Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 juni 2011 tot 10 juni 2011

Louis Couperus, Saul Bellow, Mensje van Keulen, Jan Brokken

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 juni 2010 en eveneens alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

 

Uit: Eline Vere

 

“Men verdrong zich in de, tot kleedkamer ingerichte, eetzaal. Voor een psyché stond Frédérique Van Erlevoort, met los hangende haren, zeer bleek onder een dunne laag poudre de riz, de wenkbrauwen als door een enkele penseelstreek zwarter getint.

- Haast je dan toch, Paul! We komen nooit klaar! zeide ze, een weinig ongeduldig, met een blik op de pendule.

Voor haar knielde Paul van Raat, en zijn vingers plooiden een langen, ijlen sluier, van goud en karmozijn, als een draperie om haar middel. De stof wolkte op het roze fond van haar onderkleed; haar hals en armen waren, sneeuwwit van de veloutine, vrijgelaten en flonkerden in den glans van, door elkander gestrengelde, snoeren en ketenen.

- O, wat een tocht! Hoû toch de deur dicht, Dien! gilde Paul een oude meid na, die, bevracht met eenige japonnen, de kamer verliet. Door de open gelaten deur zag men gasten, gerokte heeren en licht gekleede dames; zij begaven zich langs de aralia's en palmen van den corridor naar de groote suite; zij glimlachten om de oude meid en wierpen een steelschen blik naar binnen.

Allen schaterden om die verrassing, dien blik achter de coulisses; alleen Frédérique bleef ernstig, in het bewustzijn, dat zij de waardigheid eener antieke vorstin had op te houden.

- Haast je toch, Paul! sprak zij, bijna smeekend. Het is reeds over half negen!

- Ja, ja, Freddy, wees maar niet bang, je bent al klaar! antwoordde hij, en handig schikte hij eenige juweelen tusschen de gazige plooien harer draperie.

 - Klaar? vroegen Marie en Lili Verstraeten, uit de kamer komende, waar de estrade was opgeslagen: een geheimzinnige verhevenheid, als uitgewischt in een halfduister.

Klaar! antwoordde Paul. En nu, alsjeblieft kalmte! vervolgde hij, terwijl hij zijn stem verhief en gebiedend in het rond zag.

De vermaning was noodig. De drie jongens, de vijf meiden, welke als kameniers dienst deden, liepen in het, met allerlei accessoires opgevulde, vertrek elkaâr in den weg, lachende, gillende, de grootste wanorde veroorzakend. Te vergeefs poogde Lili een gouden bordpapieren lier uit de handen te redden van den twaalfjarigen zoon des huizes, terwijl de beide bengels van neven op het punt waren tegen een groot wit kruis aan te klimmen, dat, in een hoek der kamer geplaatst, onder hun aanvallen reeds wankelde.“

 

  

 930211-938fc1c76a16add7401d13059627b468.jpg

Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)

Standbeeld op het Lange Voorhout, Den Haag

 

 

 

 

De joods-Amerikaanse schrijver Saul Bellow werd geboren op 10 juni 1915 te Lachine, een voorstad van Montreal. Zie ook mijn blog van 10 juni 2010 en alle tags voor Saul Bellow op dit blog.

 

Uit: The Adventures of Augie March

 

“I am an American, Chicago born—Chicago, that somber city—and go at things as I have taught myself, freestyle, and will make the record in my own way: first to knock, first admitted; sometimes an innocent knock, sometimes a not so innocent. But a man’s character is his fate, says Heraclitus, and in the end there isn’t any way to disguise the nature of the knocks by acoustical work on the door or gloving the knuckles.

Everybody knows there is no fineness or accuracy of suppression; if you hold down one thing you hold down the adjoining.

My own parents were not much to me, though I cared for my mother. She was simple-minded, and what I learned from her was not what she taught, but on the order of object lessons. She didn’t have much to teach, poor woman. My brothers and I loved her. I speak for them both; for the elder it is safe enough; for the younger one, Georgie, I have to answer—he was born an idiot—but I’m in no need to guess, for he had a song he sang as he ran dragfooted with his stiff idiot’s trot, up and down along the curl-wired fence in the backyard:

 

 

 Georgie Mahchy, Augie, Simey

 Winnie Mahchy, evwy, evwy love Mama.

 

He was right about everyone save Winnie, Grandma Lausch’s poodle, a pursy old overfed dog. Mama was Winnie’s servant, as she was Grandma Lausch’s. Loud-breathing and wind-breaking, she lay near the old lady’s stool on a cushion embroidered with a Berber aiming a rifle at a lion. She was personally Grandma’s, belonged to her suite; the rest of us were the governed, and especially Mama. Mama passed the dog’s dish to Grandma, and Winnie received her food at the old lady’s feet from the old lady’s hands. These hands and feet were small; she wore a shriveled sort of lisle on her legs and her slippers were gray—ah, the gray of that felt, the gray despotic to souls—with pink ribbons. Mama, however, had large feet, and around the house she wore men’s shoes, usually without strings, and a dusting or mobcap like somebody’s fanciful cotton effigy of the form of the brain.”

 

 

 930211-a7953b549c744adaa47ee7f81203d076.jpg

Saul Bellow (10 juni 1915 - 5 april 2005)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 juni 2010 en alle tags voor Mensje van Keulen op dit blog.

 

 

De dromenman

 

Kijk, daar zit de dromenman,

de dromenman uit dromenland.

Hij schommelt in zijn dromenstoel

daar ginder op het dromenstrand.

Hij vult zijn pen met dromeninkt

en schrijft zijn dromen in de lucht,

en al die dromen blaast hij dan

stil verder op hun dromenvlucht

over de zee, de dromenzee...

Als je in slaap valt, droom je mee...

 

Over de zee, de dromenzee

glijden de dromen op de wind.

Ze fladderen wat en fluisteren zacht

en zoeken een slapend dromenkind.

Maar soms verschijnt de dromenstorm:

hij raast de woorden uit elkaar

en maakt de dromen o zo naar ...

Een schim die langs je kamer waart,

een bloeddoorlopen oog dat staart,

een hand die krast over de ruit,

een olifant zonder zijn snuit ...

O dromenman, haal me eruit!

 

Kijk, daar zit de dromenman,

hij zucht en heft zijn dromenhand.

Hij breekt de boze dromen af

en brengt ze terug naar dromenland.

Hij stopt ze in zijn dromeninkt

en schrijft er nieuwe dromen mee

en blaast ze zachtjes voor zich heen

over de zee, de dromenzee ...

En droomt hij vaak, de dromenman?

Nee, nooit, hij droomt nooit ergens van,

omdat hij zelf niet slapen kan ...

 

 

 

 930211-9bd3330f71cc32a3c4bb872dd5a5ecf9.jpg

Mensje van Keulen (Den Haag, 10 juni 1946)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook mijn blog van 10 juni 2010 en alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

 

Uit: Baltische zielen

 

“Buitengaats waren de zeelieden best gezelschap. Van de Dollard tot de Sont had ik gesmuld van de storm- en rampspoedverhalen waarmee Huig, Melle en Aristides de maaltijden lardeerden. Maar met vaste grond onder de voeten leken ze me ruwe klanten.
We zouden naar Oulu varen, de noordelijkste haven van Finland; ik als passagier. Zout brengen, houtpulp halen. Maar het ruim werd door de bevrachter afgekeurd, het was te vuil voor keukenzout.
Na een etmaal wachten in de haven van Emden kreeg de kustvaarder een andere bestemming: Pärnu in Estland. Ik kende dat land slechts uit het rijtje dat we vroeger op school leerden – Estland, Letland en Litouwen. Het klonk als een opdreunvers en je vergat het nooit meer.
Aristides, de Kaapverdiaanse kok, die al een eeuwigheid voor Nederlandse rederijen op het noorden voer, had Estland al eens eerder aangedaan. Het maakte toen nog deel uit van het Sovjetimperium. Bij de valreep werd een politieagent geposteerd, net zoals bij de voorste en de achterste tros. De drie potige Russinnen vroegen om een stoel en riepen in het Nederlands: ‘Kokkie, eten.’ Die woorden kenden ze in iedere taal. Hij gaf de dames goed te schaften. Toen riepen ze: ‘Kokkie, neuken.’ Die woorden kenden ze ook in iedere taal.
Vier dagen later kwam de kust van Koerland in zicht. De duinen waren zo wit dat ik ze voor krijtrotsen hield. Meer naar het oosten werd het strand een brede streep die oogverblindend oplichtte. Onder het eiland Saaremaa koos het schip de engte die toegang geeft tot de Golf van Riga. Er verschenen naaldbossen aan de einder, smeulend in het laatste licht.
De kapitein, oud en voorzichtig, zette Huig, Melle en mij op de uitkijk. Volgens Huig leed hij aan aderverkalking; in geen eeuwigheid had een kapitein hem meer opgedragen met het blote oog naar de zee te turen. Sinds de ontdekking van de radiogolf vertrouwde de man aan het roer op de radar. Maar op de zeekaart had de kapitein zoveel uitroeptekens zien staan dat hij het benauwd had gekregen. Het barstte in de Golf van Riga van de mijnenvelden. Die waren door de Sovjets uitgezet toen de Golf nog een verboden vaarwater was voor buitenlandse schepen. De mijnen waren nooit opgeruimd.“

 

 

 930211-1b210eb29842a3a1090e30b498579dec.jpg

Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)



Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Oktay Rifat, Peter Kurzeck, Ion Creanga, Antun Mihanović, Marcus Roloff

De Turkse dichter Oktay Rifat werd geboren op 10 juni 1914 in Trabzon. Zie ook mijn blog van 10 juni 2007 en ook mijn blog van 10 juni 2008.en ook mijn blog van 10 juni 2009 ook mijn blog van 10 juni 2010

 

 

Das Brot und die Sterne

 

Mein Brot auf dem Knie,

Die Sterne ferne, ganz ferne.

Die Sterne betrachtend ess ich mein Brot.

Ich bin versunken, dass ich wohl auch

Mich manchmal irre und statt des Brots

Sterne verzehre.

 

 

Vertaald door Prof. Annemarie Schimmel

 

 

 

BOYS

 

He died, he doesn't know that he is

    dead.

His hands are at his sides, they'll carry

    him away,

He cannot say: 'I will not go'.

He couldn't taste the sweets and cakes,

He couldn't even thank the friends

Who carried off his coffin.

Ah, his death is not like someone else's!

 

 

 

THANKSGIVING

 

I must give thanks

To my boots and my coat.

I must give thanks to the falling snow

To today, to this joy...

Thanks for having trodden the snow

Thanks to the sky and the earth

To the stars whose names I don't know-

Praise be to water and fire!

 

 

 

Vertaald door Bernard Lewis

 

 

 

 930201-b2ec37e962f0ef8956fa1e7df742ab96.jpg

Oktay Rifat (10 juni 1914 – 10 april 1988)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Peter Kurzeck werd geboren op 10 juni 1943 in Tachau, Bohemen. Zie ook mijn blog van 10 juni 2009 en ook mijn blog van 10 juni 2010

 

Uit: Vorabend

 

“Aus dem Kinderladen heim und unterwegs schon zu schreiben anfangen. Im Gehen, im Kopf schon die ersten Sätze und daheim dann gleich weiter. Den ganzen Vormittag schreiben. Und weit in den Mittag hinein. Wenn ich schreibe, ist immer jetzt! Und die Nachmittage mit Sibylle und Carina. Immer schon in Gedanken so viel mit Sibylle und wenn sie dann wirklich da ist, kommt mir vor, als hätte ich ihr längst alles gesagt. Vielleicht schon öfter sogar? Oder doch nur in Gedanken?“

(...)

 

„Die Zeit, sagte ich, vielleicht darf man nur leise sprechen von der Zeit! Manchmal bleibt die Zeit eine Weile stehen. Man merkt es immer erst mittendrin. Hat ein Einsehen also, sagt man sich. Ab jetzt vielleicht öfter? Da ruckt sie auch schon wieder an und muss sich gleich umso mehr beeilen. Stand sie wirklich still? Oder ein Irrtum? Dass einem vorkommt, es hätte einem so vorkommen können? Und jetzt muss man auf das nächste Mal warten, falls es ein nächstes Mal gibt. Die Zeit ruckt. Man kriegt einen Schreck, sagte ich.“

 

 

 930201-f0a417e00b88c9daeade6b9cd909b388.jpg

Peter Kurzeck (Tachau, 10 juni 1943)

 

 

 

 

De Roemeense schrijver Ion Creanga werd geboren op 10 juni 1839 in Humuleşti. Zie ook mijn blog van 10 juni 2009 en ook mijn blog van 10 juni 2010

 

Uit: Memories of My Boyhood (Vertaald door Ana Cartianu en R.C. Johnston)

 

„Now the brightest schoolchild was the priest's own little Smaranda, a mischievous, high-spirited girl, quick-witted and so active that she used to put all the boys to shame in both learning and pranks. However, the priest came to the school almost every day and he saw how things were going. And one fine day it happened that he came to the school carrying a new, long bench. Having enquired of the dominie how we were each getting on, he reflected for a little while, then named the bench Dapple-Grey and left it behind in the school.

Another day, the priest came again into the school, with old Fotea, who used to make sheepskin coats for the village, and who brought a dear little tawse made of leather thongs, all beautifully plaited, as a gift for the new school. The clergyman named it St. Nicholas, after the patron saint of Humuleşti. Then he invited old Fotea, when he came across some good pieces of leather, to make another one from time to time, if possible somewhat thicker and stronger. At that Master Vasile smiled and we schoolchildren stood staring at one another. Then the priest laid down the law and said that there should be revision every Saturday for all the boys and girls, in other words that the dominie should examine each and every one in what had been learned during the week; for each mistake made a stroke should be scored in charcoal on a slate or something and eventually every mistake should bring down a blow from St. Nicholas upon the offending child.“

 

 

930201-d850929626c2f04db4be188beb4f0f51.jpg
Ion Creanga (10 juni 1839 – 31 december 1889)

 

 

 

 

De Kroatische dichter en diplomaat Antun Mihanović werd geboren in Zagreb op 10 juni 1796. Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 10 juni 2007.

 

 

Our Beautiful Homeland

 

Our beautiful homeland,
O so fearless and gracious.
Our fathers' ancient glory,
May you be blessed forever.

 

Dear, you are our only glory,
Dear, you are our only one,
Dear, we love your plains,
Dear, we love your mountains.

 

Sava, Drava, keep on flowing,
Danube, do not lose your vigour,
Deep blue sea, tell the world,
That a Croat loves his homeland.

 

Whilst his fields are kissed by sunshine,
Whilst his oaks are whipped by wild winds,
Whilst his dear ones go to heaven,
Whilst his live heart beats.

 

 

930201-c19f850579f6c25f474a77c388ef669c.jpg
Antun Mihanović (10 juni 1798 – 14 november 1861)

Monument in Klanjec

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Duitse dichter en schrijver.Marcus Roloff werd geboren in 1973 in Neubrandenburg. Hij studeerde moderne Duitse literatuur, filosofie en culturele studies aan de Humboldt Universiteit in Berlijn. In 1997 verscheen zijn eerste gedichtenbundel “Herbstkläger”. Sindsdien verschijnen gedichten en korte verhalen in verschillende literaire tijdschriften en bloemlezingen, waaronder het Jahrbuch der Lyrik  In het najaar van 2010 publiceerde hij een derde dichtbundel met de titel “Im toten Winkel des goldenen Schnitts”

 

herbstlesen

 

rötlich zerfledderte landschaft
eben noch strotzgärten voller äpfel
von gestern (vermoster irgendwie) ich
solle präzis sein. du sage ich

wir (beide) wissen den herbst zu
nehmen jedes jahr kommt es noch dicker
fast ist es so dass ich (je älter
ich werde) den eindruck gewinne

es handele sich vergleichsweise
um ein kurkonzert (nebensaison) z.b.
abblätternden lack. die zuordnung
fällt mir zunehmend schwer (buckow

oder hamburg oder …) von mir aus
& schiller sagst du hätte schon aus
prinzip den abgekauten apfel von einst
in der schublade liegen gehabt.

 

 

 

930201-d4106eda840f07ac76f0d6c606b1ef33.jpg
Marcus
Roloff (Neubrandenburg, 1973)

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Jacques Perk

De Nederlandse dichter Jacques Fabrice Herman Perk werd geboren in Dordrecht op 10 juni 1859. Jacques Perk was de zoon van een dominee, zijn tante Betsy Perk was een actief voorvechtster voor de rechten van de vrouw. Zijn vader had een grote literaire belangstelling en veel contacten in letterkundige kringen. Nadat het gezin in 1872 van Breda naar Amsterdam is verhuisde, volgde Perk de HBS. In 1878 ging hij voor het Algemeen Handelsblad werken. In die tijd schreef hij zijn eerste gedichten opgedragen aan zijn jeugdliefde Marie Champury, de dochter van zijn leraar Frans. Nadat een poging aan te monsteren op een schip, ging de zeer romantisch aangelegde Perk zich richten op de literatuur. Hij bestudeerde het werk van buitenlandse voorbeelden als Petrarca, Shakespeare en Goethe. In 1880 ging hij rechten studeren en ontmoette hij Willem Kloos met wie een intense vriendschap ontstond. Hij had toen al Mathilde, een sonnettenkrans geschreven naar aanleiding van een kortstondige ontmoeting tijdens een vakantie in de Belgische Ardennen met Mathilde Thomas. De vriendschap met Kloos inspireertdehem tot Verzen aan een vriend. Samen maakten ze een reis naar Brussel en Laroche. In zijn laatste levensjaar werd Perk opnieuw verliefd, dit keer op de al verloofde Joanna Blancke. Aan haar droeg hij zijn gedicht Iris op. Perk overleed al op 22-jarige leeftijd door een longaandoening, na een kort ziekbed.

 

 

Verzen voor een vriend

 

Mijn ziel gelijkt de blijde zomerdag
Die mij op deze lentedag doortrilt.
'k Gevoel mij als het wuivend windje mild
En om mijn lippen speelt een lentelach.

't Is me of ik nooit de zwarte ellende zag
En in mij jubelt weeldrig en wild
Een vogelkoor dat door zijn zangen stilt
De weemoed, die mij eer te kwellen plach.

Eens had ik oog en oor slechts voor het leed
En woest doorvlamde mij de droefenis
Die knagend zich in 't lachend harte vreet.

O wonder, vriend! dat me eenmaal schreien deed,
Hetgeen thans moeder mijner blijdschap is:
Jeugd, liefde, leven, vriendschap, zonde, zweet.

 

 

 

Aan Mathilde

Wanneer de moeder van het licht weêr licht,
En voor heur goud den zwarten mist doet wijken,
Dan laat ze ‘er stralen langs de bloemen strijken,
En dankbaar doet elk bloemeke zijn plicht.

Zoodra de bloem de lieve zon ziet prijken,
Dan wolkt ze wierook op in wolken dicht,
En geurenmoeder wordt het moederlicht…
Ik moet, Mathilde, u aan de zon gelijken!

Gij zijt de moeder van deez’ liederkrans:
Gij hebt dien met uw zonneblik geschapen
In ’t zwarte hart; zoo ’t glanst, ’t is door úw glans.

Met uwe bloemen krans ik u de slapen,
Uw eigen schepping leg ik om uw hoofd;
Zoo zij uw naam voor eeuwiglijk geloofd!

 

 


Aan de sonetten

 

Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,

Gij, kindren van de rustige gedachte I

De ware vrijheid luistert naar de wetten:

Hij stelt de wet, die uwe wetten achtte:

 

Naar eigen hand de vrije taal te zetten

Is eedle kunst, geen grens, die haar ontkrachtte:

Beperking moet vemuft en vinding wetten;

Tot heerschen is, wie zich beheerscht, bij machte : -

 

De geest in enge grenzen ingetogen,

Schijnt krachtig als de popel op te schieten,

En de aard' te boren en den blauwen hoogen:

 

Een zee van Iiefde in droppen uit te gieten,

Zacht, een voor een - ziedaar mijn heerlijk pogen . . . .

Sonnetten, klinkt I U dichten was genieten. -

 

 

 1158759-5a15c597a424c98ce8dfaaa2f2936acf.jpg

Jacques Perk (10 juni 1859 -1 november 1881)

Portret door Johan Heinrich Neuman, 1882
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Maarten Doorman, Xander Michiel Beute, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Bertha von Suttner

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

 

Het verleden en de jeugd

 

Het verleden en de jeugd
nu eindelijk afgelegd.
De toekomst evenredig
bijgesteld. Zal ik dan maar
beginnen
te leven? Je haalt je een verhaal
in je hoofd waarin geloofd wordt, en dat
in de tegenwoordige tijd verteld.
Ten slotte is het allemaal
net echt.
Inademen, uitademen,
hinderlijk eenvoudig, een autonome
zenuwtrek. Dat heb ik toch maar
geleerd. Als je het laat
ben je gek.

 

 

 

Kap

 

Ze braken het bos
af: boom voor boom
gingen ze tegen de grond,
de dennen.

Zo klein als ik was
keek ik plotseling
doodgewoon over hen heen.

In het nieuwe licht rezen
wijken op, wegen kwamen
en gingen overal naar toe.

Die sloeg ik dan ook in.
De bomen achterna.

 

 

 

 929466-63d75971a5d9ce981ae4eb53c10f2b21.jpg

Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Xander Michiel Beute werd geboren in 9 juni 1975 te Gouda. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2008 en ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

Uit: Nachtvoorstelling

 

“Het is mooi geweest voor vannacht. Een paar bier, een paar goede gesprekken, het is één uur. Ik ga naar huis.
Terwijl ik naar mijn fiets loop, probeer ik de knoopjes van mijn overhemd dicht te knopen. Het lukt me niet om het juiste knoopje bij het juiste gaatje te krijgen. Dan maar m’n mouwen afstropen. ’Dag Maarten,’ Mensen roepen. Ze fietsen lachend, wankelend en zingend voorbij. Het is buiten niet anders dan binnen in het café, je hebt hier op de Markt alleen wat meer bewegingsruimte. Iemand springt op mijn rug. Misschien een vriend die op zijn eigen manier gedag wil zeggen. Hij is zwaar. Kut. Mijn knieën begeven het bijna onder het gewicht op mijn rug. 1k probeer door te lopen, maar houd het niet meer. Toch lopen we door, het gewicht op mijn rug duwt me vooruit. ‘Hé, kap even!’ Ik wil me omdraaien, we doen nog twee passen, het lukt niet. De greep om mijn schouders is te stevig. Weer twee stappen, steeds sneller gaan we vooruit. Het zijn minstens twee mannen. Ik voel handen hard duwend in mijn rug, iemand anders heeft zijn arm om mijn nek. Ik hap naar adem. Iemand gilt. Mijn lichaam valt voorover, mijn benen kunnen het nog maar net bijhouden. Ik val hard... struikel over m’n benen. Mijn kop klapt tegen de ijzeren paal... een harde steek knijpt mijn keel dicht, rn’n hoofd slaat terug achterover. Mijn benen begeven het. Ik donder op de grond... lig met mijn kop op de keien. De voegen, het zand tussen de keien, het draait in snelle rondjes. Plof. Mijn hoofd ligt stil. Heel even maar, Mijn wang op de stenen, niet eens zo koud. Het stadhuis staat op z’n kant, raar gezicht. Ik voel iets kloppen achterin mijn hoofd.“

 

 

 929466-63b8ba2cf91839bf7eb051a194300281.jpg

Xander Michiel Beute (Gouda, 9 juni 1975)

 

 

 


De Duitse dichter, schrijver en vertaler
Mirko Bonné werd op 9 Juni 1965 in Tegernsee / Oberbayern geboren. Zie ook mijn blog van 9 juni 2010 en eveneens alle tags voor Mirko Bonné op dit blog.

 

Uit: Der eiskalte Himmel

 

“Vincent kommt aus dem Zelt. Gesättigt von einer Phantompastete, schleppt er seinen Wanst voller Wind zu unserer kleinen Bootswerft hinüber. Dort ist sein Freund und väterlicher Tröster Chippy McNeish mit der Pfeife im Mundwinkel dabei, das Dingi zu kalfatern. Und dort lehnt sein Handlanger und Prügelknabe Stevenson an der aufgebockten DUDLEY DOCKER und schwingt seine Reden, denen nur der spindeldürre Schiffstiger zuhört. Mrs. Chippy aber kann es gleichgültig sein, wer sich großtut vor ihr, solange er nur einen Happen Robbe für sie hat. Ich warte, bis Vincent unter seinesgleichen ist, dann schlendere ich zurück zum Zelt und mache es John Balleny und mir bequem auf meiner Schmelzwassermatte.
Bakewell: »Kennt jemand von euch Donuts?«
Hussey: »Klar! Wo denkst du hin!«
Bakewell: »Sind ganz einfach zu machen. Ich mag sie am liebsten kalt und mit Erdbeermarmelade bestrichen.«
Wordie: »Erdbeermarmelade, nee, dazu hätte ich gern ein Omelett.«
Es ist ein gewöhnlicher Morgen im Lager der Geduld, dieser Morgen, an dem ich zum ersten Mal den Namen von Ballenys Schiffsjungen lese: Er hieß nicht Vincent, sondern, ausgerechnet, Smith, was aber noch nichts heißen will.
Doch es ist auch der Morgen, an dem für uns alle die Zeit stehen bleibt. An diesem 21. November 1915, dem 301. Tag, seit uns das Packeis vor Antarktikas Küste einschloss, sinkt die ENDURANCE.
Der Sommer ist zurück. Die Wärme lässt das Eis schmelzen, und wo seine dünn und dünner geriebenen Schollen zerbrechen, kommt lakritzschwarz das Wasser zum Vorschein. Seit Wochen hat Shackleton dem Moment entgegengefiebert, in dem die Eiszangen aufgehen und die Klammer, die unser Schiff zerdrückt hat, das Wrack loslässt. Als es so weit ist, steht er allein auf dem Turm, und sein gellender Ruf ist zugleich Klageschrei und Kommando, wir sollen alles stehen und liegen lassen, aus den Zelten kommen und nach Süden schauen.
»Sie sinkt! Sie sinkt!«

 

 929466-28abfdefc6bc3238c873cf5e35dbf967.jpg

Mirko Bonné (Tegernsee, 9 juni 1965)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver van Duitse afkomst Curzio Malaparte (pseudoniem van Kurt Erich Suckert) werd geboren in Prato Toscane, 9 juni 1898. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2008 en ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

Uit: Die Haut (La Pelle, vertaald door Hellmut Ludwig)

 

“Während ich neben Colonel Hamilton einherging, kam ich mir in meiner englischen Uniform erstaunlich lächerlich vor. Die Uniformen des italienischen Befreiungskorps waren alte englische khakifarbene Monturen, die vom britischen Oberkommando an Marschall Badoglio geliefert und intensivgrün, eidechsenfarben, umgefärbt worden waren, wohl um die Blutflecken und Durchschüsse zu überdecken. Es waren tatsächlich Uniformen, die man den vor El Alamein und Tobruk gefallenen britischen Soldaten abgenommen hatte. An meiner Jacke waren die Löcher von drei Maschinengewehr-Durchschüssen zu sehen. Mein Netzhemd, meine Bluse, meine Unterhose waren blutbefleckt. Selbst meine Schuhe stammten von der Leiche eines englischen Soldaten. Als ich sie das erstemal anzog, verspürte ich unter der Fußsohle ein Stechen. Ich dachte anfangs, daß sich im Schuh ein Stückchen Knochen des Toten festgesetzt habe. Es war ein Nagel. Es wäre wohl besser gewesen, wenn es sich wirklich um ein Stückchen Knochen des Gefallenen gehandelt hätte; es wäre viel leichter für mich gewesen, ihn zu entfernen. Ich brauchte eine halbe Stunde, um eine Zange aufzutreiben und den Nagel herauszuziehen. Man kann es nicht anders behaupten: Er hatte für uns wirklich gut geendet, dieser unsinnige Krieg. Er konnte sicherlich nicht besser enden. Unser Selbstgefühl als besiegte Soldaten war gerettet: Nunmehr kämpften wir an der Seite der Alliierten, um mit ihnen zusammen ihren Krieg zu gewinnen, nachdem wir den unseren verloren hatten; es war deshalb nur natürlich, daß wir in die Uniformen der von uns getöteten alliierten Soldaten gekleidet waren.”

 

 

 929466-99f4b95ca043fa172fec60c676fb6eff.jpg

Curzio Malaparte (9 juni 1898 – 19 juli 1957)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Webb werd geboren op 9 juni 1939 in San Francisco. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

Uit: The Graduate

 

"Well here he is himself," Mrs. Carlson said. She wrapped her arms around Benjamin and hugged him. "Ben?" she said, patting one of his shoulders, "I hope you won't be embarrassed if I tell you I'm just awfully proud to know you."

"I won't," Benjamin said. "But I have some things on my mind at the moment and I'm -- "

"Here's something for you," Mr. Carlson said. He handed Benjamin a bottle wrapped with a red ribbon. "I hope they taught you to hold your liquor back there." He threw his arm around Benjamin's shoulder and swept him back inside the house.

Benjamin ducked under his arm and set the bottle of liquor beside the door. "Look," he said. "Could you please let me go for my walk!"

"What?"

"I'm sorry not to be more sociable," Benjamin said. "I appreciate everybody coming over but -- "

"Now Ben," Mrs. Carlson said as her husband removed her coat, "I want you to tell me all about this prize you won. It was for teaching, wasn't it?"

Benjamin grabbed the doorknob but before he could turn it his father appeared beside him and put his arm around him. "Let's get you fixed up with a drink," he said.

"Dad?"

"Come on, Ben," his father said quietly. "You're making kind of a scene here."

"Then let me out!"

"Here we go," Mr. Braddock said. He began leading him away from the door.

"All right!" Benjamin said. He walked ahead of his father and into the living room, shaking his head.

"Well Benjamin," a woman said.“

 

 

 

929466-41dd3b8263e472c711eb12d9fbb2ec07.jpg
Charles Webb (San Francisco, 9 juni 1939)

Benjamin (Justin Hoffman) en Mrs Robinson (Anne Bancroft) in de film The Graduate uit 1967.

 

 

 


De Oostenrijkse schrijfster en pacifiste
Bertha Sophie Felicitas Barones von Suttner werd geboren op  9 juni 1843 in Praag. Zie ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

Uit: Memoiren

 

„Ja Verzweiflung: daß es so großen Kummer geben könne auf der Welt und daß darüber die Welt nicht einstürzt, das war mir vermutlich unfaßbar. Endlich legte sich das wilde Schluchzen – ich wurde ins »Winkerl«, d.h. in eine Ecke gestellt und mußte um Verzeihung bitten – die so tief Beleidigte auch noch um Verzeihung bitten! Aber ich tat's, ich war zwar unglücklich, tiefunglücklich, aber gebändigt. Heute weiß ich nicht mehr, warum dieser Vorfall sich mir so tief in die Seele prägte; war es die verletzte Eitelkeit wegen des entzückenden Kleides oder das verletzte Ehrgefühl wegen des Disziplinarverfahrens? Wahrscheinlich beides.

Noch ein Bild ist mir eingeprägt. O, ich muß ein sehr eitler, vergnügungssüchtiger Fratz gewesen sein! Meine Mutter kommt ins Kinderzimmer; sie trägt ein schönes Kleid, wie ich es noch nie an ihr gesehen habe, und Schmuck auf dem bloßen Hals: Mama geht auf den Ball, und man erklärt mir, daß dies ein Fest ist, wo alle so schön angezogen sind und in ganz hellen Räumen tanzen. Ich will mitgenommen werden, will auch auf den Ball. »Ja, mein Wursterl geht auch auf den Ball.« Ich juble. – »Nämlich auf den Federnball.« Damit küßt mich die schöne Mama und geht. »So,« sagt Babette, »jetzt wollen wir uns zum Federnball bereitmachen.« Und sie beginnt mich zu entkleiden, was ich mit freudiger Erwartung geschehen lasse. Als ich aber, statt weiter geschmückt zu werden, ins Bett gebracht werde und erfahre, daß dies der Federnball sei, da breche ich in wildes Schluchzen aus, getäuscht, gekränkt, gedemütigt.“

 

 

 929466-e52870b7f0ed658e10430586ae44a605.jpg

Bertha von Suttner (9 juni 1843 - 21 juni 1914)

10 Euro Herdenkingsmunt


Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

Jurij Brězan, Willy Roggeman, José Antonio Ramos Sucre, Rudolf Borchardt, Akaki Zereteli, John Gillespie Magee jr.

De Sorbische schrijver Jurij Brězan werd geboren in Räckelwitz op 9 juni 1916. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

Uit: Ohne Paß und Zoll. Aus meinem Schreiberleben

 

„Da erhob sich im Präsidium ein hochgewachsener, vornehm und schön anzusehender Mann etwa meines Alters, trat zum redenden Arnold Zweig und flüsterte ihm etwas zu. Zweig unterbrach sich im Unbewußten, richtete seine stark bebrillten Augen etwa in meine Richtung und sagte mit seiner hohen, schon leicht angegreisten Stimme: 'Kollege Hermlin sagte mir soeben, unser Freund Bertolt Brecht sei eingetroffen. Wir bitten ihn, seinen Platz im Präsidium einzunehmen.' Alle applaudierten, ich auch, nur mein Landarbeiter nicht. Er strich sich über seinen kurzgeschorenen Kopf, setzte sich langsam in Bewegung und nahm, Zweigs Aufforderung entsprechend, 'seinen Platz im Präsidium ein'. ..."

 

 

929458-18f66f4255481e54b93de6c63982f8b8.jpg
Jurij Brězan (9 juni 1916 - 12 maart 2006)

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Willy Roggeman werd geboren in Ninove op 9 juni 1934. Zie ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

Uit: Cadenas

 

 

Hoeveel gaten werden in het canvas
van je lichaam gepriemd de dag dat ik
ons schaamteloos vogelvrij verklaarde?
Tijd- en pijnloos zat je kundig gespied
in het houten raam, huid van het raadsel
der lijfeigenschap die ik ons kraste,
diep onder klodders kleikleur en specie
van versteend misverstand. In algebra,
je dagelijks in het oor geschreven,
hing van pioenen het zomers woeste.

 

Röntgenfoto’s van mijn denken gaf ik
je te lezen tegen het schroeiend licht
van je verlangen in. De zon bedroog
bloedend de vlekken schaduw op het hart.
Steeds kleedde je het doorzichtig aan
met figuren toekomst, mathematisch.
In de gesponnen suiker van het web,
ergens spin en vlieg, verlamd door stilten
ruis op woord en teken, keken wij naast
de braakballen die droom ons toegooide.

 

 

 929458-b67625c312d8dda648d2baf9feb1369d.jpg

Willy Roggeman (Ninove, 9 juni 1934)

 

 

 

De Venezolaanse dichter, schrijver en geleerde José Antonio Ramos Sucre werd geboren op 9 juni 1890 in Cumaná. Zie ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

Uit: Life of the Damned (Vertaald door Cedar Sigo en Sara Bilandzija)

 

„I suffer from illustrious decline; I love pain, beauty & cruelty, above all the last which destroys a world abandoned to evil. I always imagine further pain, live wounds.

I saved the hard parts of childhood, the withered faces of my grandparents who died in this spacious house after a long illness. I recreate the scene of their burials which I witnessed pure & shocked.

Since then, mine is a critical unholy soul living on the battleground of human & godly powers, driven by a mania of questions. This insatiable curiosity brought academic triumph then a fleeting & corrupt life upon leaving the classroom. I hate especially my fellow men who inspire a fascist word within me. I confess that in the bored days of my youth my discordant & private nature resulted in drag out fights & drew forth a wit from the loosest women who frequent buildings of danger & deviation.

Unseduced by worldly pleasures, I returned by chance to solitude, much before the end of my youth. I withdrew to my native city, removed from progress, among the dead. Since then I have not left this mansion’s shadow. Behind the house flows a thin river of ink, saved from the light by a spot of trees, torn by a furious wind, born of the driest mountain. An oxen cart passes slowly across the deserted road in front of the house, in imitation of an Etruscan country scene.“

 

 

 929458-10c3cc21421c53610eee9081c27cf96c.jpg

José Antonio Ramos Sucre (9 juni 1890 – 13 juni 1930)

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Rudolf Borchardt werd geboren op 9 juni 1877 in Königsberg. Zie ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

 

Sonett auf sich selbst

 

Aus Sturm und Traum auffahrend, wo ich saß,
In einen Spiegel blickt ich heut hinein
Und wußte nicht von mir, und sah mit Pein
Das Anlitz meines Feindes aus dem Glas
Emporgesandt: von fleckiger Schatten Schein
Die Lippe überwildert, schien etwas
Dumpf hinzuknirschen zwischen Angst und Haß:
Ich sollt es sein; und möchte dies nicht sein!

Wir sind nicht, was wir sind; der Himmel, kaum
Vom Meer zu kennen, schleift mit Dunst beschwert
Und brütet Auswurf: aber gieße Traum
In deinen Becher; und mit Nordwind gärt
Die wundervolle See, und wildem Schaum,
Durch den das heilige Schiff mit Helden fährt.

 

 

929458-5e70162929d463d98c0c194b87ac7c05.jpg
Rudolf Borchardt (9 juni 1877 – 10 januari 1945)

 

 

 


De Georgische dichter, schrijver en politicus
Akaki Zereteli werd geboren op 9 juni 1840 in Schwitori. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en
ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 


Dawn

 

In pensive thought the Holy Mount

Upon the star of morn does gaze,

As o'er the valiant hero's grave

The star sheds soft and misty rays.

 

Here solemn silence reigns save that

The Mtkvari breathes in murmurs light;

The Mountain listens to the stream

As it hums to the sleeping knight.

 

Mtatsminda to its bosom folds

That tomb illustrious and grand,

And sends St. David fervent prayers

To shield fore'et his native land

 

O azure sky, O emerald earth,

I hasten to you, native strand;

I come, afflicted; ease my heart

That inly bleeds, O mother-land.

 

I stand entranced upon the Mount

And feel once more revived and whole.

My bosom swells, and then in song

I pour the worship of my soul.

 

Exiled from home I wandered on

And wept to live from you apart;

I yearned for you, to you made haste

With ardent soul and eager heart.

 

As I drew near, your sun and moon

Bid me glad welcome from on high;

The stars seemed conscious of my joy,

And shone the brighter in the sky.

 

O land of beauty and of song,

Your blossoms droop and withering sigh;

Restore them once again to life,

And dry the tears that blind the eye.

 

O azure sky, O emerald earth,

My one and only cherished land,

For your I live, for you I'll die,

For you I mourn, O native strand.

 

Protect and bless me - living, dead;

Refuse me not your sheltering care;

And when I die, of you I beg,

To heed and listen to my prayer:

 

Let me be buried in a grave

Upon your bosom, native strand,

With your green turf above my breast,

Beneath your skies, O mother-land.

 

 

 929458-d3171ca5345254dbc4797792c583a579.jpg

Akaki Zereteli (9 juni 1840 – 26 januari 1915)

 

 

 

 

De Brits-Amerikaanse dichter en piloot John Gillespie Magee jr. werd geboren op 9 juni 1922 in Shanghai. Zie ook mijn blog van 9 juni 2007 en ook mijn blog van 9 juni 2009 en ook mijn blog van 9 juni 2010.

 

 

Per Ardua

 

 (To those who gave their lives to England during the Battle of Britain and left such a shining example to us who follow, these lines are dedicated.)

 

 "They that have climbed the white mists of the morning;

They that have soared, before the world's awake,

To herald up their foeman to them, scorning

The thin dawn's rest their weary folk might take;

 

 Some that have left other mouths to tell the story

Of high, blue battle, quite young limbs that bled,

How they had thundered up the clouds to glory,

Or fallen to an English field stained red.

 

 Because my faltering feet would fail I find them

Laughing beside me, steadying the hand

That seeks their deadly courage – Yet behind them

The cold light dies in that once brilliant Land ....

 

 Do these, who help the quickened pulse run slowly,

Whose stern, remembered image cools the brow,

Till the far dawn of Victory, know only

Night's darkness, and Valhalla's silence now?"

 

 

 929458-f94050ec5a6e4fe6578bbe0745792af1.jpg

John Gillespie Magee jr. (9 juni 1922 – 11 december 1941)

Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten