Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 augustus 2009 tot 10 augustus 2009

Alfred Döblin, Moses Isegawa, Kees van Kooten, Mark Doty, Jerzy Pilch

De Duitse schrijver Alfred Döblin werd op 10 augustus 1878 geboren in Stettin.

 

Uit: Er is geen pardon (Vertaald door Pieter Cramer)

 

“Je hoorde over aandelenkoersen en hun catastrofale dalingen, deze en gene had miljoenen verloren, er was ergens een geweldige zwendel aan het licht gekomen, waarbij ongelooflijke bedragen ter sprake kwamen, zodat de eenvoudige loon- en salarisontvanger de haren te berge rezen. Er werden stemmen gehoord die beweerden dat deze zaken met een verachtelijk speculantendom samenhingen, het hele beurswezen zou besmet zijn, en dan was het nog maar een kleine stap naar de simpele gevolgtrekking, waar de arme loon- en salarisontvanger altijd al zeker van was: de beurs zelf is een besmettelijke ziekte. Aanvankelijk konden ze zich er nog mee troosten dat de getroffen landen geografisch ver verwijderd lagen, de kleine man had het idee dat je de telefoonverbindingen eenvoudigweg kon verbreken, er een soort quarantainegordel omheen optrekken. Verder dacht men er niet meer aan. Want iedere blik vanuit het raam op de straat toonde dat alles als vroeger was, het werd voorjaar, het werd zomer, wie geld had, ging op reis, wie niet, bleef thuis, velen wisten helemaal niets van het verschrikkelijke, verre malheur, eigenlijk was dat ook het beste. Het was welbeschouwd het verstandigste om de krant op te zeggen, geen kranten meer te lezen, zich niet zenuwachtig te laten maken! (…)

Toen klonk er plotseling een weliswaar zachte, maar toch zeer doordringende jammerklacht, te vergelijken met kattegejank, uit industrie- en handelskringen op. Ze moesten geld terugbetalen. Op zich was dat niets bijzonders en zou het grote publiek, dat vreedzaam op zijn moordzaken en vliegtuigongelukken teerde, niet hebben opgewonden. Maar het waren zo ontzettend veel bedrijven en zulke grote, en die konden geen van alle betalen! Het waren zulke machtige firma’s, wier namen door hun waanzinnige groei in de laatste tien jaar beroemd waren geworden, hun aandelenkapitalen groeiden bijna maandelijks met een nul, je kon spreken van namen die met een luisterrijke glans omgeven waren. Zij konden schulden niet afbetalen die – ze op zich genomen hadden!”

 

 

 

 

doeblin
Alfred Döblin (10 augustus 1878 – 26 juni 1957)

 

 

 

 

 

De Oegandese schrijver Moses Isegawa (pseudoniem van Sey Wava) werd geboren op 10 augustus 1963 in Kawempe in Oeganda.

 

Uit: Snakepit

 

„Bat Katanga did his first and only job interview inside a military helicopter, the missile-laden Mirage Avenger, owned by General Samson Bazooka Ondogar. In the years to come, his first impression of the machine would repeat itself in his mind like a leitmotif. The thing looked surreal, the spinning blades like whirling knives, the sun’s rays its only decoration. The military-green colour gave the monstrosity the look of a toad, some creature made for children to play with, or to dump things in. He had the sense that it would not take off, or if it did, that it would drop them in the lake. It reminded him of his return from Britain a fortnight before. Entebbe Airport had been empty, his plane the only plane on the tarmac, aside from the Learjet belonging to a famous astrologer. Since the coup, air traffic had dried up, except for the weekly Libyan and Saudi flights which brought supplies and a few intrepid passengers. For a moment, it felt as if the Avenger had been dispatched to take him to exile.

 

He remembered waking up early that morning with the feeling that his life was about to change in some major way, and showering for a very long time, as if shedding his skin, and putting on his best suit. He remembered leaving his friend’s house with the belief that the time had come to rise and face his destiny. It was as if the ground were shifting, making things rock and vibrate. He remembered arriving at the Parliament Building and standing at the gate, in the shadow of the massive statue of Marshal Amin Dada. The statue resembled the hundreds of its replicas stationed in towns all over the country. He remembered the big dark Boomerang 600 which picked him up, the door held open by a soldier, and dropped him at the Nile Perch Hotel.“

 

 

 

 

isegawa
Moses Isegawa (Kawempe, 10 augustus 1963)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag.

 

Uit: Mooiste Foto (Het groot bescheurboek)

 

„Nu doet de westermens graag een Mooie Foto van zichzelf in zijn autopapierenportefeuille, waar hij opstaat hoe het ook anders kon, of uit de tijd dat zijn gezicht nog goedkwam na het opstaan.

- Dat ben jij toch niet wel?

- Wie? Oh die. Ja dat ben ik.

- Je lijkt hier heel iemand anders op.

- Nee dat lijkt maar zo.

- Hier haal ik jou helemaal niet uit.

- Ik ben het toch echt hoor.

- Je bent hier eigenlijk best knap.

- Knap? Laat eens zien. Jaja, ik zie wat je bedoelt.

- Echt een boeiende kop, heb je hier.

- Ja op die manier. En jij valt wel op dit type? Ik bedoel bij wijze van hoofd?

En dan lost zij plotseling op, of jezelf, want men is hem niet dagelijks, die daar op de foto. Heeft u zelf een Mooiste Foto van uzelf?

Dan zult u moeten toegeven dat dit evenmatig de minst op uw spiegel lijkende foto is! Mijn gemiddelde ligt op per tien jaar één Mooiste Foto van mijzelf. De eerste dateert uit de schoolbank en wel de bekende Lachende Schrijfhouding met Penhouder-foto. Mijn Mooiste Foto tot dan toe Twee stamt uit De Militaire Dienst want daar heb ik een voorhoofd na een speedmars met nat zwart zweethaar, de binnenhelm achterover en een sigaret met dichtgeknepen ogen, waarvan je zou zweren dat ik een filmfoto van een oorlogssoldaat was. Die heeft nu tien jaar gecirculeerd als op feestjes de fotoos werden rondgedeeld. Hier, dat is wel gek, daar zat ik nog in Dienst. Mijn laatste Mooiste Foto is echter mooier dan alles ooit van mijzelf genomen. Toevalsmooi? Zon, licht, houding en sluitertijd legden mij in onnaspeelbaar samenspel toch maar mooi op de gevoelige plaat! Loog de Lens? Misschien een voorbeeld dan: stel nu een twee meter veertig lange blonde vrouw eens op de camerahoogte op, met in allebei haar oog de goede focus, die mij in dezelfde sluiterflits waarnam van driemetervijfenveertig afstand. Aha: wat te bewijzen was. Zij zou mij geen haar minder hebben gezien dan even de camera deed, in casa mijn vrouw de fotogravin! Dus de geen homofiele beroepsfotograaf slaagt van mij waarschijnlijk elke maand een nieuwe Mooiste Foto te kieken!“

 

 

 

 

koot_klein
Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)

 

 

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 10 augustus 2006 en ook mijn blog van 10 augustus 2007 en ook mijn blog van 10 augustus 2008.

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Hij behaalde zijn Bachelor of Arts aan de Drake University in Des Moines en zijn Master of Fine Arts in creative writing aan het Goddard College in Vermont. Doty heeft al twaalf dichtbundels op zijn naam staan en drie bundels met memoires. Voor Fire to Fire: New and Selected Poems kreeg hij in 2008 de National Book Award for poetry.

 

 

 

Description 

 

My salt marsh

-mine, I call it, because

these day-hammered fields

 

of dazzled horizontals

undulate, summers,

inside me and out-

 

how can I say what it is?

Sea lavender shivers

over the tidewater steel.

 

A million minnows ally

with their million shadows

(lucky we'll never need

 

to know whose is whose).

The bud of storm loosens:

watered paint poured

 

dark blue onto the edge

of the page. Haloed grasses,

gilt shadow-edged body of dune…

 

I could go on like this.

I love the language

of the day's ten thousand aspects,

 

the creases and flecks

in the map, these

brillant gouaches.

 

 

 

 

 

The Embrace

 

You weren't well or really ill yet either;

just a little tired, your handsomeness

tinged by grief or anticipation, which brought

to your face a thoughtful, deepening grace.

 

I didn't for a moment doubt you were dead.

I knew that to be true still, even in the dream.

You'd been out—at work maybe?—

having a good day, almost energetic.

 

We seemed to be moving from some old house

where we'd lived, boxes everywhere, things

in disarray: that was the story of my dream,

but even asleep I was shocked out of narrative

 

by your face, the physical fact of your face:

inches from mine, smooth-shaven, loving, alert.

Why so difficult, remembering the actual look

of you? Without a photograph, without strain?

 

So when I saw your unguarded, reliable face,

your unmistakable gaze opening all the warmth

and clarity of you—warm brown tea—we held

each other for the time the dream allowed.

 

Bless you. You came back so I could see you

once more, plainly, so I could rest against you

without thinking this happiness lessened anything,

without thinking you were alive again

 

 

 

 

MarkDoty
Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Jerzy Pilch werd geboren op 10 augustus 1952 in Wisla. Hij studeerde Pools in Krakau en werkte daarna van 1989 tot 1999 als redacteur bij het liberaal-katholieke tijdschrift Tygodnik Powszechny. Sindsdien werkte hij als zelfstandig schrijver en als feuilletonist bij het tijdschrift Polityka en bij Dziennik. Hij debuteerde in 1988 met Wyznania twórcy pokątnej literatury erotycznej (Engels: „Confessions of an author of illicit erotic literature")

 

Uit: His Current Woman (Vertaald door Bill Johnston)

 

“Kohoutek was awake; he lay on his back and cogitated. What's to be done, dear Lord, what is to be done? Dear Lord, it's not that I'm taking Your name in vain, but for God's sake what's to be done?
Over the roof of the house the frenzy of the November night intensified; it was eleven o'clock in the evening, but at that time of year it was already pitch black, the midpoint of a dark road with no turning back and no end in sight. The inhabitants of the house had long been sound asleep. Bright clouds were racing across the sky at a fearsome pace like canoes full of Indians; the eternally immobile hills seem to be entertaining all kinds of movement, while, over there, in the attic of the old slaughterhouse, my current woman is sleeping, wrapped up in three woolen blankets.
What's to be done? What's to be done? What's going to happen tomorrow when someone notices that the three woolen blankets are not where they belong? And what's going to happen when mother notices that the bread has been cut crookedly and that a sizeable length of hunter's sausage is missing? I'll say that I ate it. Even then there'll be a row because I ate it any old how, instead of setting the table properly first. The blankets are more of a problem. Any moment now someone will notice that three woolen blankets aren't where they belong, and then the fun will begin in earnest.

The three woolen blankets are supposed to be on the wooden benches in the hearth room. At this time of year hardly anyone goes into the hearth room; actually, hardly anyone ever goes into the hearth room, but there's always the terrifying possibility that tomorrow someone might just pop in there. And if someone does, whoever it might be, Kohoutek's father, or his mother, or Oma, or Kohoutek's child, whoever it might be, there's no way they could fail to notice that three woolen plaid blankets are not in their place.”

 

 

 

pilch
Jerzy Pilch (Wisla, 10 augustus 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:32 Reageer op dit bericht

Robin Pilcher, Jorge Amado, René Crevel, Blanca Varela, Barbara Erskine, Piet Bakker

De Britse schrijver Robin Pilcher werd geboren op 10 augustus 1950 in Dundee. Hij is een zoon van de bestsellerauteur Rosamunde Pilcher. Pilcher werkte o.a. als camaraman en farmer voordat hij in 1999 debuteerde met An Ocean apart. Ondertussen is zijn werk in meerdere talen vertaald.

 

Uit: Wie ein Stern am Horizont (Starbust, vertaald door Regina Schneider)

 

„Das mit dem Konfetti war ein echtes Phänomen. Die Hoch­zeit war nun zwei Wochen her, aber noch immer tauchten die kleinen, bunten Flocken überall in der Wohnung auf. Mal erschienen sie in geballten Massen unter dem nagelneuen Kingsize-Bett, mal wehten sie zu kleinen Haufen hinter dem Fernseher im Wohnzimmer zusammen; dann wieder schweb­te eine einzelne Flocke sanft auf einer Wärmewelle um den Toaster in der Küche herum. Und auch wenn Tess sich genötigt sah, jeden Tag durch sämtliche Zimmer zu saugen, hat­ten die bunten Schnipsel sie anfangs mit einem Gefühl der Wonne erfüllt, denn mit ihnen kehrten die Erinnerungen an den schönsten Tag ihres Lebens wieder. Doch nun, als sie das Polohemd vom obersten Schrankregal nahm und ein neuer Konfettiregen auf die blank polierten Bodendielen des Schlaf­zimmers rieselte – wie Schnee, der endlos vor sich hin taute –, war sie es langsam leid.
Tess hatte den leisen Verdacht, dass Allan dahintersteckte. Sie malte sich aus, wie er auf Zehenspitzen durch die Woh­nung schlich und die bunten Papierblütenschnipsel wie Lie­besstaub verstreute, um den Zauber ihres Hochzeitstages lebendig zu erhalten. Doch als sie ihn tags zuvor darauf an­gesprochen hatte – er stand gerade splitterfasernackt vor dem Ganzkörperspiegel im Badezimmer und rasierte sich –, war sie fast ein wenig enttäuscht, dass er es nicht gewesen sein wollte.“

 

 

 

 

Pilcher
Robin Pilcher (Dundee, 10 augustus 1950)

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Jorge Amado de Faria werd op 10 augustus 1912 geboren in Ferradas, in de gemeente Itabuna. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2007 en ook mijn blog van 10 augustus 2008.

 

Uit: Gabriela, Clove and Cinnamon

 

„The Languor of OFENÍSIA

(whose importance must not be judged by the brevity of her appearance)

"In this year of headlong progress . . ." (FROM AN ILHÉUS NEWSPAPER OF 1925)

OF THE SUN AND THE RAIN AND A SMALL MIRACLE

IN THAT YEAR of 1925, when the idyll of the mulatto girl Gabriela and Nacib the Arab began, the rains continued long beyond the proper and necessary season. Whenever two planters met in the street, they would ask each other, with fear in their eyes and voices:

"How long can this keep up?"

Never had they seen so much rain. It fell day and night, almost without pause.

"One more week and we may lose everything."

"The entire crop . . ."

"God help us!"

The crop gave promise of being the biggest in history. With cacao prices constantly rising, this would mean greater wealth, prosperity, abundance. It would mean the most expensive schools in the big cities for the colonels' sons, homes in the town's new residential sections, luxurious furniture from Rio, grand pianos for the parlors, more and better-stocked stores, a business boom, liquor flowing in the cabarets, more women arriving in the ships, lots of gambling in the bars and hotels--in short, progress, more of the civilization everyone was talking about.

But this unending downpour might ruin everything. And to think that only a few months earlier the colonels were anxiously scanning the sky for clouds, hoping and praying for rain. All through southern Bahia the cacao trees had been shedding their flower, replacing it with the newly born fruit.Without rain this fruit would have soon perished.

The procession on St. George's Day had taken on the aspect of a desperate mass appeal to the town's patron saint. The gold-embroidered litter bearing the image of the saint was carried on the shoulders of the town's most important citizens, the owners of the largest plantations, dressed in the red gowns of the lay brotherhood. This was significant, for the cacao colonels ordinarily avoided religious functions. Attendance at Mass or confession they considered a sign of moral weakness. Church-going, they maintained, was for women“.

 

 

 

 

JorgeAmado
Jorge Amado (10 augustus 1912 – 6 augustus 2001)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver René Crevel werd geboren op 10 augustus 1900 in Parijs. Hij groeide op in een kleinbrgerlijke familie. Zijn vader pleegde zelfmoord toen hij veertien was. Crevel rebelleerde zijn hele leven tegen de bourgeoisie. Van 1918 tot 1922 studeerde hij literatuurwetenschappen aan de Sorbonne. Daar kwam hij in contact met dadaisten als Louis Aragon en André Breton. Vanaf 1925 begon hij te lijden aan tbc. In 1926 maakte hij kennis met Klaus Mann. Hij zette zich in voor het surrealisme, vanaf 1927 engageerde hij zich ook voor het marxisme. In 1935 pleegde hij zelfmoord.

 

Uit: Mon corps et moi

 

« D'un suicide auquel il me fut donné d'assister, et dont l'auteur-acteur était l'être, alors, le plus cher et le plus secourable à mon cœur (son père), de ce suicide qui – pour ma formation et ma déformation – fit plus que tout essai postérieur d'amour ou de haine, dès la fin de mon enfance j'ai senti que l'homme qui facilite sa mort est l'instrument d'une force majuscule (appelez-la Dieu ou Nature) qui, nous ayant mis au sein des médiocrités terrestres, emporte dans sa trajectoire, plus loin que ce globe d'attente, les seuls courageux.

La vérité. Dès qu'un homme, dans une assemblée, parle de Dieu ou ce qui revient au même de la Vérité, avec un V majuscule et absolu, ses voisins de rire. Mais, interrogez chacun de ses voisins et ils vous avoueront leur effroi devant de tels mots. C'est que les uns ont renoncé (sans parvenir à n'y plus penser) aux problèmes essentiels –, c'est que les autres ont essayé d'un arrangement provisoire (mettons humain) qui ne saurait les satisfaire. Je pense à cette phrase qu'un homme anxieux écrivit, réponse à des remarques désespérées : "Il y a beaucoup de grandeur dans un peu de vérité."

Beaucoup de grandeur dans un peu de vérité ?

Pourquoi ? Si j'ai rêvé d'une solitude telle que je ne serais pas tenté, le soir venu, de chercher le contact illusoire d'une chaleur humaine c'est bien que ce « un peu de vérité », au cours de toutes mes tentatives quotidiennes, ne m'a jamais contenté. C'est lui au contraire qui a permis au mensonge (le mien et celui des autres) de tenir debout, car si la vérité n'est susceptible d'aucun alliage et, par conséquent, apparaît étrangère à un monde où tout est fusion, le mensonge ne saurait être conçu à l'état pur, je veux dire sans ce "un peu de vérité" dont se contente notre aimable faiblesse. Ainsi, je ne vois point la possibilité d'un mensonge absolu non plus que d'une vérité relative. »

 

 

 

 

 

Crevel
René Crevel (10 augustus 1900 – 18 juni 1935)

 

 

 

 

De Peruaanse dichteres Blanca Leonor Varela Gonzáles werd geboren in Lima op 10 augustus 1926. Varela studeerde aan de "Nationale Universiteit van San Marcos" waar zij andere toekomstige schrijvers zou ontmoeten, zoaals Sebastián Salazar Bondy, Javier Sologuren, Jorge Eduardo Eielson en haar latere echtgenoot, de beeldhouwer Fernando de Szyszlo. In 1949 ging zij naar Parijs. Daar leerde zij Octavio Paz kennen, die een sleutelfiguur in haar leven zou worden. Hij introduceerde de jonge Varela bij de kunstenaars en intellectuelen aldaar, zoals André Breton, Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Henri Michaux, Alberto Giacometti en Fernand Léger en met Latijns-Amerikaanse schrijvers die toen in Frankrijk woonden als Carlos Martínez Rivas. Paz was het ook die haar overtuigde om haar gedichten te publiceren en een voorwoord schreef bij haar eerste bundel Ese puerto existe (1959). In 1962 keerde zij terug naar Lima en reisde nadien nog regelmatig naar de Verenigde Staten, Spanje en Frankrijk.

Varela kreeg de Medalla de Honor van het Nationaal Instituut voor de Peruviaanse Cultuur, de Premio Octavio Paz de Poesía y Ensayo, de Premio Internacional de Poesía Ciudad de Granada Federico García Lorca (2006, eerste vrouw ooit) en de Premio Reina Sofía de Poesía Iberoamericana (2007).

Haar werk werd vertaald in het Engels, Duits, Italiaans, Portugees, Russisch en Tsjechisch. Zij overleed op 12 maart van dit jaar.

 

 

 

Family Secret

 

I dreamed of a dog

a skinned dog

its body sang its red body whistled

I asked the other one

the one who turns out the light the butcher

what has happened

why are we in the dark

 

this is a dream you are alone

there is no one else

light does not exist

you are the dog you are the flower which barks

sharpen your tongue sweetly

your sweet black four-legged tongue

 

dreams scorch the skin of man

human skin burns disappears

only the mutt's red pulp is clean

the true light dwells in the crust of its eyes

you are the dog

you are the skinned mongrel every night

dream of yourself and let that be enough

 

 

 

I Go Bodiless

 

I go bodiless from the sun to the shady

water music of living shadow

through the narrowing vagina

which guides me from blindness to light

 

under the high echoing dome

in this colossal semblance of a nest

I touch the sea belly with my belly

I inspect my body meticulously

poke at my feelings

I am alive

 

 

 

 

 

blanca_varela
Blanca Varela (10 augustus 1926 - 12 maart 2009)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Barbara Erskine (eig. Barbara Hope-Lewis) werd geboren op 19 augustus 1944 in Nottingham. Zij studeerde middeleeuwse geschiedenis en schreef talrijke romans die al in twintig talen zijn vertaald. Veel van haar boeken werden bestsellers. Zij schrijft vaak een mix van hedendaagse en historische romans.

 

Uit: House of Echoes

 

“Pulling into the long broad main street in Aldeburgh she sat still for a moment peering through the windscreen at the shops and houses. It was an attractive place, bright, neat and at the moment very quiet. Clutching her piece of paper she climbed out of the car and approached a man who was standing staring into the window of an antique shop. At his feet a Jack Russell terrier strained at the leash anxious to get to the beach. He glanced at her piece of paper. ‘Crag Path? Through there. Overlooking the sea.’ He smiled. ‘A friend of Edgar Gower’s are you? Delightful man. Delightful.’ Unexpectedly he gave a shout of laughter as he strode away.”

 

 

 

 

erskine
Barbara Erskine (Nottingham, 10 augustus 1944)

 

 

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Piet Bakker werd geboren in Rotterdam op 10 augustus 1897. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2007.

 

Uit: Jeugd in de Pijp

 

“,Een figuur, waarvoor ik nooit een verklaring heb kunnen vinden, was de schandaalcolporteur. Die verscheen met het nijdasserige gezicht van den aarts-roddelaar plotseling in de straat en riep: “Koopt en leest het schandaal, dat zich heden heeft afgespeeld tusschen een welbekend heer uit de Van Ostadestraat en zijn dienstmaagd!” Hij droeg een pakje pamfletten onder den arm en keek de omstanders aan met oogen van: “Ik weet m’n weetje”. En die omstanders keken terug met ernstige gelaten, waarop te lezen viel: “Ja man, hou er van op, dr is zoo wat gemeenigheid in de wereld,” maar ze dachten er niet aan om zoo’n papiertje te koopen.

Een straat verder galmde de colporteur, dat de menschen het schandaal moesten koopen en lezen van een welbekend heer uit de Rustenburgerstraat, hetgeen journalistiek verantwoord was, want de menschen interesseeren zich nu eenmaal het meest voor schandalen, die zich in hun onmiddellijke nabijheid zouden hebben afgespeeld. Wat er in zoo’n pamflet stond, ben ik nooit te weten gekomen. Was het stiekeme chantage? Ik weet het niet. Maar als om de paar maanden die sombere grafstem door de Van Ostade klonk, was ik altijd diep doordrongen van de zondigheid der menschen.’’

 

 

 

 

Bakker
Piet Bakker (10 augustus 1897 - 1 april 1960)

 

Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008.

 

 

Esthetica

 

Het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water

waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt,

een rimpeling van vriendelijke huiver.

 

Het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel

waarin het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt,

terwijl een hand verschuift over je huid

en ook een streling dan, omhelzing van zichzelf,

op je lichaam liggen gaat.

 

Terwijl mijn blik die dat niet blijvend

vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,

zoals wie ééns genodigd tot genot,

daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.

 

 

 

Gebruiksaanwijzing

 

Wie in zee begraven wordt, gaat nooit verloren.

De zee is spaarzaam als een dichter.

En ik was aan zee en ik was op een berg:

twee eeuwenoude makkers.

 

Wie op een berg wordt bijgezet,

wil nog jongleren met de sterren,

snakt nog belachelijk naar lucht

met al de roofzucht van zijn lijk.

 

Wanneer men mij per se begraven wil,

dan liefst niet al te ver van zee,

deemoedig bij een koeienvlaai

of ergens bij een ezelsdrol.

 

Ik bleef zo lang gezond, zo lang in leven,

doordat ik steeds beleefd bleef voor de dood,

voor hem boog en hem fêteerde

als een hoogverheven heer.

 

 

 

 

Biografie

 

Het lichaam is een eenzaam ding

met plasma, beendermerg en smeer

en kleine holtes vol geheim

en drie, vier klieren voor plezier.

 

Het kreeg twee handen voor iets liefs,

maar zelfs twee handen zijn alleen

gehoorzaam aan het protocol

van een of ander kolderdier.

 

Een koningsvaren heeft nooit last

van blinde onderdanigheid,

maar halzen willen weerloos zijn,

 

zij die zo teer geschapen zijn.

Een lichaam is een eenzaam ding

en niemand wil dat het geneest.

 

 

 

 

gruwez

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

 

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2006 en ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008.

 

 

High Windows

 

When I see a couple of kids

And guess he's fucking her and she's

Taking pills or wearing a diaphragm,

I know this is paradise.

 

Everyone old has dreamed of all their lives ?

Bonds and gestures pushed to one side

Like an outdated combine harvester

And everyone young going down the long slide

 

To happiness, endlessly. I wonder if

Anyone looked at me, forty years back,

And thought, That'll be the life;

No God any more, or sweating in the dark;

 

About hell and that, or having to hide;

What you think of the priest. He

And his lot will all go down the long slide

Like free bloody birds. And immediately

Rather than words comes the thought of high windows:

The sun-comprehending glass,

And beyond it, the deep blue air, that shows

Nothing, and is nowhere, and is endless.

 

 

 

 

Next, Please

 

Always too eager for the future,

Pick up bad habits of expectancy.

Something is always approaching, every day

Till then we say,

 

Watching from a bluff the tiny, clear,

Sparkling armada of promises draw near.

How slow they are!

And how much time they waste,

Refusing to make haste!

 

Yet still they leave us holding wretched stalks

Of disappointment, for, though nothing balks

Each big approach, leaning with brasswork prinked,

Each rope distinct,

 

Flagged, and the figurehead with golden tits

Arching our way, it never anchors; it's

No sooner present than it turns to past.

Right to the last

 

We think each one will heave to and unload

All good into our lives, all we are owed

For waiting so devoutly and so long.

But we are wrong:

 

Only one ship is seeking us, a black-

Sailed unfamiliar, towing at her back

A huge and birdless silence. In her wake

No waters breed or break.

 

 

 

 

Breadfruit

 

Boys dream of native girls who bring breadfruit,

Whatever they are,

As bribes to teach them how to execute

Sixteen sexual positions on the sand;

This makes them join (the boys) the tennis club,

Jive at the Mecca, use deodorants, and

On Saturdays squire ex-schoolgirls to the pub

By private car.

 

Such uncorrected visions end in church

Or registrar:

A mortgaged semi- with a silver birch;

Nippers; the widowed mum; having to scheme

With money; illness; age. So absolute

Maturity falls, when old men sit and dream

Of naked native girls who bring breadfruit

Whatever they are.

 

 

 

 

larkin

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is vandaag dus 85 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2006 en ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008.

 

 

Toen wij nog jong waren

 

Toen wij nog jong waren en de wereld nog oud was

en wij in een ver land op hoge bergen stonden

en in het dal diep beneden een lange roerloze

roestige trein zagen, onbestaanbaar alleen

 

in het oog van een hevige leegte, riep jij

terwijl je de hemel een kushand toewierp

ik ben een reisgids kinderen

leer mij lezen

 

en 's avonds op het plein onder kwijnende palmen

waren er wijn en olijven en een ritselend zwijgen

uit klagende kelen en het donker was week

op het scherp van de snede, en jij

jij kocht het ondraaglijke lot van een blinde

en riep het oor drinkt

 

nu is het dus later, een avond na jaren, de dood

stille trein is vertrokken, de tijd van het lot

is verstreken, je reisgids ligt open

 

onder eendere oudere bomen drink ik

de hese stem van je woorden, hoor ik je stilte -

 

 

 

 

tijden

 

Als men terugkomt is men een ander

denkt men terwijl men het huis sluit

het licht ingepakt de zomer verzegelt

het tuinhek prijst om zijn ijzer

 

deze slak op de drempel zal er nog zijn

de ijskast zal blaffen de hitte blaten

de hond zal zuchten en zijn sterven

hervatten als men terugkomt denkt men

 

 

 

 

Kouwenaar

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923)

 

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann, Pierre Klossowski, Daniel Keyes

De Nederlandse schrijver en taalkundige Henk Romijn Meijer (eig. Henk Meijer werd geboren in Zwolle op 9 augustus 1929.  Aan de Universiteit van Amsterdam studeerde hij Engels. In 1956 debuteerde hij met Consternatie dat in 1954 bekroond was met de Reina Prinsen Geerligsprijs. Uit die tijd stamt ook zijn pseudoniem. Gerard van het Reve, destijds redacteur van Tirade, vond de naam van Henk Meijer te kaal. "Hoe heet je moeder?", vroeg Reve. "Romijn", antwoordde Henk. Zo werd het dus Henk Romijn Meijer. Naast zijn schrijverschap ontplooide Romijn Meijer tal van andere activiteiten. Zo doceerde hij eerst Frans in Australië, keerde terug naar Nederland en werkte van 1959 tot 1987 bij het Engels Seminarium aan de Universiteit van Amsterdam, meestentijds als wetenschappelijk hoofdmedewerker Engelse en Amerikaanse literatuur, slechts onderbroken van 1963 tot 1964 toen hij studeerde in de Verenigde Staten en van 1979 tot 1981 toen hij lesgaf aan de Universiteit van Minnesota. Op zijn vakgebied schreef hij een groot aantal artikelen. Verder was hij als redacteur verbonden aan Literair Paspoort (1978-1982) en aan Maatstaf (vanaf 1982), alsook gastredacteur van Propria Cures (1983-1984). In 2004 ontving hij de Max Pam Award voor zijn bundel Alle verhalen tot nu toe.

 

Uit: Toen Reve nog Van het Reve was

 

“Ik had Gerard voor het eerst ontmoet op het doctoraalfeest van een psychiater, in 1950 of 1951, de tijd, in ieder geval, toen De avonden nog mijn lijfboek was. Ik kende het uit mijn hoofd en mijn ogen rolden uit hun kassen toen ik iemand zo in het openbaar hoorde spreken, geheel in de trant van het boek. De auteur stelde zich voor in een virtuoze reeks schuttingwoorden en mengde zich daarna in een gesprek. Twee doktoren bespraken vakkundig een hartkwaal en Gerard ging op de leuning van een van hun stoelen zitten. Hij mengde zich in de discussie. ‘Komt van het trappenlopen,’ zei hij, ‘alsmaar de trap op en af, dat wordt te veel, dat is slecht...’ Het gesprek was verziekt en Gerard begaf zich naar de bar.

Zo'n twee weken daarna zag ik ze weer in Kriterion, Gerard en Hannie. Hij herkende me niet. Hannie herinnerde hem een paar keer aan het feest, toen schoot ik hem weer te binnen. Ik leerde ze kennen en bezocht ze af en toe in het huis aan de oude Galerij. Een enkele keer bleef ik eten. Vóór het maal gaf Gerard instructies hoe de gast zich aan tafel diende te gedragen. Belangrijk was onder meer dat hij zijn bord niet te dichtbij de rand van de tafel zou plaatsen, want de katten moesten tijdens het eten een zo vrij mogelijke doorgang behouden. Gerard hield van harde bokking en maakte de vis vóór het broodmaal zelf zo toegewijd schoon dat de poes er krols van werd. Hij kookte een Turks gerecht waarvan je ging boeren en demonstreerde de juiste manier waarop je die boeren moest laten: de rechterarm opgeheven, de vuist gebald. Hij bestudeerde de rode plek in mijn hals die ik aan het vioolspelen dankte. ‘Heb je nou een of andere geslachtsziekte opgelopen, kerel?’ wilde hij weten en vroeg of mijn migraines ‘spychologisch’ waren. ‘Heb je niet een of andere menstruatiepil?’ vroeg hij Hannie. Hij wist iets beters, een natuurlijk geneesmiddel tegen de kwaal: ‘Aftrekken, minstens vijf maal per dag.’ ‘Van aftrekken krijg je juist hoofdpijn,’ zei ik en Hannie zei: ‘Dat zegt Hermans ook.’ Waarop Gerard beloofde dat hij een vrouw voor me zou zoeken.”

 

 

 

 

RomijnMeijer
Henk Romijn Meijer (9 augustus 1929 – 23 februari 2008)

 

 

 

 

 

 

De Noorse schrijfster Linn Karin Beate Ullmann werd geboren op 9 augustus 1966 in Oslo. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008.

 

Uit: Stella Descending (Vertaald door Barbara Haveland)

 

“The other night on the streetcar, I spotted a man I thought I knew. He was sitting very still, a few seats in front of me, gazing out the window. There wasn't much to see out there; the streets were deserted and it was dark and miserable, just the odd car swishing by. No one in the street, just flurries of snow chased by rain, and the wet white light of the streetlamps.

I saw him first from the back. He was wearing a brown leather jacket, his hair was thick and black--a handsome man, I thought, a man who walks tall and never stumbles. Just for a second I thought I saw a little girl dressed in red on the seat next to him, but then I gave my head a shake. What was I thinking? There was no child there. As if there would be, in such weather and at that time of night. There was no one on the streetcar but him and me--and the driver, of course. The man stood up and headed for the door at the front. We were approaching a stop.

"Martin Vold," I called out softly. "Is that you?"

The man turned around. His face was not familiar. I noticed two beady green eyes and a scar on his chin.

"You must be mistaken," he said, as the doors opened. "That's not me."

"No," I said, "that's not you. But good night, anyway, and watch your step out there. The pavement's slippery."

"Thanks, you too," said the man. "Good night."

It hasn't even been six months since the last time I had anything to do with him. That was at the beginning of September last year. The evening before Stella's funeral I called on him at home in Hamborgveien, up by the Lady Falls. We sat down at the large dark-brown dining table, and there we passed the night. He asked me to keep my voice down, so as not to wake the children. He did most of the talking. I asked questions.”

 

 

 

 

 

Linn_Ullmann
Linn Ullmann (Oslo, 9 augustus 1966)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, vertaler en schilder Pierre Klossowski werd geboren op 9 augustus 1905 in Parijs. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007.

 

Uit: Roberte, ce soir (Vertaald door Walter Van der Star)

 

“Mijn oom Octave, vooraanstaand hoogleraar in de scholastiek aan de Universiteit van…, leed onder zijn huwelijksgeluk alsof het een ziekte was en hij meende dat hij pas zou genezen als hij er anderen mee kon besmetten. Mijn tante Roberte was van het soort strenge schoonheid waarachter een wonderlijke neiging tot lichtzinnigheid schuil kon gaan; wie daar eenmaal achter is gekomen voelt zich tekort gedaan en heeft er spijt van dat hij niet doortastender is geweest. Merkwaardig genoeg beschouwde mijn oom zichzelf als het eerste slachtoffer van die dubbelzinnigheid; toen mijn tante dat merkte, nam ze een starre houding aan die nog afwerender was tegen al zijn ideeën. Hoe meer ze in die houding volhardde, des te raadselachtiger werd ze in de ogen van mijn oom; om van zijn verwarring verlost te zijn wist hij niets beters te verzinnen dan hun levens te onderwerpen aan een bepaalde wet van de gastvrijheid die binnen onze traditie onfatsoenlijk wordt gevonden. Mijn tante gold als een ‘geëmancipeerde’ vrouw, maar ook daarin vergiste mijn oom zich; zeker is dat ze deze nieuwigheid afkeurde; maar vast staat ook dat ze zich meer dan eens aan dit gebruik heeft moeten onderwerpen. Dat verklaart nu voor mij de sfeer in het huis waar ik een zo veelbewogen puberteit heb doorgebracht. Mijn tante ging met me om als een broer en de professor had mij tot zijn favoriete leerling gemaakt. Vreemd was vooral dat ik als voorwendsel diende voor het uitoefenen van de gastvrijheid waarvan mijn tante het slachtoffer was.
Ik was dertien toen ik door de Octaves werd geadopteerd. Mijn oom vond dat ik een huisonderwijzer moest hebben. Ik kreeg er achtereenvolgens drie, stuk voor stuk gekozen uit de naaste entourage van de Octaves. Ze ontvingen vaak gezelschap in hun zomerverblijf. Daaruit werd dan onverwachts een willekeurige gast verantwoordelijk gemaakt voor mijn opvoeding, en na een paar maanden of soms na een paar weken verdween hij weer.
Ik kan niet ontkennen dat mijn tante Roberte bij mij hevige hartstochtelijke gevoelens had gewekt. Maar mijn oom had mijn emotionele verwarring doorzien en maakte daar op verraderlijke wijze gebruik van om zijn eigen perversiteit in mij te observeren. Zoals bij alle jongeren van mijn leeftijd was de hartstocht die ik voelde natuurlijk volkomen platonisch.”

 

 

 

 

KLOSSOWSKI
Pierre Klossowski (9 augustus 1905 – 12 augustus 2001)

 

 

 


 

De Amerikaanse schrijver Daniel Keyes werd geboren in Brooklyn, New York op 9 augustus 1927. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007.

 

Uit: Flowers for Algernon

 

“I tolld Burt I saw ink spilld on a wite card. Burt said yes and he smild and that maid me feel good. He kept terning all the cards and I tolld him somebody spilld ink on all of them red and black. I thot that was a easy test but when I got up to go Burt stoppd me and said now sit down Charlie we are not thru yet. Theres more we got to do with these cards. I dint understand about it but I remembir Dr Strauss said do anything the testor telld me even if it dont make no sense because thats testing.

I dont remembir so good what Burt said but I remembir he wantid me to say what was in the ink. I dint see nothing in the ink but Burt sed there was picturs there. I coudnt see no picturs. I reely tryed to see. I holded the card up close and then far away. Then I said if I had my eye glassis I coud probaly see better I usully only ware my eyeglassis in the movies or to watch TV but I sed maybe they will help me see the picturs in the ink. I put them on and I said now let me see the card agan I bet I find it now.

I tryed hard but I still coudnt find the picturs I only saw the ink. I tolld Burt mabey I need new glassis. He rote somthing down on a paper and I got skared of faling the test. So I tolld him it was a very nice pictur of ink with pritty points all around the eges but he shaked his head so that wasnt it neither. I asked him if other pepul saw things in the ink and he sed yes they imagen picturs in the inkblot. He tolld me the ink on the card was calld inkblot.

Burt is very nice and he talks slow like Miss Kinnian dose in her class where I go to lern reeding for slow adults. He explaned me it was a raw shok test. He sed pepul see things in the ink. I said show me where. He dint show me he just kept saying think imagen theres something on the card. I tolld him I imaggen a inkblot. He shaked his head so that wasnt rite eather. He said what does it remind you of pretend its something. I closd my eyes for a long time to pretend and then I said I pretend a bottel of ink spilld all over a wite card. And thats when the point on his pencel broke and then we got up and went out.”

 

 

 

 

keyes
Daniel Keyes (New York, 9 augustus 1927)

 

Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

P. L. Travers, Leonid Andreyev, John Oldham, Izaak Walton

De Australische schrijfster Pamela Lyndon Travers werd als Helen Lyndon Goff op 9 augustus 1899 geboren in Maryborough in Australië. Samen met haar twee zusjes groeide ze op op een suikerplantage. Ze was pas een tiener toen ze al ze gedichten publiceerde en als actrice met een toneelgezelschap door Australië en Nieuw-Zeeland reisde.
In 1924 verhuisde ze naar Engeland, waar ze zich onder het pseudoniem P.L. Travers helemaal op een schrijfcarrière stortte. Af en toe werd er een gedicht van haar gepubliceerd, maar het echte succes kwam pas tien jaar later, toen Mary Poppins uitkwam. Travers schreef nog vijf leesboeken over de beroemde kinderjuffrouw, naast andere romans, dichtbundels en informatieve boeken. In 1964 kwam de Disneyfilm Mary Poppins uit.

 

Uit: Mary Poppins

 

“If you want to find Cherry­-­Tree Lane all you have to do is ask the Policeman at the cross­-­roads. He will push his helmet slightly to one side, scratch his head thoughtfully, and then he will point his huge white­-­gloved finger and say: “First to your right, second to your left, sharp right again, and you’re there. Good­-­morning.”

And sure enough, if you follow his directions exactly, you will be there—right in the middle of Cherry­-­Tree Lane, where the houses run down one side and the Park runs down the other and the cherry­-­trees go dancing right down the ­middle.

If you are looking for Number Seventeen—and it is more than likely that you will be, for this book is all about that particular house—you will very soon find it. To begin with, it is the smallest house in the Lane. And besides that, it is the only one that is rather dilapidated and needs a coat of paint. But Mr. Banks, who owns it, said to Mrs. Banks that she could have either a nice, clean, comfortable house or four children. But not both, for he couldn’t afford ­it.

And after Mrs. Banks had given the matter some consideration she came to the conclusion that she would rather have Jane, who was the eldest, and Michael, who came next, and John and Barbara, who were Twins and came last of all. So it was settled, and that was how the Banks family came to live at Number Seventeen, with Mrs. Brill to cook for them, and Ellen to lay the tables, and Robertson Ay to cut the lawn and clean the knives and polish the shoes and, as Mr. Banks always said, “to waste his time and my ­money.”

 

 

 

 

Travers
P. L. Travers (9 augustus 1899 – 23 april 1996)

 

 

 

 

 

De russische schrijver Leonid Andreyev werd geboren op 9 augustus 1871 in Orjol. Na zijn studie rechten werkte hij korte tijd als advocaat. Later was hij werkzaam als journalist en feuilletonist. Hij sympathiseerder aanvankelijk met de revolutie, maar na het mislukken ervan werd hij conservatief. Ook de dood van zijn vrouw droeg bij aan een pessimistische geesteshouding, evenals de invloed van schrijvers als Schopenhauer, Tolstoi en Dostojevski. Zijn belangrijkste toneelstuk K swjosdam (Hinauf zu den Sternen) voltooide hij in 1905.

 

Uit: Hinauf zu den Sternen (Vertaald door Frank Jankowski)

 

Eine Sternwarte in den Bergen. Später Abend. Die Bühne stellt zwei Zimmer dar; das erste eine Art großes Speisezimmer mit weißen, dicken Wänden; an den Fenstern, hinter denen etwas Weißes herumwirbelt, sehr breite Fensterbretter; ein riesiger Kamin, in dem Holzscheite brennen. Schlichte, strenge Einrichtung, in der Polstermöbel und Vorhänge fehlen. Einige Stiche: Portraits von Astronomen. Eine Treppe, die zur Bibliothek und zum Arbeitszimmer Ternovskijs hinaufführt. Das hintere Zimmer ist ein geräumiges Arbeitszimmer, das im Großen und Ganzen dem ersten gleicht, nur ohne Kamin. Einige Tische. Fotos von Sternen und von der Mondoberfläche, einige höchst einfache Geräte. Pollak, ein Assistent Ternovskijs, sitzt an seiner Arbeit. Im vorderen Zimmer unterhalten sich Inna Alexandrovna und Zhitov miteinander; Petja liest; Luntz geht auf und ab. Am Herd kocht die deutsche Köchin einen Kaffee. Hinter den Fenstern das Pfeifen und Heulen eines Gebirgs-Schneesturms. Im Kamin knackt das Holz. In regelmäßigen Abständen läutet die Glocke, die den im Wald Verirrten zur Orientierung dient.

 

INNA: Ständig dieses Geläute - und dabei so sinnlos. Wenn wenigstens jemand käme. Seit vier Tagen keine Nachricht! Man sitzt die ganze Zeit da und fragt sich, ob da draußen noch Menschen leben.

PETJA: (sich vom Buch losreißend) Wer soll denn kommen? Wer kommt denn schon hierher?

INNA: Vielleicht jemand vom Tal...

PETJA: Die haben bestimmt was Besseres zu tun, als hier in den Bergen rumzukraxeln.

ZHITOV: Ja, ein etwas schwieriges Unterfangen. Es gibt ja nicht mal einen Weg... wie in einer belagerten Stadt - man kommt nicht hierher und man kommt nicht von hier weg.

INNA: Und wir haben kaum noch etwas zu essen im Haus.

Zhitov: Dann müssen wir eben ein bißchen kürzer treten.

INNA: Sie haben gut reden, Vassilij Vassilitsch, Sie sind wie ein Bär und werden eine Woche lang von Ihrem eigenen Fett satt, - aber was ich mit Sergej Nikolajitsch machen?

Zhitov: Legen Sie ihm doch auch ein kleines Polster an - so wie wir Bären es machen. Luntz, he Luntz, warum setzen Sie sich nicht hin?

Luntz antwortet nicht, geht umher.

INNA: Was für eine Gegend! Halt, still, da hat doch jemand geklopft. Seid doch mal ruhig! (horcht) Nein, doch nicht. Ein Schneesturm! Sowas gibt es ja nicht mal bei uns in Rußland!“

 

 

 

 

 

Andreyev_by_Repin
Leonid Andreyev (9 augustus 1871 – 12 september 1919)

Portret door Ilja Repin

 

 

 

 

De Engelse dichter en vertaler John Oldham werd geboren in Shipton Moyne (Gloucestershire) op 9 augustus 1653. Hij bezocht het gymnasium Tetbury Grammar School en behaalde zijn B.A. aan de Universiteit van Oxford in 1674. Vervolgens verdiende hij de kost als leraar. Oldham imiteerde onder meer de klassieke satires van Juvenalis. Tot zijn bekendste werken behoren A Satyr upon a Woman, who by her Falsehood and Scorn was the Death of My Friend (1678), A Satyr against Vertue (1679), Satyrs upon the Jesuists (1681) en de ode Upon the Works of Ben Jonson. Zijn vertalingen van Juvenalis verschenen na zijn dood. John Oldham overleed op 30-jarige leeftijd aan pokken.

 

 

A Quiet Soul 

 

Thy soul within such silent pomp did keep,

As if humanity were lull'd asleep;

So gentle was thy pilgrimage beneath,

Time's unheard feet scarce make less noise,

Or the soft journey which a planet goes:

Life seem'd all calm as its last breath.

A still tranquillity so hush'd thy breast,

As if some Halcyon were its guest,

And there had built her nest;

It hardly now enjoys a greater rest.

 

 

 

 

 

Oldham-John
John Oldham (9 augustus 1653 - 9 december 1683)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Izaak Walton werd geboren in Stafford op 9 augustus 1593. Er staan slechts enkele werken op zijn naam: een aantal biografieën en het zeer populair geworden boek The Compleat Angler, over zijn hobby, het vissen. Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1653 en vervolgens steeds aangevuld en bewerkt in vijf volgende edities. Walton raakte bevriend met de dichter en geestelijke John Donne en maakte spoedig daarna kennis met George Herbert, bisschop Sanderson en Sir Henry Wotton. Deze laatste was bezig met de voorbereiding van een biografie van Donne en, wetend dat Walton in zijn vrije tijd wel eens iets schreef, vroeg hij hem te helpen met het verzamelen van materiaal. Wotton overleed echter in 1639, waarop Walton de biografie zelf voltooide (1640). Een biografie van Wotton verscheen in 1651, die van George Herbert in 1670 en van bisschop Sanderson in 1678. Hij vulde deze Lives voortdurend aan. De biografieën waren vriendelijk en welwillend van aard, enkele van de beschrevenen deelden zijn passie voor de vissport.

 

Uit: The Compleat Angler

 

“Take your Trout, wash, and dry him with a clean napkin; then open hime, and, having taken out his guts, and all the blood, wipe him very clean within, but wash him not.; and give him three scotches with a knife to the bone, on one side only. After which take a clean kettle, and put in as much hard stale beer (but it must not be dead), vinegar, and a little white wine, as will cover the fish you intend to boil; then throw into the liquor a good quantity of salt, the rind of a lemon, a handful of sliced horse-radish root with a handsome fagot of rosemary, thyme, and winter-savory. Then set your kettle upon a quick fire of wood, and let your liquor boil up to the height before you put in your fish; and then, if there be many, put them in one by one, that they may not so cool the liquor, as to make it fall. And whilst your fish is boiling, beat up the butter for your sauce with a ladleful or two of the liquor it is boiling in. And, being boiled enough, immediately pour the liquor from the fish; and, being laid in a dish, pour your butter upon it; and strewing it plentifully over with shaved horse-radish, and a little pounded ginger, garnish your sides of your dish, and the fish itself with a sliced lemon or two, and serve it up.”

 

 

 

 

 

walton
Izaak Walton (9 augustus 1593 - 15 december 1683)

 

Geschreven door Romenu om 20:15 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten