Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 mei 2009 tot 6 mei 2009

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue, Harry Martinson, Carl Ludwig Börne

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook mijn blog van 6 mei 2008 en ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2006.

 

 

Verzen

 

II. (Aan mijne moeder)

 

Zooals daar ginds, aan stille blauwe lucht,

Zilveren-zacht, de half-ontloken maan

Bloeit als een vreemde bloesem zonder vrucht,

Wier bleeke bladen aan de kim vergaan,

 

Zóó zag ik eens, in wonder-zoet genucht,

Uw half-verhulde beelt'nis voor mij staan, -

Dán, met een zachten glimlach en een zucht,

Voor mijn verwonderde oogen ondergaan.

 

Ik heb u lief, als droomen in den nacht,

Die, na een eind'loos heil van éénen stond,

Bij de eerste schemering voor immer vloôn:

 

Als morgen-rood en bleeke sterren-pracht,

Iets liefs, dat men verloor en niet meer vond,

Als alles, wat héél ver is en héél schoon.

 

 

 

XX.

 

Laat mij nog éénmaal, in gedachten, kussen

Die warme lippen, door mijn kus ontbloeid;

Laat mij nog éénmaal aan dien boezem sussen

Mijn arme hoofd, waarin de koorts-pijn gloeit.

 

Laat mij nog eens, klein kindje, rusten tusschen

Die armen, waar mijn hart aan was geboeid,

In dien zoo lieven tijd, toen, zonder blusschen,

't Vereend gelaat door passie werd verschroeid.

 

Mijn lippen kussen wild, mijn oog staat droef -

Niet waar? gij lief! nu er geen lief meer wezen,

Geen arm zich om mijn hals bewegen zal:

 

Maar ik heb haast: mijn trekken worden stroef,

Als in de koû des doods, mijn armen vreezen

In beven, hangende op hun laatsten val.

 

 

 

 

Toen ik rozen kreeg

 

Rozen, ik vind u droef,

Rozen, mijn tranen breken

Uit ogen, die anders stroef

En onverbreeklijk keken.

 

Rozen, uw wit en rood,

Fel in de lucht opbloeiend,

Schijnt mij géén morgenrood

Van nieuwe liefde, ontgloeiend.

 

Maar toch, ik vraag: Bloei door,

Bloei door in mijn nabijheid:

't Is of 'k u fluistren hoor

Het gouden woord van Vrijheid.

 

Vrijheid van iedereen,

Van mensen en van dingen,

Om, voor Mij-zelf alleen,

Mijn heerlijk Vers te zingen...

 

Ach, 't allerlaatste is dit

Van àl die mooie liefde:

Hij, die iets liefs bezit,

Is blijer dan wie liefde.

 

 

 

 

 

Kloos

Willem Kloos  (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

Portret door Joseph Jessurun de Mesquita

 

 

 

 

De Argentijnse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008.

 

Uit: The Nanny and the Iceberg

 

“Surprise, Janice. It's me. Gabriel. Gabriel McKenzie. I'm back—though not really, not for long. I know, I know—I promised that I would write from—well, I didn't tell you what country I was going to, did I? Just those goodbye words, a year and a half ago, on July 8, 1991, promising to pop an E-mail message on your screen the next day, promising to come back and ball you, complete what we hadn't quite managed to do when we were fifteen. As if anybody keeps a promise in this world.

Sorry that I disappeared. Sorry to burden you with this bundle of pages in the real mail—the longest suicide note in history, I guess. Send it to the Guinness Book of Records. Send it to a dwarf I know there. Tell him he can celebrate. Tell him I killed myself in Sevilla one minute before October 12 dawned. Tell him I killed some other people, too. Yes: I've got three days left. That's how long it should take to write this and print it and send it. If I decide to send it instead of pressing the DELETE button, that is, and don't remain the only reader of my story. I could send it and still be the only reader. You could decide not to read till the end, not to reach the climax, so to speak. But I've tried to make sure you will. This is a promise I can deliver on: besides my own death at the end, there'll be violence and murder. More murder than I bargained for when I set out on this voyage back home. And sex."



dorfman

Ariel Dorfman (Buenos Aires, 6 mei 1942)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008.

 

 

Aber

 

Zuerst habe ich mich verliebt

in den Glanz deiner Augen

in dein Lachen

in deine Lebensfreude

 

Jetzt liebe ich auch dein Weinen

und deine Lebensangst

und die Hilflosigkeit

in deinen Augen

 

Aber gegen die Angst

will ich dir helfen

denn meine Lebensfreude

ist noch immer der Glanz deiner Augen

 

 

 

Abschied von Wien

 

Ich seh vor mir noch immer

Die nackten, leeren Zimmer.

Hier war ich sonst zu Haus.

Jetzt war es aus.

 

Ich seh verkratzte Stellen

Am Boden bei den Schwellen,

Wo man die Moebel schob,

Eh' man sie hob.

 

Als man sie fortgetragen

In diesen letzten Tagen.

Wo sonst der Spiegel stand

War an der Wand

 

Ein heller Fleck zu sehen.

Das Bild wird nie vergehen,

Hart, wie es vor mir lag

Am letzten Tag.

 

 

 

Dich

 

Dich nicht näher denken

und dich nicht weiter denken

dich denken wo du bist

weil du dort wirklich bist.

 

Dich nicht älter denken

und dich nicht jünger denken

nicht größer nicht kleiner

nicht hitziger und nicht kälter.

 

Dich denken und mich nach dir sehnen

dich sehen wollen

und dich liebhaben

so wie du wirklich bist,

 

 

 

 

 

Erich-fried

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007.

 

Uit: Shirobamba (Vertaald door Rose-Marie Makino-Fayolle en Anne Rabinovitch)

 

„Quand ils en eurent assez de jouer ainsi, ils allèrent donner l'assaut du gouffre de Kinchaku, où se trouvaient les filles. Pour y aller, ils n'avaient qu'à descendre le courant en sautant de pierre en pierre. Quand elles étaient trop espacées, ils entraient dans l'eau. Il ne leur fallut même pas cinq minutes pour arriver à destination. Les filles avaient une serviette enroulée autour de la tête, qui leur servait à peine à se distinguer des garçons.

« À l'attaque ! » cria Yukio, debout sur un rocher, et les garçons se mirent à lancer une pluie de cailloux en direction du gouffre. Les filles n'eurent pas l'air particulièrement effrayées. Dès qu'elles aperçurent leurs assaillants, elles surent aussitôt ce qu'il leur restait à faire, mais conscientes du fait qu'elles n'étaient que des filles sans défense, elles semblaient presque y prendre un certain plaisir.

Kôsaku aimait les voir, toutes nues, leurs affaires à la main, remonter le petit sentier escarpé qui menait à la route. De grand lis blancs fleurissaient au bord du chemin envahi par des nuages de libellules.

Ses amis et lui avaient l'habitude de jouer près du gouffre jusqu'à la tombée de la nuit. Quand le soleil était vraiment couché et qu'ils ne pouvaient plus faire sécher leur carapace, ils savaient que le moment était venu de rentrer chez eux.“

 

 

 

 

Yasushi_Inoue
Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

 

 

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008.

 

 

Have you seen a tramp collier ...

 

Have you seen a tramp collier come out of a hurricane—

with broken booms, gunwales shot to pieces,

crumpled, gasping, come to grief—

and her captain gone all hoarse?

Snorting, she puts in at the sunlit wharf,

exhausted, licking her wounds

while the steam thins in her boilers.

 

 

 

From Li Kan speaks beneath the tree

 

Waves from all upheavals turn swiftly old

and paths from all upheavals soon become highroads.

What is left is a longing for something not

the wheel of appetites or revenges.

 

Man is best when he wishes good he cannot do

and stops breeding evil he finds easier to do.

He will still have a direction. It will have no end in view.

It is free from unsparing endeavor.

 

 

Vertaald door Stephen Klass

 

 

 

 

martinson

Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

 

 

 

 

De Duitse schrijver,  journalist en criticus Carl Ludwig Börne werd in Frankfurt geboren als Juda Löb Baruch op 6 mei 1786. Na zijn studie medicijnen, recht en staatswetenschap, waar hij bekend werd om zijn aforismen werd hij actuaris bij de Pruisische politie, waar hij echter, vanwege zijn joodse achtergrond, werd ontslagen. Hierop liet zij zich in 1818 in de Evangelische Kerk dopen onder de naam Ludwig Börne. Als publicist en journalist ondernam hij vele reizen en vestigde zich in 1830 in Parijs, waar hij een van de proponenten van de beweging Junges Deutschland werd, die zich voor democratie als voorwaarde voor de vrijheid inzette. In zijn Briefe aus Paris (1830-1834) leidde hij uit de Juli-opstanden de noodzaak voor een revolutie in Duitsland af. Deze geschriften werden, samen met zijn kritiek aan het adres van Metternich verboden. Ook voor Johann Wolfgang von Goethe, Wolfgang Menzel en Heinrich Heine (met wie hij eens bevriend was) had hij kritische woorden. Zijn grootste verdienste is zijn inzet voor de Duits-Franse vriendschap.

 

Uit: Über Deutschland, von Heinrich Heine

 

“Der gewandtesten, schlausten, katzenartigsten Kritik würde es dennoch nie gelingen, Herrn Heine zu ertappen, der noch mehr Maus als die Kritik Katze ist. Er hat sich in allen Winkeln der moralischen, geistigen, religiösen und socialen Welt Löcher aufgespart, und alle diese Löcher haben unterirdische Verbindungsgänge unter einander. Ihr sehet Herrn Heine aus einer von diesen kleinen Meinungen heraustreten, ihr verjagt ihn, er begiebt sich dahin zurück: ihr umzingelt ihn; ihr werdet selbst ertappt, siehe, da entwischt er aus einer ganz entgegengesetzten Meinung. Ergebet euch, ihr verliert eure Mühe und eure List. Ihr leset die oder die Seite von Herrn Heine, wo ihr eine falsche, abgeschmackte, lächerliche Behauptung findet; beeilet euch nicht, sie zu widerlegen, wendet das Blatt um, Herr Heine hat umgewendet und widerlegt sich selbst. Wenn ihr solche schillernde Geister nicht zu schätzen wißt, um so schlimmer für euch, ihr seid nicht auf der Höhe der rhetorischen Küche; es giebt nichts Köstlicheres, als diesen Mischmasch von Meinungen."

 

 

 

borne

Carl Ludwig Börne (6 mei 1786 – 12 februari 1837)

Portret van Moritz Oppenheim, 1827

Geschreven door Romenu om 20:25 Reageer op dit bericht

Christian Morgenstern, Ferdinand Sauter, Eugène Labiche, Paul Alverdes, Júlio César de Mello e Souza, Erik Bindervoet, Gaston Leroux

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Christian Morgenstern werd geboren in München op 6 mei 1871. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008.

 

 

Sieh nicht, was andre tun

 

Sieh nicht, was andre tun,

der andern sind so viel,

du kommst nur in ein Spiel,

das nimmermehr wird ruhn.

 

Geh einfach Gottes Pfad,

laß nichts sonst Führer sein,

so gehst du recht und grad,

und gingst du ganz allein.

 

 

II

 

Verlange nichts von irgendwem,

laß jedermann sein Wesen,

du bist von irgendwelcher Fehm

zum Richter nicht erlesen.

 

Tu still dein Werk und gib der Welt

allein von deinem Frieden,

und hab dein Sach auf nichts gestellt

und niemanden hienieden.

 

 

 

 

christian_morgenstern
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter Ferdinand Sauter werd geboren op 6 mei 1804 in Wenen. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007.

 

 

Frühlingsaufschwung

 

Wald und Fluren grünen wieder,

Tausendstimmig tönen Lieder

Von den zarten Frühlingssängern;

Bunte Blumenhäupter schwängern

Aromatisch laue Lüfte,

Hold betäubend wiegen Düfte

Jedes Herz in süße Träume,

Und im Sturz der Wogenschäume

Schifft der Geist mit raschen Schlägen

Kühn dem Weltenmeer entgegen,

In den unermeߒnen Weiten

Seine Bahnen auszubreiten,

In den ahnungsvollen Tiefen

Seine Schöpfungskraft zu prüfen,

Und mit neu gestählten Schwingen

Sich zum Aether aufzuringen,

Aus dem tausend Sternenaugen

Quell der Gottheit einzusaugen

Und gesättigt von dem Glanze

Wieder zu dem Blüthenkranze

Erdenwärts herabzusteigen,

Wo er in den Geisterreigen

Schlingt mit sich verwandte Seelen,

Höchstem Sein sich zu vermählen.

 

 

 

 

 

sauter_ferdinand_portrait
Ferdinand Sauter (6 mei 1804 – 30 oktober 1854)

 



 

 

De Franse (blijspel)schrijver Eugène Marin Labiche werd geboren op 6 mei 1815 in Parijs. Na zijn opleiding aan het College Bourbon reisde hij door Italië, van waaruit hij stukjes voor de krant schreef. In 1837 verscheen zijn eerste stuk La cuvette d'eau en in 1838 had hij veel succes met Monsieur de Coislin. Vervolgens bleef hij veertig jaar lang voor de Parijse theaters schrijven.

 

Uit: Si jamais je te pince!...

 

Scène première

Papavert, Lucien; puis Léopardin

 

Lucien, au fond, parlant à la cantonade. - Oui, mam'zelle Pichenette!... soyez tranquille, je lui remettrai votre clef... et je lui dirai de vous attendre. (Redescendant la scène.) Elle est gentille, cette jeunesse... C'est une élève du Conservatoire... classe de piano... mais elle se dérange... elle a des rendez-vous avec un petit musicien... Oh! les musiciens! c'est tous farceurs!... (Apercevant Papavert qui est assis à une table et cherche des papiers dans un portefeuille.) Voilà! voilà!

Papavert, étonné. - Quoi?

Lucien, frottant la table avec sa serviette. - Grog? absinthe? vermouth?

Papavert. - Tu m'ennuies!... je ne prends jamais rien!...

Lucien. - En voilà une pratique!...

Il rentre dans le café.

Papavert, seul, se levant. - Je suis bien en train de prendre du vermouth!... un homme qui donne un bal ce soir!... Quel ennui! j'en perds la tête!... C'est ma femme, madame Papavert, qui l'a voulu... elle dit que pour marier notre nièce, il faut la faire connaître... Moi, ce n'est pas mon avis... parce que Emerantine...

Air: Un homme pour faire un tableau

Elle a des talents d'agrément,

Elle dessine comme un ange...

Mais sur le dos de cet enfant

Se passe un phénomène étrange:

Une épaule grandit au mieux,

L'autre à la suivre perd courage;

Et cependant toutes les deux

Ont exactement le même âge!

Toutes les deux ont le même âge!

 

 

 

 

Eugene_Labiche_par_Desboutin
Eugène Labiche (6 mei 1815 – 22 januari 1888)

Portret door Marcellin Desboutin

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Paul Alverdes werd geboren op 6 mei 1897 in Straatsburg. Toen hij 17 jaar was meldde hij zich tijdens WO I vrijwillig als soldaat. Met zware verwondingen aan zijn hoofd keerde hij vanm het front aan de Somme terug. Hij begon aan een studie rechten in Jena, maar ruilde deze al snel in voor germanistiek en kunstgeschiedenis in München. Daar leerde hij Martin Bodmer en Herbert Steiner, met wie hij samenwerkte voor het tijdschrift Corona. Daarnaast werkte hij samen met schrijvers als Hans Carossa, Hermann Hesse, Hugo von Hofmannsthal, Ricarda Huch, Max Mell en Emil Strauß. Alverdes werkte ook als vertaler.

 

Uit: Kleine Reise Aus einem Tagebuch

 

“Jetzt sitze ich an meinem Fenster unter dem Dach des Hotels und blicke auf die Blaue Schale des Luganer Sees unter

mir. Ich denke immer noch an den geistlichen Greis und sein großes Schwärmen und Entzücktsein. Er hatte keinen der übrigen Mitreisenden auch nur gewahrt. Was wird er einst gewahren? Ob er zu jenen Gestalten kommen wird, die er zu grüßen und zu verehren schien? Wie aber, er käme zwar in eine Ewigkeit, aber es wäre alles ganz anders, kein Heiliger Geist selbdritt zu sehen und keine Gottesmutter? Mir fällt die fürchterlich nachdenkliche Anekdote von jenem sterbenden Bauern ein, der über der letzten Ölung ein trübselig=verschmitztes Lächeln hatte. Befragt, was ihn so heiter stimme, antwortete er: «O mei, .Herr Pfarrer, grad' lachen müßt ich, wenn wir den falschen GIauben gehabt hätten.»

Der Bahnhof von Lugano liegt hoch über der Stadt, erst ein paar Gassen hangabwärts gewahrt man tief unten zwischen den Schluchten der hohen weißen Häuser den blauen Spiegel des Sees. Anfangs fallen die Gassen so steil hinab, daß kein Fuhrwerk auf ihnen verkehren kann; eine Zahnradbahn lärmt zwischen den gestuften Gehsteigen bis zu dem schmalen Streifen flacheren Ufers hinunter, auf welchem die alte Stadt Lugano erbaut ist.”

 

 

 

Alvardes
Paul Alverdes (6 mei 1897 – 28 februari 1979)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Júlio César de Mello e Souza werd geboren op 6 mei 1895 in Rio de Janeiro. Hij gebruikte ook de pseudoniemen Malba Tahan en Breno de Alencar Bianco. De Mello e Souza was hoogleraar wiskunde. Hij heeft meer dan zestig boeken met verhalen en 51 boeken over wiskunde op zijn naam staan. Zijn beroemdste boek is The Man Who Counted dat in 2001 aan zijn 54e herdruk toe was.

 

Uit: The Man Who Counted (Vertaald door B. A. Bianco)

 

“...In all the universe, mathematics is number and measure. Oneness, the symbol of the Creator, is the beginning of everything, which would not exist but for the unvarying proportions and relations of numbers. All of life's great enigmas can be reduced to simple combinations of either variable or constant, known or unknown, elements that we can solve.

"So that we can understand this science, we must begin with numbers. We will see how to examine them, with the help of Allah, the All-Merciful!

"Uassalan!"

With those words the Man Who Counted ended his first class. And then, as an agreeable surprise, we heard the voice of the invisible student, hidden behind the velvet curtain, speaking the following prayer:

"O omnipotent God, Creator of heaven and earth, forgive the poverty, the meanness, the naïveté of our hearts. Listen not to our voices but to our inarticulate cries; attend not to our desires but to the clamor of our needs. How many times do we ask for something that can never be ours!

"God is great!

"O God! We thank you for this world, our great home, its size and wealth, the multifarious life of the world of which we are a part. We praise you for the splendor of the blue skies and for the evening breeze and for the clouds and for the stars in the heavens. We praise you, Lord, for the immense oceans, for the water that runs in the streams, for the eternal hills, for the luxuriant ttrees, and for the carpet of grass that soothes our feet.”

 

 

 

Souza
Júlio César de Mello e Souza (6 mei 1895 – 18 juni 1974)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Nederlandse dichter, schilder en vertaler Erik Bindervoet werd geboren in het jaar 1962 in Oostzaan. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens de bezetting van een universiteitsgebouw in 1982 ontmoette hij Robbert-Jan Henkes. Sinds die bezetting maken Bindervoet en Henkes samen Platforum, een onregelmatig maar geregeld verschijnend literair-maritiem-filosofisch tijdschrift.  Vanaf 1986 publiceren Bindervoet en Henkes in het tijdschrift Hollands Maandblad, Filosofie Magazine en andere periodieken. Samen vertaalden ze onder meer Tarkovski, Mariëngof, Joyce ('Finnegans Wake'), De Quincey, Stanshall en Shakespeare, maar ook songteksten van The Beatles en Bob Dylan. Daarnaast schreven ze de romans 'Bloemsdag' (2004) en 'De intocht van Christus in Amsterdam' (2005)  Bindervoet werkt ook afzonderlijk van Henkes. Hij publiceerde de dichtbundels 'Tijdelijk zelfportret met hoofd en plaatsbepaling, oranje' (1995), 'De saaiste jongen ter wereld' (1998), 'De schilder en zijn model' (1999) en 'Aap' (2002). In 2008 verscheen de bundel 'Voor altijd voor het eerst'.

 

 

Ongeschreven regels (Fragment)

 

In zekere zin heb ik mooie paarse schoenen.
Het zijn puntschoenen,
Maar ik had ze vroeger.
Het zijn mooie paarse puntschoenen van vroeger,
In zekere zin,
Want ik heb ze niet meer.
Ik weet ook niet meer
Waar of onder welke omstandigheden
Ik ze gekocht heb,
Maar ik had het gevoel
Dat ik het
moest
doen.
Ze waren heel snel op,
Ze gingen niet lang mee, eigenlijk.
De veters gingen niet meer door de gaatjes
Omdat ik er knopen in had getrokken die ik er niet meer uitkreeg
En omdat de uiteinden niet meer bijeengehouden werden
Door de stukjes plastic die er aanvankelijk nog omheen zaten.
Het leer werd droog en barstte open
In een landschap van verdorde adertjes, zeg maar gerust
Craquelures.
De kleine hamertenen van mijn bindervoeten
Verkenden op het scherpst van de snede de loze ruimte
Tussen de feitelijke schoenwand en het bodemoppervlak.
Ik zweer het.
U moet me geloven,
Want ik ben van niet-dromend spul gemaakt
(En als ik ga zwemmen heb ik twee zwembroeken aan).

 

 

 

 

Bindervoet
Erik Bindervoet (Oostzaan, 1962)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 6 mei 2007.

 

De Franse schrijver Gaston Leroux werd geboren op 6 mei 1868 in Parijs.

 

Geschreven door Romenu om 20:16 Reageer op dit bericht

Gouden Uil 2009 voor Robert Vuijsje

Gouden Uil 2009 voor Robert Vuijsje

 

 

De Gouden Uil 2009 is toegekend aan de roman Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Het boek is zijn debuut en gaat over een jonge Joodse Amsterdammer die eruit ziet als een Marokkaan en op zoek gaat naar een zwarte vrouw. Volgens de jury van de Belgische literatuurprijs is het boek „brandend actueel, verfrissend, hartverwarmend en zeer geestig.”

De Nederlandse schrijver en journalist Robert Vuijsje werd in 1970 in Amsterdam geboren. Na het Barlaeus Gymnasium-A in Amsterdam en de UvA te hebben doorlopen, waar hij zijn propedeuse Sociologie behaalde en vervolgens overstapte naar de bovenbouwstudie Amerikanistiek bracht hij een jaar door op de Amerikaanse University of Memphis. Vanaf 1997 wijdde hij zich geheel aan de journalistiek middels verhalen voor o.a. Nieuwe Revu.

 

Uit Alleen maar nette mensen

 

“Dag schoonheid,’ zei ik. ‘Ik ben David. Wie ben jij?’
‘Wie ik?’ vroeg ze. ‘Hier, kijk op m’n tanden.’
Dit was het echte leven. De ene echte mens die aan de andere echte mens liet zien wat er op haar gouden tanden stond geschreven. Op de rechtervoortand stond in kleine letters row en op de linkertand anda.
‘Ro-wan-da?’ vroeg ik.
‘Zo heet ik,’ zei ze. ‘Rowanda.’
Ik vroeg waarom ze die gouden tanden had genomen.
‘Status?’ Ze deed haar mond open, zodat ik goed kon kijken. ‘Dat ze zien dat ik elite ben?’
Ik vroeg of Rowanda goed kon koken.
Dat kon ze niet. Ze woonde bij haar moeder. Die kookte altijd. Rowanda wilde wel graag leren.
Haar wenkbrauwen waren weggeschoren. Er zaten alleen twee getatoeëerde zwarte streepjes. ‘Die heb ik laten zetten,’ zei ze.
Ik vroeg waarom.
‘Ik weet niet.’ Rowanda haalde haar schouders op.
‘Mijn moeder heeft het ook.’

 

 

 

 

Vuijsje
Robert Vuijsje (Amsterdam, 1970)

 

Geschreven door Romenu om 19:08 Reageer op dit bericht

Miklós Radnóti, Morton Rhue, Petra Else Jekel, Christopher Morley, George Albert Aurier

De Hongaarse dichter en schrijver Miklós Radnóti werd geboren op 5 mei 1909 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 5 mei 2008.

 

 

War Diary

 

1. Monday Evening

 

You see, now fear often fingers your heart,

and at times the world seems only distant news;

the old trees guard your childhood for you

as an ever more ancient memory.

 

Between suspicious mornings and foreboding nights

you have lived half your life among wars,

and now once more, order is glinting toward you

on the raised points of bayonets.

 

In dreams sometimes the landscape still rises before you,

the home of your poetry, where the scent of freedom

wafts over the meadows, and in the morning when you wake,

you carry the scent with you.

 

Rarely, when you are working, you half-sit, frightened

at your desk. And it's as if you were living in soft mud;

your hand, adorned with a pen, moves heavily

and ever more gravely.

 

The world is turning into another war—a hungry cloud

gobbles the sky's mild blue, and as it darkens,

your young wife puts her arms around you,

and weeps.

 

2. Tuesday Evening

 

Now I sleep peacefully

and slowly go about my work—

gas, airplanes, bombs are poised against me,

I can neither be afraid, nor cry;

so I live hard, like the road builders

among the cold mountains,

 

who, if their flimsy house

crumbles over them with age,

put up a new one, and meanwhile

sleep deeply on fragrant wood shavings,

and in the morning, splash their faces

in the cold and shining streams.

 

                         *

 

I live high up, and peer around:

it is getting darker.

As when from a ship's prow

at the flash of lightning

the watchman cries out, thinking he sees land,

so I believe in the land also—and still I cry out life!

with a whitened voice.

 

And the sound of my voice brightens

and is carried far away.

 

 

 

Vertaald door Lucy Helen Boling

 

 

 

 

 

Miklós_Radnóti
Miklós Radnóti (5 mei 1909 – 9 november 1944)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Morton Rhue (pseudoniem van Todd Strasser) werd geboren op 5 mei 1950 in New York. Zie ook mijn blog van 5 mei 2008.

 

Uit: Give a Boy a Gun

 

“Around 10 P.M. on Friday, February 27, Gary Searle died in the gymnasium at Middletown High School. After the bullet smashed through the left side of his skull and tore into his brain, he probably lived for ten to fifteen seconds.

The brain is a fragile organ suspended in a liquid environment. Not only does a bullet destroy whatever brain tissue is in its path, but the shock waves from the impact severely jar the entire organ, ripping apart millions of delicate structures and connections. In the seconds that follow, the brain swells with blood and other fluids. The parts of the brain that control breathing and heartbeat stop. One doctor described it to me as 'an earthquake in the head.'

At the moment of Gary's death I was in the library at the state university, where I was a sophomore studying journalism. As soon as I heard the news, I went home to Middletown, determined not to leave until I understood what had happened there.

Returning to Middletown was like stepping into a thick fog of bewilderment, fury, agony, and despair. For weeks I staggered through it, searching out other lost, wandering souls. Some were willing to talk to me. Others spoke because they felt a need to defend themselves even though no one had pointed an accusing finger at them. Some even sought me out because they wanted to talk. As if speaking about it was a way of trying to figure it out, of beginning the long, painful process of grieving and moving ahead.”

 

 

 

 

Rhue_Strasser
Morton Rhue (New York, 5 mei 1950)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Petra Else Jekel werd in Arnhem geboren op 5 mei 1980. Zie ook mijn blog van 5 mei 2007 en ook mijn blog van 5 mei 2008.

 

 

Nooit meer bewegen

 

remmend braak ik snelheidsduivelsangsten uit

zweet benzine in een spoor achteruit tot file inkookt

 

tolereer ik leven om mij heen, in mij, giet beweging

in mij, ontsteek mijn dorst, wrijf warmte in mijn huid en

 

ik zal voortbewegen van ik naar mens naar mij, opbranden

wat kost mij dit meereizen op de sissende grillstaven van tijd

kan de wereld mij echt niet missen, komt zij tot stilstand

 

net als de ogen die mijn rijden waarnemen, mijn rijdend

spelen met jou, mijn draaikolk om jouw standpunt, dans

uit slurpende brandstofdorst, tankwagengeladen slangen

dans uit alle macht aardlagen te persen tot beestensap

 

hoeveel lagen telt mijn huid na schuren nog, over

hardstenen wegen, organisch uitgesleten spoor van

dit uit volle vaart afremmen, stap voor stap voor dood

 

 

 

 

 

ekel
Petra Else Jekel (Arnhem, 5 mei 1980)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en journalist Christopher Morley werd geboren op 5 mei1890 in Haverford, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 5 mei 2007 en ook mijn blog van 5 mei 2008.

 

 

Our House

 

IT should be yours, if I could build

The quaint old dwelling I desire,

With books and pictures bravely filled

And chairs beside an open fire,

White-panelled rooms with candles lit--

I lie awake to think of it!

 

A dial for the sunny hours,

A garden of old-fashioned flowers--

Say marigolds and lavender

And mignonette and fever-few,

And Judas-tree and maidenhair

And candytuft and thyme and rue--

All these for you to wander in.

 

A Chinese carp (called Mandarin)

Waving a sluggish silver fin

Deep in the moat: so tame he comes

To lip your fingers offering crumbs.

Tall chimneys, like long listening ears,

White shutters, ivy green and thick,

And walls of ruddy Tudor brick

Grown mellow with the passing years.

 

And windows with small leaded panes,

Broad window-seats for when it rains;

A big blue bowl of pot pourri

And--yes, a Spanish chestnut tree

To coin the autumn's minted gold.

A summer house for drinking tea--

All these (just think!) for you and me.

 

A staircase of the old black wood

Cut in the days of Robin Hood,

And banisters worn smooth as glass

Down which your hand will lightly pass;

A piano with pale yellow keys

For wistful twilight melodies,

And dusty bottles in a bin--

All these for you to revel in!

 

But when? Ah well, until that time

We'll habit in this house of rhyme.

 

 

 

 

 

Dedication for a Fireplace

 

THIS hearth was built for thy delight,

For thee the logs were sawn,

For thee the largest chair, at night,

Is to the chimney drawn.

 

For thee, dear lass, the match was lit

To yield the ruddy blaze--

May Jack Frost give us joy of it

For many, many days.

 

 

 

 

 

Morley
Christopher Morley (5 mei 1890 – 28 maart 1957)

 

 

 

 

 

De Franse dichter, schilder en criticus George Albert Aurier werd geboren op 5 mei 1865 in Châteauroux (Indre). Zie ook mijn blog van 5 mei 2008.

 

Uit: Biribi

 

“Bravo ! Encore un coup d'épée dans le ventre de cette vieille sacro-sainte idole : l'Armée !... - Mais, l'Armée, Monsieur, c'est la patrie ! Et puis, vous ne le nierez pas, l'Armée est nécessaire ! - Le choléra aussi est nécessaire. Est-il pour cela défendu de le blaguer ou vilipender ? Ne vaudrait-il point mieux froidement discuter telles assertions, étudier les documents présentés ? Quant à moi, ô candide bourgeois, que vous anathématisassiez ou que vous n'anathématisassiez point les sacrilèges mangeurs de guerriers, et M. Darien en particulier ! Je constate seulement ceci : que l'armée me semble un peu trop redouter critique et discussion, pour avoir la conscience aussi nette qu'elle le clame. Quoi qu'il en soit, si les épouvantables faits racontés par M. Darien, dans Biribi, sont exacts – et j'ai cru reconnaître dans son livre l'indubitable accent de la vérité, - il est dès maintenant démontré qu'il existe, en plein XIXe siècle, des tortionnaires plus cruels, plus raffinés, plus atrocement lâches que les moines de l'Inquisition, et que ces répugnants torquemadas, à la fois juge s, gardes-chiourmes et bourreaux, sont des officiers, de ces courageux et nobles officiers français dont les culottes vermillon sont si chères à M. Prudhomme ! Oui, M. Prudhomme, lisez ce roman, et si, à cette tragique évocation des martyres compliqués et barbares, des féroces assassinements à coups d'épingles qu'on fait subir, là-bas, dans cette fournaise du Sud Algérien, aux pauvres Camisards, vous ne sentez pas vos moelles bouleversées d'un frisson, et si vous ne crachez point quelques injures indignées vers l'Armée et vers ceux qui vivent de l'Armée, c'est que vous êtes, ainsi que je l'ai toujours pensé, incurable. »

 

 

 

Aurier
George Albert Aurier (5 mei 1865 – 5 oktober 1892)

Portret door Félix Valloton

 

Geschreven door Romenu om 20:21 Reageer op dit bericht

Henryk Sienkiewicz, Richard Watson Dixon, Catullus, Wouter Steyaert, Christian Friedrich Scherenberg

De Poolse schrijver en journalist Henryk Adam Aleksander Pius Oszyk-Sienkiewicz werd geboren in Wola Okrzejska op 5 mei 1846. Zie ook mijn blog van 5 mei 2007 en ook mijn blog van 5 mei 2008.

 

Uit: Quo Vadis? (Vertaald door Paul Seliger)

 

“Petronius erwachte erst gegen Mittag und zwar wie gewöhnlich noch sehr ermüdet. Am Tage zuvor war er bei Nero zu einem Gastmahle eingeladen gewesen, das sich bis spät in die Nacht hineingezogen hatte. Seit einiger Zeit fing seine Gesundheit an zu leiden. Er selbst klagte darüber, daß er am Morgen stets wie an allen Gliedern zerschlagen aufwache und nicht imstande sei, seine Gedanken zu sammeln. Aber das Morgenbad und die damit verbundene sorgfältige Massage durch seine darin geschulten Sklaven brachten dann allmählich sein träges Blut wieder in Bewegung, erfrischten, belebten ihn und erfüllten ihn mit neuer Kraft, so daß er aus dem Salbzimmer, der letzten Abteilung des Bades, wie neuerstanden heraustrat, mit Augen, die von Geist und Heiterkeit strahlten, verjüngt, voller Leben, in rosiger Laune und in so vornehmer, tadelloser Haltung, daß sich selbst Otho nicht mit ihm vergleichen konnte: kurz, wirklich als »arbiter elegantiarum,« als oberster Richter in Sachen des feinen Geschmacks, wie man ihn nannte.

In den öffentlichen Bädern verkehrte er selten und nur dann, wenn ein berühmter Rhetor, von dem man in der ganzen Stadt sprach, auftrat oder wenn aus Anlaß einer Ephebenfeier besonders aufregende Ringkämpfe zu erwarten waren. Er besaß in seiner Villa, »Insula,« eigene Bäder, welche ihm Celer, der berühmte Fachgenosse des Severus, erweitert, umgebaut und mit so erlesenem Geschmacke eingerichtet hatte, daß selbst Nero ihnen den Vorzug vor den kaiserlichen Bädern einräumte, obgleich diese letzteren ausgedehnter und mit ungleich größerem Prunk ausgestattet waren.”

 

 

 

Henryk_Sienkiewicz
Henryk Sienkiewicz (5 mei 1846 - 15 november 1916)

Portret door Olga Boznańska

 

 

 

 

De Engelse dichter Richard Watson Dixon werd geboren in Islington op 5 mei 1833 – Warkworth.  Dixon werd opgeleid aan de King Edward's School in Birmingham en Pembroke College in Oxford. Hij raakte betrokken bij de fameuze 'Birmingham Group', waarvan ook William Morris, Edward Burne-Jones, Gerard Manley Hopkins en Robert Bridges deel uitmaakten. Als geestelijke was Dixon vele jaren kanunnik van Carlisle. Hij was de auteur van The History of the Church of England from the Abolition of Roman Jursidiction. dat verscheen in zes delen tussen 1878 en 1902. Hij publiceerde diverse dichtbundels. Zijn beste werk is verzameld in Poems: A Selection, with a Memoir (1909), geredigeerd door Robert Bridges.

 

 

Love's Consolation

 

All who have loved, be sure of this from me,

That to have touched one little ripple free

Of golden hair, or held a little hand

Very long since, is better than to stand

Rolled up in vestures stiff with golden thread,

Upon a throne o'er many a bowing head

Of adulators; yea, and to have seen

Thy lady walking in a garden green,

'Mid apple blossoms and green twisted boughs,

Along the golden gravel path, to house

Herself, where thou art watching far below,

Deep in thy bower impervious, even though

Thou never give her kisses after that,

Is sweeter than to never break the flat

Of thy soul's rising, like a river tide

That never foams; yea, if thy lady chide

Cruelly thy service, and indeed becomes

A wretch, whose false eyes haunt thee in all rooms,

'Tis better so, than never to have been

An hour in love; than never to have seen

Thine own heart's worthiness to shrink and shake,

Like silver quick, all for thy lady's sake,

Weighty with truth, with gentleness as bright.

 

 

 

 

RichardWatsonDixon
Richard Watson Dixon (5 mei 1833 - 23 januari 1900)

 

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Romeinse dichter Gaius Valerius Catullus werd geboren in 87 v. Chr, in Sirmione bij Verona. Catullus was de eerste grote Latijnse lyricus. Als een van de invloedrijkste dichters van de 1e eeuw voor Christus uit de Ciceroniaanse periode schreef hij ongeveer 116 gedichten (totaal circa 2300 verzen). Over het leven van Catullus is weinig met zekerheid bekend. In Sirmione, dat hij in zijn gedichten bezong, kan men nu nog de Villa di Catullo bezoeken. Catullus behoorde tot een gegoede familie, zodat hij naar Rome kon trekken om er zijn studies te voltooien. Daar sloot hij zich aan bij de nieuwe 'experimentele' richting van de poetae novi of neoteroi: een groep opkomende dichters die geïnspireerd waren door de Alexandrijnse dichters en niets moesten weten van de oubollige, al te ernstige Oud-Latijnse poëzie. Catullus noemde zichzelf dan ook een poeta novus (nieuwe dichter). Hij was alleszins de meest getalenteerde uit deze literaire kring. In Rome genoot Catullus als rijke bon-vivant met volle teugen van het leven. Zo werd hij hopeloos verliefd op Clodia, de frivole echtgenote van Quintus Metellus Celer (stadhouder van Gallia Cisalpina), en een zuster van de beruchte demagoog en tribunus plebis Clodius. Deze weinig eerbare dame zou weldra het leven van de jonge dichter domineren en zelfs verwoesten.

Zij was vermoedelijk Catullus' voornaamste inspiratiebron voor zijn liefdesgedichten, waarin hij haar met een schuilnaam Lesbia noemt als hulde aan de dichteres Sappho van het Griekse eiland Lesbos. In de gedichten beschreef hij alle fasen van hun wispelturige relatie: de eerste verliefdheid, de liefde en de nasleep. Catullus' bekendste gedichten, Odi et Amo en Ille mi par esse deo videtur, horen bij deze groep gedichten. De relatie kende ups en downs, en eindigde in het jaar 58 voor Christus. Catullus overleed op jonge leeftijd, tussen 54 en 47 v.Chr. Het is niet duidelijk wat de doodsoorzaak was.

 

 

Carmen 7

 

Vraag je, Lesbia, hoeveel kussen van jou voor mij,

zouden er genoeg en meer dan genoeg zijn?

Zo veel als 't grote aantal van Libyssische zandkorrels

dat ligt in 't lasarpicium voortbrengend Cyrene

tussen 't in hitte gelegen orakel van Juppiter en

't heilige graf van de oude Battus;

of als de vele sterren die, terwijl de nacht zwijgt,

de buitenechtelijke liefde van de mensen aanschouwen:

dat jij zoveel kussen kust,

is voldoende en meer dan voldoende voor gekke Catullus

opdat de nieuwsgierigen niet tellen

kunnen en opdat slechte tongen niet kunnen betoveren.

 

 

 

 

Vertaald door Rudy Negenborn

 

 

 

 

catullus
Catullus (87 v. C hr – 54 v. Chr.)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Wouter Steyaert werd geboren in Gent in het jaar 1982. Hij studeert farmacie en biotechnologie. Hij publiceert poëzie in verschillende literaire tijdschriften (bijv. Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, Krakatau en Ballustrada). Zijn gedichten werden meermaals bekroond, onder andere in de Basiel de Craeneprijs en de Literaire Prijs van de stad Harelbeke. In 2007 won hij de HC-trofee schrijfwedstrijd. Wouter Steyaert heeft een eigen blog bij Skynet. (Zie link)

 

 

Engel

 

Staar naar de uitgebloeide windroos

op het hoofd van de bloedende hoos.

Klapper kruimels in mijn kruin en kruis

mijn armen, mijn vingers, mijn ogen,

verwissel de wind met het maanzaad.

 

Bespeel mijn natte vinger nog een keer

met je vloeibaar gemoed, je dartele

tanden en een gelaatsuitdrukking of

twee. Blaas met ingetogen teugen de

tellen uit mijn voltooid verstand, mijn

harmonische mond uit de orgelkamer.

 

Verveel je als een naakte, blauwe engel

op een steen, kleiner dan een kooi, gooi

geblinddoekt een paar tamme gedachten

in je fantasie en week me van je af

snaar na snaar, als een perfectionist.

 

 

 

 

Steyaert
Wouter Steyaert (Gent, 1982)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 5 mei 2008.


De Duitse dichter Christian Friedrich Scherenberg werd geboren op 5 mei 1798 in Stettin.

 

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten