Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 maart 2011 tot 31 maart 2011

Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008. en ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

Uit: Rose schuimpjes

 

‘Mag ik een ons schuimpjes?’ vroeg hij.

‘Hebt u een vergunning?’ vroeg het meisje achter de toonbank.

‘Nee,’ zei hij.

‘Dan gaat 't niet, dat weet u.’

‘Wilt u ze mij niet zó verkopen?’ Hij bracht zijn gezicht iets dichter bij het hare.

‘Ik kijk wel uit. Mij te riskant. Mag 't niet iets anders wezen? Ik heb verse boterbiesjes, kletskoppen, kano's, spritsen, macarons...’

‘Het klinkt heel smakelijk allemaal, maar ik kom voor schuimpjes.’

‘Meneer, ik mag 't niet doen.’ Ze keek over zijn schouder alsof ze de volgende klant wilde helpen. Maar er was verder niemand in de winkel.

Hij bleef staan en boog zich nog wat meer naar haar toe. ‘Wilt u voor deze keer niet eens over uw hart strijken?’

‘Ik heb alleen rose schuimpjes,’ zei ze.

‘Dat komt goed uit. Die wou ik net hebben.’ Hij zette zijn tas voor haar neer, deed hem open en liet haar een koffieblik zien, waarvan hij het deksel afnam. ‘Als u ze hier in doet, kraait er geen haan naar.’

‘Vooruit dan maar.’ Het meisje zuchtte. ‘Voor deze ene keer wil ik ze u wel klandestien verkopen. Maar zegt u in godsnaam nooit tegen iemand dat u ze van mij hebt.’ Ze bukte zich achter de toonbank, zodat hij alleen nog haar rug zag met de gekruiste witte schortbanden.

Hij hoorde haar in een trommel scharrelen en hield zijn tas alvast zo ver mogelijk open. Toen ze weer recht stond, deed ze snel het zakje in het blik.

‘Dat is dan tweevijftig,’ zei ze.

‘Pardon?’ Hij schrok. ‘Kost een ons schuimpjes tweevijftig?’

‘Wat wilt u? Zonder vergunning. Denkt u eens aan het risiko dat ik loop.’

Hij knikte. ‘Het is goed,’ zei hij, legde een biljet van een rijksdaalder voor haar neer en verliet de winkel.

Toen hij de tramhalte aan de overkant van de straat had bereikt zag hij een agent langzaam op zich af komen. Gelukkig schoof op dat moment net een lijn 14 langs de vluchtheuvel. Hij holde er naar toe en wist in het gedrang met moeite een plaats te vinden op het achterbalkon. Aan de hand waarmee hij de lus vasthield hing ook zijn tas. Een vrouw vroeg of hij er soms eieren in had zitten, maar hij deed of hij haar niet hoorde. Hij neuriede wat en keek naar buiten. Bij de volgende halte stapte een kontroleur in. Dat beviel hem niet. ‘Nu moeten we onze tassen openmaken,’ dacht hij en terwijl de tram optrok sprong hij er af en holde een zijstraat in, waar hij bedaard verder liep nadat hij had vastgesteld dat niemand hem volgde. Even overwoog hij of hij een taxi naar Francien zou nemen, maar hij zag er van af. De schuimpjes waren al duur genoeg geweest.“

 

 

883282-97f175a72c2658cf7e079acd3c0fe0d9.jpg 

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008. en ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.
 

Uit: Das Labyrinth der Einsamkeit  (Vertaald door Carl Heupel)

 

„Uns allen hat sich irgendwann unser Dasein als etwas Besonderes, Unübertragbares und Kostbares offenbart. Fast immer geschieht diese Offenbarung in der Jugend. Die Entdeckung unserer selbst
bekundet sich als eine Erfahrung unserer Einsamkeit. Zwischen uns und der Welt öffnet sich eine unspürbare, durchsichtige Mauer: die unseres Bewußtseins. Ja, kaum sind wir geboren, fühlen wir uns schon einsam. Kindern und Erwachsenen gelingt es, durch Spiel und Arbeit sich selbst zu vergessen und so ihre Einsamkeit zu überwinden; der Jüngling aber, der zwischen Kindheit und Mannesalter schwankt, steht für einen Augenblick vor dem unendlichen Reichtum der Welt still und betrachtet verwundert sein Dasein. Dem Staunen folgt das Nachdenken: über den Strom seines Bewußtseins gebeugt, fragt er Sich, ob dieses Gesicht, das allmählich aus der Tiefe steigt und vom Wasser
entstellt ist, das eigene sei. Das Einzigartige des Daseins - im Kind noch reine Empfindung - verwandelt sich in Problem, Frage und Forscherdrang.

Völkern in der Wachstumskrise widerfährt Ähnliches: Ihr Dasein offenbart sich als Frage: Was sind wir, und wie werden wir das verwirklichen, was wir sind? Oft werden die Antworten auf diese Fragen von der Geschichte Lügen gestraft; vielleicht deshalb, weil das, was man "Volksgeist" nennt, nur ein
Bündel von Reaktionen auf einen gegebenen Reiz ist; angesichts verschiedenartiger Umstände können die Reaktionen verschiedenartig sein und dementsprechend auch der Nationalcharakter, den man für unwandelbar hielt.“

 

 

 883282-bb3176dd4fa05c24ec0cdf9fe0f14a61.jpg

Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

 

 

 

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008. en ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.
 

 

Adolescents on the Sea 

 

This sea is covered with adolescents

learning to walk on waves, upright,

sometimes resting their arms on the currents,

sometimes gripping a stiff beam of sunlight.

I lie on the broad beach, an angled shape, cut perfectly,

and I ponder them like travelers landing.

An infinite fleet of yawls. I wait to see

a false step, or at least a grounding

up to knee in the diaphanous swell

beneath their measured progress, sounding.

But they are slim and calm - as well,

they've learned to walk on waves - and standing.

 

 

 

Poetry 

 

Poetry is the weeping eye

it is the weeping shoulder

the weeping eye of the shoulder

it is the weeping hand

the weeping eye of the hand

it is the weeping soul

the weeping eye of the heel.

Oh, you friends,

poetry is not a tear

it is the weeping itself

the weeping of an uninvented eye

the tear of the eye

of the one who must be beautiful

of the one who must be happy.

 



883282-9162a21cb3ad992846d75d179da5b473.jpg
Nichita Stănescu
(31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

Uit: Bartleby & Co. (Vertaald door Jonathan Dunne)

 

„I never had much luck with women. I have a pitiful hump, which I am resigned to. All my closest relatives are dead. I am a poor recluse working in a ghastly office. Apart from that, I am happy. Today most of all because, on this day 8 July 1999, I have begun this diary that is also going to be a book of footnotes commenting on an invisible text, which I hope will prove my reliability as a tracker of Bartlebys.

Twenty-five years ago, when I was very young, I published a short novel on the impossibility of love. Since then, on account of a trauma that I shall go into later, I had not written again, I stopped altogether, I became a Bartleby, and that is why I have been interested in them for some time.

We all know the Bartlebys, they are beings inhabited by a profound denial of the world. They are named after the scrivener Bartleby, a clerk in a story by Herman Melville, who has never been seen reading, not even a newspaper; who for long periods stands looking out at a pale window behind a folding screen, upon a brick wall in Wall Street; who never drinks beer, or tea and coffee, like other men; who has never been anywhere, living as he does in the office, spending even his Sundays there; who has never said who he is, or where he comes from, or whether he has anyrelatives in this world; who, when he is asked where he was born or given a job to do or asked to reveal something about himself, responds always by saying,

"I would prefer not to."

For some time now I have been investigating the frequent examples of Bartleby's syndrome in literature, for some time I have studied the illness, the disease, endemic to contemporary letters, the negative impulse or attraction towards nothingness that means that certain creators, while possessing a very demanding literary conscience (or perhaps precisely because of this), never manage to write: either they write one or two books and then stop altogether or, working on a project, seemingly without problems, one day they become literally paralysed for good.

The idea of investigating the literature of the No, that of Bartleby & Co., came about last Tuesday in the office when I thought I heard my boss's secretary say to somebody on the phone,

"Mr Bartleby is in a meeting."

 

 

 883282-5a40876e5edc5009aeee7793d65b363a.jpg

Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hartmut Lange werd geboren op 31 maart 1937 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

Uit: Der Abgrund des Endlichen

 

„Am 30. November 2008 bekam ich folgenden Brief:

»Sehr geehrter Herr«, schrieb da jemand, den ich nicht kannte, »erinnern Sie sich an das Jahr 1948

und an jene Juninacht, in der Ihr Bruder tot im Wald aufgefunden wurde! Nun, ich bin sein Mörder,

und ich habe allen Grund, mich Ihnen anzuvertrauen.«

Es folgte so etwas wie ein Gruß und eine Unterschrift, die ich nicht entziffern konnte, und es war

vollkommen klar, dass ich annehmen musste, hier hätte sich jemand einen schlechten Scherz erlaubt.

Tage später erhielt ich einen zweiten Brief.

»Hätten Sie Zeit, sich mit mir zu treffen?«, stand da in derselben, kaum leserlichen Schrift. »Und

zwar vor jener Laube in Johannisthal, die Sie, wie ich vermute, noch in Erinnerung haben. Nennen

Sie mir einen Termin. Ich werde, wann immer es Ihnen passt, dort sein.«

Ich war betroffen, versuchte nochmals, die Unterschrift zu entziffern, wendete das Kuvert hin und

her. Aber da war nirgends ein Absender, nur die Briefmarke mit dem Poststempel, und nun grübelte

ich darüber nach, wie es möglich sein sollte, dass jemand über ein Ereignis, das sechzig Jahre zurücklag, offenbar Bescheid wusste, und vor allem irritierte es mich, dass er die Laube erwähnte, jene Laube, in der ich tatsächlich mit meiner Mutter und meinem Bruder einige Jahre gewohnt hatte.“

 

 

 883282-5881380ee07fae8e8f79a27e421296d8.jpg

Hartmut Lange (Berlijn, 31 maart 1937)



Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

Marge Piercy, Angela Kreuz, Peter Motte, Judith Rossner, Rob Boudestein

De Amerikaanse schrijfster en feministe Marge Piercy werd geboren op 31 maart 1936 in Detroit.  Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008 en ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

 

The Friend

 

We sat across the table.
he said, cut off your hands.
they are always poking at things.
they might touch me.
I said yes.

Food grew cold on the table.
he said, burn your body.
it is not clean and smells like sex.
it rubs my mind sore.
I said yes.

I love you, I said.
That's very nice, he said
I like to be loved,
that makes me happy.
Have you cut off your hands yet?

 

 

 

The Cat's Song

 

Mine, says the cat, putting out his paw of darkness.
My lover, my friend, my slave, my toy, says
the cat making on your chest his gesture of drawing
milk from his mother's forgotten breasts.

Let us walk in the woods, says the cat.
I'll teach you to read the tabloid of scents,
to fade into shadow, wait like a trap, to hunt.
Now I lay this plump warm mouse on your mat.

You feed me, I try to feed you, we are friends,
says the cat, although I am more equal than you.
Can you leap twenty times the height of your body?
Can you run up and down trees? Jump between roofs?

Let us rub our bodies together and talk of touch.
My emotions are pure as salt crystals and as hard.
My lusts glow like my eyes. I sing to you in the mornings
walking round and round your bed and into your face.

Come I will teach you to dance as naturally
as falling asleep and waking and stretching long, long.
I speak greed with my paws and fear with my whiskers.
Envy lashes my tail. Love speaks me entire, a word

of fur. I will teach you to be still as an egg
and to slip like the ghost of wind through the grass.

 

 

 

 883278-cece3ff4071446545ddea838f4a3f576.jpg

Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Kreuz werd geboren in Ingolstadt op 31 maart 1969. Zie ook mijn blog van 25 juli 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

Uit: Schick mir doch ein Mail!

 

„Es war eine traumlose Nacht. Eine von den Nächten, die nicht dazu da sind um tiefere Gedanken an sich vorüberziehen zu lassen; Erkenntnisse, die einem Zusammenhänge von Ereignissen offenbaren, die noch nie so klar und ausdrücklich vor einem standen. Nein, es war eine Nacht, die einfach da war und nicht vorübergehen wollte, die einem hämisch ins Gesicht grinste und dabei sagte: "Hier bin ich. Ich ziehe mich in die Länge und du kannst nichts anderes machen als abzuwarten, bis ich verschwinde, bis es Tag wird. Ansonsten habe ich dir nichts zu sagen."
Chris wälzte sich herum. Sie hätte einiges zu tun gehabt, zum Beispiel ein Kapitel für die nächste Prüfung zu lernen, aber es war noch zu früh dafür, sie wollte damit erst um neun Uhr beginnen, nach dem Frühstück. Der Wecker würde um halb acht klingeln, danach würde sie genervt auf die grüne Snooze-Taste über der Digitalanzeige drücken, mehrmals, und dann um halb neun unter die Dusche zu springen. Währenddessen würde ihr Frühstücksei in einem Kochtopf, den sie sich zu Beginn ihrer Studentenzeit bei WOOLWORTH im Sonderangebot für 9.95 DM gekauft hatte, vor sich hin kochen. Sie kochte sich selten ein Ei zum Frühstück, da sie dies als besonderen Luxus ansah, den sie sich nur selten gönnte.
Was sollte am nächsten Tag so besonders sein? Nichts, aber da es in der letzten Zeit keinen außergewöhnlichen Tag gegeben hatte und Chris seit Wochen das Gefühl beschlich, dass sie nur noch für die Prüfung leben würde und sich nur wenig gegönnt hatte, dachte sie an ein schönes Frühstück, das sie vor ihrem Lernalltag aufmuntern könnte. Und da ihr in dieser traumlosen Nacht nichts einfiel, an das sie hätte denken können (und das nichts mit der Prüfung zu tun hatte) dachte sie an ihr Frühstücksei am Morgen. Wie sie es mit einem Streich gezielt köpfen würde. Und danach die feinen weissen Salzkristalle in die dunkelgelbe Mündung streuen - Sie erschrak.“

 

 

 883278-934516f375f3cf696c81a522337db30e.jpg

Angela Kreuz (Ingolstadt, 31 maart 1969)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, vertaler en publicist Peter Motte werd geboren in Geraardsbergen op 31 maart 1966. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

Uit: De Wereld der Fantasie

 

„De vuilbruine wolken zweefden traag als verzadigd van onweersdreiging over de vlakte en gunden slechts een beklemmende schemer de kans de bodem te beroeren. Ze strekten zich uit tot ver voorbij de horizon. Zelfs de grootste optimist zou er hier het bijltje bij neerleggen. Maar de zuivere, blauwe schijn die vertwijfeld over de grens kwam loeren, bracht me tot een besluit.

En ik richtte mijn stappen naar de angstwekkende poort.

Toen de poort dreigend voor me opdoemde, voelde ik me een nietig insect. De totale zwartheid slokte elke lichtstraal op.

Eigenlijk zag je de poort niet. Je wist dat ze er was, precies doordat je niets zag. Een ogenblik meende ik dat het de ingang van een donkere spelonk was, en ik hief aarzelend de hand op om te testen of er een blokkade was. Enkele centimeters voor de donkere leegte hield ik stil. Het was geen weerzin die me verhinderde door te gaan, het was angst voor die absolute afwezigheid van licht. In een opwelling stiet ik de hand vooruit en raakte de poort. Er schoot een kou als een elektrische vonk door mijn lichaam. Geschrokken trok ik de hand terug. De poort was er. Het gevaarte versperde me de weg naar de blauwe nevel. Ik kon de sliertige stralen van hieruit niet zien, hoe steil ik ook omhoog blikte. De poort toornde zo hoog op, dat het leek of ze over me heen welfde.

Langzaam tastte ik met de ogen het metalen obstakel af. Mijn blik gleed van links naar rechts en cirkelde in het midden vertwijfeld rond. Ik slaagde er niet in de scheidslijn van de deurhelften te ontwaren. Ergens moest een naad zijn, maar de duisternis liet niet toe er een spoor van te ontdekken. Ik zag de poort niet, ik zag ook de naden of het slot niet. De enige manier om de grendel te vinden was tastend. Maar de lege koude van het metaal deed me huiveren bij de gedachte aan een tweede aanraking. Geen mens zou zoiets op de tast kunnen onderzoeken. Het besef trof me: langs de poort zou ik de wereld achter de rotsmuur nooit bereiken.“

 

 

 883278-83422c6330828094f09b0a80fa17cffb.jpg

Peter Motte (Geraardsbergen, 31 maart 1966)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Judith Rossner werd geboren als Judith Perelman op 31 maart 1935 in New York. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

Uit: Perfidia

 

„After three years she hitched down to the States with a Dartmouth student, worked in a luncheonette in Hanover where, one day, she waited on my father. She asked him whether the snow was lightening up, said she didn't have snow tires on her car and she was afraid she wouldn't be able to get home. (She was boarding in a room in someone's house. She didn't have a car.) My father asked if perhaps she'd like to have dinner at his place. It was only a few blocks away and he'd made a good stew.
She said, "A man who can cook? I'll go anyplace with you."
Or so she said she said.
Rupert Stern was a thirty-seven-year-old bachelor who owned more books than she'd ever seen in one place, including her school's library. She liked the way they looked. She didn't care about the way he looked, one way or another. He was a little taller than she, a bit chubby. His brown hair had more kinks than she'd seen in the whole city of Montreal; she always said, Thank God I had inherited her hair. His study was the only room where he smoked his pipe, although there was no woman around telling him he couldn't do it elsewhere. He'd furnished the house on his own, mostly at auctions. There were a lot of old sepia photos on the walls, none of his family or anyone else he knew. For her birthday, he gave her a working Victrola and a carton of 78's that he'd found at an auction.
By May she was pregnant with me. He told her he knew a woman who'd had a very easy abortion by a doctor in town. She said she'd do anything he wanted her to, including leave town, but she couldn't take a human life. He went for it. He married her and she stayed with him, we stayed with him, until 1976, the five years I remember as the good ones in my life. I'm still not sure why it had to end.“

 

 

 883278-29dc0b51962432567d55cf017e6229b2.jpg

Judith Rossner (31 maart 1935 – 9 augustus 2005)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

 

Fatal attraction

 

Haar uiterlijk verdiende geen medaille
is veel te zacht gezegd, maar ze bezat
als troostprijs wel een hele slanke taille.

En innerlijke schoonheid dan? Geen spat!
Een loeder was ze, giftig, een harpij.
Toch kwam er ooit een vrijer op haar pad.

Een zomeravond op de Mookerhei
werd ze bevrucht, niet al te fijnbesnaard;
hij zag, hij overwon, hij kwam. En zij?

Ook zij vond het beslist de zonde waard;
zo’n lekker stuk, daar zag ze wel wat in.
Hij smaakte best. Dat zij nog heeft verklaard: 

‘In ieder einde schuilt een nieuw begin’,
dat lijkt me onwaarschijnlijk, voor een spin.

 

 

 

883278-6610e46f94290e52c46468f4f7115628.jpg
Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

John Fowles, Andrew Marvell, Edward FitzGerald, Andrew Lang, Robert Brasillach

De Engelse schrijver en essayist John Fowles werd geboren in Leigh-on-Sea (Essex) op 31 maart 1926. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.en ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

Uit: The Magus

 

„Once upon a time there was a young prince who believed in all things but three. He did not believe in princesses, he did not believe in islands, and he did not believe in God. His father, the king, told him

that such things did not exist. As there were no princesses or islands in his father’s domains, and no sign of God, the prince believed his father.

But then, one day, the prince ran away from his palace and came to the next land. There, to his astonishment, from every coast he saw islands, and on these islands, strange and troubling creatures whom he dared not name. As he was searching for a boat, a man in full evening dress approached him along the shore.

“Are those real islands?” asked the young prince.

“Of course they are real islands,” said the man in evening dress.

“And those strange and troubling creatures?”

“They are all genuine and authentic princesses.”

“Then God must also exist!” cried the young prince.

“I am God,” replied the man in evening dress, with a bow.

The young prince returned home as quickly as he could.

“So, you are back,” said his father, the king.

“I have seen islands, I have seen princesses, I have seen God,” said the prince reproachfully.

The king was unmoved.

“Neither real islands, real princesses nor a real God exist.”

“I saw them!”

“Tell me how God was dressed.”

“God was in full evening dress.”

“Were the sleves of his coat rolled back?”

The prince remembered that they had been. The king smiled.

“That is the uniform of a magician. You have been deceived.”

 

 

 883275-5de5917291a481cfb486a817bac27b89.jpg

John Fowles (31 maart 1926 - 5 november 2005)

 

 

 

 

De Engelse dichter Andrew Marvell werd geboren in Winestead, Yorkshire op 31 maart 1621 in Londen. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

 

On A Drop Of Dew

 

See how the orient dew

Shed from the bosom of the Morn

Into the blowing roses,

Yet careless of its mansion new,

For the clear region where ’twas born,

Round in its self incloses:

And in its little globe’s extent

Frames, as it can, its native element.

How it the purple flow’r does slight,

Scarce touching where it lyes,

But gazing back upon the skies,

Shines with a mournful light,

Like its own tear,

Because so long divided from the sphere.

Restless it roules, and unsecure,

Trembling, lest it grow impure;

Till the warm sun pitty its pain

And to the skies exhale it back again.

So the soul, that drop, that ray,

Of the clear fountain of eternal day,

(Could it within the humane flow’r be seen)

Rememb’ring still its former height,

Shuns the sweat leaves and blossoms green,

And, recollecting its own light,

Does in its pure and circling thoughts express

The greater heaven in an heaven less.

In how coy a figure wound,

Every way it turns away;

(So the world-excluding round)

Yet receiving in the day.

Dark beneath, but bright above,

Here disdaining, there in love.

How loose and easie hence to go;

How girt and ready to ascend;

Moving but on a point below,

It all about does upwards bend.

Such did the manna’s sacred dew destil,

White and intire, though congeal’d and chill;

Congeal’d on Earth; but does, dissolving, run

Into the glories of th’ almighty sun.

 

 

 

883275-96fa731e4a867661c14d83191e06c47f.jpg
Andrew Marvell (31 maart 1621 - 16 augustus 1678)

 

 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en vertaler Edward FitzGerald werd geboren in Woodbridge, Suffolk, op 31 maart 1809. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

 

Old Song

 

TIS a dull sight
To see the year dying,
When winter winds
Set the yellow wood sighing:
Sighing, O sighing!

When such a time cometh
I do retire
Into an old room
Beside a bright fire:
O, pile a bright fire!

And there I sit
Reading old things,
Of knights and lorn damsels,
While the wind sings--
O, drearily sings!

I never look out
Nor attend to the blast;
For all to be seen
Is the leaves falling fast:
Falling, falling!

But close at the hearth,
Like a cricket, sit I,
Reading of summer
And chivalry--
Gallant chivalry!

Then with an old friend
I talk of our youth--
How 'twas gladsome, but often
Foolish, forsooth:
But gladsome, gladsome!

Or, to get merry,
We sing some old rhyme
That made the wood ring again
In summer time--
Sweet summer time!

Then go we smoking,
Silent and snug:
Naught passes between us,
Save a brown jug--
Sometimes!

And sometimes a tear
Will rise in each eye,
Seeing the two old friends
So merrily--
So merrily!

And ere to bed
Go we, go we,
Down on the ashes
We kneel on the knee,
Praying together!

Thus, then, live I
Till, 'mid all the gloom,
By Heaven! the bold sun
Is with me in the room
Shining, shining!

Then the clouds part,
Swallows soaring between;
The spring is alive,
And the meadows are green!

I jump up like mad,
Break the old pipe in twain,
And away to the meadows,
The meadows again!

 

 

 

 883275-3863fc03989900d59138223b1676f5f6.jpg

Edward FitzGerald (31 maart 1809 - 14 juni 1883)

St. Andrews Church, Bredfield

 

 

 

 

De Schotse dichter, schrijver en journalist Andrew Lang werd geboren op 31 maart 1844 in Selkirk. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

 

On Any Beach

Yes, in the stream and stress of things,
That breaks around us like the sea,
There comes to Peasants and to Kings,
The solemn Hour of Jubilee.
If they, till strenuous Nature give
Some fifty harvests, chance to live!

Ah, Fifty harvests! But the corn
Is grown beside the barren main,
Is salt with sea-spray, blown and borne
Across the green unvintaged plain.
And life, lived out for fifty years,
Is briny with the spray of tears!

Ah, such is Life, to us that live
Here, in the twilight of the Gods,
Who weigh each gift the world can give,
And sigh and murmur, What's the odds
So long's you're happy? Nay, what Man
Finds Happiness since Time began?

 

 

 

883275-2e13b5bd48a947a92c6bd312e667cb5e.jpg
Andrew Lang (31 maart 1844 – 20 juli 1912)

 

 

 

 

De Franse schrijver, dichter en journalist Robert Brasillach werd geboren in Perpignan op 31 maart 1909. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

 

FRESNES

Le parc de Sceaux à l'horizon,
La route des pèlerinages,
Les peupliers et les maisons,
Nous offrent les libres images
Avec lesquelles nos prisons
Essayent de nous tenir sages.

Les quatre murs de la cellule
Sont peuplés quand tombe le soir
Des feux où notre coeur se brûle,
Des spectres que nul ne peut voir,
Dans la foule pourtant circule
Et nous tend les mains dans le noir.

Un sifflet dans les corridors,
Un oeil qui s'ouvre à notre porte,
Un chariot qui repart encor.
Un chaudron que l'on nous apporte,
Semblent bruits qui montent d'un port,
Signaux d'un train ou d'une escorte.

Je pense à ceux qui, des années,
Ont attendu, près des barreaux,
Dans ces bruits de gare étouffée,
L'heure où partira le bateau,
Quand la passerelle est ôtée.
Et qu'on tire l'ancre de l'eau.


 

 883275-0658def478d2b8afeb6f83aeed8f7255.jpg

Robert Brasillach (31 maart 1909 - 6 februari 1945)

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Gerrit Komrij, Uwe Timm, Paul Verlaine, Milton Acorn, Christine Wolter, Tom Sharpe, Gert Heidenreich

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

 

De droom van een dorpsjongen

 

Nu ken ik alle kaden, alle stegen,
En de Palazzo's. En ik voel me warm.
Ik liet mijn hart hier achter, allerwegen.
(En op de Academie-brug mijn arm,
Mijn nier op de Rialto. En mijn lever,
Die liet ik achter op het Arsenaal.)
O, deze stad is boven spot verheven...
Maar zelf een rarekiek en toverzaal.

Hier kan men zeer voornaam de pijp uitgaan
In een van die gesloten, hoge panden,
Zelfs als een oplichter nog niet banaal.

O, bij mijn uitvaart, hoop ik, zal je staan
Op een der bruggen van het Canal Grande
En mij voorbij zien glijden als een aal.

 

 

 

Beschaving

 

Er was onder mijn hersenpan
Geen schuld die me bezwaarde -
Ik kende niet de fado van
De laatste mens op aarde -

Ik was een doodgelukkig kind -
Er waren kinderen als ik -
Ik waaide mee op elke wind
En had dezelfde schrik.

In dromen martelde ik verwoed,
Maar had van niets berouw -
Nu ben ik menselijk en goed
En heb het Spaans benauwd -

 

 

 

De werkster spreekt

 

Mijn doodsvijanden heten stof en pluis.
Ik ben de gesel van de spinnenwebben.
Zie hoe ik keer en ruim en poets en kuis -
De oude spinsels zullen mij niet hebben.

In een aan kant gemaakt en helder huis
Kan het bestaan altijd opnieuw beginnen.
Mijn broodheer noemt mij - hij is nooit abuis -
'De Mondriaan van haard en tafellinnen.'

Ik had maar weinig schik in zijn fauteuils.
Zijn staande schemerlamp werd neonbuis.
Ik ben tenslotte bezemkunstenaar.

Ik gaf zijn bed mee aan een scharrelaar -
Zijn dikke, donzen dekens ook. Gezond
Maar prachtig zal hij dromen op de grond.

 

 

 882504-78e7278adef8a64dcff4310c1ad12326.jpg

Gerrit Komrij (Winterswijk, 30 maart 1944)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.
 

Uit: Heißer Sommer

 

„Sie hatte aufgehört zu weinen. Nur hin und wieder noch schluchzte sie auf.

Er lag unbeweglich.

Von der Straße herauf Stimmen, Schritte, dahinter: das gleichmäßige Rauschen der Stadt.

Er roch ihren Schweiß: Sauer mit einem Stich Parfum.

Das zerknüllte Laken drückte im Rücken.

In einer Wiese liegen, stellte sich Ullrich vor. In der hereinbrechenden Dämmerung die aufsteigende feuchte Kühle spüren.

Im Nebenzimmer setzte das Geigenspiel wieder ein.

Plötzlich richtete sich Ingeborg auf. Die Sprungfedern unter der Matratze quietschten. Er drehte den Kopf zu ihr hinüber.

Unter ihren Augen die schwärzlichen Tränenspuren.

Als sie etwas sagen wollte, sagte er: Hör auf.

Sie starrte ihn an, dann drehte sie sich mit einer jähen Bewegung aus dem Bett, raffte ihre Sachen zusammen und warf sie auf den Sessel. Auf den Ellenbogen gestützt, sah er ihr zu. Er hatte ihr einmal gesagt, daß er es lustig finde, wie sie sich immer zuerst den Büstenhalter umbindet. Sie hatte ihn auch jetzt schon in der Hand, zögerte aber, legte ihn zurück und griff zum Slip. Sie kehrte dabei Ullrich den Rücken zu. Das hatte sie sonst nie getan. Zweimal verfehlte sie die Öse an ihrem Büstenhalterverschluß.

Nebenan hatte sich Lothar schon wieder verspielt, brach ab und setzte wieder neu an.

Als sie sich das Kleid über den Kopf zog, waren für einen Augenblick nur die Beine und der Hintern zu sehen, dann kamen die Arme zum Vorschein und schließlich mit einem Ruck der Kopf. Sie schüttelte ihr Haar.

Mit dem Zeigefinger den Fersenriemen hochziehend, stieg sie in ihre Sandaletten, zog den Reißverschluß an der Seite ihres Kleides hoch und suchte nach ihrem schwarzen Lackgürtel. Er lag unter dem Sessel. Wortlos zeigte Ullrich auf die Stelle, wo der Gürtel lag.“

 

 

 882504-165aef4e061ddb144b427ae591817917.jpg

Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.
 

 

A un passant

 

Mon cher enfant que j'ai vu dans ma vie errante,
Mon cher enfant, que, mon Dieu, tu me recueillis,
Moi-même pauvre ainsi que toi, purs comme lys,
Mon cher enfant que j'ai vu dans ma vie errante !

Et beau comme notre âme pure et transparente,
Mon cher enfant, grande vertu de moi, la rente,
De mon effort de charité, nous, fleurs de lys !
On te dit mort... Mort ou vivant, sois ma mémoire !

Et qu'on ne hurle donc plus que c'est de la gloire
Que je m'occupe, fou qu'il fallut et qu'il faut...
Petit ! mort ou vivant, qui fis vibrer mes fibres,

Quoi qu'en aient dit et dit tels imbéciles noirs
Compagnon qui ressuscitas les saints espoirs,
Va donc, vivant ou mort, dans les espaces libres !

 

 

 

Nevermore

 

Souvenir, souvenir, que me veux-tu ? L'automne
Faisait voler la grive à travers l'air atone,
Et le soleil dardait un rayon monotone
Sur le bois jaunissant où la bise détone.

Nous étions seul à seule et marchions en rêvant,
Elle et moi, les cheveux et la pensée au vent.
Soudain, tournant vers moi son regard émouvant
" Quel fut ton plus beau jour? " fit sa voix d'or vivant,

Sa voix douce et sonore, au frais timbre angélique.
Un sourire discret lui donna la réplique,
Et je baisai sa main blanche, dévotement.

- Ah ! les premières fleurs, qu'elles sont parfumées !
Et qu'il bruit avec un murmure charmant
Le premier oui qui sort de lèvres bien-aimées !

 

 

 

Agnus Dei

 

L'agneau cherche l'amère bruyère,
C'est le sel et non le sucre qu'il préfère,
Son pas fait le bruit d'une averse sur la poussière.

Quand il veut un but, rien ne l'arrête,
Brusque, il fonce avec de grands coups de sa tête,
Puis il bêle vers sa mère accourue inquiète...

Agneau de Dieu, qui sauves les hommes,
Agneau de Dieu, qui nous comptes et nous nommes,
Agneau de Dieu, vois, prends pitié de ce que nous sommes.

Donne-nous la paix et non la guerre,
Ô l'agneau terrible en ta juste colère.
Ô toi, seul Agneau, Dieu le seul fils de Dieu le Père.

 

 

 

882504-77613e79a47558b8fedf1a211bbd7b40.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

 

 

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.
 

 

Live With Me On Earth Under the Invisible Daylight Moon

 

Live with me on Earth among red berries and the bluebirds
And leafy young twigs whispering
Within such little spaces, between such floors of green, such

     figures in the clouds

That two of us could fill our lives with delicate wanting:

 

Where stars past the spruce copse mingle with fireflies

Or the dayscape flings a thousand tones of light back at the

     sun—

Be any one of the colours of an Earth lover;

Walk with me and sometimes cover your shadow with mine.

 

 

 882504-5a53fdf9a214e8145d24e5820b8485e7.jpg

Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Christine Wolter werd geboren op 30 maart 1939 in Königsberg. Zie ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

Uit: Das Herz, diese rastlose Zuneigungs- und Abneigungsmaschine

 

„Von schönen Beinen war, ich erinnere mich, die Rede unter den Zeugen der  Szene. Es gab Wortwechsel, die ich nicht verstand. Ich sehe mich, zehn Jahre alt, wie ich eines Abends beim Waschen die Füße in eine Schüssel stelle und erkenne: Ich habe keine schönen Beine. Mama, die dem Beobachter am Abteilfenster den Rücken zugewandt und erst später von der Wirkung des Anblicks ihrer Beine erfahren hatte, wunderte sich nicht, damals, wenn sie mir davon erzählte. Sicher, es klang wie ein Märchen, aber da gabs nichts zu wundern, da gabs kein Wunder. Sie war jung, sie war wie sie war. Es erschien ihr ein gerechter Tribut an etwas, was  zu ihr gehörte. Später kam das Thema noch einmal eine Zeitlang in ihren Reden vor. Sie konnte nicht begreifen, konnte und konnte nicht begreifen, daß solcher Schönheit  etwas anderes, Unschönes vorgezogen wurde. Beine wie Stampfer. Daß ein solcher ästhetischer Verrat möglich war, eine solche Verlumpung und Verirrung des Geschmacks. Das konnte nicht von Dauer sein, davon war sie überzeugt, im Vertrauen auf etwas, was ich nicht verstand und nicht zu verstehen brauchte.

  Die Person ist verschwunden. Fast müßte man aussteigen, oder den Zug anhalten, die Drei-Sekunden-Sequenz zurückspulen und die Gestalt dazu bringen, sich umzudrehen, den Blick zu erwidern. Der Zug setzt sich in Bewegung, Dampf füllt die Halle, diesen grandiosen Bau, einhundertvierzig Meter lang, endlich vollendet nach Krieg und Inflation, den Fern- und Stadtbahnhof mit acht Geleisen, gewölbter Glasüberdachung, der Zug verläßt ihn in Richtung Osten. Der Augen-Blick verschwimmt, streift über die zurückbleibende Menge, winkende Schatten, wendet sich ab. Kommt wieder, in dieser Morgenstille.“

 

 
882504-8b06e386cc9eea95ea882b5856db7a2f.jpg
Christine Wolter (Königsberg, 30 maart 1939)

 

 

 


De Engelse schrijver
Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

Uit: Wilt

 

„Interesting word "rehearsal",' he said. 'It comes from the old French, rehercer, meaning...'
'To hell with where it comes from,' said the Inspector, 'I want to know where it ends up.'
'Sounds a bit like a funeral too when you come think of it,' said Wilt, continuing his campaign of semantic attrition.
Inspector Flint hurled himself into the trap. 'Funeral? Whose funeral?'
'Anyone's,' said Wilt blithely. 'Hearse, rehearse. You could say that's what happens when you exhume a body. You rehearse it though I don't suppose you fellows use hearses.'



 882504-cba2355b5a2450070843d8cbc459f6f7.jpg

Tom Sharpe (Londen, 30 maart 1928)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010
 

 

Schnee. Buchen. Krähen

 

Schnee. Buchen. Krähen
Günteringer Wald

Vom Tal her den Schall des Schnees
hören –
vernehmen den Chor der Buchen
am Hang –
die Schreie des Krähenschwarms
unterm Himmel:

Haltet ein! Es wird kein Engel kommen!
Erwachen aus den Kriegen müsst ihr selbst!

Nichts wird verschwiegen hier
zwischen
den Buchen über dem Schneetal
unter dem
Himmel aus Krähen.

 

 


882504-384dac194f146f235705b867f13f8481.jpg
Gert Heidenreich (Eberswald, 30 maart 1944)



Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:05 Reageer op dit bericht

Erika Mitterem,Theo Breuer, Jean Giono, Gabriela Zapolska, Luise Hensel, Anna Sewell, Sean O'Casey, Herbert Asmodi

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

 

CHRISTE ELEISON!

 

Immer wieder, mein Gott,

seit zweitausend Jahren,

kommt dieser und jener und sagt:

„Er war nur ein Mensch! Und gerade

weil er ein Mensch war wie wir,

unterlegen der Macht, gerade deshalb

lieben wir ihn! Und sein Geist,

den sie nicht töten konnten,

lebt in uns weiter!“

 

Immer wieder, mein Bruder,

kommt einer und sinnt: „Sein Leiden

hat er nicht völlig empfunden,

denn die Narkose

seiner Göttlichkeit schirmte ihn ab!

Er starb in der Zeit, aber lebte

außer der Zeit!“

So war alles

nur ein erhebendes Schauspiel?

Und Du entweichst in die Himmel ...

 

Immer wieder, mein Hirte,

wenn einer sein Kreuz nimmt und anfängt

Dir nachzugehn, höhnt ihn ein andrer:

„Sei nicht so eingebildet! Wer glaubst du

denn, dass du bist? Ein Heiliger? Dass ich nicht lache!

Hast du nicht neulich den Bettler verjagt? Und gestern

erst wieder im Zorn dich ereifert?“ Ratlos

bleibt er stehn auf dem Wege und wagt

fortan keinen Schritt mehr.

 

Wenn wir Dein Wort befolgen wollen, mein Lehrer,

sagt man uns leise, wahrscheinlich

sei das ein späterer Zusatz. Für damals

nützlich erfunden. Doch heute

gelte ein neues Gebot für den mündigen Christen.

Überdies aber sei alles, was in der Schrift steht,

gar nicht so wörtlich gemeint. „Es steht ja geschrieben:

Der Buchstabe tötet, aber der Geist macht uns frei!

Also entdecke ein jeder sein eignes Gesetz in der Schrift!“

 

Was wird nun, mein Herr und mein Retter, geschehen,

wenn wir schon morgen mit Dir

vor den Landpfleger müssen? – Wir wissen

immer noch nicht, wer Du bist! Den Satten

bleibst Du ein Rebell. Und die Hungrigen

klagen Dich an: Diese Steine

wurden nicht Brot! – Denn wir alle

behielten ein steinernes Herz. – Und wir rufen,

die wir einander so lange, so bitter befehdet,

einstimmig: „Kreuzige ihn!“

 

 

 882496-fa0ad9a0ce52640fcca89d4a64aaee9d.jpg

Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

 

countdown

für Axel Kutsch

sonett in dem es nicht regnet
sonett aus dem es nicht schneit
sonett in dem niemand begegnet
der swonnigen wirklichkeit

sonett ohne blick in die ferne
sonett taublind ohne licht
(verse – verfaßte euch gerne
als gutegeistergedicht)

sonett ohne beben und schweben
kein kanariengrüner reflex
nein – gar nichts kann es dir geben

drum stirbt's bereits hier –
hopp +
ex –

 

 

 882496-f938b7b5a648c0f2f933c19898bc4a31.jpg

Theo Breuer (Zülpich, 30 maart 1956)

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean Giono werd geboren op 30 maart 1895 Manosque in het Département Alpes-de-Haute-Provence. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

Uit: Deux cavaliers de l'orage

 

„Les voilà maintenant collées sur cette chose pleine de sang comme des huppes dans de la glu. Elles ne peuvent plus s'en dépêtrer. Si j'avais dit que c'est un sac d'éponge et que ce qui coule est de l'eau elles seraient toutes à me jacasser autour de la tête comme des pies avec toutes leurs histoires. Mais c'est du sang, elles se taisent, elles attendent, elles regardent, elles écoutent, elles ne bougent pas, elles restent là, on pourrait les prendre toutes les quatre sous un chapeau. C'est du sang: elles voudraient déjà danser plus vite que la musique. Il ne s'agit plus de leurs histoire, c'est du sang. Quelle histoire ! La plus grande histoire du monde. Il n'y en a même pas d'autre. Baisse ta lampe, ma mère; éclaire un peu que je dénoue la corde. Il y a une grosse fortune à faire. Il ne s'agit pas de travailler. Il faudrait avoir un homme qui saigne et le montrer dans les foires. Le sang est le plus beau théâtre. Tu ferais payer, ils emprunteraient pour y venir. Le dégoût ? non, il n'y a pas de dégoût; oui, au moment où ça commence à couler, mais, qu'est-ce que c'est ? C'est parce qu'on voit cette vie qui s'échappe dans la campagne et qui va faire la folle de tous les côtés. Ça, c'est une histoire ! Attends. Au début, oui, tu es blanc comme un linge, mais tout de suite tes yeux te mangent la figure tellement tu les ouvres pour tout voir. On voit des choses extraordinaires dans le sang. Tu n'a qu'à faire une source de sang, tu verras qu'ils viendront tous. Tu peux faire payer cher. Ils s'enlèveront le pain de la bouche pour venir. Tiens, toi, va seulement crier dehors : «Venez voir le sang.» En cinq minutes tout le village est ici dedans. Sur le moment ils sont timides, mais tout de suite après ils reviennent; ça les intéresse; ils regardent; ils ne sont plus timides; ils se rétablissent; ils reprennent leur vie, ils la serre, ils l'attachent; ils lui mettent un collier; ils la mettent à la chaîne. Ils la tiennent à la main, enchaînée comme un chien. Ils l'ont raisonnée. Il n'y a pas de raison pour qu'ils ne soient pas maintenant tranquilles à regarder celle-là, déchaînée, qui s'échappe dans la campagne. Je te dis que ça, c'est le théâtre. Quel phénomène ! C'est un artiste. (...)“

 

 

 882496-56e96f2477f452c104660ee6a1fdcfcf.jpg

Jean Giono (30 maart 1895 – 9 oktober 1970)

 

 

 

 

De Poolse schrijfster Gabriela Zapolska werd geboren op 30 maart 1857 in Podhajce bij Łuck. Zie ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

Uit: Sommerliebe (Vertaald door Karin Wolff)

 

„Die Beine taten ihr weh. Sie ließ sich auf dem Stuhl in der Fensternische nieder, stützte den Ellenbogen auf, von dem der hellblaue Flanell der Matinka herabglitt, und blickte unverwandt hinaus in die weite Nacht. Aber diesmal zählte sie keine Lampen und verglich auch nicht deren Leuchtkraft mit dem Lampenlicht auf den Straßen Warschaus - sie hatte sich gleichsam ganz in sich zurückgezogen und begann, ohne es zu wollen, ihren gewöhnlichen Alltag in der Warecka-Straße, zweiter Stock, zu durchleben: den Alltag in der nicht eben großen Wohnung, wo sie sich zu mehreren drängten, stets verschlossen und mißtrauisch waren, gleichsam versunken in Mutmaßungen und Heimlichkeiten.
Dieser Mangel an Aufrichtigkeit war charakteristisch für ihr ganzes Zusammenleben. Jedes der Kinder hatte bereits etwas zweideutig Vages an sich, verbarg etwas und gab es selbst in den innigsten Momenten nicht preis. Ob dies von der Mutter herrührte oder vom Vater, vermochte niemand zu ergründen, denn in dieser Hinsicht bestand zwischen Tuska und ihrem Ehemann eine große Ähnlichkeit, eine moralische Wesensgleichheit beinah.
"Wir verhalten uns wie Politiker", dachte Tuska bisweilen, und wenn sie den Sohn morgens auf den Kopf küßte, bevor er das Haus Richtung Schule verließ, spürte sie, daß beides "Politik" war - die brave Ergebenheit des Jungen und ihre gleichsam ausufernd herzliche Annäherung, dieses Viatikum, das sie mit auf den Weg gab.
In diesen beengten Räumlichkeiten, wo das beste Zimmer, "Salon" getauft und vollgestellt mit Palmen und Gummibäumen, leerstand, stieß man sich nicht aneinander, weder moralisch noch physisch, und keiner drang dem anderen gewaltsam in die Seele. Man begnügte sich still und hatte füreinander nicht mehr als ein nichtssagendes Lächeln übrig.“

 

 

882496-73169bba7abf46841cd4da5f1968e178.jpg
Gabriela Zapolska (30 maart 1857 – 17 december 1921)

Portret door Stanislaw Janowski 

 

 

 

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Zie ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

 

Kein Frühling mehr

 

Es sitzt in trauter Zelle

Am Fenster ein Mägdlein bleich

Und schaut hinab in die Welle,

Da rollen zwei Perlen helle

Wohl in das Wasser gleich.

 

Sie hört eine Flöte von weitem,

Sie blickt auf Schilf und Rohr;

Da keimen verlorene Freuden,

Da sprossen vergessene Leiden

Ihr frisch im Herzen empor.

 

»Die Welle rinnt und schäumet,

Grün Laub schmückt wieder den Baum.

Ach, Frühling, hast lange gesäumet!

Nur ist mir, als hätt' ich geträumet

Ein'n langen, schweren Traum.

 

»Ich weiß, der Lenz schwebt nieder,

Ich weiß wohl: es ist Mai;

Doch kehren dieselben Lieder,

Dieselben Blumen nicht wieder;

Ist alles anders und neu.«

 

 

 882496-0ea87c468ce31f2ec6ebb1607369d848.jpg

Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Anna Sewell werd geboren op 30 maart 1820 in Great Yarmouth, Norfolk. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007. en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

Uit: Black Beauty

 

„I have never forgotten my mother's advice. I knew she was a wise old horse, and our master thought a great deal of her. Her name was Duchess, but he often called her Pet.
Our master was a good, kind man. He gave us good food, good lodging, and kind words; he spoke as kindly to us as he did to his little children. We were all fond of him, and my mother loved him very much. When she saw him at the gate, she would neigh with joy, and trot up to him. He would pat and stroke her and say, "Well, old Pet, and how is your little Darkie?" I was a dull black, so he called me Darkie, then he would give me a piece of bread, which was very good, and sometimes he brought a carrot for my mother. All the horses would come to him, but I think we were his favorites. My mother always took him to the town on a market day in a light gig.
There was a plowboy, Dick, who sometimes came into our field to pluck blackberries from the hedge. When he had eaten all he wanted, he would have what he called fun with the colts, throwing stones and sticks at them to make them gallop. We did not much mind him, for we could gallop off, but sometimes a stone would hit and hurt us.
One day he was at this game and did not know that the master was in the next field, but he was there, watching what was going on. Over the hedge he jumped in a snap, and catching Dick by the arm, he gave him such a box on the ear as made him roar with the pain and surprise. As soon as we saw the master, we trotted up nearer to see what went on.
"Bad boy!" he said. "Bad boy to chase the colts! This is not the first time, nor the second, but it shall be the last. There--take your money and go home. I shall not want you on my farm again." So we never saw Dick anymore. Old Daniel, the man who looked after the horses, was just as gentle as our master, so we were well off.


 882496-90ac9ca8c90ca9b8b4bb81a121f4c5b7.jpg

Anna Sewell (30 maart 1820 – 25 april 1878)

De cast van de tv-serie „The Adventures of Black Beauty“ (1972-74)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 30 maart 2009.


De Duitse dichter, schrijver en draaiboekauteur
Herbert Asmodi werd geboren op 30 maart 1923 in Heilbronn.

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

De Ierse dichter en toneelschrijver Sean O'Casey werd geboren in Dublin op 30 maart 1880. Zie ook mijn blog van 30 maart 2009.

 

Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas

De Vlaamse prozaschrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook mijn blog van 29 maart 2007 en ook mijn blog van 29 maart 2008. en ook mijn blog van 29 maart 2009 en ook mijn blog van 29 maart 2010.

 

 

Fiets

 

Hij is een zwijgzaam dier van staal en lucht,
zo zul je hem bestijgen en bedwingen:
je benen springveer, voeten vogelvlucht,
de wind zal samen met je spieren zingen,
je hijgt het ritme, achtergrondgerucht,
ik maak en breek mijn evenwicht,
ik trap mijn val onder mij weg, ik schrijd
op jonge wolken door de stad, ik rijd.

 

 

Ladder

 

Hij weet hoe kruinen waggelen en zuchten,
hij brengt de ogen tot hoog overzicht,
hij brengt het hoofd tot in de wolkenluchten,
hij brengt de oren tot het vogelnest,
hij brengt de tanden tot het vlees van vruchten.

Zijn eisen zijn eenvoudig. Stap voor stap
zal hij zich geven. Wie niet horen wil,
die trapt hij van zich af. De stilte na de gil.

 

 

Geert van Istendael, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas, Romenu

Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 


De Duitse schrijver Eric Walz werd geboren op 29 maart 1966 in Königstein im Taunus. Zie ook mijn blog van 29 maart 2009 en ook mijn blog van 29 maart 2010.

Uit:Die Herrin der Päpste

 

»Eine Leiche?«, rief Liudprand von Cremona und reckte seinen Schildkrötenkopf aus der schwarzen Kutte. Er hielt die Luft an und überflog das Pergament noch einmal mit zusammengekniffenen

Augen. Seine Arme zitterten leicht. Als er es merkte, blickte er aus den Augenwinkeln zu dem Mann neben ihm und stützte die Ellenbogen auf der wuchtigen Platte des Sekretärs ab. Er schmatzte

und schluckte mehrmals, legte das Pergament auf den Stapel mit den restlichen Papieren des Berichts zurück und hauchte: »Tatsächlich!

Eine Leiche vor Gericht.«

Liudprand zog den Umhang um seine Schultern enger, krampfte seine Hände um den Stock und hinkte langsam zum Kamin. Er versuchte vergeblich, sich dort zu wärmen. Das kleine Feuer kam nicht gegen den Winter an. Dieser östliche Teil der Engelsburg war schlecht ausgestattet. Kein Teppich zierte Wand oder Boden, die Fensterläden ließen den Wind durch Löcher und Spalten pfeifen, und außer dem Bett und dem Sekretär verlor sich nur noch ein kleiner Tafeltisch in dem lang gezogenen Raum. Liudprand knurrte, doch welche Wahl hatte er? Schließlich konnte er ja wohl schlecht seine Erzrivalin um eines ihrer Gemächer bitten. »Und diese … diese Person war dabei?«, fragte er in den lodernden Kamin hinein.

»Mittendrin.«

Wieder knurrte Liudprand.

»Ich wusste nichts davon«, gab er widerwillig zu. Suidger von Selz lehnte sich entspannt zurück. Es war ihm eben geglückt, den Bischof von Cremona und kaiserlichen Gesandten für einen kurzen Moment zu verunsichern, und das war viel wert in der Auseinandersetzung gegen jemanden, den alle den »Jagdhund Gottes« nannten. Doch Suidger wusste auch, dass er noch ganz am Anfang seiner heiklen Aufgabe stand. Liudprand hatte Witterung aufgenommen, und es würde viel Geschick brauchen, ihn von der Fährte wegzulocken.“

 

 

Geert van Istendael, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas, Romenu

Eric Walz (Königstein im Taunus, 29 maart 1966)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Georg Klein werd geboren op 29 maart 1953 in Augsburg. Zie ook mijn blog van 29 maart 2007 en ook mijn blog van 29 maart 2008 en ook mijn blog van 29 maart 2009 en ook mijn blog van 29 maart 2010.

 

Uit: Die Sonne scheint uns

 

“Die Sonne scheint uns. Wir sitzen in der einstigen Cafeteria, in der obersten Etage des fraglichen Bauwerks. Wir haben unsere fünf Stühle an die Südseite gerückt und blinzeln an gegen das Mittagslicht dieses strahlenden Märztags. Fenster mag ich die starre Verglasung des zehnten Stockwerks nicht nennen, obwohl Aluminiumstreben die Aussicht gleichmäßig zergliedern. Unser Blick geht über den Alten Salzhafen, eine blinddarmartige Ausbeulung des großen Flusses. Hier, kurz vor

seiner Mündung, verteilt sich das Wasser auf die tiefgebaggerte Fahrrinne des Hauptlaufs und auf ein knappes Dutzend Nebenarme. Seit langem kanalisiert, fingern sie doch, unverändert naturhaft gekrümmt, gleich den Tentakeln eines Kopffüßlers dem deutschen Meer, der Nordsee, entgegen.

Das Haus, dem wir unsere Aussicht verdanken, steht nah am Ufer. Über zwei Zeilen Lagerhäuser blicken wir auf das strömungslose Grau des Hafenbeckens und auf die Landzunge, die sich zwischen ihm und dem Fluß erstreckt. Seit Menschengedenken gehört dieses auf drei Seiten von Wasser umgebene Gelände der chemischen Industrie. Ich habe keine Ahnung, was dort zur Zeit produziert wird, vielleicht weiß es einer der anderen, aber ich spüre wenig Neigung, sie zu fragen. Mir und mei-

nen vier Beisitzern sollen die duftig weißen, über den beiden höchsten silbrigen Schloten ins Lindgrüne spielenden Rauchfahnen als Ausweis eines regen synthetischen Lebens genügen.

Das alte Viertel, das sich auf unserer Seite an die Krümmung des Salzhafens schmiegt, ist niedrig bebaut. Selbst die Lagerhäuser am Kai bringen es nur auf drei Stockwerke. Mein Apotheker, der greise Hugo Heinlein, in einer dieser Straßen aufgewachsen, behauptete einmal, allein seiner Geducktheit verdanke das Viertel, daß es den Krieg fast schadlos überstanden habe.”

 

 

geert van istendael,eric walz,georg klein,ernst jünger,yvan goll,r. s. thomas,romenu

Georg Klein (Augsburg,  29 maart 1953)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Ernst Jünger werd geboren in Heidelberg op 29 maart 1895. Zie ook mijn blog van 29 maart 2007 en ook mijn blog van 29 maart 2008 en ook mijn blog van 29 maart 2009 en ook mijn blog van 29 maart 2010.

 

Uit: Kriegstagebuch 1914-1918

 

30. XII .14.

Nachmittags, Empfang von Patronen und eiserner Ration. Untersuchung auf Geschlechtskrankheiten. Als wir antraten, nahmen einige Mütter Abschied, was doch etwas trübe stimmte. 6 44 Abfahrt. Wir bekamen Stroh in die Wagen. Furchtbar gedrängte Pennerei in und unter den Bänken.

 

31. XII .14.

 

1/2 1 bekamen wir Kaffee und Brot inHannoversch Münden. 7 Uhr morgens in Gießen. Wir aßen Erbsensuppe mit Fleisch. Lahntal, wunderbare Aussicht. Rhein überschritten bei Coblenz . Dann Moseltal ( Revolverschießerei)! Hinter Trier überschritten wir die Luxemburger Grenze. • 10 aßen wir Erbsensuppe in Stadt Luxemburg, die ein ganz deutsches Aussehn hatte. Um 12 wurde Neujahr gefeiert mit Gesang und einem Schuck Curaçao . Dann pennte ich ziemlich gut bis zum andern Morgen.

 

1. I .15.

Um 7 Uhr in Sedan Erbsensuppe bekommen. Stimmung war fi del. Die Gegend bekommt kriegsmäßiges Aussehn . Zerstörte Häuser, gesprengte Brücken, die langsam überfahren werden, und die verfaulten Garben der Ernte auf den Feldern. Viele Hauser stehen verlassen mit offenen Fenstern und Türen. Überall an der Strecke Landsturmmänner. Die verwilderten Felder bieten einen traurigen Anblick. Überall stehen verroste Erntemaschinen. Am Bahnhof Bazancourt stiegen wir aus. In der Ferne brummten die Geschütze. Wir sahen weit hinten zwei Shrapnellwölkchen , die sich in weißen Dampf auflösten. Dann fuhren wir noch einige Kilometer weiter. Wir stiegen aus und gingen zu Fuß nach Oranville . Dort übernachteten wir in einer großen Scheune und hörten auf das Gebrumm der Kanonen.”

 

 

geert van istendael,eric walz,georg klein,ernst jünger,yvan goll,r. s. thomas,romenu

Ernst Jünger (29 maart 1895 - 17 februari 1998)

In het vreemdelingenlegioen, 1913

 

 

 

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook mijn blog van 29 maart 2007 en ook mijn blog van 29 maart 2008 en ook mijn blog van 29 maart 2009 en ook mijn blog van 29 maart 2010.

 

 

Schnee-Masken

 

Es hat der Schnee über Nacht
Meine Totenmaske gemacht

 

Weiß war das Lachen des Schnees
Und meinen Schatten verwandelt
Er in ein Fastnachtsgewand

 

Ein Sturm von goldenen Triangeln
Hat plötzlich die tönende Stadt
Gehoben aus all ihren Angeln

 

Im tausendjährigen Licht
Wurden die Türme der Zeit
Von ihren Ankern befreit

 

Der Schnee hat über Nacht
Mein Traumgesicht wahrgemacht

 

 

 

 

Der Salzsee

 

Der Mond leckt wie ein Wintertier das Salz deiner Hände,
Doch schäumt dein Haar violett wie ein Fliederbusch,
In dem das erfahrene Käuzchen ruft.
Da steht für uns erbaut die gesuchte Traumstadt,
In der die Straßen alle schwarz und weiß sind.
Du gehst im Glitzerschnee der Verheißung,
Mir sind gelegt die Schienen der dunklen Vernunft.
Die Häuser sind mit Kreide gegen den Himmel gezeichnet
Und ihre Türen bleigegossen;
Nur oben unter Giebeln wachsen gelbe Kerzen
Wie Nägel zu zahllosen Särgen.
Doch bald gelangen wir hinaus zum Salzsee.
Da lauern uns die langgeschnäbelten Eisvögel auf,
Die ich die ganze Nacht mit nackten Händen bekämpfe,
Bevor uns ihre warmen Daunen zum Lager dienen.

 

 

geert van istendael,eric walz,georg klein,ernst jünger,yvan goll,r. s. thomas,romenu

Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)

 

 

 

 

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook mijn blog van 29 maart 2009 en ook mijn blog van 29 maart 2010.

 

 

Children's Song

 

We live in our own world,
A world that is too small
For you to stoop and enter
Even on hands and knees,
The adult subterfuge.
And though you probe and pry
With analytic eye,
And eavesdrop all our talk
With an amused look,
You cannot find the centre
Where we dance, where we play,
Where life is still asleep
Under the closed flower,
Under the smooth shell
Of eggs in the cupped nest
That mock the faded blue
Of your remoter heaven.

 

 

 

 

A Blackbird Singing

 

It seems wrong that out of this bird,
Black, bold, a suggestion of dark
Places about it, there yet should come
Such rich music, as though the notes'
Ore were changed to a rare metal
At one touch of that bright bill.

You have heard it often, alone at your desk
In a green April, your mind drawn
Away from its work by sweet disturbance
Of the mild evening outside your room.

A slow singer, but loading each phrase
With history's overtones, love, joy
And grief learned by his dark tribe
In other orchards and passed on
Instinctively as they are now,
But fresh always with new tears.

 

 

geert van istendael,eric walz,georg klein,ernst jünger,yvan goll,r. s. thomas,romenu

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 08:12 Reageer op dit bericht

Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

De Canadese dichter, schrijver en vertaler Jacques Brault werd geboren op 29 maart 1933 in Montreal. Zie ook mijn blog van 29 maart 2007 en ook mijn blog van 29 maart 2008 en ook mijn blog van 29 maart 2009 en ook mijn blog van 29 maart 2010.

 

 

Transparente solitude

 

Il pleuvait il neigeait comme aujourd'hui

que faisais-je enfant immobile au bord

de la rue je voyageais

 

J'écoute la pluie s'endormir dans la neige

et les herbes se tapir chez les morts

j'écoute aussi le temps qui me dure

 

Une insomnie met sa main sur mon front

et soudain couvert de sueur blanche

quelqu'un respire à côté de moi

 

Ne m'approchez pas je dors et cette mort

glissée entre mes bras ne la fuyez pas

elle dort

 

Une aube douloureuse chuchote à voix nue

aube grise-glauque comme un corbeau

du froid descendu

 

 

 

Suite fraternelle (fragment)

 

Je me souviens de toi Gilles mon frère oublié dans la terre de Sicile
je me souviens d'un matin d'été à Montréal je suivais ton cercueil vide
j'avais dix ans je ne savais pas encore.

Ils disent que tu es mort pour l'Honneur ils disent et flattent leur bedaine flasque
ils disent que tu es mort pour la Paix et sucent leur cigare long comme un fusil

Maintenant je sais que tu es mort avec une petite bête froide dans la gorge
avec une sale peur aux tripes
j'entends toujours tes vingt ans qui plient dans les herbes crissantes de juillet

Et nous demeurons pareils à nous-mêmes
rauques comme la rengaine de nos misères

 

 


jacques brault,denton welch,marcel aymé,r. dobru,jenő rejtő,johann musäus,romenu
Jacques Brault (Montreal, 29 maart 1933)

 


 

Zie voor alle onderstaande schrijvers ook mijn blog van 29 maart 2007 en ook mijn blog van 29 maart 2009 en ook mijn blog van 29 maart 2010.

 

 

 

De Engelse schrijver Maurice Denton Welch werd geboren op 29 maart 1915 in Sjanghai.

 

Uit: I Left My Grandfather's House

 

« I had come to the edge of the moor again, where there were stone walls and green fields. Before nightfall I must find the hostel, somewhere near Gidleigh.

When I did arrive, I found the wooden hut at the back of the farm-house full of small boys. A young master was in charge of them. He came up to speak to me at once, telling me that they had come from a school in the north and that they always went for a jaunt in the summer.

The boys were rushing around, shouting and making such a noise with their feet in the flimsy shed that I could hardly hear what he said.

'We've got to have supper now,' he yelled; and he went off cheerfully to marshal his boys.

He seemed very strict and full of orders, I thought. The boys were not particularly obedient, and I heard him shout exasperatedly, 'That's not playing the game - do it properly - don't play the goat,' many times.

The boys were perfectly sure that he would not get too angry. They banged about with enamel plates and mugs; a group of them hung round him continually, waiting for orders, but doing nothing.

At last he had them all sitting at the trestle table with their bread and butter and cocoa before them. He appealed to their better natures, telling them not to be greedy or to eat nastily. All the time he was working very hard; his dark hair began to hang down limply over his white, damp forehedad, and his mouth was continually open.

The boys shouted all their jokes to him, asked him absurd questions, hung on his arms, and passed him food.

After the meal, when they had banged and rattled all their mugs and plates into the sink and wiped them on their dirty towels, they grouped round him in a spreading mass; the whole floor seemed to be covered with boys. An amazing silence reigned. What was going to happen? Were they going to pray?

The young master sat above them on the trestle table, swinging his feet. Several boys climbed up from the floor and clung around him. He shook them off half-heartedly, then decided to take their arms in his and hold them in subdued positions in this way. »

 

 

 

 jacques brault,denton welch,marcel aymé,r. dobru,jenő rejtő,johann musäus,romenu

Denton Welch (29 maart 1915 – 30 december 1948)

 

 

 

 

De Franse schrijver en toneelauteur Marcel Aymé werd geboren op 29 maart 1902 in Joigny.

 

Uit: Les contes du chat  perché

 

„Delphine et Marinette se couchèrent chacune dans son lit, mais comme il faisait un grand clair de lune qui entrait jusque dans leur chambre, elles ne s'endormirent pas tout de suite.
- Tu ne sais pas ce que je voudrais être ? dit Marinette, qui était un peu plus blonde que sa sœur. Un cheval. Oui, j'aimerais bien être un cheval. J'aurais quatre bons sabots, une crinière, une queue en crin, et je courrais plus fort que personne. Naturellement je serais un cheval blanc.
- Moi, dit Delphine, je n'en demande pas tant. Je me contenterais d'être un âne gris avec une tache blanche sur la tête. J'aurais quatre sabots aussi, j'aurais deux grandes oreilles que je ferais bouger pour m'amuser et surtout j'aurais des yeux doux.
Elles causèrent encore un moment et le sommeil les surprit comme elles exprimaient une dernière fois le désir, Marinette d'être un cheval, Delphine un âne gris avec une tache blanche sur la tête. La lune se coucha environ une heure plus tard. Suivit une nuit noire et épaisse comme jamais pareille. Plusieurs personnes du village dirent qu'elles avaient entendu dans ces ténèbres un bruit de chaînes, en même temps qu'une petite musique de poche et aussi le sifflement de la tempête, quoique le vent ne se fût levé à aucun moment. Le chat de la maison, qui était sans doute averti de bien des choses, passa plusieurs fois sous les fenêtres des petites et les appela du plus fort qu'il put, mais leur sommeil était si profond qu'elles ne l'entendirent pas. Il envoya le chien qui ne réussit pas mieux.“

 

 

jacques brault,denton welch,marcel aymé,r. dobru,jenő rejtő,johann musäus,romenu

Marcel Aymé (29 maart 1902 – 15 oktober 1967)

 

 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver en politicus R. Dobru (pseudoniem van Robin Ewald Raveles)werd geboren in  Paramaribo op 29 maart 1935.

 

Uit: A prasi foe Bigi Dorsi / Het erf van Bigi Dorsi

 

„Ik ben een dezer dagen met een vriend van mij meegegaan naar zijn huis. Hij had een boek van mij geleend en ik moest dat terug hebben. Wel, ik ben erg lang niet één van onze beruchte erven ingegaan en dan ben je geneigd te denken dat die armoede, waar je zelf een kind van bent en zoals je die hebt gekend in je jeugd, niet meer bestaat. Ik kan mij indenken dat de gemeenschap wordt misleid door de mooie voorgebouwen; dat zal echter niet het geval kunnen zijn met de overheid. De overheid heeft namelijk de beschikking over een werkend onderzoeksapparaat en is dus in dagelijks contact met deze erven. Ik stond dus verbaasd over al die onveranderde wantoestanden op het erf. In mijn verbazing kwamen allerlei vragen op, die te maken hebben met opvoeding, hygiëne, sociale rechtvaardigheid, stadsplanning, volkshuisvesting, stadsverfraaiing, enfin een hele moksi boi van problemen en vraagpunten waar ik reeds vele jaren mee worstel. Zoals U het begrepen hebt woont mijn vriend op dit erf in één van de ‘kamers’. Op zo'n erf staan normaliter een flink aantal ‘huizen’. Elke ruimte wordt benut. Er zijn mensen die over meer dan acht vierkante meter moeten kunnen beschikken om de acht tot twaalf kinderen ‘te huisvesten’, maar er zijn er ook bij die tevreden zijn met twee. Voor de laatsten wordt dus ook gezorgd. Stadsverfraaiing of stadsplanning, dus artistieke geweldigheden, tellen helemaal niet daarbij. Wat wel telt is, voor de twee meter vierkant zorgen.

Wel op ons erf stonden vijftien ‘huizen’ en ‘kamers’. Kamers zijn delen van een soort barak welke op zo'n erf gebouwd wordt. Ons erf had twee kamra oso's. In één van de ‘kamers’ woonde mijn vriend. Voor ik binnen stapte moest ik even aanwijzingen volgen voor het beklimmen van de drempel, want het ‘gebouw’ staat reeds op instorten. Het staat er tenslotte al vijfenzeventig jaar.“

 

 

jacques brault,denton welch,marcel aymé,r. dobru,jenő rejtő,johann musäus,romenu

R. Dobru (29 maart 1935 - 17 november 1983)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Jenő Rejtő (eig. Reich Lajos) werd geboren op 29 maart 1905 in Boedapest.

 

Uit: The Embezzled Bank Teller (Vertaald door Enikö Bene)

 

„To have seen Mr. Curzon having breakfast on the ship (ham and eggs, tea, toast with butter), one would not have been able to tell that this gentleman embezzled twenty thousand dollars the day before. In the calm of spreading the butter on the toast, placing the ham on the top of it, taking a bite from the above and before starting to chew, rinsing with a sip of tea; in this intensified and careful nourishment, there was a typical mosaic of a self confident plutocrat's comfortable, wise, harmonious lifestyle.

We only emphasize this, otherwise ordinary circumstance, because this was the first time in Mr. Curzon's life that he ate such an abundant breakfast early in the morning. To date he had gone without the ham and eggs with his tea.

Since he became a clerk ten years ago, he quickly ate his breakfast roll, although with butter but un-toasted, because before leaving for the office, he didn't have enough time to eat even the simplest breakfast in peace.

Now that he had embezzled, he felt he had the time and the chance to study life with a more peaceful view and, on this criminalistic study tour, the first experiment was the above-mentioned breakfast.

Mr. Curzon, hero of our novel, unfortunately was deprived of all the qualities that are suitable to make a person a hero of the novel. His personality stood in intense contrast with both words. He had very little contact with novels; he didn't read or write any; big loves always avoided his life; he never dueled; and he never did anything that would give enough material even for a very short story. With regards to being a hero, Mr. Curzon crossed the street when two people argued and, even though he was ashamed to admit, he was afraid of drunks. So, since he was not a novel hero, let's call him a novel coward.

Our readers will be right if they think: well, how can a person who's a coward; who's afraid of any danger or adventure; who's portrayed in the first couple of lines as a philistine with no imagination; be an embezzler? How can he get to this ship, in this position? With a breakfast!“

 

 

jacques brault,denton welch,marcel aymé,r. dobru,jenő rejtő,johann musäus,romenu

Jenő Rejtő (29 maart 1905 – 1 januari 1943)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johann Karl August Musäus werd geboren op 29 maart 1735 in Jena.

 

Uit: Vierte Legende von Rübezahl

 

„Eines Tages sonnte sich der Geist an der Hecke seines Gartens, da kam ein Weiblein ihres Weges daher in großer Unbefangenheit, die durch ihren sonderbaren Aufzug seine Aufmerksamkeit auf sich zog. Sie hatte ein Kind an der Brust liegen, eins trug sie auf dem Rücken, eins leitete sie an der Hand, und ein etwas größerer Knabe trug einen ledigen Korb nebst einem Rechen, denn sie wollte eine Last Laub fürs Vieh laden. Eine Mutter dachte Rübezahl ist doch wahrlich ein gutes Geschöpf, schleppt sich mit vier Kindern, und wartet dabei ihres Berufs ohne Murren, wird sich noch mit der Bürde des Korbes belasten müssen: das heißt die Freuden der Liebe teuer bezahlen!

Diese Betrachtung versetzte ihn in eine gutmütige Stimmung, die ihn geneigt machte, sich mit der Frau in Unterredung einzulassen. Sie setzte ihre Kinder auf den Rasen, streifte Laub von den Büschen, indes wurde den Kleinen die Zeit lang und sie fingen an heftig zu schreien. Alsbald verließ die Mutter ihr Geschäfte, spielte und tändelte mit den Kindern, nahm sie auf, hüpfte mit ihnen singend und scherzend herum, wiegte sie in Schlaf, und ging wieder an ihre Arbeit. Bald darauf stachen die Mücken die kleinen Schläfer, sie fingen ihre Symphonien vom neuen an: die Mutter wurde darüber nicht ungeduldig, sie lief ins Holz, pflückte Erdbeere und Himbeere, und legte das kleinste Kind an die Brust. Diese mütterliche Behandlung gefiel dem Gnomen ungemein wohl.“

 

 

jacques brault,denton welch,marcel aymé,r. dobru,jenő rejtő,johann musäus,romenu

Johann Musäus (29 maart 1735 – 28 oktober 1787)

Musäushaus (voormalige woonhuis) in Weimar

 

Geschreven door Romenu om 08:06 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten