Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 augustus 2012 tot 15 augustus 2012

Dolce far niente (Enkhuizen, Joost van den Vondel, Harme Bevoort)

Dolce far niente

 

 

 

 1217898-1b62525868d6d7ab4e0f15c7255e8fbd.jpg

Stadhuis Enkhuizen

Beneden links het kanon, daarboven het klinckdicht van Vondel

 

 

 

Op het Roode Paert met zijn metaelen Kanon, uit den overwonnen Duinkercker, onder den zeestrijt, in hopman Volkaert Kanonijx oorlogsschip Oorloghsschip overgesprongen, in den jaere 1622, den 3 in Wijnmaent.

 

Fatalis Equs Saltu Super Ardua Venit

 

 

Klinckdicht

 

Wat heeft de stoffery der ouden ons vervaert
Met Perseus, en Pegaes die, over zee gevlogen
De werelt sloegh voor ’t hooft met een gedichte logen
Een logen, in’t gestarnt gesteigert hemelwaert

Het brave Enckhuizen draeft, vol moedts, op ’t Roode Paert
Met zijnen kopren mont, dat glo
ê
nde blixems braeckte,
En donderklooten, daer Noortzee en lucht af kraeckte,
Een paert, op ‘t Prinsenhof in Eeuwigheid bewaert.

Het quam , toen Volckaert dien Duinkercker hadt gedrongen,
Uit ‘s meesters zeekasteel, in’t Hollantsch slot gesprongen.
De Zeehelt greep het by den zeetoom zonder last.

Het opent met zijn hoef een Bronaêr voor den Zanger.
Wij drincken op Parnas noch Helikon niet langer.
Dit is ons paerdebron, hier is geen droom aen vast.

 

 

 

 1217898-111fdbcc08cc627ac7adf0cf20699283.jpg

Joost van den Vondel (17 november 1587 - 5 februari 1679)

 

  

 

     

De laatste buis verkocht (Fragment)

 

Verbreek, o Stedemaagd, Uw wapen,
     Dat beeld der oude Haringstad!
Ruk ze af, de kroon van Uwe slapen,
     En trek het rouwkleed aan voor 't feestkleed dat Gij hadt.
Uw roem, Uw glorie is gevallen.
     Haast ziet ge in Uw ontvolkte wallen
Door mind'ring van bedrijf vermind'ring van bestaan.
     De armoede en gebrek vermeeren,
En wat U vroeger kon vereeren
     Geheel en al ten onder gaan.



1217898-31fe0cb634541577212896df7cbaff8b.jpg

Enkhuizen, met zicht op de Zuiderkerk

 


Nog tover ik mij vroeger dagen
     Met alles, wat hier is geweest,
Met alles, wat mijn, oogen zagen.
     O, schoon verleden, hoe verrijst gij voor mijn geest.
Wat al bedrijf, gewoel en leven,
     Wat vlaggen aan den mast geheven,
Wat voorraad nog in haast aan 't glanzend boord gebracht.
     Wat afscheidsgroete klinkt ons tegen,
Wat bidden om vernieuwden zegen,
     Zoo hart'lijk, hoopvol ingewacht.
O Buisjesdag, o dag van hope
     Van 't eens zoo schitterend weleer,
Wat ooit mijn lier tot zingen nope,
     Ontvlamm' mij mijn ziel voor dat verleden weer.
Ja, 'k zie een tal van vreemdelingen
     Om onze havens zich verdringen;
'k Hoor nog de afscheidsgroet, die klinkt langs wal en zee.
     Ik zie de opgeheschen zeilen zwellen,
De mutsen vliegen af, ja God moge U verzellen
     O, wakk're zonen van de zee.

 

 


 

 1217898-6252d197fd6475e6084cc15af25c9311.jpg

Enkhuizen, met zicht op de Drommedaris

 

 

En nu, nu nog zoo kort geleden
     Een zestal buizen voer naar zee;
Wat brachten zij bedrijvigheden
     En voor zoo menig huis geluk en zegen mee.
En even blijde en opgeheven
     Stond oud en jong hen na te ogen,
Zooals zoo menigmaal te voren was geschied
     En van Enkhuizens ronde toren
Deed zich 't vaarwel in klanken hooren
     In 't welbekend Wilhelmuslied.

 

Ach, ach, die dagen zijn vervlogen geslacht.
     En daar, waar puin en balken vielen,
De zonen bij 't lijk eens vaders nederknielen
     Geen buis ontrolt zijn vlag, en hijscht
Die schoone dagen van weleer.
     Vergeefs naar 't zuiderend heengetogen: zijn zeilen weer.
En op de plaats van 't vroeger leven,
     De baan ter slooping prijs gegeven.
De beenderen ontbloot van 't vroegere geslacht
     Als offer aan hun schim gebracht.

 

 

 

 1217898-b965d6b1b853623bd63e37e6996ac03b.jpg

Harme Bevoort (23 oktober 1801 - 8 mei 1874)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e augustus ook mijn blog van 15 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:52 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Amsterdam, Simon Vestdijk, Harlingen)


Dolce far niente



Voor vijftig jaar in Amsterdam

Schuiven de winkeliertjes door de straten,

Dan zijn zij bang, dat men hun list betrapt:

Hun stijve baardjes, hun houding, paraat en

Prachtig uit waardigheden saamgelapt.

De grootvader barbier, de kleinzoon kapper;

De zelfde winkel, en hij houdt zich Fransch.

De kind'ren spelen vlag bij Klein-maar-Dapper,

De meisjes breien op een Toynbee-krans.

Wie zou hier vluchten? De traditie éischt

Die voorliefde voor handschoenen of crême,

En niet alleen hún kaste blijft potdicht.

Dan komt er een, die de and'ren hard ontsticht,

Zijn leven van 't gekrulde goud ontlijst

En het verbrijzelt onder de bohême.



1217384-93ed91ebdfc9b19344257538bb18424e.jpg
P. C. Hooftstraat, Amsterdam




Uit: Sint Sebastiaan


“In werkelijkheid stond het in verband met het Kerkpad, een der ouderwetse, verlaten centra van het stadje, bij de Grote kerk, waarheen hij overigens de weg niet zou hebben weten te vinden, daar hij Lahringen hoofdzakelijk kende vanuit zijn sportkar., Bleek, fronsend, maar niet bang, eerder wat laatdunkend, met zijn dikke beentjes onder zich gevouwen,liet hij zich door zijn moeder voortduwen op deze tochten; daarbij lette hij meer op háár dan op hert stadsbeeld, dat zich maar bij vlagen aan hem openbaren kon. Vaak lijdend aan bronchitis, kende hij het stadje bovendien alleen tussen twaalf en twee, licht en zonnig. Er waren ongelooflijk zonnige plaatsen: grachten en havens, waar de zon van twee kanten scheen, een enkel park. In zijn verbeelding lagen er geen straten tussen zijn huis en deze oorden; men liep er zo in, of reed erin; in plaats van straten was het zijn moeder die de gemakkelijke verbinding bewerkstelligde, met wit fladderende rokken achter de wagen niet zozeer lopend als zwevend, en kwamen zij aan een hoek van zo’n helder stadsgedeelte, dan greep zij ze vast.


1217364-0a6ca6283dd57b152e1360277ca80b0e.jpg
Harlingen, Werfgracht (Zuiderhaven)


Evenals een verveeld prinsje in een optocht lette hij weinig op jongens van zijn leeftijd; niet uit trots, maar hij zag ze werkelijk niet; hij zag ook nauwelijks mensen, of huizen; de Werfgracht bijbvoorbeeld was niets anders dan een baan van straatstenen die niet eindigen wilde, afgesloten van de rest, rechtlijnig en simpel, zoals de wegen die hij zich in het behangsel verbeeldde als hij niet slapen kon. Het enige dubbelzinnige aan het begin van de Werfgracht: de sombere roomse kerk met een steegje ernaast, kon zeker niet tegen al die lichte, geruststellende geometrie op.”


1217364-ec3136a4bbc06861a5f8700c2381b4e3.jpg

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)




Zie voor de schrijvers van de 14 augustus ook
mijn blog van 14 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 21:09 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten