Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 maart 2011 tot 28 maart 2011

Mario Vargas Llosa, Walter van den Broeck, Nelson Algren, Chrétien Breukers, Lauren Weisberger

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook mijn blog van 28 maart 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2008.en ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

Uit: Die Welt des Juan Carlos Onetti (Vertaald door Angelica Ammar)

 

“Begeben wir uns zurück in eine Welt, die so alt ist, daß die Wissenschaft sie noch nicht erfaßt, oder wenn, nicht überzeugend erfaßt, weil ihre Thesen und Spekulationen so willkürlich und vage sind wie Phantasie und Imagination.

Man kçnnte sagen, die Zeit existiert hier noch nicht. Es gibt noch keinen der Bezüge, die ihren Verlauf markieren, und die Lebewesen haben kein Bewußtsein von ihrem Vergehen, von Vergangenheit und Zukunft, nicht einmal vom Tod, so gefangen sind sie in einer ewigen Gegenwart, die sie daran

hindert, das Vorher und Nachher zu sehen. Die Gegenwart absorbiert sie so vollkommen mit ihrer Notwendigkeit, in der Weite der Welt zu überleben, daß das Jetzt, der augenblickliche Moment, ihr Dasein ganz und gar einnimmt. Der Mensch ist kein Tier mehr, aber es wäre übertrieben, ihn schon menschlich zu nennen. Er steht aufrecht auf seinen hinteren Extremitäten und hat begonnen, Laute von sich zu geben, zu grummeln, zu pfeifen, zu jaulen, und dazu zu gestikulieren und Grimassen zu ziehen, womit die Basis für eine Kommunikation innerhalb der Horde gegeben ist, der er angehört, hervorgegangen aus jenem animalischen Instinkt, der ihn momentan noch das Wichtigste lehrt, was er

wissen muß: Das, was unverzichtbar ist für ein Überleben inmitten der unzähligen Bedrohungen und Gefahren in dieser Welt, in der alles – wilde Tiere, Blitz, Wasser, Dürre, Schlangen, Insekten, die Nacht, Hunger, Krankheit und andere Zweibeiner wie er – verschworen scheint, um ihm den

Garaus zu machen.

Sein Überlebensinstinkt hat ihn dazu gebracht, sich der Horde anzuschließen, in der er sich besser verteidigen kann, als wäre er sich selbst überlassen. Aber diese Horde ist keine Gesellschaft, sie gleicht noch eher einer Herde, Meute, einem Bienenschwarm als dem, was wir Jahrhunderte später eine menschliche Gemeinschaft nennen werden.”

 

 

 881524-9a371a9497c3c9d4d8da28bca27d005b.jpg

Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)

 

 

 

 

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook mijn blog van 28 maart 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2008.en ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.
 

Uit: Een verliefde monnik

 

'In 1932 ontdekte een Engelse geleerde op de laatste bladzijde van een oud handschrift allerhande vreemde krabbels die erop wezen dat iemand zijn pas geslepen ganzenveer had geprobeerd. Dit laatste lijdt geen twijfel, want bij herhaling staat er: Probatio pennae si bona sit (Proef om te zien of de pen goed is). Ook staat er: Abent omnes volucres nidos inceptos nisi ego et tu. En daaronder de Oud-Nederlandse vertaling: Hebben olla uogala nestas bigunnan hinase hic enda thu (Hebben alle vogels een nest begonnen behalve ik en jij). Dit werd in de 11de eeuw geschreven, niemand weet nog door wie,' zo sprak de leraar. Daarna had hij het over Hendrik van Veldeke.

Niemand bemerkte dat ik kippenvel had gekregen. Sprakeloos staarde ik naar het bord en schreef het Oud-Nederlandse zinnetje haastig over, verwonderd dat niemand mijn enthousiasme scheen te delen.

Thuis, op mijn mansarde, las ik het verschillende keren luidop. Het leek alsof het schaars meubilair schokschouderde. Wat had ik nu weer in huis gehaald. Maar mijn onrust hield dagenlang aan.

Vast stond dat de schrijver al ruim 800 jaar dood was en toch... toch sprak hij NU tot mij, en terwijl ik dit schrijf en terwijl u dit leest, spreekt hij opnieuw! Wie kon dit in hemelsnaam geschreven hebben? Van welk geslacht was hij? Hoe oud was hij toen hij dit schreef? Wat deed hij voor de kost? En ten slotte: waarom schreef hij het? Dat zijn naam voorgoed in de vergetelheid was verzonken, daar had je maar in te berusten. Maar kon ik het mannetje zelf niet wat bijtrekken, een robotfoto van hem samenstellen, tenminste zijn contouren tekenen?“

 

 

881524-e42f4e696e423caad8597205c73c8187.jpg 

Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2008 en ook mijn blog van 28 maart 2008. en ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

 

Een tijger van papier

 

Een tijger van papier, die in mijn kasten woont,
leeft averechts, achter de banden waar geen mens
om geeft. Hij voedt zich met geschept papier.
Neemt als dessert wat ruglijm en gerezen wit.
Hij mompelt in zichzelf. Lacht met verbeten ernst.
Op even dagen huilt hij woedend naar de maan.

 

Maar in zijn nekvel woont een ons zachtmoedigheid,
die soms, vermengd met gal, ineens een vers aanzet.
Hij kijkt ernaar. Hij ziet wat regels maatvast gaan.
Een tijger van papier breekt zich het hoofd. Dat duurt
maar een gedicht. Dan zet hij weer zijn tanden in
de banden die hij, ernstig, één voor één verscheurt.

 

 

- Voor Gerrit Komrij, bij zijn 66e verjaardag –

 

 

 

Een bericht

 

Dit is inderdaad niet te verdragen. Lege kamers

kijken me verwijtend aan. Ik zet dozen anders

neer en nog eens anders en dan ga ik vroeg

naar bed.

 

Iemand, ik weet niet wie, zei dat het hoorde.

Wanneer het weer voorbij is raakt het ook

vergeten. Maar ik vergeet zo slecht.

 

Iemand kwam me helpen. Nu staan de dozen

op hun plaats. Ik rust uit, al heb ik

niets volbracht.

 

Dit is inderdaad heel anders, nieuwe kamers.

In alle kamers draait mijn leven

zich om.

 

 

 881524-ae16ded42a9651a8b8e58a8b030e91c4.jpg

Chrétien Breukers (Leveroy,  28 maart 1965)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

Uit:  Somebody in boots

 

“One a street lined with radios competitively blasting the air into splinters, they sat down on a Keep-Our -City-Clean box.  Both were hungry enough to chew their own tongues, but they were both too weary to think consistently even about food.  Cass rested his feet on the curbstone and watched the gutter-flow swirl past.  Much was being borne on that tide; a frayed cigar-butt came past first, then a red beer-cork; and then, its pages flung wide in a disgraceful death, a copy of Hollywood Gossip came by.  It lay flat on its back, a whore-like thing.  Cass sniped the cigar and the magazine, crushed tobacco onto a dry page, and rolled a rude cigarette.  Smoking, he glanced at the dry pages of the magazine.  One page bore a picture of Douglas Flatass, Jr. in a stove-pipe hat, hugging two girls in one-piece bathing suits.  Out  of this fellow Cass fashioned four long cigarettes, but the figures of the girls in the bathing suits he preserved, studying them as he smoked.  A small frown came between his eyes; he squinted narrowly.  Six weeks without a haircut, three weeks without a shave--he had not had a square meal for weeks and he had not slept laying down for five full days.  He tossed his head back jerkily, flouncing hair out of his eyes, and he ripped one of the paper girls up the middle.  He had a odd feeling when he did that; and after he had rolled another cigarette he looked through the book for more girls' pictures, but there was no other dry page, and he began to feel more tired than ever.”

 

 

 

 881524-a9b80de774869475618a68c97c2b884c.jpg

Nelson Algren (28 maart 1909 - 9 mei 1981)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lauren Weisberger werd geboren op 28 maart 1977 in Scranton, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

Uit: The Devil Wears Prada

 

„Fuckin' move, lady!" hollered a swarthy driver whose chest hair threatened to overtake the wife-beater he wore. "What do you think this is? Fuckin' drivin' school? Get outta the way!"
I raised a shaking hand to give him the finger and then turned my attention to the business at hand: getting nicotine coursing through my veins as quickly as possible. My hands were moist again with sweat, evidenced by the matches that kept slipping to the floor. The light turned green just as I managed to touch the fire to the end of the cigarette, and I was forced to leave it hanging between my lips as I negotiated the intricacies of clutch, gas, shift (neutral to first? Or first to second?), release clutch, the smoke wafting in and out of my mouth with each and every breath. It was another three blocks before the car moved smoothly enough for me to remove the cigarette, but it was already too late: the precariously long line of spent ash had found its way directly to the sweat stain on the pants. Awesome. But before I could consider that, counting the Manolos, I'd wrecked $3,100 worth of merchandise in under three minutes, my cell phone bleated loudly. And as if the very essence of life itself didn't suck enough at that particular moment, the caller ID confirmed my worst fear: it was Her. Miranda Priestly. My boss.
"Ahn-dre-ah! Ahn-dre-ah! Can you hear me, Ahn-dre-ah?" she trilled the moment I snapped my Motorola open--no small feat considering both of my (bare) feet and hands were already contending with various obligations. I propped the phone between my ear and shoulder and tossed the cigarette out the window, where it narrowly missed hitting a bike messenger. He screamed out a few highly unoriginal "fuck yous" before weaving forward.
"Yes, Miranda. Hi, I can hear you perfectly."
"Ahn-dre-ah, where's my car? Did you drop it off at the garage yet?"

 

 


881524-42e9058b91a78a90665caf27e859d398.jpg
Lauren Weisberger (Scranton, 28 maart 1977)



Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:03 Reageer op dit bericht

Russell Banks, Maksim Gorki, Marianne Fredriksson, Bohumil Hrabal

De Amerikaanse schrijver Russell Banks werd geboren op 28 maart 1940 in Newton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 28 maart 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2008. en ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

Uit: The Darling

 

„It was at the end of summer, the beginning of an early autumn, and though barely a year ago, it feels like a decade, so much was altered in that year. The decade here: now, that seems like a few days and nights is all, because nothing except the same thing has happened here day after day, season after season, year after year. No new or old returning lovers, no marriages or divorces, no births or deaths, at least among the humans. Just the farm and the world that nourishes and sustains it. Timeless, it has seemed.

The farm is a commercial operation, inasmuch as I sell most of what I grow, but in truth it's more like an old-fashioned family farm, and to run it I've had to give over my personal clock. I've had to abandon all my urban ways of measuring time and replace them with the farm's clock, which is marked off by the needs and demands of livestock and the crops, by the requirements of soil and the surge and flux of weather. It's no wonder that farmers in the old days were obsessed with the motions of the planets and the waxing and waning of the moon, as if their farms were the bodies of women. I sometimes think it's because I am a woman -- or maybe it's merely because I lived all those years in Liberia, adapted to African time -- that I was able to adapt so easily to the pace and patterns and rhythmic repetitions of nature's clock and calendar.

It was as usual, then, on that August morning, with the darkness just beginning to pull back from the broad river valley to the forests and the mountains looming behind the house, that I woke at five-thirty and came downstairs wearing my flannel nightgown and slippers against the pre-dawn chill, with the dogs clattering behind me, checked the temperature by the moon-faced thermometer outside the kitchen window (still no frost, which was good, because we'd neglected to cover the tomatoes), and put the dogs out.“

 

 

881519-c03f92e69f9e39e740cf85b76dde88e9.jpg 

Russell Banks (Newton, 28 maart 1940)

 

 

 

 

De Russische schrijver Maksim Gorki (pseudoniem van Aleksej Maksimovitsj Pesjkov) werd geboren in Nizjni Novgorod op 28 maart 1868. Zie ook mijn blog van 28 maart 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2008. en ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

Uit: Bemerkungen aus dem Tagebuch. Erinnerungen

 

„Wer hat das Feuer gelegt?“

„Die Angeklagten, natürlich, die Diebe.“

„Die haben den Nutzen davon...“

„Solche, wie der da...“

Der Mann mit der Zottelmütze sagt streng und laut:

„Ich bin kein Angeklagter, kein Dieb, sondern der Bewacher für dieses Gericht. Keiner ist da, aber ich bin hier!“

Er spuckt vor seine Füße und scharrt dann lange, sorgfältig mit seinem schweren Lederschuh über das Pflaster, um die Spucke zu verwischen. Dann sagt er:

„Ich habe da meine Zweifel: wenn sie beschlossen haben, alle zu begnadigen, dann ist das zu früh. Zuerst muss man das ganze Verbrechertum vernichten. Papiere verbrennen, Häuser verbrennen – das ist kein Kunst. Erstmal muss man die Verbrecher ausrotten, sonst fangen wir wieder an, Papiere zu schreiben, Gerichte, Gefängnisse zu bauen. Ich sage, ein für allemal ausmerzen das ganze Übel... Die ganze alte Zeit.“

Er schüttelt den Kopf und fügt hinzu:

„Und ich gehe jetzt hin und sage denen, wie man es machen muss.“

Er drehte sich abrupt um und ging auf der Shpalernaja davon, in Richtung der Duma. Die Menschen begleiteten ihn mit einem undeutlichen, spöttischen Gemurmel, einer von ihnen brach in lautes Lachen aus, das in einen heftigen Hustenanfall überging.

Dieser Mensch war der erste, der – nicht seinem Verstand, sondern, offensichtlich, seinem Instinkt folgend – die Parole ausgab:

„Man muss das alles ausmerzen.“

Jetzt, im Sommer, sind die Reden zu diesem Thema immer entschiedener und immer häufiger zu hören.

 

 

 881519-8137917472d0e6f2514da7cfbaa5646c.jpg

Maksim Gorki (28 maart 1868 – 18 juni 1936)

 

 

 


De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson werd geboren in Göteborg op 28 maart 1927. Zie ook mijn blog van 12 februari 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2008. en ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

Uit: Hannas Töchter (Vertaald door Senta Kapoun)xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />

 

„Anna wußte, daß sie anspruchsvoll war wie ein Kind. Aber trotzdem, kaum ließ sie ihre Gedanken gewähren, gingen sie auch schon mit ihr durch. Nur noch einmal eine Begegnung und vielleicht eine Antwort auf eine der Fragen, die zu stellen ihre Zeit nie ausgereicht hatte. Doch wenn sie dann nach gut fünf Stunden auf dem Parkplatz des Krankenhauses ankam, hatte sie sich damit abgefunden, daß die Mut­ter sie auch diesmal nicht erkennen würde.
Trotzdem wollte sie die Fragen stellen.
Ich tue es um meinetwillen, dachte sie. Was Mama betrifft, ist es ja egal, worüber ich rede.
Aber sie irrte sich. Johanna verstand zwar die Worte nicht, spürte jedoch den Schmerz der Tochter und ihre eigene Machtlosigkeit. Sie erinnerte sich nicht mehr daran, daß es ihre Aufgabe war, dieses Kind zu trösten, das schon immer unsinnige Fragen gestellt hatte. Doch die Forderung bestand weiter und auch die Schuld an aller Unzulänglich­keit.
Sie wollte in die Stille flüchten, schloß die Augen. Es ging nicht, das Herz schlug, und hinter den Augenlidern war das Dunkel rot und schmerzhaft.
Sie begann zu weinen. Anna versuchte zu trösten, schon gut, schon gut, trocknete die Wangen der Greisin und schämte sich.
Johannas Verzweiflung war nicht aufzuhalten, Anna bekam Angst; klingelte um Hilfe. Es dauerte wie üblich, aber dann stand die blonde Frau in der Tür. Sie hatte junge Augen, ohne Tiefe. Auf der blauen Oberfläche stand Verachtung, und für einen Augenblick konnte Anna sehen, was jene sah: eine Frau mittleren Alters, verängstigt und hilflos, neben der Uralten, lieber Gott!
»Schon gut, schon gut«, sagte auch sie, aber die Stimme war hart, ebenso hart wie die Hände, die der Greisin übers Haar strichen.
Trotzdem gelang es. Johanna schlief so plötzlich ein, daß es unwirk­lich schien.“

 

 



Marianne Fredriksson (28 maart 1927 – 11 februari 2007)

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal werd geboren in Brno-Židenice op 28 maart 1914. Zie ook mijn blog van 28 maart 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2008. en ookmijn blog van 28 maart 2009en ook mijn blog van 28 maart 2010.
 

Uit: Renda

 

„Kam meine Frau uns übers Wochenende besuchen, dann seufzte sie, wo sollen wir nur mit all den Katzen hin? Ich tröstete sie, aber du weißt doch selbst,wir haben auf einmal fünf Katzen, und im Frühjahr verschwinden sie alle, eins kommt nicht heim, wir laufen bei Nacht herum und rufen,

doch das Kätzchen zeigt sich nicht, dann das zweite, das dritte, zuletzt bleibt uns nur eins, bis auch dieses wegläuft und nicht mehr wiederkehrt . . . Doch sobald meine Frau die Tierchen sah, lamentierte sie weiter: Wo sollen wir mit all den Katzen hin? Doch selber freute sie sich auf den Morgen, auf das Erwachen, wenn ich aufstand, die Tür aufmachte und die fünf Jungkatzen in die Küche hereinließ;

erst schleckten sie zwei Teller Milch leer, und dann krochen wir alle wieder ins Bett, und die Katzen kamen und wärmten sich in den Federn. Drei Katzen steckte ich immer meiner Frau ins Bett, auf die Pritsche, und so ruhten wir zusammen mit den Tierchen, die zufrieden einschlummerten.

Renda, Sägemüller und Mohrchen waren immer bei meiner Frau, und bei mir lagen die beiden Kätzchen mit den weißen Söckchen und dem weißen Brustlatz, das schwarze Kätzchen hatte ich Mohrchen getauft, und das getigerte Katerchen war das Söckchen. Am liebsten war mir aber Mohrchen, nicht sattsehen konnte ich mich an ihr, und sie hatte mich so gern, daß sie fast ohnmächtig wurde, wenn ich sie auf den Arm nahmund anmeine Stirn drückte und ihr süße Liebeserklärungen ins Ohr flüsterte,(…)“

 

 


Bohumil Hrabal (28 maart 1914 – 3 februari 1997)



 

Geschreven door Romenu om 19:56 Reageer op dit bericht

Léon-Gontran Damas, Éric-Emmanuel Schmitt, Schack von Staffeldt, Arsène Houssaye, Martien Beversluis

De Franstalige dichter uit Guyana Léon-Gontran Damas werd geboren op 28 maart 1912 in Cayenne. Zie ook mijn blog van 28 maart 2007  en ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

Uit: Black-Label (Fragment)

 

SONNE ET SONNE
sonne à mon coeur mariné dans l'alcool
dont nul n'a voulu tâter à table hier
Sonne et sonne
minuit de clair de lune à trois
dont l'image est à jamais en UNE
FEMME entrevue en l'Ile aux mille et une fleurs
assise au pied des mornes verts
et filaos échevelés

 

ALLO ALLO
Allo Sicy
Syci-Chabine
ICI Limbé

 

Veux-tu que nous jouions
au jeu de notre enfance enjouée
dis
veux-tu que nous jouions
au jeu du baiser-pur
du baiser-sur-le-front
du baiser-jamais sur la bouche

 

SONNE ET SONNE
sonne à mon coeur mariné dans l'alcool
dont nul n'a voulu tâter à table hier
Sonne et sonne
minuit de clair de lune à trois
dont l'image est à jamais en UNE
FEMME entrevue en l'Ile aux mille et une fleurs
assise au pied des mornes verts
et filaos échevelés
et flûte de bambou du pâtre éveillé modulant
la rengaine en sourdine

 

 

 

 881512-9b9e6d4210cbae42b60a8b5967b6580a.jpg

Léon-Gontran Damas (28 maart 1912 – 22 januari 1978)

 

 

 

 

De Franse schrijver en dramaturg Éric-Emmanuel Schmitt werd geboren op 28 maart 1960 in Lyon. Zie ook mijn blog van 28 maart 2007  en ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010. 

 

Uit: L'enfant de Noé

 

" Nous voici dans la maison de Dieu, lanca une voix grêle. Merci de nous recevoir dans ta maison, Seigneur."

Je levais la tête : pour une maison, c'était une maison! Pas la maison de n'importe qui! Une maison sans portes ni cloisons intérieures, avec des fenêtres colorées qui ne s'ouvraient pas, des piliers qui ne servaient à rien et des profonds arrondis. Pourquoi des plafonds courbés?Et si hauts? Et sans lustres? Et pourquoi avait-on, autour du curé, allumé des bougies en plein jour? D'un coup d'oeil circulaire, je vérifiai qu'il y avait suffisamment de sièges pour chacun de nous. Mais où allait s'asseoir Dieu? Et pourquoi les trois cents humains humains tassés dans cette demeure à ras de carrelage tenaient-ils si peu de place? A quoi servait tout cet espace autour de nous? Où vivait Dieu dans son domicile?....

(...)

 

- Dans la Bible -que doivent lire les juifs autant que les chrétients - il est dit que Dieu, lorqu'il créa le monde, oeuvra six jours et se reposa le septième. Nous devons l'imiter. Le septième jours selon les juifs, c'est le samedi. Plus tard, les chrétiens, afin de se distinguer des juifs qui ne voulaient pas reconnaître Jésus comme le Messie, assurèrent que c'était le dimanche.

- Qui a raison?

- Quelle importance?

- Dieu, il ne pourrait pas dire ce qu'il pense aux hommes?

- Ce qui est important, ce n'est pas ce que Dieu pense des hommes mais ce que les hommes pensent de Dieu.

- Mouais...ce que je vois, moi, c'est que Dieu, il a bossé six jours et depuis, plus rien!

Le père éclatait de rire lorsque je m'indignais.“

 

 


881512-5e982f8ac738b754937ecc270910d534.jpg
Éric-Emmanuel Schmitt (Lyon, 28 maart 1960)

 

 

 

 

 

De Deens-Duitse dichter Adolph Wilhelm Schack von Staffeldt werd geboren op 28 maart 1769 in Garz / Rügen. Zie ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010. 

 


The Lily and the Dew Drop

 

As summer’s setting sun’s last rays descend

And brilliant glows of red and orange blend

The hazy mist from moist green grass arise

Evaporating into drops of dew

Dispersed as angels pearls beneath them strew

A gift of beauty sent down from the skies

One drop was formed upon a lily white

It’s petals closing for the coming night

The dew drop caught within a prison frail

A fleeting beauty pleading: stay with me!

Be mine, forsaking immortality.

Spin with me, dear, a fervent lover’s tale.

 

The skies are far away but I am near

Why seek instead a distant, unknown sphere?

Give in, and give to me your sweet embrace

Give me your lips in an eternal night

Forget your feeble dreams of taking flight

And seize instead the pleasures in this place.

The dew drop shivered, oh temptation sweet!

The lily’s gold rimmed tongue spelled out defeat

Resistance nigh impossible, and yet,

A recollection deep inside its mind

Of starlit clouds it knew it had to find

Incited it to leave, though with regret.

Farewell sweet lily, I take to the heights

Of skies, of life, for in me burn the lights

Of everlasting beauty, leaving you

Naught but a ripple in a lake, a sigh,

For I seek beauty that can never die

And in the heavens is my homestead true.

 

 


881512-b8913f6d2e2ee736745d53fd48659f8f.jpg
Schack von Staffeldt (28 maart 1769 – 26 december 1826)

 

 

 

 

De Franse dichter, schrijver en criticus Arsène Houssaye werd geboren op 28 maart 1815 in Bruyères. Zie ook mijn blog van 28 maart 2009 en ook mijn blog van 28 maart 2010. 

 


N'avez-vous pas vu, drapée en chlamyde

 

N'avez-vous pas vu, drapée en chlamyde,
Une jeune femme aux cheveux ondés,
Qui prend dans le ciel son regard humide,
Car elle a les yeux d'azur inondés ?

Son front souriant qu'un rêve traverse
N'est pas couronné, mais elle a vingt ans.
Et sur ce beau front la jeunesse verse,
Verse à pleines mains les fleurs du printemps.

Mais le ciel jaloux, sans attendre l'heure,
Prit ce doux portrait pour le paradis :
Et mon pauvre coeur qui saigne et qui pleure
Ne me chante plus qu'un De profundis !

 

 

 

 

881512-e435e97cbe20c344fedcb89d216dd59c.jpg
Arsène Houssaye (28 maart 1815 – 26 februari 1896)

 





De Nederlandse dichter en romanschrijver
Martien Beversluis werd geboren in Barendrecht op 28 maart 1894.  Zie ook mijn blog van 28 maart 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2010.

 

 

Open raam

 

Door lente's nachtelijke zaal

Zong klagend-ijl de nachtegaal.

Met mijne handen, bleek te saam

lag ik geleund aan 't open raam.

Een wapperende koelte woei

met warmen geur van appelbloei

voorbij mijn luisterend gezicht

en roerde de gordijnen licht.

Rondom het witte ledikant

waarde de adem uit het land.

Uw handje hing, een geel ivoor

in slapen af als een trezoor.

Ver achter meentland's zoele vrêe

woelde het hart der koude zee.

De hemel, een scharlaken wiek

hing als de stilte, na muziek.

En half ontwakend wenddet gij

uw droomrig hoofd ter an'dre zij.

Uw oogen op'nend en weer dicht.

Een wolk ging ik langs uw gezicht.

En hebt gij mij bij u herkend

o liefde, in dit klein moment,

zoo zwenk weer heen naar uw verschiet,

want meer genade is er niet.

 

 

 

 881512-95b0c2ab30585e6d9afcc8d707ecf28b.jpg

Martien Beversluis (28 maart 1894 – 18 februari 1966)

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Heinrich Mann, Golo Mann, Patrick McCabe, Bob den Uyl, Dubravka Ugrešić, Shusaku Endo

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Professor Unrat

 

„Zu seiner Jubelfeier im Vorjahr hatte das Gymnasium ihm einen Fackelzug gebracht. Er war auf seinen Balkon getreten und hatte geredet. Während alle Köpfe, in den Nacken gelegt, zu ihm hinaufsahen, war plötzlich eine unschöne Quetschstimme losgegangen: »Da ist Unrat in der Luft!« Andere hatten wiederholt: »Unrat in der Luft! Unrat in der Luft!«
Der Professor dort oben fing an zu stottern, obwohl er den Zwischenfall vorausgesehn hatte, und sah dabei je­dem der Schreier in den geöffneten Mund. Die andern Herren standen in der Nähe; er fühlte, daß er wieder ein­mal »nichts beweisen« könne; aber er merkte sich alle Namen. Schon tags darauf gab der mit der gequetschten Stimme dadurch, daß er das Heimatdorf der Jungfrau von Orleans nicht kannte, dem Professor Gelegenheit zu der Versicherung, er werde ihm im Leben noch oftmals hinderlich sein. Richtig war dieser Kieselack zu Ostern nicht versetzt worden. Mit ihm blieben die meisten in der Klasse zurück von denen, die am Jubiläumsabend ge­schrien hatten, so auch von Ertzum. Lohmann hatte nicht geschrien und blieb dennoch sitzen. Dieser erleich­terte die Absicht Unrats durch seine Trägheit und jener durch seine Unbegabtheit. Nächsten Spätherbst nun, an einem Vormittag um elf, in der Pause vor dem Klassen­aufsatz über die »Jungfrau von Orleans«, geschah es, daß von Ertzum, der der Jungfrau immer noch nicht näherge­treten war und eine Katastrophe voraussah, in einem An­fall schwerfälliger Verzweiflung das Fenster aufriß und aufs Geratewohl mit wüster Stimme in den Nebel hinaus­brüllte: »Unrat!«
Es war ihm unbekannt, ob der Professor in der Nähe sei, und es war ihm gleichgültig. Der arme, breite Land­junker war nur von dem Bedürfnis fortgerissen worden, noch einen kurzen Augenblick seinen Organen freies Spiel zu gewähren, bevor er sich für zwei Stunden hinhocken mußte vor ein weißes Blatt, das leer war, und es mit Wor­ten bedecken aus seinem Kopf heraus, der auch leer war. Tatsächlich aber ging Unrat grade über den Hof. Als der Ruf aus dem Fenster ihn traf, machte er einen eckigen Sprung. Im Nebel droben unterschied er von Ertzums knorrigen Umriß. Kein Schüler hielt sich drunten auf, kei­nem konnte von Ertzum das Wort zugerufen haben. >Die­ses Mal<, dachte Unrat frohlockend, >hat er mich gemeint. Diesmal kann ich es ihm beweisen!< „

 

 

 880806-4159e202ff4bae7fa71c60a05e95079b.jpg

Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)

In 1906

 

 

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009  en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Golo Mann (Biografie door Urs Bitterli)

 

„Über die Familie, in die Angelus Gottfried Thomas Mann am 27. März des Jahres 1909 hineingeboren wurde, ist viel geschrieben worden, von den Angehörigen wie von den Literaturhistorikern.

Man kennt die Herkunft des Vaters, des Abkömmlings aus vornehmer Lübecker Kaufmannsfamilie und großen Schriftstellers, bis in ihre entlegenen Verästelungen. Und man kennt nicht minder genau die Familiengeschichte seiner Ehefrau Katia, der schönen Tochter aus dem jüdischen Professorenhause Pringsheim, in dem sich um die Jahrhundertwende alles traf, was in München kulturell Rang und Namen hatte.1 Im Jahre 1905 fand die Trauung zwischen dem Schriftsteller und der «Prinzessin» statt. Man lebte erst in einer Stadtwohnung, baute sich 1908 ein Sommerhaus in Bad Tölz und bezog sechs Jahre später eine stattliche Villa in München-Bogenhausen, Poschingerstraße 1. In rascher Folge wurden die Kinder geboren: Erika, in den Jahren des Exils und danach die hilfreiche Vertraute ihres Vaters; Klaus, der hochbegabte Schriftsteller, der sich 1949 das Leben nahm; Angelus Gottfried

Thomas, der spätere Historiker, den man als Kind in launiger Zusammenziehung der Vornamen Golo nannte – ein Name, der dem Erwachsenen blieb. Man mag sich an den letzten Stammhalter der Buddenbrooks erinnern, der die Vornamen Justus Johann Kaspar trug und den jedermann Hanno nannte. Es sollten noch Monika, Elisabeth und Michael nachfolgen.

Das, was man gemeinhin eine glückliche, unbeschwerte Kindheit nennt, hat Golo Mann nicht verlebt. Sosehr sein Vater Wert auf Nachwuchs legte, so wenig war er bereit, sein literarisches Schaffen, das im Jahre 1901 mit dem Erscheinen der Buddenbrooks erstaunte Bewunderung erregt hatte, den Bedürfnissen der Familie unterzuordnen.“

 

 

 880806-d5fd2065ed49d0336ca931d165ce7503.jpg

Golo Mann (27 maart 1909 - 7 april 1994) 

Cover van het luisterboek

 

 

 

 

De Ierse schrijver Patrick Joseph McCabe werd geboren op 27 maart 1955 in Clones, Monaghan. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.
 

Uit: The Butcher Boy

 

“I was thinking about Mrs Nugent standing there crying her eyes out. I said sure what's the use in crying now Nugent it was you caused all the trouble if you hadn't poked your nose in everything would have been all right. And it was true. Why would I want to harm her son Philip--I liked him. The first day he came to the school Joe says to me did you see the new fellow? Philip Nugent is his name. O, I says, I'll have to see this. He had been to a private school and he wore this blazer with gold braid and a crest on the breast pocket. He had a navy blue cap with a badge and grey socks. What do you make of that says Joe. Woh boy, I said, Philip Nugent. This is Philip Nugent, said the master, he's come to join us Philip used to live in London but his parents are from the town and they have come back here to live. Now I want you to make him feel at home won't you? He was like Winker Watson out of the Dandy in this get-up of his only Winker was always up to devilment and Philip was the opposite. Every time you saw him he was investigating insects under rocks or explaining to some snottery-nosed young gawk about the boiling point of water. Me and Joe used to ask him all about this school. We said: What about these secret meetings and passwords? Tell us about the tuck shop--come on Philip but I don't think he knew what we were talking about. The best thing about him was his collection of comics. I just can't get over it, said Joe, I never seen anything like it. He had them all neatly filed away in shirt boxes not a crease or a dog-ear in sight. They looked as if they had come straight out of the shop. There were comics there we had never seen before in our lives and we thought we knew plenty about comics. Mrs Nugent says: Make sure not to damage any of those now they cost money. We said: We won't!--but afterwards Joe said to me: Francie we've got to have them. So you could say it was him started it and not me. We talked about it for a long time and we made our decision.

We had to have them and that was that.”

 

  

 880806-f518047a5b6459f716a79133ce8f0138.jpg

Patrick McCabe (Clones, 27 maart 1955)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Bob den Uyl werd geboren in Rotterdam op 27 maart 1930. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Donker Spanje

 

“De uitspraak ‘Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam’ lijkt ontworpen voor de Spaanse busdiensten en spoorwegen. Vaak ga ik naar Spanje, de masochist in mij wordt er volkomen bevredigd. Alles is daar afhankelijk van het toeval, duistere beweegredenen, gevolgen zonder verklaarbare oorzaken, en het goede of slechte humeur van betrokkenen. Een inspannend duivelsspel.

Val niemand lastig met mededelingen dat een bepaalde omstandigheid of dienstregeling verbeterd is. Dat zijn ze niet. Alle veranderingen daar betekenen alleen veranderingen, geen verbeteringen. Ongekunstelde tragiek, en zo blijft het.

Vroeger waren de loketten in de Spaanse stations kleine poortjes op heuphoogte; je moest je diep buigen om je wensen kenbaar te maken. Van de beambte zag je alleen een hand die het geld weggriste. Tegenwoordig zijn deze gaten vrij algemeen vervangen door een rechthoek van verticale, schuin geplaatste, doorzichtige latten van kunststof, en dient het poortje slechts om geld en kaartjes door te schuiven. Boven het latwerk staat ‘Hierdoor spreken om redenen van hygiëne’. Je kan nu rechtop blijven staan, maar toch zie je nog veel Spanjaarden zich naar het poortje toebuigen om in deze nederige houding een kaartje af te smeken. Deze mensen voelen goed aan dat een hygiënisch latwerk aan het wezen der dingen niets verandert, want gebleven is de snauwerige toon van de beambte. Dit moet niet persoonlijk worden opgevat. De beambte is hoog, de reiziger laag: het gesnauw is alleen een formele bevestiging van deze verhouding.

In Toledo wil ik naar Ciudad Real. Toledo heeft alleen treinverbinding met Madrid; hier dient de bus genomen te worden. Het eeuwige vraagstuk, op welke plaats de bussen uit een bepaalde stad vertrekken, heb ik hier al opgelost: vanaf een glooiend, zanderig ‘terrain vague’ achter het Alcazar.“

 

 

 

 880806-1bbe47be4803e9600319fd528f8c0ef8.jpg

Bob den Uyl (27 maart 1930 - 14 februari 1992)

 

 

 

 

De Kroatische schrijfster Dubravka Ugrešić werd geboren op 27 maart 1949 in Kutina in Joegoslavië. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009  en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Thank You For Not Reading. Alchemy (Vertaald door Celia Hawkesworth)

 

„In the noncommercial East European cultures, there were no divisions into good and bad literature. There was literature and there was trash. Culture was divided into official culture and underground culture. Underground literature, as a resistance movement, occupied far more space (justifiably or not) on the unofficial scale of literary values. East European writers moved in a world of clear aesthetic coordinates; at least that’s what they believed. In their underground literary workshops, they diligently tempered the steel of their literary convictions. In return, they received abundant moral and emotional support from their readership. Both writers and their readers had endless amounts of time at their disposal, both everyday and "historical" time. And for someone to have any idea at all of what is really good, he needs time.

When East European writers finally began crawling out of their underground, they stepped into the global literary marketplace like self-confident literary arbiters, as unfailing connoisseurs of difference. They brought with them an awareness of their chosen position in this world (the Muses decided, not them), and a conviction that they had an unalienable right to literary art.

Their encounter with the literary market was the biggest shock of their writing lives, a loss of the ground under their feet, a terrible blow to their writers’ ego.

"Oh, you’re a writer?"

"Yes," our Easterner replies, trying to sound like a modest and well-brought-up person who does not want to humiliate those who have not been chosen.

"What a coincidence! Our ten-year-old daughter is just finishing a novel. We even have a publisher!"

And this is the first insult that our Easterner has to swallow. He himself does not even have a publisher. And he will soon discover that the world of the literary marketplace is densely populated with the "chosen," with his fellow writers.“

 

 

 880806-a123b606f1e0cf665ca7ee363121f4f5.jpg

Dubravka Ugrešić (Kutina, 27 maart 1949)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Shusaku Endo werd geboren in Tokio op 27 maart 1923. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009  en ook mijn blog van 27 maart 2010. 

Uit: Five by Endo : Stories (Vertaald door Van C. Gessel)

 

„Finally the engine started up, and the bus made its way through thevillage. They passed through a district of two- and three-storey Japaneseinns, where men leaned with both hands on the railings of the balconiesand peered down into the bus. Even those windows which were desertedwere draped with pink and white washcloths and towels. When the busfinally passed beyond the hotel district, both sides of the mountain roadwere lined with old stone walls and squat farmhouses with thatchedroofs.

    Suguro had no way of knowing whether these walls and farmhouseshad existed in the Christian century. Nor could he be sure that this roadwas the one travelled by the Christians, the officers, and the man he waspursuing. The only certain thing was that, during their fitful stops alongthe path, they had looked up at this same Mount Unzen wrapped in greymist.

    He had brought a number of books with him from Tokyo, but he nowregretted not including a collection of letters from Jesuits of the day whohad reported on the Unzen martyrdoms to their superiors in Rome. Hehad thoughtlessly tossed into his bag one book that would be of no use tohim on this journey — Collado's Christian Confessions.

    The air cooled as the bus climbed into the hills, and the passengers,peeling skins from the mikans they had bought at Obama, listenedhalf-heartedly to the sing-song travelogue provided by the conductor.

    `Please look over this way,' she said with a waxy smile. `There are twolarge pine trees on top of the hill we are about to circle. It's said that atabout this spot, the Christians of olden days would turn around and looklongingly back at the village of Obama. These trees later became knownas the Looking-Back Pines.'

    Collado's Christian Confessions was published in Rome in 1632, justfive years before the outbreak of the Shimabara Rebellion. By that timethe shogunate's persecution of the Christians had grown fierce, but afew Portuguese and Italian missionaries had still managed to steal intoJapan from Macao or Manila. The Christian Confessions were printed asa practical guide to Japanese grammar for the benefit of these missionaries.But what Suguro found hard to understand was why Collado hadmade public the confessions of these Japanese Christians, when aCatholic priest was under no circumstances permitted to reveal theinnermost secrets of the soul shared with him by members of his flock.“

 

 

 880806-ea7bf632a7f99dc36707082d150440f6.jpg

Shusaku Endo (27 maart 1923 – 29 september 1996)



Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Hansjörg Schneider, Žarko Petan, Alfred de Vigny, Kenneth Slessor, Francis Ponge

De Zwitserse schrijver Hansjörg Schneider werd geboren op 27 maart 1938 in Aarau. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009. en ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Hunkeler und die Augen des Odipus

 

„Am Morgen des 24. April, es war ein Freitag, wurde Willy Dreier, Inhaber der Wirtscha∫ Stauwehr bei Märkt im deutschen Markgräflerland, von einem dumpfen, knirschenden Geräusch, welches das stete Rauschen des Wassers übertönte, geweckt. Er sah auf dem Wecker, dass es kurz vor sieben

war. Punkt sieben hatte er aufstehen wollen, um den Keller zu reinigen und vorzubereiten für eine Lieferung Wein vom Tüllinger Hügel. Am Freitag, dem 1. Mai, wollte er sein Lokal für die kommende Sommersaison eröffnen.

Er fragte sich, ob er geträumt hatte, und blieb eine Weile liegen. Da das Geräusch nicht nachließ, sondern sich im Gegenteil steigerte, als ob Eisen gegen Eisen stieße, erhob er sich, schlüpfte in Hose und Hemd und trat vor die Tür. Die Auenlandscha∫ lag in leichtem Nebel. Die Sonne war

noch nicht zu sehen. Ein Chor von Vögeln besang das aufkommende Morgenlicht.

Das fremde Geräusch, das ihn geweckt hatte, war verstummt. Er überlegte, ob er zurückgehen sollte ins Haus, um zu frühstücken und mit der Arbeit zu beginnen. Da hörte er einen langgezogenen, schrillen, schleifenden Ton. Er erstarb. Es war nur noch das Wasser zu hören, das übers Wehr fiel.

Er ging die wenigen Meter durch das morgenfeuchte Gras zum Damm, kletterte hinauf und schaute über den Fluss, der breit wie ein See vor ihm lag. Dicht am Ufer schwammen ein paar hundert Reiherenten, die aus dem Norden hergeflogen waren, um hier zu überwintern. Drüben war das französische Ufer.“

 

 

 880798-e62c2a559979fb26312dbed6480d31a3.jpg

Hansjörg Schneider (Aarau, 27 maart 1938)

 

 

 

 

De Sloveense schrijver, regisseur en journalist Žarko Petan werd geboren op 27 maart 1929 in Ljubljana. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009  en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Aphorismen

Wir sind vormittags Sozialisten und nachmittags Kapitalisten.

 

In der Kunst werden Greise für ihre Jugendsünden ausgezeichnet.

 

Ich kenne einen Judas, der aus Vorsicht nur Frauen küsst.

 

 

 

petan.jpg
Žarko Petan (Ljubljana, 27 maart 1929)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009.en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

Moïse

 

... Et, debout devant Dieu, Moïse ayant pris place,
Dans le nuage obscur lui parlait face à face.

Il disait au Seigneur : " Ne finirai-je pas ?
Où voulez-vous encor que je porte mes pas ?
Je vivrai donc toujours puissant et solitaire ?
Laissez-moi m'endormir du sommeil de la terre !
Que vous ai-je donc fait pour être votre élu ?
J'ai conduit votre peuple où vous avez voulu.
Voilà que son pied touche à la terre promise.
De vous à lui qu'un autre accepte l'entremise,
Au coursier d'Israël qu'il attache le frein ;
Je lui lègue mon livre et la verge d'airain.

" Pourquoi vous fallut-il tarir mes espérances,
Ne pas me laisser homme avec mes ignorances,
Puisque du mont Horeb jusques au mont Nébo
Je n'ai pas pu trouver le lieu de mon tombeau ?
Hélas ! vous m'avez fait sage parmi les sages !
Mon doigt du peuple errant a guidé les passages
J'ai fait pleuvoir le feu sur la tête des rois ;
L'avenir à genoux adorera mes lois ;
Des tombes des humains j'ouvre la plus antique,
La mort trouve à ma voix une voix prophétique,
Je suis très grand, mes pieds sont sur les nations,
Ma main fait et défait les générations.

Hélas ! je suis, Seigneur, puissant et solitaire,
Laissez-moi m'endormir du sommeil de la terre !...

... " Sitôt que votre souffle a rempli le berger,
Les hommes se sont dit : " Il nous est étranger " ;
Et leurs yeux se baissaient devant mes yeux de flamme,
Car ils venaient, hélas ! d'y voir plus que mon âme.
J'ai vu l'amour s'éteindre et l'amitié tarir ;
Les vierges se voilaient et craignaient de mourir.
M'enveloppant alors de la colonne noire,
J'ai marché devant tous, triste et seul dans ma gloire,
Et j'ai dit dans mon coeur : Que vouloir à présent ?
Pour dormir sur un sein mon front est trop pesant,
Ma main laisse l'effroi sur la main qu'elle touche,
L'orage est dans ma voix, l'éclair est sur ma bouche ;
Aussi, loin de m'aimer, voilà qu'ils tremblent tous,
Et, quand j'ouvre les bras, on tombe à mes genoux.
Ô Seigneur ! j'ai vécu puissant et solitaire,
Laissez-moi m'endormir du sommeil de la terre ! "

 

 

 880798-4fd4580ceeac2ff93a73b6675679d7c9.jpg

Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)

Foto van Felix Nadar

 

 

 

 

De Australische dichter Kenneth Slessor werd geboren op 27 maart 1901 in Orange, New South Wales. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

Sleep

 

Do you give yourself to me utterly,
Body and no-body, flesh and no-flesh
Not as a fugitive, blindly or bitterly,
But as a child might, with no other wish?
Yes, utterly.

Then I shall bear you down my estuary,
Carry you and ferry you to burial mysteriously,
Take you and receive you,
Consume you, engulf you,
In the huge cave, my belly, lave you

 

With huger waves continually.
And you shall cling and clamber there
And slumber there, in that dumb chamber,
Beat with my blood's beat, hear my heart move
Blindly in bones that ride above you,
Delve in my flesh, dissolved and bedded,
Through viewless valves embodied so –

Till daylight, the expulsion and awakening,
The riving and the driving forth,
Life with remorseless forceps beckoning –
Pangs and betrayal of harsh birth.

 

 

 880798-320119154f72a4098962765929d12fc9.jpg

Kenneth Slessor (27 maart 1901 – 30 juli 1971)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Francis Ponge werd geboren op 27 maart 1899 in Montpellier. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Le Parti pris des choses

 

„La surface du pain est merveilleuse d'abord à cause de cette impression quasi panoramique qu'elle donne : comme si l'on avait à sa disposition sous la main les Alpes, le Taurus' ou la Cordillère des Andes. Ainsi donc une masse amorphe en train d'éructer' fut glissée pour nous dans le four stellaire, où durcissant elle s'est façonnée en vallées, crêtes, ondulations, crevasses... Et tous ces plans dès lors si nettement articulés, ces dalles minces où la lumière avec application couche ses feux - sans un regard pour la mollesse ignoble sous-jacente. Ce lâche et froid sous-sol que l'on nomme la mie a son tissu pareil à celui des éponges : feuilles ou fleurs y sont comme des soeurs siamoises soudées par tous les coudes à la fois. Lorsque le pain rassit ces fleurs fanent et se rétrécissent. Elles se détachent alors les unes des autres, et la masse en devient friable... Mais brisons-la : car le pain doit être dans notre bouche moins objet de respect que de consommation.“

 

 

 880798-87163e174e0c324b004cf0d420487e21.jpg

Francis Ponge (27 maart 1899 – 6 augustus 1988)

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Marie Under, Lajos Zilahy, Andon Zako Çajupi, Sophie Mereau, Harry Rowohlt, Carlo Dossi, Louis Simpson

De Estlandse dichteres Marie Under werd geboren op 27 maart 1883 in Tallin. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

TEMPÊTE D’AUTOMNE


Vous entendez la tempête, comme elle fait rage et déferle,
mugit dans les forêts et siffle dans les cimes,
et cruelle elle effraie les oiseaux apeurés dans leur nid,
hérisse la tête crépue du genévrier et les buissons jaunis,
griffe des pâtures la face raboteuse et tourmentée,
arrache encore et déchire les dernières fleurs transies,
s’ébat et se déchaîne et danse et hurle comme un loup par les champs.

Des bosquets et des bois montent comme des pleurs secrets,
les sapins, les bouleaux et les pins bruissent et gémissent:
plus d’un craque et succombe, dans sa lutte contre elle.
Mais elle, hautaine, elle chevauche par-dessus ses victimes,
sourit, méchante, et fait tinter ses orgueilleux éperons,
propage sa rumeur parmi les souches et fait siffler les cimes:
la reine aux mains de fer... la tempête d’automne.

 

 

Vertaald door Michel Dequeker

 

 

 

880788-c76fa9ae6eb6328629bd546ff544144d.jpg
Marie Under (27 maart 1883 – 25 september 1980)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver en filmmaker Lajos Zilahy werd geboren op 27 maart 1891 in Nagyszalonta, nu Salonta nabij Oradea. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Was mein Herz begehrt (Vertaald door Eta Neumann-Veith u. Andrea Seidler)

 

„Gegenüber der Brücke, wo einst das alte Badehaus gestanden hatte, verbargen hohe Planken den Neubau des Hotels Gellért vor neugierigen Blicken. Péter sah durch einen Spalt hindurch. Auf den frisch aufgeworfenen Erdhaufen, in den wie von Riesenhand aufgewühlten Gräben lagen Balken und schmutzige Bretter herum, Werkzeuge und Schubkarren bildeten ein wirres Durcheinander. Alles

erinnerte an lautes Treiben, an das ächzende Knirschen schwer beladener Wagen, an Gehämmere, Staubwolken, aufgewirbelt durch herabstürzende Holzbalken.

Nun lag alles starr in der sonntäglichen Stille. Péter versuchte, sich die Umrisse des neu entstehenden

Hotels vorzustellen. Er dachte daran, dass es dort oben, wo im Augenblick nur Wind und Sonne herrschten und gerade ein paar zwitschernde Spatzen vorbeiflogen, bald schon Zimmer geben würde, Betten, Teppiche, rauschende Wasserleitungen, läutende Telefone. Gäste in Abendrobe würden die Treppe herunterkommen, nackte Frauen in weißen Wannen baden und Kellner im Frack mit beladenen Tabletts durch die Gänge eilen.

»Merkwürdig«, dachte er, »hier, wo jetzt nur der Wind weht, werden bald schon Worte, Seufzer, Lachen zu hören sein.«

Eine gewisse Gleichgültigkeit überkam ihn, der er jetzt nicht Herr zu werden vermochte.

Zwei kleine Jungen gingen an ihm vorbei. Der größere der beiden trug eine lange Angelrute über der Schulter, der kleine, der kaum Schritt halten konnte, trippelte aufgeregt hinterher. Sie verschwanden in einer Seitengasse, gingen in Richtung des toten Donauarmes. Plötzlich verspürte Péter den Wunsch, den Knaben zu folgen.“

 

 

 

 880788-afce15306272bf3f1580d7da9e425a71.jpg

Lajos Zilahy (27 maart 1891 - 1 december 1974)

 

 

 

 

De Albanese dichter, schrijver en vertaler Andon Zako Çajupi werd geboren op 27 maart 1866 in Sheper. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

Servitude

 

Dear motherland of mine,
I love you as you are,
But if I saw you free,
I'd love you even more.

 

Weep, oh forests, plains and stones,
Weep, oh mountains under snows,
Poor Albania is abandoned,
Never will she see the light,
Veiled forever is the country
In a thick and sombre blight.

 

Darkness and misfortune on us,
Thunder, lightning all around us,
Do we live with hearts a-frozen,
Dwell in fear, deprived of joy,
None in song do raise their voices,
And the nightingales are grieving.

 

What disaster, desolation!
In their nests the birds take shelter,
Yet the people flee their own soil,
For a savage law does rule it,
Yes, Albania we yearn for you,
Refugees in states so foreign.

 

How can you endure such serfdom,
Oh, Albania, wretched country?
You've saved other nations while you
Bear this heavy yoke and burden.
Oh, Albanians, swear an oath that
You will now fight for your homeland.

 

Dear motherland of mine,
I love you as you are,
But if I saw you free,
I'd love you even more.

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 u1_Cajupi.jpg

Andon Zako Çajupi (27 maart 1866 – 11 juli 1930)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sophie Mereau (geb. Schubart) werd geboren op 27 maart 1770 in Altenburg. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

Der Knabe
 
Wenn ich nur ein Vöglein wäre,
Ach wie wollt' ich lustig fliegen,
Alle Vögel weit besiegen.
 
Wenn ich so ein Vogel bin,
Darf ich alles alles haschen
Und die höchsten Kirschen naschen,
Fliege dann zur Mutter hin,
Ist sie bös' in ihrem Sinn,
Kann ich lieb mich an sie schmiegen,
Ihren Ernst ja bald besiegen.
 
Bunte Federn, leichte Flügel,
Dürft' ich in der Sonne schwingen,
Daß die Lüfte laut erklingen,
Weiß nichts mehr von Band und Zügel.
Wär ich über jene Hügel,
Ach dann wollt' ich lustig fliegen,
Alle Vögel weit besiegen.
 

 

 880788-df584a3a73254caa4ece1ca80dbe4c13.jpg

Sophie Mereau (27 maart 1770 – 31 oktober 1806)

Silhouet, rond 1795

 

 

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Harry Rowohlt werd geboren op 27 maart 1945 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

Uit: Der Kampf geht weiter

 

„Ins Archiv steigen: das hört sich nach Gewölbe an, nach Staub und Stille. Bei Harry Rowohlt ist das aktuelle Archiv auf der untersten Ebene eines Bücherregals angesiedelt, auf dem Fußboden seines Arbeitszimmers nämlich; antikere Dokumente befinden sich wiederum in der obersten Etage einer Holzkonstruktion in der Wäschekammer (ergo weder Staub, siehe Wäschekammer, noch Stille, siehe Arbeitszimmer – wegen Telefon).

Jedenfalls besteht jenes Archiv aus ca 80 Leitz-Ordnern, so prall gefüllt, daß das Herausnehmen bzw. Wiedereinfügen einzelner Blätter ein scheinbar unlösbares Unterfangen darstellte, von der titanischen Aufgabe der inhaltlichen Auswahl ganz zu schweigen.

Und jedenfalls müssen Harry und ich, die wir seit Dezennien befreundet sind (andernfalls hätte er der Plünderung seiner Korrespondenz vielleicht nicht zugestimmt; anderseits war ihm nach kurzem Zögern und langem Brummen offenbar alles egal, als sein Verleger Peter Haag und ich mit dem Plan des nun vorliegenden Briefbandes herausrückten, sofern »ich mit diesem ganzen Scheiß nichts zu tun habe«); wir müssen also und jedenfalls einen sonderbaren, um nicht zu sagen befremdlichen Eindruck

hinterlassen haben bei den Passanten der Eppendorfer Landstraße, Hamburg, an jenem Frühlingstag des Jahres 2004. Als da schoben Harry »Der Penner aus der Lindenstraße« Rowohlt und ich in schönster Berbermanier ausgeliehene Einkaufswagen der Firma »Schlemmermarkt« zu meinem in der Nähe von Harrys Wohnung sich befindlichen Büro, beladen allerdings nicht mit Kolonialwaren, sondern mit oben genannten Leitz-Ordnern. Denn auf meine zaghafte Anfrage, ein Lasttaxi zu engagieren, sagte Harry: »Du spinnst ja wohl, das kostet doch!«

 

 

880788-74bc637fecf8923d068a3f74c7fc770c.jpg
Harry Rowohlt (Hamburg, 27 maart 1945)

 

 

 


De Italiaanse schrijver Carlo Dossi werd geboren op 27 maart 1849 in Zenevredo in de provincie Pavia. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

Uit: Notes d'azur

 

„Nul ne connaît la mort s'il ne l'a une fois vue sur un visage adoré.“

 

 

„A beaucoup de gens, il ne manque que de l'argent pour être honnêtes.“

 

 

 „Les fous ouvrent des voies qu'empruntent ensuite les sages.“

 

 

880788-de684a7de248f97aa1bc4b7294533cc1.jpg 

Carlo Dossi (27 maart 1849 – 1910)

 

 

 

 

De Jamaicaanse dichter Louis Simpson werd geboren op 27 maart 1923 in Jamaica. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

 

Working Late    

 

A light is on in my father's study.

"Still up?" he says, and we are silent,

looking at the harbor lights,

listening to the surf

and the creak of coconut boughs.

 

He is working late on cases.

No impassioned speech! He argues from evidence,

actually pacing out and measuring,

while the fans revolving on the ceiling

winnow the true from the false.

 

Once he passed a brass curtain rod

through a head made out of plaster

and showed the jury the angle of fire--

where the murderer must have stood.

For years, all through my childhood,

if I opened a closet . . . bang!

There would be the dead man's head

with a black hole in the forehead.

 

All the arguing in the world

will not stay the moon.

She has come all the way from Russia

to gaze for a while in a mango tree

and light the wall of a veranda,

before resuming her interrupted journey

beyond the harbor and the lighthouse

at Port Royal, turning away

from land to the open sea.

 

Yet, nothing in nature changes, from that day to this,

she is still the mother of us all.

I can see the drifting offshore lights,

black posts where the pelicans brood.

 

And the light that used to shine

at night in my father's study

now shines as late in mine.

 

 

 880788-f47e98d5732a7d4fce33783e453659d8.jpg

Louis Simpson (Jamaica, 27 maart 1923)

Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Carolina Trujillo

De Uruguayaans-Nederlandse schrijfster Carolina Trujillo werd geboren in Montevideo, Uruguay, op 27 maart 1970. Zij kwam op vijfjarige leeftijd naar Nederland. Na het einde van de dictatuur in Uruguay keerde ze terug. In 1991 won ze een eerste prijs voor haar eerste Spaanstalige novelle en besloot ze weer naar Amsterdam te gaan. Daar voltooide ze haar studie scenarioschrijven aan de Filmacademie.

 

Uit: De terugkeer van Lupe Garcia

 

“Ik had Lupes borsten gezien toen het nog van die kleine puntige heuveltjes waren. Onze eerste zomer samen was nog maar net begonnen en ik heb die heuveltjes nooit meer uit mijn hoofd gekregen. In Nederland was topless normaal, zei ze. Toco, mijn beste vriend, begon te gillen toen hij het hoorde, helemaal toen hij erachter kwam dat Lupe zich omkleedde waar ik bij was en soms in haar slipje in de tuin zat. Meisjes deden dat niet, niet als er jongens bij waren. De enige slipjes die wij zagen hingen aan kramen op de markt. Het langst duurde het voor ik het stukje tussen haar benen zag en toen dat gebeurde begreep ik dat zij de liefde van mijn leven was.
We waren op het strand voor mijn huis. Ik kan de rots waar ik op zat nog aanwijzen. Zij zat een stukje lager in het zand en droeg een korte broek aan en had haar benen opgetrokken. Ik kon zomaar alles zien, het hele vlezige roosje, en zij maar kletsen. Ik denk dat ik nog nooit zo’n stijve heb gehad, ik voelde me er bleek bij wegtrekken.
‘Zullen we een duik nemen?’ vroeg ze, maar als ik overeind kwam zou mijn lul me het zand in heien. Zo voelde dat op die leeftijd. Ik keek haar na terwijl ze het water in rende.
In Nederland leerden ze op de lagere school al zwemmen. Dat kwam doordat er zoveel grachten waren. Er was een kans van acht op tien dat je er ooit in zou fietsen. Daar waren onderzoeken naar gedaan. Ik geloofde haar en zei dat we hier ook vaak in het water vielen maar dat we gewoon verzopen. Ze geloofde mij niet.”

 

 

939249-06a354dd439d2c7a247462fc26d74f74.jpg
Carolina Trujillo (Montevideo, 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten