Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 december 2010 tot 1 januari 2011

Nieuwjaarsboudate (Jan Jacob Slauerhoff), Nieuwjaar (J. C. Bloem)


Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 

 

 820965-1b863a3f4c1eb8815044f4408fd11d5c.jpg

Cornelis Springer (25. Mai 1817 - 1891)

Gezicht op de Heerengracht bij de Amstel

 

 

 

 

Nieuwjaarsboudate

 

Wie in deze tijd nog gedichten schrijft
En zich richten wil tot een volk dat kijft,
Tot een volk dat niets dan welvaart wil
En bewilliging van iedre modegril,
Hij is meer dan rijp voor het gekkenhuis
En de gekken vinden hem ook niet pluis,
En dus moet hij naar een ballingsoord,
Waar papier en pennen zijn behekst,
Waar de kale muur siert de bijbeltekst:
(Slechts) In den beginne was het Woord.

 

 

 

 820965-08961d97326a91fda0f4996e06256027.jpg

Jan Jacob Slauerhoff (15 september 1898 - 5 oktober 1936)

 

 

 

 

 

Nieuwjaar

 

De nieuwjaarsklokken luiden door de radio.
Stortregen valt. De dag is onbeschrijflijk goor.
Men is alleen gelaten en aanvaardt het zo.
Men vraagt zich zelfs niet af: waarom is 't en waardoor ?

 

Tegen het leven is toch immers niets te doen;
de wereld heeft geen oorden meer om heen te gaan,
en 't hart wordt niet, gelijk de landen, jaarlijks groen:
er is geen vlucht uit een voorgoed mislukt bestaan.

 

 

 

820965-6c1bea53a86f5a1bbc8d537e28ad2674.jpg
J.C. Bloem (
10 mei 1887 - 10 augustus 1966)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn tweede en mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 14:16 Reageer op dit bericht

J.D. Salinger, E. M. Forster, Douglas Kennedy, Rascha Peper, Sven Regener

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook mijn blog van 1 januari 2007 en ook mijn blog van 1 januari 2008 en ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010 en ook mijn blog van 1 januari 2010. Salinger overleed op 27 januari van het afgelopen jaar.

 

Uit: The Catcher in the Rye

 

"The fish don't go no place. They stay right where they are, the fish. Right in the goddamn lake."

"The fish - that's different. The fish is different. I'm talking about the ducks," I said.

"What's different about it? Nothing's different about it," Horwitz said. "It's tougher for the fish, the winter and all than it is for the ducks, for Chrissake. use your head, for Chrissake."

I didn't say anything for about a minute. Then I said, "All right. What do they do, the fish and all, when that whole little lake's a solid block of ice, people skating on it and all?"

Old Horwitz turned around again. "What the hellaya mean what do they do?" He yelled at me. "They stay right where they are, for Chrissake."

"They can't just ignore the ice. They can't just ignore it."

"Nobody's ignoring it. Nobody's ignoring it. They live right in the goddam ice. It's their nature, for Chrissake. They get frozen right in one position for the whole winter."

"Yeah? What do they eat then? I mean, if they're frozen solid, they can't even swim around looking for food and all."

"Their bodies, for Chrissake - what'sa matter with ya? Their bodies take in nutrition and all, right through the goddam seaweed and crap. They got their pores open the whole time. That's their nature, for Chrissake."

 

 

 820959-2d6e2e2e3d2f27ae373a480cbbc92a59.jpg

J.D. Salinger (1 januari 1919 – 27 januari 2010)

 

 

 

 

De Engelse romanschrijver en essayist Edward Morgan Forster werd geboren op 1 januari 1879. Zie ook mijn blog van 1 januari 2007 en ook mijn blog van 1 januari 2008 en ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: A Room with a View

 

“My dear,” said the old man gently, “I think that you are repeating what you have heard older people say. You are pretending to be touchy; but you are not really. Stop being so tiresome, and tell me instead what part of the church you want to see. To take you to it will be a real pleasure.”

Now, this was abominably impertinent, and she ought to have been furious. But it is sometimes as difficult to lose one’s temper as it is difficult at other times to keep it. Lucy could not get cross. Mr. Emerson was an old man, and surely a girl might humour him. On the other hand, his son was a young man, and she felt that a girl ought to be offended with him, or at all events be offended before him. It was at him that she gazed before replying.

It was ordinary water, nor was there very much of it, and, as Freddy said, it reminded one of swimming in a salad. The three gentlemen rotated in the pool breast high, after the fashion of the nymphs in Gotterdammerung. But either because the rains had given a freshness or because the sun was shedding a most glorious heat, or because two of the gentlemen were young in years and the third young in spirit—for some reason or other a change came over them, and they forgot Italy and Botany and Fate. They began to play. Mr. Beebe and Freddy splashed each other. A little deferentially, they splashed George. He was quiet: they feared they had offended him. Then all the forces of youth burst out. He smiled, flung himself at them, splashed them, ducked them, kicked them, muddied them, and drove them out of the pool.“

 

 

 820959-b1d0f16e9a43037951240ee66f18a091.jpg

Edward Morgan Forster (1 januari 1879 - 7 juni 1970)

Portret door Roger Fry

 




De Amerikaanse schrijver
Douglas Kennedy werd geboren op 1 januari 1955 in New York. Zie ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: The Woman in the Fifth

 

„THAT WAS THE year my life fell apart, and that was the year I moved to Paris.

I arrived in the city a few days after Christmas. It was a wet, gray morning – the sky the color of dirty chalk; the rain a pervasive mist. My flight landed just after sunrise. I hadn't slept during all those hours above the Atlantic – another insomniac jag to add to all the other broken nights I'd been suffering recently. As I left the plane, my equilibrium went sideways – a moment of complete manic disorientation – and I stumbled badly when the cop in the passport booth asked me how long I'd be staying in France.

'Not sure exactly,' I said, my mouth reacting before my brain.

This made him look at me with care – as I had also spoken in French.

'Not sure?' he asked.

'Two weeks,' I said quickly.

'You have a ticket back to America?'

I nodded.

'Show it to me, please,' he said.

I handed over the ticket. He studied it, noting the return date was January 10.

'How can you be "not sure",' he asked, 'when you have proof?'

'I wasn't thinking,' I said, sounding sheepish.

'Évidemment,' he said. His stamp landed on my passport. He pushed my documents back to me, saying nothing. Then he nodded for the next passenger in line to step forward. He was done with me.

I headed off to baggage claim, cursing myself for raising official questions about my intentions in France. But I had been telling the truth. I didn't know how long I'd be staying here. And the airplane ticket – a last-minute buy on an Internet travel site, which offered cheap fares if you purchased a two-week round-trip deal – would be thrown out as soon as January 10 had passed me by. I wasn't planning to head back to the States for a very long time.

'How can you be "not sure" when you have proof?'

 

 

 820959-d52b59fc5a21b0108e9b15ae3f8c8cb7.jpg

Douglas Kennedy (New York, 1 januari 1955)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd geboren op 1 januari 1949 in Driebergen. Zie ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: Rico’s vleugels

 

„Ik heb me nog nooit zo raar gevoeld. Ik heb staan vrijen met een man, en volgens mij vond ik het nog niet eens zo erg ook. Zou dat kunnen? Het is zo`n vreemd idee. Eigenlijk ben ik alleen maar zijn hoer, maar mijn gevoel zegt dat ik er ook zelf naar verlang. Ik weet niet wat ik nu moet doen. En toen die werkster binnen kwam, nota bene de moeder van Krokewit, had ik het al helemaal niet meer. Ik wilde helemaal niet stoppen, ik kon de magie van
het moment niet loslaten. Ik weet niet meer of ik alleen maar zit te bedenken hoe het zou zijn om verliefd te zijn op een man, of dat ik ook echt verliefd op hem ben. Hoe hij me streelde over m`n buik, zo teder en lief, hij zou mij nooit pijn doen, en ik zorg er wel voor dat ik me goed laat betalen. Daar gaat het me om, of toch niet? Ik zou willen dat ik dat baantje nooit had gekregen, dat ik die rare Dokter Bol nooit had geholpen met zijn auto. Als hij me alleen al 75 gulden betaald voor een avondje overwerken, hoeveel zou hij dan geven als ik met hem naar bed ga? Als ik dat doe, want ik lig nu zo in de knoop dat ik niks meer weet.
En toen, net toen we alleen zouden zijn, net toen ik zou gaan ontdekken wat ik werkelijk voelde, toen kwam die feeks thuis. De trut, mij een beetje uitschelden, mij weghouden van de man die van mij houdt, van wie ik ook hou? Ze kwam en walste met haar lelijke heksenneus alles plat dat Eduard en ik samen opgebouwd hadden. Daar gaat m`n poen, allemaal omdat die trut zonodig eerder thuis moest komen. Ze liet me nog geeneens gedag zeggen. Mij proberen wijs te maken dat hij boven lag te rusten! Ik weet echt niet wat ik moet doen of eigenlijk wel. Ik ga naar Dijk, pilletje slikken geweest was. Hoe durft ze Eduard en mij uit elkaar te halen, we wisten zelf nog niet eens of alles wel paste, of wij samen de puzzel af konden maken. Ik weet het echt niet meer, ik denk dat ik echt maar een pilletje ga slikken.“

 

 


820959-5595263c5722c539bb637e443ef572fb.jpg
Rascha Peper (Driebergen, 1 januari 1949)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en musicus Sven Regener werd geboren op 1 januari 1961 in Bremen. Zie ook mijn blog van 1 januari 2008  en ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: Herr Lehmann

 

„Der Mensch ist einWesen mit freiemWillen, dachte Herr Lehmann, als er sich der anderen Seite des Lausitzer Platzes näherte, jeder muß selber wissen, was er tut und was nicht, und nur weil Erwin ein Depp ist und einen zum Schnapstrinken überredet, heißt das noch lange nicht, daß Erwin schuld

ist, dachte er, aber er dachte auch mit Genugtuung an die FlascheWhisky, die er heimlich hatte mitgehen lassen und die in der großen Innentasche seines langen, für einen Septembertag im Grunde viel zu warmen Mantels steckte. Er selbst hatte zwar keine Verwendung für Whisky, denn er trank ja im Prinzip schon lange keinen Schnaps mehr, aber Erwin mußte immer mal wieder bestraft werden, undHerr Lehmann konnte die Flasche zur Not seinem besten Freund Karl schenken.

Dann sah er den Hund. Herr Lehmann, wie sie ihn neuerdings nannten, obwohl die, die das taten, auch nicht viel jünger waren, obwohl tatsächlich einige von ihnen, sein bester Freund Karl und auch Erwin zum Beispiel, sogar älter waren als er, kannte sich mit Hunderassen nicht aus, aber er konnte

sich beim bestenWillen nicht vorstellen, daß man so ein Tier mit Absicht züchtete.Der Hund hatte einen großen Kopf mit einer mächtigen, sabbernden Schnauze und zwei großen, lappigen Ohren, die links und rechts davon herunterhingen wie zwei welke Salatblätter. Sein Rumpf war fett, und sein Rücken so breit, daß man darauf eine FlascheWhisky hätte abstellen können, seine Beine waren dagegen unverhältnismäßig dünn, sie ragten aus dem Körper heraus wie abgebrochene Bleistifte.

Herr Lehmann, der es nicht übermäßig witzig fand, daß man ihn jetzt so nannte, hatte noch nie ein so häßliches Tier gesehen. Er erschrak und blieb stehen. Er traute Hunden nicht. Und der Hund knurrte ihn an.“

 

 

820959-72bcda27331251c2ed9e7aff2e5a52b9.jpg
Sven Regener (Bremen, 1 januari 1961)
Geschreven door Romenu om 14:08 Reageer op dit bericht

Rüdiger Safranski, Carry van Bruggen, Joe Orton, Mariano Azuela, René de Ceccatty

De Duitse schrijver en filosoof Rüdiger Safranski werd geboren op 1 januari 1945 in Rottweil. Zie ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: Goethe und Schiller. Geschichte einer Freundschaft

 

„Freundschaft im eminenten Sinne ist selten. Von Aristoteles wird der Ausspruch überliefert, »meine lieben Freunde, es gibt keinen Freund!« Kant, der sich auf Aristoteles beruft, bemerkt: Freundschaft

in ihrer »Reinheit« und »Vollständigkeit« gedacht, sei wohl doch nur ein »Steckenpferd der Romanschreiber«. Wirkliche Freundschaft ist jedenfalls seltener, als es der inflationäre Wortgebrauch vermuten läßt. Goethe und Schiller haben ihre Freundschaft als ein rares, wunderliches Gewächs angesehen, als ein Glück, als ein Geschenk. Es kam ihnen unglaublich vor, was ihnen da gelungen oder zugestoßen war, und sie gerieten in dankbares Staunen darüber. Im Rückblick nannte Goethe die Freundschaft ein glückliches Ereignis. Ein solches bleibt es für uns auch heute noch, denn man wird in der Geschichte des Geistes lange suchen müssen, um etwas Vergleichbares zu finden – daß zwei schöpferische Menschen höchsten Ranges sich über Gegensätze hinweg verbinden zu wechselseitiger Anregung und sogar zu gemeinsamem Werk.

Die Freundschaft der beiden wurde schon damals zur Heldenlegende verklärt. Man machte die Freunde zu Dichterfürsten auf dem literarischen Olymp und nannte sie die »Dioskuren«. Auch Neid und Widerwille regten sich. Wenn man ihnen nicht am Zeug flicken konnte, wollte man wenigstens den einen gegen den anderen ausspielen, eine Hierarchie zwischen ihnen festsetzen. Wer ist der Bedeutendere, oder werden nicht vielleicht sogar beide überschätzt?

Offiziell wurden sie bald schon als marmorne Klassiker verehrt, aber in jeder Generation regten sich rebellische Anwandlungen. Als Goethe 1829 den Briefwechsel mit Schiller herausgab, nannte ihn Grabbe eine »Sammlung billetmäßiger Lappalien«, und Börne schrieb, »daß unsere zwei größten Geister in ihrem Hause . . . so nichts sind . . . das ist ein Wunder, . . . eine Verwandlung des Goldes

in Blei«.

 

 

820956-0db4ed0b5c81fc13796cb667e2b808c7.jpg
Rüdiger Safranski (Rottweil, 1 januari 1945)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen (eig. Caroline Lea de Haan) werd geboren in Smilde op 1 januari 1881. Zie ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: Eva

 

„Gisteravond laat al hing hij boven de daken klaar, de rosse lantaarns sloegen er hun gloed tegen aan en vannacht heeft hij zich laten zakken -, de sneeuw. Het is de eerste sneeuw van het nieuwe jaar, het is de eerste sneeuw van de nieuwe eeuw -, sneeuw die de wereld vernieuwt. Het is vandaag de Nieuwe Eeuw -, gister liep de Oude Eeuw ten einde. Honderd jaren waren om. Een bolgeblazen ballon, waaruit het stroomde, stroomde -, eindelijk leeg. Een oude afgewonden ketting, honderd jaar geleden nieuw. Zóó zinken ze het water in, als de schepen voor anker gaan, je staat erbij in het riet, je ziet ze dalen, ze raken het water, ze breken het water, en het sluit zich weer... maar eens, je weet het, worden ze weer in het licht geheven, en de schepen varen de haven weer uit in een voorjaarszon -, de oude eeuw is voor eeuwig verzonken.

Sneeuw ligt uit in platgestreken plakken, sneeuw klimt klevend tegen gevels op.... en het is zoo stil.... en alle leven lijkt weggekropen: het is namiddag, het is Nieuwjaar. En ze gaat alleen. De meid deed open, de deur sloeg toe en David was in het huis en over een half uur komt ze er weer langs. En nu sterven de echo's en nu keert ze zich het eigene toe - zóó zou je iets, van jezelf alleen, voor elk ander verborgen, in een doosje ontblooten.... dit eigene, heimelijke is het gaan langs het huis, en zijn de gedachten.

Ze stijgt het laaggelegen straatje uit, den dijk op en den sterken sneeuwreuk in. Die geven de velden af, die waait het water over.

De molens steken stram en zwart in het wit, de dikke rompen van de overwinterende schepen, tegen den hemel, tegen het water, onwrikbaar, grijs aan grijs. Dit is zijn huis, naar het water gekeerd -, zijn gesloten huis, waar het nu leeg is en wel koud zal zijn en wel heel stil -, sneeuwdoorschenen schemering. Binnen de deur de smalle gang, de bak met zijn stokken, de kapstok met zijn jassen. Eén stok en één jas ontbreken.... hij is op reis. De eerste deur rechts is de kamer met de boekenkast, de laaghangende lamp, de ronde tafel, waar ze zaten, weer zullen zitten, tezamen, het boek tusschen ze in.“

 

 

820956-ccf346e361c2a627c8d9c20db6358d1b.jpg
Carry van Bruggen (1 januari 1881 - 16 november 1932)

 

 

 

 

De Britse schrijver Joe Kingsley Orton werd geboren in Leicester op 1 januari 1933. Zie ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: What the Butler Saw (1969)

 

„Act I

 

Geraldine: I've no idea who my father was.

Prentice: I'd better be frank, Miss Barclay. I can't employ you if you're in any way miraculous. It would be contrary to established practice. You did have a father?

Geraldine: Oh, I'm sure I did. My mother was frugal in her habits, but she'd never economize unwisely.

Nick: I've also found someone to take an option on the photographs.

Mrs Prentice: What photographs?

Nick: I had a camera concealed in the room.

Mrs Prentice: When I gave myself to you the contract didn't include cinematic rights.

Nick: I'd like a hundred quid for the negatives. You've got until lunchtime.

Mrs Prentice: I shall complain to the manager.

Nick: It will do you no good. He took the photographs.

Mrs. Prentice: Oh, this is scandalous! I'm a married woman.

Nick: You didn't behave like a married woman last night.

Mrs Prentice: You put me in an impossible position.

Nick: No position is impossible when you're young and healthy.

Mrs Prentice: My uterine contractions have been bogus for some time!

Prentice: What a discovery! Married to the mistress of the fraudulent climax.

Mrs Prentice: Have you taken up transvestism? I'd no idea our marriage teetered on the edge of fashion.

Rance: You may speak freely in front of me. I represent Her Majesty's Government. Your immediate superiors in madness. I'm from the Commissioners.

Prentice: Which branch?

Rance: The mental branch.

Prentice: Do you cover asylums proper? Or just houses of tentative madness?

Rance: My brief is infinite. I'd have sway over a rabbit hutch if the inmates were mentally disturbed.

 

 

 

820956-7149eb4f6bd7f1116bc10002807e6168.jpg
Joe Orton (1 januari 1933 - 9 augustus 1967)

 

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver en medicus Mariano Azuela González werd geboren in Lagos de Moreno op  1 januari 1873. Zie ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: The Underdogs (Vertaald door E. Munguia jr.)

 

„You swine! You've gone and killed my dog! What harm did he ever do you? What did you have against him, poor little Palomo!"

The woman reentered the house, dragging the dog behind her, very white and fat, with lifeless eyes and limp body.

"Look at those cheeks, Sergeant! Don't get riled, light of my life: I swear I'll turn your home into a dovecote, see? But by God!"

"Don't look so haughty, dear, Banish all fear Look at me lovingly Light of my eyes."

The officer finished singing in his tipsy voice.

"Tell me what they call this ranch, woman?" the sergeant asked.

"Lima," the woman replied curtly, carrying wood to the fire and fanning the coals.

"So we're in Lima, eh, the famous Demetrio Macases country, eh? . . . Do you hear that, Lieutenant? We're in Lima."

"Lima? What the hell do I care? If I'm bound for hell, Sergeant, I might as well go there now . . . now that I have such a good mount. Look at the cheeks on that darling, look at them! There's a pair of ripe red apples for a fellow to bite into!"

 

 

 

820956-079a4d0c2b5c9c146d8f0d8e9a8ceb2d.jpg
Mariano Azuela (1 januari 1873 - 1 maart 1952)

 

 

 

 

De Franse schrijver, essayist en vertaler René de Ceccatty werd geboren op 1 januari 1952 in Tunis. Zie ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Uit: Alberto Moriavia

 

„Les lettres d’Alberto à sa tante, dans son adolescence, témoignent de ce lien qu’il eut très tôt, avec le métier d’écrivain. A treize ans, le 17 mai 1921, il lui écrit : « Depuis une semaine, je fais des poésies. J’en ai écrit une douzaine, entre les sonnets et les quatrains, et les rimes alternées en strophes de sept. Elles me viennent assez facilement et la demoiselle de latin m’incite à en écrire encore. En plus, j’ai terminé le roman que j’avais commencé quand tu es cenue et j’en fais un autre. Mais avec ça je m’ennuie toujours. » À cette époque, il lit Pétrarque, Arioste, le Tasse, Dante. Il espère pouvoir s’acheter l’édition illustrée par Gustave Doré. Il écrit déjà des poèmes (en français !)

« Et voilà bien des jours tristes
passés dans un morne découragement
et quand l’aube couleur d’améthyste
poindra parmi les nuages tristement,
je partirai pour un long voyage. »

Et il demande régulièrement son avis à sa tante, en lui envoyant des poèmes (plus tard en italien). Il l’informera des progrès de la rédaction des Indifférents que dès l’été 1926 il a quasiment terminé. Il s’agit donc d’une relation familiale essentielle dans sa vie d’écrivain.“

 

 


820956-f5f406aeae5258a5c78280d9d2fd48a9.jpg
René de Ceccatty (Tunis, 1 januari 1952)

Geschreven door Romenu om 14:03 Reageer op dit bericht

Ashfaq Hussain, Kristijonas Donelaitis, Johannes Kinker, Sándor Petőfi, Anne Duden

De Canadess-Pakistaanse (Urdu) Ashfaq Hussain werd geboren op 1 januari 1951 in Karachi, Pakistan. Zie ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

 

ALL THE COLOURS OF LOVE

 

Come

scatter all the colours

of love on this land

Come

look with the eyes of the heart

as this land

in its love filled fingers,

holding an olive branch

moves towards us

 

The kind metaphor of the olive branch

waits for us

so we may on this new land

scatter all the colours of love

                                   

 

Vertaald door Shehla Burney

 

 

 

 820949-38d42b815bcd0828af5613533262b4f6.jpg

Ashfaq Hussain (Karachi, 1 januari 1951)

 

 

 

 

De Pruisische-Litouwse dichter Kristijonas Donelaitis werd geboren op 1 januari 1714 in Lasdinehlen bij Gumbinnen in het oostelijk deel van Oost-Pruisen. Zie ook mijn blog van 1 januari 2007 en ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Winter Cares (Fragment)

 

As these complaints went on, the skies took on a glare;
The northern winds began to race at reckless speed,
And blew the rains to where the storks now idly drowse.
Then through the mass of clouds old Winter stuck his head,
And like a tyrant, doomed the autumn's messy work;
His chilling blasts wiped out the sodden ugliness.
At once he frosted white and clean the fall's manure,
Built solid icy roads across the marshy swamps,
And prompted all to change from tumbrel to a sledge.
So now, where we before adored the happy spring
And gladly gathered rainbow-colored buds and blooms,
And where we later ended hearty summer joys,
There now the drifting snow makes ranges of white hills,
And winter's fingers weave pearl blossoms on the bough.

 

How grand it is to see the tall bewhiskered pines,
With their snow covered crests, remaining stoically,
Like powdered gentlemen in dignified parade.
But in their shade, like boors under a ledge of roof,
The naked saplings, pinched by the relentless frosts
And harried by the whistling winds, bow down and wail.
And e'en the fallen trees and stumps become disturbed,
As the north wind his mighty bellows puts to work
And sifts, as with the sieves, the pearly dust of snow.
Too, e'en the beasts of wood of late have disappeared.
So as the cold winds rage and the air changes clash,
Some animals are nestling in their wind-tight lairs,
While others cower high up in the trees and drowse.

 

 

 

 820949-ff3a24106b672057d2478b35d9437e58.jpg

Kristijonas Donelaitis (1 januari 1714 – 18 februari 1780)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, filosoof en advocaat Johannes Kinker werd geboren in Nieuwer-Amstel op 1 januari 1764. Zie ook mijn blog van 1 januari 2007 en ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

 

Weeklagt (Fragment)

 

‘Hoe lang nog, Hemel! moet het onregt ons verdrukken?

 Hoe lang de menschheid voor haar beulen nederbukken,

 En magtloos zuchten onder 't juk, dat op haar weegt?

 Wordt dan de rampfiool van 't misdrijf nooit geleêgd;

 En vult zij zich gestaâg, bij 't gudsend nedergieten

 Der gruwelstroomen, die op 't rookend aardrijk vlieten?

 Wat grimmig God bezielt het werktuig zijner wraak!

 Zien we op deez' Oceaan van jammeren geen baak,

 Geen licht, dat ons vertroost? - Moet, waar we onze oogen wenden,

 Een smeulend nachtlicht ons den springvloed der ellenden, 

 Slechts nu en dan door de eb vervangen, kennen doen?

 

 

 

820949-f9828ae6406a109174a802144b5e6713.jpg
Johannes Kinker (1 januari 1764 – 16 september 1845)

 

 

 

 

De Hongaarse dichter Sándor Petőfi werd geboren in Kiskőrös op 1 januari 1823. Zie ook mijn blog van 1 januari 2009 en ook mijn blog van 1 januari 2010.

 

Winter

 

Heut hat sich einer aufgehängt,
jetzt wird es Winter... Mensch und Tiere,
sie schlottern, wie vom Wind geschwenkt,
die Messingteller der Barbiere.
Wem's schlecht ging, dem geht's nun noch schlimmer,
nicht jeder hat ein warmes Zimmer.

 

Der Tagelöhner eilt, eh's schneit,
mit seinem Weib, Holz kleinzuschlagen,
ihr eingemummter Säugling schreit,
als wollt er so den Wind verjagen.
Wem's schlecht ging, dem geht's nun noch schlimmer,
nicht jeder hat ein warmes Zimmer.

 

Der Wachsoldat vor dem Portal
muß schneller hin und her marschieren,
die Schritte zählt er Mal um Mal,
daß ihm die Füße nicht erfrieren.
Wem's schlecht ging, dem geht's nun noch schlimmer,
nicht jeder hat ein warmes Zimmer.

 

Der Rastelbinder schleppt sich da
im schäbigen Rock auf dürren Beinen,
die Nase rot wie Paprika,
vor Kälte scheint er fast zu weinen.
Wem's schlecht ging, dem geht's nun noch schlimmer,
nicht jeder hat ein warmes Zimmer.

 

Der alte Jahrmarktspieler sucht
von Dorf zu Dorf sich durchzuschlagen,
hat auch kein warmes Zeug, verflucht!
doch Heißhunger genug im Magen.
Wem's schlecht ging, dem geht's nun noch schlimmer,
nicht jeder hat ein warmes Zimmer.

 

Und der Zigeuner... nun, der kann
im Zelt nur zähneklappernd sitzen,
beständig zerrt der Wind daran
und schafft sich Einlaß durch die Ritzen.
Wem's schlecht ging, dem geht's nun noch schlimmer,
nicht jeder hat ein warmes Zimmer.

 

Heut hat sich einer aufgehängt,
jetzt wird es Winter... Mensch und Tiere,
sie schlottern, wie vom Wind geschwenkt,
die Messingteller der Barbiere.
Wem's schlecht ging, dem geht's nun noch schlimmer,
nicht jeder hat ein warmes Zimmer.

 

 

 

 820949-eda254bf30af114e96bee39378091ddb.jpg

Sándor Petőfi (1 januari 1823 - 31 juli 1849)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Anne Duden werd geboren op 1 januari 1942 in Oldenburg.

Zie ook mijn blog van 1 januari 2009. 

 

Uit: Zungengewahrsam

 

"Bilder heben ein Wissen auf, in meinen Augen ..., auch in diesem doppelten Sinne: aufheben und aufheben, und ich kann dieses Wissen am besten, viel besser noch als in Texten, besser auch als in der Musik, - abrufen, wenn ich ein Bild sehe. Das muß ich natürlich schrittweise machen. Das ist nicht mit einem Donnerschlag da. In gewisser Weise kann man auch sagen, die Bilder müssen gelesen werden. Es ist für mich ein Material, das sich mir geradezu anbietet. In vielen Bildern finde ich ein Wissen wieder, was mir durch den Blick auf das Bild erst bewußt wird."

 

 

 820949-a12619f0bee38d80456885a97fe9bb88.jpg

Anne Duden (Oldenburg, 1 januari 1942)

Geschreven door Romenu om 13:59 Reageer op dit bericht

Jonas T. Bengtsson

De Deense schrijver Jonas T. Bengtsson werd geboren op 1 januari 1976 in Kopenhagen. Zie ook mijn blog van 17 september 2010.

 

Uit: Submarino (Vertaald door Günther Frauenlob)

 

„Kamal weiß ganz genau, dass in seinem Studio Steroide genommen werden. Man sieht das den Leuten an, ihren Muskeln und manchmal auch ihren Augen, wenn sie sie nicht mehr unter Kontrolle haben. Es wurden schon Leute rausgeschmissen, die wegen nichts und wieder nichts Amok gelaufen sind. Weil sie nicht sofort ihre Gewichte kriegten, stand ihnen plötzlich Schaum vor dem Mund. Kamal weiß, wer etwas nimmt, wer etwas verkauft und was. Er muss es irgendwann akzeptieren, so ist das einfach. Schließlich kriegt er sogar etwas Provision, weil er die Räumlichkeiten zur Verfügung stellt. Aber das heißt noch lange nicht, dass er dem ganzen Markt Tür und Tor öffnet. Der Tätowierte erhebt sich vom Betonboden. Er nickt langsam, hat verstanden. »Dann sehen wir dich hier nicht mehr?« »Nein, ist in Ordnung, nein ...« Der Typ kratzt sich über die kurzen Stoppeln und streichelt die Spinne in seinem Nacken. »Kann ich jetzt gehen?«
»Nein.« »Nein?« »Ich muss sicher sein, dass du das wirklich kapiert hast.« Kamal geht langsam auf den Mann zu. Der Ringer rührt sich nicht, sondern bleibt neben der Tür stehen. Ich nicke ihm im Vorbeigehen zu. »Wir sehen uns.« Das Sonnenlicht sticht. Ich durchwühle meine Taschen und krame eine zerkratzte Sonnenbrille heraus. Ich kann die ersten Schläge aus der Fabrikhalle hören. Das dumpfe Klatschen, das von den Wänden des leeren Raums zurückhallt.
Ich gehe in den Supermarkt an der Hochbahn, gebe die leeren Flaschen zurück und schlendere dann nach hinten zum Bier. Ich nehme fünf Flaschen. Nach dem Bezahlen verschwinden sie in der Tasche, das Handtuch dar über, schön vorsichtig, damit nichts klirrt.In einem Imbiss kaufe ich zwei Schawarma. Hinter mir wird laut gelacht. Wo gehen wir hin? Was machen wir?“

 

 

994412-63e3e8db763090d86f70e16ce8daea9e.jpg
Jonas T. Bengtsson (Kopenhagen, 1 januari 1976)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

The Old Year (John Clare)

 

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een aangename jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

  

 

 820230-5ee03eccbc1f2a5612e33e13597d202a.jpg

Petrus Gerardus Vertin (1819-1893)

Een drukke winteravond in een Hollandse stad, 1849

 

 

 

The Old Year    

 

The Old Year's gone away

     To nothingness and night:

We cannot find him all the day

     Nor hear him in the night:

He left no footstep, mark or place

     In either shade or sun:

The last year he'd a neighbour's face,

     In this he's known by none.

 

All nothing everywhere:

     Mists we on mornings see

Have more of substance when they're here

     And more of form than he.

He was a friend by every fire,

     In every cot and hall--

A guest to every heart's desire,

     And now he's nought at all.

 

Old papers thrown away,

     Old garments cast aside,

The talk of yesterday,

     Are things identified;

But time once torn away

     No voices can recall:

The eve of New Year's Day

     Left the Old Year lost to all.

 

 

 

820230-ae86359f4286e0e89375c76eb2718451.jpg
John Clare
(13 juli 1793 – 20 mei 1864)

Portret door William Hilton, 1820



Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn derde, mijn tweede en mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 13:03 Reageer op dit bericht

Arjen Duinker, Bastian Böttcher, Jacob Israël de Haan, Kingbotho

De Nederlandse dichter en schrijver Arjen Duinker werd geboren in Delft op 31 december 1956. Zie ook mijn blog van 31 december 2007 en ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

 

Zon en maan

 

Wat een geluiden, wat een oceanen!

Elke letter opent de verte.
Door op een knop te drukken,
Door aan een touw te trekken,
Door een handel over te halen.

Elke lettergreep opent de verte.
Met een donkere zucht uit de diepte,
Met een kameraadschappelijke lach van opzij,
Met een schrille kreet in de wolken.

Elk woord opent de verte
En ruikt de vruchten van geordende plantages
En ruikt cellulose en staal en triplex
En ruikt de inhoud van de tijd.

Wat een stiltes, wat een orkanen!

 

 

 

Tafel

 

Alles is twee keer zo groot.
Het verdriet twee keer de stilte.
De trots twee keer het verdriet.
De zijgevel twee keer de dikte van de huid.

Handen zijn het dubbele van de taal.
Het hemd is het dubbele van de tafel.
Het motorblok is twee keer het hemd.
De herrie is twee keer de geste.

 

 

 

 820225-11100211665f12b70837ccbad3751d36.jpg

Arjen Duinker (Delft, 31 december 1956)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter schrijver Bastian Böttcher werd op 31 december 1974 in Bremen geboren. Zie ook mijn blog van 31 december 2006 en ook mijn blog van 31 december 2007 en ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: Megaherz

 

„Mein Name war Linus Thürmer, ich war Plattenleger. Mein Auftrag bestand darin, ausgewählte Vinylscheiben auf Slipmats zum richtigen Timing von System und Saphir abtasten zu lassen. Über zwei Zwölfzehner und mein Mischpult beschallte ich weltweit orgiastische Feste in Großraumdiscos mit meinen Mixen und akustischen Infusionen. […] Ich tauchte in die Welt ein, und die Welt tauchte in mich ein.“

(...)

 

„Warum sagen die Amis eigentlich immer ‚to fall in love’, wenn sie verlieben meinen, fragte ich nach einer Weile in unsere Stille hinein. ‚Da musst du einen echten Yankee fragen. Ich hab ja schließlich nur eine Greencard. Vielleicht sagen sie ‚fallen’, weil sich das schön romantisch und irgendwie passiv anhört. Da passiert etwas mit dir und es gibt kein Halten mehr.’ Hmm. Aber es gibt doch tausend verschiedene Formen des Sich-Verliebens. Da müssten sie eigentlich mal was Neues erfinden. Wie wär’s zum Beispiel mit ‚jump in love’ oder ‚dive in love’, ‚flip in love’ oder ‚tune in love’? Das ist doch jedes Mal was komplett anderes. Ariane guckte verträumt an die Decke und überlegte. ‚Bei uns beiden ist es dann vielleicht so was wie ‚slip in love’.’ Sie hatte es tatsächlich gesagt. Ich deutete ihre Worte als Liebeserklärung und strahlte zufrieden in mich hinein.“

 

 

 820225-6b7372352a70ec868c7d5158e487870f.jpg

Bastian Böttcher (Bremen, 31 december 1974)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, publicist, rechtsgeleerde Jacob Israël de Haan werd geboren in Smilde op 31 december 1881. Zie ook mijn blog van 31 december 2007 en ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: Pathologieën. De ondergangen van Johan van Vere de With

 

„Dit is mijne verfijnde, en op eene zeer nerveuse wijze verzorgde, beschrijving van de pathologieën, dat zijn de ondergangen van Johan van Vere de With.

 

2.

De Markt is de langwerpig-vierkante binnenbouw van het stadje Cuilemburg, dat echter ook veel op een dorp gelijkt. Midden aan eene van de twee lange zijden stond hun huis, een oud huis, gebouwd.

Van buiten was het een dubbeld huis, bestaande uit twee trapgevelende woningen, aan twee zijden van eene breede deur, die breeder was dan twee huisdeuren zijn. Niettemin was het van binnen één bewoond huis. Drie menschen woonden binnen: een jongen, Johan, zijn vader, en een zeer verouderde vrouw, Sien. Omdat het huis zoo groot was, en deze drie menschen met weinig geluid leefden, leek de woning dikwijls geheel leeg van leven.

De moeder van Johan was sinds geruimen tijd gestorven, reeds vóór den tijd, dat hij en zijnen vader te Cuilemburg woonden. Er waren dus in hun tegenwoordig huis geene kamers meer, die zij had bewoond, en daardoor was de vader van Johan niet zoo ongelukkig. Wel waren er vele dingen van haar, die voor Johan vreemd waren en weinigwaardig, maar voor zijnen vader waren die precies zeer kostbaar als onvervangbare schatten.

Johan bewoonde aan de achterzijde van het huis twee kamers, die beide uitzicht en opening hadden op den donkeren ouden en vollen tuin, die groot en geheimzinnig als een bosch was. Maar de duisternis naderde niet tot aan het huis. Tusschen huis en tuin was een straatweggetje en een grasland, waar in den goeden tijd vele veelkleurige bloemen pronkten, 's Avonds zat Johan te werken voor zijne ruiten; dan scheen de staande lamp naar buiten, met dun licht, gelijk een gouden zonnedamp, die de bloemen van kleur verfijnde en veranderde, als bloemen uit een vreemd, breekbaar verhaal. In den donkeren, dichten tuin, die als een bosch was, kon het lamplicht niet schijnen. De boomen stonden aaneen als een wal van zwart, waarachter de andere wereld was.“

 

 

 

820225-a64eb5fedd63f8a4ac1a85d7089ca3f9.jpg
Jacob Israël de Haan (31 december 1881 - 30 juni 1924)

 

 

 

 

De Surinaamse dichter, percussionist, beeldend kunstenaar, Surinamist, toneelschrijver, regisseur, acteur en maatschappelijk werker Noeki André Mosis (Kingbotho) werd geboren in het District Marowijne op 31 december 1954. Zie ook mijn blog van 31 december 2009.

 

 

Zwart op wit

Ik ben vandaag getuige
dat iemand zegt,
Ik wil het zwart op wit hebben
Terwijl die zelf met blauw tekent.

Ik ben vandaag getuige
dat wit altijd blijft,
en dat zwart verandert
en blijft veranderen.

Ik ben vandaag overtuigd
dat zwart en wit elkaar versterken
als wit met zwart trouwt,
zij elkaar trouw blijven en samen kinderen maken.

Ik ben vandaag overtuigd
dat deze gemeenschap automatisch,
zonder zonnebanken bruiner wordt
als wij het zwart op wit houden.

 

 

 

Vrijheid in eigen handen

Mijn dromen voor de toekomst
verbieden mij verder te huilen
Slavenarbeid verrichten met mijn sterke handen
Mijn kracht verder verprutsen voor de blanken

Die rijker en nog rijker willen worden
Ik maak nu een einde aan
Vandaag vlucht ik het bos in
Voor een beter leven, zelfstandigheid

Dan kom ik terug om mijn broeders
en zusters te bevrijden
Enkelen zullen de afschaffing van de slavernij afwachten
Die zullen mentaal slaven blijven

 

 

 

 820225-c0f52a0b8e6cb15d92cbbf12086aa613.jpg

Kingbotho (District Marowijne, 31 december 1954)
Geschreven door Romenu om 12:55 Reageer op dit bericht

Irina Korschunow, Nicholas Sparks, Stephan Krawczyk, Nicolas Born

De Duitse schrijfster Irina Korschunow werd geboren op 31 december 1925 in Stendal in Sachsen-Anhalt. Zie ook mijn blog van 31 december 2007 en ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: Glück hat seinen Preis

 

„Es gibt ein Bild von meiner Mutter, das Bild mit dem Fächer. Siebzehn war sie damals. Sie steht neben einem Sessel, den Kopf zur Seite geneigt, Blumen im Haar, den halbgeöffneten Reiherfächer in der linken Hand und das Kleid voller Spitzen.

»Echte Chamonixspitzen, Janne«, sagte sie jedesmal, wenn wir das Bild ansahen. Irgendwann, als ich klein war, muß es eine Zeit der Fotografien gegeben haben, tagelanges Wühlen in dem gelben Karton, Geschwister, Eltern, Tanten, Onkel, quer durch die Zeiten. »Onkel Justus mit drei Jahren. Und Tante Mieke als Baby. Und das ist die Hochzeit von Onkel Hans. Dahinten steht Tante Lena, sie ist auch schon längst verheiratet. Großvater Peersen? Der lebte damals doch nicht mehr. Aber hier, er und Großmutter Marie, noch ganz jung. Und das bin ich, mit dem Fächer . . .«

Die Stimme meiner Mutter, die Bilder und die Ge- schichten zu den Bildern. Wir sitzen im Wohnzimmer unter dem rosa Lampenschirm. Sie hat den Arm um mich gelegt, und alles an ihr ist rund und warm und weich. Ich bohre meinen Finger in ihr Doppelkinn, und sie schiebt ihn weg und sagt: »Woher ich das nur habe! Bei meiner Mutter ist es mir nie aufgefallen. Aber sie mußte ja auch

schon mit achtunddreißig sterben.«

Wie alt war ich damals? Vier vielleicht, und meine Mutter Mitte Vierzig, wie ich heute. Nur die Art, wie sie den Kopf auf die Seite legt, und die Augen erinnern noch an das Mädchen im Spitzenkleid.

»Echte Chamonixspitzen. Ich habe es zum Ball in der ›Harmonie‹ bekommen, das schönste Kleid, dein Großvater Peersen wollte das. Wir sollten die schönsten Kleider anhaben, meine Mutter und ich. Gott, war er stolz, als er mit uns in den Ballsaal ging, rechts meine Mutter, links ich, und dieser Glanz, diese Lichter. Nie wieder habe ich so etwas erlebt, so ein Fest.«

Achtundsechzig Jahre später ist sie gestorben. Bevor sie das Bewußtsein verlor, ihre Hände waren schon ruhig geworden, sah sie mich noch einmal an.“

 

 

 

820209-6471d1250bc0cc2359fca230776a6d0f.jpg
Irina Korschunow (Stendal, 31 december 1925)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Nicholas Sparks werd geboren in Omaha, Nebraska op 31 december 1965. Zie ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: Message In A Bottle

 

„But the problem was that there was always something to do. Dishes to be washed, bathrooms to be cleaned, the cat box to be emptied; cars needed tune-ups, laundry needed to be done, and bills had to be paid. Even though Kevin helped a lot with his chores, he was almost as busy as she was with school and friends and all his other activities. As it was, magazines went straight to the garbage unread, letters went unwritten, and sometimes, in moments like these, she worried that her life was slipping past her.
But how to change all that? "Take life one day at a time' her mother always said, but her mother didn't have to work outside the home or raise a strong and confident yet caring son without benefit of a father. She didn't understand the pressures that Theresa faced on a daily basis. Neither did her younger sister, Janet, who had followed in the footsteps of their mother. She and her husband had been happily married for almost eleven years, with three wonderful girls to show for it. Edward wasn't a brilliant man, but he was honest, worked hard, and provided for his family well enough that Janet didn't have to work. There were times when Theresa thought she might like a life like that, even if it meant giving up her career.
But that wasn't possible. Not since David and she divorced. Three years now, four if you counted the year they were separated. She didn't hate David for what he had done, but her respect for him had been shattered. Adultery, whether a one-night stand or a long affair, wasn't something she could live with. Nor did it make her feel better that he never married the woman he'd been carrying on with for two years. The breach of trust was irreparable.
David moved back to his home state of California a year after they separated and met Annette a few months later. His new wife was very religious, and little by little she got David interested in the church. David, a lifelong agnostic, had always seemed to be hungry for something more meaningful in his life.“

 

 


820209-dcb0bae99bdf905249f8a8f8f603dbd0.jpg
Nicholas Sparks (Omaha, 31 december 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en musicus Stephan Krawczyk werd geboren op 31 december 1955 in Weida in Thüringen. Zie ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: Das irdische Kind

 

„Mein Vater saß nach der Kobaltbestrahlung auf dem Bettrand und schüttelte fortwährend verneinend den Kopf. Zwei Monate später ließ er sich aus dem Fenster seiner Wohnung im zehnten Stockwerk fallen, wenige Tage vor seinem sechsundfünfzigsten Geburtstag. Ich erhielt die Nachricht von seinem Tod telegraphisch und fuhr sofort zu meiner Mutter. Mit unbewegtem Gesicht sagte sie, daß sie gesehen habe, wie er den Halt verlor. Sie kam von der Arbeit, öffnete im selben Moment die Wohnungstür. Einer der Hausschuhe fiel ins Zimmer. Feuerwehrleute brachten ihr den anderen und - wegen des Edelmetalls - die Zähne, in ein Taschentuch gewickelt.

Vor Beginn der Trauerfeier wartete eine Gruppe Männer in schwarzen Uniformen und mit schulterhohen Kränzen. Dann saßen sie reglos im Kirchenschiff gegenüber.

Zwei glitzernde Steine standen in der hellblau ausgespannten Vitrine des Fernsehschranks meiner Kindheit. Ich spielte nicht mit ihnen, wog sie nur in der Hand und konnte nie das leise Tickenvermeiden, wenn ich sie auf den Spiegelboden zurückstellte.

Das Holz , das wir zum Anheizen verwendeten, stammte aus stillgelegtenSchächten. Ich hackte und stapelte es im Keller. Es war mit einer dunklen Schicht bedeckt, deren Geruch ich wiedererkennen würde.

Als ich meinen Vater fragte, was Silikose bedeutet, sagte er: Uranstaub frißt weiter.

Seine Wochen waren in Schichten eingeteilt. Wenn es irgend etwas zu planen gab, stand er vor dem Kalender in der Küche und zählte: Früh, Mittel, Nacht, Sonntagsdienst. Zur Mittelschicht erhob er sich vom Mittagessen und mußte auf den Schacht, so hieß es im Sprachgebrauch. Manchmal sah ich ihn inmitten der Fremden, die ihre Haut zu Markte trugen, wo der Schichtbus hielt.“

 

 


820209-07a65c7d36cedc8941c1cd5c2aeaf836.jpg
Stephan Krawczyk (Weida, 31 december 1955)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Nicolas Born werd geboren op 31 december 1937 in Duisburg. Zie ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: Die Fälschung

 

„Der Himmel war blau, erst weiter weg hingen dicke aufgebauschte Wolken dicht über dem Horizont.  Die Elbwiesen zerflossen da, immer blasser, und wo nichts Genaues mehr war, sah man auch keine Zäune mehr.  Die reibenden Eisschollen fingen an zu rotieren, wenn sie in die Strudel zwischen den Molen gerieten.  Das ehemalige Bauernhaus, dessen Eichenfachwerk ausgemauert war mit blassroten, an der Luft getrockneten Ziegelsteinen, die im Licht der frühen oder späten Sonne diesig purpurn aufleuchteten, lag da an den Boden geschmiegt oder wie hingekauert.  Er hatte Greta auf dieses Leuchten, das ihm rätselhaft vorkam, wie eine nur ihm sichtbare Strahlung, aufmerksam gemacht.  Ein paar Versuche von Greta, es zu fotografieren, waren enttäuschend verlaufen; die Vergrößerungen brachten nie das, was er meinte. Vielleicht hatte sie auch den Farbton nicht richtig gesehen und die Bilder wurden deshalb nichts.  Die ganze nach Osten gerichtete Giebelwand war mit Wein bewachsen.  Durch die oberen Fenster konnte er über den Fluss und den Zaun der Staatsgrenze hinweg in den anderen Staat schauen, wo sich, wenn sie klares Wetter hatten, das Diesseits wiederholte, also Ansammlungen geduckter Gehöfte, von Bäumen umstanden und überragt (... )“

 

 

 

 820209-c0010a8c41fb759ff918f15ed5ad08ae.jpg

Nicolas Born (31 december 1937 – 7 december 1979)

Geschreven door Romenu om 12:50 Reageer op dit bericht

Dieter Noll, Horacio Quiroga, Gottfried August Bürger, Dal Stivens

De Duitse dichter en schrijver Dieter Noll werd geboren op 31 december 1927 in Riesa. Zie ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

 

Traum und Leben

1

Träume sind Schreckenskammern der Angst,
leuchtende Räume der Wunscherfüllung.
Träume sind immer brutale Enthüllung
dessen, wonach du verlangst.

 

Träume bei Tage und Träume bei Nacht
sind nur im Ausmaß der Freiheit verschieden:
Diese sind, was du zu denken vermieden,
jene, was du gedacht.

 

Träumst du am Tag immer kühner und freier,
was du dir wünschst, was dir nie widerfuhr,
hebt sich vom Nacht-Traum allmählich der Schleier.

 

Wirkliche Freiheit hast du erreicht,
wenn der Nacht-Traum, frei von Zensur,
dem Tagtraum gleicht.

 

 

 

 820202-044df09240a4831b9840d53957672453.jpg

Dieter Noll (31 december 1927 – 6 februari 2008)

 

 

 

 

De Uruguayaanse schrijver Horacio Quiroga werd geboren op 31 december 1878 in Salto. Zie ook mijn blog van 31 december 2009.

 

The Son (Vertaald door F. Wufferz)

 

It is a powerful summer day in Misiones, with all the sun, heat, and calm the season can  provide. Nature, completely unbounded, feels satisfied with herself.
Like the sun, the heat, and the atmospheric lull, the father also opens his heart to Nature.
“Be careful, kid,” he says to his son, with that sentence cutting short any discussion of the matter.

His son understands perfectly.

“Yes, Dad,” the child replies, as he grabs his rifle and loads shells into his shirt pockets, which he closes carefully.
“Come back at lunch time,” the father says.
“Yes, Dad,” the boy repeats.
He balances the rifle in his hand, smiles at his fother, kisses him on the head, and leaves. For a moment, his father follows him with his eyes and then returns to his day's work, happy at his son's joy.

He knows that his son, taught from his earliest infancy to be wary of danger, can handle a rifle and hunt anything. The boy is only thirteen years old, but quite tall for his age. Yet he seems younger, judging by the purity of his blue eyes, still fresh with childlike surprise.

The father does not need to lift his eyes from his work to follow, in his mind's eye, his son's course: he has crossed the red path and headed straight toward the scrubland across from the opening in the sparta grass.

To hunt in the scrubland – the boy hunts for pelts – requires patience beyond his young son's capacity. After crossing that island of scrubland, his son will move along the edge of the cactus growth

to the marsh, looking for doves, tucans, or a flock of herons just like those his friend Juan has discovered so recently.“

 

 

 

820202-38a42e6e3e079fa3abdbea0720a914c1.jpg
Horacio Quiroga (31 december 1878 – 19 februari 1939)

 

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Gottfried August Bürger werd geboren op 31`december 1747 in Molmerswende. Zie ook mijn blog van 31 december 2006  en ook mijn blog van 31 december 2007 en ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

 

Verlust

 

Wonnelohn getreuer Huldigungen,

Dem ich mehr als hundert Monden lang,

Tag und Nacht, wie gegen Sturm und Drang

Der Pilot dem Hafen, nachgerungen!

 

Becher, allgenug für Götterzungen,

Goldnes Kleinod, bis zum Überschwang

Stündlich neu erfüllt mit Labetrank,

O wie bald hat dich das Grab verschlungen!

 

Nektarkelch, du warest süß genug,

Einen Strom des Lebens zu versüßen,

Sollt' er auch durch Weltenalter fließen.

 

Wehe mir! Seitdem du schwandest, trug

Bitterkeit mir jeder Tag im Munde.

Honig trägt nur meine Todesstunde.

 

 

 

 

Auf die Morgenröte

 

Wann die goldne Frühe, neugeboren,

Am Olymp mein matter Blick erschaut,

Dann erblass' ich, wein' und seufze laut:

Dort im Glanze wohnt, die ich verloren!

 

Grauer Tithon! du empfängst Auroren

Froh aufs neu, sobald der Abend taut;

Aber ich umarm' erst meine Braut

An des Schattenlandes schwarzen Thoren.

 

Tithon! Deines Alters Dämmerung

Mildert mit dem Strahl der Rosenstirne

Deine Gattin, ewig schön und jung:

 

Aber mir erloschen die Gestirne,

Sank der Tag in öde Finsternis,

Als sich Molly dieser Welt entriß.

 

 

 

 820202-bd10ec60d6f9d63835292c0541bee9cf.jpg

Gottfried August Bürger (31 december 1747 – 8 juni 1794)

Monument in Göttingen

 

 

 

 

De Australische schrijver Dal Stivens werd geboren op 31 december 1911 in Blayney, New South Wales. Zie ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: A Horse of Air

 

“My room in the mental hospital is pleasant enough as such rooms go.” says our erstwhile narrator, one Harry Craddock, a millionaire made not by himself but by his father, an amateur at “everything” and a master of nothing, a fool, an excited scientist, a rich open purse, a – a murder? Perhaps, or perhaps not, but either way he is currently residing in a mental institute after shooting a nameless young man. Craddock is a man who

spout[s] words. I envelope people in words, I spit words at them, I want to swallow them with words.”

(...)

 

At intervals between the sandhills were great stony or gibber plains. Aeons of wind and water have smashed the once solid siliceous or flinty horizontal strata and winds have carried away the loose soil cover until only a gleaming stony rubble remains. Windblown sand has abraded the stones and small boulders into smooth shiny pebbles with sloping sides. Pick one up and you'll discover it is shaped like a low tent or a pyramid. They're polished, too, with a coating of “desert varnish” - a deposit of colloidal silica or oxide of iron.“

 

 

 

820202-b6476e2e3c98647e410b1f184afd636a.jpg
Dal Stivens (31 december 1911 - 16 juni 1997)

Geschreven door Romenu om 12:46 Reageer op dit bericht

Connie Willis, Giovanni Pascoli, August van Cauwelaert, Alexander Smith, Marie d'Agoult

De Amerikaanse (sciencefiction) schrijfster Connie Willis werd geboren in Denver (Colorado) op 31 december 1945. Zie ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: Blackout

 

„Colin tried the door, but it was locked. The porter, Mr. Purdy, obviously hadn’t known what he was talking about when he’d said Mr. Dunworthy had gone to Research. Blast it. I should have known he wasn’t here, Colin thought. Only historians prepping for assignments came to Research. Perhaps Mr. Dunworthy’d told Mr. Purdy he was going to do research, in which case he’d be in the Bodleian Library.
Colin went over to the Bodleian, but Mr. Dunworthy wasn’t there either. I’ll have to go ask his secretary, Colin thought, loping back to Balliol. He wished Finch was still Mr. Dunworthy’s secretary instead of this new person Eddritch, who would probably ask a lot of questions. Finch wouldn’t have asked any, and he’d have not only told him where Mr. Dunworthy was, but what sort of mood he was in.
Colin ran up to Mr. Dunworthy’s rooms first, on the off chance Mr. Purdy hadn’t seen Mr. Dunworthy come back in, but he wasn’t there either. Then he ran across to Beard, up the stairs, and into the outer office. “I need to see Mr. Dunworthy,” he said. “It’s important. Can you tell me where—?”
Eddritch looked at him coldly. “Did you have an appointment, Mr.—?”
“Templer,” Colin said. “No, I—”
“Are you an undergraduate here at Balliol?”
Colin debated saying yes, but Eddritch was the sort who would check to see if he was. “No, I will be next year.”
“If you’re applying to be a student at Oxford, you need the Provost’s Office in Longwall Street.”
“I’m not applying to be a student. I’m a friend of Mr. Dunworthy’s—”
“Oh, Mr. Dunworthy has told me about you.” He frowned. “I thought you were at Eton.”
“We’re on holiday,” Colin lied. “It’s vital that I see Mr. Dunworthy. If you could tell me where he—”
“What did you wish to see him about?”
My future, Colin thought. And it’s none of your business, but that obviously wouldn’t get him anywhere. “It’s in regard to an historical assignment. It’s urgent. If you could just tell me where he is, I—” he began, but Eddritch had already opened the appointment book. “Mr. Dunworthy can’t see you until the end of next week.”

 

 

 820193-a126a98bd0096f0e1b2eec027e3a7899.jpg

Connie Willis (Denver, 31 december 1945)

 

 

 

 

De Italiaanse dichter Giovanni Pascoli werd geboren op 31 december 1855 in San Mauro di Romagna. Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 31 december 2006 en ook mijn blog van 31 december 2008.

 

 

Last Dream

 

Out of a motionless infernal

shudder and clang of steel on steel

as wagons moved toward the eternal,

a sudden silence: I was healed.

 

 

The stormcloud of my sickness fled

on a breath. A flickering of eyes,

and I saw my mother by my bed

and gazed at her without surprise.

 

 

Free! Helpless, yes, to move the hands

clasped on my chest—but I had no

desire to move. The rustling sounds

(like cypress trees, like streams that flow

 

 

across vast prairies seeking seas

that don’t exist) were thin, insistent:

I followed after those vain sighs,

ever the same, ever more distant.

 

 

 

Vertaald door Geoffrey Brock

 

 

 

820193-e0c33079d55f29eb8c05cd7e9077efb3.jpg
Giovanni Pascoli (31 december 1855 – 6 april 1912)

 

 

 

 


De Vlaamse dichter, advocaat en rechter
August van Cauwelaert werd geboren in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek op 31 december 1885. Zie
ook mijn blog van 31 december 2009.

 

 

Afscheid

 

Voor de Jongens die me droegen.

Mijn jongens, ver genoeg gedragen

Mijn wrak uit nachtelijken strijd;

Nu zullen andere armen schragen

Mijn wankelende krachtloosheid.

 

Laat neer den last, wij moeten scheiden.

Een hand, een groet en dan: vaarwel.

Ik ga Gods tragen dag verbeiden,

Gij keert ter daverende hel.

 

Lijk kindren uit één bloed verbonden

Ons eendre droom en eendre nood.

Toen schouder wij aan schouder stonden,

In 't dreigend aanzicht van den dood.

 

Wij hebben saam ons brood gebroken,

Elkaar gereikt den broederdronk,

En, trouw den zwijgende 'eed, gewroken

Wie stervend voor ons vaandel zonk.

 

Maar wie zal u naar 't vuur nu leiden

En voeren naar de zegepraal?

Mijn jongens, gaat, en God bevrijde

Uw leven voor het vliegend staal.

 

 


820193-83309c227836ae0ad28f34180fd24f0c.jpg
August van Cauwelaert (31 december 1885 - 4 juli 1945)

 

 

 

 

De Schotse dichter Alexander Smith werd geboren op 31 december 1830 in Kilmarnock. Zie ook mijn blog van 31 december 2009.

 

 

Beauty 

 

Beauty still walketh on the earth and air,

Our present sunsets are as rich in gold

As ere the Iliad’s music was out-roll’d;

The roses of the Spring are ever fair,

’Mong branches green still ring-doves coo and pair,

And the deep sea still foams its music old.

So, if we are at all divinely soul’d,

This beauty will unloose our bonds of care.

’T is pleasant, when blue skies are o’er us bending

Within old starry-gated Poesy,

To meet a soul set to no worldly tune,

Like thine, sweet Friend! Oh, dearer this to me

Than are the dewy trees, the sun, the moon,

Or noble music with a golden ending.

 

 

 820193-9988e097b952791f31037b586aff585a.jpg

Alexander Smith (31 december 1830 - 5 januari 1867)

 

 

 

 

De Franse schrijfster gravin Marie de Flavigny d'Agoult werd in 1805 geboren in Frankfurt Am Main. Zie ook mijn blog van 31 december 2008 en ook mijn blog van 31 december 2009.

 

Uit: Lélia ou la vie de George Sand

 

"Ma belle comtesse aux beaux cheveux blonds. Je ne vous connais pas personnellement, mais j’ai entendu Franz parler de vous et je vous ai vue. Je crois que, d’après cela, je puis sans folie vous dire que je vous aime ; que vous me semblez la seule chose belle, estimable et vraiment noble que j’ai vu briller dans la sphère patricienne. Il faut que vous soyez en effet bien puissante pour que j’aie oublié que vous êtes comtesse. Mais, à présent, vous êtes pour moi le véritable type de la princesse fantastique, aimante, artiste et noble de manières, de langages et d’ajustements, comme les filles des rois au temps poétique. "

 

 

820193-83558d15d21ace236c70748763ba9682.jpg
Marie d'Agoult (31 december 1805 – 5 maart 1876)

Geschreven door Romenu om 12:38 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten