Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 november 2011 tot 2 november 2011

E. du Perron, Odysseas Elytis, Leo Perutz, Kees van den Heuvel, Bilal Xhaferri

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (Eddy) du Perron werd  geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.

 

Uit: Het Land van Herkomst

 

„September. - Ik heb het vorige hoofdstuk kort afgebroken om de komst van Wijdenes; het is zelfs of mijn pen vlugger is gegaan sinds ik besloten heb hem deze periode van mijn leven voor te leggen. Het manuskript ligt nu in zijn kamer in de Feuilleraie, maar na zijn pelgrimstocht naar Sils-Maria blijkt hij zelf van vele dingen vervuld. Hij had in de trein Der Antichrist bij zich en het Braunbuch. Dat de nazi's zich op Nietzsche beroepen, dat ook ditmaal het pruisiese misverstand zijn heros heeft opgeslokt om hem verminkt en als profeet van een zo vulgaire aanmatiging weer uit te braken, tast hem aan in zijn diepste, zijn intellektuele geweten. Drie jaar jonger dan ik en doktor in de wijsbegeerte, afvallig als zodanig of bijna, sinds hij Kant en Hegel heeft afgezworen om het te houden met degeen die aan iedere waarheid slechts een dichterlike waarde toekent en vooropstelt dat de filosoof altijd belangrijker is dan zijn stelsel, heb ik hem in de vier jaren van onze vriendschap zich steeds meer zien ontwikkelen in de richting van een relativisties positivisme; ik heb om hem moeten lachen en hem tegelijk bewonderd om zijn door-en-door polemiese natuur die zichzelf en anderen telkens weer trachtte te overtuigen dat hij aan geen enkele vaste waarde meer geloofde, daaraan zelfs geen behoefte had, alles in twijfel trok buiten het stromen van zijn bloed en het ‘eigen belang’, en dat het laatste bijgeloof dat hij bestreed de ridikule verering was van de geest. Kristelik grootgebracht daarbij, vrijzinnig protestant, sinds hij leerde denken ook daar afvallig, met een protestantse koppigheid vooral verachtend wat zich als vrijzinnig aandient.

Terwijl wij dan, de tuin overziend die er niets aanlokkelik meer uitziet in het grijze licht, met onze rieten stoelen naast elkaar, de koffie drinken waaraan ik te lang vooruit gedacht heb (op de derde stoel ligt weer het Braunbuch), komt hij langzamerhand los - aanvankelik in het soort nuanceloze boutade waarmee hij schijnt te willen verbergen dat hij eigenlik een slecht spreker is. ‘Zijn Hollanders werkelik altijd slechte sprekers?’ heb ik mij dikwels afgevraagd, als ik met hem samen was geweest; het kontrast tussen zijn brieven en zijn konversatie was dan opvallend. Met Gerard Rijckloff, die ongetwijfeld geest bezit, kan men dagen lang samen zijn zonder te raken uit een soort superieure, d.w.z. beter-gestyleerde, mondaine roddelpraat, maar dan opeens vertelt hij een avontuur dat hem overkomen is met een zeer eigen en pakkend meesterschap.“

 

 

 1023996-528b47945e7ce8a334ab5335770b2543.jpg

E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)

 

 

 

 

De Griekse dichter Odysseas Elytis (pseudoniem voor Odysseas Alepoudhelis) werd op 2 november 1911 te Iraklion op Kreta geboren. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Odysseas Elytis op dit blog.

 

 

 

Beauty and the Illiterate

 

Often, in the Repose of Evening her soul took a lightness from

                  the mountains across, although the day was harsh and

                  tomorrow foreign.

 

But, when it darkened well and out came the priest's hand over

                  the little garden of the dead, She

 

Alone, Standing, with the few domestics of the night—the blowing

                  rosemary and the murmur of smoke from the kilns—

                  at sea's entry, wakeful

 

Otherly beauty!

 

Only the waves' words half-guessed or in a rustle, and others

                  resembling the dead's that startle in the cypress, strange

                  zodiacs that lit up her magnetic moon-turned head.

                  And one

 

Unbelievable cleanliness allowed, to great depth in her, the real

                  landscape to be seen,

 

Where, near the river, the dark ones fought against the Angel,

                  exactly showing how she's born, Beauty

 

Or what we otherwise call tear.

 

And long as her thinking lasted, you could feel it overflow the

                  glowing sight bitterly in the eyes and the huge, like an

                  ancient prostitute's, cheekbones

 

Stretched to the extreme points of the Large Dog and of the Virgin.

 

"Far from the pestilential city I dreamed of her deserted place

                  where a tear may have no meaning and the only light be

                  from the flame that ravishes all that for me exists.

 

"Shoulder-to-shoulder under what will be, sworn to extreme silence

                  and the co-ruling of the stars,

 

"As if I didn't know yet, the illiterate, that there exactly, in extreme

                  silence are the most repellent thuds

 

"And that, since it became unbearable inside a man's chest, solitude

                  dispersed and seeded stars!"

 

 

 

Vertaald door Olga Broumas

 

 

 

 

  “Drinking the sun of Corinth…”

 

Drinking the sun of Corinth
Reading the marble ruins
Striding across vineyards and seas
Sighting along the harpoon
A votive fish that slips away
I found the leaves that the sun’s psalm memorizes
The living land that passion joys in opening.

I drink water, cut fruit,
Thrust my hand into the wind’s foliage
The lemon trees water the summer pollen
The green birds tear my dreams
I leave with a glance
A wide glance in which the world is recreated
Beautiful from the beginning to the dimensions of the heart!

 

 

 

Vertaald door Edmund Keeley and Philip Sherrard

 

 

 

1023996-220ad994b24b0664074aa10423001523.jpg
Odysseas Elytis (2 november 1911 – 18 maart 1996)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Leo Perutz werd geboren op 2 november 1882 in Praag. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Leo Perutz op dit blog.

 

Uit: St. Petri-Schnee

 

“Als die Nacht mich freigab, war ich ein namenloses Etwas, ein unpersönlichesWesen, das die Begriffe »Vergangenheit« und »Zukunft« nicht kannte. Ich lag, vielleicht viele Stunden lang, vielleicht auch nur den Bruchteil einer Sekunde hindurch, in einer Art Starrheit, und sie ging dann in einen

Zustand über, den ich jetzt nicht mehr beschreiben kann.

Wenn ich ihn ein schattenhaftes, mit dem Gefühl einer völligen Bestimmungslosigkeit gepaartes Bewußtsein meiner selbst nenne, so habe ich das Besondere und Eigenartige an ihm nur unzureichend wiedergegeben. Es wäre leicht, zu sagen: Ich schwebte im Leeren, – aber dieseWorte besagen nichts. Ich wußte nur, daß irgend etwas existierte, aber daß dieses »Irgendetwas« ich selbst war, das wußte ich nicht.

Ich kann nicht sagen, wie lange dieser Zustand währte und wann die ersten Erinnerungen kamen. Sie tauchten in mir auf und zerflossen sogleich wieder, ich konnte sie nicht halten. Eine von ihnen bereitete mir, so gestaltlos sie auch war, dennoch Schmerz oder sie machte mir Angst, – ich hörte mich tief Atem holen, wie unter einem Alpdruck.

Die ersten Erinnerungen, die haftenblieben,waren durchaus gleichgültiger Natur. Der Name eines Hundes, den ich einstmals kurze Zeit hindurch besessen hatte, fiel mir ein. Dann, daß ich einen Band meiner Shakespeare-Ausgabe verliehen und nicht mehr zurückerhalten hatte. Ein Straßenname

und eine Hausnummer flogen mir zu, mit denen ich auch jetzt noch kein Ereignis meines Lebens in Verbindung bringen kann, und dann sah ich das Bild eines Motorradfahrers, der mit zwei erlegten Feldhasen auf dem

Rücken durch die menschenleere Dorfstraße –, wann war das nur gewesen? Ich entsann mich, daß ich gestrauchelt war, als ich dem Mann mit den beiden Feldhasen auswich, und im Aufstehen hatte ich bemerkt, daß ich meine Taschenuhr in der Hand hielt, acht Uhr zeigte sie, und das Glas hatte ich im Fallen zerbrochen. Ich war mit der Taschenuhr in der Hand ohne Hut und Mantel aus dem Haus –“

 

 

 1023996-e56d8e63cf968502843c5c09296b526b.jpg

Leo Perutz (2 november 1882 – 25 augustus 1957)

 



 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook mijn blog van 2 november 2009 en mijn blog van 10 februari 2010 en ook mijn blog van 2 november 2010

 

 

Jongensdroom

 

Ik droom al jarenlang dezelfde droom

Toch ga ik elke avond graag weer slapen

Want steeds is hij als nieuw, vol glans en kleur

 

Er stopt een bus bij mij met schone knapen

Het zijn er veertig (inclusief chauffeur)

Van wellust zijn ze bijna buiten zinnen

 

Een godsgeschenk! Ik open snel mijn deur

En laat de jongens opgetogen binnen

Meteen ontkleden zij zich zonder schroom,

 

Dan glip ik weg – ik zie hun blik verzuren

Ik wou zo lang al eens een bus besturen.

 

 

 

Schone slaper

 

Een schemerduister koestert stil zijn leden
Het drenkt zijn lome lijf in fijn pastel

En schenkt hem vreugde in zijn dromenspel

Want zie, hij glimlacht sluimerig tevreden

 

Omslachtig ben ik naar het bed gelopen

Ik neem hem bij de arm en zeg zijn naam

Hij kreunt getergd en draait zich van het raam

Wanneer ik fluks de jaloezieën open

 

Het zonlicht streelt nu langs zijn rug en billen

Zijn rosse haartjes gloeien vurig rood

Dit fraaie tafereel van jongensbloot

Doet zelfs het luidste stadslawaai verstillen

 

Maar mooi of niet – je kunt ook overdrijven

Het loopt verdomme nou al tegen vijven.


 

 

 1023996-f80061efb1708b34645e196dc1120739.jpg

Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)





De Albanese dichter en schrijver Bilal Xhaferri werd geboren op 2 november 1935 in Ninat bij Konispol. Zie ook mijn blog van 2 november 2008 en ook mijn blog van 2 november 2009 en ook mijn blog van 2 november 2010

 

 

Cham Nights

 

The wolf pack holds its pace
In the snowflake-salted night,
Holds its pace near the herders’ silent camps,
A savage pack from the Cham forests.
No howl, no bleat is heard,
No fires to be seen where the shepherds once dozed,
Only the endless sea waves lashing at the banks,
Only the moon, a lone sheep escaped from a pen,
Erring o’er solitary meadows in the clouds.
The wolf pack holds its pace,
Hearkens famished in the snow-dappled night.

 

Where are you, shepherds in your sheepskin cloaks?
Where are your flocks bleating in the meadows?
Where are your lambs and the clanking bells?
Where the sheepdogs growling like lions?
Grey ones, white ones, wolf dogs – our ancient foes?
Where are they, let us show them our pitchforks,
How we struggle to survive.

 

Ravaged Chameria is hushed in the darkness,
Ceaseless waves whip the submissive cliffs,
Resounding far and wide in the Ionian night,
To the howl of those starving wolves.

 

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 



 

1023996-b7cae19c4eb38129729d58d6b288a09a.jpg
Bilal Xhaferri (2 n
ovember 1935 – 14 oktober 1986)

Detail van een momument



 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

Thomas Mallon, Augusta Peaux, Jules Barbey d'Aurevilly, Daniil Andreyev

De Amerikaanse schrijver en criticus Thomas Mallon werd geboren op 2 november 1951 in Glen Cove, New York. Zie ook mijn blog van 2 november 2008 en ook mijn blog van 2 november 2009 en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Uit: Fellow Travelers

 

„The party was making Tim feel nostalgic, and thus a bit foolish, since he’d been, after all, only a summer hire allowed to stay on through September—or, more exactly, this coming Friday afternoon. They’d put him in the city room, even though he’d never been to Washington before June and knew nothing about the District as a place where many citizens lived life quite oblivious to the federal government. His placement, he’d come to understand, was typical of the Star, a paper both venerable and feckless, produced each evening by an eccentric, occasionally brilliant staff. He had liked it here and would miss the place, but given the shortness of his tenure he wasn’t sure he should even take a piece of the cake once it got cut.
A small stack of the paper’s early edition lay atop an open drawer of the file cabinet he was leaning against. Ambassador Bohlen was flying home from Moscow to talk with Secretary Dulles, and this morning Louis Budenz, a Fordham professor and former red, had testified to the McCarthy committee that, in his “humble opinion,” parts of an Army-commissioned pamphlet about Siberia—something put together to educate the Far Eastern Command—contained large chunks of Soviet-sympathizing stuff that had been taken, without footnotes or refutation, from Communist writers.
Cecil Holland, the reporter who’d written the Budenz story, now saw Tim reading it and asked, “Laughlin, you just graduated from Fordham, didn’t you? Ever study with this guy who says the army’s been indoctrinating itself?”
Tim smiled. “I had somebody else for Economics, Mr. Holland.” He grimaced. “I think I got a C-plus.” Holland laughed and walked over to claim a piece of the cake that had finally been sliced.
At Fordham, Tim had mostly studied American history and English literature, and his plan in coming to Washington remained, even now, to combine his major and minor into a job writing for a politician, though throughout the city’s hot, depopulated summer he’d made little headway finding anything on Capitol Hill. Well, he’d have plenty of time and motivation come Friday afternoon!“

 

 

 

1023990-e875eb70f417cdb8de59f6045689fe78.jpg
Thomas Mallon (Glen Cove, 2 november 1951)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Augusta Guerdina Peaux werd geboren in Simonshaven op 2 november 1859. Zie ook mijn blog van 2 november 2008 en ook mijn blog van 2 november 2009  en ook mijn blog van 2 november 2010

 

 

Dagen voorbij

 

De langzame opstanding van het koren
onder de hand van de wind.
Door zeegroen waas van jonge korenaren
zien blauwe bloemen, als door morgendauw.

O dagen, die voorbij zijt, gij ligt begraven
onder blauwe luchten en zomerblond,
onder golvend koren.

En daar staan, als grote, blanke marmerbeelden,
de stille witte wolken op uw graf;
hun ogen zijn gesloten voor hun dromen.

Dagen voorbij, die slaapt in lichte nissen
van zomerzon, heel 't landschap is uw graf
en kapellen zijn gebeiteld in het blauw
boven rode korenrozen.

Als in de verte de lucht trilt ... wie roerde uw oogleden aan?
Als de wind gaat door 't koren ... wie uwer is opgestaan?

 

 

 

Voorjaarslandschap

 

Nog stonden alle bomen zonder blad,
de eiken en de iepen en de beuken,
als grijze bossen op de grijze lucht
zo waren, dicht en ruig hun brede kruinen
en leken op een rij van lege kooien,
in de effen grijzig-blanke voorjaarslucht
toen daar een vogel langsvloog, donkerzwart,
heel in de verte vloog hij traag en recht
langs al die bomen, als van kooi tot kooi.

 

 

 1023990-71150f6fc195e516564f98d4c80a662f.jpg

Augusta Peaux (2 november 1859 -  23 februari 1944)

 

 

 

 

De Franse schrijver en moralist Jules Amédée Barbey d'Aurevilly werd geboren op 2 november 1808 in Saint-Sauveur-le-Vicomte (Manche). Zie ook mijn blog van 2 november 2008 en ook mijn blog van 2 november 2009 en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Uit: Le Chevalier des Touches

 

“Des fauteuils, en vieille tapisserie de Beauvais, traduisant les fables de La Fontaine en double ovale, sur un fond blanc, égayaient de la variété de leurs couleurs et de leurs personnages cet appartement presque sombre avec ses rideaux fanés de lampas et sa rosace, veuve de son lustre. Aux deux côtés d’une cheminée en marbre de Coutances cannelée et surmontée d’un bouquet en relief, ces deux demoiselles de Touffedelys, droites sous leurs écrans de gaze peinte, auraient pu très bien passer pour des ornements sculptés de cette cheminée, si leurs yeux n’avaient pas remué et si ce que venait de dire l’abbé n’avait terriblement dérangé la solennelle économie de leur figure et de leur pose.
    Toutes deux avaient été belles, mais l’antiquaire le plus habile à deviner le sens des médailles effacées n’aurait pu retrouver les lignes de ces deux camées, rongés par le temps et par le plus épouvantable des acides, une virginité aigrie. La Révolution leur avait tout pris, famille, fortune, bonheur du foyer et ce poème du cœur, l’amour dans le mariage, plus beau que la gloire, disait madame de Staël, et enfin la maternité ! Elle ne leur avait laissé que leurs têtes, mais blanchies et affaiblies par tous les genres de douleur. Orphelines, quand elle éclata, les deux Touffedelys n’avaient point émigré. Elles étaient restées comme beaucoup de nobles, dans le Cotentin. Imprudence qu’elles auraient payée de leur vie, si Thermidor ne les avait sauvées, en ouvrant les maisons d’arrêt. Vêtues toujours des mêmes couleurs, se ressemblant beaucoup, de la même taille et de la même voix, c’était comme une répétition dans la nature que ces demoiselles de Touffedelys.
    En les créant presque identiques, la vieille radoteuse avait rabâché. C’étaient deux Ménechmes femelles qui auraient pu faire dire aux moqueurs : « Il y en a au moins une de trop ! » Elles ne le trouvaient point, car elles s’aimaient ; et elles se voulaient en tout si semblables que mademoiselle Sainte avait refusé un beau mariage, parce qu’il ne se présentait pas de mari pour mademoiselle Ursule, sa sœur.”


 
1023990-e06a4815b1c54bf6ea65f3f30f05042e.jpg

Jules Barbey d'Aurevilly (2 november 1808 – 23 april 1889)

Portret door William Houssoulier (tussen 1833 en 1845)

 

 

 

 

De Russische dichter, schrijver en Christelijk mysticus Daniil Leonidovich Andreyev werd geboren op 2 november 1906 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 2 november 2008 en ook mijn blog van 2 november 2009 en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Uit: The Rose of the World

 

„Those questions are not confined to the realms of war and politics. But nothing can shake my conviction that the most formidable dangers that threaten humanity, both now and for centuries to come, are a great suicidal war and an absolute global dictatorship. Perhaps, in our century, humanity will avert a third world war or, at the very least, survive it, as it survived the First and Second World Wars. Perhaps it will outlive, somehow or other, a dictatorship even more enveloping and merciless than the one we in Russia outlived. It may even be that in two or three hundred years new dangers for the people of Earth will appear, dangers different but no less dire than a dictatorship or a great war. It is possible, even probable. But no effort of the mind, no imagination or intuition, is capable of conjecturing a future danger that would not be connected, somehow or other, with one of these two principal dangers: the physical destruction of humanity through a war, and the spiritual death of humanity through an absolute global dictatorship.

This book is directed, first and foremost, against the two basic, supreme evils of war and dictatorship. It is directed against them not as a simple warning, nor as a satire that unmasks their true nature, nor as a sermon. The most biting satire and the most fiery sermon are useless if they only rail against evil and prove that good is good and bad is bad. They are useless if they are not based on a worldview, global teaching, and program of action that, spread from mind to mind and will to will, would be capable of averting these evils.

The purpose of my life has been to share my experience with others-to shed light on the future panorama of history and metahistory, on the branching chain of alternatives we face or are bound to face, and on the landscape of variomaterial worlds that are closely linked with ours through good and evil. I have tried, and still try, to fulfill that task through fiction and poetry, but the limitations of those genres have prevented me from disclosing these ideas precisely and intelligibly in their entirety.“

 

 

 

1023990-bf2c97cfd6e5109de459b7881e89d36a.jpg
Daniil Andreyev (2 november 1906 – 30 maart 1959)

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

Désanne van Brederode

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren.

Van Brederode, dochter van een voormalige jezuïet en priester, studeerde filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en debuteerde in 1994 met haar roman Ave verum corpus (Gegroet waarlijk lichaam). Zij schrijft en houdt lezingen, vaak over levensbeschouwelijke thema's. Van Brederode publiceerde onder meer in De Groene Amsterdammer. Ook werkte zij mee aan het radioprogramma Knetterende Letteren. Sinds 2006 verzorgt zij regelmatig een column in het televisieprogramma Buitenhof. In 2007 won ze de Gerard Walschap-Prijs. Van Brederode is gehuwd met Volkskrant-recensent Arjan Peters.

 

Uit: Sample-literatuur

 

“Zonder generatiegenoot en collega Rob van Erkelens hiermee te willen voordragen als aanvoerder van een nieuwe beweging in de Nederlandstalige literatuur, geloof ik niettemin dat er een mooie toekomst ligt weggelegd voor het ‘sample-schrijven’. Me dunkt dat het lezen van volledige boeken met een kop en een staart, plaats zal moeten maken voor het lezen van pakkende, aangrijpende citaten, al dan niet verwerkt in nieuwe verhalen. (Dus niet in nieuwe pillen. Wie heeft er over pakweg vijftig jaar nog zin in bezigheden die langer dan een dag duren?) Ik kan me zelfs voorstellen dat er veel thematisch gerangschikte citatenboeken zullen verschijnen, zoals er nu al steeds meer bundels in de winkel liggen die niet een bepaalde stroming in de literatuur tot uitgangspunt hebben gekozen, noch een duidelijk afgebakend genre, maar slechts een herkenbaar thema als titel voeren. ‘Veertien Nederlandse Schrijvers over Homo-erotiek’ of: ‘Leven in oorlog - een bloemlezing’ zullen de nieuwe boeken heeten, gok ik zo.

Hoewel de schrijvers van deze boeken en postmoderne verhalen feitelijk niet méér zullen zijn dan samenstellers en verzamelaars, denk ik dat ze wel degelijk moeten beschikken over talent, visie en gevoel voor zeggingskracht, om uit complete oeuvres precies die fragmenten te isoleren die zelfs tijdloos en contextloos kunnen ontroeren, schokken, prikkelen of inspireren. Daarbij denk ik aan hedendaagse toneelregisseurs die nu al precies hetzelfde doen door bijvoorbeeld Griekse tragedies of onbewerkte Shakespeare-teksten hooguit van een nieuw decor te voorzien of van anderssoortige personages, om daarmee een verrassende, actuele voorstelling neer te zetten die desondanks trouw blijft aan de oorspronkelijke bedoelingen. Van toekomstige schrijvers moet niet zozeer gevraagd worden of ze wel in staat zullen zijn tot geven van een uitleg bij al bestaande literatuur; ik verwacht geen letterkundigen, eclectici en interpreterende (moraal-)filosofen die volslagen objectief en wetenschappelijk verantwoord de twintigste eeuw ‘onder handen’ zullen nemen. Integendeel. Ik verwacht kunstenaars die zowel de literaire erfenis als hun eigen creativiteit op waarde weten te schatten en het lef hebben om uit oud en recent materiaal iets te bouwen dat misschien zelfs wel duurzamer is dan sommige moderne boeken waarin een tijdsbeeld wordt geschilderd dat voor generaties na ons te specifiek is om nog interessant te kunnen heten.”

 

 

 1073117-a371074938454ba82541c4b794750fb6.jpg

Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ilse Aichinger, Stefaan van Laere, Rudy Kousbroek, Hermann Broch, Aras Ören

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

 

Seegasse

 

Die Arche Noah ist auf dem Kanal vorbeigefahren. Der Neger, der vor dem Stacheldraht den Wagen

seines Kommandanten bewachte, hat sie gesehen. Er erkannte sie an der weißen Gans, die obenauf saß und mit den Flügeln schlug, aber er hat nichts gesagt.

 

Die kleinen Bälle springen noch auf dem flachen Dach, aber die alte Frau, die in dem Bett am Fenster

lag, ist nicht mehr da. Wem sollen wir erzählen, daß wir in einem neuen Orden sind? Die Straße, die

zum Wasser führt, ist leer.

 

Am Ufer unten sammeln sich die Bienen und suchen ihre letzte Königin.

 

 

 

Chinesischer Abschied

 

Wir legen uns heute nieder,
doppelt nieder,
wer uns wecken will,
möge es sanft tun,
er möge seine Stimme schonen
und auch sein Herz,
denn beide sind kostbar.

 

 

 

Bobingers Klage

 

Meine Freunde sind ausgegeben,
zwischen den Blättern und Ästen
verlor ich sie.
Wer löst mir das Bild,
wer holt ihre leichten Gestalten
neu aus dem Regen hervor,
wer fängt ihnen Wolkenhauben,
wer dreht mir die Sonnenuhr?

 

 

 

1023310-61e95e3fc52010a2004974b5968cf4f4.jpg
Ilse Aichinger (Wenen, 1 november 1921)

 

 

 

 

De Belgische dichter en schrijver Stefaan van Laere werd geboren op 1 november 1963 in Wetteren. Zie ook mijn blog van 1 november 2008 en ook mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn blog van 1 november 2010

 

 

Legendes

 

Stil. Luister. Geniet.

Carlos Cardel. Weet je wel?

De eeuwigheid trotserend.

Nostalgia. Nooit belerend.

Stil. Kijk. Bezwijk.

Rudolf Valentino. Eén brok latino.

De vleesgeworden gaucho.

Huiswerk: zoek op het doek een ocho.

Zing. Dans. Charmeur.

Zet je gleufhoed op.

Enthousiasmeer. Alweer.

De legende komt tot leven.

 

 

 

 

Halfgoden

 

Mag ik je even, onbescheiden, een niet vrijblijvend complimentje geven?

Je danst waarlijk als een halfgodin, boven ons nietige mannetjes verheven.

We komen nog niet tot aan je enkels. Hoe die trouwens zwieren!

Dat heb je niet geleerd, maak ik mezelf wijs. Zo word je geboren.

Ik zal wel blijven klunzen. Les na les strompel ik verder.

Ik oefen thuis stiekem in de badkamer, met mijn bezem.

Die heeft tenminste geduld, kijkt niet naar mijn jankende voeten.

Hoe zat dat ook weer met die laatste pas? Mijn lijf lijkt wel van was.

In de salons durf ik me amper wagen. Ik zie hoe de vrouwen me wegen.

En meteen te licht bevinden. Zuurpruimen, kijk hoe ze me verslinden.

Maar met jou wil ik het best proberen. Ik beloof, ik zal me weren.

Wie weet stijg ik met je mee naar boven, naar jouw eenzame hoogte.

 

 

 

1023310-0d23155dcba02e5ca7faa0282481ca41.jpg
Stefaan van Laere (Wetteren, 1 november 1963)

 

 

 

 

De  Nederlandse dichter, schrijver en essayist Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 in Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Rudy Kousbroek op dit blog.

 

 

Op die leeftijd

 

Op die leeftijd waren dingen in het water
niet gezien maar beseft
als uitslag van een soort waarnemen
dat veel scherper en nauwkeuriger werkt

het belang daarvan werd niet onderschat
wel gevreesd en vermeden
totdat, na een nacht van klam bewegen
het vergaan van ochtendnevels werd geconstateerd

toch is het leven van zulke verschijnselen
eindeloos.

 

 

 

Errata*)

 

Voor 'kussen' lees: 'kussens',
Voor 'vliegen' lees: 'liegen',
Voor 'van jou' lees: 'van niemand',
Voor 'nood' lees: 'wet'.

Voor 'nu' lees: 'later',
Voor 'later' lees: 'nooit',
Voor 'weten' lees: 'vergeten',
Voor 'waarom' lees: 'daarom'.

Voor 'stenen' lees: 'brood',
Voor 'trouwen' lees: 'branden',
Voor 'jong' lees: 'oud',
Voor 'zwijgen' lees: 'goud'.

'Twee' moet zijn: 'een',
En geen vraagteken achter 'meer'.

*) In de geest van Paul Muldoon

 

 

 

Raaf

 

Oh zeg ons toch, eerwaarde raaf
Waart gij uw hele leven braaf?
Het antwoord luidde, kort en bondig :
Ik was mijn hele leven zondig.

 

 

 

 

 1023310-e73f284dfadeb55b8f31246955db2a14.jpg

 Rudy Kousbroek (1 november 1929 - 4 april 2010)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hermann Broch werd op 1 november 1886 in Wenen geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2008 en ook mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn blog van 1 november 2010

 

Uit: Hermann Broch. Eine Biographie (door Paul Michael Lützeler)

 

»Vielleicht wäre es richtiger, mit meiner Kindheit zu beginnen, ja, vielleicht würde es genügen, ein kurzes Stück dieser Kindheit wahrhaft festzuhalten und niederzuschreiben« (...), überlegt der Erzähler in Brochs Roman Die Verzauberung. Dieser Gedanke gibt Aufschluß über das Verhältnis des Autors zu seiner eigenen Kindheit: Einerseits weiß er, wie stark ihn die frühesten Erlebnisse im Elternhaus geprägt haben und wie wichtig die Kindheitseindrücke für seine schriftstellerische Arbeit sind: »Jene irrationale Struktur, die dem Dichtergewerbe zugrundeliegt«, schreibt er rückblikkend,

»wird in der ersten Jugend geformt [... ] . Sooft mir dichterisch etwas glückt, bemerke ich, daß es aus der ersten Kinderzeit herstammt« (...). Andererseits aber konnte Broch sich so wenig wie der Erzähler der Verzauberung dazu entschließen, über seine Kindheit zu berichten.

Die »Autobiographie als Arbeitsprogramm« (....) setzt erst mit der Studienzeit ein. So wissen wir über die ersten Jahre des Autors nur wenig und müssen versuchen, ein ungefähres Bild aus vereinzelten brieflichen Äußerungen des Dichters und den spärlichen Hinweisen seiner Verwandten und Freunde zuammenzusetzen. Brochs Scheu, sich über die frühen Jahre zu äußern, hatte ihre Gründe. Nur ungern rührte er an die traumatisch-schmerzlichen Erlebnisse.

Was war das für eine Familie, in die Broch hineingeboren wurde? Brochs Vater, Josef Broch, ist in der Sekundärliteratur dämonisiert worden zu einem »Ungetüm aus der Endphase des kapitalistischen Heroen-Zeitalters« (...). Das klingt nach Krupp und Thyssen, nach märchenhafter Karriere

und sagenhaftem Reichtum. Doch die Erfolgsdimensionen fielen bescheidener aus. Josef Broch wurde am 12. Januar 1852 im - damals zur österreichisch-ungarischen Monarchie gehörenden - mährischen Proßnitz als jüngster Sohn einer kinderreichen jüdischen Familie geboren. Proßnitz (Prostejov), in der fruchtbaren Hanna-Ebene, war seit dem 15. Jahrhundert die größte tschechische Stadt Mährens und ein verläßlicher Zufluchtsort für Angehörige unterschiedlicher Religionen.“

 

 

 

1023310-8d9e51e8014852ae34ea734c4a85afbf.jpg
Hermann Broch (1 november 1886 - 30 mei 1951)

 

 

 

 

De Turkse schrijver Aras Ören werd geboren in Bebek bij Istanbul op 1 november 1939. Zie ook mijn blog van 1 november 2008 en ook mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn blog van 1 november 2010

 

Uit: Please, No Police (Vertaald door Teoman Sipahigil)

 

“The police van slowly rolled out of Adalbert Street, leaving behind the trailing, metallic sound of its loudspeaker.

For a moment, a very brief moment, everything around Brigitte whirled. As they whirled, their shapes dissolved and they were transformed into shapes without any meaning. She gasped frantically and gulped again and again.

Achim, a little ahead, noticed Brigitte suddenly appear next to him, saying, ‘It was that man, the man whose picture they had on the police van,’ he stared at her face with a vacant and somewhat pitying look and shook his head.

‘Achim,’ said Brigitte, her voice diffident and childlike.

Achim raised his head. ‘What is it?’ he asked. They gazed at each other silently. Suddenly Achim asked again, ‘Are you coming with me now?’

Brigitte looked down, and without a word she climbed on the back seat. In the pale light of noon, Brigitte and Achim, both, how splendid they were.”

 

 

1023310-42dbe353db4465c1b219821689447ff9.jpg
Aras Ören (Bebek, 1 november 1939)





Zie voor nog meer schrijvers van de 1e november ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Günter de Bruyn, Huub Oosterhuis, Jean-Simon DesRochers, Henri Troyat, Jean Tardieu, Stephen Crane

De Duitse schrijver Günter de Bruyn werd op 1 november 1926 geboren in een katholiek arbeidersgezin in Berlijn. Zie ook mijn blog van 1 november 2008 en ook mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn blog van 1 november 2010

 

Uit: Deutsche Zustände. Über Erinnerungen und Tatsachen, Heimat und Literatur.

 

“In einer Unterhaltungssendung des Fernsehens, die den Absatz von Büchern fördert und Nicht-Leser unter den Zuschauern zum Mitreden in literarischen Fragen befähigt, war kürzlich von einem Buch die Rede, das man, vor allem fehlender Indiskretionen wegen, für eine gänzlich verunglückte Hervorbringung hielt. Vierstimmig, mit Variationen und verhaltenen Gegentönen, fand man das Buch überflüssig und langweilig.

(…)

 

Lesen gelernt im buchstäblichen Sinne habe ich als Kind an Karl Mays Romanen; an Böll aber habe ich als junger Mann erst so richtig begriffen, wie die Bücher mit den Erlebnissen und Erfahrungen, mit politischen Ansichten und historischen Situationen zusammenhängen; und bei beiden Autoren, denen ich noch einige weitere hinzufügen könnte, haben die Kunstfehler, die beide (natürlich in kaum vergleichbarer Weise und Stärke) aufweisen, den Genuß an ihnen, ohne welchen weder der Lernprozeß noch die Lebenshilfe möglich gewesen wären, in keiner Weise gestört, ja, ich habe sie kaum bemerkt.”

 

 

1023309-1f3ee0cbabe37c148bf4b3be5ac33c7e.jpg
Günter de Bruyn (Berlijn, 1 november 1926)

 

 

 

 

De Nederlandse priester, theoloog en dichter Huub Oosterhuis werd geboren in Amsterdam op 1 november 1933. Zie ook mijn blog van 1 november 2008 en ook mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn blog van 1 november 2010

 

 

Dan zal ik leven

 

Het zal in alle vroegte zijn als toen.
De steen is weggerold. Ik ben uit de grond opgestaan.
Mijn ogen kunnen het licht verdragen.
Ik loop en struikel niet.
Ik spreek en versta mijzelf.
Mensen komen mij tegemoet. Wij zijn in bekenden veranderd.

De ochtendmist trekt op.
Ik dacht een dorre vlakte te zien.
Volle schoven zie ik, lange halmen, aren, waarin de korrel zwelt.
Bomen omranden het bouwland.
Heuvels golven de verte in, bergopwaarts, en worden wolken.

Daarachter, kristal geworden, verblindend,
de zee, die haar doden teruggaf.

Wij overnachten in elkaars schaduw.
Wij worden wakker van het eerste licht.
Alsof iemand ons bij naam en toenaam heeft geroepen.

 

 

 1023309-d5640f3d4b5461e7f62b36ebd384627d.jpg

Huub Oosterhuis (Amsterdam 1 november 1933)

 

 

 

 

De Canadese schrijver Jean-Simon DesRochers werd geboren op 1 november 1976 in Montréal, Québec, Canada. Zie ook mijn blog van 2 november 2008 en ook mijn blog van 1 november 2010

 

Uit: La canicule des pauvres

 

„Ses pieds touchent le tapis de la chambre-salon. Elle sent des miettes sur sa peau. T'en fais pas, regarde tout ça du bon côté... En cherchant un aspect positif à la situation, Monique fronce les sourcils et sent un bref élancement. Elle voudrait bâiller, ouvrir la bouche, laisser entrer une forte dose d'air lourd et crasseux. Mais si froncer les sourcils l'élance, bâiller serait une torture. Par dépit, Monique inspire trois grandes bouffées par le nez, retient son souffle. Les poumons gonflés, elle se dirige vers la salle de bains, passe devant le miroir, expire par la bouche, soulève délicatement sa robe de nuit, s'assied sur la cuvette en prenant garde de ne pas accrocher les cicatrices sous ses fesses. Au moins, pisser fait pas mal cette fois...

Dans le lit, Christian doit se rendre à l'évidence. Sa nuit a pris fin. Ses besoins commencent. Se gratter la barbe d'abord, le fond de la tête ensuite. Décoller quelques plaques de psoriasis avec ses ongles, se demander s'il commencera par un café, une cigarette ; ça ou allumer la radio du bout des doigts, sans quitter le lit. Tout est petit dans cet appartement. À l'exception du lit queen, arrivé avec Monique. Deux doigts malhabiles atteignent un bouton. La radio. Une chanson d'amour dans la dernière mesure. Elle est suivie d'une pub de meubles « à prix imbattables / imbattables ? / oui, imbattables ». Christian ne prête pas attention au flux de paroles et d'effets sonores. Il se racle la gorge, crache dans un kleenex, regarde son paquet de cigarettes avec un air hébété. Une publicité chantée s'enchaîne. La chanson est aussi stupide qu'accrocheuse : « A u Gros Dépôt, c'est ce que vous voulez / Au Gros Dépôt, économisez / Au Gros Dépôt, on a ce que vous voulez / Au Gros Dépôt, éco-nomi-sez ! » Sans le savoir, Christian enregistre la chansonnette dans un coin obscur de sa mémoire.“

 

 

 1023309-bba149803adec43cef49a7d8c9a555e1.jpg

Jean-Simon DesRochers (Montréal, 1 november 1976)

 

 

 

 

De Franse schrijver Henri Troyat werd geboren in Moskou op 1 november 1911. Zie ook mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn blog van 1 november 2010

 

Uit: L'Araigne

 

“Peut-être eût-il suffi de quelques phrases menaçantes pour lui faire tout avouer. Mais cette méthode brutale avait échoué auprès de ses autres sceurs. Il était plus sage de ruser, d'agir en sous-main, d'envenimer une à une les sources de ce jeune amour. Il fallait la retenir non par la force, mais par la pitié. Ah ! oui, il consentait à être pitoyable pourvu qu'elle demeurât près de lui ! Au fond de chaque femme sommeille l'envie d'être mortifiée et de se dévouer. C'était ce prurit fiévreux des sacrifices, cet amour des bûchers sacrés, cette ferveur déviée et un peu sale de l'infirmière qu'il importait d'exploiter chez Marie-Claude.

(…)

 

Il aurait tôt fait de lui tourner la tête dans l'atmosphère de renoncement glorieux où il la conviait à le suivre. Il jouerait de toutes ses plaies avec l'impudence délibérée d'un mendiant. Il obtiendrait, il accepterait sans honte l'aumône de sa compassion. Il triompherait d'elle, parce qu'il serait sa victime. Mais quelle souffrance ne lui faudrait-il pas endurer avant de la reprendre ? N'était-il pas cruel de la voir assise à cette table, parfumée, pomponnée, pour un autre ?”

 

 

1023309-3bdd919f715ad93cdb9f8f2fbae33930.jpg
Henri Troyat (1 november 1911 – 4 maart 2007)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Tardieu werd geboren op 1 november 1903 in Saint German de Joux. Zie ook mijn blog van 1 november 2008 en ook mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn blog van 1 november 2010.
 

 

Les difficultés essentielles

 

Monsieur mes ses chaussettes

Monsieur les lui retire.

 

Monsieur met sa culotte

Monsieur la lui déchire.

 

Monsieur met sa chemise

Monsieur met ses bretelles

Monsieur met son veston

Monsieur met ses chaussures :

au fur et à mesures

Monsieur les fait valser.

 

Quand Monsieur se promène

Monsieur reste au logis

 

quand Monsieur est ici

Monsieur n'est jamais là

 

quand Monsieur fait l'amour

Monsieur fait pénitence

 

s'il prononce un discours

il garde le silence,

 

s'il part pour la forêt

c'est qu'il s'installe en ville,

 

lorsqu'il reste tranquille

c'est qu'il est inquiet

 

il dort quand il s'éveille

il pleure quand il rit

 

au lever du soleil

voici venir la nuit ;

 

Vrai ! c'est vertigineux

de le voir coup sur coup

tantôt seul tantôt deux

levé couché levé

debout assis debout !

 

Il ôte son chapeau

il remet son chapeau

chapeau pas de chapeau

pas de chapeau chapeau

et jamais de repos.

 

 

 1023309-78b3a31fb7f3f43bb11f3fbbf5290733.jpg

Jean Tardieu (1 november 1903 – 27 januari 1995)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Stephen Crane werd geboren op 1 november 1871 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 1 november 2008 en ook mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn blog van 1 november 2010.
 

Uit: The Open Boat

 

„There was a considerable silence as the boat bumped over the furrowed sea to deeper water. Then somebody in gloom spoke. "Well, anyhow, they must have seen us from the shore by now."

     The gulls went in slanting flight up the wind toward the gray desolate east. A squall, marked by dingy clouds, and clouds brick-red, like smoke from a burning building, appeared from the southeast.

     "What do you think of those life-saving people? Ain't they peaches?"

     "Funny they haven't seen us."

     "Maybe they think we're out here for sport! Maybe they think we're fishin'. Maybe they think we're damned fools."

     It was a long afternoon. A changed tide tried to force them southward, but wind and wave said northward. Far ahead, where coast-line, sea, and sky formed their mighty angle, there were little dots which seemed to indicate a city on the shore.

     "St. Augustine?"

     The captain shook his head. "Too near Mosquito Inlet."

     And the oiler rowed, and then the correspondent rowed. Then the oiler rowed. It was a weary business. The human back can become the seat of more aches and pains than are registered in books for the composite anatomy of a regiment. It is a limited area, but it can become the theatre of innumerable muscular conflicts, tangles, wrenches, knots, and other comforts.

     "Did you ever like to row, Billie?" asked the correspondent.

     "No," said the oiler. "Hang it."

When one exchanged the rowing-seat for a place in the bottom of the boat, he suffered a bodily depression that caused him to be careless of everything save an obligation to wiggle one finger. There was cold sea-water swashing to and fro in the boat, and he lay in it. His head, pillowed on a thwart, was within an inch of the swirl of a wave crest, and sometimes a particularly obstreperous sea came in-board and drenched him once more. But these matters did not annoy him. It is almost certain that if the boat had capsized he would have tumbled comfortably out upon the ocean as if he felt sure it was a great soft mattress.“

 

 

 

 1023309-4f91633a617f7223ad6187cfdaa0c55a.jpg

Stephen Crane (1 november 1871  - 5 juni 1900)
 Foto van Corwin Knapp Linson uit 1894
Geschreven door Romenu om 18:43 Reageer op dit bericht

AKO Literatuurprijs 2011 voor Marente de Moor


AKO Literatuurprijs 2011 voor Marente de Moor

De Nederlandse schrijfster
Marente de Moor heeft de AKO Literatuurprijs 2011 gekregen voor haar roman De Nederlandse maagd'. Marente de Moor werd geboren in Den Haag in 1972. Vlak na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie woonde ze acht jaar in Rusland. In Sint-Petersburg studeerde ze aan de theaterschool, werkte ze als verslaggever voor een dagelijks realityprogramma over misdaad en schreef ze artikelen en columns voor De Groene Amsterdammer. In 1999 werden de columns gebundeld onder de titel Petersburgse vertellingen. Na haar terugkeer in Amsterdam werkte ze een aantal jaren als redacteur voor weekblad HP/De Tijd. In 2007 verscheen het veelgeprezen romandebuut De overtreder, dat in 2010 door Suhrkamp Verlag in het Duits werd uitgebracht als Amsterdam und zurück. Sinds 2009 is ze vaste columniste voor Vrij Nederland. In 2010 werd haar tweede roman, De Nederlandse maagd, wederom lovend ontvangen. Marente de Moor woont tegenwoordig in het Geuldal, Zuid-Limburg.

 

Uit: De Nederlandse maagd

 

"Je zou kunnen zeggen dat Von Bötticher verminkt was, maar na een week merkte ik zijn litteken al niet meer op. Zo snel went een mens aan uiterlijke afwijkingen. Zelfs gruwelijk mismaakten kunnen gelukkig zijn in de liefde, als ze iemand vinden die op het eerste gezicht niets om symmetrie geeft. De meeste mensen hebben echter de hebbelijkheid om, in weerwil van de natuur, de dingen te delen in twee helften die elkaars spiegelbeeld moeten zijn.
Egon von Bötticher was mooi, zijn litteken was lelijk. Een slordige wond, toegebracht met een bot wapen in een onvaste hand. Omdat mij niets was verteld, leerde hij mij kennen als een geschrokken meisje. Ik was achttien en veel te warm aangekleed toen ik uit de trein stapte na mijn eerste buiten landse reis. Maastricht-Aken, een ritje van niks. Mijn vader had me uitgezwaaid. Ik zie hem nog staan voor het wagonraam, verrassend klein en mager, terwijl achter zijn rug de stoomzuilen oprijzen. Hij maakte een gek sprongetje toen de wagenmeester met twee hamerslagen vroeg de remmen te lossen. Naast ons trokken de rode wagens uit de mijnen voorbij, daarachter een rij loeiende veewagons, en in dat kabaal werd mijn vader steeds kleiner, tot hij in de bocht verdween. Geen vragen stellen, gewoon vertrekken. In zijn monoloog, een avond na het eten, was niet eens ruimte geweest om te ademen. Het ging om een oude vriend, eens een goede vriend, nog steeds een goede maître.
Bon
, verder, we moesten eerlijk zijn, we wisten dat ik deze kans moest aangrijpen om iets te bereiken in de sport, of wilde ik soms in de huishouding gaan werken, nou dan, zie het als een vakantie, een paar weekjes schermen in het mooie Rijnland.
Tussen die twee stations lag veertig kilometer, tussen de twee oude vrienden twintig jaar. Op het perron van Aken stond Von Bötticher de andere kant op te kijken. Hij wist dat ik wel naar hem toe zou komen, zo’n man was het. En ik begreep inderdaad dat hij die zongebruinde reus met de roomwitte Homburg moest zijn. Bij de hoed droeg hij geen pak, alleen een kamgaren poloshirt en een soort zeemansbroek, zo eentje met een brede band in de taille. Heel modieus. En daar kwam ik, de dochter, in een opgelapte overgooier. Toen hij zijn gescheurde wang naar mij toe draaide, stapte ik terug. Het wilde vlees was met de jaren verbleekt, maar nog steeds roze. Ik denk dat mijn schrik hem verveelde, hij zag die blik natuurlijk wel vaker. Zijn ogen weken uit naar mijn borst. Ik pakte mijn medaillon om te verbergen wat in zo’n jurk toch nauwelijks te zien is.
‘Dat is het?’
Hij bedoelde de bagage. Hij kneedde mijn schermtas, voelde hoeveel wapens erin zaten. Mijn koffer moest ik zelf dragen. Heel snel vervaagde het zoete beeld dat ik van mijn maître had voordat ik hem ontmoette.“
 

 

 1022860-9fe5c0b6a53886e3ba4b3138adda1689.jpg

Marente de Moor (Den Haag, 1972)
Geschreven door Romenu om 08:05 Reageer op dit bericht

Job Degenaar

De Nederlandse dichter Job Degenaar werd geboren in Dubbeldam op 1 november 1952 en bracht zijn jeugd door op het Eiland van Dordrecht. Degenaar deed doctoraal Nederlands (hoofdvak Moderne Letterkunde, bijvakken Filosofie en Zuid-Afrikaanse taal- en letterkunde) in 1983 bij de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn schrijverschap werkt hij als docent Nederlands, met name voor hoogopgeleide anderstaligen, in het volwassenenonderwijs in Flevoland. Sinds 1983 schreef hij geregeld gedichten in het literaire vertaaltijdschrift De Tweede Ronde en publiceerde voorts o.m. in Het Liegend Konijn, Poëziekrant, Parool, Standaard der Letteren, Tzum, De Contrabas en in vele bloemlezingen. Ook vertaalde hij met Rob van Essen en Jan Donkers Blackbird singing, een keuze uit de gedichten en liedteksten van Paul McCartney in de periode 1965 – 1999.

 

 

 

Klein Heelal

 

Ik zocht me een plek in het Turkse bad
waar warme mist je huid bewasemt
en fibersterren van kleur verschieten

en steeg op met m'n gedachten
tot ik dacht dat ik niet meer dacht
en de aarde bleef hangen in haar baan

ver van m'n aangekleed bestaan zag ik
mensen verdwijnen waar ze kwamen
stof tussen de hemellichamen

De stoom trok weg in slierten
een vrouw kwam binnen en iets
onstond, ik wist dat ik dat was

 

 

 

Huisbroei

 

Broeipotten en zaailingen
op de Creiler Flora:
zo rood en geel getulpt is het
deze winter niet geweest
Waar was ik al die tijd?

Om precies te zijn niet ik
liet ze broeien dat ze barstten
keerde ze tijdig om hun steel
te rechten, trok bij min vier
alle registers van de lente open

En ik? Ik broeide in het winterlicht
maar glazig op hun verbeelding
noemde ze zonnedochters
met een missie en meer
van dat gestamel

Maar zie, ook zonder mij
staan ze schuchter van
schoonheid in hun kraag
gedoken, niet van kunst
te onderscheiden echt.

 

  

 

 1062628-fb4f2215e455c8e720f5cc8108d9eadf.jpg

Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten