Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 maart 2010 tot 27 maart 2010

Heinrich Mann, Golo Mann, Patrick McCabe, Bob den Uyl, Dubravka Ugrešić, Shusaku Endo

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009. 

 

Uit: Die Vollendung des Königs Henri Quatre

 

„Der König hat gesiegt. Das eine Mal hat er den Feind zurückgeworfen und gedemütigt. Er hat die Über­macht weder vernichtet noch entscheidend aufgehalten. Nach wie vor ist sein Königreich in Lebensgefahr, gehört auch noch gar nicht ihm. Es gehört bis jetzt der «Liga», da die Zuchtlosigkeit der vorhandenen Menschen, ihr Widerstand gegen die Ordnung und Vernunft seit den Jahrzehnten der inneren Kämpfe schon bis zum Wahnsinn gediehen sind. Oder, noch schlimmer als der offene Wahnsinn, die platte Gewöhnung an den vernunft- und zuchtlosen Zustand hat die Menschen ergriffen, die traurige Ergebung in ihre Schande hat sich bei ihnen festgesetzt. Der einmalige Sieg des Königs kann das keineswegs ändern. Ein vereiteltes vereinzeltes Ge­lingen - wieviel ist daran Zufall und wieviel ist Bestimmung? Es überzeugt noch keine Mehrheit von ihrem Unrecht. Wie denn? Dieser Protestant aus dem Süden wäre kein Räuber­hauptmann, er wäre der wahrhaftige König! Was müßten dann alle großen Führer der Liga sein: sie, von denen jeder eine Provinz beherrscht oder einen Gau leitet, und zwar mit wirklicher Gegenwart und voller Gewalt. Der König gebietet beinahe nur dort, wo sein Heer steht. Der König hat für sich den Gedanken des Königreiches: soviel erkennen manche, und nicht ohne Unruhe oder Wehmut. Ein Gedanke ist weni­ger als die wirkliche Gewalt, und ist auch mehr. Das Königreich, das ist mehr als ein Raum und Gebiet, es ist dasselbe wie die Freiheit und ist eins mit dem Recht.
Wenn die ewige Gerechtigkeit auf uns herabblickt, muß sie sehen, daß wir furchtbar erniedrigt, und schlimmer noch, daß wir ein Moder und getünchtes Grab sind. Wir haben uns um der täglichen Notdurft willen den ärgsten Verrätern unter­worfen und sollen durch sie an die Weltmacht Spanien kom­men. Aus bloßer Menschenfurcht dulden wir im Lande die Knechtschaft, geistige Verwahrlosung und verzichten auf das erhabenste Gut, die Gewissensfreiheit. Wir armen Edelleute, die in den Heeren der Liga dienen oder Staatsstellen beklei­den, und wir ehrbaren Leute, die ihr Waren liefern, und wir niederes Volk, das mitmacht: wir sind nicht immer dumm und manchmal nicht ehrlos.“

 

 

 

 

HeinrichThomas
Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)

Heinrich en Thomas Mann in 1931 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009. 

 

Uit: Deutschland in Flammen

 

„Von den Besprechungen der alliierten Staatsmänner erwarteten die Nazis ein Friedensangebot, verlockende Versprechungen für das deutsche Volk, wenn es sich nur von seinen Führern trennen wollte. Diese Versprechungen, dieser "Wilson-Schwindel", wie Goebbels es vorsorglich nannte, blieb aus. Warum blieb er aus? Wir wollen die einfache Antwort geben: Die Alliierten machen keine falschen Versprechungen. Echte verlockende Versprechungen aber oder gleißende Friedensangebote können sie dem deutschen Volke jetzt nicht machen, dazu ist die Lage viel zu sehr verdorben und vergiftet.

Am Ende des Ersten Weltkrieges war es ganz anders. Es war damals dem amerikanischen Präsidenten Wilson sehr ernst mit seinen Plänen für einen Frieden, der es allen Parteien ungefähr recht machte. Er konnte sein Ideal nicht vollständig verwirklichen, aber doch zu einem sehr wesentlichen Teil. Durch den Frieden von Versailles hat das deutsche Volk kein deutsches Land verloren. Wozu hier lange in die Einzelheiten gehen? Wenn ein Volk einen Krieg verliert wie den Ersten Weltkrieg und zunächst ganz ohnmächtig dazustehen scheint und dann nach nur zwanzig Jahren schon wieder einen neuen Weltkrieg anfangen kann, und zwar mit der stärksten, am besten ausgerüsteten Armee auf der Welt - solch ein Volk kann doch wohl durch den Frieden von Versailles gar so viel nicht verloren haben...?“

 

 

 

golo_mann
Golo Mann (27 maart 1909 - 7 april 1994) 

 

 

 

 

De Ierse schrijver Patrick Joseph McCabe werd geboren op 27 maart 1955 in Clones, Monaghan. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009. 

 

Uit: Mondo Desperado

 

„It's hard to figure out how in a small town like this a mature woman of twenty-eight years could get herself mixed up with a bunch of deadbeat swingers, but that is exactly what happened to Cora Bunyan and I should know because she was my wife. It is now exactly a year since the nightmare began, when my good friend Walter Skelly first voiced his suspicions, taking me by the arm as we left Louie's Bar and Grill on our way back from lunch to the office of Barntrosna Insurance.

'Larry,' he said, 'look here. I don't want to alarm you but there's something I think you should know . . . it's women-Cora. They have needs, you know what I'm saying. You gotta pay them a little attention, that's all.'

When Walter had finished his story, I could just about stand up. I looked at him and barked: 'I can't believe you'd say such a thing! You-of all people, Walter! Why you oughta be ashamed of yourself!' He tried his best to apologize, but I had already turned away for I wanted to hear no more. 'Get your hands off me!' I snapped, and I completed my journey back to the office alone.

But all that afternoon, I couldn't get his words out of my mind. By three-thirty I could stand it no longer. I strode out of my office and stood in his doorway clutching a bottle of ink. 'Walter!' I snapped, and just as he raised his head, I shot the contents of it directly into his face. Before he had time to respond, I was already gone. I knew now why Skelly had tried to poison my mind against Cora. Sure I did-because he'd had his eye on her like every other man in this two-bit backwater. I swore to myself thatif he ever came near her I would kill him stone dead. With a .357 Magnum I'd put a hole in his head big enough to sleep in. 'You hear that, Skelly!' I snarled at the mirror in the rest room.”

 

 

 

 

patrick_mccabe
Patrick McCabe (Clones, 27 maart 1955)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Bob den Uyl werd geboren in Rotterdam op 27 maart 1930. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009. 

 

Uit: Schrijven is een tekort

 

‘Ik ben eens aan een dagboek begonnen. Dat dagboek wilde ik zo eerlijk mogelijk houden. Niemand zou het ooit mogen lezen. Na een paar weken lag er een behoorlijke stapel papier op mijn bureau, een vijftig volgetikte vellen. Ik keek ernaar en dacht: op een goeie dag zullen een paar mensen het lezen, en misschien wordt het nog wel eens uitgegeven; je schrijft voor anderen, of je wilt of niet, en dat is niet de bedoeling. Weg ermee. Die dag heb ik tien vel weggegooid. De volgende dag nog eens tien vel. Na een paar dagen waren die vijftig vel in de vuilnisbak verdwenen. Toen kwam de volgende fase: ik schreef bijvoorbeeld 's morgens een stukje en ik gooide het 's middags weg. Eerlijk, niet? Na een paar weken dacht ik: waar ben je eigenlijk mee bezig? Als je het toch weggooit, waarom schrijf je het dan? Zo is er aan mijn dagboek een einde gekomen.’

 ‘Als ik schrijf denk ik, onbewust of bewust, aan mijn lezers. Ik wil gelezen worden.

Stel, zeggen de mensen dan, stel dat je op een onbewoond eiland terechtkomt. Welnu, stel... Ik zou schrijven, vanzelfsprekend. Vlak voor mijn dood zou ik de manuscripten in een kistje begraven. Op het graf zou ik een groot bord plaatsen met een dikke pijl recht naar beneden. Daar ligt het. Ik zou sterven in de hoop dat ooit iemand dat kistje opgraaft. Niet uit ijdelheid. Nee, alleen om te laten zien dat ik bestaan heb.’

 

 

 

uyl
Bob den Uyl (27 maart 1930 - 14 februari 1992)

 

 

 

 

De Kroatische schrijfster Dubravka Ugrešić werd geboren op 27 maart 1949 in Kutina in Joegoslavië. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009. 

 

Uit: Ministerie van pijn (Vertaald door Roel Schuyt)

 

“Daar zat ik, in een kamer met kale muren. Het rook er naar kalk en stof. Het was een passende setting waar ik zat, in een kamer die aan niemand toebehoorde, met een lowlife-visum in mijn hand geklemd. Ik was omringd door bagage die ik niet op het station in een kluisje had kunnen opbergen om dan de sleutel weg te gooien. Mocht iemand van de afdeling gevonden voorwerpen mij om een beschrijving vragen van wat er allemaal bij die bagage zat, dan had ik dat nauwelijks gekund. Het was onvertaalbaar. Daar zat ik in een kale kamer, met een beroep dat geen `vreemde talen spreekt', met achter me een uiteengevallen land en met een moedertaal die zich als de gevorkte tong van een of ander slangachtig monster in drie moedertalen had vertakt. Daar zat ik met een naamloos schuldgevoel waarvan ik de reden niet meer wist, met een naamloze pijn waarvan ik de oorzaak was vergeten...”

 

 

Dubravka_Ugresic
Dubravka Ugrešić (Kutina, 27 maart 1949)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Shusaku Endo werd geboren in Tokio op 27 maart 1923. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009. 

 

Uit: Five by Endo : Stories (Vertaald door Van C. Gessel)

 

„As he sat on the bus for Unzen, he drank a bottle of milk and gazed blankly at the rain-swept sea. The frosty waves washed languidly against the shore just beneath the coastal highway.

    The bus had not yet left the station. The scheduled hour of departure had long since passed, but a connecting bus from Nagasaki still had not arrived, and their driver was chatting idly with the woman conductor and displaying no inclination to switch on the engine. Even so the tolerant passengers uttered no word of complaint, but merely pressed their faces against the window glass. A group of bathers from the hot springs walked by, dressed in large, thickly-padded kimonos. They shielded themselves from the rain with umbrellas borrowed from their inn. The counters of the gift shops were lined with all sorts of decorative shells and souvenir bean-jellies from the local hot springs, but there were no customers around to buy their wares.

    `This place reminds me of Atagawa in Izu,' Suguro grumbled to himself as he snapped the cardboard top back onto the milk bottle. `What a disgusting landscape.'

    He had to chuckle a bit at himself for coming all the way to this humdrum spot at the western edge of Kyushu. In Tokyo he had not had the slightest notion that this village of Obama, home of many of the Christian martyrs and some of the participants in the Shimabara Rebellion, would be so commonplace a town.

    From his studies of the Christian era in Japan, Suguro knew that around 1630 many of the faithful had made the climb from Obama towards Unzen, which a Jesuit of the day had called `one of the tallest mountains in Japan'. The Valley of Hell high up on Unzen was an ideal place for torturing Christians. According to the records, after 1629, when the Nagasaki Magistrate Takenaka Shigetsugu hit upon the idea of abusing the Christians in this hot spring inferno, sixty or seventy prisoners a day were roped together and herded from Obama to the top of this mountain.

    Now tourists strolled the streets of the village, and popular songs blared out from loudspeakers. Nothing remained to remind one of that sanguinary history. But precisely three centuries before the present month of January, on a day of misty rain, the man whose footsteps Suguro now hoped to retrace had undoubtedly climbed up this mountain from Obama.“

   

 

 

Endo
Shusaku Endo (27 maart 1923 – 29 september 1996)


Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook
mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:06 Reageer op dit bericht

Hansjörg Schneider, Žarko Petan, Alfred de Vigny, Kenneth Slessor

De Zwitserse schrijver Hansjörg Schneider werd geboren op 27 maart 1938 in Aarau. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009. 

 

Uit: Hunkeler und die goldene Hand

 

„Peter Hunkeler, Kommissär des Kriminalkommissariats Basel, ehemaliger Familienvater, jetzt geschieden, lag im Solebad des Hotels Marina in Rheinfelden/Schweiz und hatte eine Depression. Er lag im Außenbecken an der Massagedüse vier, die ihm warmes Salzwasser gegen die Lendenwirbel spritzte, heraufgepumpt aus tausend Metern Tiefe, wo früher der Meeresboden gelegen hatte.
Hunkeler versuchte, ans Meer zu denken. An sich brechende Wogen, an ihr Ausrollen auf Kies oder Sand, an den Geruch von Tang. Es gelang ihm nicht, es roch nicht nach Meer hier, sondern nach Solebad.
Rechts von ihm, und das ärgerte ihn besonders, suhlten sich zwei alte Frauen, direkt vor Düse fünf. Schon gut zehn Minuten lagen sie dort, ohne Anstalten zu treffen, sich weiter zu Düse sechs bewegen zu wollen, wie man eigentlich hätte erwarten dürfen. Niemand hatte das Recht, eine Düse für längere Zeit zu blockieren. Es gab noch andere Kunden hier, die es vielleicht gerade auf diese Düse fünf abgesehen hatten. Aber darum scherten sich die beiden nicht. Die eine trug eine Badekappe mit roten Blumen, die andere eine mit blauen Schuppen. Lächerlich war das. Und natürlich redeten sie einen Dialekt aus dem Badischen. Hotzenwald vielleicht oder Dinkelberg, dachte Hunkeler mit verstecktem Ingrimm. Die schauten genau so aus, als wären sie von den einsamen Höhen jenseits des Rheins extra-herunter gekommen, um Düse fünf zu blockieren. Als ob es drüben keine Heilquellen gegeben hätte. Draußen in der Mitte des Bassins crowlte ein junger Mann, von links nach rechts, dann wieder von rechts nach links. Er hatte ein beachtliches Tempo drauf, das mußte man anerkennen. Am linken Oberschenkel trug er ein Tauchermesser.“

 

 

 

hansjoerg_schneider
Hansjörg Schneider (Aarau, 27 maart 1938)

 

 

 

 

De Sloveense schrijver, regisseur en journalist Žarko Petan werd geboren op 27 maart 1929 in Ljubljana. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009. 

 

Uit: Aphorismen

 

Butter oder Kanonen? - das ist nicht die Frage. Wer genug Kanonen hat, wird auch genug Butter haben.

 

In der sozialistischen Wirtschaft wurden sogar die Krisen verstaatlicht.

 

Die Hölle sind die anderen.
Das Paradies, das sind die anderen in der Hölle.

 

 

 

petan2
Žarko Petan (Ljubljana, 27 maart 1929)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

 

 

L'âge d'or de l'avenir

 

Le rideau s'est levé devant mes yeux débiles,
La lumière s'est faite et j'ai vu ses splendeurs ;
J'ai compris nos destins par ces ombres mobiles
Qui se peignaient en noir sur de vives couleurs.
Ces feux, de ta pensée étaient les lueurs pures,
Ces ombres, du passé les magiques figures,
J'ai tressailli de joie en voyant nos grandeurs.

Il est donc vrai que l'homme est monté par lui-même
Jusqu'aux sommets glacés de sa vaste raison,
Qu'il y peut vivre en paix sans plainte et sans blasphème,
Et mesurer le monde et sonder l'horizon.
Il sait que l'univers l'écrase et le dévore ;
Plus grand que l'univers qu'il juge et qui l'ignore,
Le Berger a lui-même éclairé sa maison.

 

 

Le bain d'une dame romaine

 

Une Esclave d'Egypte, au teint luisant et noir,
Lui présente, à genoux, l'acier pur du miroir ;
Pour nouer ses cheveux, une Vierge de Grèce
Dans le compas d'Isis unit leur double tresse ;
Sa tunique est livrée aux Femmes de Milet,
Et ses pieds sont lavés dans un vase de lait.
Dans l'ovale d'un marbre aux veines purpurines
L'eau rose la reçoit ; puis les Filles latines,
Sur ses bras indolents versant de doux parfums,
Voilent d'un jour trop vif les rayons importuns,
Et sous les plis épais de la pourpre onctueuse
La lumière descend molle et voluptueuse :
Quelques-unes, brisant des couronnes de fleurs,
D'une hâtive main dispersent leurs couleurs,
Et, les jetant en pluie aux eaux de la fontaine,
De débris embaumés couvrent leur souveraine,
Qui, de ses doigts distraits touchant la lyre d'or,
Pense au jeune Consul, et, rêveuse, s'endort.

 

 

 

 

Vigny
Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)

 

 

 

 

De Australische dichter Kenneth Slessor werd geboren op 27 maart 1901 in Orange, New South Wales. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

 

North Country 

 

North Country, filled with gesturing wood,

With trees that fence, like archers' volleys,

The flanks of hidden valleys

Where nothing's left to hide

 

But verticals and perpendiculars,

Like rain gone wooden, fixed in falling,

Or fingers blindly feeling

For what nobody cares;

 

Or trunks of pewter, bangled by greedy death,

Stuck with black staghorns, quietly sucking,

And trees whose boughs go seeking,

And tress like broken teeth

 

With smoky antlers broken in the sky;

Or trunks that lie grotesquely rigid,

Like bodies blank and wretched

After a fool's battue,

 

As if they've secret ways of dying here

And secret places for their anguish

When boughs at last relinquish

Their clench of blowing air

 

But this gaunt country, filled with mills and saws,

With butter-works and railway-stations

And public institutions,

And scornful rumps of cows,

 

North Country, filled with gesturing wood–

Timber's the end it gives to branches,

Cut off in cubic inches,

Dripping red with blood. 

 

 

 

 

slessor-1
Kenneth Slessor (27 maart 1901 – 30 juli 1971)

Geschreven door Romenu om 16:04 Reageer op dit bericht

Francis Ponge, Lajos Zilahy, Andon Zako Çajupi, Sophie Mereau, Louis Simpson, Marie Under, Harry Rowohlt, Carlo Dossi

De Franse dichter en schrijver Francis Ponge werd geboren op 27 maart 1899 in Montpellier. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

L'huître

 

L'huître, de la grosseur d'un galet moyen, est d'une apparence plus rugueuse, d'une couleur moins unie, brillamment blanchâtre. C'est un monde opiniâtrement clos. Pourtant on peut l'ouvrir : il faut alors la tenir au creux d'un torchon, se servir d'un couteau ébréché et peu franc, s'y reprendre à plusieurs fois. Les doigts curieux s'y coupent, s'y cassent les ongles : c'est un travail grossier. Les coups qu'on lui porte marquent son enveloppe de ronds blancs, d'une sorte de halos.
A l'intérieur l'on trouve tout un monde, à boire et à manger : sous un firmament (à proprement parler) de nacre, les cieux d'en dessus s'affaissent sur les cieux d'en dessous, pour ne plus former qu'une mare, un sachet visqueux et verdâtre, qui flue et reflue à l'odeur et à la vue, frangé d'une dentelle noirâtre sur les bords.
Parfois très rare une formule perle à leur gosier de nacre, d'où l'on trouve aussitôt à s'orner.

 

ponge

Francis Ponge (27 maart 1899 – 6 augustus 1988)

 

De Hongaarse schrijver en filmmaker Lajos Zilahy werd geboren op 27 maart 1891 in Nagyszalonta, nu Salonta nabij Oradea. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

Uit: Was mein Herz begehrt (Vertaald door Eta Neumann-Veith u. Andrea Seidler)

 

„Dann kehrte er um, spazierte die Straße in die andere Richtung hinunter und ließ das Haus des Doktors hinter sich zurück. Vor der Glastür einer Apotheke machte er Halt und rückte sich die Krawatte zurecht. Aufmerksam betrachtete er sein Gesicht. Es wirkte gleich auf den ersten Blick angenehm und gewinnend. Die warme Sonne hatte die Haut braun gefärbt, die graublauen Augen leuchteten scharf und zugleich fröhlich, die Züge wirkten ernst, das kastanienbraune, leicht gewellte Haar quoll unter dem breitkrempigen Filzhut hervor, gerade Nase, schmale Lippen, die Verschlossenheit vermuten ließen, ein langer Hals, stolze Kopfhaltung. Der junge Mann stand eine Weile vor dem schwarzen Glas der Apothekentür, als wollte er sich fotografieren lassen. Schließlich ging er gelangweilt weiter.
Er trug einen grauen Mantel, der - obwohl ein wenig abgetragen - elegant wirkte. Seine ernsten, ruhigen Schritte verrieten schon jetzt, wie er mit sechzig Jahren aussehen würde: ein hagerer, feiner alter Herr, die Schultern etwas gebeugt, derselbe gemessene Schritt wie heute. Vielleicht würde er als Zeichen der Trauer schwarze Handschuhe tragen. Man würde ihn Exzellenz nennen, Herr Hofrat, Herr Abgeordneter - das ganze Leben lag schließlich noch vor ihm, trug er doch einen Doktortitel und war derzeit in der Rechtsabteilung eines großen Bankhauses tätig.
Seinen Spazierstock schwingend, kam er die sonntägliche Fehérvári-Straße herunter. Dienstmädchen in gestärkten Kattunröcken rauschten an ihm vorbei, Männer rauchten in den Torbögen ihre Pfeife, die Langeweile eines Sonntagnachmittags lag glanzlos und lähmend über der Straße.“

 

Zilahy

Lajos Zilahy (27 maart 1891 - 1 december 1974)

Lajos Zilahy en Ilya Ehrenburg

 

 

 

 

De Albanese dichter, schrijver en vertaler Andon Zako Çajupi werd geboren op 27 maart 1866 in Sheper. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

My village

 

The mountains rich in stone,
The meadows full of grass,
The fields replete with wheat,
Beyond them is a river.

 

Across from it the village
With church and rows of gravestones,
And standing all around it
Are humble, tiny houses.

 

Frigid is the water,
The wind blows, but no matter,
The nightingale proclaims it:
Gazelle-like are the women.

 

Lying in the shade, men
Playing, busy chatting,
Misfortune cannot strike them,
For they're living off their women.

 

Women in the fields, and
In the vineyards, women,
Women harvest hay, all
Day and night a-toiling.

 

Women do the threshing,
Reap the harvest, women,
Leaving before sunrise,
After dark returning!

 

For their husbands, women
Scorch out in the sunshine,
Working, never resting
Not even on a Sunday!

 

Poor Albanian woman,
All the time a-slaving,
And when homeward's wending,
Makes both lunch and supper.

 

What about your husband
Lounging by the fountain?
Oh, my wretched woman,
You run, too, the household!

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 

 

cajupi
Andon Zako Çajupi (27 maart 1866 – 11 juli 1930)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sophie Mereau (geb. Schubart) werd geboren op 27 maart 1770 in Altenburg. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

 

Der Engel des Todes
 
An Salomon dem großen Weisen ging
Der ernste Todesengel sichtbarlich
Vorüber einst, und richtete den Blick
Auf einen Mann, der nahe bei ihm stand.
Wer ist der, fragte dieser Salomo,
Der Engel mit dem furchtbar ernsten Blick?
Der Todesengel, sagte Salomo.
Es scheinet mir, versetzte jener, daß
Er mein bedarf; o, so befiehl drum schnell
Dem Winde, daß er weit aus seinem Blick
Nach Indien mich bringe. Es geschah.
- Und drauf zu Salomo der Engel spricht:
Verwundert sah ich ernst auf diesen Mann,
Denn seine Seel' in Indien von ihm
Zu nehmen, war befohlen mir, und hier
In Palästina traf ich ihn bei dir.

 

 

 

 

Mereau
Sophie Mereau (27 maart 1770 – 31 oktober 1806)

 

 

 

 

De Estlandse dichteres Marie Under werd geboren op 27 maart 1883 in Tallin. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

 

QUESTION

We saw those berries, overripe and glowing,
in weak and tepid light of the October sun
persisting red as blood, in right full-growing,
without much inkling of the winter clouds to come.

And then a wind-gust brushed those heavy bunches:
and some of them burst, falling to the ground
on wilted grass, soon after, under branches
gold leaves with purple berries lay around.

And hand in hand we walked uphill together
and pushed by the capricious wind's bad weather,
eye to eye, as in anxiety, we asked:

our love's moist, joyful red in present flowering,
will life's wind carry it away, devouring,
or will it fall to the grave's soil, and last?

 

 

 

 

Under
Marie Under (27 maart 1883 – 25 september 1980)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 27 maart 2009.

De Duitse schrijver en vertaler Harry Rowohlt werd geboren op 27 maart 1945 in Hamburg.

De Italiaanse schrijver Carlo Dossi werd geboren op 27 maart 1849 in Zenevredo in de provincie Pavia.

Geschreven door Romenu om 16:02 Reageer op dit bericht

Gregory Corso, Patrick Süskind, Bettina Galvagni, Hai Zi, Martin McDonagh

De Amerikaanse dichter Gregory Corso werd geboren in New York op 26 maart 1930. Zie ook mijn blog van 26 maart 2007 en ook mijn blog van 26 maart 2008. en ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

 

Friend

 

Friends be kept
Friends be gained
And even friends lost be friends regained
He had no foes he made them all into friends
A friend will die for you
Acquaintances can never make friends
Some friends want to be everybody's friend
There are friends who take you away from friends
Friends believe in friendship with a vengeance!
Some friends always want to do you favors
Some always want to get NEAR you
You can't do this to me I'm your FRIEND
My friends said FDR
Let's be friends says the USSR
Old Scrooge knew a joy in a friendless Christmas
Leopold and Loeb planning in the night!
Et tu Brute
I have many friends yet sometimes I am nobody's friend
The majority of friends are male
Girls always prefer male friends
Friends know when you're troubled
It's what they crave for!
The bonds of friendship are not inseparable
Those who haven't any friends and want some are often creepy
Those who have friends and don't want them are doomed
Those who haven't any friends and don't want any are grand
Those who have friends and want them seem sadly human
Sometimes I scream Friends are bondage! A madness!
All a waste of INDIVIDUAL time --
Without friends life would be different not miserable
does one need a friend in heaven --

 

 

 

 

Corso
Gregory Corso (26 maart 1930 – 17 januari 2001)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Patrick Süskind werd geboren in Ambach op 26 maart 1949. Zie ook mijn blog van 26 maart 2007 en ook mijn blog van 26 maart 2008 en ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

Uit: Das Parfum

 

“Zu der Zeit, von der wir reden, herrschte in den Städten ein für uns moderne Menschen kaum vorstellbarer Gestank. Es stanken die Straßen nach Mist, es stanken die Hinterhöfe nach Urin, es stanken die Treppenhäuser nach fauligem Holz und nach Rattendreck, die Küchen nach verdorbenem Kohl und Hammelfett; die ungelüfteten Stuben stanken nach muffigem Staub, die Schlafzimmer nach fettigen Laken, nach feuchten Federbetten und nach dem stechend süßen Duft der Nachttöpfe. Aus den Kaminen stank der Schwefel, aus den Gerbereien stanken die ätzenden Laugen, aus den Schlachthöfen stank das geronnene Blut. Die Menschen stanken nach Schweiß und nach ungewaschenen Kleidern; aus dem Mund stanken sie nach verrotteten Zähnen, aus ihren Mägen nach Zwiebelsaft und an den Körpern, wenn sie nicht mehr ganz jung waren, nach altem Käse und nach saurer Milch und nach Geschwulstkrankheiten. Es stanken die Flüsse, es stanken die Plätze, es stanken die Kirchen, es stank unter den Brücken und in den Palästen. Der Bauer stank wie der Priester, der Handwerksgeselle wie die Meistersfrau, es stank der gesamte Adel, ja sogar der König stank, wie ein Raubtier stank er, und die Königin wie eine alte Ziege, sommers wie winters. Denn der zersetzenden Aktivität der Bakterien war im achtzehnten Jahrhundert noch keine Grenze gesetzt, und so gab es keine menschliche Tätigkeit, keine aufbauende und keine zerstörende, keine Äußerung des aufkeimenden oder verfallenden Lebens, die nicht von Gestank begleitet gewesen wäre.

Und natürlich war in Paris der Gestank am größten, denn Paris war die größte Stadt Frankreichs. Und innerhalb von Paris wiederum gab es einen Ort, an dem der Gestank ganz besonders infernalisch herrschte, zwischen der Rue aux Fers und der Rue de la Ferronnerie, nämlich den Cimetière des Innocents. Achthundert Jahre lang hatte man hierher die Toten des Krankenhauses Hôtel-Dieu und der umliegenden Pfarrgemeinden verbracht, achthundert Jahre lang Tag für Tag die Kadaver zu Dutzenden herbeigekarrt und in lange Gräben geschüttet, achthundert Jahre lang in den Grüften und Beinhäusern Knöchelchen auf Knöchelchen geschichtet.”

 

 

 

Sueskind
Patrick Süskind (Ambach, 26 maart 1949)

 

 

 

 

De Italiaanse, Duitstalige, dichteres en schrijfster Bettina Galvagni werd geboren op 26 maart 1976 in Neumarkt. Zie ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

 

Der Ball der Nausikaa

 

Die Odyssee wird aus den Muscheln gespült,
wo die Insel Strand ist,
und die Physis weckt Leidenschaft in
Hirtenknaben, die
mengegüthlinglos die Aeneis übersetzen,
am Flusse sitzen und wissen, wie er fließt.

 

Die Dinge tropfen wie Regen und fallen wie
Stein.
Die Insel schickt die Wellen fort.
Der Dichter ist erschöpft und fällt in den
Schlaf.

 

Hirtenknaben gibt es wenige:

 

nenn es Ananke.

 

Nur der Vergleich ist noch da und wartet,
daß das Wasser ihn befließt.

 

 

 

Bettina_galvagni
Bettina Galvagni (Neumarkt, 26 maart 1976)

 

 

 

 

De Chinese dichter Hai Zi (pseudoniem van de Chinese dichter Cha Haisheng) werd geboren op 26 maart 1964 in Huaining, een klein dorpje in de provincie Anhui. Hij bracht zijn jeugd door op het traditionele Chinese platteland toen het hele land betrokken was bij de Culturele Revolutie. In 1979 werd hij ingeschreven bij de Universiteit van Peking op de leeftijd van 15 jaar. Hij begon gedichten te schrijven als student in de vroege jaren 1980. Na zijn afstuderen werkte hij aan de China University of Political Science and Law. Hij bleef onbekend voor de meeste lezers tot na zijn dood. Hai Zi was in zijn laatste jaren gefascineerd door de Tibetaanse cultuur en Qigong. Hij maakte een einde aan zijn leven door op een spoo rails te gaan liggen niet ver van Shanhaiguan op zijn 25e verjaardag. Zijn dood wordt nu beschouwd als een belangrijke gebeurtenis in de moderne Chinese literatuur. Met suggereert wel dat zijn dood "het offer van de agrarische beschaving" symboliseert.

 

 

From June to October

Woman of June gathers water, gathers moonlight
Woman of July sells cotton
Woman under the August tree
washes her ears
I hear in the opposite window
that the woman of September is engaged
her ring like a wet chick in her pocket
Woman of October blows out the candles
of her wedding. Black doors
fall on the grasslands



Moon

Chimney smoke up and down
The moon is a white ape digging a well
The moon is a white ape smiling wanly on the river

How many times blood trickles out of the sky
The white ape flows past a bell tower
The moon is a white ape smiling wanly
The moon breaks its own heart

 

 

 

Vertaald door Ye Chun

 

 

 

Haizi
Hai Zi (26 maart 1964 – 26 maart 1989)

 

 

 

 

De Engels-Ierse schrijver en regisseur Martin McDonagh werd geborenop 26 maart 1970 in Camberwell, Londen. Zie ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

Uit: The Beauty Queen of Leenane

 

„MAG. Young girls should not be out gallivanting with fellas ...!

MAUREEN. Young girls! I'm forty years old, for feck's sake! Finish it!

Mag drinks again

MAUREEN. 'Young girls'! That's the beste yet. And how did Annette or Margo ever get married if it wasn't first out gallivanting that they were?

MAG. I don't know.

MAUREEN. Drink!

MAG. I don't like it, Maureen.

MAUREEN. Would you like it better over your head?

Mag drinks again

MAUREEN. I'll tell you, eh? 'Young girls out gallivanting.' I've heard it all now. What have I ever done but kissed two men the past forty years?

MAG. Two men is plenty!

MAUREEN. Finish!

MAG. I've finished! (Mag holds out the mug. Maureen washes it.) Two men is two men too much!

MAUREEN. To you, maybe. To you. Not to me.

MAG. Two men too much!

MAUREEN. Do you think I like being stuck up here with you? Eh? Like a dried up oul ...

MAG. Whore!

Maureen laughs

MAUREEN. Whore? (Pause) Do I not wish, now? Do I not wish? (Pause) Sometimes I dream ...“

 

 

 

mcdonagh
Martin McDonagh (Camberwell, 26 maart 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Robert Frost, Erica Jong, A. E. Housman, Tennessee Williams, Artur Landsberger

De Amerikaanse dichter Robert Lee Frost werd geboren op 26 maart 1874 in San Francisco. Zie ook mijn blog van 26 maart 2007 en ook mijn blog van 26 maart 2008.en ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

 

To The Thawing Wind

 

Come with rain. O loud Southwester!
Bring the singer, bring the nester;
Give the buried flower a dream;
make the settled snowbank steam;
Find the brown beneath the white;
But whate'er you do tonight,
bath my window, make it flow,
Melt it as the ice will go;
Melt the glass and leave the sticks
Like a hermit's crucifix;
Burst into my narrow stall;
Swing the picture on the wall;
Run the rattling pages o'er;
Scatter poems on the floor;
Turn the poet out of door.

 

 

 

 

Acceptance

When the spent sun throws up its rays on cloud
And goes down burning into the gulf below,
No voice in nature is heard to cry aloud
At what has happened. Birds, at least must know
It is the change to darkness in the sky.
Murmuring something quiet in her breast,
One bird begins to close a faded eye;
Or overtaken too far from his nest,
Hurrying low above the grove, some waif
Swoops just in time to his remembered tree.
At most he thinks or twitters softly, 'Safe!
Now let the night be dark for all of me.
Let the night bee too dark for me to see
Into the future. Let what will be, be.'

 

 

 

 

robert-frost
Robert Frost  (26 maart 1874 – 29 januari 1963)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Erica Jong werd geboren in New York op 26 maart 1942. Zie ook mijn blog van 26 maart 2007 en ook mijn blog van 26 maart 2008.en ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

 

After the Earthquake

 

After the first astounding rush,
after the weeks at the lake,
the crystal, the clouds, the water lapping the rocks,
the snow breaking under our boots like skin,
& the long mornings in bed. . .

 

After the tangos in the kitchen,
& our eyes fixed on each other at dinner,
as if we would eat with our lids,
as if we would swallow each other. . .

 

I find you still
here beside me in bed,
(while my pen scratches the pad
& your skin glows as you read)
& my whole life so mellowed & changed

 

that at times I cannot remember
the crimp in my heart that brought me to you,
the pain of a marriage like an old ache,
a husband like an arthritic knuckle.

 

Here, living with you,
love is still the only subject that matters.
I open to you like a flowering wound,
or a trough in the sea filled with dreaming fish,
or a steaming chasm of earth
split by a major quake.

 

You changed the topography.
Where valleys were,
there are now mountains.
Where deserts were,
there now are seas.

 

We rub each other,
but we do not wear away.

 

 

 

 

Erica_Jong
Erica Jong (New York, 26 maart 1942)

 

 

 

 

De Engelse dichter Alfred Edward Housman werd geboren op 26 maart 1859 in  Fockbury, Worcestershire. Zie ook mijn blog van 26 maart 2007 en ook mijn blog van 26 maart 2008.en ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

 

When I was one-and-twenty

 

When I was one-and-twenty

I heard a wise man say,

`Give crowns and pounds and guineas

But not your heart away;

Give pearls away and rubies

But keep your fancy free.'

But I was one-and-twenty

No use to talk to me.

 

When I was one-and-twenty

I heard him say again,

`The heart out of the bosom

Was never given in vain;

'Tis paid with sighs a plenty

And sold for endless rue.'

And I am two-and-twenty

And oh, 'tis true, 'tis true.

 

 

 

 

If truth in hearts that perish

 

If truth in hearts that perish

Could move the powers on high,

I think the love I bear you

Should make you not to die.

 

Sure, sure, if stedfast meaning,

If single thought could save,

The world might end to-morrow,

You should not see the grave.

 

This long and sure-set liking,

This boundless will to please,

-- Oh, you should live for ever,

If there were help in these.

 

But now, since all is idle,

To this lost heart be kind,

Ere to a town you journey

Where friends are ill to find.

 

 

 

 

Houseman
A. E. Housman (26 maart 1859 – 30 april 1936)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (eigenlijk Thomas Lanier Williams) werd geboren in Columbus (Mississippi op 26 maart 1911. Zie ook mijn blog van 26 maart 2007 en ook mijn blog van 26 maart 2008 en ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

Uit: A Streetcar Named Desire

 

[BLANCHE.] „Afterward we pretended that nothing had been discovered. Yes, the three of us drove out to Moon Lake Casino, very drunk and laughing all the way.

[Polka music sounds, in a minor key faint with distance]

We danced the Varsouviana! Suddenly, in the middle of the dance the boy I had married broke away from me and ran out of the casino. A few moments later -- a shot!

[The polka stops abruptly. Blanche rises stiffly. Then, the polka resumes in a major key]

I ran out -- all did! -- all ran and gathered about the terrible thing at the edge of the lake! I couldn't get near for the crowding. Then somebody caught my arm. "Don't go any closer! Come back! You don't want to see!" See? See what! Then I heard voices say -- Allan! Allan! The Grey boy! He'd stuck the revolver into his mouth, and fired -- so that the back of his head had been -- blown away!

[She sways and covers her face]

It was because -- on the dance floor -- unable to stop myself -- I'd suddenly said -- "I saw! I know! You disgust me ..." And then the searchlight which had been turned on the world was turned off again and never for one moment since has there been any light that's stronger than this -- kitchen -- candle ...

[Mitch gets up awkwardly and moves toward her a little. The polka music increases. Mitch stands beside her]

MITCH. [drawing her slowly into his arms] You need somebody. And I need somebody, too. Could it be -- you and me, Blanche?

[She stares at him vacantly for a moment. Then with a soft cry huddles in his embrace. She makes a sobbing effort to speak but the words won't come. He kisses her forehead and her eyes and finally her lips. The polka tune fades out. Her breath is drawn and released in long, grateful sobs]

BLANCHE. Sometimes -- there's God -- so quickly!“

 

 

 

tennessee_williams_stamp
Tennessee Williams (26 maart 1911 – 25 februari 1983)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en criticus Artur Hermann Landsberger werd geboren op 26 maart 1876 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 26 maart 2009.

 

Uit: Liebe und Bananen

 

„Es lebte lange nach Kaiser Karl einmal ein großer Dichter, Dr. h. c. Johann Wolfgang Gerhart, das Haupt einer schlesischen Familie, der dem deutschen Volke unvergängliche Dichtungen geschenkt, im Alter aber der Metaphysik und dem Snobismus verfallen war. Metaphysik und Snobismus vertragen sich schlecht miteinander. Also geschah es, daß der große Dichter im Klub der deutschen Filmindustrie am 28. August, dem Geburtstage Goethes – was seine metaphysischen und snobistischen Gründe hatte – einen Vortrag über den deutschen Film zu halten gedachte. Goethe hätte das vielleicht auch getan. – Was war näher liegend, als daß man ihm zu ehren eins seiner eigenen Werke verfilmte? Das scheiterte an dem hohen Preise, den der Dichter für das Verfilmungsrecht forderte. Also mußte man etwas Neues schaffen.
»Wenn schon !« sagte der deutschamerikanische Impresario S. Rachitis, der überall, wo er etwas zu verdienen schnupperte, seine schmutzigen Hände im Spiel hatte. Er trommelte, indem er Berge versprach, ein Dutzend der prominentesten Schauspieler in einem teuren Weinlokale  am Zoo zusammen und erklärte:
»Der Gerhart ist ein Dichter, der sich hat den Kopf serbrochen für euch dutzende von Malen, damit ihr habt gute Rollen. Serbrecht ihr euch den Kopf für ihn einmal. ich sahle alles.«
Und da Künstler Kinder sind, so saßen sie da und zerbrachen sich den Kopf, während S. Rachitis sich entfernte und zu zahlen vergaß.
»Gerhart ist Metaphysiker«, erklärte Albert Stein-brück. »Was also liegt näher, als daß wir ihm zu Ehren ein Stück von Aristophanes verfilmen.«
Den Zusammenhang verstand – obschon manch einer wußte, wer Aristophanes war – niemand. Aber den Mut, das zu bekennen, fand nur die schwarze Pola, genannt  Djojo, die mit viel Temperament Aristophanes für überlebt erklärte und sich leidenschaftlich für Hanns Heinz Ewers und die Verfilmung der Alraune einsetzte.“

 

 

 

Landsberger

Artur Landsberger ( 26 maart 1876 – 4 oktober 1933)

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten