Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 juni 2009 tot 9 juni 2009

Maarten Doorman, Xander Michiel Beute, Mirko Bonné, Willy Roggeman, Curzio Malaparte, Charles Webb

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Hij studeerde cum laude af op het pessimisme van Schopenhauer (1984). Sinds 1985 publiceerde hij zes dichtbundels. Doorman was redacteur van de literaire tijdschriften De Tweede Ronde (1987-1989) en Hollands Maandblad (1994-2000), en van het filosofische tijdschrift KRISIS (1994-1995). Hij werkt als filosoof aan de Universiteit van Maastricht, en is bijzonder hoogleraar Journalistieke kritiek van kunst en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Doorman was vanaf 1987 medewerker NRC Handelsblad (non fictie en poëzie) en vanaf 2006 bij de Volkskrant . Ook schreef hij voor Vrij Nederland en de Groene Amsterdammer en was van 1997 tot 2002 panellid van Zeeman met Boeken (VPRO). In 2004 publiceerde hij een cultuurfilosofische studie, De romantische orde , en in 2007 Paralipomena. Opstellen over kunst, filosofie en literatuur.  Doormans poëzie verscheen o.a. in De Gids, Hollands Maandblad, Revolver, NRC Handelsblad, The Literary Review, De Revisor en de Volkskrant en werd in tientallen bloemlezingen opgenomen.

 

 

 

Yucca of een andere plant

 

Eens was kennis poëzie, mijn Gouden Horizon
encyclopedie
in het lemma aanpassing zei: niemand
zal het in zijn hoofd halen
midden in een bos op jacht te gaan
naar een haai.

 

Maar iemand dacht ik
heeft het gedaan. Iemand met zacht
lawaai in zichzelf. Iemand die
het artikel aanpassing besloot
met een zin nee met hoop
want

 

de yuccaboom kan zelfs leven
op plaatsen waar een andere plant
onmiddellijk zou verdorren en sterven.

 

Zo stond het geschreven in mijn encyclopedie
eerste band, mijn eerste bundel poëzie.

 

 

 

 

 

Hortus conclusi

 

Weer het voorjaar, de dagen

die niet donker willen worden.

Weer knipt de tuinschaar

langs de hagen.

 

Vanuit het zolderraam zie ik

hekken rond de strookjes grond en

stukjes garnituur.

 

Hier, onder de pannen strekt het uur zich

sloom, zelfgenoegzaam uit.Hoe dat alles steeds weer opkomt en ontluikt

tussen schutting en schuur,

ongeschonden en vruchtbaar.

 

Tuinen zijn doorgaans te klein, plant en ding zijn

daar veel te veel met mekaar.

 

 

 

 

 

Doorman
Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Xander Michiel Beute werd geboren in 9 juni 1975 te Gouda. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2008.

 

Uit: Dubbelportret

 

„Verstil zoekt glazen voor de cola, maar Linda heeft haar armen over elkaar geslagen.

De bejaarde dame stapt van haar krukje, schudt onze handen, gaat in het licht staan en trekt haar badjas uit. Verstil overhandigt Linda een glas cola en mompelt dat hij een ander doek zal gebruiken.

‘Het is mij allemaal om het even,’ zegt hij twee keer. Linda kleedt zich in de hoek van de kamer uit. Als ze naakt naast de bejaarde dame gaat staan, is Verstil al begonnen met schilderen.

‘Niet poseren, dames. Niets doen dan gewoon zo blijven staan. Naast elkaar. That’s it.’

Later gaan we samen bij Florencia een ijsje eten. De Italiaanse vrouw die het ijs verkoopt, heeft een moedervlek op haar wang. Er groeien lange, donkere haren uit. Ik raak mijn ijs niet aan, maar de lippen van Linda.

‘Je bent mooi,’ zeg ik.

Ze knikt en likt wat straciatella-ijs van haar bovenlip.

Buiten eten duiven de resten van de ijscohoorntjes van de grond. Een tram raast gehaast door de Torenstraat.

‘Ik weet een goede verfwinkel waar we terecht kunnen,’ zegt ze.

Ik knik. Morgen hebben we een drukke dag. We gaan samen de trams van de stad overschilderen.

Net zolang totdat ze allemaal verdwenen zijn.“

 

 

 

 

Beute
Xander Michiel Beute (Gouda, 9 juni 1975)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Mirko Bonné werd op 9 Juni 1965 in Tegernsee / Oberbayern geboren. Zie ook mijn blog van 26 juni 2006 en ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2008.

 

Uit: Wie wir verschwinden

 

„Der dunkelgrüne Wagen flog fast, als er aus dem Wäldchen auftauchte und herauspreschte in Richtung Paris. Es war ein trüber Mittag Anfang Januar mit beständigem Nieseln. Diesiges Licht und in der Ferne Krähen und Elstern, die versprengt über Felder und Äcker längs der Chaussee durch die Lüfte gaukelten. Kein Schnee und keine Sonne. Aber beinahe dottergelb waren die zwei Paar Scheinwerferkegel, die da durchs Unterholz brannten und das Zwielicht zwischen den Bäumen auf einen Schlag zunichtemachten. Es schien, das triste Grau der Birken würde im selben Tempo zerplatzen, mit dem der fremde Wagen näher kam und hineinraste in die winterliche Stille des Tages.

Es war ein Tag, der dem Treiben von allem und jedem so zärtlich und so gleichgültig gegenüberstand wie jeder Tag vor ihm und jeder danach – nur ein gewöhnlicher Montag, wäre er nicht der erste Montag des Jahres gewesen. Am 4. Januar 1960 kam der grüne Wagen durch den Wald. Die Fahrbahn war regennass. Auf dem Asphalt spiegelte sich der Himmel. Und in den Pfützen schwammen Abbilder von Wolken, die seit Tagen von den Britischen Inseln herüberkamen und ihren Regen dem Land spendeten zwischen Seine, Marne und Yonne, rasche, tief dahinziehende Wolken aus Somerset und Cornwall.

Was dort herandonnerte, musste ein tonnenschweres Geschoss auf vier Rädern sein, ein Projektil, das durch den Tag flog und in dessen Innern Leute saßen, denen es offenbar darum ging, Zeit zu gewinnen. Der so dachte, stand in sein Regencape gehüllt, mit nassem Gesicht und beschlagener Brille am Straßenrand auf einem schmalen, schmutzig grünen Streifen zwischen Graben und zwei der uralten Platanen, die die Nationalstraße säumten. Vom Sattel auf die Rahmenstange gesprungen, hatte Paul Cassel, ein Bauer aus der Ortschaft Villeblevin, sein Fahrrad zum Stehen gebracht. Es kam nicht oft vor, dass derartiger Lärm die Mittagsstille durchbrach, Lärm wie von einem herabstoßenden Flugzeug. Paul Cassel hatte in den Ardennen gekämpft. Er war in Sachsen in Gefangenschaft gewesen.“

 

 

 

 

Mirko_Bonne
Mirko Bonné (Tegernsee, 9 juni 1965)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en)schrijver Willy Roggeman werd geboren in Ninove op 9 juni 1934. Roggeman studeerde germanistiek aan de Rijksuniversiteit te Gent; daarna was hij werkzaam als leraar. Hij was redacteur van de tijdschriften Tijd en Mens, Gard Sivik en Komma en criticus van het dagblad Vooruit (van 1955 tot 1965). Roggemans werkte van 1953 tot 1976 aan een reeks boeken, die hij vanaf 1969 als een samenhangend, gesloten oeuvre opvatte, zijn Opus finitum. Van de 30 boeken waaruit deze reeks bestaat zijn er 19 gepubliceerd, in een andere volgorde en voorzien van een ander opusnummer dan men op grond van de tijd van ontstaan zou verwachten.

 

 

 

Röntgenfoto’ s van mijn denken gaf ik

je te lezen tegen het schroeiend licht

van je verlangen in. De zon bedroog

bloedend de vlekken schaduw op het hart.

Steeds kleedde je het doorzichtig aan

met figuren toekomst, mathematisch.

In de gesponnen suiker van het web,

ergens spin en vlieg, verlamd door stilten

ruis op woord en teken, keken wij naast

de braakballen die droom ons toegooide.

 

 

 

 

 

Fotos_Roggeman
Willy Roggeman (Ninove, 9 juni 1934)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver van Duitse afkomst Curzio Malaparte (pseudoniem van Kurt Erich Suckert) werd geboren in Prato Toscane, 9 juni 1898. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007. en ook mijn blog van 9 juni 2008.

 

Uit: Die Wolga entspringt in Europa (Vertaald door Hellmut Ludwig)

 

„Jassy, 22. Juni 1941

Der Krieg gegen Sowjetrußland hat heute in der Morgendämmerung begonnen. Seit zwei Monaten hatte ich keinen Kanonendonner mehr gehört; zuletzt im April, unter den Mauern Belgrads. Vor den endlosen Korn- und Getreideflächen, vor den riesigen Sonnenblumenwäldern erlebe ich nun abermals den Krieg in der Präzision seiner metallenen Ordnung, im stählernen Leuchten seiner Maschinen, im ununterbrochenen, gleichmäßigen Dröhnen seiner tausend Motoren (Honegger, Hindemith). Der Geruch von Benzin überwältigt wiederum den Geruch von Mensch und Pferd. Als ich gestern in nordwestlicher Richtung den Pruth entlangfuhr, längs der sowjetischen Grenze von Galatz nach Jassy, begegnete ich an den Straßenkreuzungen wieder den unerschütterlich ruhigen, ernsten Feldgendarmen, mit ihrem Blechschild vor der Brust, die weiß-rote Befehlsscheibe in der Hand. »Halt!« Zwei Stunden lang stand ich an einer Straßenkreuzung, um eine deutsche Wagenkolonne vorbeifahren zu lassen. Es war eine motorisierte Division, der eine Abteilung schwere Panzer vorausfuhr. Sie kamen aus Griechenland. Sie waren durch Attika, Böotien, Thessalien, Mazedonien, durch Bulgarien und Rumänien gerollt. Von der dorischen Säulenhalle des Parthenon zur stählernen Säulenhalle des Piatiletka. Die Soldaten hockten auf den quergelegten Sitzbrettern der offenen Lastwagen, ganz mit einer weißen Staubschicht bedeckt. Auf den Kühler jedes Fahrzeugs war mit weißem Lack ein griechischer Tempel gemalt, ein kindliches Säulengebilde mit Gebälk, in "Weiß auf dem schmutzig-grauen Metall der Motorhaube. Unter der Staubmaske ahnte man von der Sonne geschwärzte, vom griechischen Wind verbrannte Gesichter. Die Soldaten hockten auf den Bänken in seltsamer Reglosigkeit, sie wirkten wie Statuen. Wie aus Marmor, so weiß von Staub waren sie.“

 

 

 

 

 

Malaparte
Curzio Malaparte (9 juni 1898 – 19 juli 1957)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Webb werd geboren op 9 juni 1939 in San Francisco. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007.

 

Uit: The Graduate

 

"Ben, Mr. Robinson and I have been practicing law together in this town for seventeen years. He's the best friend I have."

"I realize that."

"He has a client over in Los Angeles that he's put off seeing so he could be here and welcome you home from college."

"Dad -- "

"Do you appreciate that?"

"I'd appreciate it if I could be alone!"

His father shook his head. "I don't know what's got into you," he said, "but whatever it is I want you to snap out of it and march right on down there."

Suddenly the door opened and Benjamin's mother stepped into the room. "Aren't you ready yet?" she said.

"No."

"We'll be right down," his father said.

"Well what's wrong," she said, closing the door behind her.

"I am trying to think!"

"Come on, Ben," his father said. He took his arm and began leading him toward the door.

"Goddammit will you leave me alone!" Benjamin said. He pulled away and stood staring at him.

"Ben?" Mr. Braddock said quietly, staring back at him, "don't you ever swear at your mother or me again."

Benjamin shook his head. Then he walked between them and to the door. "I'm going for a walk," he said. He stepped out into the hall and closed the door behind him.

He hurried to the head of the stairs and down but just as he had gotten to the front door and was about to turn the knob Mr. Terhune appeared out of the living room.

"Ben?" he said. "I want to shake your hand."

 

 

 

 

webb
Charles Webb (San Francisco, 9 juni 1939)

 

Geschreven door Romenu om 20:05 Reageer op dit bericht

Akaki Zereteli, Bertha von Suttner, Jurij Brězan, José Antonio Ramos Sucre, Rudolf Borchardt, John Gillespie Magee jr.

De Georgische dichter, schrijver en politicus Akaki Zereteli werd geboren op 9 juni 1840 in Schwitori. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007.

 

 

SULIKO

"In vain I sought my loved one’s grave;
Despair plunged me in deepest woe.
Overwhelmed with bursting sobs I cried:
O where are you, my Suliko?"

In solitude upon a bush
A rose In loveliness did grow;
With downcast eyes I softly asked:
"Isn't that you, O Suliko ?"

The flower trembled in assent
As low it bent its lovely bead;
Upon its blushing cheek there shone
Tears that the morning skies had shed.

Midst rustling leaves a nightingale
Was singing to the rose below;
I hailed the bird and gently asked:
"Isn't that you, O Suliko ?"

The songster fluttered nearer to
The rose, and on it pressed a kiss;
Disburdening its soul in song
That breathed of ecstasy and bliss.

A twinkling star shed shimmering light
Upon me in a silver glow;
I turned to it, and whispered low;
"Isn't that you, O Suliko ?"

As I gazed on the star that shone
In light that glimmered bright and clear
A gentle breeze came passing by
And stopped to whisper in my ear.

"What thou dost seek is found at last.
Henceforth your heart but calm will know;
The night will bring you sweet repose.
And lay will chase away your woe.

"Your Suliko was changed into
A nightingale, a star and rose;
Your souls that true love bound as one
To realms divine in heavens rose."

I seek no more my loved one's grave,
No more do I in sorrow weep,
The world no longer hears me sigh;
Nor sees me drowned in anguish deep.

None can express the bliss I feel
To hear the nightingale from far,
To breathe the essence of the rose;
And gaze upon the shining star.

My bosom throbs once more in joy;
No more am I oppressed by woe;
I seek no tomb, for now I see
Thy dwellings three, my Suliko !"

 

 

 

 

 

Akaki_Tsereteli_statue
Akaki Zereteli (9 juni 1840 – 26 januari 1915)

Standbeeld in Tiblilisi

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en pacifiste Bertha Sophie Felicitas Barones von Suttner werd geboren op  9 juni 1843 in Praag. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007.

 

Uit: Memoiren

 

„Dieser Taufe – obwohl ich dabei so vieles geschworen und abgeschworen – habe ich nicht beigewohnt. Unter »ich« verstehe ich nämlich nicht die lebendige körperliche Form, in der dasselbe enthalten ist, sondern jenes Selbstbewußtsein, das sowohl in der ersten Kindheit, als auch öfters im ganzen Lauf des Lebens abwesend ist: im Schlaf, in der Ohnmacht, in der Narkose und in gar vielen Augenblicken, wo man nur atmet und nicht denkt, nicht schaut, nicht hört, wo man nur so vegetativ weiterexistiert, bis das Ich wieder in Funktion tritt.

Prag war also die Stadt, in der meine Wiege, an der, wie an allen Wiegen, so manches nicht gesungen wurde, gestanden hat. Meine Mutter, die bei meiner Geburt schon Witwe war, ist aber bald nach Brünn übersiedelt, und was mir aus der Kindheit im Gedächtnis geblieben, das spielte sich in der mährischen Hauptstadt ab.

Dort sehe ich mich am Fenster stehen – fünf Jahre alt – und auf den »großen Platz« hinausschauen, wo eine lärmende Menge sich wälzt. Ein neues Wort schlägt an mein Ohr: Revolution. Alle [17] schauen zum Fenster hinaus, alle wiederholen das neue Wort und sind sehr aufgeregt. Was ich empfunden habe, weiß ich nicht mehr, jedenfalls war ich auch erregt, sonst hätten das Bild und das Wort sich dem Geiste nicht eingeprägt. Daneben ist aber nichts. Das Bild weckt kein Verständnis, das Wort hat keinen Sinn. So sieht meine erste Erfahrung eines historischen Ereignisses aus.

Aber mein Gedächtnis reicht weiter zurück und zeigt mir einen Auftritt, den ich im Alter von drei Jahren erlebte und der mich viel heftiger bewegt hat als die politischen Umwälzungen des Jahres 1848.”

 

 

 

 

suttner
Bertha von Suttner (9 juni 1843 - 21 juni 1914)

 

 

 

 

 

De Sorbische schrijver Jurij Brězan werd geboren in Räckelwitz op 9 juni 1916. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007.

 

Uit: Ohne Paß und Zoll. Aus meinem Schreiberleben

 

„Nach der Gründung der zwei deutschen Staaten wollten -oder sollten - die Schriftsteller zwischen Elbe und Oder ihren eigenen Verband gründen. Zu diesem Kongreß wurde auch ich, obwohl ich noch keine Zeile in deutscherSprache veröffentlicht hatte, aus mir unbekanntem Grund eingeladen. Ich fuhr also hin, fand den richtigen Saal, setzte mich in die leere viertletzte Reihe, ganz außen und nur auf die halbe Backe, bereit aufzuspringen, sobald jemand mein durch nichts als die simple Einladung ausgewiesenes Eindringen bemerken und, sei es auch nur durch einen verweisenden Blick, rügen würde. Das tat niemand, ich setzte mich ein wenig bequemer hin und versuchte - Zeitungsfotos im Kopf - zu erkennen, wer wohl wer sei. Ein Präsidium wurde gewählt, sechs oder sieben Leute nahmen auf der Bühne Platz, ein Ehrenpräsidium wurde beklatscht, obwohl keiner - weder Stalin noch Mao Tse-tung - erschien, und dann begann Arnold Zweig eine Rede vorzutragen, über Unbewußtes im Unterbewußten wohl. Hinter mir betrat ein Mann den Saal und blieb am Eingang stehen. Er schien noch weniger als ich vom Unbewußten zu verstehen, offenbar unsicher sah er sich im Saal um, wechselte öfter das Standbein, wobei die Dielung knarrte, was ihm sichtlich unangenehm war. Am selben Tag fand unweit von hier auf der anderen Spreeseite im 'Friedrichstadtpalast' ein Kongreß der Landarbeiter statt. Vielleicht hatte der Mann dahin gewollt, dachte ich, schon sein Äußeres - er trug eine Art blaue Montur - deutete darauf hin. Viermal erhob ich mich halb, um ihm zu seinem Kongreß zu verhelfen, und viermal ließ ich es bleiben: Wenn er noch lange dem Unbewußten zuhört, wird er selbst merken, daß es sich hier nicht um Probleme von Landarbeitern handelt.“

 

 

 

 

Brezan
Jurij Brězan ( 9 juni 1916 - 12 maart 2006

 

 

 

 

 

De Venezolaanse dichter en geleerde José Antonio Ramos Sucre werd geboren op 9 juni 1890 in Cumaná. Hij kreeg een opleiding aan het Colegio Nacional, en daarna aan de Universidad Central de Venezuela, waar hij rechten, talen (oud en modern Grieks en Sanskriet) en letteren studeerde. Hij bekwaamde zich ook nog in Deens, Engels, Frans, Duits, Italiaans en Zweeds en werkte later als vertaler op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarnaast doceerde hij geschiedensi, geografie, Latijn en Grieks. Tot aan zijn dood was hij tensloote Venezolaans consul in Genève.

 

 

The City

 

I used to live in an unhappy city, divided by a slow river, pointed towards infinity.

Still trees on the banks robbed the sun of a difficult sky.

 

I would await the end of a wasted day, interrupted by the sounds of the squall. I

would leave my house turned aside in search of the afternoon & its sights.

 

The declining sun painted the city of offended ruins.

 

Birds flew above to rest further on.

 

I felt strangled by life. The ghost of a woman, the height of bitterness, followed

me with unmistakable steps, a sleepwalker.

 

The sea frightened my withdrawal, undermining the earth in the secret of night.

A breeze confused the trees, blinded the bushes, finished in a tired flower.

 

The city, worn by time & greeted by a bend in the continent, kept common

custom. It told of water vendors & beggars versed in proverbs & advice.

 

The wisest of them insisted upon my attention by referring to the likeness of a

Hindu fable. He succeeded in speeding the course of my thoughts, returning me to my memory.

 

The hour before dawn my fever vanished, cutting loose the madness of a scattered dream.

 

 

 

Vertaald door Cedar Sigo en Sara Bilandzija

 

 

 

 

José_Antonio_Ramos_Sucre
José Antonio Ramos Sucre (9 juni 1890 – 13 juni 1930)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Rudolf Borchardt werd geboren op 9 juni 1877 in Königsberg. Borchardt werd gevormd door zijn studie van de oudheid in Bonn en Göttingen en door het werk van dichters als George en Hofmannsthal. Hij was een „poetus doctus“ die de hoogste eisen aan zichzelf en aan zijn lezers stelde. Hij vertaalde o.a. De Goddelijke Komedie van Dante.

 

Uit: Leben von ihm selbst erzählt

 

„Ich bin am 9. Juni 1877 meinen in Moskau lebenden Eltern auf einer Heimreise meiner Mutter in Königsberg geboren worden. Beide Eltern entstammten Königsberger Häusern. Obwohl ich meine Vaterstadt seitdem kaum wiedergesehen habe, fühle ich mich nach Familientradition und geistiger Anlage mit Stolz als Ostpreuße.
Mein Vater, der Teeimport betrieben hatte, siedelte 1882 nach Deutschland und schließlich Berlin zurück. Ich trat achtjährig in die Sexta des Französischen Gymnasiums und wurde, bei der Quartaversetzung gescheitert, einem vortrefflichen und humanistisch reichgebildeten Oberlehrer in Marienburg/Ostpr. zur Erziehung übergeben, folgte ihm auch 1893 an das Weseler Gymnasium und bezog Ostern 1895 die Universität Berlin. Die wechselnden Umgebungen meiner Kindheit lehrten mich früh aufmerken und vergleichen. Mein ursprünglich allzu breit angelegtes humanistisches Studium schrumpfte beim Übergange nach Bonn (1896-Herbst 1898) unter Büchelers und Useners großartigem Lehrvorbilde zu klassischer Philologie, und, unter Loeschckes Einflusse, Archäologie, zusammen. Nach einem italienischen Studiensommer und -herbst versuchte ich in Göttingen bei Friedrich Leo mich ausschließlich zum Gelehrten zu bilden, mußte aber endlich begreifen, daß meine Verengerung vorzeitig gewesen war und der erneuerte Trieb zur Breite sie unwiderstehlich überwog. Leos Forscherpersönlichkeit und vom Leben in der Poesie verklärte geistige Anmut ist für Jahrzehnte ein Leitstern meiner Arbeit geblieben.“

 

 

 

 

Borchardt
Rudolf Borchardt (9 juni 1877 – 10 januari 1945)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 juni 2007.

 

De Brits-Amerikaanse dichter en piloot John Gillespie Magee jr. werd geboren op 9 juni 1922 in Shanghai.

 

Geschreven door Romenu om 20:02 Reageer op dit bericht

Marguerite Yourcenar, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook mijn blog van 8 juni 2008 en ook mijn blog van 8 juni 2007 en ook mijn blog van 6 april 2006.

 

Uit: Ich zähmte die Wölfin (Die Erinnerungen Hadrians, vertaald door Fritz Jaffé)

 

“Mein lieber Mark,

ich bin heute Morgen zu Hermogenes gegangen, meinem Arzt, der von einer längeren Reise in Asien wieder in die Villa zurückgekehrt ist. Da die Untersuchung in nüchternem Zustand vorgenommen werden sollte, hatte ich mich in den frühen Morgenstunden eingefunden. Nachdem ich mich des Mantels und der Tunika entledigt hatte, streckte ich mich auf ein Bett hin. Einzelheiten, die Dir ebenso zuwider sein würden, wie sie es mir sind, erspare ich Dir, und ebenso die Beschreibung des Körpers eines gealterten Mannes, der sich darauf gefasst machen muss, an Herzwassersucht zugrunde zu gehen! So begnüge ich mich damit, Dir zu sagen, dass ich gemäß den Anweisungen von Hermogenes hustete, tief einatmeteund den Atem anhielt. Das rasche Fortschreitender Krankheit erschreckte ihn, und er schien geneigt, dem jungen Jollas die Schuld daran zu geben, der mich in seiner Abwesenheit gepflegt hatte.

Es ist schwer, vor einem Arzt Kaiser zu bleiben, geschweige denn die Menschenwürde zu bewahren.

Vor seinem wissenden Blick schrumpfte ich zu einem Haufen Körpersäfte zusammen, zu einem armseligen Gemisch aus Lymphe und Blut. Zum ersten Mal enthüllte sich mir heute Morgenmein Körper, dieser alte Freund und treue Gefährte, den ich so viel besser kenne als meine Seele,als ein tückisches Ungeheuer, das gegen seinen Gebieter aufbegehren will. Geduld! Ich liebe meinen Körper. Er hat mir treu gedient auf jegliche Weise, und mir steht es fern, ihm die notwendige Pflege zu missgönnen. Aber anders als Hermogenes es immer noch zu tun vorgibt, vertraue ich nicht mehr auf die Heilkräfte der Kräuter und das Mengenverhältnis der Salze, die er aus dem Orient mitgebracht hat. Der sonst so gescheite Mann glaubt, mich mit Redensarten trösten zu müssen, zu nichtssagend, als dass sie den Leichtgläubigsten täuschen könnten. Wohl weiß er, wie sehr ich diese Art von Betrug verabscheue, aber man ist schließlich nicht umsonst mehr als dreißig Jahre lang Arzt gewesen. So verzeihe ich denn dem ergebenen Diener seinen Versuch, mir meinen baldigen Tod zu verheimlichen. Hermogenes ist gelehrt, sogar weise, und weit redlicher, als Hofärzte gemeinhin zu sein pflegen. Ich werde also besser betreut werden als irgendein anderer Sterblicher.“

 

 

 

 

yourcenar
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Ulf Stolterfoht werd geboren op 8 juni 1963 in Stuttgart. Na zijn vervangende diensplicht studeerde hij germanistiek en algemene taalwetenschap in Bochum en Tübingen. Stolterfoht schrijft taalkritische gedichten en essays die in talrijke bloemlezingen en tijdschriften worden gepubliceerd. Hij debuteerde in 1998 met de bundel »fachsprachen I-IX« In 2005 verscheen zijn vertaling van Gertrude Steins »Winning His Way«. In 2008 werd hij gasthoogleraar aan het Deutsche Literaturinstitut Leipzig. In hetzelfde jaar ontving hij ook de Peter Huchel prijs.

 

 

 

kurzes geschlinge. poren wie ein sieb

 

I

 

mutmaßlich MÜÜÜÜDE NOW des dürfte auswurfs seiner

liebsten lauten / lausch aufriß leiser wunden heißen:

vernäht sie die taschen bei lebigem leib? sagt daß es

besser so sei? ja nun das tut sie nebenbei. haupt-

 

amtlich aber glans verbreitend der unprüd-radikalen art

(dubliner bekenntnis). unirische umtriebe. erweiterter

shamrock-begriff: die arktischen blumen (es könnte sie

geben!) die flaggen des fleisches - gut englisch. dann

 

angenommen DURCH das drehen des wolfes ihr geschlecht zu

bestimmen - schwant ihm: hier findet sanft verwursten

statt. doch je nach zunge weiter dann (im urtext

anglo-schwäbisch) the swell of STÜRMERS/kruges RITTER

 

auf ganze oder halbe liter. aaah! saug ist nicht saug

da man altert. habeas corpus bis anthrax: wirsch wirsch!

die üblen greise flegeln sich davon. ihm spülts nen

klumpen hadern runter. entfährt ein höhnisches gekicher.

 

 

 

II

 

dann meilenweit nur mohn. die farbe rot in der er-

innerung. schon schön wenn sich die drücke bündeln

ließen. und wie! nach kleinem ausschweif die gesichte

schwinden. sich selbst forsch an den codex greifen:

 

erweiterter verschwitzt-begriff. (schwer leserlich im

folgenden. vermutlich «vormals lethe». dann: angst man

ausfranzt grenzt an abspenst / wo man unlängst wächst ver-

gang.) schwamm drüber augen zu und wisch - um jesu willen

 

ab. bedankt! in bälde wird hineingeheimnist. ob man denn

fragen dürfe wie: auch nerven hätten ein gedächtnis?

der mund wenn er bereits verdautes käut? vernäht sie die

lippen bei offenem und: sagt daß es besser so sei. daß es

 

ihrer meinung nach sicherer sei. scheint er im gegenzug ge-

neigt sich seines beinkleids zu entäußern. zeigt damit

«unbehaust» in quasi trauter wohnlichkeit. verschweigt

sein sinnerblassen nicht. und zag verrinnselt das gedicht.

 

 

 

 

 

Stolterfoht
Ulf Stolterfoht (Stuttgart, 8 juni 1963)

 

 

 

 

 

De Australische dichteres en librettiste Gwen Harwood werd geboren op 8 juni 1920 in Taringa, Queensland. Haar eerste bundel Poems werd gepubliceerd in 1963. In 1968 volgde Poems Volume II.

Andere werken zijn: The Lion's Bride (1981), Bone Scan (1988) und The Present Tense (1995). Terugkerende thema’s in haar werk zijn moederschap, de rol van de vrouw en muziek. Harwood was een geschoold pianiste en organiste.

 

 

 

Barn Owl

 

Daybreak: the household slept.

I rose, blessed by the sun.

A horny fiend, I crept

out with my father's gun.

Let him dream of a child

obedient, angel-mind-

 

old no-sayer, robbed of power

by sleep. I knew my prize

who swooped home at this hour

with day-light riddled eyes

to his place on a high beam

in our old stables, to dream

 

light's useless time away.

I stood, holding my breath,

in urine-scented hay,

master of life and death,

a wisp-haired judge whose law

would punish beak and claw.

 

My first shot struck. He swayed,

ruined, beating his only

wing, as I watched, afraid

by the fallen gun, a lonely

child who believed death clean

and final, not this obscene

 

bundle of stuff that dropped,

and dribbled through the loose straw

tangling in bowels, and hopped

blindly closer. I saw

those eyes that did not see

mirror my cruelty

 

while the wrecked thing that could

not bear the light nor hide

hobbled in its own blood.

My father reached my side,

gave me the fallen gun.

'End what you have begun.'

 

I fired. The blank eyes shone

once into mine, and slept.

I leaned my head upon

my father's arm, and wept,

owl blind in early sun

for what I had begun.

 

 

 

 

gwen_harwood
Gwen Harwood (8 juni 1920 -  5 december 1995)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en vertaler Gerald Bisinger werd geboren op 8 juni 1936 in Wenen. Zie ook mijn blog van 8 juni 2006 en ook mijn blog van 8 juni 2007 en ook mijn blog van 8 juni 2008.

 

 

 

Wie lang noch 

  

In Sittls Weinhaus Zum Goldenen

Pelikan sitz ich in der Karwoche

heute am Dienstag Rainer Pichler

wurde zu Grabe getragen am frühen

Nachmittag ich schreibe den siebten

April in diesem Jahr 98 hab nicht

teilgenommen an der Beerdigung in

Wien hier auf dem Zentralfriedhof

der sehr fern für mich ist ernst-

haft erkrankt doch ohne arge Be-

schwerden zur Zeit blieb ich in Otta-

kring ein Dichter war Rainer Pichler

ein Lebenskünstler vor allem aber

ein zuverlässiger Freund Besucher

zahlreicher Gaststätten ständig ähn-

lich wie ich ich will keine Nachreden

hören heute auf ihn keine Fragen be-

antworten müssen meine eigene tatsäch-

lich schwere Krankheit betreffend

allein sitz an diesem Gasthaustisch

ich schreibend in Sittls Weinhaus Zum

Goldenen Pelikan ich trink Süßwein ich

rauche ich frag mich schroff ehrlich

Wie lang noch

 

 

 

 

 

bisinger1
Gerald Bisinger (8 juni 1936 – 22 februari 1999)

 

Geschreven door Romenu om 19:56 Reageer op dit bericht

Tom Bresemann, Andre Rudolph, Christoph W. Bauer, Andreas Altmann

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Duitse dichter Tom Bresemann werd geboren in Berlijn in 1978. Hij studeerde nieuwe Duitse filologie en oude geschiedenis. Hij is mede-oprichter van de S³ Literatur­Werke en medewerker van de Lettrétage. Werk van hem verscheen in o.a.: Lyrik von Jetzt zwei, NEUBUCH, Jahrbuch der Lyrik 2009, Belletristik, Taschentiger. In 2007 verscheen zijn bundel Makellos.

 

 

 

wir sind das volk

 

wir sind das volk

unterm zeigefinger. um uns die zweifel-

hafte statik des denk-

geländes in orwocolor, auf-

geshopt, die banner, in ihrem

element. wohin gehst du

am ersten mai?

 

o raketenwerfer, berichterstattete

kindheitsklötze. fernab des geschehens

balkone im fahnenschweiß. hohen-

schönhausener erinnerungs-

lücken im glasnost.

die bluten uns aus.

 

 

 

 

 

tom-bresemann
Tom Bresemann (Berlijn, 1978)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Andre Rudolph werd geboren in Warschau in 1975 en groeide op in Leipzig. In Leipzig en Freiburg studeerde hij germanistiek, filosofie en slavistiek. Hij werkt voor een onderzoeksinstituut in Halle/ Saale. Werk van hem verscheen in o.a.: Sinn und Form, Ostragehege, Edit, BELLA triste, Intendenzen; Sprache im technischen Zeitalter, poet 5, Neubuch, Lyrik von Jetzt Zwei.

 

 

Gang durch ein Gedicht

 

Treten Sie ein.

Genieren Sie sich nicht.

Schon sind Sie mitten

in einem Gedicht.

 

Gehen Sie weiter.

Bleiben Sie nicht steh'n,

damit Sie die Verse

bis zum Ende seh'n.

 

Seien Sie locker

und nicht so bang.

Schlendern Sie entspannt

die Zeilen entlang.

 

Atmen Sie ruhig.

Laufen Sie nie.

Hast ist die Feindin

der Poesie.

 

Betrachten Sie noch

einmal mit Bedacht,

was der Autor sich

für Sie ausgedacht.

 

Nun sind Sie bereits

am Ausgang des Gedichts

und sehen betroffen:

Eigentlich nichts.

 

 

 

 

 

andre-rudolph
Andre Rudolph (Warschau, in 1975)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph W. Bauer werd geboren in Kolbnitz in 1968 en groeide op in Lienz en Kirchberg (Tirol). Tegenwoordig woont hij in Innsbruck, waar hij o.a. werkte als redacteur voor het tijdschrift Wagnis.

 

Werk o.a. : wege verzweigt, gedichten (1999), Aufstummen, roman (2004), supersonic, gedichten (2005), Und immer wieder Cordoba, hoorspel (2006)

 

 

 

Supersonic

XLV

 

atemsprachen sie lernten sekundenalphabete

und hielten den mund zeigefingerverpflastert

ihre nasen in den wind mit dem sie den

schlafsaal bepumpten wie eine montgolfiere

die sie über alle berge fuhr in die verwandten

bilder späteren schauens wuchsen heran

zu aeronauten des augenblicks und aus dem

kindergarten im kompass der nachmittage

an die nadel geraten die sie einer sucht

einnähte täglich injizierten parolen in deren

körben sie durch comiclandschaften

schaukelten immer höher immer

schneller sprechblasen volle kraft voraus

 

 

 

 

bauer_c
Christoph W. Bauer (Kolbnitz, 1968)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) in 1963. In 1990 ging hij naar Berlijn. Hij werkte o.a. als straatveger en verzorger van gehandicapten. Van 1993 tot 1996 studeerde hij sociale pedagogie. Tegenwoordig woont hij als zelfstandig schrijver in Berlijn. Werk van hem verscheen in o.a.: Akzente, neue deutsche literatur, Sinn und Form, Krachkultur und Sprache im technischen Zeitalter. Van hem verschenen tot nu toe zes dichtbundels.

 

 

 

DAS GRAS IST GEMÄHT. eine bank lehnt am baum.

er ist ausgetrocknet. das klopfen des spechtes

an der grenze zur nacht, klingt schüssen ähnlich,

die ihre erinnerung verfehlen. unter den flügen

des fischreihers, der jeden abend den gleichen bogen

über das haus spannt, bewegt sich das land. es ist

still in den geräuschen der grillen und wind

umhänge, die von den ästen gleiten. hier hörst du

das schweigen, das dir die tür öffnet. die südlichen

störche haben ihre nester dem himmel überlassen.

auf dem haff schlüpfen die mücken. zwei ältere

frauen stehen bis zu den knieen im wasser. aus

ihren händen gleitet das licht, sinkt auf den grund.

 

 

 

 

 

andreas-altmann
Andreas Altmann (Hainichen, 1963)

 

Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten