Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 januari 2010 tot 29 januari 2010

Anton Tsjechov, Hans Plomp, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Romain Rolland

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Liebesgeschichten (Ein Unglück, Vertaald door Vera Bischitzky, Kay Borowsk e.a.)

 

„Sofja Petrowna, die Frau des Notars Lubjanzew, eine hübsche junge Dame von etwa fünfundzwanzig Jahren, ging mit ihrem Sommerhausnachbarn, dem vereidigten Rechtsanwalt Iljin, langsam den Waldweg entlang. Es war fünf Uhr abends. Über dem Waldweg ballten sich weiße Flaumwolken; hier und da linsten Fetzen hellblauen Himmels darunter hervor. Die Wolken standen unbeweglich, als klammerten sie sich an die Wipfel der hohen alten Kiefern. Es war still und schwül.

Den Weg kreuzte in der Ferne ein niedriger Eisenbahndamm, über den aus unerfindlichen Gründen gerade ein Posten mit Gewehr schritt. Gleich hinter dem Damm schimmerte weiß eine große sechskuppelige Kirche mit verrostetem Dach…

»Ich hatte nicht erwartet, Ihnen hier zu begegnen«, sagte Sofja Petrowna, blickte zur Erde und berührte mit ihrer Schirmspitze das Laub vom Vorjahr, »bin aber froh, daß ich Sie getroffen habe. Ich muß ernsthaft und endgültig mit Ihnen reden. Ich bitte Sie, Iwan Michailowitsch, wenn Sie mich wirklich lieben und ehren, dann hören Sie auf, mich zu verfolgen.

Sie folgen mir wie ein Schatten, sehen mich ewig mit unguten Blicken an, erklären mir Ihre Liebe, schreiben seltsame Briefe und … und ich weiß nicht, wann das je aufhören soll! Wozu das alles bloß, mein Gott?« Iljin schwieg. Sofja Petrowna ging ein paar Schritte weiter und fuhr fort: »Und diese krasse Veränderung in Ihnen ist vor etwa drei bis vier Wochen eingetreten, nachdem wir seit fünf Jahren miteinander bekannt sind. Ich erkenne Sie nicht wieder, Iwan Michailowitsch!«

Sofja Petrowna warf von der Seite einen Blick auf ihren Begleiter. Er schaute angespannt, blinzelnd, auf die Flaumwolken. Sein Gesicht drückte Groll, Eigensinn und Geistesabwesenheit aus, wie bei einem Menschen, der leidet und sich dabei noch Unsinn anhören muß.

»Es ist schon erstaunlich, daß Sie das nicht selbst begreifen können!« fuhr die Lubjanzewa achselzuckend fort. »So verstehen Sie doch, daß Sie kein ganz anständiges Spiel spielen. Ich bin verheiratet, liebe und ehre meinen Mann … habe eine Tochter… Gilt Ihnen denn das alles gar nichts? Außerdem wissen Sie als alter Bekannter doch genau, wie ich über die Familie denke… über die Grundlagen der Familie überhaupt …«

Iljin räusperte sich ärgerlich und seufzte.“

 

 

 

 

Tsjechov
AntonTsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

Portret door Osip Braz

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

 

Psychonaut

voor Gust Gils

 

Voor de geboorte en na de dood

ging je en zag

wat een mens niet zien mag

van priesters en geleerden

die de poorten van het paradijs bewaken

en kruisigen of gek verklaren

degenen die de door angstmuren en wetten braken:

de eters van door valse god verboden bomen,

de dromers van lucide dromen.

 

 

Je keek door t sleutelgat en zag

een andere dimensie,

ontdekte achter muur en hek

een paradijs dat klaar ligt

voor de wijze gek

die tegen het bevel

van bijbel en geleerde

op eigen wijze zich naar binnen keert

en ziet dat daar de sleutel ligt

en uit een heilig soort nieuwsgierigheid

de poorten opent naar de eeuwigheid.

 

 

 

 

 

Plomp
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 

 

 

 

De Nederlandse schilder en dichter Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

 

voorzichtig

 

voorzichtig
heb ik de gevangen vogel

uit de strik verlost

ik laat hem vliegen
hij geeft mij vleugels

 

 

 

avond zet

 

avond zet
de polder blank
huizen komen
te drijven
rijen bomen
zweven naar
de einde
het land lost op
in nevelen

 

 

 

 

 

Hussem
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)

 

 

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver  Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

 

Verdronken vlinder

 

Zo te sterven op het water met je vleugels van papier
Zo maar drijven na 't vliegen in de wolken drijf je hier
Met je kleuren die vervagen zonder zoeken, zonder vragen
Eindelijk voor altijd rusten met de bloemen die je kuste
Geuren die je hebt geweten
Alles kan je nu vergeten
Op het water wieg je heen en weer

Zo te sterven op het water met je vleugels van papier
Als een vlinder die toch vliegen kan tot in de blauwe lucht
Als een vlinder altijd vrij en voor het leven op de vlucht
Wil ik sterven op het water maar dat is een zorg van later
Ik wil nu als vlinder vliegen op de bloemenblaadren wiegen

Maar zo hoog kan ik niet komen
Dus ik vlieg maar in mijn dromen
Altijd ben ik voor het leven op de vlucht
Als een vlinder die toch vliegen kan tot in de blauwe lucht
Om te leven, dacht ik, je zou een vlinder moeten zijn
Om te vliegen heel ver weg van alle leed en alle pijn

Maar ik heb niet langer hinder
van jaloers zijn op een vlinder
Als zelfs vlinders moeten sterven
Laat ik niet mijn vreugd bederven
Ik kan zonder vliegen leven
Wat zal ik nog langer geven
Om een vlinder die verdronken is in mij

Om te leven hoef ik echt geen vlinder meer te zijn

 

 

 

 

Nijgh
Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Romain Rolland. Journal des années de guerre (1914-1919)

 

NOTEBOOK I (July 31-October 6, 1914)

Vevey, Hotel Mooser.

July 31, 1914, 3.30 p.m. A telegram from the Federal Council posted up at Vevey Station announces "general -mobilization in Russia and state of war proclaimed in Germany."

Today is one of the finest days of the year. The evening is wonderful. The mountains float in a light, luminous, bluish haze; the moonlight spreads a stream of molten red gold over the lake from the Savoy shore between Bouvert and Saint Gingolph, to Vevey. The air is delightful, the night is bathed in the scent of wistaria and the stars are shining with a pure radiance. It is in this divine peace and this tender beauty that the peoples of Europe are beginning the great slaughter.2

In his notes on October 1, Romain Rolland quotes a passage from his letter to Louis Gillet3 in answer to his letter which was imbued with hatred for the Germans.

"... For two months I have been In the mo-tionless centre of a raging whirlwind. Everything reaches us here from all points of Europe, all the furies and all the fevers---- Oh, you have no idea of the state of the German people! If you knew it the situation would seem to you much more tragic. They know nothing of France, but you know nothing of Germany either.... A France of 1792 is faced by a Germany of 1813 which thinks it is fighting for the liberty of the world just as we think we are.... As for the vandalism of her armies, she knows nothing of them; she knows only of the dum-dum bullets and the Belgian atrocities (the atrocities of the Belgians!). It is impossible to pierce the wall of false news reports. 'Rheims, Louvain ... calumnies of the Allied press!...' You would never be able to convince my old Schulz!4 Poor old chap, when he gets to know! No, my friend, do not let yourself be infected by the contagion of vengeance and hatred. Try and lock up in a cage, if you can, the General Staff, the Junkers and the princes. Delivered from those beasts of prey, Germany will recover her health...."

 

 

 

 RomainRoland

Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)
Hier met Ghandi in 1931

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:21 Reageer op dit bericht

Olga Tokarczuk, Germaine Greer, Mirjam Müntefering, Serap Çileli, Gert Hofmann

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Primeval and Other Times (Vertaald door Antonia Lloyd-Jones)

 

„Primeval is the place at the centre of the universe.

To walk at a brisk pace across Primeval from north to south would take an hour, and the same from east to west. And if someone wanted to go right round Primeval, at a slow pace, taking a careful, considered look at everything, it would take him a whole day, from morning to evening.

To the north the border of Primeval is the road from Taszów to Kielce, busy and dangerous, because it arouses the anxiety of travel. The Archangel Raphael protects this border.

To the south the town of Jeszkotle marks the border, with its church, old people's home and low-rise tenements surrounding a muddy marketplace. The town presents a threat because it arouses the desire to possess and be possessed. The Archangel Gabriel guards Primeval on the town side.

From south to north, from Jeszkotle to the Kielce road runs the Highway, with Primeval lying on either side of it.

On the western border of Primeval there are wet riverside meadows, a bit of forest, and a manor house. Next to the manor house there's a stud farm, where a single horse costs as much as the whole of Primeval. The horses belong to the Squire, and the meadows to the parish priest. The danger on the western border is of sinking into conceit. The Archangel Michael guards this border.

To the east the border of Primeval is the White River, which separates its territory from Taszów's. Then the White River turns towards a mill, while the border runs on alone, through common land, between alder bushes. The danger on this side is foolishness, arising from a desire to be too clever. Here the Archangel Uriel guards the border.

At the centre of Primeval God has raised a large hill, onto which each summer the maybugs swarm down, so people have named it Maybug Hill. For it is God's business to create, and people's business to name.

From the north-west the Black River runs south, joining the White River below the mill. The Black River is deep and dark. It flows through the forest, and the forest reflects its shaggy face in it. Dry leaves sail along the Black River, and careless insects fight for life in its eddies. The Black River tangles with tree roots and washes away at the forest. Sometimes whirlpools form on its dark surface, for the river can be angry and unbridled. Every year in late spring it spills onto the priest's meadows and basks there in the sunshine, letting the frogs multiply by the thousand. The priest battles with it all summer, and every year it benignly lets itself be sent back to its course towards the end of July.“

 

 

 

 

Olga_Tokarczuk
Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

 

 

 

De Australische literatuurwetenschapper en publiciste Germaine Greer werd geboren in Melbourne op 29 januari 1939. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Shakespeare’s Wife

 

„The brass plate set in the stone over her grave next to William's in the chancel of Holy Trinity Church Stratford tells us that Ann Shakespeare 'departed this life on the sixth day of August 1623 being of the age of 67 years'. We have no evidence to corroborate this information. If the funeral plate is correct she was born in 1556, eight years before her husband. Engravers do make mistakes; the figures 1 and 7 are easily confounded in the calligraphy of 1623, but as all Ann's family was baptised at Holy Trinity, where the registers began to be kept in obedience to the royal edict of 1558, we must conclude that she was born before the register began to be kept, and not afterwards. So 1556 it is.

Our best evidence that Agnes Hathaway alias Gardner of Shottery is the woman who married Will Shakespeare in 1582 is the will made in 1601 by her father's shepherd Thomas Whittington. Whittington is identified in Richard Hathaway's will: 'I owe unto Thomas Whittington my shepherd four pounds six shillings eight pence.' Twenty years on, when he made his will in 1601, Whittington identified Ann as Shakespeare's wife:

 

Item I give and bequeath unto the poor people of Stratford forty shillings that is in the hand of Ann  Shakespeare wife unto Mr William Shakespeare and is due debt unto me being paid to mine executor by the said William Shakespeare or his assigns according to the true meaning of this my will.

 

The Hathaway family house is supposed to be the one that is now known as Ann Hathaway's Cottage, though indeed it was never hers. This twelve-roomed farmhouse, known to the Hathaway family, if not to the bardolatrous public, as Hewlands Farm, is built on stone foundations, of timber-framed wattle-and-daub.“

 

 

 

 

germaine_greer
Germaine Greer (Melbourne, 29 januari 1939)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Mirjam Müntefering werd geboren op 29 januari 1969 in Neheim. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Verzauberte Nächte

 

„Die Musik ist mies. Neuerscheinungen, ja, von vor 4 Jahren. Warum ich auch ohne meine Freundinnen hierher komme, ist mir nicht klar. Wie gut, daß ich die ein oder andere Bekannte treffe. Gähn, gähn, was erzählen die? Immer das gleiche. Bedeutungsloses Geschwafel. Warum bin ich nur hergekommen?

Am Rande der Tanzfläche stehen. Hundert Gesichter. Vertraut aus vielen Nächten. Nasen, Münder, Augen. Puzzlestücke, die zusammenzusetzen ich heute keine Lust habe. Langeweile kriecht über meine Füße und schlingt sich an meinen Beinen herauf wie Efeu. Hat diese Nacht denn kein Satingewand, das ich sonst so oft spüre?

Dieser Raum ist häßlich, häßlich. Stahlträger. Nackte Wände.

Doch plötzlich wird in der Nähe der Tür ein Licht angeknipst. Da bist du ja endlich. Fast hätte ich dich nicht mehr erwartet. Dein Gesicht, das ich nicht zusammensetzen muß, das immer ganz ist.

Das Gefühl dauert länger als der Augenblick.

Blick. Augen. Ein helles Erkennen in deinen. Du leuchtest mich an. Dieser kurze Moment des Zögerns, des leichten Nickens. Ein weißglühender Ball, quer durch den Raum. Treffer. Wie jedes Mal.

„Bist du betrunken?“ fragt mich eine, die mich am schnellsten zum Gähnen bringt.

Erstaunlich. Ohne ein einziges Glas Bier angerührt zu haben, fühle ich wie du den Boden schwanken machst.

Das Gefühl dauert länger als unser Augenblick.

Das Efeu um meine Beine welkt dahin.

Dieser Raum. Mit einem Male ist er nicht mehr so grau, nicht mehr so unerträglich wie vor wenigen Minuten noch. Vielleicht liegt da sogar eine verborgene Schönheit. Ein verwunschener Festsaal womöglich. Mit unsichtbarem Glanz, der nur hindurchschimmert, wo du stehst und mit den Füßen wippst.

„Was für ein scheußliches Licht machen die heute!“ ruft eine. Rot. Blau. Grün. Ganz seekrank sehen alle aus. Alle? Wie machst du das? Samtene Schatten auf deinem Gesicht. Am Rande der Tanzfläche stehen. Gefesselt durch unsere Gläser, schaukeln wir unsere Zigaretten. Und so übel sind die alten Songs gar nicht. Am besten die, deren Texte du kennst und singst und sprichst und neu erfindest.“

 

 

 

 

MiriamMuentefering_01
Mirjam Müntefering (Neheim, 29 januari 1969)

 

 

 

 

 

De Turks-Duitse dichteres en schrijfster Serap Çileli werd geboren op 29 januari 1966 in Mersin. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Eure Ehre - unser Leid

 

„1993 begann mein Zweites Leben. Die Flucht und das Frauenhaus lagen hinter mir. Ali Riza, die Liebe meines Lebens, und ich hatten geheiratet, und ich trug sein Kind unter meinem Herzen. Meine beiden großen Kinder, Hayati Lind Selda, waren bei mir, und wir hatten eine Bleibe gefunden. Die Wohnung war zwar klein und bescheiden, aber wir waren zusammen. Das war die Hauptsache.
Dann wurde meine jüngste Tochter Alisya geboren, und mein Glück hätte perfekt sein müssen. Aber das war es nicht. Denn immer wieder fiel ich in ein Loch, und die Geister der Vergangenheit kamen zurück. Das erlebte Leid waberte unter der Oberfläche. Die traumatischen Erlebnisse meiner Vergangenheit, die Zwangsehe, die Versklavung und Entmündigung durch meine Eltern, die Flucht und schließlich die schmerzliche Trennung von meiner Familie holten mich immer wieder ein. Manchmal habe ich stundenlang nur vor mich hingestarrt, dann wieder Stunde um Stunde geweint. Ich weiß nicht, was ohne Ali passiert wäre. Immer hat er mir zugehört, immer war er für mich da. Wieder und wieder ging er die schmerzlichen Erinnerungen mit mir durch, nahm mich in den Arm und tröstete mich. Wie selbstverständlich übernahm er die Aufgaben in Haus und Familie, kümmerte sich rührend um seine kleine Tochter und bemutterte meine beiden großen Kinder, als seien es seine eigenen. Ohne ihn wäre ich verloren gewesen.
Dann kam die Wende. Eines Tages brachte er mir eine alte Schreibmaschine vom Flohmarkt mit. Er stellte sie vor mir auf den Tisch und sagte: »Schreib es auf, schreib alles auf!« Aber das war nicht so einfach, denn ich spürte eine Hemmschwelle - wie sollte ich meine persönliche und intime Geschichte der Öffentlichkeit preisgeben? Gleichzeitig sagte mir eine innere Stimme, dass es gut tun würde, sich alles von der Seele zu schreiben. So begann ich - zunächst planlos - die Seiten zu füllen. Immer wieder ging ich zurück in die Vergangenheit, erlebte das Unfassbare erneut. Während ich schrieb, wurde mir die emotionale Abhängigkeit von meiner Fanlilie bewusst, wurde mir klar, wie sehr sie mich geprägt hatte. Ich musste mich von ihr trennen.“

 

 

 

 

Serap_Çileli
Serap Çileli (Mersin, 29 januari 1966)

 

 

 

De Duitse schrijver Gert Hofmann werd geboren op 29 januari 1931 in Limbach in Sachsen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Nach dem Begräbnis

 

„Seine Zimmer gehen auf die Mülltonnen im Hof und haben weder Licht noch Luft, während unsere Zimmer auf die Straße gehen und den ganzen Tag schön hell sind. Allerdings liegt uns gegenüber das städtische Gefängnis, so daß unsere Zimmer auf die lange und eintönige Gefängnisfassade mit den vergitterten Fenstern gehen, hinter denen schon früh die Lichter ausgelöscht werden. Was in den Zellen geschieht, wissen wir nicht, wir stellen es uns aber manchmal vor. Kurz: Unsere Zimmer sind hoch und hell, wenn auch nicht modern, so daß meine arme Frau jeden Freitag die Dielen scheuern muß. Der Opernsänger ist während unserer Abwesenheit in die anderen, natürlich viel kleineren Zimmer gezogen, doch hat er, wie wir sehen, alle Spuren seines Einzugs beseitigt, alles ist noch schön ordentlich. Er scheint ein stiller Mensch zu sein, wir können ihn nicht hören, auch als wir beim Betreten des Korridors laut: Guten Abend, Herr Popper! sagen. Diese Stille ist wichtig, weil ich in meiner Wohnung viel Ruhe haben muß. Zum Komponieren, meine ich, zum Hineinhorchen in mich selber.
Am anderen Morgen – wir haben bei dem Gedanken, daß nun ein anderer in Kaspars Zimmer ist, eine unruhige Nacht verbracht – hören wir, wir haben uns in dem Sänger getäuscht, er ist gar nicht so still. Zwar geht er abends früh ins Bett, ist dafür aber auch früh munter. (Während wir nie vor Mitternacht ins Bett kommen und lange schlafen möchten.) Und geht, nachdem er seine Toilette im Korridor benutzt und kräftig gezogen hat, in seinem Wohnzimmer auf und ab, um, denke ich, bei offenem Fenster seine Atemübungen zu machen. Da schläft meine junge Frau, der man selbst im Schlaf die Trauer um Kaspar ansieht, noch, doch da fängt er zu singen an, meine Frau ist sofort wach. Was ist das, fragt sie und schrickt zusammen. Das ist er, sage ich und setze mich auf. Aber er ist ja tot, sagt meine Frau, die noch halb schläft und meint, daß, weil das Geräusch aus Kaspars Zimmer kommt, es sein Geräusch sein müßte. Nicht Kaspar, sage ich, mit dem kann man, wie es in einem ausländischen Sprichwort heißt, keinen Zaun mehr stützen. Er sang ja auch nicht viel. Es ist der andere, der Opernsänger, der nun in seinem Zimmer wohnt und nun das Fenster wieder geschlossen hat und an Kaspars Klavier sitzt und sich selbst begleitet. Aber meine Frau versteht das nicht, sie ist noch halb im Schlaf. Sie glaubt, Kaspar ist wieder da und hat sich an sein Klavier gesetzt und singt zu uns herüber.“

 

 

 

 

Hoffmann
Gert Hofmann (29 januari 1931 – 1 juli 1993)
Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Muna Lee, Johann Seume, Hubert C. Poot, Vicente Blasco Ibáñez

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Muna Lee werd geboren op 29 januari 1895 in Raymond, Mississippi. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

 

Rich Port

 

This desperately tilted plane of land, our island,
Toppling from its gaunt sea-rooted pillar,
Slanted ever more definitely toward the sea-floor,
Toward that bottomless rift in the floor of Mona Passage,
Slipping,
         sliding,
                  creeping,
                           ever more surely
This doomed beloved rock edging inch by inch with the earthquakes
Toward implacable disaster,
Some day will lurch, will plunge, the long tension ended,
And the ceibas and the yellow fortress and the lizards and the market-place,
The wild beauty of mountain cliffs hung with blue morning-glories,
Immaculate cane-fields and the cool breath of coffee-groves,
Thatched hovels and trolley cars and Ponce de Leon's palace,
Flame-trees and tree-ferns and frail white orchises,
My love and your pride,
All, all will lie in crushed indeterminate wreckage for a thousand
    thousand years
In the crevasse beneath the floor of Mona Passage,
With aeons of sea creatures moving lightly through the heavy masses
    of water
Far above the shattered nameless shards
That in 1930 were you and I
                           And flame-trees and Porto Rico.

 

 

 

 

Lee
Muna Lee (29 januari 1895 – 3 april 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Johann Gottfried Seume werd geboren op 29 januari 1763 in Posema, Sachsen-Anhalt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Die Weinlese

 

„Wenn der Mensch nicht immer etwas hat, das ihm lieber ist als das Leben, wird das Leben selbst bald sehr alltäglich und schal. Jeder soll etwas mit dem ganzen Feuer seiner Natur ergreifen und daran hangen wie an dem Heiligsten des Denkbaren. Der Dichter glüht für sein Ideal, der Künstler mit ihm für das Höchste der Kunst, der Enthusiast für das Heilig-Mystische, der Philosoph für sein Gedankensystem, der Krieger für fleckenlose Soldatenehre, der Patriot für das Vaterland, der Weltbürger für allgemeines Wohl, der wahrhaft gute Mann für die Tugend. Die weise Ordnung der Dinge ist, daß alles Schöne und Gute endlich in einem Zwecke zusammentrifft. Jeder trägt seine Forderungen in die Wirklichkeit um sich her und mißt diese gebieterisch mit jenen; und mit Recht, wenn diese Forderungen aus der Tiefe der reinen, bessern Natur geschöpft sind. Wenn die Jämmerlichkeit rund umher ihnen durchaus in gar nichts entspricht, zieht er sich einsam in das innere Heiligthum seines Wesens zurück und lebt für andere Zeiten und bessere Menschen; wenigstens schmeichelt ihm damit sein Stolz. Dieses Streben nach dem Bessern und diese Einsiedlerneigung, wo es ihm nicht gelang, hat, so lange die Geschichte erzählt, viele bessere Seelen von dem großen Trosse geschieden, und ihnen verdanken wir meistens die Erhaltung und Aufhellung der Lichtpunkte in unserer Menschennatur.

Praktisch thätig sein, ist besser, als todte Buchstaben schreiben, und die Männer von Marathon sind mehr werth als viele volle philosophische Schulen. Marathon schuf Salamis und Platäa; aber alle Secten der Philosophen haben kein Marathon wieder geschaffen. Wo man aufgehört hat zu handeln, fängt man gewöhnlich an zu schreiben; und je verworfener die Zeit ist, desto wortreicher ist sie, ausgenommen, wo gänzliche Mundsperre herrscht.“

 

 

 

 

Seume
Johann Gottfried Seume (29 januari 1763 – 13 juni 1810)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot  werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

 

Vrolyk leven

 

Waer is myn citer toe bereit?

Wat klanken wil ze geven?

Wat zing ik, daer een ander schreit:

De vrolyke blygeestigheit

Is ‘t leven van het leven.

 

Wat laet zich ‘t yolk door ydlen schrik

En mymerende zorgen

Beknellen? vrienden, doet als ik;

Gebruikt toch ’s levens oogenblik

Zoo lang de doot wil borgen.

 

Al schokte zelf de hemelspil

Uit haer metaele pannen,

Weest gy te vreen, gerust en stil:

Een die gelukkigh leven wil

Moet hoop en vrees verbannen.

 

Zoudt gy gestaeg bekommert zyn?

Zoo druk uw vreugt besnoeien?

Neen, neen. verdryft die boezempyn.

Gy woont zoo ver niet van den Ryn

Daer muskadellen groeien.

 

Hoeft gy geen kleeren nochte kost

Van goede lien te prachen;

Wat scheelt ‘t u hoe de werelt host?

Daer Heraklyt om schreien most M

st Demokryt om lachen.

 

Maer, zegt gy: och! het weer wort z’

Ons dreigt een felle donder.

Geen noodt. ai beit een luttel maer.

De nevel scheurt: de lucht wort klaer:

Het onweer is al onder.

 

Dan, ‘t licht is ook aen ‘t ondergaen.

De nacht zal u benarren.

My niet, nu komt de blanke maen

Met haer vergulde horens aen

En hondertduizent starren.

 

 

 

 

Poot
Hubert C. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Vicente Blasco Ibáñez werd geboren op 29 januari 1867 in Valencia. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009.

 

Uit: Mare Nostrum

 

„His first gallantries were with an empress. He was ten years old, and the empress six hundred.

His father, Don Esteban Ferragut--third quota of the College of Notaries--had always had a great admiration for the things of the past. He lived near the cathedral, and on Sundays and holy days, instead of following the faithful to witness the pompous ceremonials presided over by the cardinal-archbishop, used to betake himself with his wife and son to hear mass in San Juan del Hospital,--a little church sparsely attended the rest of the week.

The notary, who had read Walter Scott in his youth, used to gaze on the old and turreted walls surrounding the church, and feel something of the bard's thrills about his own, his native land. The Middle Ages was the period in which he would have liked to have lived. And as he trod the flagging of the Hospitolarios, good Don Esteban, little, chubby, and near-sighted, used to feel within him the soul of a hero born too late. The other churches, huge and rich, appeared to him with their blaze of gleaming gold, their alabaster convolutions and their jasper columns, mere monuments of insipid vulgarity. This one had been erected by the Knights of Saint John, who, united with the Templars, had aided King James in the conquest of Valencia.

Upon crossing the covered passageway leading from the street to the inner court, he was accustomed to salute the Virgin of the Conquest, an image of rough stone in faded colors and dull gold, seated on a bench, brought thither by the knights of the military order. Some sour orange trees spread their branching verdure over the walls of the church,--a blackened, rough stone edifice perforated with long, narrow, window-like niches now closed with mud plaster. From the salient buttresses of its reinforcements jutted forth, in the highest parts, great fabled monsters of weather-beaten, crumbling stone.“

 

 

 

vicente_blasco_ibanez
Vicente Blasco Ibáñez (29 januari 1867 – 28 januari 1928)

Portret door Joaquín Sorolla y Bastida

Geschreven door Romenu om 20:15 Reageer op dit bericht

In Memoriam J. D. Salinger

In Memoriam J. D. Salinger

 

 

De Amerikaanse schrijver J.D. Salinger is gisteren op 91-jarige leeftijd overleden. Dat meldde The New York Times. Salinger is vooral bekend van de roman The Catcher in the Rye (1951), over de rebelse tiener Holden Caulfield. In Nederland verscheen het boek onder de titel De vanger in het graan. Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie mijn blog van 1 januari 2007 en ook mijn blog van 1 januari 2008 en eveneens mijn blog van 1 januari 2009.

 

Uit: The Catcher in the Rye

 

“Anyway, I keep picturing all these little kids playing some game in this big field of rye and all. Thousands of little kids, and nobody's around — nobody big, I mean — except me. And I'm standing on the edge of some crazy cliff. What I have to do, I have to catch everybody if they start to go over the cliff — I mean if they're running and they don't look where they're going I have to come out from somewhere and catch them. That's all I'd do all day.”

 

 

Uit: Franny and Zooey

 

"You can say the Jesus Prayer from now till doomsday, but if you don't realize that the only thing that counts in the religious life is detachment, I don't see how you'll ever even move an inch. Detachment, buddy, and only detachment. Desirelessness. 'Cessation from all hankerings.' It's this business of desiring, if you want to know the goddam truth, that makes an actor in the first place. Why're you making me tell you things you already know? Somewhere along the line — in one damn incarnation or another, if you like — you not only had a hankering to be an actor or an actress but to be a good one. You're stuck with it now. You can't just walk out on the results of your own hankerings. Cause and effect, buddy, cause and effect. The only thing you can do now, the only religious thing you can do, is act. Act for God, if you want to — be God's actress, if you want to. What could be prettier? You can at least try to, if you want to — there's nothing wrong in trying." There was a slight pause. "You'd better get busy, though, buddy. The goddam sands run out on you every time you turn around. I know what I'm talking about. You're lucky if you get time to sneeze in this goddam phenomenal world."

 

 

 

 

Salinger
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 28 januari 2010)

 

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e januari mijn vorige blog.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare, Miguel Barnet, José Martí

Deze gedichtendag is tevens de verjaardag van de nederlandse Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr. De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

 

da capo

treed binnen allerzwartste
met je gezandstraalde ziel
gerangschikte tranen
treed binnen en brul als een dame

schreeuw onder een houten doek
opnieuw cadenza na cadenza
sterf in een lijf dat niet van jou is
zing tot bloedens toe
                                      ik wacht

beuk open de rode zaal
ik heb haar schoon en stil gemaakt
en smeek je wees mijn opera
da capo
                                      kus dit lege hart

 

 

 

 

 

In het land der koningen

 

ik leef in een land

waar de dierenvriend besluit

uit goedheid een andere mens neer te knallen

 

ik leef in een land

waar de vrome gelovige besluit

uit eerbied het mes in de ketter te planten

 

ik leef in een land

waar onze jongens uit gekkigheid soms

de conducteur in elkaar stampen

 

ik leef in een land

waar een keurige man, achtendertig, blond

de vrijheid neemt om door anderen heen te rammen

 

en in dit rood, rood schemerland

waar de grenzen totaal werden opgeheven

waar de mondigheid totterdood wordt beleden

en waar zestien miljoen koningen leven

 

daar ontstaat vanzelf een nieuwe orde

daar zal langs feestelijk afgezette lanen

een laatste koningin haar laatste onderdanen

als beesten overreden zien worden

 

 

 

 

nieuw nederland

 

o bron van humanisme, blakend lichtpunt

o bakermat van zeldzaam burgerschap

wie luistert nog naar ons? dat zijn dan leiders

ze schallen hier hun christennormen rond

 

hangen fraai de morele misthoorn uit

maar in amerika (en nooit prime time)

doen ze het glimmend in hun broek van trots

stelen we tijd in het koelwitte huis

 

wat is een gidsland nog in zo’n positie?

wij varen braaf achter de grote baas

’t is imposant: een vloot van vijftig staten

 

plus nog een luchtbed om hen op te jagen

GEZOCHT: grote malloten met een visie

die dromen kunnen en de zee doen kraken

 

 

 

 

 

ramsey-nasr
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

 

Luna

 

Alsof het was bedekt met hevig licht
bleef haar lichaam mij weerkaatsen,
even zinloos dreigend
zoals de glans aan messen hangt.

Ik bedroog haar met geweld:
mijn lichaam liet haar voor de liefde leven,
haren werden touw toen ik ze opbond,
een verwonding opsmuk, een gevlamde tatoeage.

Voor mijn schoonheid moest zij dood.
Uit haar schreeuwden tegenstrijdige bevelen.
Vuistgroot trilde ik boven haar uit.
Vallen was genade.

 

 

 

 

Sol invictus

 

Daar zit de vrouw juist, in een preutse jurk

die brandbaar is. (Ik ben haar man[p. 38] maar heeft ze iets?) Niet dat ik niet weet

dat er hoge liedjes spelen in haar hoofd,

maar ik lig nu in een gouden blouse van organza,

paarse lippen met een rode tong ertussen, dan

breng ik witte vingers halverwege naar mijn kapsel.

Het geklik van de viewmaster:

te veel licht en chemicaliën; rare pluisjes en krassen

voor mijn ogen, als zit daar een stekelige hand tussen

mij en mijn plaatjes. Staat Hij me naar het leven

met Zijn kleine foto's die opengaan, in mij verschieten?

Ik,

de diamanten man vierstralig, omcirkeld door stemmen,

vliegjes en constellaties

tolererend omdat elke maan mijn schittering weerkaatst.

 

 

 

 

Life On Mars

Was zo graag samen
gevallen
maar iedereen viel
apart

was zo graag samen gevallen
maar iedereen viel apart
alleen
wij

was zo graag samengevallen
maar iedereen viel apart
alleen wij
sprongen naar de sterren.

 

 

 

 

Verhelst
Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

 

mein vater


sah gern chaplin
der große organisator
trug stets perlonbeutel und stichsäge bei sich
wenn er ins möbelkombinat ging
arbeiten fürs restholz
nannte er das
baute barhocker mit rotem knautschlackbezug
sommers in kurzen hosen schmatzten
die schenkel darauf
noch heute
finde ich in schubläden unberührte
großpackungen
rasierklingen und interhotelseife
nur im eckschrank in der küche
wo der korn deponiert war
für blaue stunden
steht die flasche
nicht mehr

 

 

 

Lippert

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

 

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

 

Poetry

 

Poetry,
How did you find your way to me?
My mother does not know Albanian well,
She writes letters like Aragon, without commas and periods,
My father roamed the seas in his youth,
But you have come,
Walking down the pavement of my quiet city of stone,
And knocked timidly at the door of my three-storey house,
At Number 16.

 

There are many things I have loved and hated in life,
For many a problem I have been an 'open city',
But anyway...
Like a young man returning home late at night,
Exhausted and broken by his nocturnal wanderings,
Here too am I, returning to you,
Worn out after another escapade.

 

And you,
Not holding my infidelity against me,
Stroke my hair tenderly,
My last stop,
Poetry.

 

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 

 

Kadare
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)

 

 

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

 

Death’s Like That

 

Fatso has died who could inflate

bicycle tires with his lungs

he used to get drunk in front of the Castillo de la Punte

hiding from daylight

 

Patricio has died his small dry hands

clasping a final lottery ticket to his breast

 

Tente, from Palmira, has died in his filthy bed of straw

poor old santero

 

He died at midnight while pouring aguardiente

for Oggún Arere his protector

I don’t know why I’m so sad about Tente

 

Israel has died who sold cloth wholesale

and filled with nostalgia would announce

‘I’d like to eat figs in Poland’

 

Susanita has died, the old hotel keeper, worn out from weeping

in the courtyard armchair

her keys at her waist and her thick nose...ah, Susanita!

 

The hustler died — I can’t recall his eyes —

who used to lounge for hours

against the post with the streamers

on the Paseo del Prado

 

Oscar the bookie has died, but more slowly,

soaked to the ears in violet water

weighing at the end no more than a husk

 

The gypsy organ grinder is dead

whose monkey danced its tender dance

at the end of its leash all over town

 

Lucía, or was it Lucrecia, is also dead

my mother’s seamstress

who sweated over her sewing machine day and night

to support Humberto, her eternal husband

Those eyes of hers pierce his body now

Jesús is dead — I wish this was over —

the mulatto from the library

They told me to read a lot. I don’t know anything.

 

Picasso is dead, hung

from a bar of chocolate

                                                                  That Picasso

                                                                  did amazing things

                                                                  at the circus!

 

Dead. This is awful

                                           God

 

Once again I don’t know why I say the name

 

I wish I could flow like a river

 

 

 

 

Vertaald door Mark Weiss

 

 

 

 

miguel_barnet

Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht

Hermann Kesten, David Lodge, Wies Moens, Manfred Jendryschik, Mo Rocca, Hermann Peter Piwitt, Colette, Christian Felix Weiße

De Duitse dichter en schrijver Hermann Kesten werd geboren op 28 januari 1900 in Podwoloczyska (tegenwoordig Oekraïne). Zie ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

 

Polen

Grüne, rote Felder.
Birken, weite Wälder.
eine Kuh steht melancholisch.
Ob sie denkt? Ob sie verdaut?
Die Welt erscheint ihr hyperbolisch.
Kennt sie den Marktpreis ihrer Haut?
man wird sie häuten, walken, gerben, färben.
Lang vor dem Alter muß sie sterben.
Erst wird sie säugen, Kälber, Kinder nähre.
Dann frißt man sie, die Kuh kann sich nicht wehren.
Sie kennt ihr Schicksal nicht. Da steht sie unbeweglich.
Das Gras wird ihr zur Milch. Sie muht, und es klingt kläglich.
Der Abend grünt und rötet sich und blaut.
Die Kuh steht still. Sie trägt noch ihre Haut.

 

 

 

 

kesten
Hermann Kesten (28 januari 1900 – 3 mei 1996)

 

 

 

 

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

Uit Deaf Sentence

 

„My own awareness of having a hearing problem was more gradual. I was in my late forties, teaching full-time in the English department at Birmingham University and finding it more and more difficult to hear what students were saying in tutorials and seminars. At first I blamed the students for mumbling and murmuring – which many do, of course, out of diffidence or fear of seeming overassertive to their peers – but I had coped well enough in the past.

I was conscious also that I was talking too much myself in class because it was less of a strain than trying to make out what they were saying. So I went to my GP hoping that the problem was a build-up of wax in the ears, but it wasn’t. He referred me to an ear, nose and throat consultant who, after I had an audiogram, diagnosed high-frequency deafness – possibly caused by ear infections I had suffered in infancy.

My impairment was relatively mild, but the specialist warned me that it would gradually get worse and there was no cure.

It is estimated that about 9m people in the UK – one in seven of the population – are deaf or suffer from hearing loss. High-frequency deafness is by far the most common form of hearing impairment and is caused by loss of – or damage to – the thousands of tiny hair cells in the inner ear that amplify and convert sounds so that they can be transmitted to the brain. Consonants are pitched at a higher frequency than vowels and it is on consonants that we crucially depend to recognise words and distinguish between them.“

 

 

 

 

david_lodge
David Lodge (Londen, 28 januari 1935)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

Uit: Celbrieven

 

„Mijn hart is wel een vaste klomp van harde verbittering. Maar als daarbuiten, op een tak die ik niet zien kan, een wintervogel (sneeuwwit, op een stekeldorentje - het oude lied!) zijn din-don-deine slaat, och als daar maar één druppeltje klare vogelzang op mijn hart valt, smelt de klomp, als was dat brandt op Mei-altaren!

Dragen alle eerlike lui uniformen met blinkende knopen en kepi's met zilverband? Ik weet niet of de bozen een ander gelaat hebben als de goeden. Kwaaddoeners dragen een kap over hun hoofd. Ik zag nooit het gelaat van een booswicht. Ook mijn eigen gelaat kan ik niet zien. Misschien is dat goed. Ik kon anders razend worden.

Komt het nu weer? Als ik aanhoudend staar, op de witte wand staar, komt het altijd. De verschijning. Zij komt uit de witte wand: het is als een licht dat plots in een nis wordt gesteld. De hele gestalte is licht, alleen het gelaat is donker; daar hangt rouw over de oogleden. Het is een zeer fijn gelaat, zacht als het aanschijn Christi.

Zo was mijn laatste droom. Een jonge Romein, in knapedracht. Hij stond: dat wil zeggen, staan was het enige wat hij deed. Onder zijn arm hield hij een speer. De schacht van de speer was zwart, en de punt naar de grond gekeerd. Het was of de jonge Romein eeuwig zô staan zou. Aan zijn voeten lag een meisje. Zij lag er als Magdalena aan de voet van het Kruis en hield zijn knieën omklemd. Toen zij haar gelaat ophief, zag ik dat het nat was van tranen. Maar niet zodra hadden haar ogen die van de jongeling gevonden, of daar lichtte over haar aangezicht al de glans van de eerste morgen die straalde van Gods gelaat! Ik geloof dat het jongelingsbeeld toen plots levend geworden is.“

 

 

 

Moens
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

Uit: Der feurige Gaukler auf dem Eis

 

„Ach diese Stimme, thüringisch eingefärbt, jetzt wohnt sie in Leipzig, das gibt eine Mischung, jedenfalls zart, ein Mädchen, dass du die Worte beschützen möchtest, auch ihr Gesicht hat diese Röte, die kindliche, manchmal erzählt sie eifrig, die Lippen vollführen Sprünge, und sitzt dann auf fliegendem Teppich, sie gleitet uns weg aus dem Haus, aus den Straßen, der Stadt, ist schon unter südlicher Sonne zum Beispiel, das könnte die Camargue sein, um Aix en Provence usw., wo noch die wildesten Pferde traben, und zum Marienfest treffen sich Europas Zigeuner, da fällt sie gar nicht mehr auf, nie war sie anders, und es ist deutlich zu sehen, wie sie in buntschillerndem Röckchen tanzt, das Tamburin in der Hand, der Atem in Stößen, schneller die Schritte, verrückter, verrückter, jetzt sollte, erst mal, ein Semikolon her; einer hat doch gesagt, sie wäre einst Staatsanwalt gewesen, das muss ein Irrtum sein, auf alle Fälle geht die Legende, es hätten die Angeklagten viel Mitleid mit ihr gehabt; oder ich sag: ein Kind, das ist, zu plötzlich, unter diese Erwachsnen gefallen, das hört mit dem Staunen nun nicht mehr auf; oder sie erzählt nichts, sie steht nur so da, im Garten, im Mai oder Juli, und lächelt gegen den Regen, wandelt mit dieser Stimme Tropfen zu Schmetterlingen auf ihrer Nase, in dieser Luft, es könnten auch Blaumeisen sein, und wird gegen Abend ein Baum, so ist sie im Grün, ein Fliederbusch, der wächst über alle Zäune“.

 

 

 

Jendryschik

Manfred Jendryschik (Dessau, 28 januari 1943)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, satiricus en komiek Mo Rocca werd geboren op 28 januari 1969 in Washington, DC. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

Uit: All the Presidents' Pets

 

„And in between cars, leggy conservative pundette Laura Ingraham canoodled in the shadows with pint-sized Clinton cabinet secretary Robert Reich-strange bedfellows indeed but on the Acela they shared one important trait: these powerbrokers were all arriving in Washington a full fifteen minutes faster than the lowly schmucks stuck on the Metroliner.
The Acela was especially busy the last time I took it. I wasn't en route to an assignment, though. My trip was the assignment, part of my current gig on MSNBC, also known as the Michelle Kwan of the twenty-four-hour cable news channels. (No matter how hard it tried, it always seemed to land on its ass.)
I wore a fake mustache and took my position behind the counter of the cafe car. It was the latest in my series of undercover reports focusing on different service jobs, appropriately called "Pressure"-and appropriately accompanied by the Billy Joel song "Pressure," or, as the singer pronounced it, "Preshah!" Each segment featured me thrown into a different job, wearing a different disguise each time. As a furniture mover I got to wear a soul patch. As a mohel I wore payos.“

 

 

 

 

Rocca_Mo
Mo Rocca (Washington, 28 januari 1969)

 

 

 

Zie voor de drie onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009.

 

 

De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg.

 

Uit: Die Gärten im März

 

"Tauwind, sagt Ponto, wenn ich mir überlege, wie lange ich dies Wort nicht mehr benutzt habe. Nicht, daß er ausgeblieben wäre wie Störche ausbleiben, aber der Wind, der uns als Kinder nachts weckte und uns um das Eis auf dem Teich und den Gräben bangen ließ -- was ist damit passiert? Eine Turbulenz. Ein Allerwelts-Tief, eine Sendeminute nach der Tagesschau. Eine neue Krawatte unterm Kinn des Meteorologen. Das Bier, mit dem ich mir über seinen Anblick hinweg helfe ..." Die Wagen, wenn sie abends in den Langenfelder Damm hineinstürzen. Die von den Pneus wegspritzenden Matschfontänen. Der Sog. Die in die gerissenen Luftlöcher nachstürzende Luft; Tauwind? Wie man mit den Worten die Welt aufgibt. Du hörst einfach auf, das Wort "Tauwind" zu benutzen und schon hört für dich zu existieren auf, was es meint ..."

 

 

 

 

Piwitt
Hermann Peter Piwitt (Wohldorf, 29 januari 1935)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye.

 

Uit: La maison de claudine

 

„Où sont les enfants ?

La maison était grande, coiffée d'un grenier haut. La pente raide de la rue obligeait les écuries et les remises, les poulaillers, la buanderie, la laiterie, à se blottir en contrebas tout autour d'une cour fermée.

Accoudée au mur du jardin, je pouvais gratter du doigt le toit du poulailler. Le Jardin-du-Haut commandait un Jardin-du-Bas, potager resserré et chaud, consacré à l'aubergine et au piment, où l'odeur du feuillage de la tomate se mêlait, en juillet au parfum de l'abricot mûri sur espaliers. Dans le Jardin-du-Haut deux sapins jumeaux, un noyer dont l'ombre intolérante tuait les fleurs, des roses, des gazons négligés une tonnelle disloquée... Une forte grille de clôture, au fond, en bordure de la rue des Vignes, eût dû défendre les deux jardins ; mais je n'ai jamais connu cette grille que tordue, arrachée au ciment de son mur, emportée et brandie en l'air par les bras invincibles d'une glycine centenaire...

La façade principale, sur la rue de l'Hospice, était une façade à perron double, noircie, à grandes fenêtres et sans grâces, une maison bourgeoise de vieux village, mais la raide pente de la rue bousculait un peu sa gravité, et son perron boitait, quatre marches d'un côté, six de l'autre.

Grande maison grave, revêche avec sa porte à clochette d'orphelinat, son entrée cochère à gros verrou de geôle ancienne, maison qui ne souriait que d'un côté. Son revers, invisible au passant, doré par le soleil, portait manteau de glycine et de bignonier mêlés, lourds à l'armature de fer fatiguée creusée en son milieu comme un hamac, qui ombrageait une petite terrasse dallée et le seuil du salon... Le reste vaut-il que je le peigne, à l'aide de pauvres mots ? Je n'aiderai personne à contempler ce qui s'attache de splendeur, dans mon souvenir, aux cordons rouges d'une vigne d'automne que ruinait son propre poids, cramponnée, au cours de sa chute, à quelque bras de pin. Ces lilas massifs dont la fleur compacte, bleue dans l'ombre, pourpre au soleil, pourrissait tôt, étouffée par sa propre exubérance, ces lilas morts depuis longtemps ne remonteront pas grâce à moi vers la lumière, ni le terrifiant clair de lune - argent, plomb gris, mercure, facettes d'améthystes coupantes, blessants saphirs aigus, - qui dépendait de certaine vitre bleue, dans le kiosque au fond du jardin.“

 

 

 

 

Colette
Colette (28 januari 1873 – 3 augustus 1954)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte.

 

 

An einen Bach im Winter

 

Du rauschest, sanfter Bach, auch nicht für Freuden mehr?

Kein Blümchen spiegelt sich in dir:

Vom Schnee bedeckt, vom Eise schwer,

Gleichst du, ja gleichst du mir.

 

Du gleichest mir, so lang mir Chloe grausam ist:

Da glänzt mir keine Freude mehr,

Mein Herz, das alles Glück vergißt,

Klopft kaum von Seufzern schwer.

 

Doch dich lös't einst der Lenz zu neuen Freuden auf:

Da singt um dich der Vögel Chor,

Dein murmelnder verliebter Lauf

Lockt Blum und Laub hervor.

 

O daß mir doch, wie dir, auch einst ein Lenz erschien,

Ergäb sich einstens Chloe mir!

Da würden mir auch Freuden blühn,

Ein ewger Lenz in ihr!

 

 

 

 

Weisse

Christian Felix Weiße (28 januari 1726 – 16 december 1804)

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Gedichtendag 2010, Nationale Gedichten Wedstrijd


Gedichtendag 2010

 

 

De eerste prijs in de Turing Nationale Gedichten Wedstrijd ging gisteren naar het gedicht Misbruik van Gerwin van der Werf. Dat werd in Amsterdam bekendgemaakt.

 

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter, componist en arrangeur Gerwin van der Werf werd geboren in Elburg op 30 juni 1969.  Van der Werf studeerde van 1989 tot 1994 muziekwetenschap in Utrecht en kreeg een aanstelling als muziekdocent aan de internationale school in Oegstgeest. Hij schreef liedteksten, verhalen en een roman die begin 2010 uitgegeven wordt bij Uitgeverij Contact. Met vijf korte verhalen won hij prijzen bij Trouw, Volkskrant, 1000 woorden en Schrijven Magazine. Van der Werf woont in Leiden.

 

 

Misbruik

 

Met de pen roer ik mijn koffie

met de schaar krab ik mijn kop

met een mouw veeg ik mijn snot weg

dweil met mijn sok een melkvlek op

 

Mijn nagel drukt in ’t tafelblad

een diepe kloof groeit daar gestaag

woorden weeg ik met het vreten

dat retour komt uit mijn maag

 

Met mijn tanden bijt ik splinters

uit de poten van mijn stoel

uit mijn tenen vloek ik psalmen

tot ik er niets meer bij voel

 

Zelfhaat weeg ik bij het opstaan

in jouw levenloze blik

woede meet ik met mijn knokkels

en mijn schaamte met mijn pik

 

Licht verpulver ik met vuurwerk

herrie met een spijkerboor

waanzin smoor ik in mijn verzen

waar zijn die dingen anders voor?

 

 

 

 

Hieronder een fragment uit een van Van der Werfs verhalen.

 

Uit: De verdwijning van Jonathan Prins

 

Motregen danst op de wind, ragfijne druppels die niet vallen maar zweven, ze strelen het mos, dringen in de poriën van het gesteente. Er is geen hemel, alleen aarde, zij heeft zich gehuld in grijze sluiers waar de wind mee speelt.

De eenzame loper draagt zwartleren motorkleding en legerkisten, zijn bagage bestaat uit een kleine rugzak en een slaapzak in een hoes ter grootte van een rol beschuit. Hij heeft zelfs een opvouwbare damesparaplu van oranje nylon opgestoken, er schuilen plukjes muggen onder. De paar hikers die hij tegenkomt op het wandelspoor dragen balen van groteske omvang op hun rug, gore-tex jassen, bergschoenen en hoedjes met gaas tegen de muggen. Hij leest verbazing in hun ogen, verontwaardiging zelfs, omdat hij met zijn verschijning lijkt te zeggen: kijk, zo kan het ook, jullie zijn enorme aanstellers met je dure uitrusting. Misschien houden ze hem voor krankzinnig. Want niets wijst er op dat de voetganger in het zwart alles tot in de puntjes heeft voorbereid. Alles is volgens plan verlopen, op een paar kleine rimpelingen na. Hij heeft ze eenvoudig kunnen gladstrijken. Ze zijn hem niet komen zoeken. Ze hebben het begrepen. Hij moet niet teveel aan ze denken, hij heeft zijn twee vrienden achtergelaten, net als zijn motor en zijn twijfel.

Voordat hij aan de laatste klim begint raadpleegt hij zijn horloge. Half acht. Het is zondagmorgen, de derde dag sinds hij alleen is. Een bewolkte zomerdag boven de poolcirkel is een dag zonder begin of einde, een dag, even contourloos als de zompige bodem in het dal. Een reiziger zonder uurwerk is in deze wildernis een drenkeling in een zee van tijd.

 

 

 

 

VanDerWerf
Gerwin van der Werf (Elburg, 30 juni 1969) 

 

 

 

 

 

De dichters Arjen Duinker, Hester Knibbe en Nachoem M. Wijnberg zijn de winnaars van de Gedichtendagprijzen 2010, de prijs die jaarlijks op Gedichtendag wordt uitgereikt aan de beste drie gedichten van het voorgaande jaar. Arjen Duinker krijgt de prijs voor zijn gedicht ‘Leve de camouflage!’ uit de bundel Buurtkinderen, Hester Knibbe voor het gedicht ‘Oogsteen’ uit haar gelijknamige bundel en Nachoem M. Wijnberg voor ‘En wat gaan we dan doen? Zou ik dat op de muur kunnen schrijven?’ uit de bundel Divan van Ghalib. Hier het gedicht van Nachoem M. Wijnberg

 

 

 

En wat gaan we dan doen? Zou ik dat op de muur kunnen
schrijven?

 

Ik leer schrijven door met mijn vinger de vorm van de letters na te
voelen,
      ik ken die letters al, maar wil zo nog wel een keer leren
schrijven.

 

Ik sta op een bed en schrijf op de muur,
      spring op het bed op en neer om de woorden waarmee ik wil
beginnen zo hoog mogelijk op de muur te schrijven.

 

De maan in de lucht als een letter uit een doos letters, 
      als ik misschien geen tijd meer heb om te leren schrijven.

 

Als het te donker is om het papier te zien en ik geen licht wil maken
      schrijf ik steeds grotere letters, ver uit elkaar

 

 

 

 

 

Print_Nachoen_Wijnberg
Nachoem M. Wijnberg  (Amsterdam, 13 april 1961)

Geschreven door Romenu om 16:28 Reageer op dit bericht

Gerwin van der Werf wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

 

Gerwin van der Werf wint de eerste editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (2010)

De Nederlandse dichter Gerwin Friso van der Werf heeft de eerste editie van de Turing NationaleGedichtenwedstrijd gewonnen. De Turing Gedichtenwedstrijd is een jaarlijkse wedstrijd voor dichters uit België en Nederland. Zowel professionele als amateurdichters vanaf de leeftijd van 16 jaar kunnen deelnemen. Gedurende het jureringsproces blijven de dichters anoniem om zo elke vorm van beïnvloeding door een bekende naam te kunnen voorkomen. De hoofdprijs is € 10.000, de tweede en de derde prijs bedragen respectievelijk € 5.000 en € 2.000. De bekendmaking van de winnaars en de prijsuitreiking geschiedt op de vooravond van Gedichtendag. De dichters die tot de top 10 behoren, worden uitgenodigd een manuscript in te leveren, dat wordt gepubliceerd wanneer het geschikt wordt bevonden. De wedstrijd wordt georganiseerd door de Poëzieclub, de Turing Foundation stelt het prijzengeld ter beschikking.

 

Misbruik

Met de pen roer ik mijn koffie
met de schaar krab ik mijn kop
met een mouw veeg ik mijn snot weg
dweil met mijn sok een melkvlek op

Mijn nagel drukt in ’t tafelblad
een diepe kloof groeit daar gestaag
woorden weeg ik met het vreten
dat retour komt uit mijn maag

Met mijn tanden bijt ik splinters
uit de poten van mijn stoel
uit mijn tenen vloek ik psalmen
tot ik er niets meer bij voel

Zelfhaat weeg ik bij het opstaan
in jouw levenloze blik
woede meet ik met mijn knokkels
en mijn schaamte met mijn pik

Licht verpulver ik met vuurwerk
herrie met een spijkerboor
waanzin smoor ik in mijn verzen
waar zijn die dingen anders voor?

 

 2214024-3211cc60fadcbad43f602dfd585b9f11.jpg
Gerwin van der Werf (De Meern, 13 juni 1969)
De winnaar hier in het midden



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten