Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 juni 2010 tot 10 juni 2010

Louis Couperus, Saul Bellow, Mensje van Keulen, Jan Brokken, Oktay Rifat, Peter Kurzeck, Ion Creanga, Norbert Bugeja

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Zie ook mijn blog van 16 juli 2006.

 

Uit: De berg van licht

 

“In den zoelen nacht van nazomer triltintelden over Emessa aan wijd effen hemel van wolkenlooze nachtkleur de duizende en duizende kristallen sterren, en tusschen de schitterendste vulde de hemelafgrond zich met fijner gepoeier van licht, terwijl daar omheen weêr kleinere dan die zongroote, maar grootere dan zoó poeierfijne geprikt waren in onbenaderbaren overdaad, als waren van starrenweelde de goden dronken geweest, als hadden zij allen, de goden, alle de starren uitgezaaid in zwijmelende lichtdronkenschap. En dwars over dien hemel van weelde blankte de breede en uitvloeiende Melkweg, nauwlijks als een sluier en meer als een glorie, en een pad van triomf voor den oppergod, gepoeierd met lichtstof, gestapeld met sterren, zoo vele, dat de

voeten der goden, welke er over heen zouden gaan, daar zeker in verzinken zouden als in een gouden zand, diep.

Onder zoo overdadige nazomernacht lijnden de tempelgebouwen breed, ver, en hoog op, met glans aangegeven kroonlijsten, en met afzonderlijken terrasvormigen toren, wiens top versmalde en vervaagde in het lichtelijke niets. In een dicht bladergeheim van tuinen, stille van wind, lagen in het wijde park de tempel-gebouwen verspreid, blankten nu aangelicht marmer of grauwden dof van graniet, streepten zuilen zich rank, en verloor zich het al in geboomte-schaduwen, waartegen, lichtovergoten van rijzende maan, reusachtige agaven opstaken hare zwaarden òf wit òf zwart, naar mate het maanlicht zijn glans veegde aan de lemmers dier bladeren, of dat zijzelve zich spietsten in schaduw en wègpriemden in nacht. Een oranjegeur zweefde als een wierook, zwaar en bijna onadembaar, en daartusschen hielden de Syrische rozen hare gillende kreten van lustverlangen làng aan....”

 

 

 

louiscouperus0cv
Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)

 

 

 

 

De joods-Amerikaanse schrijver Saul Bellow werd geboren op 10 juni 1915 te Lachine, een voorstad van Montreal.

 

Uit: Humboldt's Gift

 

„He was waiting between the lions in front of the Institute, exactly as expected in the cloak and blue velvet suit and boots with canvas sides. The only change was in his hair which he was now wearing in the Directoire style, the points coming down over his forehead. Because of the cold his face was deep red. He had a long mulberry-colored mouth, and impressive stature, and warts, and the distorted nose and leopard eyes. Our meetings were always happy and we hugged each other. "Old boy, how are you? One of your good Chicago days. I've missed the cold air in California. Terrific! Isn't it. Well, we may as well start right with a few of those marvelous Monet's." We left attached case, umbrella, sturgeon, rolls, and marmalade in the checkroom. I paid two dollars for admission and we mounted to the Impressionist collection.
There was one Norwegian winter landscape by Monet that we always went to see straightaway: a house, a bridge, and the snow falling. Through the covering snow came the pink of the house, and the frost was delicious. The whole weight of snow, of winter, was lifted effortlessly by the astonishing strength of the light. Looking at this pure snowy dusky light, Thaxter clamped his pincenez on the powerful twisted bridge of his nose with a gleam of glass and silver and his color deepened. He knew what he was doing. With this painting his visit began on the right tone.“

 

 

 

bellow

Saul Bellow (10 juni 1915 - 5 april 2005)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag.

 

Uit: De schriften wachten

 

“Hoe vreemd het ook mag klinken, het zijn veelal de personages die me gaandeweg de details aanreiken en voor een onverwachte wending zorgen. Ik beleef een en ander zelfs fysiek. Zo kreeg ik herhaaldelijk koorts en werd door benauwdheid overvallen toen ik Van Lieverlede schreef, en na een passage over de snoeplust van Anton Hofman in Overspel zat ik met een tong rauw van het kauwen, al had ik niet de beschreven drop en chocola verorberd. Ik heb mededogen met ze, heb een aversie voor ze, walg van ze, houd van ze. Ik kan om ze en met ze woedend en sentimenteel zijn, maar ik kan ze ook met distantie bezien, al verkeren ze in nog zo’n penibele situatie. Ik ben ze dankbaar, ook of misschien juist als ze ver van me afstaan. Ik kan schik en vilein plezier in ze hebben, zoals in de oude kinderhater Ratti (in het kinderboek Meneer Ratti) en de jonge Maria (in De rode strik). Ook Florrie (in De laatste gasten) kon, al is ze als verteller niet voortdurend nadrukkelijk aanwezig, zo’n bezit van me nemen dat ik er verstrooid door raakte. Het verbaasde me daarom niet maar gaf me wel een rilling toen ik, niet ver voor het eind van de roman, in haar kleine zolderkamer, naast haar spaarzame bezittingen, een vertaling van Henry James’ spookverhaal The turn of the screw zag liggen.

Als mensen me vragen ‘hoe ik er op kom’ of ‘waar ik het allemaal vandaan haal’, kan ik net zo goed kort en eerlijk antwoorden dat ik het lang niet altijd weet, dat het behoort tot het duistere terrein van de fantasie. Ik wil dat graag zo laten.”

 

 

 

 

mensje_van_keulen
Mensje van Keulen (Den Haag, 10 juni 1946)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden.

 

Uit: Afleiding is het brood van de schrijver (Interview met Remco Campert)

 

“‘Die prijs zal het schrijven extra stimuleren. Jarenlang heb ik bijna niet kunnen schrijven. Ik had er geen zin meer in. Tegen het schrijven voelde ik een fysieke afkeer. Ik dacht er wel aan, maar ik werd geteisterd door een verlammende twijfel. Die column in HP was zo'n beetje het enige wat ik schreef, en ook dat kostte me soms moeite. Het schrijfvuur ontbrak, ik vroeg me af of ik ook de tweede helft van mijn leven met schrijven moest vullen. Aanvankelijk was het antwoord op die vraag: nee. Ik had geen zin meer in het gedoe. Maar na enige jaren kwam ik erachter dat het schrijven het enige is wat ik kan. En dat het een van de leukste dingen is om te doen.

Geen schrijver ontkomt aan zo'n crisis. Op een gegeven moment vraag je je af: waar ben je mee bezig? Niet iedere schrijver kan het zich permitteren aan zo'n crisis toe te geven, sommige schrijvers moeten, om de centen, doorgaan, ook al hebben ze er geen zin meer in. Ik kon het me godzijdank veroorloven een paar jaar te stoppen.

Ik ben jong begonnen, ik debuteerde op mijn achttiende. De eerste boeken heb ik argeloos geschreven, fris van de lever, ik heb nooit bij het creatieve proces stilgestaan. Ik schreef, het ging goed, en mijn boeken verkochten. Ja, god, het kostte geen enkele moeite. Het ging als vanzelfsprekend. Nu ben ik ouder geworden, het vuur van de jeugd is gedoofd, het einde van mijn leven komt in zicht.”

 

 

 

jan_brokken

Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)

 

 

 

Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 10 juni 2006 en ook mijn blog van 10 juni 2007  en ook mijn blog van 10 juni 2008 en ook mijn blog van 10 juni 2009.

 

 

 

 

De Turkse dichter Oktay Rifat werd geboren op 10 juni 1914 in Trabzon. Zie ook mijn blog van 10 juni 2007 en ook mijn blog van 10 juni 2008.en ook mijn blog van 10 juni 2009.

 

 

The Cemetery For Turkish Soldiers

 

I

 

I'm a sailor in the navy,

fishes ate my eyes.

Seeing and weeping are over for me.

I was tall in my life,

if you don't believe me

look at my clothes.

 

Someone says -I'm a soldier too,

no different from the other dead.

Once we lived in houses.

Now we're outside the doors,

we pass through the wall.

 

And another says -

Don't believe them,

they're all liars,

we don't exist.

 

II

 

To enter my room with more ease

they come in the form of dead relations.

I look -it's an uncle or brother.

I look -it's a Polish sergeant

and at once he speaks.

 

I had a daughter five years old.

She's dead, now we're together.

She's fed-up here,

she can't roll a hoop,

she left her hands behind in Warsaw.

 

A voice says -

No potatoes to hoe,

no stones to break,

no burdens to carry to market,

I'm at peace here.

 

One is worried about his wife.

He asks me news from home.

 

When I died

they took my greatcoat.

I'm cold,

winter's ahead.

 

Then they speak as one.

 

 

 

 

Vertaald door Ruth Christie

 

 

 

 

Rifat
Oktay Rifat (10 juni 1914 – 10 april 1988)

 

 

 

De Duitse schrijver Peter Kurzeck werd geboren op 10 juni 1943 in Tachau, Bohemen.

 

Uit: Oktober und wer wir selbst sind

 

„Schächtelein sagt Carina zu den Lackkästchen. Kleiner als Bierdeckel und Zigarettenschachteln die Bilder mit den Flüssen, die groß wie der Himmel sind. Und manche Tage, besonders im Sommer, ist hier vor dem Laden und ringsum in allen Straßen so ein helles Licht. Überall in der Stadt und weit in das Land hinaus dieses Licht. Nicht nur die Vororte, Großbaustellen und Autobahnabfahrten ? die ganze Mainebene, Taunus, Wetterau, Spessart, Odenwald, Bergstraße. Weithin das Licht und du mußt eine Weile stehen bleiben und es dir für immer merken. Und wenn du dann weitergehst in diesem Licht, dann kommt dir vor, es ist das gleiche Licht wie auf den kleinen Bildern. Der Abglanz des Abends. Bilder, die nur aus kaum drei Strichen bestehen, also hauptsächlich Licht auf den Bildern. Wie kostbare Seide das Licht, wie sehr heller Tee. Darjeeling. Das gleiche Licht, in dem du manchmal am Abend müd heimgehst. Und einmal, das weißt du, einmal wirst du in so einem Licht aus der Stadt hinaus. Zu Fuß. Wie ein Wanderer auf einem Bild. Vielleicht als Kind einmal so ein Bild gesehen und den Wanderer auf dem Bild. Und ihm lang nachgesehen, weil er vorher mit dir gesprochen hat und dir zugenickt, bevor er dann weiterging in das Bild hinein. Aber kein Licht jetzt. Die Scheibe beschlagen. Nebel und Dämmerung. Und immer wieder große und kleine Monde an der Scheibe vorbei. Immer andere. Langsam. Halbmonde, Monde und Nebelsonnen. Einmal der Tee noch zu heiß. Einmal trinkst du ein Glas und gleich bleibt die Zeit stehen. Gleich auch so eine Nähe zu dir selbst. Du trinkst drei-vier Gläser in kaum fünf Minuten. Und stehst da, noch eben dein ganzes Leben im Gedächtnis und jetzt fällt nichtmal dein Name dir ein. Wer bin ich? Und warum hier?“

 

 

Peter-kurzeck

Peter Kurzeck (Tachau, 10 juni 1943)

 

 

 

 

De Roemeense schrijver Ion Creanga werd geboren op 10 juni 1839 in Humuleşti.

 

Uit: Two money bags

 

"It was once an old woman and an old man. Hen eggs old woman is two times per day, and eat lots of eggs Baba and the old man did not give him any. One day the old man lost his patience and said:
- Hey Baba, eat like the borough of Flint. Let me also take some eggs to even catch my appetite.
- Yes' as not, "said the old woman who was very stingy. If you are craving eggs, and you beat your rooster to make eggs and eat them, so I knocked that chicken and eggs as a iacătă.
Old man, greedy and greedy old woman is taken by mouth and rage comes rather quickly and rooster and giving him a good beating, saying:
- Na! or you eggs, or go to my house, not to spoil the food for nothing.
Rooster, as the old man escapes from his hands, go home and walk the roads, bezmetec. And as he went on the road, only two iaca found a bag with money.“

 

 

 

Ion_Creanga_bust

Ion Creanga (10 juni 1839 – 31 december 1889)

Buste in Iasi

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 10 juni 2009.

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi in 1980. Zie ook mijn blog van 10 juni 2009.

 

 

 

LAS RAMBLAS, 15.45 p.m.

The Sailor sits beneath the bastions of El Corte Ingles,
a scrawny cat, gnawing at the sun with his vile oaths
and unknotting the yarns that prod him in his sleep.
The very shape of him, like waves of vintage radios
stinks in between one country and another,
snatches words uttered, and those slain,
and then transmits the moral of the story —
an olive-skinned giggle, a filterless cigarette
and two italians trailing a one-nighter.

Ola mujer, que pasa? Ostia puta.

If you come into the complex and start climbing
one floor after another,you can look down
and see him curse from every point of view:
trussardi, zegna, fnac and valentino
regard you with a slightly bizarre beard
downing the sun beneath a scorching beer. . .

And if you get to the top floor and gaze,
down at this city that loves you by the rate
you may be late — by then the Sailor will have picked
the pick of tales to date.

 

 

 

norbert_bugeja
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 1980)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 10 juni 2007.


De Kroatische dichter en diplomaat Antun Mihanović werd geboren in Zagreb op 10 juni 1796.

Geschreven door Romenu om 20:03 Reageer op dit bericht

Maarten Doorman, Xander Michiel Beute, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Bertha von Suttner

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

 

Westring A10

 

Doorzichtig nauw hoorbaar en hoog rolt
het wiel zwart verstoorbaar en zacht op
de ring rond de stad en het sluit van
de hemel iets uit in de lucht en
iets in, onderdoor raast de ring rond
de stad en het raakt noch de grond noch
het dak van het lichte belasting-
kantoor en verwaait en rolt door in
een koor hees van damp uit benzine
en wordt in een brandschone hemel verdraaid.

 

 

 

 

In dit land is zo veel vochte lucht

 

In dit land is zo veel vochte lucht
die angstige gebouwen plat op de grond
drukt, zelfs in de stad. Zo weinig ruimte
dat bedilzucht de mond vult met dikke tong.
Diensten herkauwen een taaie taal
van vormgeving en voorschrift alsof
een aardbeving elke maandag verstoort.
Huizen worden tot woningen omgetekend
in broodpudding opgediend na de maaltijd.
Neemt iemand over bouwen het woord -
de prijs is uitgerekend de luchtigheid
uitgekiend tot het pannebier aan toe.
Men trommelt op papier ongehinderd
een taptoe van wooneenheden bij elkaar
onder het zuidelijk excuus van patio en kasba.
Overminderd walst infrastructuur ondertussen
elk uur elke meter op orde, kantoren huizen zwaar
en huizen kantoren, lag dit land niet plompverloren
plat, het zou diep gebukt gaan onder gezwoeg van

eensgezinswoningen, gevulde eenrichtingsborden
amechtige eenvormingheid die deze
zelfgenoegzaamheid wasemt.

 

 

 

 

Doorman

Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Xander Michiel Beute werd geboren in 9 juni 1975 te Gouda.

 

Uit: Moord

 

„Op de bijrijderstoel van de Fiat Panda staat het geweer overeind tegen de rugleuning. De loop is nog warm. Andrea geeft richting aan en slaat rechtsaf. Deze weg kent hij als zijn broekzak. Al tien jaar rijdt hij hier heen en weer naar het werk. Het is een slingerend lint van asfalt tussen de heuvels van Toscane. De zon kleurt het landschap elke minuut anders. Andrea rijdt zo snel als hij kan naar huis. De zandweg. De grazende schapen. De wijngaard. Het is nog een kwartier rijden. Hij kijkt naar het geweer. Hij had het weg moeten gooien, het moeten begraven of het in stukken in een snelstromende rivier smijten. Bewijsmateriaal. Er is geen tijd. Het maakt niet uit. Het is de laatste keer dat hij hier rijdt. Elk moment verwacht hij sirenes te horen, dat politiewagens in zijn achteruitkijkspiegel opduiken. Achter hem rijden alleen een gele sedan en een vrachtwagen.
     In de binnenspiegel ziet hij zichzelf. Onder de mondhoeken zitten kleine rode pukkels. ‘Mannen van midden dertig hebben geen puistjes,’ zegt hij iedere ochtend in de spiegel, maar dat helpt niet. De zeep ook niet. De bactroban van de apotheek niet. De eryacne niet. Hij wrijft, wast, zalft en tipt met een wattenstokje aan. De pukkels blijven. Hij heeft de huid van een zestienjarige en de schedel van een vijftigjarige. Kalend. Dat hij nog waardig door het leven gaat, is te danken aan het feit dat hij heeft geleerd wat stijl is. Wat klasse is. Het juiste overhemd bij de juiste broek en schoenen.”

 

 

 

Beute
Xander Michiel Beute (Gouda, 9 juni 1975)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Mirko Bonné werd op 9 Juni 1965 in Tegernsee / Oberbayern geboren. Zie ook mijn blog van 26 juni 2006.

 

 

Pulk

 

Mit polterndem Flügelschlag steht die Gans auf aus dem Wasser
Das Gedächtnis schwärmt zusammen, ordnet sich
Noch ein Kind und liest einen Band Keats
Da stockten die Gespräche, und alle zählen – Blitz

Das Gedächtnis schwärmt zusammen, ordnet sich
Eine Graugans, Luft, eine Graugans, Luft
Da stockten die Gespräche, und alle zählen – Blitz
Über die Wände getrabt kam das Lichtpferd

Eine Graugans, Luft, eine Graugans, Luft
Jedes Gewitter löscht alle Bilder aller Gewitter
Über die Wände getrabt kam das Lichtpferd
Ihr hell- und dunkelblau geblümtes Kleid auf der Hüfte

Jedes Gewitter löscht alle Bilder aller Gewitter
Ein Junge blieb am Fußballplatz hocken
Ihr hell- und dunkelblau geblümtes Kleid auf der Hüfte
Stütz dich mit den Händen ab auf meiner Brust

Ein Junge blieb am Fußballplatz hocken
Noch ein Kind und liest einen Band Keats
Stütz dich mit den Händen ab auf meiner Brust
Mit polterndem Flügelschlag steht die Gans auf aus dem Wasser

 

 

 

 

Finnischer Prospekt

 

Herrlichkeit, der alte Niederhafen,
wo mein Cousin in der Zeit Runge
lebte und heute auf dem Architrav
am Vorsetzen lang die eiserne Lunge
der U-Bahn in die Einkauf-City keucht.
Schuten voller Astwerk. Vier Tauben
flattern auf überm Fleet, und vielleicht
weiß ich, wohin es mich zieht, nur glaube
dem breiigen Prospekt nicht: Ferne, Magie,
»Reisen und Rätsel« – es gibt kein »Helsinki«.

 

 

 

 

Mutter und Sohn

Es ist ein Weiher irgendwo, schreibt Ovid,
der einmal eine Mutter gewesen ist
„sie schmolz dahin in Tränen“, trauernd
um ihren totgeglaubten Sohn

aber er lebte noch – er hatte den Tod gesucht
indem er von einem Felsen sprang, aber er fiel nicht,
in den Worten von Ovid: „schwebend ward er
in der Luft ein Schwan mit weißen Federn“.

Derlei geschah einst – zuweilen war
die Wirklichkeit so unerträglich
dass etwas geschah, was nicht sein konnte.

Das ist alles, was wir wissen: Mutter und Sohn
vereint – du siehst in Gedanken, wie ein weißer Schwan
gewiegt wird von einem Weiher, und du fragst:
Kennt wohl der Vogel die Trauer des Wassers
und weiß wohl das Wasser, wen es wiegt.

Rutger Kopland

 

 

 

 

MirkoBonné
Mirko Bonné (Tegernsee, 9 juni 1965)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver van Duitse afkomst Curzio Malaparte (pseudoniem van Kurt Erich Suckert) werd geboren in Prato Toscane, 9 juni 1898.

 

Uit: De huid  (Vertaald door Jan van der Haar)

 

"O, dat betekent niets," zei ik, "dat is een lachertje, de honger, de bombardementen, de executies, de concentratiekampen, allemaal een lachertje, kleinigheden, ouwe koek. Die dingen kennen we in Europa al eeuwen. We zijn er wel aan gewend. Dat zijn niet de dingen waardoor we er zo aan toe zijn."
"Waardoor bent u er dan zo aan toe?" zei generaal Guillaume met een wat doffe stem.
"De huid."
"De huid? Welke huid?" vroeg generaal Guillaume.
"De huid," antwoordde ik zachtjes, "onze huid, die vervloekte huid. U hebt geen idee waartoe een mens in staat is, tot welke heldhaftigheden en welke laagheden hij in staat is om zijn huid te redden. Deze, deze weerzinwekkende huid, ziet u wel?"

 

 

 

malacurz

Curzio Malaparte (9 juni 1898 – 19 juli 1957)

 

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2008 en ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Webb werd geboren op 9 juni 1939 in San Francisco. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

Uit: The Graduate

 

"Ben?" he said. "I want to shake your hand."

Benjamin shook it.

"Goddammit I'm proud of you," Mr. Terhune said, still holding his hand.

Benjamin nodded. "Thank you," he said. "Now if you'll excuse me I'm going for a walk. I'll be back later."

Mrs. Pearson appeared at the end of the hall. "Oh Benjamin," she said, smiling at him. She hurried to where he was standing and reached up to pull his head down and kiss him. "Benjamin?" she said. "I'm just speechless."

Benjamin nodded.

"Golly you did a fine job back there."

"I'm sorry to seem rude," Benjamin said, "but I'm trying to go on a walk right now."

Mr. Robinson appeared at the end of the hall with a drink in his hand. He began grinning when he saw Benjamin and walked into the group of people surrounding him to shake his hand. "Ben, how in hell are you," he said. "You look swell."

"I'm fine."

"Say, that's something out in the garage. That little Italian job your old man gave you for graduation?"

"Oh how exciting," Mrs. Pearson said.

"Let's go for a spin," Mr. Robinson said.

Benjamin reached into his pocket and pulled out the keys. "Can you work a foreign gearshift?" he said, holding them out.

"What?"

"Do you know how to operate a foreign gearshift."

"Well sure," Mr. Robinson said. "But I thought you'd take me for a little spin yourself."

"I can't right now," Benjamin said. "Excuse me." He reached for the doorknob and turned it, then pulled open the door. Just as he was about to step outside Mr. and Mrs. Carlson walked up onto the front porch.“

 

 

 

the_graduate
Charles Webb (San Francisco, 9 juni 1939)

Justin Hoffman en „Mrs Robinson“ (Anne Bancroft) in de film The Graduate uit 1967.

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en pacifiste Bertha Barones von Suttner werd geboren op  9 juni 1843 in Praag. Zie ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

Uit: Memoiren

 

„Ungefähr drei Jahre bin ich alt. Es ist ein schöner Nachmittag und meine Mutter und mein Vormund wollen mich mitnehmen zu einer Landpartie in den »Schreibwald«. Der Begriff »Schreibwald«, ein beliebter Ausflugsort der Brünner, leuchtet aus meinen Kindererinnerungen als der Inbegriff von Naturpracht, Festesfreude, Waldesdunkel, Gebirgsbesteigung, Kaffeegenüssen, mit einem Wort als die Kulmination von dem Freudenkomplex, genannt Landpartie. Damals an dem denkwürdigen Nachmittag waren alle diese Erfahrungen wohl noch nicht vorhanden, vielleicht war es sogar das erstemal, daß ich in den Schreibwald geführt werden sollte, aber der Name blieb mir stets mit der folgenden Begebenheit verbunden.

Ein weißes Kaschmirkleidchen, ausgenäht mit schmalen roten Borten, wurde mir angelegt. Ein Prachtding: dekolletiert – das Muster der Ausnähung sehe ich noch vor mir, ich könnte es nachzeichnen. Wie würde die Umwelt staunen, wenn sie das erblickte! Ich fühlte mich schön, positiv schön darin. Da bemerkte mein Vormund vom Fenster – auch ihn sehe ich in seiner Generalsuniform –, daß das Wetter sich verzieht, daß es wahrscheinlich regnen werde. Ein kurzer Kabinettsrat (der General, meine Mama und die Kammerzofe Babette) folgte, und die Resolution ward verkündet: das schöne neue Kleid könnte Schaden leiden.

»Zieh der Komteß ein altes Kleid an,« lautete der mütterliche Befehl. Aber die Komteß erklärte mit aller Entschiedenheit, daß sie sich dagegen verwahre. Im neuen Kleide bin ich: j'y suis, j'y reste; mit diesem um dreißig Jahre vorgreifenden Plagiat gab sie ihren unerschütterlichen Willen kund. Vielleicht übrigens nicht so sehr mit Worten als mit Heulen und Trampeln.

Das nächste Bild aber in dieser mir unauslöschlichen Bildergalerie zeigt mir also das strahlend gekleidete, schöne und energische Wesen auf einen großen Tisch hingelegt, das Gesicht gegen die Tischplatte, das rotgestickte Röckchen von gefälliger Hand des nebenstehenden hohen Militärs gehoben, und von mütterlicher Hand sauste – klatsch, klatsch – die erste Prügelstrafe verzweiflungserweckend und entehrend auf das Objekt hernieder.“

 

 

 

Bertha_von_Suttner
Bertha von Suttner (9 juni 1843 - 21 juni 1914)


Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:01 Reageer op dit bericht

Jurij Brězan, Willy Roggeman, José Antonio Ramos Sucre, Rudolf Borchardt, Akaki Zereteli, John Gillespie Magee jr.

De Sorbische schrijver Jurij Brězan werd geboren in Räckelwitz op 9 juni 1916. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

Uit: Der alte Mann und das enge Weite

 

„Vom Waldrand her geht ein Mann auf das Hügelchen zu, das wie ein umgestürzter Napfkuchen in der Landschaft sitzt, Überbleibsel einer Endmoräne, Warft zwischen den abfließenden Wassern der Eiszeit. Auf halbem Weg hinauf verhält der Mann, stützt sich beidhändig auf seinen Stock und betrachtet die mächtige Eiche drei Schritt vor der Kuppe, als sähe er sie zum ersten Mal. Er kennt sie seit fast vier Jahrzehnten und oft und oft hat er dagestanden und sie bis in das sperrig-feine Geäst des Wipfels bewundert. Vielleicht nicht bewundert, sondern einen unbenennbaren Stolz mit ihrer ruhigen Mächtigkeit geteilt. Stünde er nun so da, dränge dumpfer Schmerz vom Nacken her in die Schläfen. Für einen Augenblick jedoch legt er den Kopf weit zurück, weil sich zwei Kolkraben hoch im Baum laut quarrend unterhalten. Er meint, er kenne die beiden. Zwar hört und sieht er sie nicht jeden Tag, wenn es auch scheint, sie mögen diesen Hoch-Platz, der eine weite Aussicht bietet und wo sie flötendes und plapperndes Kleinvogelvolk selten stört.“

 

 

 

brezan

Jurij Brězan (9 juni 1916 - 12 maart 2006)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Willy Roggeman werd geboren in Ninove op 9 juni 1934. Zie ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

Uit: Het zomers nihil

 

‘Nu ik opnieuw in de spiraalbeweging van de woorden gevangen zit, er mijzelf in gevangen heb om vrij te zijn, word ik bedreigd door personages, beschuithelden die met psychologisch speeksel worden geweekt en gekneed, die in een boek onverhoeds binnenvallen en er nadien niet uit te jagen zijn. ’

 (...)

 

‘Ik wil hen niet uitsluiten. Men koestert tenslotte ook zijn zwakheden, zij krijgen hun kans in deze bladzijden in zoverre zij de vrijheid en het gevaar van het woord niet hinderen. Ik betrek hen in de dans maar weiger hun causaliteit, hun psychische stolling, hun onder het juk gebogen staan’

(...)

 

‚...mijn afkeer voor onvoorziene ontmoetingen, zelfs met personen van wie ik een geplande ontmoeting zou op prijs stellen. Het gevolg is dat ik op straat liever iemand over het hoofd zie dan hem te groeten, omdat een gesprek, een oponthoud, mij stoort, mij afleidt’

 

 

 

Roggeman

Willy Roggeman (Ninove, 9 juni 1934)

 

 

 

 

De Venezolaanse dichter, schrijver en geleerde José Antonio Ramos Sucre werd geboren op 9 juni 1890 in Cumaná. Zie ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

Uit: Lucia (El cielo de esmalte)

“I was opening the windows of the naked chamber and entrusting the name of the absent girl to the errors of an insalubrious gust of wind. My voice was fighting a gravestone, imitating the seabird’s assault on the harbor beacon.
     I was guessing the clear accents of dawn, emerging from my retreat and stepping with reverence and fear on the flight of steps corroded by the open air. I was entertaining sorrow with the view of a diaphanous horizon. The ash tree and the pine were abounding far off and haphazardly in the country of lakes and torrents.
     I was censuring myself faithfully. I wanted to find a slip of ineptitude or apathy in the process of her inhuman pains and I couldn’t remember anything besides my activity and my continuous presence in the room. Her death reproduced the countenance of the agony of Jesus.
     The slow mists were being born, when night began, from the wells of rain water, they would calm the noises and lose themselves in the hallucinated home.
     The veils of malarial water facilitated the return of the assiduous virgin. She agreed to leave in my hands, a sign of acknowledgment, the jewel of her candor. She gave me back the crown of her forehead.“

 

 

 

jose-antonio-ramos-sucre

José Antonio Ramos Sucre (9 juni 1890 – 13 juni 1930)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Rudolf Borchardt werd geboren op 9 juni 1877 in Königsberg. Zie ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

Uit: Wo bin ich denn behaust? (Biografie door Alexander Kissler)

 

„Das Haus am Berliner Kronprinzenufer steht fast leer. Die Eltern mitsamt den sechs Geschwistern sind nach Ostpreußen abgereist. Im Seebad Cranz wird man den Sommerurlaub verbringen. Zurückgeblieben sind einzig der achtjährige Rudolf, die Hausangestellte Justine und Herr Schulz, ein großgewachsener Student, der „Präzeptor oder Erzieher“ des Jungen. Wie die meisten der großbürgerlichen „pomphaft düsteren Mietwohnungen“ aus der Gründerzeit verfügt auch das Domizil der Familie Borchardt über zahlreiche Räume. Zwei davon sind der bevorzugte Aufenthaltsort des kleinen Rudolf: der Tanzsaal und das „Pompejanische Zimmer“, benannt nach einem Gemälde, das eine antike Schönheit aus der untergegangenen Stadt zeigt. Auf einer hölzernen Anrichte stehen vielfarbige „Meißner Papageien im durchbrochenen Porzellankäfig“. Mit ihnen hält der kleine Junge Zwiesprache, muntert sie auf, spendet als Leidensgenosse Trost. Schließlich sei auch er „gefangen und versteinert und geflügelt [...] wie sie“. Bald aber werde ihre gemeinsame bedrückende Lage ein Ende finden, wenn erst „das Tor der Verzauberung sich aufgetan hätte und die Freiheit sich erschlossen.“

Der Blick, den der fast fünfzigjährige Borchardt zurück auf seine Kindheit wirft, fördert ein Dasein in Einsamkeit und Isolation zutage. Die Ereignisse des Sommers 1885, mit denen ‚Rudolf Borchardts Leben von ihm selbst erzählt‘ endet, führen zum Abschied aus dem „Paradies“ der beiden Säle. In einem solchen nämlich fühlt das Kind sich, solange es mit sich und den Dingen allein ist. Die behauptete Ähnlichkeit mit den Porzellanfiguren beschreibt insofern trotz der Klage über die gefängnishafte Existenz keinen Zustand der Verzweiflung, sondern der Erwähltheit. Noch sind die Papageien und das Kind zur Starre verurteilt, doch sie verfügen eben auch über Flügel, die kaum einem Wesen sonst geschenkt sind.“

 

 

borchardt

Rudolf Borchardt (9 juni 1877 – 10 januari 1945)

 

 

 

 

De Georgische dichter, schrijver en politicus Akaki Zereteli werd geboren op 9 juni 1840 in Schwitori. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

 

SPRING

The swallow twittered, shrill and gay,
Arriving from across the main.
"'Tis spring! 'Tis spring!" it called to me;
My heart with hope was filled again.

I flung my window open wide.
How changed and fair was all the world!
And cleaving to my throbbing breast,
Delight its rosy wings unfurled.

Spring's fragrance filled the air, and I
Inhaled the sweetness, and was glad.
The future seemed so rosy that
I cried with joy: "O why be sad!"

I will attain my heart's desire
By wintry frosts made cold and drear.
In wedlock will all nature smile,
And Hymen's anthem will I hear.

Sweet is the essence of the rose,
The violet droops before my eye,
The nightingale her lays of love
Pours forth in thrilling melody.

 

 

 

 

Vertaald door Verena Urushadze

 

 

 

 

Tschawtschawadse_-_Zereteli_Monument_Tbilissi
Akaki Zereteli (9 juni 1840 – 26 januari 1915)

Monument voor Ilia Chavchavadze en Akaki Zereteli in Tbilissi

 

 

 

 

De Brits-Amerikaanse dichter en piloot John Gillespie Magee jr. werd geboren op 9 juni 1922 in Shanghai. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2009.

 

 

Sonnet to Rupert Brooke

 

"We laid him in a cool and shadowed grove

One evening in the dreamy scent of thyme

Where leaves were green, and whispered high above —

A grave as humble as it was sublime;

 

There, dreaming in the fading deeps of light —

The hands that thrilled to touch a woman's hair;

Brown eyes, that loved the Day, and looked on Night,

A soul that found at last its answered Prayer...

 

There daylight, as a dust, slips through the trees.

And drifting, gilds the fern around his grave —

Where even now, perhaps, the evening breeze

 

Steals shyly past the tomb of him who gave

New sight to blinded eyes; who sometimes wept —

A short time dearly loved; and after, — slept."

 

 

 

GillespieMagee

John Gillespie Magee jr. (9 juni 1922 – 11 december 1941)

Geschreven door Romenu om 19:58 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten