Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 juni 2009 tot 18 juni 2009

Richard Powers, Geoffrey Hill, Anton van Wilderode, Bert Schierbeek, Raymond Radiguet

De Amerikaanse schrijver Richard Powers werd geboren op 18 juni 1957 in Evanston, Illinois. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

Uit: Prisoner's Dilemma

 

“The first indication that Pop had been seeing something more than heebie-jeebies for all those years came a few weeks before the end, when the old guy leaned over to Artie on the front porch of an autumn evening and said, distinctly, "Calamine." Father and son had come out after dinner to sit together on this side of the screens and see November along. They enjoyed, in silence, one of those nights that hung in the high fifties but could easily go ten degrees either way within the hour. Artie staked out the rocker while his father, as usual, exercised eminent domain over the kapok bed long ago banished to the porch because chez Hobson-a twenty-year repository of everything the family had ever owned?could not take one more cubic foot of crap without spewing it all through every doorway and window.

Silence had gotten them this far, and there seemed to Artie no reason to improve on it. He tried to chalk up his father's mumbled word to an involuntary spasm in the man's cerebral cortex, a first burst of verb salad accompanying the return of autumn. He hoped, for a moment, to hide from it, let the word fall to the ground and add to the November earthworm-stink and autumn. But Artie had no place to hide from Pop that the old man himself hadn't shown him. So he put his knuckles to the bridge of his nose, braced his face for what was coming, and asked, "Say what, Dad?"

"You heard me. Calamine. I say what I mean and I mean what I say. I plan my work and work my plan. When the tough get going, the . . ."

"Got you, Pop." Artie preempted quickly, for once Edward Hobson, Sr., was let out of the verbal paddock, he could go all night without denting his capacityfor free association. After a quarter century, Artie knew the symptoms. In the man's present condition, it was pointless to ask him straight out just what he meant by the Word. Artie tried reconstructing: Calamine, zinc oxide, iodine-nothing in that direction. Dad's invocation was certainly not a medical request. Dad abhorred all medications. His sickness was nothing so trivial or topical as dermatitis, except that in crowds, for the express purpose of publicly shaming any other Hobson with him, he had been known to sing, "It's no sin to shake off your skin and go dancing in your bones."

 

 

 

 

powers
Richard Powers (Evanston, 18 juni 1957)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Geoffrey Hill werd geboren op 18 juni 1932 in Bromsgrove, Worcestershire. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

 

 

Mercian Hymns XXV

 

Brooding on the eightieth letter of Fors Clavigera, I speak this in

memory of my grandmother, whose childhood and prime womanhood were spent

in the nailer's darg.

 

The nailshop stood back of the cottage, by the fold. It reeked stale

mineral sweat. Sparks had furred its low roof. In dawn-light the

troughed water floated a damson-bloom of dust ---

 

not to be shaken by posthumous clamour. It is one thing to celebrate the

'quick forge', another to cradle a face hare-lipped by the searing wire.

 

Brooding on the eightieth letter of Fors Clavigera, I speak this in

memory of my grandmother, whose childhood and prime womanhood were spent

in the nailer's darg.

 

 

 

Mercian Hymns XVII

 

He drove at evening through the hushed Vosges. The car radio,

glimmering, received broken utterance from the horizon of storms...

 

'God's honours - our bikes touched: he skidded and came off.' 'Liar.' A

timid father's protective bellow. Disfigurement of a village king. 'Just

look at the bugger...'

 

His maroon GT chanted then overtook. He lavished on the high valleys its

haleine.

 

 

 

 

Hill
Geoffrey Hill (Bromsgrove, 18 juni 1932)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver dichter, vertaler en scenarist  Anton van Wilderode (pseudoniem van Cyriel Paul Coupé werd geboren in Moerbeke op 18 juni 1918. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

 

De dag van Eden – in memoriam matris

 

Je staat achter het raam zonder gezicht.
De notelaar met geverniste blaren
glanst van een zuiver en onwerelds licht
dat huiveringen legt over je haren.

Je draagt iets in je hand ik zie niet wat
een boek een brief een sjaaltje voor de winter
maar zeker iets dat ik vergeten had
en dat je je herinnerde daarginder.

Ik kom al moeder (bonzend van geluk).
Je hoort mij niet ik zie de grote blaren
achter je schouders schommelen en bedaren.
Maar op de drempel staat je voetafdruk.

 

 

 

 

 

Monasterio de Guadelupe/Extremadura, La Virgen

 

De moorse binnenhof. De sierfontein.

De eucalyptus slank als een pinakel.

De bruidsmuziek van zomergroen en water

van azulejo’s schijn en wederschijn.

 

De deur die dag en deemstering verdeelt.

Damast van uitgelegde altaardwalen.

Met blauw en bladgoud de initialen

in koorzangboeken hevig gepenseeld.

 

Het zuiver kerkschip met een zeil van licht.

Het marmerdek van voor- tot achtersteven.

Gelijk een boegbeeld moederlijk verheven

La Virgen met een okerzwart gezicht.

 

 

 

 

 

Anton_van_Wilderode-College
Anton van Wilderode (18 juni 1918 - 15 juni 1998)

Beeld in Sint Niklaas, gemaakt door Wilfried Pas.

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bert Schierbeek (1918-1996) werd geboren op 18 juni 1918 in Glanerbrug in Twente. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

 

Ik denk

 

ik denk
als het regent
laat ze niet nat worden

en als het stormt
vat ze geen kou

en ik denk ook
dat dat denken
niet helpt

want je wordt nooit meer
nat noch vat je een kou

want het regent
noch waait ooit
meer voor jou

 

 

 

 

 

de deur

 

een deur is open

of dicht

 

een deur die open is

is een gat naar

de ruimte

 

een deur die dicht is

deel van de muur

begrenst de ruimte

 

als ie beweegt

is ie een deur

 

zo ben ik

een deur

 

 

 

 

Schierbeek
Bert Schierbeek (18 juni 1918- 9 juni 1996)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Raymond Radiguet werd geboren op 18 juni 1903 in Saint-Maur-des-Fossés. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

Uit: Le diable au corps

 

« L'amour veut faire partager sa béatitude. Ainsi, une maîtresse de nature assez froide devient caressante, nous embrasse dans le cou, invente mille agaceries, si nous sommes en train d'écrire une lettre. Je n'avais jamais tel désir d'embrasser Marthe que lorsqu'un travail la distrayait de moi; jamais tant envie de toucher à ses cheveux, de la décoiffer, que quand elle se coiffait. Dans le canot, je me précipitais sur elle, la jonchant de baisers, pour qu'elle lâchât ses rames, et que le canot dérivât, prisonnier des herbes, des nénuphars blancs et jaunes. Elle y reconnaissait les signes d'une passion incapable de se contenir, alors que me poussait surtout la manie de déranger, si forte. »

 

 

 

 

Radiguet
Raymond Radiguet (18 juni 1903 – 12 december 1923)

 

Geschreven door Romenu om 20:10 Reageer op dit bericht

Utta Danella, Aster Berkhof, Mirjam Pressler, Jean-Claude Germai

De Duitse schrijfster Utta Danella (eig.Utta Denneler) werd geboren op 18 juni 1924 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

Uit: Der Kuss des Apollo

 

„Irgendwoher wird das Geld schon kommen.

Eine Weile blieb der Satz im Raum stehen, klang seltsam. Jana,die damit beschäftigt war,die Weingläser aus dem Schrank zu nehmen,warf einen Blick auf ihren Mann,der am Fenster stand und in den Garten hinaussah,wo die Herbstblätter von den Bäumen sanken. Sie konnte ihm von hinten ansehen, wie schlecht gelaunt er war, außerdem hörte man es seiner Stimme an.

»Das ist ja ein schreckliches Wort«, sagte sie.

»Was?«, knurrte er.

»Irgendwoher.« Sie sprach das Wort gedehnt aus und versuchte das R dramatisch zu rollen,was ihr nicht so gut gelang wie ihm mit seiner baltischen Herkunft. Er drehte sich um.

»So! Das Wort gefällt dir nicht.Was würdest du denn sagen?«

»Geld kommt nicht von irgendwoher oder von irgendwo, man muss es beschaffen.«

»Darum geht es ja.Wie immer.«

Er sah ihr zu, wie sie die hellen Gläser neben die Gedecke stellte und dann die rötlich getönten Rotweingläser aus dem Schrank nahm und leicht versetzt hinter die Weißweingläser auf dem Tisch platzierte. Sie hatte eine Vorliebe für hübsche Gläser.“

 

 

 

 

danella
Utta Danella (Berlijn, 18 juni 1924)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Aster Berkhof (eig. Louis van den Bergh werd geboren in Rijkevorsel op 18 juni 1920. Na zijn humaniora studeerde hij van 1938 tot 1942 Germaanse filologie in Leuven en promoveerde in 1946 tot doctor in de wijsbegeerte. Ondertussen werkte hij als redacteur bij De Standaard en vervulde hij zijn militaire dienstplicht in Schotland. Lange tijd was hij een verwoed reiziger. Aanvankelijk reisde hij door West-Europa om vervolgens in 1952 Noord-Afrika en in 1953 Noord-Amerika en Mexico te bezoeken. In 1955 maakte hij een wereldreis van twee maanden waarin hij vooral in contact probeerde te komen met primitieve volkeren. Over die reizen schreef hij een aantal reportages.  Na zijn reizen werd hij eerst leraar aan verschillende middelbare scholen en tenslotte docent aan de Universitaire Faculteit St. Ignatius te Antwerpen.  Aster Berkhof is vooral populair om zijn vlotgeschreven streek-, reis-, detective- en avonturenromans.

 

Uit: Veel geluk professor

 

“De helft van de monden hingen open, alle ogen stonden star en verbaasd op Pierre gericht, en dikke Georges kwam langzaam recht op zijn bank, en zijn vinger wees ontsteld naar Pierre, en zijn mond deed van alles, maar er kwam geen geluid.

“Ze zijn al even verrast als gij,” zei Lady Thompson.

Pas toen bekwam ook Pierre van zijn verrassing, en op dat ogenblik barstte een applaus los, zoals er nog nooit een gehoord was in het Instituut. En toen Ann voor Pierre kwam staan, en zachtjes zei: “Proficiat,” en Pierre haar ontroerd in zijn armen nam en haar zoende, kraakte en schudde minutenlang het hele gebouw onder het handgeklap, dat zo geweldig was, dat sommige gasten in de hotels rondom aan een lawine dachten, verschrikt rechtveerden en zich bevend afvroegen waar ze zou neerkomen.

Lady Thompson bleef in de spleet van de deur staan kijken om het einde van de kus af te wachten. Maar tenslotte trok ze de deur maar toe. Er kwam geen einde aan…”

 

 

 

berkhof
Aster Berkhof (Rijkevorsel, 18 juni 1920)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Mirjam Pressler werd geboren op 18 juni 1940 in Darmstadt. Pressler vertaalde al meer dan 300 werken uit het Hebreeuws, het Engels en het Nederlands. Als haar hoofdwerk geldt de kritische werkuitgave van Het dagboek van Anne Frank. Daarnaast schrijft zij veel voor de jeugd, maar ook detectives, romans en verhalen voor volwassenen.

 

Uit: Die Verführung (Een schitterend gebrek van Arthur Japin)

 

“An jenem Abend, an dem alles in ein neues Licht gerückt wurde, sollte ich, wie jeden Donnerstag, eigentlich mit Mister Jamieson dinieren, einem Großhändler in Häuten und Tabak, und danach vielleicht noch ein bißchen mit ihm tanzen gehen. Nur weil der gute Mann einen Gichtanfall bekam

und absagte, beschloß ich, meine Loge zu besuchen.

Verstehen Sie mich nicht falsch, ich lebe nicht im Luxus. Von dem Moment an, als das Unheil zuschlug und ich durch das Leben trieb, war ich gezwungenermaßen sparsam, da ich lange Zeit nicht wußte, was der folgende Tag bringen würde.

Ob ich etwas zu essen haben würde. Ob für mich gesorgt würde. Ob ich angegriffen und weitergejagt würde. Auch als ich mir schließlich in Amsterdam eine gewisse Position erworben hatte, habe ich mir nie mehr Äußerlichkeiten gegönnt, als es von den Kreisen, in denen ich verkehrte, erwartet wurde, einmal abgesehen von den Dingen, die ich zur Ausübung meines Berufs benötigte. Extravaganzen habe ich mir weder erlaubt, noch je Verlangen danach gehabt. Der einzige Luxus, den ich mir seit einigen Jahren gönnte, bestand in einem festen Logenplatz im Französischen Theater am Overtoom,

das ich besuchte, sobald ich mich dafür freimachen konnte.”

 

 

Vertaald door Mirjam Pressler

 

 

 

 

mirjam-pressler
Mirjam Pressler (Darmstadt, 18 juni 1940)

 

 

 

 

De Canadese schrijver, journalist en historicus Jean-Claude Germain werd geboren op 18 juni 1939 in Montral. Van 1972 tot 1982 was hij artistiek directeur van het Théâtre d'Aujourd'hui. Ook doceerde hij aan de National Theatre School of Canada.

 

Uit:  Les faux brillants de Félix-Gabriel Marchand. Paraphrase

 

« TRÉMOUSSET : Puis-je vous rappler, baron, que l’ivrognerie... est un signe de noblesse! / FAQUINO : Pour les lordzzes anglais! /

TRÉMOUSSET : Comme pour les nobbes étaliens! Même que çé ça... qui fait la diffarence entte les nobes pis les gences ordinaires... la façon dont y portent leur bouésson! /

 FAQUINO : Dans une taverne! /

TRÉMOUSSET : Pis au parlement itou! Parsqu’un nobbe han... un nobbe... quant-y a un verre dans lnez, ben ça y montte dans a fasse pis ça resse là! Yé plastré!... Tandisse que lmonde ordinaire eu-z-autres, ben ça leu tombbe dans é jambes pis ça leu rvire lé-z-orteils en anse de cruche! Aha! Ha! Ha! (Il va pour perdre pied et s’accroche à Faquino qui le soutient.) »

 

 

 

germain
Jean-Claude Germain (Montreal, 18 juni 1939)

 

Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

Günter Seuren, George Essex Evans, Martin Greif, Ivan Gontsjarov

De Duitse schrijver Günter Seuren werd geboren op 18 juni 1932 in Wickrath, Niederrhein. Na zijn gymnasiumopleiding werd hij medewerker van de Illustrierten Neue Post in Düsseldorf. Vanaf 19555 was hij zelfstandig schrijver en filmcriticus bij de Deutsche Zeitung. Naast zijn verhalend proza, waarmee hij dicht bij het realisme van de „Kölner Schule“ stond, schreef hij ook draaiboeken en hoorspelen.

 

Uit: Die Krötenküsser

 

“Zur Zeit war ich solo, konnte den Leuten nicht den beruhigenden Anblick von Mann und Frau bieten, die Seite an Seite durchs Leben gehen. Wir hatten uns getrennt, und ich schleppte eine kontrollierte Depression mit mir herum.

Es hatte ganz beiläufig angefangen. Sie hatte bezahlt und saß irgendwo im Parkett. Ich war noch gut im Geschäft, kassierte ein paar Hunderter beim Leseabend und dachte überhaupt nicht an aussterbende Arten. Im Gegenteil, an dem Abend ging ich mit Freunden und Bekannten noch in eine Kneipe, um den Nachgeschmack vom Tingeln durch Buchläden und Volkshochschulen runterzuspülen. Unter den entfernten Bekannten war ein neues Gesicht. Sie hatte einen weißen Bordeaux im Kühlschrank. Alles fing von vorn an.

Es dauerte länger, als ich erwartet hatte. Glücksarbeit, den vollgeladenen Einkaufswagen durch den Supermarkt schieben, an der Kasse stehen, zahlen und dabei spüren, daß man den Wohltäter spielt, um sich das Wochenende zu erkaufen. Besuchsweise lieben und dann zurück an den Schreibtisch.

Sie war geschieden, brauchte einen Seelenmasseur. Aber dann kam diese Nacht, die mich veranlaßte, mich mehr um aussterbende Arten zu kümmern als um ein geregeltes Sexualleben. Das ist kein Witz. Ich brauchte eine Therapie, als alles vorbei war.

Es war dunkel im Zimmer, nur der Fernseher war noch eingeschaltet. Wir hatten getrunken und irgendwann vergessen, auf die Fernbedienung zu drücken.”

 

 

 

 

seuren
Günter Seuren (18 juni 1932 – 10 december 2003)

 

 

 

 

 

De Australische dichter George Essex Evans werd geboren op 18 juni 1863 in Londen. Zijn vader stierf al toen hij pas een paar maanden oud was. Hij emigreerde op 17-jarige leeftijd naar Queensland in Australië waar hij als ambtenaar werkte. Zijn eerste bundel The Repentance of Magdalene Despar verscheen in 1891, in 1898 gevolgd door Loraine and other Verses. In 1901 won hij een prijs van £50 voor zijn "Ode for Commonwealth Day".

 

 

A Nocturne

  

  Like weary sea-birds spent with flight

   And faltering,

The slow hours beat across the night

   On leaden wing.

The wild bird knows where rest shall be

   Soe'er he roam.

Heart of my heart! apart from thee

   I have no home.

 

Afar from thee, yet not alone,

   Heart of my heart!

Like some soft haunting whisper blown

   From Heaven thou art.

I hear the magic music roll

   Its waves divine;

The subtle fragrance of thy soul

   Has passed to mine.

 

Nor dawn nor Heaven my heart can know

   Save that which lies

In lights and shades that come and go

   In thy soft eyes.

Here in the night I dream the day,

   By love upborne,

When thy sweet eyes shall shine and say

   "It is the morn!"

 

 

 

 

 

GeorgeEssexEvans
George Essex Evans (18 juni 1863 – 10 november 1909)

 

 

 

 

 

De Duitse dicher en schrijver Martin Greif (eig. Friedrich Hermann Frey werd geboren op 18 juni 1839 in Speyer. Door bemiddeling van Eduard Mörike verschenen in 1868 bij de uitgever Cotta. In 1869 trok hij naar Wenen waar zijn stukken met veel succes aan het Burgtheater werden opgevoerd. Later was hij verbonden aan het Hof- und Nationaltheater in München.

 

 

Frühling im Trentino

 

Beschneite Ferner

Und Alpenhörner,

Ein lachend Thal,

Auf grünen Wiesen

Violen sprießen

Am Bach zumal.

 

Wo sich vom Felsen

Die Wasser wälzen,

Blüht weiß ein Baum,

Wildheit und Milde

In einem Bilde

Hold wie ein Traum!

 

 

 

 

 

 

Martin_Greif
Martin Greif (18 juni 1839 – 1 april 1911)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Ivan Aleksandrovitsj Gontsjarov werd geboren op 18 juni 1812 in Simbirsk als zoon van een graanhandelaar. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

Uit: Oblomov

 

„His movements, too, even when he was excited, were kept in check by a certain kind of mildness and laziness which was not without its own touch of gracefulness. If his mind was troubled, his eyes were clouded over, lines appeared on his forehead, and he was plunged into doubt, sadness, and fear; but his anxiety seldom took the form of any definite idea and still more seldom was it transformed into a decision. All his anxiety resolved itself into a sigh and dissolved into apathy or drowsiness.

How well Oblomov’s indoor clothes went with the calm features of his countenance and his effeminate body! He wore a dressing-gown of Persian cloth—a real oriental dressing-gown, without the slightest hint of Europe, without tassels, without velvet trimmings, and so capacious that he could wrap it round him twice. The sleeves, in true Asiatic fashion, got wider and wider from the shoulders to the hands. Though this dressing-gown had lost its original freshness and here and there exchanged its natural sheen for one acquired by years of faithful service, it still preserved the brilliance of its oriental colour, and the material was as strong as ever.

The dressing-gown had a vast number of inestimable qualities in Oblomov’s eyes: it was soft and flexible, it was so light that he did not feel its weight, and it obeyed the least movement of his body like a devoted slave.

Oblomov never wore a tie or a waistcoat at home because he liked to feel unhampered and free. He wore long, soft, wide slippers; when he put his feet on the floor as he got out of bed, he invariably stepped into them without looking.“

 

 

 

Gontsjarov
Ivan Gontsjarov (18 juni 1812 - 27 september 1891)
Portret door
Ivan Kramskoy

 

Geschreven door Romenu om 20:05 Reageer op dit bericht

Peter Rosei, Gail Jones, Ward Ruyslinck, Max Dendermonde

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook mijn blog van 17 juni 2006 en mijn blog van 17 juni 2007  en ook mijn blog van 17 juni 2008.

 

Uit: Verzauberung

 

“Zu zweit ist es natürlich ein bißchen eng hier.

Ich schaue zu meiner Freundin hinüber: Sie sitzt lässig vor dem Tisch und schenkt sich gerade ein Bier ein. Ich gehe zum Schrank hinüber und öffne die beiden Flügel der Schranktür.

Der Vorleger mit seiner schiefen Ecke.

Die Freundin beugt sich vor, sitzt jetzt, die Beine überschlagen, auf unserem Sessel, sie bückt sich zu ihren Zehen hinunter und begutachtet sie. Die Zehen sind rot lackiert.

Auf dem Tisch stehen in einer Vase Blumen.

Ich stehe, an die Wand gelehnt, entspannt und großmächtig da.

Vom Schrank her rinnt ein rotes Farbrinnsal gegen die Mitte des Zimmers. Dort muß der Boden ein bißchen tiefer sein als an den Rändern.

Aus dem Kasten dringt schrecklicher Gestank.

Ich kann's gleich zugeben: Wir haben die Leiche des Königs in den Kasten gestopft, und das tote Königsfleisch stinkt jetzt ganz jämmerlich. Es verstinkt uns die ganze Bude.

Meine Freundin tut Milchflaschen ins Netz, sie will einkaufen gehen. Aber ich kann sie nur warnen: Ich deute aus dem Fenster. Draußen -

»Das ist ja lebensgefährlich«, sage ich.

»Da hast du recht«, sagt die Feundin.

Ich versuche, die schwankende Bühnendekoration zu stützen. Mit den Händen. Die Freundin hat die Milchflaschen wieder neben den Ausguß gestellt.

Ich hole meine Schuhe unter dem Bett hervor und versuche, sie zu putzen. Ich spucke auf die Kappen, um sie blank zu kriegen. Ein kleines Tier, ein kleines, kluges Tier, steht, zwischen meiner Freundin und mir, auf den Hinterläufen aufgerichtet auf dem Tisch. Wir sind in irgendeiner Wirtschaft.

Aber da liege ich schon auf dem Fußboden und starre zur Lampe hinauf. Meine Freundin rührt in einer runden Schüssel den Gips an.

Das kleine Tier, Wiesel oder Ratte, steht auf dem Tisch, ich kann es aus den Augenwinkeln gerade noch ausnehmen.

Die Freundin kommt auf allen Vieren auf mich gekrochen, sie schiebt die Schüssel mit dem Gips vor sich her.

Auf der Straße draußen entfernt sich mein Bekannter.”

 

 

 

 

 

Rosei
Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

 

 

 

 

De Australische schrijfster Gail Jones werd geboren op 17 juni 1950 in Harvey. Gail Jones publiceert korte verhalen en romans. Ze doceert literatuur aan de Universiteit van West-Australië. Voor haar literaire werk werd zij al diverse keren bekroond.

 

Uit: Sorry

 

„A whisper: sssshh. The thinnest vehicle of breath.

This is a story that can only be told in a whisper.

There is a hush to difficult forms of knowing, an abashment, a sorrow, an inclination towards silence. My throat is misshapen with all it now carries. My heart is a sour, indolent fruit. I think the muzzle of time has made me thus, has deformed my mouth, my voice, my wanting to say. At first there was just this single image: her dress, the particular blue of hydrangeas, spattered with the purple of my father's blood. She rose up from the floor into this lucid figure, unseemly, but oh! vivacious with gore. I remember I clung to her, that we were alert and knowing. There might have been a snake in the house, for all our watchful attention.

'Don't tell them,' she said. That was all: Don't tell them.

Her eyes held my face, a fleck in watery darkness. Then we both wept; she washed me away. And when for comfort we held hands, overlapping as girls do, in riddled ways, in secret understandings and unspoken allegiances, the sticky stuff of my father's life bound us like sisters. Outside, at the screen door, our kelpie scratched and whimpered, demanding admittance. Mary and I ignored him. The scale and meaning to do things at that moment was obdurately human.“

 

 

 

 

gail-jones
Gail Jones (Harvey, 17 juni 1950)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Ward Ruyslinck (pseudoniem van Raymond Charles Marie De Belser) werd geboren in Berchem op 17 juni 1929. Zie ook mijn blog van 17 juni 2006 en eveneens mijn blog van 17 juni 2007 en ook mijn blog van 17 juni 2008.

 

Uit: Engagement of escapisme? (Interview met Fernand Auwera, 1985)

 

“In ons vorig gesprek vreesde je reeds een verontrustende verschuiving naar het totalitarisme. Dat is nu in zoverre realiteit dat ik me afvraag of we nog wel echt kunnen spreken van ‘democratie’. Behoort dat woord reeds niet tot ‘newspeak’?

 

In ons vorig gesprek heb ik, naar aanleiding van een gelijkaardige vraag, de klacht van Goethe's Faust aangehaald: ‘Ich finde nicht die Spur von einem Geist und alles ist Dressur.’ Die constatering geldt ook vandaag nog, misschien meer dan ooit. Ons democratisch bestel is, net als om het even welk totalitair regime, gedegenereerd tot een vulgaire dressuur waaraan de geestelijke waarden, voor zover ze erkend worden, ondergeschikt zijn. Ook de artistieke expressie wordt van bovenaf gemanipuleerd, geconsacreerd of verworpen, hoe dan ook op een ongenuanceerde wijze geëtiketteerd. Het verschil met totalitaire regimes is dat wij weliswaar mogen zeggen en schrijven wat we willen, maar dat er niet naar ons wordt geluisterd. Ik zou dat liever geen ‘newspeak’ noemen - het klimaat van Orwells samenleving is goddank (nog) niet te vergelijken met het klimaat van de onze - maar veeleer ‘deafspeak’, praatjes voor dovemansoren.“

 

 

 

 

 

ruyslinck
Ward Ruyslinck (Berchem, 17 juni 1929)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Max Dendermonde (pseudoniem van Hendrik Hazelhoff) werd geboren op 17 juni 1919 in Winschoten. Zie ook mijn blog van 17 juni 2006 en mijn blog van 17 juni 2007 en ook mijn blog van 17 juni 2008.

 

 

 

Liefde

 

De dingen hebben soms eenzelfde naam:

Een lichte kus, elkaar verwilderd bijten,

Zacht mokken, blindelings met huisraad smijten,

Vreemd, het valt alles onder liefde saam.

 

Wie liefheeft en daar langzaam aan gewent,

Ontdekt verbijsterd achter maan en rozen

Het kleine tijdperk van twee tomelozen,

Waar men om de beurten tart en temt.

 

Eerst zacht van zin, later snel uitgestoeid,

Elkander prikkelen, dan ronduit haten,

En ouder wordend: zacht weer, en vermoeid.

 

Zò gaat het ons, misschien in milder mate…

Twee slingerplanten in één wilde groei,

Die ondanks alles elkaar niet verlaten.

 

 

 

 

 

Het beeldje

 

Het beeldje, zwevend op een teen,

hield strak een pijl tussen de boog,

en zocht fe richting scheef omhoog.

Het gips, dat enkel glimlach scheen,

was weggebrokkeld rond zijn oog.

 

En ’s ochtends traag langs het gazon,

kwam steeds de freule door de laan.

Een pekinees sprong voor haar aan,

kort hijgend tot hij bloemen vond,

want daar bleef ook de dame staan.

 

Zij bond dan bloemen tot een krans

en wond die teer om Amors haar;

blij brak het rag van boog tot snaar.

Het beeldje, levend in zijn dans,

richtte zijn pijl en wondde haar.

 

Maar sinds het late zomer was,

kwam slechts de hond langs het gazon.

En Amor, die geen doel meer vond,

wierp pijl en boog weg in het gras

en viel in brokjes op de grond...

 

 

 

 

 

 

dendermonde
Max Dendermonde (17 juni 1919 – 24 maart 2004)

 

Geschreven door Romenu om 20:00 Reageer op dit bericht

Hanna Johansen, John Hersey, Henry Lawson

De Zwitserse schrijfster Hanna Johansen (eig. Hanna Margarete Meyer) werd geboren op 17 juni 1939 in Bremen. Zij studeerde oude talen, germanistiek en pedagogie aan de universiteiten van Marburg en Göttingen. In 1972 trok zij met haar toenmalige echtgenoot, de schrijver Adolf Muschg, nach Kilchberg bij Zürich, waar zij nu nog woont. Johansen begon als vertaalster van Amerikaanse avantgarde auteurs. In 1978 debuteerde zij met de roman Die stehende Uhr.

 

Uit: Die Schöne am untern Bildrand

 

"Das Photo war auf dem Flur an unserer Pinnwand festgemacht, wo es sich neben Belanglosigkeiten und anerkannten Marksteinen unserer Familiengeschichte fand, und zwar so, dass seine untere Hälfte verdeckt war, solange man nicht die obere Ecke unseres alljährlichen Gartenkalenders beiseiteschob. Es hatte nur noch wenige Farben, und nicht die schönsten. Ich sitze in der Mitte zwischen zwei strahlenden Vettern an einem Tisch und strecke dem Photographen strahlend das Glas entgegen. Mein Mann war es, der die Aufnahme gemacht hat, und er war es auch, der sie dann aufgehängt hat. Weil ich ihm darauf so gut gefalle, sagte er. Ich sehe allerdings nicht nur strahlend aus auf diesem Bild, sondern auch etwas aus dem Leim gegangen, und nicht nur, weil wir dabei waren, Onkel Hermanns Geburtstag zu feiern. Mir gefiel das Photo nicht, aber ich respektierte seine Entscheidung."

 

 

 

 

johansen
Hanna Johansen (Bremen, 17 juni 1939)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist John Hersey werd geboren op 17 juni 1914 in Tientsin in China. John Hersey was correspondent in het Verre Oosten voor Time Magazine. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef hij voor Life en The New Yorker. Hij deed verslag van de invasie van Sicilië en het vasteland van Italië door het Amerikaanse leger. In 1944 deed hij verslag van de oorlog in de Stille Oceaan. Hersey was een van de eerste westerse journalisten die het verwoeste Hiroshima bezochten. Zijn bekendste boek is Hiroshima dat de uitwerkingen van het bombardement van 1945 beschrijft. Voor zijn roman A Bell for Adano kreeg hij in 1945 de Pullitzer prijs.

 

Uit: Hiroshima

 

„Dr. Sasaki and his colleagues at the Red Cross Hospital watched the unprecedented disease unfold and at last evolved a theory about its nature. It had, they decided, three stages. The first stage had been all over before the doctors even knew they were dealing with a new sickness; it was the direct reaction to the bombardment of the body, at the moment when the bomb went off, by neutrons, beta particles, and gamma rays. The apparently uninjured people who had died so mysteriously in the first few hours or days had succumbed in this first stage. It killed ninety-five per cent of the people within a half-mile of the center, and many thousands who were farther away. The doctors realized in retrospect that even though most of these dead had also suffered from burns and blast effects, they had absorbed enough radiation to kill them. The rays simply destroyed body cells– caused their nuclei to degenerate and broke their walls. Many people who did not die right away came down with nausea, headache, diarrhea, malaise, and fever, which lasted several days. Doctors could not be certain whether some of these symptoms were the result of radiation or nervous shock. The second stage set in ten or fifteen days after the bombing. Its first symptom was falling hair. Diarrhea and fever, which in some cases went as high as 106, came next. Twenty-five to thirty days after the explosion, blood disorders appeared: gums bled, the white-blood-cell count dropped sharply, and petechiae [eruptions] appeared on the skin and mucous membranes. The drop in the number of white blood corpuscles reduced the patient's capacity to resist infection, so open wounds were unusually slow in healing and many of the sick developed sore throats and mouths.“

 

 

 

 

hersey_single
John Hersey (17 juni 1914 – 24 maart 1993)

 

 

 

 

De Australische dichter en schrijver Henry Lawson werd geboren op 17 juni 1867 in Grenfell, New South Wales. Zie ook mijn blog van 17 juni 2007 en ook mijn blog van 17 juni 2008.

 

 

A Prouder Man Than You

           

If you fancy that your people came of better stock than mine,

If you hint of higher breeding by a word or by a sign,

If you're proud because of fortune or the clever things you do --

Then I'll play no second fiddle: I'm a prouder man than you!

 

If you think that your profession has the more gentility,

And that you are condescending to be seen along with me;

If you notice that I'm shabby while your clothes are spruce and new --

You have only got to hint it: I'm a prouder man than you!

 

If you have a swell companion when you see me on the street,

And you think that I'm too common for your toney friend to meet,

So that I, in passing closely, fail to come within your view --

Then be blind to me for ever: I'm a prouder man than you!

 

If your character be blameless, if your outward past be clean,

While 'tis known my antecedents are not what they should have been,

Do not risk contamination, save your name whate'er you do --

`Birds o' feather fly together': I'm a prouder bird than you!

 

Keep your patronage for others! Gold and station cannot hide

Friendship that can laugh at fortune, friendship that can conquer pride!

Offer this as to an equal -- let me see that you are true,

And my wall of pride is shattered: I am not so proud as you!

 

 

 

 

 

henry_lawson
Henry Lawson (17 juni 1867 – 2 september 1922)

Standbeeld in Gulgong

 

Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Ferdinand Freiligrath, Felix Hartlaub, Ossip Schubin, Henrik Wergeland

De Duitse dichter en schrijver Ferdinand Freiligrath werd geboren op 17 juni 1810 in Detmold. Zie ook mijn blog van 17 juni 2007 en ook mijn blog van 17 juni 2008.

 

 

 

Ruhe in der Geliebten

 

So laß mich sitzen ohne Ende,

So laß mich sitzen für und für!

Leg deine beiden frommen Hände

Auf die erhitzte Stirne mir!

Auf meinen Knien, zu deinen Füßen,

Da laß mich ruhn in trunkner Lust;

Laß mich das Auge selig schließen

In deinem Arm, an deiner Brust!

 

Laß es mich öffnen nur dem Schimmer,

Der deines wunderbar erhellt;

In dem ich raste nun für immer,

O du mein Leben, meine Welt!

Laß es mich öffnen nur der Träne,

Die brennend heiß sich ihm entringt;

Die hell und lustig, eh' ich's wähne,

Durch die geschloßne Wimper springt!

 

So bin ich fromm, so bin ich stille,

So bin ich sanft, so bin ich gut!

Ich habe dich - das ist die Fülle!

Ich habe dich - mein Wünschen ruht!

Dein Arm ist meiner Unrast Wiege,

Vom Mohn der Liebe süß umglüht;

Und jeder deiner Atemzüge

Haucht mir ins Herz ein Schlummerlied!

 

Und jeder ist für mich ein Leben! -

Ha, so zu rasten Tag für Tag!

Zu lauschen so mit sel'gem Beben

Auf unsrer Herzen Wechselschlag!

In unsrer Liebe Nacht versunken,

Sind wir entflohn aus Welt und Zeit:

Wir ruhn und träumen, wir sind trunken

In seliger Verschollenheit!

 

 

 

 

 

Freiligrath
Ferdinand Freiligrath (17 juni 1810 – 18 maart 1876)

Portret door Johann Peter Hasenclever, 1851

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Felix Hartlaub werd geboren op 17 juni 1913 in Bremen. Hij groeide in een kunstzinnige familie op en bezocht de Odenwaldschule in Heppenheim. Vanaf 1932 studeerde hij romanistiek, geschiedenis en kunstgeschiedenis in Heidelberg en (vanaf 1934) in Berlijn. Aan het begin van WO II ging hij in dienst. Door zijn contacten met historici kon hij in 1940 bij de historische archiefcommissie gaan werken. In 1941 was hij voor korte tijd weer even soldaat. Van mei 1942 tot maart 1945 behoorde hij tot de staf die verantwoordelijk was voor het oorlogsdagboek van de Wehrmacht. Gedurende deze tijd had hij toegang tot de buitenste zones van de Führerhauptquartieren in Winniza. Vanaf mei 1945 gold hij als vermist. Felix Hartlaub heeft tijdens zijn leven weinig gepubliceerd en is later bekend geworden wegens zijn aantekeningen uit de oorlogsjaren. In 1955 werden deze door zijn zuster Geno Hartlaub onvolledig en omgewerkt uitgegeven. Pas in 2002 volgde een volledige uitgave.

 

Uit: Brief an Klaus Gysi und Irene Lessing

 

„Wilhelmshaven, 14. September 1939

(...)

Schlimm ist der Sender Bremen, der uns nach unserer Belieferung mit Volksempfänger Tag und Nacht in den Ohren liegt; zum Glück meist auf englisch und holländisch, was hier leider nicht gesprochen wird. Im Augenblick macht sich der Krematoriumsdirektor, unser Chef, Bratkartoffeln, die herrlich schmecken, Willi (von Silberstein) liest mit gerunzelter Stirn das Buch „Eine Armee meutert“ von Ellinghofer (über die französischen Meutereien im Weltkrieg nach der Nivelle-Offensive) und ich häufele um mich die Fundamente eines neuen Zettelkastens, Ausdruck der wachsenden Torschlusspanik, in der ich mich in Bezug auf meine eigene Produktion befinde.

Das Bier, das wir vor uns haben, rührt von einer der vielen

verlorenen Wetten über den Termin des Kriegsendes her. Heute nacht kommen die Urlauber zurück, darunter zwei grosse Maulerotiker, so dass es mit der Ruhe hier weitgehend zu Ende sein wird. - Völlig unwahrscheinlich, wie harmlos, fast idyllisch wir es hier wieder mal getroffen haben. Merkwürdig auf Eis gelegt, unwirklich suspendiert kommt man sich vor, aufgespart wofür? Während der Nachtwachen ergehe ich mich in krampfhaftem Plänemachen für eine ev. Wiederaufnahme der zivilen Existenz, ohne dabei Festland zu gewinnen. Die Jahreszahl des Geburtstags, den ich neulich wieder durchmachen musste, hat bereits einen gewissen krassen Klang von allerhöchster Eisenbahn. - Von der Weltgeschichte strebe ich mit allen Fasern weg, habe das immer penetrantere Gefühl, dass dabei das Meiste nicht stimmt. Die Völker und Menschen sind nicht dabei und darin, obwohl sie die Heere stellen.“

 

 

 

HartlaubBio
Felix Hartlaub (17 juni 1913 – begin mei (?) 1945)

Boekomslag van een biografie (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Tsjechisch-Oostenrijkse schrijfster Ossip Schubin (eig. Aloisia Kirschner) werd geboren op 17 juni 1854 in Praag. Zij beschreef voornamelijk het maatschappelijke leven van haar tijd, vooral in de salons. In haar jeugd reisde zij met haar moeder naar München, Parijs, Brussel en Rome, waarbij zij met allerlei kunstenaars en geleerden in contact kwam. Zo leerde zij Toergenjev en George Sand kennen. Haar eerste novelle verscheen in het Praagse blad Bohemia.

 

Uit: Ein Frühlingstraum

 

“An einem Aprilabend war's – einem Aprilabend in Paris. Eine finstere, bleigraue Wolke hatte soeben einen Platzregen über die Stadt ausgeschüttet und war dann plötzlich vor der Sonne davongelaufen. Lustig neckende Frühlingswinde hatten den Himmel reingefegt – das nasse Macadam, worin er sich spiegelte, glänzte wie Lapis lazuli, und die leichten Blechstühle vor den Cafés flimmerten wie aus Silber geformt. Die kleinen, hellgrünen, in sich zusammengerollten Blätter an den Boulevardplatanen schüttelten so mutwillig die Regentropfen von sich ab, als ahnten sie nicht, wie bald sie von der Sonne versengt, vom Staube erstickt sein würden. Über den stolzen Blütenkerzen der Roßkastanien in den Alleen der Champs Elysées schimmerte es wie ein leises Erröten, und die Fliederrispen leuchteten weiß und rein wie Engelsflügel aus der grünen Wirrnis der Gärten heraus.

Goldener Abenddunst umglänzte die ganze Stadt, und durch ihr rastlos nüchternes Treiben schlich sich's wie ein Zug üppiger Müdigkeit. Die Vorübergehenden schleppten den Schritt, spähten vor sich hin, schienen etwas zu suchen, eine verlorene Illusion – einen Traum. Selbst die vornehmsten Müßiggänger vergaßen für einen Moment ihre alles bespöttelnde Gleichgültigkeit und erinnerten sich inmitten des verjüngenden Frühlingshauchs an irgend etwas, das ihnen einst heilig gewesen war.

Etwas Moussierendes, Gärendes lag in der Luft, stieg einem zu Kopfe wie junger Wein.

Ich schlenderte über das Boulevard und tändelte mit dem Entschluß, in die Oper zu gehen. Auf den großen Anschlagszetteln stand »Faust«. Ich hatte soeben den Kopf vorgestreckt, um mich darüber zu vergewissern, wer denn eigentlich heute die Margarete singe, als ich plötzlich knapp neben der neuen Oper, von deren Gesimse zwei Engel ihre goldenen Flügel in den dunkelblauen Himmel emporstrecken, – einen kleinen Savoyarden bemerkte.“

 

 

 

 

Schubin_ossip
Ossip Schubin (17 juni 1854 – 10 februari 1934)

 

 

 

 

 

De Noorse dichter en schrijver Henrik Wergeland werd op 17 juni 1808 in Kristiansand (aan de zuidkust van Noorwegen) geboren. Toen hij negen jaar oud was is de familie Wergeland naar Eidsvoll (ten noorden van Oslo) verhuisd, waar zijn vader Nicolai Wergeland als dominee begon te werken. In de periode 1825-29 heeft hij aan de universiteit theologie gestudeerd. Hij was ook buitengewoon geïnteresseerd in politiek, cultuur, geschiedenis en plantkunde. Tijdens zijn studie heeft hij ook een groot aantal toneelstukken en gedichten geschreven. Nadat Wergeland geslaagd was voor zijn doctoraal examen theologie, heeft hij meerdere reizen naar het buitenland gemaakt waar hij ook kennis maakte met het revolutionaire Europa. Naast revolutionaire ideeën heeft de periode 1830-34 voor Wergeland vooral in het teken van de volksontwikkeling gestaan.

Een functie als predikant heeft hij nooit gekregen. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is waarschijnlijk dat hij in 1833 de eerste 17de mei- (de Dag van de Grondwet en de nationale feestdag van Noorwegen) redevoering heeft gehouden. Nog steeds is Wergeland voor vele Noren nauw verbonden met de nationale feestdag en de manier waarop deze dag gevierd.

 

 

JULEAFTENEN – HEILIGERABEND (Fragment)

 

Wer er innert nicht,

Einen Sturm, er glaubt, nichts Schlimmeres kann der Himmel schicken?

Ein Sturm wie alle Seelen,

von Kain bis jenem,

der Gott zuletzt verriet,

von der Welt verbannt und der Höll’ entflohen,

und trachtete den Himmel zu betrügen?

Ein Sturm von hasserfüllter Stimme,

die nie vergessen werden wird?

Dass ein jeder glaubt:

Er kam allein für mich, der Donner des Orkans , er klagt mich an und mich allein,

von meinen Sünden die Geister eben erst erfuhren...

Ein Sturm so stark,

zu lehren, Priester ebenso wie Fromme,

Elementdämonen zu verehren, deren Stöhnen,

von Kindesbeinen an,

in des Alten grauen Ohren klingt,

Ein Beben in den Wolken, der jüngste Tag der Lüfte?

Ein Sturm,

der des starken Mannes Herz

in der Brust erbeben lässt.

Einen Sturm des Himmels aus dem er Geister,

von Böen vorbeigetragen,

seinen Namen rufen hört,

und alle Wipfel schreien wie Raben?

Doch die Raben verbergen

sich in Spalten, der Wolf verbergend seinen Hunger

und der Fuchs wagt sich nicht hinaus .

Alles Licht gelöscht,

der Hund verbleibt im Hause.

In solchem Sturm vernimmt man Beten, Gott!

 

 

 

 

 

wergeland
Henrik Wergeland (17 juni 1808 – 12 juli 1845)
Portret door Carl Peter Lehmann

 

 

Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten