Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 december 2010 tot 6 december 2010

Peter Handke, Rafał Wojaczek, Dirk Dobbrow, Henk van Woerden

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke werd op 6 december 1942 in Griffen in Karinthië geboren. Zie ook mijn blog van 6 december 2006. en ook mijn blog van 6 december 2007 en ook mijn blog van 6 december 2008 en ook mijn blog van 6 december 2009.

 

Uit: Noch einmal für Thukydides

 

“Am 23. März 1987 war unter dem immergrünen Efeu an einer Hausmauer auf dem Felsenberg ein Blatt, das wie verwelkt wirkte. Als der Schatten eines Menschen darauffiel, hob sich das Blatt in die Lüfte und öffnete Flügel, die an der Innenseite noch um ein vielfaches gelber waren und geradezu einen Schein von sich gaben, die stärkste Farbe seit langer Zeit. Dann flog auch schon ein zweiter Zitronenfalter um die Hausecke daher, zuckender Schatten an der Wand. Die Falter, wenn sie sich niederließen, zeigten ein dunkles Punktpaar auf ihren fruchtgelben geäderten Flügeln, ein Punkt über dem anderen; die Köpfe der Tiere hatten etwas von den einstigen Raupen. Den Winter über waren sie unbemerkt in den Büschen gehangen, zusammengerollt wie Zigaretten. Neben einem Falter saß auf einmal eine erste Biene, und wieder ging im Auffliegen von den Innenflügeln des Schmetterlings der tiefe Schein in die Welt und machte den Nachblick zum Rundblick. Das war nach den 10-Uhr-Nachrichten im Radio. Die Sonne wurde wärmer, und die beiden Falter verschwanden. Dafür begann sich gegen Mittag weithin im Garten vor dem Haus der körnige Firnschnee zu regen. Die Schneekörner kippten wie von sich aus, fielen weg und rollten zur Seite, wurden durchscheinend und durchsichtiger von Blick zu Blick. Über die ganze Schneedecke ging quer durch den Garten ein stetiges, unaufhörliches Rucken, Rollen, Ins-Fließen-Kommen, Rinnen und — wenn man das Ohr näherte — Knistern. Das war das Schmelzen des Schnees. Manche Körner stellten sich dabei unter der warmen Sonne in die Schräge wie winzige Weltall-Teleskope, mit einem Gleißen im Brennpunkt des Spiegels. Zugleich sackte die Schneedecke zusehends zusammen und ließ zuletzt zwischen den durchstechenden paar fri- schen Grashalmen die Rakete einer ersten Krokusblüte aufleuchten, noch halb in ihrer Blatthülle, die Spitze tiefblau auf den ebensolchen Weltraum gerichtet. Durch die Lupe gesehen, war der kristallige Firnschnee voll Ruß. Das waren die Ereignisse des Vormittags am 23. März 1987.”

 

 

 800677-294e200e1e80ed6c088d59fd6c4fe993.jpg

Peter Handke (Griffen, 6 december 1942)

Portret door Christian Poscheschnig

 

 

 

 

De Poolse dichter Rafał Wojaczek werd geboren in Mikołów op 6 decmber 1945. Zie ook mijn blog van 6 december 2008 en ook mijn blog van 6 december 2009.

 

 

 

Who is that turning in my mirror

 

Who is that turning in my mirror,
Neither a woman nor a person of fog,
But so cruelly himself
That the place in the almanac is still empty?

Who is that with my glass
Drinking but not a drunkard, though
When the police haul him out of the mud
He is taken for a member of our fellowship?

Who is that writing my poems
With my pen
And taking my wife in my bed?
Who is that who has just left?

 

 

 

Off Season

 

I didn't come on time

The season hasn't opened yet

and the locals keep saying

nothing will happen here

 

Yesterday

I saw the professor was carried out

in a dustbin - so small was he

Right - people shrink here

savings on food

and coffin planks

 

The professor

The Professor was the whole epoch

He was dragging his leg

It was a sign

of the professor's latest mistress

her name was Andrew

Right - nothing will happen here

 

Right - I didn't come on time

Whoever lives

is dying fast

one vacant room is already being used

for storage

surely, before long

they'll take down the bars

 

Right - this is the end

They mop corridors

Polish floors  

 

 

 

Vertaald door Jan J. Kaluza

 

 

 

800677-cdc010071e0eca2c224965c3240f134c.jpg
Rafał Wojaczek (6 december 1945 – 11 mei 1971)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en acteur Dirk Dobbrow werd geboren op 6 december 1966 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 6 december 2008 en ook mijn blog van 6 december 2009.

 

Uit: Späte Störung

 

“Er stand auf. Er schaute noch einmal auf die Schlafende zurück, überlegte kurz, ob er sich nicht wieder zu ihr legen sollte, sich anschmiegen an den warmen atmenden Körper, doch schließlich gab er sich einen Ruck und verließ das Zimmer.

Am Treppenabsatz lauschte er. Ein Fremder sprach leise zu seiner Tochter. Was er sagte, konnte Frank nicht verstehen. Mit einem Mal war es still. Er hörte bloß seinen eigenen Herzschlag. Was geschah mit seiner Tochter um diese Zeit. Sie müsste doch längst schlafen, Nina, sein Kind.

Dann hörte er, wie der Fremde fragte: »Trinkt er viel?«

»Nein«, antwortete Nina.

Frank hielt sich am Geländer fest. Er spürte den kalten Frank hielt sich am Geländer fest. Er spürte den kalten Steinboden unter den nackten Fußsohlen.

»Gut so. Er hat sich also unter Kontrolle.«

Die Stimme gefiel ihm nicht.

»Er hatte sich schon immer unter Kontrolle. Fast immer.«

»Entspannen Sie sich«, sagte Nina. »Fühlen Sie sich wie zu Hause.«

Warum sagte sie das.

Frank ging die Treppe hinunter. Als er unten ankam, war er in der Halle. Der Architekt hatte sie mit viel Glas ausgestattet, was Frank für Verschwendung hielt, aber Iris gefiel. Oft prallten Vögel gegen die großen Fensterscheiben und verendeten auf der Terrasse, dann musste Frank sie mit der

Schaufel entfernen. Hinter dem Garten begann der Wald.”

 

 

 800677-fca0bcf3a9acb2772801c945f2965268.jpg

Dirk Dobbrow (Berlijn, 6 december 1966)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en schilder Henk van Woerden werd op 6 december 1947 geboren te Leiden. Zie ook mijn blog van 6 december 2006 en ook mijn blog van 6 december 2007 en ook mijn blog van 6 december 2008 en ook mijn blog van 6 december 2009.

 

Uit: Een mond vol glas

 

„Op mijn kamer telefoneer ik naar Johannesburg. Er is een soort sociaal werkster van de Grieks- orthodoxe kerk die zich weleens om Demitrios bekommert, ben ik ’s middags te weten gekomen. Ze moet achter in de vijftig zijn, maar heeft een verassend jonge stem. Het ijs is snel gebroken. Ze is aangenaam getroffen dat er ten minste nóg iemand is die zich met Tsafendas’ lot bemoeit. Een naargeestig lot, laat ze doorschemeren. Is het me opgevallen hoe vervuild hij is? Eigenlijk zou hij naar een privé-kliniek moeten worden overgeplaatst. Niemand is bereid om het nodige geld op te hoesten. De gemeenschap -er wonen tachtigduizend Grieken in de Transvaal -interesseert het niet. Hij lijdt nog steeds onder het stigma van zijn reputatie en ze zijn als de dood voor de politieke implicaties. Zijn twee halfzussen wonen in Pretoria. Ze willen niks van hem weten. Zelfs met Pasen gaan ze niet op bezoek, toch het belangrijkste feest van de orthodoxe kalender. Ze begrijpt het niet.
‘En de autoriteiten?’ vraag ik.
Toen Demitrios anderhalf jaar geleden op sterven lag, kreeg ze een telefoontje van het Health Department. Iemand heeft van hogerhand een sein gegeven, denkt ze. In geval van zijn overlijden moest ze de pers erbuiten houden. Geen enkele ruchtbaarheid gewenst. Stilletjes begraven en dan het hele geval met een summier persbericht afdoen. Ze had twee dagen aan zijn bed gezeten, in gezelschap van een Griekse priester. Hij weigerde domweg om dood te gaan.
Ze weet weinig van zijn achtergrond. Hij praat met haar nooit over zijn verleden in Zuid-Afrika. Hij is überhaupt weinig mededeelzaam als zij in die inrichting naast hem komt zitten.
Wie ben jij?’ wil hij dan weten. Of: ‘Wat kom jij hier doen?’
Toch blijft ze gaan. Het is zo’n lieve zachtaardige man, zegt ze, en zo eenzaam. En waar ze met haar verstand niet bij kan: dat hij ooit tot die moord in staat was. Dat moet iemand eens verklaren.“

 

 

 

800677-1e8ea9d6e239d60728fdc441384a8335.jpg
Henk van Woerden (6 december 1947 - 16 november 2005)



Zie voor nog meer schrijvers van de 6e december ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Alfred Joyce Kilmer, Paul Adam, Sophie von La Roche, Baldassare Castiglione

De Amerikaanse journalist en dichter Alfred Joyce Kilmer werd geboren op 6 december 1886 in New Brunswick, New Jersey. Zie ook mijn blog van 6 december 2006 en ook mijn blog van 6 december 2008 en ook mijn blog van 6 december 2009.

 

 

Main Street

 

I like to look at the blossomy track of the moon upon the sea,

But it isn't half so fine a sight as Main Street used to be

When it all was covered over with a couple of feet of snow,

And over the crisp and radiant road the ringing sleighs would go.

 

Now, Main Street bordered with autumn leaves, it was a pleasant thing,

And its gutters were gay with dandelions early in the Spring;

I like to think of it white with frost or dusty in the heat,

Because I think it is humaner than any other street.

 

A city street that is busy and wide is ground by a thousand wheels,

And a burden of traffic on its breast is all it ever feels:

It is dully conscious of weight and speed and of work that never ends,

But it cannot be human like Main Street, and recognise its friends.

 

There were only about a hundred teams on Main Street in a day,

And twenty or thirty people, I guess, and some children out to play.

And there wasn't a wagon or buggy, or a man or a girl or a boy

That Main Street didn't remember, and somehow seem to enjoy.

 

The truck and the motor and trolley car and the elevated train

They make the weary city street reverberate with pain:

But there is yet an echo left deep down within my heart

Of the music the Main Street cobblestones made beneath a butcher's cart.

 

God be thanked for the Milky Way that runs across the sky,

That's the path that my feet would tread whenever I have to die.

Some folks call it a Silver Sword, and some a Pearly Crown,

But the only thing I think it is, is Main Street, Heaventown.

 

 

 

800673-ac332ac5a7190ec903c5c7b93ec63c7c.jpg
Alfred Joyce Kilmer (6 december 1886 – 30 juli 1918)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en romanschrijver Paul Adam werd geboren in Parijs op 6 december 1862. Zie ook mijn blog van 6 december 2008 en ook mijn blog van 6 december 2009.

 

Uit: La glèbe

 

„La vaste cuisine de ferme tiède après le dîner ; où s’étirent les ombres sur le carreau rose, où la vieille servante droite et plate essuie la vaisselle tintante ; là Cyrille vient s’asseoir cette veillée d’hiver.

Il pense à Trouville, aux mois des dernières vacances, à Denise. Son cousin, ce noceur, les avait unis solennellement, un matin, devant la mer plumetée, tandis que ruisselait l’harmonieuse voix des eaux, tandis que riait cette fille aux cheveux teints. Et suivit une folle excursion en barque où elle le serrait à la taille en lui disant des bêtises : « Potache, potache. Oh ! que t’es farce, petit potache. » Ce lui sonne encore. Elle épela « Institut Saint-Vincent » sur les boutons de son uniforme ; car, sorti depuis cinq jours de chez les Pères, un tailleur n’avait pu le pourvoir de vêtements civils.

Et dans cette chair duveteuse, dans ces cheveux teints gros et drus, il vécut des semaines. Les heures passées hors des étreintes, il ne les sait plus.

L’aima-t-elle cette femme de Paris, échouée là pour faire la plage ? Si bête qu’elle ne parlait même pas, si robuste qu’elle le faisait geindre en le lacis de ses bras doux, lui le rude fils de paysans et de chasseurs. Elle l’ahurit de ses parfums brusques, de ses dentelles infinies, de ses soieries et de ses mousselines.

En Italie. Comme ça. Parce qu’il avait encore dans la tête Virgile, l’histoire, les gondoles de Venise, Cicéron, le Forum. Ils étaient partis avec l’argent d’un usurier, un ami d’elle. Sans hésitation lui conclut cet emprunt, malgré sa raison morigénante.

 

 

 800673-820ab6a66cbf31f6f1ac1cbd5cd143f1.jpg

Paul Adam (6 december 1862 - 2 januari 1920)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Sophie von La Roche werd geboren op 6 december 1730 in Kaufbeuren als Marie Sophie Gutermann von Gutershofen. Zie ook mijn blog van 6 december 2006 en ook mijn blog van 6 december 2008 en ook mijn blog van 6 december 2009.

 

Uit: Rosalie und Cleberg auf dem Lande

 

„Ich hoffe daß Sie nun glücklich angelangt sind, denn es würde mich gegen meine Gewohnheit traurig über die Witterung machen, wenn ich Sie bei dem ausserordentlich starken Regenwetter noch auf der Landstraße denken müßte. Sie erinnern sich mir gesagt zu haben, daß ich in sehr nahem Verhältniß mit der Natur stünde, weil Regen meinen Geist wie die Luft zu erleichtern schiene, indem ich niemals nur das geringste Kennzeichen übler Laune zeigte, wenn die Witterung sich änderte; ich weiß aber heute nicht was ich thun würde, wenn ich nun in einer Postkalesche unter dem dichten kalten Regen fort müßte. Mögen Sie also Ihre Wallfahrt wohlbehalten geendigt haben! Ich fragte meinen Onkel und Cleberg: ob sie nicht wahrscheinlich sagen könnten, wie die Witterung in der Gegend sey, wo Sie sie jetzo finden? denn ich fühle heute die Beschwerden Ihrer Reise viel lebhafter, als die Trauer Ihrer Abwesenheit.

Abends –

Gewiß vermutheten Sie nach der Anzeige des Regens, eben so wenig als ich, die Ueberraschung eines Besuchs in Seedorf? Wir hatten um die gewohnte Stunde das Frühstück verlassen. Jedes gieng seinem Beruf zu folgen. Ich hatte aber kaum jede Anordnung in meinem Haus fertig gebracht, und saß mit meinen Kindern zur Lehrstunde in Ihrem Cabinet, als ich auf einmal Clebergs Stimme und das Tripplen von Weiber- und Kinder-Füßen hörte; bei Bewegung der Thürschlinge begierig aufsah, und unsere theure immer lebhafte Madame Grafe, mit zwei Mädchen und einem Knaben, mir zueilen sah, die sagte:

»Da liebe Rosalia! drei nun ganz eigene Kinder, Grafe aus A–! Hier, auf mich deutend, sagte sie den Kleinen, ist die Tante Cleberg, von welcher ich euch unterwegs erzählte!«

 

 

 

800673-3814af3f673bc129ffaf26d72e573d82.jpg
Sophie von La Roche (6 december 1730 – 18 februari 1807) 

Portret door Georg Oswald May, 1778

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Baldassare Castiglione, graaf van Novellata werd geboren op 6 december 1478 te Casatico, bij Mantua. Zie ook mijn blog van 6 december 2006 en ook mijn blog van 6 december 2008 en ook mijn blog van 6 december 2009.

 

Uit: Het boek van de Hoveling (Vertaald door Anton Haakman)

 

„Onze hoveling moet dus van adellijke geboorte zijn en uit een nobele familie komen; want het wordt iemand die niet van adel is minder zwaar aangerekend dat hij weinig goede daden stelt dan een edelman: die werpt immers als hij van het pad van zijn voorouders afdwaalt, een smet op de naam van zijn familie, verwerft niets en laat ook nog verloren gaan wat was verworven; want adel is als een héldere lamp die goede en slechte daden in een helder licht zet en evenzeer aanspoort en prikkelt tot deugd door vrees voor eerloosheid als door hoop op lof. Omdat de werken van degenen die niet van adel zijn niet door die schittering van de adel worden verlicht, missen zij de prikkel en de vrees voor eerloosheid en voelen zij zich niet genoodzaakt het verder te brengen dan hun voorouders; maar edelen treft blaam als zij niet ten minste het doel hebben bereikt dat hun voorouders hun hebben voorgehouden. Daardoor zien we bijna altijd dat degenen die zich het meest onderscheiden in de oorlog en op andere gebieden waar bijzondere eigenschappen worden vereist, van adel zijn, want de natuur heeft in alles een verborgen kiem gelegd die een zekere kracht, een karakteristiek en een gelijkenis verleent aan wat eruit voortkomt; dat zien we niet alleen hij rassen van paarden en andere dieren, maar ook bij bomen, waarvan de scheuten bijna altijd lijken op de stam; en als ze een enkele maal degenereren komt dat doordat de kweker zijn werk niet goed heeft gedaan. Zo gaat het ook met mensen, die als zij een goede opvoeding hebben genoten, bijna altijd lijken op degenen door wie zij zijn voortgebracht en hen vaak overtreffen; maar als niemand voldoende zorg aan hen besteedt, verwilderen ze als het ware en komen nooit tot rijpheid.“

 

 

 

800673-2e507a89fbc8211f8d61103fd7bdd101.jpg
Baldassare Castiglione (6 december 1478 – 2 februari 1529)

Portret door Titiaan

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Simon Carmiggelt, Alois Brandstetter, Christina Rossetti, Fjodor Tjoettsjev, Afanasy Fet

Uit: De Sint  (door Simon Carmiggelt)

 

„Terwijl we verder liepen, dacht ik aan mijn kindertijd. Eerste klas lagere school. Ik geloofde niet meer. Sinds kort. En ik wist welke meester Sinterklaas speelde en welke jongen uit de hoogste klas verscholen was achter het mombakkes van Zwarte Piet, waarvan de mond ernstig was beschadigd, omdat hij zijn functie misbruikte door zelf voortdurend pepernoten te eten. En toch beefde ik van angst, toen ik uit de bank moest komen om Sinterklaas een handje te geven en sloeg mijn stem over van de zenuwen bij het zingen van een liedje, waar hij om vroeg.

"Toen ik nog klein was, zag je Sinterklaas niet zo gemakkelijk," zei de oude man. "Nou hebben kinderen de intocht. En hij verschijnt elk ogenblik op de tv. Maar toen... Wanneer was het?" Hij dacht even na. "De winter van 1915," vervolgde hij. "Ja, ik was toen zes. En m'n broertjes waren tien en vier. We woonden in de Indische buurt, hier in Amsterdam. En we hadden 't niet breed. Maar Sinterklaas werd gevierd. Ik was toen op de grens van geloven en niet geloven. Tegen mijn vriendjes riep ik: 'Sinterklaas bestaat niet. Dat is een verklede vent.' Maar toch was ik diep onder de indruk, toen ik hem in persoon zag. Hij zat in de manufacturenwinkel van Nooy in de Eerste Van Swindenstraat. Kent u die winkel? Hij is er nog, geloof ik. Mijn moeder heeft me later verteld hoe we daar binnenkwamen. Als je voor minstens 'n gulden kocht, mocht één van de kinderen op vertoon van de kassabon Sinterklaas een handje geven. En dan kreeg zo'n kind een presentje."

 

 

799757-9b1e8060601bd6ec5954e2cec8276563.jpg 

Plaat van Freddie Langeler, 1928

 


Hij keek me van opzij aan. "Een presentje," zei hij. "Een afgestorven woord. Net als versnapering. Mijn moeder kocht drie theedoeken aan één stuk. Zelf doorknippen en zomen. Dat kostte net genoeg voor zo'n heilige kassabon. Mijn broertje van vier was de uitverkorene. Want die geloofde nog helemaal. Ik was alleen maar zenuwachtig in die winkel. Het duurde een hele tijd eer mijn broertje aan de beurt was. Vanuit de verte zagen we dat hij een handje kreeg. En zo'n kleurboekie van één cent. Dat bestond toen - iets van één cent. Helemaal stralend kwam hij bij ons terug. Hij had een wonder meegemaakt. 'En,' vroeg mijn moeder, 'heeft Sinterklaas nog iets gezegd?' Hij knikte en op een eerbiedige toon antwoordde hij: 'Ja, moe. Hij zei: «Verdorie, wat 'n rij nog.»'"

 

 

 799757-08e0c7c30c9e75e0720950e604caae16.jpg

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en taalkundige Alois Brandstetter werd op 5 december 1938 in Aichmühl bei Pichl, Oberösterreich geboren. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2009.

 

Uit: Cant lässt grüssen

 

„Gott zum Gruße, sehr verehrtes Fräulein, Freiin Maria von Herbert in Clagenfurth! Im Namen Immanuel Cants, dem zu dienen ich als Amanuensis die academische Ehre habe, darf ich Euch in Beantwortung Eurer Briefe sein besonderes Wohlwollen übermitteln! Von den Beschwerden des Alters heimgesucht und niedergedrückt, bittet er, ihm nachzusehen, daß er nicht manu propria (mit eigener Hand) respondiren kann, sondern und vielmehr sich meiner als seines adjutanten Amanuensis bedienet, um das hernach Folgende in seinem Sinne und Auftrage mittheilen zu lassen. So darf ich als authorisirter Secretär wie folgt festhalten und ausführen:

Nach dem ersten Briefe nun, den Ihr, werthes Fräulein Maria von Herbert, im August des Jahres 1791 aus Clagenfurth im Lande Kärnthen, an meinen Herrn, den Herrn Professor Immanuel Cant, nach hier in Königsberg ins östliche Ostpreußen, zu richten die Güte – und Kühnheit – hattet, war mein Herr nicht aufgelegt zu antworten oder auch durch meine Wenigkeit, seinen Secretär und Amanuensis, correspondiren und repliciren zu lassen.

Ihn erreichen täglich ähnliche Billetten, in denen Leser seiner philosophischen Schriften ihren Beyfall kund thun und mit Complimenten nicht geizen. Mancher Brief hat den im Grunde todernsten Mann auch schon schmunzeln lassen und zu launigen Bemerkungen etwa dieser Art verleitet und verführt: Wenn der Kutscher R. aus Buxtehude applaudirt, dann wird es mit meiner Critik der practischen Vernunft wohl seine Richtigkeit haben. Oder:

Mamsell F. aus Husum ist auch unserer Meinung hinsichtlich des Categorischen Imperativs, so wird er denn allgemeines Gesetz werden können. Einmal quittirte er das überschwengliche Lob eines Freigeistes, seiner bürgerlichen Profession nach aber unfreien Domesticen und Lacaien, Lacaien, Botengehers oder Dieners, über den Erweis der Unmöglichkeit, die Existenz Gottes zu beweisen, den Nachweis der Unmöglichkeit der scholastischen Gottesbeweise also, mit einem Sarcasm, der mir immer und ewig in Erinnerung bleiben wird: So hat einer aufgehört, an Gott, und angefangen, an Cant zu glauben! Ein anderes Mal stöhnte er: Muß ich denn nun auch das Schicksal des Johann Sebastian Bach theilen! Das aber sagte er, weil er öfters schon jenes Bonmot (Gutwort) eines Musikbegeisterten vernommen und im Ohre hatte: Ob ich an Gott glaube, weiß ich nicht, an Bach aber glaube ich gewißlich!“

 

 

 

799757-5392c79a373b2bd0e2472d11eb17244e.jpg
Alois Brandstetter (Aichmühl , 5 december 1938
)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Christina Georgina Rossetti werd geboren in Londen op 5 december 1830. Zie ook mijn blog van 5 december 2006. En zie ook mijn blog van 5 december 2007 en ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2009.

 

 

Dream Land

 

Where sunless rivers weep

Their waves into the deep,

She sleeps a charmed sleep:

Awake her not.

Led by a single star,

She came from very far

To seek where shadows are

Her pleasant lot.

 

She left the rosy morn,

She left the fields of corn,

For twilight cold and lorn

And water springs.

Through sleep, as through a veil,

She sees the sky look pale,

And hears the nightingale

That sadly sings.

 

Rest, rest, a perfect rest

Shed over brow and breast;

Her face is toward the west,

The purple land.

She cannot see the grain

Ripening on hill and plain;

She cannot feel the rain

Upon her hand.

 

Rest, rest, for evermore

Upon a mossy shore;

Rest, rest at the heart's core

Till time shall cease:

Sleep that no pain shall wake;

Night that no morn shall break

Till joy shall overtake

Her perfect peace.

 

 

 

 

The World

 

By day she woos me, soft, exceeding fair:

But all night as the moon so changeth she;

Loathsome and foul with hideous leprosy

And subtle serpents gliding in her hair.

By day she woos me to the outer air,

Ripe fruits, sweet flowers, and full satiety:

But through the night, a beast she grins at me,

A very monster void of love and prayer.

By day she stands a lie: by night she stands

In all the naked horror of the truth

With pushing horns and clawed and clutching hands.

Is this a friend indeed; that I should sell

My soul to her, give her my life and youth,

Till my feet, cloven too, take hold on hell?


 

 

 799757-3b045a09b6a5d128da9ff24ef74dabfd.jpg

Christina Rossetti (5 december 1830 - 27 december 1894)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Fjodor Tjoettsjev werd geboren op 5 december 1803 in Ovstug in het gouvernement Orjol. Zie ook mijn blog van 5 december 2006  en ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2009.

 

 

Der Sturm tobt noch wilder

 

»Der Sturm tobt noch wilder, er spielt fast verrückt,
Komm näher, ich halte dich an mich gedrückt.«
»Ach, Liebster, Liebster, der Himmel uns zürnt,
Nicht sündigen kann ich, solangs draußen stürmt!«
»Es klingt diese Böe vertraut meinem Ohr,
Sie singt unsrer Liebe ein Wiegenlied vor.«
»O denk an das Meer, wo die Schiffer sind.
Ach, gnädiger Gott, sei milder gestimmt!«
»Solln doch in der Weite die Wogen gehn,
Zu uns in die Hütte dringt nicht das Gedröhn.«
»O Liebster, Verstumme! O Liebster, so schweig,
Vergaßest du, wer auf dem Meere noch weilt?«
Das Flüstern der zitternden Lippen verklang,
Sie schwiegen im Dunkel, es war ihnen bang.
Das Donnern verhallte, das Unwetter schwand,
Das Pendel der Uhr tönte leis von der Wand.
Im Dunkel sie schwiegen, es war ihnen bang,
Geheimnisvoll währte die Stille noch lang …
Da rasselte draußen ein Donnerschlag,
Das Haus in den Festen erschüttert ward.
Verzweifelt und wild scholl ein kindlicher Schrei,
Ins Zimmer des Kindes die Mutter enteilt'.
Doch kaum, dass sie über die Schwelle noch trat,
Schon schwanden die Sinne, zusammen sie brach.
Im Leuchten des Blitzes, der Dunkelheit bannt,
Ein Schatten, stand über der Wiege – ihr Mann.

 

 

Vertaald door Eric Boerner

 

 

 

799757-4d3741e8ad166898a985002899930db1.jpg
Fjodor Tjoettsjev (5 december 1803 – 27 juli 1873)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Afanasy Afanasievich Fet werd geboren op 5 december 1820 nabij  Mzensk. Zie ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2009.

 

 

Flustern, scheues Atmen, Wanken

 

Flustern, scheues Atmen, Wanken,

Nachtigallenschlag,

Silberhelles, müdes Schwanken

Eines Bachs am Hag,

 

Licht und Schatten, nachtumschlungen,

Schatten und sonst nichts,

Blendende Veränderungen

Eines Angesichts,

 

Rosenglut in Rauchfontänen,

Bernstein – glanzumloht,

Und die Küsse und die Tränen

Und das Morgenrot! ...

 

 

 

Vertaald door Uwe Grüning

 

 

 

Ich sandte, daß sie folgen deiner Fährte

 

Ich sandte, daß sie folgen deiner Fährte

Die Träume fort;

Daß es durch Liebe dich verwirr, gewährte

Ich keinem Wort.

 

Verschiednen Lebensaltern, Lebensorten

Entstammen wir.

Kein Sieg von gleichen Einsichten und Worten

Führt mich zu dir.

 

Im Herzenstempel, fern von deinen Blicken,

Schließ ich mich ein:

Die Jugend bet ich an, und mein Entzücken

Wird sie stets sein.

 

 

 

Vertaald door Hans Baumann

 

 

 

799757-db55aa9caff57e7a6bcef7f8a970bb8c.jpg
Afanasy Fet (5 december 1820 – 3 december 1892)



Zie voor nog meer schrijvers van de 5e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 21:18 Reageer op dit bericht

Hanif Kureishi, Joan Didion, Calvin Trillin, Eugenie Marlitt, Josh Malihabadi, Hans Helmut Kirst

De Britse schrijver en regisseur Hanif Kureishi werd geboren op 5 december 1954 in Bromley, Kent. Zie ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2009.

 

Uit: The Black Album

 

„The college was a cramped Victorian building, an old secondary school [...]. It was sixty percent  black and Asian, with an ineffective library and no sports facilities. Its reputation was less in the academic area but more for gang rivalries, drugs, thieving and political violence. It was said that college reunions were held in Wandsworth Prison.

In the early morning rush [...] he shoved through turnstiles, past the security guards who occasionally frisked students for weapons, and into the lightless canteen for coffee [...]. He couldn`t wait to see Deedee Osgood.

Knowing it was time to take the initiative, he went to find her [...]. After knocking on her door, in the moment before she introduced herself, he thought she was a student. Her office was only three times the size of a telephone booth. Pinned above the desk were pictures of Prince, Madonna and Oscar Wilde, with a quote beneath it, `All limitations are prisons.´

Deedee interrogated him about his life in Sevenoaks and his reading. Despite her difficult questions about Wright and Ellison, Alice Walker and Toni Morrison, she was willing him to do well, he could feel that.

Noticing him looking at the Prince photograph, she said, `You like Prince?´

He nodded.

`Why?´

Idly he said, `Well, the sound.´

` Anything else?´

Grasping that this was not chatter but part of the interview he strained to order his words into sense, but for months he`d barely spoken to anyone with half a brain. She coaxed him. `He`s half black and half white, half man and half woman, half size, feminine but macho too. His work contains and extends the history of  black American music, Little Richard, James Brown, Sly Stone, Hendrix...´

 

 

 

799742-1b83f1d02063501fe6fb6a414a99cfcf.jpg
Hanif Kureishi (Bromley, 5 december 1954)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joan Didion werd geboren in Sacramento Valley op 5 december 1934. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2009.

 

Uit: Political Fictions

 

„The aides gave us the details, retold now like runes. Promptly at nine o'clock on most mornings of the eight years he spent as president of the United States, Ronald Reagan arrived in the Oval Office to find on his desk his personal schedule, printed on green stationery and embossed in gold with the presidential seal. Between nine and ten he was briefed, first by his chief of staff and the vice president and then by his national security adviser. At ten, in the absence of a pressing conflict, he was scheduled for downtime, an hour in which he answered selected letters from citizens and clipped items that caught his eye in Human Events and National Review. Other meetings followed, for example with the congressional leadership. "I soon learned that these meetings lasted just one hour, no more, no less," Tony Coelho, at the time majority whip in the House, told us in Recollections of Reagan: A Portrait of Ronald Reagan, a I997 collection of reminiscences edited by Peter Hannaford. "If the agenda-which he had written out on cards- wasn't completed at the end of the hour, he would excuse himself and leave. If it was finished short of an hour, he would fill the rest of the time with jokes (and he tells a good one)." During some meetings, according to his press secretary, Larry Speakes, the president filled the time by reciting Robert Service's "The Cremation of Sam McGee."

When the entry on the schedule was not a meeting but an appearance or a photo opportunity, the president was rehearsed. "You'll go out the door and down the steps," Michael Deaver or someone else would say, we were told by Donald Regan, secretary of the treasury from 1981 until I985 and White House chief of staff from I985 until I987. "The podium is ten steps to the right and the audience will be in a semi-circle with the cameras at the right end of the half-moon; when you finish speaking take two steps back, but don't leave the podium, because they're going to present you with a patchwork quilt." It was Larry Speakes, in his I988 Speaking Out: The Reagan Presidency from Inside the White House, who told us how, at the conclusion of each meeting or appearance, the president would draw on his schedule a vertical line downward and an arrow pointing to the next event. "It gives me a feeling that I am accomplishing something," the president told Speakes.“

 

 

 799742-72cb2a88af09c3cdbf4b21e6265bbdfa.jpg

Joan Didion (Sacramento Valley, 5 december 1934)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist  en columnist Calvin (Bud) Marshall Trillin werd geboren op 5 december 1935 in Kansas City, Missouri. Zie ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2009.

 

Uit: Obliviously On He Sails: The Bush Administration in Rhyme

 

 

A scientific obervation of the speaking problems that seem to run in the Bush family

 

He thinks that hostiles hostage.

He cannot say subliminal.

The way Bush treats the language

Is bordering on criminal.

 

His daddy had the problem:

He used the nounless predicate.

Those cowboy boots can do that

To people from Connecticut.

 

 

 

Cheney’s Head: An Explanation

 

One mystery Ive tried to disentangle:

Why Cheneys head is always at an angle.

 

He tries to come on straight, and yet I cant

Help notice that his head is at a slant.

 

When Cheneys questioned on the Sunday shows,

The Voice of Reason is his favorite pose.

 

He drones in monotones. He never smiles

Explaining why some suspects dont need trials,

 

Or why right now it simply stands to reason

That criticizing Bush amounts to treason,

 

Or which important precept it would spoil

To know who wrote our policy on oil,

 

Or why as CEO he wouldnt know

What Halliburtons books were meant to show.

 

And as he speaks Ive kept a careful check

On when his heads held crooked on his neck.

 

The code is broken, after years of trying:

He only cocks his head when he is lying.

 

 

 

799742-127a29848a441823293222c4fd4a7155.jpg
Calvin Trillin (Kansas City, 5 december 1935)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Eugenie Marlitt werd geboren op 5 december 1825 in Arnstadt. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2009.

 

 

Maßliebchen im Schnee

 

Was will der Winter in der Blütenzeit?

Ward ihm zu eng sein Reich im kalten Norden?

Er sah den Frühlingsjubel weit und breit

Und sprengte grimmig seines Hauses Pforten.

Nun stürmt er wild daher, der rauhe Greis,

Bedeckt die junge Frühlingswelt mit Flocken.

O zartes Grün, du blickst aus starrem Eis

So trüb, wie Myrtenreis aus greisen Locken!

 

Maßliebchen zittert im beschneiten Gras,

Es fürchtet sich vor Winters Zorngebärde,

Sein neues, grünes Kleid ist tränennaß,

Das Köpfchen senkt sich schwer zur kalten Erde.

 

Verschwunden ist der kleinen Krone Gold,

Der Blätterkreis hat schützend sich erhoben,

Drin ruht des Blümchens Kleinod, süß und hold

Geborgen vor der rauhen Stürme Toben.

 

So flüchtet scheu das sinnige Gemüt

In sich zurück wie jene Frühlingsblume,

Wenn roher Scherz entweiht was still erblüht

In seiner Tiefe, seinem Heiligtume.

 

 

 799742-71c4bc2320004c4a7f34ffda4e4e5212.jpg

Eugenie Marlitt (5 december 1825 – 22 juni 1887)

Boekomslag

 

 

 

 

De Indische dichter Josh Malihabadi werd geboren in Malihabad in Brits India op 5 december 1898. Zie ook mijn blog van 5 december 2008.

 

 

There she sweats on the road

 

There she sweats on the road, a beauteous, restless lass,

In scorching sun she breaks the stones, her bangles clink and clash.

 

A painful moan with the music strangely mixed up lies,

At each stroke dropes of tears trickle down her eyes.

 

Dust-splattered are her cheeks, her locks embroiled in dust,

Her deep depressed eyes a tender grace reflect.

 

The blood-red sun sucks her blood without a touch of ruth,

Each heavey hammer stroke tells upon her budding youth.

 

In the sun her fragrant locks are flying about adrift,

Her limber self is getting wrecked amid the stones and bricks.

 

Ruddy rays of the sun are drinking undefied,

The wine of her jasmine cheeks, nectar of narcissus' eyes.

 

Clouds of sorrow heavily hang o'er her tender heart,

Are these her cheeks, or roses two which are fading fast?

 

Through her tatters can be glimpsed her youthful shape, sorrow-gripped,

Like the moon that wanders through bits of clouds adrift.

 

 

 

 799742-0a33d31617d4803b8276f31492115fcd.jpg

Josh Malihabadi (5 december 1898 – 22 februari 1982)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hans Hellmut Kirst werd  geboren op 5 december 1914 te Osterode (voorm. Ost Preussen, nu Polen). Zie ook mijn blog van 5 december 2008.

 

Uit: 08/15

 

»Eingeteilte links 'raus!« rief Hauptwachtmeister Schulz, allgemein nur »der Spie߫ genannt. Seine Stimme dröhnte über den Appellplatz und flackerte von den Wänden der Kasernenbauten wider. Es war eine mächtige, satte, selbstzufriedene Stimme; Bierdunst und Zigarettenrauch hatten sie eingeölt und angerauht. Schulz hörte sie gerne.

Die Eingeteilten trabten zufrieden nach links; die Nichteingeteilten schlossen mechanisch rechts auf. Der Kanonier Vierbein geriet kurz ins Gedränge, versuchte vorsichtig seine Ellenbogen zu gebrauchen, gab dann nach, stand still; wie ein Pfahl.

»Wie die Denkmäler!« rief der Spieß zufrieden. »Wie die Ölgötzen! Kein Schwanz rührt sich.« Und er blinzelte kurz hinüber zu den Fenstern seiner Dienstwohnung, die weit geöffnet waren, und er bemerkte seine Frau Lore hinter den Gardinen und war überzeugt davon, daß sie ihn bewunderte.

Die Funktionsunteroffiziere, die sich hinter ihrem Spieß versammelt hatten, bemühten sich, nicht zu grinsen. Es gelang ihnen gut, denn sie hatten viel Gelegenheit gehabt, das zu üben.

Der Kanonier Vierbein starrte geradeaus. Er visierte ein Fensterkreuz im Kasernengebäude an. Sein Blick klammerte sich an dem Holz fest. Dort wurde der Kopf von Lore Schulz sichtbar, aber der Kanonier zwang sich dazu, nur Holz zu sehen. Der Hauptwachtmeister schob sich an ihm vorbei, und es war, als rollte er vorüber wie auf einem Fließband. Er geriet kurz in das Blickfeld des Kanoniers hinein, gleich einem Fremdkörper, der in das Scheinwerferlicht eines Autos hineingerät; schwebte dann wieder hinaus, andere Blickfelder durchkreuzend.

Der Hauptwachtmeister stellte sich vor seinen Untergebenen im Mannschaftsrang breitbeinig auf. Er war ein Mann wie ein Schrank, der auf Säulen ruhte. Sein rundes, gesundes, glänzendes Gesicht zog sich in die Länge, und ein großer Mund wurde aufgerissen.

»Dann wollen wir mal!« rief der Spieß dröhnend.

Jeden Samstagnachmittag verzeichnete der Dienstplan »Revierreinigen« und sah dafür eine Zeit von drei Stunden vor, die Schulz, wenn er dazu Lust hatte, mühelos auf fünf Stunden auszudehnen vermochte. Meistens hatte er Lust dazu.“

 

 

 

799742-8d3a0087050222a184f30fb1ed48abad.jpg
Hans Hellmut Kirst (5 december 1914 - 23 februari 1989)

Geschreven door Romenu om 14:45 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten