Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 oktober 2009 tot 9 oktober 2009

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Victor Klemperer, Mário de Andrade

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

A Voice

 

They mutilate they torment each other

with silences with words

as if they had another

life to live

 

they do so

as if they had forgotten

that their bodies

are inclined to death

that the insides of men

easily break down

 

ruthless with each other

they are weaker

than plants and animals

they can be killed by a word

by a smile by a look

 

 

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 

 

 

The Survivor

 

I am twenty-four

led to slaughter

I survived.

 

The following are empty synonyms:

man and beast

love and hate

friend and foe

darkness and light.

 

The way of killing men and beasts is the same

I've seen it:

truckfuls of chopped-up men

who will not be saved.

 

Ideas are mere words:

virtue and crime

truth and lies

beauty and ugliness

courage and cowardice.

 

Virtue and crime weigh the same

I've seen it:

in a man who was both

criminal and virtuous.

 

I seek a teacher and a master

may he restore my sight hearing and speech

may he again name objects and ideas

may he separate darkness from light.

 

I am twenty-four

led to slaughter

I survived.

 

 

 

Vertaald door Adam Czerniawski

 

 

 

 

Tadeusz
Tadeusz Różewicz (Radomsko, 9 oktober 1921)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2007 en ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

Uit: Een dag in Gent

 

„Ik voelde me verplicht om verder te praten over de tumor van Sven Blanco. Die jongen zat daar toch maar mooi mee. ‘er zijn veel mensen,’ zei ik, ‘die zo’n hersentumor kwijtraken alsof het niets is. Sterker nog, die hersentumor gaat vanzelf weg.’

‘Toch ben ik er niet gerust op,’ zei Sven, ‘temeer omdat ik de laatste tijd meer koppijn heb dan vroeger.’

‘Zou dat door de stress komen?’

‘Nee, door die tumor, denk ik.’ Hij zou gelijk kunnen hebben. De kwestie was dat we geen van beiden medisch geschoold waren en in wezen in de ijlte zaten te zwetsen. Wat wisten een lapsteelgitarist en een romancier van hersentumoren? Niet meer dan een normaal mens. ‘Die buurman met die snor,’ zei Sven, ‘is die gestorven aan z’n hersentumor?’

‘Ja, maar hij had net zo goed aan iets anders gestorven kunnen zijn. Hij was niet erg gezond.’

‘Hoe oud was hij toen hij stierf?’‘Een jaar of vijftig.’

‘Dan heb ik zeker nog twintig jaar te gaan.’

‘Je zou zelfs niet zeggen dat je dertig bent. Je lijkt wel een eeuwige puber.’‘Dat zegt m’n stiefmoeder ook.’

‘Hoe gaat het met haar?’

‘Niet zo best. Stress. Daar heeft ze continu koppijn van.’ Ik stak een sigaret op, zo erg was ik aan een dosis tabak toe. We konden moeilijk over Svens hersentumor, Svens stiefmoeder, Svens lapsteel en Svens wie weet wat nog allemaal blijven praten. Soms moet een mens van onderwerp veranderen. Zo’n ander onderwerp, dat vind je niet zo gauw. Ik moest hard nadenken voor ik er een vond. Ik zei: ‘Zou jij een neger willen zijn?’

‘Waarom zou ik in godsnaam een neger willen zijn?’ vroeg Sven.

‘Omdat je dan veel succes zou hebben bij blanke vrouwen.’

‘Ik heb nu ook succes bij blanke vrouwen.’

Met die gast was het moeilijk praten. ‘Nóg meer succes,’ zei ik.

‘Dus jij beweert dat negers veel succes hebben bij blanke vrouwen?’

‘Ja, godverdomme, dat beweer ik. Ik heb de cijfers om dat te staven niet bij me, maar ieder kind weet dat. Het is dat westerse vrouwen niet willen toegeven dat ze op negers vallen. Laten we maar ophouden over negers. Voor je het weet sleep je er andere allochtonen bij en begin je op Marokkanen of Turken te kakken.’

‘Ik kak nooit op Marokkanen of Turken. Ik ben verdraagzaam. Ik ben antiracistisch. Ik ben links.’ Links en toch een hersentumor, dat zou niet mogen. ‘Ik ook,’ zei ik. ‘Ik kak ook nooit op Marokkanen, Turken, negers of om het even welke allochtonen. Of op andere bevolkinsgroepen waarmee je uit moet kijken. Ik houd er m’n handen van af. Van mij mogen ze co-existeren zoveel ze willen. En hun eigen cultuur? Die mogen ze houden tot ze een ons wegen.’

 

 

 

 

herman-brusselmans
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

 

 

 

De Joods-Duitse filoloog en schrijver Victor Klemperer werd gebopen in Landsberg an der Warthe (tegenwoordig Gorzów Wielkopolski) op 9 oktober 1881. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008.

Uit: Ich will Zeugnis ablegen bis zum letzten, Tagebücher 1933-1945

 

30. Januar: Hitler Kanzler. Was ich bis zum Wahlsonntag, 5.3., Terror nannte, war mildes Prélude. Jetzt wiederholt sich haargenau, nur mit anderem Vorzeichen, mit Hakenkreuz, die Sache von 1918. Wieder ist es erstaunlich, wie wehrlos alles zusammenbricht. Wo ist Bayern, wo ist das Reichsbanner usw. usw.? Acht Tage vor der Wahl die plumpe Sache des Reichstagsbrandes - ich kann mir nicht denken, daß irgend jemand wirklich an kommunistische Täter glaubt statt an bezahlte Arbeit. Dann die wilden Verbote und Gewaltsamkeiten. Und dazu durch Straße, Radio etc. die grenzenlose Propaganda. Am Sonnabend, 4., hörte ich ein Stück der Hitlerrede aus Königsberg. Eine Hotelfront am Bahnhof, erleuchtet, Fackelzug davor, Fackelträger und Hakenkreuz-Fahnenträger auf den Balkons und Lautsprecher. Ich verstand nur einzelne Worte. Aber der Ton! Das salbungsvolle Gebrüll, wirklich Gebrüll, eines Geistlichen. - Am Sonntag wählte ich den Demokraten, Eva Zentrum. Abends gegen neun mit Blumenfelds bei Dembers. Ich hatte zum Scherz, weil ich auf Bayern hoffte, mein bayrisches Verdienstkreuz angesteckt. Dann der ungeheure Wahlsieg der Nationalsozialisten. Die Verdoppelung in Bayern. Dazwischen das Horst-Wessel-Lied. - Eine entrüstete Zurückweisung, loyalen Juden werde nichts Übles geschehen. Gleich darauf Verbot des Zentralvereins jüdischer Bürger in Thüringen, weil er die Regierung »talmudistisch« kritisiert und herabgesetzt habe. Seitdem Tag um Tag Kommissare, zertretene Regierungen, gehißte Fahnen, besetzte Häuser, erschossene Leute, Verbote (heute zum erstenmal auch das ganz zahme »Berliner Tageblatt«) etc. etc. Gestern »im Auftrag der NS-Partei« - nicht einmal mehr dem Namen nach im Regierungsauftrag - der Dramaturg Karl Wollf entlassen, heute das ganze sächsische Ministerium usw. usw. Vollkommene Revolution und Parteidiktatur. Und alle Gegenkräfte wie vom Erdboden verschwunden. Dieser völlige Zusammenbruch einer eben noch vorhandenen Macht, nein, ihr gänzliches Fortsein (genau wie 1918) ist mir so erschütternd. Que sais-je? - Am Montagabend bei Frau Schaps zusammen mit Gerstles. Niemand wagt mehr, etwas zu sagen, alles ist in Angst. Nur ganz unter uns sagte Gerstle: » Der Brandstifter im Reichstag war nur mit Hose und kommunistischem Parteibuch bekleidet und hat nachweislich bei einem NS-Mann gewohnt. «Gerstle humpelte auf Krücken; er hat sich beim Skilaufen in den Alpen ein Bein gebrochen. Seine Frau steuerte ihr Auto, in dem wir ein Stück zurückfuhren.
Wie lange werde ich noch im Amt sein? „


 

 

 

Klemperer
Victor Klemperer (9 oktober 1881 - 11 februari 1960)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

 

IMPROMPTU OF THE DEAD BOY

Dead, the rests sweetly among the flowers in his coffin.

There are such moments when we living
This life of interests and struggles
Grow tired of plucking desires and worries.
Then we stop a moment, leave the murmur of the body,
The lost head ceases to imagine,
And oblivion comes sweetly.
Who then can enjoy the roses around him?
The beautiful sight that the car cuts through?
The thought that makes him a hero?...
The body is a veil upon the furniture<
A gesture that stopped in the middle of the road,
A gesture we have forgotten.
Dead, he sweetly forgets among the flowers in his coffin.

He doesn´t seem to sleep, nor do I say the dreams happily;
         he is dead.
In a moment of life the spirit forgot and stopped.
Suddenly he was frightened by the noise of tears,
Perhaps he felt a great frustration
For having left life while so strong and so young.

He felt spite and did not move any more.
And how he will not move any more.

Go away! go away, dead boy!
Oh, go away: I do not know you any more.
Do not return at night to flash on my destiny
The light of your presence and your desire to think!
Do  not offer me again your courageous hope,
Nor ask of me the shape of the Earth for your dreams!

The universe bellows with grief at the flaming of fires,
The terrified alarms cross in the air,
And my peace is enormous and unbearable!
My tears fall upon you and you are like a broken Sun.
What freedom in your obilivion!
What firm independence in your death!
Oh, go away: I do not know you any more!

 

 

 

 

 

MOMENT

The wind cuts everything in two.
Only a wish for neatness binds the world…

There is sun. There was rain. And the wind
Scatters trombones of cloud in the blue.

Nobody can be whole in the city.
The doves cling to skyscrapers, it rains.
It is cold. It is heartache… It is this violent wind
That bursts from the caves of human earth
Demanding sky, peace, and a touch of spring.

 

 

Vertaald door John Nist en Yolanda Leite

 

 

 

 

 

mario-de-andrade-2
Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jens Bjørneboe, Léopold Senghor, Johannes Theodor Baargeld, Marína Tsvetájeva, Ivo Andrić , Christian Reuter, Holger Drachmann

De Noorse schrijver, schilder en essayist Jens Bjørneboe werd geboren op 9 oktober 1920 in Kristiansand. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

Uit: Powderhouse(Vertaald door Esther Greenleaf Müer)

 

For a resident of such a distinguished and well-known madhouse as La Poudrière I must admit that I feel fine, and enjoy a bewildering degree of freedom of thought, expression and movement. At any rate greater than the stars'. And then there's my own highly ambiguous position at the hospital. As caretaker and a kind of jack-of-all-trades (including that of observer) I have at my disposal one of the gardeners' cottages, along with the abovementioned grape and tomato arbor: they lie at the park's outer edge and are surrounded by a high, palisade-like fence with a heavy, lockable gate, so that when I wish I can be wholly isolated in my own world. For example I can get drunk in peace, though that happens very seldom now. And I can smoke hashish with al Assadun, even if we usually do that up in the tower at Lefèvre's, where he has installed a first-class hi-fi set—since music is an almost indispensable part of the hash. Likewise Dr. Lefèvre and I can travel to the sun as often as we wish; this always happens at my house.

But that isn't the most important thing; most important are the mornings and the nights, when I can be utterly undisturbed in my work, and can sit in the garden with my breakfast before proceeding up to the Institute or the clinic to discharge my more routine duties.

The grape and tomato arbor I've described, but the house is just as important; it's old, whitewashed and very simple, like the oldest peasant houses in this district: dirt floor, open fireplace, heavy ceiling beams and a very small sleeping alcove. Outside: the brook, some leafy trees and the plants. Best of all are the mornings, going out barefoot and almost naked right after sunrise, feeling the spicy, fresh scent, the cool morning air, and looking at the light in the treetops or the espaliers. I get a boundless pleasure from these simple things; strictly speaking it's the only happiness I have. I prefer each day to be exactly like the one before.

This has brought me complete clarity of soul, the old man's peace, a quiet heart. Perhaps I miss the sea at times, I don't know.

I said "as caretaker." Of course it's not that simple. It turns out that nothing, absolutely nothing, is simple when you look a bit more closely. Now, for example, there's someone howling up in the clinic again; it's probably the Russian ambassador's wife. She cries like a wolf. In the soundless night this lonely wolf-howl from the ward cuts loose like a stripe on the black night sky, like the trail of a shooting star. The ululating, drawn-out cry is repeated a couple of times. Why do the wolves in the forest also howl thus? For all its wolfishness it's still first and foremost a human howl. She's probably up there hanging onto the window bars while she howls, as she usually does during attacks. If it continues, Dr. Lefèvre will have to leave his desk and his work and go over to the ward to take care of her. al Assadun can't do it because she always tries to rape him.“

.

 

 

 

Bjorneboe
Jens Bjørneboe (9 oktober 1920 – 9 mei 1976)

 

 

 

 

De Senegalese schrijver Léopold Senghor werd geboren op 9 oktober 1906 in het plaatsje Joal aan de Atlantische kust, zo'n 70 kilometer van de Senegalese hoofdstad Dakar. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2007 en ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

Noliwe

 

The weakness of the heart is holly...

Ah! You think that I never loved her

My Negress fair with palmoil, slender as a plume

Thighs of a starlet otter, of Kilimanjaro snow

Breasts of mellow rice-fields, hills of acacias under the

East Wind.

Noliwe with her arms of boas, lips of the adder

Noliwe, her eyes were constellations there is no

need of moon or drum

But her voice in my head and the feverous pulse of the

night…

Ah! You think that I never loved her!

But these long years, this breaking on the wheel of the years, this carcan strangling every act

This long night without sleep I wandered like a

mare from the Zambezi, running and rushing at the

stars

Gnawed by a nameless suffering, like the leopards in the

trap.

I would not have killed her if I had loved her less.

I had to escape from doubt

From the intoxication of the milk of her mouth, from

the throbbing drum of the night of my blood

From my bowels of fervent lava, from the uranium

mines of my heart in the depths of my Blackness

From love of Noliwe

From the love of my black skinned People.

 

 

 

 

Senghor
Léopold Sédar Senghor (9 oktober 1906 - 20 december 2001)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, schilder en graficus Johannes Theodor Baargeld werd geboren op 9 oktober 1892 in Stettin. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

Der Vogelobre Hornebomm - vulgo dadamax

 

Strüh us strüh us dien Jungfernkorn

Der Vogelobre kommt der Hornebomm

Die hornen Fähnchen uf dien Ei

Dien Sträusschen frei die Fähnchen frei

Der Utterschneck die Scherenbraut

Die stossen ihm die Kufen auf

Die nackten Inseln schlagen an

Die nackten Sträusschen schlagen an

 

Der Vogelobre Hornebomm das grosshell Fisch

das Oberschiff

Nickt die Korallenwürmer auf

Nickt die Otterhöschen auf

Den Wasserhamster nickt er auf den hintendrauf

Kommen schon die 17 Bunteglas

Und Busenzottel die der an sich trägt

Der Zeterfisch der Fischkalb Halbesohn

Zwischen ein und halbe Sohn

Halber Zeter halber Sohn

Was scherts den Obre Hornebomm

Den Leckenmaul im Oberhorn

Ihm staht sein Rogeneuter ob dem Horn

Das staht ihm gefreit

Der Hornsturm drin der Hornsturm drin

Darinnen ist die Paarungszeit

Die tiefe Turm die tiefe Zeit

Die Horne Sträusschen und die Ei

Und immer wied die Paarungszeit

Das Schiffchen auf dem Türmegrund

Das Schiffchen auf dem Sträusschengrund

Die hornen Fähnchen hochgeweiht

Und allerob das Hochgeweih

Des hohe Vogel Hornebomm

Das Obergroßschiff Hornebomm

 

 

 

 

 

Baargeld
Johannes Theodor Baargeld (9 oktober 1982 – 18 augustus 1927)

 

 

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Marína Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

In the Winter

 

Bells again break the silence,

Wailing with remorse…

Only several streets divide us,

Only several words!

A silver sickle in the night,

The city sleeps this hour,

The falling snowflakes set alight

The stars upon your collar.

Are the sores of the past still aching?

How long will they abide?

You’re teased by captivating,

New and shimmering eyes.

 

They (blue or brown?) are dearer

Than anything pages hold!

Their lashes are turning clearer,

Out in the freezing cold…

Church bells have faded to silence

Powerless from remorse…

Only several streets divide us,

Only several words!

The silver crescent, at this hour,

Looks at poetic souls in awe,

The winds are gusting and your collar

Is covered with the snow.

 

 

 

 

 

This night, I wander, all alone

 

This night, I wander, all alone outside, -

A sleepless nun, a homeless traveler! -

I have the keys from all the gates tonight

Of this unique, and one and only capital!

 

Insomnia has pushed me into town,

- How stunning you appear, O dusky Kremlin! -

This night, I kiss the boisterous and round,

The hostile, warring planet on the temple!

 

The muggy wind blows straight into the soul.

And not the hair arises, but the fleece!

This night, alone, I pity, one and all, -

Those who are pitied presently and kissed. 

 

 

 

 

Vertaald door Andrey Kneller

 

 

 

 

Marina_Tsvetájeva
Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006 en mijn blog van 13 oktober 2006.

 

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië.

 

De Duitse schrijver Christian Reuter werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle.


De Deense schrijver Holger Drachmann werd geboren op 9 oktober 1846 in Kopenhagen.

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008.

 

 

Finish

De atleet stond op het veld
en rekte zijn oude benen
toen de dood langskwam en wenkte:
Dag jongen, loop je even mee?

Een korte steek in de zij,
dat was alles. Hij bukte zich
om zijn veters aan te trekken,
maar de schoenen waren al leeg en
hij rende de lucht in.

Gewichtloos en zonder
ooit buiten adem te raken
zwom hij door een sterrenzee,
fietste de melkweg rond
en liep ten slotte
in de witte tunnel van de zon,
zonder steken, zo licht als een hert.

En bij de finish waren vele gezichten
die hem aankeken met zachte ogen,
en die zich verheugden,
want hij was er.

 

 

 

Fontein

 

Mijn hart spreekt in morsecode
als ik je zie. Geheime berichten
in geheime domeinen, tijding
van mijn binnenste aan mijn binnenste.

Mist, schitteringen in de verte,
cactussen die in bloei schieten,
bloemdieren in de diepzee die
licht geven in de onderstroom,

nee! Ik wil spreken als een fontein,
mijn stem dansend en klaterend
over engelenbillen van Carrarisch marmer!

Dus open ik mijn mond en zeg
(metershoge waterstralen glinsteren in de zon)
Laura Laura Laura Laura Laura Laura Laura

 

 

 

 

 

_alexis_de_roode
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Martin van Amerongen werd geboren op 8 oktober 1941 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008.

 

Uit: De buikspreker van God – Richard Wagner

 

"Nee, onomstreden is hij nooit geweest, deze beul van de moderne kunst, deze culturele vandaal, deze dolzinnig geworden gek, deze Don Quichotte, deze fou d’orgueil, deze Gesel gods, deze grote jodenvreter, deze arrogante jodenbengel, deze koninklijk-Beierse speeksellikker, deze Marat van de muziek, Z. M. Richard I von Wahnsing Willa Wallhall Weiha Lawei Wagner."

(…)

 

"Cosima Wagner moge postuum een aantal negatieve dingen aan te wrijven zijn, zij was binnen het culturele leven van de negentiende eeuw een vrouw van niet te onderschatten formaat. Oppervlakkig gezien ooge zij als een leptosome hysterica, die zeker één keer per dag in onmacht viel of in tranen uitbarstte. In de praktijk was zij een hoogst daadkrachtige vrouw, zij wist wat zij wilde, zij besefte dat zij een van de grote genieën van haar tijd onder handbereik had en zij trotseerde daar alles voor: de toorn van haar vader, Franz Liszt, de vertwijfeling van haar eerste echtgenoot, Hans von Bülow, en de giftige roddelpraat van de openbare mening."

(…)

 

"In discografisch opzicht wordt de in Wagner geïnteresseerde luisteraar ogenschijnlijk rijkelijk bediend. Het valt in de praktijk nogal tegen. Ook de fonografische registratie van een Wagneropera wordt gehandicapt door de extreem hoge eisen die de componist aan zijn executanten stelt. Wagner vond weliswaar een nieuwe muziektaal uit, maar hij vergat helaas de daarbij behorende stembanden te ontwerpen. Wat dat betreft is hij frère en compagnon van Ludwig van Beethoven, wiens uitermate gecompliceerde Fidelio eveneens zelden of nooit aanvaardbaar op de plaats is vastgelegd."

 

 

 

 

VanAmerongen
Martin van Amerongen (8 oktober 1941 – 11 mei 2002)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Benjamin Cheever werd geboren op 8 oktober 1948 in New York. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008.

 

Uit: The Good Nanny

 

„Sotheby's had placed the ad in the New York Times Magazine section. Joy Gainsborough-Orsini had spread her Gore-Tex parka on the sod, gone down on her belly to shoot the picture. And so the building-large enough in life-seemed to pierce the very skies.

Shown now in the last rays of a watery March sun, the edifice towered amid immature plantings. This was on the Albany Post Road and directly across Scarborough Station Road from the Scarborough Presbyterian Church. Although substantially smaller than the church, the house seemed to vie with that structure as to which was to be the more preposterous demonstration of man's aspiration to transcend practicality. Both buildings were designed to excite awe. Both were far too large to justify their purposes as shelter.

The church was substantially bigger than its competitor, but the Cross residence had the Gothic windows once reserved for places of worship, and a three-car garage mahal. It outgunned the sanctuary six toilets to one.

Featuring the largest lawn in the development, the wedding cake of a house was bordered on the left by a replica of Washington Irving's Sunnyside. A miniature of the dome of Jefferson's Monticello took the right flank. The builder's motto and slogan: "The Grandeur and Genius of the Past; the Comfort and Convenience of the Future." The development: Heavenly Mansions.

This was Saint Patrick's Day in the New Millennium, and Tara's owners were hosting a party. The invitations had been cardboard shamrocks with "You survived Y2K, now come toast Andie," and then this line from Housman: "Malt does more than Milton can to justify God's ways to man." Although few of the guests were drinking malt. They were drinking Frascati, and a fruity Chardonnay. All purchased at The Art Of Wine in Pleasantville.

The host, Stuart Cross (no relation to the pens, thank you), was heading into the great room with a fresh tray of oysters. The hostess, Andie Wilde (no relation to the famous playwright and pederast, alas) was at the granite-topped island in the kitchen, taking the Saran Wrap from a bowl of guacamole. Stuart was 59. Andie was 32, a small, slender brunette now wearing an ankle-length suede skirt, which snapped up the front, and a black cashmere turtleneck. Andie always gave the impression of having just finished an exhaustive crying jag. Perhaps it was the too-generous use of mascara; perhaps it was something more fundamental to her character. This melancholy cast had rendered her irresistible to a certain type of male, many of whom were powerful or rich.

She'd grown up bookish in bookless Vandalia, Ohio-Dayton's airport town. "Raised in a bowling alley, but with the soul of an English maiden," Stuart had said, casting the first of the honeyed barbs that snagged Andie's heart. "If I weren't so old and shrewd, I never would have gaffed her," he said once when quite drunk. "I paid attention. Pay attention, and you needn't be kind."

 

 

 

 

 

BenCheeverNOW
Benjamin Cheever (New York, 8 oktober 1948)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jakob Arjouni (pseudoniem van Jakob Bothe) werd geboren op 8 oktober 1964 in Frankfurt am Main.  Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006 en ook mijn blog van 8 oktober 2007 en ook mijn blog van 8 oktober 2008.

 

Uit: Der heilige Eddy

 

“Eddy saß in der U-Bahn auf dem Weg nach Hause. Zwischen seinen Beinen standen fünf KaDeWe-Tüten. Innerhalb einer Stunde hatte er drei iwc-Portofino-Uhren, einen Rubinring, drei Cashmere-Morgenmäntel, drei Canon-Kameras, zwei Sets Zwölf-Personen-Silberbesteck, zwei Kisten Cohibas Esplen didos und zwei elektrische Zahnbürsten gekau∫. Alles zusammen im Wert von etwa zwölftausend Euro. Bis auf die Zahnbürsten wollte er alles noch am selben Abend zu seinem Hehler in der Pestalozzistraße bringen. Herr Schulz führte vorne raus ein Geschä∫ mit Blechspielzeug und alten Puppen, im Hinterzimmer hatte er für ausgewählte Kunden eine Art Kramladen für Luxusgüter. Wenn sich die Ware verkaufte, bekam Eddy sechzig Prozent vom erzielten Preis.

Kurz vor fünf hatte die Verkäuferin in der Ka- DeWe-Lederwaren-Abteilung zu Eddy gesagt:

»Tut mir leid, Herr Dregerlein, aber Ihre visa-Karte scheint gesperrt zu sein.«

Woraufhin Eddy gutgelaunt »Ui-ui-ui!« erwiderte und einen Tausendzweihundert-Euro-Leder –Koffer  zurück auf den Verkaufstresen gestellt hatte.

»Hab ich’s wohl mal wieder übertrieben! Aber Ihr Kaufhaus ist ja auch so was von verführerisch.

Und eine Auswahl! Ich komme aus Bochum, da

haben wir so was nicht. Also bitte: Entschuldigen Sie die Umstände, und einen schönen Tag noch.«

Eddy schaute auf die Tüten vor sich. Wenn die Ware sich wie gewohnt verkaufte, und zusammen mit den dreitausend Euro in bar, die er auf dem Weg ins KaDeWe ungläubig aus Deger- oder Dregerleins

Brieftasche gezogen hatte, belief sich sein Verdienst an diesem Tag auf etwa zehntausend Euro.

Zehntausend Euro! Machte vier Monate mit je zweitausendfünfhundert Euro, wie ein richtiges Gehalt. Oder fünf Monate mit je zweitausend. Oder wenn er die Summe mit ein paar Blindennummern oder Sexshop-Erpressungen zwischendurch streckte und eher bescheiden lebte, dann käme er sogar auf sechs Monate. Sechs Monate, in denen er nicht arbeiten musste und sich ganz auf die Musik konzentrieren konnte. Oder mal in echte Ferien fuhr. Nicht in irgendein mondänes Touristenzentrum, um reiche gelangweilte Ehefrauen aufzureißen, sondern in ein kleines Dorf, auf eine Insel oder an einen See, nur Einheimische, ein hübsches Restaurant, schwimmen, spazieren, Gitarre spielen, mal wieder ernstha∫ komponieren

. . . Eddy seufzte, als säße er schon auf der schattigen Restaurantterrasse mit Blick aufs Meer, eine

Bohnensuppe und ein Glas kühlen Rotwein vor sich. Mit Deger- oder Dregerlein da hast du Schwein!“

 

 

 

jakob_arjouni
Jakob Arjouni (Frankfurt am Main, 8 oktober 1964)

 

 

 

 

De Franse schrijver en dichter André Theuriet werd geboren op 8 oktober 1833 in Marly-le-Roi. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006.

 

 

Le chemin des bois

 

Les frais sentiers de l'Idéal,

C'est aux lois qu'on les retrouve,

Près de la source oii, matinal,

Le ramier soupire et couve.

 

Le chant divin de l'Oiseau hleu.

C'est aux lois qu'on croit l'entendre,

Quand le coucou, comme un adieu.

Dit son refrain grave et tendre.

 

La vie emplit les bois profonds :

rieurs, oiseaux, souffles d'air libre,

Cœurs aimants, travailleurs féconds,

Aux bois tout palpite et vibre.

 

Aux bois émus, aux bois baignés

De rosée et de lumière,

J'offre mes vers tout imprégnés

De la senteur forestière.

 

 

 

 

theuriet-1-
André Theuriet (8 oktober 1833 – 23 april 1907)

 

 

 


De Duitse schrijver Nikolaus Becker werd geboren op 8 oktober 1809 in Bonn. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006.

 

 

Die treue Haut

 

Sie haben einen Vetter da,

Dem Gutheit aus den Augen sah.

Ich fragte sie: was thut der hier?

Antworten sie: Den nähren wir

Aus Christenpflicht, um Gottes Lohn,

Er wohnt bei uns seit Langem schon,

Und priesen insgesammt in laut,

Er sei so eine treue Haut.

 

Sie luden Gäst´in großer Zahl,

Sie sagten ihm: Besorg`da Mahl!

Da ist er hin und her gerannt,

Bis Alles auf der Tafel stand.

Sie saßen freudig rings umher,

Am Katzentischchen selber er;

Doch priesen sie zum Schluß ihn laut,

Er sei so eine treue Haut.

 

Und als sie nun gefahren aus,

Sie sagten ihm: Bewach´das Haus,

Die Kinder hüt´, verpfleg´das Vieh

Und halte gute Ordnung hie!

Er hat es fließig so vollbracht.

Sie kehrten heim in später Nacht,

Sein Licht sie nahmen, priesen´s laut,

Er sei so eine treue Haut.

 

Und wenn das Seil am Brunnen brach,

Der Eimer in der Tiefe lag,

Und wenn die Birne und dir Pflaum´

Reif waren auf dem steilsten Baum;

Was sich begab in Ernst und Spaß,

Sie sagten ihm: Thu´Dies und Das!

Und priesen, wenn´s geschehn, ihn laut,

Er sei so eine treue Haut.

 

Sie sagten ihm: Bist du gesund,

So thu´es uns nur eben kund.

Doch hat er´s nicht mehr kund gemacht;

Denn er verschied in selber Nacht.

Da klagten sie´s den Nachbarn laut;

Schad´, daß er starb, die treue Haut!

 

 

 

 

Becker
Nikolaus Becker (8 oktober 1809 – 28 augustus 1845)

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Nobelpijs Literatuur voor Herta Müller

De Nobelpijs Literatuur gaat dit jaar naar de Duitse schrijfster Herta Müller.

 

De Duitse schrijfster Herta Müller werd geboren op 17 augustus 1953 in Nitzkydorf, Roemenië. Zij studeerde germanistiek en Roemeense literatuur aan de universiteit van het westen in Timişoara. Vanaf 1976 werkte zij als vertaalster in een machinefabriek, maar toen ze in 1979 niet wilde samenwerken met de Securitate werd zij ontslagen. Zij werkte tijdelijk als docente en privélerares. In 1982 kon haar eerste roman slechts in een gecensureerde versie verschijnen. In 1987 emigreerde zij met haar man naar de BRD. Ze kreeg in de volgende jaren verschillende leeropdrachten als writer in residence. Zie ook mijn blog van 17 augustus 2009 en mijn blog van 17 augustus 2008.

 

Arbeitstag (uit: Niederungen)

 

„Morgens um halb sechs. Der Wecker läutet. Ich stehe auf, ziehe mein Kleid aus, lege es aufs Kissen, ziehe meinen Pyjama an, gehe in die Küche, steige in die Badewanne, nehme das Handtuch, wasche damit mein Gesicht, nehme den Kamm, trockne mich damit ab, nehme die Zahnbürste, kämme mich damit, nehme den Badeschwamm, putze mir damit die Zähne. Dann gehe ich ins Badezimmer, esse eine Scheibe Tee und trinke eine Tasse Brot.
Ich lege meine Armbanduhr und die Ringe ab. Ich ziehe meine Schuhe aus.
Ich gehe ins Stiegenhaus, dann öffne ich die Wohnungstür.
Ich fahre mit dem Lift vom fünften Stock in den ersten Stock.
Dann steige ich neun Treppen hoch und bin auf der Straße.
Im Lebensmittelladen kaufe ich mir eine Zeitung, dann gehe ich bis zur Haltestelle und kaufe mir Kipfel, und, am Zeitungskiosk angelangt, steige ich in die Straßenbahn.
Drei Haltestellen vor dem Einsteigen steige ich aus.
Ich erwidere den Gruß des Pförtners, dann grüßt der Pförtner und meint, es ist wieder mal Montag, und wieder mal eine Woche zu Ende.
Ich trete ins Büro, sage auf Wiedersehen, hänge meine Jacke an den Schreibtisch, setze mich an den Kleiderständer und beginne zu arbeiten. Ich arbeite acht Stunden.“

 

 

 

 

HertaMueller
Herta Müller (Nitzkydorf, 17 augustus 1953)

Geschreven door Romenu om 15:11 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten