Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 augustus 2009 tot 4 augustus 2009

Rutger Kopland, Witold Gombrowicz, Tim Winton, Allison Hedge Coke

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2007 en ook mijn blog van 4 augustus 2008.

 

 

 

De God in mijn hersenen

 

Toen ik al bijna ontwaakt was herinnerde ik mij
dat ik die nacht in het verleden had geleefd
en zonder de geringste verbazing weer
geloofd had dat God bestond

ik wilde hem eindelijk wel eens spreken
het is een bijzonder aardige man zei iemand
je kunt hem gerust eens bellen

ik belde en er klonk een stem, een heel lieve stem
zodat ik mij een lieve gevleugelde vrouw voorstelde
zoals je wel ziet op felicitatiekaarten

wilt u god, werd er gezegd, toets dan één
wilt u god niet, toets dan niet
ik toetste één

en dezelfde gevleugelde vrouw zei: er is nog
één wachtende voor u en die ene bent u

ik herinnerde mij dat ik hier eindeloos over
moest nadenken tot ik ontwaakte en God weer
was verdwenen, ergens in mijn hersenen

 

 

 

 

 

 

Toen de nacht

 

toen het licht van de nacht
duisternis was

het licht van de nacht
ons onzichtbaar maakte
en wij alleen nog stemmen waren
op een bank in de tuin

toen de nacht ons omgaf
en meenam in de duistere vragen
wanneer en waar en wie

toen de nacht een geheim was
dat met de nacht verdween

 

 

 

 

 

 

Plaatsen, passages

 

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Zomer, nu alles in me terugkeert
zie ik het paard weer, liggend
met gestrekte benen, als was zij
dood, met wieltjes, en de grijze, veel
te dikke buik, waaruit een kraai pikt,
dons en haren voor haar nest.

 

 

 

 

 

 

Rutger_Kopland
Rutger Kopland (Goor, 4 augustus 1934)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Witold Gombrowicz werd geboren in Małoszyce op 4 augustus 1904. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2007 en ook mijn blog van 4 augustus 2008.

 

 

Uit: A Guide to Philosophy in Six Hours and Fifteen Minutes (Vertaald door Benjamin Ivry)

 

„Kant 1724-1804

Beginning of modern thought.

One could also say that this is Descartes (beginning of the 17th century).

Descartes: a single important idea: absolute doubt.

Here rationalism begins: subject everything to absolute doubt, until the moment when reason forces us to accept an idea.

(Basis for the phenomenology of Husserl) -subject: thinking self -object: opera glasses-table -the idea of an object which forms in my consciousness.

Descartes reduces these three aspects of knowledge.

I am certain that this is in my consciousness but does not correspond to reality. For example, the centaur.

Systematic doubt. Puts the world in doubt, in parentheses:

1. the object.

2. everything involving the object.

The only certainty is that they exist in my consciousness.

In parentheses:

the idea of God; the sciences which relate toreality (supposedly objective): sociology, psychology, except for the abstract sciences; mathematics and logic, because they do not concern the outside world, but are laws for my own consciousness.

What is Descartes' great error, "deviation" (to use Husserl's term)? Descartes feared the terrifying consequences of his ideas. He tries to show the objective reality of God-and therefore of the world (as God's creation).

Descartes' fear is similar to that of Sartre. Because of it, all his later philosophy was distorted. For Descartes, the important thing is Discourse on the Method. TO ELIMINATE THE OBJECT: Descartes' great idea.

Philosophy begins to deal with consciousness as something fundamental. Imagine an absolute night, with a single object. If this object does not encounter a consciousness capable of sensing its existence, then it does not exist.“

 

 

 

 

Gombrowicz2
Witold Gombrowicz (4 augustus 1904 - 24 juli 1969)

 

 

 

 

 

 

De Australische schrijver Timothy John Winton werd geboren op 4 augustus 1960 in Perth. Hij volgde een cursus creatief schrijven aan de Curtin University. Toen hij 21 jaar was won hij zijn eerste literaire prijs en werkte hij vanaf dat moment als zelfstandig schrijver. Hij schreef al talrijke romans, jeugdboeken en nonfictie-boeken. Hij won driemaal de Miles Franklin Award, als ook de Commonwealth Writers Prize. Bovendien stond hij tweemaal op de shortlist van de Booker Prize.

 

Uit: Dirt Music

 

„One night in November, another that had somehow become morning while she sat there, Georgie Jutland looked up to see her pale and furious face reflected in the window. Only a moment before she'd been perusing the blueprints for a thirty-two-foot Pain Clark from 1913 which a sailing enthusiast from Manila had posted on his website, but she was bumped by the server and was overtaken by such a silly rush of anger that she had to wonder what was happening to her. Neither the boat nor the bloke in Manila meant a damn thing to her; they were of as little consequence as every other site she'd visited in the last six hours. In fact, she had to struggle to remember how she'd spent the time. She had traipsed through the Uffizi without any more attention than a footsore tourist. She'd stared at a live camera image of a mall in the city of Perth, been to the Frank Zappa fan club of Brazil, seen Francis Drake's chamberpot in the Tower of London and stumbled upon a chat group for world citizens who yearned to be amputees.

Logging on -- what a laugh. They should have called it stepping off. When Georgie sat down before the terminal she was gone in her seat, like a pensioner at the pokies, gone for all money. Into that welter of useless information night after night to confront people and notions she could do without. She didn't know why she bothered except that it ate time. Still, you had to admit that it was nice to be without a body for a while; there was an addictive thrill in being of no age, no gender, with no past. It was an infinite sequence of opening portals, of menus and corridors that let you into brief, painless encounters, where what passed for life was a listless kind of browsing. World without consequence, amen. And in it she felt light as an angel. Besides, it kept her off the sauce.

She swivelled in her seat, snatched up the mug and recoiled as her lips met the cold sarcoma that had formed on the coffee's surface. Beyond her reflection in the window the moony sea seemed to shiver.“

 

 

 

 

Tim-Winton
Tim Winton (Perth, 4 augustus 1960)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaans-Canadese dichteres Allison Hedge Coke werd geboren op 4 augustus 1958 in Texas. Zij heeft een mix van indiaans bloed in zich, maar haar voorouders kwamen verder ook zowat uit alle windstreken. Zij groeide op in North Carolina, in Canada en op de Great Plaines. Zij doceert poëzie en creatief schrijven aan de University of Nebraska in Kearney.

 

 

 

Baggage

For Pumpkin

 

We watched grocery rows

through an iron grate,

Strangers’ hatted heads

below our feet and floor.

 

In the small-town apartment

straddling the general store

we spent days and nights

pretending to be spies.

 

My sister and I

still young enough

to carry.

 

We were

carried in with

a banded wheat-colored suitcase,

its sides blackened

from radiator burns,

 

Our crumpled cotton shifts

And wax crayons

Tucked inside.

 

Attached to the handles were

fluttering tags,

the names

of those who dropped

us here

and left.

 

Each time the customers

strode aisles below

they might have been walking

softly lit halls between

psychiatrists and guards-my

 

daddy visitor, mama patient,

In Dix Asylum.

 

 

 

 

 

 

HedgeCoke
Allison Hedge Coke (Texas, 4 augustus 1958)

 

 

Geschreven door Romenu om 20:31 Reageer op dit bericht

Erich Weinert, Knut Hamsun, Percy Bysshe Shelley, Michaël Slory

De (Oost)Duitse dichter en schrijver Erich Weinert werd geboren in Magdeburg op 4 augustus 1890. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2007 en ook mijn blog van 4 augustus 2008.

 

 

Bei Dichters

 

Neulich war ich bei Dichters eingeladen.

Da roch es nach Lorbeern und Gesprächen mit Gott.

Es gab lyrische Hammelkarbonaden

Und hinterher Aphorismenkompott.

 

Herr Dichter sprach über die letzte Schaffensepoche

Und kaute gedankenvoll Petersilie.

Es kam mir vor wie ein Bild aus der „Woche“:

Der Dichter im Kreise seiner Familie.

 

Frau Dichter machte in Seelenergüssen

Und sprach, als Herr Dichter mal austreten ging,

Von der Tragik derer, die dichten müssen.

Wobei sie noch mal mit Kompott anfing.

 

Nach Tisch kamen noch zwei weitere Genies,

Beide mit katafalkischen Mienen,

An denen sich unschwer erkennen ließ:

Es lebte die gleiche Tragik in ihnen.

 

Herr Dichter schob uns in seine Zelle;

Da war er eben von einem Drama genesen.

Wir lagerten uns pittoresk an der Quelle.

Herrn Dichter drang es, was vorzulesen.

 

Und er las, bis seine Bronchien pfiffen,

Die lautesten Stellen aus jedem Akt.

Wir saßen finster und angegriffen,

Von seiner starken Dynamik zerhackt.

 

Dann klappte er zu, mit verhängten Pupillen.

Frau Dichter schmolz über seine Knie.

Im Dunkeln funkelten hörnerne Brillen,

Die räusperten was von Kosmosophie.

 

Hierauf traten die andern Herrn aus dem Schatten.

Manuskripte wurden heftig gezückt,

Die sie alle zufällig bei sich hatten;

Und jeder las nun den eignen Konflikt.

 

Herr Dichter sah ganz von oben runter,

Das geschlossene Auge nach innen getunkt.

Doch die andern wurden gewaltig munter

Und deklamierten geballt, ohne Reim und Punkt.

 

Das eine Genie kriegte tragische Inspiration,

Die eine Hand im Klavier, die andre am Schlipse,

Und melodramte lyrisch kakophon.

Es war eine schauerliche Apokalypse.

 

Dann redeten sie mit verstauchten Manschetten:

Sie wären innerlich völlig Kristall,

Und wie sie mit Gott zu ringen hätten

Und glühend dahinzuschweifen durchs All. -

 

Ich bin leise weinend davongelaufen,

Mir hing schon die ganze Seele raus.

Denn so viel Tragik auf einen Haufen,

Das hält die beste Gesundheit nicht aus.

 

 

 

 

Weinert
Erich Weinert (4 augustus 1890 – 20 april 1953)

 

 

 

 

 

De Noorse schrijver Knut Hamsun (eig. Knut Pedersen) werd geboren in Lom, Fylke Oppland op 4 augustus 1859. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2007  en ook mijn blog van 4 augustus 2008.

 

Uit: Pan (Vertaald door Ingeborg en Aldo Keel)

 

„ In den letzten Tagen dachte und dachte ich an des Nordlandsommers ewigen Tag. Ich sitze hier und denke daran und an eine Hütte, in der ich wohnte, und an den Wald hinter der Hütte, und ich beginne, einiges niederzuschreiben, um mir die Zeit zu vertreiben, zu meinem Vergnügen.

Die Zeit zieht sich hin, sie will mir nicht so schnell vergehen, wie ich möchte, obwohl ich keinen Kummer habe, und obwohl ich das fröhlichste Leben führe. Eigentlich bin ich mit allem zufrieden, und meine dreißig Jahre sind kein Alter. Vor einigen Tagen erhielt ich von weit her ein Paar Vogelfedern zugeschickt, von einem Menschen, der sie mir nicht schuldete,aber es waren zwei grüne Federn in einem gekrönten Briefbogen, der mit einer Oblate versiegelt war. Es amüsierte mich nicht wenig, die

beiden teuflisch grünen Vogelfedern zu betrachten.

Und sonst plagt mich nichts als hin und wieder etwas Gicht in meinem linken Fuß nach einer alten Schusswunde, die seit langem verheilt ist.

Ich erinnere mich, dass die Zeit vor zwei Jahren sehr schnell verging, ohne Frage viel schneller als jetzt, ein Sommer war vorbei, ehe ich mich’s versah. Es war vor zwei Jahren, 1855, ich will davon schreiben, zu meinem Vergnügen, mir widerfuhr etwas, oder ich träumte es.

Jetzt habe ich vieles von dem vergessen, was damals geschah, denn seither habe ich fast nie mehr daran gedacht; aber ich erinnere mich, dass die Nächte sehr hell waren. Vieles kam mir auch so unwirklich vor, das Jahr hatte zwölf Monate, doch die Nacht wurde zum Tag, und nie war am Himmel ein Stern zu sehen. Und die Menschen, denen ich begegnete, waren besonders und von anderer Natur als die Leute, die ich von früher kannte; manchmal genügte eine Nacht, damit sie in ihrer ganzen Herrlichkeit aufblühten, vom Kindhaften zur vollen Reife. Darin lag keine Zauberei, aber ich hatte das nie zuvor erlebt. O nein.

In einem großen weißgestrichenen Haus unten am Meer traf ich einen Menschen, der für kurze Zeit meine Gedanken fesselte.“

 

 

 

 

knut_hamsun
Knut Hamsun (4 augustus 1859 – 19 februari 1952)

 

 

 

 

De Engelse dichter Percy Bysshe Shelley werd op 4 augustus 1792 geboren in Field Place, Sussex. Zie ook mijn blog van 21 april 2006 en mijn blog van 4 augustus 2006 en ook mijn blog van 4 augustus 2007 en ook mijn blog van 4 augustus 2008.

 

 

 

Remorse

 

Away! the moor is dark beneath the moon,

Rapid clouds have drunk the last pale beam of even:

Away! the gathering winds will call the darkness soon,

And profoundest midnight shroud the serene lights of heaven.

Pause not! the time is past! Every voice cries 'Away!'

Tempt not with one last tear thy friend's ungentle mood:

Thy lover's eye, so glazed and cold, dares not entreat thy stay:

Duty and dereliction guide thee back to solitude.

 

Away, away! to thy sad and silent home;

Pour bitter tears on its desolated hearth;

Watch the dim shades as like ghosts they go and come,

And complicate strange webs of melancholy mirth.

The leaves of wasted autumn woods shall float around thine head,

The blooms of dewy Spring shall gleam beneath thy feet:

But thy soul or this world must fade in the frost that binds the dead,

Ere midnight's frown and morning's smile, ere thou and peace, may meet.

 

The cloud shadows of midnight possess their own repose,

For the weary winds are silent, or the moon is in the deep;

Some respite to its turbulence unresting ocean knows;

Whatever moves or toils or grieves hath its appointed sleep.

Thou in the grave shall rest:--yet, till the phantoms flee,

Which that house and heath and garden made dear to thee erewhile,

Thy remembrance and repentance and deep musings are not free

From the music of two voices, and the light of one sweet smile.

 

 

 

 

Shelley
Percy Bysshe Shelley (4 augustus 1792 – 8 juli 1822)

Portret door Joseph Severn

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter Michaël Arnoldus Slory werd geboren in Totness, district Coronie in Suriname, op 4 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2007.

 

 

Morgenwagen

(Li Tsi-Tsjeng)

 

Mijn hart

gaat nu opnieuw beginnen.

Het vliegtuig,

die ijzeren korjaal van mijn boodschap

wordt rood:

een morgenwagen

vol bamboestengels op mijn drempel...

 

 

 

 

 

Orfeu negro

 

Ik zal zingen

om de zon

te laten opkomen,

wanneer de sterren weggewassen zijn

uit de lucht.

Ik zal zingen

in wolken van oranje,

bespikkelde lendendoeken van roodblauw,

zwart, dat zich niet langer kan staande houden

wanneer mijn zon aankomt;

een gele boodschap

voor allen die nog in hun kampen liggen,

voor allen die blind zijn van slaap...

Ik zal zingen

om de zon

te laten opkomen,

vanuit het water

dat zo eindeloos breed is,

totdat jullie naar buiten komen

om te luisteren

naar het bericht dat vanuit mijn hart

naar buiten breekt:

enkele druppels van morgenzon.

 

 

 

 

 

Slory
Michaël Slory (Totness, 4 augustus 1935)

 

Geschreven door Romenu om 20:30 Reageer op dit bericht

Otto Steiger, René Schickele, Munkepunke, Maurice de Guérin

De Zwitserse schrijver Otto Steiger werd geboren op 4 augustus 1909 in Uetendorf bij Thun. Hij groeide op in Bern en studeerde in Parijs romanistiek. In 1936 werd hij redacteur en nieuwslezer bij de Zwitserse radio. Na WO II opende hij een eigen handelsschool die hij in 1954 verkocht. Hij debuteerde als schrijver in 1942 met Sie tun als ob sie lebten. Zijn derde roman Porträt eines angesehenen Mannes uit 1952 werd zonder toestemming in het Russisch vertaald en 300.000 keer verkocht. Steiger kreeg de kritiek te verduren dat hij propaganda maakte voor het communisme. Steiger richtte zich mede als gevolg daarvan op het schrijven van toneel en van jeugdboeken. Daarmee kreeg hij weer succes bij een groter publiek. Boeken als Spurlos vorhanden (1980), Die Unreifeprüfung (1984), Der Doppelgänger (1985), Schott (1992), Schachmatt (1996) en Das Wunder von Schondorf (2001) worden nog steeds uitgegeven.

 

Uit: Die Tote im Wasser

 

"Borel war schlecht gelaunt, sogar niedergeschlagen; er hatteFarner weggeschickt, weil er allein sein wollte, und vor allem, weil er jetzt Ratschläge, Mutmassungen und die Dienstfertigkeit seines Untergebenen nicht ertrug. Es regnete immer noch, weniger stark zwar, aber beharrlich, und der Himmel sah aus, als würde es bis ans Ende der Tage nicht aufhören. Das war es nicht, was ihn verdross. Nicht einmal die brutale Niedertracht des Verbrechens, das aufzuklären seine Pflicht war, sondern eine Mutlosigkeit, für die er keinen Grund wusste, die er nicht mehr loswurde, seit er den ersten flüchtigen Blick auf die Leiche geworfen hatte. Als sei der Fall zu schwer für ihn, als reichten seine Fähigkeiten nicht aus, ihn aufzuklären. Er war es sonst gewohnt, dass zu Beginn eines Falles das Gehirn fast ohne seinen Willen zu kombinieren begann, Lösungen ausheckte, Schuldige erfand. Von all dem spürte er diesmal nichts, und während er im Regen bergauf ging, wiederholte er in Gedanken stur den einen Satz: Stöckelschuhe und die Geldtasche, wie reimt sich das zusammen?"

 

 

 

 

 

steiger
Otto Steiger (4 augustus 1909 – 10 mei 2005)

 

 

 

 

 

De Duits-Fanse dichter, schrijver, essayist en vertaler René Schickele werd geboren op 4 augustus 1883 in Oberehnheim in de Elzas. Na zijn studie literatuurgeschiedenis, natuurkunde en filosofie in Straatsburg, München, Parijs en Berlijn publiceerde hij samen met zijn vrienden Otto Flake en Ernst  Stadler verschillende tijdschriften en gaf hij enkele dichtbundels uit. Zijn tijdschrift Die weißen Blätter was belangrijk voor het expressionisme. Al in 1932 vreesde hij de machtsovername door de nazi’s en week hij uit naar Sanary-sur-Mer in Frankrijk, waar o.a. ook Heinrich en Thomas Mann, Arnold Zweig, Franz Werfel, Lion Feuchtwanger, Ernst Toller en Bert Brecht neergestreken waren. Zijn bekendste werk is de romantrilogie Das Erbe am Rhein (1925-31): Maria Capponi (1925), Blick auf die Vogesen (1927), Der Wolf in der Hürde (1931).

 

 

 

Der Potsdamer Platz

 

Ich geh' eine ganz vergoldete Straße entlang,

Der Himmel zerfließt im Sonnenuntergang.

Da kommen Frauen, märchenschön,

und bleiben vor glitzernden Läden stehn.

In Blüten schwimmt der Potsdamer Platz,

er träumt vom Mond, dem Götterschatz.

 

 

 

 

 

Der Knabe im Garten

 

Ich will meine bloßen Hände aneinander legen
und sie schwer versinken lassen,
da es Abend wird, als wären sie Geliebte.
Maiglocken läuten in der Dämmerung,
und weiße Düfteschleier senken sich auf uns,
die wir eng beieinander unsern Blumen lauschen.
Durch den letzten Glanz des Tages leuchten Tulpen.
die Syringen quellen aus den Büschen,
eine helle Rose schmilzt am Boden...
Wir alle sind einander gut.
Draußen durch die blaue Nacht
hören wir gedämpft die Stunde schlagen.

 

 

 

 

 

 

Rene_Schickele
René Schickele (4 augustus 1883 – 31 januari 1940)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Munkepunke (pseudoniem voor Alfred Richard Meyer) werd geboren op 4 augustus 1882 in Schwerin. Hij trad naar voren als een vroege ontdekker en uitgever van vroegexpressionistische dichters als Heinrich Lautensack (Gesammelte Gedichte/1910), Paul Zech (Waldpastelle/1910), Gottfried Benn (Morgue und andere Gedichte/1912), Rudolf Leonhard (Angelische Strophen/1913), Else Lasker-Schüler (Hebräische Balladen/1913), Alfred Lichtenstein (Die Dämmerung/1913) of Iwan Goll (Der Panama-Kanal/1914). Al in 1912 vertaalde hij F.-T. Marinetti en in 1913 Apollinaire in het Duits. Het bleven de enige Duitse vertalingen van hun werk.. In 1933 hoorde Meyer wel bij de 88 schrijvers die een gelofte van trouw aan Hitler ondertekenden. In 1937 werd hij lid van de NSDAP. Tijdens de laatste dagen van de oorlog werd zijn huis, compleet met bibliotheek, geheel verwoest. Meyer trok naar Lübeck, maar had na de oorlog met zijn werk geen succes meer.

 

 

Geleit

Immer Kalte Ente! Ewig Pfirsich-Bowle!
Andres sinnt sich Munkepunke seinem Wohle.
Weil er aber keineswegs ein Egoist,
lässt er dieses Flugblatt flattern, dass Ihr wisst,
wie die furchtbar leeren Stunden sind zu füllen,
wenn Ihr misogyn und masochistisch brüllen
müsst. Dann mischt mit Andacht Munkepunkes Strophen,
flüstern Skal und ein Fiduzit dem Apostel,
sei’s in Rafz, Filehne, Felka, Fallingbostel,
Ebermannstadt, Schebitz, Pinne, Possenhofen.

 

 

 

 

 

 

 

munkepunke
Munkepunke ( 4 augustus 1882 – 9 januari 1956)

Portret door Curt Stoermer

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Georges Maurice de Guérin du Cayla werd geboren op 4 augustus 1810 in het familiekasteel Le Cayla nabij Andillac in de Languedoc. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2007.

 

 

Glaucus (Fragment)


Non, ce n'est plus assez de la roche lointaine
Où mes jours, consumés à contempler les mers,
Ont nourri dans mon sein un amour qui m'entraîne
À suivre aveuglément l'attrait des flots amers.
Il me faut sur le bord une grotte profonde,
Que l'orage remplit d'écume et de clameurs,
Où, quand le dieu du jour se lève sur le monde,
L'oeil règne et se contente au vaste sein de l'onde,
Ou suit à l'horizon la fuite des rameurs.
J'aime Téthys : ses bords ont des sables humides ;
La pente qui m'attire y conduit mes pieds nus ;
Son haleine a gonflé mes songes trop timides,
Et je vogue en dormant à des points inconnus.
L'amour qui, dans le sein des roches les plus dures,
Tire de son sommeil la source des ruisseaux,
Du désir de la mer émeut ses faibles eaux,
La conduit vers le jour par des veines obscures,
Et qui, précipitant sa pente et ses murmures,
Dans l'abîme cherché termine ses travaux :
C'est le mien. Mon destin s'incline vers la plage.
Le secret de mon mal est au sein de Téthys,
J'irai, je goûterai les plantes du rivage,
Et peut-être en mon sein tombera le breuvage
Qui change en dieux des mers les mortels engloutis.

 

 

 

 

 

Guerin
Maurice de Guérin (4 augustus 1810 – 19 juli 1839)
Medallion op het graf  van Eugénie de Guérin en haar broer Maurice de Guérin

 

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Rupert Brooke, Leon Uris, Marica Bodrožić, Radek Knapp, Christoph Geiser, Steven Millhauser, Leonhard Huizinga

De Britse dichter Rupert Brooke werd geboren in Rugby, Engeland, op 3 augustus 1887. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2006. en ook mijn blog van 3 augustus 2007 en ook mijn blog van 3 augustus 2008.

 

 

Clouds

 

DOWN the blue night the unending columns press

In noiseless tumult, break and wave and flow,

Now tread the far South, or lift rounds of snow

Up to the white moon's hidden loveliness.

 

Some pause in their grave wandering comradeless,

And turn with profound gesture vague and slow,

As who would pray good for the world, but know

Their benediction empty as they bless.

 

They say that the Dead die not, but remain

Near to the rich heirs of their grief and mirth.

I think they ride the calm mid-heaven, as these,

In wise majestic melancholy train,

And watch the moon, and the still-raging seas,

And men, coming and going on the earth.

 

 

 

Heaven

 

FISH (fly-replete, in depth of June,

Dawdling away their wat'ry noon)

Ponder deep wisdom, dark or clear,

Each secret fishy hope or fear.

Fish say, they have their Stream and Pond;

But is there anything Beyond?

This life cannot be All, they swear,

For how unpleasant, if it were!

One may not doubt that, somehow, Good

Shall come of Water and of Mud;

And, sure, the reverent eye must see

A Purpose in Liquidity.

We darkly know, by Faith we cry,

The future is not Wholly Dry.

Mud unto mud! -- Death eddies near --

Not here the appointed End, not here!

But somewhere, beyond Space and Time.

Is wetter water, slimier slime!

And there (they trust) there swimmeth One

Who swam ere rivers were begun,

Immense, of fishy form and mind,

Squamous, omnipotent, and kind;

And under that Almighty Fin,

The littlest fish may enter in.

Oh! never fly conceals a hook,

Fish say, in the Eternal Brook,

But more than mundane weeds are there,

And mud, celestially fair;

Fat caterpillars drift around,

And Paradisal grubs are found;

Unfading moths, immortal flies,

And the worm that never dies.

And in that Heaven of all their wish,

There shall be no more land, say fish.

 

 

 

 

 

Rupert_Brooke_statue
Rupert Brooke (3 augustus 1887 – 23 april 1915)

Standbeeld in Rugby

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Leon Uris werd geboren in Baltimore op 3 augustus 1924. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2007 en ook mijn blog van 3 augustus 2008.

 

Uit: O'Hara's Choice

 

“The Royal Society of Paddy O'Hara's Wart-Hogs were the ugliest and most vile men to ever wear the uniform of United States Marines. They were molded out of old, stiff, cracked leather.

The Wart-Hogs were an exclusive brotherhood with no pro-vision at inception for perpetuation. There were about eighteen charter members, no one knew the exact number, all men whose lives had been saved in battle through the gallantry of Paddy O'Hara in three, maybe four, separate Civil War actions.

For many years after the War, all who could gathered for an annual donnybrook. As time moved on, many of the reunions took place at graveside and the society grew more exclusive. But no Wart-Hog ever died in the poorhouse. They were bound by the most powerful of all ties, that of men and their comrades in a war.

The Wart-Hog doors were always open to other Wart-Hogs, but they were scattered and burdened with family life and other traumas, so that meetings became occasional and by chance. Only three remained in the Corps. However, it appeared that the rendezvous at Prichard's was by design. Prichard's Inn & Tavern stood on the Post Road in Virginia, across the Potomac from Washington, a most convenient watering hole.

Master Gunnery Sergeant Wally Kunkle was first to arrive by horseback from Quantico down the pike. The Corps had a piece of land there and had established a small, convenient station near the Capitol, where they formed up new units, or housed an overflow from Washington. Quantico had become a nice rest spot and transit center.

Master Gunnery Sergeant Kunkle had been on sea duty and a member of the contingent that ran the Germans out of Samoa. Kunkle had not been home in three years. Well, he actually didn't have a home.

The Gunny wore his forty-odd years well and he cut quite the figure as he rode up to the inn at Prichard's. When the stable boy had seen to the horse's comfort, he came to the Gunny's room and poured buckets of hot water over him in a big galvanized tub to wash away the road dust. Kunkle then repaired to the common room with the large fireplace in the pub and allowed himself to be overtaken by nostalgia.“

 

 

 

 

 

uris
Leon Uris (3 augustus 1924 – 21 juni 2003)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrožić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië, tegenwoordig in Kroatië. Toen haar tiende werd zij door haar grootvader opgevoed. Pas in 1983 trok zij naar haar ouders die al in Duitsland werkten als gastarbeiders. Toen pas leerde zij de Duitse taal. Zij studeerde in Frankfurt am Main culturele antropologie, psychoanalyse en slavistiek. In 2002 ontving zij voor haar literaire debuut, de roman Tito ist tot de Heimito-von-Doderer-Preis. In 2007 verscheen het autobiografische boek Sterne erben, Sterne färben. Marica Bodrožić werkt ook als vertaalster. Tegenwoordig woont zij als zelfstandig schrijfster in Berlijn.

 

Uit: Ein Kolibri kam unverwandelt

 

„Es gibt ein gutes Zauberbuch, das hat keine Regeln, es wundert sich, es macht, was es machen will, und ist immer im Werden. Es hat keine Gesetze in sich, jede Seite ist eine Zahl, niemand kann es wenden, es ist ein Mittagsmahl. An ihm sich satt zu essen, das ist eine gute Tat. Niemand kann es missen, niemand, der Augen hat. In den weiten Fluren, den Beständen des Morgentaus, ruht ein Wipfel Traum und ruht sich blindlings aus. Einer kommt vorbei, wie auf einer Wanderung, pflückt sich einen Blumenstrauß aus unbewiesener Erinnerung. Da sagt ein Wächter immergrün, es werde richtig Tag.

Im Gelände der Dämmerung, nimmt mich eine große Helle an die schöne Hand. Die Seiten des Buches wenden sich, von allein von still von stumm, das Wundern nimmt sich aus, ein Däumling drumherum. Da wohnt er still und leise, sagt kein Wort von sich, ihn weich umarmend bemerke ich den Vater, wie er, sitzend unterm Maulbeerbaum, seine Augen bricht. Die Sonne weist ihn ein in die Vorhöfe seiner Bilder und mir scheint, ihn dort wissend, er zähle seine Kinder. An den Fingern sieht er menschengleich hinunter; er sieht die Raupen über ihm und ich eile herbei. Ich sage, Vater bleib, das Buch ist für uns zwei.“

 

 

 

 

 

bodrosic
Marica Bodrožić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

 

 

 

 

De Pools-Oostenrijkse schrijver Radek Knapp werd geboren op 3 augustus 1964 in Warschau. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2007 en ook mijn blog van 3 augustus 2008.

 

Uit: Herrn Kukas Empfehlungen

 

„Auch wenn seine Eltern nicht damit einverstanden sind – Waldemar ist fest entschlossen, über den Sommer in den Westen zu gehen. Warschau kann doch nicht alles gewesen sein! Außerdem kann ihm doch nichts passieren – hat er sich doch von Herrn Kuka gegen eine Flasche Wodka ganz
entscheidende Tipps geholt.
So ausgerüstet, kann ihm nichts mehr passieren. Eigentlich wollte er zwar nach Deutschland, doch in Deutschland, so hatte Herr Kuka ihm erklärt, wären die Polen nicht gerne gesehen. Österreich, Wien – das wäre der rechte Platz für ihn.
Der Bus, mit dem Waldemar auf Anraten Herrn Kukas reist, entpuppt sich als umgedrehter Kühlschrank; alle anderen Fahrgäste, merkt er, schmuggeln wie wild. Nur er nicht. Trotzdem geht es an der Grenze beinahe schief, weil der Zöllner ihm nicht glauben will, dass er nicht als Tourist einreisen will.
Doch in Wien angelangt, merkt er schnell: Herrn Kukas Empfehlungen sind höchst zweifelhaft. Der Tipp mit dem billigen Hotelzimmer im Hotel Vier Jahreszeiten entpuppt sich als Parkbank im Belvedere; und dass ein Lippizaner keine Süßspeise ist, muss er auch erst lernen.
Nach einer Woche als Tourist fängt er an, sich Arbeit zu suchen; und merkt bald, dass seine Bemühungen häufig an einem abschließenden Blick auf seine Füße scheitern. Als ob seine Schuhe wirklich soo schlimm wären!“

 

 

 

 

Knapp
Radek Knapp (Warschau, 3 augustus 1964)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Christoph Geiser werd geboren op 3 augustus 1949 in Basel. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2007 en ook mijn blog van 3 augustus 2008.

 

Uit: Der Passagier

 

“Nein – ich erblickte die Statue der Freiheitsgöttin nicht wie in einem plötzlich stärker gewordenen Sonnenlicht, und um ihre Gestalt wehten nicht die freien Lüfte: sondern schmierige, bräunliche Nebel, und die wehten nicht; schwebten nicht einmal; hingen bestenfalls und verschleierten die Gestalt, und nichts ragte empor und schon gar nicht wie neuerdings. Eine verwahrloste Person in einem schäbigen Mantel; ein Gespenst im dreckigen Dunst, bodenlos, dessen Umrisse sich im Fernglas erst allmählich abzeichneten, ein Schemen – ein Un-Kenntliches: kennte man’s nicht – und dahinter: finstere Klötze, klobige Schatten, in luftigem Schmutz. Wie auf einer alten, ja uralten, schier gänzlich verblichenen Daguerreotypie, oder wie von Anselm Kiefer.
Ohne Fernglas nur Smog, von Regenschlieren verschmiert.
Um sechs Uhr früh hatte mich der Kapitän übers Bordtelephon auf die Brücke gerufen: Haben Sie nicht verschlafen? Es gibt frischen Kaffee.
Seit fünf war ich auf den Beinen. Die Lichter hatten mich geweckt, plötzlich Lichter am Himmel, weiße und rote, und eins nach dem andern, die Lichter landender Flugzeuge: als wollten die alle, alle Flugzeuge der Welt, und schon in aller Frühe, hier landen. Ja, wo denn? Wo kommen die her, so urplötzlich? Warum landen ... ausgerechnet ... hier?! Lichter einer Landzunge im Bullauge, steuerbord. Ein Schiff! beleuchtet wie ’n schwimmender Christbaum ... ist ja typisch! It’s the law, mutmaßlich ... und noch eins. So ist es wohl Zeit. Höchste Zeit, an Deck zu gehen – denn ein Bullauge bietet der Natur gemäß nur beschränkt Ausblick.
Achtern die Lichter der Lotsen-Station – dafür brauchen die hier ein schwimmendes Haus?! – und ein kleines Schnellboot, das eilig zu der schier wohnlich leuchtenden pilot station zurückfuhr. Der Lotse also schon an Bord. Und – es regnete! und in Strömen.”

 

 

 

 

geiser
Christoph Geiser (Basel, 3 augustus 1949)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Steven Millhauser werd geboren op 3 augustus 1943 in New York. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2007 en ook mijn blog van 3 augustus 2008.

 

Uit: Restless

 

“A hot summer night in southern Connecticut, tide going out and the moon still rising. Laura Engstrom, fourteen years old, sits up in bed and throws the covers off. Her forehead is damp, her hair feels wet. Through the screens of the two half-open windows she can hear a rasp of crickets and a dim rush of traffic on the distant thruway. Five past twelve. Do you know where your children are? The room is so hot that the heat is a hand gripping her throat. Got to move, got to do something. Moonlight is streaming in past the edges of the closed and slightly raised venetian blinds. She can't breathe in this room, in this house. Oh man, do something. Do it. The crickets are growing louder. A smell of cut grass mixes with a salt tang of low tide from the beach four blocks away. She imagines herself out there, on the night beach, low waves breaking, crunch of sand, the lifeguard chairs tall and white and clean under the moon, but the thought disturbs her--she feels exposed, a girl in moonlight, out in the open, spied on. She doesn't want anyone to look at her. No one is allowed to think about her body. But she can't stay in her room, oh no. If she doesn't do something right away, this second, she'll scream. The inside of her skin itches. Her bones itch. So how do you scratch your bones? Laura steps onto the braided throw rug beside her bed and pulls on her jeans. They are so tight that she has to suck in her flat stomach to get the hole over the copper button. She pulls off her nightgown and puts on a white T-shirt--no bra--and a denim jacket with a lump in one pocket: half a roll of Life Savers. She has to get out of there, she has to breathe. If you don't breathe, you're dead. The room is killing her. She won't go far.”

 

 

 

 

millhauser_steven_new2_1
Steven Millhauser (New York, 3 augustus 1943)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 3 augustus 2007

 

De Nederlandse schrijver Leonhard Huizinga werd geboren op 3 augustus 1906 in Groningen.

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten