Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 september 2012 tot 24 september 2012

Mark Boog, A.L. Snijders, F. Scott Fitzgerald, Shamim Sarif

De Nederlandse dichter en schrijver Mark Boog werd geboren op 24 september 1970 in Utrecht. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Mark Boog op dit blog.

 

 

Onbegrepen offer

 

Elke stelling verdient het
gebeeldhouwd te zijn.
Steeds weer ben ik aan zet, of jij -
wie raakt nooit de tel kwijt -

en sla. 'Voor je beurt!' 'Niet.'
Ik sla je weer. Onbegrepen offer.

Het spel valt in stukken uiteen. Geen partij.
Als een schaap, met open ogen
naar de scheerder, mug op weg naar web,
de held zijn slagveld tegemoet.

 

 

 

 

De dagelijkse taken

 

De dagelijkse taken: het oprichten van het standbeeld
dat ik ben geworden, het bedekken van het lijf, drinken

van koffie, het ontmantelen van de plannen van gisteren,
het enzovoort. Het nogmaals opschorten van ongeloof.

Ik geef me over aan je onthutsende aanwezigheid, je
ogen. Dat ze me zien is nog het vreemdste, dat ze

leven zijn en vol van tijd. De morgen bloeit onwetend
in je spiegel. Ik weet niet precies waarin je gelooft.

Volgt het handwerk van elke dag, het met almaar groter
vakmanschap vervaardigen van redenen en van excuses,

volgt de avond, dan de dood, die we ontwijken in ons
haveloze bed, die we bedriegen door heel stil te liggen.

 

 

 

 

Atleet

 

Alle ramen zijn open. De geluiden van binnen en buiten
mengen zich; mengen zich met het licht en de gedachten.

Uiterst verwonderlijk is deze lijdzaamheid. Met handen
waarin geen zand en ogen onder leden wachten we lang.

Het zeggen is bijkomstig. In de verste stilste hoeken
is er plaats voor, tussen het gebeuren, naast het wachten.

Er beweegt zich een atleet door de gangen van het huis,
langs de kamers waarin we zitten, er klinkt voorbijgaan.

 

 

 
1242753-79d0709011297ae9f1e892214b1fea35.jpg
Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver A.L. Snijders (pseudoniem van Peter Cornelis Müller) werd geboren op 24 september 1937 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 20 novemberr 2010 en eveneens alle tags voor A.L. Snijders op dit blog.

 

 

Passie


Hij vertelde zijn dochters over de passie, maar ze wilden er niets van weten. Ze verlieten hem in de dageraad en liepen in tien uur zonder te rusten naar zee. Daar bleven ze drie maanden, ze hielpen met de strandstoelen en de tenten, en ze maakten muziek om wat te verdienen. Maar toen de oorlog dreigde liepen ze terug naar huis waar hun vader nog steeds de passie preekte. Nu, omdat ze wat ouder waren geworden, wilden ze er het fijne van weten, ze wilden het fijne van de passie weten. Ze gingen bij hem zitten en spraken hem aan met het woord vader. Hij legde ze uit hoe ze moesten leven, wat ze moesten doen. Ze moesten hun brandglas richten op een willekeurig doel, ze moesten zich vastbijten en niet loslaten, ze moesten geen aandacht schenken aan het hoofdschudden en de woorden 'toe maar, die durft'. Zo moesten ze leven, zo zou het wat worden. De dochters waren woedend dat een vader zich er op zo'n eenvoudige wijze van afmaakte, alsof hij een cursus in een vormingscentrum gaf. Ze gaven hem de raad geen woorden meer te gebruiken en verlieten voor de tweede keer het huis. Aan het strand zagen ze de zandzuigers en graafmachines die de kust versterkten, maar zelf zaten ze met hun voeten in het zand omdat dat zo'n heerlijk gevoel gaf.

 

 

1242753-d4eb6925a8d55e78e14840888411fb6c.jpg 

A.L. Snijders (Amsterdam, 24 september 1937)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Francis Scott Fitzgerald werd geboren op 24 september 1896 in Saint Paul, in de staat Minnesota. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor F. Scott Fitzgerald op dit blog.

 

Uit: The Beautiful and Damned

 

“Anthony drew as much consciousness of social security from being the grandson of Adam J. Patch as he would have had from tracing his line over the sea to the crusaders. This is inevitable; Virginians and Bostonians to the contrary notwithstanding, an aristocracy founded sheerly on money postulates wealth in the particular.
Now Adam J. Patch, more familiarly known as “Cross Patch,” left his father’s farm in Tarrytown early in sixty-one to join a New York cavalry regiment. He came home from the war a major, charged into Wall Street, and amid much fuss, fume, applause, and ill will he gathered to himself some seventy-five million dollars.
This occupied his energies until he was fifty-seven years old. It was then that he determined, after a severe attack of sclerosis, to consecrate the remainder of his life to the moral regeneration of the world. He became a reformer among reformers. Emulating the magnificent efforts of Anthony Comstock, after whom his grandson was named, he levelled a varied assortment of uppercuts and body-blows at liquor, literature, vice, art, patent medicines, and Sunday theatres. His mind, under the influence of that insidious mildew which eventually forms on all but the few, gave itself up furiously to every indignation of the age. From an armchair in the office of his Tarrytown estate he directed against the enormous hypothetical enemy, unrighteousness, a campaign which went on through fifteen years, during which he displayed himself a rabid monomaniac, an unqualified nuisance, and an intolerable bore. The year in which this story opens found him wearying; his campaign had grown desultory; 1861 was creeping up slowly on 1895; his thoughts ran a great deal on the Civil War, somewhat on his dead wife and son, almost infinitesimally on his grandson Anthony.

Early in his career Adam Patch had married an anæmic lady of thirty, Alicia Withers, who brought him one hundred thousand dollars and an impeccable entré into the banking circles of New York. Immediately and rather spunkily she had borne him a son and, as if completely devitalized by the magnificence of this performance, she had thenceforth effaced herself within the shadowy dimensions of the nursery. The boy, Adam Ulysses Patch, became an inveterate joiner of clubs, connoisseur of good form, and driver of tandems—at the astonishing age of twenty-six he began his memoirs under the title “New York Society as I Have Seen It.” On the rumor of its conception this work was eagerly bid for among publishers, but as it proved after his death to be immoderately verbose and overpoweringly dull, it never obtained even a private printing”.

 

1242753-ec9fbeb8a312632ca50d02953a4fce55.jpg 

F. Scott Fitzgerald (24 september 1896 - 21 december 1940)

 

 

 

 

De Britse schrijfster en filmmaakster Shamim Sarif werd geboren op 24 september 1969 in Londen. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Shamim Sarif op dit blog.

 

Uit: The World Unseen

 

“She walked over to the counter and picked up her apron. She was caught in the glow of the lamp light now, and Amina patted the baby’s back and watched Miriam, a slight frown on her face. She had never in her life felt so disconcerted by anyone, and as she stood in the gloom by the open door, she examined Miriam as though she were a framed picture on a wall. She watched her slender hands place the apron around her waist, saw the slim muscles that flickered like thin fish beneath the skin of her forearm. She watched the lit face intent on tying the bow, watched the shadowed angles of her cheekbones, and the long eyelashes that brushed the tops of her cheeks when she blinked. Miriam felt the eyes upon her and looked up. The shop was dark beyond the circle of the lamp, and she walked away from the light, towards the door.

“I can’t believe you drove through all this rain,” she said. The baby was restless, and Amina handed her back. Miriam felt the girl’s hands brushing hers as the child moved between them and wondered for a moment why she was so aware of such small things where Amina was concerned.

“I’m used to driving in the rain.”

“Oh, yes. I forgot that you used to do taxi-driving,” replied Miriam.

“I still do,” Amina corrected. “I’m leaving again next week, in fact. To Cape Town.”

“Cape Town,” Miriam repeated, and the tone of wonder in her voice made Amina turn to look at her again. “What is it like, in Cape Town?” asked Miriam.

“It’s beautiful,” Amina said. “Lovely small towns. And the mountains and the beaches. There are some beautiful beaches ‘ especially if you’re White, especially.” She paused and looked out again.

“I don’t stay there long,” she said. “I like the drive more than anything even when it’s not picturesque, like the Garden Route, there are always things to see. Even driving past townships, you see all these people living very different lives from your own.”

 

 

 1242753-3cbc273cdc2f9b113a3866ed727d28eb.jpg

Shamim Sarif (Londen, 24 september 1969)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:30 Reageer op dit bericht

Fernand Ouellette, Yves Navarre, Hendrik Tollens

De Canadese dichter, essayist en schrijver Fernand Ouellette werd geboren in Montreal, Quebec, op 24 septenber 1930. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Fernand Ouellette op dit blog.

 

 

TOTEM ANTÉHUMAIN

 

Mon totem

ma femme héraldique bien enfouie.

Très attentif l'ai retirée de ma tourbe,

suspendue sur un cintre beau vermillon.

Il suffit parfois de la dépendre sous

le coup d'un élancement plus dur.

Certes la belle étoffe s'est fort refroidie,

et même amplifiée comme une morte naissant

de l'onde ô voisine de la morte Aphrodite.

Mais quelle image, quelle grande dame

se laisse encor partager

quelle fragile s'accoutume aux séismes

du froid profanateur

du fol adorateur ?

 

 

 

 

LA CONNAISSANCE

 

Alors que le coeur ému et lumineux

se distendait jusqu'au

Soleil:

déferla le plus noirci regard

de la crue la puissante ;

et tristement, avec vigilance,

on empala le neigeux

du corps fait femme.

Puis nous glissâmes dans la spirale,

dans l'étuve à jouissance, les incendiaires,

crispés par les cris du sexe blessé,

nous aggrippant aux matières marbrées

qui nos épaules chargeaient de connaissance.

 

 

 

 1242749-13672ef051ea92202fa1f3d83614fdaf.jpg

Fernand Ouellette (Montreal, 24 septenber 1930)

 

 

 

 

De Franse schrijver Yves Navarre werd geboren op 24 september 1940 in Condom. Zie ook mijn blog van 24 september 2010. en eveneens alle tags voor Yves Navarre op dit blog.

 

Uit: L'Espérance de beaux voyages, 1 : Eté-automne

 

“Il peut prendre une histoire, encore, pour ce qu'elle est, pour ce qu'elle dit, sans forcément vouloir savoir pourquoi. Enfant, si un grand te lit cette histoire, dis-toi qu'il te la lit pour la comprendre. Et il n'y arrivera jamais. Si tu la lis, seul, comme un grand, prends-la, toi, sans trop t'interroger. Il va y avoir un oiseau bleu, merveilleux. Lis les images comme le texte. Dis-toi que tu y trouveras ce que les grands n'y trouvent plus et ce que plus tard, en la racontant à tes enfants, tu chercheras et ne trouveras pas à ton tour. Il était une fois une histoire tellement unique que tous prétendaient la raconter pour la première fois. Une histoire incomprise. Incomprise comme toi quand on ne te comprend pas.

Pierre avait sept ans depuis un mois. Mais j'aurais pu te raconter l'histoire de Pedro, de Petrik, de Piotr, de Peter, de Piero. C'est toujours la même histoire. Celle de Pierre est peut-être la nôtre, plus proche et familière. Il a neigé. Pierre va à l'école en traînant derrière lui un petit bateau. Il rêve d'être marin. Il tient de son grand-père cette chanson Ohé, matelot. j'ai fait trois fois le tour du monde en bateau, je peux te raconter Valparaiso. Ses frères aînés se moquent de lui. Ils lui donnent des coups de poing. «C'est quoi Valparaiso ? » « C’est un port » répond Pierre « à l'autre bout du monde. » « Mais tu n'y es jamais allé ? » Pierre répond : « J'irai. C'est décidé. » Et Pierre part pour l'école en traînant son petit bateau. Qu'il a appelé Valparaiso. Pour un peu, la neige ferait des vagues.

 

 

 

 1242749-48b7ab8d3295dbcd1e9cb0e492adc797.jpg

Yves Navarre (24 september 1940 – 24 januari 1994)


 

 

De Nederlandse dichter Hendrik Tollens werd op 24 september 1780 te Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Hendrik Tollens op dit blog.

 

 

 

Bede

 

Wél hem, die 't wislend lot te ontzien heeft noch te duchten;

Die zelf zijn erfgrond bouwt en 't werken zich niet schaamt;

Die, onbekend en vrij, in vaderlandsche luchten,

Op eigen bodem aâmt.

 

Hem, wien zijn kudde kleedt, hem, wien zijn wingerds drenken,

Hem, wien zijn akker voedt en graan tast in zijn schuur;

Hem, wien, bij zomerbrand, zijn boomen schaduw schenken,

Bij winterkoude, vuur.

 

Gezegend, die dus leeft, die, met zijn lot te vreden,

Voor vloed noch ebbe schroomt in 's werelds ranke kiel;

Gezegend, die dus zwoegt, met onvermoeide leden

En onbezwaarde ziel.

           

Gelukkig boven peil, die, wars van aardsche zorgen,

Des daags met ijver zwoegt en 's nachts verkwikkend rust;

Wien de onschuld wiegt in slaap en wien zij, elken morgen,

Weer vrolijk wakker kust!

 

Schenk, hemel! mij dat lot: schenk, na zoo zoet een leven,

Mij eens een kalmen dood, in diep vergeten staat;

En dat geen marmren praal, voor trotschaards opgeheven,

Mijn needrig graf verraad'.

 

 

Naar het Engelsch van Pope.

 

 

 1242749-1774976bd925a28924153b5a9d09f744.jpg

Hendrik Tollens (24 september 1780 -21 oktober 1856)



 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Constantijn Huygensprijs 2012 voor Joke van Leeuwen

 

Constantijn Huygensprijs 2012 voor Joke van Leeuwen

De Nederlandse dichteres, schrijfster en illustrator Joke van Leeuwen heeft de Constantijn Huygensprijs 2012 gewonnen. Dat heeft de Jan Campert-stichting laten weten. Joke van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Geschenk

Dit zit goed vastgeplakt. Wel mooi papier. Een lint
met krullen. Doen ze met een schaar. Ik weet niet
wat jij hiervan vindt, of jij dit hebt, dat ik het ruil,
dat jij dan wacht op mij, dat ik dan onderwijl wat
anders voor je koop, of, want, tenzij, dat jij het
houden wilt of bij vergissing denkt dat jij het
toch al had, maar niet dus of niet meer of
dat het brak en dat jij dacht als nog een
keer moet ik voorzichtig zijn, of dat
iets dubbels helemaal niet geeft
wat jou betreft. Hier. Neem
een mes. Dit heft.

 

 

Binnen

Die wachtte was te goed in doodverzinnen.
Weghelften weg, begroeide grond verschoven,
meren gezwollen, als bij wie ver, met
tijdelijke namen, in de slaap verrast.

Die wachtte dacht een strand, had zich
in zand verpakt, nat zand dat plakte,
hoofd eruit, een hand om plat te slaan,
dat elke vrouw beschreven in een mal.

Pak dit maar uit. Stel maar die vraag.
Een mal? Maar alles druk met scheppen, innen,
spetten, mobiel bellen, nieuwer weer
voorspellen en daar was het al.

Die komen moest kwam lachend, natte voeten,
tas vol groeten, wakker en verwacht.
Ik ben het. Ben je boven?
Nam die verdampte vast.

 

 

Perron

Het is weer scharreldag voor kruimelduiven.
Die hoeven niet weg. Die missen een pootje.
Die zwijgen: 'Kijk naar je eige, zeik niet
over aankomst en hoe laat.'

Er zal een trein zijn en eruitgetuimel en
iemand die wuift en sprongetjes maakt en
onverstaanbaar van een reis gaat roepen
naar wie daar al jaren staat.

 

 1674829-e7c85e900e0cbfa994fa56441a5b5d52.jpg
Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Antonio Tabucchi, Mary Coleridge, Theodor Körner, Euripides

De Italiaanse schrijver, vertaler, en literatuurwetenschapper Antonio Tabucchi werd op 23 september 1943 geboren in Pisa. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Antonio Tabucchi op dit blog.

 

Uit: The Missing Head (Vertaald door Patrick Creagh) 

 

“Manolo the Gypsy opened his eyes, peered at the dim light creeping through the cracks in his hovel, and got to his feet trying not to make a sound. He had no need to dress because he slept fully clothed, and the orange jacket given him the year before by Agostinho da Silva, known as Franz the German, tamer of toothless lions in the Wonder Circus, now served him for both day and night. In the faint glimmer of dawn he groped around for the battered sandals-cum-slippers that were his only footwear. He found them and slid his feet in. He knew every inch of the hut, and could move about in its murk knowing perfectly well where its few wretched sticks of furniture were. He took a confident step towards the door, and in so doing his right foot clashed against an oil-lamp standing on the floor.

Damn the woman! exclaimed Manolo between his teeth. He was of course referring to his wife, who the previous evening had insisted on leaving this lamp beside her bed on the pretext that the blackness of night gave her nightmares and she dreamt of her dead. If she kept the flame burning as low as can be, she said, the ghosts of her dead dared not to haunt her, and so she could sleep in peace.

“And what is El Rey about at this hour of the morning, O afflicted spirit of our Andalusian dead?”

His wife’s voice was muffled and drowsy, as it is with anyone still half asleep. She always spoke to him in geringonça, a hotch-potch of Romany, Portuguese and Andalusian. And she called him El Rey—the King.

King of a heap of shit, Manolo felt the urge to answer, but he said nothing. King of a shitheap. To be sure he had once been El Rey, when the gypsies were honoured, when his people freely roamed the plains of Andalusia, when they made copper trinkets to sell in the villages and dressed in black and wore fine felt hats, and their knives were not weapons to fight for your life with, but peerless treasures fashioned in chased silver.”

 

 

1241791-962183e6cd1ecb37f6f331e4d532c97c.jpg
Antonio Tabucchi (Pisa, 23 september 1943)

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Elizabeth Coleridge werd geboren in Londen op 23 september 1861. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Colderidge op dit blog.

 

‘He came unto His own, and His own received Him not’

 

As Christ the Lord was passing by,
He came, one night, to a cottage door.
He came, a poor man, to the poor;
He had no bed whereon to lie.

He asked in vain for a crust of bread,
Standing there in the frozen blast.
The door was locked and bolted fast.
‘Only a beggar!’ the poor man said.

Christ the Lord went further on,
Until He came to a palace gate.
There a king was keeping his state,
In every window the candles shone.

The king beheld Him out in the cold.
He left his guests in the banquet-hall.
He bade his servants tend them all.
‘I wait on a Guest I know of old.’

‘’Tis only a beggar-man!’ they said.
‘Yes,’ he said; ‘it is Christ the Lord.’
He spoke to Him a kindly word,
He gave Him wine and he gave Him bread.

Now Christ is Lord of Heaven and Hell,
And all the words of Christ are true.
He touched the cottage, and it grew;
He touched the palace, and it fell.

The poor man is become a king.
Never was man so sad as he.
Sorrow and Sin on the throne make three,
He has no joy in mortal thing.

But the sun streams in at the cottage door
That stands where once the palace stood.
And the workman, toiling to earn his food,
Was never a king before.

 

 

 

1241791-6d01223990e54cf98408ae885a93dbe2.jpg 

Mary Coleridge (23 september 1861 – 25 augustus 1907)

Illustratie door Eleanor Vere Boyle in Voices from Fairyland, the fantastical poems of Mary Coleridge Charlotte Mew and Sylvia Townsend Warner.

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Körner werd geboren op 23 september 1791 in Dresden. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Körner op dit blog.

 

 

Die drei Sterne

 

Es blinken drei freundliche Sterne

  Ins Dunkel des Lebens herein;

Die Sterne, die funkeln so traulich,

  Sie heißen: Lied, Liebe und Wein.

 

Es lebt in der Stimme des Liedes

  Ein treues, mitfühlendes Herz;

Im Liede verjüngt sich die Freude,

  Im Liede verweht sich der Schmerz.

 

Der Wein ist der Stimme des Liedes

  Zum freudigen Wunder gesellt

Und malt sich mit glühenden Strahlen

  Zum ewigen Frühling der Welt.

 

Doch schimmert mit freudigem Winken

  Der dritte Stern erst herein,

Dann klingt’s in der Seele wie Lieder,

  Dann glüht es im Herzen wie Wein.

 

Drum blickt denn, ihr herzigen Sterne,

  In unsre Brust auch herein!

Es begleite durch Leben und Sterben

  Uns Lied und Liebe und Wein!

 

Und Wein und Lieder und Liebe,

  Sie schmücken die festliche Nacht!

Drum leb’, wer das Küssen und Lieben

  Und Trinken und Singen erdacht!

 

 

 

1241791-4688ac3617d3de8386648e7d2e8dc08f.jpg
Theodor Körner (23 september 1791 - 26 augustus 1813)

Körner, detail van het schilderij “Vorposten” van Georg Friedrich Kersting 1815

 

 

 

 

 

De Griekse schrijver Euripides werd geboren in 480 of 484 voor Christus. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Euripises op dit blog.

 

Uit: Alcestis

 

“Apollo
Huis van Admetus, waarin ik mij schik aan tafel,
geduldig als een dagloner, ik die een god ben.
Want Zeus heeft door mijn zoon te dooden daaraan schuld,
Asclepius: Zeus dreef de bliksems in zijn borst.
Vertorend om zijn lot doodde ik de smeden van
Zeus' vuur: ik doodde de Cyclopen, daarom dwong
mijn vader mij tot arbeid voor een sterveling, als boete.
Gekomen in dit land, weidde ik voor mijn gastheer
de runderen en hield zijn huis tot nu in stand.
Want ik, die zelf ook vroom ben, vond gelijke vroomheid
in Pheres' zoon, dien ik beschermde tegen sterven.
De Moiren overtroefde ik: zij stonden toe:
Admetus mocht voor 't oogenblik de Hades mijden,
als hij een and're doode in zijn plaats liet gaan.
En al zijn vrienden ging hij lang, hij vroeg hen en
zijn vader en zijn oude moeder, die hem baarde,
en hij vond niemand, die voor hem wel sterven wilde
en nooit het licht meer zien, vond niemand dan zijn vrouw.
Nu steunen in 't paleis zijn armen haar, nu zij
daar worstelt met den dood: want dezen dag, staat vast,
moet zij den dood ingaan en 't leven achterlaten.
En ik, om niet besmet te worden in 't paleis,
verlaat het dak van deze woning, die ik lief kreeg.
Reeds zie ik hoe de Dood nabij gekomen is,
hij, priester der gestorvenen, naar Hades' huis
zal hij haar voeren: juist op tijd is hij gekomen,
loerende op den dag, waarop zij sterven moest.”

 

 

Vertaald door J. C. Kamerbeek

 

 


1241791-a2593eef035ba12397a59efcaf6c7578.jpg
Euripides (484 v. Chr – 406 v. Chr)

Hercules en Alcestis door Eugène Delacroix, 1862

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:34 Reageer op dit bericht

Jaroslav Seifert, Emma Orczy, Leni Saris, Daniel Czepko von Reigersfeld

De Tsjechische dichter Jaroslav Seifert werd op 23 september 1901 geboren en groeide op in de arbeiderswijk Žižkov in Praag. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Jaroslav Seifert op dit blog.

 

 

 

Lied

 

Mit weißem tüchlein winkt,

wer abschied nimmt,

etwas geht mit jedem tag zu ende,

etwas wunderbares geht zu ende.

 

Die taube kehrt, der botschaft botin,

windauf, windab nach haus zurück;

mit und ohne hoffnung kehren

ewig wir nach haus zurück.

 

Lächle mit verweinten augen,

das tüchlein, ach, verwahr es,

mit jedem tag beginnt etwas,

beginnt etwas wunderbares.

 

 

Vertaald door Rainer Kunze

 

 

 

Métamorphoses

 

Le garçon se change en un blanc buisson;
le buisson, en pâtre en train de dormir;
ses cheveux si fins, en cordes de lyre ;
et la neige, en neige sur son front blond.

 

Les mots se changent en questions ;
sagesse et gloire en rudes rides ;
à reculons corde de lyre
se change en fin cheveu; et le garçon
en poète, le poète en buisson,
sous lequel il dormait au temps où
il aimait la beauté d’amour fou.

 

Quiconque de beauté se toque
sans fin l’aime sa vie durant,
la poursuit toute son époque —
la beauté a des pieds charmants
qu’elle chausse de fines socques.

 

Le fier carrousel des métamorphoses
change le poète en amant maudit,
car il suffira d’une courte pause :
le voici changé en eau d’alambic,
dont l’alchimiste fait vapeur chimique,
et qu’après, tout au fond il précipite.

 

 

 

Vertaald door Jana Boxberger

 

 

 1241789-c2cca3d4fd7dbf8c517d469b620accdf.jpg

Jaroslav Seifert ( 23 september 1901 – 10 januari 1986)

Hier links met fotograaf en regisseur Otakar Mrkvička

 

 

 

 

De Hongaarse schrijfster Emmuska Orcy de Orczi, ook wel Baronesse Orczy of Baronesse d'Orczy werd geboren in Tarnaörs op 23 september 1865. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Emma Orczy op dit blog.

 

Uit: The Scarlet Pimpernel

 

“No one had seen these mysterious Englishmen; as for their leader, he was never spoken of, save with a superstitious shudder. Citoyen Foucquier-Tinville would in the course of the day receive a scrap of paper from some mysterious source; sometimes he would find it in the pocket of his coat, at others it would be handed to him by someone in the crowd, whilst he was on his way to the sitting of the Committee of Public Safety. The paper always contained a brief notice that the band of meddlesome Englishmen were at work, and it was always signed with a device drawn in red—a little star-shaped flower, which we in England call the Scarlet Pimpernel. Within a few hours of the receipt of this impudent notice, the citoyens of the Committee of Public Safety would hear that so many royalists and aristocrats had succeeded in reaching the coast, and were on their way to England and safety.

The guards at the gates had been doubled, the sergeants in command had been threatened with death, whilst liberal rewards were offered for the capture of these daring and impudent Englishmen. There was a sum of five thousand francs promised to the man who laid hands on the mysterious and elusive Scarlet Pimpernel.

Everyone felt that Bibot would be that man, and Bibot allowed that belief to take firm root in everybody's mind; and so, day after day, people came to watch him at the West Gate, so as to be present when he laid hands on any fugitive aristo who perhaps might be accompanied by that mysterious Englishman.

"Bah!" he said to his trusted corporal, "Citoyen Grospierre was a fool! Had it been me now, at that North Gate last week . . ."

Citoyen Bibot spat on the ground to express his contempt for his comrade's stupidity.

"How did it happen, citoyen?" asked the corporal.

"Grospierre was at the gate, keeping good watch," began Bibot, pompously, as the crowd closed in round him, listening eagerly to his narrative. "We've all heard of this meddlesome Englishman, this accursed Scarlet Pimpernel. He won't get through MY gate, MORBLEU! unless he be the devil himself. But Grospierre was a fool. The market carts were going through the gates; there was one laden with casks, and driven by an old man, with a boy beside him. Grospierre was a bit drunk, but he thought himself very clever; he looked into the casks—most of them, at least—and saw they were empty, and let the cart go through."

 

 

 1241789-6b3ab40560eb9d81cf15538a15abb156.jpg

Emma Orczy (23 september 1865 – 12 november 1947)

Anthony Andrews als “the Scarlet Pimpernel” in de gelijknamige film uit 1982

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Leni Saris werd geboren in Rotterdam op 23 september 1915. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Leni Saris op dit blog.

 

Uit: Hollands Dagboek

 

„Maandag

In enkele dagen heb ik vier fotografen bij mij thuis gezien en heb ik mijn gezicht in alle mogelijke en onmogelijke standen gevouwen.

Toen ik de hondjes nog had, werden alle foto's bijzonder ontspannen gemaakt. Ik pakte een hondje op en de foto was gemaakt, omdat er met die kleine dingen altijd iets te lachen viel.

Nu hebben we ook met de poes deze pose geprobeerd. Aangezien zij alleen maar kwaad krijst en wringt als ze wordt opgepakt, zal dit beslist geen charmante foto zijn geworden.

Nu wordt het dus soms een foto achter mijn kleine, rode schrijfmachientje, waar ik het prettigst op werk; ik wil geen tekstverwerker en mijn diverse electronische - en de oude elektrische - machines zijn moordend voor mijn inspiratie. Geef mij mijn eenvoudige ouderwetse machientje maar, dat, in de huls geschoven, na afloop van het werkfestijn, iets heeft van een rode lolly-zonder-stok... het gekke ding!

De afspraak voor een voorbereidend gesprek voor de televisie moet worden verschoven want er is iets mis gegaan met stukken die 'ergens' zijn blijven hangen... ook dat nog!

Waar... oh, waar haal ik de tijd vandaan om een kleine honderd kerstkaarten te schrijven, waar ik anders zo vroeg mee ben? Zakenbrieven blijven liggen, alleen fanpost wordt beantwoord.“

 

 

1241789-a62dbde7dd1e8d962b20854bd4fab37a.jpg 

Leni Saris (23 september 1915 – 9 december 1999)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Daniel Czepko von Reigersfeld werd op 23 september 1605 in Koischwitz (Pools: Koskowice) geboren. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Daniel Czepko von Reigersfeld op dit blog.

 

 

Jugend trachte nach Tugend!

An ein Kind der Welt

 

Du Kind der Welt, erkenne deine Plagen,

Die Sinnen, die dich schützen und verjagen:

Denn was du suchst Lust, Ehre Gut und Geld,

Dis ist ein Trost, der selbst sich quält und fällt,

Du Kind der Welt.

 

Ein Rauch und Traum ist sonst dein Wolbehagen,

Der eitle Wind pflegt es stracks zu verjagen,

Und dich darzu: So schlecht ist es bestellt,

Drumb eile fort, die Tugend sey dein Zelt,

Du Kind der Welt.

 

Drumb auff und komm der Tugend nachzujagen,

Die Tugend ist, wiltu recht nach ihr fragen,

Ein fester Thurm, den keine Macht zerschellt,

Ein Kriegs Mann, welcher siegt und allzeit Platz behält.

Du Kind der Welt.

 

 

1241789-10998f3452239eb9e2eab22da5a0374a.jpg 

Daniel Czepko von Reigersfeld (23 september 1605 – 8 september 1660)

Geschreven door Romenu om 15:28 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten