Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 september 2011 tot 14 september 2011

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Bernard MacLaverty, Martyn Burke, Ivan Klima

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

Rozenmond ligt languit in haar bad

 

en wil er niet uit. Zij rekt zich uit
en maakt met haar handen van die
schokkende bewegingkjes boven haar hoofd.

De wind is intussen gaan liggen.
Het riet beweegt niet meer en op
de plavuizen vloer is ook
mijn schaduw vervluchtigd.

Rozenmond in haar denken is leeg.
Gedachtenloos strijkt zij de kleine
luchtbelletjes uit haar schaamhaar,
van haar dijen. Rozenmond ligt

in bad, wil niet uit bad, komt ook
niet uit bad. Zij draait de mengkranen
open, duwt het hefboompje omhoog
en laat het nog uren en uren
regenen op haar schouders,
op haar zo mooie hoofd.

 

 

 

Zodat ik uitzie

 

Zodat ik uitzie
door het oog
van mijn naald

en sneeuwblind herken
de zwerfsteen,
sterfsteen onder

mijn tong: splinter
voor spinter

slaagt hij erin
niets te wegen,
niets voor te stellen.

 

 

 

993498-048f6ec05575b055ddf7f210c5d8e885.jpg
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

 

Uit: Bötjer Basch

 

“In der Süderstraße meiner Vaterstadt, dem Gäßchen gegenüber, das nach dem St. Jürgenskirchhof und über diesen an dem Stift entlang nach der Norderstraße führt, stand seit Anfang des 17. Jahrhunderts ein kleines Haus, über dessen Eingangstür sich ein in Sandstein ausgehauenes Bild befand: ein Mann in einem Schifflein, zu dem durch hohe Wellen der Tod geschwommen war und schon den Mann zu sich ins Meer hinabriß; darunter stand: »Up Land un See.« Es hieß, ein Steinhauer habe derzeit sich das Haus gebaut und zum Gedächtnis seines Vaters, der als kleiner Schiffer zwischen den Inseln gefahren war und dabei im Sturme seinen Tod gefunden hatte, dieses Epithaphium angefertigt.

Im dritten Jahrzehnte unseres Jahrhunderts, nachdem die derzeitige alte Inhaberin gestorben war, sah man mehrfach einen untersetzten Mann, alltags mit einem Schurzfell, sonntags in langem blauen Tuchrock und Stulpstiefeln, davor stehenbleiben und allmählich unter den kleinen Lindenbaum treten, dessen lang und schmal geschorene Krone sich zwischen dem Bilde und dem Giebelfenster streckte. Nachdem seine blaßblauen Augen wieder eines Tages an dem Steinbilde gehaftet hatten, griff er an die Türklinke, um ins Haus zu treten: aber es war verschlossen; durch die Butzenscheiben des Türfensters sah er auf einen langen schmalen Flur und durch einen offenen Eingang am Ende desselben in ein weites leeres Zimmer, in das von der Hofseite her die Mittagssonne schien. Langsam kehrte der Mann sich ab und schritt die Süderstraße hinunter bis auf den Markt, wo er die Steintreppe zum Rathaus hinaufstieg.

Dieser kleine Mann war der Böttcher oder auf plattdeutsch der Bötjer Daniel Basch, eine grüblerische Natur, bei alledem aber kein übler Handwerksmeister. Vier Wochen später hatte er das alte Haus im gerichtlichen Aufgebot gekauft und hielt mit einem alten Gesellen und einer noch älteren Schwester seinen Einzug in dasselbe; bald hingen bunte Zitzgardinen vor dem Fenster der unteren Stube, und zwischen den Geranien- und Resedatöpfen, die auf der Fensterbank standen, schaute das gutmütige Gesicht der alten Jungfer Salome auf die Gasse, wenn an den Markttagen alle die Wagen von den Dörfern in die Stadt hineinfuhren; im Pesel aber – so heißt in den alten Häusern der hintere Saal – war die Böttcherwerkstatt, und draußen vom Hofe klang es Tag für Tag: »Band, halte fest, halt fest!« und die Schlägel klappten, und die leeren Fässer tönten.“

 

 

 993498-ff1f29e421bb58b53c8c7f7a32c27ac5.jpg

Theodor Storm (14 september 1817 -  4 juli 1888)

Standbeeld in Heiligenstadt

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010.

 

Uit: Hoogtij overzee ( Notities van een vriend)

 

„Leonsberg, 15 april 1973

Hoop van harte dat jullie allen het uitstekend maken. Denk alstublieft niet dat het steeds te laat opsturen van het één en ander bij mij maar een vorm van nonchalance is. Hoegenaamd niet! Ik geloof dat ik gek ben. Heus, daar kan beslist niet langer aan getwijfeld worden. Over de staking wens ik nu niet te spreken. Die groep die nu maar wil blijven doorstaken, demonstreert wel wat ik eerder als juist vermoedde. Al werd en wordt dat me door anderen tegengesproken. Het niet willen toegeven van de Creool dat dat wat hij verloren heeft, door de Hindostaan gewonnen is. Deze benauwende toestand van het maar volhouden van een ontkenning, een eindfase hoop, ergo getransponeerde wanhoop, is tenslotte een met de kop tegen de blinde muur loperij. Het straks van de ontnuchtering zal dan ook nog fataler om zich heen grijpen. Overgeëmotioneerd om kwesties wat reëler te doorzien. De alles remmende werking door de ontkenning van het feit dat de Creoolse groep een verschuiving doormaakt, die inhoudt een minderheid te worden terwijl zij de meerderheid in haar aanwezigheid meer dan zelf was. Totale onzekerheid. Ook voor de Hindostaanse groep die zich in de maatschappelijke realiteit haar groeiende positie als meerderheid ziet openbaren. Een dwangsituatie voor allen, Creool en Hindostaan. De Surinamer zal zich de onontkoombare ambivalentie voor het wel en niet aanvaarden hiervan, in juist zo'n kritiek stadium van onze gezamenlijke ontwikkeling nu, tot het volk van morgen, beter moeten beseffen. Dit laatste vooral, is toch zo nodig. En we kunnen het niet zonder elkaar. Enfin!

Ik deug nergens voor. Ben aldoor depressief en dan weer agressief. Die ellendelingen hebben de vorige week alweer ingebroken.“

 

 

 993498-559bb8899f4706a28aff084e86bf5c0c.jpg

Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)

 

 

 

 

De Noord-Ierse schrijver Bernard MacLaverty werd geboren in Belfast op 14 september 1942. Zie ook mijn blog van 14 september 2010.

 

Uit: Cal

 

“That night when he got the door open after pushing against the heavy curtain which shrouded it on the inside he found a note folded and caught by the sprung metal tongue of the letter box. He switched on the light in the hallway.

 

GET OUT YOU FENYAN SCUM OR WE’LL BURN YOU OUT. THIS IS YOUR 2ND WARNING. THERE WILL BE NO OTHER. UVF

 

Cal switched out the light and tiptoed into the darkness of the front room. He peered between the slats of the blind. The street was empty. The only movement was the rain slanting across the yellow halo of the streetlamp outside the door. At the back everything was dark except for some pinpoints of light around the base of Slieve Gallon. As quietly as he could, he opened the window and listened. Water clinked and spluttered from the drainpipe. A curlew called once in the distance, then twice, very close. There was the steady slow pulse of his father’s snoring from upstairs.

He kept expecting the window to burst into a shower of glass and flame but he knew it wouldn’t. It would be some night when they were both asleep. The panic of jumping from his window. He saw the ungainliness of his father’s bulk crashing through the asbestos material of the shed roof. Would they be waiting outside to take potshots at the Fenians they had smoked out? This lot sounded a bit dramatic. ‘THERE WILL BE NO OTHER’.

He went to the bathroom, using only the light from the curtained landing. It was the idea of people whose faces he did not know hating him that made his skin crawl. To be hated not for yourself but for what you were. He went to his father’s bedroom and shook him gently.

‘Shamie’ he whispered. ‘Shamie’.

His father woke with a snorting noise.

‘What?’

He switched on the bedside light and scratched his hair. ‘What’s up?’

‘This.’ Cal handed him the note. His father angled it to the light and read with squinting eyes, holding it a few inches from his face.

‘The bastards.’

 

 

 993498-9f4b242f8c2eb5c7ec6b9920391c249f.jpg

Bernard MacLaverty (Belfast, 14 september 1942)

 

 

 

 

De Canadese schrijver, journalist, regisseur en scenarioschrijver Martyn Burke werd geboren op 14 september 1952 in Toronto. Zie ook mijn blog van 14 september 2010.

 

Uit: Ivory Joe

 

„New York—1954

Leo is pounding on the door telling us to let him in. So far he's been nice about it. But now he's starting to remind us that he's our father. We all know that. We know that's trouble because most of the time Leo can hardly remember he's got two daughters. Leo should have had boys. We all know that. Some runty little Leo junior he could take to the fights at Madison Square Garden. Someone to turn his companies over to when he gets old. But that's not our fault. Ruthie is stalling for time. She's cooler than I am. She always is. "How do we know it's really you, Daddy? How do we know you're not just some man that sounds like you?" she says staring right into the door. Ruthie is older than me. Thirteen. "If it's really you, tell us what our names are."

Why can't I think of a good question like that? Half the time when he's cruising around town being Mr. Broadway in his Cadillac with his girlfriends Leo can't even remember our names. I've seen it happen. His eyes get sort of all jittery when he has to introduce us to one of them—his doxies as Mother calls them. He tries to cover up not remembering our names and he makes it all a big joke. He calls us Rapunzel and Rebecca. Or Betty and Boopsy. And some of his doxies are so dumb they don't know he's blown it and is still trying to figure out what he named his own kids. "Well hello Rapunzel," they'll say looking at us all gushy and sappy. Like this is the way our new mother should act. But we know they'll just be around until Leo gets tired of them. A month makes them veterans.“

 

 

 993498-50b50ae11aa7e89480e82ef86dd1e110.jpg

Martyn Burke (Toronto, 14 september 1952)

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Klima op dit blog.

 

Uit: Lovers for a Day (Vertaald door Gerald Turner)

 

“A bright violet flash. She half opened her eyes at the light. A storm, she realized, an early morning storm. The windows rattled slightly. She was gripped by anxiety. I ought to run to Mummy for shelter, it automatically occurred to her, but I can't do that any more. It's been ages since I could! She shut her eyes tightly, and strangely that feeling from the time when she could still run for shelter came back to her, that feeling of reassurance. Maybe it was because of the storm, or because she was close to dreaming, or because it hadn't really been so long since she used to run to her mother.

    The feeling was so strong that she actually reached out into the empty space beside her and thought she was touching a hand and hearing quiet breathing. Having started with a storm, what sort of day would it turn out to be?

When she awakes for the second time, it feels like full morning already. She can feel the warmth on her eyelids and the sound of an argument comes through the wall.

    She pads across the parquet in her bare feet: her toes sense the morning and how the day stands — it's my free day — and once more there is the twinge of realization that she no longer knows what to blame him on or where to go to avoid him. But why should I avoid him? I simply won't think about him. After all, it was what I wanted too. We weren't a good match anyway — even if he hadn't done what he did.

    Even so she can't stop feeling sorry for herself. How could he have done it? How could he have deceived her when she loved him and he said he loved her too? I could never have done it.

    Love, she reflects, true love, is unbreakable. It: is complete and everlasting, even though I may never ever know it: not everyone is destined to experience true love.”

 

 

993498-788d91e71e4b716614d9f8606eb48b35.jpg
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)




Voor nog meer schrijvers van de 14e september ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

Eckhard Henscheid, Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

De Duitse schrijver Eckhard Henscheid werd geboren op 14 september 1941 in Amberg. Zie ook mijn blog van 14 september 2010.

 

Uit: Dummdeutsch

 

„»Dummdeutsch«: ein ebenso rasch einleuchtender, ein kaum je ganz (...) mißverstandener und praktikabler wie selbstverständlich proto- und parawissenschaftlicher Begriff. Welcher, sehr straff zusammengefaßt, an-sich »Dummes«, strukturell »dummes« Wortmaterial ebenso umgreift wie solches, das erst per fortgesetzte Inflation, gedankenlose Entleerung oder auch bloße Verwendung durch die garantiert falschen Menschen es - von Fall zu Fall anders - geworden ist.“
(...)


»Dummdeutsch«: der fraglos wissenschaftlich, historisch, linguistisch nicht allzu ausgewiesene noch abgegrenzte Begriff tut sogar gut daran, im leicht zwielichtig Unausgewiesenen zu verbleiben; wie gleichsam die Sache, die er bezeichnet, selber: Diese genetisch manchmal kaum sortierbare und sehr gallertartige Aufschüttung aus Neo- und Zeitlosquatsch, aus verbalem Imponiergewurstel bei gleichzeitiger Verschleierungs- und Verhöhnungsabsicht oder auch umgekehrt Angst; aus modisch progressistischem Gehabe wie gleichzeitig stur autoritärer Gesinnung mal bürokratieseligem Geschwafel - dieses Dummdeutsche bekommt am Ende etwas über die läßliche Verfehlung weit hinaus konstitutionell Hirnzerbröselndes noch jenseits der ja eher biologisch konditionierten Mentalschwächen von Sprachalterung etwa nach Maßgabe der Lord Chandosschen Befunde. Geister- und schauderhaft meint es die Signatur der Epoche, aber auch die der Sprache und Sprachgeschichte selber, die sozusagen ontische Torheit des Worts, des in und an sich selbst Verwesenden von Wort und Wortbildung, fast eine Ästhetik also auch des Scheußlichen, des Ruinösen und des Desaströsen alles Phonetische - aber lassen wir das.“

 

 

.993495-41a28fd66e56a33761036f4366385750.jpg

Eckhard Henscheid (Amberg, 14 september 1941)

 

 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

 

 

 

Het jachtgebied

 

De nacht verbindt

onbekenden in de vlucht

tussen melkwegstelsels

wijd zo wijd

ik heb op de vulkaan

van de maan

een vrouw van zwavel

gezien

nader nader verwonderd

o vrouw

gun mij éen moment

in dit jachtgebied

gun mij éen moment

tegen beter weten in

vlees is vloeibaar

voor gewillige mannen

die lust en weerzin

met zich mee doen deinen

als de nacht onbekenden

in de vlucht wijd

zo wijd verbindt.

 

 

 

De Plezierboot

 

Dichter schrijf een dwangbevel

tegen de intellektuelen en hun gedaas

horden van smulpapen

in de plezierboot van champagne

 

dichter schrijf aan creoolse leentje

en haar vaderloze pop

de saramaccastraat begint bij lelydorp

dichter vergeef de proletariërs

want hun plezierboot is

een krot wat rhum en cha-cha's

dichter vergeef het hoongelach

van hen die beter weten

dichter schrijf en vergeef.

 

 

 993495-42ab76652ec123b1a268bff7a8eecbdc.jpg

Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

 

 

 

De Uruguayaanse dichter, schrijver, criticus en journalist Mario Benedetti Farugia werd geboren op 14 september 1920 in Paso de los Toros in het department Tacuarembó. Zie ook mijn blog van 14 september 2008 en ook mijn blog van 14 september 2009 en ook mijn blog van 14 september 2010.

 

 

Een andere hemel

la stranezza di un cielo che non e il tuo

Cesare Pavese



Er bestaat geen spons om de hemel mee te wassen
maar al zou je hem kunnen inzepen
en nat gooien met emmers zee
en aan de zon te drogen hangen
dan nog miste je een vogel in de stilte

er bestaat geen manier om de hemel aan te raken
maar al zou je omhoog reiken als een palm
en hem in je verbeelding kunnen beroeren
en eindelijk weten hoe hij aanvoelt
dan nog miste je de wolk van katoen

er bestaat geen brug om de hemel over te steken
maar al zou je de andere oever bereiken
met behulp van herinneringen en voorspellingen
en vaststellen dat het niet zo moeilijk is
dan nog miste je de pijnboom in de schemering

dat komt omdat die hemel niet jouw hemel is
al is hij onstuimig en verscheurd
maar als je bij je eigen hemel komt
zul je hem niet willen wassen of aanraken of oversteken
en zijn ze er de vogel en de wolk en de pijboom.

 

 

Vertaald door Poëzie-werkgroep CCC

 

 

 

Haiku

I would like
to look at everything from a distance
but with you

*

since biblical times
the sky and the nude
have sinned together

 

 

 

Vertaald door Carlos Reyes

 

 

 

 993495-06b1cb9b85f419406895dd49ee668a18.jpg

Mario Benedetti (14 september 1920 – 17 mei 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Eric van der Steen werd op 14 september 1907 in Alkmaar geboren. Zie ook mijn blog van 14 september 2008 en ook mijn blog van 14 september 2009 en ook mijn blog van 14 september 2010.

 

 

Kinderen

 

De kinderen gaan langzaam door de regen,

zij hebben bloemen aan elkaar geregen,

zij spelen stil en ingetogen, want

zij hebben witte bloemen meegekregen.

 

De regen hield zijn adem in, de wind

bleef stilstaan en keek naar het witte kind,

de maan scheen als zij soms zich kon bezeren

en voor haar voeten glinsterde het grind.

 

Zij vonden roosjes, bramen en een strik,

(één viel erin en huilde van de schrik)

zij klommen op een heel hoog duin en zagen

de zee en waren stil, één ogenblik.

 

De goede slaap is voor het raam gekomen

en heeft de kinderen bij zich genomen

en samen zijn zij naar het land gegaan

waar oude mensen niet van kunnen dromen.

 

 

 

 993495-66cf4531450e9995498b3ec597dc95cc.jpg

Eric van der Steen (14 september 1907 - 3 november 1985)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Uli Becker werd geboren op 14 september 1953 in Hagen. Zie ook mijn blog van 14 september 2008 en ook mijn blog van 14 september 2009 en ook mijn blog van 14 september 2010.

 

Uit: Frollein Butterfly, 69 Haiku

 

Tun kein Auge zu
heut nacht vor lauter Vögeln,
Hommage a Hitchcock.

 

*

 

Liebesbriefwonnen:
Die Harakiriklinge
vom Aufschlitzen stumpf.

 

*

 

Ganz locker spannen,
wie Zen-Meister den Bogen –
Nicht das Ziel, der Weg!

 

*

Ihr Kuß ein Echo
der Pflaumen aus dem Eisschrank,
so süß und so kalt.

 

 

 

993495-28a1fe717d67c669ff32061d6ee8e815.jpg
Uli Becker (Hagen, 14 september 1953)

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Tõnu Õnnepalu, Janusz Glowacki, Julian Tuwim, Eginald Schlattner, Warren Murphy, Johannes Poethen

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook mijn blog van 13 september 2008 en ook mijn blog van 13 september 2009 en ook mijn blog van 13 september 2010.

 

 

Flesh has become word

 

Flesh has become word, word has not become flesh.
Who lives, can become word,
this is my little human hope
and today it is visible, today, today!

Today awakens the flesh in my flesh and the earth in my bones
and the sap of trees, the earth water, rises upwards,
earth’s cold blind water, lifeless water, ice water,
presses up throught the veins,
through the bitter flesh of pines,
the sweet flesh of maples,
up, out, into steam, as spirit,
in vain, water presses, sap presses, blood presses, yes,
not listening, in vain!

The hum of ducks is the Victory Song today,
the Nameless’ immense fleshly voice in the tranquil mist of the sea,
under the bright morning covers, in the warm, wordless light,
yes, in wordlessness, in not becoming word, in not being held by the word.

And I remain outside of it, outside of this great day,
because inside me there are words,
seeing and hearing I think words,
I do not hum like ducks, I do not flap wings,
the words in my head are mute motionless song,
needless sounds that nobody hears,
blind light that nobody sees,
an unmade move, caress and pain that nobody feels.

But there is something else in me, there happens to be everything
that touches everything else today and flies away.

And the word is smaller than this,
for really there is very little in word.
Perhaps this or that, perhaps a lot,
perhaps almost everything remains outside the word.

The word is ill of it, always in pain for what it is not.
In pain of this morning,
in pain of the flesh and blood,
in pain of water and light,
in pain for being closed in the head.

It may be that this is my work, that this is
the pressing voice of the Nameless speaking in me:
to let the word free, let it out of the head,
let it die, sow it into the vast earth of the unword,
into the darkness of myself and un-self,
outside the gates into the great light where Today is waiting,
where the wordless, shapeless, ever changing All is waiting.

And I myself should wait, not knowing for what,
cry and mourn for the word, weep for my self
that has no more name,
lie down on bare ground before the Gates
as beggars lie down to sleep in the open
and wait to be let in,
wait to get out,
wait for the Hour of Change, for the Unknown.

 

 

 

 992845-425d0377e6b2bae127c49062cf6e6b99.jpg

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Janusz Glowacki werd geboren op 13 september 1938 in Poznań. Zie ook mijn blog van 13 september 2010.

 

Uit: Aus dem Kopf (Vertaald door Heinz Rosenau)

 

„Zu Beginn schien es, als käme ich damit genau hin.
Ich wohnte umsonst im Holiday Inn Hotel und hatte sogar noch zusätzliche Einkünfte, da man mich für meine Besuche bei den Proben – anders als in Polen, wo man Autoren nur widerwillig ins Theater lässt – bezahlte. Die Schauspieler waren tadellos, der Regisseur Danny Boyle, der aus Trainspotting, auch. Bereits nach der ersten Probe war ich überzeugt, dass Cinders, anders als Aschenkinder, nach dessen polnischer Aufführung ich mir geschworen hatte, nie wieder für das Theater zu schreiben, ein richtig gutes Stück war. Und die drei polnischen Konsuln in London, Herr Kopa, Herr Słomka und Herr Mucha hatten sogar im Theater anrufen lassen und sich für die Premierenfeier angekündigt. Ich fühlte mich geschmeichelt, denn bis zu diesem Zeitpunkt kannte ich nur einen einzigen polnischen Diplomaten (und zudem einen ehemaligen), nämlich den Konsul in Glasgow. Seine schwache Seite war ein völliger Mangel an Fremdsprachenkenntnissen. Seine starke eine gut aussehende Ehefrau, eine Schauspielerin. Ihretwegen verbrachte der Herr Konsul seine Urlaube im Warschauer SPATiF, dem Restaurant des polnischen Schauspielerverbandes, und nach ein paar Schnäpsen war er gerne bereit seine Zuhörer am diplomatischen Leben teilhaben zu lassen. Der Job – sagte er – sei im Grunde ganz angenehm, nur leider komme alle naselang irgendein Engländer angewackelt und wolle irgendwas von ihm. Das wäre ja auch gar nicht so schlimm, wenn er wenigstens verstehen könnte, was der Mann da erzählte.
Abends nach den Proben ging ich mit den Schauspielern auf ein Guinness in eine der Kneipen auf dem Sloan Square. Jaruzelski und Breschnew, Wałęsa, Kuroń und Michnik waren immer weiter weg, ich war mächtig stolz und wartete geduldig auf die Premiere.“

 

 

 992845-41d495e05079d1841453688e32651588.jpg

Janusz Glowacki (Poznań, 13 september 1938)

 

 

 

 

De Poolse dichter Julian Tuwim werd geboren in Łódź op 13 september 1894. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Julian Tuwim op dit blog.

 

 

Grass

 

Grass, grass up to my knees!

Grow up to the sky

So that there won't seem to be

Any you or I

 

So that I will turn all green

And blossom to my bones,

So that my words won't come between

Your freshness and my own.

 

So that for the two of us

There will be one name:

Either for both of us - grass,

Or both both of us - tuwim.

 

 

 

Wife

 

My husband is idle, is dumb and spends money.

He either stands still at the window or runs about town like a bunny.

 

He stares and he stares, at a tram, at the sky.

He mutters, he whistles: he rummages over the house like an amateur spy.

 

And then he reads books: he turns their pages at least.

There are books in the kitchen and cellar; folios mixed with the yeast.

 

But what is he thinking about? what does my husband mumble?

When he tries to speak he gets nervous: piles of words flurry and tumble.

 

In the evening he drinks, and I feel angry enough

When I see his dear eyes getting misted up with that stuff.

 

His eyes are misted. He takes one more dram.

He kneels down beside me and lays his head on my arm.

It is only then that I learn for the first time who I am.

 

 

 992845-e2302eb3b433ccf70fb83e2f4f95b88f.jpg

Julian Tuwim (13 september 1894 – 27 december 1953)

 

 

 

 

De Duitstalige, Roemeense, schrijver en pastor Eginald Schlattner werd geboren in Arad op 13 september 1933. Zie ook mijn blog van 13 september 2010.

 

Uit: Das Klavier im Nebel

 

“Die Tante in Bukarest, böse wie das Feuer, zeigte sich von der besten Seite. Sie entfaltete ihren ganzen Charme, was den Onkel ungerührt ließ, Rodica gleichgültig war, Clemens aber Eindruck machte.
Es war der Onkel, der Rodica in Schäßburg gezwungen hatte, die Fahrt ans Meer mit Clemens abzusagen. Die Befehle seiner Frau führte er ebenso dienstwillig aus wie die Befehle seines Ministers, selbst wenn sie forderte, daß er ihr die Hände bis zum Ellbogen küßte und zurück bis zu den Fingerspitzen, was er ohne Murren tat, nicht anders, als handle es sich um Schädlingsbekämpfung. Er schwieg zu allem.
Doamna Aurora Ingrid war klein von Gestalt, sie trug hochhackige Schuhe, so daß der Fuß steil abwärts wies. Die große Zehe stand vorne heraus, scharlachrot touchiert, und scharlachrot waren die krallenhaften Fingernägel. "Weißt du, warum die Fingernägel so lang sind?" flüsterte Rodica. "Sie will damit beweisen, daß sie eine Intellektuelle ist. Mit solch schrecklichen Krallen kann man keine grobe Arbeit verrichten. Huh. Und die Kinder kriegen die Fraisen."
Die Gastgeberin trug nur rot. Ein Rausch in Rot. Die leichtfüßige Figur war umweht von Gewändern in Abwandlungen von Purpur bis Rosa. Ihr Haar war schwarz mit silbernen Strähnen. "Sie wird grau. Nun hat sie einige Strähnen silbrig gefärbt, damit man denkt, es sei eine modische Marotte."
"Mit Ofensilber", pflichtete Clemens bei. Sie verstanden sich wieder wie einst. Am Abend, wenn sie sich über die Eindrücke des Tages austauschten, fiel beiden meist dasselbe ein.
Die Gemächer des Hauses hatte man in Socken zu betreten. Im Flur standen die Schuhe des Hausherrn in Reih und Glied. Die puppenhaften Schuhe der Dame lagen wahllos herum, so wie sie ihr von den Füßen gepurzelt waren.“

 

 

 992845-e6a3f3c80e29ed99e1412705798a371a.jpg

Eginald Schlattner (Arad, 13 september 1933)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en scenarist Warren Murphy werd geboren op 13 september 1933 in Jersey City, New Jersey. Zie ook mijn blog van 13 september 2010.

 

Uit: The Destroyer (Samen met Richard Sapir)

 

„Dr. Daniel Demmet was a true professional. When he decided it was time to kill his patient, he first made sure that the critical body functions were doing well. He checked the electrocardiogram screen, as he had been checking it since the patient had been wheeled into the operating room of the Robler Clinic, one of the finer hospitals just outside of Baltimore. Dr. Demmet sat on a stool behind the patient's head, from which point, as a modern anesthesiologist, he could best supervise and protect the patient's hold on life. The surgeon, working a few feet from him, was too busy rearranging the body with instruments to worry about his life. The surgeon worked on the appendix; the anesthesiologist worked on the patient.
The screen showed normal sinus rhythm, a sharp beeping line across the screen, which caught the electrical impulses from the heart. At the first sign of trouble, the wave would become ectopic, indicating cardiac malfunction.
On the screen, death was a smooth flowing line, with little hills; life was sharp and discordant. What Dr. Demmet continuously looked at was the line that guaranteed life. Perfect. A perfect sinus rhythm. The low hill, the deep valley, the high peak, another valley, and then the pattern all over again. All this in a beep. Life.“

 


 992845-27859e66f136115bd119b94de6b44e04.jpg

Warren Murphy (New Jersey, 13 september 1933)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johannes Poethen werd geboren in Wickrath op 13 september 1928. Zie ook mijn blog van 13 september 2010.

 

 

Hol über

 

3

 

Aber wozu
nun schon über fünfzig jahr
und immer hinter sappho her

die götter loben nicht
neulust vielleicht
wie es wieder
die glieder regt

doch gewiß
ein lebensmittel.


4

 

Zahl oder bild
spiegel im spiegel
schwarzes loch mit dir allein

alles fließt
durcheinander

außer uns
bloß dies gedicht

hol über.

 

 

 

992845-e2df3006d548dbd4623a3525d4a4efab.jpg
Johannes Poethen (13 september 1928 – 9 mei 2001)

Portret door Eva Zippel



Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Nicolaas Beets, Francis Yard, Roald Dahl, Anton Constandse, J. B. Priestley, James Shirley

De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.


Langs moeders graf

’t Was de eerste thuiskomst na haar sterven;
Wij haalden hem van boord.
Hij pakte en kuste ons honderd werven,
Maar sprak geen enkel woord.
Een tijdlang stond hij in gedachten,
En zag ons zwijgend aan;
Op eenmaal kreeg hij moed en krachten,
En zeide “ Laat ons gaan ! “

Het kleine Stijntje werd gedragen,
Ik bij de hand gevat;
Opeens de Kerkstraat ingeslagen,
In plaats van ’t achterpad.
Verwondring heb ik niet doen blijken;
Benepen zweeg ik stil,
En had het hart niet op te kijken,
Al had ik ook de wil.

Maar toen wij langs het kerkhof togen,
Zijn hand de mijne neep,
Zag ik hem aan met vochtige ogen,
Ten blijk dat ik ’t begreep,
‘ Had ik die blik maar niet geslagen ! ‘
Herhaal ik duizend keer:
’t Gelaat dat toen mijn ogen zagen,
Vergeet ik nimmermeer.



Niet klagen

Niet klagen
Maar dragen
En vragen
Om kracht.
Niet zorgen
Voor morgen
Bij vallende nacht.
Niet beven
Voor ‘t leven
Gegeven
Van God
Maar ‘t heden
Besteden
Naar plicht en gebod.
Niet dringen
In dingen
Door niemand bevroed.
Tevreden
Te treden
Bij ‘t licht op het pad
En de lamp voor de voet.




992833-0f09170bbfab79bddaf64195a4a214c6.jpg

Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)

Buste door Cornelis Beets, 1894





De Franse dichter en schrijver
Francis Yard werd geboren op 13 september 1873 in Boissaye / Seine-Maritime. Zie ook mijn blog van 13 september 2010.


La neige au village

Lente et calme, en grand silence,
Elle descend, se balance
Et flotte confusément,
Se balance dans le vide,
Voilant sur le ciel livide
L'église au clocher dormant.

Pas un soupir, pas un souffle,
Tout s'étouffe et s'emmitoufle
De silence recouvert...
C'est la paix froide et profonde
Qui se répand sur le monde,
La grande paix de l'hiver.



L'église

Je regrette le temps où je servais la messe,

Les beaux jours merveilleux où la vie est promesse,

La chère enfance et mes sabots de bois ciré

Qui m'annonçaient de loin, quand Monsieur le Curé

Préparait en surplis, seul dans la sacristie

Le calice d'argent, la patène et l'hostie.

L'église pâle, après les songes de la nuit,

Restait mystérieuse, indifférente au bruit.

La lampe clignotait, comme endormie encore,

Car j'apportais un peu de vent avec l'aurore.

Et l'écho des vieux murs, s'éveillant à mon pas,

Me répondait confidentiel, presque tout bas.

Ah ! comme elle était grande et profonde l'église

Et haute sous le cintre où Jésus agonise,

Où Saint Martin, l'épée au clair sur son cheval

Fait pour le pauvre son grand geste libéral.

Oui, dans le demi-jour frémissant du village

Mon église était grande au matin de mon âge.

Elle est petite. Et maintenant quand je la vois,

Je regrette mes yeux candides d'autrefois.



992833-e2d211743c0809519c0fcdf637918102.jpg

Francis Yard (13 september 1873 - 28 februari 1947)




De Britse schrijver Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandalf, Zuid-Wales. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Roald Dahl op dit blog.


Uit:
The Magic Finger

“For months I had been telling myself that I would never put the Magic Finger upon anyone again — not after what happened to my teacher, old Mrs. Winter.

Poor old Mrs. Winter.

One day we were in class, and she was teaching us spelling. “Stand up,” she said to me, “and spell kat.”

“That’s an easy one,” I said. “K – a – t.”

“You are a stupid little girl!” Mrs. Winter said.

“I am not a stupid little girl!” I cried. “I am a very nice little girl!”

“Go and stand in the corner,” Mrs. Winter said.

Then I got cross, and I saw red, and I put the Magic Finger on Mrs. Winter good and strong, and almost at once …

Guess what?

Whiskers began growing out of her face! They were long black whiskers, just like the ones you see on a kat, only much bigger. And how fast they grew! Before we had time to think, they were out to her ears.

Of course the whole class started screaming with laughter, and then Mrs. Winter said, “Will you be so kind as to tell me what find so madly funny, all of you?”



992833-a4e8aa7cdbbce143f41dea8291cfd78e.jpg
Roald Dahl (13 september 1916 – 23 november 1990)





De Nederlandse wetenschapper en publicist, vrijdenker en anarchist
Anton Constandse werd geboren in Brouwershaven op 13 september 1899. Zie ook mijn blog van 13 september 2006 en ook mijn blog van 13 september 2009 en ook mijn blog van 13 september 2010

Uit: Gastarbeiders zijn immigranten


“Men kan nu wel hoog opgeven van hun afwijkende `kultuur', maar waarin bestaat die dan? Goed, ze hebben als godsdienst – behalve variaties van het christendom – de islam. Dit zegt overigens weinig, want aanzienlijke groepen van moslims geloven even weinig als dusgenaamde christenen. Als ze wel hechten aan hun geloof, en vooral dan aan de gebruiken die daarmee samenhangen, vallen ze in de kategorie van onze Drentse, Veluwse en Zeeuwse gereformeerden, met taboes en bijgeloof van eeuwen geleden. Het aantal analfabeten onder hen is groot, ze laten zich manipuleren door feodale leiders en leveren mede de fascistiese overvallers op hun lotgenoten. Het is onzin, over te lopen van eerbied voor zulke vormen van `kultuur', waar we zelf na eeuwen van strijd mee hebben afgerekend, enkele onderontwikkelde gebieden uitgezonderd, die ons zwarte zeden en beklagenswaardige gehandikapten leveren, zoals slachtoffers van polio. Men moet zich eens indenken, welke ghetto's er zullen ontstaan van verouderde, en voor ons gevaarlijke immigranten, als we niet alleen hun gruwelijke slachtgewoonten aanvaarden, maar ook hun diskriminatie van vrouwen, hun patriarchaal-autoritaire aanmatiging, hun onderwerping van kinderen, hun stamveten. Waarom van nieuwkomers aanvaarden, wat we zelf in gewoonten en wetten hebben opgeruimd?''



992833-5881a36de8a9344cb78818bbfa76d415.jpg

Anton Constandse (13 september 1899 - 23 maart 1985)





De Nederlandse dichter, schrijver en taalkundige
Muus Jacobse werd op 13 september 1909 als Klaas Hanzen Heeroma geboren op het waddeneiland Terschelling. Zie ook mijn blog van 13 juni 2011 en ook mijn blog van 13 september 2010


Adam

Hij dwaalde, zegenend al wat hij zag,

En gaf de dieren en de bloemen namen,

Elk naar zijn aard, wanneer zij tot hem kwamen

Onder de zon van elke nieuwe dag.

Maar 's avonds zocht hij droef het donker midden

En keerde tot de boom des levens, waar

Vooglen des hemels nestten bij elkaar,

Om daar in eenzaamheid tot God te bidden.


Onder de welving van de wereldboom,

Zijn tentzeil spannend voor de sterrenzalen,

Lag hij en sliep aan 't ademende water,

Wellend over de w o r t e l s . . ..

Sloeg de stroom

Niet met zijn hartslag mee? Werd bij het slapen

Niet aan zijn hart een ander hart geschapen?



Jozef is nog jong

Als zon, maan, sterren buigen voor mij neer en

Wuivend groeten de rijpe korenschoven,

Weet ik met trots in mijn verliefde ogen

Mij van dit al de onaanrandbre heerser,

En denk ik wel eens: zou ik nu de dood geen

Verkoren buit zijn, nu nog geen ontberen

Met aardse droefheid mij heeft kunnen deren,

Omwikkeld door de mantel van mijn dromen?


Maar als ik oud moet sterven, zal, van tranen

En van veel rouwen schamel en gescheurd,

De dromenmantel die mijn ogen kleurt

Hun toch een teken zijn, en niet beschamen,

Van veel verloren en van veel getreurd

Te hebben, omdat zij zo veel bezaten.



992839-33b22c4252283893d42a587338ab9db8.jpg

Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)





De Engelse schrijver, journalist en literatuurcriticus John Boynton Priestley werd geboren in Bradford op 13 september 1894. Zie ook mijn blog van 13 september 2007 en ook mijn blog van 13 september 2010


Uit:
An Inspector Calls and Other Plays

„SHEILA: How did you come to know this girl, Eva Smith?

GERALD: I didn't

SHEILA: Daisy Renton then - it's the same thing.

GERALD: Why should I have known her?

SHEILA: Oh, don't be stupid. We haven't much time. You gave yourself away as soon as he mentioned her name.

GERALD: All right. I knew her. Let's leave it at that.

SHEILA: We can't leave it at that.

GERALD: [approaching her] Now listen, darling -

SHEILA: No, that's no use. You not only knew her, but you knew her very well. Otherwise, you wouldn't look so guilty about it. When did you first get to know her? [He does not reply.] Was it after she left Milwards? When she changed her name, as he said, and began to live a different sort of life? Were you seeing her last spring and summer, during that time when you hardly came near me and said you were so busy? Were you? [He does not reply but looks at her.] Yes, of course you were.

GERALD: I'm sorry, Sheila. But it was all over and done with last summer. I hadn't set eyes on the girl for at least six months. I don't come into this suicide business.

SHEILA: I thought I didn't, half an hour ago.

GERALD: You don't. Neither of us does. So - for God's sake - don't say anything to the Inspector.

SHEILA: About you and this girl?

GERALD:Yes. We can keep it from him.

SHEILA: [laughs rather hysterically] Why - you fool - he knows. Of course he knows. And I hate to think how much he knows that we don't know yet. You'll see. You'll see. [She looks at him almost in triumph] [He looks crushed. The door slowly opens and the INSPECTOR appears, looking steadily and searchingly at them.]

INSPECTOR: Well? „


992833-a0d37a3158b950fd696098b7fa02cc61.jpg

J. B. Priestley (13 september 1894 - 14 augustus 1984)





De Engelse dichter en toneelschrijver
James Shirley werd geboren in Londen op 13 september 1596. Zie ook mijn blog van 13 september 2010

Death's Subtle Ways


Victorious men of earth, no more

Proclaim how wide your empires are;

Though you bind in every shore

And your triumphs reach as far

As night or day,

Yet you, proud monarchs, must obey

And mingle with forgotten ashes when

Death calls ye to the crowd of common men.

Devouring Famine, Plague, and War,

Each able to undu mankind,

Death's servile emissaries are;

Nor to these alone confined,

He hath at will

More quaint and subtle ways to kill;

A smile or kiss, as he will use the art,

Shall have the cunning skill to break a heart.



992833-8d67a53195557da324bc6e1d8f969860.jpg

James Shirley (13 september 1596 – 29 oktober 1666)

Londen en de Old London Bridge in de 17e eeuw
Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten