Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 september 2009 tot 14 september 2009

Hans Faverey, Theodor Storm, Ivan Klima

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

 

 

[Staande op een rots]

 

Staande op een rots,

die het begin is

van een berg,

 

en die zich niettemin

voor mijn ogen

in zee stort,

 

heb ik soms

zo kunnen verlangen

naar de binnenzee in mij,

dat ik mij haast een zich

verstotende was geworden.

 

 

 

 

[Ik zit in mijn cirkel]

 

Ik zit in mijn cirkel

en stel mij een oneindig

aantal veelhoeken voor:

 

ik zie het me al doen.

De boot, op het land

 

getrokken, is niet meer

van mij; hoeft niet meer

van mij te zijn. Ik ben

haast waar ik wezen moet:

al was ik het zelf

 

die op de oever zit, of

liever: op de oever ligt,

 

onder geoorde, zilver- of

amandelwilgen, daaraan al

zo lang zijn hangende

de harpen; de gewurgden.

 

 

 

 

[Eerst was er niets]

 

 Eerst was er niets.

 

 Daarna was er meer dan iets.

 Toen bleek er te veel over;

 

 tenslotte hield ik niets

 meer over. Het begin

 van het einde;

 het houdt niet over.

 

 Wat er aan deze dingen bestaan

 zou kunnen hebben, heeft bestaan,

 of zou bestaan kunnen hebben.

 

 Of heeft zich dood gezwegen;

 of heeft nooit bestaan.

 

 

 

 

 

Favery
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817.

 

 

Oktoberlied

 

Der Nebel steigt, es fällt das Laub;

Schenk ein den Wein, den holden!

Wir wollen uns den grauen Tag

Vergolden, ja vergolden!

Und geht es draußen noch so toll,

Unchristlich oder christlich,

Ist doch die Welt, die schöne Welt,

So gänzlich unverwüstlich!

 

Und wimmert auch einmal das Herz -

Stoß an und laß es klingen!

Wir wissen's doch, ein rechtes Herz

Ist gar nicht umzubringen.

 

Der Nebel steigt, es fällt das Laub;

Schenk ein den Wein, den holden!

Wir wollen uns den grauen Tag

Vergolden, ja vergolden!

 

Wohl ist es Herbst; doch warte nur,

Doch warte nur ein Weilchen!

Der Frühling kommt, der Himmel lacht,

Es steht die Welt in Veilchen.

 

Die blauen Tage brechen an,

Und ehe sie verfließen,

Wir wollen sie, mein wackrer Freund,

Genießen, ja genießen!

 

 

 

 

 

Wohl fühl ich, wie das Leben rinnt

 

Wohl fühl ich, wie das Leben rinnt,

Und daß ich endlich scheiden muß,

Daß endlich doch das letzte Lied

Und endlich kommt der letzte Kuß.

Noch häng ich fest an deinem Mund

In schmerzlich bangender Begier;

Du gibst der Jugend letzten Kuß,

Die letzte Rose gibst du mir.

 

Du schenkst aus jenem Zauberkelch

Den letzten goldnen Trunk mir ein;

Du bist aus jener Märchenwelt

Mein allerletzter Abendschein.

 

Am Himmel steht der letzte Stern,

O halte nicht dein Herz zurück;

Zu deinen Füßen sink ich hin,

O fühl's, du bist mein letztes Glück!

 

Laß einmal noch durch meine Brust

Des vollsten Lebens Schauer wehn,

Eh seufzend in die große Nacht

Auch meine Sterne untergehn.

 

 

 

 

 

Theodor_Storm_Denkmal_Husum_1
Theodor Storm (14 september 1817 -  4 juli 1888)

Standbeeld in Husum

 

 

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 september 2007 en ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2006 en ook mijn blog van 14 september 2008.

 

Uit: The Spirit of Prague (Vertaald door Paul Wilson)

 

“Totalitarianism correctly understood the threat this cultural resistance posed, but the nature of that power ruled out any accommodation or compromise. It continued to battle against literature. It raided private flats and detained people who had gathered there to listen to lectures or the reading of a play or something as innocent as lyric poetry. It confiscated manuscripts from poets, prose writers and philosophers, both local and translated works, just as it did documents from Charter 77. From time to time it held trials in which judgement was passed on those who copied texts or organized other kinds of cultural activitiy. Because these people were clearly innocent, even according to the laws in force, the outcome of these trials were the opposite of what the authorities intended. They were meant to intimidate, but they succeeded only in unmasking power, in revealing it for the unprincipled, prejudiced and philistine force it was. This merely stiffened people's resistance. Early samizdat publications came out in tiny editions of tens of copies; by the eighties, books were being reproduced in many workshops, the technology of reproduction was modernized, and the number of titles mushroomed. (The literary samizdat enterprise Padlock Editions published three hundred titles.) In the seventies, there were practically no samizdat cultural journals; by the eighties, there were more than a hundred unofficial magazines. (At the same time, there were only five official magazines dealing with culture.)

Sasmizdat literature was only one of the ways in which the repressed culture expressed itself. There were seminars in philosophy, and lecture series were held on different areas of the humanities. Young people frequently tried to distance themselves entirely from the pseudo-culture offered to them by the authorities. They founded small theatres, and from the seventies on, the most authentic expression of their relationship to the ruling system was the protest song. Singers who were closest to them in age and attitude became their idols. The authorities reacted predictably, and one generation of protest singers was essentially driven into exile, but as usual, the results were the opposite of what was intended.“

 

 

 

 

ivan-klima5
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:45 Reageer op dit bericht

Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006  en ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

Dit gaat niemand aan

 

Deze zomerherinnering

gaat niemand aan

zij dacht zo mij

aan te voelen

er kwam een telegram

je bent voortvluchtig

als mijn kans op onweer

de storm in je greep

in je ogen de bliksem

het voorgevoel in de rivier

van jouw zondvloed

te verdrinken

 

ik seinde prompt terug

wees mutoditna overtuigd

van mijn innigste deelname.

 

 

 

De Plezierboot

 

Dichter schrijf een dwangbevel

tegen de intellektuelen en hun gedaas

horden van smulpapen

in de plezierboot van champagne

 

dichter schrijf aan creoolse leentje

en haar vaderloze pop

de saramaccastraat begint bij lelydorp

dichter vergeef de proletariërs

want hun plezierboot is

een krot wat rhum en cha-cha's

dichter vergeef het hoongelach

van hen die beter weten

dichter schrijf en vergeef.

 

 

 

 

Verlooghen
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

 

 

 

De Uruguayaanse dichter, schrijver, criticus en journalist Mario Benedetti Farugia werd geboren op 14 september 1920 in Paso de los Toros in het department Tacuarembó. Mario Benedetti is op 17 mei van dit jaar overleden. Hij werd 88 jaar. Zie ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

Necrologie met juichkreten

 

Komaan, laat ons feesten

Iedereen is uitgenodigd

De onschuldige

Alle slachtoffers

Zij die het ’s nachts uitschreeuwen

En bij dag dromen

En de last van hun lichamen dragen

En geesten herbergen

En blootvoets marcheren

En de bevroren armen

vervloeken en verbranden

 

Zij die van iemand houden

En dat nooit vergeten

Komaan, laat ons feesten

Iedereen is uitgenodigd

De schurk is dood

De vriend is weg

De verrotte dief is voor goed weg

Haast u

Iedereen is uitgenodigd

Komaan, het is tijd om te feesten

Niet om te zeggen

Dat de dood de lei schoonveegt

Alles zuivert

Op gelijk welke dag

De dood veegt niets uit

Wij dragen nog steeds de littekens

Haast u

de schoft is dood

het is tijd om te feesten

niet om te treuren uit gewoonte

laat zijn tegenhangers maar wenen

en hun tranen verspillen

de monsterachtige magnaat is weg

hij is weg voor goed

het is tijd om te feesten

en niet om ons in te tomen

herinner u daar is niet zo maar iemand dood

het is tijd om te feesten

niet om te vermurwen

vergeet niet dat deze dode man

een echte S.O.B. was

 

 

 

 

Vertaald door Henri Thijs

 

 

 

 

 

Rostro De Vos  (Face Of You)

I've got such a concurred loneliness
So filled with melancholy
and faces of you,
with long ago good byes,
and welcome kisses,
of changing springs
and last trains.

I've got such a concurred loneliness
that i can organize it
like a procession
by colours,
shapes,
and promises
by epoch
by tact
and by flavour.

Without more trembling,
I hug your absences
which visit and visit me
with my face of you.

I'm filled with shades,
with nights and wishes,
with laughs and some course

My guests concur,
concur like dreams,
with their new rancors,
and their lack of candour,
and i put them a broom behind the door,
because i want to be alone,
with my face of you.

But the face of you looks elsewhere
with its eyes of love,
but no longer love
as provisions that look for their hunger,
they look and look and extinguish my day.

The walls leave,
remains the night,
melancholies leave,
nothing's left.

Then my face of you
closes its eyes,
and it is such a desolate loneliness..

 

 

 

 

 

Benedetti_1
Mario Benedetti  (14 september 1920 – 17 mei 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Eric van der Steen werd op 14 september 1907 in Alkmaar geboren. Zie ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

Chantage

 

Hoe zou ik slapen kunnen, nu haar ogen,
zo dromerig blauw, als nauw bewogen meer
door wat ter wereld ook, niet rusten eer,
ik zacht mij over haar heb heengebogen ?

 

Maar wat ik mogen zal en niet zal mogen,
dat is een vraag die ik al doende leer
en 't antwoord, dat ik meer dan haar begeer,
wijst tevens uit of zij mij heeft bedrogen.

 

Zij zal niet rusten voor ik moet bekennen
en lokt mij in haar weelderige tent,
ik zal niet slapen voor ik binnen ben en

met zoet geweld mijn liefs gastvrijheid schend -

en in de morgen, als ik wordt verbannen,
weet zij dat ik voorgoed gevangen ben.

 

 

 

 

 

VanDerSteen
Eric van der Steen (14 september 1907 - 3 november 1985)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Uli Becker werd geboren op 14 september 1953 in Hagen. Zie ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

Ewig nicht gemäht – 

mein hippieskes Phlegma: 

Langes, blondes Gras.

 

 

 

Wer hat gesagt, daß sowas Leben

ist? Ich gehe in ein

anderes Blau.

 

 

 

Wie altes Eisen

stehn die Bäume im Park rum,

wenn der Lack ab ist.

 

 

 

 

hagen-ostermarkt-freilichtmuseum
Uli Becker (Hagen, 14 september 1953)

Hagen (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 september 2008.

 

Geschreven door Romenu om 20:30 Reageer op dit bericht

Tõnu Õnnepalu, Julian Tuwim, Nicolaas Beets, Roald Dahl, Anton Constandse, J. B. Priestley

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin.

 

Uit: Freedom as a Border State of Mind

 

„There are some rare moments in the time, while freedom emerges. If we want to be more grandiloquent we may call time the History. Or, speaking about someone’s personal life, we may call it Destiny. Those moments, political and psychological, are perhaps the most suitable for writing. I mean the real writing, which is always the emerging of something unexpected, something new, as in the end of the Baudelaire’s poem Le Voyage.

It is a long poem, which starts with an image of a child dreaming on the maps of seas and continents. The world under the lamp of childhood is huge and without borders. And then the old poet says (well, he wasn’t this old in fact – perhaps as old as I’m now, but, like he says in another poem – Le Spleen – J’ai plus des souvenirs que si j’avais mille ans – I have more memories than I would have at the age of thousand years), so, he says: how little is world in the eyes of memory!

For a child the potential of possibilities, the latent freedom is in it’s maximal rate. Then, during the life, the doors of unused possibilities are closing, one by one. The hungry dreaming has been replaced by searching of real sensations, then by dullness, boredom and spleen – the famous ennui. As the potential of freedom has been used up, the life becomes to be felt like a prison. The trials of escape from this prison become more and more violent. As the poet says in another poem, the boredom – ennui – is the worst of all vices, the most powerful source of evil. A bored human being may – just to escape from his own prison – destroy the world, kill and torture.

Or destroy himself. The last part of the poem, which closes the whole book, evokes the Death as ultimate liberator and ultimate door into the unknown and the last remaining possibility for something new. This absurd hope tells us about the inner feelings of the poet, who’s sources of creation are like drying up and who doesn’t find his former freedom any more. So was the freedom, the childhood’s borderless world just an illusion?“

 

 

 

 

Õnnepalu
Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

 

 

 

 

 

De Poolse dichter Julian Tuwim werd geboren in Łódź op 13 september 1894.

 

 

 

The Dancing Socrates 

 

I roast in the sun, old wretch...

I lie, and yawn, I stretch.

Old am I, but full of pep:

When I take a slug from the cup

I sing.

My ancient bones bask in the sun's glow,

And my curly, wise, grey head.

In that wise head, like woods in spring

Hums and hums a wiser wine.

Eternal thoughts flow and flow,

Like time

 

 

 

 

 

 

tuwim2
Julian Tuwim (13 september 1894 – 27 december 1953)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Voor onderstaande schrijvers zie ook mijn blog van 13 september 2006.

 

Uit: Uit: Camera Obscura

 

“En wezenlijk, de Hollandsche jongens zijn een aardig slag. Ik zeg dit niet met achterstelling, veel min verachting, van de Duitsche, of Fransche knapen, aangezien ik het genoegen niet heb andere dan Hollandsche te kennen. Ik zal alles gelooven wat Potgieter, in zijn tweede deel van ‘het Noorden’, over de Zweedsche, en wat Wap in het tweede deel van zijne ‘Reis naar Rome’, over de Italiaansche in 't midden zal brengen; maar zoolang zij er van zwijgen, houd ik het met onze eigene goed-gebouwde, roodwangige, sterkbeenige en, ondanks de veete tegen de Belgen, voor 't grootst gedeelte blauwgekielde spes patriae.

De Hollandsche jongen; - maar vooraf moet ik u zeggen, mevrouw! dat ik niet spreek van uw bleekneuzig eenig zoontje, met blauwe kringen onder de oogen; want met al het wonderbaarlijke van zijn vroege ontwikkeling, acht ik hem geen zier. Vooreerst: gij maakt te veel werk van zijn haar, dat gij volstrekt wilt laten krullen; en ten andere: gij zijt te sentimenteel in het kiezen van zijn pet, die alleen geschikt is om voor oom en tante te worden afgenomen, maar volstrekt hinderlijk en onverdragelijk bij het oplaten van vliegers en het spelen van krijgertje, - twee lieve spelen, mevrouw, die u ed. te wild vindt. Ten derde, heeft u ed., geloof ik, te veel boeken over de opvoeding gelezen, om een enkel kind goed op te voeden. Ten vierde, laat gij hem doosjes leeren plakken en nuffige knipsels maken. Ten vijfde zijn er zeven dingen te veel, die hij niet eten mag. En ten zesde, knort u ed. als zijn handen vuil zijn en zijn knie door de pijpen van zijn pantalon komt kijken; maar hoe zal hij dan ooit vorderingen kunnen maken in 't ootje-knikkeren? of de betrekkelijke kracht van een schoffel en een klap leeren berekenen? - ik verzeker u dat hij nagelt, mevrouw! een nagelaar is hij, en een nagelaar zal hij blijven: - wat kan de maatschappij goeds of edels verwachten van een nagelaar? Ook draagt hij witte kousen met lage schoentjes: dat is ongehoord. Weet u ed. wat u ed. van uw lief Fransje maakt? 1. een gluiper; 2. een klikspaan; 3. een geniepigerd; 4. een bloodaard; 5... Och lieve mevrouw! geef den jongen een andere pet, een broek met diepe zakken, en ferme rijglaarzen, en laat hij mij nooit onder de oogen komen zonder een buil of een schram, - hij zal een groot man worden”.

 

 

 

 

Beets
Nicolaas Beets (13 september 1814 –  13 maart 1903)

Borstbeeld, gemaakt door Cornelis Beets

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandalf, Zuid-Wales.

 

 

Cinderella (Fragment)

 

I guess you think you know this story.

You don't. The real one's much more gory.

The phony one, the one you know,

Was cooked up years and years ago,

And made to sound all soft and sappy

just to keep the children happy.

Mind you, they got the first bit right,

The bit where, in the dead of night,

The Ugly Sisters, jewels and all,

Departed for the Palace Ball,

While darling little Cinderella

Was locked up in the slimy cellar,

Where rats who wanted things to eat

Began to nibble at her feet.

She bellowed, "Help!" and "Let me out!"

The Magic Fairy heard her shout.

Appearing in a blaze of light,

She said, "My dear, are you all right?" '

All right?" cried Cindy. "Can't you see

I feel as rotten as can be!"

 

She beat her fist against the wall,

And shouted, "Get me to the Ball!

There is a Disco at the Palace!

The rest have gone and I am jalous!

I want a dress! I want a coach!

And earrings and a diamond brooch!

And silver slippers, two of those!

And lovely nylon pantyhose!

Thereafter it will be a cinch

To hook the handsome Royal Prince!"

The Fairy said, "Hang on a tick."

She gave her Wand a mighty flick

And quickly, in no time at all,

Cindy was at the Palace Ball!

It made the Ugly Sisters wince

 

 

 

 

 

Roald Dahl
Roald Dahl (13 september 1916 –  23 november 1990)

 

 

 

 

 

De Nederlandse wetenschapper en publicist, vrijdenker en anarchist Anton Constandse werd geboren in Brouwershaven op 13 september 1899.

 

Uit: Het terrorisme

 

„De bloedige onderdrukking van de Parijse Commune en de wrede taferelen van officiële moord op weerloze socialisten hebben een diepe indruk gemaakt op de revolutionairen van het laatste gedeelte der vorige eeuw. Nimmer scheen tegengeweld zo geoorloofd als bij het verweer tegen standen en klassen die op zo tirannieke wijze hadden gewoed. Men vergete niet dat de ‘tirannenmoord’ op velerlei gronden door uiteenlopende richtingen was goedgekeurd, en dat het christendom zich daarbij niet onderscheidde van politieke stromingen. Talloos was het aantal koningsmoordenaars (‘régicides’) geweest wier daden verontschuldigd waren geworden. De man die de laatste en dodende aanslag had gepleegd op Willem de Zwijger, Balthazar Gerards, voltooide een goddelijk geachte opdracht. Toen in 1610 de Franse koning Henri IV van het leven werd beroofd door Ravaillac, wilde deze laatste de gewezen protestantse monarch treffen, die nog als beschermer der hugenoten werd beschouwd. Nadat in 1793 Charlotte Corday de revolutionaire leider Marat had doodgestoken (door haar beschouwd als een tiran) had zij gezegd: ‘Ik heb één man gedood om honderdduizenden te redden.’ Hoewel de meeste politieke moorden - men denke aan de tijd der Renaissance, Reformatie en Contrareformatie - door leden van de overheid zijn gepleegd, is de liquidatie van een dictator door het nageslacht bijna altijd verdedigd als een begrijpelijke en vaak heilzame daad.

Deze opvatting werd in de negentiende eeuw versterkt door de berichten, die uit het absolutistisch geregeerde Rusland kwamen. Na 1848, toen de tsaar had ingegrepen om de Hongaarse opstand te helpen neerslaan; na 1863 toen wederom een Poolse revolutie was onderdrukt; na de massa-arrestaties en verbanningen van Russische revolutionairen gold het ook in het Westen als onvermijdelijk dat aanslagen nog de enig mogelijke vorm waren van noodzakelijk verzet. De invloed van Alexander Herzen, met wie Bakoenin (na zijn ontsnapping uit Siberië) enige jaren had samengewerkt, was voornamelijk ideologisch, gericht op een vaag democratisch socialisme. Hij keerde zich in beginsel tegen het revolutionaire geweld. ‘Wie niet wil dat de beschaving wordt gevestigd met de knoet, mag de bevrijding niet willen bereiken met de guillotine.’ Maar wel riep hij op christelijke wijze herhaaldelijk het beeld op van een bloedige Apocalyps, een Wereldondergang waaruit de nieuwe orde geboren zou worden.“

 

 

constandse2
Anton Constandse (13 september 1899 - 23 maart 1985)

Portret door Jan Wiegers

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 13 september 2008.

 

 

De Engelse schrijver, journalist en literatuurcriticus John Boynton Priestley werd geboren in Bradford op 13 september 1894. Zie ook mijn blog van 13 september 2007.

 

 

Geschreven door Romenu om 20:42 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten