Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 februari 2012 tot 18 februari 2012

Nick McDonell, Toni Morrison, Bart FM Droog, Huub Beurskens, Elke Erb, Gaston Burssens, Níkos Kazantzákis, Jean M. Auel

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

 

Uit: The End of Major Combat Operations

 

„XIX.

What the cook thinks of the press.

6am, surrounded by Iraqis, sixty-six hundred miles from Birmingham, pouring eggs out of a carton, in trailer next to a mortar crater.

Reporter: “You’re the cook huh? That’s a pretty Good job, I guess. So did you want to be the cook, or how do you get that job?”

 

XXIV.

Everyone had talismans. The story was such a cliché that I came to think of knowing what the soldiers carried for luck as a kind of reporter talisman. A mental rabbit foot, reassurance that you were not part of the circus, that in fact you were standing outside the tent and not responsible, somehow, for the all misunderstandings. As if, because you were not shooting, you were not as important (and therefore unimportant) as every GI. So, get this, I met a guy who carried a page from a little bible in a pocket on every limb.

More likely to save you than your talisman was your body armor, but lot of guys said that if it was up to them they wouldn’t wear the stuff at all. No one could outrun a ball bearing, but the thinking still was that it slowed you down. It was heavy, uncomfortable. Everyone always did wear it, though, and there were a lot of stories about how well it worked. One was about a sergeant who was walking in line through a palm grove when an insurgent popped up, maybe fifteen feet ahead of him and fired off a burst of rounds square into his chest. The sergeant went down, all the air blown out of him, but the armor stopped the rounds. His friends, not far down the road, were still lining the shooter up when the sergeant took out the insurgent from the ground, where he lay on his back. But as one Corporal pointed out to me as we talked about IEDs: no body armor on your legs.“

 

 

 1096740-6b429b21491d3587e0f705d46853e9da.jpg

Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

 

 

 

De Afro-Amerikaans schrijfster Toni Morrison werd geboren op 18 februari 1931 in Lorain, Ohio. Zie ook alle tags voor Toni Morrison op dit blog.

 

Uit: A Mercy

 

„Don't be afraid. My telling can't hurt you in spite of what I have done and I promise to lie quietly in the dark--weeping perhaps or occasionally seeing the blood once more--but I will never again unfold my limbs to rise up and bare teeth. I explain. You can think what I tell you a confession, if you like, but one full of curiosities familiar only in dreams and during those moments when a dog's profile plays in the steam of a kettle. Or when a corn-husk doll sitting on a shelf is soon splaying in the corner of a room and the wicked of how it got there is plain. Stranger things happen all the time everywhere. You know. I know you know. One question is who is responsible? Another is can you read? If a pea hen refuses to brood I read it quickly and, sure enough, that night I see a minha mãe standing hand in hand with her little boy, my shoes jamming the pocket of her apron. Other signs need more time to understand. Often there are too many signs, or a bright omen clouds up too fast. I sort them and try to recall, yet I know I am missing much, like not reading the garden snake crawling up to the door saddle to die. Let me start with what I know for certain.
The beginning begins with the shoes. When a child I am never able to abide being barefoot and always beg for shoes, anybody's shoes, even on the hottest days. My mother, a minha mãe, is frowning, is angry at what she says are my prettify ways. Only bad women wear high heels. I am dangerous, she says, and wild but she relents and lets me wear the throwaway shoes from Senhora's house, pointy-toe, one raised heel broke, the other worn and a buckle on top.”


 
1096740-3a7502221237edb329d768f6789385f7.jpg
Toni Morrison
(Lorain, 18 februari 1931)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Bart FM Droog werd geboren in Emmen op 18 februari 1966. Zie ook alle tags voor Bart FM Droog op dit blog.

 

 

Draf en renbaan

 

De paarden zijn vrij op deze vijfde mei
in het ovaal binnen de drafbaan
plassen mensen staand in het nat
elke drie kwartier draaien ze hun koppen

jawel, de podia kijken elkaar aan
braken acht uren band na band na band
terwijl aan de zijlijn zieltjeswinnaars
met ballonnen de zwevers willen bereiken

o vrijheid mijn wonderbare, het grauwt
en het is koud en de bands gaan langs me heen
maar ik hoef niets, godlof, ik hoef niets.

 

 

 

Bezine, benzine

Merk dagen van andere kant
slaap als mensen waken, werk
bij het woelen van volk in volle
verre wijken, uitgeweken leef ik

in mijn coole wagen zakenblauw
de hits die me raken te draaien
bij het steady cruisen door dit
bloeddronken continent

zoek ik niets, verwacht nog minder
dan een vroeg geruimd graf
honden die mijn botten knauwen
en een vrouw die niet vergeten kan.

 

  

 

 1096740-e1229eb8a395725b95b0fa23679844d3.jpg

Bart FM Droog (Emmen, 18 februari 1966)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter,vertaler en schilder Huub Beurskens is geboren in Tegelen op 18 februari 1950. Zie ook alle tags voor Huub Beurskens op dit blog.

 

 

Hollandse wei

 

Een vuige verstikking ontsteeg de eeuwrest die smolt
en de blaren opblies uit elke veelipporie.
Alom de troebele hoester hangt uit zijn nesse tong,
hikster van giechelschimmel, streptiokokken. De sloerie.
Door verregening en verlepping niets waar hij komt
dan vereniging. En verstepping waar zij stampend stapt, nee,
asfaltering. Loodblauw kucht bij windtij de dag.
Bloemkronen - wat wij niet konden blijven zij: geloven -
bestoven maar roetzwart. De mei wordt ons ingebracht:
in de wei legden wij het gonzende vlerkenei, we
trokken de hagelsnoeren door de bebouwde klei
en richtten onze kamers in tot dagelijkse nacht;
daar fladdert ons verlangen het bleedscherm in en lacht.

 

 

 

Rêverieën van een caféist 2

 

In een Berlijns wijnlokaal heel correct maar
liefst zelden aangesproken nimmer onverwacht
stromen de beelden de sferen groeit een najaar

in centraal Parijs een zomer in Rome met de blinden
gesloten of doet zich Istrisch een parelend uitzicht
voor met op de tafel naast hem ijsbekers beslagen

waar men voor op de foto lacht Marlboro koopt
ver onder de prijs en te veel betaalt voor een tot
aandenken nagetekende gedachtenisruïnekerk.

 

 

 

1096740-e361fca71796447bac715cf537821ad6.jpg
Huub Beurskens (Tegelen, 18 februari 1950)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

.

 

Brigade

Sieben gehen sieben,
Sieben rütteln und sieben,
worfeln und schieben Siebe und rütteln,
die Körner springen und schwingen,

rütteln die Schwinge, sieben
Gesichter, unter den Deckenbalken, erblickte,

rütteln und schütteln bis: Mittag:
Wie nach dem Sieben geblieben.


Sieben,

welche die Gleichung betrieben,
Stirnlocke stolz, verblieben

im keuschen Lila, im grünen Winkel,
des Rechenschiebers,

des Tagens, des unverhohlenen
Jagens, Tappen geharnischter Sohlen,

Lila im feldfeucht Trüben
vorm Hageholz – Blick der Sieben,

nicht zu weckende Diemen, Schober
im Dunst hin, über den Wiesen,

nicht zu wecken vermögen, im Stieben,
einander die Eigenlieben.

 

 

 1096740-f71487d2ada985b3e6b4e131d9b3b72a.jpg

Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Gaston Burssens werd geboren in Dendermonde op 18 februari 1896. Zie ook alle tags voor Gaston Burssens op dit blog.

.

 

Misschien is ‘t goed

 

Misschien is ‘t goed te sterven in de herfst
wanneer de nacht het dichtst is en de dag het verst
misschien – ik weet het niet – wie zou het weten –
het gaat alleen maar om vergeten
er zijn zovele maanden henen
van regendagen en het droge wenen
van tranen die te veel gestort zijn
van zonnedagen die nog al te kort zijn
om blij te wezen in het weten
dat een verdriet vergaat in vaag vergeten
van lange nachten die nog al te lang zijn
om kinderen te genezen die bang zijn
met open ogen in de nacht te staren
ach maar hoe zal men ooit verklaren
hoe schoon het is te sterven in de herfst
ofschoon de herfst de dood is voor wie sterft
en voor wie sterven heeft gezien
zo waarlijk dat hij zelf een weinig is gestorven…...

 

 

 

 

Er hingen gordijnen

Er hingen gordijnen aan ‘t venster
Van Brugse kant
een penduul empire sloeg met kristallen gensters
Middernacht uit de wand
Een stilte hing haar suizen
Eerst buiten eenmaal boven de vergeten huizen
en binnen in je hand en in mijn hand
en tweemaal aan de pluizen
Van d’ uitgeplozen nacht

 

Je was toen mooier dan ik dacht

 

 

 

 1096740-a8d2342b654d7aaa513e4c82129720cb.jpg

Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)

 

 

 

 

De Griekse dichter en schrijver Níkos Kazantzákis werd geboren in Heraklion op  18 februari 1883. Zie ook alle tags voor Níkos Kazantzákis op dit blog.

.

Uit: The Odyssey (Vertaald door Kimon Friar)

 

„O Sun, great Oriental, my proud mind's golden cap,

I love to wear you cocked askew, to play and burst

in song throughout our lives, and so rejoice our hearts.

Good is this earth, it suits us! Like the global grape

it hangs, dear God, in the blue air and sways in the gale,

nibbled by all the birds and spirits of the four winds.

Come, let's start nibbling too and so refresh our minds!

Between two throbbing temples in the mind's great wine vats

I tread on the crisp grapes until the wild must boil

sand my mind laughs and steams within the upright day.

Has the earth sprouted wings and sails, has my mind swayed

until black-eyed Necessity got drunk and burst in song?

Above me spreads the raging sky, below me swoops

my belly, a white gull that breasts the cooling waves;

my nostrils fill with salty spray, the billows burst 

swiftly against my back, rush on, and I rush after.

Great Sun, who pass on high yet watch all things below,

I see the sun-drenched cap of the great castle-wrecker:

let's kick and scuff it round to see where it will take us!“

Learn, lads, that Time has cycles and that Fate has wheel

sand that the mind of man sits high and twirls them round;

come quick, let's spin the world about and send it tumbling!“

 

 

 1096740-795235118cbcff109fdda53ab4ebe784.jpg

Níkos Kazantzákis (18 februari 1883 - 26 oktober 1957)
Borstbeeld in Athene



 

De Amerikaanse schrijfster Jean Marie Auel werd geboren op 18 februari 1936 in Chicago. Zie ook alle tags voor Jean M. Auel op dit blog.

 

Uit: Het lied van de grotten (Vertaald door Henny van Gulik en Ingrid Tóth)

 

„De groep reizigers liep over het pad langs de rechteroever van de Grasrivier, tussen het heldere, sprankelende water van de rivier en de zwart dooraderde witte kalkstenen rotswand. Ze liepen in ganzenpas om de kromming van de rotswand, waar die tot vlak langs de waterrand uitstak.
Voor hen splitste het pad zich; een smallere aftakking voerde naar de oversteekplaats, waar het stromende water breder en ondieper was en rondkolkte boven de rotsen die uit het water staken.
Voor ze de tweesprong in het pad bereikten, bleef een jonge vrouw die bijna vooraan liep opeens staan. Roerloos en met grote ogen keek ze naar iets voor hen uit. Ze wees met haar kin en ze durfde zich niet te bewegen. ‘Kijk! Daar!’ fl uisterde ze angstig. ‘Leeuwen!’
Joharran, de leider, stak zijn arm omhoog als teken dat de stoet tot stilstand moest komen. Vlak achter de plek waar het pad zich splitste zagen ze nu lichtgeelbruine holenleeuwen in het gras lopen. Het gras bood zo’n eff ectieve camoufl age dat ze de dieren waarschijnlijk pas zouden hebben opgemerkt als ze veel dichterbij waren, als Thefona niet zo’n scherpe blik had gehad. De jonge vrouw van de Derde Grot had een buitengewoon goed gezichtsvermogen, en hoewel ze nog erg jong was, stond ze bekend om haar vermogen om verder en beter te zien dan wie dan ook. Haar aangeboren gave was al op zeer jonge leeftijd herkend en ze waren begonnen haar te scholen toen ze nog maar een klein meisje was. Ze was hun beste uitkijk.“

 

 

 1096740-d68d9d415f851cab7d28467583bee691.jpg

Jean M. Auel (Chicago,  18 februari 1936)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

Shahrnush Parsipur, Sadegh Hedayat, Mo Yan,Yevgeni Grishkovetz

De Iraanse schrijfster Shahrnush Parsipur werd geboren op 17 februari 1946 in Teheran. Zie ook alle tags voor Shahrnush Parsipur op dit blog.

 

Uit: The Gentlemen (Vertaald door Farzin Yazdanfar)

 

„There were three gentlemen: Mr. Tahmooresi, Mr. Habibi, and Mr. Nemati. They were sitting on a patio covered with an old rug. The evening was rather long and the sun was on the edge of the roof. Mr. Tahmooresi, half-drunk, was looking at the rain spots on the wall and at the sun which was setting on the ledge. Mr. Nemati, cheerful, was whispering a popular song.

Mr. Habibi: She has a good heart. Yes, she's very sincere.

Mr. Nemati: There's something attractive in her voice. A strain of sadness! Her voice is unusually sad.

Mr. Habibi: They say that she has had a tragic life, too. Her aunt raised her after she had tragically lost her parents.

Mr. Nemati: How strange!

Mr. Tahmooresi: You guys are talking too much.

"So what do you want us to do?" The other gentlemen asked.

Mr. Tahmooresi: Keep quiet for a moment and look at the beauties of nature.

Mr. Nemati and Mr. Habibi looked at what Mr. Tahmooresi had called nature: An incongruous polygonal pond with two rectangular flower- beds on each side. The violets had withered, and Mrs. Tahmooresi had not gotten a chance to plant summer flowers. They had sprinkled water on the mosaic tiles, and steam rising from the wet tiles had made the air in the backyard swelter.

Mr. Nemati: What do you mean 'nature', Tahmooresi?

Mr. Tahmooresi: Don't try to split hairs. This is nature. Isn't this?"

Mr. Habibi: Of course! You told us to look at nature and we would like to know what you mean by nature.

Mr. Nemati: I know. He means this pine tree, these violets, this blackberry tree. Am I right Tahmooresi?

Mr. Tahmooresi: I think you don't understand what I'm saying. I mean something different. Perhaps the word 'nature' isn't quite the right word. I should look for a different word. Look around carefully. This is what I meant: you shouldn't talk too much; you should look instead.“

 

 

 

 1096062-d60358b5bc177a46f8211b5afb6e866e.jpg

Shahrnush Parsipur (Teheran, 17 februari 1946)

 

 

 

 

 

De Iraanse schrijver Sadegh Hedayat werd geboren op 17 februari 1903 in Teheran. Zie ook mijn blog van 17 februari 2010 en ook mijn blog van 17 februari 2011.

 

Uit: The Elixir of Life (Vertaald door Kambiz Parsai)

 

“Once upon a time, there lived a cobbler who had three sons: the humpback Hasani, the baldhead Hosseini, and Ahmadak*. Hasani, the eldest son, was a juggler and a writer of amulets and deviser of talismans. Hosseini, the middle son, was a jack of all trades and none. Sometimes he would clean ponds and sometimes shovel snow off the roofs, but most of the time he was just a vagrant. Ahmadak,.the youngest son, was a considerate, helpful and obedient son for his father and, naturally enough, his favourite. He would work at herbalist shop and at the end of each month would bring his earnings to his father for the family. Unlike Ahmadak, his incapable brothers not only did not contribute anything, but also robbed the father of his earnings. They hated Ahmadak and were very jealous of him.

It so happened that the city they lived in, fell prey to a big famine. Conditions became gradually pressing and unbearable. One day the father summoned the three sons and said: “You know what sons? The truth is that my business is dull beyond any hope and the dearth is increasingly pressing. You are grown-ups now and the youngest of you, Ahmadak, is fifteen. You must stand on your own feet, find or create a business for yourself and earn your own living. Leave my house and go your own way. May God be with you. As for me, I’ll manage to eke out a modest living just to keep alive. If

someday your businesses thrived and you prospered, so much the better. Inform me too.

If you did your best and still failed, come back to me. I’ll share my small loaf of bread with you.”

 

 

1096062-cbfab11371541d743618fafaa805171d.jpg
Sadegh Hedayat (17 februari 1903 – 9 april 1951)

 

 

 

 

De Chinese schrijver Mo Yan werd geboren op 17 februari 1955 in Gaomi in de provincie Shandong. Zie ook mijn blog van 17 februari 2009 en ook mijn blog van 17 februari 2010 en ook mijn blog van 17 februari 2011. 

 

Uit: Change (Vertaald door Howard Goldblatt)

 

“In the fall of 1973, I found temporary work in a cotton processing plant where my uncle was an accountant. Temporary it might have been but, every month, after turning twenty-four yuan over to the production team, I took home fifteen. Back then, with pork selling for seventy cents a catty and eggs at six cents apiece, fifteen yuan went a long way. I began to dress smartly, wore my hair long and owned several pairs of white gloves. All that ‘wealth’ sort of turned my head. One day, after I got off work, He Zhiwu came to see me. He was wearing worn out shoes with holes in the toes and a folded blanket over his shoulders. His hair was a mess, he hadn’t shaved in a long time and there were three deep creases in his forehead.  ‘Lend me ten yuan,’ he said. ‘I am heading up north.’ ‘What about your family, what’ll they do after you leave?’ ‘The Communist Party won’t let them starve,’ he said. ‘What’ll you do up there?’ ‘Don’t know. But its better than hanging around here till I die, don’t you think? Look at me, I’m damn near thirty and I don’t even have a wife. I have to get out of here. Moving kills trees, but it keeps people alive.’ To tell the truth, I didn’t want to lend him the ten yuan, a tidy sum in those days. ‘How’s this?’ he said. ‘If I make good I won’t pay you back, but if I don’t I’ll pay you back if I have to sell my blood to do it.’ I couldn’t make heads or tails of this logic, and hemmed and hawed for a while before finally lending him the money.”

 

 

 1096062-b261ad5c44cea920653da7b45f9d2d1b.jpg

Mo Yan (Gaomi, 17 februari 1955)

 

 

 

 

De Russische schrijver, regisseur en acteur Yevgeni Grishkovetz werd geboren op 17 februari 1969 in Kemerovo. Zie ook mijn blog van 17 februari 2009 en ook mijn blog van 17 februari 2010 en ook mijn blog van 17 februari 2011.

 

Uit: Flüsse (Vertaald door Beate Rausch)


"Ich verstehe nicht, und weiß nicht, wie man auf dem Dorf leben kann. Mir erscheint das Leben auf dem Dorf unerträglich schwer, vor allem grundlos schwer. Diese Sonnenauf- und Sonnenuntergänge, schneeweißer Nebel über dem Fluss, der einen heißen Tag ankündigt, aus diesem Nebel heraus das Brummen eines Motorboots, man hält die Angel in der Hand, und hinter einem muht, klappert, kräht das Dorf ... All das erfreut lediglich den fürs Wochenende angereisten Stadtmenschen ..."

(…)

 

"Auf einmal möchte der Pole oder Ungar, ganz zu schweigen vom Belgier oder Österreicher, der mit dem Gefühl nach Sibirien gekommen ist, gewissermaßen von der gesicherten Höhe der Zivilisation herabgestiegen zu sein, gar nicht mehr so dringend nach Hause zurückkehren. Na klar! Wo sonst auf der Welt geht an einem einzigen Abend dermaßen die Post ab? Wo sonst wird man ihn über alles und jedes ausfragen, sich so brennend für seine Meinung interessieren und ihm so aufmerksam zuhören? Wo sonst wird man ihm so oft und bedeutungsvoll die Hand drücken? Wann sonst wird er so viele, ihm nicht ganz verständliche Trinksprüche zu seinen Ehren zu hören bekommen? Wo sonst wird man aus irgendeinem Anlass seinetwegen ein solche Festmahl auftischen und so viel Wodka trinken? ..."

 

 

 1096062-27ae735d6f4b11ba098537b18302baef.jpg

Yevgeni Grishkovetz (Kemerovo, 17 februari 1969)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn vorige blog van vandaag

Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

In Memoriam Anil Ramdas


In Memoriam Anil Ramdas

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en programmamaker Anil Ramdas is gisteren op zijn verjaardag op 54-jarige leeftijd overleden. Anil Ramdas werd geboren in Paramaribo op 16 februari 1958. Zie ook alle tags voor Anil Randas op dit blog. Schokkend nieuws zo kort na het memoreren van zijn geboortedag.

 

Uit: Badal 

 

„Eén keer had hij de aanvechting gehad naar huis terug te keren. Hij was sober, dat wilde hij ze bewijzen. Op het perron aarzelde hij bij de kaartautomaat, toen hij een doffe klap achter zich hoorde. Een grote jongen met een zware bril en aankomend baardje lag languit op de grond. De twee jongens die hem vergezelden keken hem aan, en keken daarna naar de omgeving, alsof ze niet echt bij elkaar hoorden, of alsof ze hulp zochten maar niemand zagen.
    Schuin naast Badal stond een Engelssprekend stel van in de dertig, hij blank, zij zwart. Hij had de neiging zwarte mensen op te merken. Tot nu toe was hij maar één zwarte jongen tegengekomen in Zandvoort, in een rolstoel. Een gehandicapte zwarte; als het allemaal figuranten waren, was het goed gevonden. En nu dus deze mooie zwarte vrouw, met de Engelse man die niet reageerde op de jongen op de grond. Dat de zwarte vrouw ook niet reageerde viel hem niet op. Blanken horen blanken te helpen.
    Aarzelend liep Badal naar de jongen op de grond en vroeg, eerst in krakkemikkig Duits en daarna gewoon in Engels, of er iets was. Hij haalde zijn mobiele telefoon al uit zijn zak toen de jongen zijn zware bril goed op zijn neus zette en riep: ‘No, no, everything okay, everything is okay.’
    ‘Are you sure?’ vroeg Badal.
    ‘Yes, yes, sure.’
    Badal liep terug naar de kaartautomaat en bleef het tafereel in de gaten houden. Pas toen de jongen overeind krabbelde en wankelend de hoge stenen trappen naar de stationsuitgang op wilde, greep de Engelsman in: ‘Doe dat maar niet,’ zei hij in het Duits. De jongen liet zich zakken op de eerste trede.
    ‘Hebben jullie iets zoets bij je,’ vroeg hij aan de twee vrienden, die nog altijd verdwaasd keken. Nee, niets zoets.
    ‘Ga naar boven en haal iets uit een automaat, chocola, of ijs, geeft niet wat.’
    De Engelsman liep terug naar zijn vriendin en zei: ‘Die halfgare jongeren, komen uit Duitsland om zich hier suf te blowen en om te vallen.’
    Blowen, dacht Badal, als hij niet meer dronk kon hij toch wel blowen? De gedachte maakte dat hij de kaartautomaat met rust liet en naar boven ging: Badal, jij bent nog lang niet hersteld.“

 

 

 

 1095865-71678b2908c8d60a9d22cfd9618e75c3.jpg

Anil Ramdas (16 februari 1958 – 16 februari 2012)
Geschreven door Romenu om 15:23 Reageer op dit bericht

Frederik Hetmann, Emmy Hennings, Chaim Potok, Mori Ōgai

De Duitse schrijver Frederik Hetmann (eig. Hans-Christian Kirsch) werd geboren op 17 februari 1934 in Breslau. Zie ook mijn blog van 17 februari 2010 en ook mijn blog van 17 februari 2011.

 

Uit: Dichter leben (Über Christoffel von Grimmelshausen)

 

“Der Weg ins Paradies

Der Junge mochte zwölf, dreizehn Jahre alt sein. Vor ihm stand eine große Trommel und neben ihm einer von den Kaiserlichen, ein Mann in einer abgerissenen Uniform, mit einem fuchsfarbenen Schnauzbart und mit von zersprungenen Adern durchzogenen Wangen.

»Wenn die erste Linie vorrückt«, erklärte er dem Jungen, »trommelst du langsam drei Schläge, die ihrem Schritt angepasst sind. Dann einen Schlag lang Pause. Das ist, damit sie aufmerken und nicht einfach stur vorangehen. Gleich darauf werden schon ziemlich viele ins Gras beißen. Nun kommt die zweite Linie. Jene brauchen schon etwas mehr Anstachelung.

Also schlägst du jetzt rasch, wiederum drei Schläge, machst eine Pause und fügst noch einmal drei Schläge hinzu. Unterdessen wird auch die zweite Linie ziemlich viele Lücken aufweisen. Die Männer sind jetzt eingeschüchtert, weil sie ständig über die toten und verwundeten Kameraden stolpern. Deswegen musst du sie mit deinem Schlag aufmuntern.

Er sollte nicht mehr so dumpf klingen wie zu Anfang. Er sollte rasch kommen wie für die zweite Linie, aber noch etwas spritziger. Er muss denen, die in der dritten Linie voranrücken, Mut geben. Deshalb schlägst du nun, wenn du drei rasche Schläge getrommelt hast, einmal mit dem Stecken auf den Trommelrand. Das ist das Geräusch, von dem man sagt, dass es einen den Tod vergessen lässt. Hast du das verstanden?«

Der Junge nickte lebhaft.

»Gut, dann nimm dir jetzt die Trommel und geh dort hinten in das Wäldchen und übe. Du darfst beim üben nicht mit voller Kraft schlagen, sondern ein wenig leiser, gedämpfter als morgen in der Schlacht. Aber dass du mir wenigstens eine halbe Stunde übst.”

 

 

 1096050-474651e81295f2a2a1185fcebdac0b41.jpg

Frederik Hetmann (17 februari 1934 – 1 juni 2006)

 

 

 

 

De Duitse dichteres, schrijfster en caberetiere Emmy Hennings werd geboren op 17 februari 1885 in Flensburg. Zie ook alle tags voor Emmy Hennings op dit blog.

 

 

Dancer

 

To you it's as if I was already
Marked and waiting on Death's list.
It keeps me safe from many sins.
How slowly life drains out of me.
My steps are often steeped in gloom,
My heart beats in a sickly way
And it gets weaker every day.
A death angel stands in the middle of my room.
Yet I dance till I'm out of breath.
Soon lying in the grave I'll be
And no one will snuggle up to me.
Oh, give me kisses up till death.

 

 

 

 

I am so multiple

 

I am so multiple in nights,
I climb out of the darkest pits.
How colorfully each other self unwinds.

 

So losing myself in the grounds
I keep night watch, am dreaming's rounds,
and wonders out of holy shrines.

 

Every gate opens to me and beckons.
Am I not here? Am I not there?
Did I step from a book of fairy tales?

 

Perhaps a poem goes by in the distance,
Perhaps my multiplicity is blown away,
a lonely flag-cloth, fluttering and pale.

 

 

 

Vertaald door Howard A. Landman

 

 

 

 1096050-3b137fb1c697b65327191c620719b3ee.jpg

Emmy Hennings (17 februari  1885 – 10 augustus 1948)
Portret door Hanns Bolz, 1911



 

De Amerikaanse schrijver Chaim Potok werd geboren in New York City op 17 februari 1929. Zie ook alle tags voor Chaim Potok op dit blog.

 

Uit: Zebra (Vertaald door Birgitt Kollmann)

 

„Eigentlich hieß er Adam Martin Zebrin, aber in der Nachbarschaft nannten ihn alle nur Zebra.

Er erinnerte sich nicht mehr, wann das angefangen hatte. Vielleicht nannten sie ihn Zebra, seit er begonnen hatte zu rennen. Vielleicht hatte er aber auch erst zu rennen begonnen, als die anderen anfingen, ihn Zebra zu nennen.

Er liebte diesen Namen, und er liebte es zu rennen. Als er noch klein war, waren seine Eltern einmal mit ihm in den Zoo gegangen, dort hatte er zum ersten Mal Zebras gesehen. Merkwürdige Tiere mit schwarzweiß gestreiftem Fell, die ihm mit ihren kurzen Beinen und dem kräftigen Nacken wie untersetzte Pferde vorkamen.

Später war er mit seinen Eltern ins Kino gegangen, in einen Film über Afrika, da hatte er gesehen, wie

Zebras zu Hunderten mit donnernden Hufen über die Steppe galoppierten und dampfende braune Staubwolken aufwirbelten.

War er damals schon gerannt oder kam das erst danach?

Anscheinend erinnerte sich niemand daran. Er rannte einfach deswegen durch die Straßen der

Umgebung, weil es ihn glücklich machte, den Wind in seinem Gesicht zu fühlen. Beim Rennen lege er den Kopf immer weit nach hinten, sagten ihm die anderen, sein Gesicht schien dadurch irgendwie flacher zu werden. Einer seiner Lehrer meinte, das sei ein guter Trick, weil er auf die Weise das Gleichgewicht besser halten könne, aber in Wirklichkeit rannte er nur deswegen mit zurückgeworfenem Kopf, weil er es so schön fand, -wenn der Wind ihm über den Hals strich.“

Er brauchte nur wenige Minuten zu rennen und schon fühlten sich seine Beine wunderbar leicht an.“

 

 

 1096050-32c8fb72be05528bb796a67a1292b9b2.jpg

Chaim Potok (17 februari 1929 – 23 juli 2002)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Mori Ōgai werd geboren op 17 februari 1862 als Mori Rintaro in het dorpTsuwano in Iwami. Zie ook mijn blog van 17 februari 2010.en ook mijn blog van 17 februari 2011.

 

Uit: Daydreams (Vertaald door J. Thomas Rimer)

 

“In Tokyo the debate about reconstructing the city was at its height, and the smart set said they wanted to put up those buildings the Germans call … skyscrapers that you find in America… I argued to the contrary that the more people live in a confined space such as a city the higher the death rate, especially among children. Rather than taking all those dwellings that were now built side by side and piling them on top of each other, it would make far more sense to improve the water supply and the sewerage, I said.

 

Then there was a committee which wanted to impose restrictions on building, arguing that we should try to standardize the heights of eaves in Tokyo and thus achieve a beautiful ordered look. I argued that houses lined up like so many soldiers on parade were not at all attractive… we should, on the contrary, forget about the height… It would be better to build the fine spectacle of a random mixture of styles as in Venice.”

 

 

 1096050-bf5116795ad3e207f6bcbb85c98c5976.jpg

Mori Ōgai (17 februari 1862 – 9 juli 1922)

 

 

 
De Nederlandse schrijver Albert Kuyle werd geboren in Utrecht op 17 februari 1904. Zie ook alle tags voor Albert Kuyle op dit blog.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten