Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 december 2010 tot 16 december 2010

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007 en ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

Uit: Tikkop

 

“Het snoer van de laptop was te kort. De voorkamer moest het met twee stopcontacten doen en het dichtstbijzijnde was bezet. Er kropen honderden mieren in en uit. Kleine, rooie sjouwers die elkaar in het voorbijgaan keurig groetten. Hij ging op zijn knieën zitten en blies ze weg. Ze vielen om, klampten zich vast, hernamen zich en kropen een voor een weer richting stopcontact. Het parcours lag vast. Ook al versperde hij de twee gaten met zijn vingers, dan nog verzamelden de mieren zich op de brug van zijn hand. Ze beten niet, ze verkenden zijn knokkels, een litteken tussen duim en wijsvinger, de plooien, ze waagden zich op zijn pols, proefden aan zijn haartjes, zijn horlogebandje. Ze kropen in de tunnel van zijn mouw. Er lag een kruimel op de vloer. Mulder legde hem voorzichtig tussen de mieren. De mieren keurden de gift, tilden hem op en torsten hem dwars door het gedrang tot aan de gestremde poorten van het stopcontact. Minuten tikten voorbij, vol verbazing, liefde en wrede gedachten: hij plette een mier tussen zijn nagels, eentje maar, voor het sap, voor het zien. Ook het lijk verdween in de file. De wijzerplaat verried niet hoeveel minuten verstreken — het glas zag rood van de mieren. Er zat niets anders op dan de tafel naar het enige andere stopcontact in de kamer te verschuiven, tot tegen de bank, dicht bij het raam. Nu kon hij vanachter zijn toetsenbord een boot zien uitvaren.”

 

 

808814-3d75895deff48b52aac6ed18065f081e.jpg
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007   en ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

Uit: Mansfield Park

 

“Sir Thomas Bertram had every intention to gladly assist Lady Bertram’s sister in her relative destitution. But her husband’s profession was such as no interest could reach. And before Sir Thomas could devise another method of aid, an absolute breach between the sisters had taken place. It was a breach of tremendous proportions, a crevasse, a grand canyon, or possibly, a pyramid of sorts—a truly monstrous and rather angular coldness, or maybe a heat, but most likely a thing lukewarm and therefore utterly indifferent, as though brought forth out of the grave, spurred on by royal dead ancients. It was the natural result of the conduct of each party—such as a very imprudent marriage almost always produces.

To save herself from useless remonstrance, Mrs. Price never wrote to her family on the subject till actually married. Lady Bertram, who was a woman of very tranquil feelings, and a temper remarkably easy and indolent—one might say, placid to the point of being simultaneously deceased and yet walking upright—would have contented herself with merely giving up her sister, and thinking no more of the matter. But Mrs. Norris had a spirit of activity, not to mention a vaguely wolfish streak, which could not be satisfied till she had written a long and angry letter to Fanny, to point out the folly of her conduct, and threaten her with all its possible ill consequences—palsy, the poor house, rabid creature bites, the cut complete. Mrs. Price, in her turn, was injured and angry; and her bitter answer to her sisters put an end to all intercourse[1] between them for a considerable period.

Their homes were so distant, and the circles in which they moved so distinct—Lady Bertram, for instance was always surrounded by Egyptologists, famous exotic doctorate-endowed visiting scholars du jour, and attended instructional lectures that would have bored the other to tears—as almost to preclude the means of ever hearing of each other’s existence during the eleven following years. Or, at least, it seemed unlikely to Sir Thomas that Mrs. Norris should ever have it in her power to tell them, as often as she did (in her angry wolfish voice), that Fanny had got another child and it was neither bitten by anything wild nor stunted in limb or brain development.” 

 

 


808814-0698e7652980a5c68ca14ded630c9529.jpg
Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)

Portret door Tom Clifford, 2002

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

Uit: Het wilde feest

 

“Pas in de middag werd ik wakker. Haastig kleedde ik me aan; op kantoor zou ik Larchmont wel opbellen: Vera moest ik zo gauw mogelijk zien. Zij moest mij nu vertrouwen. Op Grand Central hoorde ik de feesttoeters al; midden in de grote hall sprongen mannen en vrouwen in een grote kring rond, feestmutsen op de rode, verhitte gezichten. Hier en daar zat er een op de trappen, een fles aan zijn mond. De toespraken op kantoor had ik gemist, door een zijdeur liep ik ongezien naar mijn kamertje. In het grote kantoor werd gezongen, ik hoorde de typistes gillen, protesteren. Het feest was overal doorgedrongen. Ik ging zitten en keek naar de deur. Straks zou ik er heengaan, er moest feestgevierd worden. De oorlog was gewonnen, voor ons, dat had de politieman gezegd. Onverschillig nam ik het pakje ongeopende brieven op mijn lessenaar in mijn hand en toen zag ik het dossier. Met een paperclip zat er een memorandum van de baas aan vast.
‘De eerste uit Holland. Met grote spoed passende tekst ontwerpen voor de kranten.’
Ik sloeg de map open en pakte de mooie, glinsterende foto's op. Ik bekeek ze nauwkeurig, een voor een. Er moest een passend tekstje bij gemaakt worden. Wat paste bij dat schreeuwende geraamte van een kind en bij die verschrompelde mummie's? Ik bleef kijken, ik kon er mijn ogen niet van af houden. Mijn keel was dichtgeknepen. Sommige waren uit concentratiekampen, andere uit het hongerende Amsterdam. Voor die doodskoppen van kinderen had de politieman de oorlog gewonnen. Ik liet de foto's door mijn handen glijden en keek naar de achterkant; ze waren van een persbureau en copyrighted. Het briefje van de baas frommelde ik in elkaar en gooide het uit het raam. Een feestelijke sneeuwstorm van papier daalde nog uit alle vijftig verdiepingen. Een typistetje, dat uit een raam tegenover me leunde, wuifde me toe en keerde een papiermand buiten het venster om. Zou ik de foto's naar beneden laten zweven? Gillend zouden de mensen weglopen. Zou het meisje die groteske bekjes, die gapende kindergezichtjes met de in doodsangst grote ogen als haar toekomstige kinderen willen zien? Een man was nu naar haar toe gelopen en zoende haar in de nek. Zij spartelde in zijn armen. Er werd feest gevierd.”

 

 

 808814-dd99ac662e70d7c8604e4cacb31bf17e.jpg

Adriaan van der Veen (16 december 1916 – 7 maart 2003)

 

 

 

 

De Engelse schrijver en songwriter Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

 

I am no good at love

 

I am no good at love.

My heart should be wise and free.

I killed the unfortunate golden goose

wherever it may be

with over-articulate tenderness

and too much intensity.

 

I am no good at love.

I batter it out of shape.

Suspicion tears at my sleepless mind

and gibbering like an ape,

I lay alone in the endless dark

knowing there is no escape.

 

I am no good at love.

When my easy heart I yield,

wild words come tumbling from my mouth

which should have stayed concealed

and my jealousy turns a bed of bliss

into a battlefield.

 

I am no good at love.

I betray it with little sins,

for I feel the misery of the end,

in the moment that it begins

and the bitterness of the last goodbye

is the bitterness that always wins.”

 

 

 

808814-d69357574110d9a4766c9fa44f31dc05.jpg
Noël Coward (16 december 1899 - 26 maart 1973)

 

 

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

Uit: Weekendpelgrimage

 

“God, laat ik nu maar liever niet aan mijn werk gaan denken. Er zijn heus wel andere dingen waar je aan kunt denken als je om drie uur in de nacht ver buiten de stad in een helse regen met je auto in een kuil aan de kant van de weg zit. Maar met de grootste inspanning lukt het me niet een ander onderwerp te vinden waar ik aan kan denken. Waar moet je in 's hemelsnaam aan denken als je om drie uur in de nacht ver buiten de stad in een helse regen met je auto in een kuil aan de kant van de weg zit? O ja, ik heb het. Iets uit je kinderjaren. Als je in de penarie zit en je zoekt iets om aan te denken om andere nare gedachten te verdringen, dan moet je terug naar je kinderjaren.”

(…)

 

“Er is een droom, schrikwekkend maar fier, die de dromer geheel overmeestert en die daarna weer snel afbrokkelt en hem alleen achterlaat in een ijle ruimte, waarin het lang duurt eer hij de weg terug naar de werkelijkheid heeft hervonden. In deze droom speelt de tijd geen rol. Of misschien een heel voorname rol, want de beelden die voor de geest komen, laten het verleden, het heden en de toekomst samenvallen en doen de dromer daardoor een belevenis van oneindigheid en almacht ondergaan, die onbereikbaar is in wakende toestand. In deze ongescheidenheid van tijd geraakt de dromer in een bovennatuurlijke extase, omdat door de opheffing van het tijdpunt alle contact met zichzelf en zijn medemensen verbroken is en alle steunpunten zijn weggevallen. Hij is jong en oud, hij is verlost, onbegrensd, en voelt de bruisende kracht van alvermogen in zich.”

 

 

 

808814-524472d1fc9795ccff1d28b4f6ec7ef0.jpg
Tip Marugg (16 december 1923 - 22 april 2006) 



Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:45 Reageer op dit bericht

Rafael Alberti, Pierre Lachambeaudie, V.S. Pritchett, Mary Russell Mitford, Olavo Bilac

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

 

Einladung zu einer Reise in Tönen

Rameau: Menuett

 

Auf bald, Blume.
Bis später, Lachen.
Gute Nacht, Anmut.
Wind, guten Tag.

 

Wenn du mir die Blume gibst,
geb ich dir das Lachen.
Bis später, Anmut.
Auf bald. Wind.

 

Wenn du mir die Anmut gibst,
geb ich dir den Wind.
Gute Nacht, Blume,
Rose, guten Tag.

 

Auf bald, Anmut.
Bis später, Wind.

 

 

 

Vertaald door Erwin Walter Palm

 

 

 

Les Anges collégiens

 

Aucun de nous ne comprenait le secret nocturne des ardoises

ni pourquoi la sphère armillaire s’excitait aussi esseulée quand nous la regardions.

Nous savions seulement qu’une circonférence ne peut pas être ronde

et qu’une éclipse de lune abuse les fleurs

et donne de l’avance à l’horloge des oiseaux.

 

Aucun de nous ne comprenait quoi que ce fût :

ni pourquoi nos doigts étaient d’encre de Chine,

ni pourquoi le soir ouvrait des compas pour ouvrir à l’aube des livres.

Nous savions seulement qu’une droite peut, à son gré, être courbe ou brisée

et que les étoiles errantes sont des enfants qui ignorent l’arithmétique.

 

 

 

Vertaald door Claude Couffon

 

 

 808811-c51950c3e69dd4906a53ba60ab63970a.jpg

Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

 

 

 

De Franse fabeldichter Pierre Lachambeaudie werd geboren op 16 december 1807 bij Sarlat. Zie ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

 

La Locomotive et le Cheval

 

Un cheval vit, un jour, sur un chemin de fer

Une machine énorme, à la gueule enflammée .

Aux mobiles ressorts, aux longs flots de fumée.

« En vain, s'écria-t-il, ô fille de l'enfer.

En vain tu voudrais nuire à notre renommée.

Une palme immortelle est promise à nos fronts.

Et toi, sous le hangar, honteuse et délaissée,

Tu pleureras ta gloire en naissant éclipsée.

De vitesse avec moi veux-tu lutter? — Luttons !

Dit la machine; enfin ta vanité me lasse. »

Elle roule, elle roule, et dévore l'espace;

Il galope, il galope, et d'un sabot léger

Il soulève le sable et vole dans la plaine.

Mais il se berce, hélas ! d'un espoir mensonger.

Inondé de sueur, épuisé, hors d'haleine,

Bientôt l'imprudent tombe et termine ses jours ;

Et que fait sa rivale? elle roule toujours.

La routine au progrès veut disputer l'empire ;

Le progrès toujours marche, et la routine expire.

 

 

 

 808811-068b11edfbdceb9e9540e050da97b805.jpg

Pierre Lachambeaudie (16 december 1807 – 7 juli 1872)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en criticus (Victor Sawdon) V. S. Pritchett werd geboren op 16 december 1900 in Ipswich, Suffolk. Zie ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

Uit: Essential Stories (The Sack of Lights)

 

„No one noticed her as she stood on the curb of Piccadilly Circus, nor guessed that at that moment she could have died of laughter, she was so happy. She wanted to shout to see what would happen, but she laughed instead. A miraculous place as high and polished as a ballroom. The façades of the buildings were tall mirrors framed in gold, speeding lights. “Chucking it about,” she cried out. The crowds did not even hear her in the roar. If she jumped, could she see herself in the mirrors? She jumped, but not high enough. She laughed. Rockets shot up in numbere   d showers and exploded noiselessly into brief diagrams of green stars. A tilted bottle dripped beads of wine as red as rail- way signals into a glass and there was the General—Smoke the Army Smoke—standing on a house-top, with a white-hot monocle in his eye, and his cigarette pricking red. Diamonds and pearls and rubies were streamers flying into the Circus and flashed so that people’s faces bobbed up and down like Chinese lanterns.
But below the streaming lights everything was dancing. That was what she noticed. Below it was “Valencia, land of oranges . . .” She sang it out and waved to the cars as they passed. “Valencia . . .” The dark couples of taxis waltzed down dipping to the roll of the tune, and the big dowager cars slipped by, their jewelled bosoms beaming. The young sparking cars darted like dragon-flies—those were the ones she liked, the noisy, erratic ones. The perfume of the dance rose among them. Low horns breathed out flights of warning. The saxophone horns wailed, the jazz engines drummed—how her heart was dancing—and under all was the everlasting undertone, the deep ’cello vibration of the wheels. The ’cello, the voice of movement being born, the voice of the soul. That sound caught her by the waist like a lover. “Valencia . . .” She ran out into the traffic, not to cross the road, but to dance in it!“

 

 


808811-c6d2b82bcea9d3c47cde31830472d6e4.jpg
V.S. Pritchett ( 16 december 1900 – 20 maart 1997)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mary Russell Mitford werd geboren op 16 december 1787 in Alresford,  Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

Uit: The Widow’s Dog

 

„One of the most beautiful spots in the north of Hampshire--a part of the country which, from its winding green lanes, with the trees meeting over head-like a cradle, its winding roads between coppices, with wide turfy margents on either side, as if left on purpose for the picturesque and

frequent gipsy camp, its abundance of hedgerow timber, and its extensive tracts of woodland, seems as if the fields were just dug out of the forest, as might have happened in the days of William Rufus--one of the loveliest scenes in this lovely county is the Great Pond at Ashley End.

Ashley End is itself a romantic and beautiful village, struggling down a steep hill to a clear and narrow running stream, which crosses the road in the bottom, crossed in its turn by a picturesque wooden bridge, and then winding with equal abruptness up the opposite acclivity, so that the scattered cottages, separated from each other by long strips of garden ground, the little country inn, and two or three old-fashioned tenements of somewhat higher pretensions, surrounded by their own moss-grown orchards, seemed to be completely shut out from this bustling world, buried in the sloping meadows so deeply green, and the hanging woods so rich in their various tinting, along which the slender wreaths

of smoke from the old clustered chimneys went smiling peacefully in the pleasant autumn air. So profound was the tranquillity, that the slender streamlet which gushed along the valley, following its natural windings, and glittering in the noonday sun like a thread of silver, seemed to the unfrequent visiters of that remote hamlet the only trace of life and motion in the picture.

The source of this pretty brook was undoubtedly the Great Pond, although there was no other road to it than by climbing the steep hill beyond the village, and then turning suddenly to the right, and descending by a deep cart-track, which led between wild banks covered with heath and feathery broom, garlanded with bramble and briar roses, and gay with the purple heath-flower and the delicate harebell,* to a scene even more beautiful and more solitary than the hamlet itself.“

 

 

 808811-cb6044bf883d697c6f33a90231e7d482.jpg

Mary Russell Mitford (16 dcember 1787 - 10 januari 1855)

 

 

 

 

De Braziliaanse dichter Olavo Bilac werd geboren op 16 december 1865 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

 

VIA LÁCTEA - Soneto XIII

 

"Ora (direis) ouvir estrelas! Certo

Perdeste o senso!" E eu vos direi, no entanto,

Que, para ouvi-las, muitas vezes desperto

E abro as janelas, pálido de espanto...

 

E conversamos toda a noite, enquanto

A via-láctea, como um pálio aberto,

Cintila. E, ao vir do sol, saudoso e em pranto,

Inda as procuro pelo céu deserto.

 

Direis agora: "Tresloucado amigo!

Que conversas com elas? Que sentido

Tem o que dizem, quando estão contigo?"

 

E eu vos direi: "Amai para entendê-las!

Pois só quem ama pode ter ouvido

Capaz de ouvir e de entender estrelas."

 

 



MILKY WAY - Sonnet XIII

 

"Well (thou´ll say) hearing stars! Certainly

Thou´ve lost your mind!" And I´ll say to thee, however

That, to hear them, many times I wake

And open the windows, palid in awe...

 

And we talk all night long, while

The milky way, as an open canopy,

Shines. And, at the coming of the sun, missing and crying,

I still look for them in the desert sky.

 

Thou´ll now say: "Crazed friend!

What do thou talk to them? What sense

Has what they say, when they are with thee?"

 

And I´ll say to thou: "Love to understand them!

Because only he who loves may have ears

Capable of hearing and understanding stars."

 

 

 

Vertaald door Doidimais Brasil

 

 

 

808811-a58457fce3ec91210fa57241432a042c.jpg
Olavo Bilac (16 december 1865 – 28 december 1918)

Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

Ingo Schulze, Klaus Rifbjerg, Jan Greshoff, Simone van der Vlugt, Edna O'Brien

De Duitse schrijver Ingo Schulze werd geboren in Dresden op 15 december 1962.  Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

Uit: Adam und Evelyn

 

„Plötzlich waren sie da, die Frauen. Sie erschienen aus dem Nichts, angetan mit seinen Kleidern, Hosen, Röcken, Blusen und Mänteln. Manchmal war ihm, als träten sie aus dem Weiß hervor oder als wären sie einfach aufgetaucht, als hätten sie endlich die Oberfläche durchbrochen und sich gezeigt. Er musste nur die Schale mit der Entwicklerflüssigkeit etwas ankippen, mehr brauchte er nicht zu tun. Erst war nichts und dann etwas, auf einmal war es da. Doch der Augenblick zwischen dem Nichts und dem Etwas ließ sich nicht fassen, ganz so, als gäbe es ihn nicht.
Das große Blatt glitt in die Schale. Adam wendete es mit der Plastezange, stupste es tiefer, wendete es abermals, starrte auf das Weiß – und betrachtete dann so andächtig das Bild einer Frau im langen Kleid, das eine Schulter frei ließ und sich spiral förmig um den üppigen Körper wand, als wäre ein Wunder geschehen, als hätte er einen Geist gezwungen, seine Gestalt zu offenbaren.

Adam hielt das Foto mit der Zange kurz hoch. Die schwarze Fläche des Hintergrunds war jetzt heller, ohne dass Kleid und Achselhöhle an Kontur verloren. Vom Rand des Aschenbechers nahm er die Zigarre, sog daran und blies den Rauch über das nasse Bild, bevor er es ins Stoppbad tauchte und von da in die Schale mit dem Fixierer.

Das Quietschen der Gartenpforte machte ihn unruhig. Er hörte die lauter werdenden Schritte, drei Stufen hinauf, sogar das dumpfe Geräusch der Einkaufstasche, als sie beim Aufschließen
gegen die Haustür schlug. »Adam, bist du da?«

»Ja!«, rief er gerade so laut, dass sie ihn hören musste. »Hier!«

Ihre Absätze gingen über seinen Kopf hinweg, während er das Negativ anhauchte, mit einem Lederläppchen putzte und wieder in den Vergrößerungsapparat einlegte. Er stellte das Bild scharf und machte das Apparatlicht aus. In der Küche wurde der Wasserhahn auf- und wieder zugedreht, die Schritte kehrten zurück – plötzlich hüpfte sie auf einem Bein, sie zog ihre Sandalen aus. Die leeren Flaschen in dem Korb, der hinter der Kellertür stand, klirrten.
»Adam?«

 

 

807991-d272e560554eb79fb787180740f75af3.jpg
Ingo Schulze (Dresden, 15 december 1962)

 

 

 

 

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

Uit: Mojácar (Work) Vertaald door Cic Saor)

 

„It is all in the routine. There are no are no lofty notions about divine intervention, nor, on the other hand any particular fear of failing to deliver. A quiet certainty reassures me that the rock face will eventually yield water if I hammer at it long enough. Yes, of course, the task ahead is a life and death issue, but you can't let anybody notice that – not even yourself.
The air is brisk; morning has not really got going yet. All my possibilities are there waiting for me - sheaves of white paper, and the cover over the manual typewriter almost demanding to be removed. The outer shutters stand open, the view is so defined and familiar to me that it is etched into my retina, even before consciousness has properly kicked in. There, are the rows of apple trees; there, is the old clay oven; there, is the stile leading into the field where you can sit with your back to the world and yield to the sunlight dappling between the trees and the hum of bees.
Yesterday’s last sentence is dangling like a hanging vine, ready to be swung from, and when the pillows in my chair are set right and the blanket is wrapped good and tight about my back and legs to ward off that nip in the air, which lingers until summer has really arrived; well, there is nothing else for it but to get going.
A certain inertia reigns at the start. I fumble at the typing keys and words slither around like eggs on a plate. But gradually as the sounds of keys being struck and finger dexterity meld together, I begin to get the rhythm. Words come to me, seemingly unbidden. It is like moving through a tunnel, which all the time expands further and further into the light ahead, whilst simultaneously closing behind me, only to open again and again and again. There is no explanation. And yes we are talking about a revelation here but with roots firmly planted into the earth, far removed from cheap hocus-pocus devices.“

 

 

 

807991-40c296d55ca97897f92e433bb5729afa.jpg
Klaus Rifbjerg (Kopenhagen, 15 december 1931)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Greshoff werd geboren op 15 december 1888 in Nieuw Helvoet. Zie ook mijn blog van 15 december 2006 en ook mijn blog van 15 december 2007 en ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

 

Liefdesverklaring

 

Ik houd zo van die donkre burgerheren

Die langzaam wandlen over 't Velperplein

In deze koele winterzonneschijn:

De dominee, de dokter, de notaris

En ‘t klerkje dat vandaag wat vroeger klaar is.

Maar 't kan verkeren.

 

Zo onmiskenbaar ziet men aan hun kleren

Dat zij rechtvaardig zijn, terwijl de plicht

Die eedle lijnen groefde in hun gezicht:

De dominee, de dokter, de notaris,

Drievuldig beeld van al wat wijs en waar is.

Maar 't kan verkeren.

 

Op aarde valt voor hen niets meer te leren,

Zij zijn volkomen gaaf en afgerond,

Oud-liberaal, wantrouwend en gezond:

De dominee, de dokter, de notaris,

Voor wie de liefde zelfs zonder gevaar is.

Maar 't kan verkeren.

 

Zij gaan zich nu voorzichtig laten scheren,

Om daarna, met ervaring en verstand,

Een glas te drinken op het heil van 't land:

De dominee, de dokter, de notaris.

'k Weet geen probleem dat hun na zes te zwaar is.

Maar 't kan verkeren.

 

Ik houd zo van die zindelijke heren,

Levende monumenten op het plein

In deze veel te heldre winterschijn:

De dominee, de dokter, de notaris,

Die denken dat uw dichter niet goed gaar is.

Maar 't kan verkeren!

 

 

 

 

Waardin, ik ben een makkelijke klant...

Waardin, ik ben een makkelijke klant:
Geef mij vers wittebrood, een dikke snee
Met boter, Leidse kaas en een kop thee,
Een kamer met een uitzicht over 't strand.

Ik ben een rustig gast, voor 't wel en wee
Der Sowjetrepubliek en Nederland
Blijf ik volkomen onverschillig want
Wat er ook gebeurt, ik doe niet mee!

Het heil van de gemeenschap laat me koud;
En van miljoenen is mij slechts verwant
Eén vrouw waar ik belachelijk veel van houd.

 

 

 

807991-3c4473928032a3810daff583e8853ac6.jpg
Jan Greshoff (15 december 1888 – 19 maart 1971)

Hier links met uitgever A. Stols (m) en dichter J. C. Bloem (r)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Simone van der Vlugt werd geboren in Hoorn op 15 december 1966. Zie ook mijn blog van 15 december 2009.

 

Uit: Jacoba, Dochter van Holland

 

„Dordrecht, de rijkste en machtigste stad van de Lage Landen, houdt zijn poorten stevig voor me gesloten. Het stadsbestuur verklaart weinig vertrouwen te hebben in het bewind van een meisje van zestien en vraagt oom Johan de leiding op zich te nemen. Meer steden doen dat verzoek, en dan laat mijn oom definitief zijn ware aard zien. Hij stuurt gezanten naar de kerkvergaderingen in Konstanz om te vragen mijn huwelijk met Jan te verbieden, op basis van onze bloedverwantschap.
Of dat nog niet genoeg is, laat hij zich op 10 november in Dordrecht als landvoogd huldigen. Zijn boodschap aan mij is ondubbelzinnig: erkenning of oorlog.
Woedend verneemik het nieuws tijdens de vergadering van de Raad. Mijn handen omklemmen de leuningen van mijn zetel tot mijn knokkels wit zien.
‘Wat kunnen we doen?’ vraag ik verbeten. ‘Straks kiezen alle steden de kant van mijn oom.’
Walraven van Brederode rijst op uit zijn zetel. ‘De stad aanvallen en met geweld innemen is een mogelijkheid, vrouwe. Maar dat lijkt me geen reële optie. Dordrecht is sterk, beschikt over stevige muren en is heel gunstig gelegen om een belegering te doorstaan. Beter is het om ons te concentreren op andere steden die problemen geven. Als we ze allemaal onder uw bestuur hebben, zal Dordrecht alleen komen te staan en zich waarschijnlijk bedenken.’
‘Heel goed. Welke stad had u als eerste in gedachten?’
‘Gorkum, vrouwe. Dat is de belangrijkste stad van het gebied van de Van Arkels. De Kabeljauwse gilden hebben zich er onlangs meester van gemaakt. Een snel en doeltreffend ingrijpen van uw kant zal een waarschuwing betekenen voor andere oproerige steden.’
‘Dan trekken we op tegen Gorkum,’ zeg ik.“

 

 

 807991-45e3eb062062b6cb374f623f625f33da.jpg

Simone van der Vlugt (Hoorn,15 december 1966)

 

 

 

 

 

De Ierse schrijfster Edna O’Brien werd geboren op 15 december 1930 in Tuamgraney (County Clare). Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

Uit: Wild Decembers

 

"Not a patch on touch ... Nothing to beat touch," one said, and the other confirmed it.
"Would you like a go on it?" Bugler said then to each of them.
"I'll pass," Joseph said, but added that Breege would. She shrunk back from them, looked at the machine, and then climbed up on it because all she wanted was to have got up and down again and vanish. Through the back of her thin blouse one hook of her brassiere was broken and Bugler would see that. A red colour ran up and down her cheeks as if pigment were being poured on them. It was like being up on a throne, with the fields and the low walls very insignificant, and she felt foolish.
"You're okay ... You're okay ... It won't run away with you," Bugler said softly, and leaned in over her. Their breaths almost merged. She thought how different he seemed now, how conciliatory, how much less abrupt and commanding. His eyes, the colour of dark treacle, were as deep as lakes, brown eyes, wounded-looking, as if a safety pin had been dragged over them in infancy. He saw her agitation, saw that she was uneasy, and to save the moment he told her brother that the bloke he bought the tractor from was a right oddball.
"How come?" Joseph said.
"He said that if I couldn't start it, I was to find a child, get the child to put its foot on the clutch, but tell it to be ready to jump the moment the engine started."
"You won't find a child around here," Joseph said, and in the silence they looked as if they were expecting something to answer back. Nothing did. It was as if they were each suspended and staring out at the fields, brown and khaki, and nondescript in the gathering dusk; fields over which many had passed, soldiers, pilgrims, journeymen, children too; fields on which their lives would leave certain traces followed by some dismay, then forgetfulness.

"You'll come in for the tea," Joseph said to lighten things.
"I won't ... I have jobs to do," Bugler said, and turning to Breege, thinking that in some way he owed her an apology, he said, "If ever you want supplies brought from the town, you know who to ask."

 

 

 

807991-cf375326fd0941f2d4d7f25c4d3aa55f.jpg
Edna O’Brien (Tuamgraney, 15 december 1930)




Zie voor nog meer schrijvers van de 15e december ook mijn vorige blog van vandaag en zie eveneens vandaag de P.C. Hooftprijs voor Henk Hofland
Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Hans Carossa, François de La Rochefoucauld, Nicolas Gilbert, Maxwell Anderson, Muriel Rukeyser

De Duitse dichter en schrijver Hans Carossa werd geboren op 15 december 1878 in Bad Tölz. Zie ook mijn blog van 15 december 2006  en ook mijn blog van 15 december 2007 en ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

 

Unzugänglich schien der Gipfel

 

Unzugänglich schien der Gipfel;
Nun begehn wir ihn so leicht.
Fern verdämmern erste Wege,
Neue Himmel sind erreicht.


Urgebirg und offne Länder
Schweben weit, in Eins verspielt.
Städte die wir nachts durchzogen,
sind ein einfach-lichtes Bild.


Helle Wolke streift herüber;
Uns umweht ihr Schattenlauf.
Große blaue Falter schlagen
Sich wie Bücher vor uns auf.

 

 

 

An eine Katze

 

Katze, stolze Gefangene,

Lange kamst du nicht mehr.

Nun, über dämmerverhangene

Tische zögerst du her,

 

Feierabendbote,

Feindlich dem emsigen Stift,

Legst mir die Vorderpfote

Leicht auf begonnene Schrift,

 

Mahnst mich zu neuem Besinnen,

Du so gelassen und schön!

Leise schon hör ich dich spinnen

Heimliches Orgelgetön.

 

Lautlos geht eine Türe.

Alles wird ungewohnt.

Wenn ich die Stirne dir berühre,

Fühl ich auf einmal den Mond.

 

Woran denkst du nun? An dein Heute?

Was du verfehlt und erreicht?

An dein Spiel? Deine Jagd? Deine Beute?

Oder träumst du vielleicht,

 

Frei von versuchenden Schemen

Grausamer Gegenwart,

Milde teilzunehmen

An der menschlichen Art,

 

Selig in großem Verzichte

Welten entgegen zu gehn,

Wandelnd in einem Licht,

Das wir beide nicht sehn?

 

 

 

807983-5995d8a4669b7f5867061beefb1bb5de.jpg 

Hans Carossa (15 december 1878  - 13 september 1956)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver François de La Rochefoucauld werd geboren op 15 december 1613 in Parijs. Zie ook mijn blog van 15 december 2006 en ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

Maximen:

 

„Niet de dingen, maar onze voorkeuren bepalen onze voldoening; en we zijn gelukkig als we hebben waarvan we houden, niet als we hebben waarvan we geacht worden te houden.“

 

 

„Zoals het grote geesten eigen is om in weinig woorden veel duidelijk te maken, zo hebben kleine geesten de gave om veel te praten en niets te zeggen.“

 

 

„Wij zijn allemaal sterk genoeg om andermans ellende te verdragen.“

 

 

 

807983-77f764b95bbd7f2a38bde35e49fde2e4.jpg
François de La Rochefoucauld (15 december 1613 - 17 maart 1680)

Château de Verteuil waar François VI de la Rochefoucauld rond 1650 zijn Maximes en zijn Mémoires redigeerde.

 

 

 

 

De Franse dichter Nicolas Gilbert werd geboren in Fontenoy-le-Château (Vosges) op 15 december 1750. Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

 

Le poète malheureux (Fragment)


Vous que l'on vit toujours chéris de la fortune,
De succès en succès promener vos désirs,
Un moment, vains mortels, suspendez vos plaisirs :
Malheureux... ce mot seul déjà vous importune ?
On craint d'être forcé d'adoucir mes destins ?
Rassurez-vous, cruels ; environné d'alarmes,
J'appris à dédaigner vos bienfaits incertains,
Et je ne viens ici demander que des larmes.

Savez-vous quel trésor eût satisfait mon coeur
La gloire : mais la gloire est rebelle au malheur ;
Et le cours de mes maux remonte à ma naissance.
Avant que, dégagé des ombres de l'enfance,
Je pusse voir l'abîme où j'étais descendu,
Père, mère, fortune, oui, j'avais tout perdu.
Du moins l'homme éclairé, prévoyant sa misère,
Enrichit l'avenir de ses travaux présents ;
L'enfant croit qu'il vivra comme a vécu son père,
Et, tranquille, s'endort entre les bras du temps.
La raison luit enfin, quoique tardive à naître.
Surpris, il se réveille, et chargé de revers,
Il se voit, sans appui dans un monde pervers,
Forcé de haïr l'homme, avant de le connaître...
Le Poète languit dans la foule commune,
Et s'il fut en naissant chargé de l'infortune,
Si l'homme, pour lui seul avare de secours,
Refuse à ses travaux même un juste salaire ;
Que peut-il lui rester ?... Oh ! pardonnez, mon père,
Vous me l'aviez prédit. Je ne vous croyais pas.
Ce qui peut lui rester ? La honte et le trépas.

 

 

 

807983-e2793b18ce875033a4220c6324cad38f.jpg
Nicolas Gilbert (15 december 1750 – 16 november 1780)

Standbeeld in Fontenoy-Le-Château

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en songwriter Maxwell Anderson werd geboren op 15 december 1888 in Atlantic Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

 

Lost in the stars

 

Before Lord God made the sea and the land,
He held all the stars in the palm of His hand,
And they ran through His fingers like grains of sand,
And one little star fell alone.

Then the Lord God hunted through the wide night air,
For the little dark star on the wind down there,
And He stated and promised He'd take special care
So it wouldn't get lost again.

Now a man don't mind if the stars grow dim,
And the clouds blow over and darken him,
So long as the Lord God's watching over them,
Keeping track how it all goes on.

But I've been walking through the night and the day,
Till my eyes get weary and my head turns gray,
And sometimes it seems maybe God's gone away,
Forgetting the promise that we heard Him say.

And we're lost out here in the stars,
Little stars, big stars, blowing through the night,
And we're lost out here in the stars,
Little stars, big stars, blowing through the night.

 

 

 

 

 807983-672ee31a2ea257e274ece7eb10a78245.jpg

Maxwell Anderson (15 december 1888 – 28 februari 1959)

Hier links, met collega’s Paul Green en Sidney Howard

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en politiek activiste Muriel Rukeyser werd geboren op 15 december 1913 in New York. Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009.

 

 

Boy With His Hair Cut Short 

 

Sunday shuts down on this twentieth-century evening.

The L passes. Twilight and bulb define

the brown room, the overstuffed plum sofa,

the boy, and the girl's thin hands above his head.

A neighbor radio sings stocks, news, serenade.

 

He sits at the table, head down, the young clear neck exposed,

watching the drugstore sign from the tail of his eye;

tattoo, neon, until the eye blears, while his

solicitous tall sister, simple in blue, bending

behind him, cuts his hair with her cheap shears.

 

The arrow's electric red always reaches its mark,

successful neon! He coughs, impressed by that precision.

His child's forehead, forever protected by his cap,

is bleached against the lamplight as he turns head

and steadies to let the snippets drop.

 

Erasing the failure of weeks with level fingers,

she sleeks the fine hair, combing: 'You'll look fine tomorrow!

You'll surely find something, they can't keep turning you down;

the finest gentleman's not so trim as you!' Smiling, he raises

the adolescent forehead wrinkling ironic now.

 

He sees his decent suit laid out, new-pressed,

his carfare on the shelf. He lets his head fall, meeting

her earnest hopeless look, seeing the sharp blades splitting,

the darkened room, the impersonal sign, her motion,

the blue vein, bright on her temple, pitifully beating.

 

 

 

807983-4f62c949dbb45f563d86ecb12c62835e.jpg
Muriel Rukeyser (15 december 1913 – 12 februari 1980)

Geschreven door Romenu om 19:47 Reageer op dit bericht

P.C. Hooftprijs 2011 voor Henk Hofland


P.C. Hooftprijs 2011 voor Henk Hofland

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland krijgt de P.C. Hooftprijs 2011. Dat heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde dinsdag bekendgemaakt. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010.

 

Uit: Lezen en schrijven (Column)

 

„De verbreiding van internet betekent niet dat in de digitale bovenlagen ideale democratische verhoudingen zullen heersen. Het is waar: wat we aan het begin van deze eeuw de digitale snelweg noemden, heeft de vrijheid van meningsuiting op een toen nog onvoorstelbare manier bevorderd. Het wereldwijde web heeft een onafzienbare hoeveelheid informatie voor iedereen die met een laptop kan werken toegankelijk gemaakt. Bovendien kan iedereen laten weten wat hij van alles vindt. Nooit zijn zoveel mensen in staat geweest over zoveel zaken een zo groot publiek te laten weten wat ze ervan denken. Iedere dag wordt er bij wijze van spreken een paddestoelwolk van opinies de digitale wereld ingestuurd. Met Facebook en Hyves kun je desnoods duizenden vrienden maken. Internetkranten stellen je in de gelegenheid uit de onkwetsbaarheid van je anonimiteit de machtigsten ter wereld ongenadig uit te schelden. Met Twitter laat je in 140 tekens je diepste wijsheid van het moment weten.

Maar dit wil niet zeggen dat de gebruikers van al deze fantastische faciliteiten weten waar ze het over hebben. Om goed van de schatkamers van informatie gebruik te kunnen maken, moet je weten waar je moet zoeken en datgene te begrijpen wat je hebt gevonden. Dit alles vooronderstelt kennis van zaken die een mens nu eenmaal vergaart in een vooropleiding die toewijding, energie en jaren vergt. Daaraan ontbreekt het al diegenen voor wie de wetenschap van internet wel bereikbaar is, maar de inhoud abracadabra.

De formule die Menno ter Braak in 1937 in zijn Het nationaal-socialisme als rancuneleer gebruikte, heeft een nieuwe actualiteit gekregen. „Naarmate het bezit van cultuur meer als een recht wordt gevoeld, wordt de afstand die er bestaat tussen dat recht op alles en het bezit van weinig in de praktijk, meer beseft als een onrecht.” Degene die hier het slachtoffer is „kan het meerdere bezit van de ander niet verdragen. Het maakt hem hels, de ander bevoorrecht te zien. Hij wrokt omdat hij in de wrok althans de lust van de permanente ontevredenheid beleeft.”

Heeft de schijn van gelijkheid die door de verbreiding van internet is ontstaan deze wrok tot een eigentijds verschijnsel gemoderniseerd? Ligt hier de verklaring van de wijdverbreide haat tegen de ‘elite’, bestaande uit mensen die het dankzij hun opleiding en ervaring op een grote verscheidenheid van gebieden beter weten dan wat vroeger de ‘leek’ werd genoemd? Als van iemand nu gezegd wordt dat hij ‘tot de elite hoort’, is dat in negen van de tien gevallen een verdachtmaking. Elite is een scheldwoord geworden, niet alleen hier; ook in Amerikaanse populistische kringen. ‘Linkse elite’, nog erger – terwijl toch president George W. Bush, de neoconservatieven en de bankiers aan de wortel van onze tegenwoordige problemen hebben gestaan.“

 

 

 

807953-7a26d9ecb11f73d1cb6c9d9a45b6a77d.jpg
Henk Hofland (Rotterdam, 20 juli 1927)
Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten