Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 april 2011 tot 3 april 2011

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Johanna Walser, Arlette Cousture, Edward Everett Hale

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

 

Moer

 

Zij bijt haar jongen niet dood,
als de wereld ze aan wil raken.
Zij geeft ze als talenten uit
om winst te maken: rijkdom,
roem, kroost - krenten
in de korst van haar liefde.

Nee, zij bijt ze niet dood,
maar knibbelt en kaagt aan hun adem,
snibt in hun taal, roert haar tong
in de heimelijkheid tussen hun lakens.
Zij hokt in hun wil, een instinct,
zij kunnen het nest niet verlaten,

bouwen hun huizen rondom het hare,
een blinde cirkel, een bloedsomloop
van reizen, schrijven en baren,
van zich vervolmaken
tegen haar dood.

 

 

 

Pad

 

Er zit een pad op mijn leven
een grote onwrikbare pad
die opeet wat ik wil vergeten,
opdat de schuld niet ontsnapt.

Zo vet en vervuld het verleden,
zo nietig de pijn van de dag,
b.v. dat ik je lichaam wil strelen,
maar niet bewegen kan. Goedenacht.

Kon ik een naald in haar steken,
werd zij onttoverd misschien, een mens,
kon de schuld misschien wel geregeld,
b.v. ieder de helft.

 

 

 885641-1fe7fed95bb1fa9cef45f0aa1f1b8ccc.jpg

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zie ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 10 juni 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

 

Zomer

De kinderen wilden met de
opblaaskrokodil spelen. 'Geen sprake van,'
riep je, 'dat beest ligt diep begraven
in het schuurtje, kost uren om te vinden en bovendien:
Het is nog lang geen zomer.'
Rond het middaguur
kroop je eindelijk uit de schuur
tevoorschijn, kop vol spinrag
maar je had die gezichtjes moeten zien.

 

Kwartier later waren ze uitgespeeld.
Krokodil ligt sindsdien in de gang,

In de keuken, in de badkamer, onder mijn bureau,
bij de voordeur. Als je 's avonds thuiskomt
moet je duwen om erin te mogen.

 

Hebben geprobeerd hem aan de kapstok te hangen,
lukte niet. Laten hem nu maar liggen.
Er ontsnapt lucht aan hem
hij wordt steeds slapper
en we struikelen elke dag wel een keertje over hem,
maar ach, je raakt aan zo'n beest gehecht en bovendien,
het is bijna zomer.

 

 

 

Groene verf

 

Het ideale gedicht:
een met overleg gemorste
groene plas verf

Een gedicht
ligt bij voorkeur
in een drukke winkelstraat

De een loopt hierheen
de ander loopt daarheen
en iedereen maakt
groene voetstappen

 

 

 

 885641-fc0ef35bd5ef0c6488a48ccf7c1d4fdd.jpg

Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008.en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

Uit: Van de koele meren des doods

 

„Er was een lichte zonnige tuinkamer; daar huisde het gezin meesttijds. De ramen waren er hoog, drie in getal, met kleine violette ruiten. De vensterbanken konden in tweeën opengaan, en aldus, de ramen op, waren er des zomers drie groote gaten buitenlucht, met door uitstaande gordijnen verschemerd zonlicht, in het breede vertrek.

Tusschen vele soortgelijke huizen stond het huis in de stille, bochtige hoofdstraat der stad. Een rijweg van blank-grauwe, welgevoegde kei-steenen in 't midden, daarnaast twee voetpaden van gele gebakken steentjes, dan de blauw-hardsteenen stoepen en palen met ijzeren staven of kettingen, dan de vensters hoog en saai, met donkere inkijk, en zelden menschen er achter. De dingen achter 't glas zichtbaar, meubels en bloemvazen, zeer ordelijk gehouden en rein, maar onschoon, want niet om liefde of gevoel maar om doodende gewoonte.

Zij vond in dit hare vreugde-aandoeningen en zag het onschoone niet. In den morgen was de straat zonnig, in den lichten zomermorgen, en vol vreedzame bedrijvigheid. Als zij uitging, naar school, en trok de straatdeur achter zich dicht, dan voelde zij het leven warm en helder om zich, alles in zijne orde goed. Zij zag de bakkers het brood rondbrengen, en de lichtgekleede dienstmeisjes op de stoepen, en den wagen die het vuilnis ophaalde. En over alles lag de zomerzon, de roode daken gloeiden, de ramen glinsterden, en onder den zwaren kastanjeboom op het straatplein lag levendgroenige schaduw.

In haar huis in stad was ook haar jonge leven in aanvang niet kommerlijk. Ze vond het vreugde-voedsel hier en daar, als een die in den morgen hongert. Er waren goede uren des morgens aan 't ontbijt als de stille zon in de tuinkamer scheen, en ook des winter-avonds op haars vaders schoot bij den haard. En de uren van vertrouwelijk samenzijn met haar moeder.“

 

 

 885641-6cbec31d3b25a559782a28c569024234.jpg

Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)

 

 

 

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008.en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010. 

 

Herbst der Bettler

 

Das spröde Holz am Brombeerzaun

trug auswärts Früchte viel,

ganz erdige, von Sonne braun

und Regen innen kühl.

 

Die nachts auf blachem Felde ruhn,

sie kämmten aus das Laub,

eh sie auf drahtgeflickten Schuhn

fortzogen unterm Staub.

 

Oktoberbüsche, kahl und naβ,

verfaulter Nüsse Riβ,

im rauhreifübereisten Gras

des Nebels kalter Biβ.

 

Wie eine Wabe, ausgeleert,

die Sonnenblume starrt.

Der Wind, der durch die Dornen fährt,

klirrt wie ein Messer hart.

 

 

 

Sibylle des Sommers

 

September schleudert die Wabe des Lichts

Weit über die felsigen Gärten aus.

Noch will die Sibylle des Sommers nicht sterben.

Den Fuß im Nebel und starren Gesichts

Bewacht sie das Feuer im laubigen Haus,

Wo Mandelschalen als Urnenscherben

Zersplittert im harten Weggras liegen.

Das Schilfblatt neigt sich, das Wasser zu kerben.

Die Spinnen reisen, die Fäden fliegen.

Noch will die Sibylle des Sommers nicht sterben.

Sie knotet ihr Haar in den Bäumen fest.

Die Feige leuchtet in klaffender Fäule.

Und weiß und rund wie das Ei der Eule

Glänzt abends der Mond im dünnen Geäst.

 

 

 885641-6a089b0c2429a5a805e4be2cb196a775.jpg

Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Johanna Walser werd geboren op 3 april 1957 in Ulm. Walser is een dochter van de schrijver Martin Walser. Ze groeide op in Friedrichshafen en Überlingen aan de Bodensee. Vanaf 1982 studeerde ze Germanistiek en filosofie in Berlijn en Konstanz.

Walser schrijft psychologische schetsen en miniaturen en vertaalt bovendien uit het Engels en het Frans, vaak in samenwerking met haar vader. Ze ontving onder meer deLuise Rinser Preis 1982  en in 1993 een Villa Massimo beurs.

 

Uit: Versuch, da zu sein

 

„Ich habe den Verdacht, daß alles viel schöner ist, als man darüber spricht. Alles ist viel schöner, als man bisher es sagen kann. Und sagen kann man bisher schon sehr viel, denn wir haben ja schon viel geschaffen, um auszudrücken, wie schön es ist. Wir machen neue Anläufe und versuchen immer neu, auszudrücken, wie schön alles ist. Aber schöner ist es trotzdem noch immer, als man es sagen kann.“

(...)

 

„Ich spüre, daß mir etwas versprochen ist, schreibt Johanna Walser. Das Versprechen ruht in mir, wie die Sonne nachmittags in den Bäumen. Ich weiß nicht, was mir versprochen ist, aber ich spüre, es ist gut. Es wartet auf mich überall, ist alles, was mich umgibt, es sind Freunde. Hellgrün die Knospen in der Wintersonne, gleich springen sie auf, und Blüten erlösen mich. Es war mir beständig zumute, spricht der Taugenichts, wie sonst immer, wenn der Frühling anfangen sollte, so unruhig und fröhlich, ohne daß ich wußte, warum, als stünde mir ein großes Glück oder sonst etwas Außerordentliches bevor. Vom Glück und vom Frühling schreibt auch Johanna Walser, und von einer unbestimmten Hoffnung. Alles, was sie ansah, war umgeben von einem schönen Geheimnis, von dem Lisa etwas erwartete.“

 

 

 885641-dc0445a0fce5dd23fe90967d8053b375.jpg

Johanna Walser (Ulm, 3 april 1957)

 

 

 

 

De Canadese schrijfster Arlette Cousture werd geboren in Saint-Lambert op 3 april 1948. Zij behaalde een Bachelor of Arts aan het Collège Sainte-Marie en studeerde culturele en theater activiteiten aan de Université du Quebec in Montreal. Arlette Cousture werkte in verschillende beroepen vóór zij zich wijdde aan het schrijven. Ze werkte aanvankelijk voor Radio-Canada, waar ze Caméra-Moto (1971-1972), een wekelijks programma voor de jeugd, presenteerde. Daarna werd ze onderzoekster en ontwikkelde programma-ideeën voor de radio zoals Week-end (1973-1975). Later presenteerde zij Femmes d'Aujourd'hui (1975-1978), en in 1978 werd zij nationale en regionale verslaggeefster voor le Téléjournal. De eerste twee delen van „Les Filles de Caleb“ (Le Chant du Coq en Le Cri de l'oie blanche) verschenen in respectievelijk 1985 en 1986 voor Éditions Quebec-Amerique. Het werk is geïnspireerd door het landschap, gesitueerd in La Mauricie in de jaren 1890 tot 1945.

 

Uit: Les Filles de Caleb

 

„Caleb revint de l’étable. La vache avait mis bas, mais il avait dû passer plusieurs heures à l’aider. Une taure vêlait habituellement assez rapidement. Grazillia, elle, avait semblé décider qu’elle prendrait tout son temps au grand dam de Caleb qui, malgré la chaleur qui régnait dans le bâtiment, avait commencé à sentir l’humidité lui ronger les os.Il referma rapidement la porte de la cuisine d’été de crainte que le vent ne s’y engouffre, enleva ses caoutchoucs et se contenta de délacer ses mitons. Il soupira d’aise. Il entra dans la cuisine principale sans dire un mot, se dirigea vers la pompe, fit couler l’eau dans le bassin de métal et se savonna les mains. Célina lui jeta un coup d’œil inquiet, prête à répondre à son regard dès qu’il remarquerait sa présence. Son mari avait l’air préoccupé. Elle ressentait toujours un pincement au cœur lorsqu’il affichait cet air annonciateur d’une saute d’humeur, ou d’une déception, ou d’un grand trouble. Ce soir, elle ne voyait pas comment le vêlage de Grazillia avait pu le mettre dans un pareil état.Caleb s’essuya méthodiquement les mains – comme il le faisait toujours avant de se mettre à table – passant la serviette entre chaque doigt, frottant deux fois chacune des paumes et chacun des dessus de main. Émilie, l’aînée des enfants, fit comprendre à ses frères et sœurs qu’ils avaient avantage à baisser le ton. Elle sentait que c’était une de ces soirées où chacun devait être le plus discret possible.“

 

 

 885641-6a426020672352bd51e48494153a2196.jpg

Arlette Cousture (Saint-Lambert, 3 april 1948)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Edward Everett Hale werd geboren op 3 april 1822 in Roxbury, Massachusetts. Zie  ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

Uit: The Brick Moon

 

„I have no sort of objection now to telling the whole story.  The subscribers, of course, have a right to

know what became of their money.  The astronomers may as well know all about it, before they announce any more asteroids with an enormous movement in declination.  And experimenters on the longitude may as well know, so that they may act advisedly in attempting another brick moon or in refusing to do so.

It all began more than thirty years ago, when we were in college; as most good things begin.  We were studying in the book which has gray sides and a green back, and is called "Cambridge Astronomy" because it is translated from the French.  We came across this business of the longitude, and, as we talked, in the gloom and glamour of the old South Middle dining-hall, we had going the usual number of students' stories about rewards offered by the Board of Longitude for discoveries in that matter,--

stories, all of which, so far as I know, are lies.  Like all boys, we had tried our hands at perpetual motion.

For me, I was sure I could square the circle, if they would give me chalk enough.  But as to this business of the longitude, it was reserved for Q.[1] to make the happy hit and to explain it to the rest of us. I wonder if I can explain it to an unlearned world, which has not studied the book with gray sides and a green cambric back.  Let us try.

You know then, dear world, that when you look at the North Star, it always appears to you at just the same height above the horizon or what is between you and the horizon: say the Dwight School-house, or the houses in Concord Street; or to me, just now, North College.

[1]  Wherever Q. is referred to in these pages my brother Nathan is meant.  One of his noms de plume

was Gnat Q. Hale, because G and Q may be silent letters.“

 

 

 885641-be7f2dffb939333c27999231b36db457.jpg

Edward Everett Hale (3 april 1822 – 10 juni 1909)


Zie voor nog meer schrijvers van de 3e april ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Washington Irving, Josef Mühlberger, George Herbert, Bodo von Hodenberg, Friedrich Emil Rittershaus, Pieter Aspe

De Amerikaanse schrijver Washington Irving werd geboren op 3 april 1783 in Manhattan, New York. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

Uit: The Legend of Sleepy Hollow

 

„I am of this mind with Homer, that as the snaile that crept out of her shel was turned eftsoones into a Toad, and thereby was forced to make a stoole to sit on; so the traveller that stragleth from his owne country is in a short time transformed into so monstrous a shape that he is faine to alter his mansion with his manners and to live where he can, not where he would.
I was always fond of visiting new scenes and observing strange characters and manners. Even when a mere child I began my travels and made many tours of discovery into foreign parts and unknown regions of my native city; to the frequent alarm of my parents and the emolument of the town cryer. As I grew into boyhood I extended the range of my observations. My holy day afternoons were spent in rambles about the surrounding country. I made myself familiar with all its places famous in history or fable. I knew every spot where a murder or robbery had been committed or a ghost seen. I visited the neighbouring villages and added greatly to my stock of knowledge, by noting their habits and customs, and conversing with their sages and great men. I even journeyed one long summer's day to the summit of the most distant hill, from whence I stretched my eye over many a mile of terra incognita, and was astonished to find how vast a globe I inhabited.
This rambling propensity strengthened with my years. Books of voyages and travels became my passion, and in devouring their contents I neglected the regular exercises of the school. How wistfully would I wander about the pier heads in fine weather, and watch the parting ships, bound to distant climes. With what longing eyes would I gaze after their lessening sails, and waft myself in imagination to the ends of the earth.“

 

 885635-0acbe1c5656e9e484e17bb32fa4f4529.jpg

Washington Irving (3 april 1783 - 28 november 1859)

Portret, toegeschreven aan Charles Robert Leslie, ca 1820

 

 

 

 

De Duitse schrijver Josef Mühlberger werd geboren op 3 april 1903 in Trautenau in Böhmen. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

Uit: Die Knaben und der Fluss

 

„Eine Freundschaft wie die der beiden Knaben Waschek und Jenjik ist selten im Dorf, selten in der Landschaft. Der mährische Bauer kennt nur die Arbeit und hat keine Freude an der Geselligkeit. Es gibt hier nur Felder und Bauernhöfe, nicht einmal Bäume; nicht einmal Bäume; zu ihrer Pflege haben die Menschen keine Zeit. Der Ackerboden und die reifen Felder sind gelbbraun; die breiten Gesichter der Menschen haben dieselbe farbe wie das fruchtbare, einförmige Land.

Ein Bauernjunge gehört mit zehn Jahren aufs Feld, in den Hof, in die Scheune; mit vierzehn Jahren gehört er in den Stall. Der Vater Wascheks, ein heftiger und unfreundlicher Mann, mochte die Freundschaft seines Jungen nicht leiden; wenn er ihn nicht zur Arbeit prügelte lag es nicht daran, dass ihn die Mutter beschützte.  Außer Waschek, dem Jüngsten, hatte der Bauer noch zwei Söhne und zwei Töchter. Obwohl der Houskahof der größte des Dorfes war, würde Waschek davon also nichts bekommen; er mußte in einen fremden Hof einheiraten oder einen beruf ergreifen.

Jenjik war der einzige Sohn auf dem Kubelikhof, dem zweitgrößten Hof nach dem Houska. Die beiden Bauern gingen einander aus dem Weg. waschek weilte oft auf dem Kubelikhof, die Leute behandelten ihn freundlich und hielten ihn wie ein eigenes Kind.

Seit ihrer Kindheit war kein Tag vergangen, an dem die beiden Knaben sich nicht getroffen hätten. Sie besuchten dieselbe Schulklasse und saßen alle Jahre auf einer Bank. Sie verbrachten alle freie Zeit gemeinsam; sie lernten und spielten zusammen. Sie aßen oft gemeinsam und dann am liebsten aus derselben Schüssel; sie schleifen zuweilen miteinander, besonders im Winter, wenn Waschek Jenjik besucht hatte. Mußte Jenjik zu Haus auf dem Hof arbeiten, dann half ihm Waschek.“

 

 

 885635-fa60d0337d39fce98e00e76dafe4b258.jpg

Josef Mühlberger (3 april 1903 – 2 juli 1985)

 

 

 

 

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall  (Wales). Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

 

The Holy Scriptures

1.

 

OH Book !  infinite sweetnesse !  let my heart

Suck ev’ry letter, and a hony gain,

Precious for any grief in any part ;

To cleare the breast, to mollifie all pain.

 

Thou art all health, health thriving, till it make

A full eternitie :  thou art a masse

Of strange delights, where we may wish and take.

Ladies, look here ;  this is the thankfull glasse,

 

That mends the lookers eyes :  this is the well

That washes what it shows.   Who can indeare

Thy praise too much ?  thou art heav’ns Lidger here,

Working against the states of death and hell.

 

Thou art joyes handsell :  heav’n lies flat in thee,

Subject to ev’ry mounters bended knee.

 

 

 

885635-d188da4a1083729aff534d499e4d7c1d.jpg
George Herbert
(3 april 1593 - 1 maart 1633)

Glas-lood-raam in St Andrews church, Bemerton.

Links Nicholas Ferrar, rechts en in detail George Herbert

 

 

 

 

De Duitse dichter Bodo von Hodenberg werd geboren op 3 april 1604 in Hudemühlen. Na zijn opleiding, onder meer in de kloosterschool Möllenbeck, studeerde hij 1617-1620 aan de Universiteit van Giessen en, vier jaar later, aan de Universiteit van Marburg. Hodenberg werd maarschalk bij hertog Christian Ludwig van Brunswijk-Lüneburg in Hannover. In 1645 werd hij landdrost in het vorstendom Grubenhagen

 

 

Vor deinen Thron tret ich (Fragment)

 

Vor deinen Thron tret ich hiermit,

o Gott, und dich demügit bitt:

Wend doch dein gnädig Angesicht

von mir, dem armen Sünder nicht.

 

Du hast mich, o Gott Vater mild,

gemacht nach deinem Ebenbild

in dir web, schweb und lebe ich,

vergehen müßte ich ohne dich.

 

Gott Sohn, du hast mich durch dein Blut

erlöset von der Höllenglut,

das schwer Gesetz für mich erfüllt,

damit des Vaters Zorn gestillt.

 

 

 885635-71d31cee2181817dcea936ba519b862d.jpg

Bodo von Hodenberg (3 april 1604 - 20 september 1650)

Klooster Möllenbeck

 

 

 


De Duitse koopman en schrijver
Friedrich Emil Rittershaus werd geboren op 3 april 1834 in Barmen. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

 

Abendfrieden

 

Die Vögel auf den Zweigen

Im kühlen, grünen Hain,

Die bergen unterm Flügel

Den Kopf und schlafen ein.

Am Himmelsrund, dem blauen,

Erglänzt der Sterne Pracht,

Und von den Sternen schauen

Die Engel in die Nacht.

 

Die heut‘ am Tag sich streuten,

Umfängt der Schlummer lind,

Und zu dem Ew’gen beten,

Die trüben Herzens sind.

Ein stilles Gottvertrauen

Auch sie nun selig macht,

Denn von den Sternen schauen

Die Engel in die Nacht.

 

 

 

885635-d0d228bbf3e7e66a9c6bfa0a91640163.jpg
Friedrich Emil Rittershaus (3 april 1834 – 8 maart 1897)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Pieter Aspe (pseudoniem van Pierre Aspeslag) werd geboren in Brugge op 3 april 1953. Pieter Aspe studeerde Latijn-Wetenschappen aan het Sint-Leocollege in Brugge. De loopbaan van Aspe beperkt zich niet tot het schrijven: hij werkte onder andere als magazijnier, verkoper, seizoenagent bij de zeevaartpolitie, fotograaf en studiemeester. Hij was ook enkele jaren conciërge van de Heilig-Bloedkapel in Brugge. In 1976 was hij kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen op de dissidente lijst 'Christen democraten' maar hij werd niet verkozen. Aspe is voltijds auteur sinds 1996. Pieter Aspe schrijft misdaadromans met als hoofdpersonen hoofd-inspecteur Pieter Van In en substituut (officier van justitie) Hannelore Martens, die in het debuutverhaal van Aspe Het vierkant van de wraak zijn geliefde wordt.  In 2001 ontving Aspe de Hercule Poirotprijs voor zijn roman Zoenoffer. In opdracht van VTM werden in Brugge de eerste tien misdaadromans van Aspe verwerkt tot een televisieserie, getiteld Aspe.

Daarnaast schreef Aspe ook twee jeugdboeken, Bloedband en het vervolg Luchtpost en twee novellen, Grof Wild en De Japanse Tuin.

 

Uit: Het vierkant van de wraak

 

„Bij Pieter Van In rinkelde de telefoon toen hij pas vijf minuten onder de douche stond. Hij vloekte binnensmonds, maar haastte zich geenszins. Hij nam rustig de tijd om het schuim onder zijn oksels af te spoelen. Daarna stampte hij zijn voeten symbolisch droog op het rubberen matje. Nog dampend ging hij voor de spiegel staan en schudde meewarig het hoofd. Het troebele beeld in de bewasemende spiegel kon men bezwaarlijk mooi noemen.
Met een zucht van berusting wikkelde hij zich in zijn oude, geruite badmantel.
Het was zondagmorgen, kwart over negen. De zon priemde voorzichtig door de verkleurde overgordijnen. Acht jaar kettingroken hadden ze een merkwaardig patina bezorgd.
Als men de aanslag van nicotine tenminste zo kan om - schrijven. De ivoorkleurige zoldering en het vale behang waren er niet beter aan toe. Ze waren wit geweest. Van In sjokte naar beneden. Het obstinate gerinkel hield aan. De trap van blank beukenhout verbond zijn slaapkamer met salon op de gelijkvloerse verdieping. Daar stond het enige telefoontoestel. Van In haatte die dingen op de slaapkamer. Voor hij de hoorn opnam stak hij een sigaret op.“

 

 

 885635-c6affa0a3886a62181b5c96f97827305.jpg

Pieter Aspe (Brugge, 3 april 1953)

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Thomas Glavinic, Émile Zola, György Konrád, Edgar Hilsenrath, Anne Waldman, George Fraser

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2008.en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

Uit: Lisa

 

„Ich bilde mir nicht ein, wahnsinnig viel über die Menschen zu wissen. Aber ich weiß immerhin, dass so ziemlich das Einzige, was einem Menschen bei anderen Respekt verschafft, seine Unabhängigkeit ist.
Und weil ich das über die Fußballfans gesagt habe, alles die reine Wahrheit. Ich sehe sie vor mir, die Schlachtenbummler, die mitreisenden Anhänger, die auf der Heimfahrt im Zug das Spiel diskutieren, Jeansjacke und weiße Socken, gelbe Zähne, Schnauzbart, Schal und Fahne, die Bierdose in der Schwielenhand. Solche Kapazunder sollten das Wahlrecht verlieren. Ich habe nichts gegen Fußball,
aber das geht zu weit, solche Ablenkungsmanöver von der Wirklichkeit gehen absolut zu weit.
Jaja, ich bin ungerecht, aber wer wäre das nicht in meiner Situation. Ich meine, die Lage kann man nicht gerade als ideal bezeichnen. Wenn ich mich vor einem Rudel Hooligans verkrochen hätte, die jemand mit Crack und russischem Billigsprit abgefüllt hat, würde ich mich besser fühlen, wenn nur solche Idioten hinter mir her wären, wie schön wäre das.
Heute war nicht mein Tag. Vorhin habe ich mir auf dem Holzstuhl im Bad einen Schiefer eingezogen, und wo, am Hintern. War das ein Spaß, den da rauszukriegen, das war ein NASA-Projekt. Habt ihr euch schon mal mit einer Pinzette da hinten bearbeitet, in der freien Hand einen kleinen Spiegel?
Eben. In einer solchen Haltung sieht nicht einmal George Clooney würdevoll aus. Und dabei ist es passiert, da habe ich mir auch noch den Rücken verrissen.
Aber wenn ich ein bisschen nachdenke, fallen mir erheblich größere Probleme ein als mein Rücken und mein Sitzfleisch und die Würde. Noch immer spiele ich mit dem Gedanken, in ein Militärdepot einzusteigen und rings um das Haus Tretminen zu legen.“

 

 

 884853-09138ec06d12c6cb3969c80b0936e5c5.jpg

Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Émile Zola werd geboren op 2 april 1840 te Parijs. Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2008.en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010..

 

Uit: Thérèse Raquin (Vertaald door Wolfgang Tschöke)

 

“Am Ende der Rue Guénégaud stößt man von den Quais kommend auf die Passage des Pont-Neuf, eine Art engen und finsteren Gang, der von der Rue Mazarine zur Rue de la Seine führt. Dieser Durchgang ist dreißig Fuß lang und höchstens zwei Fuß breit; er ist gepflastert mit gelblichen,

abgetretenen, gelockerten Steinplatten, die immerfort eine strengriechende Feuchtigkeit ausschwitzen; seine rechtwinklig geschnittene Glasüberdachung ist schwarz von Dreck.

Wenn an schönen Sommertagen die Sonne drückend- heiß auf die Straßen niederbrennt, fällt eine bläßliche Helligkeit durch die schmutzigen Scheiben und kriecht kläglich die Passage entlang. An häßlichen Wintertagen, an nebligen Vormittagen werfen die Scheiben nur Dunkelheit auf die schmierigen Steinplatten, schmutzige, scheußliche Dunkelheit.

Zur Linken entweicht höhlenartigen Läden, dunkel, niedrig, gedrängt, ein kalter Hauch von Kellergruft. Es finden sich Büchertrödler dort, Spielzeughändler und Kar- tonmacher, deren Auslagen grau vor Staub im Dunkel verschwommen dahindämmern. Die Schaufenster, die aus kleinen Scheiben zusammengesetzt sind, sprenkeln die Waren sonderbar mit grünen Reflexen; jenseits hinter den

Auslagen, die Läden voller Finsternis, sind ebenso grausige Löcher, in denen seltsame Umrisse sich hin und her bewegen.

Zur Rechten erstreckt sich in ganzer Länge der Passage eine Mauer, gegen die die Krämer von gegenüber schmale Schränke gepackt haben; namenlose Gegenstände, seit zwanzig Jahren dort in Vergessenheit geratene Waren, liegen auf dünnen Brettchen aus, die gestrichen sind in einer

schrecklichen braunen Farbe. Eine Händlerin mit unechtem Schmuck hat sich in einem der Verschläge niedergelassen; sie verkauft hier Ringe zu fünfzehn Sous, die sorgfältig auf einem blauen Samtbett ausgebreitet in einem Mahagonikästchen ruhen.”

 

 


884853-f0f4a9d52176bcb5272768efe6822a0e.jpg
Émile Zola
(2 april 1840 - 29 september 1902)

Buste op de Cimetière de Montmartre, Paijs

 

 

 

 

De joods-Hongaarse schrijver György Konrád werd geboren op 2 april 1933 in Berettyóújfalu (bij Debrecen). Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2008.en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010..

 

Uit: Sonnenfinsternis auf dem Berg (Vertaald door Hans H Paetzke)

 

„Immer wieder bekam ich zu hören, ich würde statt der anderen leben. Das erschreckte mich. Selbst in der Verwandtschaft spürte ich irgendein mit Anerkennung gemischtes Befremden angesichts des Glücks, dass wir alle am Leben geblieben waren und noch dazu, wie im Märchen, in das gleiche Nest zurückgekehrt waren und die Absicht hatten, dort wieder glücklich zu leben, bis wir sterben würden.
Ich denke, dass eigentlich in meiner Generation nicht nur die Juden diese Erlebnisse haben; die Kriegskinder haben Todesgefahr gelernt, jüdische Kinder noch mehr. Sie hatten ein Schicksal, dass zum Beispiel alle Männer, Schulkameraden getötet wurden, und es war nur ein Zufall. Und die Zufälle haben eine allzu große Bedeutung in dieser Überlebensstrategie.

(…)

 

Es ist vielleicht zynisch, aber die Erlebnisse sind nebeneinander. Es ist so, dass man sieht eine Lynchszene nicht mir Freude, obwohl ich für diese Revolution war, aber ich mochte nicht, dass es so blutig war und ungefähr zehntausend Menschen von den beiden Seiten getötet wurden. Das heißt, das Nebeneinander der Erlebnisse, der dramatischen und nicht dramatischen, der banalen und der außergewöhnlichen, ist irgendwie surrealistisch, und diese Assoziierung ist sur-realistisch, aber das Leben ist so.“

 

 

 884853-4d70e0e22e226dcd0c2ae516b1e90d72.jpg

György Konrád (Berettyóújfalu, 2 april 1933)

 

 

 

 

De Joods-Duitse schrijver Edgar Hilsenrath werd geboren in Leipzig op 2 april 1926.Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2008.en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.
 

Uit: Nacht

 

»Nathan«, sagte er heiser, »ich muß dich um einen letzten Gefallen bitten.«

Nathan gab keine Antwort. Der Mann starrte nachdenklich auf die Füße des Toten, die mit Fußlappen und Bindfaden umwickelt waren, wie seine eigenen. Die Bindfaden sind noch gut, dachte er, nicht so zerfranst wie deine; die Lappen sind zwar nicht viel wert, aber sie sind wenigstens trocken, und man kann sie zum Wechseln benützen. Er überlegte nicht lange. Er knotete die Bindfaden auf und steckte sie ein. Dann wickelte er die Lappen von den starren, krähenartig gespreizten Füßen und ließ auch sie in seinen Taschen verschwinden. Er tat das ohne Widerwillen. Nathan war sein bester Freund gewesen, und es war nur zu natürlich, daß er ihn beerbte. Bevor er ging, nahm er den Hut des Toten und stülpte ihn sich auf den Kopf, während er seinen alten achtlos auf den Boden fallen ließ.

»Sei nicht bös, Nathan«, sagte er, »sei nicht bös, daß ich auch den Hut …, aber meiner ist nicht mehr wasserdicht.« Er grinste leicht, blickte nicht mehr hin und ging.

Die Straße war verödet. Der Regen und die Abenddämmerung mußten die Menschen vertrieben haben … oder war es nur die Angst? Es wird die Angst sein, dachte der Mann. Seine Lippen, die eben erst gegrinst hatten, schlossen sich wieder, und sein Gesicht wurde auf einmal hart.

Er hatte ein völlig verwahrlostes Gesicht, in dem Hunger und Not erbarmungslos gewühlt hatten. Er

drückte den zu großen fremden Hut jetzt tiefer in die Stirn; seine Hosen, die mit einem Eisendraht verschnürt waren, band er fester zu; er hatte kein Hemd an, und seine eingefallene Brust schaute grau und haarig unter der zerfetzten Jacke hervor. Wie kalt es noch immer ist, dachte er schaudernd. Diesmal ließ der Frühling lange auf sich warten. Dabei war es schon März … März 1942.”

 

 

884853-31d575c4142dede0ce532ea663797e7d.jpg
Edgar Hilsenrath (Leipzig, 2 april 1926)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Anne Waldman werd geboren op 2 april 1945 in Millville, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 april 2009. en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

 

Philosophia Perennis

 

I turned: quivering yellow stars in blackness   

I wept: how speech may save a woman

The picture changes & promises the heroine   

That nighttime & meditation are a mirage

 

To discuss pro & contra here is mute

Do I not love you, day?

A pure output of teleological intentions

& she babbles, developing a picture-theory of language

 

Do I not play the delicate game of language?   

yes, & it is antecedent to the affairs of the world:   

The dish, the mop, the stove, the bed, the marriage   

& surges forth the world in which I love

 

I and I and I and I and I and I, infinitely reversible   

Yet never secure in the long morning texture

A poor existing woman-being, accept her broken heart   

& yet the earth is divinity, the sky is divinity

The nomads walk & walk.

 

 

884853-d999c353b75adb8dfcdb62d7acfd7fb2.jpg 

Anne Waldman (Millville, 2 april 1945)

 

 

 

 

De Britse schrijver en scenarioschrijver George MacDonald Fraser werd geboren in Carlisle op 2 april 1925. Zie ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

Uit: Flashman and the Tiger

 

“You don't know Blowitz, probably never heard of him even, which is your good luck, although I dare say if you'd met him you'd have thought him harmless enough. I did, to my cost. Not that I bear him a grudge, much, for he was a jolly little teetotum, bursting with good intentions, and you may say it wasn't his fault that they paved my road to Hell -- which lay at the bottom of a salt-mine, and it's only by the grace of God that I ain't there yet, entombed in everlasting rock. Damnable places, and not at all what you might imagine. Not a grain of salt to be seen, for one thing.

Mind you, when I say 'twasn't Blowitz's fault, I'm giving the little blighter the benefit of the doubt, a thing I seldom do. But I liked him, you see, in spite of his being a journalist. Tricky villains, especially if they work for The Times. He was their correspondent in Paris thirty years ago, and doubtless a government agent -- show me the Times man who wasn't, from Delane to the printer's devils -- but whether he absolutely knew what he was about, or was merely trying to do old Flashy a couple of good turns, I ain't sure. It was certainly his blasted pictures that led me astray: photographs of two lovely women, laid before my unsuspecting middle-aged eyes, one in '78, t'other in '83, and between 'em they landed me in the strangest pickle of my misspent life. Not the worst, perhaps, but bad enough, and deuced odd. I don't think I understand the infernal business yet, not altogether.

It had its compensations along the way, though, among them the highest decoration France can bestow, the gratitude of two Crowned Heads (one of 'em an out-and-out stunner, much good may it do me), the chance to serve Otto Bismarck a bad turn, and the favours of that delightful little spanker, Mamselle Caprice, to say nothing of the enchanting iceberg Princess Kralta. No . . . I can't think too much ill of little Blowitz at the end of the day.”

 

 

884853-e2fea706cb4405df32887b0405819e44.jpg
George MacDonald Fraser (2 april 1925 - 2 januari 2008)



Zie voor nog meer schrijvers van de 2e april ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:48 Reageer op dit bericht

Roberto Arlt, H. von Fallersleben, Casanova, H. C. Andersen, Johann Gleim

De Argentijnse schrijver Roberto Godofredo Arlt werd geboren op 2 april 1900 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

Uit: Mad Toy (Vertaald door Michele McKay Aynesworth)

 

„And noticing that I was going off with the book, he would raise his voice in warning:

"Careful, son, it costs money." Then turning once more to his chores, he would drop his head, covered to the ears by a mouse-colored cap, poke around in a box with glue-begrimed fingers, and filling his mouth with nails, continue the toc ... toc ... toc ... toc of his hammering.

In numerous installments, I devoured the tales of Jose Maria, Thunderbolt of Andalucia, or the adventures of Don Jaime Longbeard and other picturesque and plausibly authentic rogues featured in the colored prints: ruddy-faced horsemen with black muttonchops, a rainbow-colored cordovan hat covering their little ponytails, and a wide-mouthed blunderbuss lodged in the saddle of their superbly decked-out colts. Usually they were holding out a yellow sack of money, magnanimously offering it to a widow who would be standing at the foot of a green knoll with a baby in her arms.

Then ... I would dream of being a bandit w  ho strangled lustful magistrates; I would right wrongs, protect widows, and be loved by fair maidens....

My comrade-in-arms for the adventures of this first phase was Enrique Irzubeta.

This ne'er-do-well went by the edifying nickname of the Counterfeiter-a great example for beginners in how to establish a reputation and get a head start in the worthy art of gulling the innocent.

The fact that Enrique was only fourteen when he conned the owner of a candy factory is clear evidence that my friend's destiny had already been decided. But the gods are tricky by nature, and it doesn't surprise me a bit to learn as I write my memoirs that Enrique is now a guest in one of those state-run "hotels" for rogues and upstarts.

This is the true story:

A certain factory owner had announced a contest in order to stimulate sales, with prizes going to those who collected a complete set of flags from inside the candy wrappers.

The difficulty lay in finding the flag of Nicaragua, which was relatively scarce.“

 

 

 

 884850-f5809d9efc9fdad5870c4de7cd2b9153.jpg

Roberto Arlt (2 april 1900 – 26 juli 1942)

Karikatuur door Andres Cascioli

 

 

 

 

De Duitse schrijver August Heinrich Hoffmann von Fallersleben werd geboren in Fallersleben op 2 april 1798. Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2008.en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

 

Frühlings Ankunft

 

Grüner Schimmer spielet wieder

Drüben über Wies' und Feld.

Frohe Hoffnung senkt sich nieder

Auf die stumme trübe Welt.

Ja,  nach langen Winterleiden  

Kehrt der Frühling uns zurück,

Will die Welt in Freude kleiden,

Will uns bringen neues Glück.

 

Seht,  ein Schmetterling als Bote

Zieht einher in Frühlingstracht,

Meldet uns,  dass alles Tote

Nun zum Leben auferwacht.

Nur die Veilchen schüchtern wagen

Aufzuschau'n zum Sonnenschein;

Ist es doch,  als ob sie fragen:

»Sollt'  es denn schon Frühling sein?«

 

Seht,  wie sich die Lerchen schwingen

In das blaue Himmelszelt!

Wie sie schwirren,  wie sie singen

Über uns herab ins Feld!

Alles Leid entflieht auf Erden

Vor des Frühlings Freud' und Lust -

Nun,  so soll's auch Frühling werden,

Frühling auch in unsrer Brust!

 

 

 884850-6ac68d1bcb75d3dc514eefa2553f43a3.jpg

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)

Portret door Karl Georg Schumacher, 1819

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver en avonturier Giacomo Girolamo Casanova werd geboren in Venetië op 2 april 1725. Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2008.en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010
 

Uit: Casanova: Die Abenteuer des größten Verführers aller Zeiten (Vertaald door Heiko Frieling e.a.)

 

„Mit diesen Worten fährt er gemächlich seines Weges weiter, und schon folgt Blitz auf Blitz, der Donner grollt, und die arme Frau zittert. Der Regen setzt ein. Ich ziehe meinen Mantel aus, um uns beide damit zu schützen, da flammt der Himmel taghell auf, es blitzt, und hundert Schritte vor uns schlägt es ein. Die Pferde bäumen sich, und meine arme Begleiterin zuckt krampfhaft zusammen. Sie wirft sich an meine Brust und umklammert mich ganz fest mit ihren Armen. Ich bücke mich nach dem Mantel, der auf den Boden gefallen war, und als ich ihn aufhebe, erwische ich zugleich ihre Röcke. Sie will sie gerade wieder herunterstreifen, da fährt erneut ein Blitz nieder, und vor Schrecken kann sie sich nicht rühren.
Ich will den Mantel über sie breiten und ziehe sie näher zu mir heran, so daß sie buchstäblich und mit meiner Hilfe rittlings auf mich fällt. Da ihre Stellung nicht günstiger sein kann, verliere ich keine Zeit, sondern tue so, als greife ich nach meiner Uhr im Hosenbund, und nutze die Gelegenheit. Es wird ihr klar, daß sie, wenn sie mich nicht augenblicklich daran hindert, sich nicht mehr wehren kann. Sie macht eine Anstrengung, aber ich sage ihr, wenn sie sich nicht ohnmächtig stelle, werde sich der Kutscher umdrehen und alles sehen. Bei diesen Worten lasse ich sie mich beschimpfen, soviel sie will, halte sie im Rücken fest und trage den vollständigsten Sieg davon, den jemals ein gewandter Gladiator davongetragen hat.“

 

 

 884850-ac8dc2eb37ed60353eb32d059ad2cf7a.jpg

Giacomo Casanova (2 april 1725 –  4 juni 1798)

 

 

 

De Deense schrijver en dichter Hans Christian Andersen werd geboren op 2 april 1805 in Odense. Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2008.en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010
 

Uit: Duimelijntje

 

“Er was eens een vrouw die zo graag een kindje wilde hebben, maar zij wist absoluut niet waar ze dat kindje vandaan zou halen; en daarom ging ze naar een oude heks en zei: "Ik wou zo verschrikkelijk graag een kindje hebben, wil je me niet vertellen hoe ik eraan kom?"

"Wel zeker, dat is zo moeilijk niet!" zei de heks. "Hier heb je een gerstekorrel en wel van een heel ander soort dan die op de akker groeit of die de kippen eten. Stop die in een bloempot, dan zul je eens wat zien!"

"Dank je!" zei de vrouw en ze gaf de heks twaalf stuivers. Ze ging toen naar huis en plantte de gerstekorrel. Onmiddellijk kwam er een prachtig mooie, grote bloem op die er uitzag als een tulp, maar ze zat stijf dicht, alsof ze nog in knop was.

"Dat is een mooie bloem!" zei de vrouw en ze kuste haar op de mooie, rode en gele bladeren, maar op hetzelfde ogenblik dat ze kuste, ging de bloem met een grote knal open. Nu kon je zien dat het een echte tulp was, maar midden in de bloem, op de groene stempel, zat een klein fijn meisje, zij was niet langer dan een duim en daarom heette ze Duimelijntje.

Een mooi gelakte notendop was haar wieg, blauwe viooltjes waren haar matrasje en rozenblaadjes haar dekentjes, daar sliep ze 's nachts, maar overdag speelde ze op de tafel waarop de vrouw een bord had neergezet en om dat bord legde ze een grote krans van bloemen met hun steeltje in het water en daarop dreef ook een groot tulpenblad.”

 

 

 

884850-7bdcd3bdc0bfa0df016a65c881a94211.jpg
Hans Christian Andersen
(2 april 1805 - 4 augustus 1875)
Sculptuur van Shari Hamilton in Minot, North Dakota.

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Wilhelm Ludwig Gleim werd geboren op 2 april 1719 in Ermsleben. Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

 

Lied des Gärtners

 

Ich armer Gärtner bin zufrieden,

Ich bin es, und ich kann es sein!

Viel Arbeit hat mir Gott beschieden,

Und viel Bekümmernisd; allein,

Auch Freuden; Freuden eine Menge,

Ja, viele Freuden, ihm sei Dank!

Und Freuden, wert, daß ich sie sänge

Mit lautem Nachtigall-Gesang!

So früh, und munter, wie die Sonne,

Steh' ich von meinem Lager auf!

Und sehe meistens Freud' und Wonne

Den ganzen Tag, in ihrem Lauf!

Auch pflegt sie mir mit ihren Strahlen

Die hohen Bäume, Morgens früh,

Und Abends späte, schön zu malen,

Und durch die Bäume seh' ich sie.

 

Die Vögel singen ihr: Willkommen!

Willkommen, singen sie auch mir!

Kein Nestchen hab' ich ausgenommen,

Getötet nie ein frommes Tier!

Darob ist alles mir gewogen,

Was über mir in Lüften schwebt,

Und was, herab zu mir gezogen,

Mit mir von einer Erde lebt!

 

Ist unser Morgenlied gesungen,

Dann geht es an die Arbeit frisch!

Und hingesungen, hingesprungen

Wird nach der Arbeit an den Tisch!

Auf Rasen steht er, ist bedecket

Mit süßem Kohl, und kühlem Most;

Ich esse hurtig! Besser schmecket

Nicht meinem König seine Kost!

 

Ich esse hurtig, gehe wieder

Frisch an mein Tagewerk, und ihr,

Ihr lieben Vögel, eure Lieder

Versingen meine Mühe mir.

Oft brech' ich ab, und seh', und höre

Das große Leben der Natur;

Hier summen kleine Mücken-Chöre,

Dort Bienen auf der Blumen-Flur!

 

Der große Schöpfer dieses Lebens,

Von welchem Alles Odem hat,

Erschuf nichts leer, und nichts vergebens,

Auf meinen Bäumen nicht ein Blatt!

Auf meinem Anger nicht ein Gräschen:

Mein hungrig Lämmchen mäht es weg;

An meinen Blumen nicht ein Fäschen,

Ich find' in Allem einen Zweck!

 

Der Zweck von meinem tiefen Graben

Ist, zum Exempel, auch zugleich:

Es wird gesorgt für euch, ihr Raben!

Und, Singevögelein, für euch!

Für euch ergrab' ich fette Maden,

Und Käferchen, und dürren Sand!

Dann kommt ihr, sitzt auf meinem Spaden,

Und singt, und eßt mir aus der Hand.

 

Die kleine Grasemücke hüpfet

Um mich herum, und sieht mir zu!

Holt sich ein armes Würmchen, schlüpfet

Auf ihrem Nest in ihre Ruh.

Ich folg' ihr, schlafe, süßer Schlummer

Giebt meinen Knochen frisches Mark,

Erwache, weiß von keinem Kummer,

Und fühle Leib und Seele stark!

 

Und alle diese meine Freuden

Teil' ich mit meiner Gärtnerinn!

Mein König würde mich beneiden,

Wüßt' er das alles, was ich bin!

Ich bin zufrieden, brauche wenig,

Mein Apfel und mein Kohl ist süß,

In meiner Hütte bin ich König,

Mein Garten ist ein Paradies.

 

 

 884850-5dc8c1c369ae91b539cbecda69569362.jpg

Johann Gleim (2 april 1719 – 18 februari 1803)

Portret door Johann Heinrich Ramberg, 1789

 

Geschreven door Romenu om 19:35 Reageer op dit bericht

Pierre Zaccone, Pietro della Valle, Zwier van Haren, Joanna Chmielewska, Brigitte Struzyk

De Franse schrijver Pierre Zaccone werd geboren op 2 april 1817 in Douai. Zie ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

Uit: Éric Le Mendiant

 

„On l'appelait dans le pays le père Tanneguy, et c'était le dernier descendant mâle de la famille des Tanneguy-Duchâtel.

Quant à la jeune fille qui le suivait, c'était sa propre fille; elle s'appelait _Margaït_, ce qui veut dire Marguerite en breton.

Marguerite avait seize ans: belle, comme doivent l'être les anges, elle n'avait point encore réveillé son âme, qui dormait enveloppée dans les douces illusions de l'enfance. Elle vivait auprès de son père, heureuse, souriante, folle, et ne cherchait point à deviner pourquoi, à de certains moments, elle sentait son coeur battre avec précipitation, pourquoi une tristesse indéfinie imprégnait parfois sa pensée d'amertume et de mélancolie: quand ces vagues aspirations s'emparaient d'elle, ouvrant tout à coup sous ses pas des routes ignorées, elle accourait auprès de son père, lui racontait avec naïveté ses tourments et ses désirs; et trouvant alors une force surnaturelle dans la parole douce et grave du

vieillard, la tempête passionnelle soulevée dans son coeur se taisait, et la tristesse fuyait, la laissant candide et calme comme auparavant!...

Le jour elle courait, suivant dans ses capricieux détours la petite rivière artificielle qui alimentait les prairies dépendantes de la ferme: elle allait gaie, rieuse, folâtre, cueillant les pervenches et les bluets, pourchassant le papillon aux ailes diaprées, écoutant le chant des oiseaux ou le cri des bêtes fauves.“

 

 

 884846-ae49d43140f9d13cb315e6dcb42001e8.jpg

Pierre Zaccone (2 april 1817 - † ? 1895)

Douai – le Beffroi

 

 

 

 

De Italiaanse (reis)schrijver Pietro della Valle werd geboren op 2 april 1586 in Rome. Zie ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

Uit; The Travels Of Sig. Pietro della Valle (The journey to Olaza)

 

„I departed from *Ikkeri* a little before noon, going out at the same Gate whereat I had enter'd; and having no [145] other company but a Veturino, or *Hackery*-man [=groom for a horse]; and a Pulia who carry'd my luggage, without any other servant; for as for Galal the Persian, alias Cacciatur, I was constrain'd to dismiss him for some uncommendable actions, and send him back from Ikkeri to Goa.

 

I will not omit to tell you, that this my brave God-son (whom I had brought so carefully out of Persia, and trusted so much, and who alone of all my ancient servants remain'd with me) one day cunningly open'd a light box or basket (Canestri the Portugals call them) wherein I kept my Clothes, and which, after the fashion of the Country, was not of wood, but of hoops lin'd with leather, and clos'd with little Pad-locks, like those which are us'd at Rome for Plate; and they are thus contriv'd that they may be of little weight, because in these parts, carriages and baggages for travel are more frequently transported upon Men's shoulders than upon beasts' backs; and one of these baskets or Canestri is just a Man's load.“

 

 

 884846-a657acec9582c249a95dae93cd98bf8f.jpg

Pietro della Valle (2 april 1586 – 21 april 1652)

Illustratie uit de Nederlandse uitgave

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Onno Zwier van Haren werd geboren in Leeuwarden op 2 april 1713. Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2009 en ook mijn blog van 2 april 2010.

 

Uit: Agon, Sulthan van Bantam

 

Agon

IK ga dan eindelyk een stille rust genieten,

Myn dagen zullen nu in vreed' en vryheid vlieten!

De zorgen die den Throon omringen van rondsom,

Welk' ieder dageraad en dachlicht brengd weêrom,

Die zullen nu voortaan by my geen plaats meer vinden,

En niet meer myne geest aan moeit' en arbeid binden!

Fortuin, welk's magt ik heb zoo menigmaal beproefd,7

Die my zomtyds verblyd, en zomtyds hebt bedroefd,

Die in myn jeugd op my ten bittersten verbolgen,

My nu schynd zedert lang standvastiglyk te volgen,

'k Ga buiten uw bereik; 'k wil dat het lotgeval,11

Op myne levensloop geen kracht meer hebben zal!12

O Schepper van 't Heelal, meester van dood en leven,

Die ons door Mahomet uw wetten hebt gegeven,

Die Agon uit het Stof hebt op den Throon gebragt15

Aan wien hy schuldig is syn glory en syn magt,16

Ontvang zyn dankbaar hart! Oneindig Opperwezen

Gy hebt ten allen tyd' in syne ziel geleezen,

Gy hebt altyd gezien syn' liefde voor de Deugd,

En in de tegenspoed, en midden in de vreugd!

 

 

 

884846-a854c70e47f3c06e737c69d1d6270f8e.jpg
Onno Zwier van Haren (2 april 1713 – 2 september 1779)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijfster Joanna Chmielewska (eig. Irena Kühn) werd geboren op 2 april 1932 in Warschau. Zie ook mijn blog van 2 april 2009.

 

Uit: Mord ist Trumpf (Vertaald door Anna Junuszewska)

 

„Mein Grübeln vor dem Badezimmerspiegel wurde von dem klingelnden Telefon unterbrochen. Es war Zosia.

»Hey, magst du vorbeikommen?«, fragte sie munter. »Bist du vielleicht in der Nähe? Ich möchte mir dir reden.«

»Ist was passiert?«

»Nichts Besonderes. Aber nicht am Telefon. Ich kann auch zu dir …«

»Ich wollte gerade in die Stadt und werde bei dir in der Nähe sein. In zwei Stunden ungefähr. Hältst du es so lange aus?«

»Sehr gut. Ich warte. Bis dann.«

Ich kehrte vor den Spiegel zurück. Wenn ich vor die Tür treten wollte, musste ich etwas mit diesem Monster tun. Ich starrte mich noch einen Moment masochistisch an, und plötzlich tröstete mich die Hoffnung, dass einmal jemand bei meinem Anblick angewidert spucken würde. Dann würde ich sofort irgendein Glücksspiel spielen gehen, so ein Spucken funktioniert immer, der Erfolg ist garantiert. Aber

heute nicht, heute wäre es die reinste Verschwendung, weil ich heute keine Zeit zum Spielen hatte.

Ich griff nach meinem Kosmetiktäschchen und widmete mich wieder meinen finsteren Gedanken. Er war mir wichtig. Immer noch war er mir verdammt wichtig, und ich wollte ihn um jeden Preis in grenzenlose Begeisterung versetzen. Aber womit? Wohl nicht mit dieser Visage, eine Schönheits-OP war ausgeschlossen, vielleicht sollte ich mit außer- gewöhnlichen Kenntnissen glänzen, mit einer Entdeckung, einem tollen Erfolg …“

 

 


884846-41010dc5396478597a31bac8051abd96.jpg
Joanna Chmielewska (Warschau, 2 april 1932)

 

 



De Duitse schrijfster en dichteres
Brigitte Struzyk (eig. Brigitte Kraft) werd op 2 april 1946 geboren in Steinbach-Hallenberg/Thüringen. Zie ook mijn blog van 2 april 2007 en ook mijn blog van 2 april 2008.

 

 

Fall 

 

Als uns die Welle von Vogelflügeln umspülte,

sich zurückzog, als Schlinge wiederkam

ohne tierischen Ton, zwischen den Federn ein Rauschen,

einem unscharf eingestellten Sender vergleichbar,

kamen wir uns vor wie Vertreter

für Versicherungen vorhergesagten Versagens

am Dasein, das hier sein könnte,

aber auf und davon zu gehen im Begriff ist,

als Vogelgrippe zum Beispiel, und doch

enthielt die Welle den Wink,

beim nächsten Mal uns noch

ganz anders zu kommen.

 

 

 

 884846-5748c0c1af6528b2dbeda5d3150d3560.jpg

Brigitte Struzyk (Steinbach-Hallenberg, 2 april 1946)

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten