Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 oktober 2012 tot 9 oktober 2012

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Mário de Andrade, Colin Clark

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

 

Pigtail

 

When all the women in the transport
had their heads shaved
four workmen with brooms made of birch twigs
swept up
and gathered up the hair

Behind clean glass
the stiff hair lies
of those suffocated in gas chambers
there are pins and side combs
in this hair

The hair is not shot through with light
is not parted by the breeze
is not touched by any hand
or rain or lips

In huge chests
clouds of dry hair
of those suffocated
and a faded plait
a pigtail with a ribbon
pulled at school
by naughty boys.



Vertaald door Adam Czerniawski

 

 

 

Transformations

 

My little son enters
the room and says
'you are a vulture
I am a mouse'

 

I put away my book
wings and claws
grow out of me

 

their ominous shadows
race on the walls
I am a vulture
he is a mouse

 

'you are a wolf
I am a goat'
I walked around the table
and am a wolf
windowpanes gleam
like fangs
in the dark

 

while he runs to his mother
safe
his head hidden in the warmth of her dress

 

 

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 

 

1252614-225f327bc993f8003f2259e1774269f3.jpg
Tadeusz Różewicz (Radomsko, 9 oktober 1921)

In 1979
 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

 

Uit: Doodgaan zonder te sterven

 

„Op 6 juli 1992 lig ik in bed, bezopen zoals altijd in die tijd. Enfin, ik word wakker en kijk naar buiten. Een stralende dag, geen zuchtje wind, blablabla. Ik draai me om en ga weer slapen. Who cares? Ik woonde toen in een vrijgezellenflat met kleine raampjes met luikjes. Opeens schrik ik wakker van het geklapper van die luikjes, echt harde slagen zo. Ik kijk op de klok, half twaalf en denk: veel te vroeg. De raampjes (eigenlijk: luikjes, BV) blijven klapperen, dus ik ga mijn bed uit en loop naar het raam. Ik kan echter geen enkele fysieke of fysische verklaring voor het klapperen vinden.’

   ‘Ik poets mijn tanden, ga naar een afspraak en kom ’s avonds weer thuis. Gaat de telefoon: mijn moeder is vanmorgen om half twaalf gestorven. Shit. Die luikjes zijn zonder enige verklaring gaan klapperen nét op het moment dat mijn moeder sterft. Dan heb je toch zoiets van: die is afscheid komen nemen.’

 ‘Bij alles wat je zegt over de dood, kom je op een punt dat je zegt: nou, tot hier kan ik vrij rationeel dit of dat zeggen, maar de volgende stap is onduidelijk. Dat is wat ik tegen heb op religie. Dat is zo’n man – meestal zijn dat ook weer mannen hè, de paus, de pastoor en de dominee – dat zo’n man dan wel even gaat zeggen tegen de menselijke horden hoe dat het zit met de dood. Ik begrijp wel dat religie voor troost zorgt; als mensen horen dat er na de dood nog iets is, dan zijn ze opgelucht. Vandaar ook die zelfmoordenaars van de islam. Die denken: morgen zitten we toch in de hemel fantastisch te zijn.’

   ‘Natuurlijk is het ook heel eenvoudig om, laten we zeggen, voor 99% daar niet in te geloven en dat ene procent achter de hand te houden. Dat doe ik eigenlijk ook. Wat is daar op tegen? Het is toch allemaal maar pure speculatie. En die 1% vul ik vervolgens wel zelf in. Vroeger bad ik op een vrij naïeve manier tegen een soort god: God, zorg ervoor dat ik morgen mijn examen haal, God zorg ervoor dat dat meisje straks mijn huis passeert, want dan kan ik haar aanspreken, enzovoorts.’

‘Dat godsbeeld is na mijn moeders dood vervangen door mijn moeder. Dus mijn moeder is niet dood voor mij, mijn moeder is God geworden. Het is ook veel gemakkelijker om iemand die je zeer nauw aan het hart ligt, tot God te benoemen. Je hebt daar een effectief juist beeld van. Veel mensen stellen zich bij God een oude man met een baard voor. Een vrij dwaas beeld, als je niet van de ratten besnuffeld bent, absoluut. Maar dat beeld van mijn moeder is níet dwaas. Zij is mijn God, zij is ergens, zij luistert naar mij.’

 

 

1252614-c8315e4883febac7ec64b70fd0ea5ce9.jpg
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

 

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Mário de Andrade op dit blog.

 

 

The Mountains of Rolling-Girl

 

The Mountains of Rolling-Girl
Had not that name before…

They were from the other side,
They rode  to town to marry.
And they crossed the mountains,
The bridegroom with the bride,
Each one on a horse.

Both of them were happy,
In the heavens all was peace.
Along the narrow trails
He rode ahead and she behind.
And they laughed. O how they laughed!
They laughed for no reason at all.

The Mountains of Rolling-Girl
Had not that name before.

The red tribes of evening
Rapidly rode away
And hurriedly hid themselves
Down down in the caves,
Afraid of the coming night.

But both of them continued,
Each one on a horse,
And they laughed. O wow hey laughed!

And their laughter married
With laughter of the pebbles
Which leaped so lightly
From the narrow path
Towards the precipice.

Ah, Fortune inviolate!
One hoof has stepped in error.

The bride and her horse vaulted
Headlong down the chasm.
Not even the thud was heard.
There is only the silence of death.
In the heavens all was peace…
Spurring and whipping his horse,
The bridegroom vaulted headlong
Into the void of the chasm.

And the mountains of Rolling-Girl
Rolling-Girl were named.

 

 

 

Vertaald door John Nist en Yolanda Leite

 



1252614-a40a740cb15180814e98f195d852549f.jpg
Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

Portret door Tarsila do Amaral

 

 

 

De Britse schrijver en filmmaker Colin Clark werd geboren op 9 oktober 1932 in Londen. Zie ook alle tags voor Colin Clark op dit blog.

 

Uit: My Week With Marilyn

 

“THURSDAY 13 SEPTEMBER
The phone in the studio rang. Milton happened to be standing next to it and picked it up. His face crumpled a little when he told me, ‘It’s for you.’

It was Roger, Marilyn’s bodyguard: ‘Miss Monroe wants you to visit this evening.’

‘Me? Why me?’

Milton exploded from across the room, ‘What is my star doing phoning my third assistant director?’

Marilyn came on the line, ‘See you later, Colin. OK?’
*   *   *   *   *


‘Come on, Colin,’ Marilyn laughed, ‘let’s have some dinner. I’m starved. Or are you meant to be with somebody else? There’s not a Mrs Colin is there, waiting for you at home?’
I looked at her across the table and for the first time realised what was going on. Marilyn was lonely. She needed someone to talk to, someone who didn’t expect her to be clever or sexy, but just to be whatever she felt she wanted to be.”

 


1252614-0c2740e4da1eee292b3750e8a6d5b6af.jpg

Colin Clark (9 oktober 1932-17 december 2002)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook mijn blog van 9 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

 

Voor al wat onzichtbaar sterft

Niemand weet waar de dieren sterven.
Waar ze bolletjes worden,
de achterste voetjes steeds dichter
bij de voorste voetjes.
Tot ze omvallen.
We zien wel bontjes op verlaten wegen -
graanvelden in de wínd
in de ochtend verkleefd van dauw.
Later zwarte plakkaten.
Slechts eenmaal zag ik een konijn
dat zitten bleef,
met dichtgekleefde ogen,
de ruggengraat stond hoog.
Bij het optillen was er geen gewicht.
Ik zette het neer en ging terug naar de huizen,
het stille dier nam af in de zon.
Niemand is erbij als de konijnen sterven
met velden tegelijk.
Niemand hoort hun laatste snuffel uitgesnuffeld
worden in een gouden bos
of het schreeuwen onder autobanden.
Een wereldwijd geruisloos verdwijnen
juist om de hoek van ansichtkaarten.

 

 

 

 

Dichtbij

Je vindt je gezicht gekeerd
naar een gat in de grond
en elders kijken kun je niet.

Tussen de graven loopt een hond.

Het is je vader die daar ligt
te vermolmen, schimmels
in wilde kleuren op zijn grijze huid.

Twee meter aarde wordt doorzichtig.

De regen stroomt langs je lichaam,
sijpelt de donkere aarde in,
maakt zijn kale voorhoofd nat.

Er snuffelt een hond aan de zerk.

Je kunt hem opgraven als je wilt.
Zo dichtbij is de dood:
misschien vier, vijf uur werken.

 

 

 

1251978-125a74f1bfd663b100ebddccee02f84e.jpg
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Martin van Amerongen werd geboren op 8 oktober 1941 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Martin van Amerongen op dit blog.

 

Uit: Heeft een jood geen ogen. Het karakter Shylock…

 

“William Shakespeares De koopman van Venetië is een onmiskenbaar meesterwerk te midden der meesterwerken, een toneelstuk dat geen enkele dorre regel of saaie scène bevat, maar niettemin inmiddels niet meer met goed fatsoen te presenteren lijkt.
Het ligt aan Shylock.
De ogenschijnlijke onspeelbaarheid van De koopman van Venetië is niet zozeer de schuld van de Engelsen, althans van hun Elisabethaanse voorouders die in een maatschappij leefden waarin geen of nauwelijks joden woonden, zodat de joodse woekeraar geheel en al als een product van hun fantasie moet worden beschouwd. Shylocks positie is veeleer onmogelijk gemaakt door de nationaal-socialisten, die hem archetypisch verklaarden en in de schouwburgen de artistieke vorm van bloeddorst etaleerden die in de vernietigingskampen in praktijk werd gebracht.
Speelt men Shylock zoals Shakespeare hem heeft bedoeld, dan staat er een slecht mens tussen de coulissen. Elke vorm om dit te verheimelijken, elke poging om Shylock te vergoelijken als het slachtoffer van een antisemitische samenleving is tot mislukken gedoemd. Shylock weet wat hij doet. Hij heeft van den beginne de ondergang van Antonio, zijn christelijke concurrent, gezworen en is ten volle bereid een legale moord te plegen: het uitrukken van Antonio's hart, de tegenwaarde van de drieduizend dukaten die de Venetiaanse koopman de joodse geldhandelaar schuldig was.

De koopman van Venetië is een onmiskenbaar antisemitisch toneelstuk, gedomineerd door de 360 versregels die Shylock zijn vergund, een bijfiguur die zo haarscherp en psychologisch uitgewogen is getekend dat de hoofdfiguren (de altruïstische handelaar Antonio, de fortuinjager Bassanio en de nepjuriste Portia) geheel van het toneel worden gespeeld. Jarenlang zijn Shylocks protagonisten door het schellinkje bij de artiesteningang («En nu tussen ons, schurk!») opgewacht. Het is een klassiek misverstand. Shylock is méér dan een schurk. Hij is een hartstochtelijk levend mens, van vlees en bloed, die in de letter van de wet gelooft, hij is bovendien een man van formaat, gevat en zelfbewust, een solitair in een vijandelijke samenleving. «Van een raciaal minderwaardigheidscomplex, zoals ons duidelijk in Othello tegemoet treedt, is bij Shylock in elk geval geen sprake», zegt Justus Meijer”.

 

 

 1251978-1ae5889fec28ab69f785505b48ac03e6.jpg

Martin van Amerongen (8 oktober 1941 – 11 mei 2002)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Benjamin Cheever werd geboren op 8 oktober 1948 in New York. Zieook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Benjamin Cheever op dit blog.

 

Uit: The Good Nanny

 

“Andie was half-Irish, but the party was being held to celebrate, or at least acknowledge, her promotion to the enviable but not entirely respectable position of top film critic for the New York Post . "Yes, I love my job," she said when asked. Everybody asked.

Stuart heard a cry of tires, and then what sounded like a collision, but by the time he put down the oysters and reached the window to look out, a red van was moving through the intersection. A green SUV, which was on his lawn, reversed back onto the road and followed the van.

"What happened?" Andie asked. "I felt just as if somebody had walked over my grave."

"Nothing to do with your grave," said Stuart. "Looks as if there was an accident at the crossroads."

"Doesn't that mean tragedy?" asked Wallace Stevens (not that Wallace Stevens). "An encounter at a crossroads?"

"Traditionally, it means tragedy," said Stuart, going back to the kitchen to get the oysters.

"Can I have another?" asked Stevens, when the host reappeared.

"You ate the last tray," said Stuart. "Let's give somebody else a chance."

"You didn't want me here at all, did you?" asked Stevens. "It was Scarlet's idea, wasn't it?" A tall, ungainly creature who might have been Lincolnesque if it weren't for the weak chin and a terrible comb-over, Stevens-a book agent-had been the last guest invited and the first to arrive.

"He'll try and do business," Stuart had said. "And he's a spitter."

"He's had us to dinner twice now in the city," countered Andie. "You may not like him, but he is a brilliant agent. The man can ask the baldest questions and somehow get away with it, or almost. There are a half a dozen writers we admire who never would have made it without him. Besides which, we are celebrating the patron saint of outcasts."

"We're also honoring the man who cast out the snakes," said Stuart.

"If we don't include Stevens," said Andie, "he'll hear about the party from your old friend Loose Lips Solon at Random House."

 

 

 1251978-08642920307ce379398ed36af0160075.jpg

Benjamin Cheever (New York, 8 oktober 1948)

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook
mijn blog van 8 oktober 2011.

Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten