Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 januari 2011 tot 30 januari 2011

Tijs Goldschmidt, Bernard Dewulf, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Michael Dorris

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: De andere linkerkant

 

"Bij de meeste slakkensoorten hebben alle individuen een rechtsgewonden slakkenhuis - dat wil zeggen dat de mondopening van de slak beneden aan de rechterkant zit [...] maar een enkele maal komt er een linksgewonden exemplaar voor. Wanneer huisjesslakken paren worden ze in hun mogelijkheden beperkt doordat ze zo asymmetrisch zijn gebouwd, het huisje zit in de weg, vooral als het zoals bij de wijngaardslak een bolle vorm heeft. De geslachtsorganen van rechtsgewonden slakken zijn achter de rechterkant van hun kop geplaatst. Parende slakken wrijven net zo lang met de koppen tegen elkaar aan totdat hun genitale openingen contact maken, waardoor wederzijdse bevruchting mogelijk wordt. Het is een tijdrovend gedoe dat dagen in beslag kan nemen. Maar het kan nog erger. Wanneer een zeldzaam linksgewonden exemplaar met een rechtsgewonden slak probeert te copuleren, volgt een geslijm dat maandenlang kan duren en, vertaald in mensentermen, nog het meest doet denken aan een kabinetsformatie. Wekenlang schurken de slakken tegen elkaar aan en proberen de ander, op zoek naar hun respectieve geslachtsopeningen, de juiste wang toe te keren. Tevergeefs."

 

 

842055-b3612c81e3e5680c6727f5542f085e0e.jpg
Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

Geheim

 

Zij spreekt de plinten toe, hoger kan niet meer.
Slechts hem die buigt, herkent zij weer.
Reuzen duldt zij niet. Wie groeit heeft ongelijk.

Ik zit, een wereld te laag. Met stoel en bed
als grens. Ik pas nog net. Bij koffie
volgt haar groot geheim: graag zou ze toch,
nu dat nog eenvoudig kan. Liefst recht omhoog.
Want, zo is haar beloofd, daar zal ze alles zien.

 

 

 

Boswachter

 

Hij is even terug van weggeweest.
Nu is nu en dan. Toch moet hij morgen
naar het bos, zijn hoofd ligt
nog vol hout. Een stapel zorgen
in een begroeide geest.

Bij zijn bijl, op een sprei
zoekt hij bomen in de kamer.

En te voorschijn in wit schort,
uit een deur in het lover,
komt een zoon, een jager
die hem aan tafel vraagt.
Hij knikt en komt binnenkort.

 

 

 

 842055-76378305f97d5b6842b88918fe07746f.jpg

Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960)

 

 

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: The Great Fire

 

“The expression, not calm but contained, was unrevealing. Siding with the man, the furniture supplied few clues: a secretary of dark wood was fitted in its top section with pigeonholes and small closed drawers. This desk had been so much part of the climate of family life, indivisible from his father's moods -- and even appearing, to the child, to generate them -- that the son had never until now inspected it with adult eyes. For that measure of detachment, a global conflict had been required, a wartime absence, a voyage across the world, a long walk through Asia; a wet morning and strange train.
There was no telephone on the desk, no clock or calendar. A bowl of blown roses, implausibly prominent, had perhaps been borrowed, by the photographer, from another room. On the blotter, two handwritten pages were shielded by the tweedy sleeve. Pens and pencils fanned from a holder alongside new books whose titles, just legible, were those of Oliver Leith's novels in postwar translations. There were bills on a spike, a glass dish of chips, a paperweight in onyx. No imaginable colours, other than those of the foisted flowers; no object that invited, by its form or material, the pressure of a hand. No photograph. Nothing to suggest familiarity or attachment.
The adult son thought the picture loveless. The father who had famously written about love -- love of self, of places, of women and men -- was renowned for a private detachment. His life, and that of his wife, his child, was a tale of dislocation: there were novels of love from Manchuria to Madagascar. The book newly to hand, outcome of a grim postwar winter in Greece, could be no exception. And was called
Parthenon Freeze.”

 

 

842055-fc7ebf12960ed0f14aecfa1145004009.jpg
Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: Peter Schlemihls wundersame Geschichte

 

„Nach einer glücklichen, jedoch für mich sehr beschwerlichen Seefahrt, erreichten wir endlich den Hafen. Sobald ich mit dem Boote ans Land kam, belud ich mich selbst mit meiner kleinen Habseligkeit, und durch das wimmelnde Volk mich drängend, ging ich in das nächste, geringste Haus hinein, vor welchem ich ein Schild hängen sah. Ich begehrte ein Zimmer, der Hausknecht maß mich mit einem Blick und führte mich unters Dach. Ich ließ mir frisches Wasser geben, und genau beschreiben, wo ich den Herrn Thomas John aufzusuchen habe: - »Vor dem Nordertor, das erste Landhaus zur rechten Hand, ein großes, neues Haus, von rot und weißem Marmor mit vielen Säulen.« Gut. - Es war noch früh an der Zeit, ich schnürte sogleich mein Bündel auf, nahm meinen neu gewandten schwarzen Rock heraus, zog mich reinlich an in meine besten Kleider, steckte das Empfehlungsschreiben zu mir, und setzte mich alsbald auf den Weg zu dem Manne, der mir bei meinen bescheidenen Hoffnungen förderlich sein sollte.

Nachdem ich die lange Norderstraße hinaufgestiegen, und das Tor erreicht, sah ich bald die Säulen durch das Grüne schimmern - »also hier«, dacht ich. Ich wischte den Staub von meinen Füßen mit meinem Schnupftuch ab, setzte mein Halstuch in Ordnung, und zog in Gottes Namen die Klingel. Die Tür sprang auf. Auf dem Flur hatt ich ein Verhör zu bestehn, der Portier ließ mich aber anmelden, und ich hatte die Ehre, in den Park gerufen zu werden, wo Herr John - mit einer kleinen Gesellschaft sich erging.“

 

 

 842055-d0bb54fe7dd62829555548e2a44d4c83.jpg

Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)

Pastel, anoniem

 

 

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

Disaster at Sea   

 

It was a calm, still day in Yarmouth,

The channel clear and wide,

As the last of the timber sailing ships

Sailed out on the evening tide.

 

They never saw that ship again;

They searched when it was light,
But that fine old timber vessel sank

That clear and peaceful night.

 

No one knows what happened

On that night in 1910;

But the crew and her cargo of woodpeckers

Were never seen again.

 

 

 

The Secret   

 

I have tried to write good poetry;

At last I feel I'm winning -

The secret is to put the end

Close to the beginning.



 

 

 842055-34749f0f6c5ccead3c89987ae1b0db48.jpg

Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: A Yellow Raft in Blue Water

 

„I nod to the gate.  I’ll never be ready, but now is as good a time as any. 

“Now!” I cry, aloud or to myself I don’t know.  Everything has boiled down to this instant.  …Wheeling and spinning tilting and beating, my breath the song, the horse the dance.  Time is gone.  All the ordinary ways of things, the gettings from here to there, the ones and twos forgot.  The crowd is the color, the whirl of a spun top.  The noises blend into a waving band that flies around us like a ribbon on a string.  Beneath me four feet dance, pounding and leaping and turning and stomping.  My legs flap like wings.  I sail above, first to one side, then to the other, remembering more than feeling the slaps of our bodies together.  Things happen faster than understanding, faster than ideas.  I’m a bird coasting, shot free into the music, spiraling into a place without bones or weight.” 

 

 

 842055-c62a30dd93de36d405819fd87a9e4a7d.jpg

Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)



Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:11 Reageer op dit bericht

Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare, Walter Savage Landor, Franz von Sonnenfeld

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: The Blessing Stone

 

„It was because of Honoria. She had nearly killed him with her rejection of his marriage proposal. His heart was in mortal pain; there were no salves or ointments for this kind of wound. It wasn't just that she had said no, it was the way she had said it. With a horrified tone: "I could not live with a man who dealt daily with diseased bodies." Matthew didn't blame her. Honoria herself was frail, spending half her time on her retiring couch where she received visitors. Moreover, he himself was not made of heroic proportions. Matthew Lively knew very well what people saw when they looked at him: a pale, nervous young man who frequently stuttered, and, despite his college education, was altogether too unsure of himself.

Still, her rejection had wounded him, and so Matthew Lively, twenty-five years old and finishing his glass of milk, decided he was done with women forever.

Hannah Lively, daughter of Molly Prentice who had once been the love interest of Alexander Hamilton, came into the kitchen, a plain woman in black bombazine, a small lace cap on her head.

"Was it a good reading, Mother?" Matthew asked. He was proud of the fact that his mother was one of the most sought after spiritualists on the East Coast.

"The spirits came through very clear today. Even without the aid of the Blessing Stone." Then she gave him an expectant look.

"Mother, the stone pointed West!"

She nodded sagely. "The Guiding Spirit in the crystal knows where your destiny lies."

Sixty years old and considered a true prophetess by their many friends and neighbors, Hannah Lively believed absolutely in the power of the crystal, therefore Matthew didn't tell her that he had had to spin it eleven times before it finally pointed West. He reckoned the stone just needed warming up.“

 

 

 842047-1fe7f2fcde7abc317456dd24cf8469f7.jpg

Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Brautigan werd geboren op 30 januari 1935 in Tacoma, Washinton. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en  ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

A Boat 

 

O beautiful

was the werewolf

in his evil forest.

We took him

to the carnival

and he started

crying

when he saw

the Ferris wheel.

Electric

green and red tears

flowed down

his furry cheeks.

He looked

like a boat

out on the dark

water.

 

 

 

 

Kafka's Hat 

 

With the rain falling

surgically against the roof,

I ate a dish of ice cream

that looked like Kafka's hat.



 

 

 842047-0ec2195e2456098881ee5b4388e8a610.jpg

Richard Brautigan (30 januari 1935 – september 1984)

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Hans Erich Nossack werd op 30 januari 1901 geboren in Hamburg. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

Rief da ein Mann?

 

Zur Nacht, weil alle Menschen schliefen,

rief da ein Mann? O wie er rief!

Zweimal! Zwei Rufe, die mich riefen.

O Trägheit, daß ich weiter schlief.

 

Vom Flusse her ein wildes Klingen

zweimal, und dann war wieder Nacht.

Und ich verschlief das Hilfebringen

zweimal und bin nicht aufgewacht.

 

Bin nicht vom Lager aufgesprungen

zur Tür und fragen, was es sei.

Ich schlief, ich schlief, bis es verklungen.

O der du nach mir riefst, verzeih.

 

------------

 

Heut morgen kommen sie und fragen:

Wer rief und hat die Nacht gestört?

Rief man nach Gott? Und ich muß sagen:

Ich schlief und habe nichts gehört.

 

Es war nicht Gott, dem es gegolten,

ich war es, den ein Bruder rief.

Zwei Rufe, die zum Bruder wollten

vom Bruder, und der Bruder schlief.

 

Es rief, damit es mich erwecke,

zur Nacht zweimal vom Flusse her:

O Mensch, wie liebst du deine Decke,

dein Bett und deinen Schlaf so sehr.

 

Wie dumpf und stumpf ist dein Gewissen,

wie satt und matt du im Erhörn!

Ach, daß erst Schüsse fallen müssen,

aus Deinem Schlaf dich aufzustörn.

 

-------------------

 

Ja, ich bin träg und taub geschaffen

und ließ dich letzte Nacht allein.

Heut Nacht werd ich gewiß nicht schlafen;

heut, Bruder, muß ich selber schrein.

 

 

 842047-6b9a89648c1b93fcba76acbb3486bfe9.jpg

Hans Erich Nossack (30 januari 1901 – 2 november 1977)

 

 

 

 

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: The boy and the butterfly

 

„A host of spring flowers ran riot in a meadow sheltered from the north wind by a Florest trakt. They waited to be plucked – but in vain; and so some of them were shedding their petaks already. A bee buzzed by, but no pikker was he, nor the butterfly that hovered over them.

So the flowers were beginning to lose hope and turned to God in despair, Andod sent them a boy who loved flowers and delighted in picking them.

And when the boy came to the meadow, the flowers were overjoyed and cried inchorus: „Pluck me!

Pluck me!“ And their heady fragrance filled the air.

Exhilarated, the boy approached the first flower, and stretched out his hand to pluck it, when all at once a butterfly rose up in flight – a coloured piece of silk, a gaudy bit of velvet that gleamed like a

jewel with a snowflake’s deceptive luste.

It flew a few paces and again setted on a flower, spreading out is wings in the sunlight.

„Let me catsh you!“ shouted the boy, forgetting all about the flowers.

„Go ahead!“ the butterfly replied. „Catch me if you can!“

„I won’t hurt you, I’ll just take a look and let you go again!“

„Catch me – catch me if you can!“

„I promise not to touch you – only let me have a look close at hand.“

„First catch me – then d oas you pease!“

And so the boy did his best to catch the butterfly.

He began by approaching it stealthily; but hardly had he taken a step when the butterfly flitted to another flower, just out of reach, fluttering its pretty wings asi f to tease the pursuer“.

 

 

842047-b643a6d0ab18624fce1f338241776de5.jpg
Anton Hansen Tammsaare (30 januari 1878 – 1 maart 1940)

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Walter Savage Landor werd geboren op 30 januari 1775 in Ipsley Court, Warwickshire. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007  en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

How to Read Me 

 

TO turn my volumes o’er nor find

(Sweet unsuspicious friend!)

Some vestige of an erring mind

To chide or discommend,

 

Believe that all were lov’d like you

With love from blame exempt,

Believe that all my griefs were true

And all my joys but dreamt.

 

 

 

Child of a Day 

 

Child of a day, thou knowest not

The tears that overflow thy urn,

The gushing eyes that read thy lot,

Nor, if thou knewest, couldst return!

 

And why the wish! the pure and blest

Watch like thy mother o'er thy sleep.

O peaceful night! O envied rest!

Thou wilt not ever see her weep.

 

 

 

 842047-a4708b30b34460ed1d9d2870551cd5bb.jpg

Walter Savage Landor (30 januari 1775 – 17 september 1864)

Portret door William Fisher

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Franz von Sonnenfeld (eig. Johann Girr) werd op 30 januari 1821 in Witterswil geboren. Zie ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: Der Bezirksschreiber

 

„Allerheiligen. Wie's im Leben eben geht: man ist bald heiter, bald mürrisch gestimmt, und nicht selten, daß die mürrische Stimmung sich gerade an denen ausläßt, die am wenigsten daran Schuld sind und unfern Herzen am nächsten stehen. Wie manche Mutter, wie manche Gattin haben von solcher Unart ost furchtbar zu leiden! Kein Essen können sie mehr gut genug bereiten; wo sie gehen und stehen, überall sind sie im Wege; was sie thun und reden — und wüßten sie auch jeden Wunsch zu erfüllen, den sie den Ihrigen an den Augen absehen können —: der Herr Sohn und der Herr Gemahl haben keine Anerkennung dafür.

Die Mißstimmung weicht freilich wieder; man sieht ein, daß man ungerecht, roh gegen Mutter und Gattin gewesen ist; aber man hat auch Charakter; man will es gleichwohl nicht eingestehen: denn das wäre ja eine Schwachheit!

Endlich sterben sie. Ihr letzter Hauch ist noch ein Gebet für das Glück der Hinterbliebenen. Das Herz, das so liebevoll für dich gefühlt, schlägt nicht mehr; das Auge, das so treu für dich gewacht, das so manche schmerzliche Thräne wegen dir geweint, ist für immer geschlosfen! Du kannst nicht mehr Vergebung anflehen für das, was du Unrechtes an ihnen gethan; du kannst all den Kummer, all die Trübsal, die du ihnen verursacht, nicht mehr gut machen durch stetes Bewahren deines Gleichnmths, durch aufmerksame Liebesbezeigungen. — Man trägt sie hin auf den stillen Friedhos, und du seufzest: „O war' ich besser gewesen, als es noch Zeit war!" —

Solche schmerzliche Seufzer regten sich heute in mancher Brust und füllten die Augen mit wehmuthvollen Thränen. Von dem Kirchthurme der kleinen Gemeinde klangen zweitönig die Glocken über die auf dem Gottesacker versammelten Dorfbewohner. Es war Allerheiligen.“

 

 

 842047-8c954aed0a2bfb47f8531553ab1ace0d.jpg

Franz von Sonnenfeld (30 januari 1821 – 5 maart 1888)

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Anton Tsjechov, Hans Plomp, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Romain Rolland

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Die Dame mit dem Hündchen (Vertaald door Vera Bischitzky, Kay Borowsk e.a.)

 

“Es war vor sechs, sieben Jahren, als ich in einem der Kreise des Gouvernements T. lebte, auf dem Herrenhof des Gutsbesitzers Belokurow, eines jungen Mannes, der sehr früh aufstand, in einem Schoßrock herumlief, den Abend mit Biertrinken zubrachte und sich stets bei mir beklagte, daß

er nirgends und bei niemandem Anerkennung finde. Er wohnte in einem Nebengebäude im Garten und ich im alten Herrenhaus, in einem riesigen Salon mit Säulen, in dem es außer einem breiten Diwan, auf dem ich schlief, sowie einem Tisch, an dem ich meine Patiencen legte, sonst keine weiteren Möbel gab. Sogar bei ruhigem Wetter brummte hier immer etwas in den alten Amossow-Öfen, und bei Gewitter bebte das ganze Haus, als ob es zerbersten wollte, und das war ein wenig unheimlich, besonders nachts, wenn die zehn großen Fenster plötzlich alle vom Blitz erleuchtet wurden.

Vom Schicksal zu stetigem Müßiggang verurteilt, tat ich rein gar nichts. Stundenlang pflegte ich aus meinen Fenstern den Himmel, die Vögel und die Alleen zu betrachten, alles zu lesen, was mir die Post brachte, und zu schlafen. Manchmal verließ ich das Haus und streifte bis zum späten Abend irgendwo umher. Einmal, auf dem Heimweg, geriet ich zufällig auf ein mir unbekanntes Landgut. Die Sonne ging gerade unter, und auf dem blühenden Roggen breiteten sich die abendlichen Schatten aus. Zwei Reihen alter, dicht gepflanzter, sehr hoher Tannen standen da wie zwei massive Mauern und bildeten eine schöne dunkle Allee. Mit Leichtigkeit kletterte ich über den Zaun und ging die Allee entlang, auf einer mehrere Zentimeter dicken Tannennadelschicht gleitend, die hier den Erdboden bedeckte. Es war finster und still, nur hoch oben in den Baumwipfeln zitterte hier und da ein heller goldener Schein und ließ ein Spinnennetz in den Farben des Regenbogens schillern. Es roch stark, fast beklemmend, nach Tannennadeln.

 

 

 841346-6fd1a5fd480507bc62f4fbe6b3200581.jpg

AntonTsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

Buste in Badenweiler

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Middagdutje

 

Zit ik rustig aan de oever
van mijn stille binnenzee
komt een scheepje langs gevaren
met aan boord mijn liefste fee
roept de stralende gestalte
van de kleine boot mij aan
loopt het tegen hoogtij, vraagt ze
anders moet ik verder gaan.

Gooi het roer om lieve dame
ga in godsnaam niet voorbij
ik heb hier de dood gevonden
hem met huid en haar verslonden
en mijn leven dat ben jij.

 

 

 841346-0abf4d6510246794c8d3f2a3dd4cdbec.jpg

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 




De Nederlandse schilder en dichter
Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

juist las ik in het ochtendblad

 

juist las ik in
het ochtendblad

na die van twintig
en dertig
is nu een bom
van vijftig megaton
ontploft bij nova-zembla

verwekkers van chaos
maken ijzige muziek

regenwolken uit
het noorden dragen
de echo met zich mee
tik tik tik
tik tik
tik
de hele weg naar huis
heb ik de morgen niet gezien

het is al negen uur

 

 

 

841346-13193edbb955020ee25d11375ab4048f.jpg
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)

 

 

 

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver  Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Canzone 4711

 

Er viel een hete schaduw over het strand,

die depressie had de zon dus toch gevangen.

De wind bleef onder het wolkendeksel hangen.

De dag bleef stilstaan tussen een en twee.

 

Vanille ijs smolt in haar bruine hand,

ze likte langzaam met een koel verlangen.

Ze had nog zilte parels op haar wangen,

ze bracht de golven in haar haren mee.

 

En in haar ogen de sterren van de zee.

In haar schelp van stilte zocht ik gaten,

probeerde mij met haar te laten praten.

Ik keek naar boven en had geen idee.

 

Vier cijfers vormden een reclamevlucht.

Toen hing er eau-de-cologne in de lucht.

 

Ze zei iets dat ik moeilijk kon verstaan,

een man zat met een radio te spelen

die mij daarop vierstemmig mee kon delen

dat liefde alles was wat ik nodig had.

 

Ze keek me een tijd later peinzend aan

en net toen ik haar schouder wilde strelen,

begon het haar klaarblijkelijk te vervelen

dat ik alleen maar zwijgend naast haar zat.

 

En ze verdween half achter het ochtendblad,

tot haar navel toe was wereldnieuws te lezen.

Ze zei dat eau-de-cologne fijn zou wezen.

Het speet me dat ik dat niet bij me had.

 

Ze leek me onder haar bikini bruin,

ze had een hoge schutting om haar tuin.

 

De eerste druppels vielen op mijn hand,

tijd voor thee en om zich aan te kleden.

Opeens leek alles jarenlang geleden,

ze deed haar kleren aan en groette mij.


Een regensluier daalde over het strand

en kinderen huilden hard en ontevreden.

De natte vlaggen zakten naar beneden

en iets dat nooit begon was al voorbij.

 

Haar kleine wrede hand liet mij niet vrij.

De regen deed me weer naar zee verlangen,

haar golven hielden mij opnieuw gevangen.

Het ochtendblad nam ik mee, het was van mij.

 

Steeds verder werd ik weggesleurd van het strand,

de geur van eau-de-cologne woei van het land.

 

 

 

 841346-e1d56f5e669bb44b229bd666c8d658ad.jpg

Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)

 

 

 

 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: La Vie de Ramakrishna

 

„Je ne crois pas, pour ma part, à un seul Dieu personnel, ni surtout à un Dieu de la seule douleur. Mais je crois que - douleur et joie mêlées, et avec elles toutes les formes de la vie - il n'est de Dieu que ce qui, dans l'homme et dans les hommes et dans l'univers, est une naissance perpétuelle. La Création se renouvelle, à chaque instant. La religion n'est jamais une œuvre accomplie. Elle est l'acte et la volonté d'agir, sans repos. Elle est le jaillissement de la source. Jamais l'étang.
Je suis d'un pays de rivières. Je les aime comme des êtres vivants. Et je comprends mes ancêtres qui leur versaient le vin et le lait. Or, de toutes les rivières, la plus sacrée est celle qui sourd, à tous moments, du fond de l'âme, de ses basaltes, de ses sables, et de ses glaciers. Là est la Force première, que je nomme religieuse. Elle est commune à l'art et à l'action, aux sciences et aux religions, à tout ce fleuve de l'Âme, que de l'insondable et sombre réservoir, entraîne l'irrésistible pente vers l'océan de l'Être, conscient, réalisé, dominé. Et, de même que l'eau remonte ensuite en vapeurs, de la mer aux nuées du ciel, qui réglementant le réservoir des fleuves, les cycles de création s'enchaînent sans interruption. Et de la source à la mer, et de la mer à la source, tout est la même Énergie, l'Être sans début ni fin, qu'il m'est indifférent qu'on nomme Dieu (et quel dieu ?) ou Force (et quelle force ?) Fût-elle dite Matière ; quelle matière est-ce donc qui désigne également les énergies de l'Esprit ?...“

 

 

 841346-69f0f7b8751bcf487cda806ced31d586.jpg

Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)



Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Olga Tokarczuk, Germaine Greer, Mirjam Müntefering, Serap Çileli, Gert Hofmann

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Runners (Vertaald door Jennifer Croft)

 

“They’re standing next to each other in the kitchen. Kunicki is dicing up parsley. He doesn’t really want to get into it again, but he can’t restrain himself.  He can feel the words swelling up in his throat, and he can’t quite swallow them back down. Meaning the old “Well then what did happen?” yet again.

She says in a tired voice, pointing out in a tone of I’m-reciting-this-yet-again that he’s being boring, that he’s making things difficult, “Here you go, one more time: I didn’t feel well, I think I had food poisoning, I told you.”

But he doesn’t give up so easily. “You didn’t feel sick when you went off,” he says.

“Right, but then I got sick, I got sick,” she repeats, with pleasure. “And I guess I passed out for a minute, and then the baby started crying, and that brought me to again. He was scared, and I was scared, too. We started toward the car, but just because of everything we ended up going the wrong way.”

“Which way? Into town? Toward Vis?”

“Yes, toward Vis. No, I mean, I don’t know, whether toward Vis or not, how was I supposed to know, if I had known, I would have come back, I’ve told you this a thousand times.” She raises her voice. “When I figured out I had gotten us lost, we just sat down in this little grove, and the baby fell asleep. I was still feeling weak…”

Kunicki knows she’s lying. He dices the parsley up and says in a sepulchral voice, not raising his eyes from the cutting board, “There was no grove.”

She just about screams, “Of course there was!”

“No, there wasn’t. All there was were individual olive trees and vineyards. What grove?”

There’s a silence, and then she suddenly says with deadly seriousness, “Okay. You’ve cracked it. Good job. We were carried off by a flying saucer. They did experiments on us. They implanted chips in us, here,” and she lifts up her hair to reveal the nape of her neck. Her gaze is icy.”

 

 

 841340-58b476e10c8a6131a9a4b3def63555e6.jpg

Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

 

 

De Australische literatuurwetenschapper en publiciste Germaine Greer werd geboren in Melbourne op 29 januari 1939. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: The Whole Woman

 

„For 30 years, I have done my best to champion all the styles of feminism that came to public attention. Though I disagreed with some of the strategies and was troubled by some of the more fundamental conflicts, it was not until feminists of my own generation began to assert with apparent seriousness that feminism had gone too far that the fire flared up in my belly.
When the lifestyle feminists chimed in that feminism had gone just far enough in giving them the right to "have it all"--i.e., money, sex and fashion--it would have been inexcusable to remain silent.
In 1970, the movement was called "women's liberation" or, contemptuously, "Women's Lib." When the name "libbers" was dropped for "feminists," we were all relieved. What none of us noticed was that the ideal of liberation was fading out with the word. We were settling for equality.
Liberation struggles are not about assimilation, but about asserting difference, endowing that difference with dignity and prestige, and insisting on it as a condition of self-definition and self-determination.
Women's liberation did not see the female's potential in terms of the male's actual; the visionary feminists of the late sixties and early seventies knew that women could never find freedom by agreeing to live the lives of unfree men.
Seekers after equality clamoured to be admitted to smoke-filled male haunts. Liberationists sought the world over for clues to what women's lives could be like if they were free to define their own values, order their own priorities and decide their own fate.“

 

 

 841340-c8ecbb57780c904b3ed2153cf7d8d29d.jpg

Germaine Greer (Melbourne, 29 januari 1939)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Mirjam Müntefering werd geboren op 29 januari 1969 in Neheim. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Ein Stück meines Herzens

 

„Ich umarme ihn und heule in sein Fell, dass er ganz feucht wird am Hals. Oswald hält geduldig still. Er ist ein so wunderbarer Hund. Er merkt genau, dass ich ihn jetzt brauche, dass er auf keinen Fall weggehen darf. Deswegen sitzt er ganz brav neben mir, wartet meinen Heulausbruch ab und leckt mir über die Wange. Ich rappele mich vom kalten Boden auf und greife nach der Leine. „Komm, Oswald, zurück.“ Und schon ist er an meiner Seite und wir gehen den Weg entlang, auf die gelben Lichter der Jugendherberge zu. Da denke ich plötzlich: Wenn ich blind wäre ... wenn ich wirklich blind wäre, dann hätte er nicht nur mein Portemonnaie gefunden, er würde mich nun auch sicher zur Herberge begleiten. Er wäre wie meine Augen und wie ein Stück meines Herzens. Wenn ich blind wäre, denke ich, wäre nichts wunderbarer als jemand, der für mich sieht.“

 

 

 

841340-5634a0b694b43c1029b6d8521bc812ad.jpg
Mirjam Müntefering (Neheim, 29 januari 1969)

 

 

 

 

De Turks-Duitse dichteres en schrijfster Serap Çileli werd geboren op 29 januari 1966 in Mersin. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Wir sind eure Töchter, nicht eure Ehre

 

„Wenn ich auf mein vergangenes Leben zurückblicke, dann schaue ich auf Jahre der Einsamkeit, Erniedrigung, Fremdbestimmung und des Schweigens.
Das Schweigen hatte seinen Grund. Wenn ich nicht sprach, bedeutete das nicht, dass ich nichts zu sagen hatte.
Im Gegenteil: Es bedeutete vielmehr Unterlegenheit, Wehrlosigkeit und Angst vor Gewalt. Als Frau, als ein Mensch, fehlte mir, über Jahrzehnte hinweg, der Glaube an mich selbst. Damals wusste ich das nicht, dazu wurde ich weder ausgebildet noch erzogen.
Neben dem Glauben an mich selbst fehlten mir auch Kraft und Mut. Mut, um meine Vorstellungen zu verwirklichen, um mir meine eigene Welt zu gestalten.
Denn mir war der Weg der Anpassung gewiesen, eigene Wünsche waren nicht gestattet.
Als ich begonnen hatte, mich zur Welt zu bringen, mich als ein Individuum, als einen unabhängigen Menschen zu betrachten, wollte ich die verlorene Zeit einholen.
Ich hatte noch so viel zu lernen, so viel zu sehen, ich wollte alles kennen lernen.
Ich wollte selbst steuern, anstatt mich steuern zu lassen. In dieser Welt, die ich hinter mir gelassen hatte, habe ich sehr gelitten. Ich kenne den Kampf gegen Diskriminierung von klein auf, und diese Welt hat mein Leben entscheidend bestimmt. Jeden Morgen, wenn ich heute die Augen aufmache, spüre ich die Lebenslust. Ich hatte vorher nur eine Ahnung davon, wie viel Lebensfreude und Energie in mir steckt. Jetzt erfahre ich es jeden Tag neu, ich bin auf alles, was der Tag mit sich bringt, gespannt und neugierig. Und ich durfte das Wunder erleben, nach und nach aufzublühen, ich fühlte mich wie ein Schmetterling, der nach der Verpuppung langsam und behutsam seine Flügel entfaltet.“

 

 841340-00b984ff4340c620cbcaf746dfccb1a5.jpg

Serap Çileli (Mersin, 29 januari 1966)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gert Hofmann werd geboren op 29 januari 1931 in Limbach in Sachsen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 Uit: Zur Phänomenologie des Snobs

 

„Und trägt wieder seinen weißen Anzug und das hellblaue Hemd, das er, damit es so lange wie möglich hält, nie in die Wäscherei gab, sondern lieber selber wusch, unterm Wasserhahn in der Küche. Erst nach und nach wird ihr klar, daß sie sich täuscht und daß das nicht Kaspars Stimme, sondern die von dem Neuen ist... Weil Kaspar, wie ihr wieder einfällt, nun zum ersten Mal nicht mehr in seinem Zimmer, sondern auf dem Friedhof liegt. Da weint sie dann natürlich wieder. Komm, sage ich, sei nicht mehr traurig! Und streiche ihr, als ob ich ganz ruhig wäre, übers Haar, während ich denke: Was für ein Lärm! Und höre, daß sein Klavier, wie ich schon immer vermutet hatte, verstimmt ist und man nicht darauf spielen und dazu singen sollte. Was seine Stimme betrifft, so ist sie kräftig und roh. So kräftig, daß sie nicht nur sein Zimmer, sondern die ganze Wohnung, also auch unsere Zimmer, füllt. Selbst meine Frau, die, nachdem sie weiß, daß es nicht Kaspar ist, sich im Bett noch einmal umdreht und sich ein Kissen aufs Ohr legt, damit sie das Singen nicht hört, und noch etwas schlafen will, gibt es auf und springt, als ob wir es verabredet hätten, auf ihrer Seite zusammen mit mir aus dem Bett, gemeinsam setzen wir die Füße auf die Dielen. Was für ein Lärm, denke ich und stoße, damit er hinaus kann, sofort die Fenster auf. Sie geht an den Herd, kocht uns Kaffee, streicht uns die Frühstücksbrote. Beim Essen schauen wir aus dem Fenster hinaus zu unserem Gefängnis hinüber, wo es schön ruhig ist.“

 

 

 841340-2b41a487fd20b28714293516c9b2589b.jpg

Gert Hofmann (29 januari 1931 – 1 juli 1993)

Geschreven door Romenu om 19:16 Reageer op dit bericht

Hubert K. Poot, Muna Lee, Johann Seume, Vicente Blasco Ibáñez

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Klagt

 

Een abel Nimfelyn, dat d'eêlsteschoonheit tart,

(Als dragende in een lyf, waerop natuur magh bogen,

De fierheit van Diane en Venus minvermogen)

Houdt in den doolhof van haer schoonheit my verwart.

Zoekt iemant 't Godendom, of waer het woont en mart;

Welsprekende Merkuur is in haer' mont gevlogen:

Minerva in haer brein: Kupido in haere oogen:

De strafheit in haer borst, tot myn verdriet en smart.

Wat schept myn zuchten dies aen doove rotsen, steenen,

Al ooren! welk een tal van monden, die myn weenen

Nabauwen, daer zy bet versteent blyft dan een rots!

'k Zou zelf de dartle Min myn schreien naer zien rechten,

Omdat noit schichten op haer hart hart kunnen hechten,

Waer 't onverboôn door 't lot en in de magt eens Godts.

 

 

 

841329-920fbdc4ae808f1568a9a512f888e47d.jpg
Hubert K. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Johann Gottfried Seume werd geboren op 29 januari 1763 in Posema, Sachsen-Anhalt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Morgenlied

 

Gott, unter deiner Vaterhut

Hab' ich die Nacht so sanft geruht,

Daß ich erquickt nun in die Höh

Der Morgensonn' entgegen seh.

 

Wohin ich blicke, redest du

Mit Wohlthat mir und Güte zu;

Mein erster Hauch sey Lobgesang,

Mein letzter Athemzug sey Dank.

 

Du gießest Freuden, wie ein Meer,

Um alle deine Kinder her;

Und nur allein der Thor vergißt,

Daß er ein Mensch mit Menschen ist.

 

Gib, daß ich diesen ganzen Tag

Mich deiner Güte freuen mag;

Wend' Unglück ab nach deiner Huld,

Und wenn es kommt, gib mir Geduld.

 

Nur deine Hand theilt Segen aus,

Gib Segen in mein kleines Haus;

Laß gern mich nutzen jedermann,

Und willig helfen, wo ich kann.

 

Der Erde köstlichster Gewinn

Ist frohes Herz und reiner Sinn;

Und diesen, Vater, schenke mir,

So wall' ich ruhig hin zu dir.

 

Du hast mir wieder neue Kraft

Zu meinem Tagewerk geschafft;

Verjüngt sind wieder Fuß und Hand

Zu ihrer Arbeit leicht gespannt.

 

Wenn einst nach meines Todes Nacht

Zu deinem Licht mein Aug' erwacht,

Dann eil' ich, himmlischer erfreut,

In jenes Lebens Ewigkeit.

 

 

 

841329-5437106ee9cf28470671065d83197f05.jpg
Johann Gottfried Seume (29 januari 1763 – 13 juni 1810)

Monument in Bremen

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Muna Lee werd geboren op 29 januari 1895 in Raymond, Mississippi. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

 

Pan American Day in the Park

 

Washington on a bronze horse called across the park,
"Ho, Bolívar, are you listening?" and the Liberator heard,
Lifted up a brazen sword and answered through the dark,
"Listening, my comrade! What will be your word?"

Lincoln in a marble chair propped his elbow on his knees,
San Martín in a marble cloak attentively gave ear,
Washington spoke boldly so that all of them might hear,
And his speech flamed like a comet through the April trees:

"Yorktown and Ayacucho were one victory," he said;
"At Aconcagua and at Valley Forge we prayed one prayer;
The eagle and the condor the same symbol overhead,
Our conquering banners made a single rainbow in the air!

"Yet the twenty-one republics for whose liberty we died
I fear become forgetful of the oneness of their goal —
Each is proud and rich and mighty; but the greatness of the whole
Will come only when they dwell as sisters side by side."

"You may be right," Bolívar said, and the sternness of his thought
Made the sternness of the bronze a deeper shadow on his brow:
"I fear they grow apart," said Lincoln, "they seem sometimes strangers now."
Then a wailing cry of anguish to their startled ears was brought.

"It is Nicaragua weeping!" San Martín said, "In that cry
The stricken land, the valiant land, is keening for her dead!"
"Listen!" said Bolívar. Lincoln lifted up his head.
"Help comes! Hope comes!" said Washington. "See them hurry by!"

 

 

 

841329-9a79e202cc22f699cdf3d299812a5630.jpg
Muna Lee (29 januari 1895 – 3 april 1965)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Vicente Blasco Ibáñez werd geboren op 29 januari 1867 in Valencia. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit:  The Four Horsemen of the Apocalypse  (Vertaald door Charlotte Brewster Jordan)

 

„Then Julio had made his trip to Buenos Aires, encountering in the other hemisphere the last smile of Autumn and the first icy winds from the pampas. And just as his mind was becoming reconciled to the fact that for him Winter was an eternal season--since it always came to meet him in his change of domicile from one extreme of the planet to the other--lo, Summer was unexpectedly confronting him in this dreary garden!

A swarm of children was racing and screaming through the short avenues around the monument. On entering the place, the first thing that Julio encountered was a hoop which came rolling toward his legs, trundled by a childish hand. Then he stumbled over a ball. Around the chestnut trees was gathering the usual warm-weather crowd, seeking the blue shade perforated with points of light. Many nurse-maids from the neighboring houses were working and chattering here, following with indifferent

glances the rough games of the children confided to their care. Near them were the men who had brought their papers down into the garden under the impression that they could read them in the midst of peaceful groves. All of the benches were full. A few women were occupying camp stools with that feeling of superiority which ownership always confers.

The iron chairs, "pay-seats," were serving as resting places for various suburban dames, loaded down with packages, who were waiting for straggling members of their families in order to take the train in the Gare Saint Lazare. . . .“

 

 


841329-85f6a27c308f53bd8a239bf50b8686fa.jpg
Vicente Blasco Ibáñez (29 januari 1867 – 28 januari 1928)

Geschreven door Romenu om 19:10 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten