Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 11 mei 2011 tot 12 mei 2011

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Eva Demski

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Je bewoont al jaren

 

Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.

Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.

Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie

en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.

Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont

ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.

 

 

 

''Kijk eens''

 

hengelt haar rechterbeen
onophoudelijk in de lucht,
hinken vliegensvlug haar vingers
rond het linker op en neer
en gaan in één armbeweging over
naar haar haren.
Haar handen likt ze alsof,
en strijkt ermee langs haar gezicht.
Steeds hoger kruipt haar rokje
maar daar gaat het nu niet om.
Het gaat erom, dat zij de vlieg nadoet.

 

 

 

 911964-df3b3f8832ba578c6caf9b1e7b01db5e.jpg

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes (pseudoniem Jan Oranje) werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1914. Zie ook mijn blog van 12 mei 2010 en eveens alle tags voor Bertus Aafjes op dit blog.

 

 

De tijd is heen

 

De tijd is heen waarin ik, licht van toon
En snel van geest, de dingen dezer aarde
Loofde en prees of in mijn hart bewaarde
Als de Madonna elk woord van haar Zoon.

Een graazge wei, een wulpse rozengaarde,
Een vlindertje, een vlieg, een anemoon,
Elk kreeg zijn aureool van zichtbaar schoon
Als ik het in mijn liederen verklaarde.

Die tijd is heen, want gij zijt ver van hier,
Mijn pareltje, mijn duifje, mijn saffier,
En zonder u gaat al mijn liefde dood;
Waartoe der dingen schoonheid nog geprezen,
Die slechts bestond bij gratie van uw wezen,
Als bij de zon 't ochtend- en avondrood.

 

 

En ook des morgens

 

En ook des morgens in het nieuwe licht
Voel 'k mij zo los, als ik met open ogen
Mijzelf verrast vind naar de plek gebogen
Waarop gij eertijds laagt met uw gezicht.

Als ik dan zie, dat gij er nergens zijt,
Maar met een snelle vleugelslag ontkomen
Uit de bosschages van mijn nachtlijk dromen,
Dan stroomt mijn lichaam vol van lege spijt,

Dan voel ik aan mijn ogen dat zij leeg zijn,
Wanneer zij zijn verstoken van uw beeld;
Dan voel ik aan mijn lippen dat zij leeg zijn,
Waarop geen kus meer bloeit, geen lach meer speelt;
Dan voel ik aan mijn leden dat zij leeg zijn,
Wanneer ik niet in u word voortgeteeld.

 

 

 

911964-32062d6e83b0b1e806bc7c5d8dbee65e.jpg 

Bertus Aafjes (12 mei 1914 - 22 april 1993)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, kunsthistoricus en politicus August Vermeylen werd geboren in Brussel, op 12 mei 1872. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Twee vrienden

 

„In de staminee, waar hij met zijn gewone vrienden uit de buurt whist speelt, vertelt vader Balders dien avond, quasi achteloos, terwijl hij den waaier van zijn kaarten overziet, dat zijn zoon Frans - ‘ge weet wel, die gestudeerd heeft,’ - over een paar dagen zal terug zijn, uit Wenen, waar hij in het laboratorium van professor Harwig heeft gewerkt. ‘Harwig, ge hebt zijn naam al wel gehoord; een beroemdheid.’ Natuurlijk kennen ze den naam: Balders heeft er dikwijls genoeg van opgegeven. Hij verduidelijkt nog terloops: ‘Toepassing van de physico-chemie op de geneeskunde,’ en onderstreept het door even zijn benen te verzetten en de anderen met halfopen mond een ogenblik aan te gluren, als iemand die best op de hoogte is.

Ja, het is een zware opoffering geweest, dien jongen nog een jaar naar Oostenrijk te zenden, na die al zo lange medische studiën. Maar tegenwoordig moet ge naar Wenen, als ge een groot dokter worden wilt. Een spiering in 't water smijten om een kabeljauw te vangen...

Als de kaarten opnieuw worden uitgedeeld, neemt Van Veteren, de drogist, zijn pijp uit den mond, drinkt een teug faro, en spreekt: ‘Hij mag gelukkig zijn dat hij een papa heeft.’

  Balders wrijft zelfvoldaan over zijn sik. ‘Ge moet voor uw kinderen wat kunnen doen. Een flinke jongen; zijn broodje is gebakken.’ En na een korte stilte: ‘Hij zal wel een automobiel moeten hebben.’

Die automobiel maakt indruk. Balders staat al niet weinig in aanzien. Van armen komaf, zoon van een timmerman, heeft hij onmiddellijk na den oorlog van '70 met houthandel een aardigen duit verdiend, daarna ook met grondspeculaties en huisjesmelkerij, en is thans, in ruim vijfentwintig jaren, een rijk man geworden. Die zoon, die ‘een groot dokter’ zal worden, moet de bekroning van zijn glorie zijn.

Het uur van zijn aankomst heeft Frans niet naar het ouderhuis, maar alleen zijn vriend Mark Kervaan geseind: Mark for ever! Die is toch nummer één! En om Frans op te wachten heeft Mark zijn vacantie aan zee enkele dagen verschoven.

 

 

 

 911964-574d949cbbbcfb925a396a7331d7d7f8.jpg

August Vermeylen (12 mei 1872 – 10 januari 1945)

 

 

 

 

De Russische dichter Andrej Andreyevich Voznesensky werd geboren in Moskou op 12 mei 1933. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

FATE


Fate is above me. Why should I browse?

Sleeping in dosses, an outcast, I rove.

Grief is a cellar,

that opens in every old house.

A ditch is below me and fate is above.

 

What did I want? Well, a life of contentment.

What did I get? Just a coffin and wreath...

Under the cradle a grave has been latent.

Fate is above me, a ditch is beneath.

 

Up in the sky my soul, like a hound,

howls, despaired,

the trigger to pull it was keen.

Fate has come over my family background,

and on the earth where fate is my kin.

 

What have I done, apart from the simple

poems I've written in passing to date?

I've been a lightening conductor for people.

Now I have broken my back. Such is fate.

 

 

 

THE SONG

 

Sailor, my dear, my heaven-made spouse!

There is one thing that I beg of you, man:

Kiss any strangers, and give them your flowers,

love many women. But, pray, don't love one.

 

These are the words that I send with my letter,

piercing land after land they will moan;

stay there as long as you wish, and you'd better

love all the countries, but, pray, don't love one.

 

Give me a whistle -- when tired of roving.

Held in sweet bondage, or about to drown,

play with your life as you wish, when you're roaming,

but don't ruin ours because it is one.

 

 

911964-7f7da8b1bcf6efa8009b96b11f16e075.jpg 

Andrej Voznesensky (12 mei 1933 – 1 juni 2010)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Eva Demski werd geboren op 12 mei 1944 in Regensburg. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Lesbos

 

„Das Juwel der Insel zeigt sich wie eine Erscheinung, eineinhalb Stunden von Mytilini entfernt und mehr als sieben Bergen – Molyvos, in der Antike hieß es Mithymna, im Mittelalter Molyvos, jetzt steht auf den Schildern wieder Mithymna, und die Bewohner nennen es trotzdem Molyvos. So einfach ist das. Von einer mächtigen Burg beherrscht, sind an den Fels, der sich nicht schroff, sondern sachte aus dem Meer erhebt, Hunderte von kleinen Häusern gebaut, haben steile, krumme Gassen gebildet, Treppen sind zwischen ihnen aus dem Stein gehauen, und die Terrassen der Kneipen hängen wie Schwalbennester über dem Abgrund. Das ganze Dorf – eigentlich ist es ein Städtchen – steht unter Denkmalschutz, und die Hotels am Ufer können mit dem wunderschönen Blick vom Strand aus werben. Wer Genaueres wissen will, muss klettern und kraxeln, sich die Knöchel verstauchen und gelegentlich aus Gründen des Atemschöpfens vor einem der kleinen Schaufenster in der Marktgasse stehen bleiben.....“

 

 

 911964-c961b1e66146ad120994b4c49e919ddd.jpg

Eva Demski (Regensburg, 12 mei 1944)



Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Sabine Imhof, Werner Bräunig, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti, Cäsar Flaischlen, Edward Lear

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook mijn blog van 1 juli 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

patentrezept für einen gelungenen regentag

ein schiff aus papier im rinnstein
ein loch im schuh und deshalb nasse socken
der verliebte junge steht vor einer pfütze und denkt daran

er hat geld für eine handvoll zucker
die frau im kiosk löst kreuzworträtsel
hofft auf eine urlaubsreise für zwei und denkt daran

ihr mann macht liebe mit einem fernseher
bevor er ihn aus dem fenster wirft
er zieht die gardinen zu und denkt daran

zwei harmlose diebe verpassen den krimi
trinken den besten kaffee der stadt hinter glas
sie reden nicht viel und denken daran

die bedienung hat nichts zu verlieren
schminkt sich im trüben licht auf der toilette
sie ist wunderschön und denkt daran

der liebhaber träumt von der sehnsucht
er nimmt ein mittel gegen die zeit
er denkt daran und verliert

schläft ein am bauch einer schnurrenden katze.

 

 

 

911949-2c057104558d7e403d5171c8e6c775f7.jpg
Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)

 

 

 

 


De Duitse schrijver
Werner Bräunig werd geboren op 12 mei 1934 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Rummelplatz

 

“Christian Kleinschmidt dachte: Das ist also die Wismut. Baracken, Dreck, hölzerne Fördertürme, die wenig vertrauenerweckend aussahen, nochmals Dreck und dieses zerknitterte Männlein, das beim Sprechen kaum die Lippen auseinanderbrachte. Das Männlein nuschelte etwas von Einweisung, Essenstalons, Wolldecken und Küchenzeiten. Es stand erhaben wie der Evangelist Markus bei der Bekanntgabe der Abfütterung der fünftausend. Er aber, Christian Kleinschmidt, er pfiff auf Evangelien. Auf das von der guten und ausreichenden Ernährung - bei ausreichender Arbeit, versteht sich - besonders. Er dachte: hier stehst du, Abitur in der Tasche, und diesen Brief, der deine Immatrikulation auf unbestimmte Zeit verschiebt, zum Trost aber immerhin empfiehlt, dich vorläufig einem praktischen Beruf zuzuwenden. Hier stehst du, du kannst nicht anders, Gott hilft dir nicht, amen. Man hatte sich leider einen für diese Zeiten völlig untauglichen Vater ausgesucht.”

 

 

911949-b1917b2f9cb815a53d612d0ded78cf23.jpg
Werner Bräunig (12 mei 1934 – 14 augustus 1976)

 

 

 


De Canadese schrijver
Farley Mowat werd geboren in Belleville, Ontario, op 12 mei 1921. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Eastern Passage

 

„We had been waiting almost a month for Gunnar’s plane when, on the first day of October, I stepped out of the cabin to find the nearby gravel ridges alive with dense flocks of ptarmigan making their way south ahead of winter. When I paddled off to haul the net upon which we were now largely dependent for food, I had to break through a scum of ice that had formed overnight. There could be no doubt about it – if we were not picked up within the next few days, we would be marooned for another six or seven weeks until, and if, a ski-equipped plane could land on the frozen bay.

 We woke on October 9 to a falling thermometer, a plunging barometer, and a sky darkening with snow clouds. A storm was brewing, and even the usually irrepressible Tegpa was reluctant to go outside until, just before noon, he flung himself at the cabin door in a paroxysm of barking.

 Seconds later the Norseman roared low over the crest of the Ghost Hills and slammed down on Windy Bay, its floats shattering the skim ice like a hardball smashing a plate-glass window. Gunnar had finally arrived. Although more than a month late, he offered no explanation or apology. When I pressed for one, he replied casually:

 “Pranged a drifting oil barrel on take-off a while back. Buggered a float and this old bitch pretty near sank. Took a while to patch her up. But what the hell, let’s get the show on the fuckin’ road!”

 Time was always of the essence with Gunnar. I heaved our gear (it didn’t amount to much) on board, while Fran and Tegpa squeezed into the cramped little cabin even as Gunnar began opening the throttle and Andy shouted his goodbyes.“

 

 
 

 911949-c354856bbd600b8e15e30abf66b68188.jpg

Farley Mowat (Belleville, 12 mei 1921)

 

 

 


De Engelse schilder en dichter
Dante Gabriel Rossetti werd op 12 mei 1828 in Londen geboren. Zie ook mijn blog van 12 mei 2010 en eveneens alle tags voor Dante Gabriel Rossetti op dit blog.

 

 

Antwerp To Ghent 

 
We are upon the Scheldt. We know we move

Because there is a floating at our eyes

Whatso they seek; and because all the things

Which on our outset were distinct and large

Are smaller and much weaker and quite grey,

And at last gone from us. No motion else.

We are upon the road. The thin swift moon

Runs with the running clouds that are the sky,

And with the running water runs—at whiles

Weak 'neath the film and heavy growth of reeds.

The country swims with motion. Time itself

Is consciously beside us, and perceived.

Our speed is such the sparks our engine leaves

Are burning after the whole train has passed.

The darkness is a tumult. We tear on,

The roll behind us and the cry before,

Constantly, in a lull of intense speed

And thunder. Any other sound is known

Merely by sight. The shrubs, the trees your eye

Scans for their growth, are far along in haze.

The sky has lost its clouds, and lies away

Oppressively at calm: the moon has failed:

Our speed has set the wind against us. Now

Our engine's heat is fiercer, and flings up

Great glares alongside. Wind and steam and speed

And clamour and the night. We are in Ghent.

 

 

 

911949-1f8e7a0c5f2972941480e40cda5729df.jpg
Dante Gabriel Rossetti (12 mei 1828 - 9 april 1882)

Portret door George Frederic Watts, rond 1871

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Cäsar Flaischlen werd geboren op 12 mei 1864 in Stuttgart. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Du bist alles . .

Du bist alles, was ich habe,
was ich träume, laut und leis,
Wunsch und Fülle,
Sturm und Stille,
was ich bin und was ich bete,
was ich will und was ich weiß!

Über uns in wieder grünen
Wipfeln rauscht das Lied des Mai's . .
lass, o lass mich knien, und leise
lass mich dir die Hände küssen
und dir danken, ach, mit allem,
was ich bin und was ich habe . .

lass mich knien und nimm mein Leben!
nimm es wie das Lied des Mai's!
nimm es wie ein blühend Reis!
dir zu Preis!
du bist alles, was ich bete,
was ich will und was ich weiß!

 

 

 911949-c455554ddbd96bdb8d9f6b904a6a015d.jpg

Cäsar Flaischlen (12 mei 1864 – 16 oktober 1920)

Stuttgart, Stiftskerk en Schillermonument

 

 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Edward Lear werd geboren op 12 mei 1812 in Highgate. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Imitation of The Olden Poets 

 

Time is a taper waning fast!

Use it, man, well whilst it doth last:

Lest burning downwards it consume away,

Before thou hast commenced the labour of the day.

 

Time is a pardon of a goodly soil!

Plenty shall crown thine honest toil:

But if uncultivated, rankest weeds

Shall choke the efforts of the rising seeds.

 

Time is a leasehold of uncertain date!

Granted to thee by everlasting fate.

Neglect not thou, ere thy short term expire,

To save thy soul from ever-burning fire.

 

 

 

Limerick: There was a Young Lady of Turkey 

 

There was a Young Lady of Turkey,

Who wept when the weather was murky;

When the day turned out fine,

She ceased to repine,

That capricious Young Lady of Turkey.

 

 

 

 911949-f7d1a9eb0d5c9f2a29e3fe7aef9d8293.jpg

Edward Lear (12 mei 1812 – 29 januari 1888)

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Diana Raznovich, Andrej Amalrik, Maurice Carême, Massimo Bontempelli, Nicolaas Anslijn

De Argentijnse schrijfster, theatermaakster en caricaturiste Diana Raznovich werd geboren op 12 mei 1945 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Herbstzeitlose  (Vertaald door Gerd-Rainer Prothmann)

 

“GRISELDA Und es ist Karneval?
ROSALIA Es ist Donnerstag, der 22. September. Und ich habe vor einem Monat

eine Freundin, die Señorita, die bei mir lebt, sagen wir meine Mieterin,

eingeladen, die ganze Nacht mit mir wach zu bleiben.

GRISELDA Du hast recht. Entschuldige. Ich bin eingeschlafen. Sag mir, was ich zu

tun habe. Was trinkst du in deinen schlaflosen Nächten?

ROSALIA Milch.

GRISELDA Milch?

ROSALIA Whisky.

GRISELDA Importierten?

ROSALIA Gib du dich mit 'm einheimischen zufrieden.

GRISELDA Importierten!

ROSALIA geht hinaus. GRISELDA schläft wieder ein. Beim

Zurückkommen sieht ROSALIA sie schlafen. Sie schenkt ihr ein und weckt

sie.

ROSALIA Ich hab 'n Termin bei Félix.

GRISELDA Du hast immer 'n Termin bei Félix.

ROSALIA Immer zu einer anderen Zeit.

GRISELDA Welche Zeit?

ROSALIA Um halb vier nachmittags.

GRISELDA Dann versäumst du das Teletheater.

ROSALIA Ich werde da sein. Du wirst schon sehn. Ich muss zu Félix. Jupiter steht

schlecht über meinem Mond, aber diese Woche befreie ich mich. Ich habe

beschlossen, eine andere zu werden.

GRISELDA Ich auch. Gib mir noch mehr Whisky”.

 

 

 911945-e4433087c31644d20cd7b2d72f77fe40.jpg

Diana Raznovich (Buenos Aires,12 mei 1945)

 

 

 

 

De Russische schrijver en dissident Andrej Aleksejevitsj Amalrik werd geboren in Moskoui op 12 mei 1938. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007.

 

Uit: Involuntary Journey to Siberia

 

“All we needed now was witnesses. The local schoolmistress, who just happened to come into the village soviet at that moment, agreed to sign as witness for my wife, and the chairman of the soviet, a talkative old man of about sixty, agreed to sign for me. After this he went out into the next room, changed the expression on his face, and returned in his capacity as a representative of Authority. Congratulating us in pompous language, he handed me the marriage certificate. This was the last official act in which he was to take part; a few days later he was fired for embezzlement.
That evening we returned home to be greeted by the squalling of our famished cat. With the fifty kopecks left over from our advance, we had bought same sugar in Novokrisheino and for the first time in many days drank our tea sweet. This was how we celebrated our wedding.“

 

 

 911945-25694920f823feea4b6a63671adeb99b.jpg

Andrej Amalrik (12 mei 1938  - 12 november 1980)

 

 

 

 

De Belgische, Franstalige, dichter en schrijver Maurice Carême werd geboren op 12 mei 1899 in Waver bij Brussel. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Le Nuage

 

Un nuage, parmi les autres,

Reforme sans cesse un visage.

 

Il promène sur les villages

Un regard dont il ne sait rien,

Et s'il sourit au paysage,

Ce sourire n'est pas le sien.

 

Mais l'homme qui le voit sourire

Et qui sourit à son passage,

En sut-il jamais davantage ?

 

 

 

 911945-11514b7adf3bf35bb0ebf0397e546932.jpg

Maurice Carême (12 mei 1899 - 13 januari 1978)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver en dichter Massimo Bontempelli werd geboren op 12 mei 1878 in Como. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009.

 

Uit: The Chess Set in the Mirror (Vertaald door Estelle Gilson)

 

„But, stretching up like that, the following thought occurred to me. “That mirror contains everything in this room, the blue walls, the chessboard, and its pieces, so I ought to be in it, too.”

Then a very funny thing happened.

The White King, not the real one who was on this side but the slightly paler one up there on the other side, stopped staring at his counterpart, and instead looked at me. He shook himself a bit and spoke.

He spoke directly to me, as if he had read my mind.

“Of course you’re in it,” he said. “You’re down below. Come on up here and you’ll see.”

Every time I’ve thought about that moment, it seemed to me that it was extremely odd, almost unbelievable. And now, recounting it, it still seems that way. But at the time, I didn’t find anything strange about it. I answered calmly.

“I’d be happy to, but first of all, I don’t know how. Secondly, your Lordship must know I’ve been ordered not to move from here until someone comes to let me out.”

The White King in the mirror protested.

“When I say that you’ll be here, I mean that there’ll be another just like you here—your image. Come on. There are two of you, just like me and that White King over there on your side. Therefore, if you come here from where you are, it’s only natural, it seems to me, that your image will be back there.“

 

 

 911945-8051883c342c42f8cd46f42ea8a9df07.jpg

Massimo Bontempelli (12 mei 1878 – 21 juli 1960)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn werd op 12 mei 1777 geboren in Leiden. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: De brave Hendrik

 

„Jan.

Ha! goeden morgen vriend Hendrik! Hoe komt het toch, dat gij altijd zoo vrolijk en vergenoegd zijt?

Hendrik.

Wel, dat is eene zonderlinge vraag. Zijt gij dan niet tevreden?

Ik heb alles, wat ik noodig heb, en zou ik dan niet vrolijk en vergenoegd zijn?

Willem.

Ja, maar gij hebt toch geen lekker eten en drinken.

Hendrik.

Ei! zijt gij zulk een vriend van lekker eten en drinken? Ik lust het ook wel. Maar mijn vader zegt, dat het lekkerste eten en drinken dikwijls schadelijk is, en dat men matig moet zijn om gezond te wezen.

Willem.

Ik geloof, dat uw vader u maar iets wijs maakt.

Hendrik.

Neen, dat doet mijn vader niet. Hij zegt het tot mijn best.

Hij weet ook beter, wat mij nuttig is, dan ik het weet.

Hendrik heeft geen fraaije kleederen, maar zij zijn altijd even zindelijk. - Men ziet nooit een vlekje daaraan.

Wat is toch de reden, dat Hendrik altijd zoo netjes voor den dag komt?

Zijne ouders zullen hem zeker dikwijls nieuwe kleederen koopen.

Neen, dat doen zij niet. - Ik heb laatst zijn broertje daarnaar gevraagd, en die zeide mij, dat zijn broêr altijd zorg draagt, dat hij zijne kleederen niet verwaarloost.

Als hij zich des avonds uitkleedt, dan legt hij zijn goed ordelijk op eenen stoel.

Hij laat nooit zijne kleederen door de kamer zwerven, zoo als slordige kinderen doen.“

 

 

 911945-efd7fc40fec68ab49fc00177974c862b.jpg

Nicolaas Anslijn (12 mei 1777 — 18 september 1838)

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

In Memoriam Clark Accord


In Memoriam Clark Accord

 

 

De Surinaamse schrijver Clark Accord is woensdag op 50-jarige leeftijd overleden. Hij was ernstig ziek. Accord stierf in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam.  Accord is maandag nog door de Surinaamse president onderscheiden met de Ere-orde van de Gele Ster. Die wordt toegekend ’voor verdiensten voor de staat en het volk’. Clark Accord werd op 6 maart 1961 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 6 maart 2011.

 

Uit: Shirley in Allochtonie

 

„In tegenstelling tot de centrale markt brengen hier voornamelijk Marronvrouwen hun waar aan de man. Rondom liggen de meest uiteenlopende producten uitgestald: pimpadoti, bita, luwanguteté, sangafu, dibriká, enzovoorts – stuk voor stuk garanderen ze de spirituele gezondheid.             “Als je ’t om vier uur ’s nachts inneemt, dan heb je om zeven uur effect. De rest van de dag hoef je je geen zorgen meer te maken.”             “Hoef ik voor de rest van de dag dan niet meer te gaan?”            “Als het goed is niet...” Ze kijkt om zich heen. “Meestal niet,” verbetert ze zichzelf. “Het kan zijn dat je er nog één of twee keer last van hebt.” Alsof het heel breekbaar is, reikt ze me het doorschijnende plastic flesje met de bruingroene vloeistof aan. Die nacht kom ik om drie uur ’s nachts thuis drijfnat van een tropische regenbui. Het zien van het flesje op de aanrecht maakt mij in één slag nuchter. Terwijl ik mijn natte kleding op de achterveranda neerleg, bereid ik mij voor op de aanranding van mijn smaakpapillen. Langzaam schroef ik de witte dop van het flesje. Ik haal een paar keer diep adem en sla de inhoud met tegenzin achterover. Ik wacht. Het protest van mijn lichaam blijft uit. Ik herken de smaak van melasse.“

 

 

 

911715-ee51706177a62e1315713f4f5d6fcfeb.jpg
Clark Accord (6 maart 1961 - 11 mei 2011)

Geschreven door Romenu om 13:15 Reageer op dit bericht

Ida Gerhardt, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rose Ausländer

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en eveens alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

 

Wieg

 

Geur van honing
en jonge melk
van een nestdiertje
dat slaapt.
Een ademhalen van dons
En speurbaar
aan de neusvleugels
de geur van wat er gebeurd is;
geboorte,
geheim.

 

 

 

De akelei (Dürer)

 

Toen hij het kleine plantje vond,
boog hij aandachtig naar de grond
en dan, om wortels en om mos
groef hij de fijne aarde los,
voorzichtig - dat zijn hand niets schond.
Behoedzaam rondom aangevat
droeg hij het langs het slingerpad
van bos en akker voor zich uit,
en schoof het thuis in 't licht der ruit
zoals hij het gevonden had.

Dan, fluitende en welgezind
mengde hij zoekend eerst de tint;
diepblauw en zwart ineengevloeid,
met enk'le druppels rood doorgloeid,
dat het tot purper samenbindt.

En uur aan uur trok stil voorbij;
zó diep verzonken werkte hij,
dat het hem soms was of zijn hand
de vezels tastte van de plant-
zo glanzend kwam de omtrek vrij.

Totdat het gaaf te prijken stond:
de wortels scheem'rend afgerond,
het uitgesprongen groene blad
scherp in zijn karteling gevat
tegen de lichte achtergrond;

de bloemkroon purper violet,
de hokjes om het hart gebed
en boven de geknikte steel
de honingsporen, het juweel
vijfvlakkig: kantig neergezet.

In 't vallend donker toefde hij
nog dralend bij zijn akelei;
dan, in het laatste licht van 't raam
schreef hij de letters van zijn naam
en 't jaartal glimlachend erbij.

 

 

 

 911274-fb320270bd548a9b5f3f306f8f4d8080.jpg

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver José Rubem Fonseca werd geboren op 11 mei 1925 in Juiz de Fora. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

Uit: The Taker And Other Stories (Vertaald door Clifford E. Landers)

 

„I arrived home with my briefcase bulging with papers, reports, studies, research, proposals, contracts. My wife, who was playing solitaire in bed, a glass of whiskey on the nightstand, said, without glancing

up from the cards, “You look tired.” The usual house sounds: my daughter in her room practicing voice modulation, quadraphonic music from my son’s room. “Why don’t you put down that suitcase?” my wife asked. “Take off those clothes, have a nice glass of whiskey. You’ve got to learn to relax.”

I went to the library, the place in the house where I enjoy being by myself, and as usual did nothing. I opened the research volume on the desk but didn’t see the letters and numbers. I was merely waiting.

“You never stop working. I’ll bet your partners don’t work half as hard and they earn the same.” My wife came into the room, a glass in her hand. “Can I tell her to serve dinner?” The maid served the meal French style.

My children had grown up, my wife and I were fat. “It’s that wine you like,” she said, clicking her tongue with pleasure. My son asked for money during the coffee course, my daughter asked for money during the liqueur. My wife didn’t ask for anything; we have a joint checking account.

“Shall we go for a drive?” I asked her.

I knew she wouldn’t go—it was time for her soap opera.

“I don’t see what you get out of going for a drive every night, but the car cost a fortune, it has to be used. I’m just less and less attracted to material things,” she replied.

The children’s cars were blocking the garage door, preventing me from removing my car. I moved both cars and parked them in the street, removed my car and parked it in the street, put the other two cars back in the garage, and closed the door. All this maneuvering left me slightly irritated, but when I saw my car’s jutting bumpers, the special chrome plated double reinforcement, I felt my heart race with

euphoria. I turned the ignition key.“

 

 

 911274-dd88d97300670a5e19a36a9067c53a5f.jpg

Rubem Fonseca (Juiz de Fora, 11 mei 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Henning Boëtius werd geboren op 11 mei 1939 in Langen, Hessen. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

Uit: Rom kann sehr heiß sein

 

“Jeder Mensch braucht seine Wüste. Sie muss nicht unbedingt aus Sand sein. Sie kann auch aus Wasser bestehen oder aus Häusern, aus Menschen, sogar aus einem selbst. Man könnte auch sagen, jeder Mensch braucht sein Patagonien, eine Landschaft, in der Schönheit und Unwirtlichkeit

eine einmalige Verbindung eingehen. Ehe ich diese Lebensweisheit begriff, musste vieles geschehen. Vielleicht ist es besser, die Dinge der Reihe nach zu erzählen, obwohl ich wenig vom Nacheinander eines Ablaufs von Begebenheiten halte. Das konstante Vorrücken des Uhrzeigers täuscht etwas

vor, das es eigentlich gar nicht gibt: Die Zeit ist alles andere als eine Straße, die nur in eine Richtung führt. Wer einmal in einer echten Wüste war, weiß, dass sich zwischen ihren endlosen Sanddünen, die sich alle so ähnlich sind, obwohl keine der anderen gleicht, das Gefühl für Raum und Zeit verliert. Aus dem Nacheinander wird unweigerlich ein Zugleich. Man fühlt sich, spätestens wenn das Abendlicht einsetzt und blaue Schatten die Dünenhänge emporwachsen, als sei man überall und nirgends und das für immer oder auch nur für einen Augenblick. Dieses endlose Rieseln der Sandkörner, das ein feines, fast unhörbares Geräusch erzeugt, verschüttet die Sekunden genauso wie die Jahre. Die Sanduhr, die schon in der Antike als Sinnbild für die Kürze menschlichen Lebens galt, ist in Wahrheit ein Symbol für die Ewigkeit. Wenn der obere Trichter leer ist, dreht jemand sie um, und alles beginnt von neuem.”

 

 

911274-75bec93528634120c957ddd409f5539f.jpg
Henning Boëtius (Langen, 11 mei 1939)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Camilo José Cela werd geboren op 11 mei 1916 in Iria Flavia. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2008 en ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010

 

Uit: SAN CAMILO, 1936 (Vertaald door John H. Polt)

 

“Aviacion remains on the side of the Republic, the first morning birds, the sparrows, like friendly cats, springing and independent, fly chirping over the Republic's Coat of Arms, at the airdrome of Getafe, Capitan Gascon addresses the troops, we must move against the fascists of the artillery regiment! long live the Republic! you must admit that no one keeps a Phrygian cap in his night table, the insignias that can lead a man to heroism and death only serve to adorn his grandchildren's carnival, already on the way and if by chance three groups are formed under the commands of Teniente Fernandez Franch, Teniente Valle and Master Sergeant Sol Aparicio, with them also go four dozen civilians of the United Socialist Youth and the Communist Party armed with rifles, romantic and prestigious machines, the artillery regiment does not put up too much resistance and surrender at the first air attack, attacking Campamento is more difficult, the airplanes from Cuatro Vientos bomb the barracks of the regiment of Engineers and kill an officer, the situation is confused, General Garcia de la Herran, Coronel

Cañedo, and Teniente Coronel Alvarez Rementerria study the plan of attack, no, the prudent thing to do is to place two artillery pieces on the road and two heavier ones on the esplanade, it is necessary to prevent any attack by land and put Cuatro Vientos out of commission, Teniente Coronel León Trejo refuses to surrender the airdrome to the Military Junta, long live the Republic! we must not attempt to march on Madrid under fire from the air, order to unhitch! at the barracks of La Montana the situation is not desperate, long live Spain! they have not yet been attacked, there is no news of the engineers regiment of Leganes, nor from the other barracks in Madrid, it is still night, perhaps it is dawning bit by bit, the attack on Campamento comes as a surprise, where did these clowns get that artillery?”

 

 

 

911274-734ede14994c71e0684bf762bd54a112.jpg
Camilo José Cela (11 mei 1916 – 17 januari 2002)

Buste in Iria Flavia

 

 

 

De Oostenrijks-Roemeens-joods-Amerikaanse dichteres Rose Ausländer werd geboren in Czernowitz op 11 mei 1901. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2008 en ook mijn blog van 11 mei 2009 ook mijn blog van 11 mei 2010

 

 

Mutterland

 

Mein Vaterland ist tot

sie haben es begraben

im Feuer

 

Ich lebe

in meinem Mutterland

Wort

 

 


Das Glück

 

Schlafen möcht' ich,

Der Wind wiegt mich ein,

Und die Sehnsucht singt mich zur Ruh'.

Weinen möcht' ich.

Schon die Blumen allein

Flüstern Tränen mir zu.

 

Sieh die Blätter:

Sie blinken im Wind

Und gaukeln Träume mir vor.

Ja und später -

Lacht wo ein Kind,

Und irgendwo hofft ein Tor.

 

Sehnsucht hab' ich

Wohl nach dem Glück?

Nach dem Glück.

Fragen möcht' ich:

Kommt es zurück?

Nie zurück.

 

 

 

911274-283495a5ebede1ce56d98d9c0de1c94a.jpg
Rose Ausländer (11 mei 1901 - 3 januari 1988)




Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Rachel Billington, Carl Hauptmann, Latīf Nāzemī, Ethel Lilian Voynich, Leopoldo de Luis

De Britse schrijfster Rachel Billington werd geboren op 11 mei 1942 in Londen. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009.

 

Uit: Dancemoon

 

„‘We’re dancing to the moon,’ said Arthur, moving, it has to be admitted, a little stiffly like the old man he was. ‘Oh, darling,’ agreed Poppy, although her eyes, often out of control (they were large and blue) sidled towards Gary who was, admittedly gay, but perhaps not irremediably. ‘And what a moon!’ she added because, after all, Arthur was her husband, probably her final husband. ‘I think I’ll regain the fire,’ said Arthur puffily. ‘The fire that warms the heart. The heart that warms the blood.’

Poppy, still swaying, watched as he sank comfortably into a large armchair. She thought he talked too much – she’d noticed this fault on their first meeting – but it became particularly obvious at moments like this when bodily expression was the currency. Or should be. Flinging her arms above her pretty head, she swung round in Gary’s direction. Unfortunately, he, too, was sinking into the upholstery. That’s the trouble about gays, thought Poppy bitterly. They consort with too many clever older men who, like Arthur, think words can compete with the moon! Abruptly changing tack, Poppy glided out of the French windows and onto the terrace where the moon was even more spectacular.

The music reached her quite easily and she swooped about for some time, the moon and its lugubrious smile as good a dancing partner as any other. It was when she paused for a breather that she noticed a dark shadow on the parapet, near the end where the fig tree grew and beyond that the mountains on the other side of the valley and beyond that the open sky. The figure was hunched and human, she thought, bending forward with the suppleness of her recent exercise, most likely a fellow houseguest. Certainly, male.”

 

 

 911270-2e8f3eefe34fa0435a43b35f9cb33dd3.jpg

Rachel Billington (Londen, 11 mei 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Carl Ferdinand Max Hauptmann werd geboren op 11 mei 1858 in Obersalzbrunn. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

 

Einmal schien die Welt...

 

Einmal schien die Welt

Dir so weit, so weit.

Einmal schien die Stunde

Dir wie Ewigkeit.

Einmal schien das Leben

Sonnig überreich.

Einmal deuchtest du

Dich Göttern gleich.

 

Aber einmal muß

Die Sonne trüber sein.

Einmal geht der Weg

Dir enger ein.

Einmal schreitest du

Nur sorglich Schritt für Schritt;

Einmal schreitet

Ein Begleiter mit.

 

Richtet dein Blick

Dann unverwandt

auf ein blumiges

Gräbergartenland.

Einmal wirst du

Unter Erd´und Rosen liegen

Einmal wird dein Sein

Wie Hauch verfliegen.

 

 

 

 911270-4a605c8f2bb8ed6a7c2ba3b4cd0a76c5.jpg

Carl Hauptmann (11 mei 1858 – 4 februari 1921)

Buste door Cyrillo dell’ Antonio, rond 1920.

 

 

 

 

De Afghaanse dichter, schrijver en criticus Latif Nazemi werd geboren op 11 mei 1947 in Herat. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

 

Meine Heimat

 

Wenn mich jemand fragt woher ich komme,

dann antworte ich:

Ich komme aus einem Land, der tiefe Wunde in sich birgt.

Wunden die nicht heilen wollen.

Weit weg von hier, hinter den Bergen Hindukushs,

in einem schönen Tal, im Herzen Asiens.

Einst, eine Stadt aus tausend und eine Nacht.

Nun eine Stadt , wo die Menschen

das Wort Frieden nicht mehr kennen und sagen:
Frieden ist ein Ort , fern ab von hier

Frieden ist ein Wort, uns nicht geläufig

Frieden ist ein Wünsch, geschrieben in den Sternen.

Frieden ist ein Traum ,der nicht Wahr wird

Frieden ist ein Wind , der hier nicht weht...

In meinem Land sind die Augen voller Tränen

In den Augen der Menschen verbirgt sich das Elend des Krieges

Ihre Augen sind ein Spiegel der Zeit, die nicht vergessen.

Eine Zeit, die schlimmer hätte nicht kommen können

Eine Zeit, in dem der Tot allgegenwärtig war

Eine Zeit, ohne Erbarmen, ohne Rücksicht, ohne Gefühle

Eine Zeit, voller Trauer, voller Leid, voller Schmerz

Ich komme aus dem Land der Mienen

Wo man Blumen nicht kennt

Ich komme aus dem Land der Krüppel

Wo man das Lachen nicht sieht

Ich komme aus dem Land der Waisen

Wo man die Freude vermisst

Ich komme aus dem Land des Feuers

In dem kein Fluss mehr fließt..

 

 


911270-73b3186ab73c197f20f527f7b63d699c.jpg
Latīf Nāzemī (Herat, 11 mei 1947)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster, vertaalster en componiste Ethel Lilian Voynich werd geboren op 11 mei 1864 in County Cork, Ierland. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

Uit: The Gadfly

 

"You should not have gone up to college so soon; you were tired out with sick-nursing and being up at night. I ought to have insisted on your taking a thorough rest before you left Leghorn."

"Oh, Padre, what's the use of that? I couldn't stop in that miserable house after mother died. Julia would have driven me mad!"

Julia was his eldest step-brother's wife, and a thorn in his side.

"I should not have wished you to stay with your relatives," Montanelli answered gently. "I am sure it would have been the worst possible thing for you. But I wish you could have accepted the invitation of your English doctor friend; if you had spent a month in his house you would have been more fit to study."

"No, Padre, I shouldn't indeed! The Warrens are very good and kind, but they don't understand; and then they are sorry for me,--I can see it in all their faces,--and they would try to console me, and talk about mother. Gemma wouldn't, of course; she always knew what not to say, even when we were babies; but the others would. And it isn't only that----"

"What is it then, my son?"

Arthur pulled off some blossoms from a drooping foxglove stem and crushed them nervously in his hand.

"I can't bear the town," he began after a moment's pause. "There are the shops where she used to buy me toys when I was a little thing, and the walk along the shore where I used to take her until she got too ill. Wherever I go it's the same thing; every market-girl comes up to me with bunches of flowers--as if I wanted them now! And there's the church-yard--I had to get away; it made me sick to see the place----"

 

 


911270-7628e01c6f37e3876fca10541c3fe59b.jpg
Ethel Lilian Voynich (11 mei 1864 – 28 juli 1960)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 11 mei 2007.

 

De Spaanse dichter Leopoldo de Luis werd geboren op 11 mei 1918 in Córdoba.

Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Andre Rudolph

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 en ook mijn blog van 8 juni 2010

 

Uit: Vollendung einer Kathedrale

 

„Also anfangen. Sich an die mäandernden Sätze gewöhnen, die wuchernden Attribute und Einschübe. Der erste Teil des ersten Bandes heißt Combray und besteht wiederum aus Teil I und II. Combray I, siebzig Seiten lang, ist nicht gerade handlungsintensiv, man ächzt – um dann, wenn man vielleicht schon aufgeben will, mit Combray II in die erste jener Einzelgeschichten zu gleiten, die das Suchtpotential der Recherche ausmachen: eine Kindheits- und Feriengeschichte in einem gleichsam ewigen Sommer. Jedes Jahr reist das Kind Marcel mit den Eltern aufs Land, nach Combray, wo Großtante Leonie ein Haus besitzt, in dem sich auch die Großeltern und die Schwestern der Großmutter einfinden, alle betreut von Françoise, der ergebenen Dienerin und vorzüglichen Köchin. Man isst gut, geht spazieren und wartet abends auf die Besuche von Monsieur Swann, der leider, leider eine Frau geheiratet hat, die man nicht empfängt. Tag um Tag vergeht im sommerlichen Nichtstun, und zwischen all den Verwandten, Freunden und Fremden bewegt sich das schauende und lesende Kind, das, als Erzähler, gleichzeitig ein Erwachsener ist. Wer Frankreich liebt, wer ihm quasi in seiner Essenz begegnen will, dem offenbart es sich in diesem Buch. Die Kleinstadt Combray entpuppt sich als Mikrokosmos, aus dem der Makrokosmos der französischen Gesellschaft entspringt, der in den folgenden Bänden der Recherche bis ins einzelne ziseliert wird. Aus Combray stammen die adligen Guermantes, die bürgerliche Familie Marcels, der unglückliche Komponist Vinteuil, um nur einige zu nennen, und wer da nicht wohnt, kommt zu Besuch. In Combray sind sie alle beisammen, in einer lichterfüllten Landschaft, und so warmherzig, so nachsichtig geschildert in all ihrer Komik und Beschränktheit wie später nie mehr.“

 

 

 

928558-c9e10348bec3796a92493568e9ded60a.jpg
Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jan Hendrik Leopold

De Nederlandse dichter  en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en eveneens alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

 

Om mijn oud woonhuis peppels staan

 

Om mijn oud woonhuis peppels staan
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
een smalle laan
van natte blaren, het vallen komt.

Het regent, regent eender te horen
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
en altijd door en
den treuren uit, de wind verstomt.

Het huis is hol en vol duisternis
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
gefluister is
boven op zolder, het dakgebint.

Er woont er een voorovergebogen
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
met lege ogen
en die zijn vrede en rust niet vindt.

 

 

 

 

O nachten van gedragene extase

 

O nachten van gedragene extase
en diep gedronkene verzadiging,
als elk met zijn geluk te rade ging
en van alleenzijn langzaam wij genazen.

Te denken de ononderbroken uren
aan de volkomen overvloed van dit
verwezenlijkte; onvervreemd bezit,
dat blijven zal en ongeschonden duren;

het onbesefbare van deze gave
van ene andere en die naast ons was
ter vereenzelviging en zelve pas
het inzicht vond van banden, die begaven.

Te horen naar de rustig ingezogen
teugen des ademens en het geruis,
dat op en af het geheimzinnig huis
doorstroomde, in een eb en vloed bewogen.

En innerlijker naar de drift te horen
van de verborgen donkre hartenklop,
de wortelstok des levens; wat look op
en wat werd in de arbeidsnacht geboren?

En eindelijk het nauw te speuren zweven
van de twee wimpers, van de wonderlicht
bewerktuigde, die werden slank gezwicht
en dan oneindig slepende geheven;

waaraan wij in het donker open wisten
de andere ogen, die het nu behaald
geluk bewaakten en die onverdwaald
op oog en mond, al het dierbare rustten.

 

 

 

 

ZO stil, als lang nog na een onweersbui

 

ZO stil, als lang nog na een onweersbui
het laatste vocht zijgt van de zomertakken,
de avond valt, maar in het ronde drupt het
zo gul, zo stil:

Zo stil zinkt weemoed neder in mijn ziel,
gedachten, die een zacht verdriet meebrengen,
druppelen neer en vloeien effen uit
zo droef, zo stil.

 

 

 

 918705-ae8901387e958223654acb8f48250ad2.jpg

J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

Hardstenen reliëf bij het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten