Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Klaus M. Rarisch, Einar Schleef, Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink, William Stafford

De Duitse dichter Klaus M. Rarisch werd geboren op 17 januari 1936 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

Zynische Zitate

Zum Zauber Satanischer Verse

 

Zitierend einen Kaiser von Byzanz –

hat so der Papst das Christentum verteidigt,

auf dessen Heilsparolen er vereidigt?

Entkleidete er sich des Amtsgewands,

 

entledigend sich eigenen Verstands,

hat er die Stimme wölfisch nur bekreidigt,

bestreitend, daß er den Islam beleidigt?

Vielleicht aus Neid auf fremden Glaubens Glanz?

 

Entehrt das Schwert der Mensch, der Frieden lehrt?

Verdient der Gläubige das Paradies

als Mörder, wie es der Prophet verhieß?

 

Die Heiden, die ein Märtyrer bekehrt,

sind sie vor der Verdammnis nun bewahrt?

Und bleibt dem Teufel schließlich nichts erspart?

 

 

 

Behaust

 

Der Garten ist zwar winzig, doch autark.

Nur Wasser geb ich ihm, bin ich zu Hause

in dieser alten Hütte, meiner Klause,

Da sitze ich allein und fühl mich stark,

 

und kommt der Tod, sei er nicht allzu arg.

Ich zögre: schreib ich oder mach ich Pause,

doch dann ergötz ich mich am kargen Schmause.

Und über mir hängt licht ein Kindersarg.

 

Seit langem, glaub ich, birgt er teure Seelen,

birgt Goethe, Platen, Benn und Arno Holz.

In ihrem Schutz und Trutz kann mir nichts fehlen.

 

Mag auch die Welt mir Ruhm und Würde stehlen –

was liegt daran? Ich bleibe schwach, doch stolz,

und muß mich vor mir selbst nicht mehr verhehlen.

 

 

 832524-5dd0c3727bd2baaad2118c3d53cbbe9e.jpg

Klaus M. Rarisch (Berlijn, 17 januari 1936)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en regisseur Einar Schleef werd in 1944 geboren in Sangershausen, Thüringen. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Tagebuch 1999

 

„11.2.99 Wien Opernball

Die weiße Lady, in Sternen voll, bei der ich die obligatorische Kartoffelsuppe esse, schielt mich an, während Annette englisch sprechend diese Österreicherin aus Dallas attackiert, sie wahrzunehmen, vorigen Opernball trug die Weißhaarige Grün, genauso gepudert, genervt, mit dem gleichen Gesicht einer altgewordenen Barbie, doch darin alterslos jung, ein Münchner Modeschöpfer habe das Sternenkleid nach ihrem Entwurf hergerichtet, später posiert sie Fotografen, die auf den Knien kriechen, bis sie will, mir erscheint sie wie ein gutes Gespenst, das in seiner Suppentasse rührt, unwillkürlich hochsieht, einen Fettwanst vor sich, mich, schwitzend in seinem Frack, gut sitzend, aber müde. Früh 5 spendiert Dr. Springer seine übliche Gulaschsuppe, ein Termin, den ich wie voriges Jahr wahrnehme. Die Opernkantine ächzt in Qualm und Durchzug, wir gepreßt im Eck zwischen den

angeblich richtigen Besuchern, alle anderen seien schon weg, auch die Disco im Keller ist dicht, einige Leute schoben in den Treppen sich verzweifelt von Termin zu Termin, eher ein großes Gedränge, überall kleine Klübchen, die an ihrem Tisch ihr Essen servierten, in der Loge der Russen Sektkartons bis zur Decke, eng Schoß an Schoß, Kaviar aus der Dose mit Löffeln, dieses sei die georgische Nachtigall, dieser der russische Großtänzer, dieses der Mann, der alles bezahlt, der österreichische Ehemann einer Nobelrussin, die ihrerseits Bilder verkauft, Künstler vermittelt, eben Kontakte, vollbusig tanzte sie später, ich sah von oben zu, neben ihrem Mann, der das mit Genugtuung notierte, Fürsten nickten in den Saal, derweil sich das Fleisch amüsierte.“

 

 

832524-6e8f77f3d226db7f48f8cc8e7a194589.jpg
Einar Schleef (17 januari 1944 – 21 juli 2001)

Zelfportret

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2008 en ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

Zondag

 

geef mij vandaag geen dichters
die beginnen met geef mij
dan wel zich concentrisch cirkelen
aan lijnen rakend van rechtzinnig
aritmisch gedragen zwijgen

laat mij ranzen laat onder mijn wollig meurende dek
bed van ronkende woorden naast wollige woorden
en serveer mij geen imperatieven
als je mij laat in de middag wakker kust
bij het krieken van de televisie
geen verschijn van maning
maar een ovenvers geurend gezegde
of een lied over litmanen

en maar want gisteren was kwieker
wiekelwakke winkelwagenwieltjes waren
gisteren toen zei jij nog wakker als een wekkerspel
wikkelwakkelwaait het snel

maar je moet
je moet vandaag wat langzamer voor mij zijn
dring ook niet op ochtendwandel aan
langs beemdgras bermtoerisme of om jonge
sla te zien slap nog in vochtige bedjes

lurk lekker op mens
sabbel zachtjes concentrisch
cirkelend aan rechtse zinnen rakend
van de luilekkerman

 

 

 

832524-f7cf7def3b1982322262d7e3b16baa4d.jpg
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk,  17 janauari 1968)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Roel Houwink werd geboren op 17 januari 1899 in Breda. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.



Laatste oogenblik

 

Zij hadden reeds zijn handen saâmgelegd

en hoog getrokken het verfomfaaid laken,

opdat geen vreemde 't schrikkelijk doodsgevecht

met zijn ontstelde blikken zou genaken.

 

schaduwen sloten reeds den valen mond,

blinkende vliegen vingen aan te plagen

der lippen leêg gebloede wond...

maar nog was hij niet ganschelijk verslagen.

 

want eenmaal nog riepen zijn oogen luid

het licht in hunne schemerdiepten binnen

en als een kind met gulzig kreungeluid

dronk hij zijn laatsten dag van het besmeurde linnen.

 

 

 

 

De kinderen

Voor Anne de Vries

 

Zij komen uit een rijk voorbij dit leven

en gaan langs wegen waar geen mensch van weet

een verren onbekenden einder tegen,

de zoom strijkt langs ons van hun wapprend kleed.

 

Hoe houden zij zoo licht en bijna blij geheven

den beker van 't oneindig bittre leed?

hoe ligt voor elk een argelooze zegen

in 't teere hunkren van hun hart gereed?

 

Maar Die zegt: ‘Laat de kindren tot mij komen!’

spreekt daarmee over ons een streng gericht,

want wij staan tusschen hen en hunne droomen

vaak als een muur van angsten opgericht.

 

 

 

 832524-8a9e3f91815b8193f1c2ecff5a4702c2.jpg

Roel Houwink (17 januari 1899 – 3 juni 1987)

Tekening van Wybo Meyer

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter William Edgar Stafford werd geboren op 17 januari 1914 in Hutchinson, Kansas. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

Ask Me 

 

Some time when the river is ice ask me

mistakes I have made. Ask me whether

what I have done is my life. Others

have come in their slow way into

my thought, and some have tried to help

or to hurt: ask me what difference

their strongest love or hate has made.

 

I will listen to what you say.

You and I can turn and look

at the silent river and wait. We know

the current is there, hidden; and there

are comings and goings from miles away

that hold the stillness exactly before us.

What the river says, that is what I say.

 

 

 

The Light By The Barn 

 

The light by the barn that shines all night

pales at dawn when a little breeze comes.

 

A little breeze comes breathing the fields

from their sleep and waking the slow windmill.

 

The slow windmill sings the long day

about anguish and loss to the chickens at work.

 

The little breeze follows the slow windmill

and the chickens at work till the sun goes down--

 

Then the light by the barn again.

 

 


832524-8e4ec232d60037b6fbeae289853078ca.jpg
William Stafford (17 januari 1914 – 28 augustus 1993)

Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Jan Van Droogenbroeck, Dorothee Wong Loi Sing, Nevil Shute, Mrs Henry Wood, George Lyttelton, Hella Eckert

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Van Droogenbroeck werd geboren te Sint-Amands op 17 januari 1835. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

De Pen

 

Op twee beenen,

Zonder voeten

Loopt zij over 't witte blad:

Zonder tonge

Kan zij spreken,

Deftig, sierlijk, rad en glad.

 

Met den bek, den

Scherpgespitste,

Wroet zij in vergiftig nat;

Jongens, jongens,

Dat is wonder!

Zeg mij, wat een dier is dat?

 

Loopen kan zij;

Maar bestieren,

Moet gij zelf, mijn slimme snaak;

Spreken kan zij,

Ja; maar denken,

Dat is weerom uwe zaak.

 

Wroet zij in den

Zwarten koker,

Wordt zij gansch besmeurd aldaar:

- Uw' gedachten

Blijven helder;

Wat gij schrijft zij klaar en waar!

 

 

 

 832510-9f2aa2ea72ae6e7164678df7111161cd.jpg

Jan Van Droogenbroeck (17 januari 1835 - 27 mei 1902)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijfster en beeldend kunstenares Dorothee Wong Loi Sing werd geboren in Paramaribo op 17 januari 1954. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Witmans hel

 

„De wereldberoemde zwarte zanger Michael Smackstones, Jackbones, ook wel Jah's Son genaamd, oogst het ene succes na het andere met zijn tophits en videoclips. Over de gehele aardbol staren de witmeisjes en witvrouwen in trance naar zijn bewonderde charismatische gestalte, en voelen zijn magnetische uitstraling. Over de gehele aardbol staren witjongens en witmannen geboeid naar zijn Persona oftewel Masker, en het aantal witmensen dat met ‘Curly’ in zijn of haar haren loopt, of de steile kapsels bij de salon tot een kroeskop laat permanenten, is niet meer bij te houden. Elke avond dromen velen verliefd van zijn donkere stem die een onnavolgbare persoonlijkheid en Rattenvangerachtige aantrekkelijkheid uitzendt. Ontelbaar zijn de liefdesverklaringen die de popzanger gezonden worden.

Ontelbaar zijn de zwarte jongens- en meisjespopgroepen, die furore maken op de Tele-Visie, en met hart en ziel geïmiteerd worden door witte jongelui over de gehele wereld. Om er slechts enkele te noemen: de Soul Systers van Sparkle, en de groep Boney Twinkle, en de ‘messias’ van de reggii: Mop Barlie, Paps Farley, of hoe hij zich ook noemen wil op diverse planeten. Verover de wereld, begin bij de jeugd.“

 

 

 832510-1bbf8efa7c8146b0515a8f0e2d6bbed6.jpg

Dorothee Wong Loi Sing (Paramaribo, 17 januari 1954)

Michael Jackson

 

 

 

 

De Engelse schrijver Nevil Shute werd geboren op 17 januari 1899 in Ealing. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: The Far Country

 

"Jack," said Jane, "don't let's see anyone tonight. Let's just have a very, very good dinner and go to a theatre. Any theatre."

"Don't you want to see Angie?"

"Angie can wait till tomorrow," said her mother. "I want to see a theatre. Angie's probably seen them all. Let's go out alone."

"All right," he said. "I'll go down and see what we can get seats for."

She said, "And I want a bottle of champagne with dinner."

" My word," he said. "What'll I order for dinner- mutton?"

"You dare! Oysters and roast duck, or as near as you can get to it."

They went out presently and walked slowly in the heat down the tree-shaded slope of Collins Street, tacking from side to side to look at the shops. Jane said presently, "I know what I want to buy."

"What's that?"

"A picture."

He stared at her. "What sort of picture?"

"An oil painting. A very, very nice oil painting."

"What of?"

"I don't mind. I just want a very nice picture."

"You mean, in a frame, to hang on the wall?"

"That's right. We had lots of them at home, when I was a girl. I didn't think anything of them then, but now I want one of my own."

 

 

 832510-ef11b4f594fec346db7ba86efda52f38.jpg

Nevil Shute (17 januari 1899 – 12 januari 1960)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mrs Henry Wood werd geboren in Worcester op 17 januari 1814 als Ellen Price. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: The Channings

 

„The sweet bells of Helstonleigh Cathedral were ringing out in the summer's afternoon. Groups of people lined the streets, in greater number than the ordinary business of the day would have brought forth; some pacing with idle steps, some halting to talk with one another, some looking in silence towards a certain point, as far as the eye could reach; all waiting in expectation.

It was the first day of Helstonleigh Assizes; that is, the day on which the courts of law began their sittings. Generally speaking, the commission was opened at Helstonleigh on a Saturday; but for some

convenience in the arrangements of the circuit, it was fixed this time for Wednesday; and when those cathedral bells burst forth, they gave signal that the judges had arrived and were entering the sheriff's

carriage, which had gone out to meet them.

A fine sight, carrying in it much of majesty, was the procession, as it passed through the streets with its slow and stately steps; and although Helstonleigh saw it twice a year, it looked at it with gratified eyes still, and made the day into a sort of holiday. The trumpeters rode first, blowing the proud note of advance, and the long line of well-mounted javelin men came next, two abreast; their attire that of the livery of the high sheriff's family, and their javelins held in rest. Sundry officials followed, and the governor of the county gaol sat in an open carriage, his long white wand raised in the air.

Then appeared the handsome, closed equipage of the sheriff, its four horses, caparisoned with silver, pawing the ground, for they chafed at the slow pace to which they were restrained. In it, in their scarlet

robes and flowing wigs, carrying awe to many a young spectator, sat the judges. The high sheriff sat opposite to them, his chaplain by his side, in his gown and bands. A crowd of gentlemen, friends of the

sheriff, followed on horseback; and a mob of ragamuffins brought up the rear.“

 

 

 

832510-1fe7f2fcde7abc317456dd24cf8469f7.jpg
Mrs Henry Wood (17 januari 1814 – 10 februari 1887

Boekomslag

 

 

 

 

De Engelse schrijver, politicus en staatsman George Lyttelton, 1e Baron Lyttelton werd geboren in Hagley, Worcestershire op 17 januari 1709. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Dialogues of the Dead

 

_Mr. Hampden_.--Your reasoning seems unanswerable.  But what could we do? Let Dr. Laud and those other court divines, who directed the king's conscience, and fixed in it such principles as made him unfit to govern a limited monarchy--though with many good qualities, and some great ones--let them, I say, answer for all the mischiefs they brought upon him and the nation.

_Lord Falkland_.--They were indeed much to blame; but those principles had gained ground before their times, and seemed the principles of our Church, in opposition to the Jesuits, who had certainly gone too far in the other extreme.

_Mr. Hampden_.--It is a disgrace to our Church to have taken up such opinions; and I will venture to prophesy that our clergy in future times must renounce them, or they will be turned against them by those who mean their destruction.  Suppose a Popish king on the throne, will the clergy adhere to passive obedience and non-resistance?  If they do, they deliver up their religion to Rome; if they do not, their practice will confute their own doctrines.“




 

 

 

De Duitse schrijfster Hella Eckert werd geboren op 17 januari 1948 in Bremen. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: Big John

 

“Ich wünschte, daß das Haus, in dem wir wohnten, Beine bekäme und sich mit mir davonmachte. Bevor auch aus ihm etwas ganz anderes würde, eine umgestülpte Schachtel ohne innen und außen und hell und dunkel, bevor die Nachbarn links und rechts und gegenüber weiter tuschelten, wenn ich ihnen beim Einkaufen begegnete."

 

 

 832510-4eea424a8faff689b690b8e72618d6ff.jpg

Hella Eckert (Bremen,17 januari 1948)

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Brian Castro, José Soares, Anthony Hecht, Aleksandar Tisma, Franz Tumler

De Australische schrijver en essayist Brian Castro werd geboren op 16 januari 1950 in Hongkong. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: The Garden Book

 

„Sometimes when you walk down to the cairn they've erected in memory of the crash you feel a bit ghoulish - wun gwai, as they say amibiguously in Chinese, 'hunting phantoms' which also means 'looking for nothing'. A daft undertaking. You wouldn't want to die on the side of this mountain, overcome by smoke. There is a stony track leading from the lookout, littered with shattered bourbon bottles and flattened beer cans. Beneath that there are the burnt remains of other times; layers and older layers. For a forensic collector, everything has its sombre significance. You may be looking at the last moments of a human gesture.

A gale blows, circling up from the flats, making the wires whistles. Stringybarks rasp. At times the ground shudders when a giant eucalypt falls and then the air is thick with the smell of leaf and loam. They fall without warning; roots in soft volcanic soil, heavy branches swooning in gusts, swollen with leaves. Every limb a sword of Damocles. You are broaching a former wilderness here. The hills are studded with orchards and nurseries now, but seventy years ago huge mountain ash rose up hundreds of feet and cool, dark forests formed a blue wall against the creeping city. The wind rakes through them, tearing down bark, rending memory with enfilading fire. In a cutting off Ridge Road there is a clearing and the ground is covered by little mounds of cigarette butts where people have emptied their car ashtrays. Countless cairns of long-dead anxieties, burnt-out lusts, charred moments of fear. Ice cubes of broken windshield glass. Two syringes. Seven used condoms. You suspect French letters despoited in such a way archive a particular system which is part sociological, part psychological. Seven is an anxious number.“

 

 

 831850-ee6f0196432f2e328c45c255c8c31a00.jpg

Brian Castro (Hongkong, 16 januari 1950)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver, theaterproducent, talk show host, acteur, schilder en musicus Jô Soares werd geboren op 16 januari 1938 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Twelve Fingers: Biography of an Anarchist (Vertaald door Clifford E. Landers)

 

„The most sacred date in the Serbs' historical calendar. It commemorates the Battle of Kosovo, which took place five centuries earlier and in which, according to Slavic myth, the flower of Balkan youth was slaughtered at the hands of Turkish barbarism. A cloudless sky over the city and the sun bathing the rooftops decorated with flowers and pennants. It is a feast day. Men and women sporting colorful clothes and folkloric costumes mark the occasion with dancing in the streets.

Whether through ignorance or stupidity, it is also the day that Archduke Franz Ferdinand, heir to the Austro-Hungarian throne, despised by the Serbian people, chooses for his visit to Sarajevo. The archduke has come to observe military maneuvers at the camp in Filipovic, at the invitation of the governor of Bosnia, General Oskar Potoirek. He is unaware that, spaced along the half-kilometer from the railway station to the city hall, where a ceremony is to be held, at least twenty-two armed conspirators from the Narodna Odbrana, the "Nationalist Defense," are waiting for him. They are determined to eliminate this highly visible symbol of tyranny.
At 9 A.M., Dimitri Borja Korozec goes into the Café Zora on Franz Joseph Street, where he plans to get something to eat. Under his arm he carries the Bosnische Post from the previous evening, with the route to be followed by Archduke Ferdinand.“

 

 

 831850-49b870e836011bd7a3cee7231d4a7624.jpg

José Soares (Rio de Janeiro, 16 januari 1938)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

It Out-Herods Herod. Pray You, Avoid It. 

 

Tonight my children hunch

Toward their Western, and are glad

As, with a Sunday punch,

The Good casts out the Bad.

 

And in their fairy tales

The warty giant and witch

Get sealed in doorless jails

And the match-girl strikes it rich.

 

I’ve made myself a drink.

The giant and witch are set

To bust out of the clink

When my children have gone to bed.

 

All frequencies are loud

With signals of despair;

In flash and morse they crowd

The rondure of the air.

 

For the wicked have grown strong,

Their numbers mock at death,

Their cow brings forth its young,

Their bull engendereth.

 

Their very fund of strength,

Satan, bestrides the globe;

He stalks its breadth and length

And finds out even Job.

 

Yet by quite other laws

My children make their case;

Half God, half Santa Claus,

But with my voice and face,

 

A hero comes to save

The poorman, beggarman, thief,

And make the world behave

And put an end to grief.

 

And that their sleep be sound

I say this childermas

Who could not, at one time,

Have saved them from the gas.

 

 

 

 831850-1cfe1a6a1a3765f72ba2e1c00a72410f.jpg

Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

 

 

 

De Servische schrijver Aleksandar Tišma werd op 16 januari 1924 geboren in Vojvodina. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Reise in mein vergessenes Ich (Vertaald door Barbara Antkowiak)

 

„Novi Sad, 29. 7. 1942

Ich beginne dieses Tagebuch in guter Stimmung. Die Krisenzeit ist vorbei, ich habe mich stabilisiert. Zu der Veränderung kam es letzten Herbst. Den ersten Anstoß erhielt ich von Spasa: Er lehrte mich Liebe zur Arbeit und zum Nachdenken. Das heißt nicht, daß ich jetzt fleißig bin. Ich lese nur und denke flüchtig über die Lektüre nach; sonst tue ich nichts. Aber mein pubertärer Nihilismus, dieses Chaos der Gedanken und Ideen, ist verschwunden. Zwar bin ich ein Zweifler ohne Ideale geblieben, doch ich hege weder Haß noch Verachtung für Ideale und Menschen. Ich bin ungewöhnlich, fast unnatürlich objektiv geworden.

Dann hatte ich ein paar Erfolge bei Mädchen, und meine Liebe zu Draga hat mir trotz aller Hoffnungslosigkeit genutzt, mich aus dem Stillstand der Gefühle erlöst. Ich liebe Draga noch immer, doch nicht mehr mit jener leidenden, haßerfüllten Glut: auch ihr verzeihe ich. Die Freundschaft mit Matijas hat mir viel gebracht. Er, der mir intellektuell weit überlegen ist, hat mich an die Literatur herangeführt und den Verehrer geistiger Werte in mir erweckt.

Djurica F. verdanke ich Festigkeit des Herzens, Verachtung für Schwäche, Zynismus.

Nun stehe ich hier: jung, gesund und ausgeglichen. Ich komme mir vor wie ein Kapitän, dessen Schiff durch eine Nebelwand gestoßen ist, der endlich den offenen Horizont vor sich hat und nun überlegt, welchen Kurs er einschlagen soll.

Am 1. September schließe ich die achte Klasse ab, dann folgt das Abitur. Ich müßte lernen, aber es gelingt mir kaum.“

 

 

 831850-5c61dfc850fa656d137f4d17d9173552.jpg

Aleksandar Tišma (16 januari 1924 – 16 februari 2003)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Tumler werd geboren op 16 januari 1912 in Gries bij Bozen. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Marmorstück von Laas

 

„Ich war [...] 1933, zum erstenmal bewußt als erwachender Mensch, der sich um seine Herkunft kümmert in der Heimat meines Vaters gewesen. Bei einem früheren Besuch hatte ich sie als Kind gesehen. Diesmal war ich anders gekommen: ein Heranwachsender, der sich als Person zu bestimmen trachtet. Ich hatte Verwandtschaft gespürt: etwas Geheimnisvolles zog mich an, es war mir begegnet in der Landschaft , in den Gesichtern der Menschen, in ihrer Sprache; ich fühlte einen älteren Lebensgrund.“

(...)

 

„Da hatte ich zum ersten Mal auch etwas Ungesagtes von meinem Vater verstanden: Bleib nicht, geh hinaus auf die Straße, geh weiter hinaus, komm zurück, aber geh wieder hinaus; und immer so: Nichtbleiben, Hinausgehen, da kommst du zu Leben. Geh, geh; wenn du gehst und sprichst, schneiden deine Wörter die Luft entzwei, und so weit die Luft von Wörtern durchschnitten ist, ist der Mensch gekommen. Die Müdigkeit hält dich nicht auf, Krankheit hemmt dich nicht, und so weit deine Wörter schneiden, bist du voran. Geh nicht schön, wisch dir den Rotz ab, eines Tages bist du in Rom. Schau dir den Fluß an, graues Gebirgswasser, aber es ist Wasser wie zerriebener Stein.“

 

 

 831850-f983487c5e03d4c2382d669774b25020.jpg

Franz Tumler (16 januari 1912 – 20 oktober 1998)

Tumler, rond 1940

Geschreven door Romenu om 19:35 Reageer op dit bericht

Jules Supervielle, Robert W. Service, Kálmán Mikszáth, Saint-Simon, Nel Benschop

De Franstalige dichter en schrijver Jules Supervielle werd geboren op 16 januari 1884 in Montevideo, Uruguay. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

C'est vous quand vous êtes partie

 

C'est vous quand vous êtes partie,
L'air peu à peu qui se referme
Mais toujours prêt à se rouvrir
Dans sa tremblante cicatrice
Et c'est mon âme à contre-jour
Si profondément étourdie
De ce brusque manque d'amour
Qu'elle n'en trouve plus sa forme
Entre la douleur et l'oubli.
Et c'est mon cœur mal protégé
Par un peu de chair et tant d'ombre
Qui se fait au goût de la tombe
Dans ce rien de jour étouffé
Tombant des autres, goutte à goutte,
Miel secret de ce qui n'est plus
Qu'un peu de rêve révolu.

 

 

 831846-2a85eb4009cd403bcf8d2dfb24922c17.jpg

Jules Supervielle (16 januari 1884 – 17 mei 1960)

 

 

 

 

De Canadese dichter en schrijver Robert William Service werd geboren op 16 januari 1874 in Preston, Engeland. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

If You Had A Friend

 

If you had a friend strong, simple, true,

Who knew your faults and who understood;

Who believed in the very best of you,

And who cared for you as a father would;

Who would stick by you to the very end,

Who would smile however the world might frown:

I'm sure you would try to please your friend,

You never would think to throw him down.

 

And supposing your friend was high and great,

And he lived in a palace rich and tall,

And sat like a King in shining state,

And his praise was loud on the lips of all;

Well then, when he turned to you alone,

And he singled you out from all the crowd,

And he called you up to his golden throne,

Oh, wouldn't you just be jolly proud?

 

If you had a friend like this, I say,

So sweet and tender, so strong and true,

You'd try to please him in every way,

You'd live at your bravest -- now, wouldn't you?

His worth would shine in the words you penned;

You'd shout his praises . . . yet now it's odd!

You tell me you haven't got such a friend;

You haven't? I wonder . . . What of God?

 

 

 

831846-dfe62d6923cf5555f230c3aa1db813d7.jpg
Robert W. Service (16 januari 1874 – 11 september 1958)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver en journalist Kálmán Mikszáth werd op 16 januari 1847 in Szklabonya (tegenwoordig Slowakije) geboren. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: St. Peter's Umbrella (Vertaald door B. W. Worswick)

 

„The schoolmaster's widow at the Haláp was dead. When a schoolmaster dies there is not much of a funeral, but when his widow follows him, there is still less fuss made. And this one had left nothing but a goat, a goose she had been fattening, and a tiny girl of two years. The goose ought to have been fattened at least a week longer, but the poor woman had not been able to hold out so long. As far as the goose was concerned she had died too soon, for the child it was too late. In fact, she ought never

to have been born. It would have been better had the woman died when her husband did. (Dear me, what a splendid voice that man had to be sure!)

The child was born some months after its father's death. The mother was a good, honest woman, but after all it did not seem quite right, for they already had a son, a priest, a very good son on the whole, only it was a pity he could not help his mother a bit; but he was very poor himself, and lived a long way off in Wallachia, as chaplain to an old priest. But it was said that two weeks ago he had been presented with a living in a small village called Glogova, somewhere in the mountains between Selmeczbánya and Besztercebánya. There was a man in Haláp, János Kapiczány, who had passed there once when he was driving some oxen to a fair, and he said it was a miserable little place.

And now the schoolmaster's widow must needs go and die, just when her son might have been able to help her a little. But no amount of talking would bring her back again, and I must say, for the honor of the inhabitants of Haláp, that they gave the poor soul a very decent funeral.“

 

 

 

 831846-3bbb9b79fb28b4af0f22b4ebe10437d0.jpg

Kálmán Mikszáth (16 januari 1847 – 28 mei 1910)

Standbeeld in Boedapest

 

 

 

 

De Franse schrijver Louis de Rouvroy, hertog van Saint-Simon werd geboren op 16 januari 1675 in Versailles. Zie ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Mémoires de Saint-Simon

 

„En même temps, elle s'appliquait à m'élever le courage, et à m'exciter de me rendre tel que je pusse réparer par moi-même des vides aussi difficiles à surmonter. Elle réussit à m'en donner un grand désir. Mon goût pour l'étude et les sciences ne le seconda pas, mais celui qui est comme né avec moi pour la lecture et pour l'histoire, et conséquemment de faire et de devenir quelque chose par l'émulation et les exemples que j'y trouvais, suppléa à cette froideur pour les lettres; et j'ai toujours pensé que si on m'avait fait moins perdre de temps à celles-ci, et qu'on m'eût fait faire une étude sérieuse de celle-là, j'aurais pu y devenir quelque chose.

Cette lecture de l'histoire et surtout des Mémoires particuliers de la nôtre, des derniers temps depuis François Ier, que je faisais de moi-même, me firent naître l'envie d'écrire aussi ceux de ce que je verrais, dans le désir et dans l'espérance d'être de quelque chose et de savoir le mieux que je pourrais les affaires de mon temps. Les inconvénients ne laissèrent pas de se présenter à mon esprit; mais la résolution bien ferme d'en garder le secret à moi tout seul me lut remédier à tout. Je les commençai donc en juillet 1694, étant mestre de camp d'un régiment de cavalerie de mon nom, dans le camp de Guinsheim sur le Vieux-Rhin, en l'armée commandée par le maréchal-duc de Lorges.“

 

 

 831846-004d75800bbfdaa1a082ffae8fa63291.jpg

Saint-Simon (16 januari 1675- 2 maart 1755)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Nel Benschop werd geboren op 16 januari 1918 te Den Haag. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

Verlangen naar de lente

 

God, ik verlang zo naar een straaltje zon

en naar de eerste warme lentedagen,

naar witte wolken, die door 't blauw heen jagen

op weg naar iets, dat ik niet vinden kon.

 

Ik wil de tulpen ruiken als 'k ze pluk,

ik wil de kersenbloesem weer zien zweven,

magnolia 's, de kelken opgeheven

of ze een dronk uitbrengen op 't geluk.

 

Ik wil de knoppen weer zien opengaan

van berken, mooiste onder alle bomen;

ik wil, nu 'k aan de winter ben ontkomen,

met nieuwe ogen in Uw schepping staan.

 

 

 

 831846-84766939708eb7c918487ba0c94893d1.jpg

Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Uwe Grüning

De Deense dichteres, schrijfster en essayiste Inger Christensen werd geboren op 16 januari 1935 in de stad Vejle aan de oostkust van Jutland. Zie ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

If I stand

 

If I stand

alone in the snow

it is clear

that I am a clock

 

how else would eternity

find its way around

 

 

 

Light: Winter

 

Winter is out for a lot this year

the beach already is stiff

all will be one will be one this year

wings and ice will be one in the world

all will be changed in the world:

the boat will hear its steps on the ice

the war will hear its war on the ice

the woman will hear her hour on the ice

the hour of birth in the ice of death

winter is out for a lot.

Out for the houses the cities

out for the forests the clouds

the mountains the valleys fear

the heart the children peace.

 

Winter is out for a lot this year

the hand already is stiff

the crying of children is heard in the house

one will we be one life

I hear my house slip with the world

and scream all that has been screamed

the heart rams its boat into ice

shells rustling in the hull

winter is out for as much.

 

If I freeze fast in the ice

if you freeze fast my child

my great forest next summer

my great fear as I come

if you freeze fast my life:

then I am a vulture of wings and ice

tearing my liver, my living life

awake in eternity.

 

This winter is in for a lot.

 

 

 

Vertaald door Susanna Nied

 


 831853-973bb0b4eef0f25655ffb1e6631f0345.jpg

Inger Christensen (16 januari 1935 – 2 januari 2009)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Susan Sontag werd geboren op 16 januari 1933 in New York. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007  en ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Over fotografie (Vertaald door Henny Scheepmaker)

 

„Er is een nadrukkelijke arrogantie voor nodig om te maken dat het werk gemakkelijk herkenbaar is (zoals de gesolariseerde foto’s van Todd Walker of de fotoverhalen van Duane Michals) of een obsessie met één bepaald thema (zoals Eakins met het mannelijk naakt, of Laughlin met het ouderwetse zuiden van de Verenigde Staten). Wanneer een fotograaf zich niet op die manier aan banden legt, vertoont zijn totale oeuvre niet de integriteit die men gewaarwordt in vergelijkbaar gevarieerd werd van andere vormen van kunst. Zelfs wanneer men een loopbaan neemt met zeer scherpe breuklijnen in periodes en stijlen – denk aan Picasso of Strawinsky – kan men een zekere eenheid in gestemdheid waarnemen die boven die breuklijn uitgaat, en ziet men achteraf de innerlijke relatie van de ene periode tot de andere. Wanneer men het totale oeuvre kent, begrijpt men hoe dezelfde componist in staat was Le Sacre du printemps, het ‘Dumberton Oaks’ concert, en de latere neoschönbergiaanse werken te componeren; in al die composities herkent men de hand van Strawinsky. Maar er bestaat geen innerlijk bewijs om de studies van menselijke en dierlijke bewegingen, de documenten van foto-expedities in Midden-Amerika, de in opdracht van de regering vervaardigde cameraoverzichten van Alaska en Yosemite, en de wolken- en bomenseries te identificeren als het werk van één enkele fotograaf (en nog wel een van de interessantste en meest oorspronkelijke).“

 

 

 831853-637dd4edf84dfa41ed11ba38da39ea56.jpg

Susan Sontag (16 januari 1933 – 28 december 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Reinhard Jirgl werd op 16 januari 1953 in Oost-Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007  en ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Abschied von den Feinden

 

“BERICHT VOM ABSCHIED. Die Wohnung meines älteren Bruders liegt im Finstern, i winzige Glühlampe beißt i wenig Dunkelheit aus dem Korridor heraus — dort ist helles Schimmern, das dem glatten Haar der beiden Frauen ein dunkles, mattes Leuchten gibt. Bisweilen sehe ich auch das Gesicht i dieser Frauen als ein Schemen aufleuchten in dem dunkeln Labyrinth einer Wohnung. Der Bruder ist vor einigen Jahren schon fortgezogen von hier, von diesem Ort, diesem Land + dieser Frau, in den Westen zu einer Zeit, als kaum jemand mehr zu ahnen wagte + noch weniger zu wissen, daß auch dem-Osten ein erlebbares Ende beschieden war. Lange Jahre noch vor der Unruhe, vor den Stürzen + Aufbrüchen, den Trunkenheiten + dem Taumeln wie sie Plätze Wege + Straßen schrägen seit Tagen + die Körper wie ein Brennen ergreifen; in diesen ersten Tagen, nachdem die

Eine Grenze keine Grenze mehr ist, die Stadt Berlin für Stunden i Schritt vom Tod sich entfernte.

Immerhin, solch erste Stunden sind unsicher, die Haut des Neuen noch dünn, Rückfälle jederzeit möglich: Panzer würden aufrücken, Polizisten + Soldaten Straßen + Häuser besetzen, Gestalten, die Hände erhoben, eilig aus den Wohnungen heraus-, in geschlossne Lastwagen hineingetrieben werden, + tauchten niemals wieder auf—; vereinzelt Schüsse in den Alleen, + anderntags auf einigen Straßen neben ausgebrannten Autowracks in schwarzrote Qualmfetzen gehüllt die Leichen, ihre Gesichter von Zeitungsbögen verdeckt —, sie würden auch am folgenden Abend noch dort liegen, Niemand der die Straßen zu betreten wagt; aufflammend Leuchtraketen, Hundegebell Stiefel gegen Asfalt wieder Schüsse, Wetterleuchten, ein blutiges Feuerwerk zum Bürgerkrieg. Und in Schwärmen auch hier wie allenorts die Fliegen.....

—!Genug. Sagt mit entschlossener Stimme die Frau, als hätte sie meine Fantasien erraten. Ihr Gesicht, zum Kinn spitz zulaufend, schimmert weiß. —Es ist Zeit. Wir müssen gehn.”

 

 

jirgl102_v-slideshow.jpg
Reinhard Jirgl (Oost-Berlijn, 16 januari 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler  en politicus Uwe Grüning werd geboren op 16 januari 1942 in Pabianice bij Lodz, Polen. Zie ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

Heimkehr im Alter

Wer heimkehrt,
findet die Stunde,
die ihn zu reden lehrte, nicht mehr,
und sein Auge bleibt blicklos.

 

Wer heimkehrt,
weiß noch das Sesamwort.
Doch die Höhle steht offen
und ihre Schätze
sind weggeraubt wie die Jugend.

 

In den Weiden
wohnt kein Erlkönig mehr,
und seine Töchter,
Nebel- und Brautschleier tragend,
tanzen nicht auf den Auen.

 

Wer zurückkehrt im Alter,
führt den Selbstbetrug heim,
einen Schatz,
der sich mehrt mit den Jahren.

 

Doch sein Vater empfängt ihn,
wie Väter seit jeher
verlorene Söhne empfangen,
und spricht
mit einer Kopfbewegung:
"Tritt ein,
leg deine Sehnsucht ab,
sei willkommen!"

 

 

 

 831853-1a50e1289dbbb25905e5cccd9bf35164.jpg

Uwe Grüning (Pabianice, 16 januari 1942)




Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Osip Mandelstam, Mihai Eminescu, Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer

De Russische dichter Osip Mandelstam werd geboren op 15 januari 1891 in Warschau. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2008 en ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

Zärtlicher als zärtlich

 

Zärtlicher als zärtlich
Ist dein Gesicht,
Weißer als Weißes
Ist deine Hand,
Stets bliebst du fern
Der Welt, der gesamten,
Allem, was dein ist,
Niemand entkam.

All deiner Trauer
Niemand entkam,
Auch den nie erkaltenden
Fingern der Hand,
Auch dem nie verzagenden
Ruhigen Klang
Im Fernen
Der Reden
Und Augensterne.

 

 

 

Vertaald door Erich Boerner

 

 

 

A flame is in my blood

 

A flame is in my blood

burning dry life, to the bone.

I do not sing of stone,

now, I sing of wood.

 

It is light and coarse:

made of a single spar,

the oak’s deep heart,

and the fisherman’s oar.

 

Drive them deep, the piles:

hammer them in tight,

around wooden Paradise,

where everything is light.

 

 

Vertaald door A. S. Kline

 

 

 

 831152-ec2ae7d0f14ebc9872542f32825bc862.jpg

Osip Mandelstam (15 januari 1891 – 27 december 1938)

 

 

 

 


De Roemeense dichter
Mihai Eminescu (eigenlijk Mihail Eminovici) werd geboren op 15 januari 1850 in Botoşani bij Czernowitz. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

Eve On The Hill

Dreary the horn sounds in the eve on the hill,
Sheepflocks return, stars on their way twinkle still,
Watersprings weep murmuring clear, and I see
Under a tree, love, thou art waiting for me.

Holy and pure passes the moon on the sky,
Moist seem the stars born from the vault clear and high,
Longing thine eyes look from afar to divine,
Heaving thy breast, pensive thy head doth recline.

Tired with their toil, peasants come back from the field,
From the old church, labourer's comfort and shield,
Voices of bells thrill the whole sky high above;
Struck is my heart, trembling and burning with love.

Ah! very soon quietness steals over all,
Ah! very soon hasten shall I to thy call,
Under the tree, there I shall sit the whole night,
Telling thee, love, thou art my only delight.

Cheek press'd to cheek, there in sweet ecstasy we,
Falling asleep under the old locust-tree,
Smiling in dream, seem in a heaven to live,
For such a night who his whole life would not give?

 

Vertaald door P. Grimm

 

 

 

Sonnet II

The years have sped, and time still swiftly flies
Since that first sacred hour in which we met;
But how we loved I can no more forget,
Sweet wonder with cold hands and such big eyes.

O, come again! Your words inspire me yet,
While your soft gaze upon me gently lies,
That'neath its ray new life in shall rise,
And you new songs upon my lyre beget.

When you come near to me you little know
How soothed my heart is then, as though with balm,
As when some star does in the heavens show;

Your childish smile so full of tender charm
Has power to quench this life drawn out in woe
And fill my eyes with fire, my soul with calm.


 

Vertaald door Corneliu M. Popescu

 

 

 

 831152-1c1f5e640ef86d413146dd4c1e433306.jpg

Mihai Eminescu (15 januari 1850 - 15 juni 1889)

Standbeeld in Chisinau

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

 

Der Mond sinkt hinter einer Tempelruine hinab

Zu Debussys »Et la lune descend sur le temple qui fut«

 

 

Geköpfte Säulen

Umgestürzte Säulen

Gefallene Kapitelle

 

wo einst geschäftiges Treiben herrschte

 

Zeus, Artemis, Hermes, Hera, Aphrodite, Apoll wohnten hier und wurden besucht, beschworen, verflucht

 

Heute Efeugewucher, Gebrösel, Schutt

 

Und ein paar Wanderer, die an diesen verlassenen Ort kommen und zuschauen, wie der Mond rot zwischen abgebrochenen Säulen hinabsinkt

 

an diesem Ort, an dem die Götter noch immer wohnen



 

 

 831152-348ed1093be9329358272435c66be164.jpg

Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

 

 

 

 

 

De Franse toneelschrijver en acteur Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin) werd geboren in Parijs op 15 januari 1622. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007  en ook mijn blog van 15 januari 2008 en ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Le médecin volant

 

„SCÈNE PREMIÈRE

VALÈRE.- Hé bien! Sabine, quel conseil me donneras-tu*?

SABINE.- Vraiment, il y a bien des nouvelles. Mon oncle veut résolument que ma cousine épouse Villebrequin, et les affaires sont tellement avancées, que je crois qu'ils eussent été mariés dès aujourd'hui, si vous n'étiez aimé; mais comme ma cousine m'a confié le secret de l'amour qu'elle vous porte, et que nous nous sommes vues à l'extrémité par l'avarice de mon vilain oncle, nous nous sommes avisées d'une bonne invention pour différer le mariage. C'est que ma cousine, dès l'heure que je vous parle, contrefait la malade; et le bon vieillard, qui est assez crédule, m'envoie quérir un médecin. Si vous en pouviez envoyer quelqu'un qui fût de vos bons amis, et qui fût de notre intelligence, il conseillerait à la malade de prendre l'air à la campagne. Le bonhomme ne manquera pas de faire loger ma cousine à ce pavillon qui est au bout de notre jardin, et par ce moyen vous pourriez l'entretenir à l'insu de notre vieillard, l'épouser, et le laisser pester tout son soûl avec Villebrequin.

VALÈRE.- Mais le moyen de trouver sitôt un médecin à ma poste*, et qui voulût tant hasarder pour mon service? Je te le dis franchement, je n'en connais pas un.

SABINE.- Je songe une chose: si vous faisiez habiller votre valet en médecin? Il n'y a rien de si facile à duper que le bonhomme.

VALÈRE.- C'est un lourdaud qui gâtera tout; mais il faut s'en servir faute d'autre. Adieu, je le vais chercher. Où diable trouver ce maroufle à présent? Mais le voici tout à propos.

SCÈNE II

VALÈRE, SGANARELLE.

VALÈRE.- Ah! mon pauvre Sganarelle, que j'ai de joie de te voir! J'ai besoin de toi dans une affaire de conséquence; mais, comme je ne sais pas ce que tu sais faire...

SGANARELLE.- Ce que je sais faire, Monsieur? Employez-moi seulement en vos affaires de conséquence, en quelque chose* d'importance: par exemple, envoyez-moi voir quelle heure il est à une horloge, voir combien le beurre vaut au marché, abreuver un cheval; c'est alors que vous connaîtrez ce que je sais faire.

VALÈRE.- Ce n'est pas cela: c'est qu'il faut que tu contrefasses le médecin.“

 

 

 831152-57f06324e15f262b67e40d0ae7fca644.jpg

Molière (15 januari 1622 - 17 februari 1673)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Grillparzer werd geboren in Wenen op 15 januari 1791. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Der arme Spielmann

 

„In Wien ist der Sonntag nach dem Vollmonde im Monat Juli jedes Jahres samt dem darauffolgenden Tage ein eigentliches Volksfest, wenn je ein Fest diesen Namen verdient hat. Das Volk besucht es und gibt es selbst; und wenn Vornehmere dabei erscheinen, so können sie es nur in ihrer Eigenschaft als Glieder des Volks. Da ist keine Möglichkeit der Absonderung; wenigstens vor einigen Jahren noch war keine.

An diesem Tage feiert die mit dem Augarten, der Leopoldstadt, dem Prater in ununterbrochener Lustreihe zusammenhängende Brigittenau ihre Kirchweihe. Von Brigittenkirchtag zu Brigittenkirchtag zählt seine guten Tage das arbeitende Volk. Lange erwartet, erscheint endlich das saturnalische Fest. Da entsteht Aufruhr in der gutmütig ruhigen Stadt. Eine wogende Menge erfüllt die Straßen. Geräusch von Fußtritten, Gemurmel von Sprechenden, das hie und da ein lauter Ausruf durchzuckt. Der Unterschied der Stände ist verschwunden; Bürger und Soldat teilt die Bewegung. An den Toren der Stadt wächst der Drang. Genommen, verloren und wiedergenommen, ist endlich der Ausgang erkämpft. Aber die Donaubrücke bietet neue Schwierigkeiten. Auch hier siegreich, ziehen endlich zwei Ströme, die alte Donau und die geschwollnere Woge des Volks, sich kreuzend quer unter- und übereinander, die Donau ihrem alten Flußbette nach, der Strom des Volkes, der Eindämmung der Brücke entnommen, ein weiter, tosender See, sich ergießend in alles deckender Überschwemmung. Ein neu Hinzugekommener fände die Zeichen bedenklich. Es ist aber der Aufruhr der Freude, die Losgebundenheit der Lust.

Schon zwischen Stadt und Brücke haben sich Korbwagen aufgestellt für die eigentlichen Hierophanten dieses Weihfestes: die Kinder der Dienstbarkeit und der Arbeit. Überfüllt und dennoch im Galopp durchfliegen sie die Menschenmasse, die sich hart vor ihnen öffnet und hinter ihnen schließt, unbesorgt und unverletzt. Denn es ist in Wien ein stillschweigender Bund zwischen Wagen und Menschen: nicht zu überfahren, selbst im vollen Lauf; und nicht überfahren zu werden, auch ohne alle Aufmerksamkeit.“

 

  

 

 831152-235567509d206ebd7532d9d174e64b2c.jpg

Franz Grillparzer (15 januari 1791 - 21 januari 1872)

Monument in de Volksgarten in Wenen


Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Franz Fühmann, Martha Saalfeld, Xu Zhimo, Willem de Clercq, Louis Guilloux

De Duitse dichter en schrijver Franz Fühmann werd geboren op 15 januari 1922 in Rochlitz (in het huidige Tsjechië). Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Das Nibelungenlied

 

„Viel Staunenswertes ist in den alten Geschichten auf uns gekommen: Kunde von hochberühmten Helden und ihren Taten und ihrer Not, von Festesfreuden und Jammergeschrei und den Kämpfen der Kühnen, und wer mag, kann nun von all dem hören, es werden aber wundersame Dinge darunter sein.

Es wuchs damals in Burgund ein Mädchen heran, das war so auserlesen, dass man rings in den Landen kein schöneres an Wohlgestalt finden konnte, aber auch kein schöneres an Tugend und Edelsinn. Viele Ritter begehrten sie zur Frau, und alle Mädchen beneideten sie. Sie hieß Kriemhild, und drei edle und reiche Könige beschützten sie: Gunther, Gernot und der junge Giselher, das waren

ihre Brüder. Es waren dies freigebige Herren aus hohem Geschlecht, unmäßig in ihrer Kraft und prächtige Haudegen, und sie herrschten gemeinsam über ihr Land. Ihre Mutter hieß Ute, ihr Vater hieß Dankrat, ihr Hof war zu Worms am Rhein, und ihr Gefolge waren die erprobtesten Streiter: Hagen von Tronje, sein Bruder Dankwart, dann Ortwin von Metz, die hochberühmten Markgrafen Gero und Eckewart, die vordem an der Elbe gegen die Heiden gefochten hatten, der Spielmann Volker von Alzay, der Küchenmeister Rumold, der Schenk Sindold und der Kämmerer Hunold und viele andere, deren Namen heut keiner mehr kennt, doch wenn man alle ihre Taten besingen wollte, würde ein Menschenleben dazu nicht ausreichen.

Eines Nachts träumte Kriemhild, sie zähme einen wilden und schönen Falken, da kämen mit einem Mal zwei Adler dahergeflogen und zerfleischten den schönen Falken, und sie hätte nie etwas Grässlicheres gesehen.“

 

 

 831146-178a3ed68a0289353020c724653ab99c.jpg

Franz Fühmann (15 januari 1922 – 8 juli 1984)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Martha Saalfeld werd geboren op 15 januari 1898 in Landau. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

O klare Sicht

 

O klare Sicht: die Ebne aufgetan
Bis an den Strom! Ins Licht genommen und
Dem Himmel angenähert; schwanker Grund
Der ewigen Gestirne. Vogelbahn –

 

Und Bogen hält die fliehende nicht ein.
Sie narrt den Blick der wie ein Bussard stößt
Nach winzgen Fellen. Unversehens löst
Sie sich aus seinem Griff. Sie strömt wie Wein

 

Und sie hat keine Grenze, denn es will
Der Gott sie ähnlich seinem Wesen. Ist
Sie aber nicht sein eigenstes? Vergißt
Er sich nicht ganz in ihr und hält ihr still?

 

 

 

831146-b73fd6e3642a70d688d80a2781d5cafc.jpg
Martha Saalfeld (15 januari 1898 – 14 maart 1976)

Landau, markt

 

 

 

 

De Chinese dichter Xu Zhimo werd geboren op 15 januari 1897 in de provincie Zhejiang. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

 

Rhythm of The Sea

 

"Maiden, solitary maiden,
Why do you linger
On this darkening seashore?
Maiden, go home, maiden!"
"Ah no; I will not go home.
I love the evening wind blowing,"
On the beach, in the twilight.
There is a maiden with windblown hair,
Wandering to and fro.

"Maiden with the windblown hair,
Why do you wander to and fro
On this cold and desolate seashore?
Maiden, go home, maiden!"
"Ah no; Listen to my song.
Great sea, I sing, Come..."
Under the starlight, in the cold wind,
The sound of the maiden's song,
Tones now high, now low.

"Maiden, bold maiden,
The horizon darkens,
And soon will come gale-driven waves.
Maiden, go home, maiden!"
"Ah no, watch me dance
Like a seagull over the waves."
In the twilight, on the beach,
A slim figure whirls,
Dancing, dancing.

"Listen to the fury of the great sea,
Look, the waves are like wild beasts,
Maiden, go home, maiden!"
"Ah no, the waves will not swallow me,
I love the pounding of this great sea."
"Ah, the waves will swallow you,
See the great sea's wind-driven billows."
In the sound of the surf, the shimmer of the waves,
A frightened maiden
Amid the white-capped waves,
Too late, too late.

"Maiden, where are you?
Where is your loud, clear song?
Where is your slim figure?"

 

 

 

 831146-47f7017f3fe3954247c79bd0d749802c.jpg

Xu Zhimo (15 januari 1897 – 19 november 1931)

 

 

 

 


De Nederlandse dicher en (dagboek)schrijver
Willem de Clercq werd geboren in Amsterdam op 15 januari 1795. Zie
ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830

 

„Donderdag, 10 april 1815

Te Amersfoort kwam men aan den Doelen aan en hier stond de tafel gereed, aan welke verscheidene duitschers die tot hunne groote verwondering fransch spraken, op Holland schimpten, en den toorn van Bruno door hunne lompheid verwekten, hetgeen echter zonder duelleeren afliep. Het diné bewees, dat het niet in Frankrijk alleen is, dat men warm water met gras voor soep verkoopt. Vleesch, en harde peeren tot dessert, volmaakten den maaltijd. En nu werden de environs der herberg geinspecteerd, en een kerk beschouwd, van een zielenstal in een paardenstal veranderd. Men liet de diligence in vrede aftrekken, en onze jongelieden, bij wie nu ook Clericus, verheugden zich in het denkbeeld onder de halve kap of bijwagen, de reis met de vreemde jufvrouw voort te zetten. Deze jufvrouw verhaalde met veel naïveteit, hoe zij op haar broeders kamer te Leiden in een kast de vervolgingen der studenten ontvlucht was, en hoe zij eens in een schuit op het verdek de onzedelijke gesprekken had moeten ontvluchten. Zij was spoedig met onze vrienden in zekere familiariteit getreden. Men geraakte op weg, doch nam onder weg nog een oude Amersfoortsche Matrone, die de reizigers als hare kindertijes behandelde, en een dikke boerin, en een bleeken jongen met een uitgedroogd gezicht als reisgezellen op, zoodat dit, bij vele pakkages en doozen gevoegd, niet minder drukte dan in de Diligence veroorzaakte. Men reed dus met den halven kap met zes paarden bespannen Amersfoort uit, en kwam te Lunteren aan. Een zeer schoone weg naar Ede, heerlijke gezichten op Rhenen en omliggende streken toonden dat men wezenlijk in Gelderland was.“

 

 

 

831146-efe359c0aea95321f2cf744494b1dedb.jpg
Willem de Clercq (15 januari 1795 - 4 februari 1844)

Portret door P. Velyn

 

 

 

 

De Franse schrijver Louis Guilloux werd geboren op 15 januari 1899 in Saint-Brieuc. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: La Maison du peuple

 

« Un soir, Le Brix était venu le voir, comme d'habitude, la journée faite. Kernevel somnolait. Le Brix avait doucement posé sur la table de nuit quelques oranges et s'était retiré sans bruit. Kernevel n'avait pas bougé. Il avait bien entendu son camarade, mais, se croyant sur le point de s'endormir, il ne l'avait pas appelé. Or le sommeil ne vint pas. Quelques instants après le départ de Le Brix, Jean Kernevel se retourna dans son lit et ouvrit les yeux. La lampe était allumée. C'était la fin d'une journée d'octobre, silencieuse, brouillée de pluie. Il regretta d'avoir laissé partir Le Brix. Il eût souhaité une présence : « Qu'est-ce que j'ai ? se dit-il, qu'est-ce qui me prend ? » Une paix lui venait, un grand sentiment de tendresse. Il jeta un long regard sur la chambre, et soudain des larmes lui coulèrent de ses yeux. Ce n'était pas, comme les autres fois, des larmes de regret. Il ne pleurait pas sur lui-même et sur sa mort prochaine. C'était des larmes de bonheur. Il ne savait pas d'où elles venaient. Il les acceptait avec reconnaissance. Il regardait l'armoire, la commode, la table, et ses larmes coulaient avec abondance. Il ne les essuyait pas : « Qu'est-ce que j'ai, murmurait-il, qu'est-ce que j'ai ? » Il avait entendu dire qu'au moment de la mort les malades connaissaient une trêve. « Est-ce cela ? Est-ce que je vais mourir déjà, tout seul ? » Si c'était cela, la mort était un grand bonheur. Il pensait à sa vie, et il ne regrettait rien. Il lui semblait posséder l'amitié de tous ceux qu'il avait aimés comme ils possédaient la sienne. Le reste ne comptait pas. »

 

 

 831146-dcd693972463bce655f2d172202f7e50.jpg

Louis Guilloux (15 januari 1899 – 14 oktober 1980)

Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

Walter Serner, Alexander Moszkowski, Aleksandr Gribojedov, Sidonia Zäunemann, Peter Christen Asbjør

De Duitse schrijver Walter Serner werd op 15 januari 1886 in de Tsjechische plaats Karlsbad (Bohemen) geboren. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Letzte Lockerung

 

„Wird er aber erreicht, so wird dieses Brevier das erste Abenteuer gewesen sein und fortan von einem zum andern führen, von Stadt zu Stadt, von Land zu Land.
Jene, die längst solchen Weges dahinziehen, mögen gleichwohl diese Lektüre nicht verachten noch die vorgeschriebene Vorbereitung: ein kraftvolles Zusammenströmen alles dessen, was des Körpers und des Hirnes ist, wird die Lust zu neuen Taten stärken.
- (Hier sei erwähnt, daß, um kräftige Trinker nicht zu irritieren, das Maß der Getränke nicht vorgeschrieben wurde; daß es aber ratsam ist, von jedem Wein nur eine halbe Flasche zu bestellen und von jeder Flasche dem Kellner ein Glas zu überlassen.)
1. Motto: Jeder sein eigener Papst!
2. Motto: Non, je ne marche pas. Non, je ne marche plus. Mais j'irai peutêtre à Canada. Chi lo sà?
3. Motto: "Ihr Name tut nichts zur Sache. Aber wie heißt du, Heißgeliebte?"
4. Motto: (Die Kunst-Kuhe ging so lange zum Brunnen, bis ich ihr hinter die Ohren brach.)
5. Motto: Que les chiens sont heureux! Ils se ....... .. ....., ils s' ........ entre eux: que les chiens sont heureux! (Ami, ami!)
6. Motto: Zwei Sparren zwischen den Beinen, eine Pfauenfeder am Mast, so geht er, es ist zum Weinen, und mit gelinder Hast. Wer? Das Pack.
7. Motto: Grips muß man haben, stark muß man sein!“

 

 

 831139-29451bdb0197a8b7898d74afd356cad3.jpg

Walter Serner (15 januari 1886 – augustus 1942)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Alexander Moszkowski werd geboren in Pilica, Polen, op 15 januari 1851. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

Der erste Kuss

 

Wie kommt es, dass ich nichts gespürt

Von jenem Hochgenusse,

Den jeder Dichter schon besang,

Bei ihrem ersten Kusse?

 

9Wie kommt es, dass mich nicht durchzuckt'

Ein Zittern und ein Beben,

Als sie ihr Lippenpaar gewölbt,

Den ersten Kuss zu geben?

 

Wie kommt's, dass ich nicht glücklich war,

Als Mund an Mund sich schmiegte?

Das kommt wohl daher, dass den Kuss

Ein – gänzlich andrer kriegte!

 

 

 831139-10b08313efe99c717e3b1ad2a1c46033.jpg

Alexander Moszkowski (15 januari 1851 – 26 september 1934)

Pilica, markt

 

 

 

 

De Russische schrijver Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov werd geboren in Moskou op 15 januari 1795. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: WOE FROM WIT (Lijden door verstand, vertaald door A.S.Vagapov)

 

„L i z i e

It's you who's frivolous, let go, will you ?

Compose yourself, old man. F a m u s o v

I'm not quite old.

L i z i e

Should somebody come in, what shall we do ?

F a m u s o v

Who may come here now, uncalled ?

Is Sofia asleep ?

L i z i e

Just gone to bed.

F a m u s o v

Just now? And what about the night ?

L i z i e

She read.

F a m u s o v

The kind of whim she has, you see ?

L i z i e

She's reading there under lock and key.

F a m u s o v

You tell her what: she mustn't spoil her sight

For reading is of little worth. It's just a fashion.

She doesn't sleep from reading French at night,

I fall asleep when I read Russian.“

 

 

 

831139-710d642dc03fded4b49f806c0bf9d106.jpg
Aleksandr Gribojedov (15 januari 1795 – 11 februari 1829)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres Sidonia Hedwig Zäunemann werd geboren op 15 januari 1714 in Erfurt. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

Madrigal über die Wiege eines Kindes

 

Du schläfst in Ruh, und bildest dir nicht ein,

Die kleine Wiege werde

Auf dieser schnöden Erde,

Das Vorbild deines größren Schicksals sein.

Die Wiege wirft dich hin und her:

So wirst Du auch nach mehren Jahren

Des Schicksals Spielwerk wohl erfahren.

Es wird sich stets bemühn,

Dich öfters hin und her zu ziehn.

 

 

 

831139-4b1d8810e38241df4a32319ddd0222e3.jpg
Sidonia Zäunemann (15 januari 1714 – 11 december 1740)

Plaquette aan de kerk in Plaue

 

 

 

 

De Noorse schrijver Peter Christen Asbjørnsen werd geboren op 15 jamuari 1812 in Kristiania, tegenwoordig Oslo. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Per Gynt

 

"Ich habe doch noch nie Bären in Rudeln beisammen gesehen," dachte Per Gynt. Als er aber näher kam, waren bis auf einen einzigen alle verschwunden. Da klang es von einem Berge dicht neben ihm:

 

"Nimm in acht den Eber dein,
Per Gynt steht draußen
Mit dem Stutzen sein!"

 

"Ach, dann widerfährt Per Gynt ein Unglück, nicht aber meinem Eber, denn er hat sich heute nicht gewaschen," klang es aus dem Berge. Schnell wusch sich Per Gynt die Hände mit seinem Wasser und schoß den Bären tot. In den Bergen erhob sich ein schallendes Gelächter.

"Du hättest auf deinen Eber acht geben sollen," rief die eine Stimme.

"Ich habe nicht daran gedacht, daß er die Waschschüssel zwischen den Beinen hat," erwiderte die andere.

Per Gynt zog dem Bären die Haut ab und vergrub den Körper im Geröll; aber den Kopf und das Fell nahm er mit. Auf dem Rückweg traf er mit einem Bergfuchs zusammen.

"Sieh mein Lämmchen, wie fett du bist!" rief es von einem Hügel her. "Seht nur, wie hoch Per Gynt den Stutzen trägt!" tönte es von einem andern Hügel, als Per Gynt die Flinte zum Schießen an die Wange legte und den Fuchs erschoß. Er zog auch diesem den Balg ab und nahm ihn mit; und als er an der Sennhütte ankam, nagelte er die Köpfe mit aufgesperrtem Rachen außen an die Wand. Darauf machte er Feuer und stellte einen Suppentopf darüber; aber es rauchte so fürchterlich, daß Per Gynt kaum die Augen offen halten konnte, und er mußte deshalb eine in der Wand befindliche Luke öffnen. Da kam gleich ein Troll herbei und steckte seine Nase durch die Luke herein, die Nase aber war so lang, daß sie bis an den Schornstein reichte.

"Da kannst du einmal ein ordentliches Riechhorn sehen," sagte er.“

 

 

 

831139-72af1b1b3730f7e893a83a51eaf84926.jpg
Peter Christen Asbjørnsen (15 januari 1812 – 6 januari 1885)

Portret door Knud Bergslien, 1870

Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

F. Springer

De Nederlandse schrijver F. Springer (eig. Carel Jan Schneider werd geboren in Batavia op 15 januari 1932. Tijdens de Japanse bezetting bracht hij een deel van de tijd door in een interneringskamp. Na de oorlog kwam het gezin naar Nederland, na een lange omweg via Ceylon, Singapore en Thailand. Schneider ging naar het gymnasium in Rotterdam en naar het Christelijk Gymnasium Sorghvliet in Den Haag, en studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. Van 1958 tot 1961 was hij bestuursambtenaar in Nederlands Nieuw-Guinea, het tegenwoordige Papoea.  Na zijn periode in Nieuw-Guinea was Schneider diplomaat op Nederlandse ambassades in onder meer New York, Brussel, Dhaka, Teheran en Straatsburg. Ook werkte hij in Angola. Eind jaren tachtig was hij ambassadeur in de DDR. In 1989 ging hij met pensioen. Springer debuteerde in 1958 met het verhaal “Een eskimo op het dak” dat voor het eerst in boekvorm verscheen in 2002 in „Allemaal gelogen. De herinnering als mooi verhaal“, waarin niet eerder gepubliceerd of in boekvorm verschenen werk van F. Springer gebundeld is. Zijn gedichten en verhalen uit de jaren vijftig werden onder zijn eigen naam gepubliceerd. Vanaf Bericht uit Hollandia (1962) gebruikte Schneider het pseudoniem F. Springer.

 Hij ontving voor Bougainville in 1982 de Ferdinand Bordewijk Prijs en kreeg in 1995 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.

 

Uit: Quissama

 

"In de wereld heb ik alles verkocht aan iedereen. Spiegels en kralen, buitenboordmotoren, limonade, tabak, petroleum, koffie, dekens aan Maleiers en Chinezen, makreel in blik aan Papoea's in Nieuw-Guinea, rijbewijzen aan doven en blinden in Madras, melk, melk, zeeën melk op drie continenten ... je gelooft me toch Charlie?" "Natuurlijk, big white trader! Dat ben ik ook. Als je wilt noem ik op wat ik allemaal ..." Hij stak afwerend zijn hand omhoog, kwam het prieel binnen en ging zitten."

(...)
 

„Een kleine stem in ons oor, ik wist dat het bij hem en bij mij dezelfde stem was: is dit nu alles? In een donker gat in Afrika snakken naar nieuwe adem? We staarden elkaar aan, ik zag radeloosheid in zijn ogen, hij moest zoiets in de mijne zien. Verdomd, als niet één van de miljarden Afrikaanse ratten zich meer vertoonde, moest het schip nu zinken en redding was onmogelijk in deze stinkende, rotte… hij had mij de ogen geopend, King Velderman!”

(...)

 

“Voorzichtig schoof ik Pauline weer achter glas en zette haar voor mij op Kings tafel. Ik voelde hoe João in de deur mijn handelingen observeerde. Ik zei dat hij naar bed kon gaan. Hij wenste mij goedenacht. Het nieuwe, blanke blad van mijn orderboek zag er bijna verleidelijk uit. Morgen, de dag van beslissingen, was nog ver weg. Ik schreef. Steeds sneller schreef ik, want alles moest worden vastgelegd voordat er iemand binnenkwam om te beweren dat Pauline, King Velderman en ik zelf nooit hadden bestaan.”

 

 

 

1028925-14bb9f2a4013ce78747e37e1f400860e.jpg
F. Springer (Batavia, 15 januari 1932)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Mary Robison

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

 

Blinddruk

 

Stemmen die wilden klinken

maar in stilte steken bleven

 

Dooierloos ei

onverpopte vlinder

 

De gedroomde aanzet tot het begin

van een eerste aarzelende zin

 

Maar de lippen alweer gesloten

dooft het denken

 

Onbegonnen werk licht op.

 

 

 

Conservatorium

 
De ramen van het conservatorium staan wijdopen

daarbinnen vergrijpt iemand zich aan eeuwenoude gevoelens

de vleugel jammert en klaagt

 

In het park scheren zwaluwen het gras

oogsten lucht en insecten

 

Hoe te leven? Voor wat?

Grote vragen waarop kleine antwoorden passen

 

Zo precies als deze zwaluwen die geven

vliegensvlug

 

Iemand daarbinnen houdt plotseling op met spelen

vloekt en slaat zijn vleugel dicht.

 

 

 

Geluk

 

In takken groeperen zich groene zinnen

popelend om alle kanten uit te lopen

 

Op stoeptegels een kindertekening

door regenschrift al half gewist

 

Achter een dakkapel begint een merel te zingen

houdt dan midden in zijn herinnering op

 

In mijn hoofd vertwijgt zich zijn lied - niemand

ziet iets aankomen, dat is ons geluk.

 

 

 

 830476-6d3a108b4d8a133860916574144b004e.jpg

J. Bernlef (Sint Pancras, 14 januari 1937)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en journalist Edward St Aubyn werd geboren op 14 januari 1960 in Cornwall. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit:  Nette Aussichten (Some Hope, vertaald door Dirk van Gunsteren)

 

„Patrick erwachte und wusste, dass er geträumt hatte, konnte sich aber an den Inhalt des Traums nicht erinnern. Ihn quälte der vertraute Wunsch, etwas zu fassen zu bekommen, das soeben aus dem Bewusstsein entschwunden war, auf dessen Existenz jedoch gerade durch sein Fehlen geschlossen werden konnte - wie man aus herumwirbelnden Papierfetzen schließen kann, dass ein schneller Wagen vorbeigefahren ist.
Die verschwommenen Fragmente seines Traums, in dem er anscheinend an einem Seeufer gewesen war, vermischten sich mit der Aufführung von Maß für Maß, die er am Abend zuvor zusammen mit Johnny Hall gesehen hatte. Obwohl der Regisseur als Bühnenbild einen Busbahnhof gewählt hatte, konnte nichts den Schock mildern, das Wort "Gnade" derart oft an einem einzigen Abend zu hören.
Vielleicht entstanden all seine Probleme daraus, dass er das falsche Vokabular verwendete, dachte er mit einer kurzen Aufwallung von Erregung, die es ihm gestattete, die Bettdecke zurückzuschlagen und zu erwägen aufzustehen. Er bewegte sich in einer Welt, in der das Wort "Wohltätigkeit", gleich einer schönen, von ihrem eifersüchtigen Ehemann unablässig bewachten Frau, ausschließlich in Begleitung der Wörter "Essen", "Komitee" oder "Ball" auftrat. Für "Mitgefühl" hatte niemand Verwendung, wogegen "Milde" häufig vorkam, und zwar in Form von Klagen über die Kürze von Gefängnisstrafen. Dennoch wusste er, dass seine Schwierigkeiten grundsätzlicherer Natur waren.
Er war erschöpft von seinem lebenslangen Bedürfnis, Widerstreitendes miteinander zu vereinbaren: Er wollte in seinem Körper und außerhalb seines Körpers sein, im Bett und auf der Vorhangstange, in der Vene und in der Spritze, ein Auge hinter einer Augenklappe verbergen und mit dem anderen die Augenklappe mustern; er mühte sich, dem ständigen Beobachten ein Ende zu setzen, indem er sich in die Bewusstlosigkeit trieb, und fühlte sich dann gezwungen, die Ränder der Bewusstlosigkeit zu beobachten und die Finsternis sichtbar zu machen; er entzog sich jeder Anstrengung, verdarb das Nichtstun jedoch durch Rastlosigkeit, er fand Wortspiele verlockend, hatte aber einen Widerwillen gegen das Virus der Zweideutigkeit; er neigte dazu, Sätze in der Mitte mit dem Scharnier eines einschränkenden "aber" zu versehen, sehnte sich jedoch danach, seine Zunge wie eine Eidechse entrollen und eine vorbeisausende Fliege mit unfehlbarer Präzision fangen zu können; er versuchte verzweifelt, der selbstzerrüttenden Ironie zu entkommen und zu sagen, was er wirklich meinte, doch das, was er wirklich meinte, vermochte nur Ironie auszudrücken.“

 

 

 

 830476-e08db9f1a8ba6ed05c508fc407ba8842.jpg

Edward St Aubyn (Cornwall, 14 januari 1960)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yukio Mishima werd geboren op 14 januari 1925 in Tokyo. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007  en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: The Sound of Waves (Vertaald door Meredith Weatherby)

 

„UTA-JIMA—Song Island—has only about fourteen hundred inhabitants and a coastline of something under three miles.
The island has two spots with surpassingly beautiful views. One is Yashiro Shrine, which faces northwest and stands near the crest of the island. The shrine commands an uninterrupted view of the wide expanse of the Gulf of Ise, and the island lies directly in the straits connecting the gulf with the Pacific Ocean. The Chita Peninsula approaches from the north, and the Atsumi Peninsula stretches away to the northeast. To the west you can catch glimpses of the coastline between the ports of Uji-Yamada and Yokkaichi in Tsu.
By climbing the two hundred stone steps that lead up to the shrine and looking back from the spot where there is a torii guarded by a pair of stone temple-dogs, you can see how these distant shores cradle within their arms the storied Gulf of Ise, unchanged through the centuries. Once there were two "torii"; pines growing here, their branches twisted and trained into the shape of a torii, providing a curious frame for the view, but they died some years ago.
Just now the needles of the surrounding pine trees are still dull-green from winter, but already the spring seaweeds are staining the sea red near the shore. The northwest monsoon blows steadily from the direction of Tsu, making it still too cold to enjoy the view.
Yashiro Shrine is dedicated to Watatsumi-no-Mikoto, god of the sea. This is an island of fishermen and it is natural that the inhabitants should be devout worshippers of this god. They are forever praying for calm seas, and the very first thing they do upon being rescued from some peril of the sea is to make a votive offering at the sea-god's shrine.“

 

 

 830476-f33b724aed28e152cfceb6aff84e9253.jpg

Yukio Mishima (14 januari 1925 - 25 november 1970)

 

 

 

 

 

De Chinese schrijfster Anchee Min werd geboren in Shanghai op 14 januari 1957. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: The Last Empress

 

“In 1852, a beautiful seventeen-year-old girl from an important but impoverished family of the Yehonala clan arrived in Peking as a minor concubine to the young Emperor, Hsien Feng. Tzu Hsi, known as Orchid as a girl, was one among hundreds of concubines whose sole purpose was to bear the Emperor a son.

It was not a good time to enter the Forbidden City, a vast complex of palaces and gardens run by thousands of eunuchs and encircled by a wall in the center of Peking. The Ch’ing Dynasty was losing its vitality and the court had become an insular, xenophobic place. A few decades earlier, China had lost the first Opium War, and it had done little since to strengthen its defenses or improve its diplomatic ties to other nations.

Within the walls of the Forbidden City the consequences of a misstep were often deadly. As one of hundreds of women vying for the attention of the Emperor, Orchid discovered that she must take matters into her own hands. After training herself in the art of pleasing a man, she risked everything by bribing her way into the royal bedchamber and seducing the monarch. Hsien Feng was a troubled man, but for a time their love was passionate and genuine, and soon she had the great fortune to bear him his only son and heir. Elevated to the rank of Empress, Orchid still had to struggle to maintain her position as the Emperor took new lovers. The right to raise her own child, who was under the control of Empress Nuharoo, the Emperor’s senior wife, was constantly at issue.

The invasion by Britain, France, and Russia in 1860, and the subsequent occupation of Peking, forced the Chinese court into exile in the distant hunting reserve of Jehol, beyond the Great Wall. There the humiliating news of the harsh terms for peace contributed to the decline of the Emperor’s health. With the death of Hsien Feng came a palace coup, which Orchid helped to foil with the help of her brother-in-law Prince Kung and General Yung Lu. The handsome Yung Lu reignited romantic feelings in the still young Orchid, but in her new position of power there was little opportunity for a personal life. As coregent with Empress Nuharoo until her son’s maturity, Empress Orchid was at the beginning of a long and tumultuous reign that would last into the next century.”

 

 

 830476-8cc65e32a6fc6f617b4b1cec39dfbc36.jpg

Anchee Min (Shanghai, 14 januari 1957)

 

 

 


De Amerikaanse schrijfster
Mary Robison werd geboren op 14 januari 1949 in Washington D.C. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Why Did I Ever?

 

17

Nine West, I've never really had great luck with their shoes. They can look terrific but they have sharp arches and hard fucking soles.

Once in New York on my way to Penn Station I had to stop and remove the Nine West shoes I was wearing. I had to walk on in my stocking feet. Barrabus, I think he was called, was with me. My husband then but he wouldn't wait up, wouldn't take an extra minute out, oh no.

"Just keep going!" I called to him. "However eventually, I will meet you there."

That ex I heard was arrested for stealing food. Maybe I only dreamed it. It's what I tell people, anyway.

 

18

I call my doctor's office to ask for some Ritalin. His nurse answers and says, "This is Annabelle. According to our records, you're not due for a prescription at this time."

I say, "Annabelle, this is not what it appears."

"Oh?" she says and waits because she was trained to wait and force me to do the synopsizing.

I will take that challenge. "There was a series of mishaps," I tell her. "Some were spilled at the sink or ruined by moisture. Then a vial I use for travel got mislaid and they're gone. I'm out," I say. "Who can explain it?"

But I'm a stupid woman for asking that question. Nurse Annabelle can explain what happened to my drugs.

Without Ritalin I can sustain an evil thought or two, such as: "That there feels like cancer of the esophagus." However, I'm liable to skip over more routine kinds of thinking, such as, "Move up in line here," or "Steer."

So I'm in bed. I'm in bed unless Dr. Rex himself calls to inform me he's written new prescriptions.

More emphatically, I am in bed until.

 

 

 830476-c9192af778ab7b588a7c1900da753c62.jpg

Mary Robison (Washington, 14 januari 1949)




Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

Martin Auer, John Dos Passos, Tillie Olsen, Marek Hlasko, Rudolf Hagelstange

De Oostenrijkse dichter en schrijver, musicus en cabaretier Martin Auer werd geboren op 14 januari 1951 in Wenen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Und jetzt?

 

"Ich bin die Johanna!"

Der Mann in dem verdreckten Zimmer reisst die Augen auf. Es kann sein, dass ein oder zwei Erbsen aus seinem offenen Mund auf den Teller zurückfallen. Der Löffel in seiner Hand bleibt über dem Teller hängen wie ein verlorenes Raumschiff über einem toten Planeten.

Fassungslos starrt er das Mädchen an, das in der Tür steht, die Arme hängen lässt und anscheinend nicht mehr zu sagen hat, als sie schon gesagt hat. Jetzt ist er dran, soviel ist ihm klar. Aber was sagt man zu einer Tochter, die man vor Jahren - waren es sechs? Sieben? Acht? - verlassen hat, besser aufgehoben bei der tüchtigen Mutter als beim verwahrlosten Vater, und die jetzt vor einem steht, blass und mager, Augenbrauen, Nasenflügel und Lippen von Ringen durchstochen, und einen mit den dick schwarz eingerandeten Augen ansieht wie ein kriegsgefangener Offizier, der fest entschlossen ist, nicht mehr von sich preiszugeben als Name und Dienstgrad?

Der Augenblick gerinnt zu Minuten. Als wären sie beide eingefroren in diesen Augenblick, ohne jemals wieder daraus auftauchen zu können. Ihr argwöhnischer Blick prallt auf seine graue Haut, seine Bartstoppeln, die Tränensäcke, das schüttere zerraufte Haar, den verblödeten Blick. Sein Hemd ist fleckig, die Hand, die den Löffel in Schwebe hält, zittert. Auf dem Tisch, an dem er seine Erbsen isst, stapeln sich alte Zeitungen und leere Konservendosen, eine zerrissene Socke krönt das Arrangement.

Der verwahrloste Alte versucht zu schnallen, was gespielt wird, aber der Blick seiner Tochter verrät ihm nichts. Diese Augen sind ein einziger Vorbehalt, enthalten sich jeden Urteils und geben nichts preis. Vorläufig steht sie hier in der Tür, und über ihren nächsten Schritt wird sie entscheiden, wenn es soweit ist. Jetzt ist erst einmal er am Zug, und das ist es, was ihn so verwirrt.

Schließlich findet er den Ausweg. Er lässt die Hand mit dem Löffel sinken, ergreift stattdessen das Glas, das neben dem Teller steht, hebt es hoch und sagt: "Prost!"

 

 

 830467-f42f58b36d280e916a0feeee9972df2f.jpg

Martin Auer (Wenen, 14 januari 1951)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Dos Passos werd geboren op 14 januari 1896 in Chicago. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007  en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: 1919 (U.S.A.)

 

“T.R. drove like a fiend in a buckboard over the muddy roads through the driving rain from Mt. Mercy in the Adirondacks to catch the train to Buffalo where McKinley was dying,

     As President

     he moved Sagamore Hill, the healthy, happy normal American home, to the White House, took foreign diplomats and fat armyofficers out walking in Rock Creek Park where he led them a terrible dance through brambles, hopping across the creek on cobblestones, wading the fords, scrambling up the shady banks.,

     and shook the Big Stick at malefactors of great wealth.

     Things were bully.

     He engineered the Panama revolution under the shadow of which took place the famous hocuspocus of juggling the old and new canal companies by which forty million dollars vanished into the pockets of the international bankers,

     but Old Glory floated over the Canal Zone.

     and the canal was cut through.

     He busted a few trusts,

     had Booker Washington to lunch at the White House,

     and urged the conservation of wild life.

     He got the Nobel Peace Prize for patching up the Peace of Portsmouth that ended the Russo-Japanese War,

     and sent the Atlantic Fleet around the world for everybody to see that

America was a firstclass power. He left the presidency to Taft after his second term leaving to that elephantine lawyer the congenial task of pouring judicial oil on the hurt feeling of the moneymasters.”

 

 

 830467-9a81438fb9a8fbfaaacf5d0a5bb737ae.jpg

John Dos Passos (14 januari 1896 – 28 september 1970)

 

 

 

 


De Joods-Amerikaanse schrijfster, dichteres en feministe
Tillie Lerner Olsen werd geboren in Omaha (Nebraska) op 14 januari 1912. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Tell Me a Riddle

 

“For forty-seven years they had been married. How deep back the stubborn, gnarled roots of the quarrel reached, no one could say — but only now, when tending to the needs of others no longer shackled them together, the roots swelled up visible, split the earth between them, and the tearing shook even to the children, long since grown.

Why now, why now? wailed Hannah.

As if when we grew up weren't enough, said Paul.

Poor Ma. Poor Dad. It hurts so for both of them, said Vivi. They never had very much; at least in old age they should be happy.

Knock their heads together, insisted Sammy; tell 'em: you're too old for this kind of thing; no reason not to get along now.

Lennie wrote to Clara: They've lived over so much together; what could possibly tear them apart?

Something tangible enough.

Arthritic hands, and such work as he got, occasional. Poverty all his life, and there was little breath left for running. He could not, could not turn away from this desire: to have the troubling of responsibility, the fretting with money, over and done with; to be free, to be carefree where success was not measured by accumulation, and there was use for the vitality still in him. There was a way. They could sell the house, and with the money join his lodge's Haven, cooperative for the aged. Happy communal life, and was he not already an official; had he not helped organize it, raise funds, served as a trustee?”

 

 

 830467-b667b2b5c1944490bd51fe1e4f5b3511.jpg

Tillie Olsen (14 januari 1912 – 1 januari 2007)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Marek Hlasko werd geboren op 14 januari 1934 in Warschau. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: The Beautiful Twenty-Year-Olds

 

"I write about people I have known and loved. … It is for those people that I would like to write why I do not live in Warsaw. I would like to write it because I owe a lot to those people, I have not stopped loving them and cannot forget them. ... I have told myself: Poland is not Putrament or Kruczkowski [the latter summed up Hłasko at the 12th plenum of the Central Committee in October 1958 in the following way: "As we can see, comrades, the road from a first step into the clouds … to the last step into the bog of imperialist intelligence is not long"], and all the others. Poland is all those people who read me and believed in me. ... I knew of course that nobody believed in my working for anti-Polish intelligence, but should there be one reader who believed that, this book has been written for him.“

 

 

 830467-e54f2db681887c01569f814e000d6ddf.jpg

Marek Hlasko (14 januari 1934 – 14 juni 1969)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Hagelstange werd geboren op 14 januari 1912 in Nordhausen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

 

 

Wir nennen es Winter

 

Wir nennen es Winter. Und meinen damit:
Atemholen des Lebens, und über Verwesung
kühles Leinen des Schnees. Ostwind ums Haus
Scheite im Ofen, im Kreis einer Lampe
Nüsse und Wein. Die Mette, den Christbaum.
Freude, aufs Eis geschrieben, Spuren im Schnee.
Und immer der Wechsel vom Kalten ins Warme.
Später die Feste mit Masken und tanzenden Paaren.
Föhn in den Adern. Und Krokus in schneenassen
Fäusten des jungen Frühlings.

 

 

 

 

Sommerliches Gebet

 

Lass das Korn am Halm sich häufen

und die Frucht im Feld!

Lass das Heu der Wiesen reifen,

Herr der Welt!

 

Nimm das Vieh auf deinen Weiden

unter deine Hut

und die Hirten, die da leiden

in der Mittagsglut.

 

Lass die Winde leiser wehen

vor der Sonne Bild!

Lass den Regen niedergehen,

der die Brunnen füllt!

 

Führe uns auf jeder Straße

– Wiesenland und Stein – !

Aber lass nach deinem Maße

uns zum Heil es sein!

 

Ohne dessen Plan vom Dache

nicht ein Sperling fällt,

schütze uns vor Ungemache,

Herr der Welt!

 

 

 830467-f08ab57652dd586b9a975d1910bd4595.jpg

Rudolf Hagelstange (14 januari 1912 – 5 augustus 1984)

Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Anatoli Rybakov, Werner Helwig, Zacharias Topelius, Isaäc da Costa, Ida Dehmel

De Russische schrijver Anatoli Rybakov werd geboren op 14 januari 1911 in Tsjernihiv. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: The Children of the Arbat

 

„This was the reasoning of an emigre who did not know Russia or the Russian village or the peasant. What had happened to the famous electric plow that Lenin had gazed on with such naive hope in 1922? Where was it now? It wasn’t that Lenin didn’t understand technology, just that he didn’t understand the Russian village and the Russian peasant. In order to make the peasant literate and cultured and in order to safeguard the village from famine and so on, we needed not decades but centuries.

That approach, the approach that tried to inculcate the psychology of the farmer, was alien to the peasant. The farmer didn’t need the dictatorship of the proletariat. The farmer, the private farmer and the individualist, has to be stifled at birth in the Russian peasant. As for cooperatives, by all means, but the kind in which the peasant will be a simple worker. That’s what he had accomplished: the second Russian revolution, and it was no less important than the first one.

In the October Revolution we had the peasants on our side, and in the collectivization we had them against us. Yes, of course we need books and science and protection against crop failure, but we need all that, not as preliminaries of collectivization, but on the basis of it. Lenin had said: first culture, then collectivization. Stalin’s way was: first collectivization, then culture.“

 

 

 830458-b38b170a2f9f5ca92eba655915c8300b.jpg

Anatoli Rybakov (14 januari 1911 – 23 december 1998)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Helwig werd op 14 januari 1905 in Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Isländisches Kajütenbuch

 

„Husavik, grau und sauber ins dünne Grün seiner Wiesen gesetzt, verschwand hinter uns. Das Meer sank sichtlich in die Tiefe zurück, während der Horizont mehr und mehr anstieg. Nach drei Stunden Fahrt dampfte unser Kühler wie ein Samowar, und wir mußten einen Teil unseres Sodavorrates für ihn opfern, da hier die Quellen so eigensinnige Wege nahmen, daß wir sie nicht erreichen konnten. Endlich hatten wir das Hochland vor dem Wagen.
E
in baumloses Gelände, braungrün getönt, von niedrigen Hügelbergen durchzogen, breitete sich rundhin aus. Die Straße verlief in weichen, oft unkenntlichen Linien durch lehmige Löcher und Kulen. Hier gab es dann Wasser genug in Form von ausgedehnten Pfützen. Es peitschte uns durch die zersprungene Windschutzscheibe ins Gesicht. Auf immer noch leicht geschrägter Ebene stiegen wir an. Die Dämmerung ließ Schleier von Nebel auf uns nieder. Der Sichtkreis war schließlich auf fünf Meter beschränkt. Ruckend und hüpfend humpelte der getreue Wagen dahin und mit ihm humpelten und hüpften unsere gepeinigten Leiber.
"
Jetzt ist Nacht", murmelte Brygg, und da es keineswegs der Tatsache entsprach, wollte ich ihn verwundert anschauen, was mir aber nicht gelang, da die hüpfende Wagendecke ihm den Diplomatenhut bis auf die Nase ins Gesicht getrieben hatte. Ich zog die Bremse und korrigierte seinen Anzug. Er bearbeitete in schweigendem Verdruß die Islandkarte, die er aus der Tasche der Wagentür gezogen hatte.“

 

 

 830458-425c7eec87c083a9e53aacc99f3833d0.jpg

Werner Helwig (14 januari 1905 – 4 februari 1985)

Helwig met banjo, 1929

 

 

 

 

De Finse dichter en schrijver Zacharias Topelius  werd geboren in Nykarleby op 14 januari 1818. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Times of Gustaf Adolf

 

„EVERYBODY in Wasa who had life and feet  had gone down to the harbor to enjoy the uncommon spectacle of a man-of-war. Five or six  hundred people lined the shore, rowed out in boats, or climbed the masts of the vachts or the roofs of the store-houses to get a better view. Two hundred recruits regarded with mingled curiosity, fear, and pride, the vessel which was to take them from their fatherland, perhaps forever; and behind them stood a large group of mothers, sisters, and sweet-hearts, shedding bitter tears at the thought of the approaching separation.
The governor, Ulfsparre, was away in Sweden. His lieutenant, Steward Peder Thun, with his garrison, received the new-comers; the recruits formed a row on both sides, and the captain of the " Maria
Eleonora " offered his arm politely to Lady Regina, to escort her to Korsholm. But at this moment the proud young girl remembered that she was a prisoner; she refused the officer's arm, and walked alone, with a princely bearing, followed by her old serva'nt, through the ranks of the recruits and the
staring crowd.
Such an unusual sight put all Wasa in a terrible state of curiosity. In an instant there arose and spread the strangest reports about her.

"She is a princess of Austria," said some; "the emperor's daughter, taken prisoner during the war, and sent here for safety." Others pretended to recognize in her the Queen Maria Eleonora; but why did she come to Korsholm?
" I will tell you," whispered a tinker, with an important air. "She is in league with her German countrvmen against the king and the country, and therefore she is to be imprisoned in this remote and secure fortress of Korsholm."

 

 

 

830458-89071cd260a4acd35a2c8202602709cf.jpg 

Zacharias Topelius (14 januari 1818 – 12 maart 1898)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

 

Wachter! Wat is er van den nacht? (Fragment)

 

De wereld onzes tijds, met weten ingenomen

Zoo als geen vroegere ooit, zuigt in haar dorst by stroomen

De vrucht der drukpers in, die gistend tot ons komt

En hoofd en hart om strijd of prikkelt of verstompt.

 

Geen boeken evenwel die deze dorst verzaden!

Neen! op der stormen vlerk, gelijk de orakelbladen

Der Pythonis, gevoerd, of liever, over volk

Aan volk van uit den schoot der bliksemzwangre wolk

By vlagen neêrgedaald, brengt Kennis en Beschaving

Ons menschdom, uur aan uur, in 't Vlugschrift versche laving!

 

Een breede plas van licht, die de oogen scheemren doet!

Een even snel vergaan als weêr gewassen vloed!

Een zee van letters, waar, by 't zweepen van de winden,

Steeds vreemder schaduwen op rijzen en verzwinden

In allerhande vorm, - en dan op eens één beeld

(Het uwe, o Geest des tijds!) zich afdrukt en herteelt

Vollediger, dan of Daguerre 't onder 't zweven

Bespied had, aangelokt, en op zijn vlak doen kleven.

 

Is 't waar? en wordt by 't zweet der rustelooze pers

Door Vlugschrift en Journaal naar 't leven steeds en versch

Het beeld, de stem des Tijds herbaard? zijn zin, zijn pogen,

Beloften, dreigingen, vermeten en vermogen,

Ons ieder dag verhaald? van ieder nieuwen stap

Die ter volmaaktheid voert, verslag en rekenschap

Gebracht? zoo sta het vrij die godspraak te ondervragen!

Ja, by het kroost der Pers zich met de vraag te wagen,

Die uit het binnenst roept: ‘Wat is er van den nacht,

o Wachter! welk een dag wordt aan de kim gewacht?’

 

 

 830458-a593c0e4dc3912c18edf96b7ace6210f.jpg

Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)

Da Costakade in Amsterdam

 

 

 

 

De Duitse dichteres en strijdster voor vrouwenrechten Ida Dehmel werd geboren op 14 januari 1870 in Bingen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Ida und Richard Dehmel - Harry Graf Kessler. Briefwechsel 1898-1935

 

„Lieber Herr Graf!

Wir sind schon mitten in unsrer Vortragsodyssee, und nähern uns immer mehr Weimar. Ich nehme an (Dehmel liest heute in Karlsruh, und hat mich gebeten, Ihnen zu schreiben) also wir nehmen an, daß Sie Ihre Einladung damals durchaus ernstlich meinten – wenn wir auch den von Ihnen zugesagten Brief nicht erhalten haben. Ich habe damals gleich an Frau Förster-Nietzsche geschrieben; Sie war ganz damit einverstanden, daß wir diesmal bei Ihnen wohnen. Nun bitte ich Sie freundlichst um ein Wort, ob wir Ihnen am 10ten vormittags recht kommen; (den Zug würden wir Ihnen noch mitteilen). Wir können bis zum 14ten bleiben. Hauptmanns wollten gleichzeitig hinkommen; Sie werden sie wohl vorher noch bei der Hofmannsthalschen Première [Ödipus und die Sphinx sprechen.

Unsre Adresse bleibt bis zum 7ten Mannheim, L. 12. 18.

Mit freundlichem Gruߓ

 

 

830458-ea4b574d738e5a6b8605ed950d6bd2f7.jpg
Ida Dehmel (14 januar 1870 - 29 september 1942)

Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

Edmund White, Jay McInerney, Daniel Kehlmann, Lorrie Moore, Jurgis Kunčinas, Clark Ashton Smith

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook mijn blog van 13 januari 2007 en ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: The Farewell Symphony

 

„I'm beginning this book on All Saints' Day in Paris, six months after Brice's death. This morning I went with Brice's brother and his brother's lover to the Père Lachaise cemetery to leave some flowers before the white marble plaque that marks the niche where Brice's ashes are stored in an urn. At first there wasn't a receptacle for the flowers and we'd just leave them on the cold floor, where they'd quickly wilt. But then someone-the Spanish woman who cleaned for us once a week, perhaps-attached a little brass vase to the plaque, and that's where we put the flowers now. Today I left yellow freesias. Someone had Scotchtaped the photo of a young man to Brice's plaque and I wondered if it was a secret admirer who'd left his own portrait; retrospectively I was jealous. Maybe it was a photo of one of the other dead young men that had been taped to our plaque by mistake.

The ashes are in the columbarium, a fancy word for "dovecote." We wanted to be buried together, but since technically I'm not a Parisian, there was no way I could buy a plot or a niche at Père Lachaise, which is reserved for citizens of the capital. Brice thought of everything in his methodical way; he bought the niche for his urn but in my name. Now, legally, I can't be refused entrance when I die.

I've never liked to feel things in the appropriate way at the right moment. I know that Brice's brother is slightly puzzled that I don't visit the long, subterranean corridors of the columbarium more often. Even today I was dry-eyed, bored, more curious about the new plaques than anguished about Brice's. The day Brice was interred, there were only four other niches occupied along this whole wall. Now it's filling up quickly-at least two hundred newcomers have arrived in the last six months. Some are Vietnamese and their inscriptions are in both French and in Chinese characters. A few are young men in their twenties-I imagine they died of AIDS, too. There are Jews and Protestants as well as Catholics; Poles and Italians as well as French. There's even an American writer shelved just above Brice; he's had inscribed the words "Writer-Ecrivain" just below his name.

It's not that Brice's brother Laurent doubts my grief. He saw me six months ago, sitting on the curb just outside the funeral home, sobbing. We'd just made all the arrangements for the cremation and now I was crying like a Sicilian widow.“

 

 

 829690-2eebd4195a3bbc56fc7a6b3257a2d14b.jpg

Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Daniel Kehlmann werd op 13 januari 1975 in  München geboren. Zie ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: Unter der Sonne

 

„Markus Mehring war vier- oder fünfunddreißig Jahre alt, oft wußte er das selbst nicht genau. Er lebte in einer Zweizimmerwohnung mit einer Kochecke und einem kleinen Balkon. Von seinen Nachbarn unterschied ihn, daß er keinen Fernseher hatte. Statt dessen las er Abenteuerromane. Am liebsten

Moby Dick – viermal schon –, und sehr gerne auch Joseph Conrad und Graham Greene. Er arbeitete in einem Amtsgebäude ; dort hatte er einen Schreibtisch und Stempel und viele Kugelschreiber, Telefon brauchte er keines. Er mußte Formulare durchsehen, ausgefüllt von Leuten, die Wichtigeres zu tun hatten, und darin nach Formfehlern suchen. Fand er welche, mußte er das Blatt an eine bestimmte Abteilung weiterleiten ; wenn nicht, an eine andere Abteilung. Einmal hatte er einen Mann kennengelernt, der auf einem Großbauernhof die Schweine massieren mußte, und wann immer er in seine Toilette sah, dachte er mit Schaudern an die Kanalräumer, die sich in tiefen Höhlen durch die Exkremente der Stadt wühlten. Also gab es Berufe, die noch schlimmer waren.

Einmal im Jahr bestieg er einen Zug und fuhr in eine Ferienpension in einer grünen und welligen Landschaft, wo er zwei Wochen verbrachte. Weihnachten feierte er mit seinem tauben Großonkel, einem ehemaligen Lokomotivführer. Einmal im Monat besuchte er seine Schwester und ihren Mann und brachte den Kindern Schokolade mit. Als Staatsangestellter war er unkündbar, als Mitglied des Buchklubs bekam er vierteljährlich den neuen Katalog. Einmal, mit neunzehn, hatte er ein Gedicht geschrieben ; er bewahrte es in einer Schublade auf und las es sich zuweilen laut vor. Im Lotto gewann er nie, und er hatte keine Zeitung abonniert.“

 

 

829690-bc584292f41cf074cdc796baaa25614f.jpg
Daniel Kehlmann (München, 13 januari 1975)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jay McInerney werd geboren op 13 januari 1955 in Hartford, Connecticut. Zie ook mijn blog van 13 januari 2007 en ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: Model Behavior

 

„The name of the party is the Party You Have Been to Six Hundred Times Already. Everybody is here. "All your friends," Philomena states in what can only be described as a citric tone. It seems to me that they are her friends, that she is the reason we grace this fabulous gala, which takes place in the Waiting Room of Grand Central, presumably evicting dozens of homeless people for the night. We're supposedly on hand for the benefit of a disease, but we were comped, as was everyone else we know. "I'm sick of all this pointless glamour," my glamorous girlfriend says. "I want the simple life." This has become a theme. Weariness with metropolitan life in all its colonoscopic intricacy. I wonder if this ennui is somehow related to that other unstated domestic theme: sex, infrequency thereof.
We are accosted by Belinda, the popular transvestite, whom I am nearly certain is a friend of my girlfriend's, as opposed to one of my very own. I can't exactly remember if I know him from the gossip columns or if I know him personally, from events like these. Belinda is with an actual, ageless woman with striking dark eyebrows and buzzcut white hair, a woman who is always here at the party and whom I always sort of recognize. One of those women with three names: Hi Howareyou Goodtoseeyou. All the women lately have either three names or just one. Even the impersonators.
"Oh God, hide me," says the woman whose name I always forget, "there's Tommy Kroger, I had a bad date with him about five thousand years ago."
"Did you sleep with him?" Philomena asks, raising one of her perfectly defined eyebrows, which looks like a crow in flight in the far distance of a painting by van Gogh.
"God, who can remember?"
"If you can't, then you did," says Belinda. "That's the rule."
Ah, so that's the rule.
"Hello, darlings." Who could it be but Delia McFaggen, the famous designer, streaking toward Belinda, blowing kisses all over everyone. I retreat, slaloming through the thick crowd to find beverages, the first of many trips.“

 

 

 829690-b4a17c9a92dae0246d91f9a5c5d680f0.jpg

Jay McInerney (Hartford, 13 januari 1955)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lorrie Moore werd geboren op 13 januari 1957 in Glens Falls, New York. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: A Gate at the Stairs

 

„The cold came late that fall and the songbirds were caught off guard. By the time the snow and wind began in earnest, too many had been suckered into staying, and instead of flying south, instead of already having flown south, they were huddled in people's yards, their feathers puffed for some modicum of warmth. I was looking for a job. I was a student and needed babysitting work, and so I would walk from interview to interview in these attractive but wintry neighborhoods, the eerie multitudes of robins pecking at the frozen ground, dun-gray and stricken — though what bird in the best of circumstances does not look a little stricken — until at last, late in my search, at the end of a week, startlingly, the birds had disappeared. I did not want to think about what had happened to them. Or rather, that is an expression — of politeness, a false promise of delicacy — for in fact I wondered about them all the time: imagining them dead, in stunning heaps, in some killing cornfield outside of town, or dropped from the sky in twos and threes, for miles down along the Illinois state line.

I was looking in December for work that would begin at the start of the January term. I'd finished my exams and was answering ads from the student job board, ones for "childcare provider." I liked children — I did! — or rather, I liked them OK. They were sometimes interesting. I admired their stamina and candor. And I was good with them in that I could make funny faces at the babies and with the older children teach them card tricks and speak in the theatrically sarcastic tones that disarmed and enthralled them. But I was not especially skilled at minding children for long spells; I grew bored, perhaps like my own mother. After too much time playing their games, my mind grew peckish and longed to lose itself in some book I had in my backpack.“

 

 

 829690-004d8466dcc648bea37e3c278ca389fe.jpg

Lorrie Moore (Glens Falls, 13 januari 1957)

 

 

 

 

 

De Litouwse schrijver en vertaler Jurgis Kunčinas werd geboren op 13 januari 1947 in Alytus. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: Tula (Vertaald door Elizabeth Novickas)

 

„Speak to me, Tūla, whisper to me; when the illuminated high wall of the Bernardine, as red as it already is, glows redder still; when the Vilnelė boils like lava under all of its little bridges, and most furiously of all right here, next to the Bernardine; when the sparse passersby, spotting the heavy rain cloud, hasten their steps and, looking around fearfully, scurry off to their urban burrows; when the cloud hangs now right nearby–above Bekešas and Panonietis Hill, above the dark red folds of the escarpment–speak and tell me: who now will remind us of the love that clung to us like a infectious disease, never, as it was, bellowed out in the midwinter courtyards, and so never splattered with the city’s dirt–so belated and so useless it was to anyone, useless even to this street prepared for a downpour, to the old clump of trees on the shore, even to the glow lighting up the Bernardine, or that ever approaching cloud, which has stopped now above the drab Bekešas tower–who, come on, say it, who?

Tell me, Tūla, tell me, because only you can answer these questions hanging like those clouds–only you, because nature in the city is always a bit unreal–too grand or what?–and mute. Not quite a decoration; not a model; not window-dressing; but not nature, either. I told you. Watch, Tūla, I’m coming to your humble abode over the uncovered Vilnelė bridge, under which the blackish-green water with its barely lighter foam eternally boils, I’m coming to your windows, to your eyes, which reflect nothing but the low sky and the Bernardine’s towers, I’m coming to your tissues, to the clarity of your bones, to your primeval nerves, which, when touched, tremble and sound: of the murmur of the wind, the tinkling of water, the rustling of grass; and, bumped a bit harder, they stiffen, and the sounds strengthen–I hear the squeal of a small, unexpectedly frightened animal; the stubbornly explaining voice of a nocturnal bird; I hear the fluttering of wings above my head and I see eyes–the mysterious eyes of a bird of twilight in your face as white as a sheet; your eyes, Tūla, the eyes of a bird and the eyes of a cloud; I come in the moonlight, throwing a heavy shadow on the day that has passed, on the day to come and the night of ours to come, on this city, which has sucked us into its dark womb and spat us out together with the silt, the clay, all sorts of shards and old tools, and old money, too, which has no power in either this world or the next–did we really ever live there? And I throw a broken, twisted shadow on the hill of Bekešas and his warrior Vadušas Panonietis, where that menacing cloud full of storm dust goes on hanging...“

 

 

 829690-541b6c1923edaa8a24d36edcd64e4e95.jpg

Jurgis Kunčinas (13 januari 1947 – 13 december 2002)




De Amerikaanse dichter, schrijver en beeldhouwer Clark Ashton Smith werd geboren in Long Valley (Californië) op 13 januari 1893. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Desolation

 

It seems to me that I have lived alone—

Alone, as one that liveth in a dream:

As light on coldest marble, or the gleam

Of moons eternal on a land of stone,
The days have been to me. I have but known

The silence of Thulean lands extreme—

A silence all-attending and supreme

As is the sea's enormous monotone.

Upon the waste no palmed mirages are,

But strange chimeras roam the steely light,

And cold parhelia hang on hilt and scaur

Where flowers of frost alone have bloomed. . . . I crave

The friendly clasp of finite arms, to save

My spirit from the ravening Infinite.

 

 

 

The Dream-Bridge

 

All drear and barren seemed the hours,

That passed rain-swept and tempest-blown.

The dead leaves fell like brownish notes

Within the rain's grey monotone.

 

There came a lapse between the showers:

The clouds grew rich with sunset gleams;
Then o'er the sky a rainbow sprang-

A bridge unto the Land of Dreams.

 

 

 

 829690-941b98d7a6cea120c84d5e1ab43a6c7c.jpg

Clark Ashton Smith (13 januari 1893 – 14 augustus 1961)



Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Kostís Palamás, Karl Bleibtreu, Victor de Laprade, Jan de Bas, Eduard von Bauernfeld, Maler Müller, Mark Alexander Boyd

De Nieuwgrieks dichter Kostís Palamás werd geboren op 13 januari 1859 in Patra. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Rose Fragrance

 

This year’s harsh winter brought me to my knees,

For it found me without youth and caught me without fire,

And time and again as I walked the snowy streets,

I felt I would fall and die.

But yesterday, as I was encouraged by the laugh of march,

And I went to find again the roads to the ancient sites,

The first fragrance of a distant rose in my path

Brought tears to my eyes.

 

 

Vertaald door Alex Moskios

 

 

 

Ancient Eternal And Immortal Spirit 

 

Immortal spirit of antiquity,

Father of the true, beautiful and good,

Descend, appear, shed over us thy light

Upon this ground and under this sky

Which has first witnessed the unperishable fame.

Give life and animation to those noble games!

Throw wreaths of fadeless flowers to the victors

In the race and in the strife!

Create in our breasts, hearts of steel!

In thy light, plains, mountains and seas

Shine in a roseate hue and form a vast temple

To which all nations throng to adore thee,

Oh immortal spirit of antiquity!

 

 

 

 829681-e2a0635cf44159f77a4695c89eae361d.jpg

Kostís Palamás (13 januari 1859 - 27 februari 1943)

Standbeeld in Nicosia

 

 

 

 

De Duitse schrijver en criticus Karl August Bleibtreu werd geboren op 13 januari 1859 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: Bismarck

 

»Dominus Otto v. Bismarck!« Der Universitätsrichter putzte sorgfältig seine Brille und setzte sie feierlich wieder auf, um den Übeltäter mit besonderer Strenge ins Auge zu fassen. »Das sind ja schöne Geschichten, die ich höre. Erst 17 Jahre alt, wie ich aus der Liste ersehe, so jung und schon verdorben! Oder, um ein nicht so hartes Wort zu brauchen, so jung und schon so...«

»Kindisch!« ergänzte der hochaufgeschossene Jüngling fröhlich, schlank und spitz wie eine Nadel. Seine blauen Augen blitzten dabei unter buschigen blonden Brauen und seine rosige Gesichtsfarbe verriet eine Urgesundheit von des Gedankens Blässe und der Gymnasialluft wenig angekränkelt.

»Silentium! So unbescheiden, wollte ich sagen. Kaum sind Sie in Göttingen angelangt, erst 24 Stunden, da machen Sie schon Skandal, erregen öffentliches Ärgernis. Was ist das für ein Aufzug, in dem Sie daherkommen! Ist das vielleicht die neueste Berliner Mode?«

Der Anzug des Studiosus v. Bismarck vereinte freilich in glücklicher Weise den Zylinderhut eines Dandy mit der Jacke eines Zirkusreiters und den Kanonenstiefeln eines Kürassierleutnants. Der junge Mensch sah so phantastisch aus, als wolle er, von der dumpfen Haft des Gymnasiums befreit, sozusagen aus der Haut fahren. Aber zugleich lag etwas so Urwüchsig-Humorvolles in seiner Haltung, daß der Universitätsrichter leise schmunzelte, als er in die neckisch blinzelnden blauen Gucker dieses kaum dem Knabenalter entwachsenen Burschikosus schaute. Der spitzte unwillkürlich den Mund, als wollte er irgendeinen hauptstädtischen Gassenhauer anstimmen. Er begnügte sich aber, würdevoll zu versichern: »Jeder zieht sich an, w« er kann. Jeder nach seinem Geschmack!«

 

 

 829681-e8bb94d529b5c35523e82d46be7e7fc0.jpg

Karl Bleibtreu (13 januari 1859 – 30 januari 1928)

Bismarck monument „am Großen Stern” in Berlijn.

 

 

 

 

De Franse dichter en criticus Victor Richard de Laprade werd geboren op 13 januari 1812 in Montbrison. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Limpidité

 

Il est des sources d'eau si bleue et si limpide,
Que rien n'en peut ternir la transparence humide ;
Que sur un noir limon leurs ondes de cristal
Roulent sans altérer l'azur du flot natal ;
Qu'à travers les débris qui sur leurs bords s'amassent,
Elles savent choisir les fleurs lorsqu'elles passent,
Et que, vierges encor de toute impureté,
L'Océan les reçoit dans son immensité.
Près d'elles l'ombre est douce aux affligés ; près d'elles
Les oiseaux chantent mieux, les plantes sont plus belles ;
Près d'elles, au matin, les femmes vont s'asseoir
Pour nouer leurs cheveux devant un clair miroir.

Il est des âmes qui, dans nos sentiers de fange,
Glissent sans y tacher leur blanche robe d'ange.
Sans laisser, comme nous, se prendre à chaque pas
Une sainte croyance aux ronces d'ici-bas ;
Des coeurs qui restent purs quand l'ennui les traverse,
Qui gardent leur amour dans la fortune adverse.
L'air vicié du monde en passant autour d'eux
Se charge de parfums ; et, comme des flots bleus,
Sans entraîner un grain de nos terres infâmes,
Ils coulent en chantant vers l'océan des âmes.

 

 

 

 829681-66154edb3c8b8f0e34a853859a61b202.jpg

Victor de Laprade (13 januari 1812 – 13 december 1883)

Standbeeld door Jean Bonnassieux in Montbrison

 

 

 

 

De Nederlandse historicus en dichter Jan de Bas werd geboren op 13 januari 1964. Zie ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Sinterklaaspsalm

 

Hij komt! Hij komt!
En wat er verder volgt
uit Psalm 98 vers 4.

De dominee sprak
en de gemeenteleden zongen.
- Het was bijna 5 december!



 

 

 829681-8fd4ce112d4d0b916efe04586b6c46bc.jpg

Jan de Bas (13 januari 1964)

 

 

 


De Oostenrijkse dichter en schrijver Eduard von Bauernfeld werd geboren op 13 januari 1802 in Wenen. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Das ist ein süßer Schlummer

 

Die Mutter lullt den Knaben

Mit süßen Liedern ein;

Er will's nicht anders haben,

Sie muß am Bettchen sein.

Wie kann's der Schelm nur wissen,

Ob sie am Bette sitzt,

Der kaum aus seinem Kissen

Mit halbem Auge blitzt?

Und wie er ohne Kummer

Frisch atmend rosig liegt!

Das ist ein süßer Schlummer,

In den die Lieb' uns wiegt.

 

 

 829681-e613dfbfa7e6e3d0775027afd37c5675.jpg

Eduard von Bauernfeld (13 januari 1802 – 9 augustus 1890)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schilder Maler (Friedrich) Müller werd geboren op 13 januari 1749 in Kreuznach. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Soldaten-Abschied

 

Heute scheid' ich, heute wand'r ich,

Keine Seele weint um mich.

Sind's nicht diese, sind's doch Andre,

Die da trauern, wenn ich wandre:

Holder Schatz, ich denk' an dich.

 

Auf dem Bachstrom hängen Weiden;

In den Thälern liegt der Schnee;

Trautes Kind, daß ich muß scheiden,

Muß nun unsre Heimath meiden,

Tief im Herzen thut mir's weh.

 

Hunderttausend Kugeln pfeifen

Ueber meinem Haupte hin!

Wo ich fall', scharrt man mich nieder

Ohne Klang und ohne Lieder,

Niemand fraget, wer ich bin.

 

Du allein wirst um mich weinen,

Siehst du meinen Todesschein.

Trautes Kind, sollt' er erscheinen,

Thu' im Stillen um mich weinen

Und gedenk' auch immer mein.

 

Heb' zum Himmel unsern Kleinen,

Schluchz': nun todt der Vater dein!

Lehr' ihn bethen! Gieb ihm Segen!

Reich' ihm seines Vaters Degen!

Mag die Welt sein Vater seyn.

 

Hörst? Die Trommel ruft, zu scheiden:

Drück' ich dir die weiße Hand!

Still' die Thränen! Laß mich scheiden!

Muß nun für die Ehre streiten,

Streiten für das Vaterland.

 

Sollt' ich unterm freyen Himmel

Schlafen in der Feldschlacht ein:

Soll aus meinem Grabe blühen

Soll auf meinen Grabe glühen

Blümchen süß: Vergiß nicht mein.

 

 


829681-61d7551dbd2f76739ad23a67c84f8f5b.jpg
Maler Müller (13 januari 1749 - 23 april 1825)

Ets van Ludwig E. Grimm, 1816




 

De Schotse dichter Mark Alexander Boyd werd geboren op 13 januarri 1562. Zie ook mijn blog van 13 januari 2007.

Unhappy is the man for evermair

 

Unhappy is the man for evermair
That tills the sand and sawis in the air;
But twice unhappier is he, I lairn,
That feidis in his hairt a mad desire
And follows on a woman thro the fire,
Led by a blind and teachit by a bairn

 

829681-2cb62c4843778225a359cf334334305c.jpg
Mark Alexander Boyd (13 januari
1562 – 10 april 1601)

Carrick in Ayrshire (Geen portret beschikbaar)

Geschreven door Romenu om 19:47 Reageer op dit bericht

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook mijn blog van 12 januari 2007 en ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

 

1954


Je was er pas een week of vier
De ouderwetse winterkou
Sloeg bikkelhard de kamer in

Je was de spil van het gezin
De wereld draaide nog om jou
Je leefde, gulzig als een dier

Je moeder in het kraambed lag
Te wachten op de laatste dag

Er werd gebeefd van kou en angst
Je vader was misschien het bangst
Want Oma voerde het gezag

Hij wierp wat plankjes toe naar haar:
Mijn luiers, van de vrieskou zwaar –
Zij brak haar armen bij de vangst

 

 

 

 

ST. JOZEFSSCHOOL


I

Je kunt de bel nog horen als je wilt
Hij staat nog immer in de hoge deur:
Die strenge man, driedelig in het pak
-
Hij luidt de bel, de kinderschaar verstilt

 

En schuifelt met een zweem van ongemak
En achting voor hem langs: hij is het Hoofd
Der School (het Hoofd, nog lang geen directeur)
In wiens gezag men moeiteloos gelooft

 

't Is winter en de grote kachel brandt
Met af en toe een plof. Je ruikt de geur
Van toen: van ijver, angst en kinderzweet

 

Zelfs nog in dit verbouwd gebouw; dit pand
Waar werd gezwoegd, gerekend, gedicteet
-
Men speelt er nu verantwoord interieur

 

 

 

 

LENTE IN 'T LAAG EN 'T HOOG

 

II

Van bloesem wit de oevers van de beek
Waar pas nog sneeuw de koude grond bedekte;
En waar het uit de bomen constant lekte
Ontsprong het groen terwijl je net niet keek

 

De specht beukt elke ochtend op de bast
Van oud kastanjehout en alles zingt
Als jij het wakker worden nog bedwingt
En slaperig je ochtendplasje plast

 

Het kriekend licht komt daag'lijks vroeger binnen
En al wat leeft, is spoorslags buiten zinnen
De morgenstond is ongeremd Bacchantisch

 

En alles bloeit en lonkt en kwinkeleert
Terwijl jij Morpheus' armen prefereert
Natuur is onverdragelijk romantisch

 

 

 

 828908-8893359606f4c567e48046290b25aa5a.jpg

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Hamelink werd geboren op 12 januari 1939 in Driewegen, bij Terneuzen. Zie ook mijn blog van 12 januari 2007  en ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

 

Zeemorgen

 

Terwijl in het eiwit zand kinderen alweer grijpgraag

kuilen graven en huilen om de hitte

en hun rode moeders zich openleggen

en de zon een hete man tussen hun dijen plant

komt de dag kentaurisch snuivend nog druipnat

het spierwit borsthaar glinsterend tevoorschijn

uit het water voert luidkeels nieuwe vogels aan

en fluit naar de verspreid spelende meisjes

zilvergroen geschubde meerminnen in bikini

en de duintoppen welven als borsten van een blote heidin

maar tijd hoog op de poten slaakt waarschuwend

zijn kreet die de schelpenzoeker versteent

te midden van zijn koraaleilanden hij vergaat vaag

in de ruimte het galmende water

dat kathedralen bouwt van zand

met ritselende vlaggen helm en brem bezet

en de eerste minnaars in elkaar verdronken

spoelen aan de ogen zwart van stilzwijgen

om hun ligplaats verdampen de voetsporen

van de nacht en zijn geluidloze mannen

aan de vloedlijn maken meeuwen het uur wit

met gebeden en ritueel en laten gretig

hun mossels op de stenen vallen en hese geluiden

maakt de waakzaam blijvende zee

die verder sprakeloos is en inzicht

te pijndoend om uit te spreken vergt

van de mergheldere oude vissers

zonneblind ontwaakt uit een slaap met roggen

en inktvissen spuwen zij kwaad en zwijgend

naar het wrakkenvol water en gaan de eerste borrel drinken

in de bekaaide herberg en vaarten verzinnen

naar de legendarische broedplaatsen van vroeger

een zaagvis draait zich verraderlijk als een hand om in hun verhaal.

 

 

 

828908-67f1209e14e805876edd610c4f54869f.jpg
Jacques Hamelink (Terneuzen, 12 januari 1939)

Doorkijkje in Terneuzen

 

 

 

 

De Japanse schrijver en vertaler Haruki Murakami werd geboren op 12 januari 1949 in Kioto. Zie ook mijn blog van 1 maart 2007  en ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

Uit: South of the Border, West of the Sun (Vertaald door Philip Gabriel)

 

„My birthday's the fourth of January, 1951. The first week of the first month of the first year of the second half of the twentieth century. Something to commemorate, I guess, which is why my parents named me Hajime--"Beginning" in Japanese. Other than that, a 100 percent average birth. My father worked in a large brokerage firm, my mother was a typical housewife. During the war, my father was drafted as a student and sent to fight in Singapore; after the surrender he spent some time in a POW camp. My mother's house was burned down in a B-29 raid during the final year of the war. Their generation suffered most during the long war.

When I was born, though, you'd never have known there'd been a war. No more burned-out ruins, no more occupation army. We lived in a small, quiet town, in a house my father's company provided. The house was prewar, somewhat old but roomy enough. Pine trees grew in the garden, and we even had a small pond and some stone lanterns.

The town I grew up in was your typical middle-class suburb. The classmates I was friendly with all lived in neat little row houses; some might have been a bit larger than mine, but you could count on them all having similar entranceways, pine trees in the garden, the works. My friends' fathers were employed in companies or else were professionals of some sort. Hardly anyone's mother worked. And most everyone had a cat or a dog. No one I knew lived in an apartment or a condo. Later on I moved to another part of town, but it was pretty much identical. The upshot of this is that until I moved to Tokyo to go to college, I was convinced everyone in the whole world lived in a single-family home with a garden and a pet, and commuted to work decked out in a suit. I couldn't for the life of me imagine a different lifestyle.“

 

 

 

828908-2530bcf0502d5f4ceca7b25476874247.jpg
Haruki Murakami (Kioto, 12 januari 1949)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en schilder Alain Teister (eig. Jacob Martinus Boersma werd geboren in Amsterdam op 12 januari 1932. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

 

Zelfportret

Ik ben voornamelijk van geen belang.
Ik ben een zachte wang,
en ik ben mijn eigen lippen.
Meestal zonder gezang,
uitblinkend in knorgeluiden
voor enk'le fijne luiden
die mij ter harte gaan.
Ik ben meer kuiken dan haan.
En: ik ben mijn eigen lippen,
waarmee ik uit eigenbelang
mij kus op mijn eigenwang.

 

 

 

828908-902b3b070cc3929f4fe18c56d6ce680e.jpg
Alain Teister (12 januari 1932 – 6 februari 1979)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jakob Michael Reinhold Lenz werd geboren op 12 januari 1751 in Seßwegen. Zie ook mijn blog van 1 maart 2007 en ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

 

Lied eines schiffbrüchigen Europäers,

auf einer wüsten Insel, von der man von Zeit zu Zeit Rauch aufsteigen sehen, aber wegen einer heftigen Brandung nicht zu Hülfe kommen konnte. Diese Insel schien Capitain Wallis als er vorbey segelte, ein völlig unwirthbarer Felsen.

 

Wenn ichs noch bedenke –

Auf der langen Seereis' – überall –

Wo die Luft so feucht war, gab sie Wein,

Auf Madera, an dem frohen Cap –

Wo sie scharf war, wuchsen Cokusnüsse –

Wo es kalt war, flözte sie uns Holz zu.

Riesen sahen wir, wie David,

Und bezwungen sie mit kleinen Steinchen;

Wilde Teufel sahen wir, sie sangen

Uns die kauderwelschen Friedenslieder

Daß wir ihrer Gutheit lachten –

Ach! wohlthätige Natur!

Ost- und Westwärts – Ueberall!

Sieh! dieß lezte Scheitchen Holz

Leg ich auf – Sein Rauch verschwindet

In die Luft – und Niemand meldet sich – –

Allbedenkende Natur!

Hast du mich vergessen?

 

 

 

828908-45cfbde9ab3226ed64a21a3d1b3874e9.jpg
Jakob Michael Reinhold Lenz (12 januari 1751- 24 mei 1792)




Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn vorige blog vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Fatos Kongoli, William Nicholson, Florian Havemann, Jack London, Ferenc Molnár, Charles Perrault

De Albanese schrijver Fatos Kongoli werd geboren op 12 januari 1944 in Elbasan. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

Uit: Ein europäischer Traum (Vertaald door Joachim Roehm)

 

„Als ich den letzten Jahren seines Lebens einmal von ihm wissen wollte, warum er Kommunist geworden war, drückte er sich nicht um eine Antwort: Während der Jahre in Italien sei dies die beste Lösung gewesen. Er habe vor der Alternative gestanden, sich entweder für den Kommunismus eines Antonio Gramsci zu entscheiden oder für den Faschismus des Duce ... Es liegt mir fern, meinem Vater etwas vorzuwerfen, doch außer dem Faschismus des Duce und dem Kommunismus eines Antonio Gramsci wird es in Verdis Vaterland auch noch andere Alternativen gegeben haben. Die letzten Jahre seines Lebens, das tragisch endete, denn er wurde von seiner eigenen Partei geächtet und weggeworfen wie eine ausgequetschte Zitrone, verbrachte er am Klavier, Fugen von Bach spielend, bis er dann starb, verlassen selbst noch von seinen engsten Freunden. Ich, der ich endlich die Mathematik aufgegeben und mich der Literatur zugewandt hatte, begriff damals, dass ich womöglich

den gefährlichsten Fehler meines Lebens begangen hatte. Die Sprache Molières eröffnete mir die Möglichkeit, Kontakt mit den großen Autoren des 20. Jahrhunderts aufzunehmen, und ich begriff einigermaßen, was wirklich Literatur ist. In einem Land wie Albanien, wo auch noch dem unschuldigsten Dissidenten ohne lange zu fackeln der Kopf abgerissen wurde, war es verflucht schwierig, sich mit wirklicher Literatur abzugeben. Aber dieses verdrießliche Kapitel ist allgemein bekannt, und nach dem Fall der Berliner Mauer hat dies alles nichts mehr zu bedeuten. Auerdem

hätte niemand wirklich Lust, mir in den finsteren Tunnel dieser langen Jahrzehnte zu folgen, in denen meine Zähne allmählich verrotteten und zum Teil viel zu früh ausfielen, bis ich mir schließlich ziehen und durch eine Prothese ersetzen ließ, was noch übrig war, sodass ich nun nach Belieben lachen kann, wenn mir zum Weinen ist, ohne befürchten zu müssen, dass ich so schrecklich hässlich aussehe wie in der Zeit vor meiner Prothese.“

 

 

 828904-d5c6d0f0f4886b40b5484690022e8061.jpg

Fatos Kongoli (Elbasan, 12 januari 1944)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver William Nicholson werd geboren op 12 januari 1948 in Tunbridge Wells, Kent. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

Uit: The Trial of True Love

 

„Here where two rivers meet by an island, in the early morning, shortly after dawn, there is a mist along the valleys. The sun rises over the railway bridge, white as a moon, and everything is still. I stand before Taw pool, watching the water eddy round the island, my breath cloudy and my thoughts far away. I do not anticipate. And yet there is a moment before the moment that is both a preparation and a culmination. What is about to happen to me is long longed-for, familiar, out of reach, needed, despaired of, completely imagined, but never known: so first, and memorably, comes the intimation that it is about to happen. The light falling from an opening door onto a winter's street. The silence before a phone begins to ring. Anticipation, in the razor-cut of time before it bursts into fulfilment.

The Barnstaple train, headlamp furry in the mist, booms suddenly over the bridge. Rooks rattle out of invisible trees, cawing up into the sky. The premonitory sounds disperse into the slow tumble of the rivers, into my own quiet breaths. The smell of soaked grass and the sharp white air that makes me shiver and the silence after the train.

And then I see her.

This is a story about falling in love. The time is 1977, a generation ago. I am twenty-nine years old, and waiting for my real life to begin. I am engaged in this waiting process in the very small second bedroom of a very small flat in Cross Street in north London, owned by my friend Anna.

She comes back earlier than usual and pours herself a glass of wine, which is not like her, not at five in the afternoon, and says we must talk. So I have a glass of wine too, and we talk.“

 

 

 

828904-37073dd3f799f6dc590695cc89c0316a.jpg
William Nicholson (Tunbridge Wells, 12 januari 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, schilder en componist Florian Havemann werd geboren op 12 januari 1952 in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

Uit: Havemann

 

„Havemann, das ist: ein König ohne Volk bleiben zu wollen, anstatt sich mit dem undankbaren, uneinsichtigen Volk da draußen abmühen, abgeben zu müssen. Und das können dann auch zum Beispiel Kritiker sein. Havemann, das ist: sich irgendwo festsetzen, eine häusliche Existenz führen. Grabow, Borgsdorf und Grünheide bei Berlin, mein Neukölln.

Havemann beginnt mit einem Saathändler, und der Saathändler, das ist Mittelstand, Mittelschicht, und Havemann ist das immer geblieben: Mittelstand, Mittelschicht – nur was das bedeutet, das hat sich immer wieder geändert.

Nein, Havemann beginnt nicht mit diesem Saathändler in Grabow, Havemann beginnt so wenig mit diesem Saathändler in Grabow, daß ich noch nicht mal weiß, wie dieser Havemann mit Vornamen hieß. Der Saathändler Havemann in Grabow, das ist die Vorgeschichte von Havemann, das, wo Havemann herkommt, das, woraus dann Havemann wurde, mit meinem Großvater Hans Havemann wurde, dem Sohn des Saathändlers Havemann in Grabow. Und wenn noch etwas bleibt von diesem Havemann in Grabow, bis zum heutigen Tag und in mir Havemann bleibt, dann der Atheismus, sein Atheismus, denn das einzige, was mir von diesem Saathändler Havemann übermittelt wurde, ist sein für seine Zeit so ungewöhnlicher Atheismus. Sein für eine Kleinstadt so ungewöhnlicher, so auff älliger Atheismus. Der bekennende Atheist Havemann, so die Legende, soll nur ein einziges Mal eine Kirche betreten haben, die Kirche in Grabow – Anlaß: die Konfi rmation seines Sohnes.“

 

 

 828904-d991e337eb7f023cf880260bd77ff451.jpg

Florian Havemann (Oost-Berlijn,12 januari 1952)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jack London (eig. John Griffith Chaney) werd geboren op 12 januari 1876 in San Francisco, Californië. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

Uit: John Barleycorn

 

„It all came to me one election day. It was on a warm California afternoon, and I had ridden down into the Valley of the Moon from the ranch to the little village to vote yes and no to a host of proposed amendments to the Constitution of the State of California. Because of the warmth of the day I had had several drinks before casting my ballot, and divers drinks after casting it. Then I had ridden up through the vine-clad hills and rolling pastures of the ranch and arrived at the farmhouse in time for another drink and supper.
“How did you vote on the suffrage amendment?” Charmian asked.
“I voted for it.”
She uttered an exclamation of surprise. For be it known, in my younger days, despite my ardent democracy, I had been opposed to woman suffrage. In my later and more tolerant years I had been unenthusiastic in my acceptance of it as an inevitable social phenomenon.
“Now just why did you vote for it?” Charmian asked.
I answered. I answered at length. I answered indignantly. The more I answered, the more indignant I became. (No; I was not drunk. The horse I had ridden was well-named “The Outlaw.” I ’d like to see any drunken man ride her.)
And yet—how shall I say?—I was lighted up, I was feeling “good,” I was pleasantly jingled.
“When the women get the ballot, they will vote for prohibition,” I said. “It is the wives, and sisters, and mothers, and they only, who will drive the nails into the coffin of John Barleycorn—”

“But I thought you were a friend to John Barleycorn,” Charmian interpolated.
“I am. I was. I am not. I never am. I am never less his friend than when he is with me and when I seem most his friend. He is the king of liars. He is the frankest truth-sayer. He is the august companion with whom one walks with the gods. He is also in league with the Noseless One. His way leads to truth naked, and to death. He gives clear vision, and muddy dreams. He is the enemy of life, and the teacher of wisdom beyond life’s vision. He is a red-handed killer, and he slays youth.”

 

 

 

828904-dc6e8bc643f9eafb80e953614e12fd01.jpg
Jack London (12 januari 1876 - 22 november 1916)

In 1905

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Ferenc Molnár werd op 12 januari 1878 in een burgerlijk-joods gezin van Duitse afkomst geboren. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

Uit: The Living Death

 

„Here is a very serious reason, my dear sisters, why at last, after an absence of twenty years in America, I am confiding to you this strange secret in the life of our beloved and lamented father, and

of the old house where we were children together.  The truth is, if I read rightly the countenances of my physicians as they whisper to each other by the window of the chamber in which I am lying, that

only a few days of this life remain to me.

It is not right that this secret should die with me, my dear sisters.  Though it will seem terrible to you, as it has to me, it will enable you to better understand our blessed father, help you to account for what must have seemed to you to be strange inconsistencies in his character.  That this secret was revealed to me was due to my indolence and childish curiosity.

For the first, and the last, time in my life I listened at a keyhole.  With shame and a hotly chiding conscience I yielded to that insatiable curiosity--and when you have read these lines you will understand why I do not regret that inexcusable, furtive act.

I was only a lad when we went to live in that odd little house. You remember it stood in the outskirts of Rakos, near the new cemetery.  It stood on a deep lot, and was roughly boarded on the side which looked on the highway.  You remember that on the first floor, next the street, were the room of our father, the dining room, and the children's room.  In the rear of the house was the sculpture studio. There we had the large white hall with big windows, where white-clothed laborers worked.  They mixed the plaster, made forms, chiseled, scratched, and sawed.  Here in this large hall had our father worked for thirty years.“

 

 

 

828904-2f40357d714747db3af9cf22b9549ac9.jpg
Ferenc Molnár (12 januari 1878 – 1 april 1952)

 

 

 

 

De Franse schrijver Charles Perrault werd geboren op 12 januari 1628 in Parijs. Zie ook mijn blog van 12 januari 2007 en ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

 

Uit: Les Souhaits Ridicules (De dwaze wensen)

 

Si vous étiez moins raisonnable,

Je me garderais bien de venir vous conter

La folle et peu galante fable

Que je m'en vais vous débiter.

Une aune de Boudin en fournit la matière.

Une aune de Boudin, ma chère !

Quelle pitié ! c'est une horreur

S'écriait une Précieuse,

Qui toujours tendre et sérieuse

Ne veut ouïr parler que d'affaires de coeur.

Mais vous qui mieux qu'âme qui vive

Savez charmer en racontant,

Et dont l'expression est toujours si naïve,

Que l'on croit voir ce qu'on entend ;

Qui savez que c'est la manière

Dont quelque chose est inventé,

Qui beaucoup plus que la matière

De tout Récit fait la beauté,

Vous aimerez ma fable et sa moralité ;

J'en ai, j'ose le dire, une assurance entière.

 

Il était une fois un pauvre Bûcheron

Qui las de sa pénible vie,

Avait, disait-il, grande envie

De s'aller reposer aux bords de l'Achéron :

Représentant, dans sa douleur profonde,

Que depuis qu'il était au monde,

Le Ciel cruel n'avait jamais

Voulu remplir un seul de ses souhaits.

 

 

 

828904-1029afc8c72b86b33c39d7fd8a0f4bd1.jpg
Charles Perrault (12 januari 1628 – 16 mei 1703)

Anoniem portret in het Musée National de Versailles et des Trianons, Versailles

 

Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Kamiel Verwer

De Nederlandse dichter en schrijver Kamiel Verwer werd op 12 januari 1979 in Tilburg geboren. Hij studeerde Informatica en Filosofie en behaalde twee opeenvolgende Masters diploma’s in 2002 en 2003. Na een dodelijk verkeersongeval van zijn moeder ging hij naar Berlijn en studeerde daar verder filosofie aan de Humboldt Universiteit. Deze studie sloot hij af met een Duits proefschrift over "vrijheid en verantwoordelijkheid in de filosofie van Hans Jonas". In de zomer van 2008 begon hij te reizen en tijdens deze reis kreeg hij het ​​idee van Charity Travel om de ideeën van zijn proefschrift in praktijk te brengen en om zijn passie voor reizen te combineren met gewoon iets goeds doen. Hij startte Charity Travel in 2009 en legde verbanden met kleinschalige goede doelen wereldwijd.

 

 

Entree met draaideur

 

Niets behalve die even aangename windvlaag

langs het tafeltje waaraan ik zat

en de kaars die even oplichtte

maar dan weer was zijn schijnsel

die onbewogen dans

als altijd in het glas van de deur

 

Nu draait hij weer

een meisje beweegt zich naar binnen

en die onbenullige kaars

hij verlicht haar gezichtje

als een duivel verlicht hij

de stilte naast haar mond

"deur, draai verdomme door"

dreunde keihard door me heen

het was de kaars, die

binnen in mij al vele jaren scheen.

 

 

 964534-26ef3f1d46ad6c36b34492177e50d335.jpg

Kamiel Verwer (Tilburg, 12 januari 1979)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jasper Fforde, Katharina Hacker, Marc Acito, Nikos Kavvadias, Oswald de Andrade, Helmut Zenker

De Britse schrijver en cameraman Jasper Fforde werd geboren op 11 januari 1961 in Londen. Zie ook mijn blog van 11 januari 2008 en ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: Shades of Grey

 

„It began with my father not wanting to see the Last Rabbit and ended up with my being eaten by a carnivorous plant. It wasn’t really what I’d planned for myself— I’d hoped to marry into the Oxbloods and join their dynastic string empire. But that was four days ago, before I met Jane, retrieved the Caravaggio and explored High Saffron. So instead of enjoying aspirations of Chromatic advancement, I was wholly immersed within the digestive soup of a yateveo tree. It was all frightfully inconvenient.
But it wasn’t
all
bad, for the following reasons: First, I was lucky to have landed upside down. I would drown in under a minute, which was far, far preferable to being dissolved alive over the space of a few weeks. Second, and more important, I wasn’t going to die ignorant. I had discovered something that no amount of merits can buy you: the truth. Not the whole truth, but a pretty big part of it. And that was why this was all frightfully inconvenient. I wouldn’t get to do anything with it. And this truth was too big and too terrible to ignore. Still, at least I’d held it in my hands for a full hour and understood what it meant.
I didn’t set out to discover a truth. I was actually sent to the Outer Fringes to conduct a chair census and learn some humility. But the truth inevitably found me, as important truths often do, like a lost thought in need of a mind. I found Jane, too, or perhaps she found me. It doesn’t really matter. We found each other. And although she was Grey and I was Red, we shared a common thirst for justice that transcended Chromatic politics. I loved her, and what’s more, I was beginning to think that she loved me. After all, she did apologize before she pushed me into the leafless expanse below the spread of the yateveo, and she wouldn’t have done that if she’d felt nothing.“

 

 

 828126-db88011b7ab15827b61a3d6a867242c1.jpg

Jasper Fforde (Londen, 11 januari 1961)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 11 januari 2007 en ook mijn blog van 11 januari 2008 en ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: Die Erdbeeren von Antons Mutter

 

“Der kleine Garten, ein Acker eigentlich, der früher, in Antons Kindheit, ringsum an Felder gegrenzt hatte, jetzt an weitere Vorgärten stieß, nur an seiner Rückseite ins Freie überging, war umgegraben, die Erde sah frisch aus, vereinzelt stakten Gräser hervor, an einer Stelle war ein großer Löwenzahn

gewachsen und nahe am Zaun drängten sich die weichen Blätter von Beinwell.

Muß raus, brummte Helmer, der Bauer, der inzwischen eine kleine Gärtnerei betrieb. Das wächst, da haben Sie keine Vorstellung von! Er bückte sich, grub mit den Fingern, riß drei der langen Wurzeln aus. Immer das gleiche, wird man nie wieder los.

Anton stand neben ihm und blinzelte in das diffuse Licht.

Wie alt sind Sie jetzt eigentlich? fragte Helmer. Dreiundvierzig, antwortete Anton.

Na auch schon. Und keine Kinder, und die Schwester immer noch in Amerika?

Immer noch, sagte Anton.

Da haben Sie für Ihre Eltern ja Zeit.

Ich bin Arzt, wandte Anton ein.

Paßt doch. Helmer schaute zu ihm, in seinen Augen mischten sich Kummer und ein freundlicher Spott. Erst die Erdbeeren, sagte Anton.

An den Sträuchern, die in kleinen, schwarzen Töpfchen darauf warteten, wieder eingesetzt zu werden in die Erde, hingen schon grüne Früchte. Helmer schüttelte den Kopf.

Anton wollte in zwei Wochen wiederkommen, und dann wieder zur Ernte.

Wässern kann ich sie Ihnen, heute und morgen, daß ein paar angehen. Stroh können Sie hintun nächstes Mal, sagte Helmer. Ist gut gegen die Fäule. Und gegen Schnecken. Viel werden wird das aber trotzdem nicht.”

 


828126-fa35430a82a9366c08bb3f1cef7a33a6.jpg
Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en columnist Marc Acito werd geboren op 11 januari 1966 in Bayonne, New Jersey. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: How I Paid for College

 

„I lay my head down on the raft. "You're right, Sis," I say.

She's not really my sister, but she might as well be. Apart from the difference in our complexions, we could be twins: Paula is the pure white twin; I'm the evil dark one. Otherwise, we're both all long curly hair, thick eyelashes, and high body-fat ratio.

I also call her Sis because she uses her nun costume from our production of The Sound of Music to buy us beer, on the entirely correct theory that no one would ask a nun for her ID.

Paula snaps her parasol shut and rows over to me using the handle end. "The problem," she says, "is that I've got a nineteenth-century figure. If I'd been born a hundred years earlier, I would have been considered desirable."

We've had this conversation before. Some of us are born to run, others are born to be wild--Paula was born to wear a hoopskirt.

I feel the tap of a parasol on my shoulder. "Look at these," she says, mashing her boobs together like she's fluffing pillows. "And this." She turns sideways to grab a hunk of her fleshy butt.

"In the case of an emergency water landing, your seat cushion may be used as a flotation device," I say.

Paula tips my mattress over with one of her thick nineteenth-century legs.

I bob up to the surface and try to capsize her by grabbing her tiny feet. "No, no, no, please, Edward," she says, "the hair, the hair, I've got to be at work in an hour."

"Fine," I say, backstroking to the shallow end, "but as far as the nineteenth century goes, I've got two words for you."

"Oh, yeah?"

"Yeah: No anesthesia."

I can hear her deep, chocolaty laugh as I look up at the high-tension wires crisscrossing the baby blue sky. I love making Paula laugh.“

 

 

828126-d982ef2bb969871657cb744d0a182744.jpg
Marc Acito (
Bayonne, 11 januari 1966)

 

 

 

 

De Griekse dichter, schrijver en zeeman Nikos Kavvadias werd geboren op 11 januari 1910 in Nikolski Ousouriski. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

 

Southern Cross

(Stavros Tou Notou)

 

In the nor-wester the waves boiled;

we were both bent over the map.

You turned and told me how in March

you'd be in other latitudes.

 

A Chinese tatoo drawn on your chest;

however you burn it, it won't come off.

They said that you had loved her once

in a sudden fit of blackest fever.

 

Keeping watch by a barren cape

and the Southern Cross behind the braces.

You're holding coral worry-beads

and chewing bitter coffee beans.

 

I took a line on Alpha Centaurus

with the azimuth compass one night at sea.

You told me in a deathly voice:

"Beware of the stars of Southern skies".

 

Another time from that same sky

you took lessosn for three whole months

with the captain's mulatto girl

in how to navigate at night.

 

In some shopin Nosy Be

you bought the knife - two shillings it cost -

right on the equator, exactly at noon;

it glittered like a lighthouse beam.

 

Down on the shores of Africa

for some years now you've been asleep.

You don't remember the lighthouse now

or the delicious Sunday sweet.

 

 

 

Vertaald door Tefkros Symeonides

 

 

 

 828126-c1a72fc69df477e9811436b3df41dd3b.jpg

Nikos Kavvadias (11 januari 1910 – 10 februari 1975)

Beeld bij de haven van Argostoli

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Oswald de Andrade werd geboren op 11 januari 1890 in São Paulo. Zie ook mijn blog van 11 januari 2007 en ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

 

 

NATIONAL LIBRARY

 

The Abandoned Child

Doctor Coppelius

Leí Us Go With Him

Miss Spring

 

Brazilian Code of Civil Law

How to Win the Lottery

Public Speaking for Everyone

The Pole in Flames

 

 

 

ADVERTISEMENT

 

Says the dainty actress

Margaret Piano Leg

Pretty tint — what a splendid lotion

I consider prettytint the complement

of woman's feminine toilette

for its agreeable odor

and as a tonic for the boyish bob

All women — deal with Mr. Fagundes

sole distributor

in the United States of Brazil

 

 

 

FUNERAL PROCESSION

 

The Veronica extends her arms

and sings

The baldachin has stopped

All listen

to the voice in the night

full of lighted hills

 

 

 

Vertaald door Jean R. Longland

 

 

 828126-b6d28558e68a9b37a8d54f164433574d.jpg

Oswald de Andrade (11 januari 1890 – 22 oktober 1954)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Helmut Zenker werd geboren op 11 januari 1949 in St. Valentin. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: Tohuwabohu

 

„Ich möchte ein Sonett für dich dichten. Aber warum soll ich ein Sonett für dich dichten, wenn ich ohnehin mit dir im Bett bin? Ich würde mit dir tanzen, obwohl ich nicht tanzen kann. Aber warum soll ich mit dir tanzen, wenn ich schon in dir stecke? Die Kleider sollte ich dir vom Leib reißen. Aber warum soll ich tun, was ich schon längst gemacht habe? Ich möchte dich nackt sehen. Aber warum bist du nackt, wenn ich dich nur ausziehen will? Wohin flüchtet die Zeit? Warum soll mich das interessieren, wenn ich die beste Zeit habe?“

 

 

 828126-cccde4adce9e9760ee998b5e458b119d.jpg

Helmut Zenker (11 januari 1949 – 7 januari 2003)



Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Eduardo Mendoza, Diana Gabaldon, Slavko Janevski, Ilse Weber, Alan Stewart Paton, Bayard Taylor

De Spaanse schrijver Eduardo Mendoza werd geboren in Barcelona op 11 januari 1943. Zie ook mijn blog van 11 januari 2007 en ook mijn blog van 11 januari 2008 en ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: Niemand im Damensalon (Vertaald door Peter Schwaar)

 

“Nach neun Tagen kam sie wieder, mit denselben Beinen. Wortlos setzte sie sich auf den Sessel, wies mit einer Handbewegung den Frisiermantel zurück und sagte, mir fest in die Augen blickend:
"Ich bin nicht wegen meiner Haare gekommen, sondern um mit dir über eine persönliche Angelegenheit zu sprechen. Macht es dir etwas aus, wenn ich dich duze? Das ist nur logisch in Anbetracht des persönlichen Charakters der Angelegenheit, auf die ich eben angespielt habe. Aber vorher muss ich wissen, ob ich für diese persönliche Angelegenheit und alle sich daraus ergebenden Konsequenzen auf dich zählen kann."
"Ich werde tun, was in meiner Macht liegt," antwortete ich, "vorausgesetzt, es ist nicht unvereinbar mit der Ethik der Coiffure."
"Ich habe keine andere Antwort erwartet. Aber wir unterhalten uns besser nicht hier. Es kann jemand reinkommen und uns bei unserer Fühlungnahme stören. Wann hast du Feierabend?"
"Ein guter Friseur hat nie Feierabend, aber der Damensalon schließt um acht."
"Um diese Zeit erwarte ich dich in der Kneipe gegenüber. Versetz mich nicht."
Zur vereinbarten Stunde erschien ich zu unserer Verabredung. Sie war bereits dort, an einem Tisch im Hintergrund ins Einsaugen eines (vom Kellner der Kneipe) in eine Flasche abgefüllten Erfrischungsgetränks versunken, gleichgültig gegenüber allem um sie herum. Wortlos deutete sie auf den Stuhl. Ich setzte mich. Eine Weile schwiegen wir, sie dachte an ihre Dinge, und ich dachte ebenfalls an ihre Dinge. Das erlaubte mir, sie etwas aufmerksamer zu betrachten, so dass ich dem Leser eine nachträgliche Beschreibung liefern kann - auf ihre untere Hälfte bin ich ja schon andernorts zu sprechen gekommen.”

 

 

 828124-fac49b920ccd1cf9ed36349559e17d1e.jpg

Eduardo Mendoza (Barcelona, 11 januari 1943)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Diana Gabaldon werd op 11 januari 1952 geboren in Williams, Arizona. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: Laoghaire (Book Seven, Outlander)

 

„He rode slowly past the loch, thinking that this visit was a mistake.  It was possible to leave things behind--places, people, memories--at least for a time.  But places held tight to the things that had happened in them, and to come again to a place you had once lived was to be brought face to face with what you had done there, and who you had been.

Balriggan, though...it hadn't been a bad place; he had loved the wee loch, and the way it mirrored the sky, so still some mornings that you felt you might walk down into the clouds you saw reflected there, feeling their cold mist rise up about you, to wrap you in their drifting peace.  Or in the summer evenings, when the surface glimmered in hundreds of overlapping rings as the hatch rose, the rhythm of it broken now and then by the sudden splash of a leaping salmon.

The road took him closer, and he saw the stony shallows where he'd shown wee Joan and Marsali how to guddle fish, all three of them so intent on their business they'd paid no heed to the midgies biting, and gone home wet to the waist and red with bites and sunburn, the wee maids skipping and swinging from his hands, gleeful in the sunset.  He smiled just a little--then turned his horse's head away, up the hill to the house.

The place was shabby, but in decent repair, he grudgingly noted.  There was a saddle-mule browsing in the paddock behind the house, elderly, but sound-looking.  Well enough.  Laoghaire wasn't spending his money on follies or a coach-and-four, at least.“

 

 

 

 828124-2975d6129ac43b257921d6c93a85c316.jpg

Diana Gabaldon (Williams,11 januari 1952)

 

 

 

 

 

De Macedonische dichter en schrijver Slavko Janevski werd geboren op 11 januari 1920 in Skopje. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: The Drowned Man (Vertaald door Zoran Anchevski)

 

„Never before, in the long chain of their years, had the twelve elders sitting in front of their houses seen a drowned man floating in the calm waters of the lake, gliding to the shore, coming to rest on the wet sand, and as is the case with the dead, prone, motionless, barefoot.
    Probably because of the heat with which even June is generous, the arrival of the corpse caused no great stir in the fishing village. Most men and women were behind the walls of their houses. There were no children. However, in a little while, a few young men, fearing some misfortune—an investigation, a hearing, suspicion—gathered around the drowned man and realized immediately that he was not a local, not from their side of the lake. His clothes of thin white linen seemed too big for him. The drowned man had fragile bones and was not swollen or blue. He seemed to be asleep in the rain—about to wake up.
    With some concern that what he was doing was illegal, one of the fishermen knelt beside the corpse and removed some weed or grass from his face. From the incomplete frame of the gently curved eyebrows two eyes gazed at the fishermen. But what eyes! As if alive! Saved from the layers of murky slime the pupils shrank. The man kneeling by the corpse straightened up. He took a step back but said nothing. The others were also silent. As if they had always known what to do in such situations, as if rituals were a part of their lives, they raised the drowned man from the wet sand. They laid him gently in a wooden boat. Two of them, paler than before, rowed out to the middle of the lake. The watchers on the shore remained silent. They waited in a huddle, indistinguishable one from another, with set white faces.“

 

 

 

 828124-20a869c75ce9cf1755734d3b4637e2bd.gif

Slavko Janevski (11 januari 1920 – 20 januari 2000)

 

 

 

 

 

De Duitstalige, joodse, dichteres en schrijfster Ilse Weber werd geboren op 11 januari 1903 in Witkowitz, Tsjechoslowakije. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

 

Ade, Kamerad,

 

hier teilt sich der Pfad,

denn morgen mussi ch fort.

Ich scheide von dir,

man treibt mich von hier,

ich geh mit dem Polentransport.

 

Du gabst mir oft Mut,

treu warst du und gut,

zum Helfen immer bereit.

Ein Druck deiner Hand

Hat die Sorgen gebannt,

wir truce gemeinsam das Leid.

 

Ade, Kamerad,

um dich ist es schad,

der Abschied wird mir schwer.

Verlier nicht den Mut,

ich war dir so gut,

jetzt sehn wir uns nimmermehr.

 

 

 

 828124-61ee2d436a6606cdd59e0dc8c3fafee0.jpg

Ilse Weber (11 januari 1903 – 6 oktober 1944)

 

 

 

 

 

De Zuidafrikaanse schrijver en politicus Alan Stewart Paton werd geboren op 11 januari 1903 in Pietermaritzburg. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009.

 

Uit: Cry The Beloved Country

 

„This is no time to talk of hedges and fields, or the beauties of any country. Sadness and fear and hate, how they well up in the heart and mind. Cry for the broken tribe, for the law and the custom that is gone. Aye, and cry aloud for the man who is dead, for the woman and children bereaved. Cry the beloved country, these things are not yet at an end. The sun pours down on the earth, on the lovely land that man cannot enjoy. He knows only the fear of his heart.

Have no doubt it is fear in the land. For what can men do when so many have grown lawless? Who can enjoy the lovely land, who can enjoy the seventy years, and the sun that pours down on the earth, when there is fear in the heart? Who can walk quietly in the shadow of the jacarandas, when their beauty is grown to danger? Who can lie peacefully abed, while the darkness holds some secret? What lovers can lie sweetly under the stars, when menace grows with the measure of their seclusion?

Some cry for the cutting up of South Africa without delay into separate areas, where white can live without black, and black without white, where black can farm their own land and mine their own minerals and administer their own laws. And others cry away with the compound system, that brings men to the towns without their wives and children, and breaks up the tribe and the house and the man, and they ask for the establishment of villages for the labourers in mines and industry.

And the churches cry too. The English-speaking churches cry for more education, and more opportunity, and for a removal of the restrictions on native labour and enterprise. And the Afrikaans-speaking churches want to see the native people given opportunity to develop along their own lines, and remind their own people that the decay of family religion, where the servants took part in family devotions, has contributed in part to the moral decay of the native people. But there is to be no equality in church or state.“

 

 

 828124-00259583f62e33da426b1252e68af42b.jpg

Alan Stewart Paton (11 januari 1903 – 12 april 1988)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, criticus, vertaler en reisschrijver Bayard Taylor werd geboren op 11 januari 1825 in Kennett Square in Chester County, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009.

 

 

Bedouin Song

 

FROM the Desert I come to thee

On a stallion shod with fire;

And the winds are left behind

In the speed of my desire.

Under thy window I stand,

And the midnight hears my cry:

I love thee, I love but thee,

With a love that shall not die

Till the sun grows cold,

And the stars are old,

And the leaves of the Judgment Book Unfold!

 

Look from thy window and see

My passion and my pain;

I lie on the sands below,

And I faint in thy disdain.

Let the night-winds touch thy brow

With the heat of my burning sigh,

And melt thee to hear the vow

Of a love that shall not die

Till the sun grows cold,

And the stars are old,

And the leaves of the Judgment Book Unfold!

 

My steps are nightly driven,

By the fever in my breast,

To hear from thy lattice breathed

The word that shall give me rest.

Open the door of thy heart,

And open thy chamber door,

And my kisses shall teach thy lips

The love that shall fade no more

Till the sun grows cold,

And the stars are old,

And the leaves of the Judgment Book Unfold!

 

 

 828124-24c6cf9728b8330946d19ee2d9601381.jpg

Bayard Taylor (11 januari 1825 – 19 december 1878)

Geschreven door Romenu om 19:10 Reageer op dit bericht

Mart Smeets

De Nederlandse (sport)journalist, schrijver en radio- en televisiepresentator Martinus Jan (Mart) Smeets werd geboren in Arnhem op 11 januari 1947. Smeets is sinds 1974 verbonden aan Studio Sport als verslaggever en presentator en sinds 2002 in vaste dienst van de NOS. Hij doet al jaren vanuit Frankrijk verslag van de Ronde van Frankrijk. Hij doet tevens verslag van diverse schaatsevenementen, schrijft wekelijkse columns, onder andere voor Sportweek, Trouw, Haarlems Dagblad en VARA-gids. Over zijn werk en zijn passies (onder andere muziek en eten) schrijft hij boeken met losse verhalen, waarin hij op een persoonlijke wijze weergeeft wat hij van bepaalde zaken vindt Op 3 december 2008 gunde de jury van de Beeld en Geluid Awards, voorheen de Gouden Beelden, de oeuvreprijs aan Mart Smeets. Hij kreeg tevens een plek in de glazen Wall of Fame in het gebouw van Beeld en Geluid in Hilversum.

 

Uit: Sportzomerdagboek

 

„Het wordt elf uur en de telefoon blijft rustig. Geen geluid. Kwart over elf. Niets nog.
Half twaalf. Ik zet de radio iets harder en K. kijkt me weer aan. Ik zeg niets. Mijn binnenste rommelt en ik heb een lichte hoofdpijn.
Zeven minuten over half twaalf. Ik voel eerst de trilling van het apparaatje, hoor dan de ringtoon. Ik neem op: ‘Zeg het maar, Tjeb.’ Hij zegt met rustige stem: ‘Ik zie je volgende maand in Peking.’ Over
famous first words
gesproken.
Ons gesprek duurt niet lang. Ik feliciteer hem en K. roept hard ‘
Yes, yes, yes,’ en balt haar vuist in de lucht. We hangen op en ik voel dat ik natte ogen krijg. Hij heeft bereikt wat hij wilde. Helemaal alleen. Ooit had hij een droom en die heeft hij helemaal zelf waargemaakt.“

 

 

Uit: Op de fiets lukte het Hamilton niet (Column in Trouw)

”Er is een tijd geweest dat ik met bewondering naar Tyler Hamilton keek. Hij was onder de vleugels van Lance Armstrong vertrokken naar graziger weiden en had het shirt van CSC aangedaan. Dat rood, wit en zwart stond hem goed en onder de kneedbare handen van Bjarne Riis kwam ineens een renner uit die veel beter leek te zijn dan knecht alleen.
Ik herinner me dat hij viel; een lullige val, over een stoeprand, en dat zijn schouder vet ingetapet moest worden en dat hij duizend doden stierf om nog maar op de fiets te kunnen blijven.
Dat was het Tour-jaar dat een complete filmploeg met veel tamtam hem tijdens de ronde volgde: 2003, zijn eerste jaar in eigen schoenen. Overal waren die mannen; ze filmden hem van 's ochtends vroeg tot lang na de massagetafel. De film, die in 2004 uitgebracht zou worden, zou de intense schoonheid van het wielrennen in de Tour naar voren brengen.
Ik hoorde dat de film door kitsch heen vloog, maar dat de essentie mooi was: de kale mens op een ijzeren ros in de vrije natuur tegen een berg op klauterend. Alleen.
Ik weet nog van het gedoe van Hamilton met zijn hond: Tugboat, een trouw beest dat ziek werd en afgemaakt moest worden terwijl zijn baasje in de Franse ronde tegen grootmacht Armstrong opbood en voorzichtig ten onder ging.
Tugboat overleed en de halsband van het trouwe dier werd een houvast voor de kleine renner. Huilend en triest zocht hij zijn geluk in een ellenlange solovlucht door de Pyreneeën.
Het lukte en iedereen klapte hem toe: wat een karakter, wat een doorzettingsvermogen, wat een held.
Als je foto's van die dag ziet, bemerk je de trotse Hamilton die zijn leermeester Armstrong vol liefde bij de schouders vasthoudt. De twee praten en hebben een uiterst tevreden trek om de mond. Allebei.
Dan wordt het augustus en wordt Hamilton olympisch kampioen. De olijftak op zijn hoofd knelt meteen: positief. Bloeddoping. B-staal niet mogelijk, want onzorgvuldig gedrag bij een laboratoriumbeambte. Hij houdt goud en trekt verder de wereld in.
De Vuelta in september, een gewonnen tijdrit en de leiderstrui; Grote Winst nadert, maar weer ontploffen de testketels: weer positief.
Twee maal in twee maanden; dat is iets teveel.”

 

 

 

 948612-5f66f401cda45fff25826dd34f6444bc.jpg

Mart Smeets (Arnhem, 11 januari 1947)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten