Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 november 2012 tot 23 november 2012

Paul Celan, Marcel Beyer, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

 

Und mit dem Buch aus Tarussa

          Все поэты жиды

          (Marina Zwetajewa)

 

Vom

Sternbild des Hundes, vom

Hellstern darin und der Zwerg-

leuchte, die mitwebt

an erdwärts gespiegelten Wegen,

 

von

Pilgerstäben, auch dort, von Südlichem, fremd

und nachtfasernah

wie unbestattete Worte,

streunend

im Bannkreis erreichter

Ziele und Stelen und Wiegen.

 

Von

Wahr- und Voraus- und Vorüber-zu-dir-,

von

Hinaufgesagtem,

das dort bereitliegt, einem

der eigenen Herzsteine gleich, die man ausspie

mitsamt ihren un-

verwüstlichen Uhrwerk, hinaus

in Unland und Unzeit. Von solchem

Ticken und Ticken inmitten

der Kies-Kuben mit

der auf Hyänenspur rückwärts,

aufwärts verfolgbaren

Ahnen-

reihe Derer-

vom-Namen-und-Seiner-

Rundschlucht.

 

Von

einem Baum, von einem.

Ja, auch von ihm. Und vom Wald um ihn her. Vom Wald

Unbetreten, vom

Gedanken, dem er entwuchs, als Laut

und Halblaut und Ablaut und Auslaut, skythisch

zusammengereimt

im Takt

der Verschlagenen-Schläfe,

mit

geatmeten Steppen-

halmen geschrieben ins Herz

der Stundenzäsur – in das Reich,

in der Reiche

weitestes, in

den Großbinnenreim

jenseits

der Stummvölker-Zone, in dich

Sprachwaage, Wortwaage, Heimat-

waage Exil.

 

Von diesem Baum, diesem Wald.

 

Von der Brücken-

quader, von der

er ins Leben hinüber-

prallte, flügge

von Wunden, - vom

Pont Mirabeau.

 

Wo die Oka nicht mitfließt. Et quels

amours! (Kyrillisches, Freunde, auch das

ritt ich über die Seine,

ritts übern Rhein.)

 

Von einem Brief, von ihm.

Vom Ein-Brief, vom Ost-Brief. Vom harten,

winzigen Worthaufen, vom

unbewaffneten Auge, das er

den drei

Gürtelsternen Orions – Jakobs-

stab, du,

abermals kommst du gegangen! –

 

zuführt auf der

Himmelskarte, die sich ihm aufschlug.

 

Vom Tisch, wo das geschah.

 

Von einem Wort, aus dem Haufen,

an dem er, der Tisch,

zur Ruderbank wurde, vom Oka-Fluß her

und den Wassern.

 

Vom Nebenwort, das

ein Ruderknecht nachknirscht, ins Spätsommerohr

seiner hell-

hörigen Dolle:

 

 Kolchis.

 

 

 

 

Kristal

Niet aan mijn lippen zoek je mond,
niet voor de poort de vreemde,
niet in het oog de traan.

Zeven nachten hoger nadert rood tot rood,
zeven harten dieper klopt aan de poort de hand,
zeven rozen later ruist de bron.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 

1281885-42d263f8e9a1c9afb52e7526f7d2802d.jpg
Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Marcel Beyer werd op 23 november 1965 in Tailfingen / Württemberg geboren. Zie ook alle tags voor Marcel Beyer op dit blog.

 

Uit: Flughunde

 

„Eine Stimme füllt in die Stille des Morgengrauens ein: Zuerst Aufstellen der Wegweiser. Die Pfähle mit dem Hammer tief einrammen in den weichen Erdboden. Mit aller Kraft. Die Schilder dürfen nicht wegsacken.

Die Befehle des Scharführers hallen über das Sportfeld. Auf Fingerzeig lösen sich einige Jungen mit Armbinden aus der Gruppe und machen sich an ihre Arbeit. Alle sind frisch getrimmt, bis auf die Ohren runter, mit ausrasierten Nacken, wo stoppelübersäte Kopfhaut schimmert. Gestoppeltes.

Am Ziel wäre man wohl erst, wenn man sie noch kupieren könnte. So sieht die Welpenarbeit heute

aus. Rampen für Rollstuhlfahrer zimmern. Holzstege. Daß alle Krüppel bis in die vorderen Reihen geschoben werden können. Sollte der Regen stärker werden, darf niemand mit den Rädern im Schlamm hängenbleiben.

Die übrigen Befehlsempfänger bleiben unbeweglich stehen, die müden Schemen zittern nicht einmal in dem naßkalten Wetter, aufmerksam verfolgen sie jeden Ruf und jede Geste ihres Einsatzleiters in feuchter brauner Uniform:

Sechs Mann mit Kreidewagen. Linien ziehen entlang der Stege. Wo die Blindenhunde abtreten. Abstand zwischen den Linien sechzig Zentimeter. Schulterbreite plus Hund. Peinlich genau.

Es ist Krieg. Die Stimme schneidet in das Dunkel hinein, weit bis zur Bühne hinauf. Es herrscht eine seltsame Akustik. Allein hier vorn am Rednerpult braucht es sechs Mikrophone: Vier für die Lautsprecherblöcke, welche aus jeder Himmelsrichtung auf das Gelände ausgerichtet werden.

Eins dient zum Auffangen von Sonderfrequenzen. Während der Ansprache wird es fortwährend austariert, um bestimmte Effekte der Stimmführung hervorzuheben. Das sechste Mikrophon wird an einen kleinen Lautsprecher unter dem Pult hier angeschlossen, der dem Redner zur Eigenkontrolle dient. Und zusätzlich werden im Radius von einem Meter weitere Schallempfänger installiert, um einen angemessenen Raumklang zu erzeugen.”

 

 

 1281885-11a16d0edf9bc88524c335bf775ea3c7.jpg

Marcel Beyer (Tailfingen, 23 november 1965)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Jennifer Michael Hecht werd geboren op 23 november 1965 in New York. Zie ook alle tags voor Jennifer Michael Hecht op dit blog.

 


My Hero

 

It’s O.K. to keep hearing your worries, so long as you

stop talking to them. Shun them like a double-crossed Quaker.

 

Imagine how quiet it would be, like shutting off the droning ocean.

That’s how our parasites must feel about our hearts.

What a racket, all that pumping. Shut up shut up.

 

Cicero said Chrysippus said that the life in a pig is a preservative,

keeping it fresh until we want to eat it. What then is life in us?

 

Chrysippus wrote more than seven hundred books, none survive.

(We have his bio in the Diogenes Laertius “Lives,” and small

comments like the one Cicero preserved, about the pig.)

 

Imagine how much the man talked. Imagine how his daughters

felt, sitting in cafés, virgins listening to young lawyers. Lawyer

 

ready to move from mom to virgin ears, to part the aural curtain

to the heart of the flesh, to grease up and force his listener to stay,

 

pressure like a fork, squeezed down inner tubes to hidden narrow

chambers. The daughters, who could not listen anymore, worked

into first-date conversation, “Of course I’ve had it in the ear before.”

 

There were no second dates. Fierce Chrysippus sisters, full of hate.

There were no surrenders. That’s why I’m so tender about my

resignation. Because all these years later a nation of one feels

like one too many. Caesar was tough, but not by himself

did he conquer Gaul. The superlative for all alone is all.



 1281885-1cfe1a6a1a3765f72ba2e1c00a72410f.jpg

Jennifer Michael Hecht (New York, 23 november 1965)


 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Sipko Melissen werd geboren in Scheveningen op 23 november 1944. Zie ook alle tags voor Sipko Melissen op dit blog.

 

Uit: Een kamer in Rome

 

“Op een donderdagmiddag in de Leidsestraat leefde ik op dankzij de tekst op het t-shirt van de jongen voor mij die tussen twee vrienden luid liep te praten en te lachen. Zijn aanstekelijk plezier gaf de tekst op de rug een context die hij op papier niet gehad zou hebben: Niets is werkelijker dan het Niets. Beckett.
Ik had verwarde, sombere dagen achter de rug. Ik sliep slecht en kwelde mij ’s nachts met de vraag wat Carola precies bedoeld kon hebben met de uitspraak dat ik niet geschikt was voor de alledaagse werkelijkheid en emotioneel op afstand bleef.
Een paar keer was ik tegen de ochtend wakker geschrokken uit een benauwende droom waarvan ik mij de inhoud niet, maar de angst die ermee gepaard ging wel kon herinneren. Eigenlijk kon je niet spreken van ‘herinneren’. Ik werd wakker midden in de angst alsof het een plas water was waarin ik dreef. Ik had geen idee waarmee ik die angst moest verbinden. Er kwamen geen beelden. Maar op een ochtend zag ik het. Ik zag mijzelf staan in een hoekje van het schoolplein. En ik wist weer hoe ik mij de eerste drie jaar van de middelbare school had gevoeld: buitengesloten en bang. En het was die angst, de angst voor altijd buitengesloten te zijn, waarmee ik drijvend van het zweet wakker werd. In de bovenbouw ging het beter maar pas in Amsterdam bloeide ik echt op. Bij de jongens van Finnegan voelde ik mij als een vis in het water. Lezen was mijn behoud geweest en op de een of de andere manier gold dat voor ons allemaal.
Lezen in plaats van leven. Dat had Carola bedoeld. Daarom was ze bij mij weggegaan. Ik voelde mij verward en had met iemand willen praten maar wist niet met wie. Stijn kwam in aanmerking maar ik keek te zeer tegen hem op om hem over mijn persoonlijke problemen in vertrouwen te nemen.”

 

 

 1281885-0de4b24af8821e0a05181c972eb4bbe5.jpg

Sipko Melissen (Scheveningen, 23 november 1944)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 23e november ook
mijn blog van 23 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

André Gide, George Eliot, Dirk van Weelden, Suresh en Jyoti Guptara

De Franse schrijver André Gide werd geboren op 22 november 1869 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Gide op dit blog.

 

Uit: Les Faux-monnayeurs

 

“- Je suis heureux que vous n'ayez pas signé. Mais, ce qui vous a retenu ?
- Sans doute quelque secret instinct... Bernard réfléchit quelques instants, puis ajouta en riant : - Je crois que c'est surtout la tête des adhérents ; à commencer par celle de mon frère aîné, que j'ai reconnu dans l'assemblée. Il m'a paru que tous ces jeunes gens étaient animés par les meilleurs sentiments du monde et qu'ils faisaient fort bien d'abdiquer leur initiative, car elle ne les eût pas menés loin, leur jugeote, car elle était insuffisante, et leur dépendance d'esprit, car elle eût été vite aux abois. Je me suis dit également qu'il était bon pour le pays qu'on pût compter parmi les citoyens un grand nombre de ces bonnes volontés ancillaires(1) ; mais que ma volonté à moi ne serait jamais de celles-là. C'est alors que je me suis demandé comment établir une règle, puisque je n'acceptais pas de vivre sans règle, et que cette règle je ne l'acceptais pas d'autrui.
- La réponse me paraît simple : c'est de trouver cette règle en soi-même ; d'avoir pour but le développement de soi.
- Oui..., c'est bien là ce que je me suis dit. Mais je n'en ai pas été plus avancé pour cela. Si encore j'étais certain de préférer en moi le meilleur, je lui donnerais le pas sur le reste. Mais je ne parviens pas même à connaître ce que j'ai de meilleur en moi... J'ai débattu toute la nuit, vous dis-je. Vers le matin, j'étais si fatigué que je songeais à devancer l'appel de ma classe(2) ; à m'engager.
- Echapper à la question n'est pas la résoudre.
- C'est ce que je me suis dit, et cette question, pour être ajournée , ne se poserait à moi que plus gravement après mon service. Alors je suis venu vous trouver pour écouter votre conseil.
- Je n'ai pas à vous en donner. Vous ne pouvez trouver ce conseil qu'en vous-même, ni apprendre comment vous devez vivre, qu'en vivant.
- Et si je vis mal, en attendant d'avoir décidé comment vivre ?
- Ceci même vous instruira. Il est bon de suivre sa pente, pourvu que ce soit en montant.”

 

 

1281219-abbdfc3b05376eb0a08dc3c1035d5f4f.jpg 

André Gide (22 november 1869 – 19 februari 1951)

André Gide en Jean Paul Sartre (links), Cabris 1950

 

 

 

 

De Engelse schrijfster George Eliot werd geboren op 22 november 1819 in Nuneaton in Warwickshire. Zie ook alle tags voor George Eliot op dit blog.

 

Uit: Adam Bede

 

„A woman was in the witness-box, a middle-aged woman, who spoke in a firm distinct voice. She said, "My name is Sarah Stone. I am a widow, and keep a small shop licensed to sell tobacco, snuff, and tea in Church Lane, Stoniton.
The prisoner at the bar is the same young woman who came, looking ill and tired, with a basket on her arm, and asked for a lodging at my house on Saturday evening, the 27th of February. She had taken the house for a public, because there was a figure against the door. And when I said I didn't take in lodgers, the prisoner began to cry, and said she was too tired to go anywhere else, and she only wanted a bed for one night. And her prettiness, and her condition, and something respectable about her clothes and looks, and the trouble she seemed to be in made me as I couldn't find in my heart to send her away at once. I asked her to sit down, and gave her some tea, and asked her where she was going, and where her friends were. She said she was going home to her friends: they were farming folks a good way off, and she'd had a long journey that had cost her more money than she expected.... I saw no reason why I shouldn't take the young woman in for the night. I had only one room, but there were two beds in it, and I told her she might stay with me."
The witness then stated that in the night a child was born, and she identified the baby-clothes then shown to her as those in which she had herself dressed the child. ....
"I left the house about half-past eight o'clock. I didn't go out at the shop door, but at the back door, which opens into a narrow alley. ... It was an hour and a half before we got back, and when we went in, the candle was standing burning just as I left it, but the prisoner and the baby were both gone. She'd taken her cloak and bonnet, but she'd left the basket and the things in it..."

 

 

 1281219-0e74973fae56396b47b5a575990de444.jpg

George Eliot (22 november 1819 – 22 december 1880)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Dirk van Weelden werd geboren in Zeist op 22 november 1957. Zie ook alle tags voor Dirk van Weelden op dit blog.

 

Uit: Tempo

 

“Mijn werkruimte bevindt zich in een voormalig ziekenhuis nog geen twee minuten wandelen van het Vondel park. Op nog geen tien meter van de deur van mijn studio was ooit een operatiekamer en vandaar dat er ook doucheruimtes zijn. Een zo ongeveer ideale toestand voor een loper. Na het afschrijven van het hoofdstuk of het opsturen van het artikel naar de krant, of gewoon bij wijze van middagpauze doe ik een kast open, trek mijn loopschoenen en plunje aan en draafdoor het park. Na afloop trek ik mijn schoenen uit, ontdoe me van mijn hartslagmeter, pak een handdoek en een fles douchegel en steek de gang over naar de douche.
Het is een ruime ziekenhuisdouche, crèmekleurige wandtegels en de klassieke terracottarode kleinè, vierkante vloertegeltjes. Een heel hoog plafond en een flinke boiler maken het een comfortabel oord als je klaar bent met trainen. Het eerste wat ik doe zodra het water loopt is het deponeren van sokken, short en shirt recht onder de waterstraal. Daarna besprenkel ik het hoopje met douchegel. Als ik dan een keer boven op het hoopje sta maak ik een wandelbeweging op de plaats, bij wijze van voorwas. Onderwijl zeep ik mezelf in.
Als ikzelf schoon ben rek en strek ik een beetje. Draaien met de voeten, grijpbewegingen met de tenen, wat toe-ups, het losmaken van schouders en nek en misschien een paar squats, gevolgd door het loswiebelen van de dijspieren. Als er stijve of beurse plekjes zijn in de enkel, bij de knie, masseer ik die een beetje. Het klusje waarmee het bezoek aan de douche wordt afgesloten is het uitwassen en uitwringen van sokken, short en shirt. Ouderwets tussen de knokkels laten werken, spoelen en uitwringen. Zoals ik het mijn moeder heb zien doen. Net zo lang doorgaan tot het laatste beetje schuim eruit verdwenen is. Tot slot sla ik de handdoek om, verzamel het stapeltje uitgewrongen kleren en keer terug naar mijn studio. Daar hang ik alles over de verwarming en kleed me weer aan. Tijd voor een boterham en een kop thee.”

 

 

 1281219-726524f4b45174428fb5502b86449812.jpg

Dirk van Weelden (Zeist, 22 november 1957)

 

 

 

 

De Brits-Indische schrijverstweeling Suresh en Jyoti Guptara werd geboren op 22 november 1988 in Frimley, Hants in het zuidoosten van Engeland. Zie ook alle tags voor Suresh en Jyoti Guptara op dit blog.

 

Uit: Conspiracy of Calaspia

 

 “Nurgor, not Ostentum, he noted with relief, catching sight of horns and fur.  The feeling was short-lived as he saw their numbers.  Even he could not last long against such forces.  He realised with sudden hope that this part of the countryside was, surprisingly, the same as it had been some days ago, when last he had visited.  If he could only reach the other side of the pass before they did, all would be well … he would be able to challenge them in close-combat one at a time, in which case he could easily hold his own.

Galar ran, wiping sweat from his brow and thinking as he did so that he should have brought his spectacles after all.  Dismay slowed his approach when he saw that the Nurgor had beaten him to the narrow passage.  Then he saw that they had him surrounded, too.  A trap indeed.

The Dwarf wasted no time in getting down to business.  He would probably be able to cut an escape route through the enemy for himself, but what of the man?  Bellowing a cry of his own, Galar launched himself at the Nurgor.  His advance was welcomed with a volley of stones and spears.  Although he was unable to see sharply, his senses were keen.  None of the missiles took him down, and the few stones that did find their target only angered him the more.  Just in time he caught sight of another weapon hurtling towards him from a different direction and jumped aside.  It was enough to avoid the javelin impaling him, but not enough to miss it altogether.  Searing pain shot along the top of his right arm and shoulder where the sharp metal inflicted a glancing wound.  But it did not stop him.”

 

 

 1281219-11405b7b8d8c95f75b35c3c1aebb51e7.jpg

Suresh en Jyoti Guptara (Frimley, 22 november 1988)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e november ook mijn blog van 22 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten