Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 7 november 2010 tot 8 november 2010

AKO Literatuurprijs voor David Van Reybrouck


AKO Literatuurprijs voor David Van Reybrouck

 

 

 

De Belgische schrijver David van Reybrouck is met zijn boek "Congo" de winnaar van de AKO Literatuurprijs 2010. Dat maakte juryvoorzitter Femke Halsema vanavond bekend in het Teylers museum in Haarlem. De winnaar ontvangt een bedrag van 50.000 euro en een sculptuur van Eugène Peters. Zie ook mijn blog van 30 mei 2009 en ook mijn blog van 30 mei 2010.

 

Uit: Congo. Een geschiedenis

 

«De eerste keer dat ik naar Oost-Congo vloog, in 2007, voor een begrafenis van een vermoorde journalist dan nog, was ik er bijna geweest. Boven het vliegveld van Bukavu waren we in een onwaarschijnlijk tropisch onweer beland. De Boeing raakte maar de helft van de overstroomde landingsbaan en kon niet stoppen. Oog in oog met een ravijn die de DC-9 zeker in tweeën had gebroken, stuurde de piloot 'm dan maar een wei in: daar liepen we vast in de modder. We hadden net getankt, de fuel druppelde van de vleugels. Als je je daar dan in zeven haasten wegmaakt over de landingsbaan, onder regendruppels als marbels zo groot, en nog eens omkijkt naar dat vliegtuig met z'n wielen in de modder, dan denk je: 'Chance gehad!'»

 

«Eén keer ben ik aangehouden door de veiligheidsdiensten omdat ik foto's nam in de buurt van een postgebouw; er was in geen dertig jaar nog een brief verstuurd, maar het gold toch als strategisch gebouw. Daar ben ik alleen weggeraakt omdat ik er met een vriend was die journalist is en die, op zondagmiddag, de minister van Buitenlandse Zaken wist te bereiken - Congo is een enorm land, maar de lijnen met de macht zijn er korter dan hier. Hij gaf zijn gsm door aan de agent voor ons, en die hoorde ik zeggen: 'Non, mon excellence, nous ne sommes pas en train de brutaliser le blanc!' Nog mochten we niet weg; dat lukte pas toen mijn vriend de hoogste in rang daar duidelijk maakte dat hij ook het nummer van president Kabila zelf had.»

 

 

 

 

 778674-0009056db67bd31c35d64b51466269f5.jpg

David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)



Zie voor de schrijvers van de 8e november
mijn vorige blog van vandaag.




Geschreven door Romenu om 22:38 Reageer op dit bericht

Kazuo Ishiguro, Elfriede Brüning, Detlef Opitz, Zinaida Gippius

De Japanse schrijver Kazuo Ishiguro werd op 8 november 1954 geboren in Nagasaki. Zie ook mijn blog van 8 november 2006 en ook mijn blog van 8 november 2007 en ook mijn blog van 8 november 2008 en ook mijn blog van 8 november 2009.

 

Uit: The Unconsoled

 

“The taxi driver seemed embarrassed to find there was no one-not even a clerk behind the reception desk-waiting to welcome me. He wandered across the deserted lobby, perhaps hoping to discover a staff member concealed behind one of the plants or armchairs. Eventually he put my suitcases down beside the elevator doors and, mumbling some excuse, took his leave of me.
The lobby was reasonably spacious, allowing several coffee tables to be spread around it with no sense of crowding. But the ceiling was low and had a definite sag, creating a slightly claustrophobic mood, and despite the sunshine outside the light was gloomy. Only near the reception desk was there a bright streak of sun on the wall, illuminating an area of dark wood panelling and a rack of magazines in German, French and English. I could see also a small silver bell on the reception desk and was about to go over to shake it when a door opened somewhere behind me and a young man in uniform appeared.
'Good afternoon, sir,' he said tiredly and, going behind the reception desk, began the registration procedures. Although he did mumble an apology for his absence, his manner remained for a time distinctly off-hand. As soon as I mentioned my name, however, he gave a start and straightened himself.
'Mr Ryder, I'm so sorry I didn't recognise you. Mr Hoffman, the manager, he was very much wanting to welcome you personally. But just now, unfortunately, he's had to go to an important meeting.'
'That's perfectly all right. I'll look forward to meeting him later on.'
The desk clerk hurried on through the registration forms, all the while muttering about how annoyed the manager would be to have missed my arrival. He twice mentioned how the preparations for 'Thursday night' were putting the latter under unusual pressure, keeping him away from the hotel far more than was usual. I simply nodded, unable to summon the energy to enquire into the precise nature of 'Thursday night'.

 

 

 

 778459-97157b4ed363e77740b0eaf988bfee7c.jpg

Kazuo Ishiguro (Nagasaki, 8 november 1954)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Elfriede Brüning werd geboren op 8 november 1910 in Berlijn. Na het verlaten van de middelbare school werkte ze als kantoorbediende en vanaf 1929 als secretaresse in een Berlijnse firma in de filmindustrie. In dezelfde tijd verscheen haar eerste journalistieke werk in diverse kranten. Zij werd lid van de KPD en begon tijdens de republiek van Weimar te werken voor de communistische pers. De machtsgreep van de nazi’s voorkwam in 1933 de uitgave van haar eerste, maatschappijkritische roman „Handwerk hat goldenen Boden" (hij verscheen voor het eerst in 1970 onder de titel "Kleine Leute"). Bruning richtte zich op de ontspanningsliteratuur en publiceerde in 1934 de succesvolle roman " Und außerdem ist Sommer." In de eerste jaren van het Derde Rijk werkte Elfriede Brüning voor het communistische verzet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef ze op het landgoed van haar schoonfamilie in de buurt van Magdeburg. Zij kwam 1946 terug in Berlijn. Ze werd opnieuw lid van de KPD en werkte voor Oost-Berlijnse kranten en tijdschriften. Sinds 1950 werkte zij als freelance schrijver in Berlijn. Ze is de auteur van romans, korte verhalen, artikelen en tv-scenario's. Elfriede Brüning ontving o.a. de Goethe-prijs van de hoofdstad van de DDR en de literaire prijs van de Demokratische Frauenbundes Deutschlands. Vandaag viert zij haar 100e verjaardag.

 

Uit: Kaffeefahrt ins Paradies

 

„Eigentlich hatte ich mir geschworen, nie mehr mitzufahren. Ich war ein gebranntes Kind.

Eine der früheren Reisen sollte uns in den frühlingshaften Spreewald bringen. Doch in dem Kaff, wo wir hielten, war im ganzen Umkreis weder ein Zipfel der Spree noch auch nur ein einziger Baum zu erspähen. Und da auch weit und breit keine Bahn oder Bus oder auch kein weiteres, etwas gemütlicheres Restaurant vorhanden war, in das man sich hätte flüchten können, blieb man in dem unwirtlichen Saal, in den man uns verfrachtet hatte, dem Werbesprecher und seinem stundenlangen Redefluß ausgeliefert, bis man sich endlich, völlig entnervt, zum Kauf einer seiner angeblich so preiswerten Lammfelldecken oder Massage- Betten entschloß, die man dann anderntags in ganz derselben Verpackung, aber um Hunderte billiger, in den Kaufhäusern liegen sah. Auch eine der so beliebten „Schnäppchen-Fahrten“ zum Polenmarkt erwies sich als Flop. Denn da unser Fahrer gehalten war, sein Gefährt auf dem diesseitigen Parkplatz abzustellen, drangen wir in das polnische Nachbarland gar nicht erst vor, weil der uns empfohlenen Fußweg über die lange Brücke nach Polen für die meisten Teilnehmer viel zu beschwerlich war. Einigen gelang es gerade noch, sich bis zu dem nahen Cafe zu schleppen, wo sie die Stunden bis zur festgesetzten Rückfahrt bei Torte und Schlagsahne hinter sich brachten. Die übrigen blieben im Bus oder „lustwandelten“, falls sie den unbezwinglichen Drang verspürten, ein wenig Luft zu schnappen, zwischen den zahlreichen Lastwagen, die den Parkplatz blockierten.

Doch diesmal würde ja alles ganz anders sein. Zu einem „Badischen Weinfest“ wurde geladen, mit Herbst-Tombola (im Februar), einem „original badischen Winzeressen“ mit Weinprobe, der Wahl einer Weinkönigin und mehreren Litern Wein „nach Ihrem Geschmack“. Zusätzlich hieß es weiter“, erhalten Sie, Frau B., das schmackhafte Winzerwurstpaket, insgesamt 2250 g feinster Delikatessen“ – alles im Fahrpreis einbegriffen. Am Nachmittag sollte der Ausflug „mit herrlicher Landschaftsfahrt“ enden.“

 

 

 

778459-a55019aed7822b1420844f9a399e2e0d.jpg
Elfriede Brüning (Berlijn, 8 november 1910)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Detlef Opitz werd geboren op 8 november 1956 in Steinheidel-Erlabrunn. Zie ook mijn blog van 8 november 2008 en ook mijn blog van 8 november 2009.

 

Uit: Klio. Ein Wirbel um L.

 

„(...) mehr als die nüchternen Mitteilungen der Geschichtsbücher, mehr als die spröde Arithmetik historischer Prozesse, mehr als die angereicherten Spalten in heimatlichen Blättern liebe ich die Aufzählungen in den gemeinten Opera, die langen bunten Sätze der hoffnungslos antiquierten Schreiberlings, die oftmals mehrere Seiten umfassenden, ganze Kapitel andauernden, nach irgendwelchen verrotteten Pergamenten, nach Klosterakten, unförmigen Folianten gestalteten, aus den cachotigsten Archiven zusammengeholten wortreichen Illustrationen solch nebensächlicher Dinge, wie es der Festzug war, der an Rogate des Jahres ’15 die Strassen der Stadt Halle passierte - was untertreibe ich?-, der die mit Fahnen und Emblemen, mit Girlanden und Heiligenbildern verzierten, die mit feiertäglich herausgepützeltem Volk, mit freigebigturpisen Puttanen, fidelvergnügten Krüppeln, glückseelsblöden Hungerleidern und absolut nervenden Bälgern, Bastarden, aber auch mit Würstchen, Gebäck, Met und Limonaden feilbietenden Marketendern gesäumten, die mit Teppichen und Rosenblüten, Panieren und den funkelnden Instrumentarien der Bürgerwehren geschmückten hallischen Strassen passierte (...)“

 

 

 

778459-f69be3f5125bda39aecb7a2e44a47f6a.jpg
Detlef Opitz (Steinheidel-Erlabrunn, 8 november 1956)

 

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Zinaida Gippius werd geboren op 8 november 1869 in Beljov in de buurt van Tula. Zie ook mijn blog van 8 november 2008 en ook mijn blog van 8 november 2009.

 

 

So It Is

1918

 

If light is felled – I am able to see nothing,

If a man is a beast – I hate him and scorn,

If he’s worse than beasts – I kill him, laughing,

If my Russia is over – I die and I mourn. 

 

 

 

She

 

In her despiteous and shameless wickedness

She is, as ashes, grey or grey as dust.

And I am perishing from just her nearness,

From bonds that  solidly connected us.

 

She is a coarse one, she is a prickly one,

She is a cold one - she is a snake.

With her repulsive scales she had a cruel fun:

She makes me constantly be sternly baked.

 

If only I can feel a sharpness of the sting!

She is such clumsy, dull, such still as beef,

She is such massive thing, she is such languid thing;

I haven't access to her - she's deadly deaf.

 

And she inflexibly with her repulsive rings            

Always caresses me and strangles at all.

And this unreal thing, this black and awful thing,

This black and monstrous thing - is just my soul! 

 

 

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 



 

 778459-35615b226809ae14117842ae2ea4a8ec.jpg

Zinaida Gippius (8 november 1869 – 9 september 1945)

Omslag biografie

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:13 Reageer op dit bericht

Peter Weiss, Martha Gellhorn, Margaret Mitchell, Bram Stoker

De Duitse schrijver Peter Weiss werd geboren op 8 november 1916 in Nowawes (het tegenwoordige Neubabelsberg) bij Berlijn. Zie ook mijn blog van 8 november 2006 en ook mijn blog van 8 november 2008.

 

Uit: Die Ästhetik des Widerstands

 

“Es handelte sich nicht um die Arbeit, so wie mein Vater von ihr sprach, um die Arbeit als Vorgang der Selbstverwirklichung, sondern um Arbeit geleistet zu niedrigstem Preis und zu höchstem Profit des

Arbeitkäufers. Da nur die Arbeitenden zu sehn waren, mit ihrem ganzen Dasein den Tätigkeiten hingegeben, wurde der Eindruck erweckt, dass sie das Werk beherrschten. Sie füllten, kraftvoll skulptiert vom Schein des Feuers, den Raum aus. Beim ersten Anblick, sagte mein Vater, als wir uns im Kunstmuseum befanden, stellen sie sich in der überwältigenden Dominanz von Produktivkräften dar. Und doch bestätigen sie nur bis ins letzte die Regeln der Arbeitsteilung. Es wirkt, als handelten sie selbständig, sie existieren aber einzig in ihrer Bindung an die Maschinen und Geräte, die das Eigentum andrer sind. Diese andern waren nicht zu sehn, die Arbeitenden jedoch waren ihnen

verdingt. Auch sie, die im verdreckten Winkel kauerten, eine Welle für sich, fast wie im Besitz eines eignen Lebens, warteten nur auf das Signal, das sie wieder zurückrief. Ihre Stärke entwickelten sie allein im Handwerk, und auch dort waren die Bewegungen ihrer Arme nicht bedrohlich, es war deutlich, dass sie diese ausschließlich zur Erzeugung von Gütern verwenden würden. Die Lobpreisung der Arbeit war eine Lobpreisung der Unterordnung. Die Männer, die sich von Funken umsprüht um die glühende Eisenmasse scharten, die sich am Trog wuschen, und sie, die übermüdet vor sich hinstarrend bei ihrer Mahlzeit saßen und vor denen die junge Frau mit dem verhärmten, ängstlich aufblickenden Gesicht die leeren Becher in den Korb packte, sie alle waren machtlos. Die Tiefe der Fabrik war unbestimmbar, die Reihen der senkrechten und horizontalen Eisenträger und Rohre zogen sich als Gitterwerk ins Unendliche hin. Der sich im Rauch verlierende Bau war eine Welt, aus der es kein Entrinnen gab. Besaßen wir heute auch eine Kantine, einen Waschraum, eine Umkleidekammer und konnten mit technischen Verbeßrungen rechnen, so war der Produktionsgang doch noch der selbe, wie Menzel ihn dargestellt hatte Achtzehnhundert Fünfundsiebzig, vier Jahre nach der Zerschlagung der Commune. Ihre gesammelte Energie legten die Arbeiter in die Herstellung der eisernen Blöcke, aus denen Schienen, Lafetten, Kanonenrohre wurden. Ihre Friedfertigkeit schmolzen sie um zu einer Gewalt, die sich, von weit draußen her, gegen sie, gegen ihre Interessen richten würde.“

 

 

 778450-36d34e92c6c36a3825868ac1809f08e4.jpg

Peter Weiss (8 november 1916 - 10 mei 1982)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en oorlogscorrespondente Martha Ellis Gellhorn werd geboren in St. Louis, Missouri op 8 november 1908. Zie ook mijn blog van 8 november 2008. 

 

Uit: Is There a New Germany?

 

„Criticize, to doubt, to probe the Germans is by now not only anti-German but apparently unAmerican. In eighteen years, we have turned an astonishing emotional and intellectual somersault. Have the Germans done anything of the sort? Is there a "New Germany," or is there simply another Germany? My acquaintance with Germany began in 1924 and continued until the end of the Nürnberg Trials, though from the summer of 1936 until American troops entered Germany during the war, I watched from a distance and listened to those who had escaped the fatherland. In these post-war years, while the United States has become officially more loving every minute toward its former enemy, I have been reading of this New Germany, and wondering. Last winter I returned to West Germany to try to find what must be New Germans, those who were children or newly born at the end of the Second World War, so young then as to be untouched by the poison their people fed on for twelve years.
I had one introduction, to a Hungarian journalist established in Germany after the Hungarian revolution of 1956. My plan was to visit universities; I meant to meet Germany's future rulers. Hitler was a freak in German history in the sense that he was semiliterate; Germany is normally directed by university graduates, and the academic title Doctor has always abounded in German governmental circles. From the University of Hamburg, through those of Free Berlin, Frankfurt, Bonn, and Munich, I was passed along by students, either casually met or introduced by the student self-government in each university. We were strangers, they having no ideas about me and I no ideas about them. There was nothing official in this tour. I would wander into a student government office and chat with anyone I could find, and in turn they whistled up anyone they could find with spare time and a wish to talk; though I did try to meet all kinds, ranging from socialist to nationalist to don't-know.“

 

 

 

778450-66ebc94342a850851977d82519abe293.jpg
Martha Ellis Gellhorn (8 november 1908 - 16 februari 1998)

 

 

 

 

De Ameikaanse schrijfster Margaret Mitchell werd geboren op 8 november 1900 in Atlanta, Georgia. Zie ook mijn blog van 8 november 2006 en ook mijn blog van 8 november 2008.

 

Uit: Gone with the wind

 

„She began asking questions so brusquely and giving orders so decisively Pork's eyebrows went up in mystification. Miss Ellen didn't never talk so short to nobody, not even when she caught them stealing pullets and watermelons. She asked again about the fields, the gardens, the stock, and her green eyes had a hard glaze which Pork had never seen in them before.
"Yas'm, dat hawse daid, layin' dar whar Ah tie him wid his nose in de water bucket he tuhned over. No'm, de cow ain' daid. Din' you know? She done have a calf las' night. Dat why she beller so."
"A fine midwife your Prissy will make," Scarlett remarked caustically. "She said she was bellowing because she needed milking."
"Well'm, Prissy ain' fixing to be no cow midwife, Miss Scarlett," Pork said tactfully. "An' ain' no use quarrelin' wid blessin's, cause dat calf gwine ter mean a full cow an' plen'y buttermilk fer de young Misses, lak dat Yankee doctah say dey'd need."
"All right, go on. Any stock left?"



778450-64a754b64abcaadd332bb60faf8ef573.jpg
Scene uit de film 'Gone with the wind'


"No'm. Nuthin' 'cept one ole sow an' her litter. Ah driv dem inter de swamp de day de Yankees come, but de Lawd knows how we gwine get dem. She mean, dat sow."
"We'll get them all right. You and Prissy can start right now hunting for her."
Pork was amazed and indignant.
"Miss Scarlett, dat a fe'el han's bizness. Ah's allus been a house nigger."
A small fiend with a pair of hot tweezers plucked behind Scarlett's eyeballs.
"You two will catch the sow -- or get out of here, like the field hands did."
Tears trembled in Pork's hurt eyes. Oh, if only Miss Ellen were here! She understood such niceties and realized the wide gap between the duties of a field hand and those of a house nigger.
"Git out, Miss Scarlett? Whar'd Ah git out to, Miss Scarlett?"
"I don't know and I don't care. But anyone at Tara who won't work can go hunt up the Yankees. You can tell the others that too."
"Yas'm."

 

 

 

 778450-39685755a3318cfadb90ae956a09eba8.jpg

Margaret Mitchell (8 november 1900 – 16 augustus 1949)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Bram Stoker werd geboren op 8 november 1847 in Clontarf, een wijk van Dublin in Ierland. Zie ook mijn blog van 8 november 2006 en ook mijn blog van 8 november 2008.

 

Uit: Dracula

 

„In the population of Transylvania there are four distinct nationalities: Saxons in the South, and mixed with them the Wallachs, who are the descendants of the Dacians; Magyars in the West, and Szekelys in the East and North. I am going among the latter, who claim to be descended from Attila and the Huns. This may be so, for when the Magyars conquered the country in the eleventh century they found the Huns settled in it.

I read that every known superstition in the world is gathered into the horseshoe of the Carpathians, as if it were the centre of some sort of imaginative whirlpool; if so my stay may be very interesting. (Mem., I must ask the Count all about them.)

I did not sleep well, though my bed was comfortable enough, for I had all sorts of queer dreams. There was a dog howling all night under my window, which may have had something to do with it; or it may have been the paprika, for I had to drink up all the water in my carafe, and was still thirsty. Towards morning I slept and was wakened by the continuous knocking at my door, so I guess I must have been sleeping soundly then.

I had for breakfast more paprika, and a sort of porridge of maize flour which they said was 'mamaliga', and egg-plant stuffed with forcemeat, a very excellent dish, which they call 'impletata'. (Mem., get recipe for this also.)

I had to hurry breakfast, for the train started a little before eight, or rather it ought to have done so, for after rushing to the station at 7:30 I had to sit in the carriage for more than an hour before we began to move.

It seems to me that the further east you go the more unpunctual are the trains. What ought they to be in China?

All day long we seemed to dawdle through a country which was full of beauty of every kind. Sometimes we saw little towns or castles on the top of steep hills such as we see in old missals; sometimes we ran by rivers and streams which seemed from the wide stony margin on each side of them to be subject to great floods. It takes a lot of water, and running strong, to sweep the outside edge of a river clear.

 

 

 

 778450-0442f5491f05060649ca9b18f66e0cdd.jpg

Bram Stoker (8 november 1847 – 20 april 1912)

Geschreven door Romenu om 18:12 Reageer op dit bericht

Joshua Ferris

De Amerikaanse schrijver Joshua Ferris werd op 8 november 1974 in Danville, Illinois geboren. Ferris debuteerde in 2006 met de roman Zo kwamen we aan het eind. Ferris studeerde Engels en filosofie aan de universiteit van Iowa, werkte een aantal jaren in de reclamewereld, en behaalde daarna een Master of Fine Arts aan de UC Irvine.

 

Uit: The Unnamed

 

It was the cruelest winter. The winds were rabid off the rivers. Ice came down like poisoned darts. Four blizzards in January alone, and the snowbanks froze into gray barricades as grim and impenetrable as anything in war. Tombstones were buried across the cemetery fields and cars parked curbside were swallowed undigested. The long-term debate about changing weather was put aside for immediate concern for the elderly and the shut-ins, while the children went weeks without school. Deliveries came to a halt and the warehouses clogged up on days the planes were approved to land. There were lines at the grocery store, short tempers, a grudging toward the burden of adjustment. Some clever public services addressed the civic concerns — heat shelters, volunteer home checks. The cold was mother of invention, a vengeful mother whose lessons were delivered at the end of a lash.

The ride home was slow going because of the snow and the traffic. He usually worked by eyelet light but this evening he brought no work home and sat in one quadrant of the car without file opened or pen in hand. They were waiting for him. They didn't know they were waiting for him. The driver had on 1010 WINS, traffic and transit on the ones. Somewhere, out to sea or in the South, it might not be snowing. Here it slanted into the windshield like white ash from a starburst. The frostbite had returned to his fingers and toes. He unbuckled the seat belt and leaned over, stretching his long torso across the backseat, and what the driver thought he didn't care. The sound of the radio faded as one ear was sealed up by the distressed leather and he put a hand on the floor mat and ran his tingling fingertips over the fibertrapped pebbles. He hadn't called to tell them. He had lost his phone. They were waiting for him, but they didn't know it.

 

 

 952394-6ea4695a6bb5d37825c580d061616aa9.jpg

Joshua Ferris (Danville, 8 november 1974)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Albert Camus, Albert Helman, Pierre Bourgeade, Antonio Skármeta, W. S. Rendra

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Zie ook mijn blog van 7 november 2006 en ook mijn blog van 7 november 2007 en ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009.

 

Uit: Caligula

 

“[Acte I, Scène IV (dialogue Hélicon, Caligula)]

---
CALIGULA
... Mais je ne suis pas fou et même je n'ai jamais été aussi raisonnable.
Simplement, je me suis senti tout à coup un besoin d'impossible.
Les choses, telles qu'elles sont, ne me semblent pas
satisfaisantes.
HÉLICON
C'est une opinion assez répandue.
CALIGULA
Il est vrai. Mais je ne le savais pas auparavant.
Maintenant, je sais. Ce monde,
tel qu'il est fait, n'est pas supportable. J'ai donc
besoin de la lune, ou du bonheur, ou de l'immortalité,
de quelque chose qui soit dément peut-être,
mais qui ne soit pas de ce monde.
HÉLICON
C'est un raisonnement qui se tient. Mais, en
général, on ne peut pas le tenir jusqu'au bout.
CALIGULA,
se levant, mais avec la même simplicité.
Tu n'en sais rien. C'est parce qu'on ne le tient
jamais jusqu'au bout que rien n'est obtenu. Mais
il suffit peut-être de rester logique jusqu'à la fin,
Il regarde Hélicon.
Je sais aussi ce que tu penses. Que d'histoires
pour la mort d'une femme! Non, ce n'est pas cela.
Je crois me souvenir, il est vrai, qu'il y a quelque
jours, une femme que j'aimais est morte. Mais
qu'est-ce que l'amour? Peu de chose. Cette mort
n'est rien, je te le jure; elle est seulement le signe
d'une vérité qui me rend la lune nécessaire. C'est
une vérité toute simple et toute claire, un peu
bête, mais difficile à découvrir et lourde à porter.
HÉLICON

Et qu'est-ce donc que cette vérité, Caius ?
CALIGULA, détourné, sur un ton neutre.
Les hommes meurent et ils ne sont pas heureux.

HÉLICON, après un temps.
Allons, Caius, c'est une vérité dont on s'arrange
très bien. Regarde autour de toi. Ce n'est pas cela
qui les empêche de déjeuner.
CALIGULA
, avec un éclat soudain.
Alors, c'est que tout, autour de moi, est mensonge,
et moi, je veux qu'on vive dans la vérités
Et justement, j'ai les moyens de les faire vivre
dans la vérité. Car je sais ce qui leur manque,
Hélicon. Ils sont privés de la connaissance et
il leur manque un professeur qui sache ce dont il parle.”

 

 

 

777731-cf857c12287b43e96edeed62427fe4c4.jpg
Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

 





De Nederlandse dichter en schrijver
Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2006 en ook mijn blog van 7 november 2008  en ook mijn blog van 7 november 2009.

 

Uit: Orkaan bij nacht

 

“Heb ik ooit liefgehad?

Ben ik zelf ooit bemind?

Ik weet het niet. Ik weet het niet meer. Sinds jaren leef ik in raadsels die dag aan dag ondoorgrondelijker worden. Twijfels die zelfs de geringste gebeurtenissen vertroebelen, en de laatste kans op geluk teniet doen.

Het is zelfs de vraag of geluk iets bestaanbaars is. Mijzelf schijnt het toe dat ik nooit werkelijk gelukkig ben geweest, en de schaarsche keeren dat ik dit meende, berustten op een schandelijk bedrog van mijzelf en anderen. Een dwaze komedie waarbij geglimlacht werd en gelukzalig gekeken, maar waarbij ieder in zijn hart voelde dat hij te hoog speelde, dat hij straks onherroepelijk de verliezer zijn zou, en dupe van een kinderachtige overgevoeligheid.

De anderen? Het is mogelijk dat er gelukkigen zijn. Maar ik ken ze niet, ik heb ze nooit ontmoet. Die de schijn aannamen alsof, of zich erop beroemden dat zij gelukkig konden zijn, heb ik met gretige nieuwsgierigheid geobserveerd, op het ziekelijke af; maar ik heb altijd weer de vooze plek in hun geluk, de valschheid van hun zelfbegoocheling ontdekt. Daarvoor was niet eens bizondere scherpzinnigheid noodig; ze verrieden zichzelf maar al te graag, want van hun soort geluk raakten ze gauw genoeg vermoeid, verveeld en overstuur. Juist zooals ik, de enkele keeren dat ik een hallucinatie voor geluk heb aangezien.

Er is geen mensch die niet een tijdlang zich aan zulk zelfbedrog bezondigt, en zijn eigen ziel poogt op te lichten. Maar wat heb ik nog te maken met de menschen.... met de mensch die ik zelf eertijds was? Onherroepelijk zijn de jaren, maar het is ook dwaasheid ze ooit terug te willen roepen. Dood is dood, voorbij voorbij, begraven blijft voorgoed begraven. Beter is het ieder jaar en elke dag de eindrekening op te maken en een streep te zetten onder wat voorbij is: het verloren leven, het bedrog, en zelfs het laatste beetje dat je nog uit de algemeene ondergang dacht te redden.

Dat wil zeggen....

Neen, ik wil niet. Geen restricties. Koel en zakelijk wil ik doorgaan met de heele boel te likwideeren. Jeugd en studiejaren met hun kinderlijke illusies, hun geloof dat op deze aarde ooit iets groots zou te bereiken zijn. Die kindersprookjes.... Dan mijn huwelijk. Blijspel aller treurspelen of treurspel aller blijspelen, dat is om het even. Een vergissing, zeker, dat beken ik mij reeds jaren. Maar een van die fijne, wreede, ingewikkelde vergissingen, zooals een Planck en Einstein ze ontdekten in het onaantastbare instituut van onze wiskunde. Mijn huwelijk had ook beter moeten zijn dan alle andere, volgens de oude leer. Maar daar kwam de ontdekking: de berekeningen klopten niet.”

 

 

 

777731-dd0aa6e343339b00ff7aef17ada0a79b.jpg
Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, essayist, dichter, journalist en fotograaf Pierre Bourgeade werd geboren in Morlanne op 7 november 1927. Zie ook mijn blog van 7 november 2009.

 

Uit: Warum

 

“Le surlendemain, nous retrouvâmes Eva à la pâtisserie du Trocadéro. Après avoir pris le thé, nous nous rendîmes dans un petit hôtel de la rue Saint-Didier, la Résidence des Fleurs, qui louait des chambres à l’heure. Les chambres n’étaient pas numérotées, elles portaient des noms de fleurs inscrits sur de petites plaques émaillées. Il y avait les lilas, les bleuets, les myosotis, les violettes, etc.,… et elles étaient entièrement tapissées, plafond compris, d’un tissu représentant ces fleurs. On nous donna la chambre des hortensias bleus, nous eûmes l’impression de pénétrer dans une boîte géante remplie d’hortensias. Je commandai une bouteille de champagne. Eva enleva son trench-coat, s’allongea sur le lit et attendit. Elle portait sa longue robe de coton rêche, sans ceinture, dans les tons grèges. Elle avait le visage très blanc, les paupières noirs de fard, les yeux allongés d’un trait de crayon jusqu’aux oreilles. Lucienne s’assit à côté d’elle, déboutonna la robe, sous laquelle Eva était nue. Lucienne se pencha, embrassa les seins, descendit, embrassa le ventre. Eva écarta les cuisses. Je m’assis à hauteur de son visage, essayant de lui faire mettre le nez dans ma braguette, mais elle détourna la tête. Je ne bandai pas. Je glissai la main dans les cheveux de Lucienne, lui grattai le crâne. Lucienne suçait avec fougue, ahanant. Je regardai les cloisons d’hortensias bleus, le plafond d’hortensias bleus, les rideaux d’hortensias bleus, puis je pensai que nous étions des nains déguisés en hortensias bleus occupés à donner un spectacle hard dans un bocal plein d’hortensias bleus pour un Dieu solitaire dont l’œil nous voyait, caché dans l’un des hortensias bleus du plafond. Eva poussa un petit cri. «Tu me mords!»

 

 

 

777731-2a5ce0f116be2607e7168c149348b985.jpg
Pierre Bourgeade (7 november 1927 – 12 maart 2009)

 

 

 

 

 

De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009.

 

Uit: Das Mädchen mit der Posaune (Vertaald door Willi Zurbrüggen)

 

“Im Dezember 1944 saß ich mit dem malizianischen Einwanderer Stefano Coppeta einträchtig schweigend auf den Treppenstufen des Ladens Ecke Prat und Esmeralda, als ein blendender Lichtblitz von weiter unten uns gleichzeitig aufspringen ließ. Überrascht und neugierig legten wir die Hände schirmend über die Augen und spähten in das unendliche Licht, das von einem goldenen Skateboard oder einer diamantenen Antenne zu kommen schien.

Das überwältigende Leuchten blendete so, daß es unmöglich war, die Personen in seinem Umkreis auszumachen. Erst als sie bis auf einen halben Häuserblock herangekommen waren, sah ich, daß es sich um einen dicken jungen Mann handelte, begleitet von einem etwa zweijährigen Geschöpf in einem roten Trägerkleidchen, das der unerträglichen Hitze sehr angemessen war. Das Mädchen hielt einen zerbissenen Schnuller in den Händen und der Junge eine Posaune von gewaltigem Ausmaß. Eine einzige Lichtkanonade.

Vor uns beiden blieb das Paar stehen. Der junge Mann griff in die Tasche seiner Manchesterhose, die hier und da Flecken deutlich älteren Datums aufwies, zog einen abgegriffenen Zettel hervor, wischte sich damit den Schweiß von der Stirn, las ihn durch, starrte Stefano Coppeta in die Augen, als sähe er dessen Fingerabdrücke darin, steckte den Zettel zurück in die Hosentasche und sagte auf malizianisch: "Glenn Miller ist tot."

"Wer ist das?" fragte ich und spürte, wie das Mädchen an meinem Hemd zupfte.

"Glenn Miller? Der größte Musiker des Jahrhunderts. In the Mood, Little Brown Jug, Pennsylvania 6-5000, Moonlight Serenade... Kennen Sie den nicht?"

Der Mann streichelte seine Posaune, als müsse er sie trösten, und schaute dann betrübt auf das Mädchen.

"Von zeitgenössischer Musik verstehe ich nichts", sagte ich einlenkend. "Ich bin bei Mozart und Beethoven stehengeblieben." Stefano zündete sich eine Zigarette an.

"In der Silvesternacht tanzen die Landsleute manchmal Turumbas. Kennen Sie die Turumba der Früchte?"

Der Posaunist brachte das Mundstück an die Lippen, setzte es, ohne einen Ton zu blasen, wieder ab und befeuchtete die Lippen mit der Zunge.

"Die Turumba des Todes", sagte er mit bitterem Lächeln. "Die Nazis sind bis in unser Allerheiligstes vorgedrungen."

 

 

 

 777731-ee7e8c4e7e3b4e264376e6b56c02f7d6.jpg

Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940)

 

 

 


De Indonesische dichter en toneelregisseur
Wahyu Sulaeman Rendra (eig. Willibrordus Surendra Broto Rendra) werd geboren in Surakarta op 7 november 1935. Rendra behoorde als dichter tot de groep "Angkatan '50". Als een van de weinige Indonesische dichters stond Rendra dikwijls op de kandidatenlijst voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Hij verleende het Indonesisch een nieuwe dimensie door zijn lucide, schijnbaar simpel, maar zeer doeltreffend woordgebruik. Na enkele jaren in de Verenigde Staten te hebben doorgebracht, keerde hij in 1966 terug naar Djokjakarta. Daar werd hij echter vooral bekend met het door hem opgerichte theatercollectief "Bengkel". Rendra was ook een vooraanstaand opponent van het regime van president Soeharto (1967-1998) en zat in 1978 enkele maanden in de gevangenis.

 

 

Poem

 

The wet twilight calms the burning forest.

Vampire bats descend

from the dark grey sky.

Smell of munitions in the air.

Smell of corpses. And horseshit.

A pack of wild dogs

eat hundreds and thousands of human bodies

the dead and the half dead.

And among the scorched trees of the forest

puddles of blood form into a pool.

Wide and calm. Ginger in colour.

Twenty angels come down from heaven

to purify those in their death throes

but on earth

are ambushed by the giant vampires

and raped.

A vital breeze which travels gently on

moves away the ringlet curls of the corpses

makes circles on the lake of blood

and impassions the lust of angels and bats.

 

Yes, my brothers,

I know this is a view which satisfies you

for you have worked so intently

to create it.

 

 

 

 777731-9f7f729d612a5054a4f0dc8953aebd3e.jpg

W. S. Rendra (7 november 1935 - 6 augustus 2009)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:41 Reageer op dit bericht

Vladimir Volkoff, Auguste Villiers de L'Isle-Adam, Friedrich zu Stolberg-Stolberg, Johann Gottfried Schnabel, Gédéon Tallemant des Réaux

De Franse schrijver Vladimir Volkoff werd geboren in Parijs op 7 november 1932.  Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009.

 

Uit: Le retournement

 

„- Avez-vous jamais réfléchi au mot bolchévik ? commença Popov. Pour l’anecdote, il signifie « majoritaire au congrès  social-démocrate de 1903 », mais  sans compter que la majorité semble avoir été, par bonheur, truquée, faut voir plus profond. Staline - vous pouvez me dénoncer à l’ambassadeur pour avoir cité le vieux père - a dit : « Bolchevisme et léninisme sont une seule et nième chose. »  Ostrovsky attire notre attention sur le mot, qui est musclé, dense : on y mord bien. Pour moi, c’est un mot de couleur rouge foncé, tirant sur le brun ; un mot pesant, qui évoque l’artillerie de gros calibre et l’industrie lourde. Un mot comme bombardier, comme marteau-pilon. Un mot qui fait peur et chaud on même temps. Petit garçon, je ne rêvais qu’à ça avoir le droit de dire « Je suis bolchevik ». J’y rêvais plus et mieux qu’un cadet à l’épaulette, qu’un petit télégraphiste américain aux milliards de Carnegie. J’ai suivi la filière : pionniers, konisa, candidature au Parti, l’examen où l’an étale son âme sur la table d’opération... J’ai reçu mon billet. Ça y était. Vous n’êtes qu’une petite Occidentale pourrie si vous vous imaginez un instant que j’ai été déçu. Au contraire : l’initiation a dépassé mues espoirs. Quand je me suis regardé dans la glace, que j’ai tendu le doigt et que j’ai dit « Voilà un bolchevik! », j’ai senti que je m’étais majoré moi-même. Seulement, dans l’entre­temps, j’avais appris, progressivement, le vrai sens du mot. Un bolchevik, ce n’est pas un protecteur de la veuve et de l’orphelin, comme vous le croyez, ni un lutteur contre les forces d’ombre, comme je l’avais cru moi-même, ni un prolétaire plus conscient. ni un économiste plus averti, ni un prophète plus éclairé, ni un dialecticien plus logique. Ces représentations qui sortent les unes des autres sont comme nos poupées russes : toutes â limage de la vérité, la serrant de plus en plus étroitement, donc toutes vraies. Et pourtant, toutes fausses, jusqu’au moment où on atteint la dernière, celle qui ne s’ouvre plus, le noyau sous la chair, la particule infis­sible, la vérité vraie. J’avais voulu devenir bolchevik, je l’étais, mais ce n’était pas ce que je pensais, c’était mieux, infiniment mieux.“

 

 

 777720-db35a475f7d65d45ce33346762641095.jpg

Vladimir Volkoff (7 november 1932 - 14 september 2005)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Auguste Villiers de L'Isle-Adam werd geboren op 7 november 1838 in Saint-Brieuc. Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2006 en ook mijn blog van 7 november 2009.

 

Uit: L'Eve Future

 

„A vingt-cinq lieues de New York, au centre d'un réseau de fils électriques, apparaît une habitation qu'entourent de profonds jardins solitaires. La façade regarde une riche pelouse traversée d'allées

sablées qui conduit à une sorte de grand pavillon isolé. Au sud et à l'ouest, deux longues avenues de très vieux arbres projettent leurs ombrages supérieurs vers ce pavillon. C'est le n° 1 de la cité de Menlo Park.--Là demeure Thomas Alva Edison, l'homme qui a fait prisonnier l'écho.

Edison est un homme de quarante-deux ans. Sa physionomie rappelait, il y a quelques années, d'une manière frappante, celle d'un illustre Français, Gustave Doré. C'était presque le visage de l'artiste _traduit_ en un visage de savant. Aptitudes congénères, applications différentes.

Mystérieux jumeaux. A quel âge se ressemblèrent-ils tout à fait? jamais, peut-être. Leurs deux photographies d'alors, fondues au stéréoscope, éveillent cette impression intellectuelle que certaines effigies de races supérieures ne se réalisent pleinement que sous une monnaie de figures, éparses dans l'Humanité.

Quant au visage d'Edison, il offre, confronté avec d'anciennes estampes, une vivante reproduction de la médaille syracusaine d'Archimède.

Or, un soir de ces derniers automnes, vers cinq heures, le merveilleux inventeur de tant de prestiges, le magicien de l'oreille (qui, presque sourd lui-même, comme un Beethoven de la Science, a su se créer cet imperceptible instrument--grâce auquel, ajusté à l'orifice du tympan, les surdités, non seulement disparaissent, mais dévoilent, plus affiné encore, le sens de l'ouïe--), Edison, enfin, s'était retiré au plus profond de son laboratoire personnel, c'est-à-dire en ce pavillon séparé de son château.“

 

 

 

777720-7f9e6ee40621313c9e4a273d0e397eca.jpg
Auguste Villiers de L'Isle-Adam (7 november 1838 - 18 april 1889)

Buste van Élie Le Goff in Saint-Brieuc

 

 

 

 

De Duitse dichter, vertaler en jurist Graaf Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg werd geboren op 7 november 1750 in Bramstedt. Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009.

 

 

An den Abendstern

6. Januar 1773.

 

Ehmals winktest du mir, Führer des schweigenden

Abends, Freuden herab, kurz, wie sie Sterblichen

Lächeln, farbigen Blasen

Ähnlich, hauchender Weste Spiel!

 

Zwar mir waren sie wert, wert, wie dem dürstenden

Weizenhalme der Tau! aber sie schwanden bald!

Selten blicket dein Auge

Nun, und trüber auf mich herab!

 

Hüllen Schleier dich ein? Oder entfließen dir

Thränen? Bist du, gleich mir, nagender Traurigkeit

Raub, ein Erbe des Jammers?

Deine strahlenden Brüder auch?

 

Ist das blaue Gewand leuchtender Sonnen voll,

Und mit Monden besä't, nur ein Gewebe von

Elend? Tönen die Sphären

Einen ewigen Klageton?

 

Oder bin ich allein elend? Du schweigest mir,

Unerbittlich auch du! dennoch ein Retter einst,

Wann den Abend du bringest,

Welchem folget kein Morgenrot!

 

 

 

 

777720-d1e9ae529068b0d4653a9941f401e3dd.jpg
Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg (7 november 1750 - 5 december 1819)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johann Gottfried Schnabel werd geboren op 7 november 1692 in Sandersdorf bij Bitterfeld. Zie ook mijn blog van 7 november 2009.

 

Uit: Der im Irrgarten der Liebe herumtaumelnde Kavalier

„Es hat ein geborener von Adel zwei Hauptwege vor sich, durch welche er zu besonderen hohen Ehren gelangen und sich vor anderen seines Standes ungemein distinguieren kann, nämlich den Weg in den Krieg oder den Weg, zur Gelehrsamkeit zu gelangen. Ob man nun schon nicht in Abrede ist, daß sich viele von Adel auf andere Arten, nämlich durch Erlernung der Jägerei, Reitkunst und dergleichen, in hohe Posten geschwungen, so ist doch sonnenklar, daß die Zahl derjenigen, welche einen von den erstgemeldeten Wegen erwählt und dadurch sehr hohe Chargen erreicht, der anderen Zahl bei weitem übertrifft.

Ein gewisser deutscher Kavalier, den wir Gratianus von Elbenstein nennen wollen, war zwar keine feige Memme, hatte aber mehr Lust zu den Büchern und zur Feder als zum Degen und anderem Gewehr, erwählte deswegen den Weg, sich durch Gelehrsamkeit emporzuschwingen. Weil er nun von seiner zarten Jugend an beständig fleißig studiert, hatte er es so weit gebracht, daß er sehr frühzeitig auf Universitäten ziehen konnte. Als er nach einigen Jahren von dannen zurück kam, zeigten sich seine vornehmen Eltern ungemein vergnügt, zumal sie von vielen Staats- und gelehrten Leuten die Versicherung erhielten, daß sie ihr Geld nicht übel angelegt, indem der junge Herr Gratianus von Elbenstein sich nicht allein in der Jurisprudenz, Philosophie, Mathematik und dergleichen, sondern auch in den Nebendingen, Tanzen, Reiten, Fechten, Voultoisieren, vor anderen, die gleich so viel Zeit und wohl mehr Geld als er verschwendet, ungemein hervorgetan hätte.

Demnach war sein Herr Vater gesonnen, ihn fürs erste an einem gewissen fürstlichen Hofe als Kammerjunker zu engagieren; da aber der junge Herr von Elbenstein seinem Herrn Vater vorstellte, was es für eine vortreffliche und höchstnötige Sache sei, daß ein junger Kavalier, ehe er Bedienung bei Hofe annähme, sich vorher auf Reisen begäbe, um die Welt sowohl als die Gemüts- und Lebensarten der Menschen von verschiedenen Nationen kennenzulernen, er auch außerdem noch viel mehr andere Beweggründe hinzusetzte, resolvierte sich der Herr Vater bald, seinen beiden Söhnen eine standesmäßige Equipage verfertigen zu lassen und jedwedem einen wohlgespickten Beutel mitzugeben.“

 

 

 

 777720-a6bec4a06363d931abc63eca5f2d8051.jpg

Johann Gottfried Schnabel (7 november 1692  - tussen 1751 en 1758)

Gedenkplaat aan zijn woonhuis in Stolberg in de Harz

 

 

 

 

De Franse schrijver Gédéon Tallemant des Réaux werd geboren op 7 november 1619 in La Rochelle. Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009.

 

Uit: Historiettes. Henri IV

 

„Si ce prince fût né roi de France, et roi paisible, probablement ce n'eût pas été un grand personnage : il se fût noyé dans les voluptés, puisque, malgré toutes ses traverses, il ne laissoit pas, pour suivre ses plaisirs, d'abandonner les plus importantes affaires. Après la bataille de Coutras, au lieu de poursuivre ses avantages, il s'en va badiner avec la comtesse de Guiche, et lui porte les drapeaux qu'il avoit gagnés. Durant le siège d'Amiens, il court après madame de Beaufort, sans se tourmenter du cardinal d'Autriche, depuis l'archiduc Albert, qui s'approchoit pour tenter le secours de la place.
[Sigogne fit cette épigramme :
Ce grand Henri, qui souloit estre
L'effroi de l'Espagnol hautain
Fuyt aujourd'huy devant un prestre
Et suit le c-l d'une p...n. (T.)]
Il n'étoit ni trop libéral, ni trop reconnoissant. Il ne louoit jamais les autres, et se vantoit comme un Gascon. En récompense, on n'a jamais vu un prince plus humain, ni qui aimât plus son peuple ; d'ailleurs, il ne refusoit point de veiller pour le bien de son Etat. Il a fait voir en plusieurs rencontres qu'il avoit l'esprit vif et qu'il entendoit raillerie.
Pour reprendre donc ses amours, si Sébastien Zamet, comme quelques-uns l'ont prétendu, donna du poison à madame de Beaufort, on peut dire qu'il rendit un grand service à Henri IV, car ce bon prince alloit faire la plus grande folie qu'on pouvoit faire : cependant il y étoit résolu.

On devoit déclarer feu M. le Prince bâtard. M. 1e comte de Soissons se faisoit cardinal, et on lui donnoit trois cent mille écus de rentes en bénéfices. M. le prince de Conti étoit marié alors avec une vieille qui ne pouvoit avoir d'enfants. M. le maréchal de Biron devoit épouser la fille de madame d'Estrées, qui depuis a été madame de Sanzay. M. d'Estrées la devoit avouer ; elle étoit née durant le mariage, mais il y avoit cinq ou six ans que M. d'Estrées n'avoit couché avec sa femme, qui s'en étoit allée avec le marquis d'Allègre, et qui fut tuée avec lui à Issoire, par les habitants, qui se soulevèrent et prirent le parti de la Ligue. Le marquis et sa galante tenoient pour le Roi : ils furent tous deux poignardés et jetés par la fenêtre.“

 

 

 

777720-5bb6f754a456913983766d8c7c23bb65.jpg
Gédéon Tallemant des Réaux (7 november 1619 – 10 november 1692)

Geschreven door Romenu om 19:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten