Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 september 2011 tot 9 september 2011

C. O. Jellema, Edward Upward, Cesare Pavese, Hana Androníková

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

 

November

 

Geen mens gezien vandaag, wel
waren de novemberluchten hier weer
spectaculair, plakkaatverfwolken
zwart met kieren felle zon als
laserstralen de vuilwollen schapen
wittend op he hardgroen gras,
de Kunst der Fuge opgezet, Tatjana
Nikolajeva op de coverfoto net een
oude pianojuf die voorspeelt hoe,
aan grootmoeder, stokdoof, ze hield
de hoorn aan haar oor, stak mij
de toeter toe, vertel me wat, het kind
dat -ik- haar kamer binnenkwam
en niets opeens had te vertellen,
daar doet ze me aan denken, had,
als je was langsgekomen, ik
zoiets verteld of zouden wij
de diepte in gedoken zijn, essenties
in het gesprek al formulerend hebben
blootgelegd, omvangt denk ik wel eens
hetgeen uit zicht verdween, al wat
ooit heeft geleefd, een eindeloos
en telescopisch onbespied geheugen
als ruimte waarin het heelal uitdijt,
de megabytes van wie we noemen God,
dat jij zo denkt zit in je genen
zeg je misschien, is niet dood,
voor dove oren zwijgt een kind en denkt
aan stekelbaarsjes in de gracht,
gedachten lijken ook toch op muziek,
zo'n fuga van gemis met contrapunt
van toen je niet besefte hoe je leefde, wel
die kleine kunst verstond en in
kon slapen met de visjes ademhappend
in een weckfles naast je bed, de band
raakt zo wel vol vrees ik, toch goed
dat je je antwoordapparaat hebt
aangezet, haast of je me nu hoort,
ik was nog wakker, zie je, met die storm
om huis, ik houd niet van november, niet
van nachten op

 

 

 

Muggen

 

Vragen gelieven zich af: voegt onze liefde
iets toe aan de liefde? - zo houdt

de vrucht van een schoot het danige
doodgaan in stand -

Iets verdroomt zich in ons,
iets wil het lukraak, iets
overleeft het, zoals

boven vannacht gevallen, nu
in de middagzon smeltende sneeuw

die wolk
dansende muggen,

een beeld maar, lichter
dan lichaam kan zijn.

 

 

 

 990633-ed1aac374584a23b4679e445f8514ac6.jpg

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

Portret door Jacqueline Kasemier, 1993

 

 

 

 

De Engelse schrijver Edward Falaise Upward werd geboren in Romford op 9 september 1903. Zie ook mijn blog van 9 september 2010

 

Uit: No Home But the Struggle

 

„I have arrived home for good at last. There will never again be a morning now when I shall say to myself here: ‘Tomorrow the guillotine descends. Tomorrow I must return to London and to my job as a teacher.’ Until I die or until I am kept in bed by a serious illness I shall be able every day after breakfast to come into this pleasant white and yellow room which is still called the ‘drawing-room’ both by me and Elsie just as it was by my parents before us and my grandparents before them; I shall be

able to look through the large panes of the French window at the verandah and the lawn and the flint wall beneath the holly tree where on fine days an oblong of sunlight is reflected as now from one of the other windows of this house, or to sit out on the verandah in spring and autumn when the weather is neither too cool nor too warm; and every day I shall be free to write poetry. But in spite of my having retired from teaching more than a month ago I still can’t easily believe that the life I have always wanted to live has become fully possible for me at last. I don’t seem even to have convinced myself absolutely that I am not due back in London for the beginning of the Easter term. At nights I still dream fairly often that I am in school, though the type of nightmare I’ve had recently hasn’t been quite as bad as the type I recurrently had during my years of teaching: then, long after I’d ‘matured’ as a teacher and did not have serious ‘disciplinary’ difficulties any more, I used to dream I was standing powerless poetically there was something consoling and pleasurable about it, and this was so also whenever in the following week before the end of the summer holidays the thought of her caused me to in the middle of a crowd of boys who had got outrageously out of control; whereas during the past few weeks I’ve dreamt three or four times that I am hurriedly going up a concrete staircase to take a class I am disgracefully late for, and when I eventually reach the classroom I find there are no boys in it – or only a few, who drift out as soon as I begin to speak to them. Perhaps I must expect such lesser nightmares for a while yet after more than thirty years in a job which, however honourable and necessary it may be, cannot in present conditions be without heavy strain even for teachers far more capable than I ever was.“

 

 

990633-4794f8cb0a0cf491a1e284c13f5f8005.jpg
Edward Upward (9 september 1903 - 13 februari 2009)

In de jaren 1930 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Cesare Pavese werd geboren in Santo Stefano Belbo op 9 september 1908. Zie ook mijn blog van 9 september 2007 en ook mijn blog van 9 september 2008 en ook mijn blog van 9 september 2009 en ook mijn blog van 9 september 2010

 

 

Deola's Return

 

I'll turn round in the street and look at the passers-by,

I'll be a passer-by myself. I'll learn

how to get up and lay aside the horror

of night and go out walking as I used to.

I'll apply my mind to work for a time,

I'll go back there, by the window, smoking

and relaxed. But my eyes will be the same,

my gestures too, and my face. That empty secret

that lingers in my body and dulls my gaze

will die slowly to the rhythm of the blood

where everything vanishes.

 

                          I'll go out one morning,

I won't have a house any more, I'll go out in the street;

the night's horror will have left me;

I'll be frightened of being alone. But I'll want to be alone.

I'll look at passers-by with the dead smile

of someone who's beaten, but doesn't hate or cry out,

for I know that since ancient times fate -

all that you've been or will ever be - is in the blood,

in the murmur of the blood. I'll wrinkle my brows

alone, in the middle of the street, listening for an echo

in the blood. And there'll be no echo any more,

I'll look up and gaze at the street.

 

 

Vertaald door Margaret Crosland

 

 

990633-8b00fe0c7b178f804e235936c1632f38.jpg
Cesare Pavese (9 september 1908 – 27 augustus 1950)

Muurschuldering door Fuad in Santo Stefano Belbo

 

 

 

 

De Tsjechische schrijfster Hana Androníková werd geboren op 9 september 1967 in Zlín. Zie ook mijn blog van 9 september 2007 en ook mijn blog van 9 september 2008 en ook mijn blog van 9 september 2009 en ook mijn blog van 9 september 2010
 

Uit: The sound of the sundial

 

„By the early 1930s, the Baťa company had branches on three continents. Expansion while the world was in crisis. Worldwide, companies were going bust one after another, unemployment and poverty loomed, and Baťa was hiring new people by the dozen. They called themselves Baťa’s young men. They spread out across America, Asia and Africa, heading for exotic regions, primeval forests and jungles, in order to raise modern industrial cities out of nowhere.

He was sorting out the final details before his departure. Maps, books and guides. A visit to the hospital. Jarda Bartošík had him examined from head to toe and showered him with warnings: beware of the water, don’t eat raw vegetables, take quinine every morning to guard against malaria. Have you seen a dentist? No? So get that done as well.

And then the immunisation certificates: typhus, typhoid, dysentery, cholera, smallpox.

Copies of deeds for the construction sites and his papers of accreditation. Sunglasses. Late in the afternoon, he was standing in a group of twenty-somethings handing out his final instructions.

“Check your passports, medical certificates and all your other papers. Don’t forget your

medicines. Any questions?”

One of the young men hesitated. Then he put up his hand like in school.

“Yes. I – the thing is, I’ve got all my papers and certificates, but – I don’t speak a word of English.”

The others burst out laughing. Thomas didn’t even blink.

“Then don’t forget to take a dictionary. Anything else?”

On the way home he couldn’t dispel his fear. He wasn’t afraid for her. He knew that she would

cope without him, but he didn’t know how he would cope himself. She had dinner waiting.

“When do you leave?”

 

 

990633-438d034ac098cfbbf0d88656c4107ebb.jpg 

Hana Androníková (Zlín, 9 september 1967)



Zie voor nog meer schrijvers van de 9e september ook
mijn vorige blog van vandaag.










Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez

De Russische schrijver Leo Tolstoj werd geboren op 9 september 1828 op het landgoed Jasnaja Poljana, in de buurt van Toela. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Tolstoj op dit blog.

 

Uit: Oorlog en vrede (Vertaald door H.R. de Vries)

 

„Karatajew had geen bijzondere banden, geen grote liefde of vriendschap in zijn leven, zo begreep Pierre, maar hij leefde en had lief in en met alle dingen en mensen om zich heen. Hij had niet één mens boven alle anderen lief, neen, hij onderging het leven op zijn eigen wijze in de mensen die zijn weg kruisten. Hij hield van zijn straathond, van zijn makkers, van de Fransen en van zijn slapie, Pierre, maar Pierre voelde dat Karatajew hem, ook al zouden ze scheiden, geen ogenblijk zou betreuren. En evenzo ontwikkelden zich Pierre’s gevoelens voor Platon.
De andere gevangenen beschouwden Karatajew als een gewoon soldaat; ze staken op goedhartige wijze de draak met hem en lieten hem boodschappen lopen. Maar Pierre bleef hem zien zoals hij hem de eerste avond had leren kennen: als een eeuwig stralende, ondoorgrondelijke belichaming van eenvoud en waarachtigheid.
Platon Karatajew had niets van buiten geleerd of het moesten dan zijn gebeden zijn. Als hij praatte leek het of hij niet wist wat hij straks ging zeggen.
Soms vroeg Pierre, getroffen door de diepzinnigheid van een zegswijze, die te herhalen. Maar Platon wist nooit meer wat hij het moment daarvoor had gezegd. Hij slaagde er evenmin in voor Pierre de woorden van zijn lievelingslied goed op te zeggen – hij wisselde vele malen van gedaante en ofschoon er een vast aantal woorden in voorkwamen – zoals ‘geboorte’ en berkeboompje’ en ‘mijn hart heeft heimwee’ – kreeg het lied pas zin als hij het zong. Want de gesproken woorden begreep hij er zelf niet van – het was een lied en moest gezongen worden. Alles wat hij zei en deed was een uiting van een diep innerlijk leven dat hij zelf niet kende. Zijn eigen leven, zoals hij erover sprak, scheen hem van nul en gener waarde te zijn – het was een deeltje van het grote leven, waarvan hij zich meer bewust was. Zijn woorden en daden welden steeds even spontaan en gelijkmatig uit hem op als honinggeur die een bloem ontstijgt. De waarde en betekenis van een afzonderlijk woord, een afzonderlijke daad, ontgingen hem ten ene male.”

 

 

 

 990630-ea4b8f83504506bc995e9b19e55b903f.jpg

Leo Tolstoj (9 september 1828 – 20 november 1910)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en componist Gentil Theodoor Antheunis werd geboren te Oudenaarde op 9 september 1840. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Gentil Th. Antheunis op dit blog.

 

 

De Tronk

 

Een oude knotwilg, holle tronk,

Dwars over eene beke hong;

Zijn bloote wortel 't water dronk;

In zijne kruin de vogel zong:

 

‘Als ik mijn schaal heb doorgebroken,

Beschermde uw blad en schorse mij;

Nu zit daar ook mijn gaaiken vrij,

En broeit ons eitjes, wel gedoken.’

           

En 't water ruischte: ‘Drink en put

Uit mijne frische klare bronne;

Gij hebt voor 't brandend licht der zonne

In droge zomers mij beschut.’

 

En 't veilken geurde: ‘Zie eens neder!

Het stil geluk, waarvan ik droom,

Vond ik bij u, mijn goede boom;

Ik ben uw pleegkind; 'k min u teeder.’

 

De hutbewoner voegde er bij:

‘Wij danken u misschien het leven.

Gij hebt ons vuur en licht gegeven

In 't lange koude jaargetij.’

 

Zoo zongen en ruischten en geurden zij daar.

De zoelste der winden kwam henengevlogen

En lispelde zachtjes den knotwilg, bewogen:

‘Niet waar,

           

't Verheugt het hart, 't is schoon

Zulk dankbaar lied en welverdiende zegen?

Maar 't beste lot, de rijkste loon

Is 't goed te kunnen plegen.’



 

 

 990630-473aabb4b3298c1c3b1db806c89f08bc.jpg

Gentil Th. Antheunis (9 september 1840 – 5 augustus 1907)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter en journalist Gaston Cyriel Durnez werd geboren in Wervik. Zie ook mijn blog van 9 september 2007 en ook mijn blog van 9 september 2008 en ook mijn blog van 9 september 2009 en ook mijn blog van 9 september 2010

 

 

De Duif

 
In 't Kempisch dorpje Weelde

verbleef een groene duif.

Die schitterend bugel speelde

en handel dreef in snuif.

 

Zij had weinig kalanten

en ook een kleine tuin

waarin zij bomen plantte

en Aalsterse ajuin.

 

En onder deze bomen

en naast deze ajuin

kwam zij des s' avonds dromen

en hield haar hoofdje schuin

terwijl zij bugel speelde

of niesde van de snuif.


Zo leefde daar in Weelde

ontroerd een groene duif.

 

 

 990630-3a7aee1057ce6f01e6da8b0f29040526.jpg

Gaston Durnez (Wervik, 9 september 1928)

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

Siegfried Sassoon, Eduard Mörike, Perikles Monioudis, Frederic Mistral

De Engelse dichter Siegfried Sassoon werd geboren op 8 september 1886 in Brenchley, Kent. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Siegfried Sassoon op dit blog.

 

 

At Daybreak

 

I listen for him through the rain,

And in the dusk of starless hours

I know that he will come again;

Loth was he ever to forsake me:

He comes with glimmering of flowers

And stir of music to awake me.

 

Spirit of purity, he stands

As once he lived in charm and grace:

I may not hold him with my hands,

Nor bid him stay to heal my sorrow;

Only his fair, unshadowed face

Abides with me until to-morrow.

 

 

 

Butterflies

 

Frail Travellers, deftly flickering over the flowers;

O living flowers against the heedless blue

Of summer days, what sends them dancing through

This fiery-blossom’d revel of the hours?

 

Theirs are the musing silences between

The enraptured crying of shrill birds that make

Heaven in the wood while summer dawns awake;

And theirs the faintest winds that hush the green.

 

And they are as my soul that wings its way

Out of the starlit dimness into morn:

And they are as my tremulous being—born

To know but this, the phantom glare of day.

 

 

 

Attack

 

AT dawn the ridge emerges massed and dun

In the wild purple of the glow'ring sun,

Smouldering through spouts of drifting smoke that shroud

The menacing scarred slope; and, one by one,

Tanks creep and topple forward to the wire.

The barrage roars and lifts. Then, clumsily bowed

With bombs and guns and shovels and battle-gear,

Men jostle and climb to meet the bristling fire.

Lines of grey, muttering faces, masked with fear,

They leave their trenches, going over the top,

While time ticks blank and busy on their wrists,

And hope, with furtive eyes and grappling fists,

Flounders in mud. O Jesus, make it stop!

 

 

 

989940-35836ca72e4cf9063e4d861b0b9aff23.jpg
Siegfried Sassoon (8 september 1886 – 1 september 1967)
Portret door Glyn Warren Philpot, 1917

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Eduard Mörike werd geboren op 8 september 1804 in Ludwigsberg. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduard Mörike op dit blog.

 

 

Um Mitternacht

Gelassen stieg die Nacht ans Land,
Lehnt träumend an der Berge Wand,
Ihr Auge sieht die goldne Wage nun
Der Zeit in gleichen Schalen stille ruhn;
  Und lecker rauschen die Quellen hervor,
  Sie singen der Mutter, der Nacht, ins Ohr
    Vom Tage,
Vom heute gewesenen Tage.

Das uralt alte Schlummerlied,
Sie achtet`s nicht, sie ist es müd`;
Ihr klingt des Himmels Bläue süßer noch,
Der flücht`gen Stunden gleichgeschwungnes Joch.
  Doch immer behalten die Quellen das Wort,
  Es singen die Wasser im Schlafe noch fort
    Vom Tage
Vom heute gewesenen Tage.

 

 

 

Heimweh

 

Anders wird die Welt mit jedem Schritt,

Den ich weiter von der Liebsten mache;

Mein Herz, das will nicht weiter mit.

Hier scheint die Sonne kalt ins Land,

Hier deucht mir alles unbekannt!

Sogar die Blumen am Bache!

Hat jede Sache

So fremd eine Miene, so falsch ein Gesicht.

Das Bächlein murmelt wohl und spricht:

Armer Knabe, komme bei mir vorüber,

Siehst auch hier Vergißmeinnicht!

Ja, die sind schön, an jedem Ort,

Aber nicht wie dort.

Fort, nur fort!

Die Augen gehn mir über!

 

 

 

Er ist`s

 

Frühling läßt sein blaues Band

wieder flattern durch die Lüfte;

süße, wohlbekannte Düfte

streifen ahnungsvoll das Land.

Veilchen träumen schon,

wollen balde kommen.

Horch, von fern ein leiser Harfenton!

    Frühling, ja du bist's!

Dich hab`ich vernommen.

 

 

 989940-383572c2ad3424820d59a5404f1068bd.jpg

Eduard Mörike (8 september 1804 – 4 juni 1875)

 

 

 

  

De Zwitserse schrijver Perikles Monioudis werd geboren op 8 september 1966 in Glarus. Zie ook mijn blog van 8 september 2010.

 

Uit: Freulers Rückkehr

 

„Freuler hätte sich nun am liebsten an den Schiefertisch gesetzt. Müde nicht von der halben Stunde, die er jeden Morgen im Mischwald laufend verbrachte, sondern von der klaren kühlen Luft, der herbstlichen Bergluft, die ihn schon als Junge mit dieser Gegend verband. Hanspeter Freuler wollte überhören, dass das Telefon schon wieder zu klingeln begann. Es gelang ihm nicht – gewissenhaft, wie er zu sein gern von sich dachte, oder bloß pedantisch, wie seine Frau ihn bei Gelegenheit beschrieben hatte, in Basel, als ihr, vom Krebs gezeichnet, nicht mehr viel Zeit geblieben war.

Er ging über den Kelim zum Glastisch, frottierte sein ergrautes volles Haar, nahm das drahtlose Telefon auf. Bevor der Verhörrichter, wie die Untersuchungsrichter im Kanton genannt werden, die Verbindung herstellte, roch er nochmals am Frottiertuch, das er am Abend auf der Terrasse vergessen hatte.

Das weiße Tuch hatte den Geruch der Natur angenommen, feucht und kühl. Einen Augenblick lang fühlte sich Freuler auf den Waldpfad zurückversetzt. Er atmete so tief ein, als ob er noch immer in der klaren Luft liefe. Ihm wurde bewusst, dass er diese Luft jahrzehntelang vermisst hatte. Aus dem Handgelenk warf er das Tuch in den Wäschekorb.

»Freuler.«

»Stüssy hier. Grüezi, Herr Doktor.«

Freuler lächelte. »Ich werde schon rechtzeitig ins Büro kommen, seien Sie unbesorgt.«

»Die Angelegenheit ist dringlich, sonst hätte ich Sie nicht angerufen.«

»Sie wollen mir zeigen, wie fleißig Sie sind, Stüssy. In Ihrem Alter war ich allerdings schon um halb sieben im Büro.«

 

 

 989940-62ff6b0afa6868240652926bb39fc5bd.jpg

Perikles Monioudis (Glarus, 8 september 1966)

 

 

 

 

De Franse (Occitaanse) dichter en schrijver Frederic (Frédéric) Mistral werd geboren op 8 september 1830 in Maillane. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Frederic Mistral op dit blog.

 

Uit: Mireio.  A Provencal poem

 

 

CANTO I.

 

Lotus Farm.

 

I SING the love of a Provensal maid ;

How through the wheat-fields of La Crau she strayed,

 

Following the fate that drew her to the sea.

Unknown beyond remote La Crau was she ;

And I, who tell the rustic tale of her,

Would fain be Homer's humble follower.

 

What though youth's aureole was her only crown ?

And never gold she wore nor damask gown ?

I'll build her up a throne out of my song,

And hail her queen in our despised tongue.

Mine be the simple speech that ye all know,

Shepherds and farmer-folk of lone La Crau.

 

God of my country, who didst have Thy birth

Among poor shepherds when Thou wast on earth,

Breathe fire into my song ! Thou knowest, my God,

How, when the lusty summer is abroad,

And figs turn ripe in sun and dew, comes he,

Brute, greedy man, and quite despoils the tree.

 

Yet on that ravaged tree thou savest oft

Some little branch inviolate aloft,

Tender and airy up against the blue,

Which the rude spoiler cannot win unto :

Only the birds shall come and banquet there,

When, at St. Magdalene's, the fruit is fair.

 

 
Vertaald door Harriet Waters Preston

 

 

 989940-9617288a588f9be21b9f34ddbe787f0f.jpg

Frederic Mistral (8 september 1830 – 25 maart 1914)

Standbeeld in Maillane


Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Ludovico Ariosto, Grace Metalious

De Duitse dichter en schrijver Clemens Brentano werd geboren op 8 september 1778 in Ehrenbreitstein. Zie ook mijn blog van 8 september 2006 en ook mijn blog van 8 september 2008 en ook mijn blog van 8 september 2009 en ook mijn blog van 8 september 2010

 

 

August 1817

 

Einsam will ich untergehn

Keiner soll mein Leiden wissen

Wird der Stern, den ich gesehn

Von dem Himmel mir gerissen

Will ich einsam untergehn

Wie ein Pilger in der Wüste

 

Einsam will ich untergehn

Wie ein Pilger in der Wüste,

Wenn der Stern, den ich gesehn

Mich zum letzten Male grüßte

Will ich einsam untergehn

Wie ein Bettler auf der Heide.

 

Einsam will ich untergehn

Wie ein Bettler auf der Heide

Gibt der Stern, den ich gesehn,

Mir nicht weiter das Geleite

Will ich einsam untergehn

Wie der Tag im Abendgrauen.

 

Einsam will ich untergehn

Wie der Tag im Abendgraun,

Will der Stern, den ich gesehn

Nicht mehr auf mich niederschau[n],

Will ich einsam untergehn

Wie ein Sklave an der Kette

 

Einsam will ich untergehn

Wie der Sklave an der Kette

Scheint der Stern, den ich gesehn

Nicht mehr auf mein Dornenbette

Will ich einsam untergehn

Wie ein Schwanenlied im Tode.

 

Einsam will ich untergehn

Wie ein Schwanenlied im Tode

Ist der Stern, den ich gesehn

Mir nicht mehr ein Friedensbote

Will ich einsam untergehn

Wie ein Schiff in wüsten Meer[en]

 

Einsam will ich untergehn

Wie ein Schiff in wüsten Meeren

Wird der Stern, den ich gesehn

Jemals weg von mir sich kehren,

Will ich einsam untergehn

Wie der Trost in stummen Schmerzen

 

Einsam will ich untergehn

Wie der Trost in stummen Schmerzen

Soll den Stern, den ich gesehn

Jemals meine Schuld verscherzen,

Will ich einsam untergehn

Wie mein Herz in deinem Herzen.

 

 

 989938-ef635db7b63dde29fb2b50c89106bb4d.jpg

Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)

Buste door Christian Friedrich Tieck, 1803

 

 

 

 

De Duitse schrijver Wilhelm Raabe werd op 8 september 1831 in Eschershausen geboren. Zie ook mijn blog van 8 september 2006 en ook mijn blog van 8 september 2008 en ook mijn blog van 8 september 2009 en ook mijn blog van 8 september 2010
 

Uit: Die Chronik der Sperlingsgasse

 

„Aufs Geratewohl schlug ich eine Seite auf: Sieh! – da ist der herbstliche Garten zu Wandsbeck. Es ist ebenso nebelig und trübe wie heute; leise sinken die gelben Blätter zur Erde, als bräche eine unsichtbare Hand sie ab, eins nach dem andern. Wer kommt da den Gang herauf im geblümten bunten Schlafrock, die weiße Zipfelmütze über dem Ohr? – Er ist's – Matthias Claudius, der wackere Asmus selbst! – Bedächtiglich schreitet er einher, von Zeit zu Zeit stehenbleibend; jetzt ein welkes Blatt aufnehmend und das zierliche Geäder desselben betrachtend; jetzt in die nebelige Luft hinaufschauend. Er scheint in Gedanken versunken zu sein. Denkt er vielleicht an den Vetter oder den Freund Hein, an den Invaliden Görgel mit der Pudelmütze und dem neuen Stelzbein, denkt er an die neue Kanone oder an das Ohr des schuftigen Hofmarschalls Albiboghoi? Wer weiß! – Sieh! wieder bleibt er stehen. Was fällt ihm ein!? Lustig wirft er die weiße Zipfelmütze in die Luft und tut einen kleinen Sprung: ein großer Gedanke ist ihm »aufs Herz geschossen« – das große neue Fest der Herbstling ist erfunden – der Herbstling, so anmutig zu feiern, wenn der erste Schnee fällt, mit Kinderjubel und Bratäpfeln und Lächeln auf den Gesichtern von jung und alt! –

Wenn der erste Schnee fällt – – – wie ich in diesem Augenblick wieder einmal einen Blick zur grauen Himmelsdecke hinaufwerfe, da – kommt er herunter – wirklich herunter, der erste Schnee!

Schnee! Schnee! der erste Schnee! –

In großen wäßrigen Flocken, dem Regen untermischt, schlägt er an die Scheiben, grüßend wie ein alter Bekannter, der aus weiter Ferne nach langer Abwesenheit zurückkommt. Schnell springe ich auf und ans Fenster. Welche Veränderung da draußen! Die Leute, die eben noch mürrisch und unzufrieden mit sich und der Welt umherschlichen, sehen jetzt ganz anders aus. Gegen den Regen suchte jeder sich durch Mäntel und Schirme auf alle Weise zu schützen, dem Schnee aber kehrt man lustig und verwegen das Gesicht zu.

Der erste Schnee! der erste Schnee!

An den Fenstern erscheinen lachende Kindergesichter, kleine Händchen klatschen fröhlich zusammen: welche Gedanken an weiße Dächer und grüne, funkelnde Tannenbäume! Wie phantastisch die Sperlingsgasse in dem wirbelnden, weißen Gestöber aussieht! Wie die wasserholenden Dienstmädchen am Brunnen kichern! Der fatale Wind! –

»Gehorsamster Diener, Herr Professor Niepeguck! Auch im ersten Schnee?«

 

 

 989938-f363cc4e3d8811d8060f294abce30fc3.jpg

Wilhelm Raabe (8 september 1831 - 15 november 1910)

In 1910

 

 

 

De Italiaanse dichter, toneelschrijver Ludovico Ariosto werd geboren in Reggio Emilia op 8 september 1474. Zie ook mijn blog van 8 september 2007 en ook mijn blog van 8 september 2009 en ook mijn blog van 8 september 2010

 

Uit: Der rasende Roland (Vertaald door Friedrich Schiller)

 

Erster Gesang.

 

1.

 

Von Frauen sing ich euch, von Rittern und von Schlachten,

Von Edelsitte, von der Liebe Glück und Qual,

Von Thaten, die erstaunen machten,

Zur Zeit, als Mauren ohne Zahl,

Bewaffnet durch die Wuth, die Agramant durchglühte,

Auf Gallien den wilden Sturm gethan,

Zu rächen den erschlagenen Trojan

An Kaiser Karls verwüstetem Gebiete.

 

2.

 

Auch will ich euch von Roland Dinge melden,

Die man in Reim und Prosa nie gehört,

Wie Liebe den verständigsten der Helden

In einen Rasenden und Thoren umgekehrt –

Wenn die, die mir dasselbe Schicksal zugetheilet,

Die unermüdet, Tag vor Tag

An meinem dünnen Witze feilet,

 

Mir anders soviel läßt, daß ich es enden mag.

 

3.

 

Empfange, schöne Zierde meiner Zeiten,

Was Ehrfurcht dir und Liebe weihten,

Glorreicher Sproß des herrlichen Alcid,

Laß deinen Diener mit Gedichten

Dir, Hippolyt, die große Schuld entrichten,

Dein Nahme ziere dieses Lied,

Verachte nicht die kleine Gabe,

Ich gebe alles, was ich habe.

 

 

 

 989938-062359876683a5936a05c4046a767884.jpg

Ludovico Ariosto (8 september 1474 – 6 juli 1533)

Standbeeld in Reggio Emilia

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Grace Metalious werd geboren in Manchester, New Hampshire, op 8 september 1924. Zie ook mijn blog van 8 september 2007 en ook mijn blog van 8 september 2010

 

Uit: Peyton Place

 

„Selena Cross hurried in the late afternoon sun. When she reached Chestnut Street, she felt as though every window held a pair of eyes that stared at her and knew her secret at once. A girl in trouble, said every pair of eyes. A girl in Dutch. Not a nice girl, a bad girl. No kind of girl for young Ted Carter.

Selena hurried up the flagstone walk, wet now with the spray from two lawn sprinklers that were making lazy circles, and ran up the front steps between two of the pillars of the doctor’s “Southern-looking” house. Matthew Swain answered her urgent ring.

“For God’s sake, Selena,” he said, looking only once at her white face, “come in out of that beastly heat.”

But inside, in the wide, cool hall, Selena’s teeth began to chatter, and the doctor looked at her sharply.

“Come into the office,” he said.

 

 989938-7c3d8fa4cb37345d316881d78d5b1ed9.jpg

Ed Nelson (Dr. Rossi) en Dorothy Malone (Constance MacKenzie) in de tv-serie (1964 – 1969)

 

 

 „She sat down carefully on the straight chair next to the doctor’s desk.

“Relax, Selena,” said the doctor. “No matter what it is, it’s nothing that won’t feel a little better for telling me about it.”

“I’m pregnant,” said Selena, and immediately bit her lip. She had not meant to blurt it out like that.

“Come on in the other room,” said Dr Swain. “Let’s see what we can see.”

His hands were cool against her hot skin, and once again her mind set up its prayerful refrain.

Help me, Doc. You’ve got to help me.

“Whose is it?” he asked when they had returned to the office.“

 

 

989938-4afd11779d8576585c8fb09c8ffa0bf5.jpg
Grace Metalious (8 september 1924 -  25 februari 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten