Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 juni 2010 tot 15 juni 2010

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

Uit: De goede slang

 

„Dan komen de andere dieren.
'Het dwerghertje, slim!' en haar vingers stappen nog stijver, nog omzichtiger dan tevoren.
'Het civetkatje, de mungo, met zijn lange pluimstaart, zijn oogjes zien lichtrood,' zegt zij, en snuift even door haar neus; en wij ook ruiken de vreemde doordringende muskuslucht in de kamer, meteen weer vervlogen.
Zo gaat zij verder, één voor én, langzaam, en noemt de kleine dieren van de wildernis.
'De leguaan, als een klein groen draakje.
Het honingbeertje, zachtjes grommende.
De boskat, vals, die gele ogen van hem.
De kleine luiaard, veel te lui om hard te lopen.'
Wanneer zij zegt 'Bottol-muntji', dat zijn de dwergen, breekt ineens de jongen de ban, de bijna te grote spanning.
'Hoe zien z'er uit Louisa?'
Het is jammer, ook Louisa is gestoord, zij kijkt om zich heen.
'Ach,' zegt zij na een tijd ongeduldig, 'dat weet je toch wel, met rood haar en vooruitstekende tanden, net als een eekhoon, maar dan zonder staart en ze lopen rechtop!" De jongen en het meisje kijken elkaar even aan- natuurlijk!
'Je moet stil zijn,' fluister ik. 'Luister toch.'
Louisa sluit haar ogen, spreekt niet en dan, langzaam, heft zij haar ene hand weer op, de andere, beweegt de vingers op en neer, gespannen, gespannen, klauwtjes-pootjes-voetjes, en zij neemt ons weer mee terug in de wildernis, in het duistere stille bos, met de vogels, de dieren, al de andere, die aan komen lopen, trippelen, springen, schuifelen, sluipen, er is ook een klein bosspookje met groene ogen waarvan de voetjes achterste voren staan, en dat met scheve sprongetjes lopen moet, zó; zij zijn voorzichtig, o zo voorzichtig, omdat zij bang zijn, bang voor elkaar, bang voor het donker, bang voor honger en pijn en dood, bang voor onnoembare dingen.“
 

 

 

MariaDermout

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

Uit: Not Fade Away

 

„I’d be hard pressed to tell you exactly what I did in the war—ten years gone and it fades, man, it fades—but I can still tell you what I read there.

Most of my time in Somalia I was outdoors, shirtless and sweating in a dusty white-hot port compound near the southern city of Kismaayo. But the end of my tour—a week? two? it fades, man, it fades—was spent in a cramped, second-floor room in the port's headquarters building, awake all night, every night. There was a radiophone on the room's only table; it rang every few hours. My mission was to take a message.

I’d requisitioned a folding chair but it was so uncomfortable I skipped it completely and took to the floor, stretched out with a book on the gritty concrete. I would stand every half hour, wiping dust from my pants and concrete burns from my arms. I couldn’t leave the room for more than a few minutes at a time, but I'd step into the stuffy, dark hallway lined with sleeping staff soldiers, boots peeking out from under the poncho liners they used for blankets. Down to my right the open door of an office and a constant, quiet conversation in French; my Belgian army equals, two of them minding the radio in there over a stack of Penthouse magazines. They never stopped talking, those two. Perhaps they worried what might happen if they did. To my left, the offices were all as dark as the hall, almost everyone sleeping. There was an American colonel at the end of the hall, and he watched CNN on satellite all night. As far as I could tell, it was his job“.

 

 

 

ChristianBauman

Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe.

 

Der Tag an dem die Möwen zwe istimmig sangen

 

Während das Wasser zurückgeht und Quallen liegenbleiben

unbehelligt vom Salz

von der Oxydation und der Sonne

neidest du den Kindern die mit in den Sand gestoßenen

Fersen nach Muscheln stochern ihre Sicherheit

mit einer dich vollkommen

verblüffenden Gewalt

Dein Auge ist gereinigt hat jetzt schärfere Pupillen

während die Brandung sich ins Meer zurück frißt

fehlt dir etwas

einige Jahre

in Happen klein wie die Rückseite einer Briefmarke

weiß wie Oktopusfleisch haben die Möwen mitgenommen

Da ist ein Schmerz mit gekappter Verbindung zum Kopf

Sehnige Schlieren aus Öl bedecken

die Wellen führen durch Schaumränder

nach früher

und in

die Zeit

in der du langsam zerzaust die Treppe des Abschieds

heruntergegangen bist bis an den Strand hier

– Schwimmen kannst du noch, aber du schwimmst dich

nicht mehr frei –

Ich weiß dich erstaunt an den Quallen

die Fähigkeit häßlich und dennoch durchsichtig zu sein

und ich weiß daß du gleich

schreiend die Auskunft verlangst was ich anderswo suche

in der Hoffnung ich fragte zurück

 

 

 

 

Silke_Scheuermann

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé)  werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens.

 

Uit: Les Croix de bois

 

« Entre deux salves, on vit quelque chose s’agiter dans les trous d’obus, une forme se relever, un des survivants avait dénoué sa ceinture de flanelle, une large ceinture rouge, et, agenouillé sur le bord de son trou, à trente pas des Allemands, il agitait son fanion, le bras levé très haut.

- Rouge ! Il demande qu’on allonge le tir, cria la tranchée.

Secs, tragiques, des coups de mauser claquèrent. Le soldat s’était recouché, touché peut-être… Des obus piochèrent encore le point maudit, arrachant un tourbillon de terre dans la fumée lourde. Anxieux, nous attendions que le nuage s’écartât…

Non, il n’était pas mort. L’homme se redressait en levant le bras très haut, il agitait sa ceinture d’un grand geste rouge. Encore une fois les Boches tirèrent. Le soldat retomba…

On hurlait…

- Salauds ! Salauds !

- Il faut attaquer, criait Gilbert hagard.

Entre deux bordées de tonnerre, le soldat se relevait toujours, son fanion au poing, et les balles ne le faisaient coucher qu’un instant. « Rouge ! Rouge ! » répétait la ceinture agitée. Mais notre artillerie prise de folie continuait de tirer, comme si elle eût voulu les broyer tous. Les obus encerclaient le groupe terré, se rapprochaient encore, allaient les écraser…

Alors, l’homme se leva tout droit, à découvert, et d’un grand geste fou, il brandit son fanion, au-dessus de sa tête, face aux fusils. Vingt coups partirent. On le vit chanceler et il s’abattit, le corps cassé, sur les fils acérés dont les liens le reçurent. »

 

 

 

croix-bois-roland-dorgeles

Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)

Boekomslag 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009.

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:21 Reageer op dit bericht

Ramon Lopez Velarde, Trygve Gulbranssen, François-Xavier Garneau, Bernard Wesseling

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

 

Because of this Modest Style

 

It's how she spreads, without a sound, her scent

of orange blossom on the dark of me,

it is the way she shrouds in mourning black  

her mother-of-pearl and ivory, the way

she wears the lace ruff at her throat, and how

she turns her face, quite voiceless, self-possessed,  

because she takes the language straight to heart,  

is thrifty with the words she speaks.

It's how  

she is so reticent yet welcoming

when she comes out to face my panegyrics,

the way she says my name

mocking and mimicking, makes gentle fun,

yet she's aware that my unspoken drama

is really of the heart, though a little silly;

it's how, when night is deep and at its darkest,

we linger after dinner, vaguely talking

and her laughing smile grows fainter and then falls

gently on the tablecloth; it's the teasing way

she won't give me her arm and then allows

deep feeling to come with us when we walk out,

promenading on the hot colonial boulevard. . .

 

Because of this, your sighing, modest style

of love, I worship you, my faithful star

who like to cloud yourself about in mourning,

generous, hidden blossom; kindly

mellowness who have presided over  

my thirty years with the self-denying singleness  

a vase has, whose half-blown roses wreathe with scent

the headboard of a convalescent man;

cautious nurse, shy

serving maid, dear friend who trembles

with the trembling of a child when you revise

the reading that we share; apprehensive, always timid

guest at the feast I give; my ally,

humble dove that coos when it is morning

in a minor key, a key that's wholly yours.

 

May you be blessed, modest, magnificent;

you have possessed the highest summit of my heart,

you who are at once the artist  

of lowly and most lofty things, who bear in your hands

my life as if it was your work of art!

 

O star and orange blossom, may you dwindle

gently rocked in an unwedded peace,

and may you fade out like a morning star

which the lightening greenness of a meadow darkens

or like a flower that finds transfiguration

on the blue west, as it might on a simple bed.

 

 

 

Vertaald door Michael Schmidt

 

 

 

 

Velarde

Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

 

 

 

 

De Noorse schrijver Trygve Emanuel Gulbranssen werd geboren in Oslo op 15 juni 1894. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007.

 

Uit: Heimkehr nach Björndal

 

„es war noch dunkel, als Mekkal, der Holzfäller, sich auf den Weg machte. Schnell und so leise wie möglich ging er über das Doppelfeld des abgeernteten Ackers. Er musste sich fest auf seinen Stock stützen, um über den Graben zu kommen, und als er mit einem weiteren Schritt auf der Fahrstraße landete, krachte das Eis der gefrorenen Wasserpfützen zu laut, dass er vor Schrecken beinahe in den Graben gefallen wäre. Vorsichtig ging er auf der Gras kannte neben dem Weg weiter, wandte jedoch den Kopf immer wieder lauschend zum Hof zurück. Aber kein anderer Laut war hörbar als das Knistern des steifgefrorenen Glases, durch das seine Füße streiften, in der Windhauch, wie er in stillen Spätherbstlichnächten eigen ist. Zwar vermeinte er die Dachgiebel des Hofes gegen den Himmel zu erkennen, aber es war so dunkel, dass er dies wohl eher glaubte als wirklich sah. Die Stille rings um ihn und der Gedanke, dass er ungehindert und unbemerkt zu Landstraße hinuntergelangt war, ließen ihn nun nach der Spannung zur Ruhe kommen, und er blickte wehmütig zu den Häusern zurück, die in der Dunkelheit verborgen lagen....“

 

 

 

Gulbranssen
Trygve Gulbranssen (15 juni 1894 – 10 oktober 1962)

 

 

 

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec.

 

 

Chanson Québec

 

Partout on dit, l'oeil fixé sur les flots,
L'esquif brisé s'abîme sous l'orage.
O Canada ! ton nom n'a plus d'échos,
Et tes enfants chéris ont fait naufrage.
Mais non, ils ne périront pas,
Une voix tout-à-coup s'écrie :
Le soleil dore au bout des mâts
Le vieux drapeau de la patrie,
De la patrie.

Canadien, tu connus cette voix ;
Le ciel pour nous, souvent l'a fait entendre :
Dans nos malheurs, hélas, combien de fois
Nous avons cru notre Ilion en cendre ?
Enfants jetés hors des berceaux,
On nous expose sur le Tibre,
Mais Rome sortit des roseaux...
Et Rome aussi bientôt fut libre,
Bientôt fut libre.

Mais si la nue éclipsa dans les cieux,
Plus d'une fois notre étoile sacrée ;
Après l'orage à son front radieux
On reconnut sa gloire à l'empyrée.
Phare qui ne s'éteint jamais,
Elle éblouit la tyrannie,
Qui droit sur l'écueil des forfaits
Ira jeter sa barque impie,
Sa barque impie.

A la tribune on vit, comme aux combats,
Toujours briller notre même courage.
Chargés de fers, menacés du trépas,
De nos tyrans nous braverions la rage.
S'il fallait pour la liberté,
Sacrifier nos biens, la vie,
Et sous son drapeau redouté
Mourir pour elle et la patrie,
Et la patrie.

 

 

 

 

francois-xavier-garneau
François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)

Standbeeld in Ville de Québec.

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Nederlandse dichter Bernard Wesseling (Amsterdam, 1978) woont en werkt als podiumdichter in Amsterdam. In 2004 won hij de VU poëzieprijs. Bernard Wesseling heeft met zijn debuutbundel Focus de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2007 gewonnen. Eerder verscheen van hem de roman De favoriet. Zie ook mijn blog van 3 april 2006.

 

 

Breng je helden om

Sta ze tegen een muur
op volgorde van grootte, goed en kwaad wat jij wil
blinddoek ze niet je moet ze recht in de kokkers zien
je gaat hier je bankroet teniet doen

goed
laat ze nog één keer:
– horloge en lucht controleren alsof er nog iets aankomt waar jij niet bij kan
– met de laars een peuk opsteken, de lege colt aaien
– een gitaar in de hens zetten
– dassen schikken, sikken strijken, kop in de nek gooien en bulderen
– iets ongekend bijdehands roepen dat je nog geen boterhamzak durft op te blazen
of iets Amerikaans met
Saiofuckinnara op het eind

beheersing, behéérsing-
richt. je. afgewogen. vuurwapen. en. vuur.
vuur!
vuur een zee
vuur met ogen dicht desnoods
vuur de engelen die ze komen halen ondersteboven
vuur de aarde rond en voel de kogels in je eigen rug terug

en kijk:
staande gebleven ben je zelf
ongenadig, rokend

vanaf de vlakte ziet er een omhoog naar je zwavelomzwachtelde bokkenpoten.

 

 

 

 

wesseling
Bernard Wesseling (Amsterdam, 1978)

Geschreven door Romenu om 20:16 Reageer op dit bericht

Lieve Joris, Laurence Yep, Dieter Forte, Peter O. Chotjewitz, Thomas Graftdijk

De Vlaamse schrijfster Lieve Joris werd geboren op 14 juni 1953 in Neerpelt. Zie ook mijn blog van 14 juni 2007 en ook mijn blog van 14 juni 2008 en ook mijn blog van 14 juni 2009.

 

Uit: Der Tanz des Leoparden (Vertaald door Barbara Heller)

 

“Ich habe zu lange gezögert. Auf dem Flughafen von Zaventem sehe ich im Fernsehen Kabilas Kindersoldaten in Kinshasa einmarschieren. Gummistiefel, Plastikschlappen, staubiges Kraushaar – die Kinois jubeln, geben ihnen Wasser zu trinken. Da hätte ich dabeisein, da hätte ich in der Menge stehen müssen!
Den ganzen Flug über nagt der Ärger an mir. Seit ich vor elf Jahren in Zaire war, wusste ich, daß ich wiederkommen würde. Ich war noch nicht fertig mit dem Kongo. Aber ich hatte Angst. Die letzten Jahre der Mobutu-Ära: In seinem Todeskampf wurde der alte Leopard immer gerissener. Er bezahlte seine Soldaten nicht mehr und ließ sie wie hungrige Wölfe auf sein Volk los. Nicht mit ihm da oben sollten sie sich befassen, sondern mit ihresgleichen da unten. Reisende berichteten, daß ihnen im Flugzeug der Paß abgenommen wurde und sie den Zollbeamten auf Gedeih und Verderb ausgeliefert waren. Mit allem Gepäck aus dem Flughafen herauszukommen war schier unmöglich. Und dann ging es erst richtig los! »Du musst einen Bodyguard anheuern, dann schaffst du’s vielleicht ...« Wie sollte das erst im Landesinneren werden?
Dann begann der Krieg, anfangs nur ein Ausläufer des Krieges in Ruanda, wie es schien. Hutu, die im Osten Zaires von Tutsi verfolgt wurden – das erinnerte mich zu sehr an Israel und den Libanon; nie wieder wollte ich in solch einen gordischen Knoten hineingeraten. Kabila erschien auf der Bildfläche. Vorrückende Truppen, eine Interimsregierung in einem Hotel in Goma. Immer öfter rief mich Lukusa an. Er kannte einige der Rebellen, die über eine Website in den USA Kontakt miteinander aufgenommen hatten. »Soll ich unseren Minister Mawampanga anrufen und ein gutes Wort für dich einlegen?« Unseren Minister, und er selbst saß wohlbehalten in Kanada! »Hast du gehört, daß wir Mukendi zum Verkehrsminister ernannt haben?« Wir!

Je größer die Gebietsgewinne der Rebellen wurden, je mehr Reden Kabila über seine Sicht der Zukunft hielt, desto mehr erlahmte Lukusas Enthusiasmus. Der revolutionäre Jargon der sechziger Jahre war nichts für ihn, und das Blutbad, das die Rebellen auf ihrem Vormarsch in den Hutu-Flüchtlingslagern anrichteten, empörte ihn. Er war inzwischen Europa-Berater des kanadischen Außenministeriums, und der Kongo lag nicht mehr auf seinem Weg. Eines Abends rief er aus New York an. Er riet mir, noch abzuwarten, mich nicht in das Kriegschaos zu stürzen. Aber ich hatte genug gewartet. Allzuoft war ich mir in den vergangenen Jahren wie ein Feigling vorgekommen. Meine Abreise war unumgänglich geworden.”

 

 

 

Lieve Joris
Lieve Joris (Neerpelt,  14 juni 1953)

 

 

 

 

De Chinees-Amerikaanse schrijver Laurence Michael Yep werd geboren op 14 juni 1948 in in San Francisco. Zie ook mijn blog van 14 juni 2009.

 

Uit: Lost Garden

 

„Like Casey, I grew up outside of Chinatown. At the end of World War II, my father had bought a small corner grocery and moved into an apartment above the store.

It was an older building so that it even came with a name: the Pearl Apartments. Officially, the Pearl Apartments sat at 1205 Pierce Street. The neighborhood was mixed -- not only in people but in architectural styles. The houses were all different -- Victorians and stucco postwar houses squatting side by side. However, the Pearl Apartments had their own colorful history. Initially the building had consisted of the store and two sets of apartments. But a second building of three apartments had been jacked up from another location and slowly and painfully brought to the corner where it was joined to the first building by a set of stairs.*

*When it was finally torn down to make room for the garage, it took two wrecking balls because it had been so sturdily built.

It wasn't a Victorian; but it pretended to be. The bay windows had panes of glass that curved outward -- which were always a nuisance for my father to replace when I broke one of them. There was ornate molding on the walls that was great for catching dust; and chandeliers -- cheap ones -- hung from the ceiling by long chains through which the electric cord wound, its old insulation looking as fuzzy as a stretched-out caterpillar. I always thought of chandeliers as the corpses of fat spiders, their legs kicking up from their round, upturned bodies. They were great earthquake indicators, swaying whenever a tremor hit. However, they were handiest at New Year's because you could throw serpentines, coiled ribbons of paper, over them until there seemed to be a small tree of softly colored ribbons winding upward from the center of the living room floor.“

 

 

 

Yep
Laurence Yep (San Francisco, 14 juni 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Dieter Forte werd geboren op 14 juni 1935 in Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 14 juni 2009.

 

Uit: Ein Tag beginnt

 

„Wecker klingelt. Sieben Uhr. Na ja, ist die Nacht vorbei. Kann der Rummel wieder losgehen.

Der Tag bricht an, wie es so schön heißt. Möchte nur wissen, was da anbrechen soll. Wird genauso dämlich wie gestern und wie alle anderen Tage. Passiert bestimmt nichts. Immer derselbe Quatsch. Aufstehen, anziehen, Tasse Kaffee, den Flur entlang. Ein endloser Schlauch. Schmutziges Himmelblau. Alle drei Meter eine Tür. Insgesamt achtzehn. Himmelblau. Was die sich wohl dabei gedacht haben? Jedes Stockwerk eine andere Farbe.

Freundlichkeit, Ordnung. Und ausgerechnet Himmelblau. Soll wohl Weite vortäuschen. Weite zwischen achtzehn Türen. Der Fahrstuhlknopf. Ein rotes Lämpchen, Begrüßung und Anmeldung zum Tag. Teilnahmebedingung für alle hinter diesen Türen. Alles dreimal verriegelt. Türschloß, Sicherheitsschloß, Sicherheitskette. Dazu noch ein Spion. Sicherheit. Dabei leben sie in aufeinandergestapelten Schubladen. Na ja. Einbildung ist alles.

Nichts Komisches als so’n Hochhaus von außen. Emsige Bienen in ihren Waben. Und jeder meint, er wär was Besonderes. Der Aufzug – blaßgelb und ewig neidisch auf vorüberziehendes Himmelblau und Abendrot und Wiesengrün. Neun – acht – sieben – vorgetäuschte Weite – verschmierter Sonnenuntergang – abgebröckelte Sommerwiese. Tragkraft: 300 Kilogramm oder 4 Personen. Verordnung vom 8. September 1926. Es ist verboten, Persönen in Aufzügen zu befördern, bei denen das Mitfahren von Personen verboten ist.

Erdgeschoß. Der Hausmeister, mürrisch, verteilt Zeitungen. Die Straße. Hastende Gestalten, zugeknöpfte Mäntel, bespritzte Hosenbeine, nicht immer klar, ob Mann oder Frau, aber wen stört das. Bei Rot auf Grün warten. Steh – geh. Auf Abbieger achten. Weiter. Litfaßsäule wird verklebt. Theater müßte man auch mal wieder gehen. Aber alleine? Noch mal Rot – Grün. Na, wie lange denn noch? Endlich.“

 

 

 

 

Forte
Dieter Forte (Düsseldorf, 14 juni 1935)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en jurist Peter O. Chotjewitz werd geboren op 14 juni 1934 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 14 juni 2009.

 

Uit: Saumlos

 

“Bald siebzig Jahre später, im Juli 1973 kurz vor ihrem achtundsiebzigsten Geburtstag, erinnerte sich die Witwe Annette Kümpel, die wegen anhaltender Schlaflosigkeit morgens um drei aus dem Fenster schaute, angesichts der zwei Männer, die einen dritten, ziemlich langen Menschen in die Linde neben dem Haus ihres Sohnes hängten, des ersten Fahrrades, das sie in ihrem Leben gesehen hatte.

An jenem Morgen waren die Frauen und Mädchen draußen auf den Wiesen beim Heuwenden, als von der staubigen Landstraße Kindergeschrei zu hören war. Annette Kümpel richtete sich auf und sah einen Mensch mit wehenden Rockschößen, der eine Tasche umhängen hatte, eine Uniformmütze trug und auf einem Ding saß, das nur aus zwei großen Rädern und einem Griff für die Hände bestand.

Es war der Postbote, der die drei Dörfer Saumlos, Vockerode und Klein-Calden versorgte und heute nicht wie sonst zu Fuß kam, sondern in Windeseile.

Annette drehte den Rechen um, steckte ihn in den Boden und lief ebenfalls auf die Straße. Immer mehr Kinder und auch einige Frauen kamen aus den Wiesen gerannt und verfolgten unter lautem Gejohle den Postboten bis ins Dorf, wo er sein Fahrrad gegen die Linde lehnte und mit dem Austragen der Briefe begann.

Es war nicht viel, was er auszutragen hatte, aber seine Rolle bestand auch mehr darin, mit den Leuten zu reden. Von einem Haus zum nächsten pflanzten sich die Nachrichten fort, die er aus den Nachbardörfern mitgebracht hatte, und wer ihn etwas besser kannte, erfuhr sogar, was in den Briefen stand, die er austrug.

Der Briefträger war der wichtigste Nachrichtenbringer am Dorf. Von ihm erfuhr man, wer im Sterben lag, welche Krankheiten die Leute hatten, wo ein Kind zur Welt gekommen war, welcher Bauer dazugekauft hatte, wer gerade bankrott machte, wer seine Frau verprügelt hatte oder von ihr verprügelt worden war, und man lernte sogar, was man zu denken hatte, denn natürlich berichtete er auch, was die wichtigsten Persönlichkeiten gesagt hatten, wenn er mit ihnen über die Dinge in den drei Dörfern und in der Welt redete.”

 

 

 

chotjewitz

Peter O. Chotjewitz (Berlijn, 14 juni 1934)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Thomas Graftdijk werd geboren in Amsterdam op 14 juni 1949. Zie ook mijn blog van 14 juni 2007 en ook mijn blog van 14 juni 2008 en ook mijn blog van 14 juni 2009.

 

Uit: Cyrille Offermans. Ontwricht, maar vrolijk. Thomas Graftdijk, Positieve helden

 

“De figuren in Positieve helden zijn allemaal geruïneerd. Hun banden met het geregelde leven van het gezonde verstand zijn voor en na doorgesneden, nu leven ze op de rand van de waanzin. Ook letterlijk: het huis waar de mislukte componist en dirigent op terugtocht Lucas Boxhoorn (39) woont, ligt vlak bij een krankzinnigengesticht, ergens op de Veluwe. Hij leeft daar met een uit dat gesticht ontvoerd, zestienjarig meisje (Cor), dat het huishouden doet en dat hij - op straffe van uitlevering aan haar ouders - seksueel misbruikt. Zij krijgen er gezelschap van Floor, een oude bekende van Lucas die door zijn vrolijke onbeschoftheid en regelmatige dronkenschap als pianist van de balletschool is ontslagen en kort daarna in één klap ook nog zijn huis, zijn piano en zijn inboedel en in een volgende klap zijn vriendin verspeelt.

In ruil voor zijn onderhoud moet Floor Lucas, die zijn componistenambities niet opgeeft, bij het zingen van zijn wezenloze liedjes op de piano begeleiden. Bovendien moet hij hem helpen in de tuin een soort molen zonder wieken te bouwen, een fallusachtig monument alvast ter nagedachtenis aan de grote componist. Floor zegt dat hij naar Lucas is gekomen om hun oude vriendschap de genadeklap te geven (ook hij neemt zelf de initiatieven als het erom gaat de draden door te knippen die hem met anderen, ja met het leven als zodanig verbinden); van Lucas' zwanezang wil hij nog wel even genieten.”

 

 

 

RijksmuseumAmsterdam
Thomas Graftdijk (14 juni 1949 – 10 februari 1992)
Amsterdam, Rijksmuseum (Geen portret beschikbaar)


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Hermann Kant, Peter Mayle, Jerzy Kosiński, Harriet Beecher Stowe, René Char

De Duitse schrijver Hermann Kant werd op 14 juni 1926 in Hamburg geboren. Zie ook mijn blog van 14 juni 2007 en ook mijn blog van 14 juni 2008 en ook mijn blog van 14 juni 2009.

 

Uit: Ein bißchen Südsee

 

“Ich saß auf dem Dach und konnte alles genau sehen: die vier verstaubten Männer in der Buchenlaube, meine Mutter und die Frau mit der Ziege, meine kleine Schwester Alida hinter dem Schattenmorellenspalier, den Festzug mit Blumen und Fahnen in der kleinen sandigen Straße und Judith, die Königin.
Die Königin stand ganz allein auf dem sauber geharkten Weg zwischen dem Steingarten und der Dahlienreihe. Sie wartete auf den König.

Ich hatte nie gewußt, daß Judith hübsch war, aber jetzt sah ich es. Gewiß, sie war so mager, wie nur Mädchen kurz vor der Konfirmation sein können, und ihre Augen waren vom Weinen gerötet, aber dennoch war sie hübsch oder sogar schön. Sicher war einiges davon dem weißen Kleid und den neuen blanken Schuhen und dem Nelkenkranz im Haar zu danken, aber schließlich saß der Kranz auf vollen braunen Locken, und in den zierlichen Schuhen steckten zierliche Füße, und das weiße Leinenkleid wäre nichts gewesen ohne die dünnen, aber golden schimmernden Arme und Beine Judiths. Sie stand schmal und allein auf dem Gartenweg und blickte dem König entgegen.
Die Leute im Festzug waren ruhig geworden und sahen neugierig über die Ligusterhecke in unseren Garten. Mochten sie nur! Da war jetzt alles in Ordnung. Die Blumenkästen unter den Fenstern glänzten in frischem Weiß, der Rhododendronbusch verbarg mit rosig leuchtenden... „

 

Kant
Hermann Kant (Hamburg, 14 juni 1926)

 

De Britse schrijver Peter Mayle werd geboren in Brighton op 14 juni 1939. Zie ook mijn blog van 14 juni 2009.

 

Uit: A Year in Provence

 

„We have always found that New Year's Eve, with its eleventh-hour excesses and doomed resolutions, is a dismal occasion for all the forced jollity and midnight toasts and kisses. And so, when we heard that over in the village of Lacoste, a few miles away, the proprietor of Le Simiane was offering a six-course lunch with pink champagne to his amiable clientele, it seemed like a much more cheerful way to start the next twelve months.
By 12:30 the little stone-walled restaurant was full. There were some serious stomachs to be seen-entire families with the embonpoint that comes from spending two or three diligent hours every day at the table, eyes down and conversation postponed in the observance of France's favorite ritual. The proprietor of the restaurant, a man who had somehow perfected the art of hovering despite his considerable size, was dressed for the day in a velvet smoking jacket and bow tie. His mustache, sleek with pomade, quivered with enthusiasm as he rhapsodized over the menu: foie gras, lobster mousse, beef en cro?te, salads dressed in virgin oil, hand-picked cheeses, desserts of a miraculous lightness, digestifs. It was a gastronomic aria which he performed at each table, kissing the tips of his fingers so often that he must have blistered his lips.“

 

 

mayle_peter

Peter Mayle (Brighton, 14 juni 1939)

 

 

 

 

De Amerikaans-Poolse schrijver Jerzy Kosiński werd geboren in Łódź op 14 juni 1933.

 

Uit: Being There (script door Jerzy Kosinski en Robert C. Jones)

 

„EXT. TOWNHOUSE GARDEN - WASHINGTON, D.C. - AFTERNOON

An afternoon in late November, the leaves have left the trees, and the early darkness of a winter dusk approaches. The garden is long and narrow, guarded on either side by a high brick wall. At one end stands the rear of a three-story brick townhouse; at the other, a one story brick building.

CLASSICAL MUSIC is heard in the distance. A MAN, handsomely dressed in a well-tailored suit of the 1920's, works in the garden. A gardener's apron protects his suit from the earth as he turns the loam along one of the walkways. He works slowly,-precisely, obviously engrossed in his surroundings.

This man is called CHANCE.

Chance stops working for a moment, takes a pocket watch from inside his coat, checks the time. He looks to the darkening skies, returns the watch to his pocket. As Chance starts toward the one story brick building, he takes a spotless rag from his apron pocket and wipes the dirt from the tines of

his pitchfork.

 

INT. GARAGE - AFTERNOON

The sound of the music increases as Chance enters the garage from the garden. A gleaming 1921 TOURING CAR is revealed as he walks through the garage and leans the pitchfork against a wall. Chance takes a neatly folded cover from a shelf, carefully puts it over the car. When he finishes covering the car for the night, Chance picks up the pitchfork, leaves the garage through a side entry.“

 

 

 

Jerzy-Kosinski

Jerzy Kosiński (14 juni 1933 – 3 mei 1991)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en abolitioniste Harriet Beecher Stowe werd geboren in Litchfield, Connecticut, op 14 juni 1811. Zie ook mijn blog van 14 juni 2006. 

 

Uit: De Negerhut (Vertaald door C. M. mensing)

 

„Laat in den namiddag van een guren dag in Februari zaten twee heeren alleen bij hunnen wijn, in een fraai gemeubileerd eetzaaltje, in de stad P***, in Kentucky. Er waren geene bedienden aanwezig, en met dicht bij elkander geschoven stoelen schenen de heeren met grooten ernst over een belangrijk onderwerp te spreken.

Heeren hebben wij zooeven gezegd. Een van de twee scheen echter, als men hem oplettend aanzag, dien naam niet zeer te verdienen. Hij was een kort, zwaarlijvig man, met grove, gemeene gelaatstrekken en dat voorkomen van opgeblazen aanmatiging, dat een man van weinig opvoeding kenmerkt, die zich in de wereld omhoog tracht te werken. Hij was buitensporig zwierig gekleed, met een schitterend veelkleurig vest, eene blauwe das met schreeuwend gele oogen bezaaid en met een

winderigen strik opgeknoopt, volkomen in overeenstemming met het geheele voorkomen van den persoon. Zijne handen, groot en grof, waren met ringen overladen; hij droeg een zwaren gouden horloge-ketting, met een tros verbazende cachetten van allerlei kleuren daaraan, welke hij gewoon was onder het spreken met blijkbaar welgevallen te laten slingeren en rinkelen. Zijne taal was eene zeer vrijpostige uittarting van al de regelen der spraakkunst, en hier en daar met verschillende profane uitdrukkingen doorzaaid, welke wij zelfs niet uit verlangen om ons verhaal levendiger te maken willen overnemen.

De ander, Mr. Shelby, had inderdaad het voorkomen van een heer, een _gentleman_, en de geheele inrichting van zijn huis en huishouden scheen te doen blijken, dat hij een gegoed, ja zelfs een rijk man

moest wezen. Gelijk reeds gezegd is, waren deze twee midden in een ernstig gesprek.“

 

 

 

HarrietBeecherStowe
Harriet Beecher Stowe (14 juni 1811 – 1 juli 1896)

 

 

 

 

De Franse dichter René Char werd geboren op 14 juni 1907 in  L'Isle-sur-la-Sorgue, Vaucluse. Zie ook mijn blog van 14 juni 2006.

 

 

L'inoffensif

 

Je pleure quand le soleil se couche parce qu'il te dérobeà ma vue et parce que je ne sais pas

m'accorder avec ses rivaux nocturnes. Bien qu'il soit au bas et maintenant sans fièvre, impossible

d'aller contre son déclin, de suspendre son effeuillaison, d'arracher quelque envie encoreà sa lueur

moribonde. Son départ te fond dans son obscurité comme le limon du lit se délaye dans l'eau du

torrent par­delà l'éboulis des berges détruites. Dureté et mollesse au ressort différent ont alors des

effets semblables. Je cesse de recevoir l'hymne de ta parole; soudain tu n'apparais plus entièreà mon côté; ce n'est pas le fuseau nerveux de ton poignet que tient ma main mais la branche creuse d'un quelconque arbre mort et déjà débité. On ne met plus un nomà rien, qu'au frisson. Il fait nuit. Les artifices qui s'allument me trouvent aveugle.

Je n'ai pleuré en vérité qu'une seule fois. Le soleil en disparaissant avait coupé ton visage. Ta tête

avait roulé dans la fosse du ciel et je ne croyais plus au lendemain.

Lequel est l'homme du matin et lequel celui des ténèbres ?

 

 

 

Front De La Rose

 

Malgré la fenêtre ouverte dans la chambre au long congé, l'arôme de la rose reste lié au souffle qui

fut là. Nous sommes une fois encore sans expérience antérieure, nouveaux venus,épris. La rose ! Le champ de ses alléesé venterait même la hardiesse de la mort. Nulle grille qui s'oppose. Le désir

resurgit, mal de nos fronts évaporés.

Celui qui marche sur la terre des pluies n'a rienà redouter de l'épine, dans les lieux finis ou hostiles.

Mais s'il s'arrête et se recueille, malheurà lui ! Blessé au vif, il vole en cendres, archer repris par la

beauté.

 

 

 

 

rene-char
René Char (14 juni 1907 – 19 februari 1988)

 

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 juni 2007 en ook mijn blog van 14 juni 2008 en ook mijn blog van 14 juni 2009.

Geschreven door Romenu om 20:10 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten