Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 11 december 2010 tot 12 december 2010

Kader Abdolah, Susanna Tamaro, Sophie Kinsella, Vassilis Alexakis, Ahmad Shamlou

De Iraanse schrijver Kader Abdolah (pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) werd geboren in Arak op 12 december 1954. Zie ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009.

 

Uit: Spijkerschrift

 

“Verder herinner ik me niet zoveel. Maar in het volgende hoofdstuk staat een huifkar klaar. We gaan verhuizen; ik, toen een jaar of zeven, acht, heb dat goed onthouden. Ik zie, Tine, mijn moeder, nog naar het huis van Kazem Gan rennen. Ik hoor haar: ‘Oom! Help! Akbar is gek geworden!’
Daarna het hoefgekletter van Kazem Gans paard op de stenen van onze binnenplaats.
‘Waar is Akbar?’ ”

(...)

 

„Jaren later, toen Ismaiel, de zoon van Aga Akbar, een jaar of zestien was en in de stad woonde, bezocht hij zijn oudoom in de bergen.

‘Maar oom Kazem Gan, waarom leerde u mijn vader niet normaal schrijven, of normaal lezen, net als alle anderen?’ vroeg Ismaiel ‘s avonds bij het eten.
(…)
‘Voor zulke dingen moet je een bekwame vader hebben en een sterke moeder. Nee, ik wilde hem helemaal niet leren schrijven. Maar ik voelde, ik merkte dat het hoofd van Aga Akbar zinnetjes maakte, verhalen schiep, begrijp je wat ik bedoel? Dat talent, die zinnetjes in zijn hoofd konden hem kapotmaken. Hij had altijd hoofdpijn, en ik was de enige die wist waar die hoofdpijn vandaan kwam. Daarom leerde ik hem in spijkerschrift te schrijven.’

(...)

 

“Ergens in de diepte van die grot, in het donker op de zuidelijke wand staat een tafereel gebeiteld. Het is meer dan drieduizend jaar oud. Een spijkerschrift dat in de rots geslagen is, waar tijd, wind, zon en regen het niet kunnen bereiken. Deze inscriptie is een bevel van de eerste Perzische koning. Een geheim dat nog niet ontcijferd is.
Heel soms als je achter het raam van Kazem Gans huis stond, zag je een ruiter, een spijkerschrift deskundige – een Engelsman, een Fransman of een Amerikaan – op een muilezel de grot in gaan. Dan werd opnieuw een poging gedaan het schrift te ontcijferen.”



 

 

805655-c65eb841982ee3ad3de1e6e03ad6e207.jpg
Kader Abdolah (Arak, 12 december 1954)

 

 

 

 


De Italiaanse schrijfster
Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009.

 

Uit: Der Tannenbaum (Vertaald door Maja Pflug)

 

„Diese Geschichte beginnt vor vielen, vielen Jahren, als sich aus einem am Zweig hängenden Tannenzapfen ein kleiner geflügelter Samen löste, eine Weile gemächlich durch die Luft trudelte und dann in die Mitte einer großen Lichtung schwebte.

Es war ein Morgen im späten Frühling, von den hohen Wipfeln kam noch ein eisiger Hauch, und die Bäche flossen von der Schneeschmelze geschwellt zu Tal. Im Sonnenaufgang sangen die Vögel wie ein einziges großartiges Orchester. Rotkehlchen, Zeisige, Finken, Gimpel, Dompfaffen wetteiferten miteinander um die Solostimme.

Bald würde die Luft sich mit Insekten füllen: Es war also Zeit, sich eine Gefährtin zu suchen und die Grenzen des zukünftigen kleinen Reichs der Familie abzustecken. Tagsüber flogen die Paare hektisch über die Weiden. Bei Blättern und Flechten zögerten die Jüngsten: Passte dieses Zweiglein, war es lang genug? Und wenn wir auch noch diesen schönen Wollfaden nähmen, das Rosshaar, das sich dort in den Dornen verfangen hat?

Zum ersten Mal einen Hausstand zu gründen, machte immer ein bisschen Angst. Werden die Eier es hier warm genug haben? Und wird es für die Kleinen, wenn sie heranwachsen, nicht zu eng werden? Und wenn mehr auf die Welt kämen als vorgesehen?

Die alterfahrenen Paare waren gerührt angesichts so vielerBefürchtungen.

»Macht euch keine Sorgen«, sagten sie zu den Jüngeren,

während sie geschickt Moos und dürre Ästchen verflochten, »habt Vertrauen! Euer Herz weiß schon alles.«

 

 

 805655-c9a4a81ab070be2693aa78c35c3c9ac5.jpg

Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Sophie Kinsella (pseudoniem van Madeleine Wickham) werd geboren in Londen op 12 december 1969.  Ze besloot eerst muziek te gaan te studeren aan het New College in Oxford, maar verruilde dit al na een jaar voor politicologie, filosofie en economie. Daarna heeft ze gewerkt als leraar en als financieel journalist. Onder haar eigen naam, Madeleine Wickham, schreef ze haar eerste roman, The Tennis Party, toen ze 24 jaar oud was. Ze werkte toen nog als financieel journalist.

Het eerste boek onder haar pseudoniem Sophie Kinsella liet ze anoniem aan haar uitgever Black Swan lezen. Hierdoor kwam ze als het ware een tweede keer 'in dienst' bij dezelfde uitgever: onder haar eigen naam en onder haar pseudoniem.

 

Uit: Confessions of a Shopaholic


“Ok. don't panic. Don't panic. It's only a VISA bill. It's a piece of paper; a few numbers. I mean, just how scary can a few numbers be?
I stare out of the office window at a bus driving down Oxford Street, willing myself to open the white envelope sitting on my cluttered desk. It's only a piece of paper, I tell myself for the thousandth time. And I'm not stupid, am I? I know exactly how much this VISA bill will be.
Sort of. Roughly.
It'll be about ... £200. Three hundred, maybe. Yes, maybe £300. Three-fifty, max.
I casually close my eyes and start to tot up. There was that suit in Jigsaw. And there was dinner with Suze at Quaglinos. And there was that gorgeous red and yellow rug. The rug was £200, come to think of it. But it was definitely worth every penny — everyone's admired it. Or, at least, Suze has.
And the Jigsaw suit was on sale — 30 percent off. So that was actually saving money.
I open my eyes and reach for the bill. As my fingers hit the paper I remember new contact lenses. Ninety-five pounds. Quite a lot. But, I mean, I had to get those, didn't I? What am I supposed to do, walk around in a blur?
And I had to buy some new solutions and a cute case and some hypoallergenic eyeliner. So that takes it up to ... £400?
At the desk next to mine, Clare Edwards looks up from her post. She's sorting all her letters into neat piles, just like she does every morning. She puts rubber bands round them and puts labels on them saying things like "Answer immediately" and "Not urgent but respond." I loathe Clare Edwards.
"OK, Becky?" she says.
"Fine," I say lightly. "Just reading a letter."
I reach gaily into the envelope, but my fingers don't quite pull out the bill. They remain clutched around it while my mind is seized — as it is every month — by my secret dream.“

 

 


 805655-69641e022a1d67a97dc8a4c36a8ac127.jpg

Sophie Kinsella (Londen, 12 december 1969)

 

 

 

 

De Griekse schrijver Vassilis Alexakis werd geboren op 12 december 1943 in Athene. In 1961 trok hij naar Frankrijk om journalistiek te studeren in Lille. In Griekenland bestond deze opleiding in die tijd  moment nog niet. Kort na zijn afstuderen keerde hij terug naar Griekenland, waar hij getuige was van de staatsgreep van de kolonels waarmee de Griekse militaire dictatuur in 1967 begon. Hij verliet het land een jaar later opnieuw om zich te vestigen in Parijs, waar hij werkte als journalist. Tegenwoordig verdeelt hij zijn tijd tussen Parijs en Athene. Zijn eerste romans, Le sandwich uit 1975, Les girls de City-Boum-Boum uit 1976 en La tête du chat uit 1978 zijn geschreven in het Frans en door Alexakis’ moeder vertaald in het Grieks. Pas zijn vierde roman, Tαλγο (1980), schreef Alexakis in het Grieks en vertaalde hem zelf in het Frans onder de titel Talgo. In 1995 ontving hij de Franse literatuurprijs Prix Medicis.

 

Uit: Le premier mot

 

„Je n'avais pas imaginé que le soleil me rappellerait si vivement mon frère. Il n'aimait pas particulièrement le soleil. Il portait toujours en été un chapeau de feutre brun qu'il avait acheté en Italie. Il était convaincu qu'il le protégeait mieux que les chapeaux de paille. Il ne s'en séparait que pour se baigner. Il le déposait sur le sable ou sur les galets avec sa chemise, sa serviette de bain, ses sandales et son livre. La lumière du soleil le fatiguait, il affirmait qu'elle écrasait le paysage. - Aucun paysage n'est beau à midi, disait-il. Il portait aussi des lunettes de soleil. Je me souviens de lui, enfant, essayant les lunettes de notre père. Il ne parvenait à les fixer sur son nez qu'en tournant son visage vers le ciel. - Tu vas les casser ! l'avertissais-je. Un jour, en effet, il les a laissées tomber et l'un des verres s'est fêlé. - Tu vois, m'a-t-il déclaré avec suffisance, je ne les ai pas cassées, je les ai simplement fêlées ! Il attribuait déjà une grande importance au bon usage des mots. Il ne restait guère sur la plage après le bain. À peine séché, il allait se mettre à l'abri sous la tonnelle de la taverne la plus proche. - Le soleil ignore les ombres, disait-il. Il ne soupçonne même pas qu'elles existent. Le fait est qu'une vive émotion m'a gagnée avant-hier matin lorsqu'un soleil radieux a surgi à travers les nuages épais qui couvraient le ciel de l'Attique. J'étais assise dans un café de la place de Colonaki où j'avais rendez-vous avec Margarita. Mes yeux se sont aussitôt remplis de larmes. « Miltiadis, mon bon Miltiadis, ai-je murmuré, comment as-tu pu nous faire ça ? » J'ai vu Margarita s'approcher à travers mes larmes. - C'est à cause du soleil, lui ai-je expliqué. - Allons donc à l'intérieur, a-t-elle décidé en glissant sa main sous mon aisselle pour m'aider à me lever. Le soleil m'a de nouveau rendu visite hier matin alors que je prenais le café sur mon balcon. Il ne m'éclairait pas directement. Il baignait en revanche l'appartement d'en face où une jeune fille nettoyait les vitres. Elle m'envoyait de temps en temps une éclatante lueur, qui balayait le balcon dans tous les sens et disparaissait aussi soudainement. Le verre d'eau qui était posé devant moi dégageait par ins- tants une lumière aveuglante, il s'animait, comme s'il avait voulu me dire quelque chose.“

 

 


805655-f36dc3780fa793de2b567f82a152b8af.jpg
Vassilis Alexakis (Athene, 12 december 1943)

 

 

 

 

De Iraanse dichter, schrijver en journalist Ahmad Shamlou werd geboren op 12 december 1925 in Teheran. Zie ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009.

 

 

Eine dunkle Weise

 

Vorm bleiernen Hintergrund des Morgens
steht verstummt

der Reiter,

zerzaust vom Wind
die lange Mähne seines Pferds.
O Gott! O Gott!
Nicht stillstehn dürfen die Reiter
wenn die Nachricht eingeht
vom Untergang.
Am verbrannten Zaun
steht stumm

das Mädchen,

und bewegt sich im Wind
das leichte Tuch ihres Rockes.
O Gott! O Gott!
So still dürfen die Mädchen nicht bleiben
wenn Männer
müd und ohne Verheißung
altern.

 

 

Auferstehung

 

All die Toten war ich:
Toter Leib der Vögel, die singen
und verstummen,
toter Leib der schönsten Tiere
zu Lande und zu Wasser,
toter Leib der Menschen
gut und böse.
Dort im Vergangnen
lag mein Ort
ohne Klang.
Ich trug kein Geheimnis mit mir
kein Lächeln
kein Verlangen.
Liebevoll
hast du mich
jäh im Schlaf geschaut
und gemeinsam sind wir erwacht.

 

 

 

Vertaald door F. Showghi

 

 

 

 805655-73952b78e1d22b7b7efa639f921e0909.jpg

Ahmad Shamlou (12 december 1925  - 24 juli 2000)




Zie voor nog meer schrijvers van de 12e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 20:04 Reageer op dit bericht

Gustave Flaubert, John Osborne, Beat Sterchi, Hans Keilson, Tsjingiz Ajtmatov

De Franse schrijver Gustave Flaubert werd op 12 december 1821 geboren in Rouen. Zie ook mijn blog van 12 december 2006  en ook mijn blog van 12 december 2007 en ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009.

 

Uit: Salammbô

 

„C'était à Mégara, faubourg de Carthage, dans les jardins d'Hamilcar.

Les soldats qu'il avait commandés en Sicile se donnaient un grand festin pour célébrer le jour anniversaire de la bataille d'Eryx, et comme le maître était absent et qu'ils se trouvaient nombreux, ils mangeaient et ils buvaient en pleine liberté.

Les capitaines, portant des cothurnes de bronze, s'étaient placés dans le chemin du milieu, sous un voile de pourpre à franges d'or, qui s'étendait depuis le mur des écuries jusqu'à la première terrasse du palais ; le commun des soldats était répandu sous les arbres, où l'on distinguait quantité de bâtiments à toit plat, pressoirs, celliers, magasins, boulangeries et arsenaux, avec une cour pour les éléphants, des fosses pour les bêtes féroces, une prison pour les esclaves.

Des figuiers entouraient les cuisines ; un bois de sycomores se prolongeait jusqu'à des masses de verdure, où des grenades resplendissaient parmi les touffes blanches des cotonniers ; des vignes, chargées de grappes, montaient dans le branchage des pins : un champ de roses s'épanouissait sous des platanes ; de place en place sur des gazons, se balançaient des lis ; un sable noir, mêlé à de la poudre de corail, parsemait les sentiers, et, au milieu, l'avenue des cyprès faisait d'un bout à l'autre comme une double colonnade d'obélisques verts.

Le palais, bâti en marbre numidique tacheté de jaune, superposait tout au fond, sur de larges assises, ses quatre étages en terrasses. Avec son grand escalier droit en bois d'ébène, portant aux angles de chaque marche la proue d'une galère vaincue, avec ses portes rouges écartelées d'une croix noire, ses grillages d'airain qui le défendaient en bas des scorpions, et ses treillis de baguettes dorées qui bouchaient en haut ses ouvertures, il semblait aux soldats, dans son opulence farouche, aussi solennel et impénétrable que le visage d'Hamilcar.

Le Conseil leur avait désigné sa maison pour y tenir ce festin ; les convalescents qui couchaient dans le temple d'Eschmoûn, se mettant en marche dès l'aurore, s'y étaient traînés sur leurs béquilles. A chaque minute, d'autres arrivaient. Par tous les sentiers, il en débouchait incessamment, comme des torrents qui se précipitent dans un lac. On voyait entre les arbres courir les esclaves des cuisines, effarés et à demi nus ; les gazelles sur les pelouses s'enfuyaient en bêlant ; le soleil se couchait, et le parfum des citronniers rendait encore plus lourde l'exhalaison de cette foule en sueur.“

 

 

 

805646-36a1d372b2114ae690360513cadc9780.jpg
Gustave Flaubert (12 december 1821 – 8 mei 1880)

Gravure van H. Toussaint

 

 

 

`

De Engelse toneelschrijver John James Osborne werd geboren op 12 dezember 1929 in Fulham. Zie ook mijn blog van 12 december 2006 en ook mijn blog van 12 december 2008.

 

Uit: Look Back in Anger

 

“JIMMY. One day, when I’m no longer spending my days running a sweet-stall, I may write a book about us all. It’s all here. [slapping his forehead] Written in flames a mile high. And it won’t be recollected in tranquility either, picking daffodils with Auntie Wordsworth. It’ll be recollected in fire, and blood. My blood.

HELENA. [thinking patient reasonableness may be worth a try] She simply said that she’s going to church with me. I don’t see why that calls for this incredible outburst.

JIMMY. Don’t you? Perhaps you’re not as clever as I thought.

HELENA. You think the world’s treated you pretty badly, don’t you?

ALLISON. Oh, don’t try and take his suffering away from him — he’d be lost without it. [He looks at her in surprise, but he turns back to Helena. Allison can have her turn again later]

JIMMY. I thought this play you’re touring in finished up on Saturday week?

HELENA. That’s right.

JIMMY. Eight days ago, in fact.

HELENA. Allison wanted me to stay.

JIMMY. What are you plotting?

HELENA. Don’t you think we’ve had enough of the heavy villain?

JIMMY. [to Allison] You don’t believe in all that stuff. Why you don’t believe in anything. You’re just doing it to be vindictive, aren’t you? Why — why are you letting her influence you like this?

ALLISON. [starting to break] Why, why, why, why! [putting her hands over her ears] That word’s pulling my head off.

JIMMY. And as long as you’re around, I’ll go on using it. [He crosses to the armchair and seats himself on the back of it. He addresses Helena's back] The last time she was in a church was when she was married to me. I expect that surprises you, doesn’t it? It was expediency, pure and simple. We were in a hurry, you see. Yes, we were actually in a hurry! Lusting for the slaughter! Well, the local registrar was a particular pal of Daddy’s, and we knew he’d spill the beans to the Colonel like a shot. So we had to seek out some local vicar who didn’t know him quite so well. But it was no use. When my best mate — a chap I’d met in the pub that morning — and I turned up, Mummy and Daddy were in the church already. They’d found out at the last moment, and had come to watch the execution carried out. How I remember looking down at them, full of beer for breakfast, and feeling a bit buzzed. Mummy was slumped over her pew in a heap — the noble, female rhino, pole-axed at last! And Daddy sat beside her, upright and unafraid, dreaming of his days among the Indian Princes, and unable to believe he’d left his horsewhip at home. Just the two of them in that empty church — them and me. [Coming out of his remembrance suddenly] I’m not sure what happened after that. We must have been married, I suppose. I think I remember being sick in the ventry. [To Allison] Was I?”



 

 

 805646-a22c0d05e81fddbbde602591b2e40f56.jpg

John Osborne (12 december 1929 - 24 december 1994)

 

 

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver en essayist Beat Sterchi werd geboren in Bern op 12 december 1949. Zie ook mijn blog van 12 december 2008.

 

 

Der Baum


Schön. Der Baum ist schön. Der Baum. Der Baum ist ein Baum. Bäume sind schön. Bäume haben einen Stamm. Bäume haben Nadeln oder Blätter. Bäume sind Bäume. Bäume tragen eine Krone. Bäume sind stolz. Bäume sind nützlich. Bäume lachen nicht. Bäume.Bäume sind Bäume. Der Baum hat Geduld. Bäume rennen nicht weg. Der Baum ist da. Der Baum ist nicht in Eile. Der Baum ist schön. Bäume haben viel gesehen. Der Baum weiss alles. Der Baum schweigt. Bäume wissen, wovon sie sprechen. Der Baum ist ein Baum. Bäume sind Bäume. Bäume sind schön. Der Baum ist ein schöner Baum. Der Baum ist ruhig. Der Baum erschrickt nie. Der Baum ist schön. Der Baum ist da. Bäume laufen nicht weg. Bäume haben keine Angst. Bäume prahlen nicht. Der Baum ist schön. Der Baum wartet.

 

 

 

Kunscht isch schwär

 

Das Biud.

Es schöns Biud.

So nes schöns Biud.

Das Biud isch schön.

Das Biud isch itz schön.

Isch das itz äs schöns Biud.

Das isch auso es wunderbars Biud.

Das isch itz würklech es schöns Biud.

So ne schöns Biud han ig no niä gseh.

Das isch würklech sehr es schöns Biud.

Hesch du o no niä so nes schöns Biud gseh?

Wär het itz scho mau so nes schöns Biud gseh?

Hesch du scho mau so nes schöns Biud gseh?

So nes schöns Biud han ig no niä gseh.

Auso das isch itz so nes schöns Biud.

Auso isch das itz äs schöns Biud.

So nes schöns Biud.

Es schöns Biud.

Das Biud!

 

 

 

805646-85431d50a8d0f6f806d257cd82c09d13.jpg
Beat Sterchi (Bern, 12 december 1949)

 

 

 



De Duits-Nederlands schrijver, arts en psychiater Hans Alex Keilson werd geboren in Bad Freienwalde, 12 december 1909.  Keilson studeerde van 1928-1934 geneeskunde in Berlijn. Vanwege het voor Joden ingestelde beroepsverbod moest hij zich daarna in leven houden als sportleraar aan Joodse privé-opleidingen en als musicus. Twee jaar later ging hij in exil naar Nederland. Onder het pseudoniem 'Benjamin Cooper' stelde hij enkele Nederlandstalige boeken samen. Na de Duitse inval in 1940 dook hij onder en zette hij zich in voor het verzet. In deze tijd ontstonden zijn eerste gedichten en het begin van zijn roman Der Tod des Widersachers, die pas in 1959 zou verschijnen. Zijn ouders werden in Auschwitz vermoord. Na de bevrijding werd Keilson werkzaam als medicus. Keilson was daarnaast van 1985-1988 voorzitter van de Duitse PEN-club; in 1996 was hij gasthoogleraar aan de universiteit van Kassel, en in 1999 werd hij als corresponderend lid opgenomen in de Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung. De Universiteit van Bremen verleende aan Keilson een eredoctoraat. In 2005 werden zijn verzamelde werken in twee delen uitgegeven.

 

Uit: Comedy in a Minor Key (Vertaald door Damion Searls)

 

“And then, too, there was a small, all too human disappointment left over: that he had died on them. You don’t get the chance to save someone every day. This unacknowledged thought had often helped them carry on when, a little depressed and full of doubt, they thought they couldn’t bear this complicated situation any longer and their courage failed them. . . . She had secretly imagined what it would be like on liberation day, the three of them arm in arm walking out of their house. . . . How the neighbors and everyone on the street would look when he suddenly walked out of their house and strolled up and down the street with them. It would give them a little sense of satisfaction, and everyone who makes a sacrifice needs a little sense of satisfaction. And then you’d feel that you, you personally, even if only just a little bit, had won the war. It all had gone up in smoke. It wasn’t even a dream anymore. None of the three of them had any luck. But really, him least of all. Poor Nico!”

 

 

 

805646-3af17317b33317b9a58ad9d42e5d732e.jpg
Hans Keilson (Bad Freienwalde, 12 december 1909)

 

 

 

 


De Kirgizische schrijver Tsjingiz Ajtmatov werd op 12 december 1928 geboren in het Kirgizische dorp Sheker, in wat toen een deelrepubliek was van de Sovjet-Unie. Zijn vader werd onder de Stalinterreur opgepakt en geëxecuteerd. Na de Tweede Wereldoorlog begon Ajtmatov voor de officiële sovjetkrant
Pravda te werken. Hij debuteerde in 1952 als prozaschrijver. In 1960 kreeg hij de Leninprijs, een van de hoogste onderscheidingen in de USSR. Hij was, ondanks het lot van zijn vader, een fervente voorstander van het communisme. In de Kaukasische republiek bereikte hij een status als legende, en 2008, jaar waarin hij 80 zou worden, was uitgeroepen tot een Ajtmatov-jaar. Voor zijn in 1991 onafhankelijk geworden geboorteland werd hij ambassadeur in de Benelux, bij de Navo en de Europese Unie.

 

Uit: Der Schneeleopard (Vertaald door Friedrich Hitzer)

 

„Jeder Kreatur bleibt das eigene Schicksal verschlossen. Niemand weiß, was ihm bevorsteht. Erst der Gang des Lebens zeigt an was uns von Geburt an vorbestimmt ist, sonst gäbe es das Schicksal nicht. Dennoch lebt in uns die Sehnsucht, die Rätsel zu entschlüsseln, die uns umhüllen. So ist es seit Anbeginn der Schöpfung seit der Vertreibung von Adam und Eva aus dem Paradies. Seit dem ersten Menschenpaar ist es so gefügt. Von Jahrhundert zu Jahrhundert, von Tag zu Tag, von Stunde zu Stunde ...
Auch dieses Mal vollzog sich das Unausweichliche jenseits menschlicher Vorstellungskraft und, einmal vollzogen, vielleicht auch jenseits göttlicher Absichten.
Wer es dennoch begreifen wollte, hätte versuchen können, ein Horoskop der betroffenen Wesen zu erstellen, vielleicht waren sie ja kosmische Verwandte, die unter einem verbindenden Sternzeichen das Licht der Welt erblickt hatten. Vielleicht gingen sie darum diesen Schicksalsweg, so und nicht anders, aber wer weiß das schon ..
Freilich wussten die beiden nichts voneinander und erst recht nicht, wie sie auf Erden zusammenhingen. Der eine lebte in einer modernen Stadt, einem dicht bevölkerten Flecken Erde, wo sich Markt ausbreiten und Schaschlikrauch durch die Straßen weht; der andere aber hauste hoch in den Bergen, in wilden, felsigen Schluchten unter dicht verwachsenen Büschen des Sade-Wacholders, wo Schnee die Schattenhänge das halbe Jahr über bedeckt. Deshalb hieß er auch Schneeleopard, und in der Wissenschaft übers Hochgebirge nannte man ihn Tienschan-Schnee-Bars von der Gattung der Leoparden und der Familie der Großkatzen, zu denen auch die Tiger gehören. Das Volk in der Gegend nannte ihn Dschaa-Bars - Pfeil-Bars -, was treffend seiner Natur im Moment des Sprungs entspricht. Besonders vertraut klang es, wenn man vom Kar-Ketschken-Ilbirs sprach, was der Bis-zur-Brust-im-Schnee-Gehende bedeutete. Auch das entspricht der vollen Wahrheit. Andere Kreaturen suchen die Bergpfade, wo ihnen keine Schneewehen drohen, aber der Kar-Ketschken-Ilbirs pflügt querfeldein ... Er ist reine Kraft und Stärke!“

 

 

 

 805646-aeb2353ea755250223cdf794dacb6a78.jpg

Tsjingiz Ajtmatov (12 december 1928 – 10 juni 2008)

Geschreven door Romenu om 19:55 Reageer op dit bericht

Shrinivási, Manès Sperber, Christian Dotremont, Else Buschheuer, Patrick O'Brian

De Surinaamse dichter Shrinivási werd geboren op 12 december 1926 op de grond Vaderszorg, Kwatta, in het district Beneden-Suriname. Zie ook mijn blog van 12 december 2006 en ook mijn blog van 12 december 2008.

 

 

Ontdekkingsreis

 

Als de woorden zijn

uitgezwermd over de bloemen

van de voorbije jaren

honing vergarend

zo weinig

zo weinig wijsheid

diep verborgen

voorbij het polychromatisch veld

der kroondomeinen

De raten wachten

nieuwe toedracht

naar dit hart

dat haastig gaat

in eendracht met mijn hand

en met mijn ogen

en mijn oren

met niet veel verstand geloof ik

nodig in dit korte leven.

 

 

 

 

'n Bericht van gisterenavond

 

 Vandaag is het de valutadag

 gij zijt het hoogst in koers

 ik die in centen

 onhoofs ben en boers

 heb woorden

 tegen goud gedekt

 achttien karaats.

 

 Hier liggen cheques

 in poëzie

 nog op jouw naam

 Kies woorden

 voor je geld

 na rijp beraad,

 zoals ik deed

 met jou

 tegen de hoogste koers

 Omdat je hoog staat

 en niet lager komt

 maar onveranderd blijft.

 

 

 

 805628-702935843ab09b8e4ce3eaf377c3e081.jpg

 Shrinivási (Vaderszorg, Kwatta, 12 december 1926)

 

 

 

 

De Oostenrijks - Franse schrijver, essayist en psycholoog Manès Sperber werd geboren in Zabłotów, Galicië. Zie ook mijn blog van 12 december 2008.

 

Uit: Wie eine Träne im Ozean

 

„Josmar riß die Balkontüren auf, der Rauch verzog sich in Schwaden, die kühle, etwas feuchte Nachtluft strömte ein. Sein Blick suchte vergebens unter der Bogenlampe den schwarzen Roadster,

das Licht spiegelte sich im nassen Asphalt. Er sah zum Himmel hinauf, um den roten Widerschein der vielen Lichter zu erspähen.

Josmar wurde dessen gewahr, daß er die Gesichter der sechs Männer und der Frau vergessen hatte. Und vor wenigen Minuten noch hatte er sie geradezu angestarrt, wie um sie für ewig dem Gedächtnis einzuprägen: diese Männer mit Jahreszeit- oder Tagenamen. Die Frau hatte mit dem Rücken zum Balkon gesessen Sönnecke gegenüber, er selbst etwas hinter ihm, vom Tisch entfernt, er gehörte nicht dazu, er war nur ausnahmsweise zugezogen.

Einer von ihnen nannte sich Herbst. Josmar sah sein breites, ja mächtiges Kinn, die weißen, schönen Zähne, doch nichts sonst tauchte von diesem Gesicht wieder auf. Josmar hätte es mit Händen aus dem Dunkel ziehen mögen. Seine Anstrengung verstärkte den leisen Druck an der linken Schläfe, den er den ganzen Abend empfunden hatte. Wesentlich war, daß Sönneckes Gesicht ihm niemals entschwinden würde: große, graue Augen, die lächeln, auch wenn der Mund sich nicht verzieht, die Stirn breit und steil, gut abgegrenzt, das leicht angegraute Haar kurz zurückgekämmt, die Ohren groß, doch nicht lächerlich — man mochte sich gerne vorstellen, daß er seine Kinder mit Ohrenwackeln

belustigte und dabei den breiten Mund lachend verzog — das Kinn war überraschend weich, etwas fleischig, aus der Nähe sah es wie gespalten aus. Der Hals war mager und alt, wie er zu dem ausgemergelten Proletengesicht der politischen Zeichnungen paßte. Sönneckes Gesicht entschwand nicht im Dunkel. Ihn kannte jeder Mann im deutschen Reich. Millionen Arbeiter überall in der Welt nannten seinen Namen mit Stolz und Rührung, als ob er ein Versprechen wäre.“

 

 


 805628-72efa23927d452c53d53fc551b389106.jpg

Manès Sperber (12 december 1905 – 5 februari 1984)

 

 

 

 

De Belgische kunstschilder, schrijver en dichter Christian Dotremont werd geboren in Tervuren op 12 december 1922. Dotremont en Joseph Noiret waren de twee Belgen die betrokken waren bij de oprichting van de Cobra-beweging. Dotremont schreef het pamflet waarmee de beweging werd opgericht. Pas een paar maanden later kwam Pierre Alechinsky erbij. Dotremont en Alechinsky vormden de drijvende kracht achter de Cobra-beweging in België. Dotremont fungeerde als algemeen secretaris van de beweging. Dotremont was ook nauw betrokken bij het Surrealisme. Samen met Noël Arnaud en Edouard Jaguer richtte hij de kunstenaarsbeweging Le Surréalisme Révolutionnaire op.

Hij werkte veel samen met schilders, waarbij teksten en werken op doek gecombineerd werden, de zogenaamde Peinture-mots.

 

 

COBRA IS EEN LEGENDE

 

Cobra is een legende die we in 1948 hebben gesticht
ter gelegenheid van een bezoek aan Parijs, we hebben
ons eerst dadelijk gebogen over onze bronnen en we
hebben het letterwoord Cobra uitgevonden, kortom we
hebben een woordspeling gemaakt omheen ons Kopen-
hagen, Brussel en Amsterdam en we hebben de legende
leven gegeven, bijvoorbeeld ook door te reizen van Brus-
sel naar Kopenhagen, van de schrijverij naar het schilderij,
van de lach naar de traan, van de lach naar de schreeuw
naar de creatie van de eeuw. In een chaotisch ritme, perfect
overroepen als bij een ware legende en toen we in 1951
bedachten dat deze legende vermoeiend werd, moest zij
ophouden te bestaan. Welnu, juist door het einde van
Cobra uit te roepen, waren we geheel en al mythomaan.

 

 

Vertaald door Hendrik Carette

 

 

 

805628-0b5a2470f1a62e0f626cd0ad00f34c28.jpg
Christian Dotremont (12 december 1922 - 20 augustus 1979
)

 

 

 

 


De Duitse schrijfster, journaliste en televisiepresentatrice
Else Buschheuer werd geboren op 12 december 1965 in Eilenburg in Sachsen. Zie ook mijn blog van 12 december 2008.

 

Uit: Ruf! Mich! An!

 

„Nie wieder Concorde
Ich liege nackt in meinem Zwei-mal-zwei-Meter-Bett, dem Zentrum meines Lebens. Balzacs Vater hat 20 Jahre lang im Bett gelegen. Proust hat ausschließlich im Bett gearbeitet. Von dort aus rief er immer Sachen wie: "Man schicke ins Ritz nach einem Apfel!" Nicht zu vergessen: Heines Matratzengruft. Ob die alle auch immer kalte Füße hatten?
Meine sind in zwei Decken eingewickelt. Fatal! Die Welt erhitzt sich. In der Ostschweiz haben die Gletscher in 150 Jahren die Hälfte ihres Volumens verloren. Der Meeresspiegel steigt jährlich um ein bis zwei Millimeter. Und meine Füße sind trotzdem kalt.
Ich lese Zeitung und knabbere das Salz von Salzstangen ab. jede Stange einzeln. Jedes Salzkorn. Die leer geknabberten und blank geleckten Stangen stelle ich säuberlich nebeneinander in ein Glas und würde sie gern bei der nächsten Gelegenheit Maik und Mändy anbieten.
Die Bildzeitung titelt: RATTE KROCH AUS DEM KLO? ARCHITEKT ENTMANNT. Na wunderbar! So etwas brauche ich nur zu lesen und das Scheißen ist mir lebenslang vergällt.
Seit ich "Allein gegen die Mafia" gesehen habe, rechne ich damit, durch die verschlossene Tür erschossen zu werden. Seit ich weiß, dass es einseitige Spiegel gibt, hänge ich in Hotels grundsätzlich alle zu. Ich esse nie Curry-Wurst, weil ich einmal mit beobachten musste, wie der Rotz eines Straßenverkäufers obendrauf tropfte. Ich schwimme nicht im Meer, weil mich die Vorstellung, unter mir ist eine hunderte Meter tiefe Welt, beelendet. Niemals laufe ich unter einem Baugerüst durch, weil da bekanntlich öfter mal was runterfällt und Menschen erschlägt.
Ich trinke meinen, Kaffee schwarz, seit mir Dietrich erzählt hat, dass ihm mal eine Bekannte, eine Wöchnerin, in Ermangelung von Kaffeesahne heimlich Muttermilch im Kaffee serviert hat. Direkt aus der Titte reingespritzt! Er hat es mit eigenen Augen gesehen! Ich ekle mich vor Keksen, seit ich in einem russischen Klassiker gelesen habe, dass eine Frau, um die Liebe eines Mannes zu erwecken, ihr Regelblut in den Keksteig mischte. Die Geschichte ging tragisch aus.“

 

 

 

 805628-ab0ac037641af2aae875bbc3f2cafc27.jpg

Else Buschheuer (Eilenburg, 12 december 1965)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Patrick O’Brian werd geboren op 12 december 1914 in Chalfont St. Peter, Buckinghamshire. Zie ook mijn blog van 12 december 2008.

 

Uit: The Hundred Days

 

„The side-boys offered him the sumptuous man-ropes, and following the reefer on duty he ran down into his barge. All the bargemen knew him perfectly well -- they had been shipmates in many a commission, and two of them, Joe Plaice and Davies, had served in his first command, the Sophie; but neither they nor Bonden, his coxswain, gave the least sign of recognition as he settled in the stern-sheets, shifting his sword to give the midshipman more room. They sat there in their formal bargeman's rig -- broad-brimmed white sennit hat with ribbons, white shirts, black silk Barcelona handkerchiefs tied round their necks, snowy duck trousers -- looking solemn: they were part of a ceremony, and levity, winking, whispering, smiling, had no place in it. Bonden shoved off, said 'Give way', and with exact timing, rowing dry with long grave strokes, they pulled the barge across to the starboard accommodation-ladder of the flagship, where an even more impressive ceremony took place. Jack, having been piped aboard, saluted the quarterdeck, shook hands with the ship's captain and the master of the fleet, while the Royal Marines -- scarlet perfection under a brilliant sun -- presented arms with a rhythmic clash and stamp.
A master's mate led the Pomone's youngster away, and Captain Buchan, who commanded the Royal Sovereign, ushered Jack Aubrey below, to the Admiral's splendid quarters: but rather than the very large, grim and hoary Commander-in-Chief, there rose a diaphanous cloud of blue tulle from the locker against the screen-bulkhead -- tulle that enveloped a particularly tall and elegant woman, very good-looking but even more remarkable for her fine carriage and amiable expression.“

 

 

 

805628-e4b3acf1e0cb6b79a6118e01eb366408.jpg
Patrick O’Brian (12 december 1914 – 2 januari 2000)

Geschreven door Romenu om 19:46 Reageer op dit bericht

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Ludwig Laher, Janko Ferk, Alain de Benoist

De Italiaanse schrijver.Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

Uit: Wenn der Wind dreht (Vertaald door Monika Lustig)

 

„Der Wind treibt dunkle Wolken heran und fegt zwischen den Bäumen hindurch. Äste und Blätter rauschen bedrohlich in der zunehmenden Finsternis. Enrico geht ganz dicht hinter Arturo und vor den anderen, er kontrolliert von Zeit zu Zeit sein Handy, aber der Bildschirm zeigt kontinuierlich Kein Netz. Zufußgehen hat ihm noch nie behagt, seit seiner Kinderzeit nicht, als seine Eltern ihn auf stunden-

langen Wanderungen über die Bergpfade quer durch Tirol schleiften. Der Vater trug jeweils das Fernglas am Hals, und die Mutter hatte eine Feld¬asche mit kaltem, süßem Zitronentee dabei. In seinen Augen war das immer schon eine dumme und sinnlose Aktivität, der jegliche ästhetische

oder intellektuelle Aura fehlte, die die Mühe, das eigene Körpergewicht Meter um Meter voranzuschleppen, hätte kompensieren können. Und auch bei den Spaziergängen, zu denen Luisa ihn fast jedes Wochenende drängt, fühlt er sich so elend wie ein Hamster im Laufrad. Die einzige

Fortbewegung, in der er einen Sinn entdecken kann, ist in der Stadt von A nach B zu fahren oder rings um wichtige Gebäude herum, zu einem bestimmten Zweck und mit Hilfe von Transportmitteln, die einen nicht ins Schwitzen bringen.

Jedenfalls scheint auch Luisa nicht gerade begeistert, während sie hinter ihm geht. Ihre Gesichtszüge sind angespannt, und die Hände hat sie in den Manteltaschen vergraben. Margherita und Alessio bilden das Schlußlicht und sehen aus wie zwei Luxus¬üchtlinge, deren Flucht erschwert wird durch die Rädchen ihrer Koffer und das zeitweilige Überprüfen ihrer Mobiltelefone sowie die haß-

erfüllten Blicke, die sie sich hin und wieder zuwerfen.

Margherita wackelt auf ihren hochhackigen Stiefeln mit den sadistischen Schuhspitzen voran und kreischt den anderen hinterher: »Könntet ihr nicht ein menschenfreundlicheres Tempo anschlagen?«

Arturo erwidert, ohne seinen Schritt zu verlangsamen:»Wir hatten dir ja gesagt: Laß den Koffer im Wagen.«

»Hör auf mit meinem Koffer!« schreit Margherita. »Ich wollte euch nur ganz freundlich bitten, nicht so zu rennen!«

 

 

 

804873-d8a6bc44a1d573d1ae6266b26a0e06be.jpg
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

 

 

 

 


De Egyptische schrijver
Naguib Mahfouz werd geboren op 11 december 1911 in Caïro. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2006 en mijn blog van 11 december 2006 en ook mijn blog van 11 december 2007 en ook mijn blog van 11 december 2008
en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

Uit: The Thief and the Dogs  (Vertaald door Trevor Le Gassick en M. M. Badawi)

 

„Once more he breathed the air of freedom. But there was stifling dust in the air, almost unbearable heat, and no one was waiting for him; nothing but his blue suit and gym shoes.
As the prison gate and its unconfessable miseries receded, the world--streets belabored by the sun, careening cars, crowds of people moving or still--returned.
No one smiled or seemed happy. But who of these people could have suffered more than he had, with four years lost, taken from him by betrayal? And the hour was coming when he would confront them, when his rage would explode and burn, when those who had betrayed him would despair unto death, when treachery would pay for what it had done.
Nabawiyya. Ilish. Your two names merge in my mind. For years you will have been thinking about this day, never imagining, all the while, that the gates would ever actually open. You'll be watching now, but I won't fall into the trap. At the right moment, instead, I'll strike like Fate.
And Sana? What about Sana?
As the thought of her crossed his mind, the heat and the dust, the hatred and pain all disappeared, leaving only love to glow across a soul as clear as a rain-washed sky.
I wonder how much the little one even knows about her father? Nothing, I suppose. No more than this road does, these passersby or this molten air.
She had never been out of his thoughts, where bit by bit she'd taken shape, like an image in a dream, for four long years. Would luck now give him some decent place to live, where such love could be equally shared, where he could take joy in being a winner again, where what Nabawiyya Ilish had done would be no more than a memory, odious, but almost forgotten?
You must pull together all the cunning you possess, to culminate in a blow as powerful as your endurance behind prison walls. Here is a man--a man who can dive like a fish, fly like a hawk, scale walls like a rat, pierce solid doors like a bullet!“

 

 

 804873-72d99403921b26c1e57e42c718ceff4c.jpg

Naguib Mahfouz (11 december 1911 – 30 augustus 2006)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Ludwig Laher werd geboren op 11 december 1955 in Linz. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

 

alles im griff

eine überwachungskamera
für die polizeiwache
für die mahnwache
vor dem mahnmal
für die opfer
der täter
von morgen


 

meine landschaft

meine landschaft
geht durch mich:
in ihr bleibt
ein bild von mir
hängen und sie
sagt etwas aus
über mich:

meine landschaft
lebt in mir:
wir begegnen einander selten

 

 

 

 

vorspiel

in deiner kniekehle
bleibe ich stecken
wenn du dein bein
anziehst und meinen
finger fängst
der von der sohle kommt
langsam nach oben zieht

an deinem lächeln frau
bleibe ich hängen
wenn du den kopf
bewegst über die
schulter schaust
und meinen blick dir holst
still deine frage stellst

wo ich dich riechen kann
bleibe ich liegen
bis du das bein
entspannst dich auf
den rücken legst
einmal tief atem holst
und mir den weg freigibst

 

 

 

 804873-8cd9107b3ea05bbf26915428e4000698.jpg

Ludwig Laher (Linz, 11 december 1955)

 

 

 

 

 
De Oostenrijkse dichter, schrijver en rechter Janko Ferk werd geboren op 11 december 1958 in Sankt Kanzian am Klopeiner See, Kärnten. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

Uit: Die Raumforscher. Ein Überzeugungsversuch

 

„Ich bin beim Schreiben auf Zeitlosigkeit aus. Bei diesem programmatischen Gedanken verwundert mich immer nur die unwillkürliche Assoziation:  Das in meinem Kopf sich wiederholende Bild einer schlichten und ästhetischen Armbanduhr. Natürlich fiele mir dazu insbesondere ein Markenname ein. Vielleicht sagt mir die eigene, innere Instanz, daß ein solcher gleichsam klassischer Zustand nicht möglich, weil undenkbar ist.

   Zeitlosigkeit ist für mich jener Zustand, der ohne die Technik und deren Hilfsmittel auskommt. Konkret meine ich damit und zum Beispiel einen Roman, der ohne die Beschreibung und den Einsatz von Kraftfahrzeugen, Telefonen und selbstverständlich auch Uhren episch sein kann. Ich denke also an einen Roman, der vom Leben, von Ängsten, Gefühlen, Hoffnungen und vielleicht Enttäuschungen erzählt, der aber nie auf die sogenannten  modernen Errungenschaften angewiesen ist.

   Franz Kafka ist dieser Vorstellung im "Schloß" ziemlich nahe gekommen, eigentlich "märchenhaft" nahe, wenn man an seinen "tiefen Schnee", "schwächsten Lichtschein" und den "Strohsack" denkt. Leider durchschneidet selbst Kafka diesen Raum scharf mit seiner Frage: "Wie, auch ein Telefon war in diesem Dorfwirtshaus?" Als ob er genau wüßte, welchen Umstand er der Literatur zufügt, fragt er doch nicht nur rhetorisch nach diesem eigentümlichen Gegenstand und gibt uns über das Gasthaus noch ironisch bekannt: "Man war vorzüglich eingerichtet." ( Wer könnte im Angesicht dieses Einzugs der Technik in die Weltliteratur noch ernsthaft behaupten, Franz Kafka sei humorlos. Dieser Dichter hat auch an vielen anderen Stellen Technik in das Schrifttum eingebaut. Er hat ihr Platz eingeräumt. Wem fallen hier nicht die "Aeroplane in Brescia" ein und vor allem die grausame Technik aus der "Strafkolonie". Minutiös und visionär seziert ... Ja, visionär! Gesehen oder vielmehr befürchtet am Anfang des vorigen Jahrhunderts, ausgeführt zwanzig, dreißig Jahre später. )

   Franz Kafka ist der erste entscheidende Schriftsteller, der der Technik Raum gegeben hat. Und wieder könnte man auf den  Begriff kommen, der für das Zeitlose steht, die Klassik, zumal man die Technik noch genauer aufteilen könnte, in die klassische und moderne. Kafka hat - wohl bewußt - Zitate der modernen Technik eingesetzt. Die klassische Technik hat längst vor dem Meister aus Prag nach Platz gegriffen. Der erste, der über das Rad geschrieben hat, hat in die Literatur tatsächlich etwas Neues eingeführt.

Lange vor der Literatur war die Technik in der Welt. In der ursprünglichen Wortbedeutung macht sie jeden Anwender zum Künstler, zum Handwerkskünstler, der eine gewisse Summe von Regeln derart auf ein Ziel hinleitet, daß es einen Sinn ergibt und das Leben im landläufigen Sinn leichter macht.“

 

 

 

804873-91fae36ff6a0e298d0fba725772c4acb.jpg
Janko Ferk (Sankt Kanzian, 11 december 1958)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, politiek filosoof en journalist Alain de Benoist werd geboren in Saint-Symphorien op 11 december 1943. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

Uit: Aan gene zijde van de mensenrechten (Au-delà des droits de l'Homme)

 

„Een eerste breuk komt er met het christendom. De christelijke godsdienst proclameert inderdaad de unieke waarde van elk menselijk wezen door het voor te stellen als een waarde op zich. Als bezitter van een ziel die hem rechtstreeks verbindt met God, wordt de mens drager van een absolute waarde, dat wil zeggen van een waarde die niet gebonden is aan zijn persoonlijke kwaliteiten noch aan het feit dat hij deel uitmaakt van een bepaalde collectiviteit. Gelijklopend daarmee geeft het christendom een zuiver individuele definitie van vrijheid: de vrijheid wordt het vermogen van een redelijk wezen om een keuze te maken tussen middelen die naar een doel leiden, en dit in overeenstemming met de moraal. (“Radix libertatis sicut subjectum est voluntas, sed sicut causa est ratio”, zei Thomas van Aquino). Dit beklemtonen van de vrije wil bevat impliciet de idee dat de mens zijn natuur kan overwinnen en kan kiezen alleen op basis van de rede en zo de wereld kan vormen naar zijn wil. Aanvankelijk wordt deze wil omschreven als de mogelijkheid om toe te stemmen. Het hogere leven komt uit een transformatie van de wil onder de werking van de genade.

Door deze belangrijke antropologische vernieuwingen sloeg het christendom een brede kloof tussen de oorsprong van de mens (God) en zijn eigen tijdelijk bestaan. Het onttrekt aan het relationele bestaan van het menselijk wezen zijn ontologische verankering, die voortaan uitsluitend aan de ziel voorbehouden wordt. Vanzelfsprekend blijven de betrekkingen tussen mensen belangrijk, maar ze worden secundair om de eenvoudige reden dat hun leven in gemeenschap, hun samen-zijn, niet meer samenvalt met hun diepste wezen. Het is niet ten onrechte dat Hegel, vanuit dit standpunt, de opkomst van het christendom kon doen samenvallen met het subjectivisme.“

 

 

 

 804873-db0984176107e3255ca89d428ec202fe.jpg

Alain de Benoist (Saint-Symphorien, 11 december 1943)



Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

Aleksandr Solzjenitsyn, Ernst van Altena, Alfred de Musset, Christian Grabbe, Maximilian von Schenkendorf, Paul Kornfeld

De Russische schrijver en historicus Aleksandr Isajevitsj Solzjenitsyn werd geboren in Kislovodskb op 11 december 1918. Zie ook mijn blog van 11 december 2006  en ook mijn blog van 11 december 2007 en ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

Uit: Meine amerikanischen Jahre  (Vertaald door Andrea Wöhr en Fedor Poljakov)

 

„In Abgeschiedenheit bist glücklich du, o Dichter! Das erkannte Alexander Puschkin, als er die schöpferische Zeit, die er in der Einsamkeit verbrachte, mit der Eitelkeit der Welt verglich.
Seit meiner Kindheit hatte ich ähnliche Gefühle. Diese glückselige Einsamkeit lernte ich dann in der Verbannung in Kokterek kennen, und so beschlich mich geradezu Beklemmung, als die Welle der Rehabilitierungen losbrach und ich in deren Wirbel von dort wegfahren sollte. Im Juni 1956 verließ ich meine gesegnete Verbannung und erst zwanzig Jahre später, im Juni 1976, fast auf den Tag genau, erreichte ich den abgeschiedenen Ort, den ich mir ersehnt hatte, diesmal in Vermont. Beinahe vom ersten Tag an stürzte ich mich in meine Arbeit über die Zeit von Pjotr Stolypin, dann machte ich mich an das kaum überschaubare Material über die russische Februarrevolution von 1917. Jahrelang ließ ich mich so gut wie keinen einzigen Tag davon abbringen, höchstens mit Ausnahme der Tage meiner Harvard-Rede.
Dabei staunte ich unentwegt und hörte nicht auf, dem Herrn dafür zu danken, dass Er mich in die beste Lage gebracht hatte, von der ein Schriftsteller nur träumen kann, in die beste verglichen auch mit jenen schlimmen Situationen, die sich angesichts der Zerstörung der Entwicklungslinien in unserer Geschichte und in einem Land, das schon seit sechzig Jahren in Unterdrückung lebte, ergeben konnten.
Nun hatte ich die Freiheit erlangt, keinen einzigen Fetzen Papier verschlüsseln, verstecken, unter Freunden verteilen zu müssen, sondern konnte alles ganz offen halten, sodass meine Arbeitsmaterialien und Handschriften zusammenhängend auf großen Tischen ausgebreitet lagen.
Außerdem konnte ich jede nur erdenkliche Quelle, die ich brauchte, aus Bibliotheken bekommen. Noch davor, während meiner Tage in Zürich, hatten mir alte russische Emigranten die für meine Arbeit benötigten Bücher zugeschickt, ohne dass ich sie darum hatte bitten müssen. Einige Titel hatte ich bekommen, noch ehe ich wusste, dass ich sie brauchen würde; meine Bibliothek war praktisch schon komplett.“

 

 

 804866-213ce02dbbc1a211c6d299f22d8fb293.jpg

Aleksandr Solzjenitsyn (11 december 1918 – 3 augustus 2008)

 

 

 

 

 

De  Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Ernst van Altena werd geboren in Amsterdam op 11 december 1933. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

Uit: Engagement of escapisme? (1985) (Interview met Fernand Auwera)

 

„Dat gebrek aan engagement is eveneens een gevolg van het feit dat die schrijvers er als het ware niet voor opgeleid werden. Ze zijn in welvaart opgegroeid, zonder contact met de praktijk, ze komen veelal, ik herhaal het, uit beschermde en wat wereldvreemde universitaire milieus. Ik kan momenteel voor de gemiddelde Nederlandse literatuur weinig waardering opbrengen. Een succesboek als ‘Een klucht regengulpen’ [Een vlucht regenwulpen] van Maarten 't Hart heb ik niet kunnen uitlezen, ik begrijp het succes van dergelijke boeken niet. In de poëzie heerst even grote ellende. Waar vindt men nu nog het engagement van bijvoorbeeld Lucebert, en die is ook wel een ‘woordkramer’ genoemd. Ik houd van mensen, van literatuur, van poëzie met kloten. Nu zijn er alleen nog treurige sonnettensmeden bedrijvig, à la Jan Kal, niet eens technisch vaardig gedaan, of estheten à la Gerrit Komrij, die louter aan salonwoordkramerij doet en wiens scheldproza geëngageerd klinkt, maar geëngageerd met wat? Met z'n eigen ego, denk ik. Overigens is het, vrees ik, in het buitenland, en met name in Frankrijk, het land dat ik het best ken, nauwelijks beter. Ook huilen met de pet op, hoewel ik graag een uitzondering maak voor de Franse cultuurpolitiek. De meest waardevolle dingen worden momenteel nog gepresteerd op het gebied van het essay, ik denk aan iemand als Henk Hofland, en aan de ontwikkeling van de politieke column. Op toneelgebied is de situatie niet beter. Men legt te veel het accent op onverantwoorde esthetiek. Twee ton spenderen aan een decor, Ubu spelen in een dure constructie van gelaste buizen, maar verder getuigt het toneel van een treurige mentaliteit: men heeft duidelijk onvoldoende vertrouwen in de kracht van het woord.“

 

 

 

 804866-55019454f9363f985df25c6654c651cf.jpg

Ernst van Altena (11 december 1933 – 14 juni 1999)

Amsterdam

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Musset werd geboren op 11 december 1810 in Parijs. Zie ook mijn blog van 11 december 2006 en ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

 

Sonnet au lecteur

 

Jusqu'à présent, lecteur, suivant l'antique usage,
Je te disais bonjour à la première page.
Mon livre, cette fois, se ferme moins gaiement ;
En vérité, ce siècle est un mauvais moment.

Tout s'en va, les plaisirs et les moeurs d'un autre âge,
Les rois, les dieux vaincus, le hasard triomphant,
Rosafinde et Suzon qui me trouvent trop sage,
Lamartine vieilli qui me traite en enfant.

La politique, hélas ! voilà notre misère.
Mes meilleurs ennemis me conseillent d'en faire.
Être rouge ce soir, blanc demain, ma foi, non.

Je veux, quand on m'a lu, qu'on puisse me relire.
Si deux noms, par hasard, s'embrouillent sur ma lyre,
Ce ne sera jamais que Ninette ou Ninon.

 

 

 

 

Sonnet : Se voir le plus possible...

 

Se voir le plus possible et s'aimer seulement,
Sans ruse et sans détours, sans honte ni mensonge,
Sans qu'un désir nous trompe, ou qu'un remords nous ronge,
Vivre à deux et donner son coeur à tout moment ;

Respecter sa pensée aussi loin qu'on y plonge,
Faire de son amour un jour au lieu d'un songe,
Et dans cette clarté respirer librement -
Ainsi respirait Laure et chantait son amant.

Vous dont chaque pas touche à la grâce suprême,
Cest vous, la tête en fleurs, qu'on croirait sans souci,
C'est vous qui me disiez qu'il faut aimer ainsi.

Et c'est moi, vieil enfant du doute et du blasphème,
Qui vous écoute, et pense, et vous réponds ceci :
Oui, l'on vit autrement, mais c'est ainsi qu'on aime.

 

 

 

 804866-c4e631c44e18fb1d94d3253547ea3d35.jpg

Alfred de Musset (11 december 1810 -  2 mei 1857)

 

 

 

 

 

De Duitse toneelschrijver Christian Dietrich Grabbe werd geboren in Detmold op 11 december 1801. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

Uit: Napoleon oder die hundert Tage

„Paris. Unter den Arkaden des Palais Royal.

Vieles Volk treibt sich durcheinander, darunter Bürger, Offiziere, Soldaten, Marktschreier, Savoyardenknaben und andere. Die sprechenden Personen halten sich im Vorgrunde auf. Vitry und Chassecoeur sind zwei abgedankte Kaisergardisten.

 

Vitry. Lustig, Chassecoeur, die Welt ist noch nicht untergegangen, - man hört sie noch - dort oben im zweiten Stock wird entsetzlich gelärmt.

Chassecoeur. So? - Ich hörte nichts - Warum lärmen sie?

Vitry. Der alte Kanonendonner steckt dir noch im Ohr. Hörst du denn nicht? - Wie rollt das Geld, wie zanken sie sich - sie spielen.

Chassecoeur. O mein Karabiner, dürft' ich mit deiner Kolbe wieder die Kisten zerschmettern wie die Gehirne!

Vitry. Ja, ja, Vater Veilchen spielte um die Welt, und wir waren seine Croupiers.

Chassecoeur. Blut und Tod! Wären wir es noch!

Vitry. Na, still, nur still - In unsrem schönen Frankreich blühn jeden Lenz das Veilchen, der Frohsinn und die Liebe wieder neu, - Veilchenvater kommt auch zurück.

Ausrufer einer Bildergalerie. Hier, meine Herren, ist zu sehen Ludwig der Achtzehnte, König von Frankreich und von Navarra, der Ersehnte.

Ausrufer einer Menagerie(dem vorigen gegenüber). Hier, meine Herren, sehen Sie einen der letzten des aussterbenden Geschlechtes der Dronten, wackeligen Ganges, mit einem Schnabel gleich zwei Löffeln, von Isle de France und Bourbon bei Madagaskar, lange von den Naturforschern ersehnt, ihn zu betrachten und zu zerlegen.

Ausrufer der Bildergalerie. Hier ist zu sehen der Monsieur, der Herzog von Angoulême, sein Sohn, die Herzogin, dessen Gemahlin, der Herzog von Berry und das ganze bourbonische Haus.

Ausrufer der Menagerie. Hier erblicken Sie den langen Orang-Outang, gezähmt und fromm, aber noch immer beißig, den Pavian, ähnlichen Naturells, die Meerkatze, etwas toller als die beiden andern, und so genannt, weil sie über die See zu uns gekommen, den gewöhnlichen Affen, nach Linnée simia silvanus, und das ganze Geschlecht der Affen, wie es nicht einmal in dem Pflanzengarten oder den Tuilerien leibt und lebt.

Ein Polizeibeamter. Mensch, du beleidigst den König und die Prinzen.“

 

 

 

804866-4c72711c997f332e05e77425e923eb40.jpg
Christian Grabbe (11 december 1801 - 12 september 1836)

Beeld in Düsseldorf, Hofgarten

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Maximilian Gottfried von Schenkendorf werd geboren op 11 december 1783 in Tilsit in Oost-Pruisen. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

 

Kinderträume

 

Der Himmel offenbart sich nur in Träumen,

So lang wir noch im Erdenthale wallen:

Entfesselt schweben wir durch Wolkenhallen

Und brechen Blüten von den Lebensbäumen.

Hörst du das Kind entzückt im Traume lallen?

Sein Geist ergeht sich in den ew'gen Räumen.

Kannst du noch thöricht zu entschlummern säumen?

Ein gleiches Loos ist auch für dich gefallen.

Nur Kindern steht das Thor des Himmels offen,

Um sie nur spielt in unbegrenztes Hoffen,

Sie fühlen nicht die schwere Erdenkette

Und brauchen keinen Heiland, der sie rette.

Geliebte, laß uns werden so wie diese –

Um Kinder blühen Unschuldsparadiese.

 

 

 

804866-23df0447e783b3f5d56b093058bef52e.jpg
Maximilian von Schenkendorf (11 december 1783 – 11 december 1817)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Paul Kornfeld werd geboren op 11 december 1889 in Praag. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009.

 

Uit: Blanche oder Das Atelier im Garten

 

„Sie schloß auf und öffnete die Tür vor ihm. Er kam zwar näher, dann aber lud er sie mit weitausholender, karikiert-pathetischer Bewegung ein, vor ihm einzutreten. Sie versuchte mit einer Art von Hofknicks seine Geste zu erwidern, doch ihrem schweren Körper wollte die Bewegung nicht recht gelingen. Als sie wieder stand, deutete sie nun ihrerseits mit feierlicher Gebärde nach dem Eingang hin. Er streckte, die Innenflächen der Hände ihr zugekehrt, heftig beide Arme von sich, um dieses Ansinnen energisch von sich zu weisen. Zugleich trat er einen Schritt zurück, und dabei stieß er mit dem Buckel an den Türpfosten. Sie entschloß sich, ihm seinen Willen zu lassen, und mit einem lustigen Satz über die Schwelle kam sie ins Haus, doch sie war wohl ungeschickt oder zu hoch gesprungen, denn sie schrie auf: "Au! mein Knöchel!", während er ihr mit rotem Kopf und in tänzelndem Gang folgte. Dann schloß sich von innen die Tür.
Dieses Haus, eigentlich die Miniatur von einem Haus, gehörte zu einer feierlich-pompösen Patriziervilla und durfte einmal die Gärtner- oder Kutscherwohnung gewesen sein. Der Garten, der die beiden Gebäude umfaßte, war groß und dehnte sich nach allen Seiten aus, er wurde aber nicht benutzt, fast niemals betreten und nur notdürftig gepflegt. An seiner rechten Seite war entlang des Gitters eine Reihe von Tannen gepflanzt, die, immer welkend, ohne jemals ganz zu verwelken, nur in traurigem Siechtum dahinvegetierten. Im Hintergrund stieß er an einen Park, und die Kastanien und Ulmen, diesseits und jenseits der Grenze, ließen ihre Zweige sich ineinander verflechten und bildeten in den Lüften eine Mauer. An der linken Seite lief der Garten entlang einer stillen Nebenstraße. Die zwei Häuser waren durch einen Weg verbunden, doch er war mit Laub und Zweigen bestreut, schon unregelmäßig mit Grasflecken bewachsen, und seine Ränder waren verwischt. Er wurde niemals begangen.“

 

 

 

804866-1632d51e61a47d4dac0111b903c681ed.jpg
Paul Kornfeld (11 dezember 1889 -  † januari 1943)

Praag, kersttijd op het Kampa eiland

Geschreven door Romenu om 19:28 Reageer op dit bericht

Paul Rigolle

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Rigolle publiceerde in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw de dichtbundels Mond-en Clownzeer, De hel van het Noorden en Overal en op alle plaatsen. Ook schreef hij in opdracht van Uitgeverij Grafikon de herinneringen op van wielrenner Claude Criquielion in Op de Helling (1990) en stelde samen met Patrick Cornillie de bloemlezing Vélo-Dromen, Hetwielrennen in de Nederlandse literatuur samen.Hij voor zijn poëzie herhaalde malen bekroond,

 

 

Zoals het licht een late foto


Zoals het licht een late foto schrijft,
zo had ik jou graag vastgelegd. Maar mijn hand
schrijft klein en foto's vertrouw ik toch al niet.
Ontbreekt steeds iets. Altijd wat dat manker loopt.
Met elke haal en klik raak ik jou toch maar mooier kwijt.

Maar pas verdwenen of reeds denk ik jou terug.
Jij... Jij bent het die de kronen spannen moet
waaronder ik zo graag zwicht. Jij alweer
die met de deuren van mijn leven slaat,
krassen op mijn diepste negatieven krast.

Waar ik eindig en waar jij daarbij begint?
Weetikveel. In de donkere kamers die ik met jou deel
ontwikkelt menig raadsel zich. Zo herinner ik mij
van het noodweer in mijn droom vaak alleen, dat mijn schip
verging, jawel met man en muis; maar ook dat jouw hand

het was die al die tijd op mijn voorhoofd lag.

 

 

 

Oktober

 

's Middags slapen de dorpen van dit land.
In oktober kom ik er graag terug.
Over fluisterasfalt en vergeten straten
doe ik mijn eerste reizen over. Kraaien
strijken in de velden neer. Boeren buigen,
zoeken naar wortels in de aarde.

 

Alsof één van hen mijn vader is, wil ik
naar hen zwaaien, maar zelf een vader,
weet ik mij vermist in de oudheidkunde
die mij hier als kind heeft opgeschreven.
Dit is het leven in oktober: Wat voor ons ligt,
wordt alsmaar kleiner. Even herfstig als

 

in het woord herfst klinken onze woorden.
Geen kind kan weten dat het hier ooit
met zoveel verlies zal leren leven.

 

962813-a33269fcaa4cefffe07252a1ffe0960a.jpg
Paul Rigolle (
Roeselare, 11 december 1953)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Marco Kugel

De Duitse dichter Marco Kugel werd geboren op 11 december 1979 in Stuttgart. Hij studeerde Duitse literatuur, kunst- en mediawetenschappen en geschiedenis in Konstanz. Jarenlang werkte hij als regie-assistent, cameraman en camera-assistent. Sinds 2005 studeerde hij mediakunst aan de Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe. Hij publiceerde o.a.  in het Jahrbuch der Lyrik 2006. Zie ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 29 december 2009. 

 

 

gerade wird feuer gegeben

 

gerade wird feuer gegeben über reibung und reißenden stoß
nanoflächen umschwefelten holzes wo wird das denn hergestellt
zwischen zwei mündenden zungen im gefecht einem brechenden
knall in der luft auch weil der stoß zu laut dass wir ihn hören
rauscht auf (in) höchstem anschlag / letzt-ton turbinen umdrehungen ewig gleiches
uns blut in der muschel innen / rausch auf blut rausch auf
blut innen geräusche getrennte welten wand / ist da eine /
trennung der welten ist da was / davon da draußen los
neben unsrer uns vereinigender hitze
wir können versuchen verkohlte werkzeuge auszustrecken unsere
macht / reichweite / zu erweitern erwidern die schläge mit variablen flächen
bis sie eindringen in andere unsere zutiefst inwendig gestarteten
flugzeuggroßen wünsche rotierende sehnsucht bricht uns die luft
bricht in der luft ein schlag unsere fressen auseinander / da draußen
ab stratosphärenhöhe ist ersticken dann erloschen die luft unter unseren flügeln
bis über einer lichtung wolkenberge woraus wir herab / endlich beieinander
liegend auf morgentau unsere dampfende haut einander genug

 

 

 

818781-45a6b97894652a13ceaf9f4594779b4b.jpg
Marco Kugel (Stuttgart, 11 december 1979)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten