Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 februari 2012 tot 14 februari 2012

Ischa Meijer, Alexander Kluge, Piet Paaltjens, Robert Shea, Frederick Philip Grove

De Nederlandse journalist, toneelschrijver, filmacteur en televisiepresentator Ischa Meijer werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ischa Meijer op dit blog.

 

Uit: De interviewer en de schrijvers (Godfried Bomans)

 

„Achter grote ramen ligt de zandkleurige tuin, een kolossaal stuk duin beneemt het uitzicht op het bos daarachter. We drinken gescheiden een kopje thee. Bomans in de keuken, ik in de kamer. Dan staat hij plotseling naast me. Het is tien uur in de morgen. We kijken peinzend door de ruiten. Bomans belooft me een wandeling. Maar eerst de trap op, een nauwe gang door, naar zijn werkkamer.

Bomans: ‘Heb jij ooit gehoord van een jongen die op zijn achttiende sprookjes schreef? Dat is toch belachelijk, eigenlijk. We zochten allemaal ons klooster. Ik las maar, en ik las maar. Alles was beter dan dat huis... En toch, dat is zo vreemd... geen van de kinderen zal het ooit willen toegeven, ik zou het niet eens tegen ze durven zeggen. Twintig jaar ben ik ziek geweest, psychisch een wrak, ik heb twintig jaar in bed gelegen. Nu moet ik volwassen worden. Ik ben een nabloeier... 't Kost tijd. Maar ik ga vooruit... Dat vind ik zo merkwaardig... Jij zit hier volkomen ontspannen tegenover me, je luistert naar me, stelt me een vraag. Maar dat zou ik indertijd nooit gedurfd hebben. Zomaar op bezoek bij een schrijver. Ik zou bloedrood en stuntelig op diezelfde bank hebben gezeten. Ik was zover nog niet... ik moest genezen.

Ik voel me benauwd, laten we een wandelingetje maken.’

Hij loopt voor me uit, een beetje gebogen, terwijl hij praat. Door de natte bladeren het heuveltje op. We kijken uit over het bos.

 Bomans: ‘Maar ik ga vooruit. Wat ik gistermiddag op de televisie deed... zomaar in debat gaan over een actueel onderwerp... 't Was niet goed, dat weet ik wel... maar ik deed het. Ik schrijf nu in de Volkskrant elke zaterdag een stukje, dat zou ik vijf jaar geleden niet gedurfd hebben. Over gewone alledaagse dingen zomaar je mening geven. 't Gaat zo langzaam, weet je...’

 We staan voor een gigantische, volkomen verlaten villa, gluren door de ruitjes, praten met de tuinman. Lopen daarna de weg op, het dorp Bloemendaal in.“

 

 

 

 1093877-83e57c4352815c1ccc3f45690a9ad137.jpg

Ischa Meijer (14 februari 1943 – 14 februari 1995)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en regisseur Alexander Kluge werd op 14 februari 1932 geboren in Halberstadt. Zie ook mijn blog van 14 februari 2010 en ook mijn blog van 14 februari 2011.

 

Uit: Paris, die Hauptstadt des 19. Jahrhunderts

 

“Am 11. Juni 1940, einem Dienstag, lag die viele Kilometer sich im Umriß eines menschlichen Magens erstreckende Metropole Paris im Sonnenglast, eine Wüste aus grauem Stein. In den späten Nachmittagsstunden befand sie sich unter einem schwarzen Nebel. Die Sonne stach mit "gelblichen und roten Lanzen" in dieses Dunkel. Ein unregelmäßiger Niederschlag von Ruß, sozusagen in Wolken von großer Kleinteiligkeit. Sie färbten den Oberarm, ließen die Hand frei, sie berußten das Gesicht, schonten die Schuhe. In der Erinnerung der Bewohner war dies der Tag des Untergangs, im Gegensatz zum 14. Juni, einem Freitag, an dem von Norden die deutschen Truppen in Paris einmarschierten.

(…)

 

Am 11. Juni aber war es schwer, die Verdunkelung des Himmelslichts zu deuten. Major Benôit-Guyod von der Militärkommandantur hielt das Phänomen für einen künstlich verbreiteten Nebel, wie ihn die Marine verwendet. Dann wäre dies eine Maßnahme gewesen, um feindliche Bomber zu desorientieren. Wenn ich mich schneuze, ist mein Taschentuch schwarz, notierte Benôit-Guyod.¹

 

 

 1093877-66ab6b5ecc72acbafeba507a1c7b3e16.jpg

Alexander Kluge (Halberstadt, 14 februari 1932)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en predikant Piet Paaltjens werd geboren in Leeuwarden op 14 februari 1835. Zie ook alle tags voor Piet Paaltjes op dit blog.

 

 

Immortelle XXXIII

 

Mijn hart was toegevroren,

Mijn tranen vloeiden niet meer.

Toen trof mij haar gloeiende blikstraal,

En de wateren ruischten weer.

 

O ware ik toch verdronken

In den bitterzilten vloed!

In brakke liefdetranen

Te smoren is honingzoet.

 

 

 

Immortelle LX

 

Toen Knaap mij de laatste maal knipte,

Was hij aangedaan onder zijn werk.

‘Wat wordt u al grijs!’ sprak hij somber,

‘Ik vrees, u studeert te sterk.’

 

En Jongmans, toen hij mij gisteren

De maat voor een pantalon nam,

Keek van mijn magerheid zóó op,

Dat ik dacht dat hem iets overkwam.

 

Vater Muller ontzei me zijn tafel.

Ze verliep anders heelemaal.

Mijn holle kaak deed de lui denken,

Het eten was bij hem zoo schraal.

 

En mijn oppasser heeft zelfs den ploert al

Een goed woord voor een draagplaats verzocht,

Als soms mijnheers begraafnis

Te Leiden plaats hebben mocht.

 

Maar wie er ook zien en beweenen,

Dat ik zoo jong moet vergaan,

Niet hare grijsblauwe oogjes,

En die hebben 't mij juist gedaan.

 

 

 

 

Adam en Eva

 

Adam en Eva,
Die aten samen gort.
Adam had een broekje aan
En Eva droeg een schort.
Als ik mij niet zéér vergis,
Is dat lang geleden,
Maar het ging (of 'k heb het mis!)
Toen al net als heden.
Eva's die de broek aanhebben,
Zijn de rechte Eva's niet,
En een Adam met een schort voor
Noemde men een keukenpiet.
Wat de kroon is voor een koning,
Voor de huisvrouw is haar schort.
Draag de uwe steeds met ere
En 't ontbreek't u nooit aan - gort.

 

 

 

 1093877-0394be756c098d79ddf90183ba9fb709.jpg

Piet Paaltjens (14 februari 1835 – 19 januari 1894)

Geboortehuis in Leeuwarden, Voorstreek 80

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Shea werd geboren op 14 februari 1933 in New York. Zie ook alle tags voor Robert Shea op dit blog.

 

Uit: All Things Are Lights

 

„Roland and the young man-at-arms clung to the wooden wall, saving themselves from falling twenty feet to the yard below. Right beside them was the gaping hole in the palisade left by the stone.

Roland knew more stones would soon follow, and wanted desperately to jump for the ladder. But he forced himself to stand still long enough to see what was happening at the Cathar fortress. He watched the wide main gateway swing open. A blaze of red torchlight gleamed on helmets and spear-points -- fighting men were pouring out on the run. He waited a moment, counting. A hundred or more.

His breathing quickened and his heart pounded. Here was the diversion he needed.

He shouted down into the darkness, adding his cry to the shouts of men waking up within the crusader fort. "To arms!

To arms! The Cathars are attacking!"

Pushing the man-at-arms before him, he hurried down the ladder. The young Breton was blubbering.

"Alain. The damned Bougres got Alain."

"Mourn him later," Roland advised. "Just try to keep yourself alive. "

Roland hesitated at the foot of the steps. The stone had knocked the logs apart, leaving an opening at the base of the wall wide enough for a man to step through.

"I am going out there to get a better look at them," Roland said, sliding the two-handed sword, almost as long as his leg, out of its scabbard. "You report to the commander."

"God go with you, Sire Orlando," the man-at-arms said to him.

Roland hurried out into the darkness, alone with his excitement and fear.“

 

 

 1093877-68b07a9afa67cd67e4e23abe96ee1362.jpg

Robert Shea (14 februari 1933 – 10 maart 1994)

New York City 

 

 

 

De Canadees-Duitse schrijver en vertaler Frederick Philip Grove werd geboren als Felix Paul Greve op 14 februari 1879 in Radomno, Westpruisen. Zie ook alle tags voor Frederick Philip Grove op dit blog.

 

Uit: Fruits of the Earth

 

„On the trail from the yard a dust cloud was trailing along. It took Abe a second or so to make out, at the apex of the fan-shaped cloud, a man on horseback tearing along at a terrific speed. He was riding a draught-horse, which fact was betrayed by the lumbering though furious gallop. He had just crossed the pasture.
“He leapt the gate,” Victor said from behind Abe’s back.
Abe did not answer. Who could it be? Whence did he come? A dull and ever-increasing disquietude took hold of him.
Suddenly he recognized the rider. It was Bill Crane. He should have been back by this time. The horse he was riding was clearly doing its utmost; yet Bill was wildly lashing it with a long line.
Everybody in the whole field was aware of the rider’s approach; all work had slowed down.
Then, at a distance of a quarter of a mile, the horse stumbled in full career and fell, throwing the rider who rolled over two or three times, to leap up and to fall again, fighting for breath and reeling.
Abe veered on Lafontaine. “For God’s sake, shut that engine off!”
Victor jumped; the hum subsided into silence.
Bill had stopped, struggling for his voice. “Charlie!” he yelled. “Charlie’s got hurt.” Abe’s knees gave under him.
“Where? How?” he shouted.
“Hilmer’s bridge. Load went over him!” Bill was still staggering forward; apparently he had been hurt by his fall.
“Hurt?” Abe asked as if groping for a clue.
“Load went right over him.”
For a moment it looked as if Abe were going to ask more questions. Then he turned and ran for the lead team of his grain tank. Feverishly he unhooked one of the horses, a Percheron colt, and, gathering the long line into loops, vaulted on his back. Lashing the heavy horse into a gallop, he shot past the engine out on the trail.“

 

 

 1093877-1e12460379ebfeb3f423a24e636f8b98.jpg

Frederick Philip Grove (14 februari 1879 – 19 augustus 1948)



Zie voor nog meer schrijvers van de 14e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Frank Harris, Julia de Burgos, Vsevolod Garsjin, Edmond About, Johann Martin Usteri, Pierre-Claude de La Chaussée, Leone Battista Alberti

De Iers-Engelse schrijver, publicist, uitgever en redacteur Frank Harris werd geboren op 14 februari 1856 in Galway, Ierland Zie ook alle tags voor Frank Harris op dit blog.

 

Uit: Oscar Wilde, His Life and Confessions

 

“Even as a schoolboy he was an excellent talker: his descriptive power being far above the average, and his humorous exaggerations of school occurrences always highly amusing.

“A favourite place for the boys to sit and gossip in the late afternoon in winter time was round a stove which stood in ‘The Stone Hall.’ Here Oscar was at his best; although his brother Willie was perhaps in those days even better than he was at telling a story.

“Oscar would frequently vary the entertainment by giving us extremely quaint illustrations of holy people in stained-glass attitudes: his power of twisting his limbs into weird contortions being very great. (I am told that Sir William Wilde, his father, possessed the same power.) It must not be thought, however, that there was any suggestion of irreverence in the exhibition.

“At one of these gatherings, about the year 1870, I remember a discussion taking place about an ecclesiastical prosecution that made a considerable stir at the time. Oscar was present, and full of the mysterious nature of the Court of Arches; he told us there was nothing he would like better in after life than to be the hero of such a cause celèbre and to go down to posterity as the defendant in such a case as ‘Regina versus Wilde!’

“At school he was almost always called ‘Oscar’— but he had a nick-name, ‘Grey-crow,’ which the boys would call him when they wished to annoy him, and which he resented greatly. It was derived in some mysterious way from the name of an island in the Upper Loch Erne, within easy reach of the school by boat.

“It was some little time before he left Portora that the boys got to know of his full name, Oscar Fingal O’Flahertie Wills Wilde. Just at the close of his school career he won the ‘Carpenter’ Greek Testament Prize,— and on presentation day was called up to the dais by Dr. Steele, by all his names — much to Oscar’s annoyance; for a great deal of schoolboy chaff followed.“

 

 

 1093871-f82a83a872f8071d15e6cb68474caa69.jpg

Frank Harris (14 februari 1856 – 27 augustus 1931)


 

 

De Puerto Ricaanse dichteres en schrijfster Julia de Burgos (eig. Julia Constanze Burgos García) werd geboren op 14 februari 1914 in Carolina. Zie ook mijn blog van 14 februari 2009 en ook mijn blog van 14 februari 2010 en ook mijn blog van 14 februari 2011.

 

 

I Am Embodied in Now (Soy en cuerpo de ahora)

 

How this load of centuries wants to knock me down
that on my back drinks the current of time!
Time never changing that stagnates in the centuries
and that nurtures its body with past reflections.

 

I am afraid of the height of your ambitions—it tells me–;
the yesterday that nurtures me bends in the interior
of your simple life that admits no past
and that lives in the alive, open to the moment;
now the always nakedness of your mind angers me,
repels my load and expands in the new;
it confuses me now in the svelteness of your idea
that flagellates my face and straightens your body…
look to one side and another: hunchbacks, mediocrities;
they are mine, the ones who water my always full vacuum;
be one of them; untwist your vanguard; limp;
it’s so easy to flip from the live to the dead.

 

You have wanted to knock me down, load in the body of centuries
of prejudices, of hatreds, of passions, of jealousies.

 

You have wanted to knock me down with your heavy load
But I found myself, and your effort was in vain.

 

Go, line your centuries with the vulgar ignorant;
my ambitions are not yours, my flights are not yours.

 

I am embodied in now; about yesterday I know nothing.
In the alive, my life knows the I Am of the new.

 

 


Vertaald door Jack Agueros

 

 

 1093871-888512ede7129c744b93614ac11ca7ec.jpg

Julia de Burgos (14 februari 1914 – 6 juli 1953)

 

 

 


De Russische schrijver
Vsevolod Garsjin werd geboren op 14 februari 1855 in Prijatnaja Dolina. Zie ook alle tags voor Vsevolod Garsjin op dit blog.

 

Uit: The scarlet blossom (Vertaald door R.J. Warren)

 

“Take him to the ward. To the right.”

“I know—I know; I was here with you last year. We went over the Asylum. I know all about it, and it will be difficult to deceive me,” said the patient.

He turned towards the door. The keeper opened it before him, and, with the same rapid gait, holding his head well up, he left the office, and, almost running, went to the right, to the ward for mental patients. Those who were escorting him could scarcely keep up with him.

“Ring! I cannot. You have tied my arms.”  The porter opened the door, and they entered the Asylum.

It was a large stone building, an old Government structure. Two large halls—one the dining-hall, the other a general room for quiet patients; a wide corridor with a glass door leading into a flower-garden, and some twenty separate rooms where the patients lived occupied the lower story. Here, also, were two dark rooms—one lined with mattresses, the other with boards—in which violent patients were placed; and an enormous, gloomy, vaulted room, which was the bath-room.

The upper story was occupied by women, whence there came a confused din, interspersed with yells and howling. The Asylum had been built for eighty patients, but as it was the only one available for some distance around there were nearly three hundred accommodated within its walls. Each small cubicle held four or five beds. In winter-time, when the patients were not allowed into the garden and all the iron-barred windows were tightly closed, the building became unendurable stifling.

They led the new patient into the room in which were the baths. Even on a sane person this room was calculated to produce a feeling of depression, and on a distorted, excited imagination the impression would be so much the greater. It was a large vaulted room with a greasy stone floor, and lighted by one window in a corner. The walls and arches were painted a dark red. Two stone baths, like two oval-shaped holes, and full of water, were let into, and on a level with, the floor, which had become almost black from the accumulated dirt of ages. A huge copper stove with a cylindrical boiler for heating the water, and a whole system of copper tubes and taps, filled the corner opposite the window. Everything bore an unusually gloomy and, for a disordered mind, fantastic character, which impression was further heightened by the forbidding physiognomy of the stout, taciturn warder in charge of the baths.

 

  

 1093871-c0494f3731b8ba64ce48284e9a47acf9.jpg

Vsevolod Garsjin (14 februari 1855 – 31 maart 1888)

Portret door Ilya Repin, 1884

 

 

 

 

De Franse schrijver Edmond François Valentin About werd geboren op 14 februari 1828 in Dieuze, Lorrainne. Zie ook alle tags voor Edmond About op dit blog.

 

Uit: Rome contemporaine

 

„Mon auberge.

Charlemagne était logé au palais des Césars, sur le mont Palatin. Cette auberge impériale, que les barbares avaient respectée jusqu’en 800, n’est plus habitée aujourd’hui. Il n’en reste que des tas de pierres, où les hiboux eux-mêmes trouvent difficilement un nid confortable.

Charles VIII, lorsqu’il fit son escapade triomphale, habitait, au bout du Cours, ce gros palais de Venise, si laid et si noir, où le comte Colloredo donne les plus belles fêtes de Rome.

Montaigne était campé à l’hôtel de l’Ours : on n’y rencontre plus de pédants, mais beaucoup de voituriers.

Notre divin Rabelais logeait a la même enseigne, mais peu s’en fallut qu’on lui accordât pour rien le plus bel appartement du fort Saint-Ange. Le père de l’esprit français aurait été bien là pour ratiociner à loisir sur les mœurs et coutumes de l’île Sonnante.

Nicolas Poussin vivait près d’ici, devant l’église de la Trinité-des-Monts, à deux pas de la belle fresque de Daniel de Volterre, qu’il plaçait si haut, et que le gouvernement français a espéré un instant de placer au Louvre.

Le président de Brosses, du temps qu’il était conseiller et qu’il montrait de si étranges figures à la portière de son carrosse, habitait à la place d’Espagne. M. de Chateaubriand se tenait à l’ambassade de France, et Mme de Staël dans les nuages.

Je suis mieux logé, moi chétif, que tant de Français illustres, et, par les deux fenêtres de mon observatoire, je vois les choses de bien plus haut.“

 

 

 1093871-87d0de889766a6f3f0c1e35d4d2c60e9.jpg

Edmond About  (14 februari 1828 – 16 januari 1885)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 14 februari 2011.

 

De Franse toneelschrijver Pierre-Claude Nivelle de La Chaussée werd geboren op 14 februari 1692 in Parijs. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007  en ook mijn blog van 14 februari 2010.

 

De Italiaanse dichter, schilder, taalkundige, filosoof, cryptograaf, musicus en architect Leone Battista Alberti werd geboren in Genua op 14 februari 1404. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2010. 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Johann Martin Usteri werd geboren op 14 februari 1763 in  Zürich. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2009 en ook mijn blog van 14 februari 2010.

 

Geschreven door Romenu om 19:16 Reageer op dit bericht

M. Vasalis, Jan Arends, Irene Dische, Friedrich Christian Delius, Urs Faes, Faiz Ahmed Faiz

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

 

De idioot in het bad

 

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
Haast dravend en vaak hakend in de mat,
Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
Gaat elke week de idioot naar 't bad.

De damp die van het warme water slaat
Maakt hem geruster : witte stoom…
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
Bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
Hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
Hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
En hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit 't bad gehaald wordt,
En stevig met een handdoek drooggewreven
En in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
En wreed gescheiden van het veilig water-leven,
En elke week is hem het lot beschoren
Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

 

 

 

Appelboompjes

 

Op een recht, zwart kousenbeen,
dunne rokjes opgeheven,
dansend in de vroege regen
en de tuin voor zich alleen,

staan twee jonge appelbomen,
't witte bloed omhooggestegen,
vlinder-hoofden wijd omgeven
door hun aller-eerste dromen.

Met hun smalle voet in 't gras,
ingetogener en lomer
staan zij later in de zomer
na te peinzen hoe het was.

Voller wordend met de dagen,
vastgegroeid in 't ogenblik,
bestemd, mijn zustertjes, - als ik -
te wortelen, rijpen en vrucht te dragen.

 

 

 

 1093075-0da4668cb37bc3b236a885f11630c33a.jpg

M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jan Arends op dit blog.

 

 

Ze hebben hun moskee

 

Ze hebben
hun moskee gebouwd
om onze gulden
van god.

Ze zijn gekomen
als soldaten
maar zonder
geweer.

Hun wapen is honger.

Ze
zijn hier
als veroveraars
van recht
op leven.

 

 

 

Ik heb nooit

 

Ik heb
nooit
een echt woord gehoord
of het deed pijn

Om pijn
te schrijven
heb je
weinig woorden
nodig.

 

 

 

 1093075-83e4414903ccc2493d702ef64acdd0ca.jpg

Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943. Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Delius op dit blog.

 

Uit: Die Frau, für die ich den Computer erfand

 

„Aber ich warne Sie, heute bin ich bester Laune ... Vorgestern erst hab ich abgesagt in Braunschweig und meine Tochter hingeschickt. Ja, vorgestern erst, aus Gesundheitsgründen, so kurzfristig kann man nur mit Gesundheitsgründen absagen bei solchen Festivitäten ... Ich geb es zu, als wir uns vor drei Wochen verabredet haben, da hatte ich die Absage schon im Hinterkopf. Ich wollte den Vollmond nicht verstreichen lassen. Ich wollte den Termin mit Ihnen und nicht mit Braunschweig. Aber bilden Sie sich bloß nichts darauf ein! Das ist mein Vergnügen und nicht Ihr Verdienst! Und jetzt sitz ich hier in der freien Natur und nicht im getäfelten Saal in der ersten Reihe, und hier schwirren keine Fotografen rum, die mich zum Grinsen nötigen. Und jetzt, in diesen Minuten, kurz nach sechs, fängt der Festakt an. Es ist wie Schuleschwänzen, nur viel schöner. Weil sie mich nicht mehr bestrafen können. Im Gegenteil, sie können sowieso nur das Beste Über mich erzählen, Oberbürgermeister, Minister, Präsidenten, Professoren ... Es ist der vierzehnte Ehrendoktor, ich hab extra noch mal nachgezählt ... Ja, für mich auch, und die Karte bitte, Kathi ... Und jetzt gleich, nach der Musik, Mozart passt immer, ein Flügel passt immer noch in die Ecke, spricht der Oberbürgermeister. Wissen Sie, das Händeschütteln, die Blitzlichter, das Lächeln, die Konversation Über das Wetter und den neusten Streich von Bill Gates, und dann Mozart, das ginge ja noch, wenn nicht die Reden wären, die immer gleichen Reden, die immer gleichen Sätze. Glauben Sie mir, ich kenne die Oberbürgermeistersätze, ich kenne sie alle auswendig, die Ministersätze, die Professorensätze. Das ganze Arsenal der Lobreden, die auf mich abgefeuert werden und die mir gleichgültig geworden sind und gegen die ich mich nicht mehr wehren will und nicht mehr wehren kann außer mit einer Absage aus Gesundheitsgründen zwei Tage vorher.“

 

 

 1093075-dd4451819104495df13685ef4c479571.jpg

Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

 

 

 

 

De Duits-Amerikaanse schrijfster Irene Dische werd op 13 februari 1952 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Irene Dische op dit blog.

 

Uit: Ein Job

 

“Der Killer begann seine Karriere mit Schneeballwerfen. Seine ersten Ziele waren die grünen Beine und die quietschenden Stiefel der Soldaten, die durch sein kurdischesHeimatdorf im Osten der Türkei patrouillierten. Der Killer war vorsichtig, und oft traf er daneben. Er ging noch in die erste Klasse. Eines Tages schlugen die türkischen Soldaten seinen Vater zusammen. DerGemüsehändler hatte sich geweigert, strammzustehen, während die Polizeikapelle die Nationalhymne spielte. Danach verbesserte der Killer seine Technik. Er überzog die harten Schneekugeln mit einer Eisglasur, indem er siemit den bloßen Händen anwärmte und dann gefrieren ließ. Seine Handflächen waren immer rot und rissig.

Je besser er traf, desto mehr Freude machte es ihm. Die Wildheit überkam ihn wie ein plötzliches Fieber in der Abenddämmerung, nach einem Tag kalter Fügsamkeit in der Schule, wo er Türkisch lernen sollte, die Geschichte der türkischen Errungenschaften und türkische Dichtung und die

Geographie des türkischen Expansionismus in Europa. Seine Lehrer prügelten ihm den kurdischen Akzent aus und verschafften ihm damit einen Vorteil in seinem künftigen Beruf. Er war höflich, er war gehorsam, er war es gewöhnt, daß die Leute ihm wegen seines hübschen Gesichts Komplimente

machten, und er war faul – jedenfalls in der Schule.

Sein Ehrgeiz lag anderswo. Er studierte die türkischen Soldaten, ihre imposanten grünen Monturen, die Gewehre, die sie als Prügel benutzten. Aber er stellte fest, daß er die vielen Silhouetten nicht auseinanderhalten konnte. Deshalb wandte er sich von ihren Beinen ab und zielte von nun an in ihre

Gesichter. Da konnte er sie identifizieren und erkennen, ob er sie verletzt hatte und wie schwer.”

 

 

 1093075-731f3f01edd829c665c560cf7fcf44aa.jpg

Irene Dische (New York,  13 februari 1952)

Portret door Henrieke Ribbe, 2008

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Urs Faes werd geboren op 13 februari 1947 in Aarau. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009 en ook mijn blog van 13 februari 2010 en ook mijn blog van 13 februari 2011.

 

Uit: Paarbildung

 

„Kollege Lüscher hat zur Routine gefunden, hatte ihm der Chef eines Tages vor versammelter Ärzterunde zugeworfen, als er regungslos den Erklärungen auf den eingeblendeten

Schichtröntgenaufnahmen folgte, die die letzte Phase eines Pankreaskarzinoms zeigten. Der Patient

war im Institut postoperativ bestrahlt worden, jedoch mit geringer Verbesserung der Symptomkontrolle. Er hatte bis zuletzt unter starken Schmerzen gelitten.

Das Wort Routine hatte Lüscher zusammenzucken lassen, doch er hatte dem Chef zugenickt, war den kleinen Punkten gefolgt, die in der PET-Untersuchung, dieser bildlichen Darstellung des Zuckerstoffwechsels im Körper, die Metastasen aufzeigten: gelbzuckende Flämmchen in einem Feld von Grün.

Was der Chef als Routine bezeichnete, empfand er als Distanz, die nötig war. Denn manches ging ihm nahe, obwohl er während zweier Jahre für eine private Opferhilfeorganisation als Unfallpsychologe gearbeitet hatte.

Routine, die er mit Abstumpfung gleichsetzte, hatte er sich schon vor seiner Spitalzeit, eigentlich in jeder Lebensphase, verboten. Routine tötet das Leben und vertieft den Fluch, geboren zu sein. Der Satz von Cioran hatte sich in seinem Kopf festgehakt. Er hielt sich immer neu vor Augen, daß man auch in schwierigsten Situationen die Hoffnung nicht aufgeben durfte.

Und doch wurde, was er Gleichmut nannte, immer wieder durchbrochen. Er hatte kaum zwei Wochen im Institut gearbeitet, als auf einem der Patientenblätter, die zu Beginn des Rapports gezeigt wurden, der Name eines Bekannten erschien. Einem ehemaligen Mitschüler war ein Mastdarmkarzinom im fortgeschrittenen Stadium diagnostiziert worden, organübergreifend, sehr aggressiv,

mit Fernmetastasen. Der leitende Arzt hatte von einer wahrscheinlichen Lebenserwartung von einem halben Jahr gesprochen.Auch diese Einschätzungwar noch zu optimistisch gewesen. Lüscher hatte den Verlauf der Krankheit verfolgt, dieMeldung vom Tod dieses Patienten hatte ihn, zu seiner Überraschung, tief berührt.“

 

 

 1093075-dcca78e0f320c2c48127c527097fe9fd.jpg

Urs Faes (Aarau,13 februari 1947)

 

 

 

 

De Pakistaanse (Urdu) dichter Faiz Ahmed Faiz werd geboren op 13 februari 1911 in Sialkot. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009 en ook mijn blog van 13 februari 2010 en ook mijn blog van 13 februari 2011. 

 

 

Some Lover To Some Beloved!

 

Down the memory lanes, on which

you've strolled since ages past

They will end if you walk farther a step or two

Where exits the turn towards the wilderness of forgetfulness

beyond which, there isn't any Me, nor any You

My eyes hold their breath, for any moment you

may turn back, move ahead, or at least turn to look back

 

Although my sight knows that the wish is just a farce

For if ever it were to run across your eyes again

right there will spring forth another pathway

Like always, where ever we run into, there will begin

another journey of your lock's shadow, your embrace's tremor

 

The other wish is also in error, for my heart knows

There is no turn here, no wilderness, no mountain-range

beyond whose horizon, my perpetual sun-of-your-Love can set

May you continue walking these pathways, its better this way

If you don't even turn to look back, it is okay

 

 

 1093075-501db551b9364a29f4e9404ce36fb0d7.jpg

Faiz Ahmed Faiz (13 februari 1911 - 20 november 1984)



Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Georges Simenon, Nynke van Hichtum, Katja Lange-Müller, Ivan Krylov

De Belgische (Franstalig) schrijver Georges Simenon werd geboren in Luik op 13 februari 1903. Zie ook alle tags voor Georges Simenon op dit blog.

 

Uit: Maigret und der gelbe Hund (Vertaald door Raymond Regh)

 

„Als der Mann wieder auftauchte, verdunkelte er fast das gesamte Rechteck des Fensters, gab dann die Sicht frei, indem er in den Hintergrund des Raumes ging. Seine große Hand fiel auf die Schulter des Mädchens nieder und versetzte ihr einen solchen Stoß, dass sie eine ganze Kehrtwendung machte, beinahe hingefallen wäre und ihr jämmerlich bleiches Gesicht mit Lippen, die vom Schluchzen geschwollen waren, sichtbar wurde. All das war jedoch so undeutlich, so verschwommen wie ein Film im Kino, wenn die Lampen im Saal wieder eingeschaltet werden. Und noch etwas fehlte: die Geräusche, die Stimmen…
Genau wie ein Film: ein Film ohne Ton. Obwohl es der Mann war, der redete. Und er redete wohl laut. Er war wie ein Gorilla. Den Kopf dicht auf den Schultern, den Oberkörper in einem engen Pullover, der seine Brustmuskeln hervortreten ließ, das Haar kurzgeschoren, wie bei einem Sträfling, die Fäuste in die Hü∫en gestemmt, schleuderte er ihr Vorwürfe, Schimpfwörter oder Drohungen ins Gesicht. Er war wohl drauf und dran, handgreiflich zu werden. So, dass Leroy versuchte, Maigret noch fester zu packen, als wolle er sich selbst beruhigen. Emma weinte noch immer. Ihre Haube saß mittlerweile schief. Ihr Knoten würde sich gleich lösen. Irgendwo wurde ein Fenster geschlossen, was eine Sekunde lang ablenkte. »Kommissar… ob wir…«
Der Tabakgeruch umhüllte die beiden Männer und gaukelte ihnen Wärme vor. Weshalb faltete Emma die Hände? Wieder redete sie…
In ihrem verzerrten Gesicht lag gleichzeitig Entsetzen, Flehen und Schmerz, und Inspektor Leroy hörte, wie Maigret seinen Revolver entsicherte. Nur fünfzehn bis zwanzig Meter lagen zwischen den bei den Gruppen. Ein sprödes Klicken, eine Fensterscheibe, die in Scherben zerspringen würde, und der Hüne wäre außerstande, Schaden anzurichten. Mittlerweile ging er auf und ab, die Hände auf dem Rücken, und er wirkte kleiner, breiter.“

 

 

 1093070-777198d266f48c6d8cf1241bcb060f89.jpg

Georges Simenon (13 februari 1903 - 4 september 1989)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nynke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) werd geboren in Nes op 13 februari 1860. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009 en ook mijn blog van 13 februari 2010 en ook mijn blog van 13 februari 2011.

 

Uit: Zwarte Jacob van den Valkenburg

 

"Daar heb je dien wilde Hans weer - altijd met de deuren slaan!" - De boerin had deze woorden op de lippen, maar ze bleven onuitgesproken - want wat was dat???
Daar klonk een hartverscheurend gegil door het huis! Wat was er gebeurd? De deur werd weer open gedaan en ging weer dicht, en 't was me daar een gejammer in de gang - o wee, o wee, wat gebeurde daar voor 'n ongeluk? De beide vrouwen zaten elkaar aan te kijken, bleek van schrik. Eindelijk stond tante Mina op en ging naar de kamerdeur.
Langzaam draaide ze de kruk om en toen, met een plotseling besluit, gooide ze de deur wijd open!
Daar stond Hans, huilend en jammerend, met Jakob in zijn armen, die nog harder schreeuwde dan zijn kleine baas.
"Wat is d'r gebeurd? Heeft die nare vogel weer wat uitgehaald?" riep de boerin.
"Nee, nee," snikte Hans, "ik ben onvoorzichtig geweest! Ik gooide de deur zoo wild dicht om maar gauw bij tante te zijn....... en..... en..... en ik wist niet, dat Jakob achter me aan kwam... en.... en...... en..... toen is-ie d'r tusschen gekomen, .....o ......o, o, o, o,!" En de arme jongen schokte over zijn geheele lichaam, zoo snikte hij.
De arme Jakob huilde nog harder, en worstelde om los te komen. 't Was een aandoenlijk tooneel!“

 

 

 1093070-cbf9075816558d5b21db0d0b84c94c99.jpg

Nynke van Hichtum (13 februari 1860 - 9 januari 1939)

 

 



De Duitse schrijfster Katja Lange-Müller werd geboren op 13 februari 1951 in Berlijn-Lichtenberg.
Zie ook alle tags voor Katja Lange-Müller op dit blog.

 

Uit: Böse Schafe

 

„Ich griff mir vom Sims neben dem Kiosk eine zerknitterte »Bingo-BZ« mit gültigem

Datum, die ihr voriger Besitzer, wohl weil es ihm gegen den Strich gegangen wäre, etwas

Bezahltes und noch Brauchbares einfach wegzuschmeißen, dort abgelegt hatte – für jemanden

wie mich, denn ich las damals gern die Klatsch- und Gruselgeschichten, die in schmalen

Spalten unter den knalligen und manchmal sehr komischen Schlagzeilen standen.

Die Zeitung überfliegend, eine Zigarette zwischen den Lippen, steuerte ich mein

eigentliches Ziel an, die Badewanne in der Wohnung eines aus dem Bayrischen

zugewanderten Sozialarbeiters, den ich mochte – da kamt ihr um die Ecke geschossen, du und

dein Kumpel. Ihr benahmt euch seltsam, ausgelassen, ja übergeschnappt: wie zwei

Kettenhunde, die sich losgerissen, aber erst eine Nacht unter fremden Fenstern geschlafen und

noch nicht wieder den ganz großen Hunger haben; und doch deutet das Glitzern in ihren

Pupillen, diese Tollheit, mit der sie einander bei Laune halten, schon darauf hin, daß sie den

Preis der Freiheit bald kennen und bezahlen würden.

Schöne Männer wart ihr, alle beide, du blauäugig, bleich, aschblond, der neben dir oliv, mit

braunem Kraushaar, Sonnenbrille, kleinem Silberohrring. Und dafür, daß die Sweatshirts, die

sich über euren breiten Schultern spannten, wahrscheinlich aus dem Kleiderfundus der

Arbeiterwohlfahrt stammten, hatte ich damals noch nicht den Blick.“

 

 

 1093070-85ec3bccbfdd18a00d58a3e4b7fb9ad2.jpg

Katja Lange-Müller (Berlijn, 13 februari 1951)

 

 

 

 

De Russische dichter en schrijver Ivan Andrejevitsj Krylov werd geboren op 13 februari 1769 in Moskou. Zie ook alle tags voor Ivan Krylov op dit blog.

 

 

The Сucoo and the Cock

 

'Oh, Cockerel, how are you singing loudly and grandly! '

'And you, my dear Cucoosie, sing so smoothly, lovely:

In our forest there's no any kind of such a singer, though! '

'I'd like to listen you for ages, dear!

'And I prefer, my beauty, your's so clear,

And tender, and high voice!

When you stop singing, then I fail

In waiting for the time, when you begin again.

Where from has God brought you such a pretty voice?

And look - you are not large, to say - you're tiny so,

But your song as the nightingale's warble! '

'Oh, thank you, dear. To the honest telling,

I say, that you sing better than the Eden's bird,

And I can surely this state confirm.'

 

At that time the Sparrow was flying by, and said them:

'My friends! Though you turn hoarse in that

Joint efforts in each other's praising, -

I can say that your music's obviously bad! ..'

 

Why for then the Cucoo is praising the Cock? Know?

Because of that the Cock is praising the Cucoo.

 

 

 

 1093070-6cd601ff17f7c55bd4ac7b0cdd08075c.jpg

Ivan Krylov (13 februari 1769  - 21 november 1844)

Portret door Roman Maximovich Volkov, 1812
Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler

De Engelse dichteres en schrijfster Eleanor Farjeon werd geboren op 13 februari 1881 in Londen. Zie ook alle tags voor Eeleanor Farjeon op dit blog.

 

  

It was long ago


I’ll tell you, shall I, something I remember?
Something that still means a great deal to me.
It was long ago.

 

A dusty road in summer I remember,
A mountain, and an old house, and a tree
That stood, you know,

 

Behind the house. An old woman I remember
In a red shawl with a grey cat on her knee
Humming under a tree.

 

She seemed the oldest thing I can remember.
But then perhaps I was not more than three.
It was long ago.

 

I dragged on the dusty road, and I remember
How the old woman looked over the fence at me
And seemed to know

 

How it felt to be three, and called out, I remember
“Do you like bilberries and cream for tea?”
I went under the tree.

 

And while she hummed, and the cat purred, I remember
How she filled a saucer with berries and cream for me
So long ago.

 

Such berries and such cream as I remember
I never had seen before, and never see
Today, you know.

 

And that is almost all I can remember,
The house, the mountain, the gray cat on her knee,
Her red shawl, and the tree,

 

And the taste of the berries, the feel of the sun I remember,
And the smell of everything that used to be
So long ago,

 

Till the heat on the road outside again I remember
And how the long dusty road seemed to have for me
No end, you know.

 

That is the farthest thing I can remember.
It won’t mean much to you. It does to me.
Then I grew up, you see.

 

 

 

1093066-5f4bbc534ec974f8e093445502ecad5d.jpg
Eleanor Farjeon (13 februari 1881 – 5 juni 1965)

 

 

 

 

De Argentijnse dichter en schrijver Ricardo Güiraldes werd geboren op 13 februari 1886 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009 en ook mijn blog van 13 februari 2010 en ook mijn blog van 13 februari 2011.

 

Uit: Ricardo Güiraldes (door Valery Larbaud)

 

„Lorsqu’il est mort, à Paris, en octobre dernier, Ricardo Güiraldes préparait depuis deux ou trois ans une édition corrigée et augmentée de son recueil de poèmes, El Cencerro de Cristal, publié en 1915 à Buenos-Ayres. Très sévère pour ses ouvrages, il n’avait guère conservé, d’un bon nombre de poésies composées parallèlement à ses deux grands livres de prose, Xaimaca et Don Segundo Sombra, entre 1918 et 1926, que deux groupes lyriques : Poemas Solitarios et Poemas Misticos, qui vont être donnés dans la nouvelle édition que, réalisant son vœu, Mme A. del Carril, sa veuve, a établie. C’est de ce dernier groupe que nous donnons ici la traduction intégrale.

Aucun des sept poèmes qui le composent n’a encore paru dans le texte original, alors que trois des douze « Poèmes solitaires » avaient été publiés dans la revue d’avant-garde « Proa », fondée en 1925, à Buenos-Ayres, par Ricardo Güiraldes et quelques-uns de ses amis. Il est vraisemblable qu’il avait hésité à les livrer même au public restreint, l’élite des lettrés argentins, qui suivait « Proa ». Il les gardait pour lui, comme des effusions d’un sentiment trop intime pour être montrées même à ses amis, peut-être même à ses proches.. Dans ses conversations les plus libres, les plus confidentielles, la même pudeur l’empêchait de parler, sinon vaguement, de « ces choses ». Nous avions seulement compris que, durant un séjour qu’il avait fait dans l’Inde, la foi à un monde invisible et à l’immortalité, qu’il avait perdue, lui était revenue, mais sous une forme étrangère aux dogmes chrétiens. C’est ainsi qu’avant d’avoir mieux lu Paul Claudel il disait que l’admiration qu’il avait pour cet écrivain était contrebalancée par la gêne qu’il éprouvait à trouver dans ses œuvres « une morale de vieille fille », et c’était de la morale chrétienne qu’il voulait parler.“

 

 

 1093066-57eca7372960cc1742e18f0b611e79a7.jpg

Ricardo Güiraldes (13 februari 1886 – 8 oktober 1927)

 

 

 

 

De Italiaanse dichteres Antonia Pozzi werd geboren op 13 februari 1912 in Milaan. Zie ook alle tags voor Antonia Pozzi op dit blog.

 

 

Offering to a Tomb

to A.M.C.*

 

From high above you showed me, 1

not far beyond the houses’ ruinous slide,

a black pointing of cypresses

darting through the azure

as custodian

to the cemetery’s white marble.

I thought of a tomb
I’ve never seen

and to me it seemed

there I placed at that moment, 10

with tremulous heart on my sleeve,

a living clutch

of red carnations.

 

 

 

Another Respite

to L.B.*

 

Rest your head on my shoulder: 1

so I caress you with a slow gesture,

as if my hand accompanied

a long, invisible needleful of thread.

Not on your face only: on any forehead

aching with torment and tiredness

fall these blind caresses of mine,

like the yellowed leaves of autumn

in a puddle reflecting the sky.

 

Vertaald door Peter Robinson

 

 

 

1093066-a385b3cb5fedc1169267510411f4937b.jpg
Antonia Pozzi (13 februari 1912 – 3 december 1938)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, vertaler en jurist Friedrich Adler werd geboren op 13 februari 1857 in Amschelberg in Midden-Bohemen (nu Tsjechisch: Kosova Hora). Zie ook mijn blog van 13 februari 2009 en ook mijn blog van 13 februari 2010 en ook mijn blog van 13 februari 2011 

 


Am Morgen

 

Trüb der Morgen und kalt.

Ueber die Wiesen schweifen

Feuchte Nebelstreifen;

Auf den Bergen ringsum

Liegen Wolken geballt,

Grau und stumm.

Mühsam

Gegen die dunklen Schatten,

Halb wagend,

Halb zagend,

Sendet Sonne den matten,

Bebenden Strahl.

Nieder in's Thal

Röthlich bricht

Hier und dort unsicheres Licht ...

Kämpfen muß die herrlichste Gluth,

Die hehrste Feindin irdischer Fehle:

 

Muth, Muth,

Arme ringende Menschenseele!


 

 

 1093066-432da88506316f8aab6ec26fb23e4a16.jpg

Friedrich Adler (13 februari 1857 – 2 februari 1938)

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

In Memoriam Adriaan Bontebal


In Memoriam Adriaan Bontebal

 

In de nacht van 10 op 11 februari 2012 is op 59-jarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag de Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Bontebal overleden.Adriaan Bontebal werd geboren op 28 mei 1952 in Leidschendam.Zie ook mijn blog van 28 mei 2011.

 

 

Romantiek

De kamer was gevuld
met tedere geluiden:
de regen op het raam
een knapperende haard
Tezamen op de bank
de armen om elkander
De radio heeeel zacht
Jan 'Candlelight' van Veen

Ik zon op een manier
mijn liefste zo te kwetsen
dat zij (eerst nog perpleks
dan stamelend verward)
luid uitbarst in gekrijs
de tranen niet te stelpen

Dan neem ik haar heel zacht
Dat is pas romantiek

 

 

 

 

Mijn Laatste Wens

 

Als ik dood ben
wil ik worden
geplastificeerd
in vlammend rood
en worden bijgezet
tegen de
donkerblauwe wand
met de helwitte spot
in de noordoosthoek
van de zitkuil

 

en een
overlijdensbericht
in Avenue
en VT/Wonen

 

 

 

1092916-5b65cb8c8d21c8367105ff5a2a540c60.jpg
Adriaan Bontebal
(28 mei 1952 – 11 februari 2012)
Geschreven door Romenu om 15:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten