Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 november 2010 tot 29 november 2010

Mario Petrucci, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Silvio Rodríguez

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Ambient

 

How easy for me, your son,

youthful lungs trawling in one sweep -

 

cigar smoke, omelette, the girl

next door. One day I told you

 

how in physics we'd calculated

each lungful held billions of atoms Galileo'd inhaled.

 

It took a full week

for you retort - as always

 

off the nail. Must be I've used it all then -

from Siberia to Antarctica,

 

slack-pit to spire.

That's why each draw's so bloody hard.

 

Left me speechless.

Till, catching you that night at the foot

 

of your Jacob's Ladder, ascending

to the one bulb of the landing toilet,

 

I told you how I'd checked with sir:

You can't use it all, I piped

 

not in a hundred million years.

You'll get better dad, just wait and see.

 

Your mouth a slur, suspended

over your chest. Fist

 

white on the rail.

Don't hold your breath son, you said.

 

 

 

 

Feeling For Eggs

 

You have given, and given, until giving has grown

into habit - so that you move to the stove

without thought, without word, the moment

the green of my jacket stipples your window:

ladle the soup that is always ready, rearrange

the condiments, or slop eggs for the beaten track

of an omelette. Sometimes, I can almost believe

you pass the day moving from stove to telly and back

again; or taking the one leather bag to the shops

for the loaf, the eggs you stow as though they might

ignite, two words with the butcher: was tender; was tough.

The odd hour spent in the husbandry of bills.

You hoard your knowledge of the man who died, left you

with sons: onion skin copies with their own

lives. You keep that knowledge safe, as though telling

might erase it. The pruning of decades takes your words

beyond the graft of mine. So, you listen, tolerate

the electric hotplate, the central heating;

were happier with the sooted cauldron twenty of you

could have your fill from, the firewood chopped

by your father, brought by donkey. You grew

maize from seed, knew how to feel

for an egg in the chicken. We sit in silence now,

with English tea to sip, some soup, until I have

to go. You follow as far as the empty drive, wave

as you stoop for a windfall branch,

add it to the wood pile you keep in the garage

that year by year inches towards the eaves.

 

 

 

 794817-e2655a975324a3810e6c2d8c60e836d8.jpg

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver, schilder, arts en politicus Carlo Levi werd geboren op 29 november 1902 in Turijn. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: Christus kwam niet verder dan Eboli (Vertaald door Margriet Agricola)

 

„In deze sacrale sfeer bracht ik mijn dagen door, ‘s nachts beschermd door de engelen en overdag door de heksenwijsheden van Giulia. Ik behandelde de zieken, ik schilderde, ik schreef wat en ik las veel, temidden van een door geesten en dieren bewoonde eenzaamheid. Ik deed mijn best zoveel mogelijk uit de buurt te blijven van de vetes en de dorpsintriges, en door zoveel mogelijk thuis te blijven lukte mij dat redelijk. ‘s Ochtends kwam ik ze echter altijd tegen, de heren, als ik naar het gemeentehuis moest om mijn handtekening te zetten. Dan kwam ik langs het balkon van de school waar don Luigino in hemdsmouwen en met de aanwijsstok in zijn hand zat te roken. Ook na de lunch, als ik koffie ging drinken bij dokter Milillo, kon ik ze niet ontwijken. Maar vooral kwam ik ze tegen als ´s avonds de hele dorpsbevolking zich verzamelde in afwachting van het uitdelen van de post en de kranten.

Ook de maand oktober met al zijn eendere dagen was voorbij en de eerste koude dagen hadden we al gehad. De eerste regens trouwens ook, maar zonder dat het landschap opeens groen was geworden – het zag er nog precies eender uit met zijn geelwitte bleekheid. Op mooie dagen trok ik er vaak op uit om te schilderen, maar ik werkte vooral thuis, in het atelier of op het terras. Ik schilderde veel stillevens en soms liet ik ook de kinderen poseren die inmiddels regelmatig bij mij over de vloer kwamen en dan de hele dag om mij heen hingen. Graag had ik ook portretten van de boeren gemaakt, maar de mannen hadden altijd wat te doen op hun land, en de vrouwen reageerden afwerend, hoezeer zij zich ook gevleid voelden door mijn verzoeken. Ook Giulia had nooit tijd als ik haar vroeg om te poseren, en ik begreep dat er een of andere duistere reden moest zijn die het haar belette. Giulia beschouwde mij als haar baas en ze zou geen enkel verzoek van mij weigeren; het was zelfs zo dat zij op heel vanzelfsprekende wijze karweitjes deed die ik nooit zelf van haar gevraagd zou hebben. Zo had ik uit Bari een geëmailleerde gietijzeren badkuip laten komen om ‘s ochtends een bad te kunnen nemen. Ik had hem in mijn slaapkamer gezet en als ik een bad nam, sloot ik de deur naar de keuken waar zij met haar zoontje bezig was. Giulia vond het maar vreemd. Op een dag kwam ze de slaapkamer binnenstormen, en zonder zich iets aan te trekken van mijn naaktheid, vroeg ze mij hoe het mogelijk was een bad te nemen zonder dat iemand mijn rug inzeepte en mij hielp met afdrogen.“

 

 

 

794817-00149b54493a59f9f2a6cb3e98311aae.jpg
Carlo Levi
(29 november 1902 – 4 januari 1975)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver Jean-Philippe Toussaint werd op 29 november 1957 geboren in Brussel. Zie ook mijn blog van 29 november 2006 en ook mijn blog van 29 november 2007 en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: La salle de bain

 

„Nous avons fait le tour de l’appartement vide. Nous bu du bordeaux assis sur le parquet. Nous avons vidé les caisses, déficelé les cartons, défait les valises. Nous avons ouvert les fenêtres pour faire disparaître l’odeur des anciens locataires. Nous étions chez nous ; il faisait froid, nous nous querellions au sujet d’un chandail que nous voulions tous les deux de revêtir.
38) La crémaillère fut pendue. Le couple que nous avions invité arriva très en avance. C’était des amis d’enfance d’Edmondsson. Ils s’installèrent dans le canapé, nettoyèrent leurs lunettes en soufflant sur les verres. Pendant l’apéritif, je me retrouvai seul avec ces jeunes gens, Edmondsson ayant dû s’absenter pour préparer le dîner. Ils gardaient le silence. Ils se croisaient les jambes, regardaient les murs autour d’eux. Après m’avoir adressé quelques sourires polis, ils se désintéressèrent de moi et commencèrent à converser ensemble à voix basse. Sans plus me prêter d’attention, ils évoquaient des soirées récentes, des souvenirs de vacances, leur dernier séjour aux sports d’hiver. Puis, comme Edmondsson ne revenait pas, ils prirent des magazines qui se trouvaient à leur portée. Ils les feuilletaient, se montraient mutuellement les photos. Je me levais, mis un disque et allai me rasseoir."

 

 

 

794817-adf481fc2534ee727cae190f6c4e91ee.jpg
Jean-Philippe Toussaint (Brussel, 29 november 1957)

 

 

 

 

 

De Ierse schrijver C.S. Lewis werd geboren op 29 november 1898 in Belfast. Zie ook mijn blog van 29 november 2006 en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: Till We Have Faces

 

“But, Sister, you will follow me soon. You don’t think any mortal life seems a long thing to me tonight? And how would it be better if I had lived? I suppose I should have been given to some king in the end—perhaps such another as our father. And there you can see again how little difference there is between dying and being married. To leave your home—to lose you, Maia, and the Fox—to lose one’s maidenhead—to bear a child—they are all deaths. Indeed Orual, I am not sure that this which I go to is not the best.” “What had I to look for if I lived? Is the world—this palace, this father—so much to lose? We have already had what would have been the best of our time. I must tell you something, Orual, which I never told to anyone, not even you.”...“What is it?” said I, looking down at her lap where our four hands were joined. “This,” she said, “I have always—at least, ever since I can remember—had a kind of longing for death.” “Ah, Psyche,” I said, “have I made you so little happy as that?” “No, no, no,” she said. “You don’t understand. Not that kind of longing. It was when I was happiest that I longed most. It was on happy days when we were up there on the hills, the three of us, with the wind and the sunshine… where you couldn’t see Glome or the palace. Do you remember? The colour and the smell, and looking across at the grey mountain in the distance? And because it was so beautiful, it set me longing, always longing. Somewhere else there must be more of it. Everything seemed to be saying, Psyche come! But I couldn’t (not yet) come and I didn’t know where I was to come to. It almost hurt me. I felt like a bird in a cage when the other birds of its kind are flying home.”
"Orual," she said, her eyes shining, "I am going, you see, to the mountain. You remember how we used to look and long? And all the stories of my gold and amber house, up there against the sky, where we thought we should never really go? The greatest King of all was going to build it for me. If only you could believe it, Sister! No, listen. Do not let grief shut up your ears and harden your heart –“

 

 

 

794817-5c3fa2a6b5baab2fac7e0ca2b71ed36b.jpg
C.S. Lewis (29 november 1898 – 22 november 1963)

Standbeeld in Belfast

 

 

 

 

De Cubaanse dichter en singer-songwriter Silvio Rodríguez Domínguez werd geboren in San Antonio de Los Baños op 29 november 1946. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Pourvu que (Ojala)

 

Pourvu que les feuilles ne touchent pas ton corps en tombant,

pour que tu ne puisses pas les transformer en cristal.

Pourvu que la pluie cesse d'être un miracle qui

descend sur ton corps.

Pourvu que la lune puisse se lever sans toi.

Pourvu que la terre ne baise pas tes pas.

 

Pourvu que disparaissent ton regard constant,

ta parole précise, ton sourire parfait.

Pourvu qu'il arrive quelque chose qui t'efface soudainement,

une lumière aveuglante, une bourrasque de neige.

 

Pourvu au moins que la mort m'emporte,

pour ne plus te voir autant, pour ne plus te voir tout le temps.

A chaque seconde, à chaque vision.

Pourvu que je ne puisse même plus te toucher en chansons

 

Pourvu que l'aurore ne pousse pas de cris dans mon dos.

Pourvu que cette voix oublie ton nom.

Pourvu que les murs ne retiennent pas le bruit de tes pas

fatigués.

Pourvu que le désir s'en aille avec toi,

vers ton vieux gouvernement de défunts et de fleurs.

 

Pourvu que disparaissent ton regard constant,

ta parole précise, ton sourire parfait.

Pourvu qu'il arrive quelque chose qui t'efface soudainement,

une lumière aveuglante, une bourrasque de neige.

 

Pourvu au moins que la mort m'emporte,

pour ne plus te voir autant, pour ne plus te voir tout le temps.

A chaque seconde, à chaque vision.

Pourvu que je ne puisse même plus te toucher en chansons.

 

 

 

794817-368b07719e7089a4bf89db28d56fa504.jpg
Silvio Rodríguez (San Antonio de Los Baños, 29 november 1946)



Zie voor nog meer schrijvers van de 29e november ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:04 Reageer op dit bericht

Louisa May Alcott, Wilhelm Hauff, Ludwig Anzengruber, Madeleine L'Engle

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott werd geboren op 29 november 1832 in Germantown, Pennylvania. Zie ook mijn blog van 29 november 2006  en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: Little women (Onder moedervleugels, vertaling door Almine, Amsterdam 1876)

 

"Als je "dédain" bedoelt, dan moest je dat zeggen en niet over "étain" praten, alsof Vader een tinnen peperbus was," spotte Jo lachend.

"Ik weet heel goed, wat ik zeggen wil, en je hoeft er niet zoo "satiriek" over te zijn. Het is heel goed om juiste uitdrukkingen te gebruiken en zoo je "vocabulaire" te verrijken," zeide Amy deftig.

"Nu, vlieg elkaar maar niet aan, kinderen! Zou jij niet willen, Jo, dat we al het geld nog hadden, dat Vader verloor, toen we nog klein waren? Hè, wat zouden we gelukkig en goed zijn, als we niets hadden, wat ons hinderde," zei Meta, die zich betere dagen herinnerde.

"En gisteren heb je nog gezegd, dat je ons veel gelukkiger vond dan de kinderen King, omdat die altijd vochten en kibbelden, niettegenstaande ze zooveel geld hebben."

"Dat heb ik ook gezegd, Bets; en ik geloof ook wel, dat het waar is, want al moeten wij ook werken, we hebben toch pret onder elkaar, en zijn een "moppig" troepje, zou Jo zeggen."

"Jo gebruikt ook zulke platte uitdrukkingen," zei Amy en zag afkeurend naar de lange gestalte op het haardkleed. Jo ging dadelijk rechtop zitten, stak de handen in de zakken van haar schort en begon te

fluiten.

"Doe het toch niet, Jo, 't is zoo jongensachtig."

"Daarom doe ik het juist."

"Ik heb het land aan ruwe, onbeschaafde meisjes."

"En ik aan gemaakte, opgeprikte nuffen."

"Ieder vogeltje zingt, zooals het gebekt is," zei Bets, de vredestichtster, met zulk een grappig gezichtje, dat de beide scherpe stemmen zich in lachen oplosten en het "aanvliegen" voor 't oogenblik

gedaan was.

"Kinderen, jullie hebt beiden schuld," zei Meta, en begon als oudste zuster de les te lezen. "Jo, je bent nu oud genoeg om die jongensmanieren af te schaffen en je verstandig te gedragen. Het kwam

er niet zooveel op aan, toen je nog een klein meisje was, maar nu je zoo lang bent geworden en je haar opgestoken draagt, moet je bedenken dat je langzamerhand een dame wordt."

 

 

 

 794805-fd6d049d1581f0bc6b5ad32122ac6df9.jpg

Louisa May Alcott (29 november 1832 – 6 maart 1888)

Boekomslag

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wilhelm Hauff werd geboren in Stuttgart op 29 november 1802. Zie ook mijn blog van 29 november 2006 en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Sehnsucht (Lied aus der Ferne)


Ihr Töne meiner Saiten,
Ihr tönt so sanft, so mild,
Mit Träumen ferner Freuden
Habt ihr mein Herz erfüllt.
Des Liebchens Kuß, des Liebchens Blick,
Führt mir der sanfte Ton zurück,
Der eurem Hauch entquillt!
O lispelt leise, leise!
Dann träum ich schönre Zeiten
Und meiner Liebe Bild.

Wenn auf der Berge Höhen
Der Strahl des Morgens fällt,
Möcht ich mit Windeswehen
Zu meiner Jugendwelt,
Möcht eilen mit des Morgens Strahl
Zum blauen Berg, zum fernen Tal,
Das sie umfangen hält.
Vergebens, ach vergebens!
Mir blüht kein Wiedersehen
In meiner Jugendwelt.

 

 

 

 

Amor der Räuber

Nach dem Italienischen

Die Unschuld saß in grüner Laube,
Sie hielt ein Täubchen in dem Schoß;
Und Amor kam: »Gib mir die Taube;
Ein Weilchen nur gib deine Taube«,
Die Unschuld ließ sie lächelnd los,
Doch hielt sie Täubchen an dem Band,
Das sich um Täubchens Flügel wand.

Doch kaum hat er die weiße Taube;
So schneidet er den Faden ab;
Und höhnisch lachend mit dem Raube
Entflieht der Räuber aus der Laube
Und nimmer kehrt der lose Knab.
Und als ihr Täubchen nimmer kam,
Ward sie dem Räuber ewig gram.

 

 

 

 

 794805-e8967042039c3f6e62232f64e073db5a.jpg

Wilhelm Hauff  (29 november 1802 - 18 november 1827)

Monument in Lichtenstein-Honau

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Ludwig Anzengruber werd geboren op 29 november 1839 in Wenen. Zie ook mijn blog van 29 november 2006 en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Der gute Hirte

 

Als jüngstens beim Spazierengehen

Nach allen Seiten meine Augen irrten,

Da hab' ich einen Schild gesehen

Vor einer Fleischerbank, »zum guten Hirten«.

 

»Der gute Hirte«, die Parabel

Thut mit viel Lehrnis in der Bibel stehen,

Doch leider darf bei keiner Fabel,

Noch irgend sonst, bis auf den Grund man gehen.

 

Den guten Hirten immer denn in Ehren,

Er sucht in Liebe das verirrte Lamm,

Er rastet nicht und bringt's zurück dem Herren.

 

Wozu er aber sich die Mühe nahm?

Je nun, 's ist Hirtenpflicht. Das Lamm indessen

Es wird geschoren und dann aufgefressen.

 

 

 

 

Der Kapitalisten Notschrei

 

Die Zeit ist reich, wie man's so nennt,
Wir armen Kapitalisten,
Wir geben Geld zu ein Prozent,
Um nur das Leben zu fristen.
Der Reiche wird zum armen Mann,
Die Revenue ist zum Darben,
Ein Elend, das sich kleiden kann
Nur noch in glänzende Farben,
So daß der Bettler sie durchguckt,
Wenn auch der Firnis noch blanke;
Und wie das Haupt der Hydra zuckt
Empor der grause Gedanke:
Vor dieses Unheils mächt'gem Prall
Da bricht zusammen zu Staube
Der Menschheit letztes Ideal,
Ans Geld der heilige Glaube!

 

 

 

 794805-3e400a8bfaf1432b1b88cbfa3f2f60fd.jpg

Ludwig Anzengruber (29 november 1839 – 10 december 1889)

Monument in Wenen

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Madeleine L'Engle werd geboren in New York op 29 november 1918. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: The Joys of Love

 

„The Summer Theatre was on a pier that jutted off from the boardwalk over the sand. Sometimes when there was a storm and the tide was unusually high the actors could hear the soft swish of water underneath the stage; and the assistant stage manager, one of whose duties was to sweep the stage, was always in a rage at the sand which blew up between the floorboards and through the canvas floorcloth so that ten minutes after he had swept there would be a soft white dust over everything.

On the warm summer nights after the curtain had come down on the evening’s performance, the actors would hurry out of costume and makeup and stroll down the boardwalk, stopping for ice cream or Cokes, or drifting into town where there were restaurants and nightclubs. The apprentices, who

served as ushers, would walk along in their bright summer evening clothes, and in the ice cream parlors would talk loudly of the evening’s performance and of the problems of acting, so that everybody would know that they belonged to the theatre.

Sometimes, if Elizabeth had received a tip, she would go with the other apprentices; sometimes she would walk into town to a midnight movie with Ben Walton, the assistant stage manager, who was also an apprentice actor; but usually she stayed backstage, doing odd jobs for any of the professional actors who needed anything, waiting for a word or a gesture from Kurt Canitz.

Kurt Canitz was the director at the theatre, but occasionally he would take a role that appealed to him and then he would have Elizabeth cue him.When he grew tired of that, he would say, “I’m sick of working. Come and talk with me, Elizabeth.”

And then he would take her to the restaurant in his hotel, the Ambassador, and talk to her for hours about the theatre, about the productions he had directed on Broadway, about Elizabeth’s own talent as an actress. I have never lived before, Elizabeth thought. Until this summer I did not know what it was to be alive.“

 

 

 

794805-99ce69cfa7b1bed0946fb990fc34b293.jpg
Madeleine L’Engle (29 november 1918 – 6 september 2007)

Geschreven door Romenu om 17:53 Reageer op dit bericht

Franz Stelzhamer, Antanas Škėma, Andrés Bello, Maurice Genevoix

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Stelzhamer werd geboren in Großpiesenham op 29 november 1802. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Winterwanderung

 

Da liegt sie, die große Pastete,

Die weite Landschaft vor mir,

Herr Winter, der wack’re Konditor,

Versah sie mit Schmuck und Zier.

 

Daß er so viel Zucker streute,

Geschah den Kindern zulieb,

Doch was er mit glitzernder Reimschrift

Darauf und darüber schrieb -

 

Das ist für den Wanderer,

Das ist für mich, für mich,

Und ich deut’ und entziff’re

Die Schrift auch Strich für Strich.

 

Das nichtigste Ding erglänzet

Im Strahl des Sonnenlichts,

Was macht nach diesem Exempel

Manch Einer aus seinem Nichts!

 

Drauf krächzt die heisere Dohle,

Ich nick’ und lache dazu,

Im Thale wirds trüb und neblig,

Es ballt sich der Schnee am Schuh -

 

Und gleich kommt ein and’rer Gnome

Mit melancholischem Gesicht,

Behaucht sich mit warmen Athem

Die frierenden Hände und spricht:

 

Du mußt dich begraben lan,

Ein in’s Leichentuch dreh’n,

Auf daß neugeboren dann

Du wieder magst aufersteh’n!

 

Doch kaum ist der Fröstler verschwunden

Im grauen Nebelduft,

Erschüttert Schellengeklingel

Und schallendes Schäckern die Luft.

 

Gottlob, die »Dreikönig« vorüber,

Es winkt schon der Karneval,

Fünf Schlitten mit munterem Völklern

Kutschieren in’s Städtchen zum Ball.

 

Mag sein, auch Hochzeitleute,

Wer weiß das so genau,

Es spielen ja Kinder schon gerne

Das Spiel von »Herr und Frau«.

 

Doch sieh, hintenauf was hockt doch?

Das Mäulchen zum Spotte gespitzt,

Ein kicherndes, zappelndes Gnömchen

Und horch, was singt es itzt?

 

Allimmer und ewig auf Fasching

Fiel Fasten, auf Freude folgt Leid,

Doch glaubt mir, ihr glücklichen Thoren,

Ihr bleibt stets so froh wie ihr seid.

 

D’rauf huscht das Fuhrwerk von dannen,

Geklingel und Knallen verhallt,

Ein leises eisiges Lüftchen

Durchschauert Feld und Wald.

 

Ei Winter, ei Winter, wie lehrreich

Wie lustig und launig du bist,

Wer aus deinen nur scheinbar blanken,

Blühweißn Blättern liest.

 

 

 

 794793-2e4d8515271aa94cfd93038b1e9c1c42.jpg

Franz Stelzhamer (29 november 1802 – 14 juni 1874)

Standbeeld in Ried im Innkreis

 

 

 

 

De Litouwse dichter en schrijver Antanas Škėma werd op 29 november 1910 geboren in Lodz in Polen. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

SECOND REQUEST

 

I grew in the north.

Summers are short there.

I never saw a winter.

As a child, every Sunday,

I assisted in the Mass.

I never heard an organ.

My last love was in my youth.

I never loved a woman.

I never commited suicide.

Once I wanted to jump from the fifth floor.

A pregnant woman walked along the pavement.

How could I frighten her?

Write me letters. Write to me.

How shall we live?

 

 

Vertaald door Aldona en Robert Page

 

 


794793-1b250c9704f518c3387bc180cd7da14a.jpg
Antanas Škėma (29 november 1910 – 11 augustus 1961)

 

 

 

 

 

De Chileens-Venezolaanse dichter, wetgever, filosoof, politicus, diplomaat, wetenschapper, humanist en taalkundige Andrés Bello werd geboren in Caracas, Venezuela,  op 29 november 1781. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Miserere

 

Mercy, mercy, my God!

That your mercy may come to my aid!

According to the fullness

Of your mercies, erase by faults.

 

From my iniquities

Clean me more and more, so that my depraved

Heart may be cleaned

Of the horrifying spot of sin.

 

Because, Lord, I know

All the ugliness of my offense,

Any my own conscience

Accuses me and raises its hue and cry.

 

Against you only have I sinned;

Before you I worked evil; so that

Your justice may shine, and defeated

The one who judges trembles and kneels down.

 

Object of your wrath

I was born, of iniquities stained,

And in the maternal womb

The shadow of sin covered my being.

 

You delight in truth

And to my greater shame and affront,

You showed me treasures

Of hidden celestial wisdom.

 

But with the hyssop

I will be sprinkled, and no slight spot

Will I then have. You will clean me,

And I will be whiter than snow.

 

In my ears will sound the accents

Of your consolation and of peace

And heavenly joy

Will move my bones.

 

Depart, then, Depart

Your face from me, oh God! from my horrible wickedness

Remnant of fault ignited by your wrath.

 

In my entrails it raises

A heart that with ardent desire

Looks for you; a pure soul,

In love with the just and the right.

 

From your sweet presence,

Into which the tearful sinner you receive,

Cast me not out angry

Nor deprive me of your holy inspiration.

 

Restore me in your grace,

Which the health of the soul; life and happiness;

And instill in this weak breast

The breath of a royal and noble soul:

I see to it that the unjust man

By reason shall know he has strayed;

I will show your footpath to him,

And to your Holy Law the impious shall return.

 

But free me of blood,

My God, my Savior! Great fount

Of mercy! And my tongue

Shall praise your justice eternally.

 

You will untie my lips,

If holiness does reach a sinner who cries,

And joyfully my tongue shall declare

Your praises to all peoples.

 

If victims were pleasing

To you, you would immolate them in time;

But it is not sacrifice, which consumes

The fire which brings you delight.

 

A suffering heart,

Is the expiation which pleases your justice

The victim which you accept,

Is a contrite and humbled soul.

 

Return your blessings upon Sion,

Your main face, and your loving mercy

And lift up the humble walls

Of Jerusalem, Lord,

 

And pure offerings,
Shall overwhelm your altars, and

Propitious you will receive that day

The great immaculate sacrifice.

 

 

 

 794793-48ff3dfe692c93ddfc693b1f787645fd.jpg

Andrés Bello (29 november 1781 - 10 oktober 1865)

Portret door Raymond Monvoisin.


Uit: Les Eparges

"Le colonel Boisredon a téléphoné une fois de plus: " Trois cents tués au régiment; un millier de blessés;
plus de vingt officiers hors de combat, dont dix tués; des tranchées vides, ou du moins "tactiquement"
vides; la crête perdue si les Boches contre-attaquent encore... " Le colonel Tillien a répondu: "
Qu'ils tiennent. Qu'ils tiennent quand même, coûte que coûte. "

Comme s'ils savaient, les Boches répondent eux aussi. Et , c'est pire, au long du temps martelé d'obus
énormes, de chutes sombres et multipliées. Le grand caporal a éteint son réchaud: il est parti, les autres
avec lui. On redevient ce qu'on était hier, cette nuit, un peu plus las encore, sans étonnement d'être si las.
Et malgré cette fatigue dont nous avons les reins brûlés, une lucidité vibrante rayonne de nous sur le
monde, touche doucement et nous donne d'un seul coup toutes les choses que nous percevons, nous
les impose entières, si totalement que nous souffrons surtout de cela, de ce pouvoir terrible et nouveau
qui nous oblige à subir ainsi, continuellement et tout entières, la laideur et la méchanceté du monde.
Elles sont infimes, par les gouttes de la bruine, par les écorchures de nos mains gercées, par le
tintement d'une gamelle qu'on heurte, par la respiration imperceptible de Lardin ; mais si grandes, si
monstrueuses qu'elles soient par l'étalement ignoble des cadavres, par le fracas sans fin des plus lourdes
torpilles, elles ne peuvent l'être assez pour dépasser notre force de sentir, pour l' étouffer enfin, aidant
notre immense fatigue. Plus nous sommes fatigués, plus notre être s'ouvre et se creuse, avide malgré
nous, odieusement, de toute laideur et de toute méchanceté. Que tombent encore ces milliers d'obus, et
pour n'importe quelle durée ! Entre les 77, les 150 et les 210, notre ouïe distingue au plus lointain les
éclatements. Qu'ils sifflent plus raide encore! Que tout arrive ! Que tous ceux qui doivent être blessés le
soient dans cet instant, et s'en aillent ! Que tous ceux qui doivent être tués cessent enfin d'être
condamnés !“








 

Geschreven door Romenu om 17:47 Reageer op dit bericht

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2007 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Godenslaap

 

“Natuurlijk was ik jaloers, en ik ben het nog steeds. Jaloers op de schilders, op hun woordenschat van coloriet. Jaloers omdat ik de taal niet kan fijnstampen in een mortier en naar goeddunken vloeiend of pasteus kan maken door er olie doorheen te mengen, noch een nieuwe kleur kan scheppen door wat poeder van het ene woord aan wat poeder van het andere toe te voegen. Jaloers ook, omdat er geen taal bestaat waarmee je eerst een ondergrond kunt aanbrengen, die door het kleurenweefsel dat je erbovenop legt heen blijft schemeren. Jaloers omdat ik een taal zou willen die geen betekenis draagt, maar bovenal intensiteit, een betekenis die aan de betekenis ontstijgt, en die je niet zozeer zou moeten lezen, als wel bezien, met de geletterdheid van het oog, de eruditie van het netvlies.”

(…)

 

“Het was zonder meer een vredig tafereel, en een even vredige, melancholieke septemberochtend, en voor de zoveelste keer verwonderde ik me erover hoe snel we, na slechts enkele uren voordien voor de vleugels van het noodlot te hebben geschuild de alledaagsheid als een taai kleed over de kraters en de doden wierpen- en ik weet nog steeds niet of ik zulks een vorm van genade vond, een teken van onverzettelijkheid, of een soort zelfverdoving, de kalmte van een schaap dat in de nabijheid van een roedel wolven te dichtbij om ze te kunnen ontvluchten, een glorieus fatalisme over zich afroept en zijn fatum kalm in de ogen blikt. “

(...)

 

“We hebben zerken nodig, iets tastbaars dat de dode toedekt, ons de toegang tot de Hades verspert, een offertafel of een wierookschaal waarin we het gevoelen van schuld kunnen verbranden nadat we de doden, die al een keer gestorven zij n, in de spelonken van onze geest nog een tweede keer in de rug hebben geschoten, om ver de kunnen. “(Dit is een metaforische manier van aanduiden hoe we met de doden uit een oorlog moeten omgaan.)

 

 

 794132-0c3331be0a5a14e9dbf2487fecf5187b.jpg

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Im Grenzland

 

„Als der zugereiste Gast von dem Trauerfall hörte, war der Schmuggler schon seit Tagen unterwegs. Ohne vom nunmehr offiziell bestätigten Tod seines Sohnes zu wissen, hatte sich der Mann auf den Weg gemacht. Vorher jedoch verließ er den Rest seiner Familie, seine Frau und die beiden halbwüchsigen Kinder. Als ahnte er etwas vom Bevorstehenden, hatte der Schmuggler begonnen, die Brücken hinter sich abzubrechen.

Die letzten Tage vor seinem Aufbruch übernachtete er im Hause seiner älteren Schwester, einer stillen, kleinen, aber in allem, was sie tat, beharrlichen Frau, die mehrfach versuchte herauszufinden, was mit ihm geschehen war. Aber der Schmuggler schwieg, und wahrscheinlich tröstete sie sich damit, daß es sich nur um eine vorübergehende Krise handele. Mit der Nachricht vom lange zurückliegenden Tod des Jungen hatte sich nun alles in nicht abzuschätzender Weise verschlimmert.

Der Gast sah seine ihm bis dahin nur aus Erzählungen bekannte Tante, bei der er für die kurze Zeit seines Aufenthaltes wohnte, wie einen Geist durch das Haus huschen. Wie sie fragte er sich, was der Schmuggler tun würde, wenn er zurückkäme und das erführe, was er seit Jahren befürchtet hatte.

Er ging zum Haus des Schmugglers, um dessen Frau zu kondolieren. Es war ein offenes Haus, in das er kam; die Tür war angelehnt. Jeder konnte hineingehen, nicht nur um sein Beileid auszusprechen, sondern um eine Zeitlang mitzutrauern. Er schob die Tür auf und bahnte sich einen Weg durch Haufen von Schuhen wie im Vorraum einer Moschee. Um sie leichter wiederzufinden, zog er seine Schuhe erst aus, als er schon zwischen den männlichen Trauergästen stand, denen das Untergeschoß

vorbehalten war. Sie lehnten an den Wänden, hockten am Bo- den, und ihr gedämpftes Sprechen erfüllte die Zimmer. Er arbeitete sich gleich zur Treppe durch, ohne einen Blick in den Hauptraum zu werfen, da er von den Gästen hier ohnehin niemanden kannte.“

 

 

 794132-7597c3ed900a030c8ebb250cc5d53a85.jpg

Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

 

 

 


De Italiaanse schrijver
Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Die Römerin (Vertaald door Michael von Killisch-Horn)

 

„Mit sechzehn war ich eine wirkliche Schönheit. Mein Gesicht war ein vollkommenes Oval, schmal an den Schläfen und unten etwas breiter, mit lang gezogenen, großen, sanften Augen, einer geraden Nase, die eine Linie mit der Stirn bildete, und einem großen Mund mit schönen roten, vollen Lippen,

die, wenn ich lachte, regelmäßige und strahlend weiße Zähne zeigten. Die Mama sagte, ich sähe wie eine Madonna aus. Ich stellte fest, dass ich einer Filmschauspielerin ähnlich sah, die damals sehr beliebt war, und begann mich wie sie zu frisieren.

Die Mama sagte, ich hätte zwar ein schönes Gesicht, mein Körper sei aber noch hundertmal schöner; einen Körper wie meinen, sagte sie, finde man in ganz Rom nicht noch einmal. Ich kümmerte mich damals nicht um meinen Körper, für mich lag die Schönheit allein im Gesicht, aber heute glaube ich,

dass die Mama Recht hatte. Ich hatte gerade, kräftige Beine, runde Hüften, einen langen, in der Taille schmalen Rücken und breite Schultern. Und ich hatte schon immer einen leicht gewölbten Bauch; den Bauchnabel sah man fast nicht, so sehr war er ins Fleisch gebettet, aber die Mama sagte, das mache

mich nur noch schöner, ein Bauch müsse sich vorwölben und dürfe nicht flach sein, wie es heute Mode sei. Auch mein Busen war üppig, aber er war hoch und straff, sodass ich keinen Büstenhalter benötigte; auch von ihm sagte die Mama, wenn ich mich über seine Größe beklagte, dass er wunderschön sei, die Brüste der heutigen Frauen könnten sich damit nicht messen.

Nackt wirkte ich, wie man mir später sagte, groß und füllig wie eine Statue, angezogen jedoch sah ich aus wie ein kleines Mädchen, und niemand ahnte, wie mein Körper wirklich war. Der Maler, dem ich Modell zu stehen begann, erklärte, das läge an den Proportionen meines Körpers.

Die Mama hatte diesen Maler für mich gefunden: Bevor sie geheiratet hatte und Hemdennäherin geworden war, hatte sie als Modell gearbeitet; als ein Maler ihr Hemden in Auftrag gegeben

hatte, hatte sie sich an ihren alten Beruf erinnert und ihm vorgeschlagen, mich als Modell zu beschäftigen. Als ich den Maler zum ersten Mal aufsuchte, wollte die Mama mich unbedingt begleiten, obwohl ich protestierte. Ich schämte mich, nicht so sehr, weil ich mich zum ersten Mal in meinem Leben vor einem Mann ausziehen sollte, sondern vor allem weil ich ahnte, was die Mama sagen würde, um den Maler zu überreden, mich posieren zu lassen.“

 

 

 

794132-aff132ebca8b95a3440869d89a87523f.jpg
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Rita Mae Brown werd geboren in Hanover, Pennsylvania op 28 november 1944. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Hounded to Death

 

„Rose twilight lingered over Shaker Village in central Kentucky, which, this Saturday, May 24, was hosting the Mid-America Hound Show.

Jane Arnold, master of Jefferson Hunt Hounds in Virginia, drove alongside dry-laid stone walls, quietly relishing the village’s three thousand well-tended acres of land. It was as if the spirits of the Shakers hovered everywhere. Sister Jane, as she was known, respected the sect’s unswerving devotion to equality, peace, and love, qualities that suffused those past lives like the rose-lavender tinted twilight suffused the rolling pastures with ethereal beauty.

Pared-down functionalism, the essence of Shaker design, pure as fresh rainwater, prefigured later architectural and furniture development. Sister admired the care and intelligence the Shakers used to build their houses while fortifying their spirits with song and hard work.

Much as she admired their clean straight lines, she herself felt more at home in a mix of eighteenth-century exuberance allied with modern comfort.

She laughed to herself that her nickname, Sister Jane, meant she’d fit right in if only she could slip back in time to work alongside the Shakers. However, she’d soon have run afoul of the sisters and brothers as they did not practice sex, which had eventually resulted in the extinction of the sect. No one had ever accused Sister of being celibate.

Shaker ideas and ideals lived after them. Perhaps most people hope to leave something behind, usually in the form of progeny. But some are able to also impart inventions, artistic achievements, or new ways of seeing the same old problems. What Sister hoped to leave behind was a love of the environment, belief in the protection of American farmland, and respect for all living creatures. Foxhunting was one of the best ways to do that because a person could inhale the best values while having more fun than the legal limit.“

 

 

 

794132-871ce3291b63d226298e55f8e6777367.jpg
Rita Mae Brown (Hanover, 28 november 1944)

 

 

 

 

 

De Australische dichter en schrijver Julian Randolph Stow werd geboren in Geraldton in het westen van Australië op 28 november 1935. Julian Randolph Stow overleed op 29 mei van dit jaar op 74-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 28 november 2008  en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

 

As he lay dying

 

As he lay dying, two fat crows

        Sat perched above in a strangling vine,

             And one crow called to the other:

                     “Brother,

              Harvest his eyes, his tongue is mine.”

 

 As he lay dying, two lithe hawks

            Caressed the wind and spied two crows;

                   And one hawk hissed to the other:

                      “Brother,

                 Mine is the sleekest one of those.”

 

 As he lay dying, two eagles passed

           And saw two hawks that hung in flying,

                And one said soft to the other:

                        “Brother,

               Mark your prey.” As he lay dying.

 

 

 

794132-cde19be0b4ad1913d86672742c843347.jpg
Julian Randolph Stow (28 november 1935 – 29 mei 2010)



Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Philippe Sollers, Hugo Pos, Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Un vrai roman. Mémoires

 

„(François Mauriac)

Il écrit son «Bloc-Notes» assis sur un petit lit, Mauriac, papier sur ses genoux, à l'écoute. Il est incroyablement insulté à longueur de temps, et il y répond par des fulgurations et des sarcasmes (ressemblance avec Voltaire, après tout). Il est très drôle. Méchant? Mais non, exact. Sa voix cassée surgit, très jeune, la flèche part, il se fait rire lui-même, il met sa main gauche devant sa bouche. Homosexuel embusqué ? On l'a dit, en me demandant souvent, une lueur dans l'œil, si à mon égard, etc. Faribole. Mauriac était très intelligent et généreux, voilà tout. Fondamentalement bon. Beaucoup d'oreille (Mozart), une sainte horreur de la violence et de sa justification, quelle qu'elle soit. Les sujets abordés, après les manipulations, les mensonges et les hypocrisies de l'actualité? Proust, encore lui, et puis Pascal, Chateaubriand, Rimbaud. Les écrivains sont étranges: avec Ponge, je suis brusquement contemporain de Démocrite, d'Epicure, de Lautréamont, de Mallarmé. Avec Mauriac, de saint Augustin, des «Pensées», d'«Une saison en enfer».

(...)

 

(Alain Robbe-Grillet)

Dans les péripéties malheureuses et confuses entre cinéma et littérature, l'échec le plus révélateur est quand même celui de Robbe-Grillet. Au début du «nouveau roman», il écrit contre toute image «la Jalousie», ascèse ennuyeuse mais intéressante. Ensuite, il veut filmer ses fantasmes érotiques, et c'est le kitsch. Une telle bouffée de laideur méritait bien une élection à l'Académie française.“

 

 

 

 794131-a65567d99aaa2e24c543e2f46c118c67.jpg

Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

 

 

 


De Surinaamse schrijver, dichter en jurist
Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: In Triplo. Op weg naar Tokio I

 

„Ik bevond mij in Tarakan toen Japan op 15 augustus 1945 capituleerde en kreeg de opdracht om me per vliegtuig naar Brisbane te begeven. Vandaar zou het eerste schip met de omineuze naam de Van Heutz met een paar honderd militairen en burgerpersoneel naar Java vertrekken. Dat vertrek ging met een paar moeilijkheden gepaard, omdat de Australische havenarbeiders na het uitroepen van de Republiek door Soekarno weigerden Nederlandse schepen te laden. Omdat staken in Australië zelfs tijdens de oorlog een veel voorkomend verschijnsel was werd dat nogal gelaten opgevat. Het betekende wel dat het schip door de troepen zelf moest worden geladen. Ondanks deze vertraging begaven we ons welgemoed aan boord. Onder de passagiers bevond zich ook kolonel Spoor, toen nog geen generaal, het hoofd van de nefis, de militaire inlichtingendienst. Die dienst was blijkbaar beter op de hoogte van de situatie in de buitengewesten dan van die op Java, waar ze tijdens de oorlog geen voet aan de grond heeft kunnen krijgen. In ieder geval begon de luchthartige stemming aan boord om te slaan toen de radioberichten vanuit Batavia steeds verontrustender luidden. In plaats van een hartelijk welkom voor de bevrijders van Indië - en dat waren we toch - moesten we op een vijandige ontvangst rekenen.

Dat laatste viel nogal mee. In Tandjong Priok, waar we op 4 oktober aankwamen, wapperden weliswaar overal de roodwitte vlaggen van de Republiek op de daken, maar er werd niet op ons geschoten. De verwarring in Batavia-Djakarta was groot, het rood-wit en het rood-wit-blauw gaven aan welke gebouwen al dan niet door de aanhangers van de Republiek bezet waren.“

 

 

 

794131-511c7e57ab3ebe384d60a71e2d924ccb.jpg 

Hugo Pos (28 november 1913  - 11 november 2000)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Der Partner

 

„Die Lokomotive schrie heiser auf: Der Semmering 1 war erreicht. Eine Minute rasteten die schwarzen Wagen im silbrigen Licht der Höhe, warfen ein paar bunte Menschen aus, schluckten andere ein, Stimmen gingen geärgert hin und her, dann schrie vorne wieder die heisere Maschine und riss die schwarze Kette rasselnd in die Höhle des Tunnels hinab. Rein ausgespannt, mit klaren, vom nassen Wind reingefegten Hintergründen lag wieder die hingebreitete Landschaft.

Einer der Angekommenen, jung, durch gute Kleidung und eine natürliche Elastizität des Schrittes sympathisch auffallend, nahm den andern rasch voraus einen Fiaker zum Hotel. Ohne Hast trappten die Pferde den ansteigenden Weg. Es lag Frühling in der Luft. Jene weißen, unruhigen Wolken flatterten am Himmel, die nur der Mai und der Juni hat, jene weißen, selbst noch jungen und flattrigen Gesellen, die spielend über die blaue Bahn rennen, um sich plötzlich hinter hohen Bergen zu verstecken, die sich umarmen und fliehen, sich bald wie Taschentücher zerknüllen, bald in Streifen zerfasern und schließlich im Schabernack den Bergen weiße Mützen aufsetzen. Unruhe war auch oben im Wind, der die mageren, noch vom Regen feuchten Bäume so unbändig schüttelte, dass sie leise in den Gelenken krachten und tausend Tropfen wie Funken von sich wegsprühten. Manchmal schien auch Duft vom Schnee kühl aus den Bergen herüberzukommen, dann spürte man im Atem etwas, das süß und scharf war zugleich. Alles in Luft und Erde war Bewegung und gärende Ungeduld. Leise schnaubend liefen die Pferde den jetzt niedersteigenden Weg, die Schellen klirrten ihnen weit voraus.“

 

 

 

794131-130438d927722c783a5e255b8b5952dc.jpg
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

Hier staande, met zijn broer Alfred, Wenen, 1900

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Nancy Mitford werd geboren op 28 november 1904 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Love in a Cold Climate

 

„I am obliged to begin this story with a brief account of the Hampton family, because it is necessary to emphasise the fact once and for all that the Hamptons were very grand as well as very rich. A short session with Burke or with Debrett would be quite enough to make this clear, but these large volumes are not always available, while the books on the subject by Lord Montdore’s brother-in-law, Boy Dougdale, are all out of print. His great talent for snobbishness and small talent for literature have produced three detailed studies of his wife’s forebears, but they can only be read now by asking a bookseller to get them at second hand. (The bookseller will put an advertisement in his trade paper, The Clique: “H. Dougdale, any by.” He will be snowed under with copies at about a shilling each and will then proudly inform his customer that he has “managed to find what you want,” implying hours of careful search on barrows, dirt cheap, at 30/- the three.) Georgiana Lady Montdore and Her Circle, The Magnificent Montdores and Old Chronicles of Hampton, I have them beside me as I write, and see that the opening paragraph of the first is:

 “Two ladies, one dark, one fair, both young and lovely, were driving briskly towards the little village of Kensington on a fine May morning. They were Georgiana, Countess of Montdore and her great friend Walburga, Duchess of Paddington, and they made a delightfully animated picture as they discussed the burning question of the hour—should one or should one not subscribe to a parting present for poor dear Princess Lieven?”

 This book is dedicated, by gracious permission, to Her Royal Highness, the Grand Duchess Peter of Russia, and has eight full-page illustrations.

 It must be said that when this trilogy first came out it had quite a vogue with the lending-library public.

 “The family of Hampton is ancient in the West of England, indeed Fuller, in his Worthies mentions it as being of stupendous antiquity.”

 

 

 

794131-8fc22dfcb5159d0c946607303a775db1.jpg
Nancy Mitford (28 november 1904 – 30 juni 1973)

Portret door Mogens Tvede

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dawn Powell werd geboren op 28 november 1896 in Mount Gilead, Ohio. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: The Golden Spur

 

„Only eighteen hours in New York, and he loved everything, every inch of it. Ah, the square! He crossed Waverly and stood at the corner by the playground. He beamed at the ferociously determined child aiming a scooter straight at him, and jumped out of the way of a chain of girl roller-skaters advancing rhythmically toward him. An enormous-busted, green-sweatered girl with a wild bush of hair, black skin-tight pants outlining thick thighs and mighty buttocks, came whooping along, clutching the legs of a screaming bearded young man she bore on her shoulders.

"Let me down, now! Now you let me down!" he yelled, waving his arms. A short muscular girl with ape face and crew-cut, in stained corduroy shorts and red knee socks, ran behind, shouting with laughter.

"Didn't I tell you that Shirley is the strongest dyke in Greenwich Village?"

The big gorilla girl stopped abruptly, letting the young man fall headlong over her shoulders and sprawl crabwise over the green.

"Don't you dare call me a dyke!" she shouted, shaking the smaller girl by the shoulders.

The lad snatched the moment to pick himself up, with a sheepish grin at Jonathan, and tore down the street, combing his long, sleek locks as he ran.

"Go ahead, Shirley, pick up this one, go ahead!" the small girl yelled, pointing at Jonathan while she wriggled neatly out of her attacker's hands. Too startled to move for a few seconds, Jonathan saw the big girl's eye fall on him with a speculative smile. He clutched his briefcase and ran, the girls howling behind him. He made for the fenced-in space where the smallest kiddies, drunk with popsicles, were wobbling on teeter-totters or reeling behind their buggies. He knocked one of these live dolls over and quickly snatched it up in his arms as Big Shirley came toward him.

"Look out, he's going to throw the kid at you, Shirley!" the short girl yelled warning. "Come on, let's go."

They loped away, stopping for the younger ape to leap expertly onto Shirley's back. With a sigh of relief, Jonathan set down the howling child carefully.

"Thank you very much, sir," he said to the child, picking up the raspberry Good Humor his savior had dropped and restoring it to the open red mouth. He remembered that he hadn't had anything to eat since last night's hamburger in the station and he was ravenous. A benign white-haired old gentleman, wide-brimmed black hat on lap, black ribbons fluttering from his spectacles, sat on a bench reading a paperback copy of The Dance of Life. Reassured by the title, Jonathan coughed to get his attention.“

 

794131-2306e8076bf71451e9347a3eacdf4ba7.jpg
Dawn Powell (28 november 1896 – 14 november 1965)

Geschreven door Romenu om 19:15 Reageer op dit bericht

Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

 

Prayer

O let me soar on steadfast wing
that those who know me for a pitiable thing
may see me inerasably clear:

grant that their faith that I might hood
some potent thrust to freedom, humanhood
under drab fluff may still be justified.

Protect me from the slightest deviant swoop
to pretty bush or hedgerow lest I droop
ruffled or trifled, snared or power misspent.

Uphold—frustrate me if need be
so that I mould my energy
for that one swift inenarrable soar

hurling myself swordbeaked to lunge
for lodgement in my life’s sun-targe—
a land and people just and free.

 

 

 

 

Sequence for South Africa

1.

Golden oaks and jacarandas
flowering:
exquisite images
to wrench my heart.

2.

Each day, each hour
is not painful,
exile is not amputation,
there is no bleeding wound
no torn flesh and severed nerves;
the secret is clamping down
holding the lid of awareness tight shut—
sealing in the acrid searing stench
that scalds the eyes,
swallows up the breath
and fixes the brain in a wail—
until some thoughtless questioner
pries the sealed lid loose;

I can exclude awareness of exile
until someone calls me one.


 

 794125-70ac35cd933483289e38e23e6864c244.jpg

Dennis Brutus (28 november 1924 – 26 december 2009)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

 

Der Dichter im Exil, im Zweifel

 

Der Dichter im Exil, im Zweifel
Steht an der Kreuzung zweier Wege.
Die nächtlichen Visionen weichen,
Der bleiche Morgen scheint entlegen.

Kein Hinweis hilft aus dem Vergangnen,
Was will er, wohin soll er gehn?
Und er, im Zweifel, in Verbannung
Bleibt plötzlich auf dem Wege stehn.

Doch scheint im Auge Hoffnung wieder,
Die der Verstand nicht greifen kann,
Der Tag erwacht, hebt seine Lider,
Und in die Weite blickt er dann.

 

 

 

 

Du lebtest mehr, ich sang dafür …

für N. Gun

 

Du lebtest mehr, ich sang dafür …
Das Leid, das Leben dich beschäftigt.
Ein Geist flog unsichtbar zu mir,
Der mir ein Meer von Klang eröffnet …

Schon längst liegt deine Seel vertaut;
Er rührten Wirbel sie und Sturm;
Meine ist frei: so feiner Staub
Fliegt mit dem Wind rauf zum Azur.

Mein Freund, ich spüre es schon längst,
Dass bald auch mich berührt das Leben …
Im Boden wird das Herz versenkt
Und kann sich niemals mehr erheben!

Wenn wir ermüden auf dem Weg
Und uns das Nebeldunkel deckt,
Dann komm, um auszuruhn, zu mir,
Wie ich, ersehnter Freund, zu dir!

 

 

 

Vertaald door Eric Boerner

 

 

 

794125-6fc7950c72dcdb76db6eba5eecbfc713.jpg
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

 

To The Evening Star

 

Thou fair-hair'd angel of the evening,

Now, whilst the sun rests on the mountains, light

Thy bright torch of love; thy radiant crown

Put on, and smile upon our evening bed!

Smile on our loves, and while thou drawest the

Blue curtains of the sky, scatter thy silver dew

On every flower that shuts its sweet eyes

In timely sleep. Let thy west wind sleep on

The lake; speak silence with thy glimmering eyes,

And wash the dusk with silver. Soon, full soon,

Dost thou withdraw; then the wolf rages wide,

And then the lion glares through the dun forest:

The fleeces of our flocks are cover'd with

Thy sacred dew: protect them with thine influence!

 

 

 

 

 794125-3c4bfb93b0c1e86668a60e25db8d564e.jpg

William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

Satan Exulting over Eve, door William Blake

 

 

 

 

 

De Zweedese dichter, schrijver, criticus en reiziger Carl Jonas Love Almqvist werd geboren in Stockholm op 28 november 1793. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

 

God's War

 

His mighty weapon drawing,

God smites the world he loves;

Thus, worthy of him growing,

She his reflection proves.

God's war like lightning striking,

The heart's deep core lays bare,

Which fair grows to his liking

Who is supremely fair.

 

Escapes no weakness shame,

No hid, ignoble feeling;

But when his thunder pealing

Enkindles life's deep flame,

And water clear upwelleth,

Flowing unto its goal,

God's grand cross standing, telleth

His truth unto the soul.

Sing, God's war, earth that shakes!

Sing, sing the peace he makes!

 

 


794125-eba4df9d3a5db38c74d14cc1f8c88c5f.jpg
Carl Jonas Love Almqvist (28 november 1793 - 26 september 1866)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Yves Thériault werd geboren op 28 november 1915 in Quebec. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Agaguk

 

„Or, il n'y avait qu'un seul animal capable de créer ce tableau. Le Grand Loup Blanc? Le seul qui pouvait faire tache pâle sur l'ombre.

Agaguk, rivé au sol, complètement immobile, mais le fusil bien en joue, attendit que l'animal vint encore plus près. Bientôt l'odeur en fut si forte qu'il en ressentit de la nausée. Et ce n'était plus une tache, mais la forme bien identifiée d'un loup rampant sur le ventre. Lui aussi à l'affût de sa proie, cherchant à retrouver la silhouette d'Agaguk maintenant écrasée sur le sol, comme fondue dans la nuit.

L'homme en face de la bête, deux ruses s'affrontant.

Si le loup venait assez proche, Agaguk lâcherait le coup, la balle tuerait l'animal.

Et s'il le manquait?

Une hélée de distance. Puis la distance d'un lancer, et finalement cent pas, cinquante... Le loup était presque à portée de la main. Seulement, il se dirigeait droit sur Agaguk, une cible étroite, difficile à déterminer dans le noir.

Agaguk colla l'œil sur la mire, la bête bien en joue contre le soleil de minuit à l'horizon.

Dix pas. C'était alors le temps ou jamais. Tout dépendait d'un geste, la pression rapide sur la gâchette, le coup, la balle... L'instant d'une seconde, et moins encore. Un destin fixé. La mort du loup? La mort de l'homme?

Agaguk pressa la détente.“

 

 

 

 794125-28aec4eabfff62afae6f5bdfc2c0aae6.jpg

Yves Thériault (28 november 1915 – 20 oktober 1983)

Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten