Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 september 2012 tot 29 september 2012

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno, Miguel de Cervantes

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Uit: Gemengde gevoelens

 

“Nijmegen, 16-12-'75

Beste Paul,

een aantal opmerkingen over je stuk ‘De twee auteurs van De Toverberg’, voor de prijzende adjektieven aan mijn adres waarin ik je gaarne dank zeg.

‘In 20 jaar lezen’ heb je ‘nog nooit, van niemand, de dringende aansporing gekregen toch vooral dit of dat meesterwerk van Mann te pakken te krijgen.’ Nu, dat ligt dan toch aan ‘the company you keep’: ik persoonlijk had vóór mijn vierentwintigste alle boeken van de grote Thomas gelezen, en mij heeft het daarbij geenszins ontbroken aan stimulans vanuit mijn culturele omgeving. Je vermoeden dat er met de Thomas Mann          hausse iets ‘niet pluis’ is, is meer een diskwalificatie van bepaalde leesgewoontes dan van de herdenking in kwestie.

Dat ‘Mann ook allerminst een worstelaar met de taal’ is, ‘maar integendeel haar (al te) virtuoze meester’ is ook al zoiets. Ik weet wel, dat iedere vorm van virtuositeit iemand tegenwoordig kwalijk genomen wordt, dit waarschijnlijk in verband met de alles verziekende gelijkheidsmanie die momenteel allerwegen woekert zoals weleer de tering op de Toverberg, maar om te beginnen is meesterschap geen privilege van de ‘burgerlijke klasse’, wat jij impliciet beweert, en verder had ik, tijdens het vertalen van De Toverberg, nu net de indruk dat de enorme omslachtigheid, het verwoede streven naar volledigheid van uitdrukkingswijze dat Mann betracht, heel goed als een soort, zij het allerminst proletarisch of knullig, ‘worstelen met de taal’ aangemerkt zou kunnen worden: er spreekt namelijk mijns inziens een niet aflatend wantrouwen uit tegen de geldigheid van één formulering, één zegswijze of één beeld op zichzelf. Hiermee houdt ook de techniek van de Leitmotive verband: is deze in eerste instantie wellicht ‘muzikaal’, dient zij dus door middel van de min of meer letterlijke herhaling de identificatie, daar komt zeker bij dat de verwijzingen, herhalingen en Leitmotive elkaar en hun respektieve kontekst legitimeren, zoals de liefde van Hans Castorp voor Prisbislav Hippe zijn liefde voor Clawdia Chauchat legitimeert, en omgekeerd. Wie in deze ‘symfonische’ methodiek enkel en alleen een laatburgerlijk spelletje ziet, en niet de welbeschouwd democratische kunstgreep die het is, en die zich banaliter en onnauwkeurig zou laten omschrijven als ‘waar twee hetzelfde zeggen, is de waarheid in hun midden’, die raad ik persoonlijk aan toch nog eens goed te oefenen, voordat hij weer aan het kritiseren slaat.”

 

 

 1245864-258e431955a30df29f52baf55f88ed5c.jpg

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Heerlen, Geleenstraat, begin jaren vijftig

 

 

 

 

De Bulgaarse dichter en schrijver Hristo Smirnenski werd geboren op 29 september 1898 in Koukoush. Zie ook mijn blog van 29 september 2010  en eveneens alle tags voor Hristo Smirnenski op dit blog.

 

 

JOHANNES (Fragment)

 

The night has spread its raven hair,
O'er the house and round the trees,
And nothing stirs the winter air,
The street is empty, and so's the square,
And nothing shows the town's unease.

A creak disturbs the heavy calm,
A man comes out and scans the street,
A woman follows in alarm;
She stretched her imploring arm,
"Stay here, Johannes!" her lips repeat.

The man turns back and waves his hand,
The pallid moon lights up his face,
And then upon the drowsy land
Again the peace and hush descend,
The moon spins out its silvery lace.

Beneath the sheet of gleaming snow,
Berlin sleeps tired of its plight.
And then - a roar, a blast, a blow,
A continuous crackling flow,
And rushing echoes rend the night.

Berlin's awake, shuddering with fright.
The shrieks and shouts increase its woe.
A streak of flame cuts through the night,
And then - another, a fire bright
Throws o'er the town a ruby glow.

*

At the barricade he is unknown,
And no one asks what is his name.
Johannes creeps behind a stone,
An old man there has crouched alone,
Shooting like one who knows his aim.

The storm does rage with all its might.
Man after man falls stricken dead,
With a gun in his hand clasped tight.
Blood streaks down faces deadly white,
And paints the snow in dazzling red.

From down the street machine-guns flash
With murderous fire-spitting snouts.
Incessant hails of bullets lash
Against the men in fatal clash
With enemies, despair and doubts.


 

 1245864-6ac01538e4fac047d689ec88847ca9c8.jpg

Hristo Smirnenski (29 september 1898 – 18 juni 1923)

Beeld in  Dimitrovgrad

 

 

 

 

De Britse schrijfster Elizabeth Gaskell werd geboren op 29 september 1810 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Eilzabeth Gaskell op dit blog.

 

Uit: Ruth

 

“There is an assize-town in one of the eastern counties which was much distinguished by the Tudor Sovereigns, and, in consequence of their favour and protection, attained a degree of importance that surprises the modern traveller.

A hundred years ago its appearance was that of picturesque grandeur. The old houses, which were the temporary residences of such of the county families as contented themselves with the gaieties of a provincial town, crowded the streets, and gave them the irregular but noble appearance yet to be seen in the cities of Belgium. The sides of the streets had a quaint richness, from the effect of the gables, and the stacks of chimneys which cut against the blue sky above; while, if the eye fell lower down, the attention was arrested by all kinds of projections in the shape of balcony and oriel; and it was amusing to see the infinite variety of windows that had been crammed into the walls long before Mr. Pitt's days of taxation. The streets below suffered from all these projections and advanced stories above; they were dark, and ill-paved with large, round, jolting pebbles, and with no side-path protected by kerb-stones; there were no lamp-posts for long winter nights; and no regard was paid to the wants of the middle class, who neither drove about in coaches of their own, nor were carried by their own men in their own sedans into the very halls of their friends. The professional men and their wives, the shopkeepers and their spouses, and all such people, walked about at considerable peril both night and day. The broad, unwieldy carriages hemmed them up against the houses in the narrow streets.”

 

 

 1245864-3b7ddb51dc286612e25d4a132309b61d.jpg

Elizabeth Gaskell (29 september 1810 – 12 november 1865)

Cover 

 

 



De Spaanse dichter en filosoof
Miguel de Unamuno y Jugo werd geboren op 29 september 1864 in Bilbao. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Unamuno y Jugo op dit blog.

 

 

At Times To Be Silent Is To Lie

 

At times to be silent is to lie.
You will win because you have enough brute force.
But you will not convince.
For to convince you need to persuade.
And in order to persuade you would need what you lack:
Reason and Right.

 

 

 

Cure Yourself

 

Cure yourself of the affliction of caring how you appear to others.
Concern yourself only with how you appear before God, concern yourself

only with the idea that God may have of you.

 

 

 

1245864-9c80a1cb28195345fb69fb1f499734e7.jpg 

Miguel de Unamuno (29 september 1864 – 31 december 1936)


 


De Spaanse dichter en schrijver
Miguel de Cervantes werd geboren op 29 september 1547 in Madrid. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Cervantes op dit blog.

 

Uit: Don Quichot van La Mancha (Bewerkt door J.J.A. Goeverneur)

 

“Nu diende nog de proef te worden genomen, of zijn meesterstuk ook sterk genoeg was, om den houw van een vijand te kunnen weerstaan. Om daar zeker van te zijn, zette hij den helm op tafel, trok zijn zwaard en deed dat met al de kracht van zijn arm daarop neervallen. Terstond lag het heele ding in stukken, en onze held moest met schrik zien, hoe de arbeid van verscheidene dagen, die hem zoo menigen zweetdroppel gekost had, in een ommezien tijds was te niet gegaan.

Diep bedroefd zag hij de verwoesting aan. Hij had moeite, om zijne tranen in te houden en zette zich stil in een hoek neer, om door diep nadenken een middel uit te vinden om de schade te herstellen en in weerwil van alle hindernissen toch in het bezit van een behoorlijken helm te komen.

Na lang hoofdbreken kwam hij tot het besluit, om het bordpapier van binnen van ijzeren staafjes te voorzien, ging terstond aan het werk en kwam ook eindelijk tot zijn genoegen klaar. "Nu is hij sterk genoeg!" dacht hij, maar had toch den moed niet, zijn maaksel nogmaals aan zulk eene gevaarlijke proef te onderwerpen, zoodat hij zich vergenoegde met zonder omstandigheden zijn helm voor den besten en volmaaksten helm te verklaren, die ooit het hoofd eens dapperen ridders had gedekt”.

 

 1245864-9e59c4da74607f8b87671a43da2ab0ae.jpg

Miguel de Cervantes (29 september 1547 – 23 april 1616)

Standbeeld van Don Quchot en Sancho Panza in Madrid



 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:38 Reageer op dit bericht

Herinnering aan Hella Haasse

Herinnering aan Hella Haasse

 

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse is vandaag precies een jaar gelden overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

 

Uit: De ingewijden

 

“Tussen akkers en een paar wijngaarden door, kwam hij in het dorp waar hij schoolging, een groep wltgekalkte huizen rondom een plein met een kerk, een kapheneion, een slachthal en een winkel waar levensmiddelen en huisraad werden verkocht. Er was daar ook een halte van de autobus die eenmaal per dag heen en weer reed van Iraklion naar Timbaki aan de baai. 's Zomers, wanneer er in de kerk les gegeven werd, kon Niko door de openstaande deur aankomst en vertrek van de bus omstreeks het middaguur zien. Al geruime tijd van te voren verzamelden zich mensen die mee wilden rijden op het plein, met manden en zakken en bundels. Zodra de rammelende verveloze bus in een stofwolk door de dorpsstraat naderde, stoof alles naar de kant van de weg; uit het kapheneion werd de post aangedragen, passagiers stapten in en uit, zij die boodschappen mee te geven hadden verdrongen zich om de bestuurder. Niko zat tussen de andere kinderen in de kerk, op voor het begin van de lessen her en der in het dorp geleende stoelen, of bij gebrek aan voldoende zitplaatsen, op de grond, in de hoek die voor de school was vrijgemaakt, zo ver mogelijk van het ikonostasion verwijderd. De versierselen aan het hekwerk en de koperen en zilveren lampen aan lange kettingen, blonken in het halfdonker. Mensen, meest vrouwen, liepen in en uit, soms kwam de pappas even binnen door een zijdeur. De kinderen zaten dicht op elkaar, zij die geen tafeltje of bankje voor zich hadden, schreven op hun knieën of legden het papier vóór zich op de grond. Wie een stoel had kunnen bemachtigen keek neer op de geschoren ronde hoofden van de anderen, die op hun beurt uitzicht hadden op blote vuile voeten op de stoelsporten. De onderwijzeres, een verlegen meisje uit Athene, dat in het dorp met gemengde gevoelens werd beschouwd - kon men lesgeven eigenlijk met een gerust hart toevertrouwen aan een vrouw? - hield toezicht, verbeterde fouten, verdeelde de handvol leesboeken die de school bezat, zei urenlang geduldig regel voor regel de gedichten en prozastukken op die de kinderen uit het hoofd moesten leren. Het rook in de kerk naar wierook en takjes basilicum en naar langgedragen kleren”

.

 

 1246217-8fd38a76918d904b06a7ae2f0e9f657b.jpg

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ellis Peters, Ben Greenman, Prosper Mérimée, Thijs Zonneveld

De Engelse schrijfster Ellis Peters werd op 29 september 1913 als Edith Pargeter geboren in Horsehay. Zie ook ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Ellis Peters op dit blog.

 

Uit: One Corpse Too Many

 

Cadfael: "All questions find their answers if you wait long enough. Is there something here I can help you to? Or are you just curious to learn about these simple herbs of mine?"
Beringar: "No, I can say that it was no simplicity I came to study. They say that you had a wide range in career before joining the cloister. You must find it unbearably dull with no battle or enemy left to fight"
Cadfael: "Well I'm not finding it at all dull these days. And as for enemies... the Devil finds his way into everywhere, ever cloister and Church."

(…)

 

 1245294-193d35f7c1791144612c7fa821664994.jpg

Derek Jacobi als Cadfael



"But the east was also made up of men and women, and you a young crusader. I cannot but wonder," said Beringar dreamily.
"So, wonder! I also wonder about you," said Cadfael mildly ... "A natural conspirator," said Cadfael, thinking aloud; and that he could do so was proof of a strong, if inimical, bond between them. Beringar turned on him a face suddenly lit by a wild smile." One knows another," he said.

(…)


"And I have been commiserating with you," gasped Beringar, wiping tears from his eyes with the back of his hand, like a child, " all this time, while you had this in store for me! What a fool I was, to think I could out-trick you, when I almost had your measure even then."
"Here, drink this down," urged Cadfael, offering the beaker he had filled. "To your own better success- with all opponents but Cadfael!"


 

 1245294-c64f2a2eabaf8effa92926c26b03e4df.jpg

Ellis Peters (28 september 1913 – 14 oktober 1995)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en uitgever Ben Greenman werd geboren op 28 september 1969 in Chicago. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Ben Greenman op dit blog.

 

Uit:To Kill The Pink

 

„I’m going to Malawi. I’m writing that down on a single sheet of paper, folding it into thirds, putting it into an envelope, and leaving it on the kitchen table leaning up against the sugar bowl. When I go, I don’t want you to have any outstanding questions about where I’ve gone. Though most of your questions are outstanding. Pause. Get it? Remember when I used to do that, make a joke and then wait a minute before announcing it back to you like you were blind or deaf or dumb? I’ve been doing that to you ever since we were kids, ever since I nicknamed you Tails on account of your pigtails and it stuck. Fifteen years later you are a grown woman with a fine shape, top-shelf and bottom-drawer both, and it’s that bottom drawer that lets the nickname live, even though I had to take off the s. I call you Tail sometimes because it makes you laugh and sometimes also makes you hot, but usually not in public, where you’re Angie.

Last year I made a mistake in this regard, and I apologize. We were out for a walk, talking, and Lee Johnson who joined the seminary overheard our conversation and told me he thought the name was disrespectful to one of our beautiful sisters. I explained to him that it wasn’t at all, that I was honoring one of the most divine aspects of you or any other sister, the woman’s form, and that he could see how it was intended if he watched me when I bent down in the morning to kiss you good-bye before I went off to the radio station for my shift. You are a beautiful sleeper. You are beautiful awake, too, except when you try to be funny, which is why you shouldn’t try to be. You look good, like I said. You’re morally certain“.

 

 

 1245294-829e6a909c351f5f0955156ffd2cf193.jpg

Ben Greenman (Chicago, 28 september 1969)

 

 

 


De Franse schrijver, historicus en archeoloog Prosper Mérimée werd geboren in Parijs op 28 september 1803. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Prosper Mérimée op dit blog.

 

Uit: Carmen

 

À peine eus-je fait une centaine de pas, que la gorge, s'élargissant tout à coup, me montra une espèce de cirque naturel parfaitement ombargé par la hauteur des escarpements qui l'entouraient. Il était impossible de rencontrer un lieu qui promit au voyageur une halte plus agréable. Au pied des rochers à pic, la source s'élançait en bouillonnant, et tombait dans un petit bassin tapissé d'un sable blanc comme la neige. Cinq à six beaux chênes verts, toujours à l'abri du vent et rafrâichis par la source, s'élevaient sur ses bords, et la couvraient de leur épais ombrage; enfin, autour du bassin, une herbe fine, lustrée, offrait un lit meilleur qu'on n'en eût trouvé dans aucune auberge à dix lieues à la ronde.

À moi n'appartenait pas l'honneur d'avoir découvert un si beau lieu. Un homme s'y reposait déjà, et sans doute dormait, lorsque j'y pénétrai. Réveillé par les hennissements, il s'était levé, et s'était rapproché de son cheval, qui avait profité du sommeil de son maître pour faire un bon repas de l'herbe aux environs. C'était un jeune gaillard, de taille moyenne, mais d'apparence robuste, au regard sombre, et fier. Son teint, qui avait pu être beau, était devenu, par l'action du soleil, plus foncé que ses cheveux. D'une main il tenait le licol de sa monture, de l'autre une espingole de cuivre. J'avouerai que d'abord l'espingole et l'air farouche du porteur me surprirent quelque peu; mais je ne croyais plus aux voleurs, à force d'en entendre parler et de n'en rencontrer jamais. D'ailleurs, j'avais vu tant d'honnêtes fermiers s'armer jusqu'aux dents pour aller au marché, que la vue d'une arme à feu ne m'autorisait pas à mettre en doute la moralité d el'inconnu. - Et puis, me disais-je, que ferait-il de mes chemises et de mes Commentaires Elzévir? Je saluai donc l'homme à l'espingole d'un signe de tête familier, et je lui demandai en souriant si j'avais troublé son sommeil. Sans me répondre, il me toisa de la tête aux pieds; puis, comme satisfait de son examen, il considera avec la même attention mon guide, qui s'avançait. Je vis celui-ci pâlir et s'arreter en montrant une terreur évidente. Mauvaise rencontre! me dis-je. Mais la prudence me conseilla aussitôt de ne laisser voir aucune inquiétude. Je mis pied à terre; je dis au guide de débrider, et, m'agenouillant au bord de la source, j'y plongeai ma tête et mes mains; puis je bus une bonne gorgée, couché à plat ventre, comme les mauvais soldats de Gédéon.

 

 

 1245294-ddf2cdd8f0fa9943c758fffffedbc39a.jpg

Prosper Mérimée (28 september 1803 – 23 september 1870)

Aquarel door Mérimée zelf van een scene uit Carmen

 

 



De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Thijs Zonneveld werd geboren op 28 september 1980 in Sassenheim. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Thijs Zonneveld op dit blog.

 

Uit: Wij zijn Johan (Column)

 

“Zelf zegt hij dat hij niet snapt waar zijn succes vandaan komt. Hij doet niks bijzonders, vindt hij. Maar daar gaat het juist om. Johan Derksen is de ultieme Nederlander. Mondig. Nurks. Een tikje zuur.

Niet te beroerd om zelf te graaien – maar als iemand anders iets teveel verdient, dan is het een schande. Hij heeft overal commentaar op, behalve op Johan Cruijff. Dat schijn je nu eenmaal niet te doen als je zo oud bent dat je JC hebt zien voetballen.

 

Vroeger

Johan Derksen is de oom die op ieder verjaardagsfeestje vertelt dat het vroeger beter was. Johan Derksen is hutspot met een bal gehakt en een laagje jus. Johan Derksen is kekke groene schoenen met een C&A-overhemd.

Johan Derksen is op de tribune van je favoriete club klagen dat het weer niks is. Johan Derksen is met een boterhamtrommeltje onder je snelbinders tegen de wind in naar je werk fietsen.

Johan Derksen is balen dat je buurman de loterij heeft gewonnen. Johan Derksen is zeggen dat je nuchter bent en tegelijkertijd met een oranje onderbroek aan zitten hopen dat we winnen.

Johan Derksen, dat zijn wij.”

 

 

1245294-8787fb012bd811e0aa72f0938c4541a4.jpg
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:28 Reageer op dit bericht

Philip Huff

De Nederlandse schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Hij studeerde filosofie en geschiedenis in Amsterdam. Tijdens zijn studententijd reed hij Martin Bril rond door het land. Huff debuteerde in 2008 met een kort verhaal in het literaire tijdschrift De Gids.In 2009 publiceerde hij korte verhalen in Passionate Magazine, Hollands Maandblad en Hollands Diep, in dat laatste blad in een korte verhalenspecial met Sanneke van Hassel en Arnon Grunberg. In 2009 verscheen ook zijn debuutroman “Dagen van Gras”, over een achttienjarige jongen die met moeite herstelt van een psychose, bij uitgeverij De Bezige Bij. Het boek werd in 2011 verfilmd door Tomas Kaan voor de serie One Night Stand. Begin 2012 verscheen Huffs tweede roman, “Niemand in de stad”, over een vriendschap tussen drie leden van het studentencorps. Voor “Niemand in de stad” kreeg Huff de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2013. Sinds 2012 schrijft hij een wekelijkse column in Het Parool.

 

Uit: Dagen van Gras

 

“Ik heet Ben. Ik ben geboren op een dinsdagmorgen in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle, deze zomer achttien jaar geleden. Ik woog zeven pond en was achtenveertig centimeter lang. Het Sophia Ziekenhuis bestaat nu niet meer: het is afgebroken. Net als mijn lagere school, die is ook gesloopt. En van mijn eerste middelbare school hebben ze een appartementencomplex gemaakt: alleen de gevel is blijven staan. Als ik mensen zou willen wijzen waar ik naar school ben geweest, heb ik foto’s nodig. Maar die heb ik niet. Die heeft niemand. Ik bedoel: van je beste vrienden uit je schooltijd een foto bewaren, dat begrijp ik wel. Maar wie heeft er foto’s van de school zelf. Ik kwam niet alleen uit de buik van mijn moeder, die dinsdagmorgen. Ik had een tweelingbroer die David heette. Maar David overleed drie dagen na zijn geboorte. Hij is nooit het ziekenhuis uit geweest. Van Davids leven bestaat geen enkel gebouw meer. Geen enkele foto.”

(…)

 

De weken na mijn slechte paddotrip, de weken voor de zomervakantie dus, waren anders dan de weken daarvoor. Ik kon het gevoel dat die trip met zich had meegebracht maar niet van me afzetten. Het was in mijn bloedbaan gekropen; het suisde in mijn oren als ik in bed lag en klopte in de toppen van mijn vingers als ik gitaar speelde. En als ik mijn ogen sloot, of de wind door de bomen waaide, dan zag ik dat monster weer voor me. Dus hield ik mijn ogen ’s avonds in bed net zolang open tot ze van vermoeidheid begonnen te branden en ik in één keer in slaap viel als ik ze dichtdeed. Overdag, op school, zag ik soms opeens een voorwerp van vorm of kleur veranderen: dan was et niet duidelijk of de gordijnen nu rood waren of oranje, en of ze stil hingen of niet. Andere keren zag ik opeens allerlei bewegende patronen op een kale, witte muur.”

 

 

 1392837-b2e2c9885090b00f7fca68c22ce1dc9d.jpg

Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten