Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 november 2010 tot 13 november 2010

85 Jaar Inez van Dullemen, Peter Härtling, José Carlos Somoza, Hadjar Benmiloud

Inez van Dullemen 85 jaar

 

De Nederlandse schrijfster  Inez van Dullemen viert vandaag haar 85e verjaardag. Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 geboren in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 13 november 2006 en ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009.

 

Uit: Heldendroom

 

‘Maar ik wil niet in onderworpenheid leven en niet in angst. Alle regels en beperkingen gooi ik van me af, ik ga worden die ik wil worden. Ik ga schoon beginnen zonder herinneringen. Als ik ooit terugkom zal dat zijn nadat de Dag van de Overwinning is aangebroken en dan zal ik door Amsterdam lopen alsof het een vreemde stad is, en misschien vind ik jullie dan nog ergens als vergrijsde muizen weggekropen achter dichte deuren tegen de wind van de Nieuwe Tijd’.

 

 

Uit: De komst van de rustverstoorder

 

`Maar wat was er van het woord terechtgekomen? Met woorden kwetsen geliefden elkaar, staatslieden gebruiken versluierde woorden vol bedrog, woorden hitsen aan tot oorlog. Hij voelde zich op een zonderlinge nostalgische wijze gelukkig dat hij hier op zijn schiereiland niet zozeer met mensenwoorden leefde, als wel met de taal van zijn beesten, van de vogels, de zee.'

 

 

Uit: Maria Sibylla

 

‚Er hangt een geur van eeuwenlang voortwoekerend en weer wegrottend gewas, een gronderige geur, bitter met iets bedwelmends. Ze loopt voort in die groene warwinkel achter de verleidelijke vlinders aan, die in een straal zonlicht oplichten als juwelen, om het volgende ogenblik uit te doven. De jungle is een meester in het voor de gek houden. Maar tot geen prijs zal zij zich laten ontmoedigen. Zonder acht te slaan op vermoeidheid of hitte wendt zij zich naar alle kanten, zich vooruitwerpend, steevast met het vlindernet in de aanslag. Is die traag wiekende vogelvlinder die tartend voor haar uit over het pad vliegt misschien een Morpho achilles?’

 

 

782463-bf42a6ad24fac0da952d3ad47a5a9f3f.jpg 

Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Härtling is geboren op 13 november 1933 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 13 november 2006 en ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009.

 

Uit: Das ausgestellte Kind   

 

“Wien beginnt mit W. Warten auch. In Wien lernte Wolfgang warten. Er vertrieb sich die Zeit mit Noten schreiben, Klavier üben, Geige spielen, ärgerte das Nannerl und redete gescheit daher. Er erzählte

von dem krummbeinigen Offizier, dem schwalben-schwänzigen Ungarn, den er auf dem Donauschiff

kennengelernt, den der Vater aber nie gesehen hatte, stotterte manchmal sehr kunstvoll, vor allem, wenn es zu einem Di kam, das er in zahlreiche kurze und längere Di-Laute aufteilte: Die-die-didi, oder zum schmetternden Da, Da-da-dada. Sie wohnten zuerst im »Weißen Ochsen«, dort konnte er, wenn es ihm passte, aus dem Zimmer verschwinden und sich auf dem Fleischmarkt umschauen. Als sie jedoch bei Herrn Ditscher ein Zimmer bezogen, in dem sie sich auf die Füße traten, Mutter, der Vater, das Nannerl und er, war es aus mit seiner Bewegungsfreiheit.

Fast jeden Tag bekamen sie Besuch, von Offizieren, Grafen, Gräfinnen, die immer, wie der Vater am

Schluss wütend feststellte, etwas haben und nichts dafür geben wollten. Das Geld ging ihnen aus. Die

Gräfin Sinsendorf, eine stattliche Dame, die ihnen, sobald sie ins Zimmer trat, die Luft raubte, übergab

dem Vater im Auftrag des Hofes immerhin einen Vorschuss, und sie waren, nach einem gelungenen Konzert beim Grafen Harrach, sicher, dass sie von der Kaiserin eingeladen würden, nach Schönbrunn. Während des Konzerts war es Wolfgang gelungen, die Zauberkraft von Quintus zu nützen. Der überraschte ihn, winzig und beweglich, als er die Hände auf die Tasten legte, gespreizt zu einer Quinte.  Oi! staunte Woferl. Worauf der Vater beunruhigt fragte: Passt dir etwa das Instrument nicht?

Und die Gräfin Harrach wollte wissen, ob es ihm nicht gutgehe. Darauf lachte Quintus hundsgemein.

Wolfgang auch. Womit er den Vater bewog, ihn sanft zu tadeln: Aber, aber, Woferl. Was ist mit dir? Fang schon an. Er spielte, so gut er nur konnte, einen türkischen Marsch, und Quintus hüpfte den Quinten voraus und verleitete ihn zu einem kühnen Versuch, allerdings noch nicht bei einer fremden, sondern einer ihm vertrauten Person. Er befahl dem Quintengeist, der Nannerl unters Kleid zu fahren, auf den Rücken, wo sie sich selber nicht kitzeln konnte. Dort sollte er sie jucken auf Teufel komm raus. Quintus verschwand. Wolfgang spielte.”

 

 

 

782463-f55505362f82f9a587e8faf0cca25050.jpg 

Peter Härtling (Chemnitz, 13 november 1933)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009.

 

Uit: Fluch der Angst (Vertaald door Matthias D. Borgmann)

 

“Es war Daniel Kean, der zweite Angestellte des vierten Abteils, der das Blut als Erster bemerkte. Kean war neunundzwanzig Jahre alt, hochgewachsen, schlank, hatte weiche Gesichtszüge,

auffallend blaue Augen und goldblonde Haare, die ihm halb den Rücken hinunterreichten. Das einzig Auffallende an ihm war eine dunkle Strähne am Scheitel. Ansonsten sah er genauso aus wie alle um diese Uhrzeit: als wäre er viel zu früh aufgestanden, nachdem er nachts zu spät ins Bett gefunden hatte. Augenringe prägten sein freundliches Gesicht, und seine Lider hingen schlaftrunken herab. Seit seinem zwanzigsten Lebensjahr hatte er pausenlos Überstunden geschoben, immer für dasselbe

Unternehmen, zuerst in Hamburg, später in Hannover, zuletzt in Dortmund. Die Besitzer des Großen Zuges hatten entschieden, ihn immer wieder an einen anderen Arbeitsplatz zu versetzen, um jemanden zu ersetzen, der genauso häufig wechseln musste. Aber Daniel war es egal, denn eine Stadt war wie die andere, in Deutschland wie im übrigen Norden.

An diesem Morgen war Daniel zwei Stunden vor seinem Dienstbeginn im Großen Zug aufgewacht und hatte sogleich bemerkt, dass Bijou sich bereits ankleidete. Sie küssten sich, und er erzählte ihr von dem Traum, aus dem er soeben erwacht war: Im Traum hatten sie sich nicht gekannt, und er war ihr ganz überraschend begegnet.

»Und was war so schön an diesem Traum?«, fragte Bijou, während sie ihre langen brünetten Haare vor dem Spiegel zurechtmachte.

»Dass du mich nicht kanntest oder dass wir uns so plötzlich begegnet sind?«

»Die Freude, dich von neuem kennenzulernen«, erwiderte er und fügte noch hinzu: »Hey, da ist mir aber ein wunderbarer Satz gelungen, findest du nicht, Bijou?«

»Ja, Daniel, das dachte ich auch gerade.«

Bijou war nur ein Jahr jünger als er, machte aber einen deutlich jüngeren Eindruck. Jedes Mal wenn er sie ansah, stellte sich Daniel das Mädchen vor, das sie einmal gewesen war, mit den großen braunen Augen, die wie zwei offene Fenster zu ihrer Seele wirkten. Und noch etwas liebte er an ihr: Obwohl sie selten lächelte, hatte sie stets gute Laune. Daniel vermutete, dass nur traurige Menschen es nötig hatten zu lachen.

»Aber unsere kleine Yun hat wunderbare Sätze viel nötiger«,



 

 

 782463-b7ac36e2bb3a20ff7bdbf0a038e8f587.jpg

José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

 

 

 



De Nederlandse schrijfster, columniste en radiopresentatrice
Hadjar Benmiloud werd geboren in Amsterdam op 13 november 1989. Ze heeft een Nederlandse moeder en een Frans-Algerijnse vader.

Hadjar groeide op in Parijs, Amsterdam, Hollywood en Zutphen en volgde middelbaar onderwijs in Warnsveld bij het Isendoorn College. Benmiloud werd op 15-jarige leeftijd als jongste medewerker bij e-zine Spunk binnengehaald en publiceerde haar columns in NRC Handelsblad. Deze columns zijn in 2008 gebundeld in haar debuut Überpuber. Ook schreef ze in samenwerking met regisseur Janwillem Slort het concept en script van de theaterproductie Na Mij De Zondvloed, uitgevoerd door het Poldertheater. Verder presenteerde de Amsterdamse van november 2007 tot augustus 2008 een radioshow voor de zender Lijn5 van de Nederlandse Programma Stichting (NPS). Sinds september 2008 is Hadjar Benmiloud vaste columniste van dagblad Metro.

 

Uit: Überpuber

 

Blaffen en bijten

“Nu ben ik dus geen human-interestkampioen.

Eigenlijk ben ik op sociaal gebied ongeveer even begaafd als een pandabeer met hondsdolheid. Wat wetenschappers beschouwen als ‘de superieure intelligentie van het menselijke ras’, dat noem ik overbodig gebazel. Mijn motto: ‘Niet babbelen, maar bijten.’
Noem het autisme of misantropie, ik hou gewoon niet zo van mensen.
Dat is lullig, maar ik ben gelukkig getrouwd met mezelf. Ik besteed dit korte leven liever aan het perfectioneren en verdedigen van mezelf, dan het tevredenstellen van de rest.

Sommige mensen dienen als sociaal glijmiddel en zijn daar nog trots op ook. Die verachtelijke peoplepleasers, ze dragen hun leven op aan het bijhouden van verjaardagskalenders en het strooien met gedoseerde complimentjes. Waarom zou ik? Ik heb het met mezelf al druk genoeg, moet ik ook nog de verborgen bijbedoelingen en onuitgesproken meningen van andere mensen kunnen doorgronden? Ik vind het dan ook ronduit asociaal van die mensen dat ze verwachten dat er energie in het uitpluizen van hun onbeduidende hersenpannetjes gestoken wordt. Het is toch zeker niet mijn probleem dat ze niet assertief genoeg zijn om te zeggen waar het op staat?
Mensen zijn regelmatig geschokt door mijn directe, niet altijd even subtiele opmerkingen.

Bijna wekelijks zit ik aan het bureau van mijn schoolhoofd te verklaren wat ik nu weer heb geroepen met mijn grote mond. En ik maar schuldbewust naar mijn pumps staren, acteren alsof zijn autoriteit me iets doet. Geef me een paar jaar, denk ik dan ondertussen, en ik streef jou en je zielige kantoortje voorbij. Al die etiquette, al die maniertjes. Bah.”

 

 782463-e9d9faa73ec817fa0bd5085f383306db.jpg

Hadjar Benmiloud (Amsterdam, 13 november 1989)



Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 19:41 Reageer op dit bericht

Nico Scheepmaker, Stanisław Barańczak, Humayun Ahmed, Dacia Maraini

De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook mijn blog van 13 november 2006 en ook mijn blog van 13 november 2007 en ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009.

 

 

Je bent liever dan de nacht

 

Je bent liever dan de nacht,
en ook liever dan het afweergeschut
dat de nacht blij maakt en opgewonden.

Je bent liever dan het vuur van de zon
en de schaduw van 't zonlicht op straat.

Je bent liever dan 't water in de zee
en nog liever dan de opkomst der maan
en haar ondergang, moeilijk als ook
bij een paard, eb en vloed, als dat sterft.

Je bent liever dan bliksem en handkus,
veel liever en wijder verspreid
als een wijdvertakt meisje met liefde
als lichaamsgeur warm in een bloem.

Je bent liever dan menselijk is.

 

 

 

 

Vriendelijke gewoonte

 

De vriendelijke gewoonte van het leven
beveel ik u en ieder hartelijk aan.
Tegen de dood moet worden opgestaan,
want in de dood is alles om het even.

De vriendelijke gewoonte van het werken
is ook niet iets om uit de weg te gaan.
Het mooiste is het werken zonder baan,
om vrij te zijn binnen je eigen perken.

De vriendelijke gewoonte van de liefde
moet net zo alledaags zijn als het licht
dat nu al tien jaar lang als spoedbericht
het lieve leven aan ons overbriefde.

 

 

 

 782460-fd686aff2ab48b8d5bdfef99d7338d33.jpg

Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

 

 

 

 

De Poolse dichter, vertaler en literatuurwetenschapper Stanisław Barańczak werd geboren op 13 november 1946 in Poznań. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009.

 

 

She cried that night, but not for him to hear

            To Ania, the only one

 

She cried that night, but not for him to hear.
In fact her crying wasn't why he woke.
It was some other sound; that much was clear.

 

And this half-waking shame. No trace of tears
all day, and still at night she works to choke
the sobs; she cries, but not for him to hear.

 

And all those other nights: she lay so near
but he had only caught the breeze's joke,
the branch that tapped the roof. That much was clear.

 

The outside dark revolved in its own sphere:
no wind, no window pane, no creaking oak
had said: "She's crying, not for you to hear."

 

Untouchable are those tangibly dear,
so close, they're closed, too far to reach and stroke
a quaking shoulder-blade. This much is clear.

 

And he did not reach out--for shame, for fear
of spoiling the tears' tenderness that spoke:
"Go back to sleep. What woke you isn't here.
It was the wind outside, indifferent, clear."

 

 

 

Vertaald door Stanislaw Baranczak and Clare Cavanagh

 

 

 

 782460-2a1909bcfa1b6c9f2f7e709b7d3e6932.jpg

Stanisław Barańczak (Poznań, 13 november 1946)

 

 

 

 

 

De Bengaalse schrijver Humayun Ahmed werd geboren op 13 november 1948 in Kutubpur in het toenmalige Oost-Pakistan, nu Bangladesh. Zie ook mijn blog van 13 november 2008.

 

Uit: Nandita Narake (In Blissful Hell, vertaald door Mohammad Nurul Huda)

 

„Rabeya was uttering those very words over and over again. Runu’s head bent downward and her chin nearly touched her breast. I saw her fair ears growing red. She started scripbbling in her geometry notebook. Then, all of a sudden, she stood up and said to me, “Let me have some water”. Saying so she walked out hurriedly. Runu is over twelve entering the thirteenth year. She understood Rabeya’s vulgar words quite well and blushed for shame. Perhaps she would have burst into tears, for she is inclined to weep easily.

I said to Rabeya.

“These are all dirty words, all rubbish. You’re now much grown up, you shold not say these at all.”

Rabeya is elder to me by a year. I address her ‘thou’ as a mark of frankness. Though brothers and sisters belonging to same age-group call each other with such frankness, Rabeya addresses me with a difference behaving like a true elder sister. She lent her ears to me with rapt attention. For quite some time, she had been wrapping a bed-sheet around a pillow in an attempt to make a doll. My words brought no change in her train of thought. However, she stopped making the doll and stretched herself out on the bed. With her legs swinging to and fro, she again uttered those dirty words in a raised voice. I said nothing. If opposed she would get furious, her voice would bcome louder and louder. A few inquisitive eyes, peeping through neighbouring windows, would try to discover what was going on.

Rabeya said,

”I’ll say it again.”

“Okay.Do it.”

“What if I do it?”

“That’s very shameful, Rabeya, very shameful.” I tried to convince her in a persuading voice.

“but that he said it to me.”

“who?” I do understand, Rabeya heard these words somewhere outside. But I cannot think that somebody could say such vulgar words to Rabeya, who became just twenty-two last August.

 

 

 782460-5fbcb7de9818c512302db96521f1e1e5.jpg

Humayun Ahmed (Kutubpur, 13 november 1948)

Hier 2e van rechts



 

 

De Italiaanse schrijfster Dacia Maraini werd geboren op 13 november 1936 in Fiesole. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009.

 

Uit: The Silent Duchess (Vertaald door Dick en Kitto Elspeth Spottiswood)

 

„Here they are, a father and a daughter. The father fair, handsome, smiling; the daughter awkward, freckled, fearful. He stylish and casual, his stockings ruffled, his wig askew; she imprisoned inside a crimson bodice that highlights the wax-like pallor of her complexion.

    The little girl watches her father in the mirror as he bends down to adjust his white stockings over his calves. His mouth moves but the sound of his words is lost as it reaches her ears, as if the visible distance between them were only a stumbling block: they seem to be close but they are a thousand miles apart.

    The child watches her father's lips as they move more and more rapidly. Although she cannot hear him, she knows what he is saying: that she must hasten to bid goodbye to her lady mother, that she must come down into the courtyard with him, that he is in a hurry to get into his carriage because as usual they are late.

    Meanwhile Raffaele Cuffa, who when he is in the hunting lodge walks with silent watchful footsteps like a fox, approaches Duke Signoretto and hands him a large wicker basket on which a white cross stands out prominently. The Duke opens the lid with a flick of his wrist, which his daughter recognises as one of his most habitual gestures, a peevish movement with which he casts to one side anything that bores him. His indolent, sensual hand plunges into the well-ironed cloth inside the basket, shivers at the icy touch of a silver crucifix, squeezes the small bag full of coins, and then slips quickly away. At a sign from him, Raffaele Cuffa hastens forward to close the basket. Now it is only a question of getting the horses to gallop full speed to Palermo.

    Meanwhile Marianna has rushed to her parents' bedroom, where she finds her mother the Duchess lying supine between the sheets, her dress fluffed up with lace slipping off her shoulder, the fingers of her hand closed round the enamel snuff-box. The child stops for a moment, overcome by the honey-sweet scent of the snuff mingled with all the other odours that accompany her mother's awakening: attar of roses, coagulated sweat, stale urine and lozenges flavoured with orris root.“

 

 

 782460-eaf990ad5a0b2f0c3458e38d98e5d29d.jpg

Dacia Maraini (Fiesole, 13 november 1936)

Geschreven door Romenu om 19:31 Reageer op dit bericht

William Gibson, Gérald Godin, Karl Jakob Hirsch, Robert Louis Stevenson, Esaias Tegnér

De Amerikaanse schrijver William Gibson werd geboren op 13 november 1914 in New York.

Gibson bezocht het City College of New York. In 1948 schreef hij zijn eerste boek, Dinny and the Witches, maar pas met de in 1954 met de roman The Cobweb boekte hij succes. In 1958 werd zijn eerste toneelstuk Two for the Seesaw uitgevoerd op Broadway. Er werden 750 voorstellingen van gegeven en het werd genomineerd voor een Tony Award. Robert Wise verfilmde het in 1962 met Robert Mitchum en Shirley MacLaine. 1959 volgde The Miracle Worker, zijn meest succesvolle werk. Het stuk, gebaseerd op het verhaal van Helen Keller, won in 1960 de Tony Award en werd 1959-1961 719 opgevoerd. Arthur Penn's filmversie ervan met Anne Bancroft in de hoofdrol werd in 1962 bekroond met twee Oscars, Gibson was ook genomineerd voor zijn scenario. In 1964 werd hij nogmaals genomineerd voor een Tony voor de musical Golden Boy die hij in samenwerking met Clifford Odets had geschreven. Tot 2005 werden zes verdere stukken van Gibson uitgevoerd op Broadway, waaronder Cry of Players over het leven van de jonge William Shakespeare en Golda's Balcony over Golda Meir.

 

Uit: The Miracle Worker

 

„ACT ONE

[It is night, and we are in a child's crib, looking up: what we see are the crib railings and three faces in

lamplight, looking down. They have been through a long vigil, it shows in their tired eyes and disarranged

clothing. One is a gentlewoman in her twenties with a kindly and forbearing face, KATE KELLER; the

second is a dry elderly DOCTOR, stethoscope at neck, thermometer in fingers; the third is a dignified

gentleman in his forties with chin whiskers, CAPTAIN ARTHUR KELLER. Their dress is that of 1880, and

their voices are southern. The KELLERS' faces are drawn and worried, until the DOCTOR speaks.]

DOCTOR

She'll live.

[KATE closes her eyes.]

You're lucky,Captain Keller. Tell you now, I thought she wouldn't.

KELLER [heavily]

Doctor.Don't spare us.Will she be all right?

DOCTOR

Has the constitution of a goat.Outlive us all. Especially if I don't get some sleep.

[He removes his stethoscope, his face leaves the railing; we continue to hear him, but see

KELLER'S hand across the crib take and squeeze KATE'S.]

You run an editorial in that paper of yours,Captain Keller, wonders ofmodernmedicine,wemay not know what

we're curing but we cure it.Well, call it acute congestion of the stomach and brain.

[KELLER moves after the DOCTOR, we hear them off-camera; we see only KATE'S tearfully happy

face hovering over us, her hand adjusting the blanket]

KELLER

I'll see you to your buggy. I won't undertake to thank you,Doctor-

DOCTOR [simultaneously]

Main thing is the fever's gone. I've never seen a baby,more vitality, that's the truth. Bymorning

she'll be knocking down your fences again.

KELLER

Anything that you recommend us to do,we'll do

DOCTOR

Might put up stronger fencing. Just let her getwell, she knows howto do it better than we do. Don't poke at Providence, rule I've alwaysmade it a practice to-

[But throughout, their voices have been dying out of focus, and the image of KATE's face has begun

to swim. Music steals in; we hear the music without distortion, but light and sound otherwise are

failing. KATE's serene face smiles down with love, blurring in a halo of light, then is a spot, then is

gone. Darkness.]“

 

 

 

782457-f1c2d75c1f55475d827775fe5192001c.jpg
William Gibson (13 november 1914 - 25 november 2008)

 

 

 

 

De Frans-Canadese dichter en politicus Gérald Godin werd geboren op 13 november 1938 in Trois-Rivières, Quebec. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009.

 

 

T'en souviens-tu, Godin?

 

T'en souviens-tu, Godin

astheure que t'es député

t'en souviens-tu

de l'homme qui frissonne

qui attend l'autobus du petit matin

après son chiffre de nuit

t'en souviens-tu des mal pris

qui sont sul'bien-être

de celui qui couche dans la neige

des trop vieux pour travailler

qui sont trop jeunes pour la pension

des mille métiers mille misères

l'amiantosé le cotonisé

le byssinosé le silicosé

celui qui tousse sa journée

celui qui crache sa vie

celui qui s'arrache les poumonsv celui qui râle dans sa cuisine

celui qui se plogue sur sa bonbonne d'oxygène

il n'attend rien d'autre

que l'bon dieu vienne le chercher

t'en souviens-tu

des pousseurs de moppes

des ramasseurs d'urine

dans les hôpitaux

ceux qui ont deux jobbes

une pour la nuitte

une pour le jour

pour arriver à se bûcher

une paie comme du monde

t'en souviens-tu, Godin

qu'il faut rêver aujourd'hui

pour savoir ce qu'on fera demain?

 

 

 

782457-9dbc4f57a889f082f4ed5ee0d81e3cfa.jpg 

Gérald Godin (13 november 1938 – 12 okrober 1994)

 

 

 

 


De Duitse schrijver en kunstenaar
Karl Jakob Hirsch werd op 13. November 1892 in Hannover geboren als zoon van een Joodse arts. Hij bezocht daar ook de middelbare school. Van 1909 tot 1912 studeerde hij aan de kunstacademie in München schilderkunst. Hij woonde in de kunstenaarskolonie Worpswede en in Parijs, daarna in Berlijn. Van 1916 tot 1918 nam hij deel aan de Eerste Wereldoorlog, na de Novemberrevolutie van 1918 was hij lid van de Raad van intellectuele werknemers" en daarna volgde de artistieke gemeenschap Novembergruppe, die revolutionaire en socialistische doelen nastreefde. Tot halverwege de jaren twintig maakte Hirsch naast een groot aantal grafische werken inmiddels verdwenen schilderijen die hem toonden als vertegenwoordiger van de expressionistische beweging.  In de tweede helft van de jaren twintig verwisselde Hirsch  de beeldende kunst voor de literatuur. Met zijn eerste roman, "Kaiserwetter", die briljant de sfeer van het late keizerrijk in een provinciestad portretteert, behaalde hij een groot succes, maar het reeds geschreven vervolg kon na de machtsovername van de nationaal-socialisten niet meer verschijnen. Hirsch emigreerde in december 1934. Hij ging eerst naar Denemarken en vervolgens naar Zwitserland en 1936 in de Verenigde Staten. Nadat hij een tijd voor de Amerikaanse militaire regering in München actief was geweest ging Hirsch in 1948 definitief terug naar Duitsland.

 


782457-3e1d16418d2ba097e5213519217fb63c.jpg

Karl Jacob Hirsch, der trauernde Martin Buber in einem jüdischen Friedhof, Waterverf, 1920



Uit: Kaiserwetter

 

„Joe und Bernhard hätten sich wohl niemals kennengelernt, wenn nicht eines Tages zwischen

den Schülern der Oberrealschule und den Gymnasiasten eine Balgerei entstanden wäre,

eine von den schon traditionell gewordenen Auseinandersetzungen in der Goethestraße

zwischen den Schülern jener beiden Lehranstalten, die nahe beieinander und doch durch eine abgrundtiefe Bildungskluft getrennt lagen."

(...)

 

„Es war ein heiterer Morgen, der aber traurig enden sollte. Als Fritz Jünger in die Georgstraße einbog, um wiegend und bedächtig in die Schule zu wandern, da fuhr aus einer kleinen Seitenstraße ein Radfahrer mit einer solchen Geschwindigkeit in die Georgstraße, dass der ahnungslose Knabenlehrer zu Boden geworfen wurde.“

 

 

 

 782457-0d1d41da02f7ee2ac861c3381718314f.jpg

Karl Jakob Hirsch (13. November 1892 - 8. Juli 1952)

 

 

 

 

De Schotse schrijver Robert Louis Stevenson werd geboren in het Schotse Edinburgh op 13 november 1850. Zie ook mijn blog van 13 november 2006 en ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009.

 

Uit: Treasure Island

 

„He was a very silent man by custom. All day he hung round the cove, or upon the cliffs, with a brass telescope; all evening he sat in a corner of the parlour next the fire, and drank rum and water very strong. Mostly he would not speak when spoken to; only look up sudden and fierce, and blow through his nose like a fog-horn; and we and the people who came about our house soon learned to let him be. Every day, when he came back from his stroll, he would ask if any seafaring men had gone by along the road? At first we thought it was the want of company of his own kind that made him ask this question; but at last we began to see he was desirous to avoid them. When a seaman put up at the "Admiral Benbow" (as now and then some did, making by the coast road for Bristol), he would look in at him through the curtained door before he entered the parlour; and he was always sure to be as silent as a mouse when any such was present. For me, at least, there was no secret about the matter; for I was, in a way, a sharer in his alarms. He had taken me aside one day, and promised me a silver fourpenny on the first of every month if I would only keep my "weather-eye open for a seafaring man with one leg," and let him know the moment he appeared. Often enough, when the first of the month came round, and I applied to him for my wage, he would only blow through his nose at me, and stare me down; but before the week was out he was sure to think better of it, bring me my fourpenny piece, and repeat his orders to look out for "the seafaring man with one leg."
How that personage haunted my dreams, I need scarcely tell you. On stormy nights, when the wind shook the four corners of the house, and the surf roared along the cove and up the cliffs, I would see him in a thousand forms, and with a thousand diabolical expressions. Now the leg would be cut off at the knee, now at the hip; now he was a monstrous kind of a creature who had never had but the one leg, and that in the middle of his body. To see him leap and run and pursue me over hedge and ditch was the worst of nightmares. And altogether I paid pretty dear for my monthly fourpenny piece, in the shape of these abominable fancies.“

 

 

 782457-0980bf80e409bf0f30be3937894c9f14.jpg

Robert Louis Stevenson (13 november 1850 – 3 december 1894)

“Robert Louis Stevenson and His Wife” (1885) door John Singer Sargent

 

 

 

 
De Zweedse dichter Esaias Tegnér werd geboren op 13 november 1782 in Kyrkerud. Zie ook mijn blog van 13 november 2008.

 

Uit: Fridthjof’s Saga

 

Fridthjof and Ingeborg. (Fragment)

 

In Hilding's garden, green and fair,

Protected by his fostering care,

Two rare and stately plants were growing,

Unequaled grace and beauty showing.

 

The one a sturdy oak tree grew,

With lance-like stem so straight and true,

Its crown in northern tempests shaking

Like helmet plume in battle quaking.

 

The other like a rose sprang forth

When tardy winter leaves the north,

And spring, which in the buds lies dreaming,

Still waits with gems to set them gleaming.

 

Around the earth the storm-king raves,

The wrestling oak its anger braves;

The sun dissolves frost's mantle hoary,

The buds reveal their hidden glory.

 

So they grew up in joy and glee,

And Fridthjof was the young oak tree;

Unfolding in the vale serenely,

The rose was Ingeborg the queenly.

 

Saw you those two by light of day

You seem in Freyja's house to stay,

Where bride-pairs, golden-haired, were swinging,

Their way on rosy pinions winging.

 

But seeing them by moonlight pale

Round dancing in the leafy vale,

You'd think: The elf-king now advances,

And leads his queen in fairy dances.

 

 

 

Vertaald door Thomas en Martha Holcomb

 

 

 

782457-1897c1cfa9ef183e36bbed882f4f8343.jpg 

Esaias Tegnér (13 november 1782 – 2 november 1846)

Portret door Johan Gustaf Sandberg, rond 1826.

Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

Timo Berger

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Timo Berger studeerde in Tübingen, Berlijn en Buenos Aires Algemene en Vergelijkende literatuurwetenschap, Duitse literatuur en Latijns-Amerikaanse Studies. Sinds 1999 woont hij in Berlijn. Hij publiceerde korte verhalen, gedichten en essays in het Duits en Spaans en werkt als journalist en vertaler uit het Spaans en Portugees. Zijn artikelen zijn verschenen in diverse tijdschriften en bloemlezingen. In 2001 richtte hij samen met Tilman Rammstedt en Nikola Richter de Lesebühne visch & ferse op. In 2008 verscheen in de Lyrikedition 2000 de bundel Ferne Quartiere.

 

 

Café Livros

Oben ist die Favela noch eine Stadt
Gottes – ich bewege mich
auf Meereshöhe, von Giselles Mutter
zu Marisí, wo der Cine Club Leblon
jeden ersten Dienstag im Monat
in den ruralen Farben eines

Bulgarischen Cineasten schwelgt
sonst nur Bistros, teure Cafés
ein dunkler, im Eichenfass gereifter
Zuckerrohrschnaps bei Livros
Ipanema. Keine Buchhandlung
ohne Ausschank,
nimmermehr

 

 

 


924273-cefcb848b36aa58126f09e26d06f6c66.jpg
Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Michael Ende

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009.

 

 

De namen van de grote drinkers ben ik vergeten

 

De namen van de grote drinkers ben ik vergeten

Duiven pikken de hersenen uit mijn hoofd, slierten kronkelende roze wormen.

Aas dat bungelt voor de neus als het geluk, ongrijpbaar.

Duiven pikken de hersenen uit mijn hoofd.

Door mijn schedeldak, dwars door die massieve beenderenrots, hun snavels onvermoeibare

pikhouwelen.

Deze woorden zijn mijn lichaam, een uitgemergeld veeg lijf dat wankelt, ternauwernood.

Duiven pikken de hersenen uit mijn hoofd, smaakvol als een olijftakje.

Ze brengen vrede in mijn brein.

En nu ga ik iets geniaals schrijven.

 

 

 

Toe vertel een verhaal:

 

zal ik jullie vertellen
over mijn angsten en mijn eenzaamheid
gepaard gaande met mijn drankmisbruik

zal ik jullie vertellen
hoe verveling, zinloosheid en vergankelijkheid
mijn toekomst telkens weer in kaart brengen

zal ik jullie vertellen
over mijn clichés, waanzin en problemen
tot jullie oud en lelijk van het huilen zijn

zal ik dat vertellen
of zal ik maar weer gewoon
mijn pik laten zien?

 

 

 

 781750-e7fd90aaaadb8532813a017fe41c18c3.jpg

Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009.

 

 

Komtocheensklaarklootzak

 

Mijn kamer verhuurd

Voor een uur of 2

Aan enkele verstok-

Te voyeurs:

Een gat in de

Vloer geeft een

Luxueus uitzicht

Op het onderliggend

Temeiersbed &

Bij iedere seance

Kreunt mijn

Krolse kat

Luidruchtig mee &

Via een snelle

Knopindruk golft

De (van een bedrijfs-

Tape afkomstige)

Mededeling - Kom

Toch Eens

Klaar Klootzak -

Door het met

Rococomeubelen

Ingerichte

Naaivertrek &

Tot zielenheil

Van mijn somber

Herfstig wezen

Herstel ik het

Schiet-en avondgebed

In ere &

Iedere nacht

(Tussen haar billen

Ingevouwen)

Spreek ik tot de Goede God

 

 

 

781750-2b3d41afb4ad0103b2a653aca2368b67.jpg
Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)

 

 

 

 

 

De Uruguayaanse schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 12 november 2008  en ook mijn blog van 12 november 2009.

 

Uit: Die Zigarette (Vertaald door Sabine Giersberg)

 

„Es war 1951, als ich zum ersten Mal eine Frau rauchen sah. Ich weiß nicht, was für entscheidende Dinge sich in diesem Jahr in der Welt sonst noch zutrugen, aber für dieses zehnjährige Mädchen,

das in Montevideo geboren wurde, einer europäischen Stadt, die durch eine unerklärliche geographische Verschiebung in Südamerika lag, war das eine unvergeßliche Erfahrung, etwas,

an das man sein Leben lang zurückdenkt.

Es war ein strahlender früher Herbstabend, und ich wartete mit meiner Mutter an einer Straßenecke im Zentrum, 18 de Julio und Ejido, auf den Bus. Schräg gegenüber erhob sich, wie in den faszinierenden Bildern von Richard Estes, dem amerikanischen Hyperrealisten, der obsessiv die 42. Straße von New York malt, eine riesige Café-Bar mit Glaswänden : das »Grand Palace«. Als ich zwanzig Jahre später in die Stadt der Wolkenkratzer reiste, begriff ich, wie sehr das »Grand Palace« einigen Bars und Cafés von Manhattan nachempfunden war ; genau wie Montevideo ist auch New York eine zutiefst europäische Stadt. Und dort hinter den Glaswänden saß an einem Marmortisch

eine mit einer Hose bekleidete Frau von etwa dreißig Jahren, die Kaffee trank und rauchte. Die übrigen Gäste des »Grand Palace« waren Männer : Angestellte aus Büros oder Geschäften in blauen oder grauen Anzügen, Rechtsanwälte mit schwarzen Aktentaschen, Gedichte lesende Literaturprofessoren und die einsamen Wölfe der Nacht, die Männer, die bei Sonnenuntergang

Bier oder Whisky trinken und erwartungsvoll auf die Drehtür starren, ob das Glück ihnen vielleicht das erträumte Abenteuer schickt, was natürlich nie passierte, denn 1951 gingen die anständigen Frauen nicht allein in Cafés, sie rauchten nicht, und sie trugen auch keine Hosen, wenn sie einen Anschein

von Ehrbarkeit aufrechterhalten wollten. Die Männer rauchten, bei ihnen war das normal, die Frauen hin gegen rauchten nicht. Die Männer trugen Jackett und Hose, die Frauen einen Rock oder ein Kleid. Die Männer hatten kurze, die Frauen lange Haare.“

 

 

 

781750-77a716beb8c3609fe871cc9760fd4761.jpg
Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

 

 

 

 

De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009.

 

Uit: The Treehouse

 

„Leonard Wolf, my father, is a wild old visionary poet. He believes that the heart's creative wisdom has a more important message than anything else, and that our task in life is to realize that message.

Leonard has spent a lifetime identifying his own heart's desires, and it shows in the things that surround him. He has twenty ancient typewriters. He has a kukri knife, used to behead bullocks in a single stroke. He has an elaborate filigreed toiletry set used to remove the earwax of a Persian caliph. He has driftwood in piles, and heaps of seaworn glass in bushel baskets lying around the house. He has a box of horseshoe nails "because horseshoe nails are intrinsically beautiful." Those are all part of his heart's desires because they are symbols of a life of adventure and discovery.

Among the things he does not have: current maps for a given destination. Like most men, he does not wish to ask directions, so my mom, my brother, and I often find ourselves patiently biting our tongues in the backseat while he navigates by memories of foliage and lyrical years-old impressions of passing landmarks. ("Can the Golden Gate Bridge be on the right? When did that happen?") However, he happily brought home from one trip a collection of silk paratroopers' maps dating from World War II, which show roads and boundaries of countries that no longer exist. He gave them out as useful gifts. The idea is that you keep the silk map handy in your breast pocket as you are parachuting into, say, Prussia, so you can find your way around once you hit the ground.

My father does not have a cell phone or a personal organizer. He is the only person in America who kept the impossible-to-remember generic e-mail address that AOL assigned him. I have been trying to explain to him the principle of compound interest for my entire adult life. He overlooks these details because they have nothing to do with what he thinks really matters.

One of his greatest treasures, one that sat proudly displayed on the bookshelf in San Francisco when we were children, is a set of medieval Arabian astrolabes. They are crusted over with what looks like recent antiquing, and are probably mass-produced. He needs them because Chaucer used an astrolabe. Most of these were bought in North African bazaars for exorbitant prices that my father, who is far from wealthy, was always glad to pay.“

 

 

 781750-974ca652cb35c53ec0f506446668705b.jpg

Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Michael Ende werd geboren in Garmisch-Partenkirchen op 12 november 1929. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009.

 

Uit: Die unendliche Geschichte

 

„Diese Inschrift stand auf der Glastür eines kleinen Ladens, aber so sah sie natürlich nur aus, wenn man vom Inneren des dämmerigen Raumes durch die Scheibe auf die Straße hinausblickte.

Draußen war ein grauer kalter Novembermorgen, und es regnete in Strömen. Die Tropfen liefen am Glas herunter und über die geschnörkelten Buchstaben. Alles, was man durch die Scheibe sehen konnte, war eine regenfleckige Mauer auf der anderen Straßenseite.

Plötzlich wurde die Tür so heftig aufgerissen, daß eine kleine Traube von Messingglöckchen, die über ihr hing, aufgeregt zu bimmeln begann und sich eine ganze Weile nicht wieder beruhigen konnte.

Der Urheber dieses Tumults war ein kleiner, dicker Junge von vielleicht zehn oder elf Jahren. Das dunkelbraune Haar hing ihm naß ins Gesicht, sein Mantel war vom Regen durchweicht und tropfte, an einem Riemen über der Schulter trug er eine Schulmappe. Er war ein wenig blaß und außer Atem, aber ganz im Gegensatz zu der Eile, die er eben noch gehabt hatte, stand er nun wie angewurzelt in der offenen Tür.

Vor ihm lag ein langer, schmalen Raum der sich nach hinten zu im Dämmerlicht verlor. An den Wänden standen Regale die bis unter die Decke reichten und mit Büchern aller Formen und Größen vollgestopft waren. Auf dem Boden türmten sich Stapel großer Folianten, auf einigen Tischen häuften sich Berge kleinerer Bücher, die in Leder gebunden waren und von der Seite golden glänzten. Hinter einer haushohen Mauer aus Büchern, die sich am gegenüberliegenden Ende des Raumes erhob, war der Schein einer Lampe zu sehen. In diesem Lichtschein stieg ab und zu ein Rauchkringel auf, wurde größer und zerging weiter oben.... „

 

 

 

781750-581b9c97ce4a412185291dcd5d09fc12.jpg
Michael Ende (12 november 1929 – 28 augustus 1995)




Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

Hans Werner Richter, Roland Barthes, Juana Inés de la Cruz, Oskar Panizza, Jacobus Bellamy

De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2006 en ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009.

 

Uit: Spuren im Sand

 

„Damals war das Meer, das heißt ein Stück des Meeres, noch für die Badenden abgezäunt und mit Stacheldraht und Plan­ken begrenzt, so daß eigentlich niemand weit hinausschwim­men konnte; aber es war anscheinend eine Zeit der verbo­tenen Wege, und so gelang es immer einigen Verwegenen, das offene Meer zu erreichen. Meinem Vater mißfielen diese Leute außerordentlich, denn er hatte nun einmal bei den Ula­nen in Prenzlau gestanden und das Gehorchen gelernt. Er amtierte in einem Familienbad. Es gab außerdem noch ein Herren- und ein Damenbad, denn damals wurden die Ge­schlechter noch säuberlich voneinander getrennt.
Das war mein Vater. Er hatte, wie die meisten Väter im Ort, acht Kinder, und einige hatten zehn oder zwölf. Es war eine Zeit des Überflusses. Der Kaiser ging mit einem gesunden Geburtenüberschuß voran - und alle, alle folgten ihm. Es herrschte Ruhe und Ordnung, und auch in unserem Ort gab es eine feststehende Hierarchie, die mit dem Gemeindevorste­her und Feuerwehrhauptmann begann und mit dem ärmsten Waldarbeiter endete.

Eines Nachmittags, und dieser Nachmittag gehört zu mei­nen ersten unklaren Erinnerungen, saß ich zu Füßen meiner Mutter, die an einem Plättbrett stand und bügelte, als eine Frau mit einem hochgeschnürten Busen eintrat und mit mei­ner Mutter ein Gespräch begann.

»Anna«, sagte sie, »was ist denn nun mit Richard?« »Was soll schon mit Richard sein?«

»Der Großherzog ist doch dagewesen?«

»Du meinst den Großherzog von Mecklenburg?« »Ja ... und die Tochter...?«

»Die ...«, sagte meine Mutter, »... die hatte zuviel Wasser geschluckt, und Richard hat sie rausgeholt.«

»Na, nun werdet ihr ja reich werden."



781743-6ad471905d2db6e70b20c316b0ee968d.jpg

Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en filosoof  Roland Barthes werd geboren op 12 november 1915 in Cherbourg. Zie ook mijn blog van 12 november 2006. Zie ook mijn blog van 12 november 2008.

  

Uit: Journal de deuil

 

„27 octobre

[...]

Irritation. Non, le deuil (la dépression) est bien autre chose qu’une maladie. De quoi voudrait-on que je guérisse ? Pour trouver quel état, quelle vie ? S’il y a travail, celui qui sera accouché n’est pas un être plat,mais un être moral, un sujet de la valeur – et non de l’intégration.

***

Tout le monde suppute – je le sens – le degré d’intensité d’un deuil. Mais impossible (signes dérisoires, contradictoires) de mesurer combien tel est atteint.

 

29 octobre

En prenant ces notes, je me confie à la banalité qui est en moi.

 

16 novembre

Maintenant, partout, dans la rue, au café, je vois chaque individu sous l’espèce du devant-mourir, inéluctablement, c’est-à-dire très exactement du mortel. – Et avec non moins d’évidence, je les vois comme ne le sachant pas.

 

7 décembre

Les mots (simples) de la Mort :

– «C’est impossible! »

– «Pourquoi, pourquoi ? »

– «À jamais»

etc.

 

24 juin 1978

Au deuil intériorisé, il n’y a guère de signes.

C’est l’accomplissement de l’intériorité absolue. Toutes les sociétés sages, cependant, ont prescrit et codifié l’extériorisation du deuil.

Malaise de la nôtre en ce qu’elle nie le deuil.“

 

 

 

 781743-e5c9f86e12ad55c3a72a461e3b472cb8.jpg

Roland Barthes (12 november 1915 – 25 maart 1980)

 

 

 

 

 

De Mexicaanse dichteres en moniaal Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook mijn blog van 12 november 2006 en ook mijn blog van 12 november 2008.

 

 

Vol Liefde


Sta stil jij, schaduw kil, door mij aanbeden,
bekoorlijk beeld waar ik het meest van hou,
jij schone schijn voor wie ik sterven zou
verzinsel zoet, en leef met moeilijkheden.

Aan de magneet van jouw aantrekkelijkheden
gehoorzaamt heel mijn hart met stalen trouw.
Waarom verleid je vleiend deze vrouw,
daarna door jou bedrogen en gemeden?

Kraai geen victorie van verdorven daden
van overheersing, zelfvoldane kwast:;
al ben je dan ontsnapt aan strakke draden

van “t web waarin jouw wezen werd gepast,
mijn armen en mijn hart kun je verraden
maar mijn verbeelding houdt jou eeuwig vast..

 

 

 

 781743-65c51cdd28f4731fb0d2dd7c29987ff0.jpg

Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)

Standbeeld in Madrid

 

 

 

 


De Duitse schrijver en satiricus
Oskar Panizza werd geboren op 12 november 1853 in Kissingen. Zie ook mijn blog van 12 november 2008.

 

Uit: Der Fall Oskar Panizza in Bekenntnissen, Memoiren, Tagebuchaufzeichnungen

und Briefen

 

„In das Jahr 1868 fiel auch die Konfirmation Oskar‘s. Er wurde in Kornthal zum Eintritt in‘s Gymnasium vorbereitet. Das Studium machte ihm Mühe. Einestheils sind ja nach dem Ausdruck von Fachgelehrten »Bretter zu bohren« und anderntheils war er eben noch ziemlich lange ein träumender Knabe – der Ernst des fleißigen Lernens lag ihm ferne, er dachte an dessen Tragweite nicht.

Oskar sollte noch bis zum Herbst [1868] in Kornthal bleiben und dann nach Schweinfurt auf‘s Gymnasium kommen. Dann suchte ich für Oskar [in Schweinfurt] Logis. Ein Kom[m]issionär nannte mir einige Häuser, aber sie gefi elen mir nicht; da wurde mir auch Buchhändler Giegler genannt. Sie waren gerade auf ihrem Weinberg, aber auf mein Ersuchen wurde Frau Giegler gerufen. […] Ich war ihr durchaus nicht fremd. […] Dabei betrachtete sie das gute, unschuldige Gesicht Oskar‘s und sagte: sie würde ihn nehmen. […] Auch dem Rektor war es recht, daß Oskar zu Giegler‘s kam und [Pfarrer] Kraushold versprach, öfter nach ihm zu sehen. Nach überstandenem Examen kam er in die III. Classe

und rückte im Herbst 1868 zu oberen Lateinklasse auf. Herr Giegler mußte ihn von da an immer antreiben, auch sein Klavierunterricht bedurfte eines besseren Lehrers. Oskar bat mich, er möchte gerne nach München auf‘s Gymnasium, wenn er im Jahr 70 die Lateinklasse hinter sich habe. Ich sprach darüber mit Giegler‘s: Beide meinten: Oskar gehöre unter eine strenge Zucht und wenn er zu

Herrn Pfarrer Feez [einem entfernten Verwandten und Komplicen der Mutter] käme, wäre das sicher das Beste.“

 

 

 781743-5d83de2b238622e77c74bff97687d157.jpg

Oskar Panizza (12 november 1853 – 28 september 1921)

 

 



 

De Nederlandse dichter Jacobus Bellamy werd geboren in Vlissingen op 12 november 1757. Zie ook mijn blog van 12 november 2008.

 

 

Mijn geboortedag

 

Toen ik, op mijn' geboortedag,

Nog naauwlijks in het wiegje lag,

Kwam 't dartel wicht, de looze Min,

Het kraamvertrek al lagchende in.

Het knaapje schaterde overluid:

‘Veel heils met deze jonge spruit!

Hij zal, zoo ik mij niet bedrieg,

Dit zeggend keek hij in de wieg.

Hij zal nog aan mijn moeders kroon

Een paerel zijn van 't eerste schoon.
Me dunkt dat op zijn kleen gelaat

Alreeds een trek der Liefde staat!’

Men zegt, als of ik 't laatste woord

Reeds met bewustheid had gehoord,

Dat ik, met eenen lieven lagch,

Naar 't vrolijk minnegoodje zag.

‘Zie! sprak de dartle Jongen toen,

En gaf mijn kleene wang een zoen.

 

 

 

781743-c501446fd92a76eec069f60051e6dc13.jpg
Jacobus Bellamy (12 november 1757 - 11 maart 1786)

Het standbeeld "Mens en weer" van Herman Bisschop in het Bellamypark in Vlissingen,

in de volksmond Sammy geheten naar het lied van Ramses Shaffy.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten