Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 augustus 2010 tot 15 augustus 2010

90 Jaar Guillaume van der Graft, 85 Jaar Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, R.J. Peskens, Daan Zonderland

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2007 en ook mijn blog van 15 augustus 2009. Guillaume van der Graft viert vandaag zijn 90e verjaardag.

 


Thalassa

Hier ecn huis bouwen waar het land uitscheidt
en haar hart voelen slaan tegen de binten,
haar adem horen gaan tegen de blinden,
infinitieven schrijven in de tijd

En toch blijf ik doodeenzaam in mijn huid.
Ik kan mijn naam niet met zeeschuim bedekken.
Ik kan haar proeven maar niet meer bereiken
want ik ben niet genoeg onvoorbereid.

Tussen de grieken die Thalassa riepen
en mij die roep moeder de eeuwigheid
liggen al die jaren des onderscheids
die nog altijd zout smaken op dc lippen.

 

Vogels en vissen

Ik zat in de bioscoop
en keek naar een film van Parijs
negentienhonderd.
De tijd werd spotgoedkoop
en de mensen leken niet wijs,
ik zag verwonderd
hoe men zich repte als vogels
op glad ijs,
de vrouwen het staartje omhoog,
de mannen de snavel omlaag,
— het navelstaartje,
het snavelbaardje —
wit waren de mensen en zwart
en met een veel vloeibaarder hart
dan wij die hard zijn en grijs.

Maar wij daarentegen,
wij bewegen
ons vloeiend als vissen van celluloid
zonder vleugelbeginsel
en zonder dracht van poten.
En ik bedacht:
ik ben zelf onverwachts
onder het ijs geschoten
van dit bevroren paradijs
waar men lacht om Parijs
negentienhonderd;
maar als ik weer opduik
en kom uit het wak van de Uitkijk
en sta op de Prinsengracht
onder de bomen,
dan kan ik mij niet vergissen:
vogels en vissen
werden geschapen op één dag
en overmorgen zullen de mensen komen.




713855-54adc78f6e30f0aa72409073be9708c8.jpg
Guillaume van der Graft (Rotterdam, 15 augustus 1920)

Van links naar rechts Ad den Besten, Klaas Heeroma, Jan Wit, Jan Willem Schulte Nordholt (staand) en Guillaume van der Graft in 1955.




De Duitse schrijfster

Leonie Ossowski werd als Jolanthe von Brandenstein geboren op 15 augustus 1925 in Röhrsdorf. Zij wordt vandaag 85 jaar. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

Uit: Weichselkirschen 

 

„Wenn Suszko durchs Dorf fährt, hat er stets eine Mütze auf, eine verbeulte Postmütze, auf die er etwas hält.

Ohne Mütze ist er nur die Hälfte wert, denn ohne sein Amt wären Suszko alle Möglichkeiten genommen, mehr zu wissen als die anderen im Dorf. Deshalb nimmt er die Mütze nie vom Kopf. Und fragt man die Bewohner von Ujazd, wer denn den Suszko schon einmal ohne Mütze gesehen hätte, könnte das niemand außer der Sabina behaupten.

Aber auch Sabina hat Suszko nur ein einziges Mal ohne Mütze gesehen und das sehr kurz, weil er sie sofort wieder aufsetzte, obwohl er versuchte, es mit ihr zu machen. Bei Tag - im Kuhstall des Kombinats, wo sie beide im Grunde nichts zu suchen hatten.

Hinterher hatte der Suszko ein Stückchen Kuhfladen auf der Amtsmütze, was aber Gott sei Dank niemandem weiter auffiel.

Das Licht scheint gelbweiß vom Himmel. Kein Lüftchen in den Pappeln. Perkas Enten liegen flach auf der Straße, als wären sie bereits überfahren. Das Grün der Dorfstraßenbäume hat einen Blaustich. Die alte Jula sitzt auf einer Bank an der Stelle, wo früher das deutsche Kriegerdenkmal stand.
Unbeweglich blinzelt sie in die Sonne, und das -kann sie nur, weil sie fast blind ist.

Suszko rückt die Mütze zurecht, schwingt sich auf sein Rad und verläßt das Postgebäude... „

 

 

 

 713855-970b8e85ecf0a7be7ca76daa8b25a3b9.jpg

Leonie Ossowski (Röhrsdorf, 15 augustus 1925)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

 

Aubade for Brad

 

At six o'clock begins the ritual dance

of bumping into bureaus in the dark;

            it's time you went to work.

Holding one shoe at arm's length like a candle,

you grope for its mate, but stumbling on a sandal

            of mine, abandon hope

and ask for guidance in the softest voice;

I whisper too, as if there's still a chance

            we might not wake me up.

 

Once shod, you pull the creaking blinds whose slats

narrow their sleepy eyelids into slits,

            and I'm to take the cue

more sloth is my reward for finding you

the means by which you'll disappear till dinner.

            Condemned to write

from dawn until you drop in bed at night,

you'll spend a happy, virtuous day convinced

            you are a miserable sinner.

 

No doubt it is the hard fate of the Writer

to suffer like the rest, but not know better

            than to call it a job. What's worse

than feeling so deeply one must doubly force

oneself to show it in both prose and verse?

            I sympathize, of course;

so much, in fact, I'd joyfully disprove

that formula by which all Energy

            converts to (Printed) Matter

and devote, this morning, some of it to Love.

            Darling, if you'll untie

            your shoes again and lie

for a moment here, while the sun turns all to gold,

I may grow very bold.

 

 

 

 713855-f141e2c4196009788560d289dd37a2fd.jpg

Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver R.J. Peskens (auteursnaam van uitgever Geert van Oorschot) werd geboren in Vlissingen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008. en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

Uit: Nop Maas. Een harde kei in de Nederlandse fatsoensvyver

Brieven van G.A. van Oorschot aan W.F. Hermans

 

“17.5.51

Beste Wim,

Dank voor je brief van 14 Mei. Ik wist niet dat je toch naar Duitsland was gegaan en ik hoorde er pas van toen Guus, Alissa die hier logeerde weer op kwam halen.

Het is je daar dus niet erg bevallen; maar dit kon je toch eigenlijk  

[p. 377] 

van tevoren wel geweten hebben. Duitsers zijn nu eenmaal geen mensen en de Duitsers die aan cultuur doen wantrouw ik vaak nog het meest. Wat jammer toch dat die vertaling van je novelle zo slecht was. Je had haar dan eigenlijk beter helemaal maar niet moeten voorlezen.

Ik hoop dat jouw gerechtvaardigde hoop op het tijdig klaarkomen van je roman in vervulling zal gaan. Ik ben zeer nieuwsgierig hoe het boek ten slotte uitvalt en ik zal je, als je daar althans prijs op stelt, mijn oordeel doen geworden.

Wat het geval van 't Reve betreft, is natuurlijk de zaak zoals jij zegt: Elke letterkundige met enig zelfrespect moet weigeren nog ooit in een jury zitting te nemen indien de jury niet gerechtigd is een bindende uitspraak te doen.

Deze consequentie had de jury van de reisbeurzen in 1950 in het openbaar moeten trekken en de Vereniging voor Letterkundigen had dit standpunt in het openbaar alweer moeten verkondigen.

Dat het gevolg daarvan is dat alleen lapzwansen en roomse schooiers in toekomstige jury's zitting nemen kan ons dan koud laten.

Een tweede consequentie zou moeten zijn dat geen enkele auteur aan een dergelijke jury nog iets inzond. Dat de Partij van de Arbeid ook op het terrein van de cultuur en kunstpolitiek een partij is, die als devies heeft: de roomsen te ontzien in verband met de instandhouding van de coalitie, moet die partij zelf maar weten. In ieder geval zou dan van de zijde der zichzelf en de literatuur-respecterende kunstenaars de kwestie scherp en duidelijk gesteld zijn. Maar scherp en duidelijk stellen behoort helaas niet tot het karakter van de meeste kunstenaars omdat zij niet politiek kunnen denken, omdat zij geen lef hebben om te vechten en omdat zij dermate in financiële nood verkeren, dat ze bijna verplicht zijn mee te dingen naar een prijs die uiteindelijk door de bisschoppen wordt uitgekeerd. Ik heb mij toch voorgenomen op de as. Vergadering van de Vereniging v. Letterkundigen daarover het mijne te zeggen. Veel succes zal het wel niet hebben, maar misschien is er toch een aantal lieden die het met mij eens is en ik stel er wel prijs op te weten wie dit zijn.

Met hartelijke groeten,

Geert”

 

 

 

713855-8ecfd4abdab8f04b291c643220c66861.jpg
R.J. Peskens (15 augustus 1909 - 18 december 1987)

Hier met de schrijfster Josine Meyer en Gerard Reve

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Daan Zonderland (pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat) werd geboren in Groningen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006 en ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

 

Alfabet

 

Toen Alfa voor het eerst zijn Bet ontmoette,
Heeft hij haar lang met kennersblik aanschouwd.
En nog dezelfde dag deed hij zijn aanzoek
En nog dezelfde maand zijn zij getrouwd.

En waren samen letterlijk gelukkig
En hadden lief in letterlijke zin.
En Bet schonk na verloop van negen maanden
Het leven aan een vierentwintigling.

Dat was de aanvang van de overwinning
Van dit geletterd, kinderrijk geslacht
Dat duizendtallen dromen heeft geschapen,
Maar honderdduizenden heeft omgebracht,

Dat menige bibliotheek heeft volgelogen,
Dat dagelijks smaad schrijft in het ochtendblad,
Dat laster pleegt in duizend conversaties,
Dat roddelt op het land en in de stad.

En was de dichter niet ter hulp gekomen,
en wisten wij na alle laster niet
Dat wat in proza enkel maar kan liegen
Tot waarheid wordt gelouterd in een lied,

Wie zou dan niet de tijd terug begeren,
Toen Alfa vrijgezel was en haast stom,
Wie zou niet liever vreedzaam vegeteren,
In een sereen analfabetendom?

 

 

 

 

713855-fce74603ed3dbc0f39ec7e2afc51a3e6.jpg
Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)

Groningen



Zie voor nog meer schrijvers van de 15e augustus ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 20:28 Reageer op dit bericht

Jan Campert, Susanne Mischke, Wanda Schmidt, Roger Willemsen, Edna Ferber

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902 in Spijkenisse.Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006 en ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

 

In memoriam J.H. Leopold

 

Hoezeer in zich besloten, van elke schijn ontdaan
is uwe stem tot ons gegaan
zingende en voor gòed in ons verloren,
de weinigen, de enkelen uitverkoren
om te bestaan.

Achter de eerste stilte aarzelend begint
het woord, zwevende als de wind
in het herfsten, - o, het vlagen
der verrukkingen, het martelend klagen
om wat eèns werd bemind!

 

 

 

Verlaine sterft

 

Een kamer, een tafel, een bed,
grillige bloemen van ijs
waaieren wit aan het raam -
de nacht staat over Parijs.

Een oud man weet zich alleen,
geen hand die de zijne vindt;
zelfs niet eens de goede troost
van een enkel glas absinth.

De muren zijn verveloos
in het armzalige vertrek,
waar ik, denkt Paul Verlaine,
alleen, als een hond verrek.

Een kamer, een tafel, een bed,
bloemenwaaiers van ijs -
zo crepeerde Paul Verlaine,
rue Descartes, Parijs.

 

 

 

 

 713846-df70f47dd1adb41cff98df3c1eca0a8d.jpg

Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)

Hier met de kleine Remco Campert

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en draaiboekauteur Susanne Mischke werd geboren op 15 augustus 1960 in Kempten. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

Uit: Zickenjagd

 

„Ines war froh, als sie aus der Straßenbahn steigen konnte. Irgendwie hatte sie heute das Gefühl, dass alle sie anstarrten, aber wahrscheinlich bildete sie sich das nur ein. Als sie und ihre Mutter voriges Jahr in dieses öde Dorf gezogen waren, hatte Ines kurz überlegt, auch die Schule zu wechseln. Es gab eine Gesamtschule mit einem gymnasialen Zweig im nächsten Ort, nur zehn Fahrradminuten entfernt. Vielleicht würde ein Neuanfang vieles zum Positiven wenden, vielleicht würde sie in einer anderen Schule endlich Freunde finden? Aber Ines war vor dem Schritt ins Ungewisse zurückgescheut. Okay, sie hatte an ihrer alten Schule keine Freunde und häufig wurde über sie gelästert und gekichert, aber selbst das hatte in letzter Zeit nachgelassen. Man schien sich an sie gewöhnt zu haben, sie war einfach da, wie ein Teil des Mobiliars, unbeachtet, so lange sie sich unauffällig verhielt. Ein Zustand, über den sie zwar nicht glücklich war, mit dem sie sich aber arrangiert hatte. Wer konnte schon sagen, was in einer neuen Schule auf sie zukommen würde? Als Neue stand man automatisch im Mittelpunkt des Interesses, wahrscheinlich wäre alles nur noch schlimmer geworden. Außerdem hatte das Gymnasium, das sie jetzt besuchte, einen guten Ruf. Also hatte sie sich entschlossen zu bleiben, auch wenn ihr Schulweg mit Bus, S-Bahn und Straßenbahn nun fast eine Stunde dauerte.“

 

 

 

713846-19b40a0d77851bc8e0438fa7ba9f5ee4.jpg
Susanne Mischke (Kempten, 15 augustus 1960)

 

 

 

 

De Zwitserse dichteres en schrijfster Wanda Schmid werd geboren op 15 augustus 1947 in Zürich. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

 

Im Intercity

 

Er hat sich zu ihr durchgenät, durchgeschnorrt. Balzgebaren. Sie hat ihn kommen

sehen. Sie hat sich schlafend gestellt. Die sanfte Abwehr. Er plumst neben ihr ins

Polster. Er ist im Militär Oberst und laute klare Direktiven gewohnt. Winke durch die

Blume zerfleddern. Ihre Augenbrauen sind wütend hochgefahren.

 

"Erlauben Sie , dass ich lese."

 

Er erlaubt nicht.

Regen peitscht ans Zugsfenster. Ein willkommener Gesprächsstoff. Im Intercity

gefangen. Er öffnet die Schnallen seines Metallkoffers. Wichtige Papiere, er fährt

an eine Sitzung. Er ist der Pfeiler, die Säule seiner Firma. Ohne ihn läuft alles ziemlich

schief. Sie geht zur Toilette und dann in den Speisewagen. Sie will erst kurz vor B.

wieder ihren Sitzplatz einnehmen.

 

Der Schwenkarm des Baggers hat den Wagen seitlich aufgeschlitzt wie eine Sardinen-

büchse. Er hält ein Papier in den Händen und wird am Kopf getroffen, ist sofort tot. Mit

ihm sterben noch drei Passagiere. Es gibt Verletzte.

 

Sie ist rechtzeitig geflüchtet. Sie verdankt ihm ihr Leben.

 

 

 713846-f5dd7fd759e29c73f5f35ad773ae51b0.jpg

Wanda Schmidt (Zürich, 15 augustus 1947)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, essayist en televisiepresentator Roger Willemsen werd geboren in Bonn op 15 augustus 1955. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

Uit: Der Knacks

 

„Das weiße Huhn
Mein Vater starb letzten August. Das ist jetzt bald vierzig Jahre her.

Der Tag war so heiß, dass die Vögel unter den Blättern blieben und alles ringsum sich verlangsamte. Wir dachten an die Hitze des Krankenzimmers, des Krankenbetts, in dem der inzwischen zu einem dünnen Herrn zusammengeschmolzene Mann seinen Tod erwartete. Dass es Regen geben solle, war das Thema auf den Fluren. Erst für den Abend wurde er erwartet, als er endlich fi el, war er der erste Regen, den mein Vater nicht mehr erleben sollte.

In München nahmen an diesem Tag ein paar Männer die Kunden und Angestellten einer Bank als Geiseln und verlang­ten 500 000 Mark. Die Eilmeldungen im Radio überschlugen sich, dauernd gab es »neue Entwicklungen«, das Land blickte nach München. Wir nicht.

Mittags aß ich bei einem Freund, folgte aber dem Tisch­gespräch nicht, bis ein Erwachsener eine längere Geschichte abschloss mit dem Seufzer:

»Unsere Familie wurde geboren, Gräber zu füllen.«

In die Pause, die folgte, schepperte das Gelächter, erst lang­sam, dann selbstbewusst. Man traute sich, die drastische For­mulierung mit Ironie zu beantworten. Ein Aperçu war gebo­ren. In die Pause, die diesem folgte, sagte ein anderer:

»So gesehen, dauert der Tod ein Leben lang.«

Die beiden Sätze standen unverbunden nebeneinander, und aus der Pause, die dann folgte, erhob sich kein Gelächter mehr. Komische Art, sich zu unterhalten, war alles, was ich dachte.

In den Wochen davor war meine Mutter täglich ins Kran­kenhaus gefahren, einen Krebsbunker mit massiven Strah­lungsapparaten, Kobalt-Kabinen, dreißigjährigen Untoten auf den Fluren und diesem einen, nie mehr aufzulösenden Geruch. Nicht Kampfer, nicht Melisse roch so, unnatürlich, chemisch, strahlend roch es.“

 

 

 713846-6fcaa1ef5c1c47d817c539b2bb17b705.jpg

Roger Willemsen (Bonn, 15 augustus 1955)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Edna Ferber werd geboren op 15 augustus 1885 in Kalamazoo, Michigan. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

Uit: Dawn O’Hara, The Girl Who Laughed

“It's hard trying to develop into a real Writer Lady in the bosom of one's family, especially when the family refuses to take one seriously. Seven years of newspaper grind have taught me the fallacy of trying to write by the inspiration method. But there is such a thing as a train of thought, and mine is constantly being derailed, and wrecked and pitched about.
Scarcely am I settled in my cubbyhole, typewriter before me, the working plan of a story buzzing about in my brain, when I hear my name called in muffled tones, as though the speaker were laboring with a mouthful of hairpins. I pay no attention. I have just given my heroine a pair of calm gray eyes, shaded with black lashes and hair to match. A voice floats down from the upstairs regions:
"Dawn! Oh, Dawn! Just run and rescue the cucumbers out of the top of the ice-box, will you? The iceman's coming, and he'll squash 'em."
A parting jab at my heroine's hair and eyes, and I'm off to save the cucumbers.
Back at my typewriter once more. Shall I make my heroine petite or grande? I decide that stateliness and Gibsonesque height should accompany the calm gray eyes. I rattle away happily, the plot unfolding itself in some mysterious way. Sis opens the door a little and peers in. She is dressed for the street. "Dawn, dear, I'm going to the dressmaker's. Frieda's upstairs cleaning the bathroom, so take a little squint at the roast now and then, will you? See that it doesn't burn, and that there's plenty of gravy. Oh, and Dawn--tell the milkman we want an extra half-pint of cream today. The tickets are on the kitchen shelf, back of the clock. I'll be back in an hour."

 

713846-e3939ffdb97f79d092b1684a829e03ad.jpg 

Edna Ferber (15 augustus 1885 – 16 april 1968)

Geschreven door Romenu om 20:13 Reageer op dit bericht

Marga Kool, Heinrich Eichen, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius

De Nederlandse schrijfster en dichteres Marga Kool werd geboren in Beekbergen op 15 augustus 1949. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

Uit: Een kleine wereld


"Toen ik een kind was, woonde hier een timmerman, een wagenmaker, een bakker. De geur van pasgebakken brood zweefde over de straat als ik naar school liep. Het winkelbelletje van de VIVO van tante Stien, die niet mijn tante was maar die gewoon zo heette, rinkelde wanneer een boek met de klink in de hand, de winkeldeur al open, uit zijn klompen stommelde."

(…)

"Vroeger kleurde de essen 's zomers in alle tinten groen: het blauwgroen van de rogge, het geelgroen van de haver, het grijsgroen van de gerst. Waar de rogge dun stond, op het magere zand, straalde aan de voet van het koren de geelwitte kamille, hogerop het blauw en het wit van korenbloemen en margrieten, de felle hartstocht van de klaprozen. Er trilden sluiers van stuifmeel boven de akker. Leeuweriken jubelden zich kleiner en kleiner tegen de strakke hemel, tot ze volledig opgingen in lucht en zang"

 

 

 713832-506b203fe790e8f3e39e238994e1ffcb.jpg

Marga Kool (Beekbergen, 15 augustus 1949)

 

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Heinrich Eichen werd geboren op 15 augustus 1905 in Bonn. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

 

Regenabend in der Kohte

 

Verwunschen glüht das rote

Nachtfeuer still im Zelt,

und seltsam ist die Kohte

von seinem Glanz erhellt.

 

Wir sitzen still und träumen,

geschlossen ist der Kreis,

und draussen von den Bäumen

tropft sanfter Regen leis.

 

Wir lauschen seinem Singen,

das unser Herz erfüllt

mit wundersamen Dingen,

die uns der Tag verhüllt.

 

Bis plötzlich einer leise

nach seinem Banjo greift

und perlend eine Weise

aus dessen Saiten streift.

 

Auf klingt ein Lied als Bote

aus alter Sagenwelt,

und gross ist unsre Kohte

von seinem Glanz erhellt.

 

 


713832-e5dc23e43244bca62d069292ba82dfb5.jpg
Heinrich Eichen (15 augustus 1905 – 30 mei 1986)

Bonn, Münsterplatz

 

 

 

 

De Ierse schrijver en journalist Benedict Kiely werd geboren in Omagh op 15 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008.en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

Uit: Proxopera

 

“That, for him, had been the well at the world’s end mentioned in the old stories. No water had ever tasted like that water. One of the best meals he had ever eaten had been eaten there: raw turnips taken from a neighbouring field, cleaned in the spring and sliced, washed down by the clear ice-cold water.

(…)

 

Below, in a hollow of quaking bog was a small lake, surrounded by sallies and bog-birch, in which demented old ladies and others were continually drowning themselves. There was an almost vocal sadness about the place.

(…)

 

Fight the Brits, says Binchy Two, to the last Catholic shop in the village of Belleek or the town of Strabane. Man, you love the Brits, you couldn’t exist without them. The nickname is affectionate. They give you the chance to be Irish heroes. They give you targets you can easily see.”

 

 


713832-8164f63beda095f293bf2e355ac882e6.jpg
Benedict Kiely (15 augustus 1919 - 9 februari 2007)

 

 

 

 


De Engelse schrijver
Thomas De Quincey werd geboren op 15 augustus 1785 in Manchester. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

Uit: Confessions of an English Opium-Eater

 

„And, first, one word with respect to its bodily effects; for upon all that has been hitherto written on the subject of opium, whether by travellers in Turkey (who may plead their privilege of lying as an old immemorial right) or by professors of medicine, writing ex cathedrâ, I have but one emphatic criticism to pronounce, -- Lies! lies! lies! I remember once, in passing a book-stall, to have caught these words from a page of some satiric author: "By this time I became convinced that the London newspapers spoke truth at least twice a week, namely, on Tuesday and Saturday, and might safely be depended upon for -- the list of bankrupts." In like manner, I do by no means deny that some truths have been delivered to the world in regard to opium; thus, it has been repeatedly affirmed, by the learned, that opium is a dusky brown in colour, -- and this, take notice, I grant, -- secondly, that it is rather dear, which also I grant -- for, in my time, East India opium has been three guineas a pound, and Turkey, eight; and, thirdly, that if you eat a good deal of it most probably you must do what is particularly disagreeable to any man of regular habits, namely, -- die. These weighty propositions are, all and singular, true; I cannot gainsay them; and truth ever was, and will be, commendable. But, in these three theorems, I believe we have exhausted the stock of knowledge as yet accumulated by man on the subject of opium. And, therefore, worthy doctors, as there seems to be room for further discoveries, stand aside, and allow me to come forward and lecture on this matter.

First, then, it is not so much affirmed as taken for granted, by all who ever mention opium, formally or incidentally, that it does or can produce intoxication. Now, reader, assure yourself, meo periculo, that no quantity of opium ever did, or could, intoxicate. As to the tincture of opium (commonly called laudanum) that might certainly intoxicate, if a man could bear to take enough of it; but why? because it contains so much proof spirit, and not because it contains so much opium.“

 

 

 

 713832-d2aea2d265d8fc29c1989e7d124dd21f.jpg

Thomas de Quincey (15 August 1785 – 8 December 1859)

Buste door John Robert Steell

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Matthias Claudius werd op 15 augustus 1740 geboren in het Duitse stadje Reinfeld in de buurt van Lübeck. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

 

Ein Lied hinterm Ofen zu singen

 

Der Winter ist ein rechter Mann,
kernfest und auf die Dauer;
sein Fleisch fühlt sich wie Eisen an
und scheut nicht süß noch sauer.

 

War je ein Mann gesund, ist er's;
er krankt und kränkelt nimmer,
weiß nichts von Nachtschweiß noch Vapeurs
und schläft im kalten Zimmer.

 

Er zieht sein Hemd im Freien an
und läßt's vorher nicht wärmen
und spottet über Fluß im Zahn
und Kolik in Gedärmen.

Aus Blumen und aus Vogelsang
weiß er sich nichts zu machen,
haßt warmen Drang und warmen Klang
und alle warmen Sachen.

Doch wenn die Füchse bellen sehr,
wenn's Holz im Ofen knittert,
und um den Ofen Knecht und Herr
die Hände reibt und zittert;

wenn Stein und Bein vor Frost zerbricht
und Teich' und Seen krachen;
das klingt ihm gut, das haßt er nicht,
dann will er sich tot lachen. -

Sein Schloß von Eis liegt ganz hinaus
beim Nordpol an dem Strande;
doch hat er auch ein Sommerhaus
im lieben Schveizerlande.

So ist' er denn bald dort, bald hier,
gut Regiment zu führen.
Und wenn er durchzieht, stehen wir
und sehn ihn an und frieren.

 

 

 

 713832-47713663944fd279cc3fdb0daadc9c83.jpg

Matthias Claudius (15 augustus 1740 - 21 januari 1815)

Portret, vermoedelijk door Friederike Leisching, rond 1797

 

Geschreven door Romenu om 20:05 Reageer op dit bericht

Wolf Wondratschek, Danielle Steel, Erwin Strittmatter, Carola Herbst, Sir Walter Scott, Julia Mann - da Silva-Bruhns

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008. en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

 

In einem kleinen Zimmer in Paris

In einem kleinen Zimmer in Paris,
wo ich den Kopf vor Sehnsucht gegen alle Wände stieß
und deinen Namen leise in die Spiegel schrie,
doch keiner kam und niemand nahm mich in den Arm
wie du, der mich verließ.
Und als du gingst, hast du gesagt:
"Du machst das schon, mein Kleines, irgendwie!"
Oh ja, mein Mann! Ich mach das schon.
Ich weine ohne Träne jede Nacht,
ich liebe dich, auch wenn es einsam macht,
ich sterbe so dahin
und frag nicht mehr nach einem Sinn
in diesem kleinen Zimmer hier,
wo Gaukler wohnten, Trinker, Diebe,
es war umsonst, denn es war Liebe.

Die Liebe mit dem Leben büßen
Warten, bis das Leben dich vergisst
Jede Nacht, sie bleibt in mir
Auch wenn es Tag geworden ist.

Dann war es still.
Dann gingen viele Jahre hin
und ich blieb hier,
in diesem kleinen Zimmer in Paris
und trank mit Trinkern auf ihr Glück
und sang mit Gauklern Liebeslieder
und morgens kamen auch die Diebe wieder,
nur du kamst nie zurück.

 

 

 

 

Fliehende sind wir

 

"Ungleiches Paar, beide
kalt genug für das kälteste Unglück
Gegner, die auf keine zweite
Chance warten -

solche Gegner gehen niemal einen Schritt zurück
und bleiben doch einander unnahbar bis in ihr Schweigen
in dem, was einmal Feuer war und Liebesglück
ausglüht zu Asche

Und wie auf Gesichtern von Toten
siehst du ihr letztes Erstaunen erkalten
Fliehende sind wir, die sich festhalten

Reisende durch leere Zimmer
Gleichgültig schluchzen die Geigen noch immer
Sterbende betteln um Dollarnoten"

 

 



713208-9c6203156b66008cd5149a3ab91fd51e.jpg
Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

Hier met de Zweedse dichter Lars Gustafsson (links)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Danielle Steel werd geboren in New York op 14 augustus 1947. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

Uit: H. R. H.

 

„Christianna stood at her bedroom window, looking down at the hillside in the pouring rain. She was watching a large white dog, soaking wet with matted hair, digging excitedly in the mud. Every now and then he would look up at her and wag his tail, and then return to digging again. He was the Great Pyrenees her father had given her eight years before. His name was Charles, and in many ways he was her best friend. She laughed as she watched him chase a rabbit that eluded him and promptly disappeared. Charles barked frantically and then splashed happily through the mud again, looking for something else to pursue. He was having a great time, as Christianna was, watching him. It was the last of summer and the weather was still warm. She had returned to Vaduz in June, after four years of college in Berkeley. Coming home had been something of a shock, and so far the best thing about her homecoming was Charles. Other than her cousins in England and Germany, and acquaintances throughout Europe, her only friend was Charles. She led a sheltered and isolated life, and always had. It seemed unlikely she would see her Berkeley friends again.
As she watched the dog disappear toward the stables, Christianna hurried out of her room, intent on going outside and following him. She grabbed her riding slicker and a pair of rubber boots she used to muck out her horse's stall, and ran down the back stairs. She was grateful that no one noticed her, and a moment later she was outside, sliding through the mud and running after the big white dog. She called his name, and in an instant he bounded up to her, nearly knocking her down. He wagged his tail, splashing water everywhere, put a muddy paw on her, and when she bent to stroke him, he reached up and licked her face, and then ran away again as she laughed. Together, they ran side by side along the bridle path. It was too wet today to ride“.

 

 

 

 713208-06bbf22c868cdcb6c2ad1db09107f3cb.jpg

Danielle Steel (New York, 14 augustus 1947)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erwin Strittmatter werd geboren op 14 augustus 1912 in Spremberg. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

Uit: Kalender ohne Anfang und Ende

 

NÄCHSTES JAHR nehmen wir Einzelzimmer, sagte meine Geliebte im Vorjahr. Ein guter Einfall, sagte ich, da muß ich nicht mehr fürchten, daß ich dich störe, wenn ich meinem kleinen Taschentonband etwas einsage, muß nicht mehr hinaus in den Park, wenn es gar zuviel ist, was ich auf dieses Zelluloid- oder Plasteband einzureden habe, muß nicht, wenn meine auszementierte Diktierbahn unter dem Damm bei Regenwetter von Liebespaaren besetzt ist, hinauf auf den Damm, wo der Váh-Wind mich packt und wo die Kälte mich trotz meiner Lederjacke zu fassen bekommt und mir bis unter die Haut kriecht. Nicht zu vergessen, daß du mich nachts nicht mehr stören wirst, sagte meine Geliebte, wenn du bei halber Nacht das Licht einschaltest und liest bis zum Morgen. Du vergißt, sagte ich, daß ich aufwach, weil du schnarchst, und daß ich lange wach lieg, ehe ich mich entschließen kann, dich zu wecken, aber dann tue ich es. Ja, und dann bin ich wach, sagte meine Geliebte, und du schläfst ein und schnarchst.
Also, es blieb dabei, wir nahmen Einzelzimmer, und nun haben wir sie. Das hat seine Romantik und macht mein Piest‘anyer Märchen noch märchenhafter. Ich darf tatsächlich diktieren, wann ich will oder wann mir danach ist, und ich platze nicht in den Essay hinein, den meine Geliebte über eine gemeinsame Freundin in Ungarn, über eine Malerin, schreibt. Wir wissen weniger voneinander. Eines weiß die Badezeiten des anderen nur dunkel, und wir lassen auch im finstern, wann wer zur Massage geht, aber wir haben eine neue Aufgabe, ich jedenfalls, eine romantische Aufgabe. Das beschäftigt mich ziemlich, fast kriminalistisch, aber mindestens so arg wie einen jungen eifersüchtigen Liebhaber, festzustellen, wo meine Geliebte sich in dieser oder jener Stunde befindet, und sie aufzuspüren. Oft ist es dann so, als ob wir uns in der großen Welt zum ersten Mal träfen, und das hat seinen Reiz, das übt seine Macht aus auf unser Zueinander.
Aber an manchen Abenden, wenn jedes von uns seinen Zimmerschlüssel aus der Tasche zieht, seine eigene Tür aufschließt, und wenn durchs mondhelle Zimmer hindurch in den blühenden Kastanien von gegenüber die Nachtigall ihre Roller und Schleifer, ihr gar nicht so sanftes Getön, sondern ihren harten, fordernden Schlag (nein nicht) in die Nacht hinausläßt, sondern hinausstößt, sagt meine Geliebte, das machen wir aber nie wieder.

 

 

 

 713208-af8bad4844416ecc06c0206bc10392cf.jpg

Erwin Strittmatter (14 augustus 1912 – 31 januari 1994)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Carola Herbst werd geboren op 14 augustus 1960 in Rostock. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

Uit: Weiße Geheimnisse

 

„Wenn man in Rostock geboren und aufgewachsen ist, glaubt man lange Zeit, man könne dieser Stadt niemals den Rücken zukehren.
Vom Küchenfenster unserer Neubauwohnung aus konnte ich an Sonntagen die alten Glocken schlagen hören, und ich lauschte andächtig.
Irgendwann begannen meine Freundinnen und ich, die alten Gemäuer der Stadt auf eigene Faust zu erkunden und stießen auf viele freundliche Leute, die uns, wohl verwundert über das eher ungewöhnliche Interesse einiger Backfische, bereitwillig Kirchenportale öffneten und uns sogar hinter schmiedeeiserne Türen geheimnisvoller Grabkapellen schauen ließen. Überall spürte ich den Atem der Geschichte.
Doch nichts berührte mich mehr, als ein riesiges Ölgemälde, es hing damals im Ostchor der Marienkirche. Ich stand davor und begriff plötzlich, in einer Zeit leben zu dürfen, in der die den Kriegskindern nachfolgende Generation Krieg und Zerstörung, zumindest im Herzen Europas, nicht durch eigenes Erleben würde kennen lernen müssen und ich bin dankbar dafür.
Der Künstler war vogelgleich über St. Marien geschwebt und hatte auf die unversehrt wirkende Kirche geschaut, die inmitten eines gewaltigen Trümmerfeldes wie ein unzerstörbares Bollwerk aufragte. Wir haben ein Geschenk erhalten, denn St. Jacobi und St. Petri brannten in den Bombennächten von 1942, ganze Stadtquartiere fielen in Schutt und Asche.
Die Wunden der Vergangenheit sind vernarbt, vieles, was unwiederbringlich verloren ging, lebt in Erinnerungen, in alten Fotos, alten Kupferstichen und Gemälden weiter und wenn man ganz genau hinschaut, dann entdeckt man die Straßen, Wege und Plätze, auf denen Franz den Spuren seines Bruders folgte.“

 

 

 713208-eb2e4da69222019f24b6861a6c16f322.jpg

Carola Herbst (Rostock, 14 augustus 1960)

 

 

 


De Schotse dichter en schrijver
Sir Walter Scott werd geboren in Edinburgh op 14 augustus 1771. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

Uit: Waverley Or t’ Is Sixty Years Since

 

„It is, then, sixty years since Edward Waverley, the hero of the following pages, took leave of his family, to join the regiment of dragoons in which he had lately obtained a commission. It was a melancholy day at Waverley-Honour when the young officer parted with Sir Everard, the affectionate old uncle to whose title and estate he was presumptive heir.

A difference in political opinions had early separated the Baronet from his younger brother Richard Waverley, the father of our hero. Sir Everard had inherited from his sires the whole train of Tory or High-Church predilections and prejudices which had distinguished the house of Waverley since the Great Civil War. Richard, on the contrary, who was ten years younger, beheld himself born to the fortune of a second brother, and anticipated neither dignity nor entertainment in sustaining the character of Will Wimble. He saw early that, to succeed in the race of life, it was necessary he should carry as little weight as possible.

Painters talk of the difficulty of expressing the existence of compound passions in the same features at the same moment; it would be no less difficult for the moralist to analyse the mixed motives which unite to form the impulse of our actions. Richard Waverley read and satisfied himself from history and sound argument that, in the words of the old song,

 

      Passive obedience was a jest,

      And pshaw! was non-resistance;

 

yet reason would have probably been unable to combat and remove hereditary prejudice could Richard have anticipated that his elder brother, Sir Everard, taking to heart an early disappointment,

would have remained a bachelor at seventy-two. The prospect of succession, however remote, might in that case have led him to endure dragging through the greater part of his life as 'Master Richard at the Hall, the Baronet's brother,' in the hope that ere its conclusion he should be distinguished as Sir Richard Waverley of Waverley-Honour, successor to a princely estate, and to extended political connections as head of the county interest in the shire where it lay.“

 

 

 

713208-abbcf0d9810ad167f2ffdbcf38ffcf49.jpg
Sir Walter Scott (14 augustus 1771 - 21 september 1832)

Portret door Sir Henry Raeburn

 

 

 

 

 

De moeder van (o.a.) de Duitse schrijvers Heinrich en Thomas Mann, Julia Mann-da Silva-Bruhns werd geboren op  14 augustus 1851 in Paraty in Brazilië. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008.en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

Uit: Der Flügelschlag eines brasilianischen Schmetterlings

(Bespreking Thomas Manns roman Felix Krull door Martin R. Dean in NNZ Online)

 

„Verfolgt man den Familienstammbaum rückwärts, entdeckt man die Rückseite dieser Weltläufigkeit in der Entwurzelungserfahrung seiner Mutter Julia. Denn die ersten Tropfen seines Weltbürgertums nimmt der Lübecker mit der Muttermilch ein: «Meine Mutter», schreibt Mann, «stammte aus Rio de Janeiro, hatte aber einen deutschen Vater, so dass nur zum vierten Teil unser Blut mit lateinamerikanischem gemischt ist. Uns Kindern erzählte sie von der paradiesischen Schönheit der Bucht von Rio, von Giftschlangen, die sich auf der Pflanzung ihres Vaters zeigten und von Negersklaven mit Stöcken erschlagen wurden. Mit sieben Jahren fand sie sich nach Lübeck verpflanzt - den ersten Schnee, den sie sah, hielt sie für Zucker.» Man wundert sich hier vielleicht über das «nur», mit dem Thomas Mann den Anteil brasilianischen Blutes qualifiziert, was er in der Folge kaum mehr zu würdigen sich genötigt sah.

Nach dem Tod ihrer Mutter Maria da Silva wird Julia 1885 ins deutsche Lübeck verpflanzt. Dort lebt sie mit ihrem Vater und den Geschwistern und wird, in der Entourage ihres schwarzen Kindermädchens Anna, schnell zur auffälligen Exotin. Julia Mann ist hübsch, lebenssüchtig und geniesst das Leben sorglos wie ein Schmetterling. Nach dem Tod ihres Mannes wird sie von der Stadt Lübeck entmündigt und muss nach München umsiedeln, um ihre persönliche Freiheit wieder zu gewinnen. Ihre beiden Söhne Thomas und Heinrich aber werden dieses Gefühl der Entwurzelung, das sich im Familienkörper ausbreitet, nicht verdrängen können. Der Flügelschlag des tropischen Schmetterlings bewegt die Familie selbst noch im kalten und fernen Norden.“

 

 

 

 713208-f007eab5dad2a969138dc3c980224615.jpg

Julia Mann - da Silva-Bruhns (14 augustus 1851 – 11 maart 1923)

Villa Boa Vista in Paraty, ouderlijk huis van Julia Mann



Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

John Galsworthy, Marie Delle Grazie, Sibilla Aleramo, Alice Rivaz, Johannes Trojan, Ernest Thayer

De Britse schrijver John Galsworthy werd geboren op 14 augustus 1867 in Kingston Hill in Surrey. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

Uit: The Forsyte Saga

 

„On June 15, eighteen eighty-six, about four of the afternoon, the observer who chanced to be present at the house of old Jolyon Forsyte in Stanhope Gate, might have seen the highest efflorescence of the Forsytes.

This was the occasion of an 'at home' to celebrate the engagement of Miss June Forsyte, old Jolyon's granddaughter, to Mr. Philip Bosinney. In the bravery of light gloves, buff waistcoats, feathers and frocks, the family were present, even Aunt Ann, who now but seldom left the comer of her brother Timothy's green drawing-room, where, under the aegis of a plume of dyed pampas grass in a light blue vase, she sat all day reading and knitting, surrounded by the effigies of three generations of Forsytes. Even Aunt Ann was there; her inflexible back, and the dignity of her calm old face personifying the rigid possessiveness of the family idea.

When a Forsyte was engaged, married, or born, the Forsytes were present; when a Forsyte died--but no Forsyte had as yet died; they did not die; death being contrary to their principles, they took precautions against it, the instinctive precautions of highly vitalized persons who resent encroachments on their property.

About the Forsytes mingling that day with the crowd of other guests, there was a more than ordinarily groomed look, an alert, inquisitive assurance, a brilliant respectability, as though they were attired in defiance of something. The habitual sniff on the face of Soames Forsyte had spread through their ranks; they were on their guard.

The subconscious offensiveness of their attitude has constituted old Jolyon's 'home' the psychological moment of the family history, made it the prelude of their drama.

The Forsytes were resentful of something, not individually, but as a family; this resentment expressed itself in an added perfection of raiment, an exuberance of family cordiality, an exaggeration of family importance, and--the sniff. Danger--so indispensable in bringing out the fundamental quality of any society, group, or individual--was what the Forsytes scented; the premonition of danger put a burnish on their armour. For the first time, as a family, they appeared to have an instinct of being in contact, with some strange and unsafe thing.“

 

 

 

 713196-758c3af52ab088dbd213df8d18d82def.jpg

John Galsworthy (14 augustus 1867 - 31 januari 1933)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Marie Eugenie Delle Grazie werd geboren op 14 augustus 1864 in Bela Crkva.  Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008. en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

 

Du schöne duftige Linde

Du schöne, duftige Linde
Hoch oben auf alter Bastei,
Was rauschst Du so traurig im Winde
Geh'n kosend wir vorbei?

Freut Dich nicht die schöne Liebe,
Nicht die süße, selige Lust,
Die ferne vom Weltengetriebe
Hold blüht in uns'rer Brust?

Wohl freut mich Eure Liebe,
Eure süße, selige Lust,
O, daß sie doch ewig bliebe
In Eurer jungen Brust!

Wohl freut's mich, daß Eure Herzen
Einander so lieb und so gut,
Doch seh' ich Euch küssen und scherzen
Wird's mir so weh' zu Muth.

Muß trauernd die Zweige ich senken
So trübe und ahnungschwer,
Und vergangener Tage gedenken,
Die einst mich erfreut so sehr.

Gedenken der vielen Menschen,
Die hier schon gejubelt – ach
Und denen doch bald vor Liebe,
Vor Leid das Herze brach.

 

 

 

 

 713196-2c5b32ca136626253d488bf7c0c05400.jpg

Marie Delle Grazie (14 augustus 1864 – 19 februari 1931)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichteres en schrijfster Sibilla Aleramo (eig. Rina Faccio) werd geboren in Alessandria op 14 augustus 1876. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007.

 

 

Mais oui, toujours

Je sens que je souris,
Attendrie,
Il y a de la pudeur et une grâce puérile,
Dans le sentiment qui m’envahit,
Seule,
Frémissement imprévu,
Ô lumière à travers les branches bourgeonnantes,
Soirée qui approche du printemps,
Je sens que je souris,
Attendrie,
Tant la vie est pure, tant elle est légère
et présente,
Avec elle aussi son sentiment de chaste vertu,
Riant,
D’une heure qui revient, revient, mais oui, toujours
D’une heure suspendue,
Ô si neuve !

 

 

 

Vertaald door Béatrice Vierne

 

 

 

713196-bb934990284d5b43d2044882d14ee3db.jpg 

Sibilla Aleramo (14 augustus 1876 – 13 januari 1960)

 

 

 

 


De Zwitserse schrijfster
Alice Rivaz werd geboren op 14 augustus 1901 in Rovray, in het Franstalige deel van Zwiserland. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007

 

Uit: Une étude sur Alice Rivaz, door Françoise Fornerod

 

„Ancrée dans la réalité de Suisse romande, l'œuvre d'Alice Rivaz offre le reflet de préoccupations auxquelles la littérature de ce pays a longtemps accordé peu d'attention : le sort des êtres marginalisés par la société, la complexité des rapports dans le monde du travail, la place des femmes dans la littérature, la solitude de ceux qui appartiennent à des minorités. Sans doute son milieu familial aussi bien que celui dans lequel la romancière a exercé son activité professionnelle ont-ils déterminé ses prises de position.

Lorsqu'Alice Rivaz vient au monde le 14 août 1901 à Rovray, petit village du Nord vaudois, son père, Paul Golay est instituteur ; il exercera encore sa profession à Clarens de 1904 à 1910 avant de rejoindre Lausanne pour se consacrer entièrement à la politique et s'illustrer comme l'un des ténors du jeune parti socialiste vaudois. Le récit que, dans L'Alphabet du matin, Alice Rivaz fait de son enfance heureuse et protégée n'occulte pas les tensions familiales nées du heurt des idées paternelles avec les convictions religieuses de sa mère, née Ida Etter, dont un début de noviciat chez les diaconesses de Saint-Loup avait renforcé le rigorisme moral. La dénonciation de l'injustice sociale, la défense des humbles et les opinions pacifistes défendues au sein de la famille, Alice Rivaz les a retrouvées ensuite sur son lieu de travail. Ayant renoncé à gagner sa vie en donnant des leçons de musique après avoir obtenu un diplôme de piano au Conservatoire de Lausanne, elle a suivi une école de dactylo qui lui a permis d'être engagée en 1925 au Bureau International du Travail à Genève. Elle a fait toute sa carrière dans ce milieu international, chargée de recherches et d'enquêtes qui ne lui laissaient que peu de temps pour sa vocation littéraire. Il a fallu la guerre et la suspension des activités du BIT à Genève pour qu'elle puisse s'y consacrer.“

 

 

 

 713196-aaf53f3f99f281acf2178223a376f640.jpg

Alice Rivaz (14 augustus 1901 – 27 februari 1998)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johannes Trojan werd geboren op 14 augustus 1837 in Danzig. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007.

 

 

 

Die liebe Not

 

Warum die Not wird lieb genannt,

Das war mir lange unbekannt,

Bis ich’s von einer Frau erfahren.

Es war umringt von Kindern sie,

Die all’ noch hilfsbedurftig waren,

Und einer meinte: viele Muh’

Must sie doch haben mit der kleinen Schar.

“Ja”, sagte sie, und ihre Mienen

erhellten sich, “ja, es ist wahr,

Ich habe meine liebe Not mit ihnen.”

 

 

 

 

Veränderte Ansicht

 

Daß gefangne Vögel singen,
konnt’ ich früher nicht verstehn;
Wenn sie auf den Zweigen springen,
dann nur, dacht` ich, kann es gehen.

 

Hinter eines Käfigs Stäben,

nicht von freier Luft umweht –
Wer kann so Gesang erheben?

Und nun seh` ich doch: es geht.

 

 

 

 713196-e744f68a10d3c4365c05225ae0eee092.jpg

Johannes Trojan (14 augustus 1837 – 23 november 1915)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Ernest Lawrence Thayer werd geboren op 14 augustus 1863 in Lawrence, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007.

 

 

Casey at the Bat (fragment)

 

Then from five thousand throats and more there rose a lusty yell;
It rumbled through the valley, it rattled in the dell;
It pounded on the mountain and recoiled upon the flat,
For Casey, mighty Casey, was advancing to the bat.

There was ease in Casey's manner as he stepped into his place;
There was pride in Casey's bearing and a smile lit Casey's face.
And when, responding to the cheers, he lightly doffed his hat,
No stranger in the crowd could doubt 'twas Casey at the bat.

Ten thousand eyes were on him as he rubbed his hands with dirt;
Five thousand tongues applauded when he wiped them on his shirt;
Then while the writhing pitcher ground the ball into his hip,
Defiance flashed in Casey's eye, a sneer curled Casey's lip.

And now the leather-covered sphere came hurtling through the air,
And Casey stood a-watching it in haughty grandeur there.
Close by the sturdy batsman the ball unheeded sped--
"That ain't my style," said Casey. "Strike one!" the umpire said.

 

 

 

 

713196-eef8748b7032cb85e9395933de177de4.jpg
Ernest Thayer (14 augustus 1863 – 21 augustus 1940)

Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten