.

In deine Liebe bin ich
wie in einen Mantel eingeschlagen.

Ich fühle deines Herzens Schlag,
der über meinem Herzen zuckt.

Ich steige selig
in die Kammer meines Glückes nieder,
Ganz tief in mir, so wie ein Vogel,
der ins flaumige Gefieder
Zu sommerdunklem Traum
das Köpfchen niederduckt.

 

 

Der Aufbruch

Einmal schon haben Fanfaren mein ungeduldiges Herz blutig gerissen,
Dass es, aufsteigend wie ein Pferd, sich wütend ins Gezäum verbissen.
Damals schlug Tamburmarsch den Sturm auf allen Wegen,
Und herrlichste Musik der Erde hieß uns Kugelregen.

Dann, plötzlich, stand Leben stille. Wege führten zwischen alten Bäumen.
Gemächer lockten. Es war süß, zu weilen und sich versäumen,
Von Wirklichkeit den Leib so wie von staubiger Rüstung zu entketten,
Wollüstig sich in Daunen weicher Traumstunden einzubetten.

Aber eines Morgens rollte durch Nebelluft das Echo von Signalen,
Hart, scharf, wie Schwerthieb pfeifend. Es war wie wenn im Dunkel plötzlich Lichter aufstrahlen.
Es war wie wenn durch Biwakfrühe Trompetenstöße klirren,
Die Schlafenden aufspringen und die Zelte abschlagen und die Pferde schirren.

Ich war in Reihen eingeschient, die in den Morgen stießen, Feuer über Helm und Bügel,
Vorwärts, in Blick und Blut die Schlacht, mit vorgehaltnem Zügel.
Vielleicht würden uns am Abend Siegesmärsche umstreichen,
Vielleicht lägen wir irgendwo ausgestreckt unter Leichen.

Aber vor dem Erraffen und vor dem Versinken
Würden unsre Augen sich an Welt und Sonne satt und glühend trinken.

 

 

2715971-f505e1d73eda1be865b27e7c56099b62.jpg
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)
Portret door Heinrich Beecke, 1910

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

 

Een droom

In een boom zitten.
Uitkijken over de prairie.
Niet hoeven liefhebben.

De horizon opent zich
in de vorm van een vrouw,
die nooit dichterbij komt.

Niet hoeven liefhebben,
dan zou het gemakkelijk zijn
om lief te hebben.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2715971-4bfe51144b9b220761a3ffc8ccddfd5c.jpg
Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers ook mijn blog van 11 augustus 2025 en ook mijn blog van 11 augustus 2023 en ook mijn blog van 11 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 11 augustus 2016 en ook mijn blog van 11 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Kees van Kooten, Mark Doty

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Kees van Kooten op dit blog.

Uit: Hedonia

“Kees van Kooten stond voor het raam, denk ik hardop; hij stond voor het raam, keek in de nacht en is dronken. Hij had een groot huis, twee gezonde kinderen, vier dito dieren en een knappe vrouw. Het huis is stil, de kinderen slapen en de vrouw is weg. — Maar daarom niet getreurd, bromt hij door het raam naar zijn spiegelend buitenbeeld, vaak kan even weg zijn heel verfrissend werken! Nu geen letargisch lanterfanten — laat ik liever leuke dingen doen! Hij draait zich om en ziet zijn riante kamers rond. De schuifdeuren staan open, waardoor je een geheel krijgt. Ongelooflijk luxe, leuke en moderne dingen laten zich doen, in dit geheel. Ze hebben hier radio, grammofoon, vijfhonderd platen, vier maal zoveel boeken, televisie, video en piano. Door het hele huis hangen leuke schilderijen, litho’s, etsen, tekeningen en zeefdrukken te kijken. Toch weet Kees van Kooten niet wat hij nu voor leuks zou willen doen en dit al voor de derde avond sinds zij weg is! Het leukste wat hij durft bedenken is nu de deur uitgaan, naar Amsterdam, en verder maar zien hoe het loopt. Maar ja, de kinderen. Hij zet zich aan de piano en probeert iets vrolijks te spelen. Dit lukt niet, want ik kan geen piano spelen. Als ik het wel kon, sloop toch in ieder loopje de larmoyante blue note. Ik zet My Favourite Classics op de klep — een muziekboek met Sixty Level One Easy Keyboard Masterworks, bedoeld voor kinderen van twee tot zeven jaar. Ik open met Melody van Friedrich Baumfelder, vervolg met The Fair van Carl Czerny en speel als uitsmijter de Russian Folk Song van niemand minder dan Ludwig van Beethoven. In de anderhalf jaar die ik Van Kooten nu pianoles geef, hebben mens en dier deze drie stukjes al zo vaak gehoord dat ze er dwars doorheen slapen, maar niet zodra begin ik te improviseren of de tent schrikt wakker. Dus dek ik de toetsen toe en druk de radio aan. Ik krijg een wanne oorvijg van een gemaskerde vrouwenstem die zingt: you can do what you want, you can tell me lies, but hold me tight tonight. Carly Simon, schat ik. Ik klap de klep weer open en stuur mijn rechterwijsvinger om de juiste noten. Niet van de melodie, maar die van de veiliger tegenstem. Zo loop ik, als ik niet oppas, bij excursies altijd een paar meter voor mijn gezin uit en wanneer ik meet ik met een muziekje is dat op de vrijblijvende afterbeat Ik ben het wijsje bijna op het spoor wanneer de plaat afloopt en de presentatrice met haar zwaar geschminkte nachtstem zegt: Hè, heerlijk moet dat zijn, om je zo helemaal uit te kunnen spreken en vooral uit te kunnen zingen. Wat een vrouw, die Emmylou Harris! En wie hebben wij daar? Elton John.”

 

2715716-9ffec08ca56eef34c83e9307b2faebae.jpg
Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Mark Doty op dit blog.

 

 

ARARAT

In goudfolie gewikkeld, in de zoektocht
en het gejuich van Paaszondag,
was het de bal van de prinses,
was het het lichaam van de farao
slapend in zijn gouden kist.
Aan de voet van de schutting,
in het gras dat slap was van de ochtendregen,
was het een prijs van de zondagsschool,
zilver voor de tweede plaats, goud
voor de triomfantelijke kleine koepel
van Ararat, en mijn zus
nam me bij de hand en leidde me
naar buiten, het brede, natte gazon op,
en liet me zien hoe ik moest bukken in de dichte nesten
van gras, in het donkerste groen.
Later moest ik het teruggeven,
in ruil voor een prijs,
hoewel ik het ei liever had gehouden.
Wat zou er binnenin gekruld hebben —
krokussen strak op hun klokveren?
Een vogel die zichzelf tot een engel zou zingen
in de hoogste regionen van de tuin,
de vlammende pijl van de ochtend?
Elk klein ding kan je redden.
Omdat het gouden ei ooit in mijn mandje
glinsterde, ook al werd mijn kindertijd
een immense, donker wordende laag water
was ik Noach, en ik was zijn ark,
en er waren twee van elk dier in mij.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2715716-bcfbd8fc15ed596b687b95f98e1c5c17.jpg
Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 10 augustus 2017 en ook mijn blog van 10 augustus 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:01 Reageer op dit bericht

August (Lizette Woodworth Reese), Luuk Gruwez, Philip Larkin

 

 

 

2715587-d2a684417de3d3600268255466b68d55.jpg
Reflections of August door Emil Atanasov, 2022

 

 

August

No wind, no bird. The river flames like brass.
On either side, smitten as with a spell
Of silence, brood the fields. In the deep grass,
Edging the dusty roads, lie as they fell
Handfuls of shriveled leaves from tree and bush.
But ’long the orchard fence and at the gate,
Thrusting their saffron torches through the hush,
Wild lilies blaze, and bees hum soon and late.
Rust-colored the tall straggling briar, not one
Rose left. The spider sets its loom up there
Close to the roots, and spins out in the sun
A silken web from twig to twig. The air
Is full of hot rank scents. Upon the hill
Drifts the noon’s single cloud, white, glaring, still.

 

 

2715587-e2ef726fd7bdcbb0503b1d0d9d801826.jpg
Lizette Woodworth Reese (9 januari 1856 – 17 december 1935)
Waverly, Baltimore, de geboorteplaats van Lizette Woodworth Reese

 

 

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

 

Kapper

Hij weet niet wie er woont onder mijn schedel,
maar zorgt met schaar en scheermes en tondeuse
dat het er onherbergzaam wordt en ieder mij
verlaat en op de vlucht slaat naar de verre plek

waar men maar beter zonder mij kan wonen.
Mijn kapper zwijgt zo traag dat hij zich peinzen
hoort en vraag na vraag welt pijnlijk in hem op.
O, alle vragen die hij mij niet stelt.

Maar sta ik uit zijn kapstoel op, voel ik mij
niettemin beroofd en kaal en leeggevraagd.
Daar waait mijn laatste engel uit mij weg: zie hoe
die zich te pletter vliegt tegen het spiegelglas.

 

 

Solo e pensoso

Ben ik een zanger of een godje uit een shoarmatent,
een mankementige charmeur, een potentaat?
Ik slenter op een vrijdagochtend in april
met opgezette kraag langs de kapellen

van de wellust in de Aarschotstraat. Ik gluurde en loer
als was ik op een jachtrevier waar ik die lepe rotnatuur
incognito betrappen wil op – zonder meer –
haar mooiste wild. En dat het hier niet Brussel is,

ondermaans en vies en met een lucht van pis,
maar een welriekend hemel dal bij Avignon
in dertienhonderd zevenentwintig, heel precies:
dit alles leert mij, domme dichter, mijn lectuur.

Toch wenkt er mij van tijd tot tijd een draadloze pausin
met gsm die achter glas daareven nog te breien zat
en die in Blue Lagoon of in Bar Edelweiss
een kusmond zet (als van een goudvis in een kom)

en naar mij glimlacht met haar hedendaagse kont.
Maar het is Lore niet die naar mij lonkt.
Mijn Lore ging compleet voor mij verloren
vanaf het ogenblik dat ik haar vond.

 

 

Zuster maan

Mijn zus hield in haar nachtkastje een regenboog
gevangen. Een regenboog en een dood paard.
Tussen tampons en maandverband.
Ik kon, ik wilde haar maar niet geloven.

Zo kwam het dat ik minder van haar hield.
Een regenboog en een dood paard. In haar nachtkastje!
Gevangen! Zij had het sleuteltje aan een halssnoer gehangen,
pal tussen pas begonnen borsten, veelbelovend,

die zij bewaarde en liet groeien voor een latere.
Geen mens heeft ooit zo’n zus gehad als ik,
zo een die wapperde met haar gedachten
of borsten kweekte voor de allerbeste

en kwispelstaartte met haar liefdesverdriet.
Tot zij hoogzwanger in de hitte van augustus
in een madammenjurk van Pierre Cardin
onder de intercity tussen Gent en Kortrijk liep.

 

2715587-464692e6e2a9b42942f49464e3ec2379.jpg
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

Naar de kerk

Zodra ik zeker weet, dat ik alleen ben
stap ik hier binnen, trek de deur achter me dicht.
Alweer zo’n kerk met rijen banken, oude steen,
overal boekjes; bloemen, afgeknipt
voor zondag, nu verkleurd; glimmende dingen,
daar, waar het heilige gebeurt; een orgeltje;
een oude stilte, vol tastbare spanning
die, God weet al hoe lang, hier hangt. Ik heb geen hoed
maar haal beleefd de fietsklem van mijn broek

en loop naar voren, strijk over het doopvont.
Het dak ziet er, van onderaf gezien, goed uit.
gerestaureerd? Geverfd? Ik weet het niet, hoe het komt.
Ik ga de preekstoel op. Ik declameer
een paar loodzware verzen, en besluit
met tot zover. Ik klink toch harder dan ik dacht.
De echo doet me na, en ik loop naar de uitgang,
teken het boek, doneer een klein bedrag,
ik weet niet goed meer waar ik hier voor kwam

en toch kwam ik hier weer. Zoals in feite vaak
en altijd weer zonder idee, uiteindelijk,
niet wetend waar te kijken, met de vraag,
als kerken ooit volledig uit de tijd zijn,
wat wij met die gebouwen doen, houden we dan
sommige kathedralen open voor publiek,
met al dat heiligs mooi tentoongesteld,
en sloopt de regen en het vee de andere –
wil niemand dan nog op die onheilsplaatsen komen?

Of komen in de nacht dan vreemde vrouwen
hun kinderen een steen aan laten raken
om zo van kanker te genezen; zouden ze
een dode rond zien lopen, ’s avonds laat?
Iets van de kracht zal wel blijven bestaan
in spelletjes en schijnbaar onlogische namen;
maar bijgeloof, net als geloof, dat blijft niet duren,
wat blijft, als ook het ongeloof voorbijgegaan is?
Gras, onkruid op de tegels, een paar muurtjes, lucht

en elke week iets minder van de vorm,
een minder duidelijke functie. Wie,
vraag ik me af, is dan de laatste die hier komt,
voor wat dit was. Iemand, misschien, die
wat op het hout klopt, weet dat dit het koor heet?
Een zuiplap, zoekend naar antiek,
een kerstliefhebber, die nog hoopt
op het geluid van orgels en de lucht van wierook?
Of iemand namens mij, meer zoals ik,

die hier verveeld en ondeskundig komt, maar weet
wat het gehalte geest is op dit kruispunt, deze grond,
die hier, gemengd met stadsstof, zuinig is geweest,
die heeft bewaard wat nu alleen nog voorkomt
in afscheid, trouwerijen en geboortes,
in dood en denken aan de dood – omdat daarvoor
dit ding gebouwd is? Ik heb geen idee
wat deze opgetuigde klamme huls nog waard is,
ik sta hier graag in stilte, en alleen.

Een serieus gebouw op serieuze grond,
hier hangt de lucht van al onze obsessies
die hier, als noodlot aangekleed, tot rust komen.
En dat is dan toch iets dat niet verdwijnt,
want steeds is er weer iemand die zichzelf verrast
met de behoefte voortaan serieus te zijn,
zijn aandacht zal op deze grond worden gericht:
hij hoorde, dat dit goede grond voor wijsheid was,
alleen al door de vele doden die hier liggen.

 

 

Vertaald door Menno van der Beek

 

2715587-966c1fd17ea3a52a900dc0c9012432d7.png
Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 9 augustus 2019 en ook mijn blog van 9 augustus 2017 en ook mijn blog van 9 augustus 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:02 Reageer op dit bericht

Klaus Ebner, Philip Larkin

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Klaus Ebner werd geboren op 8 augustus 1964 in Wenen. Zie ook alle tags voor Klaus Ebner op dit blog.

Uit: Glut: Legende vom Woher und Wohin

„Am Anfang war das Wort: »Geh!«, einfach nur .geh!.. Wehmütig blickte er zurück, auf die moosbewachsenen Ausläufer des Gebirges, über die Baumwipfel, bis hinab in die große Ebene, wo er, unterhalb der Höhlen, die Windschilde der Sippe wusste. Dort hatten sie gespielt und von der Gefährlichkeit des Feuers er-fahren, dort hatten sie die Spuren des Wildes lesen gelernt und oftmals Gazellen gejagt. Mewonn erschrak. Hinter der Felskette zu seiner Linken stieg Rauch in den Himmel, und das Gedröhn erkannte er als den schaurigen Lärm aus Kindheitstagen. Damals war alles noch in der Ferne gelegen: dunkel und drohend, aber trotzdem allgegenwärtig in den Erzählungen der alten Frau. Mewonn ahnte die Nähe des Feuers, und trotz des Windes glaubte er seine Hitze zu spüren —war es das, wovon die Alten stets gesprochen hatten? Am Gürtel fühlte er den glatten Stein der Axt. Nicht einmal zu essen hatten sie ihm geben wollen, kein Fell und kein Werkzeug. Die Mitnahme der Axt war nur Gresonn zu danken. Er hatte die andern zurückgehalten. Ihn vermisste Mewonn als Einzigen, und der Gedanke, ihn für immer verloren zu haben, schmerzte. Mewonn und Gresonn hatten dieselbe Mutter. Alaala war als Mädchen aus den Wäldern gekommen, um ihre Söhne in der Tiefebene großzuziehen. Jeden Tag waren sie zusammen gewesen, und auf der Jagd konnte der eine sich auf den andern verlassen. Nun fühlte er zum ersten Mal, dass niemand hinter ihm stand, dass niemand ihm helfen würde, wenn ein Raubtier angriff. Vielleicht aber gab es hier keine Raubtiere, denn das Feuer schien alles Lebende zu vertreiben. Mewonn atmete tief ein und erklomm einen der Felsen, die am Ausläufer des Berges wie verlorene, rein zufällig hingestreute Gesteinsbrocken wirkten. Sie waren jedoch so gewaltig, dass die gesamte Sippe mit vereinten Kräften nicht einen einzigen hätte bewegen können. Oben angekommen, erblickte er weitläufige Wiesen, die näher zu den Gebirgshöhen führten. Grünes Gras beruhigte ihn und gab ein Gefühl von Sicherheit, doch merkte er wohl, dass die Grasbüschel spärlicher wurden und ihre Farbe änderten. Während die Ebene ein Gutteil des Jahres ihr sattes Grün darbot, wirkten die Halme hier oben dünn und schwach. Die grüne Farbe wurde dunkler, und vereinzelt kippte sie ins Braun. Mewonn setzte sich, mit Blick zur Ebene, auf den Boden.“

 

2715468-4b07e8d0551e6f22f744f27211666e4a.jpg
Klaus Ebner (Wenen, 8 augustus 1964)

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

’t Huis is zo droef

’t Huis is zo droef, het blijft verlaten staan
Gemaakt voor het gemak van iemand, hij ging heen,
En kwam hij nu maar terug. – Zo dus, ontdaan
Van de bewoners, valt het huis uiteen
En haalt, berooid, nergens de kracht vandaan

Om zo te blijven als het vroeger was:
Een montere opmaat, feestelijk ingezet
Waar niets op volgde; volg dit droef relaas,
Kijk naar de etsen, het servies, het kabinet,
Muziek, een open vleugelklep. Die vaas

 

Vertaald door Marko Fondse

 

2715468-12b029edb309e0dfc2a06369074330d8.jpg
Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Standbeeld in Hull (Detail)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 8 augustus 2019 en ook mijn blog van 8 augustus 2017 en ook mijn blog van 8 augustus 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:08 Reageer op dit bericht

Robert Seethaler, Philip Larkin

De Oostenrijkse schrijver en acteur Robert Seethaler werd geboren op 7 augustus 1966 in Wenen. Zie ook alle tags voor Robert Seethaler op dit blog.

Uit: Die Straße

„Der Junge spannt das Gummiband. Sein Oberkörper ragt zur Hälfte aus der Luke, er trägt ein hellblaues Pyjamahemd, seine Haare hängen ihm wirr und feucht in die Stirn. Er kneift ein Auge zu und schiebt seine kleine rosige Zunge zwischen die Zähne. Weit unten knallt ein Fenster zu und die Tauben auf dem Dachfirst schrecken auf, Geflatter im gelben Morgen-licht. Rote runde Augen, dürre Beine, spitze Krallen, violetter, moosgrüner, schwarzer Schimmer. Panisch ziehen sie hoch, ehe sie sich fallen lassen und in die Straße abtauchen. Für Sekunden sind die staubigen Flügelschläge zu hören, dann ist es wieder still. Das Licht der aufgehenden Sonne lässt die Fenster in den oberen Stockwerken aufleuchten, blitzt in der Flügelspitze eines Flugzeuges, lässt Rauchschwaden erglühen, die aus den Schornsteinen steigen und vom Wind niedergedrückt in Schlieren und Spiralen über Dächer und Mansarden kriechen, ehe sie in die Re-genrinnen sinken und sich auflösen. Der Junge blinzelt. Er lässt die Schleuder sinken, wischt sich mit dem Handrücken eine Strähne aus der Stirn und starrt auf die Stelle, wo eben noch die aneinander-geschmiegten Körper der schlafenden Tauben waren.
Carl sagt, wir sind über hundert, aber was weiß der schon. Letzte Woche haben sie ihm den Bauch aus-geräumt. Eine Niere und den größten Teil vom Darm. So etwas steckt keiner einfach so weg. Ich weiß genau, wie viele wir sind, weil ich mit der Küche rede. Auf Schwestern und Pfleger ist kein Verlass, die müssen nicht wirtschaften. In der Küche wird mit spitzem Stift gerechnet, bei den Preisen für Kaffee und Gemüse zählt jede Portion. Gestern waren wir noch siebenneunzig, und heute ist Greta Bläulein gestorben. Sie haben sie rausgetragen und das Na-mensschild von der Tür geschraubt, flüsternd wie Diebe in der Nacht.
In diesem Jahr gibt es mehr Tote. Keine Ahnung, warum. Vielleicht hat es mit dem Wetter zu tun. Die Alten beklagen sich, dass die Fenster undicht sind, dabei weiß doch jeder, dass unter perfekt abgedichteten Fenstern der Schimmel blüht. Heute Nacht ist es ruhig. Manchmal spricht einer im Schlaf, aber wenn hier im Schwesternzimmer das Radio läuft, ist selbst das Husten kaum zu hören. Am liebsten ist mir die Zeit zwischen drei und vier. In den Gängen ist es dunkel und still, nur über der Nummer 14 leuchtet das Notlicht. Frau Szevkovic meint, sie könne nur schlafen, wenn sie weiß, dass das Lämpchen brennt. Mir ist es recht. Da liegen sie in ihren Betten und treiben dahin wie in kleinen Booten, jeder für sich ganz allein auf dem tiefen, schwarzen Meer aus Benzodiazepinen.“

 

2715341-5aea858a12d7341a07afc92be4e170a2.jpg
Robert Seethaler (Wenen, 7 augustus 1966)

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

 

Water

Als ik erbij geroepen werd
om een religie op te zetten
zou ik daar water voor gebruiken.

Om bij de kerk te komen
zou men door water moeten waden
naar droge, nieuwe kleren.

Mijn liturgie zou beelden
van onderdompeling bevatten,
een woest en vroom doordrenken,

en ik zou in het oosten
een glaasje water heffen
waar licht uit alle hoeken
tesaam zou komen, eindeloos.

 

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

2715341-4aac623b8dae056209ad9f50eed2ea5e.jpg

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Philip Larkin en zijn partner Monica Jones

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e augustus ook mijn blog van 7 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 7 augustus 2017 en ook mijn blog van 7 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2.




Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Kjell Westö, Philip Larkin

De Finse schrijver Kjell Westö werd geboren op 6 augustus 1961 in Helsinki. Zie ook alle tags voor Kjell Westö op dit blog.

Uit: Dämmerung (Vertaald door Kristina Maidt-Zinke)

 „Der Zug rollte langsam aus dem Bahnhof von Helsingfors, um zwanzig Minuten vor Mitternacht an einem bitterkalten Donnerstag im Januar. Der Krieg dauerte schon fünfzig Tage, und Molly Timm beugte sich vor, in der Hoffnung, etwas zu sehen; Menschen, die zum Abschied lächelten, winkende Hände, einen Lichtstreifen, was auch immer. Aber der Bahnsteig war verdunkelt, wie die ganze Stadt ringsum, und alles, was sie sah, war ihr Gesicht, das sich im Fenster spiegelte, bleich und mit Augen, die ihr so sorgenvoll entgegenschauten, dass Molly sich zusammennehmen musste, um nicht wegzusehen. Sie verzog den Mund, machte ihre Augen schmal und gab dem Spiegelbild einen neuen, anderen Blick. Einen fragenden und amüsiert ironischen Ausdruck, geradezu spöttisch. Und dann fügte sie noch ein kleines bisschen Mystik hinzu, etwas Geheimnisvolles und Verletzliches. In den guten Jahren hatten die Regisseure der Filmgesellschaften und die Werbeleute vom »Timm-Blick« gesprochen, der jeden Widerstand dahinschmelzen ließ und Männer und Frauen gleichermaßen verhexte. Doch jetzt war das Gesicht nackt und ängstlich, so als würde es um mehr Puder und Schminke betteln, und als Ihr Gegenpart war es furchterregend und kannte sie in- und auswendig. Jedes Mal, wenn sie ihr Mienenspiel veränderte, zahlte es ihr die dunkle Doppelgängerin hinter dem Glas mit gleicher Münze zurück. Aber Molly gab nicht auf. Zuerst warf sie einen verstohlenen Blick über ihre Schulter ins Abteil; da saß Asta Heikel mit geschlossenen Augen, den Mantel bis zum Hals zugeknöpft, und schien zu schlafen. Molly lehnte sich wieder vor, so nahe ans Fenster, dass ihre Lippen die eisige Scheibe berührten.
Als sie die Worte flüsterte, beschlug das Glas, aber sie konnte sehen, wie die Lippen der Doppelgängerin sich bewegten: Ich. Bin. Molly. Timm. I. Am. Undeniably. Mole. Timm. Wieder begegnete sie dem Blick im Spiegel, er war müde und hart geworden. Dann wiederholte sie die Worte auf Schwedisch und auf Englisch. Das machte sie manchmal, dass sie sich diesen einen Satz immer und immer wieder vorsagte. Denn es gab so viele, die nicht so hießen, wie sie behaupteten. Und die nicht waren, was sie zu sein vorgaben.“

 

2715199-62ef95d7c05c04ffbd6ac65add42d0e6.jpg
Kjell Westö (Helsinki, 6 augustus 1961)

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

 

Laat ons zingen

Ze naaien je op, je pa en moe,
al willen ze daar niet zo heen.
Ze stoppen je hun fouten toe,
doen er wat bij, voor jou alleen.

Maar zelf zijn ze ook opgenaaid
door dwazen met antieke hoeden.
Streng hebben die hun kroost gepaaid
of waren onderling aan ’t woeden.

De mens geeft zijn ellende door,
een modderbank die langzaam stijgt.
Ga er zo gauw je kunt vandoor,
zorg dat je zelf geen kinderen krijgt.

 

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

 

2715199-6e01a33eeaada093997bae97c6e0338f.png
Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Philip Larkin en zijn partner Monica Jones

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Annette Wynne werd geboren in Brooklyn, New York, in 1889. Na haar afstuderen begon Wynne te werken als lerares in Alaska. Ze woonde en werkte ook als redactrice voor een tijdschrift in de jaren 1910 in Portland, Oregon. Rond 1920 keerde ze terug naar Brooklyn, waar ze trouwde met collega-leraar Benjamin Steigman. In 1919 werd Wynnes debuutbundel met kindergedichten, “For Days and Days: A year-round treasury of child verse”, gepubliceerd, gevolgd door “Treasure Things” in 1922. Ze overleed in 1952 in Westchester County, New York In 1924 verscheen “The Trip thru Fairyland: Great Onyx Cave. Edwards, 1924. In 1932 volgde “All through the Year: Three hundred and sixty-five new poems for holidays and every day”.

 

Why was June made?

Why was June made?
Can you guess?
June was made for happiness!
Even the trees
Know this, and the breeze
That loves to play
Outside all day,
And never is too bold or rough,
Like March’s wind, but just a tiny blow’s enough;
And all the fields know
This is so—
June was not made for wind and stress,
June was made for happiness;
Little happy daisy faces
Show it in the meadow places,
And they call out when I pass,
“Stay and play here in the grass.”
June was made for happy things,
Boats and flowers, stars and wings,
Not for wind and stress,
June was made for happiness.

 

 

A letter is a gypsy elf

A letter is a gypsy elf
It goes where I would go myself;
East or West or North, it goes,
Or South past pretty bungalows,
Over mountain, over hill,
Any place it must and will,
It finds good friends that live so far
You cannot travel where they are.

 


Annette Wynne (1889 – 1952)

Cover (Geen portret beschikbaar)

 

Zie voor de schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 6 augustus 2019 en ook mijn blog van 6 augustus 2017 en mijn blog van 6 augustus 2016 en ook mijn blog van 6 augustus 2015 en ook mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Wendell Berry, Conrad Aiken

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Wendell Berry werd geboren op 5 augustus 1934 in Henry County, Kentucky. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Wendell Berry op dit blog.

 

 

Testament

And now to the Abyss I pass
Of that Unfathomable Grass…

1.
Dear relatives and friends, when my last breath
Grows large and free in air, don’t call it death —
A word to enrich the undertaker and inspire
His surly art of imitating life; conspire
Against him. Say that my body cannot now
Be improved upon; it has no fault to show
To the sly cosmetician. Say that my flesh
Has a perfect compliance with the grass
Truer than any it could have striven for.
You will recognize the earth in me, as before
I wished to know it in myself: my earth
That has been my care and faithful charge from birth,
And toward which all my sorrows were surely bound,
And all my hopes. Say that I have found
A good solution, and am on my way
To the roots. And say I have left my native clay
At last, to be a traveler; that too will be so.
Traveler to where? Say you don’t know.

2.
But do not let your ignorance
Of my spirit’s whereabouts dismay
You, or overwhelm your thoughts.
Be careful not to say
Anything too final. Whatever
Is unsure is possible, and life is bigger
Than flesh. Beyond reach of thought
Let imagination figure

Your hope. That will be generous
To me and to yourselves. Why settle
For some know-it-all’s despair
When the dead may dance to the fiddle

Hereafter, for all anybody knows?
And remember that the Heavenly soil
Need not be too rich to please
One who was happy in Port Royal.

I may be already heading back,
A new and better man, toward
That town. The thought’s unreasonable,
But so is life, thank the Lord!

 

 2715051-4dc4ac0203f6e5b41ceeb1b105d63154.jpg
Wendell Berry (Henry County, 5 augustus 1934)

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

 

Ballingschap

Deze heuvels zijn zanderig. Bomen zijn hier klein. Kraaien
Krassen somber in een hemel van dorre glans,
Klagen in stoffige dennenbomen. Gele dageraad
Verlicht de lange bruine hellingen met een ijzige dauw,
Dauw zo zwaar als regen; de konijnenpootafdrukken
Zijn er scherp in te zien, zoals in sneeuw.
Maar het verdwijnt snel in de zon – wat heeft het voor zin?
De huizen, op de helling of tussen de bruine bomen,
Zijn grijs en verschrompeld. En de mannen die hier wonen
Zijn klein en uitgemergeld, spinachtig, met grote ogen.

Neem water mee als je hier komt wonen –
Koude, rinkelende waterreservoirs, of anders putten zo diep
Dat je naar de Ganges of de Himalaya kunt kijken.
Ja, en neem bergen mee, witte, maanverlichte,
IJsbergen. Je zult deze nodig hebben
Diepe diepten en pieken van nattigheid en kou.

Breng ook, in een kooi van draad of wilgentakken,
Goudkleurige vogels, die zullen zingen
Over bladeren die niet verdorren, waterige vruchten
Die zwaar hangen aan lange melodieuze takken
In de blauwzilveren bossen van diepe valleien.

Ik ben hier nu al – hoeveel jaar? Ontelbare jaren.
Mijn handen worden klauwachtig. Mijn ogen zijn groot en uitgehongerd.
Ik heb geen vogel meegenomen, ik heb geen waterput
Waarin ik de maan, een rivier of sneeuw zou kunnen vinden.
Op een dag, bij gebrek daaraan, zal ik een web spinnen
Tussen twee stoffige dennentoppen en daar hangen
Met mijn gezicht naar beneden, als een spin, zo lichtjes weggeblazen
Als een spook van een blad. Kraaien zullen om me heen krassen.
’s Morgens en ’s avonds zal ik de dauw drinken.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2715051-240509b05f8fc2d343c3daf04d1188b5.jpg
Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2025 en ook mijn blog van 5 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 5 augustus 2018 en ook mijn blog van augustus 2017 en ook mijn 2 blogs van 5 augustus 2011.

Geschreven door Romenu om 15:37 Reageer op dit bericht

In August (Paul Laurence Dunbar), Stefan van Dierendonck, Martin Piekar

 

 

2714934-7a8069320e8835f2d36cb8bea59de0e3.jpg
Middaglandschap in augustus door Pierre Bonnard, 1915

 

 

In August

When August days are hot an’ dry,
When burning copper is the sky,
I ‘d rather fish than feast or fly
In airy realms serene and high.

I ‘d take a suit not made for looks,
Some easily digested books,
Some flies, some lines, some bait, some hooks,
Then would I seek the bays and brooks.

I would eschew mine every task,
In Nature’s smiles my soul should bask,
And I methinks no more could ask,
Except—perhaps—one little flask.

In case of accident, you know,
Or should the wind come on to blow,
Or I be chilled or capsized, so,
A flask would be the only go.

Then could I spend a happy time,—
A bit of sport, a bit of rhyme
(A bit of lemon, or of lime,
To make my bottle’s contents prime).

When August days are hot an’ dry,
I won’t sit by an’ sigh or die,
I ‘ll get my bottle (on the sly)
And go ahead, and fish, and lie!

 

2714934-9f4c8eaf8539aeefe02d76392930c367.jpg
Paul Laurence Dunbar (27 juni 1872 – 9 februari 1906)
Dayton (Ohio), de geboorteplaats van Paul Laurence Dunbar

 

 

De Nederlands schrijver en gewezen priester Stefan Clemens Maria (Stefan) van Dierendonck werd geboren in Gemert op 4 augustus 1972. Zie ook alle tags voor Stefan van Dierendonck op dit blog.

Uit: En het regende brood

“De rozen lijken zich te herstellen,” zei ik. De doos was van karton, de zilveren tape zorgvuldig aangedrukt; op een hoek zag ik een grillige kring van opgedroogd water. “Weerbarstige planten zijn dat toch. Snoeien moet je Ieren, dat blijkt maar weer. Ik hoop dat ze in de toekomst weer het hoofdaltaar kunnen sieren.”
Ik zweeg.
“Goed. Dit pakket is verzonden door Clemens Driessen, en blijkbaar enkele maanden zoekgeraakt in de post. Het is een wonder dat het nog is opgedoken.” Even leek hij te grinniken; toen hernam hij zich. “Natuurlijk staat Clemens’ geval me nog helder voor ogen. Ik herinner me onze gesprekken over zijn coeliakie, over zijn onvermogen om die een plaats te geven in zijn priesterschap. Ik weet hoe aangeslagen je was door zijn ontijdige einde. Onze hele gemeenschap heeft voor jou en voor je leerling gebeden; we hebben je ondersteund in de verwerking van je verdriet. Vergeet dat niet nu ik je deze doos ga overhandigen. Jij hebt er recht op om de laatste boodschap van Clemens in te zien. Ik heb het in gebed voor de Heer gebracht en het besproken in dc raad van monniken. We zijn er zeker van dat Hij het zo wil. Moge je antwoorden vinden en vrede.”
Hij tilde zijn handen van de doos. De flappen veerden omhoog. De tape bleek doorgesneden; de abt had alles ingezien en beoordeeld, natuurlijk. Tenslotte is hij als vader door de gemeenschap gekozen, door God in die taak bevestigd, een goede herder voor zijn kudde. Ik begreep het maar al te goed. Niettemin bleef de oude slang mijn hart knellen, mijn longen pletten, mijn maag knijpen; mijn lijf was te klein voor mijn organen en het beest.
“Dank u,” zei ik, met mijn blik op de kiezels in de betonnen vloer, en ik nam het karton en liep naar de deur.
“Graag had ik de doos bij de vespers terug,” sprak de abt achter me.
Ik liep door naar mijn vrijwillige privé cel, mijn kamer in een anoniem gebouw. Nooit had ik die als mijn bezit beschouwd, zoals de regel voorschrijft; nu was hij veranderd in mijn domein. Ik sloot de deur achter me, draaide de sleutel om. Ook voor het eerst.
De verhuisdoos plaatste ik op mijn werktafel. Ik ging zitten, langzaam.”

 

2714934-edd4febe1d467509ac9eb4dbd346e4b5.jpg
Stefan van Dierendonck (Gemert, 4 augustus 1972)

 

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

 

Zie onder het vlees de poging om de urn op te blazen door afwezigheid

Het sensationele elders en zijn
Inclusieve duisternis van agitatie
Een sluisdeur in de natuur, een visval op
De tweede blik onder het vlees
Vreet stoffig geruis zich vrij
Eerst de stemmenvangst dan – alsjeblieft niet –
De moraal, ondermijnt geen kopieerfouten
Dit is het stempel van de vereniging
Der niet-stemmers

De verstomden
In het koor van de ongehoorden
Zijn niet de ontstemden, hun monden vol
Angst en rimpels, die zich druk maken over de
Ontgrenzing van stemloosheid en stem
Alleen stem en stemloosheid zijn onder
Het vlees te horen, fonemen
De bijl van de domheid ontstemt
Op de meest elliptische manier

Wat is dat
Voor 1 groep niet-stemmers?

Je redenen zullen worden genegeerd, dat beloof ik.

Nu is het
Party, party, partytijd met champagne-receptie.
Tot leedvermaak achteraf.
Alles is even onbestemd onder
Het vlees, kijk eens onder het vlees.
Is er nog utopie en hoop is er nog
Een bedelaar, bepaald door gisteren, voordat
Het geschiedenis voordat het voorbij is. Het maakt
Niet uit dat feiten niet met gevoelens
Overeenkomen, dat dat een feit is
Klopt niet dat morgen
Een nieuwe dag is klopt ook niet.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2714934-5fb81edbbb742b6a47f5d98c07b0e8ff.jpg
Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 4 augustus 2019 en ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn drie blogs van 4 augustus 2011 en mijn blog over Robert Beck.

Geschreven door Romenu om 17:57 Reageer op dit bericht

Sommersonate (Georg Trakl), Marica Bodrozić, Mirko Wenig

 

 

 

2714786-115956d636cefc8c335860be3d95559f.jpg
Een vijver in de zomer door Peder Mørk Mønsted, 1906

 

 

Sommersonate

Täubend duften faule Früchte.
Busch’ und Bäume sonnig klingen,
Schwärme schwarzer Fliegen singen
Auf der braunen Waldeslichte.

In des Tümpels tiefer Bläue
Flammt der Schein von Unkrautbränden.
Hör’ aus gelben Blumenwänden
Schwirren jähe Liebesschreie.

Lang sich Schmetterlinge jagen;
Trunken tanzt auf schwülen Matten
Auf dem Thymian mein Schatten.
Hell verzückte Amseln schlagen.

Wolken starre Brüste zeigen,
Und bekränzt von Laub und Beeren
Siehst du unter dunklen Föhren
Grinsend ein Gerippe geigen.

 

 

2714786-dff055ed7ac4050281036a3aa00750a4.jpg
Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Salzburg, de geboorteplaats van Georg Trakl

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Pantherzeit: Vom Innenmaß der Dinge

„Der Frühling ist gekommen. Seine Schönheit und sein Licht sind überirdisch wirksam. Mit der wärmenden Sonne ist unsere Innenzeit einhergegangen. Auf der ganzen Welt sitzen die Menschen in ihren Wohnungen fest. COVID-19 hat uns alle auf die gleiche Weise getroffen: als atmende Einzelwesen, die mit dem empfindlichsten Organ ihres Körpers mit allen anderen Einzelwesen verbunden sind. Vielleicht haben wir das vergessen, diese Verbindung, die die Luft uns zuweist. „Alles, was man vergessen hat”, schreibt Elias Canetti, „schreit im Traum um Hilfe.” Diese Pandemie trägt traumhafte Züge, sie fühlt sich auf eine merkwürdige Weise zeitgleich wirklich und unwirklich an, sie agiert nach Gesetzen, die wir nicht oder noch nicht genau genug kennen. Sie hat die Regie über unsere Gedanken übernommen. Aber es gibt immer noch die Innenwelt, den Blick, der mitgestaltet, weil er genauer sieht und ein Sehen ermöglicht, das alles ändern kann.
Meine Innenwelt möchte dieser äußeren Regie der kollektiven Gedanken widerstehen, ich kann sie lesen, das genügt; also verschlingt sie mich auch nicht. Eine starke Ruhe kehrt in mich ein. Mein Kind sieht mich in diesem Augenblick an, in dem sich alles in mir neu sortiert. Gregor schaut erst unsere Tochter, dann lange und ausdauernd mich an. Ohne zu sprechen wissen wir beide, was wir in diesem Augenblick denken. Denn so viele Jahre haben wir uns immer wieder gefragt, was in unserer Zeit an der Stelle eines Kriegs auf uns zukommen könnte, das unser al-ler Leben verändert. Wir haben über Wasserknappheit nachgedacht, über Klima-katastrophen, über die Gier der wenigen Reichen, über Diktaturen. Aber so etwas haben wir uns nie vorstellen können. Jetzt ist eine Zeitenwende da, und wir sind ihr Anfang, der anderen einmal Geschichte sein wird. Es könnte lange dauern, denke ich. Mein inneres Leben greift gleichsam von alleine auf tiefere Flüge der Seele zurück, die Brücke ist einmal mehr das Buch, diese Welt aus Blättern, die mir schon so viele Male das Leben gerettet hat, die mich zum Atem geführt hat, der aus der Ruhe kommt.“

 

2714786-0b544e70030c2c5c879926e2eef2323a.jpg
Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

 

Kleinsteedse Indianen

Ze rijden niet. Maar
ze bewaken
de maan als ze ’s avonds
samenkomen beneden
op de parkeerplaats waar
de bezorgauto’s staan:
ze worden bespied
door de ogen van buren
achter de gordijnen.

En de een schreeuwt in de wind,
de ander voert kunstjes uit
op de achterkant van zijn skateboard.
O, ze vertrouwen de stilte niet,
hebben geen bivak opgeslagen,
en steeds weer,
het bij elkaar steken van de hoofden,
het uitwisselen van kusjes
met bleke meisjes.
aan de overkant, op de spoordijk,
groeien kabels uit het gras;
hier zijn geen treinvonken meer te zien.

Dan plotseling, het vertrek.
Ze gaan naar huis of
naar een café
waar geen bier meer is: onderweg
veranderen de scheuren in het asfalt
in kleine slangetjes.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2714786-c25b23cfb68f74246e252ed93703e0bd.png
Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2023 en ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 15:59 Reageer op dit bericht

Im Sommerwind (Reinhold Fuchs), Jussi Adler-Olsen, Conrad Aiken

 

 

 

2714662-3b8aaf880966167b64ae2bf7755ffcaa.jpg
Tarweveld in de zomer door Ludmilla Ukrow, 2021

 

 

Im Sommerwind

Hoch stehen des Roggens mattgoldene Wände
Zur Rechten und Linken in flimmerndem Duft.
Schwellender Segen rings und kein Ende;
Kosend, wie schmeichelnde Mutterhände,
Streichelt die nickenden Ähren die Luft.

Sinnend vom Feldrain im Schwarzdornschatten
Laß ich ins Weite die Blicke gehn. –
Herz, o wie sanft sich die Sorgen bestatten,
Wenn um glühenden Mohn über grünende Matten
Hauche von blühenden Rosen wehn!

Was du in sternlosen Nächten geduldet,
Was du verloren, versäumt und verschuldet,
Dünkt dich ein Traum, der verweht und zerrinnt,
Während wie segnender Feen Schreiten
Rings in den wogenden Halmengebreiten
Flüstert und säuselt der Sommerwind.

 

2714662-623ce72ace4b63d239f0d33e3aa7808b.jpg
Reinhold Fuchs (8 juni 1858 - 12 mei 1938) 
Leipzig, de geboorteplaats van Reinhold Fuchs

 

 

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: Dossier 64 (Vertaald door Kor de Vries)

“Proloog
November 1985
Op een onvoorzichtig moment ging haar gevoel met haar op de loop. Het koele, broze champagneglas tussen haar vingers, het geroezemoes van stemmen en de soepele hand van haar man om haar middel. Afgezien van verliefdheid waren er slechts fracties van seconden in een verre jeugd die dit gevoel konden oproepen. De geborgenheid van haar grootvaders gekeuvel. Gedempt gelach, terwijl je in slaap viel. Gelach van mensen die allang verdwenen waren. Nete perste haar lippen op elkaar om haar gevoel niet met haar op de loop te laten gaan. Dat gebeurde af en toe. Ze rechtte haar rug en keek uit over het rijke palet aan fleurige jurken en ranke ruggen. Er waren veel mensen afgekomen op het feestdiner ter ere van de Deense winnaar van de Grote Scandinavische Prijs voor Medicijnen van dit jaar. Onderzoekers, artsen, de hotshots van het land. Een gezelschap waar ze niet echt voor was geboren, maar waar ze zich in de loop van de jaren steeds beter op haar gemak voelde. Ze haalde diep adem en wilde een tevreden zucht slaken, toen ze door de menigte van hoog opgestoken haar en mannen met strak geknoopte vlinderdasjes veel te duidelijk een blik op zich gericht voelde worden. Deze ondefinieerbare, verontrustende elektrische ontladingen die alleen ogen kunnen uitzenden die niets goeds met je voor hebben. Ze dook instinctief opzij, als een opgejaagd dier dat dekking zoekt in het struikgewas. Ze legde haar hand op de arm van haar man en probeerde te glimlachen, terwijl haar ogen heen en weer schoten tussen de in feestkleding gestoken lijven en de lichte rook van de kroonluchters. Een vrouw gooide in een moment van vrolijkheid haar hoofd achterover en maakte zo een blik op de achterste muur van de zaal mogelijk. Dáár stond hij. De gestalte stak als een vuurtoren boven iedereen uit. Ondanks zijn ronde rug en zijn kromme benen een massief, reusachtig wild dier dat zijn ogen als schijnwerpers over de menigte liet glijden. Ze voelde opnieuw zijn intense observatie diep in haar lijf en wist heel zeker dat alles in haar leven in een paar seconden in elkaar zou storten als ze op dit moment niet reageerde.”

 

2714662-4d567c753be360f8e0e4087bfd4a5b0f.jpg
Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

 

Preludes voor Memnon

XLII

Sluit het dagboek in je hart, dat de natuur bijhoudt;
Rep van het berijpte, kreupele waterkersblad;
Zie dat de hagendoornboog met ijs is opgetuigd,
En dat de slak, mettertijd, door malheur bevangen raakt;
Ontwerp de winter op een vensterglas,
Laat in een door de herfst uitgewoond web een waterig zonnetje schijnen;
Herinner je de zomer als de vliegen niet meer zoemen;
Herinner je de lente als de kille spin slaapt.

Zo’n dagboek zegt ook het volgende: het hart
Sloeg vandaag twee of drie keer zonder goede reden,
Voor vrienden en geliefden die voor hun tijd gestorven zijn,
Voor wijsheid die te laat kwam, en voor niets.
Noteer ‘de hand die schudt’, ‘het oog dat staart’;
‘De stap die wankelt tussen vanwaar en vandaar’;
Aanschouw dat rozenbottels en bessen het helderst rood
Opgloeien als Noordpool en zon het verst van elkaar af staan.

Teken aan dat de maan er is, koud als altijd,
Met de eeuwen op haar gelaat, en ijs en sneeuw,
Zoals alleen de tot stand brengende geest kan weten,
Wanneer liefde en haat twijgen zijn die beven.
PS: het is opgehouden met regenen.
De wind draait vanuit het zuidwesten naar het zuiden,
Alle rampen zijn vergeten, pijntjes vergeven,
En de veranderlijke Poolster straalt voor eeuwig.

Zeg dan: ik was onderdeel van het ontwerp van de natuur,
Kende haar koude hart, want ik was bewustzijn,
Dat ermee begon haar te haten en op het laatst haar zegende.
Ik geloofde in haar, twijfelde, geloofde opnieuw.
Mijn geliefde korstmos had dezelfde wortels als ik,
De sneeuwvlok was mijn vader; ik keer terug,
Na dit intermezzo vol vertrouwen en vragen,
Naar het hart van Moeder aarde, even pijnlijk als toen ik ontstond.

 

 

Vertaald door Hans Dekkers & René Huigen

 

 

2714662-e07b7d1c325ec1b60407d9632d0fa612.jpg
Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2018 en ook mijn blog van 2 augustus 2017 en ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:02 Reageer op dit bericht

Gerrit Krol, Mehis Heinsaar

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

 

Existentie

Heldere nacht met zijn sterren –

minstens één kleine ster is er,
door niemand ooit gezien.

Eén lantaarn vannacht
die heeft geschenen op de tegels
voor niets.

Eén straatlantaarn die heeft geschenen
de hele nacht in een kamer.

Eén man is er die fietst
in de donkere morgen.

Eén man die niet heeft geslapen
en stilstaat voor het licht,

één gedachte, één zweepslag.

 

 

Distantie

Als je door de wolken vliegt maak je het mee:
hoe wit de wereld is
en dicht,
baard van sinterklaas,
kleefband
plakt waar het dunste is,
waar het glinstert
in de diepte: de Noordzee

in de microscoop de zon
een gele vla

staat aan de randen op.

 

 

Fur

Ongerept, ongestreken
zonder stemrecht, onvoorzichtig
onbevreesde onverlaat
opvallend langs de kreek
die zilverwit – daar
gaat hij, zoolganger
zonder Winchester, ongevraagd
ongegrond, onverminderd
onheilspellend, ontveld
gestroopt leven
door het ruggemerg
te scheiden, te drenken
te verven, te bezielen
pelswerk, laatste ventiel.

 

2714569-5b09cadb5a9b6180809884c0fcd6b31b.png
Gerrit Krol (1 augustus 1934 – 24 november 2013)

 

 

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Mehis Heinsaar op dit blog.

 

 

VOOR EN NA

Voor en na
grote oorlogen,
filosofiestudies
en glazen miljoenensteden,
romances van ravissante beauty’s,
gastronomische wonderwerken
en veroveringen
van ongenaakbare bergtoppen,

voor en na
geniale ontdekkingen
op het gebied van de kwantumfysica,
allesverwoestende epidemieën,
bewonderenswaardige tirannen en
een kortstondige triomf
van de democratie

scharrelt er
op een augustusmorgen,
als de vale mist
nog boven de zee hangt,
een mager vosje
langs de lange, zandige kust bij Rooslepa
richting Spitham.

De koele, windstille ochtend
maakt zoetjesaan plaats
voor een warme, zonnige dag.

 

Vertaald door Frans van Nes

 

 

2714569-c441551c9d0984053881c62b251056e4.png
Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 1 augustus 2019 en ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:19 Reageer op dit bericht

Cees Nooteboom, Triztán Vindtorn

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: De omweg naar Santiago

“Door Aragón naar Soria
Het is niet te bewijzen en toch geloof ik het: op sommige plaatsen in de wereld wordt je aankomst of vertrek op geheimzinnige wijze vermeerderd door de emoties van al diegenen die daar eerder zijn vertrokken of aangekomen. Wie een ziel heeft die licht genoeg is, voelt een zachte weerstand in de lucht rond de Schreierstoren, die te maken heeft met de hoeveelheid verdriet van de afscheid-nemers, een soort verdriet dat wij niet meer kennen. Onze reizen duren geen jaren meer, wij weten exact waar wij heen gaan, en onze kans op terugkeer is veel groter. Bij de ingang van de kathedraal van Santiago de Compostela staat in het portaal een marmeren zuil met diepe vingerindrukken, een emotionele, expressionistische klauw, gemaakt door miljoenen handen, waaronder de mijne. Maar het is al een vertroebeling als ik zeg ‘waaronder de mijne, want ik heb nooit met zoveel emotie na het eind van een voettocht die meer dan een jaar duurde die zuil beetgegrepen. Ik was geen middeleeuwer, ik geloofde niet, en ik kwam met de auto. Als je mijn hand daar wegdenkt, als ik er nooit geweest ben, staat die klauw daar nog steeds, door de vingers van al die doden in het harde marmer uitgesleten. Toch had ik, door mijn hand in die negatieve hand te leggen, op een geheimzinnige manier deel aan een gezamenlijk kunstwerk. Een gedachte wordt zichtbaar in materie; dat is altijd wonderlijk. De kracht van een idee dreef vorsten, boeren en monniken ertoe hun hand juist op die plaats aan die zuil te slaan, elke afzonderlijke hand verwijderde de allergeringste hoeveelheid keihard marmer waardoor er, juist omdat dat marmer er niet meer was, een hand zichtbaar werd.
Ik bedenk die dingen terwijl ik langzaam, in de zeer vroege juli-ochtend, op Barcelona afvaar. Daar zal ik een auto huren en dwars of met een slinger over de hele breedte van Spanje voor de derde maal in mijn leven naar Santiago de Compostela rijden. Geen pelgrimage naar de apostel, zoals die van de anderen, eerder naar een vroeger, schimmig geworden zelf, het hernemen van een voorbije passage. Op zoek naar wat? Een van de weinige constante dingen in mijn leven is mijn liefde, een mindere uitdrukking is er niet, voor Spanje. Vrouwen en vrienden zijn uit mijn leven verdwenen, maar een land loopt niet zo gauw weg. Toen ik als twintigjarige in 1953 voor het eerst in Italië kwam, dacht ik dat ik alles gevonden had waar ik, zonder dat bewust te weten, naar had gezocht. De mediterrane schittering sloeg in als een bom, het hele leven één geniaal, openbaar theater tussen de achteloze decorstukken van duizenden jaren grote kunst.”

 

2714435-7b871fb54ece132b5891833df5daae26.jpg
Cees Nooteboom (31 juli 1933 – 11 februari 2026)

 

 

De Noorse dichter Triztán Vindtorn werd geboren als Kjell Erik Vindtorn in Drammen op 31 juli 1942. Zie ook alle tags voor Triztán Vindtorn op dit blog en ook mijn blog van 31 juli 2010.

 

 

De wereld is een prachtige blauwe citroen

De wereld is een prachtige blauwe citroen
zo gewichtloos als alle woorden
wanneer we haar proberen te beschrijven…
wat bevrijd is, draagt ook de verlangens met zich mee
en de angst dat het doel niet bereikt zal worden
tot nu toe kun je de vingers van je geliefde tellen
en op je tenen uit je slaap sluipen alsof je uit een bos komt
tot nu toe kun je de voordeur horen kraken…

binnenkort zal er een vuur door
al je kamers razen en je huis verwoesten…
alle taalparasieten zullen exploderen
en ons gefabriceerde beeld van geluk verbrijzelen
jij half verstikt in de meedogenloze nacht van kleuren
jij te midden van de schuimkoppen van woorden en zinnen
jij alleen op de kust met een omgekeerde zee
als enige zichtbare buur.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2714435-6200e23f525b303812a07e340c03cef3.jpg
Triztán Vindtorn (31 juli 1942 – 4 maart 2009)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2018 en ook mijn blog van 31 juli 2017 en ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Aly Freije, Emily Brontë

De Nederlandse dichteres Aly Freije werd geboren in Veelerveen op 30 juli 1944. Zie ook alle tags voor Aly Freije op dit blog.

 

 

Boven keukentafels

I

Tafelkleed onderuit gerukt, alle pionnen op de grond
op een teruggetrokken buitenpost in een regenbos
spelen wij Mens erger je niet.

Alles heeft een prijs, haten we voor altijd

roze wandlampjes, tantes dwingende stem.
Waar gehakt wordt laat zij gaten vallen, snijden
we ons aan het zwijgen, klettert alweer de regen
wacht het spel.

Bij de stadsvijver deelt zij haar ligstoel
met krijsende meeuwen, eist
gezonde organen, frisse lucht, duikt
uren in de winter onder.

Er moet gelasterd zijn, beklaagd
met een omweg trekken ze naar de engte
van haar trapportaal.

Wat niet gezien wordt sluipt
toch mee naar boven.

Wat is waarheid, wat werkelijkheid hier
waar een vrouw zich steeds verder oprolt
in verwoede verhalen
onder instabiel gesternte, wisselvallig weer.
Grepen de spoorbomen bij de overweg
per ongeluk niet in?

Schaamte legt een deken, niets
wordt aan keukentafels nog opgevangen
tussen servet en tafellaken houdt alles zich stil.

II

Wat doet het meisje dat gaat zoeken, ze graaft
door kweekgras naar wijdvertakte wortelstelsels
haalt vergroeiingen naar boven.
Onder duivelsgras stuit ze met een spitvork
op geheimen, schudt hersenspinsels los.

Broeierig zijn de gangen van het stropakkenhuis
opnieuw volgt ze een spoor.
In een nauwe doorgang kerft
roestig pakdraad met de lauwe geur van bloed
een boodschap in haar bil.

Wat doet het meisje aan een keukentafel
dat over ijsschotsen de overkant wil halen.
Ze trotseert gezichten, spreekt de honden toe, zingt
zigzagt langs scherpe randen, waagt de sprong.
Wat ze vindt is alweer weggeschoven
onder kruiend ijs.

 

2714331-18030868c62125a60a37cb4f6e1924a4.jpg
Aly Freije (Veelerveen, 30 juli 1944)

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire op 30 juli 1818. Zie ook alle tags voor Emily Brontë op dit blog.

 

Stil sluimerende mist rond de spits

Stil sluimerende mist rond de spits
Zwijgend over stormen morgen
Nee de dag heeft zijn vocht versnikt
Geplengd zijn godganse zorgen

O ik ben terug in mijn kindertijd
Jong, onwetend wederom
Mijn vaders dak veilig boven mij
En de muren oud rondom

Bewolkt valt de avond hemelsbreed
De dag trekt zich van mij terug
Donzen mist blauwe mist in mei kleedt
Einders onbereikbare rug

Nevel staat in het lange groene gras
Als ochtendtranen zo zwaar
En dromerige geuren van wat was
Drijven mij naar een vervlogen jaar

 

 

Vertaald door Anjet Daanje

 

 

2714331-14f635be25e76047d60df5ad4c0b27cd.jpg
Emily Brontë (30 juli 1818 – 19 december 1848)
Cover biografie uit 2018

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2025 en ook mijn blog van 30 juli 2024 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

Chang-Rae Lee, Thomas Rosenlöcher

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee op dit blog.

Uit: A Tender Age: A Novel

“Alife can catch up to you. It’s a wonder, really. One morning, maybe you woke up too early, the span of years will collapse and meet you in full. There’s no great thwack. Hardly even a jolt. You could follow the usual motions of the day. But here you are, resolving to pay more attention. You need to pay more attention. Otherwise, you can easily mis-place your everyday fortunes, the fact, say, that you have a loving spouse who is inordinately talented and impassioned; children who have grown up to be wry and kind, and for whom you’d give your life without pause; work that is consuming enough but not ruinously; friends to share food and drink with, and to tell silly stories. Still, I don’t always cherish things as deeply as I should. I try as hard as I can and continue to fail. I want to be here, even if I’m often dreaming. Each moment is a singular moment, particular in its coordinates, the countless dimensions in which those coordinates can be observed and measured a marvelous conspiracy that fixes us in a way that will never be repeated. And yet we can’t help but keep going back to old times, futilely scratching at a spot. It doesn’t matter how significant a certain event or instance was, sometimes the barest irritation will draw incommensurate attention and the skin can go raw before you realize it. Lately, I can’t seem to help but linger on this time or that, those tender ages rife with curiosities, and go over in serial fashion what I might have done or said to defuse a tricky situation or take a more principled stand or else assuage my frustrated heart. So many chances, ceded. What remains are these disparate patches of existence that end up knitting vaster and less randomly than you would have ever imagined. The other day, for instance, I was suddenly thinking about the circumstances of how our girls got our dog. It’s no big thing. We met him when he was three months old, while we were on a vacation in Florida. Old friends happened to live there, a family with a boy and a girl the same ages as our daughters, and during an afternoon visit with them the wife casually mentioned that they were looking for someone to adopt their new puppy. Our girls were playing tug-of-war with the dog, a black-and-white toy terrier and Shih Tzu mix, squealing as he wrenched at the snout of the armadillo plush toy and made his tiny throaty growls, and when they heard her say adopt they both cried out, “Please, Momma, please!”

 

2714207-4bbc419b2faff8ba32cd95ec1e09075a.jpg
Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

De kameel

Dwars door de steppen wandelt de kameel,
de last der wereld zeulen is zijn deel,

achter een heuvel rust hij uit, gebukt,
daar ’t donker zwaar op zijn twee bulten drukt,

de reis is ver en hij moet verder gaan,
beschenen door de sterren of de maan,

bij ochtendstond en als de zon weer straalt,
met schrale kwastjesstaart, de knieën kaal,

totdat hij zich een dag – er was geen rust -,
met elke stap meer losmaakt van zijn last,

waarop men zegt: Daar ligt hij aan de kant,
zijn oog vol vliegen en zijn mond in ’t zand,

anders gezegd: Hij loopt nog immer door,
is aan de kim een donkere stip nog maar,

een stip die voor hemzelf gedurig slinkt,
die haast geheel in ’t dorre zand verzinkt,

totdat vóór hem, bij ’t almaar verder gaan,
de lang beloofde naalde-ogen staan,

Ze blinken in de zon en zijn zo wijd
dat hij er al doorheen is voor hij ’t weet,

en alweer groter wordt met elke schree,
waarmee hij nu het paradijs betreedt,

waar hij door lam en leeuw al wordt verbeid,
ze staren naar zijn bulten, zo vol nijd

dat hij beschaamd glasheldere tranen weent,
totdat de Here Jezus hem verschijnt,

die heeft toen, met zegenend handgebaar
geëffend, eindelijk, zijn bultenpaar.

 

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 

2714207-d4778c47dde3695d4d4223027e5b012a.jpg
Thomas Rosenlöcher (29 juli 1947 – 13 april 2022) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2024 en ook mijn blog van 29 juli 2022 en ook mijn blog van 29 juli 2017 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:17 Reageer op dit bericht

Remco Campert, Claudia Gabler

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

Leven met je

Van top tot teen gloeien
alsof ik word geslagen en gestreeld
door een zon en een storm.

Hoe je mij vult, zoete regen,
beide oren in,
tot ik huid over liefde ben.

Zoals verhalen mij bewogen,
toen ik jong was,
doe je mijn aarde beven.

Bossen branden
en wij openen onze huizen
voor elkanders vlammen.

 

 

Impasse op de heide

een kempse zon schijnt hier
de wereld ontdaan van de franje
der stadse bijgeluiden
ligt als een hersenloos zoogdier
eeuwen te herkauwen
ver van de ijle bomen
der gedachten, eronder
ligt de weg op mij te wachten
wat doe ik in dit niemandsland
ik loop over het dier
dat niet beweegt maar
het speeksel van de uren
van haar kaken druipen laat
ik denk niet meer dan:
pierre laat de zon weer stevig branden.

 

 

Zo blijf je aan de gang

Wat zich afspeelt in de schaduw
in de slaapkamer, in dat huis
waar ze steeds ingaan
– muziek gaat open en dicht –
is voor mij niet na te gaan

volop in de zomer
speel ik met houtjes, met mieren, met knikkers
graaf gangen
nooit langer dan mijn arm

Nu zelf een schaduw
een bed, een huis
muziek zonder begin of eind
mier op weg naar een stroopvlek

maar wat zich daarbuiten afspeelt
is voor mij niet na te gaan.

 

2714109-0c79b613daaa252a6f00cd18eef279a0.jpg
Remco Campert (28 juli 1929 – 4 juli 2022)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

 

Mijn mouwloze truien hingen ineens in alle grote
musea ter wereld. Ik kon zoveel drinken als ik wilde
en had nog steeds dorst.
Ze hadden me kamers met ramen beloofd waar de
regen tegenaan kletterde, en toen hadden ze kleine stukjes lever
gewikkeld in spek.
Ik wilde in een hoek spugen, maar er was geen hoek vrij. Iedereen
om me heen sprak Russisch, en ik vroeg me af
of ze er ooit genoeg van zouden krijgen.
De beschaving eiste het, en er waren buttons voor iedereen.
Op het allerlaatste moment lukte het me om uit de bus te springen
voordat hij naar Joegoslavië terugreed.
Eerst namen ze geen hand voor de mond, en toen vroeg iedereen
ineens om ongewassen ingewanden op
tandenstokers. Maar er was alleen maar vettig fingerfood en
we zaten meteen vol.
De gedachte aan slapen werd obsessief, als dat
al niet zo was.
Nutteloos oververhitte hotelkamers en gekke Serviërs die de
hele nacht aan hun auto’s sleutelden.
Toen viel het water uit en moesten we ongewassen vertrekken,
wat ik niet zou vermelden als er niet op hetzelfde
moment een telefoontje uit Duitsland was gekomen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2714109-1b8d5681d94bd2e2a15082073a607f6f.png
Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2020 en eveneens mijn blog van 28 juli 2019 en ook mijn blog van 28 juli 2017 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.




Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Michael Longley

e Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. De dichter overleed op 22 januari jongstleden op 85-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

 

THE LEVERET

This is your first night in Carrigskeewaun.
The Owennadornaun is so full of rain
You arrived in Paddy Morrison’s tractor,
A bumpy approach in your father’s arms
To the cottage where, all of one year ago,
You were conceived, a fire-seed in the hearth.
Did you hear the wind in the fluffy chimney?
Do you hear the wind tonight, and the rain
And a shore bird calling from the mussel reefs?
Tomorrow I’ll introduce you to the sea,
Little hoplite. Have you been missing it?
I’ll park your chariot by the otters’ rock
And carry you over seaweed to the sea.
There’s a tufted duck on David’s lake
With her sootfall of hatchlings, pompoms
A day old and already learning to dive.
We may meet the stoat near the erratic
Boulder, a shrew in his mouth, or the merlin
Meadow-pipit-hunting. But don’t be afraid.
The leveret breakfasts under the fuchsia
Every morning, and we shall be watching.
I have picked wild flowers for you, scabious
And centaury in a jam-jar of water
That will bend and magnify the daylight.
This is your first night in Carrigskeewaun.

 

 

Fifty Years

You have walked with me again and again
Up the stony path to Carrigskeewaun
And paused among the fairy rings to pick
Mushrooms for breakfast and for poetry.

You have pointed out, like a snail’s shell
Or a curlew feather or mermaid’s purse,
The right word, silences and syllables
Audible at the water’s windy edge.

We have tracked otter prints to Allaran
And waited for hours on our chilly throne,
For fifty years, man and wife, voices low,
Counting oystercatchers and sanderlings.

 

 

A Hundred Doors

God! I’m lighting candles again, still
The sentimental atheist, family
Names a kind of prayer or poem, my muse
Our Lady of a Hundred Doors.

Supervised by a xenophobic
Sacristan, I plant in dusty sand
Names and faces that follow me
As far as windows in the floor:

Marble stumps aching through glass
For their pagan temple, the warm
Inwardness Praxiteles brought out.
The intelligence of stone.

The sacristan who picks my flame-
Flowers and blows them out, only minutes
Old, knows I am watching and he
Doesn’t care as he shortens my lives.

 

 

DE WATERVAL

Als je mijn gedichten zou lezen, allemaal, bedoel ik,
Mijn levenswerk, in één keer, op één plek,
Laat het dan hier zijn, bij deze halfslachtige waterval
Die elk kiezelbekken zijn eigen stem gunt,
Vochtige stenen en lettergrepen, en dan, als het donker wordt
En je naar huis gaat langs verwilderde wijngaarden en
Kastanjebomen, ooit leveranciers van dwarsbalken, maan
Vormige noten, meel en knisperende vulling voor matrassen,
Laat ze dan hier achter, op de pagina, in je geestesoog, verlicht
Als de vuurvliegjes bij de waterval, een muur van sterren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2713976-b9855de742fcd7da0779ab141054e46b.jpg
Michael Longley (27 juli 1939 – 22 januari 2025)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juli ook mijn blog van 27 juli 2020 en eveneens mijn blog van 27 juli 2018 en ook mijn blog van 27 juli 2017 en ook mijn blog van 27 juli 2011 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Arthur Japin, Dan Coman

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit: Honden in het museum

“Basso is mijn eigen hond. Het is dankzij hem dat al die honden in museums me begonnen op te vallen. Honden op straat trouwens ook. Als je zelf een hondje hebt, herken je dat misschien: vanaf de eerste dag begin je anders naar de wereld te kijken. Met meer aandacht en meer liefde. Waar ik ook kom, sinds Basso bij ons is komen wonen, zijn honden het eerste wat me opvalt, overal. Sinds Basso’s komst bekijk ik de dingen met zijn blik. Daar worden ze mooier van. Ik vertrouw hem volledig en laat me graag door hem leiden. Door de stad, door het bos of dit verhaal, hij is de beste gids die je je kunt wensen.
We zullen Basso hard nodig hebben, want ons onderwerp — museumhonden — is ongelooflijk leuk, maar ook grenzeloos. Iemand moet ons richting geven! In de loop der eeuwen zijn er namelijk zoveel honden voor kunstenaars onmisbaar geweest, en zoveel hebben er hun plaats in de kunstgeschiedenis verdiend, dat het mij al begint te duizelen zodra ik erover nadenk.
Basso is ook de enige hond die ik ken die wél eens een museum heeft bezocht. Twee keer zelfs mocht hij met ons mee naar binnen. In Toscane. Daar begrijpen ze kennelijk beter wat een plezier een hond aan kunst beleeft. Kortom: Basso is een ervaringsdeskundige. Hij zal ons rondleiden en zorgt ervoor dat wij niet verdwalen in dit eindeloze labyrint van hondenkunst. En dat is maar goed ook, want voor het eerste deel van ons verhaal moeten we naar binnen in… een koude, oeroude, griezelig verlaten en pikdonkere grot.
In een grot is het allemaal begonnen, de vriendschap tussen mens en hond. Ergens diep in een rots rond het begin der tijden. Basso weet hier alles van omdat hij een deel van het jaar zelf tussen de overblijfselen van de oertijd woont. Samen met ons. In Zuid-Frankrijk. In een vallei vol prehistorische grotten. Hij is daar ook wel eens in geweest en hij weet er de weg. Bovendien: ’s ochtends plast Basso vaak even tegen Cro-Magnon.
Cro-Magnon is de grot waar voor het eerst botten van een oermens zijn gevonden. Naast hem lagen de resten van zijn hond. Dat klinkt een beetje naar, maar als je erover nadenkt, is het eigenlijk juist heel mooi. Ze lagen daar samen al vijftigduizend jaar. Zo lang en innig hielden ze elkaar gezelschap. Je kunt rustig zeggen dat de eeuwige vriendschap tussen hond en mens in die grot werd geboren.”

 

2713875-e56b9ae681e769b9398940eb3e005346.png
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Dan Coman werd geboren op 27 juli 1975 in Gersa in de provincie Bistrita-Nasaud. Zie ook alle tags voor Dan Coman op dit blog.

 

 

Koekjes met appelmoes

Ik blijf bij Mara bij het raam.
Een prachtige winterdag.
Het sneeuwt terwijl we koekjes met appelmoes eten.
Zonder iets te zeggen.
Ieder met de hele winterochtend voor zich.
Soms stoppen we met eten en
drukken we onze neuzen tegen het glas.
We blijven zo staan zonder iets te zeggen.
Haar adem verwarmt langzaam mijn gezicht.
En langzaam, heel langzaam, verspreidt Mara’s adem
warmte door het park.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2713875-7d548d77f493e25e09b38cae3942e25e.jpg
Dan Coman (Gersa, 27 juli 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2020 en eveneens mijn blog van 26 juli 2018 en ook mijn blog van 26 juli 2017 en eveneens mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:00 Reageer op dit bericht

Lieke Marsman, Claudia Gabler

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

 

 

Oergeknal

’s Avonds zegt een natuurkundige op televisie
dat het ook mogelijk is dat het heelal op een dag
niet langer zal groeien, maar langzaam, sneller
dan het licht, ineen zal klappen. In dat geval
zouden er na ons nog triljoenen heelallen
kunnen ontstaan en hangen we nu slechts
onderaan een stamboom van universa. Stel je voor
dat je jezelf enkel voort kunt planten
door niet meer te bestaan.

’s Ochtends, wanneer ik bij de start
van een dag zie hoe ik opnieuw ben gaan
ademhalen, vergelijk ik dit heen en weer
gegooi van sterren met mijn op en neer
gaande borsten, met de antenne van
een radio, die je doelloos in en uit
kunt blijven schuiven en vervolgens,
vooralsnog mijn meest geslaagde poging,
met een zeeanemoon.

 

 

Sneeuwuilen

Soms, zegt iemand, is het niet uit weerwil,
maar omdat me iets is afgenomen – laatst,
met die documentaire over het uitsterven
van de huismus, bijvoorbeeld, kon ik dat
gevoel toch niet langer negeren. Daar moet ik
even over nadenken.

Er is eens een picknick geweest waarbij ik
honderd keer werd gestoken door mieren en toch
niet kon stoppen met lachen, want er was een picknick.
Mijn vader leerde me hoe je het geluid van een uil
met je handen kunt nabootsen en nog diezelfde dag
verbrandde ik mijn vingers. Niettemin kan ik nu klinken
als een uil. Soms wordt je dus onrecht aangedaan, maar
maakt het je niet zoveel uit. Het is niet erg om bang te zijn
als het een goed verhaal oplevert. Van de andere kant,
ik heb eens gezien hoe vissen elkaar de ogen uitaten en daar
werd helemaal niemand beter van. Zoiets mag je
inderdaad niet negeren, denk ik. En zoals er vissen zijn
met gaten in het hoofd, verlies ik iedere nacht een deel
van mijzelf in de dromen die ik heb, die ik ’s ochtends
aan het ontbijt, of bij het aankleden, nog maar half weet
en dan later nog maar voor een kwart. Deze dingen gebeuren
en we hebben geen invloed. Zo sta je opeens

in een bos bij Berlijn een uil na te doen en het donker
antwoordt met krekels. Het donker antwoordt met kikkers
en kraaien, maar zijn uilen geeft het niet prijs. Je zou de
vissenogen wel van je huid willen wassen, alle uitstervende
vogels niet meer dan ondergesneeuwde herinneringen
laten zijn, sneeuwuilen, misschien nog één keer
niet durven zwemmen in een vijver vol karpers, maar daarna
volwassen worden. Onrecht rechtvaardigt
al deze wensen. Je kunt niet treuren om een mus
die nog overal rondvliegt. Laatst draaide ik me vastberaden om
om te zeggen dat ik vissen niet langer eng vond en keek recht
in de ogen van een middelgrote waterslang. Godallejezus
hoe bang ik ben voor slangen valt niet goed te praten.

 

 2713776-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Lieke Marsman (25 juli 1990 – 3 juni 2026)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

 

Houd je van de microscopische hoeveelheden sproeiwater?

Houd je van de microscopische hoeveelheden sproeiwater,
die uit de bloesems van steden opstijgen,
die zich vestigen,
en ons over bucolische landschappen vertellen,
waar ze langs zullen zijn geslingerd tijdens hun pesttochten,
die zich verspreiden
in onze badkuipen vol geluk?

———
Maar we zijn allang in de tuinen getrokken,
waar vroeger monniken graasden,
bij hun aard passend en hongerig in hun gezang.
Wij, ooit metropoolneurs.
Als wij mensenkinderen nu schoenen aantrekken,
krijgen we er soms blaren in.

———
Liefde, zeg je,
is het verkeerde woord.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2713776-b99b790f6f0e5ae05f94112086d2b1d3.jpg
Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e juli ook mijn blog van 25 juli 2020 en eveneens mijn blog van 25 juli 2018 en eveneens mijn blog van 25 juli 2017.




Geschreven door Romenu om 16:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten