Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 maart 2010 tot 24 maart 2010

75 Jaar Peter Bichsel, Martin Walser, Dario Fo, Lawrence Ferlinghetti

De Zwitserse schrijver Peter Bichsel werd geboren op 24 maart 1935 in Luzern. Hij wordt vandaag 75 jaar. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Zur Stadt Paris

 

„"Der Mann, der da sitzt in seinem Haus, ist ein Mann, der das erreicht hat, was er wollte. Er ist als kleinerJunge mal an einem Haus vorbeigegangen - vorbeigegangen und stehengeblieben - und hat sich gesagt, in so einem Haus möcht ich mal leben. Er ist einige Jahre später am "Goldenen Engel" vorbeigegangen - vorbeigegangen und stehengeblieben - und hat sich gesagt, an so einem Tisch möchte ich mal essen. Er kannte das Wort Champagner und das Wort Kaviar und das Wort Bordeaux, bevor er auch nur eine Ahnung hatte, wie das schmeckt, aber er wusste, aufgewachsen bei einem einfachen Mann,dass nicht alle Menschen die Gelegenheit haben, im Laufe ihres Lebens ebendas zu schmecken. Das Leben ist kurz, sagte er sich, und er wurde weit über neunzig, aber das einzige, was ihm passiert ist in seinem Leben, das ist, dass er an einem Haus vorbeigegangen ist - als Kind - und sich gesagt hat, dass er in einem solchen Haus mal leben möchte, dass er am "Goldenen Engel" vorbeigegangen ist und gewusst hat, dass er an einem solchen Tisch mal essen werde. Und wenn er das erreicht hätte, dann wäre das ein Märchen; aber er hat es erreicht, und es ist kein Märchen."

 

 

 

 

Peter_Bichsel
Peter Bichsel (Luzern, 24 maart 1935)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Martin Walser werd op 24 maart 1927 geboren in Wasserburg aan de Bodensee. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

 

Uit: Der Augenblick der Liebe

 

“Herr Zürn oder Herr Krall, wie hätten Sie’s denn gern? So fing sie an, so eröffnete sie.
Gottlieb sagte: In welche Sauce wir den Daumen, den wir lutschen müssen, vorher tunken, ist egal. Oder nicht? Und sie: Es gibt nichts, wofür man nicht gestraft werden kann. Und er: Aber die Möglichkeiten klirren. Und sie: Wenn Sie so wollen. Und er: Ich will. Gottlieb hatte das Gefühl, er sei begeistert. Wenn das Leben auf sich aufmerksam machte, fühlte er sich als Dichter, sogar als Komponist. Er war weder das eine noch das andere. Er war mit der Besucherin in ein Duett geraten. Sie hätten ihre Sätze gleichzeitig sagen können, das hätte die Wirkung nicht gemindert.
Anna blieb nichts anderes übrig, als zwischen der Besucherin und Gottlieb hin und her zu schauen wie beim Tennis. Also schaute sie, nach Gottliebs Ich will, die Besucherin an, weil die jetzt dran war. Aber die wollte oder konnte offenbar nicht weitermachen im Duett.

Dann starrten alle drei auf die Sonnenblume, die die Besucherin mitgebracht hatte, für die Gottlieb keine Vase gefunden hatte, die er dann in den größten Glaskrug gestellt und mitten auf dem Terrassentisch platziert hatte. Noch nie hatte jemand eine Sonnenblume mitgebracht. Anna hatte die gewaltige Blume entgegengenommen und hatte gesagt: Unglaublich. Und das stimmte ganz genau. So eine Prachtblume zu überreichen, die sofort die Szene beherrscht, und nichts dazu zu sagen, das war unglaublich. Das war eigentlich die Eröffnung des Duetts gewesen.
Anna schaute die Besucherin an, als müsse die ihr noch erklären, wie es überhaupt zu dieser Frage, ob Zürn oder Krall, komme. Gottlieb wußte, daß Anna, hätte sie sich äußern können, jetzt gleich noch einmal ihr Lieblingswort, ihr Passepartoutwort, gesagt hätte. Unglaublich. Das brauchte sie so oft, dass es auf Gottlieb überging. Und wenn es ihm unwillkürlich unterkam, merkte er, daß er wieder Annas Wort benutzte. Sollten Ehepaare einander im Lauf der Zeit ähnlicher werden – was er bei sich und Anna bestritt -, dann dürfen sie auch im selben Wortschatz untergehen.“

 

 

 

MartinWalser
Martin Walser (Wasserburg, 24 maart 1927)

 

 

 

 

 

De Italiaanse regisseur, acteur en toneelschrijver Dario Fo werd geboren in Leggiuno-Sangiamo op 24 maart 1926. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Meine ersten sieben Jahre und ein paar dazu

 

»Ja, mein Vater war Bahnhofsvorsteher, wenngleich nur zur Aushilfe. Die Haltestelle San Giano war so unbedeutend, dass die Lokomotivführer häufig das Anhalten vergaßen. So lange bis ein Reisender, der keine Lust hatte, erst bei der nächsten Station auszusteigen, die Notbremse zog. Nach einer langen Rutschpartie fraßen die Bremsen sich fest und der Zug hielt mitten in einem Tunnel. In den haltenden Zug fuhr ein nachfolgender Güterzug. Wie durch ein Wunder gab es keine Toten. Nur einer wurde verletzt, der Reisende, der die Notbremse gezogen hatte. Der Unglücksrabe wurde von den übrigen Reisenden verprügelt. Auch eine Nonne beteiligte sich. Mit dem Eintreffen meines Vaters änderten sich die Zustände augenblicklich. Felice Fo flößte Respekt ein und Gehorsam. Wenn er sich – die rote Mütze runtergezogen bis auf die Augen – neben den Gleisen in Positur stellte und die Signalfahne schwenkte, die ebenfalls rot war, hielten sämtliche Züge an. Nur die Personenzüge, versteht sich, und die Schienenbusse, insgesamt vier Stück am Tag.«

 

 

 

 

DarioFo
Dario Fo (Leggiuno-Sangiamo, 24 maart 1926)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Lawrence Ferlinghetti werd geboren op 24 maart 1919 in Yonkers, New York. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

 

Away Above A Harborful 

 

Away above a harborful

of caulkless houses

among the charley noble chimneypots

of a rooftop rigged with clotheslines

a woman pastes up sails

upon the wind

hanging out her morning sheets

with wooden pins

O lovely mamma!

her nearly naked teats

throw thrust shadows

when she stretches up

to hang the last of her

so white washed sins

but it is wetly amorous

and winds itself about her

clinging to her skin

so caught with arms upraised

she tosses back her head

in voiceless laughter

and in choiceless gesture then

shakes out gold hair

while in the reachless seascape spaces

between the blown white shrouds

stand out the bright steamers

to kingdom come.

 

 

 

 

LawrenceFerlinghetti

Lawrence Ferlinghetti (Yonkers, 24 maart 1919)

In 1941

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Jacob van Lennep, Harry Prenen, Top Naeff, Robert Hamerling, Fanny Lewald

De Nederlandse schrijver Jacob van Lennep is geboren te Amsterdam op 24 maart 1802. Zie ook  Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Vertelling van een heer, die zijn koffer kwijt was

 

“Ofschoon mijn almanak Holland eigenlijk en voornamelijk bestemd is om Hollandsche toestanden, enz. te schilderen, zoo geloof ik niet, mij te groote afwijking van mijn programma schuldig te maken, wanneer ik de volgende bladzijden toewijde aan de beschrijving van den toestand van een Hollander: — en wel van eenen voor dien Hollander zeer onaangenamen toestand.
Ik voel mij daar te meer toe genoopt, omdat ik, toen het geval, dat het onderwerp mijns verhaals uitmaakt, plaats vond, innig medelijden gevoelde met gezegden Hollander: omdat ik dien persoon, omtrent wien het u, waarde lezer! vrijstaat volkomen onverschillig te zijn, van zooverre ik mij herinner, steeds groote genegenheid heb toegedragen; omdat ik hem, somtijds boven allen, doorgaans boven de meesten mijner natuurgenooten, liefheb, en hem, daarvan steeds blijken heb trachten te geven: al is het door mijne schuld, dat hij in den bedoelden, als in vele andere onaangename en pijnlijke toestanden, geraakt is: in ’t kort, omdat de Hollander niemand anders is dan .... uw onderdanige Dienaar.
Ik weet dat het van groote verwaandheid en eigendunk getuigt, dat het onbescheiden en onhoffelijk in mij is, u, waarde Lezer! over mijne eigene, en dat nog wel zeer onbeduidende avonturen te onderhouden; doch gij zult het mij voor deze reis vergeven: het is een vergrijp, waarvoor ik mij, hoeveel ik ook reeds geschreven heb, altijd heb gepoogd te wachten: en bovendien, de eenige zoetheid, die een ramp ons kan schenken, is gelegen in het recht van er over te klagen en er anderen mede te vervelen.
Gij moet dan weten, waarde lezer! dat ik op den 24sten Juli van dit jaar des morgens te zeven uren, Lane’s Private Hotel St.-Albans place St.-James’s te Londen verliet, om mij naar het station van den zuidwestelijken spoorweg te spoeden, en mij dan langs dezen naar de oude en alom bekende stad Salisbury te begeven.”

 

 

 

lennep
Jacob van Lennep (24 maart 1802 – 25 augustus 1868)

 

 

 

 

De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Godfried Bomans, Werken V

 

“Het was de 19de april van het jaar 1929, des morgens om kwart voor elf. Het regende. De heer Prenen stond, op de kale boomloze vlakte die wij ‘de cour’ noemden, tegen de muur van het scheikundelokaal geleund, de uiterst dunne beentjes schuin naar voren in het grind geplant. De exposant was toen gekleed in een kaneelkleurig pakje (..) en las door zijn bril, waarvan het linkerglas gebarsten was, in een sterk beduimeld bundeltje met verzen van (Guido) Gezelle, een dichter die hij tot op heden is trouw gebleven.

Er ontstond een gesprek, waarvan ik mij de inhoud niet meer herinner. Wèl weet ik dat wij vanaf dat ogenblik bij elkaar gebleven zijn, in een hechte vriendschap lief en leed met elkander delend.

Er was veel overeenkomst. Met name deelden wij dezelfde genegenheid voor dingen die buiten het lesrooster vielen”(..). We namen “al spoedig onze toevlucht tot een uitgebreide correspondentie, die op het ogenblik de duizend brieven verre te boven gaat, en voorts tot samenkomsten in bescheiden Haarlemse tapperijen, als daar waren: ‘Het Vissertje’, De Zwarte Hond’ en ‘Schippersvreugde’.

 

 

 

 

Bomans-en_Prenen
Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)

Godfried Bomans en Harry Prenen

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Top Naeff (eig. Anthonetta van Rhijn-Naeff) werd geboren op 24 maart 1878 in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: De Luitenant

 

„Ja, 't was waar, Jeanne werd ongenietbaar. Ze stelde in niets meer belang, zat den heelen dag in gepeins verzonken en had tegenover haar vriendinnen een soort van meerderheid in haar manieren en toon aangenomen, alsof ze (volgens Jet) de koperen bruiloft al achter den rug had. Ook haar werk leed er onder, zij kende de lessen maar half, doordat haar hoofd met andere, meer poëtische dingen vervuld was, en haar nette schriften waren langzamerhand aan alle kanten met reusachtige ‘H.'s’ (van Gelder heette Herman) beknoeid. In haar teekenboek, kwamen op de laatste bladzijde een paar dozijn mislukte officierspetten voor, afgewisseld door enkele snorren met fijn uitloopende, opgedraaide punten, en 't woord ‘Gelderland’ alleen was al voldoende, om Jeanne tot achter haar ooren te doen blozen en de anderen met een ‘ghum! ghum!’ veelbeteekenend te doen omzien. Het portretje was nu in haar horloge verhuisd, (een veel waardiger plaats voor zoo iets dan een lucifers-doosje). Het horloge werd om de vijf minuten geopend en weer gesloten, hetgeen de aandacht voor de les niet direct bevorderde en een ‘opletten Jeanne!’ klonk, geheel in strijd met de gewoonte, meermalen door de klasse.

Het was natuurkundeles, het eenige vak, waarin door een heer gedoceerd werd.

Een groote, knappe man, met enorme behaarde handen, gaf er les in en boezemde door zijn uiterlijk reeds eenigszins ontzag in.

Ook ditmaal liet het uurtje zich kalm aanzien, en waren alle leerlingen met de beste voornemens bezield. Dat zelfs de beste voornemens wel eens falen, zou helaas alweer blijken! En niet alle menschen zijn misschien voor het ongeluk geboren, maar Jet van Marle dan toch wel!

Zij zat stil, luisterend, met haar hand op haar knie en speelde, geheel in gedachten, met den gesp van haar kouseband, dien ze voelde door haar rokken heen.“

 

 

 

Naeff
Top Naeff (24 maart 1878 – 21 april 1953)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en dichter Robert Hamerling werd geboren op 24 maart 1830 in Kilchberg am Walde. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

 

Wunder

Deute mir den süßen Zauber,
Der die Frauenlippe würzt:
Daß uns ihre Glutberührung
In ein Meer von Wonne stürzt?

Solchem Wunder nachzuspüren
Ist so fromm, als wie des Seins
Ew'gem Grunde nachzugrübeln:
Alle Wunder sind nur eins.

Heilig ist dies Weltenwunder,
Wo ihr's packt, an jedem Ort,
Und die großen Rätsel alle
Löst ein einzig Zauberwort.

 

 

 

 

robert_hamerling
Robert Hamerling (24 maart 1830 – 13 juli 1889)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Fanny Lewald werd op 24 maart 1811 in het toenmalige Königsberg geboren. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Clementine

 

„Beide Damen gingen fast erzürnt von einander; die kleine, rosige Professorin in die Arbeitsstube ihres Mannes, um ihm das vermuthliche Mislingen ihres Planes mitzutheilen; die ernste, schlanke Clementine auf ihr Zimmer, um den Sturm, den diese Unterhaltung in ihr erregt hatte, ruhig austoben zu lassen.
Clementine und Marie Frei waren die Töchter eines hochgestellten preußischen Beamten. Sie hatten früh ihre Mutter verloren und eine Tante, Frau von Alven, eine kluge, feinfühlende Frau, die Witwe, und deren einziges Kind früh gestorben war, hatte die Erziehung der beiden Mädchen im Frei’schen Hause übernommen. Nichts konnte aber verschiedener sein, als der Charakter dieser beiden Schwestern: Clementine, heftig, geistreich und zu tiefem Fühlen geneigt, wurde schnell von plötzlichen Eindrücken gefesselt, die sich dauernd ihrer Seele einprägten; was sie einmal ergriffen hatte, was ihr lieb geworden war, das konnte keine Macht ihr entreißen, das hielt sie fest für’s Leben. Aus diesem Gefühl entsprangen die treue Anhänglichkeit für Frau von Alven, die innige Liebe für ihren Vater und die fast mütterliche Zärtlichkeit für die um sechs Jahre jüngere Marie; aber zugleich auch eine leidenschaftliche, unwandelbare Liebe für Robert Thalberg, einen jungen Mann, mit dem sie in ihrer ersten Jugend in allen befreundeten Familien zusammengetroffen war.

 

 

 

FannyLewald
Fanny Lewald (24 maart 1811 - 5 augustus 1889)

Geschreven door Romenu om 20:11 Reageer op dit bericht

Willem van Iependaal, Richard Leising, Gabriele von Baumberg, Christian Schubart, Olive Schreiner, William Morris

De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Iependaal werd geboren in Rotterdam op 24 maart 1891. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

 

Dikke Dinges R.I.P.

 

Dikke /dinges was verscheiden,

in zijn Heer en litjemaux,

de professor kwam en zeide:

"Hum, hum, hum....", en liet het zoo.

Doodkist werd besteld, gemeten

afgebiest met plint en lat

die, met zillever besmeten,

krap , fataal en poenig zat.

 

Zeven bidders wiegewankten

in d'r grafgezanten vlijt

met de kostbaar ingeplankte

vieze dikke dooigheid.

Van de traphal naar den wagen,

van de wagen naar het graf....

trapten in plechtstatig dragen

voormans hak en hielen af.

 

Heel de Dingespermentasie

vormden om de kuil een O

dominee hield een predikasie

over Christenheil en zoo

over dood en over leven

zoo kortstondig als het gras

treurend snoten al de neven,

om den duur van het gewas.

 

Hier ligt in z'n Heer ontslapen

(oogen toe en zonder weet)

de geliefde , zeer rechtschapen

makelaar in kinderleed.

Spekulant in graan en krotten,

zwaar geschut en menschenwee

God zij ziel! .... Het graf z'n botten!

Dikke Dinges R.I.P.

 

 

 

 

iependaal
Willem van Iependaal (24 maart 1891 - 23 oktober 1970)

 

 

 

 

De Duitse dichter Richard Leising werd geboren op 24 maart 1934 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

 

Hauch

 

Nun kommt der leichte Wind

Der am Abend kommt

Wovon kommt er wohl

Der am Abend kommt?

Der sich so sacht erhoben hat

Wovon kommt er wohl?

Am Baum bewegt sich jedes Blatt

Davon kommt er wohl

 

 

 

 

Leising
Richard Leising (24 maart 1934 – 20 mei 1997)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Gabriele von Baumberg werd geboren op 24 maart 1768 in Wenen. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

 

Als Luise die Briefe ihres ungetreuen
Liebhabers verbrannte

 
Erzeugt von heißer Phantasie,
In einer schwärmerischen Stunde
Zur Welt Gebrachte, geht zugrunde,
Ihr Kinder der Melancholie!
 
Ihr danket Flammen euer Sein,
Ich geb euch nun den Flammen wieder,
Und all die schwärmerischen Lieder,
Denn ach! er sang nicht mir allein!
 
Ihr brennet nun, und bald, ihr Lieben,
Ist keine Spur von euch mehr hier.
Doch ach! der Mann, der euch geschrieben,
Brennt lange noch vielleicht in mir.

 

 

 

 

Baumberg
Gabriele von Baumberg (24 maart 1768 – 24 juli 1839)

Silhouet

 

 

 

 

De Duitse dichter, componist enn journalist Christian Friedrich Daniel Schubart werd geboren op 24 maart 1739 in Obersontheim. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

 

Das Mutterherz

 

Mutterherz, o Mutterherz!

Ach! wer senkte diese Regung,

Diese fluthende Bewegung,

Diese Wonne, diesen Schmerz,

Süß und schauervoll in dich!

 

Gott, der Herzenbilder,

Sprach zur rothen Fluth

In den Adern: Milder

Fließe, still und gut!

Und da strömten Flammen

Alle himmelwärts

In der Brust zusammen,

Und es ward ein Mutterherz.

 

Mutterherz, o Mutterherz!

Diese liebevolle Regung,

Diese fluthende Bewegung,

Diese Wonne, diesen Schmerz

Senkte Gott, nur Gott in dich!

 

 

 

 

SchubartChristian

Christian Schubart (24 maart 1839 – 10 oktober 1791)

 

 

 

 

De Zuidafrikaanse schrijfster Olive Emilie Albertina Schreiner werd geboren op 24 maart 1855 in Wittebergen, Lesotho. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: The Story of an African Farm

 

„It is a funny name.'

'There was a living man called Bonaparte once,' said she of the great eyes.

'Ah, yes, I know,' said Em - 'the poor prophet whom the lions ate. I am always so sorry for him.'

Her companion cast a quiet glance upon her.

'He was the greatest man who ever lived,' she said, 'the man I like best.'

'And what did he do?' asked Em, conscious that she had made a mistake, and that her prophet was not the man.

'He was one man, only one,' said her little companion slowly, 'yet all the people in the world feared him. He was not born great, he was common as we are; yet he was master of the world at last. Once he was only a little child, then he was a lieutenant, then he was a general, then he was an emperor. When he said a thing to himself he never forgot it. He waited, and waited, and waited, and it came at last.'

'He must have been very happy,' said Em.

'I do not know,' said Lyndall; 'but he had what he said he would have, and that is better than being happy. He was their master, and all the people were white with fear of him. They joined together to fight him. He was one and they were many, and they got him down at last. They were like the wild cats when their teeth are fast in a great dog, like cowardly wild cats,' said the child, 'they would not let him go. They were many; he was only one. They sent him to an island in the sea, a lonely island, and kept him there fast. He was one man, and they were many, and they were terrified of him. It was glorious!' said the child.

'And what then?' said Em.

'Then he was alone there in that island, with men to watch him always,' said her companion, slowly and quietly, 'and in the long, lonely nights he used to lie awake and think of the things he had done in the old days, and the things he would do if they let him go again. In the day when he walked near the shore it seemed to him that the sea all around him was a cold chain about his body pressing him to death.'

 

 

 

OliveSchreiner
Olive Schreiner (24 maart 1855 – 11 december 1920)

 

 

 

 

De Engelse schrijver, ontwerper en utopisch denker William Morris werd geboren op 24 maart 1834 in Walthamstow, Essex. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Why I Am a Socialist

 

„Now this view of Socialism which I hold to­day, and hope to die holding, is what I began with; I had no transitional period, unless you may call such a brief period of political radicalism during which I saw my ideal clear enough, but had no hope of any realisation of it. That came to an end some months before I joined the (then) Democratic Federation, and the meaning of my joining that body was that I had conceived a hope of the realisation of my ideal. If you ask me how much of a hope, or what I thought we Socialists then living and working would accomplish towards it, or when there would be effected any change in the face of society, I must say, I do not know. I can only say that I did not measure my hope, nor the joy that it brought me at the time....

Before the uprising of modern Socialism almost all intelligent people either were, or professed themselves to be, quite contented with the civilisation of this century. Again, almost all of these really were thus contented, and saw nothing to do but to perfect the said civilisation by getting rid of a few ridiculous survivals of the barbarous ages. To be short, this was the Whig frame of mind, natural to the modern prosperous middle­class men, who, in fact, as far as mechanical progress is concerned, have nothing to ask for, if only Socialism would leave them alone to enjoy their plentiful style.“ 

 

 

 

-WilliamMorrisdoorGeorgeFredericWatts
William Morris (24 maart 1834 – 3 oktober 1896)

Geschreven door Romenu om 20:08 Reageer op dit bericht

Mitch Cullin, Gary Whitehead, Yōko Tawada, Steven Saylor, Nils-Aslak Valkeapää

De Amerikaanse schrijver Mitch Cullin werd geboren op 23 maart 1968 in Santa Fe, New Mexico.  Zie ook mijn blog van 23 maart 2007 en ook mijn blog van 23 maart 2008 en ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

Uit: Cosmology of Bing

 

„Damn notes, Bing thought. Should've kept them in a pocket.

    And where had they left off? What was said? He couldn't recall having even lectured. The syllabuses were passed out, surely. Introductions were made, of course. But today—where to begin? He had no idea.

    "Well, let me see. Perhaps I should ask you. I suspect some fledgling astronomers in the room have a few thoughts on how to proceed."

    This was the Thursday class, supposedly the same students as from the Tuesday class, yet Bing found himself standing in front of quiet strangers—sixty-eight blank faces staring at him, slouched bodies occupying seats in the Thompson Planetarium, not a single person worth remembering. But the first weeks always seemed awkward, a required adjustment period while minds were being made up (some students would drop the course, latecomers would appear). And sometimes a month passed before a class formed its own distinct personality—morose, cheerful, maybe chatty—and from that collective one or two promising individuals usually emerged.

   "Professor Owen, can I ask a question?"

    A young woman's voice, very deep and loud. But she hadn't raised her hand. So Bing peered forward, looking for her, and said, "You just did. Ask another if you wish."

    No one smiled or laughed. A tough crowd.

    "Stand up please. I don't know where you are."

    She cleared her throat and then stood, asolitary soul in the back row.

    "There you are," he said.

     Yes, there she was. Bleached hair as white as milk, cropped close to her scalp. Black tank top. Fingers fidgeting with the loops of her blue jeans.

    "This might be off the subject, but I was wondering if you believed in alien life, as in extraterrestrial beings visiting us. Because I do. I mean, if you consider that we all come from the same source then it doesn't seem so impossible that equally intelligent beings or even smarter-than-us beings might actually be here from another galaxy. Because when I was fourteen my brother and me actually saw what was obviously an alien craft one night at my grandparents' house in Virginia. There's no other explanation, really. So I'm not surprised at all."

 

 

 

605266-036f5443ecc471528261a81ce9ccbfc6.jpg
Mitch Cullin (Santa Fe, 23 maart 1968)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie ook mijn blog van 23 maart 2007  en ook mijn blog van 23 maart 2008 en ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

 

A Cold House

 

I wake now to a house as cold

as your side of our double bed.

 

Across the threshold, in the dark

hall, the thermostat sparks

 

a blue star, and downstairs

the boiler thumps like a heart

 

revived. Hot water shrieks

through pipes till registers tick

 

like clocks toward a time bearable

and close. I dress in wool

 

and fleece, keep hands in pockets.

On the couch, our dog looks out

 

the bay window, his breath

on the glass making a bouquet,

 

gray flowers which bloom and fade.

 

 

 

 

 

Full of Blood, and Irrelevant

 

If memory had fingers, it would wring

from me each forgettable day we shared.

 

The double-date drive to Plum Island

in the pouring rain, windows fogged

 

like shower glass. I’d listen now to your

every laugh. That Sunday morning,

 

March, repairing a botched crossword

while our clothes rolled in the laundromat’s

 

mechanical song. What shirt were you

wearing? How long was your hair then?

 

A year in retrospect is a checked list

written in disappearing ink and clutched

 

in a tight fist. Pick up shampoo. Take out

trash. Replace washer in kitchen sink.

 

How many hours did we pass together?

Given the chance to do it over, would we

 

do it the same way? And if memory

did have fingers and those fingers formed

 

a fist, would our times shine out,

red as rubies, full of blood, and irrelevant?

 

 

 

 

 605266-1afe19f8f543165c295603bf71b12e05.jpg

Gary Whitehead (Pawtucket,  23 maart 1965)

 

 

 

 

De Japanse schrijfster Yōko Tawada werd geboren op 23 maart 1960 in Tokyo. Zie ook mijn blog van 23 maart 2007 en ook mijn blog van 23 maart 2008 en ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

Uit: Die Ohrenzeugin (Vertaald door Ilse Utz)

 

„Neulich rief mich eine Freundin aus Amerika an und fragte mich, warum ich ihr Email nicht beantworte. Ich erzählte ihr vom Absturz meines Computerprogramms. Dann fragte ich sie, was in ihrem Email stand. Sie antwortete: „Da stand, daß dein Fax nicht funktioniert! Ich wollte dir ein Fax schicken, aber das ging nicht!" Ich erzählte ihr, wie mein ehemaliges Fax kaputtging, ich zwar ein neues hatte, mit dem aber nicht umgehen konnte. Nachdem ich den Hörer aufgelegt hatte, fiel mir erst die Frage ein: Was stand aber in ihrem Fax?
...
Whitney erzählte, sie habe gerade ein Email von Aki bekommen. Es sei aber leider unlesbar, man könne nur die ersten zwei Wörter "Liebe Whitney" lesen. "Soll ich ihr ein Email schicken und fragen, was sie dir geschrieben hat?" fragte ich sie. Es gibt ein japanisches Kinderlied, das etwa so geht: Eine schwarze Ziege bekommt einen Brief von einer weißen Ziege und frißt ihn ungelesen auf. Dann bereut sie es aber und schreibt der weißen Ziege einen Brief und fragt, was in dem ersten Brief stand. Die weiße Ziege frißt diesen Brief ungelesen auf. Auch sie bereut es später und schreibt zurück, um zu erfahren, was in dem Brief stand, und so geht es immer weiter.
Kann eine Sprache einen Ozean überfliegen? Ich bekam manchmal Emails mit Leerstellen. Eine Freundin aus Hamburg schrieb mir, daß die deutschen Umlaute auf dem Weg nach Amerika oft in den Atlantik fallen und darin verschwinden. Japanische Schriftzeichen hingegen fallen in den Pazifik und kommen auch nicht an. Die Ozeane sind wahrscheinlich schon mit Umlauten und Ideogrammen überfüllt. Was wohl die 'ocean engineers' von MIT mit den ganzen Buchstaben machen würden? Ob Walfische Umlaute fressen?“


 

 605266-187850d1b6731588b12ce767f303de6d.jpg

Yōko Tawada (Tokyo, 23 maart 1960)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Steven Saylor werd geboren op 23 maart 1956 in Port Lavaca Texas. Zie ook mijn blog van 23 maart 2008 en ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

Uit: The Triumph of Caesar

 

"I heard that you were dead."

Such a brusque comment from Caesar's wife might have offended me had I not heard it already from so many others since I returned from Egypt to Rome, where everyone had apparently given me up for dead.

Having sent a slave to summon me, Calpurnia had received me in an elegant but sparsely furnished room in her house not far from mine on the Palatine Hill. There was only one chair. She sat. I stood and tried not to fidget while the most powerful woman in Rome looked me up and down.

"Yes, I'm sure one of my agents told me you drowned in the Nile," she said, gazing at me shrewdly. "Yet here you stand before me, Gordianus, as alive as ever—unless those Egyptians have learned to bring the dead back to life, not just mummify them." She fixed her chilly gaze on my face. "How old are you, Finder?"

"Sixty-four."

"No! Have the Egyptians found a way to restore a man's youth? You look very fit for a man your age. You're ten years older than my husband, yet I daresay you look ten years younger."

I shrugged. "Great Caesar carries the weight of the whole world on his shoulders. His enemies have been destroyed, but his responsibilities are greater than ever. The worries and cares of the world's master must be endless. My humble life has taken a different course. My obligations grow less, not more. I've had my share of strife, but now I'm at peace with the world and with myself. For the time being, at least . . ."

Having been summoned by Caesar's wife, I had to wonder if the tranquillity of my life was about to be sorely disrupted.

"When did I last see you, Gordianus?"

"It must have been almost exactly two years ago, just before I left for Egypt."

 

 

 

605266-16b4a5d478578696f14c2a1d025036cb.jpg
Steven Saylor (
Port Lavaca, 23 maart 1956)

 

 

 

 

De Samische dichter, schilder, musicus en fotograaf  Nils-Aslak Valkeapää werd geboren op 23 maart 1943 in Palonjoensuu nabij Enontekiö. Zie ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

Uit: The Sun, my Father

 

the land

is different

when you have lived there

wandered

sweated

frozen

seen the sun

set rise

disappear return

the land is different

when you know

here are

roots

ancestors

 

 

 

 

Uit: Trekways of the Wind

 

Hello my dear friend

 

Hello again dear sister

hello dear brother

Once again I get to rest in your thoughts

warm myself by the coals of your feelings

 

Bures bures dear brother

how do you do dear sister

How nice to meet you again

see you

Your eyes shining

 

Wishing you peace

 

Awhile, I take refuge with you

open briefly my heart

crawl into your thoughts’ warm embrace

for a short while

give me security

Spread your wings

 

 

 

 

605266-c47e12bf34b6c58abbf12e3377c3ec5a.jpg
Nils-Aslak Valkeapää
(23 maart 1943 – 26 november 2001)


Geschreven door Romenu om 20:21 Reageer op dit bericht

Federica de Cesco, Roger Martin du Gard, Hamvas Béla, Daniel Biga, Ceija Stojka

De Zwitserse schrijfster Federica de Cesco werd geboren op 23 maart 1938 in Pordenone, Zie ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

Uit: Feuerfrau

 

„Du bist früh da«, sagte sie. »Du machst dir wohl Gedanken.« Fabrizio holte Bier aus dem Kühlschrank.
»Ich habe ein besseres Gefühl, wenn ich zu Hause bin.«
Er öffnete mit leisem Knall die Bierbüchse und trank. Maria wischte sich mit den Handrücken über die Stirn.
»Gerade habe ich den Wetterbericht gehört. Sie haben gesagt, daß es heute nacht etwas gibt.«
Es wurde eine Nacht voller Beunruhigung und Schrecken. Eine Nacht, in der du hättest sterben sollen, Nonna. Dein Tod trat nicht ein, weil ich es nicht wollte. Weil ich unerschrocken und neugierig war, wie kleine Mädchen es sind. Weil ich bestimmte Dinge aus dem Instinkt heraus machte. Und keine Schmerzen empfand, als das Entscheidende geschah. Es ist eine merkwürdige Geschichte, nicht wahr? Und danach war ich mehrere Tage außerstande, von dem zu erzählen, was geschehen war. Das, was in den Zeitungen stand, entsprach nicht im geringsten der Wahrheit. Es ist übersehen worden, daß ich ja nur zehn Jahre alt war. Ich glaube, man kann es auf verschiedene Weise erklären. Vielleicht lag es an meinem Erbgut und entsprach meiner Bestimmung - aber davon hatte mich niemand in Kenntnis gesetzt, auch du nicht. Ich gebe mir Mühe zu verstehen, aber ich merke oft, daß mich meine Phantasie zum Narren hält. Vielleicht sollte ich nicht zuviel darüber nachdenken. Verzeih mir.
Was sagst du, Nonna, wer bin ich?
Nonna lebte noch fünfzehn Jahre, sieben davon im Rollstuhl.
Sie litt an Osteoporose. Die Krankheit fraß sich durch ihre Knochen, zersplitterte ihre Wirbel bis zum Hals. Operieren konnte man sie nicht mehr.“

 

 

 

 605249-65c355042b0fc07ba10232f89283dc8c.jpg

Federica de Cesco (Pordenone, 23 maart 1938)

 

 

 

 

De Franse schrijver Roger Martin du Gard werd geboren op 23 maart 1881 in Neuilly. Zie ook mijn blog van 23 maart 2007 en ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

Uit: La Lecture au sanatorium

 

« Être en sana, c'est d'abord être mis, pour un long temps, à l'écart, hors du monde. Exclus et reclus. Je songe à ce que Charles Morgan dit de la condition des prisonniers de guerre : « Cela ferme des portes; mais il se peut aussi que cela ouvre des fenêtres. »

Cette coupure brutale, cet entr'acte forcé loin de l'univers où s'agitent les vivants, ces loisirs inaccoutumés, ces heures de solitude, de concentration, de silence, cette régularité et cette « clôture » quasi-monastiques, engendrent chez le tuberculeux un état particulier, dont l'analyse n'est plus à faire, et dont je ne retiendrai qu'un des aspects; la disponibilité. Dégagé des contingences, isolé avec son inquiétude, le malade se replie fatalement sur son propre fond. La sorte d'existence qui lui est imposée le dispose merveilleusement à la méditation : de lui-même, tout naturellement, et si dispersée qu'ait été sa vie, il « fait retraite ». Refuge et évasion. Cette liberté qui lui a été brusquement ravie, il la transpose et la recrée dans le recueillement. Très vite, il en éprouve les bienfaits : sa vie intérieure se développe, ses facultés d'attention, son activité intellectuelle s'intensifient. Dans l'exercice gratuit de la pensée, il trouve d'abord une distraction à ses soucis, une compensation à son désœuvrement; puis un plaisir. Il sent qu'il s'enrichit, il se résigne à la monotonie des heures, il reprend goût à être. Penser lui devient un besoin. De nouvelles curiosités s'éveillent; des problèmes se posent auxquels il n'avait eu ni le temps, ni l'occasion de réfléchir. Il découvre les champs illimités de l'introspection et de la connaissance, l'exaltation tonique de l'étude. Dans cet état de quête et de réceptivité, il se cherche des guides, des appuis. Où les trouverait-il sinon dans les livres ? Et, de jour en jour, son appétit de lecture se fait plus impérieux, plus exigeant aussi... »

 

 

 

 605249-2d6749cb093f050f78eeb91882814fb7.jpg

Roger Martin du Gard (23 maart 1881 – 22 augustus 1958)

Geschilderd door Theo van Rysselberghe

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Hamvas Béla werd geboren op 23 maart 1897 in Eperjes (tegenwoordig Prešov). Zie ook mijn blog van 23 maart 2007 en ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

Uit: The Seventh Symphony and the Metaphysics of Music

 

„To say the music of Beethoven is titanic is cliché. But it's true. Not because of its transcendent greatness, but because he robbed the universe. He lured sounds from beneath their cover, tore them from their hiding places, violently yanked them up from where they grew, relentlessly bled them, and raised them from the depths in which they’d sunk. From the rocks and the seas and the earth, from souls, the stars and the underworld, he passionately, wildly, furiously, forcefully rendered them, entranced them, drew them out and dragged them forth. What remained afterwards hardly matters. It is certain his music is titanic, as it is certain that destiny is too. For what he did, only a titan could have done, what he suffered, only a titan could have suffered. He suffered, lonely, his jaw clenched; this wild-headed, ill-mannered beast suffered for stealing every sound in the world. Only the Greeks could have understood what happened as he became deaf, as this humiliated, surly, half-mad man could no longer hear what he had plundered. And thus, like all titans, Beethoven too fell victim to his own greatness. He who, even in his religious music, honored his gods by tearing them apart, inciting whole worlds of sound against them, heaping the entire elemental demonry of sound upon them. Though they had no choice but to submit to him; if they wanted to hear music worthy of them, they had to listen to Beethoven. There may be a place for debate in poetry: Homer or Shakespeare, the Mahabharata or something else; similarly in the arts of painting and sculpture. But in music there is no such debate. Beethoven stands alone. And in all of existence there was one wretch who heard none of this music: Beethoven himself.“

 

 

 

605249-001854b484edf4e2f0c0585251ac43e0.jpg
Hamvas Béla (23 maart 1897 – 7 november 1968)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver  Daniel Biga werd geboren op 23 maart 1940 in Nice. Zie ook mijn blog van 23 maart 2007  en ook mijn blog van 23 maart 2008 en ook mijn blog van 23 maart 2009.

 

Uit: Le Chant des batailles

 

„Comme eux j’ai vu le Djebel. Torturer et tuer : un hasard me l’a évité. Je suis humain : rien de ce qui est humain m’est étranger.
J’aurais pu aussi ; je te comprends. Nous sommes sortis du même moule. Mais crois-moi : moins tu as d’honneur, plus tu y prétends. Grande gueule. A perdre haleine. Moi, très orgueilleusement, je m’inverse. Je m’abaisse. Dans la poussière. Je la mords. Je rampe. Dans le fumier.
Nous sommes sortis du même moule, de la moule du même océan initial, fétide, pur : nous avons rampé dans la même vague mugissante, nous nous sommes effondrés sur le même sable en tempête, sous un ciel de plaies violences. Nous sommes nés verts, noirs, rouges, sombres, dans la glaire, les crachats, la bave sexuelle, le placenta, le pus, les urines, la chiasse. Nous sommes nés les eaux noires.“

 

 

 

605249-f1c6d49411b5683b3aaf5267fd21207a.jpg
Daniel Biga (Nice, 23 maart 1940)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Ceija Stojka werd op 23 maart 1933 geboren in Kraubarth. Zie ook mijn blog van 23 maart 2008  en ook mijn blog van 23 maart 2007.

 

Uit: Träume ich, dass ich lebe?

 

„Früher, wenn wir gefahren sind, haben die Alten gesungen und erzählt, und plötzlich war dieser Umbruch da. Sie waren in ihrer Ruhe gestört, in ihrem Alltag. Nichts war erlaubt, kein Feuer durfte man mehr machen, und niemand hat dir mehr etwas gegeben.

Man hat beim einzelnen Menschen gespürt, dass man nicht mehr erwünscht ist. Die Gadje haben nicht mehr gelacht, so leicht und freiwillig haben sie uns nichts mehr gegeben, sie haben sich zurückgehalten. Deswegen sind wir nach Wien in die große Stadt, wo mein Vater Freunde gehabt

hat, Nicht-Zigeuner. Die waren immer gut zu uns, vor dem Krieg und auch nach dem Krieg. Es war ja schwierig für die Mama, eine Kanne Milch oder Eier oder Mehl zu bekommen.

Wir haben dann im 16. Bezirk beim Kon- gressbad gewohnt. Damit wir nicht auffallen, hat mein Vater den Wohnwagen in ein Holzhaus umgebaut. Aber bald wurde ein spanisches Gitter herumgelegt und wir durften nicht mehr hinaus. Wir lebten ständig in Angst und begleitet von Verlust und Veränderungen. Wir mussten immer auf Trab sein, damit wir, wenn eine Razzia kommt, uns schnell zusammenpacken und davonrennen können und uns unter irgendeinem Baum oder in einem Laubhaufen verstecken. In der Zwischenzeit haben sie meinen Vater verhaftet und nach Dachau gebracht. Dann war es für die Mama ganz finster. Früher, wenn er ein Pferd verkauft hat, hat er ihr das Geld gegeben, sodass sie einkaufen gehen konnte. Das war nun weg und wir haben von fast niemandem etwas bekommen. Die Mama hat einen Freund mit einer Riesenfarm mit Mohn im Burgenland gehabt. Der hat sie mit Mohn versorgt. Er ist immer gekommen und hat ihn ihr durch den Stacheldraht hineingewutzelt.“

 

 

 

605249-f136e2a27b85407e36c1c648d2444761.jpg
Ceija Stojka (Steiermark, 23 maart 1933)


Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten