Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Aly Freije, Emily Brontë

De Nederlandse dichteres Aly Freije werd geboren in Veelerveen op 30 juli 1944. Zie ook alle tags voor Aly Freije op dit blog.

 

 

Boven keukentafels

I

Tafelkleed onderuit gerukt, alle pionnen op de grond
op een teruggetrokken buitenpost in een regenbos
spelen wij Mens erger je niet.

Alles heeft een prijs, haten we voor altijd

roze wandlampjes, tantes dwingende stem.
Waar gehakt wordt laat zij gaten vallen, snijden
we ons aan het zwijgen, klettert alweer de regen
wacht het spel.

Bij de stadsvijver deelt zij haar ligstoel
met krijsende meeuwen, eist
gezonde organen, frisse lucht, duikt
uren in de winter onder.

Er moet gelasterd zijn, beklaagd
met een omweg trekken ze naar de engte
van haar trapportaal.

Wat niet gezien wordt sluipt
toch mee naar boven.

Wat is waarheid, wat werkelijkheid hier
waar een vrouw zich steeds verder oprolt
in verwoede verhalen
onder instabiel gesternte, wisselvallig weer.
Grepen de spoorbomen bij de overweg
per ongeluk niet in?

Schaamte legt een deken, niets
wordt aan keukentafels nog opgevangen
tussen servet en tafellaken houdt alles zich stil.

II

Wat doet het meisje dat gaat zoeken, ze graaft
door kweekgras naar wijdvertakte wortelstelsels
haalt vergroeiingen naar boven.
Onder duivelsgras stuit ze met een spitvork
op geheimen, schudt hersenspinsels los.

Broeierig zijn de gangen van het stropakkenhuis
opnieuw volgt ze een spoor.
In een nauwe doorgang kerft
roestig pakdraad met de lauwe geur van bloed
een boodschap in haar bil.

Wat doet het meisje aan een keukentafel
dat over ijsschotsen de overkant wil halen.
Ze trotseert gezichten, spreekt de honden toe, zingt
zigzagt langs scherpe randen, waagt de sprong.
Wat ze vindt is alweer weggeschoven
onder kruiend ijs.

 

2714331-18030868c62125a60a37cb4f6e1924a4.jpg
Aly Freije (Veelerveen, 30 juli 1944)

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire op 30 juli 1818. Zie ook alle tags voor Emily Brontë op dit blog.

 

Stil sluimerende mist rond de spits

Stil sluimerende mist rond de spits
Zwijgend over stormen morgen
Nee de dag heeft zijn vocht versnikt
Geplengd zijn godganse zorgen

O ik ben terug in mijn kindertijd
Jong, onwetend wederom
Mijn vaders dak veilig boven mij
En de muren oud rondom

Bewolkt valt de avond hemelsbreed
De dag trekt zich van mij terug
Donzen mist blauwe mist in mei kleedt
Einders onbereikbare rug

Nevel staat in het lange groene gras
Als ochtendtranen zo zwaar
En dromerige geuren van wat was
Drijven mij naar een vervlogen jaar

 

 

Vertaald door Anjet Daanje

 

 

2714331-14f635be25e76047d60df5ad4c0b27cd.jpg
Emily Brontë (30 juli 1818 – 19 december 1848)
Cover biografie uit 2018

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2025 en ook mijn blog van 30 juli 2024 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Chang-Rae Lee, Thomas Rosenlöcher

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee op dit blog.

Uit: A Tender Age: A Novel

“Alife can catch up to you. It’s a wonder, really. One morning, maybe you woke up too early, the span of years will collapse and meet you in full. There’s no great thwack. Hardly even a jolt. You could follow the usual motions of the day. But here you are, resolving to pay more attention. You need to pay more attention. Otherwise, you can easily mis-place your everyday fortunes, the fact, say, that you have a loving spouse who is inordinately talented and impassioned; children who have grown up to be wry and kind, and for whom you’d give your life without pause; work that is consuming enough but not ruinously; friends to share food and drink with, and to tell silly stories. Still, I don’t always cherish things as deeply as I should. I try as hard as I can and continue to fail. I want to be here, even if I’m often dreaming. Each moment is a singular moment, particular in its coordinates, the countless dimensions in which those coordinates can be observed and measured a marvelous conspiracy that fixes us in a way that will never be repeated. And yet we can’t help but keep going back to old times, futilely scratching at a spot. It doesn’t matter how significant a certain event or instance was, sometimes the barest irritation will draw incommensurate attention and the skin can go raw before you realize it. Lately, I can’t seem to help but linger on this time or that, those tender ages rife with curiosities, and go over in serial fashion what I might have done or said to defuse a tricky situation or take a more principled stand or else assuage my frustrated heart. So many chances, ceded. What remains are these disparate patches of existence that end up knitting vaster and less randomly than you would have ever imagined. The other day, for instance, I was suddenly thinking about the circumstances of how our girls got our dog. It’s no big thing. We met him when he was three months old, while we were on a vacation in Florida. Old friends happened to live there, a family with a boy and a girl the same ages as our daughters, and during an afternoon visit with them the wife casually mentioned that they were looking for someone to adopt their new puppy. Our girls were playing tug-of-war with the dog, a black-and-white toy terrier and Shih Tzu mix, squealing as he wrenched at the snout of the armadillo plush toy and made his tiny throaty growls, and when they heard her say adopt they both cried out, “Please, Momma, please!”

 

2714207-4bbc419b2faff8ba32cd95ec1e09075a.jpg
Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

De kameel

Dwars door de steppen wandelt de kameel,
de last der wereld zeulen is zijn deel,

achter een heuvel rust hij uit, gebukt,
daar ’t donker zwaar op zijn twee bulten drukt,

de reis is ver en hij moet verder gaan,
beschenen door de sterren of de maan,

bij ochtendstond en als de zon weer straalt,
met schrale kwastjesstaart, de knieën kaal,

totdat hij zich een dag – er was geen rust -,
met elke stap meer losmaakt van zijn last,

waarop men zegt: Daar ligt hij aan de kant,
zijn oog vol vliegen en zijn mond in ’t zand,

anders gezegd: Hij loopt nog immer door,
is aan de kim een donkere stip nog maar,

een stip die voor hemzelf gedurig slinkt,
die haast geheel in ’t dorre zand verzinkt,

totdat vóór hem, bij ’t almaar verder gaan,
de lang beloofde naalde-ogen staan,

Ze blinken in de zon en zijn zo wijd
dat hij er al doorheen is voor hij ’t weet,

en alweer groter wordt met elke schree,
waarmee hij nu het paradijs betreedt,

waar hij door lam en leeuw al wordt verbeid,
ze staren naar zijn bulten, zo vol nijd

dat hij beschaamd glasheldere tranen weent,
totdat de Here Jezus hem verschijnt,

die heeft toen, met zegenend handgebaar
geëffend, eindelijk, zijn bultenpaar.

 

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 

2714207-d4778c47dde3695d4d4223027e5b012a.jpg
Thomas Rosenlöcher (29 juli 1947 – 13 april 2022) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2024 en ook mijn blog van 29 juli 2022 en ook mijn blog van 29 juli 2017 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:17 Reageer op dit bericht

Remco Campert, Claudia Gabler

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

Leven met je

Van top tot teen gloeien
alsof ik word geslagen en gestreeld
door een zon en een storm.

Hoe je mij vult, zoete regen,
beide oren in,
tot ik huid over liefde ben.

Zoals verhalen mij bewogen,
toen ik jong was,
doe je mijn aarde beven.

Bossen branden
en wij openen onze huizen
voor elkanders vlammen.

 

 

Impasse op de heide

een kempse zon schijnt hier
de wereld ontdaan van de franje
der stadse bijgeluiden
ligt als een hersenloos zoogdier
eeuwen te herkauwen
ver van de ijle bomen
der gedachten, eronder
ligt de weg op mij te wachten
wat doe ik in dit niemandsland
ik loop over het dier
dat niet beweegt maar
het speeksel van de uren
van haar kaken druipen laat
ik denk niet meer dan:
pierre laat de zon weer stevig branden.

 

 

Zo blijf je aan de gang

Wat zich afspeelt in de schaduw
in de slaapkamer, in dat huis
waar ze steeds ingaan
– muziek gaat open en dicht –
is voor mij niet na te gaan

volop in de zomer
speel ik met houtjes, met mieren, met knikkers
graaf gangen
nooit langer dan mijn arm

Nu zelf een schaduw
een bed, een huis
muziek zonder begin of eind
mier op weg naar een stroopvlek

maar wat zich daarbuiten afspeelt
is voor mij niet na te gaan.

 

2714109-0c79b613daaa252a6f00cd18eef279a0.jpg
Remco Campert (28 juli 1929 – 4 juli 2022)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

 

Mijn mouwloze truien hingen ineens in alle grote
musea ter wereld. Ik kon zoveel drinken als ik wilde
en had nog steeds dorst.
Ze hadden me kamers met ramen beloofd waar de
regen tegenaan kletterde, en toen hadden ze kleine stukjes lever
gewikkeld in spek.
Ik wilde in een hoek spugen, maar er was geen hoek vrij. Iedereen
om me heen sprak Russisch, en ik vroeg me af
of ze er ooit genoeg van zouden krijgen.
De beschaving eiste het, en er waren buttons voor iedereen.
Op het allerlaatste moment lukte het me om uit de bus te springen
voordat hij naar Joegoslavië terugreed.
Eerst namen ze geen hand voor de mond, en toen vroeg iedereen
ineens om ongewassen ingewanden op
tandenstokers. Maar er was alleen maar vettig fingerfood en
we zaten meteen vol.
De gedachte aan slapen werd obsessief, als dat
al niet zo was.
Nutteloos oververhitte hotelkamers en gekke Serviërs die de
hele nacht aan hun auto’s sleutelden.
Toen viel het water uit en moesten we ongewassen vertrekken,
wat ik niet zou vermelden als er niet op hetzelfde
moment een telefoontje uit Duitsland was gekomen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2714109-1b8d5681d94bd2e2a15082073a607f6f.png
Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2020 en eveneens mijn blog van 28 juli 2019 en ook mijn blog van 28 juli 2017 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.




Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Michael Longley

e Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. De dichter overleed op 22 januari jongstleden op 85-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

 

THE LEVERET

This is your first night in Carrigskeewaun.
The Owennadornaun is so full of rain
You arrived in Paddy Morrison’s tractor,
A bumpy approach in your father’s arms
To the cottage where, all of one year ago,
You were conceived, a fire-seed in the hearth.
Did you hear the wind in the fluffy chimney?
Do you hear the wind tonight, and the rain
And a shore bird calling from the mussel reefs?
Tomorrow I’ll introduce you to the sea,
Little hoplite. Have you been missing it?
I’ll park your chariot by the otters’ rock
And carry you over seaweed to the sea.
There’s a tufted duck on David’s lake
With her sootfall of hatchlings, pompoms
A day old and already learning to dive.
We may meet the stoat near the erratic
Boulder, a shrew in his mouth, or the merlin
Meadow-pipit-hunting. But don’t be afraid.
The leveret breakfasts under the fuchsia
Every morning, and we shall be watching.
I have picked wild flowers for you, scabious
And centaury in a jam-jar of water
That will bend and magnify the daylight.
This is your first night in Carrigskeewaun.

 

 

Fifty Years

You have walked with me again and again
Up the stony path to Carrigskeewaun
And paused among the fairy rings to pick
Mushrooms for breakfast and for poetry.

You have pointed out, like a snail’s shell
Or a curlew feather or mermaid’s purse,
The right word, silences and syllables
Audible at the water’s windy edge.

We have tracked otter prints to Allaran
And waited for hours on our chilly throne,
For fifty years, man and wife, voices low,
Counting oystercatchers and sanderlings.

 

 

A Hundred Doors

God! I’m lighting candles again, still
The sentimental atheist, family
Names a kind of prayer or poem, my muse
Our Lady of a Hundred Doors.

Supervised by a xenophobic
Sacristan, I plant in dusty sand
Names and faces that follow me
As far as windows in the floor:

Marble stumps aching through glass
For their pagan temple, the warm
Inwardness Praxiteles brought out.
The intelligence of stone.

The sacristan who picks my flame-
Flowers and blows them out, only minutes
Old, knows I am watching and he
Doesn’t care as he shortens my lives.

 

 

DE WATERVAL

Als je mijn gedichten zou lezen, allemaal, bedoel ik,
Mijn levenswerk, in één keer, op één plek,
Laat het dan hier zijn, bij deze halfslachtige waterval
Die elk kiezelbekken zijn eigen stem gunt,
Vochtige stenen en lettergrepen, en dan, als het donker wordt
En je naar huis gaat langs verwilderde wijngaarden en
Kastanjebomen, ooit leveranciers van dwarsbalken, maan
Vormige noten, meel en knisperende vulling voor matrassen,
Laat ze dan hier achter, op de pagina, in je geestesoog, verlicht
Als de vuurvliegjes bij de waterval, een muur van sterren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2713976-b9855de742fcd7da0779ab141054e46b.jpg
Michael Longley (27 juli 1939 – 22 januari 2025)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juli ook mijn blog van 27 juli 2020 en eveneens mijn blog van 27 juli 2018 en ook mijn blog van 27 juli 2017 en ook mijn blog van 27 juli 2011 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Arthur Japin, Dan Coman

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit: Honden in het museum

“Basso is mijn eigen hond. Het is dankzij hem dat al die honden in museums me begonnen op te vallen. Honden op straat trouwens ook. Als je zelf een hondje hebt, herken je dat misschien: vanaf de eerste dag begin je anders naar de wereld te kijken. Met meer aandacht en meer liefde. Waar ik ook kom, sinds Basso bij ons is komen wonen, zijn honden het eerste wat me opvalt, overal. Sinds Basso’s komst bekijk ik de dingen met zijn blik. Daar worden ze mooier van. Ik vertrouw hem volledig en laat me graag door hem leiden. Door de stad, door het bos of dit verhaal, hij is de beste gids die je je kunt wensen.
We zullen Basso hard nodig hebben, want ons onderwerp — museumhonden — is ongelooflijk leuk, maar ook grenzeloos. Iemand moet ons richting geven! In de loop der eeuwen zijn er namelijk zoveel honden voor kunstenaars onmisbaar geweest, en zoveel hebben er hun plaats in de kunstgeschiedenis verdiend, dat het mij al begint te duizelen zodra ik erover nadenk.
Basso is ook de enige hond die ik ken die wél eens een museum heeft bezocht. Twee keer zelfs mocht hij met ons mee naar binnen. In Toscane. Daar begrijpen ze kennelijk beter wat een plezier een hond aan kunst beleeft. Kortom: Basso is een ervaringsdeskundige. Hij zal ons rondleiden en zorgt ervoor dat wij niet verdwalen in dit eindeloze labyrint van hondenkunst. En dat is maar goed ook, want voor het eerste deel van ons verhaal moeten we naar binnen in… een koude, oeroude, griezelig verlaten en pikdonkere grot.
In een grot is het allemaal begonnen, de vriendschap tussen mens en hond. Ergens diep in een rots rond het begin der tijden. Basso weet hier alles van omdat hij een deel van het jaar zelf tussen de overblijfselen van de oertijd woont. Samen met ons. In Zuid-Frankrijk. In een vallei vol prehistorische grotten. Hij is daar ook wel eens in geweest en hij weet er de weg. Bovendien: ’s ochtends plast Basso vaak even tegen Cro-Magnon.
Cro-Magnon is de grot waar voor het eerst botten van een oermens zijn gevonden. Naast hem lagen de resten van zijn hond. Dat klinkt een beetje naar, maar als je erover nadenkt, is het eigenlijk juist heel mooi. Ze lagen daar samen al vijftigduizend jaar. Zo lang en innig hielden ze elkaar gezelschap. Je kunt rustig zeggen dat de eeuwige vriendschap tussen hond en mens in die grot werd geboren.”

 

2713875-e56b9ae681e769b9398940eb3e005346.png
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Dan Coman werd geboren op 27 juli 1975 in Gersa in de provincie Bistrita-Nasaud. Zie ook alle tags voor Dan Coman op dit blog.

 

 

Koekjes met appelmoes

Ik blijf bij Mara bij het raam.
Een prachtige winterdag.
Het sneeuwt terwijl we koekjes met appelmoes eten.
Zonder iets te zeggen.
Ieder met de hele winterochtend voor zich.
Soms stoppen we met eten en
drukken we onze neuzen tegen het glas.
We blijven zo staan zonder iets te zeggen.
Haar adem verwarmt langzaam mijn gezicht.
En langzaam, heel langzaam, verspreidt Mara’s adem
warmte door het park.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2713875-7d548d77f493e25e09b38cae3942e25e.jpg
Dan Coman (Gersa, 27 juli 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2020 en eveneens mijn blog van 26 juli 2018 en ook mijn blog van 26 juli 2017 en eveneens mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:00 Reageer op dit bericht

Lieke Marsman, Claudia Gabler

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

 

 

Oergeknal

’s Avonds zegt een natuurkundige op televisie
dat het ook mogelijk is dat het heelal op een dag
niet langer zal groeien, maar langzaam, sneller
dan het licht, ineen zal klappen. In dat geval
zouden er na ons nog triljoenen heelallen
kunnen ontstaan en hangen we nu slechts
onderaan een stamboom van universa. Stel je voor
dat je jezelf enkel voort kunt planten
door niet meer te bestaan.

’s Ochtends, wanneer ik bij de start
van een dag zie hoe ik opnieuw ben gaan
ademhalen, vergelijk ik dit heen en weer
gegooi van sterren met mijn op en neer
gaande borsten, met de antenne van
een radio, die je doelloos in en uit
kunt blijven schuiven en vervolgens,
vooralsnog mijn meest geslaagde poging,
met een zeeanemoon.

 

 

Sneeuwuilen

Soms, zegt iemand, is het niet uit weerwil,
maar omdat me iets is afgenomen – laatst,
met die documentaire over het uitsterven
van de huismus, bijvoorbeeld, kon ik dat
gevoel toch niet langer negeren. Daar moet ik
even over nadenken.

Er is eens een picknick geweest waarbij ik
honderd keer werd gestoken door mieren en toch
niet kon stoppen met lachen, want er was een picknick.
Mijn vader leerde me hoe je het geluid van een uil
met je handen kunt nabootsen en nog diezelfde dag
verbrandde ik mijn vingers. Niettemin kan ik nu klinken
als een uil. Soms wordt je dus onrecht aangedaan, maar
maakt het je niet zoveel uit. Het is niet erg om bang te zijn
als het een goed verhaal oplevert. Van de andere kant,
ik heb eens gezien hoe vissen elkaar de ogen uitaten en daar
werd helemaal niemand beter van. Zoiets mag je
inderdaad niet negeren, denk ik. En zoals er vissen zijn
met gaten in het hoofd, verlies ik iedere nacht een deel
van mijzelf in de dromen die ik heb, die ik ’s ochtends
aan het ontbijt, of bij het aankleden, nog maar half weet
en dan later nog maar voor een kwart. Deze dingen gebeuren
en we hebben geen invloed. Zo sta je opeens

in een bos bij Berlijn een uil na te doen en het donker
antwoordt met krekels. Het donker antwoordt met kikkers
en kraaien, maar zijn uilen geeft het niet prijs. Je zou de
vissenogen wel van je huid willen wassen, alle uitstervende
vogels niet meer dan ondergesneeuwde herinneringen
laten zijn, sneeuwuilen, misschien nog één keer
niet durven zwemmen in een vijver vol karpers, maar daarna
volwassen worden. Onrecht rechtvaardigt
al deze wensen. Je kunt niet treuren om een mus
die nog overal rondvliegt. Laatst draaide ik me vastberaden om
om te zeggen dat ik vissen niet langer eng vond en keek recht
in de ogen van een middelgrote waterslang. Godallejezus
hoe bang ik ben voor slangen valt niet goed te praten.

 

 2713776-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Lieke Marsman (25 juli 1990 – 3 juni 2026)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

 

Houd je van de microscopische hoeveelheden sproeiwater?

Houd je van de microscopische hoeveelheden sproeiwater,
die uit de bloesems van steden opstijgen,
die zich vestigen,
en ons over bucolische landschappen vertellen,
waar ze langs zullen zijn geslingerd tijdens hun pesttochten,
die zich verspreiden
in onze badkuipen vol geluk?

———
Maar we zijn allang in de tuinen getrokken,
waar vroeger monniken graasden,
bij hun aard passend en hongerig in hun gezang.
Wij, ooit metropoolneurs.
Als wij mensenkinderen nu schoenen aantrekken,
krijgen we er soms blaren in.

———
Liefde, zeg je,
is het verkeerde woord.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2713776-b99b790f6f0e5ae05f94112086d2b1d3.jpg
Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e juli ook mijn blog van 25 juli 2020 en eveneens mijn blog van 25 juli 2018 en eveneens mijn blog van 25 juli 2017.




Geschreven door Romenu om 16:07 Reageer op dit bericht

Katia Mann, Robert Graves

De Duitse schrijversvrouw Katia Mann, steun en toeverlaat van de Duitse schrijver Thomas Mann, werd geboren als Katharina Pringsheim op 24 juli 1883 in Feldafing. Zie ook alle tags voor Katia Mann op dit blog.

Uit: Katia Mann: Meine ungeschriebenen Memoiren

„Es hat eigentlich nie jemand in meiner Familie die Freundlichkeit gehabt, es mir zu sagen. Da meine Mutter eine berühmt schöne Frau war und eine meiner beiden Großmütter, die Mutter meines Vaters, immer, wenn sie mich sah, mir nur sagte: Ach, die Mutter erreichst du ja nie! habe ich mich auch damit abgefunden. Ich hatte gar keine hohe Meinung von meinen äußeren Reizen und wußte nichts davon. Schade eigentlich. Else Lasker-Schüler hat mich einmal irgend jemandem gegenüber eine »morgenländische Prinzessin« genannt, das halte ich für sehr übertrieben. Natürlich fanden sich viele Bewerber ein. Es verkehrten viele junge Leute bei uns, die mir alle mehr oder weniger den Hof machten, und der eine oder andere hätte mich wohl auch gewiß ganz gern geheiratet. Aber ich dachte nicht daran zu heiraten, selbst nicht, als ich Thomas Mann kennenlernte und er sich für mich interessierte. Ich habe das nicht so sehr ernst genommen und wäre nicht auf den Gedanken gekommen, ihn zu heiraten. Es ging von ihm aus. Ein junger Mann, der auch aus Schlesien stammte, auch den Namen Pringsheim trug und bei uns verkehrte, liebte mich offenbar sehr. Er war vielleicht um fünf bis zehn Ecken mit uns verwandt, aber das ließ sich gar nicht nachweisen. Er war ein besonders leidenschaftlich interessierter und sehr nett aussehen-der Student. Wir gingen zusammen auf die Universität und fuhren immer mit dem Fahrrad hin, wenn es die Jahreszeit erlaubte, und dann stellte man sein Rad in dem sogenannten Radstall ab. Wenn die Kollegien vorbei waren, holte man es wieder. Da kann ich mich erinnern, daß ich einmal in den Radstall ging, nichts Böses ahnend, mein Rad zu holen, und da erschien dieser gleichnamige junge Mann und machte mir eine Liebeserklärung, quasi einen Heiratsantrag — im Radstall! Ich war vollkommen flabbergasted, wie die Amerikaner sagen, vollkommen sprachlos, und sagte nur immer: Ja, aber wieso denn? Wie kommen Sie denn nur darauf? Darüber muß ich doch erst nach-denken, ich meine, das geht doch gar nicht so plötzlich. Ich habe eigentlich im Moment gar nicht an so etwas gedacht. Ich will ja, ich meine, ich habe Sie ja sehr gern, aber ich dachte doch gar nicht daran, Sie zu heiraten. Wir können doch mal abwarten, und so. Dann war er etwas beschnien und zog ab. Ich habe ihn später noch einmal aus Versehen sehr gekränkt. Sonntags hatten wir immer viele junge Leute zum Tee, und er war auch da.“

 

2713675-499fcb153f7b37f0f58a73ea9f090429.png
Katia Mann (24 juli 1883 – 25 april 1980)
In haar verlovingsjaar, 1905

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook alle tags voor Robert Graves op dit blog.

 

 

Symptomen van de liefde

Liefde is een universele migraine,
een heldere vlek voor de ogen,
die het verstand vertroebelt.

Symptomen van ware liefde
zijn magerheid, jaloezie,
een trage dageraad;

zijn voortekens en nachtmerries –
het luisteren naar een klop,
het wachten op een teken:

naar de aanraking van haar vingers
in een donkere kamer,
naar een zoekende blik.

Houd moed, minnaar!
Zou je zulke pijn kunnen verdragen,
van een andere hand dan de hare?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2713675-985734f1e18de7035eb1c66712dddaee.jpg
Robert Graves (24 juli 1895 – 7 december 1985)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juli ook mijn blog van 24 juli 2019 en ook mijn blog van 24 juli 2018 en eveneens mijn blog van 24 juli 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Lauren Groff, Claudia Gabler

De Amerikaanse schrijfster Lauren Groff werd geboren op 23 juli 1978 in Cooperstown, New York. Zie ook alle tags voor Lauren Groff op dit blog.

Uit: Junket

“A friend calls the writer out of the blue on the darkest and coldest day of the year: Does she have any interest in a free junket to a fancy spa in Arizona? The friend hosts retreats there, and sometimes they bring artists down to demonstrate that they can do so, to give deep luxury a tang of the intellectual. But only for a weekend. Any longer would simply be disturbing, artists being notoriously unstable, slovenly at the table, gaping at celebrities who just want to pretend to be nobodies for a weekend.
No offense, the friend says.
None taken, the writer says. Yes, yes, there is great interest. She smiles into the phone, imagining Arizona sun baking her undercooked winter skin. Boston, with its mean early March glitter, the cold shadows, the insomnia, can stay where it is. The work that lies slack and boneless, barely twitching these dark months, won’t miss her. Nor will the apartment, which she came back to one afternoon in the fall to discover that it had been emptied of half the books and furniture, as well as the entire boyfriend. And the cat. She told her friends that she missed the books most, she almost convinced herself of this, but had begun to want to rub up against strangers in the elevator and was starting to suspect that her body disagreed.
Does it matter, her friend says delicately on the phone, that she’s being invited so late because a far more famous writer has double-booked herself?
It does not. She has the night to pack and wakes in the dark for the ride to the airport. Airports are the limbo of the contemporary: bland and safe and packed full of anxious souls ready to return to wherever their real life is.
On the plane, the child in the middle seat smells like pee and graham crackers. The girl slowly falls asleep and her head slides across the armrest and rests heavily on the writer’s bicep. A flare of anger, not for the child, the child is marvelous and can stay there as long as she needs, her hair is soft and her radiant warmth sates a hunger for touch, how lovely that children can just drop like stones into sleep. It’s such a struggle for her, an adult beset with anxiety. But also the girl’s trust in a perfect stranger feels like the one good thing in a world of bad news for weeks, months, years.”

 

2713531-03addc38b67cab5d16e0c79a35ec33e7.jpg
Lauren Groff (Cooperstown, 23 juli 1978)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

Het surfen werd hier als authentiek beschouwd, en de strandstoelen
bewezen voortdurend hun waarde in het voorkomen van zonnebrand.
Kleuren werden nu als symbolen gezien, en uiteindelijk was het
Chanel die een subtiel roze omarmde. Een later
toegevoegde patch aan een spijkerbroek en een paar bleke kuiten
werden met gebalde vuisten het allesoverheersende gebaar van dreiging.
Waarom had iedereen altijd om gelijkheid geroepen?
Waarom altijd? Alleen maar?

Nu kwam er eindelijk iemand die aan zijn slipje trok
en parelkettingen als bladeren om zijn nek droeg. Maar de blik
ging naar rechts beneden en niet iedereen keek die kant op.

“TO THE PROMOTERS” stond op een poster die achter een
van die zwart-wit-rode leren jassen verborgen zat.
Waarom nam niemand de moeite om het te interpreteren?
En waarom straalde haar schouder zo fel dat je vermoedde
dat het een gloed was die er helemaal niet was?
Waarom stonden we hier eigenlijk nog, toen het zoute water
ons verraste?

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2713531-e955fa0e11066ed718312fa8f080a9df.jpg
Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juli ook mijn blog van 23 juli 2020 en eveneens mijn blog van 23 juli 2019 en ook mijn blog van 23 juli 2018 en ook mijn blog van 23 juli 2017 deel 2.



Geschreven door Romenu om 15:29 Reageer op dit bericht

Arno Geiger, Michael Longley

De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Arno Geiger op dit blog.

Uit: Irrlichterloh

„Nehmen wir den Mond für bare Münze, soll er rund sein und Kopf oder Zahl. Auch das übrige soll sein, was es scheint, die acht jungen Leute, die nicht acht sind, sondern zwölf, vierzehn, fünfzehn, solange sie durcheinanderwirbeln, lachend johlend, um eine Einbahntafel Ecke Hosele-/Lucasgasse.
Da ein Soldat. Dort eine Frau in Jeans mit einem Begräbniskranz unterm Arm. Eine andere Frau mit einem Heizlüfter in der Hand. Ein Mann in gelber Gardeuniform. Eine Frau in Schwarz, zu der vielleicht der Mann im dunklen Anzug dazugehört. Ein anderer Mann, ebenfalls im Anzug, aber salopp, hat ein Röntgenbild bei sich. Und alle, Männer; Frauen, sind mehr als nur eins, sind zwei, bald drei, wenn der Übermut in die Gruppe fährt, vervielfacht wie unter Stroboskoplicht.
Der Begräbniskranz fliegt mehrmals hoch, bis er an der Einbahntafel hängenbleibt. —
Es lebe die Einbahntafel! Auf leichtverständliche Art weist sie uns den Weg und verschafft uns nebenher die Mittel, diesen Weg auf bequeme Art zu beschreiten. In Pumps, in schwarzen Orthopädieschuhen. In Schnürstiefeln, Schnallenschuhen, Halb-schuhen. Na kommt schon, hierher ins Licht! Die jungen Leute verbeugen sich. Einer der Männer wedelt mit dem Röntgenbild über den Asphalt vor seinen lochgemusterten Straßenschuhen. Als er sich aufrichtet, zerschillt ein Schwall Wasser auf der Fahrbahn. — Ruhe! Ruhe da unten! Etwas mehr Rücksichtnahme! Aber Franziska, die den Begräbniskranz über die Einbahntafel geworfen hat und nächtlicherweise das Schuhwerk ihrer Theaterspieler würdigt, fordert mit großer Gebärde Geduld: Einer fehlt noch! Caspar Zelter! Alles hergehört! Holder Gönner und Arbeitgeber, du Monopolist, Erbe einer florierenden Fertigungsanstalt für Straßen-schilder. Und deine Schuhe? Halbschuhe? Trotteurs? Aus Ziegenleder?
— Verdammtes Mondgeheul! Schert euch zum Teufel! empört sich dieselbe Stimme wie schon vorhin. —Ausgewalktem Chevreau? fragt Franziska. Oder du, Caspar Zelzer? walk an the wild side? aus Wildleder?
— Ruhe, Ruhe da unten! Ihr Schlafdiebe! Zuckendes Nachtgelichter! Gebt endlich Ruhe! Ich warne euch, ich rufe die Polizei!“

 

2713417-2228291bbc696f5aa316ba2f7235aa96.png
Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

 

 

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

Laatste Verzoeken

I

Je ordonnans dacht dat je levend begraven was,
liet je voor dood achter en stal je zakhorloge
en sigarettendoosje, alles wat hij kon redden
uit het graf dat je bijna had moeten delen
met een onontplofte granaat. Maar je longen
kwamen boven water om een lang herinnerde trek te nemen,
je hart sprak als een grafschrift
de twee initialen tegen die je in goud had gekrast.

II

Ik dacht dat je een kusje blies voordat je stierf,
maar de magere vingers die heen en weer zwaaiden
vroegen om een Woodbine, het laatste verzoek
van vele soldaten in je compagnie,
het merk dat je veertig jaar lang rookte
bedachtzaam, elke sigaret als een sacrament.
Ik, die alleen pepermuntjes en druiven kocht,
kon je niet bereiken door de zuurstoftent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2713417-8e52557918db81220836fd7f5068ac75.png
Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22 juli ook mijn blog van 22 juli 2019 en ook mijn blog van 22 juli 2018 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:17 Reageer op dit bericht

Hans van de Waarsenburg, Ernest Farrés

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Johannes (Hans) Paul Richard Theodorus van de Waarsenburg werd geboren in Helmond op 21 juli 1943. Zie ook alle tags voor Hans van de Waarsenburg op dit blog.

 

 

Het is moeilijk te beschrijven...

Het is moeilijk te beschrijven:
er lopen mannen met geweren
mannen met ijzer op hun hoofd
mannen in de natte regen
met een unieke beslissing in de hand

Er zijn er die even kijken
naar de fotograaf
wie weet

In ieder geval liggen ze daar
op de voorpagina
zover mogelijk weggedrukt in een hoek
een arm langs het lichaam
een arm boven het hoofd
op de rug of gekanteld
dood
de anderen zijn uit de voorpagina gelopen. 

 

 

Een dag van bordkarton

I

Ach de dag is bordkarton
Het néon gedoofd geraamte
En stof, waarde vriend.
Een rede tot vele levens.

Schuif je schaduw door het raam
En zie hem zitten in het café
Martinho de Arcada, koffie op
Het marmeren tafelblad.

Een slopende nacht voorbij
Kijk mee over de Taag, nu
Verbergt de ochtendnevel nog
De schepen in een droef concert.

Het plein, na de koffie, na
De aguardente: verfomfaaid
Marmer vol armoedig afval, 25 april
Tien jaar later met lege handen.


VI

Sociedade Nacional de Belas-Artes. Verse anjers
Op het revers of in de hand. Loop verdwaald
Tussen de beelden, de tekens. Wat blijft er over?
Daar loopt de man, evenbeeld, met hoed en koffertje,

Stijlvol in zijn zwarte pak. Pessoa, herrezen
Uit de muffe kelder van het verleden. Pessoa,
Het ene oog rood, het andere zwart. Pessoa
Monstert met monocle schilderij na schilderij.

Beelden en bezoekers. Performance binnen performance.
Tenslotte viert men de revolutie. Kookt het water
Voor de koffie nog steeds? Beschaafd applaus.
De revolutie zelf treedt binnen, Pessoa verdwijnt.

Oh, oh de kapiteins! Een aantal ponden dikker,
Maar herkenbaar. Glimlachen, flitsen, fluisteringen.
Ik schud de handen. Rood hoofd. Late middagzon.
Ach, de dag is bordkarton en néon gedoofd geraamte.

 

 

2713418-aa226461753444fc652be1ecaa419bc9.jpg
Hans van de Waarsenburg (21 juli 1943 – 15 juni 2015)

 

 

 

De Catalaanse dichter Ernest Farrés i Junyent werd in Igualada geboren op 21 juli 1967. Zie ook alle tags voor Ernest Farrés op dit blog.

 

Zomer in de stad, 1949

De man zoekt problemen,
sensaties, sublieme extase, plekken
zonder folklore, deals,
berekende benaderingen, objecten
van verlangen die
je aandacht vasthouden en je helpen
je kalmte te bewaren, de nieuwste rage
binnen handbereik, uitspattingen,
verliefdheden, seksuele iconen,
onweerlegbare bewijzen, plezierritjes, advies
tussen haakjes, groene lichten, comfortabele schoenen,
uitdrukkingsvormen die
superioriteit veronderstellen, gratis kaartjes voor de wedstrijd,
roekeloze en hectische manieren om de tijd te doden,
de overhand hebben voordat je gaat klagen, rechtstreekse
antwoorden. De vrouw daarentegen zoekt liefde.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2713418-a3d1aa0fb30af7f64efb8fccf9197d91.jpg
Ernest Farrés (Igualada, 21 juli 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2022 en ook mijn blog van 21 juli 2020 en eveneens mijn blog van 21 juli 2019 en ook mijn blog van 21 juli 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Arie Storm, Paul Violi

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Zie ook alle tags voor Arie Storm op dit blog.

Uit: Macca

“Ik was van streek. Het had niet veel te betekenen, maar er was sprake van onrust. Terwijl ik me in ons mooie appartement in Amsterdam-Zuid de beginselen van het gitaarspelen probeerde eigen te maken – het was een hobby die ik plotseling had opgepakt en waar ik
allengs steeds meer energie in was gaan steken maar waar ik nog niet echt progressie in leek te boeken –, kon ik niet met zekerheid zeggen dat mijn wenkbrauwen gefronst waren, maar ik kon ook niet zeggen dat dit absoluut niet het geval was. De bron van zorg was niet de gebrekkige kwaliteit van mijn muzikale spel, daar viel nu eenmaal nog niet veel van te verwachten: ik was immers op een relatief hoge leeftijd – al was ik
weliswaar nog geen dertig – begonnen met het onder de knie krijgen van het bespelen van dit snaarinstrument, een kindsterretje in de rockwereld zou ik niet meer worden. Ik had me trouwens liever uitgeleefd op de banjo, omdat ik die veel beter bij me vond passen – ik zag het al helemaal voor me, hoe ik met een brede grijns en met mijn schouders opgetrokken en met een lepe blik de blikkerige klanken voortbracht –, maar daar was Fiona, mijn vriendin, zoals de lezers van mijn eerdere romans (het zijn er inmiddels al twee) weten, mordicus tegen geweest. Ze had, doortastend als ze is,
een gitaar voor me gekocht en dus was ik daarmee aan de slag gegaan. Maar dat lag, zoals gezegd, allemaal niet ten grondslag aan mijn zorgen, al is het misschien te zwaar aangezet om echt over zorgen te spreken.
Misschien is het beter om te zeggen dat ik me in een bedachtzame of peinzende stemming bevond terwijl ik de snaren beroerde.
Wel moest ik constateren dat ik me op onbeholpen wijze op een nieuwe kunstvorm had gestort. Na de ook voor mij verrassende wending in mijn tot dan toe betrekkelijk zorgeloze leven, een wending die erin had bestaan dat ik me op het schrijven van literaire fictie had toegelegd, was een en ander in een stroomversnelling geraakt, en met dat een en ander bedoel ik mijn reilen en zeilen in de wereld, of ‘de werkelijkheid om me heen’, zoals ik soms ook dacht over de wereld die zich buiten de veilige beschutting van ons appartement bevond.”

 

2713188-90cd629cc66d6b593d8d2542b823d558.jpg
Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

 

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

EXACTA

En daar gaan ze!

Babe Wittgenstein neemt de leiding

Het is Babe Wittgenstein
Morbid Blonde
Queasy Phantom
Princess Spits
Squeaked Aorta
Dream Helmet
en Pigs in Moonlight

Princess Spits komt snel dichterbij

Het is Babe Wittgenstein
Morbid Blonde
en Princess Spits
Babe Wittgenstein heeft de overhand

Daar komt Dream Helmet
nek aan nek
met Queasy Phantom

Pigs in Moonlight verliest terrein
Princess Spits een neuslengte voor Babe Wittgenstein
Ze zitten dicht op elkaar aan de binnenkant
Queasy Phantom met oogkleppen op
Princess Spits heeft een lengte voorsprong
Babe Wittgenstein en Morbid Blonde neus aan neus

De bocht in
Dream Helmet aan de buitenkant
Squeaked Aorta valt af
Het zijn Princess Spits en Morbid Blonde
Babe Wittgenstein verliest terrein
Pigs in Moonlight breekt scherp uit
Queasy Phantom neemt de bocht

Het wordt spannend
Het is Princess Spits Morbid Blonde
Babe Wittgenstein Dream Helmet
Queasy Phantom Pigs in Moonlight
en Squeaked Aorta achteraan

Een beetje ruimte nu
tussen Babe Wittgenstein
en Pigs in Moonlight

Het wordt spannend
Princess Spits vecht het uit
met Morbid Blonde

Het is Princess Spits
Het is Morbid Blonde
Het is Princess Spits

Queasy Phantom vertraagt
Dream Helmet twee lengtes achter
Pigs in Moonlight

Ze gaan de laatste rechte lijn in

Morbid Blonde vooraan
Pigs in Moonlight komt snel dichterbij
Daar komt Pigs in Moonlight
die Princess Spits voorbij raast
Morbid Blonde en Pigs in Moonlight nek aan nek
Babe Wittgenstein raakt vermoeid en valt terug
Het is Morbid Blonde
Het is Pigs in Moonlight
Het wordt Pigs in Maanlicht
Pigs in Moonlight heeft de leiding
Pigs in Moonlight stormt naar voren
Het is Pigs in Moonlight
Pigs in Moonlight wint met twee lengtes voorsprong

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2713188-3466519ec31307c9754bc83ce75e257e.png
Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2024 en ook mijn blog van 20 juli 2020 en eveneens mijn blog van 20 juli 2019 en ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Anna Enquist, Ghayath Almadhoun

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

 

Brieflezende vrouw

Je vraagt wat deed ik voor ik bij het raam
de brief los vouwde. Wel – ik las de brief.

Er zijn twee soorten tijd. De ene, die ik haat,
verstrijkt hierbuiten. Als mijn voet de drempel

kruist staan daar de borstelmaker en de meid,
ze willen iets, ze dwingen mij te springen in die vaart.

Dan komt hij niet meer terug, dan is zijn schip
vergaan. Er blaft een hond. Ik sluit de deur

en in de kamer met het bleke licht lees ik de brief.
De afgesleten woorden – suikertje, mijn hartendief –

brengen mij terug in de gestolde tijd, die andere,
waarin hij nog naar huis vaart en verrast mijn bolle

jak zal zien en mij zal vragen wat ik deed.
Ik knevelde de tijd. Ik las je brief.

 

 

Woordenboek

In alle mij bekende talen is verandering
een woord waar weidsheid door blaast,
groots verschiet dat uitzicht biedt op vaart
en toekomst. Slechts het Engels weet

wat blijft: kleingeld dat rammelt
in je broekzak, zoek raakt in de voering
van je jas, waar het in duisternis
zijn geldigheid verliest.

 

 

In Rabat

Nee, zegt mijn jonge gids, nooit
is het werk voltooid. De koning
stierf, het geld was op en de moskee
bleef ongekroond.

Onze gezonde voeten slaan de gave
marmervloer. Geen krimp. Achter de muur
begint een oceaan. De onvolgroeide zuilen
reiken naar een dak

dat er niet is. Hoe zij haar eigen dochter
dragen zou. Hoe de seizoenen rimpels
zouden snijden rond haar mond. Boven
de grond.

Hoe zij mij bitter en volstrekt ontbreekt.
Het zonlicht raakt de roze steen, zijn glad
gezicht. De hemel valt ons in de hand.
Onaf. Volmaakt.

 

2713092-9f4391e03caf454334133ac2078d14fe.png
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

De Zweeds – Palestijnse dichter, toneelschrijver, journalist en literair criticus Ghayath Almadhoun werd geboren op 19 juli 1979 in Damascus. Zie ook alle tags voor Ghayath Almadhoun op dit blog.

 

Alle wegen leiden naar Berlijn

In het begin was er jouw shirt, en de mannen spraken je naam uit alsof ze om hun moeders riepen. Ik liep langs je heen, terwijl je zeelui probeerde uit te leggen wat water is. Ik was verbijsterd en het vocht lekte op mijn schrift. Alle wegen leiden naar Berlijn, zei je. Ik gooide mijn kompas weg en werd verliefd op het derde gezicht. Ik vroeg je of je geloofde in liefde op het derde gezicht. Nee, zei je. De dingen werden weerkaatst als in een spiegel, zodat ik dacht dat je ‘kom hier’ zei. Toen ik terugkeerde naar mijn volk om het goede nieuws over jou te vertellen, geloofden ze me niet en zeiden ze: Kom met een teken als je tot de oprechten behoort. En toen ik je shirt neergooide, knielden de mensen neer.

In het begin was er jouw shirt, en de dingen werden als in een spiegel weerkaatst. De stad reed weg van de trein, het lichaam van de strijder vloog naar de kogel, de horizon keek me door het raam van de trein in de ogen en het Arabisch probeerde van links naar rechts iets te betekenen.

In het begin was er het einde.

 

Vertaald door Djûke Poppinga

 

2713092-f010c439692f9ef17ed2cc6476ecfcde.jpg
Ghayath Almadhoun (Damascus, 19 juli 1979)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2023 en ook mijn blog van 19 juli 2020 en eveneens mijn blog van 19 juli 2019 en mijn blog van 19 juli 2017 en ook mijn blog van 19 juli 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:16 Reageer op dit bericht

Joachim Meyerhoff, Steffen Popp

De Duitse schrijver, regisseur en acteur Joachim Philipp Maria Meyerhoff werd geboren op 18 juli 1967 in Homburg, Saarland. Zie ook alle tags voor Joachim Meyerhoff op dit blog.

Uit: Die Zweisamkeit der Einzelgänger

„Willst du dich umbringen?« Das war der erste Satz, den sie zu mir sagte, und ich habe mich später noch oft gefragt, ob mir das eine Warnung hätte sein sollen. Ich hatte sie den ganzen Abend über während der faden Premierenfeier beobachtet, fasziniert von ihrem Aussehen. Zu große Zähne, zu große Augen, zu platte Nase, verdammt kurze Haare. Sie gefiel mir sofort. Immer wieder sahen wir uns an und tatsächlich – sie lächelte ein bisschen. Ihr Kopf bewegte sich seltsam mechanisch, auch die Arme und Hände, alles wie einzeln, unabhängig voneinander, als passe kein Körperteil zum anderen. Dadurch sah ich sie aber umso deutlicher. Elegant, aber doch auch steif, ja fast ein wenig roboterhaft hob sie die Bierflasche zum Mund. Ihr eines Auge wurde je nach Kopfhaltung mal mehr, mal weniger von fallenden Strähnen verdeckt, das Haar im Nacken hingegen war ausrasiert. Sie trug eine weiße Bluse mit eigenwilligem Kragen, einen dunkelblauen Bundfaltenrock, dessen Kanten und Knicke in gut organisierten Wellen hin und her schwangen, eine dunkle Strumpfhose und altmodische Schuhe mit abgerundeten Schuhspitzen. Es kostete mich einige Mühe, sie momentweise aus den Augen zu lassen, sie nicht ununterbrochen anzustarren. Etwas an ihr war komplett eigenartig. Aber was es genau war, konnte ich nicht sagen. War es die von Sommersprossen überstreuselte, wie von einem schweren Boxhieb eingedrückte Nase oder der sehr rot geschminkte, aufgeworfene Mund? Waren es die etwas zu dick gezogenen schwarzen Lidstriche? Seltsam zusammengewürfelt war dieses Gesicht: Mund, Augen, Nase überdimensioniert, und in der Summe hätte diese Anordnung leicht ein grobschlächtiges Gesamtes ergeben können. Tat sie aber nicht. Ich war mir nicht sicher, sah sie fantastisch aus oder grotesk?
Egal, wo ich mich während der Feier aufhielt, ich wusste immer, wo sie war. Eine innere Magnetnadel zeigte stur in ihre Richtung. Drehte ich mich ab, musste ich das gegen einen Widerstand tun, so als würde ich versuchen, mich aus einem Kraftfeld herauszuarbeiten. Drehte ich mich wieder zu ihr, wirbelte es mich regelrecht herum. Im Laufe des Abends wuchs ihre Gravitation auf mich.“

 

 

2712965-2da45cf9fb8929974fb58e1e0097582e.jpg
Joachim Meyerhoff (Homburg, 18 juli 1967)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

 

Plotseling, op een vlinderpunt,
eindigt het spoor, neemt verval het over.
Sluit je ogen: tot ziens, binnen.
Stilte, geworpenheid, op het bed pluizen
asters, paars, hun gekwetter is een suite.
Onverschrokken oefen je trappen, giet onder de
idiote maan kusjes: zelfvertrouwen verzacht de
aanwezigheid, stilstaand nu, we knipperen
slaapdronken in de buisbloemen.
Maar goed, dit niezen, denk ik, is liefde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2712965-7725da38709ab35b43d47f4c84e0d66f.png
Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2024 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 16:40 Reageer op dit bericht

Tsead Bruinja, Judith Beveridge

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

 

Zon op de bunker

een man uitkleden in een bunker
en zeggen

goochelen

goochelen zonder handen
goochelen zonder iets te hebben geleerd
goochelen zonder trúcjes
goochelen zonder kleren aan
goochelen zonder apparaten

de man een glimlach

glimlach glimlach glimlach
glimlach glimlach glimlach

droge ogen

bewakers die elkaar aankijken
en opeens twee kommetjes

handen onder de neus geduwd
krijgen vol vocht

nu kijkt hij ze aan

kwaad

ze slikken als honden
zijn handen leeg

ik heb niet gezegd dat ik vond
dat dit niet kan of dat dit zo is
ik heb niet gezegd dat de man
gestuurd wordt of sympathiek is

goochelen

de man lacht
de bewakers kijken elkaar aan
en zijn handen blijven leeg

of

de man lacht
de bewakers kijken elkaar aan
zijn handen blijven leeg
de bewakers trekken de deur met
de tralies dicht

en terwijl de man naar zijn
handen kijkt lopen ze vol

de man lacht
en de nerveuze vingers
van de bewakers
halen de trekker over

het water valt op de grond

de bewakers zien het water
en proberen de man
bij bewustzijn te brengen

hun vingers wroeten naar de kogels
in de wonden

of een van hen
doet dit
terwijl de andere de deur
uitloopt

een groot roestig
containerschip koopt
en een kat

met beide de zee
afstruint

dat hij ooit een man was
die als jongetje trots van
de botsauto’s thuiskwam
nooit was geraakt

de andere hakte de rest
van de bomen
in het bos om

en werd een wijs man

 

2712867-00d4408b7064000d3966e5bb8c316c33.jpg
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.

 

 

Steenbok

Door de bodem van een oude colafles volgt hij
de vlucht van een stormvogel, totdat deze wordt verscheurd door
zeewind en een nieuwe, wazige afdruk van de zon.
Langs de pier hoort hij de mannen met hun
molens, met hun valuta van vochtig zand. Zijn hengel
trilt – niet verzwaard met vis, maar met

de namen van stormen: Harmattan, Vendavales –
turbulente winden die de voorhoede vormen van
gevaarlijke zeestraten. Hij trapt tegen een hoop visschubben:
galeonballast, een schat aan dukaten gemorst
uit een oude Hollandse dogger. De mannen zullen hem weldra
wegjagen, deze luidruchtige held die

brigs plundert. Maar nu is de fles een hoorn waarin
hij zoveel adem uitblaast, en de lucht heeft
een klank geleend van een luchtgat, van wind
die door de roestende steunbalken van een brug zingt.
Een krab zeeft zandkorrels voor zijn hol; Zijn klauw,
een oude zeeroverhaak, deelt

dubloenen en dreigementen uit. Ach, maar weet je – als je
de hand van dit kind zou nemen, als je
zijn blik in de jouwe zou houden en zou wachten op
elke circulatie van zijn ademhaling; als je
de gepiratiseerde scènes van dagdromen zou bekijken
die zich afspelen door een stortvloed aan glas – dan

zou je de koperkleurige zon zien. Je zou lang
over dit strand lopen met je gedachten
handelend in weer en wind, de stormvogels die
gelijke tred houden met de grillige lijnen van dromen
die binnenvaren met de klinkerstormen. Het verleden
en het heden zouden geen depressies zijn

tegenover elkaar, noch zouden er zandkorrels zijn
die je lot afschuren… Op de kust,
een meeuw, gedood door de storm van de nacht. Met zijn hengel
werpt de jongen hem omhoog, de handschoen van een duellist
waarin hij zojuist het Zorroteken kerfde met zijn zwaard… Nee, de wereld
zou geen golf zijn die zijn ineenstorting herhaalt,
maar welke schat aan verhalen een jongen ook maar kan vinden
tussen visschubben, zand en de gewone
uitstroom van wind; een jongen die niets weet
van de verbanden tussen stormen; noch van
de mannen die het snelle verval van het weer registreren
in maatstaven van misbruik; die niets weet
over het betalen voor die oude reis naar de dood.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2712867-c43565bd1cf4d20128463255760d30cf.jpeg
Judith Beveridge (Londen, 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 17 juli 2023 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.



Geschreven door Romenu om 15:30 Reageer op dit bericht

Midsummer Night (Carol Ann Duffy), Jörg Fauser, Steffen Popp

 

 

2712763-af3b4a106e08f7dc897ac7bde6640e44.jpg
Sankthansnatt (Midzomernacht) door Edvard Munch, 1901-1903

 

 

Midsummer Night

Not there to see midsummer’s midnight rose
open and bloom, me,
or there when the river dressed in turquoise
under the moon, you;
not there when stones softened, opened, showed
the fossils they held
or there, us, when the dark sky fell to the earth
to gather its smell.

Not there when a strange bird sang on a branch
over our heads, you
and me, or there when a starlit fruit ripened
itself on a tree.
Not there to lie on the grass of our graves, both,
alive alive oh,
or there for Shakespeare’s shooting star,
or for who we are,

but elsewhere, far. Not there for the magic hour
when time becomes love
or there for light’s pale hand to slip, slender,
from darkness’s glove.
Not there when our young ghosts called to us
from the other side
or there where the heron’s rags were a silver gown,
by grace of the light.

Not there to be right, to find our souls, we,
dropped silks on the ground,
or there to be found again by ourselves, you, me,
mirrored in water.
Not there to see constellations spell themselves on the sky
and black rhyme with white
or there to see petals fold on a rose like a kiss
on midsummer night.

 

2712763-06858b5e4e003b3f9322e9e2a2b1110d.jpg
Carol Ann Duffy (Glasgow, 23 december 1955)
De Doultonfontein voor het Paleis van het Volk in Glasgow

 

 

De Duitse schrijver en journalist Jörg Fauser werd geboren op 16 juli 1944 in Bad Schwalbach. Zie ook alle tags voor Jörg Fauser op dit blog.

Uit: Caliban Berlin

„Die Gegend wurde immer trostloser. Hochhauswaben, Ausfallstraßen, Autobahnzubringer, dazwischen in ergrautem Grün Mietskasernen, Reihenhäuser, Einkaufszentren, der TÜV,  die Großtankstelle, die Bowlingbahn, die Pizzabude, der ganze Plunder, den die Stadt aufs Land kippt, um es sich einzuverleiben -aber Stadt wird diese Gegend nie. Sie bleibt Zwischenzone. Niemandsland. Als das Taxi hielt, hätte ich am liebsten gesagt: Warten Sie hier, aber dann fiel mir ein, dass der Mann, den ich aufsuchte, Telefon hatte, also zahlte ich, und das Taxi fuhr weg. Der Himmel zwischen den TV-Antennen war wie eine dunkle Ahnung. Das Haus war Teil eines Blocks im Stil des sozialen Wohnungsbaus der frühen 50er Jahre – flache Dächer, Treppenhausfenster wie Schießscharten, Anstrich von der Farbe verdünnter Hühnersuppe. Es fehlten nur die Roller vor der Haus-tür, der Adenauer an der Litfaßsäule und die Capri-Fischer im Radio. Von ihrem Hochsitz im dritten Stock beobachtete mich eine Frau mit blauen Lockenwicklern im Haar. Ein seltsames Lächeln zog an ihren Mundwinkeln. Wusste sie, zu wem ich ging? Ich starrte zurück. Sie zog die Gardinen zu. Ich klingelte. Der Mann, der mich an der Wohnungstür empfing, war mittelgroß, ziemlich massig, mit einem weißblonden Haarkranz und dicken Brillengläsern. Ich schätzte ihn auf etwa sechzig. Seine Kleidung und die Einrichtung des fenster-losen Zimmers, in das er mich führte, erinnerten auch an alte Zeiten, als die Leute noch mit simplen Gebrauchsgegenständen ausgekommen waren. Der altmodische Bücherschrank enthielt Lexika und Klassik, darunter der ganze Goethe. In einer Ecke stand ein Koffer, als sei der Mann erst gestern eingezogen und erwarte keinen langen Aufenthalt. Wir setzten uns. Mir fiel auf, dass er asthmatisch keuchte. Seine Hände zitterten. Er sah mich an. »Sind Sie zum ersten Mal bei einem Astrologen?« Ich steckte mir gerade eine Zigarette an und blies den Rauch weg, um seinem Asthma das Gröbste zu ersparen. Meine Antwort fiel wohl etwas undeutlich aus, denn er sagte mit unnötig lauter Stimme: »Ich bin schwerhörig, ich trage zwar ein Hörgerät, lese aber von den Lippen ab, bitte sprechen Sie deutlich.« »Sind Sie Astrologe im Hauptberuf?«, fragte ich. Ich ertappte mich dabei, dass ich auf seine Lippen starrte. »Ja«, sagte er und breitete Papiere aus, »ich mache das, seit ich 18 bin. Vor 30 Jahren hab ich fünf Mark für ein Horoskop bekommen, heute bin ich natürlich teurer. Und nun sagen Sie mir Ihren Geburtstag, Ihre Geburtsstunde und Ihren Geburtsort.« Ich sagte sie ihm. Dann begann er, mein Horoskop zu erstellen. Bei den Berechnungen benutzte er keinen Taschenrechner. Alte Schule. Seine Hände zitterten zwar, aber er konnte mit dem Zittern umgehen. Ich drückte die Ziga-rette aus und rauchte dann nicht mehr. Während er berechnete und die Zeichen eintrug, stellte er mir Fragen. Ich hatte nicht vorgehabt, ihm meinen Beruf zu sagen, aber er bekam ihn auch so heraus. Dass ich nicht verheiratet war, machte ihm zunächst zu schaffen, bis er schließlich sagte: »Sie sollten überhaupt nicht heiraten, auf keinen Fall vor Oktober 1981, und nur eine Frau, die geistig zu Ihnen passt. Bei Ihrem Leben kommt nichts andres in Frage.«

 

2712763-48cbc2fdf337c597c145c86185d85a10.jpg
Jörg Fauser (16 juli 1944 – 17 juli 1987)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

Maanstudies

Dit omhoog! Dan een lange zijwaartse beweging
vriendschap, formaties

een opstijgen van de ogen, hun wegzinken in de droom
beeldverwerking in de tuin, achter het tuinhek

waargenomen entropie tussen prieeltjes, de kolonie
Naar de zon, wierp damp op, groentedamp

dronken lucht uit kassen, werd nevelig, dreef
door onze aardse hersenen direct naar de maan

die we niet bereikten, gemankeerde kosmonauten
met operakijkers, zelf gebreide mutsen

op een houten bank onder de wolkenbank.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2712763-068a3ac757f5eb1dda7a70345e8477d7.jpg
Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2025 en ook mijn blog van 16 juli 2023 en ook mijn blog van 16 juli 2021 en ook mijn blog van 16 juli 2020 en eveneens mijn blog van 16 juli 2019 en ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Hochsommer (Hermann Lingg), Richard Russo, Steffen Popp

 

 

2712626-d123921ca55da06f7263d2022b7f8d64.jpg
Hochsommer door Knut Janson, 1913

 

 

Hochsommer

O Frühling, holder fahrender Schüler,
Wo zogst du hin? Die Linden blühn,
Die Nächte werden stiller, schwüler,
Und dichter schwillt das dunkle Grün.

Doch ach! Die schönen Stunden fehlen,
Wo jedes Leben überquoll,
Wo trunken alle Schöpfungsseelen
Ins Blaue schwärmten wollustvoll.

Nicht singt mehr wie am Maienfeste,
Die Nachtigall, die Rosenbraut;
Sie fliegt zum tiefverborg’nen Neste
Mit mütterlich besorgtem Laut.

Der goldne längste Tag ist nieder,
Der Himmel voll Gewitter glüht;
Verklungen sind die ersten Lieder,
Die schönsten Blumen sind verblüht.

 

2712626-17f631752c775f7891ff822eb875e85f.jpg
Hermann Lingg ( 22 januari 1820 – 18 juni 1905)
Lindau aan het Bodenmeer,  de geboorteplaats van Hermann Lingg

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Russo werd geboren op 15 juli 1949 in Johnstown, New York. Zie ook alle tags voor Richard Russo op dit blog.

Uit: Straight Man

“When my nose finally stops bleeding and I’ve disposed of the bloody paper towels, Teddy Barnes insists on driving me home in his ancient Honda Civic, a car that refuses to die and that Teddy, cheap as he is, refuses to trade in. June, his wife, whose sense of self-worth is not easily tilted, drives a new Saab. “That seat goes back,” Teddy says, observing that my knees are practically under my chin.
When we stop at an intersection for oncoming traffic, I run my fingers along the side of the seat, looking for the release. “It does, huh?”
“It’s supposed to,” he says, sounding academic, helpless.
I know it’s supposed to, but I give up trying to make it, preferring the illusion of suffering. I’m not a guilt provoker by nature, but I can play that role. I release a theatrical sigh intended to convey that this is nonsense, that my long legs could be stretched out comfortably beneath the wheel of my own Lincoln, a car as ancient as Teddy’s Civic, but built on a scale more suitable to the long-legged William Henry Devereauxs of the world, two of whom, my father and me, remain above ground.
Teddy is an insanely cautious driver, unwilling to goose his little Civic into a left turn in front of oncoming traffic. “The cars are spaced just wrong. I can’t help it,” he explains when he sees me grinning at him. Teddy’s my age, forty-nine, and though his features are more boyish, he too is beginning to show signs of age. Never robust, his chest seems to have become more concave, which emphasizes his small paunch. His hands are delicate, almost feminine, hairless. His skinny legs appear lost in his trousers. It occurs to me as I study him that Teddy would have a hard time starting over-that is, learning how unfamiliar things work, competing, finding a mate. The business of young men. “Why would I have to start over?” he wants to know, a frightened expression deepening the lines around the corners of his eyes.
Apparently, to judge from the way he’s looking at me now, I have spoken my thought out loud, though I wasn’t aware of doing so. “Don’t you ever wish you could?”
“Could what?” he says, his attention diverted. Having spied a break in the oncoming traffic, he takes his foot off the brake and leans forward, his foot poised over but not touching the gas pedal, only to conclude that the gap between the cars isn’t as big as he thought, settling back into his seat with a frustrated sigh.”

 

2712626-88085b9afd1182a1746b61b8be7f29cf.jpg
Richard Russo (Johnstown, 15 juli 1949)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

 

Venster op de wereldnacht

Een tram staat te slapen voor het huis – geel
met ingeklapte panto, opgerold in het parkeerlicht

voorin de tram dromen twee conducteurs
hoofdeloos, onder de kleppen van hun kartonnen petten

eentje komt in beweging
stapt uit, een zwakke gloed, en ademt
rook uit, met zijn rug naar de cabine

lang kijkt hij
omhoog, door de oranje verlichting –

blind
als Homerus, in zwarte schoenen
met stalen neuzen
onder de geveltop van Uranus.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2712626-6c9c616971719ea5a25206db304f3e41.jpeg
Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2020 en eveneens mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

The Icecream People (Charles Bukowski), Volker Kaminski, William Irwin Thompson

 

 

2712526-1ee81f7dd7d7c1cb5b4a8c83e818f8b9.jpg

The Original Ice Cream Stand door Tom Harris, 2020

 

 

The Icecream People

the lady has me temporarily off the bottle
and now the pecker stands up
better.
however, things change overnight–
instead of listening to Shostakovich and
Mozart through a smeared haze of smoke
the nights change, new
complexities:
we drive to Baskin-Robbins,
31 flavors:
Rocky Road, Bubble Gum, Apricot Ice, Strawberry
Cheesecake, Chocolate Mint…

we park outside and look at icecream
people
a very healthy and satisfied people,
nary a potential suicide in sight
(they probably even vote)
and I tell her
“what if the boys saw me go in there? suppose they
find out I’m going in for a walnut peach sundae?”
“come on, chicken,” she laughs and we go in
and stand with the icecream people.
none of them are cursing or threatening
the clerks.
there seem to be no hangovers or
grievances.
I am alarmed at the placid and calm wave
that flows about. I feel like a leper in a
beauty contest. we finally get our sundaes and
sit in the car and eat them.

I must admit they are quite good. a curious new
world. (all my friends tell me I am looking
better. “you’re looking good, man, we thought you
were going to die there for a while…”)
–those 4,500 dark nights, the jails, the
hospitals…

and later that night
there is use for the pecker, use for
love, and it is glorious,
long and true,
and afterwards we speak of easy things;
our heads by the open window with the moonlight
looking through, we sleep in each other’s
arms.

the icecream people make me feel good,
inside and out.

 

2712526-53ad8a46422ff06f587adf3bacc5119a.jpg
Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)
Andernach in Duitsland, de geboorteplaats van Charles Bukowski

 

 

De Duitse schrijver Volker Kaminski werd op 14 juli 1958 in Karlsruhe geboren. Zie ook alle tags voor Volker Kaminski op dit blog.

Uit: SCHÖNES leben

„Warum sollen wir denn in Urlaub fahren?“
„Weil alle Familien das im Sommer so machen.“„
Aber wir doch nicht. Wir können uns genauso gut in unserem Garten entspannen. Zu Hause ist es doch auch schön.”
„Du Mistkerl! Gönnst uns keinen Spar. Hockst nur auf deiner Scholle. Ein elender Langweiler bist du.”
Es ist ein Streit entbrannt, den ich gut kenne, an dem ich nie Teil habe und von dem ich hoffe, dass er so ausgeht wie jedes Jahr. Ich bin auf Vaters Seite, ich verstehe auch nicht, wozu Ver-reisen gut sein soll Warum machen sich die Leute die Mühe, packen Koffer, treffen allerlei Vorbereitungen, steigen ins Auto und stellen dann auf der Autobahn in einer kilometerlangen Blechlawine, die sich kaum von der Stelle rührt. Obwohl Mutter sich auch dieses Mal nicht durchsetzen kam, gibt sie nicht gleich auf, sie schreit ihre Enttäuschung heraus, beschimpft Vater und rennt aus dem Wohnzimmer. Ihre stampfenden Schritte hallen durch den Flur. In der Küche schimpft und flucht sie weiter, steigert sich in eine Tirade hin-ein. Ihre Worte dringen bis in mein Zimmer, die Tür ist wie meistens angelehnt. Der Streit ist entschieden, Mutters Gebrüll erscheint mir sinnlos und dumm. Sie muss wirklich geglaubt haben, dass es diesmal anders ausgeht.
Wir sind eine fünfköpfige Familie in einem gepachteten alten Haus. Vater hat es aufwendig renoviert, neue Stromleitungen verlegt, einen Durchbruch in die Flurwand gemacht, eine Tür eingesetzt und so den Anbau mit dem Resthaus verbunden. Er hat auch den Garten angelegt, nachdem er das überwucherte Gelände gerodet hat. Für unseren Schäferhund hat er einen Handzwinge gebaut. Wenn er tagsüber im Büro ist, sperrt Mutter den Hund ein, kommt Vater nachmittags nach Hause, lässt er Arco raus. Ich führe Arco ungern zum Hundeübungsplatz, der Weg ist ziemlich weit und Arco zerrt wild an der Leine. Vater hat ein Stachelhalsband gekauft, das Arco würgt und ihm ins Halsfell sticht, wenn die Leiter gespannt ist, aber das scheint er nicht zu spüren. Wenn Arco andere Hunde sieht, dreht er komplett durch, und ich weiß nicht, wie ich ihn dann festhalten soll. Vater fordert mich nur selten zur Mitarbeit auf, mal gibt es etwas zu tragen oder ich soll ein Brett halten. Manchmal bittet er mich, den Rasen zu mähen, wird aber nicht böse, wenn ich es ein ums andere Mal vergesse.“

 

2712526-9d2f004a59f0144c858be39329b2ed2b.jpg
Volker Kaminski (Karlsruhe, 14 juli 1958)

 

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

 

Une Femme D’ Un zekere leeftijd in LA

De plastisch chirurg bestudeert haar aandachtig
zoals een oude Chinese koopman de barsten
in een celadonkleurige pot zou lezen die hij inpakt
voordat hij die over de groene zee
naar Korea en Japan verscheept.
Kraaienpootjes in de hoeken van haar heldere ogen,
lange, delicate, gebogen lijnen rond haar mond,
haar bovenlip lijkt op een valse snor
van fijn geëtste, kleine verticale lijntjes.
Ze is gevangen in dit Clytaemestrische
web van de vloek van haar eigen lot.
Net als Roquefortkaas bewaard in een grot in de Dordogne,
verraden haar zich verspreidende blauwe aderen haar ware leeftijd;
of net als supergeleidende elektronen –
kristallen van tijd in een kwantumrooster –
is haar geval er een waarin haar geest verandert in materie.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2712526-38cd9f21360db6b0e61b3ebd97f95846.jpg
William Irwin Thompson (Chicago, 16 juli 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2025 en ook mijn blog van 14 juli 2020 en eveneens mijn blog van 14 juli 2019 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:26 Reageer op dit bericht

My Ice Cream Is Melting (Kenn Nesbitt), Rien Vroegindeweij, Wole Soyinka

 

 

 

2712400-5f7f21c9dbf7caf17bf7d5e02ca9be14.jpg
IJsverkoper door Veniamin Borisov, 1991

 

 

My Ice Cream Is Melting

My ice cream is melting
this hot sunny day.
I’m licking it quick but
it’s dribbling away.

My ice cream is melting.
It’s starting to drip
all over my fingers,
my chin, and my lip.

My ice cream is melting.
I can’t make it stop.
It’s hitting the ground with
a splash and a plop.

My ice cream has melted
and turned into ooze.
It was on a cone but
it’s now on my shoes

 

 

2712400-01a41e4f1794c6852bc1c16abf3ad271.jpg
Kenn Nesbitt (Berkeley, 20 februari 1962)
Berkeley

 

 

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog.

 

Nazare

Hier slaat de gesel van de atlantische golfslag
Neder. De vissers boeten de netten op het strand.
Over zee komt traag de nevel naar het land.
Een enkele boot vaart uit vandaag; het is zondag.

Wij liggen op het strand van Portugees Nazare.
De vrouwen gaan in het zwart, vol bedrijvigheid
Tussen de toeristen op de boulevard. Soms als ware
Voorbeelden van evenwicht en moderniteit:

Want draagt er een nog een wasmand vol met vis
Behendig op haar hoofd, over het dunne koord
Dat voor haar op de straat gespannen is,
Een ander waart zich haastig voort

Door de menigte, op haar hoofd een tv-toestel.
Het beeld van vissers, boten, strand en oceaan
Wordt wazig, het sneeuwt, verandert snel
Als we er een met de wereld op haar kop zien gaan.

Bij wijze van spreken dan, want even later,
Als zij met haar tv-toestel verdwenen is, ik dan
Een rustpunt zoek daarginds in het oneindig water,
Ligt daar nog steeds de rots bij de ingang van

De baai van Nazare, met naar boven wat boven is.
Wij grappen nazare, nazareth, nazarener en
Zien Hem dan verschijnen in de nevelen.
Het ziet er niet naar uit dat Hij hier geboren is.

Hij zou trouwens moeilijk zijn te vinden.
Zoveel nazareners slenteren langs het strand.
Wie vist? Wie zegt de netten aan de andere kant
Uit te werpen en ze extra stevig vast te binden?

Een reclameluchtballon gevangen in een net,
Schreeuwt kleurig zijn boodschap uit tegen de
Zonnebaders. Ik wilde wel dat het regende,
Dat het goot. Maar ik kom niet uit Nazareth.

En voor de kinderen hoeft het niet, regen.
Zij spelen lustig op de grens van land en zee.
De oceaan, die zwaargewicht, spart met hen mee.
Niets verstoort hun spel, niets houdt hen tegen.

Behalve dan het avondeten en straks de nacht,
De avond eerst, de tv, de welverdiende rust:

Als vuurtoren en misthoorn waken aan de kust,
Nazare slaapt, bewijst de zee aldoor haar kracht.

 

 

Gevecht

Dat we elkaar niet mochten:
met messen uit Solingen,
roestvrij en degelijk, gingen
we elkaar te lijf. Gevochten

hebben we als leeuwen
(en geworsteld met de Zeeuwen)
zoals die twee eeuwen geleden
in het paradijs, oost van Eden.

Nog zie ik hem staan,
klein en ongenaakbaar.
Zoals we elkaar toen zagen,

zie ik soms alleen mezelf staan,
het dichtst bij het dressoir
waarin de messen lagen.

 

2712400-a59d96578c0dc26353ab35095e1f6abb.jpg
Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

 

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole “Wole” Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.

 

 

Telefoongesprek

De huur leek redelijk, de buurt
kon er mee door. De hospita bezwoer me dat ze zelf
een ander pand bewoonde. Er restte niets
dan open kaart te spelen. ‘Mevrouw,’ waarschuwde ik,
‘Ik kom niet graag voor niets – ik ben een Afrikaan.’
Stilte. Verstilde overdracht van
etiquette onder hoge druk. Stem, dan ten slotte,
in lipstickfloers, met landerig, lang doublé-
sigarettepijpeffect. Daar zat ik, hopeloos in de tang
‘hoe donker?’… ik had het goed verstaan… ‘ben je licht
of heel erg donker?’ Knopje B. Knopje A. Stank
van zure adem in publieke praatgelegenheid.
Rode cel. Rode reclamezuil. Rode dubbeldekkerbus
op zuigend asfalt. Het was geen droom! Beschaamd
door onwellevend zwijgen, capitulatie,
verbijstering verdrongen om nader bescheid te vragen.
Ze was zo goed de nadruk te verleggen –
‘ben je donker? of heel erg licht?’ – De openbaring kwam.
‘U bedoelt, als chocolade, melk of puur?’
Haar ja was klinisch, en verpletterend in zijn lichthartige
onpersoonlijkheid. Snel, op haar golflengte afgestemd, maakte ik
mijn keus. ‘Westafrikaans sepia’ – en toen, als een PS,
Zo staat het in mijn pas.’ Stilte, voor vrije vlucht van
spectroscopische verbeelding, tot oprechtheid haar geluid
rauw in de hoorn liet schetteren ‘wat?’ erkennend
‘’k weet niet wat dat is.’ ‘Een soort brunet.’
‘da’s donker toch?’ ‘Niet helemaal.
Brunet is mijn gelaatskleur, maar, mevrouw, u zou
de rest eens moeten zien. Mijn handpalmen, mijn voetzolen
zijn peroxydeblond. Door wrijving –
dom genoeg, mevrouw – veroorzaakt door het zitten
is nu mijn achterste pikzwart – Eén moment mevrouw!’ – als
voelde ik haar hoorn omhooggaan voor de donderende rotklap
om mijn oren – ‘Mevrouw,’ soebatte ik, ‘zou u het toch niet liever
met eigen ogen zien?’

 

 

Vertaald door Ko Kooman

 

2712400-7df2a917ab4ed20142828f9ff4a786f2.jpg
Wole Soyinka (Abeokuta, 13 juli 1934)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:19 Reageer op dit bericht

Nieuws (David Troch), Sasha Filipenko, Pablo Neruda

 

 

2712220-b1e98f20ec594dab3b5ab785af08739c.jpg
Zomer strandtafereel door Josine Vignon, jaren 1960

 

 

Nieuws

het kwik stijgt fel. het ijs smelt. we staan met een voet in zee.
wat een nieuws je toch in de krant leest. en dan schrijft men:
als het niet tot aan de kin is. straks leeft slechts wat vin heeft.

het hek is van de dam. je keert het tij niet meer. je zal blij zijn
als er een wolk voor de zon schuift en dat het stormt dat het
geen naam heeft. zet een stap uit huis en je schroeit half dood.

waar haalt men het! het is al te gek. een grap. een graad meer,
wat zou het? wie voelt zich niet in zijn sas als het goed warm
is. je lacht het weg, denkt: ik zwem niet slecht. ik red me wel.

 

 

2712220-17dde45181869c92751264539ead92a4.png
David Troch (Bonheiden, 28 juli 1977)
Bonheiden, Gemeenschapscentrum ’t Blikveld

 

 

De Belarussische schrijver, journalist en tv-presentator Sasha Filipenko werd geboren op 12 juli 1984 in Minsk. Zie ook alle tags voor Sasha Filipenko op dit blog.

Uit: Hetze (Vertaald door Jan Lodewijk Eshuis)

“Na de lunch wordt er in de tuin een muziekquiz gespeeld. De privéleraren kiezen als onderwerp het negentiende- en twintigste-eeuwse Rusland. Onder begeleiding van cicaden klinken Moessorgski, Tsjaikovski en Cui. Liza wint met maar één foutje: ze heeft het Dodeneiland verward met de Symfonische dansen. ‘Rachmaninov zou het je vergeven,’ grapt de muziekdocent, die ze speciaal voor de zomer uit Rusland hebben laten overkomen. Het zilver is voor Pavel, die het bojarenkoor uit Prins Igor en De liefde voor drie sinaasappelen niet wist te herkennen. De oudste en de jongste, Aleksandr en Anatoli, leveren hun papier blanco in. De eerste, ook wel Sasja, is net terug van zijn training, de tweede, ook wel Tolja, kan zich niet losscheuren van zijn computerspelletje.
Tegen achten gaan ze aan tafel. Uit de boxen klinkt ‘Moskouse nachten’. De privékok dient zeevruchten op.
Pavel schept erover op dat hij monsieur Guillaume in Antibes drie flessen voor zesduizend per stuk heeft weten af te pingelen. Aleksandr zwijgt. Tolja speelt. Mama
merkt op dat het verachtelijk is om af te dingen, want fransozen – die orgeldraaiertjes met hun zwabbers, je weet wel waar – gaan vast lopen rondbazuinen dat alle Russen sjacheraars zijn.
Na het eten gaan ze voor de televisie zitten, een grote flatscreen-tv die ook in de tuin staat. De kabels zijn verstrengeld met de groene tuinslang. Boven het scherm cirkelt een bij.
Zwijgend luisteren ze naar vader, met meer aandacht dan ooit. Papa voorspelt een onafwendbare ineenstorting van de consumptiemaatschappij, vertelt van de ineffectiviteit van democratie en dringt erop aan dat de wereld hervormd moet worden op basis van orthodoxe principes. Op de vraag van een journaliste (de zoveelste uiterst knappe maar oliedomme minnares van een bekende minister) antwoordt papa dat hij niet bang is voor sancties, dat hij geen onroerend goed in het buitenland heeft en dat zijn enige rijkdom het goede oude Rusland is. De kinderen lachen. Mama’s humeur betrekt.”

 

2712220-6d66c6fba2f7ac7d20424d7f8c6bc315.jpg
Sasha Filipenko (Minsk, 12 juli 1984)

 

 

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

 

 

De poëzie

En het was op die leeftijd… De poëzie
kwam mij opzoeken. Ik weet niet, weet niet
van waar ze kwam, van de winter of de rivier.
Ik weet niet hoe noch wanneer, het waren
geen stemmen, geen woorden noch stilte,
maar uit een straat riep ze mij, uit de takken
van de nacht, plotseling daar bij de anderen,
temidden van laaiende vuren en alleen terugkerend,
was ze daar zonder gezicht en beroerde mij.

Ik wist niet wat ik moest zeggen en mijn mond
was niet in staat te benoemen, mijn ogen
waren blind en iets sloeg in mijn keel, koorts
of verloren vleugels en ik ging
mijn eigen weg, ontcijferend deze brandwond,
en ik schreef
de eerste vage strofe, onbestemd, zonder lichaam,
pure nonsens,
zuivere wijsheid
van iemand die niets weet en plotseling zag ik
de hemel uitgepeld en open, de planeten,
de zwetende plantages, de doorboorde schaduw
vol gaten van pijlen – ik zag
vuur en bloemen, de voortrollende nacht,
het heelal.

En ik, klein wezen, dronken
van de grote leegte vol sterren, naar de gelijkenis,
naar het beeld van het mysterie, voelde mij
een zuiver deel van de afgrond en rolde voort
met de sterren – mijn hart
brak los in de wind.

 

 

Vertaald door Riekus Waskowsky

 

2712220-e4d121b0a00ce88468655eb68f806fcf.jpg
Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juli ook mijn blog van 12 juli 2020 en eveneens mijn blog van 12 juli 2019 en ook mijn blog van 12 juli 2016 en ook mijn blog van 12 juli 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:55 Reageer op dit bericht

Er is nog zomer (Judith Herzberg), Amitav Ghosh, Jürgen Becker

 

2712135-432c49fae13e1f5d39336b50a16cd943.jpg
Stadsterras door Hans Versfelt, 2024

 

 

Er is nog zomer

Er is nog zomer en genoeg
wat zou het loodzwaar
tillen zijn, wat een gezwoeg
als iedereen niet iedereen
ter wille was
als iedereen niet iedereen
op handen droeg.   

 

 

2712135-0156d8b67eb0363d3a2fcd796f8a9fed.png

Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)
De Bogortuin in Amsterdam, een geliefde recreatieplek in de zomer

 

 

De Indiase schrijver Amitav Ghosh werd geboren in Calcutta op 11 juli 1956. Zie ook alle tags voor Amitav Ghosh op dit blog.

Uit: Zee van papaver (Vertaald door Joop van Helmond)

“Het visioen van een schip met hoge masten op de oceaan kwam tot Deeti op een voor het overige gewone dag, maar ze wist onmiddellijk dat de verschijning een noodlotsteken was, want ze had nog nooit eerder zo’n vaartuig gezien, zelfs niet in een droom: hoe kon dat ook, aangezien ze in het noorden van Bihar woonde, zeshonderd kilometer van de kust af. Haar dorp lag zo diep landinwaarts dat de zee net zo ver weg leek als het schimmenrijk: het was de kloof der duisternis waar de heilige Ganges verdween in de Kala-Pani, ‘het Zwarte Water’. Het gebeurde aan het einde van de winter, in een jaar dat de papavers er wonderlijk lang over deden om hun bloemblaadjes te laten vallen: vanaf Benares leek het of kilometer na kilometer de Ganges tussen twee identieke gletsjers stroomde, omdat de beide oevers overdekt waren met velden vol bloemen met witte blaadjes. Het was alsof de sneeuw van de hoge Himalaya was afgedaald naar de vlakten om te wachten op de komst van het Holi-feest met zijn overdadige lentekleuren. Het dorp waarin Deeti woonde, lag aan de rand van de stad Ghazipur, zo’n vijfenzeventig kilometer ten oosten van Benares. Net als al haar buren zat Deeti in over de verlate papaveroogst: die dag was ze vroeg opgestaan en werkte haar dagelijkse routine af, legde een fris gewassen dhoti en kameez klaar voor Hukam Singh, haar man, en bereidde de roti’s en achar die hij midden op de dag zou eten. Toen zijn maaltijd was ingepakt, onderbrak ze haar werk om snel langs haar schrijnkamer te lopen: later, nadat ze zich had gebaad en verkleed, zou Deeti een echte puja doen, met bloemen en offerandes; nu ze nog haar nachtsari droeg, bleef ze alleen bij de deur staan om met haar handen tegen elkaar een kleine buiging te maken. Al spoedig kondigde een krakend wiel de komst van de ossenwagen aan die Hukam Singh naar de fabriek in Ghazipur zou brengen, vijf kilometer verderop, waar hij werkte. Hoewel niet ver was de afstand voor Hukam Singh te groot om te voet af te leggen, want hij had een beenwond opgelopen toen hij als sepoy in een Brits regiment diende. Het letsel was echter niet zo ernstig dat hij krukken moest gebruiken en Hukam Singh kon zonder hulp naar de wagen lopen. Deert volgde op een pas achter hem met zijn eten en drinkwater en reikte hem de in een lap gewikkelde bundel aan nadat hij op de wagen was geklommen. Kalua, de voerman van de ossenwagen, was een boom van een kerel, maar hij maakte geen aanstalten om zijn passagier te helpen en zorgde ervoor dat zijn gezicht voor hem verholen bleef: hij behoorde tot de kaste van de leerbewerkers, en Hukam Singh, die behoorde tot de hoge Rajput-kaste, geloofde dat het zien van zijn gezicht een slechte voorbode zou zijn voor de komende dag.”

 

2712135-a272beb1cba2418dd054d0bfdcc6c8fb.jpg
Amitav Ghosh (Calcutta, 11 juli 1956)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

 

In de wisselende ogenblikken

met de gelijktijdige telefoontjes uit Meiningen, Detroit, Heilbronn,
en in de regenbui licht de zon op,
voordat ze verdwijnt. De verdwijning laat
geen lijst achter waarop we kunnen kijken
naar wat er niet meer is.
Klimop groeit tegen de muur van het huis, schuin tegenover,
waar ooit de man woonde die
met zijn kruiwagen de sneeuw het bos in duwde.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2712135-929078a44d381b83206c4d25181a9551.jpg

Jürgen Becker (10 juli 1932 – 27 november 2024)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn blog van 11 juli 2020 en eveneens mijn blog van 11 juli 2019 en ook mijn blog van 11 juli 2016 en ook mijn blog van 11 juli 2015 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 15:45 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten