Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 januari 2013 tot 7 januari 2013

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Max Gallo

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

 

Uit: Letter & Geest

 

“Een brein lijkt evenzeer op een bibliotheek. Zoals dit een opbergplaats is voor taal, is de taal zelf weer een opbergplaats voor gewaarwordingen. [...]
Klip klap klip klap klip klap, gaat het jakobsladdertje. Een brein in een brein om een brein is hij, een bibliotheek in een bibliotheek om een bibliotheek, een ondoordringbaar solipsistisch systeem, een huiveringwekkende parodie op Plato's grot, waar de schimmen die je ziet door jezelf geworpen worden, waar niets verwijst naar de zekerheid van transcendente ideeën, noch van de knie die over een straatsteen schaaft, de tong die, uitgesproken, in een kus een andere tong ontmoet. Inderdaad, Van Uffel, er is geen grotere eenzaamheid dan die van de taal.

(…)

 

Mandaat ziet zijn cycloop met teleurgestelde schokjes, snikkend als het ware, ineenkrimpen tot een dwerg, terwijl in het enige oog van de voormalige reus een dikke, heldere traan opwelt, een traan waarin het troosteloze hok een ogenblik binnenstebuiten wordt gekeerd, de tegelwanden de buitenmuren worden van een futuristisch bol gebouwtje, dat dan wordt uitgerekt tot een lange, ijle, naalddunne minaret.

(…)

 

Het [geheugen] is onverstoorbaar in de weer geweest met het schuurpapier der vergetelheid, met plamuur en beits, en wanneer zijn gedachten afdwalen naar al die mensen die hij nooit meer zal zien, tweeënhalf uur nadat hij voor het laatst zijn stoel onder zijn bureau heeft geschoven, merkt hij dat ze getransfigureerd zijn. Ze zijn verheerlijkt. Hij ziet ze als het ware in een kring zitten. Ze houden elkaar hun gezichten toegewend en Mandaat begrijpt dat ze iets met elkaar hebben, iets waar hij nooit bij zal kunnen en dat zich veruiterlijkt in een glimlach die niet slechts in elk van hen is, maar ook tussen en boven hen allen te zamen. [...] Ze vormen een Gemeenschap der Heiligen. Ze maken allen deel uit van hetzelfde Mystieke Lichaam.”         

 

 

 1311529-25714294b4b0c9cf12500eabf22a6ad6.jpg

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

 

 

 

De Canadese dichteres en schrijfster Dionne Brand werd geboren op 7 januari 1953 op Trinidad. Zie ook alle tags voor Dionne Brand op dit blog.

 

XIV i

 

I know you don’t like poems, especially mine

and especially since mine never get told when

you need them, and I know that I live some

inner life that thinks it’s living outside but

isn’t and only wakes up when something knocks

too hard and when something is gone as if gazing

up the road I miss the bus and wave a poem at

its shadow. But bus and shadow exist all the same

and I’ll send you more poems even if they arrive

late. What stops us from meeting at this place

and imagining ourselves big as the world and broad

enough to take it in and grow ancient is fear and

our carelessness, and standing in the thrall

of the wicked place we live in and not seeing

a way out all the time and never clearly all at once

and not at the same time and abandoning each other

to chance and small decisions, but if I ever thought

that I could never recover the thought struggling

to live through my imperfect mouth and life and way,

if I thought that I could do nothing about the world

then . . . well, and we’ve hung on to old hurts as if

that was all there was and as if no amount of sadness

would be enough for our old, insistent,

not becoming selves; and as if sadness should not end,

so for this I’ll send you more poems even if they

only wave and even if I only look up late to see

your shadow rushing by.

 

 

 1311529-d15871becf100970a9dec3852658ca8b.jpg

Dionne Brand (Trinidad, 7 januari 1953)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, bloemlezer Henk van Zuiden werd geboren in Apeldoorn op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Henk van Zuiden op dit blog.

 

 

Dag mevrouw spreeuw

 

Sorry dat ik uw nest verstoor.
Bent u alleen thuis?
U kunt beter even gaan zitten.
Er heeft vanochtend een ongeval
plaatsgevonden waarbij iemand
betrokken was die mogelijk van
uw familie is.
Hij droeg dit briefje bij zich.
Kent u het zangschrift?
Zou u nu met ons mee kunnen,
om te kijken of de veren
her en der, misschien-
Nee het lijfje , nee,
maar wel een vleugel, of dat,
wat vliegen mogelijk maakte.

II


Zeer tot onze spijt.
Dit gebeurt nu dagelijks.
Ze kijken niet meer uit waar ze
vliegen, zien ze een vertrouwde
vlucht aan overkant, dan vergeten
ze jachtige broodmensen.
Wat wij nu graag zouden willen
weten of spreeuwtje met ruzie
is weggevlogen, of hij misschien
ongelukkig was, het zou
namelijk ook een wanhoopsduik
geweest kunnen zijn.
Ik zeg met nadruk kunnen zijn.
Al hebben we een licht vermoeden
dat hij slachtoffer is geworden van
metalen pletvogel.

Wel, kop op vrouwtje,
er is nog lente genoeg,
laat uw vleugels niet hangen,
u kunt toch aan nieuw
nest beginnen?

 

 

 1311529-2a6bb59792379ce2ddedfb0929924627.jpg

Henk van Zuiden (Apeldoorn, 7 januari 1951)

 

 

 

 

De Indiase schrijfster en columniste Shobhaa Dé werd geboren op 7 januari 1947 in Maharashtra. Zie ook alle tags voor Shobhaa Dé op dit blog.

 

Uit: Sethji

 

“Amrita swiftly shut the door behind her after making sure the room was empty. Sethji looked at his beautiful daughter-in-law and touched her upper arm lightly. She reminded him of the lotus blossoms that she daily offered to the marble goddesses in the family temple in the courtyard. Amrita had obviously left her puja halfway this morning. Sethji inhaled deeply. Amrita exuded such a special fragrance, he could recognise it anywhere. He shut his eyes briefly and the image of her naked body flashed before him. He didn’t want her to break the spell. Sethji reached out in an attempt to enfold her in his arms. The heady aroma of sandalwood paste, rose petals, joss sticks, pure ghee, incense and kumkum filled the room. Amrita looked like the goddesses she worshipped so faithfully at dawn each day.

She was clad in a freshly starched white sari with tiny embroidered rosebuds scattered over it. As always, the neckline of her choli was low and deep. The cut so impeccable she didn’t require a bra to hold her shapely breasts in position. Sethji yearned to pull her on to the bed in the corner of the room. She appeared so chaste with her long and lustrous hair covering half her back, the parting in her hair filled with sindoor, the keys to various cupboards and the heavy iron tijori of the house anchored at her narrow waist in a heavy silver bunch. Sethji imagined Amrita’s ankles which were always hidden from his view. The soft tinkle of the gold anklets she wore always alerted him that she was approaching. He loved the way the ankle bone jutted out provocatively. He loved the arrangement of her toes—especially the way the smallest one looked all twisted up and out of alignment.”

 

 

1311529-e370c3d3eb707f268b3bdfb5184805a8.jpg 

Shobhaa Dé (Maharashtra, 7 januari 1947)

 

 

 

 

De Franse schrijver, historicus en politicus Max Gallo werd geboren in Nice op 7 januari 1932. Zie ook alle tags voor Max Gallo op dit blog.

 

Uit: Napoleon (Vertaald door Manfred Flügge)

 

“Am Dienstag, dem 15. September, wacht er im Morgengrauen nicht minder wütend und besorgt auf. Während er sich ankleidet, hört er sich die Rapporte über die nächtlichen Ereignisse an. Der Basar hat gegen elf Uhr Feuer gefangen. Der von lauter Galerien mit Läden umgebene große Platz ist vollständig zerstört worden, ohne daß man in der Nacht den Brand bekämpfen konnte.Er befragt ausführlich Marschall Mortier und General Durosnel. Ihre Mienen sind von Erschöpfung gezeichnet. Ihre Gesichter und Hände sind noch immer verrußt. Sie hätten keine Pumpen gefunden, erzählen sie. Einwohner und Soldaten hätten die Läden und Häuser geplündert. Zwei weitere Feuersbrünste seien in entlegenen Vororten ausgebrochen.Sollten die Russen es wagen, Moskau in Asche zu legen? Er malt sich einen Augenblick lang diese Möglichkeit aus, weist sie aber von sich. Gewiß haben die Biwakfeuer der Soldaten die Holzhäuser in Brand gesetzt. Neue Patrouillen müssen ausgesandt werden. Marschall Mortier, der die Junge Garde befehligt, wird Durosnel als Gouverneur der Stadt ablösen.Napoleon kann es kaum erwarten, die Stadt zu besichtigen. Aber gleich in den ersten Straßen lassen ihn die Stille und Leere ungehalten und ängstlich werden. Er sieht nur einige Silhouetten hinter den Fensterkreuzen mancher Häuser und torkelnde Männer, die sich beim Nahen der Kavalkade auf und davon machen. Wo sind die Menschenmengen von Mailand, Wien, Berlin?Von ferne sieht er den Kreml. Er gibt seinem Pferd die Sporen, um schneller dorthin zu gelangen. Zum ersten Mal, seit er in Rußland ist, empfindet er ein Gefühl der Befriedigung. Er reitet den Festungsgürtel ab. Er betritt diese Stadt im Herzen der Stadt. Er betrachtet lange die Kirchtürme mit ihren Kuppeln. Er könnte mit der Armee hier im Zentrum des russischen Reiches bleiben.”

 

 

1311529-56628a83f0adadbbf0dc03802e303a68.jpg
Max Gallo (Nice, 7 januari 1932)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:11 Reageer op dit bericht

Sofi Oskanen

De Finse schrijfster.Sofi Oskanen werd geboren in Jyväskylä op 7 januari 1977. Haar vader is van beroep elektricien, haar moeder - een Estische - ingenieur. Oksanen heeft tot nu toe vier romans en twee toneelstukken gepubliceerd. Haar eerste roman Stalinin lehmät (Stalins koeien) is vertaald in het Estisch en Zweeds. Haar derde en bekendste roman Puhdistus (Zuivering) is gebaseerd op haar gelijknamige toneelstuk. Met deze roman won ze in 2008 de Finlandiaprijs, in 2009 de Runebergprijs en in 2010 de Literatuurprijs van de Noordse Raad en de Prix du roman FNAC. Evenals Zuivering speelt haar vierde roman, Kun kyyhkyset katosivat (Als de duiven verdwijnen), zich af in Estland. Beide laatste romans werden ook in het Nederlands vertaald, respectievelijk in 2009 en 2013. Zuivering is medio 2013 inmiddels in 38 talen verschenen. Oksanen noemt zichzelf biseksueel en heeft eetstoornissen gehad.

 

Uit: Zuivering (Vertaald door Marja-Leena Hellings)

 

“Aliide Truu staarde naar de vlieg en de vlieg staarde terug. Zijn ogen puilden uit en Aliide walgde van hem. Een aasvlieg. Zeldzaam groot en luidruchtig en er voornamelijk op uit om eieren te leggen. Hij wachtte de gelegenheid af om naar de keuken te kunnen vliegen en wreef zijn vleugels en poten aan het gordijn van de kamer alsof hij zich gereed maakte voor de maaltijd. Op vlees was hij uit, op vlees en op niets anders. De marmelades en alle andere geconserveerde etenswaren waren veilig voor hem, maar het vlees niet. De keukendeur was dicht. De vlieg wachtte. Hij wachtte net zo lang tot Aliide er genoeg van had om in de kamer jacht op hem te maken, weg zou gaan en de keukendeur zou openen. De vliegenmepper klapte op het gordijn van de kamer. Het gordijn bewoog, de kantbloemen kreukelden en de winteranjers flitsten op achter het glas, maar de vlieg ontkwam en landde op de vensterruit om daar op de juiste hoogte boven Aliides hoofd te trippelen. Geduld! Dat had Aliide nu nodig om de vlieg op zijn plek te houden.
De vlieg had haar die ochtend gewekt door achteloos over haar voorhoofdsrimpels te wandelen alsof hij op een weg liep, arrogant en provocerend. Ze had de deken opzij gesmeten en was snel opgestaan om de keukendeur dicht te doen; de vlieg was nog niet zo slim geweest om daardoorheen te ontsnappen. Stom was hij. Stom en weerzinwekkend.
Aliide had de houten steel van de mepper, die glad geworden was, stevig vast en haalde opnieuw uit. Het gescheurde leer van de vliegenmepper klapte tegen het glas, dat trilde, de gordijnklemmen rinkelden en de katoenen draad die de gordijnen achter de plank bij elkaar hield bewoog heen en weer, maar de vlieg ontkwam en het was alsof hij haar uitlachte. Ondanks dat ze al meer dan een uur bezig was om op hem te jagen, was hij haar steeds te slim af geweest, en nu vloog hij vettig zoemend in de buurt van het plafond. Een walgelijke, op de vuilnishoop groot geworden aasvlieg. Ze zou hem nog wel krijgen.”

 

 

1463485-0fdb8aa0c5a9b27e2302ef7c038b0eb8.jpg 

Sofi Oskanen (Jyväskylä, 7 januari 1977)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Die heiligen drei Könige (Rainer Maria Rilke)


Bij het feest van Driekoningen

 

 

 

1310572-6739a9facd6d46257e13996cb949f9c5.jpg 

Aanbidding door de Heilige Drie Koningen, Bartholomäus Bruyn de Oude, rond 1501/1550

 

 

 

Die heiligen drei Könige

Legende

 

Einst als am Saum der Wüsten sich
auftat die Hand des Herrn
wie eine Frucht, die sommerlich
verkündet ihren Kern,
da war ein Wunder: Fern
erkannten und begrüßten sich
drei Könige und ein Stern.

 

Drei Könige von Unterwegs
und der Stern Überall,
die zogen alle (überlegs!)
so rechts ein Rex und links ein Rex
zu einem stillen Stall.

 

Was brachten die nicht alles mit
zum Stall von Bethlehem!
Weithin erklirrte jeder Schritt,
und der auf einem Rappen ritt,
saß samten und bequem.
Und der zu seiner Rechten ging,
der war ein goldner Mann,
und der zu seiner Linken fing
mit Schwung und Schwing
und Klang und Kling
aus einem runden Silberding,
das wiegend und in Ringen hing,
ganz blau zu rauchen an.
Da lachte der Stern Überall
so seltsam über sie,
und lief voraus und stand am Stall
und sagte zu Marie:

 

Da bring ich eine Wanderschaft
aus vieler Fremde her.
Drei Könige mit Magenkraft

von Gold und Topas schwer
und dunkel, tumb und heidenhaft, -
erschrick mir nicht zu sehr.
Sie haben alle drei zuhaus
zwölf Töchter, keinen Sohn,
so bitten sie sich deinen aus
als Sonne ihres Himmelblaus
und Trost für ihren Thron.
Doch musst du nicht gleich glauben: bloß
ein Funkelfürst und Heidenscheich
sei deines Sohnes Los.
Bedenk, der Weg ist groß.
Sie wandern lange, Hirten gleich,
inzwischen fällt ihr reifes Reich
weiß Gott wem in den Schoß.
Und während hier, wie Westwind warm,
der Ochs ihr Ohr umschnaubt,
sind sie vielleicht schon alle arm
und so wie ohne Haupt.
Drum mach mit deinem Lächeln licht
die Wirrnis, die sie sind,
und wende du dein Angesicht

nach Aufgang und dein Kind;
dort liegt in blauen Linien,
was jeder dir verließ:
Smaragda und Rubinien
und die Tale von Türkis.

 


 1310572-247800fec0e930c88fddbd249772417c.jpg

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Rilke werd geboren in Praag

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:21 Reageer op dit bericht

Khalil Gibran, Hester Knibbe, Romain Sardou, Carl Sandburg, Jens Johler, Idris Davies

De Libanese dichter en romanschrijver Khalil Gibran werd geboren op 6 januari 1883 in Bischarri. Zie ook alle tags voor Khalil Gibran op dit blog.

 

 

Over het Huwelijk

 

Toen sprak Almitra opnieuw en zei:

En wat kun je ons zeggen over het huwelijk?

En hij antwoordde:

Tezamen werd je geboren, en tezamen zul je voor immer zijn.

Jij zult tezamen zijn, als de witte vleugelen van de dood je dagen verstrooien.

Ja, je zult zelfs tezamen zijn in Gods stille herinnering.

Maar laten er tussenruimten zijn in je tezamenzijn.

Laat de winden des hemels tussen je dansen.

 

Hebt elkander lief, maar maakt van de liefde geen band:

laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van je zielen.

Vult elkanders bekers, maar drinkt niet uit dezelfde beker.

Geeft elkander van je brood, maar eet niet van hetzelfde stuk.

Zingt en danst tezamen en weest blijde, maar bent ieder alleen,

zoals de snaren van een luit op zichzelf zijn, al doortrilt hen dezelfde muziek.

Geef je harten, maar geef ze niet aan elkander in bewaring.

Want alleen de hand des levens kan je harten bevatten.

En staat tezamen, maar niet te dicht bijeen:

want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf,

en de eik en de cypres groeien niet in elkanders schaduw.

 

 

 1310570-69241d7f2e8398918974af7ba6ecce55.jpg

Khalil Gibran (6 januari 1883– 10 april 1931)

Zelfportet, rond 1911

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

 

Badjongen van Yiannaki

 

Wat hij ook twintig winters is geweest,
nu is hij heer en meester van het bad,
schoont tafels, zet de stoelen recht, veegt
blad. Maar dat is nog het minst.

Zijn werkelijke taak ligt hogerop: hij jaagt
de vogels naar het zwerk, wijst met gestrekte
arm de berg terug, de zon terecht, terwijl
een rilling door zijn lijf heen trekt.

Zo nu en dan stampt hij de aarde aan
die onder tegels is gelegd, strijkt vloeiend
alle water pas of trekt het bij de hoeken
strak. Zo blijft de wereld hier intact en vlak.

 

 

 

Vannacht

 

Vannacht twee kinderen gered.
Ze lagen onder dun zwart ijs;
de een zag grijs, de ander blauw.
Ik heb ze op het gras gelegd,
dat hard onder mijn voeten brak,
hun lijfjes droog en warm gewreven
en ze mijn adem ingeblazen.

Daarna de ochtend ingekeken,
die lauw over het water lag,
een mouwloos T-shirt aangedaan,
wat grassen in een vaas geschikt,
twee kinderen uit hun slaap gevist.

 

 

 

 1310570-f62fe65e6c20ad7e091615b6231cabb4.jpg

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Romain Sardou werd geboren op 6 januari 1974 in Boulogne-Billancourt. Zie ook alle tags voor Romain Sardou op dit blog.

 

Uit: Délivrez-nous du mal

 

“En ce 12 décembre 1287, cela ferait bientôt neuf mois que le trône du pape était vacant ; les cardinaux électeurs réunis en conclave ne parvenaient pas à s’entendre sur le nom du successeur d’Honorius IV, mort au mois d’avril.
Cette absence prolongée de souverain pontife à Rome n’était pas un phénomène rare. Dans le passé, des "interrègnes" de ce type avaient parfois duré trois années et plus. Les destinées de l’Église tombaient alors aux mains d’un collège restreint de membres de la curie qui expédiaient les affaires courantes dans l’attente de l’élection.

Ce collège était régi par le grand chancelier et maître du sacré palais, Artémidore de Broca. Connu dans sa jeunesse sous le nom d’Aures de Brayac, soldat émérite de la septième croisade, aujourd’hui âgé de plus de quatre-vingts ans, le vieux cardinal appartenait à la chancellerie du Latran depuis 1249. Dans l’intervalle, il s’était plu à devenir le confidentissime de onze papes, sans que jamais son empire sur la curie soit remis en question.
Ce fils de boucher, fou d’orgueil, pétri de ruse et de patience, se fiant uniquement à son propre génie, était reconnu pour être l’« homme fort » des interrègnes, il cumulait six années complètes où Rome, publiquement privée de chef, s’était trouvée sous sa seule domination.
Tous prétendaient qu’il avait maintes fois refusé de ceindre la tiare papale ; cela en disait long sur le poids qu’il accordait à son titre de chancelier et à sa conviction éprouvée de détenir le véritable pouvoir à Rome.”


1310570-84907c4f93ddf90b8aa234beb86264fc.jpg
Romain Sardou (Boulogne-Billancourt, 6 januari 1974)




 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Young Sea

 

The sea is never still.
It pounds on the shore
Restless as a young heart,
Hunting.

The sea speaks
And only the stormy hearts
Know what it says:
It is the face
of a rough mother speaking.

The sea is young.
One storm cleans all the hoar
And loosens the age of it.
I hear it laughing, reckless.

They love the sea,
Men who ride on it
And know they will die
Under the salt of it

Let only the young come,
Says the sea.

Let them kiss my face
And hear me.
I am the last word
And I tell
Where storms and stars come from.

 

 

Two Neighbors

 

Faces of two eternities keep looking at me.
One is Omar Khayam and the red stuff
wherein men forget yesterday and to-morrow
and remember only the voices and songs,
the stories, newspapers and fights of today.
One is Louis Cornaro and a slim trick
of slow, short meals across slow, short years,
letting Death open the door only in slow, short inches.
I have a neighbor who swears by Omar.
I have a neighbor who swears by Cornaro.
Both are happy.
Faces of two eternities keep looking at me.
Let them look.

 

 1310570-3414efdc49db1c525fdbab1ca5bc5ae9.jpg

Carl Sandburg (6 januari 1878 - 22 juli 1967)
Met zijn kleinzoon, ca. 1945

 

 

  

 

De Duitse schrijver Jens Johler werd geboren op 6 januari 1944 in Neumünster. Zie ook alle tags voor Jens Johler op dit blog.

 

Uit: Gottes Gehirn

 

"Der reinste Dschungel", sagte Jane, als sie am nächsten Morgen in den schmalen, asphaltierten Waldweg einbogen, den Behrman ihnen beschrieben hatte. Ein Lieferwagen kam ihnen entgegen, offenbar von einer Installationsfirma. Dahinter fuhr ein schwarzer Dodge mit verdunkelten Scheiben. "Ziemlich viel Verkehr hier", sagte Jane, "findest du nicht?"
   Die asphaltierte Strecke mündete nach einer Weile in einen löchrigen Feldweg. Links und rechts des Weges standen alte Bäume, deren Zwischenräume von Gestrüpp überwuchert waren.
   "Walden Two", sagte Troller.
   "Walden who?"
   "Thoreau. Der Urvater der amerikanischen Zurück-zur-Natur-Freaks. Er hat in einer ähnlichen Umgebung ein spektakuläres Experiment versucht, das er in seinem berühmten Tagebuch mit dem Titel Walden Two beschrieben hat. Millionen Amerikaner träumen noch heute von so einem einfachen Leben. Und das, obwohl die Sache schon im vorletzten Jahrhundert stattfand."
   "Also ein Selbstversuch."
   "Ja. Thoreau hat ein Jahr lang auf einem kleinen Stück Land ohne Hilfe von außen gelebt und versucht, sich fast vollständig selbst zu versorgen. Er wollte beweisen, dass der Weg der Zivilisation nicht zwangsläufig ist, dass man sich der industriellen Lebensweise auch verweigern kann. Die wahre Freiheit bestand für ihn darin, im Einklang mit der Natur zu leben."
   "Klingt ziemlich anstrengend und unbequem", sagte Jane.
   "Behrman liebt das Experiment" sagte Troller. Er erinnerte sich an sein Gespräch mit ihm auf dem Einstein-Forum und die anschließende Session. Auf seine Art war er auch ein merkwürdiger Kauz, aber ein origineller, der immer gut war für überraschende Ideen.
   Am Ende des Weges, der in eine Lichtung einbog, stand ein Blockhaus, das aus rohen Baumstämmen zusammengefügt war und zu dem eine Stromleitung hinführte.
   "Von wegen Walden Two", sagte Jane.

 

 

 1310570-378d1e63e55f19438d2d6e7dec8c4a87.jpg

Jens Johler (Neumünster, 6 januari 1944)

 

 

 


De Britse dichter
Idris Davies werd geboren op 6 januari 1905 in Rhymney, Monmouthshire. Zie ook alle tags voor Idris Davies op dit blog.

 

 

Morning Comes Again

Morning comes again to wake the valleys
And hooters shriek and waggons move again,
And on the hills the heavy clouds hang low,
And warm unwilling thighs crawl slowly
Out of half a million ruffled beds.
Mrs Jones' little shop will soon be open
To catch the kiddies on the way to school,
And the cemetery gates will chuckle to the cemetery-keeper,
And the Labour Exchange will meet the servant with a frown.

Morning comes again, the inevitable morning
Full of the threadbare jokes, the conventional crimes,
Morning comes again, a grey-eyed enemy of glamour,
With the sparrows twittering and gossips full of malice,
With the colourless backyards and the morning papers,
The unemployed scratching for coal on the tips,
The fat little grocer and his praise for Mr Chamberlain,
The vicar and his sharp short cough for Bernard Shaw,
And the colliery-manager's wife behind her pet geranium
Snubbing the whole damn lot!

 

 

 1310570-c3468a20737f3c50e7157aacd29411bc.jpg

Idris Davies (6 januari 1905 – 6 april 1953)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:18 Reageer op dit bericht

E. L. Doctorow, Anja Meulenbelt, Joachim Specht, Astrid Gehlhoff-Claes, Günter Görlich, Ivan Olbracht

De Amerikaanse schrijver Edgar Laurence Doctorow werd geboren op 6 januari 1931 in New York. Zie ook alle tags voor E. L. Doctorow op dit blog.

 

Uit: City Of God

 

“She wears no makeup, goes unjeweled, and arrives habitually underdressed in the simplest of outfits for an evening, her hair almost too casually pinned or arranged, as if hastily done up at the last minute for whatever black-tie dinner she has been dragged to by her husband.
Her quiet mien is what I noticed the first time I met her-as if she were thinking of something else, as if she is somewhere else in all our distinguished surroundings. Because she did not demand attention and was apparently without a profession of her own, she could seem entirely ordinary among the knockout women around her. Yet she was always the object of their not quite disguisable admiration.
A slender, long-waisted figure. Fine cheekbones and dark brown eyes. The mouth is generous, the complexion an even ecru paleness that, unblemished by any variation, seems dispensed over her face as if by lighting. This Slavic evenness, particularly at her forehead under the pinned slant of hair, may account at least in part for the reigning calmness I have always felt from her.
She nodded, smiled, with a clear direct look into my eyes, and took her place at the table with that quietness of being, the settledness of her that I find so alluring.
Things went well. Let me entertain you.... I spoke my lines trippingly on the tongue. She was responsive, appreciative in her quiet way. On my third glass of Bordeaux, I thought, under cover of the surrounding conversations, I should take my chances. My confession drew from her an appreciative and noncommittal merriment. But then color rose to her cheeks and she stopped laughing and glanced for a moment at her husband, who sat at the next table. She picked up her fork and with lowered eyes attended to her dinner. Characteristically, her blouse had fallen open at the unsecured top button. It was apparent she wore nothing underneath. Yet I found it impossible to imagine her having an affair, and grew gloomy and even a bit ashamed of myself. I wondered bitterly if she elevated the moral nature of every man around her.”

 

 

 1310565-425e41fa0563aeae85ae156babf21935.jpg

E. L. Doctorow (New York, 6 januari 1931)





De Nederlandse schrijfster, publiciste, feministe en politica Anja Meulenbelt werd geboren in Utrecht op 6 januari 1945. Zie ook alle tags voor Anja Meulenbelt op dit blog.

 

Uit: De schaamte voorbij

 

“Ik heb haast. Nu voor mezelf duidelijk is dat ik besloten heb een boek te schrijven (wanneer was dat, in mijn slaap, zoals veel beslissingen 's morgens genomen blijken te zijn) dringen de flarden zich aan me op en houden me wakker.

Ik wil ze pakken voordat ze vervliegen of zich vastzetten als anekdotes, staties als vakantiedia's die na drie keer kijken geen emoties meer wekken.

Taal, mijn probleem is taal, het is niet mijn taal. Ik zou in kleuren moeten kunnen schrijven of in woordloze geluiden. De flarden die ik vind tussen boodschappenlijstjes en aantekeningen staan ver van me af, of zijn zo dichtbij dat ik me geneer. Emoties die te sentimenteel lijken of te dramaties als ze in letters op papier staan. Liefde. Pijn. Woorden die vlak worden, of zakelijk, of hard. Kut. Vagina. Orgasme. Niet mijn taal, maar ik heb nog geen andere.

 Mijn ervaringen wil ik vangen. Die van vroeger, die van nu. Naarmate de ervaringen dichterbij komen in de tijd zijn ze moeilijker te beschrijven. Betekenissen zijn veranderd. Relaties zijn niet meer de relaties van vroeger. Ik weet niet meer wat seksualiteit is. Ik heb geen termen meer voor de mensen om me heen. Zinloos geworden benamingen: mijn man, mijn vriendin. Onderscheidingen die niet meer kloppen. Werk. Ik werk altijd. Ik werk nooit niet. Een ander woord voor leven.”

 

 

 1310565-3e4f7463886f381209d3137beba9c976.jpg

Anja Meulenbelt (Utrecht, 6 januari 1945)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Joachim Specht werd geboren op 6 januari 1931 in Weinböhla/Kreis Meißen. Zie ook alle tags voor Joachim Specht op dit blog.

 

Uit: Das Engelchen über mir

 

“Ich kletterte zwischen den Trümmern umher, landete auf dem Altmarkt, hielt mir die Nase zu, mir war elend vom Gestank, da erkannte ich an den verkohlten Baumstümpfen den Hinterhof meiner Schule. Die Notausstiege gähnten schwarz, aus den Sandsteinhalden ragten Schornsteine dünn empor. Ich fand den Mut, in den Schulkeller zu steigen. Im Licht der Streichhölzer entdeckte ich außer Gepäckstücken nichts. Offenbar hatte man die Kameraden durch den freigeschaufelten Einstieg herausgeholt.Vielleicht lebten sie noch? Herr Löbner führte vor einer Woche die Schlafsaalaufsicht, ihm traute ich das zu.
Draußen bekam ich Ärger. „Was tust du da? Du plünderst wohl? Im Schweizerviertel sitzt schon einer mit einem Schild vor dem Bauch!“ Ich wies mich aus, und der Pionierfeldwebel gab mir das Papier zurück. „Hier lebt keiner mehr, aber nun verschwinde, dalli, wir sprengen gleich Blindgänger.“ Ich verließ das Kommando in Eile und fühlte mich irgendwie befreit. Rohrstock und WHW-Büchse waren verbrannt, mein Obst durfte ich allein essen, alles erledigt, Beten, Schulfraß, Kleingeld, Schulgeld, keine Angst mehr vor der Schlafsaalaufsicht, die heimlich heranschlich und die Bettdecken wegzog, um uns beim nächtlichen Obolus zu überraschen. Vorbei mit der Kopfleere, nichts würde meinen Sinn trüben, alle Ängste waren verbrannt – hier lebte ja keiner mehr, der Feldwebel musste es wissen.
Als ich zum Platz hinabkletterte, hielt mir einer seine Hand hin, er wollte hinauf auf die Trümmer. Ich muss ihn entsetzt angestarrt haben, jedenfalls fing sich Herr Löbner zuerst und schlug mir wie seinesgleichen auf die Schulter. „Menschenskinder, Kränkel, du lebst ja noch, ist ja großartig, wie bist du denn herausgekommen, du warst doch Melder ...“ Er merkte, dass meine Stimme so heiser war, dass ich kaum antworten konnte, und befahl mir zu warten. Er wollte im Schulkeller etwas suchen. „Wir machen in Radebeul weiter“, hörte ich noch von oben, „die meisten sind wohlauf ...“

 

 

 1310565-3763555e748378d0de2ddf269616b8d8.jpg

Joachim Specht (Weinböhla, 6 januari 1931)

Weinböhla

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Astrid Gehlhoff-Claes werd geboren op 6 januari 1928 in Leverkusen. Zie ook alle tags voor  Astrid Gehlhoff-Claes op dit blog.

 

Uit: Inseln der Erinnerung

 

“Über den Steg am Heiligenhäuschen blicken wir zum Deich. Wir sehen die Schiffe. Sechs nacheinander, lange Laster, tief ins Wasser gedrückt von der Schwere der Fracht. Manchmal ein Fährschiff, leicht, selten ein Segelboot. Selten ein Mensch an Deck, manchmal ein Hund im Käfig. Und schnell vorbei.

Ich lasse Noah frei, wenn er an der Hecke die Obdachlosen begrüßt. Er leckt ihre Stirnen, die Augen, was aus den Vermummungen lugt. Sie öffnen sie nicht, sie lächeln, sie heben eine Hand. Ich setze Tee hin mit Rum, eine Kanne. Ich lasse Noah frei, er schießt zum Deich. Schafe, der Schäfer winkt. Neue Bilder, friedlich, die Herde vor dem Fluß. Noah, wedelnd, vom Schäferhund geduldet, ein paar Schafe zurücktreibend vom Deich. Stare auffliegend, sie picken von den Rücken der Schafe die Zecken weg. Der Schäfer winkt, er weiß: Ich schütte den Schafen, die erst hier im April gebären, einen Sherry ins Wasser, damit sie sie nicht so spüren, die Wehen. Die Schmerzen der Schafschur, der Schlachtung nahm ich ihnen nicht; ich sah sie, auf Wagen getrieben, sehe es immer, auch wenn ich wie jetzt mich freue, die frühe Sonne fühle, den Wind.

Sie kommt schon ein wenig später, wir sind seit ein paar Tagen vor ihr auf. Wir und die Menschen meiner Straße, die joggen, turnen, mit dem Hund laufen vor Arbeitsbeginn. Ich kenne sie vom Sehen, vom sparsamen Sprechen: über die Hunde, übers Wetter, über die Jahreszeit. Die Namen der Hunde sind klar. Da ist Othello, ein Dalmatiner, vor dem Noah sich nicht fürchtet, weil er ihn kennt. »Er tut nichts«, hat sein Herr bei der ersten Begegnung zu mir gesagt, als Noah zuckte, sich duckte und den Schwanz einzog. Jetzt läuft er auf ihn zu, der kleine Kavalier King Charles, beige-weiß, mit dem langen weißen Schwanz wedelnd vor dem großen Dalmatiner, der freundlich niederblickt.”

 

 

 1310565-ee19399d468f8e4877a751cd53cb8414.jpg

Astrid Gehlhoff-Claes (6 januari 1928 – 1 december 2011)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Günter Görlich werd geboren op 6 januari 1928 in Breslau. Zie ook alle tags voor Günter Görlich op dit blog.

 

Uit: Keine Ferien für Jonas

 

“Jonas hockt im Schneidersitz auf dem Fußboden und betrachtet durch eine Lupe die Briefmarken, die er heute in der Schule getauscht hat.

Den Radiorecorder hat er nicht eingeschaltet. So hört er das Telefon. Mama ermahnte ihn stets: "Sei nicht so faul. Geh' ran, wenn´s läutet."

Das grüne Telefon steht im Flur, und Jonas nimmt den Hörer ab.

"Ist dort Lorenz?" fragt eine Frauenstimme.

"Hier ist Jonas Lorenz", sagt der Junge.

"Hier ist das Städtische Krankenhaus. Ich möchte Frau Lorenz sprechen", sagt die Frau.

"Mama ist nicht zu Hause", antwortet Jonas, "sie ist in ihrer Apotheke."

"Also hör zu, Jonas", die Frau spricht ganz ruhig, "deine Mama soll sofort hier anrufen. Städtisches Krankenhaus."

"Warum denn?"

"Dein Vater ist hier. Du mußt ihr sofort Bescheid sagen. Hörst du? Schreib dir unsere Nummer auf: 73982." Jonas sucht Stift und Block und murmelt: "73982. Mama soll gleich anrufen."

"So ist es richtig", sagt die Frau.

Der Junge hört im Telefon das Heulen der Sirene eines Rettungsautos. Er läßt den Hörer auf die Gabel fallen. Papa im Krankenhaus? Was ist passiert? Jonas springt die Treppen hinab, rennt über den Hof. Hier hat er Papa noch vor kurzem gesehen. Er war früher von der Arbeit gekommen, wie immer am Freitag. Jonas bewunderte gerade Mikes neues Fahrrad.... .”

 

 

 1310565-13c1b2c48a025ae4a002c5f78a6d25e5.jpg

Günter Görlich (6 januari 1928 – 14 juli 2010)

Cover 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver, journalist en vertaler Ivan Olbracht (eig. Kamil Zeman) werd geboren op 6 januari 1882 in Semily. Zie ook alle tags voor Ivan Olbracht op dit blog.

 

Uit: Anna (Vertaald door Otto Katz)

 

“Fräulein Dadla lachte auf. Lustig und nett. Fast so nett, wie Anna mit ihren Mitschülerinnen in der Schule gelacht hatte.
„Willst du?" sagte sie und wieder klang es, als ob das eine Kameradin aus der Dorfschule sagte. Sie öffnete die Schublade des Nachttisches und zog eine Tafel Schokolade hervor. Sie brach ein Stück ab und gab es Anna: „Da hast du, lass es dir königlich schmecken!"
„Vergelt's Gott! Küss die Hand!" stotterte die überraschte Anna dankbar hervor.
„Na, Sie können gehen, Anna!" Aber das war nicht mehr die Kameradin aus der anderen Klasse, sondern das gnädige Fräulein, das gewohnt ist, zu befehlen.
Anna wusch in der Küche das Geschirr, stellte es auf den Bord, — und Frau Baumeistersgattin Rubesch kam noch dreimal, um sich sie anzusehen. Dann ging Anna schlafen. In die Kammer neben dem Badezimmer, deren langes, schmales Fenster mit dem Gitterwerk auf den Gang hinausging. Die Kammer war klein, viereinhalb Schritt im Geviert, aber sie war frisch geweißt und hatte oben an der Decke eine elektrische Lampe. Wenn Anna nicht durch die Eindrücke des Tages so erschöpft gewesen wäre, hätte es ihr sicherlich hier gefallen. Aber ihre Leiden waren noch nicht zu Ende.
Sie setzte sich auf den Bettrand und begann gehorsam die Zeitungsausschnitte zu lesen, die ihr Frau Rubesch gebracht hatte. Diese Zeitungsausschnitte waren voller Schrecken, Gespenster und Blut. Und in allen wurden Dienstmädchen betrogen, beraubt, ermordet, — Graus über Graus!
In Paris lebte Landru, oh, ein leibhaftiger Teufel mit dem Gesicht eines hübschen Mannes. Der lockte Mädchen in seine Villa, um sie dort zu ermorden und ihre zerschnittenen Leichen im Ofen zu verbrennen.”

 

 

1310565-3b5b58f365e497242608cb0897d3acec.jpg
Ivan Olbracht (6 januari 1882 – 20 december 1952)

In 1929

Geschreven door Romenu om 12:10 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten