Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 oktober 2011 tot 18 oktober 2011

Kees Fens, Jan Erik Vold, Terry McMillan, Wendy Wasserstein, Ntozake Shange

 De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2009 en ook mijn blog van 18 oktober 2010.

 

Uit: Simon Vestdijk: Eenheid in de verscheidenheid

 

„Wanneer ooit eens iemand gaat uitrekenen hoeveel uitgewerkte portretten van historische en fiktieve personen te vinden zijn in het hele oeuvre van Vestdijk, en hoeveel landschappen, steden en tijdperken er het dekor van vormen, zal dat een ogenblik van grote schrik onder lezers en critici worden. En toch, groter verschil dan tussen al die personages en hun omstandigheden, is niet denkbaar, althans uiterlijk.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de onderwerpen die in de vijf jaar na 1960 ter sprake zijn gekomen: allemaal verschillend, al kan een Nurks opmerken dat het een en ander erin hem toch niet onbekend voorkomt. De Griekse kultuur in De held van Temesa bijvoorbeeld (maar het is een andere periode en zelfs een ander deel van Europa dan tot nu toe, dit Magna Graecia van de vijfde eeuw voor Christus), het Lahringenachtige stadje van Zo de ouden zongen ... (maar op de keper beschouwd heeft wát er in dat stadje gebeurt toch heel weinig te maken met Anton Wachter), en de Alpen, tweemaal, namelijk in Een alpenroman en in Het genadeschot. Juffrouw Lot, De filosoof en de sluipmoordenaar en Bericht uit het hiernamaals heb ik dan nog niet eens genoemd, evenmin als de essays, over muziek (ik zeg er verder niets meer over omdat ik Vestdijk op dit terrein voortdurend uit het oog verlies), over ‘literatuur en leven’ in De leugen is onze moeder, en dan nog de memoires van Gestalten tegenover mij en het afzonderlijke lange opstel De zieke mens in de romanliteratuur. Het is duidelijk, dat Vestdijk eerder de onderwerpen en dekors attaqueert waar hij het nog nooit over gehad heeft dan dat hij nauwe aansluiting bij zijn vroegere werk zoekt. Het is al verschillende malen opgemerkt: het heeft er veel van weg dat hij de hele schepping persoonlijk nog eens over wil doen.

Deze veelvoudigheid en veelvormigheid van Vestdijks werk is het eerst opvallende feit dat men over hem kan vaststellen, en het signaleren ervan is dus noodgedwongen een banaliteit, maar niemand ontkomt er aan bij een overzicht van zijn hele werk of zelfs van de produktie van enkele jaren. Hier ligt namelijk voor mijn gevoel de oorzaak van de terughoudendheid van vele lezers, meer eigenlijk dan die van de bewondering van anderen. Deze reserve komt niet zozeer voort uit argwaan tegen de kwaliteit bij een zo overstelpende kwantiteit (al wordt dat argument vaak gebruikt), als wel uit protest tegen een Sisyphusarbeid die de lektuur van gemiddeld twee volkomen verschillende boeken van één auteur per jaar betekent: net als je er bent, kun je opnieuw beginnen.“

 

 

 

 1014211-5e93704ef24e8ed7f6e6e1eac131207b.jpg

Kees Fens (18 oktober 1929 - 14 juni 2008)

 

 

 

 

De Noorse dichter, vertaler en musicus Jan Erik Vold werd geboren op 18 oktober 1939 in Oslo. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009 en ook mijn blog van 18 oktober 2010.

 

Uit: Twelve Meditations

 

 

why is there a pale

moon

in

the sky, when the autumn sun

 

is still shining? Do we need

two? Do we

need to be reminded of

darkness to come, cluster bombs

 

exploding

200 yards above the earth, slashing

all living

flesh?

 

 

all living flesh that can

will hide

in caves. How many mouths can be fed

by one

 

cluster?

Can peace be won

by carpet

bombing? Can

 

food bombing a people

make them

swap

ancestors?

 

 

 

when the freighters arrive

with artificial

limbs

the onelegged

 

can get up

and leave. The sky was a lake

in navy

blue. He who shoves

 

his boat from the shore, will soon

be

rowing

in a CNN report.

 

 


Vertaald door de dichter

 

 

 

1014211-f1f00e067aa57ad0b1a8e222f31e8f66.jpg
Jan Erik Vold (Oslo, 18 oktober 1939)

 

 

 

 

De Afrikaans - Amerikaanse schrijfster Terry McMillan werd geboren op 18 oktober 1951 in Port Huron, Michigan. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009 en ook mijn blog van 18 oktober 2010.

 

Uit: Getting to Happy

 

„I'm not crazy about cruises. I went on one with Mama and my sister, Sheila, and those long narrow hallways gave me the creeps because I've seen too many horror movies where the killer jumps out of a doorway and pulls you inside. After two or three days of being out in the middle of the ocean with no land in sight until you wake up not knowing what country you might be in front of, by day four I was ready to jump off our balcony and backstroke home.
And then there are those obligatory convention dinners. I'd sit there in one of the hotel ballrooms at a table full of contractors and their now-gussied-up wives, trying to be sociable, but I was basically making small talk since they never discussed anything that might be going on in the world. Call me elitist, but this often made me feel like an alien who'd been dragged to another planet by my husband because he, as well as they, didn't seem to think producing television shows about cultural and social issues was as interesting as all the things they could build out of lumber.
It truly irks Isaac that people don't respect or appreciate the role wood plays in our lives. That we aren't aware of how much we take it for granted—as if it'll always be here—and how much we rely on it yet overlook its value to the point we ignore it and its beauty. It would be nice if he still saw me the same way. For about eight of the past ten years it felt like he did.“


 

 1014211-17042adf320eec16ced8b4449cbb8985.jpg

Terry McMillan (Port Huron, 18 oktober 1951)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Wendy Wasserstein werd geboren op 18 oktober 1950 in New York. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009 en ook mijn blog van 18 oktober 2010.

 

Uit: Elements of Style

 

„The multiple shades of beige continued into the living room. Even Frankie, who had virtually no sense of décor, couldn't miss the deliberately understated eggshell and dusted cocoa linen couches, the bleached floors, the faded Gustave Lefèvre and Eugene Atget photographs on the walls, and the contemporary Cindy Shermans and Clifford Rosses in the corner. She decided that a speck of dust would never have the chutzpah to rear its head here.

Samantha walked into the room arm in arm with an elegant older-looking man. As far as Frankie could make out, Samantha was wearing Prada, or maybe it was Gucci, sheer silver-spangled bell-bottom pants and a sleeveless silver lamé tank top. Her shoes were at least four-inch-high Manolo, or maybe Jimmy Choo, silver sandals, with lace ties around the ankle. For a moment, Frankie was flummoxed why Samantha and her friend were permitted to wear shoes and she wasn't. As she turned her head to acknowledge her host, Frankie noticed a small Giacometti sculpture inconspicuously placed on the bookshelf.

"Welcome. I'm so happy you're here." Samantha leaned down and kissed both of Frankie's cheeks. "Do you know my dear friend Jil Taillou?"

"No, I don't think so," Frankie replied.

"Jil worked for years at Sotheby's, and I was just showing him our renovations."

"It's a wonderful apartment. So calm. And I love the view," Frankie said, looking out at the Sixty-sixth Street transverse and the lights of Central Park South. "Did Pippa Rose design it?"

Jil put down his Grey Goose on the rocks. "Pippa Rose! You must be joking!" he said with a slight European accent. "She couldn't do anything as elegant as this. She’s a chintzaholic!“

 

 

 1014211-e14dd3830e3317e543473478e979d32a.jpg

Wendy Wasserstein (18 oktober 1950 – 30 januari 2006)



 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Ntozake Shange werd geboren als Paulette Williams op 18 oktober 1948 in Trenton, New Jersey. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009 en ook mijn blog van 18 oktober 2010.

 

 

i live in music


i live in music
is this where you live?
i live here in music
i live on c# street
my friend lives on b-flat avenue
do you live here in music
sound
falls round me like rain on other folks
saxophones wet my face
cold as winter in st. louis
hot like peppers i rub on my lips
thinkin they waz lilies
i got 15 trumpets where other women got hips
& a upright bass for both sides of my heart
i walk round in a piano like somebody
else be walkin on the earth
i live in music
live in it
wash in it
i cd even smell it
wear sound on my fingers
sound falls so fulla music
ya cd make a river where yr arm is &
hold yrself
hold yrself in a music

 

 

 

senses of heritage


my grandpa waz a doughboy from carolina
the other a garveyite from lakewood
I got talked to abt the race & achievement
bout color & propriety/
nobody spoke to me about the moon


daddy talked abt music & mama bout christians
my sisters/ we
always talked & talked
there waz never quiet
trees were status symbols


I've taken to fog/
the moon still surprisin me

 

 

 

 1014211-df1780ec721f086fa8b38a1fcd2c52b7.jpg

Ntozake Shange (Trenton, 18 oktober 1948)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

 
Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Heinrich von Kleist, Rick Moody, Raymond Brulez, Pierre Choderlos de Laclos, Koos Dalstra

De Duitse dichter en schrijver Heinrich von Kleist werd geboren op 18 oktober 1777 in Frankfurt an der Oder. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010  en eveneens alle tags voor Heinrich von Kleist op dit blog.

 

 

Das letzte Lied

Nach dem Griechischen, aus dem Zeitalter Philipps von Mazedonien

 

Fern ab am Horizont, auf Felsenrissen,

Liegt der gewitterschwarze Krieg getürmt.

Die Blitze zucken schon, die ungewissen,

Der Wandrer sucht das Laubdach, das ihn schirmt.

Und wie ein Strom, geschwellt von Regengüssen,

Aus seines Ufers Bette heulend stürmt,

Kommt das Verderben, mit entbundnen Wogen,

Auf alles, was besteht, herangezogen.

 

Der alten Staaten graues Prachtgerüste

Sinkt donnernd ein, von ihm hinweggespült,

Wie, auf der Heide Grund, ein Wurmgeniste,

Von einem Knaben scharrend weggewühlt;

Und wo das Leben, um der Menschen Brüste,

In tausend Lichtern jauchzend hat gespielt,

Ist es so lautlos jetzt, wie in den Reichen,

Durch die die Wellen des Kozytus schleichen.

 

Und ein Geschlecht, von düsterm Haar umflogen,

Tritt aus der Nacht, das keinen Namen führt,

Das, wie ein Hirngespinst der Mythologen,

Hervor aus der Erschlagnen Knochen stiert;

Das ist geboren nicht und nicht erzogen

Vom alten, das im deutschen Land regiert:

Das läßt in Tönen, wie der Nord an Strömen,

Wenn er im Schilfrohr seufzet, sich vernehmen.

 

Und du, o Lied, voll unnennbarer Wonnen,

Das das Gefühl so wunderbar erhebt,

Das, einer Himmelsurne wie entronnen,

Zu den entzückten Ohren niederschwebt,

Bei dessen Klang, empor ins Reich der Sonnen,

Von allen Banden frei die Seele strebt;

Dich trifft der Todespfeil; die Parzen winken,

Und stumm ins Grab mußt du daniedersinken.

 

Erschienen, festlich, in der Völker Reigen,

Wird dir kein Beifall mehr entgegen blühn,

Kein Herz dir klopfen, keine Brust dir steigen,

Dir keine Träne mehr zur Erde glühn,

Und nur wo einsam, unter Tannenzweigen,

Zu Leichensteinen stille Pfade fliehn,

Wird Wanderern, die bei den Toten leben,

Ein Schatten deiner Schön' entgegenschweben.

 

Und stärker rauscht der Sänger in die Saiten,

Der Töne ganze Macht lockt er hervor,

Er singt die Lust, fürs Vaterland zu streiten,

Und machtlos schlägt sein Ruf an jedes Ohr, –

Und da sein Blick das Blutpanier der Zeiten

Stets weiter flattern sieht, von Tor zu Tor,

Schließt er sein Lied, er wünscht mit ihm zu enden,

Und legt die Leier weinend aus den Händen.

 

 

 1014206-d05a9d5d046f79a09d6f1d06881d20c5.jpg

Heinrich von Kleist (18 oktober 1777 - 21 november 1811)

Miniatur van Peter Friedel, 1801

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Rick Moody werd geboren op 18 oktober 1961 in New York. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009 en ook mijn blog van 18 oktober 2010 

 

Uit: The Diviners

 

„Consider the formidable Rosa Elisabetta of the past. Consider the archaeology of her phases. Kingmaker in the civic politics of the Fourth Ward, parader with infant ghouls and vampires on Halloween, soup kitchen volunteer; Rosa Elisabetta, institution. Dignified mother of the block, guardian of the parking spaces of longtime residents of the neighborhood, protector of the community, of local parishes, registrar of voters. Once she was all these things. A lover of families. As she enumerates them, however, Rosa Elisabetta can feel the sweat pooling in the folds of her abdomen; she can feel cramps beckoning from south of her equator.What was it that Emilia surely wanted to say about her bad breath? Maybe nothing. Her father had bad breath. Foul breath. It was his guts. She was there with the priest, such a nice priest, and the breath of her father smelled like a gizzard. She won't talk to Emilia anymore. How can anyone think such a thing? The cupping-hands experiment does not bear out results. Nothing at all like the smell of death.

She held the little children in the day care center while their mothers worked in Manhattan. She sang songs to these children, songs by important American singers from the age of big bands. Not one of these little children said to her: Your breath smells like something died in your mouth. She liked to present the boys with chocolates; she liked to warn them about the dangers of amorous contact. She told the little boys and girls: Avoid becoming in- flamed.“

 

 

 1014206-cc010a838d34e394fefb662fd359a1b7.jpg

Rick Moody (New York, 18 oktober 1961)

 

 

 

 

De Belgische schrijver Raymond Brulez werd geboren te Blankenberge op 18 oktober 1895. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010  en eveneens alle tags voor Raymond Brulez op dit blog.

 

Uit: De fatsoenlijke faun

 

„Te St. Laurentius in Vlaanderen staat, omringd van een welverpleegd park dat zich uitstrekt ten zoome van een wild, schier onontgonnen woud, het kasteel ‘Nieuw Kareol’. In voorspoedige wagneriaansche tijden liet een edelman het bouwen. Het ongegrond vertrouwen dat hij stelde in de finantieële degelijkheid der staatsfondsen noodzaakte hem, na den wereldoorlog, dit te verkoopen aan den handelaar Janssens, die met meer schranderheid en minder scrupules de oeconomische mogelijkheden van die beroerde tijden gesnapt had. De fortuinlijke handelaar besloot tot dezen koop, deels omdat het een degelijke geldbelegging was en hoofdzakelijk omdat de arts een langdurig verblijf op den buiten voor zijn dochter Lydie dringend aangeraden had.

Het kasteel zelve wil ik u niet uitvoerig beschrijven. Den gemakkelijken spot over de wansmakelijke vergissingen van den oorlogswoekeraar die zich niet terecht vindt in de stijlen der verschillende ‘Louis’, laten we aan anderen over. Doch één enkele barokke bijzonderheid zijn wij wèl verplicht hier aan te halen, daar deze van belang is voor het verloop van dit verhaal. In den boomgaard van ‘Nieuw Kareol’ stond een zeer eigenaardige vogelschrik. Gewoonlijk wordt deze behangen met het plunje van een baarlijken landlooper - net alsof de vogelen dezelfde psyche zouden hebben als kinderen en bange eenzame landmeisjes. Doch meneer Janssens vond dat in zijn rijken eigendom niets aan armoede en sociale ellende mocht herinneren en had daarom een keurig uitgedoste modepop uit de elegantste tailorshop van de hoofdstad aangekocht.“

 

 

 1014206-767349d1821ba134c99b2976a62399b4.jpg

Raymond Brulez (18 oktober 1895 – 17 augustus 1972)

 

 

 

 

De Franse schrijver Pierre Choderlos de Laclos werd geboren in Amiens op 18 oktober 1741. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010  en eveneens alle tags voor Pierre Choderlos de Laclos  en voor Choderlos de Laclos op dit blog.

 

Uit: Gefährliche Liebschaften (Vertaald door Wolfgang Tschöke)

 

„Erster Brief

Cecile Volanges an Sophie Carnay bei den Ursulinerinnen von . . .

 

Du siehst, liebe Freundin, ich halte Wort, und die Haubenund der Kopfputz beanspruchen nicht meine ganze Zeit, es bleibt mir immer noch etwas fur Dich. Und doch habe ich heute an diesem einzigen Tag mehr Putz gesehen als in den vier Jahren, die wir zusammen verbracht haben; und ich glaube, die hochnasige Tanville*wird bei meinem ersten Besuch, wo ich gewis gedenke, sie rufen zu lassen, mehr Arger ausstehen, als sie glaubte uns anzutun, jedesmal wenn sie uns in fiocchi besuchte. Mama hat mich bei allem zu Rate gezogen; sie behandelt mich gar nicht mehr so sehr als Schulmadchen wie fruher. Ich habe meine eigene Kammerfrau; ich habe eine Schlafstube und ein Studierzimmer fur mich allein, und ich schreibe dir an einem sehr hubschen Sekretar, zu dem man mir den Schlussel ausgehandigt hat und in dem ich verschliesen kann, was immer ich will. Mama hat mir gesagt, ich durfe jeden Tag bei ihrem Aufstehen dabei sein; es reiche aus, wenn ich bis zum Diner frisiert bin, weil wir immer allein waren, und sie wurde mir dann jeden Tag die Stunde sagen, zu der ich mich am Nachmittag bei ihr einzufinden habe. Den Rest der Zeit habe ich zu meiner Verfugung, und ich habe meine Harfe, meine Zeichensachen und Bucher wie im Kloster; blos das Mutter Perpetua nicht da ist, um mich auszuschelten, und das es nur bei mir liegt, immerfort gar nichts zu tun: aber da ich nicht meine Sophie zum Plaudern und zum Lachen habe, mag ich mich ebenso gern anders beschaftigen.

Es ist noch nicht funf Uhr, ich mus erst um sieben bei Mama sein: da ware ja nun genugend Zeit, wenn ich Dir nur etwas zu erzahlen hatte! Aber man hat mit mir noch uber gar nichts gesprochen; und ohne die Zurichtungen, die ich um mich sehe und die Anzahl der Putzmacherinnen, die alle fur mich kommen, wurde ich glauben, das man mich gar nicht zu verheiraten gedenkt und das alles wieder einmal nur albernes Geschwatz von der guten Josephine ist. Indes hat Mama mir so oft gesagt, eine

junge Dame musse so lange im Kloster bleiben, bis sie heiratet, das, da sie mich nun mal herausgenommen hat, Josephine ja wohl recht haben mus.“

 

 

 

1014206-87c7e8268b0527a52a756266cb6a4e0b.jpg
Pierre Choderlos de Laclos (18 oktober 1741 – 5 september 1803)

Portret door Jean-Baptiste Perronneau, 1770

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 18 oktober 2010.

 

De Nederlandse dichter en beeldend kunstenaar Koos Dalstra werd geboren in Leeuwarden op 18 oktober 1950.

Geschreven door Romenu om 19:31 Reageer op dit bericht

Simon Vestdijk, Miguel Delibes, Georg Büchner, Emanuel Geibel

De Nederlandse schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

 

 

De moeder

 

Niets had zij begrepen van zijn klacht,

Toen hij voor 't eerst verliet eenzelvig droomen

En aan kwam tasten in een fluisternacht.

Hij wilde stil en troostziek in haar stroomen,

Terugbuigend als stuwend water naar de

Bron, die rustig spiegelende vergaarde

Wat beeld en neerslag haar te binnen bracht. -

 

En toen zij slaap'rig opzag, en maar streelde,

Gesloten bleef voor het onuitgebeelde,

't Vervloekt verzwegene, dat hem besprongen

Was in het stroomgebied van háár gelijken:

Toen gleed hij weg, en nam een nieuw besluit,

En jaren knelde haar het harte uit

De zoon, dor sijpelende, afgedrongen,

En steenig-smal, haar vrede te ontwijken.

 

 

  

Zelfkant

 

Ik houd het meest van de halfland'lijkheid:

Van 't gras, dat arm'lijk op fabrieksterreinen

Groeit; van de weidewinden, die met lijnen

Vol waschgoed spelen; waar de lorrie rijdt,

 

Bevracht met het geheim der dokspoorlijnen.

Want 'k weet, dat ik waar men het leven slijt

En toch niet leven kan, meer eenzaamheid

Zal vinden dan in bergen of ravijnen.

 

De walm van stoomtram en van bleekerij

Of van de ovens waar men schelpen brandt

Is meer dan thymgeur aanstichter van droomen,

 

En 't zwarte kalf in 't weitje aan den rand

Wordt door een onverhoopt gedicht bevrijd

En in éen beeld met sintels opgenomen.

 

  

 

De Zanger

 

Ik droomde dat hij vóor hij sterven ging

Een galmend kinderlied zong met uithalen

Van overstelpt gevoel. In billardzalen

Vervloekte men hem als een weekeling...

 

Hij stond daar: ‘Als ik hier voor jullie zing

Wil ik met niéts de grootste eer behalen!’

Men vloekte, en hij zong van groene dalen

En van een bloem uit míjn herinnering.

......................................

 

Door angst gewekt, bracht ik den doode heel

Voorzichtig weer terug. - Een droom vergist

Zich nu en dan in 't nietigst onderdeel,

Dus ben ik wéer die zalen doorgedrongen,

Als rook langs de gezichten,... en nòg wist

Ik niet: had ik gevloekt - of meegezongen...

 

 

 

1013623-ec3136a4bbc06861a5f8700c2381b4e3.jpg
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Miguel Delibes werd op 17 oktober 1920 in Valladolid geboren. Zie ook mijn blog van 7 maart 2008 en ook mijn blog van 7 oktober 2009 en ook mijn blog van 17 oktober 2010

 

Uit: Le chemin (Vertaald door Rudy Chaulet)

 

 „ — Descends vite ; elle doit être là.
     Daniel le Hibou et Germán le Teigneux avançaient courbés en deux pour mieux supporter les énormes brassées de pommes. Le Hibou eut une peur terrible que quelqu’un puisse le surprendre ainsi. Il soutint le parti du Teigneux avec véhémence :
     — Allez, descends, Bouseux. On a assez de pommes.
     La crainte lui faisait perdre son calme. Sa voix était agitée, un ton au-dessus d’un simple murmure. Roque le Bouseux cassa une branche sous le poids de son corps en essayant de descendre précipitamment. Cela claqua comme un coup de fusil dans cette atmosphère paisible de frôlements et de chuchotements. Son excitation augmentait :
     — Attention, Bouseux !
     — J’arrive.
     — Zut !
     — Celui qui saute le mur le premier est une mauviette.
     Ce n’est pas facile de déterminer d’où surgit l’apparition. Après cela, Daniel le Hibou se mit à croire aux sorcières, aux esprits et aux fantômes. Elle, la Mica, était devant eux, grande et svelte, moulée dans une robe d’un blanc spectral. Dans les ténèbres épaisses, sa silhouette prenait une allure surnaturelle, un peu comme le Pico Rando, mais plus vague et plus fuyante.
     — Comme ça, c’est vous qui volez les pommes, hein ? dit-elle.
     Daniel le Hibou et Germán le Teigneux laissèrent rouler les fruits un à un jusqu’au sol. La consternation les tétanisait. La Mica parlait tout naturellement, sans emportement dans le ton de sa voix :
     — Vous aimez les pommes ?
     Un instant, l’affirmation apeurée de Daniel le Hibou trembla dans l’air :
     — Ou... i.
     On entendit le rire étouffé de la Mica, comme s’il venait par à-coups d’une secrète satisfaction. Ensuite elle leur dit :
     — Prenez deux pommes chacun et venez avec moi.
     Ils lui obéirent. Tous les quatre, ils se dirigèrent vers l’entrée. Une fois arrivés, la Mica tourna un commutateur caché derrière une colonne et la lumière se fit. Daniel le Hibou remercia la colonne charitable qui s’interposa entre la lampe et son visage abattu. La Mica rit de nouveau, sans raison. Daniel le Hibou fut assailli par la crainte qu’elle aille les livrer à la garde civile.“

 

 

 

1013623-d23ca9a3c120938ee363b2faf0c5e71f.jpg
Miguel Delibes (Valladolid,  17 oktober 1920)

 

 

 


De Duitse schrijver
Georg Büchner werd geboren op 17 oktober 1813 in Goddelau. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Georg Büchner op dit blog.

 

Uit: Dantons Tod

 

„Erster Akt

Erste Szene

Hérault-Séchelles, einige Damen am Spieltisch. Danton, Julie etwas weiter weg, Danton auf einem Schemel zu den Füßen von Julie.

Danton. Sieh die hübsche Dame, wie artig sie die Karten dreht! Ja wahrhaftig, sie versteht's; man sagt, sie halte ihrem Manne immer das coeur und anderen Leuten das carreau hin. – Ihr könntet einen noch in die Lüge verliebt machen.

Julie. Glaubst du an mich?

Danton. Was weiß ich! Wir wissen wenig voneinander. Wir sind Dickhäuter, wir strecken die Hände nacheinander aus, aber es ist vergebliche Mühe, wir reiben nur das grobe Leder aneinander ab – wir sind sehr einsam.

Julie. Du kennst mich, Danton.

Danton. Ja, was man so kennen heißt. Du hast dunkle Augen und lockiges Haar und einen feinen Teint und sagst immer zu mir: lieber Georg! Aber (er deutet ihr auf Stirn und Augen) da, da, was liegt hinter dem? Geh, wir haben grobe Sinne. Einander kennen? Wir müßten uns die Schädeldecken aufbrechen und die Gedanken einander aus den Hirnfasern zerren. –

Eine Dame (zu Hérault). Was haben Sie nur mit Ihren Fingern vor?

Hérault. Nichts!

Dame. Schlagen Sie den Daumen nicht so ein, es ist nicht zum Ansehn!

Hérault. Sehn Sie nur, das Ding hat eine ganz eigne Physiognomie. –

Danton. Nein, Julie, ich liebe dich wie das Grab.

Julie (sich abwendend). Oh!

Danton. Nein, höre! Die Leute sagen, im Grab sei Ruhe, und Grab und Ruhe seien eins. Wenn das ist, lieg ich in deinem Schoß schon unter der Erde. Du süßes Grab, deine Lippen sind Totenglocken, deine Stimme ist mein Grabgeläute, deine Brust mein Grabhügel und dein Herz mein Sarg. –

Dame. Verloren!

Hérault. Das war ein verliebtes Abenteuer, es kostet Geld wie alle andern.

Dame. Dann haben Sie Ihre Liebeserklärungen, wie ein Taubstummer, mit den Fingern gemacht.

Hérault. Ei, warum nicht? Man will sogar behaupten, gerade die würden am leichtesten verstanden. – Ich zettelte eine Liebschaft mit einer Kartenkönigin an; meine Finger waren in Spinnen verwandelte Prinzen, Sie, Madame, waren die Fee; aber es ging schlecht, die Dame lag immer in den Wochen, jeden Augenblick bekam sie einen Buben. Ich würde meine Tochter dergleichen nicht spielen lassen, die Herren und Damen fallen so unanständig übereinander und die Buben kommen gleich hintennach.“

 

 

 1013623-460cd02c05e755b3ba4f0f08e29f63f3.jpg

Georg Büchner (17 oktober 1813 - 19 februari 1837)





 

De Duitse dichter en schrijver Emanuel Geibel werd geboren op 17 oktober 1815 in Lübeck. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Emanuel Geibel op dit blog.

 

 

Frühmorgens

           

Ich weiß nicht, säuselt' in den Bäumen

Des Frühlings Zauberlied zu Nacht?

Aus unerklärlich holden Träumen

Bin früh und frisch ich heut erwacht.

Der Morgen weht mit goldner Schwinge

Mir um die Stirn den kühlen Schein;

Noch möcht' ich rasten, doch ich singe,

Mein Herz ist wie der Himmel rein.

 

In süßen Schauern rührt sich wieder,

Was je geblüht in meiner Brust,

Und alte Liebe, junge Lieder

Empfind' ich in vereinter Lust,

So wie der Schwan, der seine Bogen

Auf blauem Wasser kreisend zieht,

Zugleich im Spiegelglanz der Wogen

Den Himmel mit den Sternen sieht.

 

 

 

 

O was bleibt dem armen Herzen

 

O was bleibt dem armen Herzen,

Wenn die schöne Liebe floh!

 

Heimlich zehrt an mir ein Wehe

Nach den süßen Jugendscherzen,

Da ich in der Holden Nähe

Tage lebte still und froh;

Und verwaiset im Gemüte

Fühl' ich's unter bittern Schmerzen:

Einmal bringt der Lenz die Blüte,

Aber auch nur einmal so.

 

O was bleibt dem armen Herzen,

Wenn die schöne Liebe floh!

 

 

 

 1013623-9347f7868ac756219ffd0353f9abebd6.jpg

Emanuel Geibel (17 oktober 1815 - 6 april 1884)




Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:39 Reageer op dit bericht

Arthur Miller, Nel Noordzij, Ernst Hinterberger, Anatoli Pristavkin, Alfred Polgar, Jupiter Hammon, Nathanael West

De Amerikaanse toneelschrijver Arthur Miller werd geboren in New York op 17 oktober 1915. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2008 en ook mijn blog van 17 oktober 2009 en ook mijn blog van 17 oktober 2010

 

Uit: The Price

 

„The attic of a Manhattan brownstone soon to be torn down. WALTER: Vic, I wish we could talk for weeks, theres so much I want to tell you . . . . It is not rolling quite the way he would wish and he must pick examples of his new feelings out of the air. I never had friends—-you probably know that. But I do now, I have good friends. He moves, sitting nearer Victor, his enthusiasm flowing. It all happens so gradually. You start out wanting to be the best, and there’s no question that you do need a certain fanaticism; there’s so much to know and so little time. Until you’ve eliminated everything extraneous—-he smiles—-including people. And of course the time comes when you realize that you haven’t merely been specializing in something—-something has been specializing in you. You become a kind of instrument, an instrument that cuts money out of people, or fame out of the world. And it finally makes you stupid. Power can do that. You get to think that because you can frighten people they love you. Even that you love them.—-And the whole thing comes down to fear. One night I found myself in the middle of my living room, dead drunk with a knife in my hand, getting ready to kill my wife.

ESTHER: Good Lord!

WALTER: Oh ya—-and I nearly made it too! He laughs. But there’s one virtue in going nuts—-provided you survive, of course. You get to see the terror—-not the screaming kind, but the slow, daily fear you call ambition, and cautiousness, and piling up the money. And really, what I wanted to tell you for some time now—-is that you helped me to understand that in myself.

VICTOR: Me?

WALTER: Yes. He grins warmly, embarrassed. Because of what you did. I could never understand it, Vic—-after all, you were the better student. And to stay with a job like that through all those years seemed . . . He breaks off momentarily, the uncertainty of Victor’s reception widening his smile. You see, it never dawned on me until I got sick—that you’d made a choice.

VICTOR: A choice, how?

WALTER: You wanted a real life. And that’s an expensive thing; it costs.“

 

 

 1013614-662c94212b575224520bdee223437244.jpg

Arthur Miller (17 oktober 1915 – 10 februari 2005)

 

 

 


De Nederlandse schrijfster en dichteres
Nel Noordzij (Eig. Pieternella Margaretha Breevoort-Noordzij) werd geboren in Rotterdam op 17 oktober 1923. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2009
ook mijn blog van 17 oktober 2010

 

Uit: Marianne Vogel - ‘Ik was een buitenbeentje’: Nel Noordzij en het na-oorlogse literaire klimaat

 

„Anna Blaman was eigenlijk geen voorbeeld voor mij. Ik vond haar werk niet joyeus. Maar ik bewonderde haar wel. Ik heb er ook toe bijgedragen dat ze in 1956 de Literatuurprijs van de gemeente Amsterdam kreeg, voor Op leven en dood. De anderen wilden dat niet zo, maar ze is het toch geworden. En daar had je het weer, die anderen waren mannen, en op hun lijstje stond geen enkele vrouw.

Ik werd ingedeeld in de hoek van de desillusionerende literatuur, Blaman, Hermans, Reve, en met hen voelde ik me in dat opzicht ook wel verwant, dat waren mijn collega's.

 

‘“Dit is een soort liefdesverklaring. Ik geneer me niet meer. Jij wilt geen vrouwen , jij haat, geloof ik, vrouwen, maar ik wil het toch zeggen. Ik weet niet het is dat me in je aantrekt. Wij lijken op elkaar. Jij praat zoals ik denk en misschien praat ik vaak zoals jij denkt. Maar jij hebt je uiterlijk mee en ik niet en jij hebt in alles lef waar ik bang ben, of misschien ben jij ook bang. Ik wil zoveel mogelijk in je omgeving zijn en ik zal het daar op aan sturen.” Jenny stond van de grond op en trok haar kleren recht.’
(Nel Noordzij, Het kan me niet schelen, p. 59)

 

 

 

1013614-c6e4f6c2d8be17d8fcecf7bddf61d704.jpg
Nel Noordzij (17 oktober 1923 – 7 september 2003)

In 1997 

 

 

 


De Russische dichter en schrijver
Anatoli Pristavkin werd geboren op 17 oktober 1931 in Ljuberzy. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2008 en ook mijn blog van 17 oktober 2009 en ook mijn blog van 17 oktober 2010

 

Uit: Ich flehe um Hinrichtung (Vertaald door Thomas Reschke)

 

„Noskow und Orlow zwangen Lichatschowa, sich auszuziehen, und gemeinsam mit Olschewski, sich gegenseitig helfend, indem sie ihre Beine festhielten, vergewaltigten sie die Frau.
Danach handelten sie entsprechend ihrer vorherigen Absprache: Orlow warf ihr den Pullover übers Gesicht, Noskow brachte ihr mit einem Messer mehrere Stiche im Brustbereich bei und ließ es in ihrem Körper stecken, und Orlow trat auf das Messer, um die Klinge tiefer in den Körper zu treiben, dann warfen sie die noch Lebende in die Grube, warfen auch ihre Sachen hinein und schaufelten zu dritt die Grube zu. Als sie sahen, daß Lichatschowa sich unter der Erdschicht noch bewegte, traten Orlow und Noskow auf ihren Körper, um ihn mit ihrem Gewicht niederzudrücken, und als aus der Erde ein Fuß der Geschädigten zum Vorschein kam, schlug Noskow mehrmals mit der Hacke darauf. Als Lichatschowa sich nicht mehr rührte, bedeckten die drei das Grab mit Zweigen und gingen davon. Noskow hatte ihr Geld und Sachen im Wert von 87 Rubel entwendet.
Am nächsten Tag gingen sie zu der Stelle zurück, gruben den Leichnam aus, übergossen ihn mit Benzin und zündeten ihn an, dann vertieften sie die Grube, warfen den Leichnam wieder hinein, schaufelten ihn zu und bedeckten die Erde mit Zweigen." Solch ein Fall war das.
Einer von vielen, die wir jetzt lesen mußten. Aber wir waren nicht vorbereitet, so etwas zu lesen. Wir lasen mit Pausen, mit Unterbrechungen, die manchmal ein paar Tage dauerten.
Ich habe den Fall absichtlich so zitiert, wie er in der Akte niedergelegt war, ohne jegliche Emotion. Ein Protokoll, das durch seine Sachlichkeit beeindruckte. Kennengelernt, mißhandelt, vergewaltigt, lebendig begraben und dann mit der Hacke auf den Fuß!
Der Fuß hebt sich ab von der teilnahmslosen Darstellung. Diese Stelle zu lesen fällt besonders schwer.
Ja, und dann ist da noch der belastende, aber dringende Wunsch, die Empfindungen der drei zu begreifen, der drei ... Ich weiß nicht einmal, wie ich sie nennen soll. Die üblichen Definitionen taugen hier nicht. Was haben sie für Gesichter?“

 

 

 1013614-18dcfc5b449910f0b6c06f0fe082b723.jpg

Anatoli Pristavkin (17 oktober 1931 – 11 juli 2008)  

 

 

 


De Oostenrijkse schrijver, vertaler en criticus
Alfred Polgar werd geboren op 17 oktober 1873 in Wenen. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2008 en ook mijn blog van 17 oktober 2009
en ook mijn blog van 17 oktober 2010

 

Uit: Vor Weihnachten

 

Nun kommt bald Weihnachten.Manmerkt das schon anVerschiedenem. Auf den Straßen liegen, in Haufen, geschlachtete Nadelbäume; getrocknetes Harz-Blut klebt an ihrer Rinde.

Aus den Schaufenstern der Kunsthandlungen verschwinden die unzüchtigen Darstellungen, und die »Mitternachtsmette im Gebirge« erscheint. Zwei zu zwei stapfen Bauern durch dicken Schnee dem Kirchlein zu, das Gebetbuch in schwieliger Faust. Der Weg, den sie schon gegangen sind,

trägt die Spuren ihrer breiten Stiefelsohlen, aus dem Kirchenfenster fällt buttergelb ein Lichtstreifen über den beschneiten Pfad. Neben diesem, den Großstädter so ergreifenden Gemälde hängen mancherlei Spezial-Weihnachten.

Weihnachten des Leuchtturmwächters. Bahnwärters Christnacht. Kommerzienrats Tannenbäumchen. Weihnachten des Eremiten. Auf allen diesen Bildern tritt die Einsamkeitskomponente stark hervor. Es ist ja auch zur Weihnachtszeit, in der ein unruhvolles Bedürfnis nach Wärme und Anlehnung

die Gefühle lockert, und der Schmelzpunkt, an dem sie in den Zustand der Liebe übergehen, tiefer liegt als selbst im Mai, es ist ja auch zur Weihnachtszeit besonders bitter, allein zu sein. Meine arme Freundin Elfriede, längst deckt Erde ihr zierliches Gebein, hielt auch sehr viel auf weihnachtlichen

Zusammenschluß und wollte das liebe Zeremoniell des Festtages nicht missen. Dennoch geschah es am Abend eines vierundzwanzigsten Dezembers, daß sie keine andere Gesellschaft hatte als ihre beiden Hunde, die treue Dackelhündin Grete und den lebhaften Fox Rolph. Sie warteten in einem Nebenraum auf Einlaß in das Zimmer, wo das flimmernde Bäumchen stand und der Tisch mit den Gaben, zwei tannenzweiggeschmückten Knackwürsten. Elfriede setzte sich ans Klavier, Rolph und Grete auf die Hinterpfoten, und erst nach drei Strophen »Stille Nacht, heilige Nacht« durften sie zu den Würsten. Elfriede war aus Düsseldorf.“

 

 

 1013614-818aa9e3bc5343cebdc3652a54907b26.jpg

Alfred Polgar (17 oktober 1873 - 24 april 1955)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 17 oktober 2010.

 

De Oostenrijkse schrijver Ernst Hinterberger werd geboren op 17 oktober 1931 in Wenen. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2008 en ook mijn blog van 17 oktober 2009.

 

De Amerikaanse dichter Jupiter Hammon werd geboren op 17 oktober 1711. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2006 en ook mijn blog van 17 oktober 2008 en ook mijn blog van 17 oktober 2009.

 

De Amerikaanse schrijver Nathanael West werd geboren  op 17 oktober 1903 in New York als Nathan Wallenstein Weinstein. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2008.

 

Geschreven door Romenu om 19:39 Reageer op dit bericht

Friedenspreises des Deutschen Buchhandels voor Boualem Sansal

 

Friedenspreises des Deutschen Buchhandels voor Boualem Sansal

Aan de Franstalige Algerijnse schrijver Boualem Sansal werd gisteren in de Frankfurter Paulskerk de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels uitgereikt. Boualem Sansal werd geboren op 15 oktober 1949 in El Teniente-Had. Zie ook alle tags voor Boualem Sansal op dit blog.

Uit: Das Dorf des Deutschen (Vertaald door Ulrich Zieger)

„Es sind jetzt sechs Monate, dass Rachel tot ist. Er war dreiunddreißig Jahre alt. Eines Tages, das ist zwei Jahre her, ist irgendwas in seinem Kopf kaputtgegangen, er fing plötzlich damit an, zwischen Frankreich, Algerien, Deutschland, Österreich, Polen, der Türkei und Ägypten hin- und herzujagen. War er nicht auf Reisen, dann las er, hockte grübelnd in seiner Ecke, er schrieb, er delirierte. Er büßte die Gesundheit ein. Dann seine Arbeit. Dann den Verstand. Ophelia hat ihn sitzen lassen. Eines Abends hat er sich umgebracht. Das war am 24. April dieses Jahres 1996, gegen 23 Uhr.
Ich wusste nichts von seinen Problemen. Ich war jung, ich war siebzehn, als dieses Irgendwas in seinem Kopf zerbrach, ich war auf der schiefen Bahn. Rachel sah ich selten, ich mied ihn, er ging mir mit seinem Gewäsch auf den Wecker. Ich bedaure es, das zu sagen, er ist mein Bruder, aber dermaßen angepasst, da kriegst du die Krise. Er hatte sein Leben, ich hatte meins. Er war leitender Angestellter in einem amerikanischen Riesenkonzern, er hatte seine Tussi, sein kleines Häuschen, seinen Schlitten, seine Kreditkarte, sein Tagesablauf war geregelt, ich schlich rund um die Uhr mit den Abgebrannten aus der Siedlung um die Ecken. Sie ist als ZUS-1, empfindliche urbane Zone erster Kategorie eingestuft. Keine Zeit zum Ausruhen, man kommt aus dem einen Crash und schlittert in den nächsten. Eines Morgens hat Ophelia angerufen, um uns das Drama zu verkünden. Sie hatte bei ihrem Ex im Pavillon vorbeigeschaut, um zu sehen, was es Neues gibt. Ich ahnte etwas, hat sie gesagt. Ich sprang auf das Moped von Momo, dem Sohn des Schächters, und gab Gas. Da waren Leute vor dem Häuschen, die Polizei, der Rettungswagen, die Nachbarn, die Schaulustigen. Rachel war in der Garage, auf dem Fußboden sitzend, Rücken gegen die Wand, Beine ausgestreckt, das Kinn auf der Brust, den Mund offen. Es sah aus, als würde er dösen. Sein Gesicht war von Ruß bedeckt. Die ganze Nacht über hatte er im Auspuffgas seines Schlittens gebadet. Er trug einen seltsamen Schlafanzug, einen gestreiften Schlafanzug, den ich nicht an ihm kannte, und er hatte den Kopf kahl geschoren wie im Straflager, ganz schief und krumm. Wie eigenartig das ist. Ich schluckte es ohne zu mucken. Ich begriff es noch nicht. Der Notarzt sagte zu mir: Ist das dein Bruder? Ich habe gesagt: Ja. Er hat gesagt: Scheint dich nicht sonderlich zu beeindrucken? Ich zuckte die Schultern und bin ins Wohnzimmer gegangen.”

 

 2083422-7eb88524d03b2551acd96b668826b3e4.jpg
Boualem Sansal (El Teniente-Had, 15 oktober 1949)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten