Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 mei 2009 tot 3 mei 2009

Jehuda Amichai, Ben Elton, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008.

 

 

Als bij begrafenissen

 

Na elke daad die ik doe lopen zij in een stoet

Als bij begrafenissen: het kind dat ik was, jaren geleden,

De jongen in zijn eerste liefde die ik was, de soldaat

Die ik was in die dagen en de grijze man van een uur geleden.

En nog anderen, ook vreemden, die ik ooit was en weer

Ben vergeten - misschien was één wel een vrouw.

 

En allemaal samen, met bewegende, onthoudende lippen

En allemaal samen met vochtige, glanzende ogen

En allen spreken zij woorden van afscheid en troost

En allen keren zij dan weer naar hun eigen zaken en tijd

Als bij begrafenissen.

 

En één van hen zei tegen zijn vriend: de belangrijkste taak

Van de moderne industrie is het vervaardigen

Van zo sterk mogelijk, maar toch lichte materialen.

Dat zei hij, en hij huilde en ging zijns weegs,

Als bij begrafenissen.

 

 

 

Vertaald door Tamir Herzberg

 

 

 

 

I Forget Thee, Jerusalem

  

If I forget thee, Jerusalem,

Then let my right be forgotten.

Let my right be forgotten, and my left remember.

Let my left remember, and your right close

And your mouth open near the gate.

 

I shall remember Jerusalem

And forget the forest -- my love will remember,

Will open her hair, will close my window,

will forget my right,

Will forget my left.

 

If the west wind does not come

I'll never forgive the walls,

Or the sea, or myself.

Should my right forget

My left shall forgive,

I shall forget all water,

I shall forget my mother.

 

If I forget thee, Jerusalem,

Let my blood be forgotten.

I shall touch your forehead,

Forget my own,

My voice change

For the second and last time

To the most terrible of voices --

Or silence. 

 

 

 

 

 

Amichai
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Elton studeerde drama aan de universiteit van Manchester. Na zijn afstuderen in 1980 startte hij zijn carrière als stand-up komiek en ontwikkelde zich gedurende de jaren '80 tot een van de leidende figuren in de Britse humor en het Brits entertainment. Zijn eerste grote doorbraak kwam als coauteur van de als baanbrekend beschouwde BBC-sitcom The Young Ones. Comedy-series als Happy Families, Filthy Rich & Catflap volgden, waarna Elton in 1985 aan Richard Curtis werd gekoppeld voor het schrijven van de tweede serie (en alle verdere series) van de comedy-hitserie Blackadder met in de hoofdrol Rowan Atkinson. In 1995 volgde de eveneens succesvolle serie The Thin Blue Line.

In 1989 publiceerde Elton zijn eerste roman, Stark, die een paar jaar later (1993) als comedy-serie (met Elton zelf in een van de hoofdrollen) op de BBC verscheen. De roman werd gevolgd door Gridlock (1991) (vertaald als: File!!!) en This Other Eden (1993). In deze drie eerste romans behandelt Elton telkens, op een soms wat prekerige wijze, aan het milieu gerelateerde maatschappelijke onderwerpen door thriller-elementen te combineren met humor. Ook in zijn eerste toneelstuk, Gasping uit 1990, behandelt hij die thematiek. Met zijn tweede toneelstuk, Silly Cow, lijkt hij op zoek naar andere maatschappelijke onderwerpen.

Met zijn volgende project, het min of meer terzelfder tijd als toneelstuk als in romanvorm gepresenteerde, Popcorn (1996/1997), bereikte Elton zijn voorlopige hoogtepunt als roman- en toneelschrijver. Het boek won in 1996 de Gold Dagger Award voor fictie van The Crime Writers' Association. In 2000 ging de musical The Beautiful Game (geschreven met componist Andrew Lloyd Webber) in première. De musical bleek ondanks de grote productie en de grote namen geen succes. In samenwerking met Queen schreef Elton in 2002 echter alsnog zijn eerste hitmusical: We will rock you. Nieuwere romans van Elton zijn: Dead Famous (2001) (Hartstikke beroemd), High Society (2002), Past Mortem (2004), The First Casualty (2005), Chart Throb (2006) en Blind Faith (2007).

 

Uit: Blind Faith

 

“Trafford said goodbye to his wife, kissed their tiny baby on the forehead and began to unlock the various bolts and deadlocks that secured their front door.

‘And a very good morning to you too, Trafford,’ said the voice of Barbieheart.

‘Yes, of course, good morning, Barbieheart,’ Trafford replied nervously. ‘Good morning indeed, I mean goodbye . . . I mean . . . well, I mean I don’t want to be late, you see.’

‘I’m not holding you up, Trafford.’

‘No. Absolutely.’

‘Well now, you take care to have a great day.’

‘Thank you. Thank you very much. I will.’

Trafford’s wife looked at him angrily. He knew that Chantorria suspected him of deliberately not greeting Barbieheart, as some kind of protest, some bizarre bid for independence. She was right, of course.

‘Sometimes he doesn’t even say good morning to me,’ Chantorria volunteered apologetically, waving at Barbieheart’s face on the wallscreen.

She was only trying to suck up; Trafford knew Chantorria BLIND FAITH hated Barbieheart as much as he did. But trying to keep her sweet was the right thing to do, the safe thing to do. At least one member of the family had a sense of what was proper.

Barbieheart extracted her hand from the huge sack of cheesy snacks on which she was breakfasting and waved back. She was moderator of the tenement chat room and, having grown too large to leave her apartment, she was scarcely ever absent from her post. A constant presence in every household, Barbieheart was an extra member of the family and one whom Trafford deeply resented.”

 

 

 

 

BenEltonDM_228x346
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008.

 

Uit: Der Kohlenhändler

 

„Es sei wie immer gewesen, sagten die alten Frauen nach dem Begräbnis des Kohlenhändlers, man hätte glauben können, dass der Kohlenhändler noch lebe und jeden Moment um die Ecke komme mit seinem Karren, dessen schwere, eisenbeschlagene Räder man ganz deutlich über den Kies habe knirschen hören können, und tatsächlich sei der zweirädrige Karren dann auch um die Ecke gebogen, gezogen von einem Mann im schwarzen Anzug, wie ja auch der Kohlenhändler immer einen schwarzen Arbeitsanzug angehabt habe, nur dass die Ladung diesmal eine andere gewesen sei, denn statt der kohlenstaubgeschwärzten Säcke habe sich der Sarg des Kohlenhändlers auf dem Karren befunden. Ein schwarzer, glänzender Sarg, sagten die Frauen, man könne sich wirklich keinen besseren Sarg für einen Kohlenhändler vorstellen. Der Karren aber habe sich viel leichter bewegen lassen, der Mann, der den Karren gezogen habe, sei aufrecht gegangen, ja geradezu, die Deichsel locker in der Hand, geschritten, während der Kohlenhändler sich mittels eines breiten, quer über die Brust gelegten Gurtes habe immer vor den Karren spannen müssen, vornübergebeugt sei er gelaufen, die klobigen Schuhe gegen den Boden stemmend oder, wenn es bergab ging, sich mit aller Kraft rücklings gegen den Karren bäumend, und dennoch habe der Kohlenhändler immer gelacht, während der Mann mit dem Sarg ein ernstes und würdevolles Gesicht gehabt habe wie bei einem Begräbnis. Es sei ja auch ein Begräbnis gewesen, nur habe man beim Begräbnis des Kohlenhändlers immer an den Kohlenhändler denken müssen; der Kohlenhändler lebe noch, habe man angesichts des Karrens immerzu denken müssen. Und man habe sich gut vorstellen können, wie der Kohlenhändler sich den Sarg auf den breiten Rücken packen und ohne zu schwanken damit die steilen Kellertreppen heruntersteigen würde, während doch die vier Männer Mühe gehabt hätten, den Sarg des Kohlenhändlers vom Karren zu ziehen und die paar Schritte bis zur ausgehobenen Grube nur mit Anstrengung haben zurücklegen können. Zwei, drei Doppelzentner, mehr könne so ein Sarg doch gar nicht wiegen, mutmaßten die Frauen. Schon bei seinem Begräbnis fehle der Kohlenhändler an allen Ecken und Enden, man wisse gar nicht, was denn nun werden solle. Was hätte das für ein Begräbnis werden können, hätte der Kohlenhändler noch gelebt, denn nie habe der Kohlenhändler die schweren Säcke ohne einen Scherz in den Keller getragen, ein lustiger Mensch sei er gewesen der Kohlenhändler, sagten die alten Frauen.”

 

 

 

 

jens-wonneberger
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008.

 

Uit: Die Schatten der Ideen

 

“Das Summen. Wie sehr fernes, fremdes Stimmengemurmel. Zur Melodie des Kühlschranks gehörte vielleicht auch ein Text. Eine Stimme aus dem Gestern. Oder Vorgestern. Aus einer Zeit, in der man sich Weine der Jahrgänge 40 folgende in den Keller gelegt hatte. Weine, die nie getrunken worden waren. Aber warum nicht? Ob die wohl noch trinkbar waren? Oder auf Weinauktionen bei Sammlern horrende Preise erzielen würden? Nicht sein Bier, gewiß, nicht einmal sein Wein, und trotzdem … Er nippte am Kaffee, steckte sich eine Zigarette an. Die Wirbel des Rauchs stiegen zur Decke. Der Ventilator zerschlug sie zu formlosem Dunst. Der Staub, den er im Keller aufgewirbelt hatte, müßte sich inzwischen wieder gesetzt haben. Einfach mal nachsehen. Die Stiege knarrte bei jedem Schritt. Von dem 48er Bordeaux Trimoulet Grand Cru gab es sieben Flaschen. Als er eine aus dem Regal zog, rutschte der Stapel auseinander, so daß die Flaschen nicht mehr übereinander, sondern nebeneinander auf dem Brett lagen und den Blick auf etwas freigaben, was sich zwischen den Flaschenböden und der Kellerwand befand - noch ein Stapel. Aber das waren keine Flaschen, sondern Bücher. Oder Schreibkladden? Daneben ein brauner Pappkarton mit dem aufgedruckten Schriftzug Western Union Delivery Service. Carlsen stellte die Flaschen vorsichtig auf den Boden und zog den Papierstapel nach vorn. Zehn Composition Books, gebunden in schwarz-weiß melierte Pappe, mit Leinenstreifen am Rücken verstärkt, Aufsatzhefte, wie sie in fast unveränderter Form auch heute noch am College benutzt wurden. 40 Sheets - 10 X 7 7/8 - College & Margin stand auf den Etiketten. Die Felder für Name, Class und Instructorwaren nicht ausgefüllt, die einzelnen Kladden jedoch durchnumeriert von 1 bis 10, die Ziffern in blauer Tinte mit energischem Zug geschrieben. Die 1 war kein einfacher Strich, wie im Amerikanischen üblich, sondern mit Aufstrich versehen,und auch die 7 wies den europäischen Querstrich auf. Was hielt Carlsen da in Händen?”

 

 

 

 

Modick_Klaus
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

 

 

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008.

 

Uit: Sleepwalker in a Fog

 

"She bought herself a third fur coat, went to work, and right away she felt the atmosphere tense up. It's just plain envy, and it's not even clear why they have such base feelings; after all, like Ruzanna says, it's not like she bought the fur coat for herself, she really bought it for others, to raise the aesthetic level of the landscape. Ruzanna herself can't see anything from inside the coat anyway, but it makes things more interesting for everyone on the outside, there's more variety for the soul. And for free too. I mean, it's almost like an art show, like the Mona Lisa or Galzunov; for that they push and shove and wait in humongous lines for five hours and have to pay their hard earned rubles to boot. But here Ruzanna spends her own money and presto -- and art delivered to your door. And they're unhappy about it. It is just crass ignorance."

 

 

 

 

 

Tolstaja
Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008.

 

 

AIMEZ-VOUS LES ANIMAUX?


Aimez-vous les animaux?
Moi, non
Sauf les petits, les très doux, les brillants
Comme la marmotte ou le vison

 

Les animaux sont nos amis
Nos meilleurs amis
Nous dit-on
Surtout la marmotte
Surtout le vison

 

Aimez-vous les animaux?
Moi, oui
Surtout les hargneux, les fatals, les fripouilles
Comme le cobra, le crocodile

 

Les animaux sont nos amis
Nos meilleurs amis
Nous dit-on
Surtout le cobra
Surtout le crocodile

 

Aimez-vous les animaux?
Moi, moyen
Surtout pas les chat, et encore moins les chiens
Parce que c'est pas original

 

Les animaux sont nos amis
Nos meilleurs amis
Nous dit-on
Surtout les chats
Surtout les chiens

 

Aimez-vous les animaux?
Moi, j'adore
Surtout ceux qu'on appelle les hommes
À la fois doux, fatals, hargneux

 

Les hommes sont mes amis
Mes meilleurs amis
Je vous dis
Surtout toi, ou toi
Ou lui.

 

 

 

 

AgnèsDesarthe
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

Juan Gelman, Nélida Piñon, Pierre Emmanuel, Dodie Smith, Soma Morgenstern, August von Kotzebue

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Gelman schreef meer dan 20 poëziebundels en wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Argentijnse dichter — in 2000 won hij nog de prestigieuze Juan Rulfo-prijs. Bekende bundels van zijn hand zijn El Huego en que Andamos en Bajo la Lluvia Ajena. Terugkerende thema's zijn o.m. de joodse afkomst van de dichter en zijn politiek activisme Gelman, zoon van immigranten uit de Sovjet-Unie, voerde in de jaren zeventig actie tegen de dictatuur in Argentinië. Hij leefde van 1975 tot 1987 in ballingschap in Italië, Frankrijk en Mexico. Zijn zoon werd tijdens de dictatuur vermoord, zijn schoondochter wordt vermist.

Het werk van Gelman is in tien talen verschenen. In 2008 ontving hij de prestigieuze Cervantes prijs.

 

 

Confidences

 

he sits down at the table and writes

“with this poem you won’t take power” he says

“with these verses you won’t make the Revolution” he says

“nor with thousands of verses will you make the Revolution” he says

 

what’s more: those verses won’t make

peons teachers woodcutters live better

eat better or him himself eat live better

nor will they make a girl fall in love with him

 

they won’t earn him money

they won’t get him into movies free

he can’t buy clothes with them

or trade them for wine or tobacco

 

no scarves no parrots no boats

no bulls no umbrellas can he get for them

they will not keep him dry in the rain

nor get him grace or forgiveness

 

“with this poem you won’t take power” he says

“with these verses you won’t make the Revolution” he says

“nor with thousands of verses will you make the Revolution” he says

he sits down at the table and writes

 

 

 

Vertaald door Joan Lindgren

 

 

 

 

Briefe

 

Zwischen meinen und Deinen Armen, gäbe es da ein

Gewebe widerstreitender Kräfte, toller Hunde, Stürme, ein Liebesgewebe in dem jemand mitteilt,

daß die Untiere sich irgendwo in der Dunkelheit befanden mit den Hufen nach 

 

Schatten tretend oder ungeduldig tretend oder wie blind oder tatsächlich blind oder ohne Augen?

Oder ein Gewebe auf das die Genossin schreibt "am 20. April um 20.05 Uhr kam

der Kleine zur Welt, den ich so lange erwartet habe, gehütet habe, beschützt habe gegen" schreibt gegen die Dunkelheit, die irgendwo bei den Untieren herrscht, gegen

 

das dunkle Untier, die Elektrofolter, die Tritte in den Bauch, wo er

"den ich so lange beschützt habe" schreibt "mit der Hilfe von Euch allen

meinen Begleiterinnen und Freundinnen" schreibt, und als sie ihn am 24. (Montag)

zur Nacht legte und in seine Wiege brachte

 

"öffneten seine kleinen Augen sich nicht und werden es nie wieder tun" schreibt

pulmonare Aktalektasie, Hämorragien sagten die Ärzte "die

Schläge, die Elektrofolter, die Vergewaltigung, die Gefangenschaft der Mutter" schreibt

das Kind "war Zeuge und Märtyrer der Sache und Held" schreibt? Oder ein Liebesgewebe,

 

in dem so viel Schmerz schon genug geschlafen hat und wissen

will, wo die Pferde sind? Oder wir zu lange

die Engel haben warten lassen. Gibt es

ein kleines Licht, das die Engel zu lange warten ließ, ein mildes menschliches Licht?

 

Gibt es Pferde, um den Feind zu vernichten? Ist nicht er, der 5 Tage gelebt hat

ein Pferd, um den Feind zu vernichten? Hat er nicht seine kleinen Hände in

ein Pferd verwandelt, um den Feind zu vernichten? Galoppiert

und rennt er nicht jetzt zwischen Deinen und meinen Armen, Geliebte?

 

Rennt und galoppiert er jetzt nicht etwa zwischen Deinen und meinen Armen?

So zittern unsere Liebe, unser Glück?

Oh Nacht, die Du alles zudeckst!

So also knarren die verrosteten Scharniere unserer Gewohnheit?

 

 

 

Vertaald door Thomas M. Scheerer

 

 

 

 

 

Juan_Gelman_may_2007
Juan Gelman (Buenos Aires, 3 mei 1930)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Nélida Piñon werd geboren op 3 mei 1937 in Rio de Janeiro als dochter van Spaanse immigranten. Zij debuteerde in 1961 met de roman Guia-Mapa de Gabriel Arcanjo (Eng: The Guidebook of Gabriel Arcanjo). In de jaren zeventig verschenen twee erotische romans A casa de paixão (Eng: The House of Passion)  en A força do destino (Eng: The Force of Destiny). Het grootste succes boekte zij in 1984 met A Republica dos Sonhos (Eng: The Republic of Dreams). Het werk beschrijft het leven van verschillende generaties uit een familie die vanuit Galicië naar Brazilië emigreert.

 

Uit: The Republic of Dreams (Vertaald door Helen Lane)

 

“At five in the morning, Venancio was always up. And this had been so ever since he had arrived in America, as he still continued to call Brazil. He made fresh filtered coffee, heated the milk, and sitting at the kitchen table, dunked his buttered bread in the hot liquid, as though he had no teeth. He gave up this habit temporarily only in Eulalia's presence.

In the early morning quiet, seemingly the only person alive, it was as though time, for him, would never run out. He would sit at the table for hours on end, now that he had retired and had no obligations to fulfill. Only to wake up, look at the sun, and go back to sleep when it was dark. In all truth, Venancio's mind was only too inclined to wander. Even in the early days when they lived together, Madruga often pointed this out to him, on coming upon him sitting in front of the stove, stewing his thoughts, unwilling to plunk his feet on the floor and get moving. . . .

Eulalia was the only one to talk to him of Spain. Through her he was certain that Spain was still alive, attached to the map of the world by a thin steel thread, visible only if he made a special effort. Beset by doubts, he would consult her. –

 

 

 

 

NélidaPiñon
Nélida Piñon (Rio de Janeiro, 3 mei 1937)

 

 

 

 

De Franse dichter Pierre Emmanuel (eig. Noël Mathieu) werd geboren op 3 mei 1916 in Gan (Pyrénées-Atlantiques). Zie ook  Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008.

 

 

Mister Jones

 

Me voici revenu de la rive incertaine

où lamente la lyre abandonnée d'Orphée :

le vent d'en-bas m'emplit de vertige les veines

et mon double brumeux ne s'est point dissipé.

 

 

Après avoir usé ma ressemblance humaine

les lunes mauves de l'Enfer m'ont patiné.

Mes yeux ? deux diamants d'hiver ou deux fontaines

Qui fixent un soleil immuable et glacé.

 

 

Tel l'arbre aux pas profonds, aveugle de murmures

secoue dans le sommeil ses nocturnes verdures

où les soleils défunts mûrissent oubliés :

 

 

Le même arbre de jour, que la lumière outrage

Sans feuilles, sans oiseaux, flagellant les nuages

Maudit de ses grands bras anathèmes l'été.

 

 

 

 

pierre_emmanuel3
Pierre Emmanuel (3 mei 1916 – 24 september 1984)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Dodie Smith werd geboren op 3 mei 1896 in Whitefield. Howel zij al eerder werk publiceerde als Schoolgirl Rebels (1915), Autumn Crocus (1931) en  I Capture The Castle (1948)) werd zij pas beroemd met haar in 1956 geschreven The Hundred and One Dalmatians, het boek dat in 1961 door Disney verfilmd werd. In 1939 emigreerde Smith naar de VS waar zij trouwde met de acteur Alec Beesley.

 

Uit: I Capture the Castle

 

„I write this sitting in the kitchen sink. That is, my feet are in it; the rest of me is on the draining board, which I have padded with our dog's blanket and the tea cosy. I can't say that I am really comfortable, and there is a depressing smell of carbolic soap, but this is the only part of the kitchen where there is any daylight left. And I have found that sitting in a place where you have never sat before can be inspiring I wrote my very best poem while sitting on the hen house. Though even that isn't a very good poem. I have decided my poetry is so bad that I mustn't write any more of it.

Drips from the roof are plopping into the water butt by the back door. The view through the windows above the sink is excessively drear. Beyond the dank garden in the courtyard are the ruined walls on the edge of the moat. Beyond the moat, the boggy ploughed fields stretch to the leaden sky. I tell myself that all the rain we have had lately is good for nature, and that at any moment spring will surge on us. I try to see leaves on the trees and the courtyard filled with sunlight. Unfortunately, the more my mind's eye sees green and gold, the more drained of all colour does the twilight seem.“

 

 

 

Dodie_Smith_Alec_Beesley
Dodie Smith (3 mei 1896 – 24 november 1990)

Dodie met Alec en hun honden

 

 

 

 

 

De Duits-joodse schrijver Soma Morgenstern (eig. Salomo) werd geboren op 3 mei 1890 in Budzanów in Oostgalicië. Zie ook  Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008.

 

Uit: Funken im Abgrund

 

“Hier ist ein anderer Himmel, ging es Alfred durch den Sinn. Diesen Eindruck hatte er abends in den Schlaf mitgenommen, mit diesem Gedanken war er heute morgen erwacht. Er hatte mit dem alten Jankel seinen ersten Abendspaziergang in Dobropolje gemacht. Sie waren auf einem weichen, reinlich ausgetretenen Pfad gegangen, der sich an Pesjes Gemüsegarten, an der Schmiede, an der Werkstatt des Stellmachers, an den Stallungen, an der Wagenremise, dann - etwas höher ansteigend - an den Getreidescheunen, an frisch duftenden Heutristen, an Wiesen und an aufgeackerten Getreidefeldern entlangwand. Je höher sie kamen, um so gewaltiger weitete sich der Horizont. Die Tiefebene tat sich ungeheuer auf. Über Wiesen und Äcker kroch der Fluß, eine silberne Schlange, dahin. Das sanfte Auf und Ab der Flächen erstreckte sich zu einer Landschaft, die so weit erschien wie das Meer. Auf der Erde lag die flache Linie des Horizonts als eine zarte und durchsichtige Grenze, hinter deren himmlischem Schein die Unendlichkeit sich aufmachte und, in alle vernichtenden Fernen entkommend, der Kreatur einen einzigen Laut in ihrer ungeheuren Sprache hinterließ, einen unerhörten Laut: die Stille.

Hier ist ein anderer Himmel. Alfred stand in seinem Zimmer vor einem Fenster und blickte auf das Dorf. Er sah die Dorfstraße, die nah genug an dem Gutshof vorbeizog, den Teich in zwei sehr ungleiche Teile schnitt und das - durch den Teich in zwei Teile getrennte - Dorf in einer behaglichen Kehre wieder verknüpfte. Er sah ein Stück vom Teich, der auf dieser Seite augenscheinlich seicht und bis zur Mitte von schütterem, braunem, übermannshohem Schilf bestanden war.”

 

 

 

 

morgenstern
Soma Morgenstern (3 mei 1890 – 17 april 1976)

 

 

 

 

De Duitse toneelschrijver August Friedrich Ferdinand von Kotzebue werd in Weimar geboren op 3 mei 1761. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007.

 

Uit: Der Freimaurer

 

Erste Szene

Karoline allein.

 

Vergebens plag` ich ihn, er will mir nichts erzählen. –

Wie mag die Neugier uns Weiber doch so quälen!

Ein Buch von Frau La Roche und Ewalds Unterricht,

Darum kümmern wir uns in der Regel nicht.

Doch, was die Männer insgeheim vor uns bewahren,

Das möchten gar zu gern wir wissen und erfahren!

Und ist es auch vielleicht für uns von keinem Wert,

Genug schmeichelt doch, wenn man es nur erfährt.

Im Grund`ist`s Eitelkeit – schau hinter die Kulissen,

Es kitzelt, wenn man weiß, was Andre noch nicht wissen.

Und wer sich brüsten kann mit einer Neuigkeit,

Der wächst um einen Zoll, wird noch einmal so breit.

Wenn`s auch ein Unglück wär, nur neu vor allen Dingen,

So mag man`s gar zu gern dem Andern hinterbringen;

Und wenn es dem auch gleich das Herz im Leibe bricht,

Genug, man setzt hinzu: Erschrecken Sie nur nicht.-

Verdammte Maurerei! Die war mit allem Rechte,

Schon längst Skandal und Qual dem weiblichen Geschlechte.

Dem Maurer wöchentlich ein Abend bestimmt,

An dem Er aus dem Schrank das wohl Verschloss´ne nimmt,

Es in die Tasche steckt, mit Sorgfalt es verhehlend,

Er geht, Gott weiß wohin, er tut, man weiß nicht was,

Indes die Frau daheim mit schwerem Herzen saß.

Fragt sie, so lächelt er mit vornehm güt`gen Blicken,

Als wäre sie ein Kind, als woll´ es sich nicht schicken,

Ihr zu vertraun, was nur dem Mann zu wissen ziemt,

Und nichts erfährt sie, nichts! Auch nicht einmal verblümt!

Beim Licht besehen ist auch wohl nicht viel dahinter,

So eine Art von Klub, ein Zeitvertreib im Winter.

Doch bleibt es ärgerlich, dass, wenn die Schönheit fragt,

Die Stärke schweigen darf, und ihr zu trotzen wagt. –

Ich liebe den Baron, doch eh`ich`s ihm gestehe,

Muss er mir beichten, wie sich´s ziemt in guter Ehe;

Und tut er´s nicht – was dann? – Ich breche? – Das zwar nicht –

Der Mann ist brav und hübsch – nur Sklave seiner Pflicht,

Doch prüfen will ich ihn – ein lockendes Vergnügen,

Der Männer Stolz und Trotz durch Schönheit zu besiegen!

Gelingt es – ein Triumph für meine Eitelkeit;

Gelingt es nicht – ein Ruhm für seine Festigkeit.

 

 

 

 

kotzenbue
August von Kotzebue (3 mei 1761 - 23 maart 1819)

 

Geschreven door Romenu om 20:13 Reageer op dit bericht

Gottfried Benn, Esther Freud, Novalis, Angela Krauß, Udo Steinke

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008.

 

 

Durch jede Stunde...

 

Durch jede Stunde, durch jedes Wort

blutet die Wunde der Schöpfung fort,

verwandelnd Erde und tropft den Seim

ans Herz dem Werde und kehret heim.

Gab allem Flügel, was Gott erschuf,

den Skythen die Bügel dem Hunnen den Huf -

nur nicht fragen, nur nicht verstehn;

den Himmel tragen, die weitergehn,

nur diese Stunde ihr Sagenlicht

und dann die Wunde, mehr gibt es nicht.

Die Äcker bleichen, der Hirte rief,

das ist das Zeichen: tränke dich tief,

den Blick in Bläue, ein Ferngesicht:

das ist die Treue, mehr gibt es nicht,

Treue den Reichen, die alles sind,

Treue dem Zeichen, wie schnell es rinnt,

ein Tausch, ein Reigen, ein Sagenlicht,

ein Rausch aus Schweigen, mehr gibt es nicht.

 

 

 

 

 

Mann und Frau gehn durch die Krebsbaracke

 

Der Mann:

Hier diese Reihe sind zerfallene Schöße

und diese Reihe ist zerfallene Brust.

Bett stinkt bei Bett. Die Schwestern wechseln stündlich.

 

Komm, hebe ruhig diese Decke auf.

Sieh, dieser Klumpen Fett und faule Säfte,

das war einst irgendeinem Mann groß

und hieß auch Rausch und Heimat.

 

Komm, sieh auf diese Narbe an der Brust.

Fühlst du den Rosenkranz von weichen Knoten?

Fühl ruhig hin. Das Fleisch ist weich und schmerzt nicht.

 

Hier diese blutet wie aus dreißig Leibern.

Kein Mensch hat soviel Blut.

Hier dieser schnitt man

erst noch ein Kind aus dem verkrebsten Schoß.

 

Man läßt sie schlafen. Tag und Nacht. - Den Neuen

sagt man: hier schläft man sich gesund. - Nur sonntags

für den Besuch läßt man sie etwas wacher.

 

Nahrung wird wenig noch verzehrt. Die Rücken

sind wund. Du siehst die Fliegen. Manchmal

wäscht sie die Schwester. Wie man Bänke wäscht.

 

Hier schwillt der Acker schon um jedes Bett.

Fleisch ebnet sich zu Land. Glut gibt sich fort,

Saft schickt sich an zu rinnen. Erde ruft.

 

 

 

 

 

Gottfried_Benn
Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Freud brak in 1994 door met haar roman Hideous Kinky (vertaald als De kleur van henna), die gaat over haar merkwaardige jeugd in Marokko. De gelijknamige film – met Kate Winslet– werd een groot succes. Freuds werk verscheen in meer dan dertien landen. In haar romans spelen familierelaties een nadrukkelijke rol. Esther Freud is de dochter van kunstschilder Lucian Freud en de achterkleindochter van Sigmund Freud. Esther Freud is tevens actrice en mede-oprichter van het vrouwentheater Norfolk Broads.

 

Uit: Love Falls

 

“I don't know if I've ever mentioned my friend Caroline,' Lambert said as a thick white plate of kedgeree arrived at the table and was set down on the linen cloth in front of Lara, 'but I had a letter this morning, and . . .' He paused to acknowledge the arrival of his chops. 'It seems she's not at all well.'

'Oh. I mean, no. I don't think you have.' Lara stared down at the slivers of browned fish, the gold yolk of the egg, the parsley sticking to the rice. She wanted to start but it seemed rude. 'Is she very . . . ?'She never knew if you were allowed to mention age to people who were old. 'Is she . . .' She said it brightly. 'Very old?'

'Well. . .'Her father took up a sharp knife and cut into the meat. 'Not terribly. A few years more than me. Sixty-ish, maybe?' He sighed. 'Quite young.'

Lara nodded as she scooped up her first mouthful, the soft grains cinnamon- and clove-scented, the tiny seeds of caraway cracking between her teeth, and wondered when, if ever, she would think of sixty-ish as young.

'It made me wonder,' her father continued while the waiter poured tea, 'if I shouldn't visit. She's taken a house in Italy for the summer. She takes one every year, her late husband was Italian, and every year she invites me, but this time . this time I thought I actually might go.'

He looked down then, frowning, giving Lara a chance to observe him, see how this declaration was affecting him, a man who made it a point never to leave London, had not left it, as far as she knew, since before she was born. Why, she'd asked him once, do you never travel? And he'd shrugged and said whytravel when you're already in the best place there is?

For a while they ate in silence and then, still chewing, he fixed Lara with a look. 'Have you ever been?'”

 

 

 

 

Freud
Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007. en ook mijn blog van 2 mei 2006 en ook mijn blog van 2 mei 2008.

 

 

Geschichte der Poesie

 

Wie die Erde voller Schönheit blühte,

Sanftumschleiert von dem Rosenglanz

Ihrer Jugend und noch bräutlich glühte

Aus der Weihumarmung, die den Kranz

Ihrer unenthüllten Kindheit raubte,

Jeder Wintersturm die Holde mied,

O! da säuselte durch die belaubte

Myrte Zephir sanft das erste Lied.

Eva lauschte im Gebüsch daneben

Und empfand mit Jugendphantasie

Dieser Töne jugendliches Leben

Und die neugeborne Harmonie,

Süßen Trieb empfand auch Philomele

Leise nachzubilden diesen Klang;

Mühelos entströmet ihrer Kehle

Sanft der göttliche Gesang.

 

Himmlische Begeistrung floss hernieder

In der Huldin reingestimmte Brust,

Und ihr Mund ergoss in Freudenlieder

Und in Dankgesängen ihre Lust,

Tiere, Vögel, selbst die Palmenäste

Neigten staunender zu ihr sich hin,

Alles schwieg, es buhlten nur die Weste

Froh um ihre Schülerin.

 

Göttin Dichtkunst kam in Rosenblüte

Hoher Jugend eingehüllt herab

Aus dem Äther, schön wie Aphrodite,

Da ihr Ozean das Dasein gab.

Goldne Wölkchen trugen sie hernieder,

Sie umfloss der reinste Balsamduft,

Kleine Genien ertönten Lieder

In der tränenlosen Luft.

 

 

 

 

 

Geistliche Lieder  III

 

Wer einsam sitzt in seiner Kammer,

Und schwere, bittre Tränen weint,

Wem nur gefärbt von Not und Jammer

Die Nachbarschaft umher erscheint;

 

Wer in das Bild vergangner Zeiten

Wie tief in einen Abgrund sieht,

In welchen ihn von allen Seiten,

Ein süßes Weh hinunter zieht; –

 

Es ist, als lägen Wunderschätze

Da unten für ihn aufgehäuft,

Nach deren Schloß in wilder Hetze

Mit atemloser Brust er greift.

 

Die Zukunft liegt in öder Dürre

Entsetzlich lang und bang vor ihm,

Er schweift umher, allein und irre,

Und sucht sich selbst mit Ungestüm.

 

Ich fall ihm weinend in die Arme:

Auch mir war einst, wie dir, zumut,

Doch ich genas von meinem Harme,

Und weiß nun, wo man ewig ruht.

 

Dich muß, wie mich, ein Wesen trösten,

Das innig liebte, litt und starb;

Das selbst für die, die ihm am wehsten

Getan, mit tausend Freuden starb.

 

Er starb, und dennoch alle Tage

Vernimmst du seine Lieb und ihn,

Und kannst getrost in jeder Lage

Ihn zärtlich in die Arme ziehn.

 

Mit ihm kommt neues Blut und Leben

In dein erstorbenes Gebein;

Und wenn du ihm dein Herz gegeben,

So ist auch seines ewig dein.

 

Was du verlorst, hat er gefunden;

Du triffst bei ihm, was du geliebt:

Und ewig bleibt mit dir verbunden,

Was seine Hand dir wiedergibt.

 

 

 

 

novalis_bust_mid
Novalis (2 mei 1772 -  25 maart 1801)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Angela Krauß werd geboren op 2 mei 1950 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008.

 

Uit: Weggeküßt

 

“Kürzlich wachte ich auf und merkte, noch im Liegen, daß etwas geschehen war. Vorsichtig, ohne mich zu rühren, tastete ich mit halbgeschlossenen Augen meine Umgebung ab.

Sie war verändert. Allerdings befand sich alles noch am selben Platz, so wie ich es gegen Mitternacht verlassen hatte. Vertiko, Spiegel, der Stuhl mit den Kleidern standen wie gewohnt um mein Bett herum.

Nur schaute keines mich mehr an.

Solange ich denken kann, erwache ich morgens in eine Welt, die auf mich wartet. Die Tiere rufen und schreien. Der Schrank, verschlossen und beherrscht, wartet auf mich. Der Stuhl steht mit vor Ungeduld vibrierenden Beinen da, der Spiegel hat die Augen aufwärts gedreht, ich sehe nur das Weiße, ehe er gleich, ein Blick von mir genügt, das Bewußtsein wiedererlangt. Die Wäsche, die Strümpfe, die Kleider warten auf mich, die ich ihr Inhalt bin.

Und plötzlich, von heut auf morgen, hatten sie damit aufgehört.

Ich blickte mit halbgeschlossenen Augen immer wieder von einem zum andern. Unverwandte Erscheinungen, die bestenfalls Gegenstände genannt werden konnten, ebensogut auf dem Kopf stehen oder sich jeden Moment zu anderen, beliebigen Molekülketten formieren.

Ich setzte mich lange diesem unvertrauten Zustand aus. Ohne Ergebnis.”

 

 

 

 

krauss
Angela Krauß (Chemnitz, 2 mei 1950)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Udo Steinke werd geboren op 2 mei 1942 in Łódź. Vanaf 1947 woonde zijn familie in Eilenburg, waar hij na de middelbare school in de zoetwarenindustrie ging werken. Van 1960 tot 1965 studeerde hij in Leipzig literatuur. Daarna werd hij lector in een Leipziger uitgeverij. In 1968 keerde hij na een dienstreis niet terug naar de DDR en vestigde zich in München waar hij als journalist werkte en een baan vond bij het Goethe Instituut. Zijn literaire doorbraak kwam in 1980 met de novelle Ich kannte Talmann. Steinke was bevriend met Heinrich Böll, Willy Brandt en Hans-Dietrich Genscher

 

Uit: Zu Bölls Tod

 

“Und eines Tages, drei Bücher sind bereits erschienen, wird man in eine Privatwohnung eingeladen und wer steht dort? Leibhaftig steht der Förderer dort. Er hat natürlich dafür gesorgt, dass man eingeladen worden ist. Und er setzt sich in einen Sessel, ein ganz tiefes, fast ebenerdiges Ding, man setzt sich einfach selbst auf den Arsch mitten auf die Erde vor den Niedrigsessel und zu Füssen des Mannes, und der Mann spricht über sein Rauchen, nein – über seine Rauchsucht spricht er, sagt, dass er im Krieg beinah kriminell geworden wäre, nur um an Zigaretten ranzukommen; man traut seinen Ohren nicht, der Mann spricht so ruhig, sanft und bescheiden über seine beinahkriminelle Zigarettensucht während des Krieges als würde er von seiner besonderen Liebe zu den Blattfarben im Herbst schwärmen. Ich würde lieber sterben als mit dem Rauchen aufzuhören, sagt er und lächelt zart und glücklich und deutet auf seine Füße, von denen man ein Stückchen abgeschnitten hatte, weil „ ich so viel geraucht habe“ erklärt er und man könnte schwören, dass Sokrates nie in seinem Leben ein weiseres Gesicht getragen haben kann als in dem Moment der sanfte Mann mit den gekürzten Füßen.

Man spürt Ganshaut auf dem Nacken, denkt an die fast zärtlichen Briefe, die der Mann einem geschrieben hat mit einer Schrift, die mein Lehrer glatt mit einem „Sehr gut“ ausgezeichnet hätte, Und dann denkt man: Das kann nicht wahr sein, Und dann heult man und denkt: Jedenfalls heule ich jetzt nicht.”

 

 

 

 

udosteinke
Udo Steinke (2 mei 1942 – 12 oktober 1999)

 

Geschreven door Romenu om 20:00 Reageer op dit bericht

Jurgis Baltrušaitis, Gisela Elsner, Franz Innerhofer, Georges-Arthur Goldschmidt, James Holmes, Jerome K. Jerome, Klaus Konjetzky

De Litouwse schrijver en vertaler Jurgis Baltrušaitis werd geboren op 2 mei 1873 in Paantvardys. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008.

 

 

 

THE SONG OF THE TUMBLEDOWN HOUSE

 

A tumbledown old house I know –

Beside its doorstep burdocks grow;

Its narrow windows seem to wince

As if it grieves and weeps long since,

As if it were already tired

Of earthly, beggarly attire.

 

A cross and well-pole lean outside;

The fence is almost nullified;

Caved in and crooked, poorly thatched,

The roof still hangs, repaired and patched,

The straw upon it sticking out,

Quite often torn by storms, no doubt.

 

Where noisy feet at balls once leapt

The floor now creaks, unwashed, unswept.

Where youthful joy once sang, divine,

Dry willows, bent, the pathway line.

The yard's in a neglected state;

Long since no dog barks at the gate.

 

The housewife doesn't hear a thing,

Though once she'd made young heartstrings ring.

The leaves on garden trees scarce shake,

So the tired widow shouldn't wake

And not be parted with her wealth –

Her sleep, her dreams of youth and health.

 

 

 

 

 

SEEING OFF A STORK

 

The sun's hanging low in the sky,

All the woodland birds quieten now.

They gather in flocks and fly

From the woods, now more spacious, somehow.

 

Brother stork, my visitor rare,

Both together we weathered our woes.

Now, my brother, alone you prepare

To travel – how far, God knows!

 

There gardens in autumn don't fade,

Skies shine in the sun's golden fire,

And here – only empty fields

And the falsehood of empty desire.

 

Mottled Autumn through stubble and straw

Lays its pathways all covered with mud.

I dream of your country, dear stork,

While the autumn wind chills my blood.

 

Ah, get ready, get ready, dear thing,

To catch up with the setting sun's beams!

The sun is for those who have wings,

While the lot of the wingless are dreams.

 

 

 

 

Vertaald door Dorian Rottenberg

 

 

 

 

JurgisBaltrusaitis
Jurgis Baltrušaitis (2 mei 1873 – 3 januari 1944)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gisela Elsner werd geboren op 2 mei 1937 in Nürnberg. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008.

 

Uit: Das Berührungsverbot

 

“Als Keitel während der allabendlichen Zusammenkünfte mit seiner Familie, und zwar Satz für Satz gewohnheitsmäßig betonend, es lohne sich kein Wort darüber zu verlieren, zum ersten Male von sich aus über seine Tätigkeit zu reden begann, drückten seine Eltern einander unter dem Tisch die Hände. Seine Frau beugte sich dicht, als müsse sie sich seiner vergewissern, mit bald leuchtenden, bald vor Rührung feuchten Augen vor. Daß er seiner Tätigkeit – er könne, meinte er, weil das Wort Beruf wegen der kümmerlichen Kenntnisse zu hochgegriffen sei, das Wort Arbeit indes wegen der hohen Bezahlung zu tief, ohne Beschönigung nur eines von sich sagen: er sei beschäftigt – daß er also seiner Tätigkeit nichts als Klagen abgewinnen konnte, machte die heimliche Beglückwünschung der Eltern unter dem Tisch keineswegs hinfällig. Endlich, flüsterte seine Mutter seinem Vater unter vier Augen vor dem Schlafengehen zu, endlich spricht er so wie du.”

 

 

 

 

elsner
Gisela Elsner (2 mei 1937 – 13 mei 1992)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Innerhofer werd geboren op 2 mei 1944 in Krimml. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008.

 

Uit: Schöne Tage. Schattseite. Die großen Wörter

 

„Kein Mensch, der sich mit ihm befaßte, zu viele Gegenstände, als daß er sich mit einem hätte befassen können, nur die Großmutter war da und arbeitete den ganzen Tag. Die Mutter arbeitete draußen. Zwei Jahre hatte Holl Zeit, um sich zwischen Gegenständen und Menschen ein wenig zurechtzufinden, aber es verging kein Tag, wo er sich nich an ihnen stieß oder von ihnen gestoßen wurde.

Im Sommer waren die Mutter und der Stiefvater auf der Alm. Im Herbst, Winter und Frühjahr kamen sie mit den anderen Knechten und Mägden werktags zweimal schnell ins Haus, würgten das Essen hinunter, blieben einige Minuten schweigend um den Tisch sitzen, dann kam die Großmutter in die Stube, hielt die Tür auf und schickte alle hinaus. Die einen verschwanden in den Stall oder in die Scheune, die anderen gingen schweigend hinaus auf eines der Felder oder hinauf in den Wald.“

 

 

 

 

Innerhofer
Franz Innerhofer (2 mei 1944 – 19 januari 2002)

 

 

 

 

 

De Frans-Duitse schrijver, essayist en vertaler Georges-Arthur Goldschmidt werd geboren op 2 mei 1928 in Reinbek bij Hamburg. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007.

 

Uit: Über die Flüsse

 

„Möglicherweise weiß doch der Autor am besten, was und wie er es meinte, er versteht den Text, so wie er ihn im Entstehen in sich fühlte; jedenfalls, wenn er das Glück hat, »zweisprachig« und selber Übersetzer zu sein, weiß er genau, wie und ob er seinen Text in der anderen Sprache erkennen würde. Er weiß, wie seine Inbilder aussehen, wie sie liegen, und es kommt darauf an, daß diese Inbilder auch für ihn in der anderen Sprache die gleichen sind, daß sie erkennbar bleiben, in ihm so stehen, wie er sie empfand. Es geht darum, daß es derselbe Text bleibt. Es geht auch darum, daß der Text nicht von der anderen Sprache umgestaltet wird. Deshalb wurde so genau, so wortgetreu wie nur möglich übersetzt, ohne vom Text abzuweichen. Die seltenen Fälle, wo es geschehen ist, werden durch eine Fußnote gekennzeichnet. Der Autor-Übersetzer wurde immer von dem Hintergedanken der möglichen Rückübersetzung geleitet. Es galt dem Ursprungstext so nahe zu bleiben wie nur möglich, ohne hineinzuinterpretieren, ohne den Text der Zielsprache mehr als nötig anzupassen. Und doch, durch den anderen Sprachklang, durch die anderen Sprachvorstellungen ist es ein anderer Text geworden.

Gerade der Übergang von einer Sprache in die andere ist das interessante Problem. Wie bei jeder Übersetzung aber bleibt ein Rest hängen, es ist derselbe Text, dennoch wird er ganz anders, da die Zielsprache eine ganz andere ist. Über den Rand der Sprache kommt man nie in die andere, und der Rand bleibt hinten. Die eine Sprache läßt man liegen mit allem, was sie ausmacht, und versetzt seinen Stoff in eine völlig andere Sprache. Gerade dies ist das Rätsel des Übersetzens, das Risiko, dem sich jeder Übersetzer ausliefert.“

 

 

 

 

Goldschmidt
Georges-Arthur Goldschmidt (Reinbek, 2 mei 1928)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007.

 

Uit: Rebuilding the Bridge at Bommel

 

“De meest letterlijke vertaling zou zijn: „I went to Bommel for the bridge to see” maar dat is geen goed Engels, en al helemaal niet poëtisch. Iedere Nederlander met een beetje kennis van de Engelse taal zou waarschijnlijk zeggen: „I went to Bommel to see the bridge”. Dat is syntactisch correct maar, ai, in tekst en ritme doet die zin in het Engels onvermijdelijk denken aan het kinderversje „I went to London to visit the queen”. En díe associatie is voor dit melancholieke sonnet van Nijhoff absoluut ongewenst. „I went to Bommel for to see the bridge” misschien? Dan loopt de zin niet lekker meer: het jambische metrum wordt doorbroken, dat is ook zonde. „I went to Bommel, I went to see the bridge” dan? Maar dan verander je als vertaler dat kenmerkende parlando van Nijhoff, die spreektaalachtige stijl, in iets tamelijk plechtstatigs. Dat past niet bij Nijhoff.



 

 

James_Holmes
James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Jerome Klapka Jerome  werd geboren op 2 mei 1859 in Walsall, in het toenmalige graafschap Staffordshire. Hij bezocht de Marylebone Grammar School, maar begon al op 14-jarige leeftijd te werken als klerk bij de spoorwegen. Later werd hij onderwijzer, acteur en journalist. Hij trouwde in 1888 en kreeg een dochter. In 1893 richtte hij het weekblad 'Today' op. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als ambulancechauffeur in Frankrijk. In 1888 publiceerde hij zijn eerste boek, On Stage and Off. Een jaar daarna had hij veel succes met The Idle Thoughts of an Idle Fellow, en met zijn bekendste boek, Three Men in a Boat (1889), waarin hij op onnavolgbare wijze, met vele terzijdes, de belevenissen beschrijft van drie vrienden die een boottochtje maken op de Theems. Dit boek vond een vervolg in Three Men on the Bummel, waarin dezelfde drie vrienden een tocht door Duitsland ondernemen.

 

Uit: Three Men on a Boat

 

“I remember going to the British Museum one day to read up the treatment for some slight ailment of which I had a touch - hay fever, I fancy it was. I got down the book, and read all I came to read; and then, in an unthinking moment, I idly turned the leaves, and began to indolently study diseases, generally. I forget which was the first distemper I plunged into - some fearful, devastating scourge, I know - and, before I had glanced half down the list of "premonitory symptoms," it was borne in upon me that I had fairly got it. I sat for awhile, frozen with horror; and then, in the listlessness of despair, I again turned over the pages. I came to typhoid fever - read the symptoms - discovered that I had typhoid fever, must have had it for months without knowing it - wondered what else I had got; turned up St. Vitus's Dance - found, as I expected, that I had that too, - began to get interested in my case, and determined to sift it to the bottom, and so started alphabetically - read up ague, and learnt that I was sickening for it, and that the acute stage would commence in about another fortnight. Bright's disease, I was relieved to find, I had only in a modified form, and, so far as that was concerned, I might live for years. Cholera I had, with severe complications; and diphtheria I seemed to have been born with. I plodded conscientiously through the twenty-six letters, and the only malady I could conclude I had not got was housemaid's knee.”

 

 

 

jerome-k-jerome-mit-dog-sm
Jerome K. Jerome (2 mei 1859 – 14 juni 1927)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 2 mei 2007.

 

De Duitse schrijver en dichter Klaus Konjetzky werd geboren op 2 mei 1943 in Wenen.

 

Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten