Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 oktober 2012 tot 4 oktober 2012

Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Charles Frazier, Cynthia Mc Leod

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Een rij handkarren

 

“Breitner is er vroeg voor opgestaan, zoals hij wel vaker doet wanneer hij in de stad wil fotograferen. Hij houdt van de drukte en beweging in de Amsterdamse straten, maar ook van de ochtendstilte, de lange schaduwen die een nog laagstaande zon werpt, van roerloos water waarin zich de huizen weerspiegelen. Het is ook handig om in alle vroegte te fotograferen: er zijn nog maar weinig mensen op straat, zodat hij zijn stadsgezichten met figuren gemakkelijker kan componeren.

Hij loopt van zijn huis aan de Lauriergracht naar de Wallen en daar zoekt hij zijn weg naar de plek die hij al een tijd in zijn gedachten heeft: een bocht in de Oudezijds Achterburgwal. In de stegen weerklinken zijn voetstappen. Ergens wordt een raam omhoog geschoven. Uit een kelderwoning klinkt kindergekrijs. In een halfdonker café staan de stoelen op de tafels. De bedompte geur van bier en afval mengt zich met de frisse lucht.

Daar gaat Breitner met zijn zwarte bolhoed en zijn camera. Hij is nog geen veertig. Hij ademt. Hij huivert misschien even in de ochtendkilte na te weinig slaap. De ijle schaduwen van bomen, gaslantaarns en brugleuningen glijden over hem heen. Wanneer hij een brug afloopt schuiven zijn voeten in zijn schoenen naar voren, tegen het leer aan.

Nog een steeg, dan is hij ter plaatse en ligt rechts van hem de Oudezijds Achterburgwal. Er zijn toch een paar mensen op de kade. Hij maakt er gebruik van, impulsief als hij is. Hij kiest meteen zijn standpunt, volgt in de zoeker van de camera de bewegingen van zijn figuren en drukt dan af. Uit de camera komt een zacht geluid van werkend mechaniek.

Meer dan honderd jaar later zie je op de foto die bocht in de Oudezijds Achterburgwal. De zon staat nog laag en beschijnt de achtergevels van de huizen aan de Zeedijk. Ruiten blinken. Overal hangt wasgoed buiten de ramen, het heeft daar de hele nacht gehangen, boven de gracht. De houten steunen van lege waslijnen werpen lange, schuinse schaduwen op de gevels. Het is pril licht dat op de oude huizen valt.”

 

 1249148-4ba12cbfa3c2fcdb86dab9794853d67a.jpg

Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

 

 


De Franse dichter en schrijver
Matthieu Gosztola werd geboren op 4 oktober 1981 in Le Mans (Sarthe). Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Matthieu Gosztola op dit blog.

Uit: Débris de tuer (Rwanda, 1994)

 

Alors on démarre l’écoute

              un an

                                    avant la fin de la fin

                    on n’a pas de théorie

sur le chemin

 

                                            ils entendaient communiquer à la radio-Télévision

                                                      libre des Mille-Collines                                                                                                                                                              mais ça n’a pas duré

          ils se sont mis            muhere iruhande

                       à lancer des branches

                       sur la saison en cours

 

Et le présent de justesse

Parce que l’avenir a déjà mangé

 

 

 

 

Uit: Une caresse pieds nus

 

Nos caresses changent le papier peint

Des pièces où nous faisons l'amour

 

*

 

La lumière démise

Dans une caresse

 

La lumière se dévide dans nos caresses

 

Nos caresses font de chaque instant

La plus haute syllabe de l’été

 

*

 

Fulgurance d’une caresse

Portant la nuit à notre oreille

 


1249148-242bb5f32f94e13dac3413eaf4e659d7.jpg
Matthieu Gosztola (Le Mans, 4 oktober 1981)
Hier met collega dichter en vertaler Pierre Drogi (links)

 



De Amerikaanse schrijver
Charles Frazier werd geboren op 4 oktober 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Charles Frazier op dit blog.

 

Uit: Cold Mountain

 

“At the first gesture of morning, flies began stirring. Inman's eyes and the long wound at his neck drew them, and the sound of their wings and the touch of their feet were soon more potent than a yardful of roosters in rousing a man to wake. So he came to yet one more day in the hospital ward. He flapped the flies away with his hands and looked across the foot of his bed to an open triple-hung window. Ordinarily he could see to the red road and the oak tree and the low brick wall. And beyond them to a sweep of fields and flat piney woods that stretched to the western horizon. The view was a long one for the flatlands, the hospital having been built on the only swell within eyeshot. But it was too early yet for a vista. The window might as well have been painted grey.
Had it not been too dim, Inman would have read to pass the time until breakfast, for the book he was reading had the effect of settling his mind. But he had burned up the last of his own candles reading to bring sleep the night before, and lamp oil was too scarce to be striking the hospital's lights for mere diversion. So he rose and dressed and sat in a ladderback chair, putting the gloomy room of beds and their broken occupants behind him. He flapped again at the flies and looked out the window at the first smear of foggy dawn and waited for the world to begin shaping up outside.
The window was tall as a door, and he had imagined many times that it would open onto some other place and let him walk through and be there. During his first weeks in the hospital, he had been hardly able to move his head, and all that kept his mind occupied had been watching out the window and picturing the old green places he recollected from home. Childhood places.

The damp creek bank where Indian pipes grew. The corner of a meadow favored by brown-and-black caterpillars in the fall. A hickory limb that overhung the lane, and from which he often watched his father driving cows down to the barn at dusk.”

 

1249148-f13bc531d38aa8689c6ccb822d0aebbf.jpg
Charles Frazier (Asheville, 4 oktober 1950)

 

 


De Surinaamse schrijfster
Cynthia Henri Mc Leod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia Mc Leod op dit blog.

 

Uit: The Free Negress Elisabeth (Vertaald door Brian Doyle)

 

“1 December 1750

Elisabeth sat in her carriage as it lumbered, creaked and squeaked its way along the Heerenstraat. She inhaled the scent of the orange blossoms planted along both sides of the street and brushed a couple of tiny white flowers from her blue dress.

Men and women, the occasional couple, all of them followed by groups of male and female slaves, made their way to the Dutch Reformed Church on the other side of Oranjetuin cemetery. All the slaves were well-dressed; the women in starched and colourful baggy dresses, short smock jackets, ankle bands, bracelets and brightly coloured necklaces, the men in trousers and short jackets, the indispensable Sunday hat, but none of them wore shoes. They held parasols on long poles above their masters’ and mistresses’ heads and carried trays with prayer books wrapped in gold braided velvet on the palms of their hands. A few of the slaves held hands with a white or light brown child or carried such a child on their arm.

Although Elisabeth’s house was not far from the church, she always took her carriage. She passed the procession of people and nodded on occasion when someone greeted her. The carriage stopped in front of the church, a large white wooden construction in which the Police Council and the Council of Criminal Justice met during the week on the ground floor and church services were held on the upper floor on Sundays. It was the custom to have services in the morning in Dutch and in the afternoon in French, but on this occasion, the Walloon minister, Duvoisin, was presiding at the morning service because the Reverend IJver was sick in bed.

Elisabeth stepped down from her carriage, assisted by Present and Venis who had followed on foot. Venis made slight adjustments to her mistress’s dress and presented her with a silver tray bearing a prayer book wrapped in purple velvet. Venis also tried to brush a lock of hair from her mistress’s wig out of sight, but Elisabeth stopped her and muttered: ‘Leave it.’ She slowly ascended the stairs and entered the church.”



1249148-2ba59945c0ff941be1a23edfd82defbc.jpg
Cynthia Mc Leod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:00 Reageer op dit bericht

Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

 

Uit: Point to Point Navigation: A Memoir

 

“At first, I thought that the Boners were just that—white skeletons like those jointed cardboard ones displayed at Halloween. Bony figures filled my nightmares until it was explained to me that these Boners were not from slaughterhouses but from poorhouses. My grandfather was against granting them a bonus. A onetime fiery populist from the Mississippi up-country, and a contributor to the only socialist constitution of the fifty states, he had come to the conclusion that “if there was any race other than the human race, I’d go join it.” He was a genuine populist; but he did not like people very much. He always said no to anyone who wanted government aid. On one memorable occasion, the blind senator was denounced to his face by a blind suppliant for federal aid. On the other hand, he believed in justice—due process, anyway—for all, equally.

As the summer grew hotter and the Depression deepened, and Congress debated whether or not to give the veterans a bonus, rumors spread: they had attacked the White House; they had fired on the Capitol; and, most horribly, they were looting the Piggly Wiggly grocery stores. I dreamed of skeletons on the march; of Boris Karloff, too—all bones and linen wrapping.

On June 17, 1932, the Senate met to vote on the Bonus Bill. I drove with my grandfather to the Capitol, sitting beside him. Davis, his black driver and general factotum, was at the wheel. I stared out the open window, looking for Boners. Instead, I saw only shabby-looking men holding up signs and shouting at occasional cars. At the Senate side of the Capitol there was a line of policemen. Before we could pass through the line, Senator Gore was recognized. There were shouts; then a stone came through the open window of the car and landed with a crash on the floor between us. My grandfather’s memorable words were: “Shut the window,” which I did.

Shortly after, the Boners were dispersed by the army, headed by General MacArthur and his aide Major Eisenhower. Guns were fired; there were deaths. The following Sunday, my father and I flew low over what had been the Boners’ encampment at the Anacostia Flats. There were still smoking fires where the shanties had been. The place looked like a garbage dump, which in a sense it had been, a human one.”

 

 

 1248512-4b41723778adf29aebd959d63d797efd.jpg

Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

 

Uit: De Vlasschaard

 

„De vrouwe die gewend was hem alzoo te hooren ronsen, had er geduld in gekregen en ze luisterde niet meer. 't Was enkel uit gewoonlijke toegevendheid dat ze er onverschillig en gelaten bijdeed:

- Wat kunnen w'er aan doen? 't Betert wel - 't en heeft nog nooit gefaald van zomeren! en de goedgeloovige boerin achtte het niet noodig of geradig een blik van haar werk te slaan om naar buiten te zien, zoo zeker was ze van den vasten gang der seizoenen, en ze liet haar man in zijn hopelooze verveling.

Ja, wat was eraan te doen en wat konden de arme boerkes tenzij wachten en berusten bij de gedachte: dat Maarte wel liegen kon maar April nog nooit gefaald en had? Berusten en geduldig zijn! 't Vrouwvolk had schoon kouten maar: - De tijd die voorbij is!

- G'en zijt nog nooit te late gekomen met den oogst! meende ze. - Ga-je nu weeral zoo gejaagd doen en met 't vuur in uw broek loopen? Wat helpt het?

Vermeulen besloot den mond niet meer te openen en zijn korzelen moed in te houden.

Onwetelijk en zonder inzicht stond hij weer vóor 't venster en duwde de vuisten nog dieper in de broekzakken. De vensters, dat waren de valsche asemgaten, 't eenige wat de menschen in betrek bracht met de bestaande dingen buiten: het zicht enkel zonder den goeden blaas van den wind en den tocht der goede lucht. Men kon er tegen staan geleund en kijken totdat eens eigen adem 't gezicht verdoofde en alles duister en onduidelijk miek. Naar die kijkgaten werd hij getrokken en zijn gramstorig gemoed dwong hem de leelijkheid aan te zien.

Berusten deed hij genoeg. Mangelt het een oude boer aan berusting? Wie beter dan hijzelf wist er dat de zomer komen moest?! Dat 't oosten vol zat van schoone dagen? Maar waarom kwamen ze dan niet? Waarom scheurde die zware, verdoemelijke mist niet open en trok de grijsheid niet op? De achtkantige boer teisterde alzoo zijn eigen omdat hij daar machteloos stond te poepgaaien en niets verpurren kon aan de dingen die in de lucht zitten. Van 't eene eind van 't jaar tot 't andere, blijft het de koppige aanval en 't zelfde terugstooten; altijd moet hij vechten en volhouden en op 't einde blijven staan in gedweeë afwachting en de domme machten laten meesteren over zijn werk over zijn have en goed.“

 

 

 1248512-c2a3898535578a54292e983110cd9fdb.jpg

Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969)

 

 

 


De Franse schrijver
Henri Alain--Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

 

Uit: Le Grand Meaulnes

 

“Cependant, auprès de Meaulnes, les deux vieilles femmes causaient:

"En mettant tout pour le mieux, disait la plus âgée, d'une voix cocasse et suraiguë qu'elle cherchait
vainement à adoucir, les fiancés ne seront pas là, demain, avant trois heures.

- Tais-toi, tu me ferais mettre en colère", répondait l'autre du ton le plus tranquille.

Celle-ci portait sur le front une capeline tricotée. 'Comptons! reprit la première sans s'émouvoir. Une
heure et demie de chemin de fer de Bourges à Vierzon, et sept lieues de voiture, de Vierzon jusqu'ici..."

La discussion continua. Meaulnes n'en perdait pas une parole. Grâce à cette paisible prise de bec, la
situation s'éclairait faiblement: Frantz de Galais, le fils du château - qui était étudiant ou marin ou
peut-être aspirant de marine, on ne savait pas... - était allé à Bourges pour y chercher une jeune fille et
l'épouser. Chose étrange, ce garçon, qui devait être très jeune et très fantasque, réglait tout à sa guise dans
le Domaine. Il avait voulu que la maison où sa fiancée entrerait ressemblât à un palais en fête. Et pour
célébrer la venue de la jeune fille, il avait invité lui-même ces enfants et ces vieilles gens débonnaires.
Tels étaient les points que la discussion des deux femmes précisait. Elles laissaient tout le reste dans le
mystère, et reprenaient sans cesse la question du retour des fiancés. L'une tenait pour le matin du lendemain. L'autre pour l'après-midi.

Ma pauvre Moinelle, tu es toujours aussi folle, disait la plus jeune avec calme.

- Et toi, ma pauvre Adèle, toujours aussi entêtée. Il y a quatre ans que je ne t'avais vue, tu n'as pas
changé", répondait l'autre en haussant les épaules, mais de sa voix la plus paisible.

Et elles continuaient ainsi à se tenir tête sans la moindre humeur. Meaulnes intervint dans l'espoir d'en apprendre davantage:

"Est-elle aussi jolie qu'on le dit, la fiancée de Frantz?"

Elles le regardèrent, interloquées. Personne d'autre que Frantz n'avait vu la jeune fille. Lui-même, en revenant de Toulon, l'avait rencontrée un soir, désolée, dans un de ces jardins de Bourges qu'on appelle les Marais. Son père, un tisserand, l'avait chassée de chez lui. Elle était fort jolie et Frantz avait
décidé aussitôt de l'épouser. C'était une étrange histoire; mais son père, M. de Galais, et sa soeur Yvonne
ne lui avaient-ils pas toujours tout accordé!...”

 

 

 1248512-7f03615d15759fb0911a7b40ddf4865e.jpg

Alain-Fournier (3 oktober 1886 - 22 september 1914)
In Epineuil, 1902



 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:42 Reageer op dit bericht

Peter Terrin

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Hij studeerde aan de Universiteit van Gent en won in 2010 de Europese Literatuurprijs met zijn boek “De bewaker”. Terrins eerste bundel verscheen in 1998 en kreeg de naam “De Code” mee. In 2001 volgde zijn eerste roman, “Kras”. Hij werd twee keer genomineerd voor de AKO Literatuurprijs voor zijn roman “Blanco” en voor de verhalenbundel “De Bijeneters”. In 2010 werd zijn boek “De bewaker” ook genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Mede voor zijn laatste roman “Post mortem” is hij genomineerd voor de Halewijnprijs 2012. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

 

Uit: Blanco

“Helena werd begraven de dag na Allerzielen.
Veel mensen die met het stormweer van de voorbije hoogdagen thuis waren gebleven, droegen vandaag hun gele en witte chrysantbollen aan.Viktor voelde zich bekeken; de begrafenis, op het nieuwe deel vlak bij de toegangspoort, leek wel een stunt van het kerkhof: dagvers verdriet, speciaal voor de laatkomers, opdat ook hún jaarlijks bezoekje stemmig plaats kon vinden.
De vier mannen vierden het touw. Ze waren onderlegd in hun vak, de eikenhouten kist zakte plechtig in het volmaakt rechthoekige graf.
Eveline, zijn zus, bracht een zakdoek naar haar gezicht.
Vanuit zijn ooghoek merkteViktor een aarzeling bij de passanten op het middenpad. Af en toe bereikte hem een zweem van vrouwenparfum, sterk en .eurig, waarin kinderen zich jarenlang geborgen en veilig wanen.
De ouders van Helena namen heimelijk elkaars hand vast, terwijl ze onbeweeglijk in het gelid bleven staan, blik op oneindig. Rechts sloot de pastoor zijn ogen en prevelde in zichzelf.Hij hield met beide handen een bijbel voor zijn schaamstreek. Hij had dikke vingers met zwart behaarde kootjes, één ervan stak obsceen in de vergulde bladsnee.Viktor begreep dat dit beeld hem onvermijdelijk tot zijn dood zou bijblijven. Het kwam hem voor dat een mensenleven barst van herinneringen die door omstandigheden worden opgedrongen.
De kist kwam tot rust op de bodem van het graf. De vier mannen ontspanden de rug en stapten nederig achteruit.
Het bleef een tijd stil. Het wachten was op de pastoor.
Zondagse hakken af en aan op het asfalt.
Viktor boog zich voorover. De kuil had loodrechte wanden en was minstens twee meter diep, beslist geen eenvoudige klus. Hij knielde om goed te kunnen kijken. De wereld zou er stukken beter op worden als iedereen met trots en toewijding zijn werk uitvoerde.
Hij voelde de hand van Eveline op zijn schouder. Hij hoorde haar snikken boven zijn hoofd, terwijl hij er maar niet in slaagde zijn blik los te maken van de eenzame kist onder hem.
Wie kon hem verzekeren dat Helena daar lag? Hij had haar drie dagen geleden in het mortuarium gezien, met een gereconstrueerd gezicht, de handen vroom gevouwen, maar niet vandaag, niet in deze kist. Lijken werden nu eenmaal om uiteenlopende doeleinden ontvreemd en verhandeld. Je kon het zo ziek niet bedenken.”

 

 

 1265555-9126f8ea14dbad7aa64f1390b92f7efd.jpg

Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten