Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 7 januari 2013 tot 8 januari 2013

Juan Marsé, Waldtraut Lewin, Gaston Miron, Ko Un, Béla Zsolt

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

 

Uit: De laatste middagen met Teresa (Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu)

 

“Maruja mompelde een verontschuldiging en wilde juist naar binnen gaan, toen de Piechemapart zich omdraaide en haar met zijn handen in zijn zakken, een brutale uitdrukking op zijn gezicht en een hooghartige blik in zijn ogen, beval even te wachten. De jongen liep langzaam naar het hek, bleef daar staan, sloeg de dikke sjaal die hij al om had met een soort klap nog een keer om zijn nek, en keek Teresa aan. Nou, vroeg hij, waar was al die haast helemaal voor nodig, staat het huis soms in brand? Meteen hierna maakte hij zijn eerste vergissing: als ze zo’n haast hadden, zei hij, moest de kokkin het eten maar opdienen. De zelfverzekerdheid, die licht was aangezet door mannelijke trots waardoor het nog duidelijker was dat het nergens op sloeg, en de ernst waarmee hij dit zei maakte dat Teresa in lachen uitbarstte. Het was een heldere, lieve, spontane, totaal niet spottende, eerder solidaire lach, maar wel een die – zoals hij zelf ook besefte – verschrikkelijk groot gelijk had. Met een verward gezicht wendde de Murciaan zijn blik van Teresa af en mompelde: ‘Ik zou weleens willen weten waarom dat stomme mens zo moet lachen.’

(…)

 

“Misschien kwam het doordat hij, zoals elk jaar wanneer de zomer aanbrak, met zijn bijzonder gevoelige neus de wijdverbreide, collectieve geluksneurose registreerde, evenals de schitterende faam van het geld, die zich als goudkleurige honing overal verspreidt tot in de meest afgesloten terreinen langs onze Middellandse Zeekust, en die in het zonnegeweld zweeft als een kiem van waarachtig leven, en soms, in bijzondere warme nachten waar geen einde aan lijkt te komen, doordringt in het bloed, zoals alcohol.”

 

 

 1312191-78dcb53bf3f75b0cf7d9ce3a551efbcf.jpg

Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

 

Uit: Valadas versinkende Gärten

 

“Valada bint al Mustakfí.

Ich bin das einzige Kind des Kalifen Muhammad des Dritten, des vorletzten Herrschers aus jenem Geschlecht, das Cordoba zweihundert Jahre lang mit allen Segnungen des Friedens, mit Wohlstand, Glück und Lebensfreude, mit schöner Lebensart, mit Wissenschaften und Künsten beschenkt hat.

Sollte ich mich nicht damit zufrieden geben?

In dieser meiner Stadt, in Cordoba, gibt es keine Person, die so frei und so geachtet ist wie ich – Nachkommin großer Ahnen.

Vor dreihundert Jahren, also genau im Jahr 134 nach der Hedschra des Propheten, dem Gesegneten Allahs, wurde mein nobler Ahnherr, ein Nachfahre Mohammeds und somit der rechtmäßige Kalif, in dies gesegnete Land Al Andalus verschlagen – der einzige Überlebende unserer stolzen Dynastie, der

Omayaden, nachdem alle anderen Mitglieder meines Hauses von unseren Rivalen, den Abbasiden, in Bagdad niedergemetzelt worden waren. Man lud sie zu einem Versöhnungsfest ein und ermordete sie dort.

Diesem meinem Vorfahren, Prinz Abd Al Rahman, gelang es, dem Blutbad zu entkommen. Er flüchtete über Syrien nach Afrika, scharte Anhänger um sich und gelangte von dort in dieses Land. Sogleich wurde er mit Jubel von allen Muslimen empfangen, die sich seit einem halben Jahrhundert hier angesiedelt hatten, denn jeder war sich bewusst, dass er die alleinige Leuchte des Islam war und die Abbasiden in Bagdad nur erbärmliche und anmaßende Usurpatoren, widerrechtlich auf dem Thron der Omayaden.”

 

 

 1312191-ed6975c5acd9fcb95bf32c7c0de93dd5.jpg

Waldtraut Lewin (Wernigerode, 8 januari 1937)

 

 

 

 

De Franstalige, Canadese dichter, schrijver en uitgever Gaston Miron werd geboren op 8 januari 1928 in Sainte-Agathe-des-Monts. Zie ook alle tags voor Gaston Miron op dit blog.

 

 

The Damned Canuck

 

We are numerous, silent, rough, jagged and planed down

under the fog of raw sorrows

going to trouble to dive at the stump of woes,

a manger fire in the guts

and the head, good lord,

the head a little at loss at regaining both our hands,

we, by freeze and extreme lassitude caught

 

life’s burning itself out through dead-end tiredness,

life softly toned down, cherishing its lament

with eyes of anguish disguised as naive confidence

with pure water retina on the native mountain

life always at the edge of air

always at the waterline

of world consciousness,

the door knob pulled out

 

jingle, burst open, jingling bells of your entrails,

laugh and celebrate at the cup of your privileges,

great men, maskerading class, who made out of me

that sub-human, suffering grimace of the cro-magnon

that cheap way man, the cheap work man

the damned Canuck

 

only knees, only some jerking move, pour dire

 

 

 

Vertaald door H. L. Sinclair

 

 

 1312191-0f5c61aedc946aee58374d9bfe60e0d6.jpg

Gaston Miron (8. Januar 1928 – 14. Dezember 1996)

 

 

 

 

De Zuidkoreaanse dichter Ko Un werd op 8 januari 1933 (volgens anderen op 1 augustus 1933) in Kunsan geboren. Zie ook alle tags voor Ko Un op dit blog.

 

 

Arrows

 

Transformed into arrows
let's all go, body and soul!
Piercing the air
let's go, body and soul,
with no way of return,
transfixed there,
rotting with the pain of striking home,
never to return.

One last breath! Now, let's quit the string,
throwing away like rags
all we've had for decades
all we've enjoyed for decades
all we've piled up for decades,
happiness,
the lot.
Transformed into arrows
let's all go, body and soul!

The air is shouting! Piercing the air
let's go, body, and soul!
In dark daylight the target is rushing towards us.
Finally, as the target topples
     in a shower of blood,
let's all just once as arrows
     bleed.

Never to return!
Never to return!

Hail, arrows, our nation's arrows!
Hail, Warriors! Spirits of the fallen!

 

 

 

 

Indangsu sea, shine dark blue


Indangsu sea, shine dark blue,
come rising as a cloudlike drumbeat.
The waters, the sailors who know the waters, may know
the dark fate of the world beyond
that lies past the path that sometimes appears,
the weeping of children born into this world,
and the sailors may know my daughter's path.
How can the waters exist without the world beyond?
Full-bodied fear
has now become the most yearned-for thing in the world,
and my daughter's whimpering stillness in the lotus bud will be such;
might love be a bright world and my eyes be plunged in utter darkness?
Daughter, already now the waters' own mother,
advance over the waters,
advance over the waters
like the mists that come dropping over the waters.
My daughter, advance and travel through every world.
Shine dark blue, Indangsu. Weep dark blue.

 

 

 

Vertaald door Brother Anthony

 

 

1312191-92f9287fcc05d9ad9b9f983cf5fa9084.jpg  

Ko Un (Kunsan, 8 januari 1933)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Béla Zsolt werd op 8 januari 1895 geboren in Komárom in het noorden van Hongarije. Zie ook alle tags voor Béla Zsolt op dit blog.

 

Uit: Neun Koffer  (Vertaald door Angelika Máté)

 

“Sie war früher einmal eine sehr schöne Frau, wie die Mütter in der Erinnerung ihrer Söhne so oft. Gefühlsmäßig war sie schamhaft und naiv, doch klug und kritisch, mir gegenüber jedoch gutgläubig, frei von Illusionen, aber was mich betraf, voller Träume. Sie war für mich die Beständigkeit und das kontinuierliche und erprobte Zentrum meiner Gefühlswelt.

(…)

 

Nein von meiner menschlichen Würde habe ich nichts eingebüßt. Wenn Kannibalen zivilisierte Menschen fressen, kann das nur körperlich schmerzen – kann denn der Biß des Stoßzahnes eines Wilden moralischen Schmerz verursachen? Seit sie mich daheim als Juden auf neidische und gierig-tölpelhafte Weise peinigten – zuerst mit ihren Gesetzen, die es auf unser Geld und unsere Freuden der Zivilisation abgesehen hatten, mit Denunzianten und Ermittlern, die sie auf uns ansetzten, und mit ihrer aufgeblasenen, großmäuligen Pressekampagne, dann draußen in Rußland mit Kabeldrähten und Knüppeln – haben mich immer nur die physischen und materiellen Unannehmlichkeiten und Kränkungen gestört und gequält, moralisch oder emotional konnten sie mich nie verletzen.”

 

 

 1312191-c44fe58c4493bf0cfcea5a1e6d2fe222.jpg

Béla Zsolt (8 januari 1895 – 6 februari 1949)
Komárom


Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook
mijn blog van 8 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 19:28 Reageer op dit bericht

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Max Gallo

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

 

Uit: Letter & Geest

 

“Een brein lijkt evenzeer op een bibliotheek. Zoals dit een opbergplaats is voor taal, is de taal zelf weer een opbergplaats voor gewaarwordingen. [...]
Klip klap klip klap klip klap, gaat het jakobsladdertje. Een brein in een brein om een brein is hij, een bibliotheek in een bibliotheek om een bibliotheek, een ondoordringbaar solipsistisch systeem, een huiveringwekkende parodie op Plato's grot, waar de schimmen die je ziet door jezelf geworpen worden, waar niets verwijst naar de zekerheid van transcendente ideeën, noch van de knie die over een straatsteen schaaft, de tong die, uitgesproken, in een kus een andere tong ontmoet. Inderdaad, Van Uffel, er is geen grotere eenzaamheid dan die van de taal.

(…)

 

Mandaat ziet zijn cycloop met teleurgestelde schokjes, snikkend als het ware, ineenkrimpen tot een dwerg, terwijl in het enige oog van de voormalige reus een dikke, heldere traan opwelt, een traan waarin het troosteloze hok een ogenblik binnenstebuiten wordt gekeerd, de tegelwanden de buitenmuren worden van een futuristisch bol gebouwtje, dat dan wordt uitgerekt tot een lange, ijle, naalddunne minaret.

(…)

 

Het [geheugen] is onverstoorbaar in de weer geweest met het schuurpapier der vergetelheid, met plamuur en beits, en wanneer zijn gedachten afdwalen naar al die mensen die hij nooit meer zal zien, tweeënhalf uur nadat hij voor het laatst zijn stoel onder zijn bureau heeft geschoven, merkt hij dat ze getransfigureerd zijn. Ze zijn verheerlijkt. Hij ziet ze als het ware in een kring zitten. Ze houden elkaar hun gezichten toegewend en Mandaat begrijpt dat ze iets met elkaar hebben, iets waar hij nooit bij zal kunnen en dat zich veruiterlijkt in een glimlach die niet slechts in elk van hen is, maar ook tussen en boven hen allen te zamen. [...] Ze vormen een Gemeenschap der Heiligen. Ze maken allen deel uit van hetzelfde Mystieke Lichaam.”         

 

 

 1311529-25714294b4b0c9cf12500eabf22a6ad6.jpg

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

 

 

 

De Canadese dichteres en schrijfster Dionne Brand werd geboren op 7 januari 1953 op Trinidad. Zie ook alle tags voor Dionne Brand op dit blog.

 

XIV i

 

I know you don’t like poems, especially mine

and especially since mine never get told when

you need them, and I know that I live some

inner life that thinks it’s living outside but

isn’t and only wakes up when something knocks

too hard and when something is gone as if gazing

up the road I miss the bus and wave a poem at

its shadow. But bus and shadow exist all the same

and I’ll send you more poems even if they arrive

late. What stops us from meeting at this place

and imagining ourselves big as the world and broad

enough to take it in and grow ancient is fear and

our carelessness, and standing in the thrall

of the wicked place we live in and not seeing

a way out all the time and never clearly all at once

and not at the same time and abandoning each other

to chance and small decisions, but if I ever thought

that I could never recover the thought struggling

to live through my imperfect mouth and life and way,

if I thought that I could do nothing about the world

then . . . well, and we’ve hung on to old hurts as if

that was all there was and as if no amount of sadness

would be enough for our old, insistent,

not becoming selves; and as if sadness should not end,

so for this I’ll send you more poems even if they

only wave and even if I only look up late to see

your shadow rushing by.

 

 

 1311529-d15871becf100970a9dec3852658ca8b.jpg

Dionne Brand (Trinidad, 7 januari 1953)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, bloemlezer Henk van Zuiden werd geboren in Apeldoorn op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Henk van Zuiden op dit blog.

 

 

Dag mevrouw spreeuw

 

Sorry dat ik uw nest verstoor.
Bent u alleen thuis?
U kunt beter even gaan zitten.
Er heeft vanochtend een ongeval
plaatsgevonden waarbij iemand
betrokken was die mogelijk van
uw familie is.
Hij droeg dit briefje bij zich.
Kent u het zangschrift?
Zou u nu met ons mee kunnen,
om te kijken of de veren
her en der, misschien-
Nee het lijfje , nee,
maar wel een vleugel, of dat,
wat vliegen mogelijk maakte.

II


Zeer tot onze spijt.
Dit gebeurt nu dagelijks.
Ze kijken niet meer uit waar ze
vliegen, zien ze een vertrouwde
vlucht aan overkant, dan vergeten
ze jachtige broodmensen.
Wat wij nu graag zouden willen
weten of spreeuwtje met ruzie
is weggevlogen, of hij misschien
ongelukkig was, het zou
namelijk ook een wanhoopsduik
geweest kunnen zijn.
Ik zeg met nadruk kunnen zijn.
Al hebben we een licht vermoeden
dat hij slachtoffer is geworden van
metalen pletvogel.

Wel, kop op vrouwtje,
er is nog lente genoeg,
laat uw vleugels niet hangen,
u kunt toch aan nieuw
nest beginnen?

 

 

 1311529-2a6bb59792379ce2ddedfb0929924627.jpg

Henk van Zuiden (Apeldoorn, 7 januari 1951)

 

 

 

 

De Indiase schrijfster en columniste Shobhaa Dé werd geboren op 7 januari 1947 in Maharashtra. Zie ook alle tags voor Shobhaa Dé op dit blog.

 

Uit: Sethji

 

“Amrita swiftly shut the door behind her after making sure the room was empty. Sethji looked at his beautiful daughter-in-law and touched her upper arm lightly. She reminded him of the lotus blossoms that she daily offered to the marble goddesses in the family temple in the courtyard. Amrita had obviously left her puja halfway this morning. Sethji inhaled deeply. Amrita exuded such a special fragrance, he could recognise it anywhere. He shut his eyes briefly and the image of her naked body flashed before him. He didn’t want her to break the spell. Sethji reached out in an attempt to enfold her in his arms. The heady aroma of sandalwood paste, rose petals, joss sticks, pure ghee, incense and kumkum filled the room. Amrita looked like the goddesses she worshipped so faithfully at dawn each day.

She was clad in a freshly starched white sari with tiny embroidered rosebuds scattered over it. As always, the neckline of her choli was low and deep. The cut so impeccable she didn’t require a bra to hold her shapely breasts in position. Sethji yearned to pull her on to the bed in the corner of the room. She appeared so chaste with her long and lustrous hair covering half her back, the parting in her hair filled with sindoor, the keys to various cupboards and the heavy iron tijori of the house anchored at her narrow waist in a heavy silver bunch. Sethji imagined Amrita’s ankles which were always hidden from his view. The soft tinkle of the gold anklets she wore always alerted him that she was approaching. He loved the way the ankle bone jutted out provocatively. He loved the arrangement of her toes—especially the way the smallest one looked all twisted up and out of alignment.”

 

 

1311529-e370c3d3eb707f268b3bdfb5184805a8.jpg 

Shobhaa Dé (Maharashtra, 7 januari 1947)

 

 

 

 

De Franse schrijver, historicus en politicus Max Gallo werd geboren in Nice op 7 januari 1932. Zie ook alle tags voor Max Gallo op dit blog.

 

Uit: Napoleon (Vertaald door Manfred Flügge)

 

“Am Dienstag, dem 15. September, wacht er im Morgengrauen nicht minder wütend und besorgt auf. Während er sich ankleidet, hört er sich die Rapporte über die nächtlichen Ereignisse an. Der Basar hat gegen elf Uhr Feuer gefangen. Der von lauter Galerien mit Läden umgebene große Platz ist vollständig zerstört worden, ohne daß man in der Nacht den Brand bekämpfen konnte.Er befragt ausführlich Marschall Mortier und General Durosnel. Ihre Mienen sind von Erschöpfung gezeichnet. Ihre Gesichter und Hände sind noch immer verrußt. Sie hätten keine Pumpen gefunden, erzählen sie. Einwohner und Soldaten hätten die Läden und Häuser geplündert. Zwei weitere Feuersbrünste seien in entlegenen Vororten ausgebrochen.Sollten die Russen es wagen, Moskau in Asche zu legen? Er malt sich einen Augenblick lang diese Möglichkeit aus, weist sie aber von sich. Gewiß haben die Biwakfeuer der Soldaten die Holzhäuser in Brand gesetzt. Neue Patrouillen müssen ausgesandt werden. Marschall Mortier, der die Junge Garde befehligt, wird Durosnel als Gouverneur der Stadt ablösen.Napoleon kann es kaum erwarten, die Stadt zu besichtigen. Aber gleich in den ersten Straßen lassen ihn die Stille und Leere ungehalten und ängstlich werden. Er sieht nur einige Silhouetten hinter den Fensterkreuzen mancher Häuser und torkelnde Männer, die sich beim Nahen der Kavalkade auf und davon machen. Wo sind die Menschenmengen von Mailand, Wien, Berlin?Von ferne sieht er den Kreml. Er gibt seinem Pferd die Sporen, um schneller dorthin zu gelangen. Zum ersten Mal, seit er in Rußland ist, empfindet er ein Gefühl der Befriedigung. Er reitet den Festungsgürtel ab. Er betritt diese Stadt im Herzen der Stadt. Er betrachtet lange die Kirchtürme mit ihren Kuppeln. Er könnte mit der Armee hier im Zentrum des russischen Reiches bleiben.”

 

 

1311529-56628a83f0adadbbf0dc03802e303a68.jpg
Max Gallo (Nice, 7 januari 1932)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:11 Reageer op dit bericht

Sofi Oskanen

De Finse schrijfster.Sofi Oskanen werd geboren in Jyväskylä op 7 januari 1977. Haar vader is van beroep elektricien, haar moeder - een Estische - ingenieur. Oksanen heeft tot nu toe vier romans en twee toneelstukken gepubliceerd. Haar eerste roman Stalinin lehmät (Stalins koeien) is vertaald in het Estisch en Zweeds. Haar derde en bekendste roman Puhdistus (Zuivering) is gebaseerd op haar gelijknamige toneelstuk. Met deze roman won ze in 2008 de Finlandiaprijs, in 2009 de Runebergprijs en in 2010 de Literatuurprijs van de Noordse Raad en de Prix du roman FNAC. Evenals Zuivering speelt haar vierde roman, Kun kyyhkyset katosivat (Als de duiven verdwijnen), zich af in Estland. Beide laatste romans werden ook in het Nederlands vertaald, respectievelijk in 2009 en 2013. Zuivering is medio 2013 inmiddels in 38 talen verschenen. Oksanen noemt zichzelf biseksueel en heeft eetstoornissen gehad.

 

Uit: Zuivering (Vertaald door Marja-Leena Hellings)

 

“Aliide Truu staarde naar de vlieg en de vlieg staarde terug. Zijn ogen puilden uit en Aliide walgde van hem. Een aasvlieg. Zeldzaam groot en luidruchtig en er voornamelijk op uit om eieren te leggen. Hij wachtte de gelegenheid af om naar de keuken te kunnen vliegen en wreef zijn vleugels en poten aan het gordijn van de kamer alsof hij zich gereed maakte voor de maaltijd. Op vlees was hij uit, op vlees en op niets anders. De marmelades en alle andere geconserveerde etenswaren waren veilig voor hem, maar het vlees niet. De keukendeur was dicht. De vlieg wachtte. Hij wachtte net zo lang tot Aliide er genoeg van had om in de kamer jacht op hem te maken, weg zou gaan en de keukendeur zou openen. De vliegenmepper klapte op het gordijn van de kamer. Het gordijn bewoog, de kantbloemen kreukelden en de winteranjers flitsten op achter het glas, maar de vlieg ontkwam en landde op de vensterruit om daar op de juiste hoogte boven Aliides hoofd te trippelen. Geduld! Dat had Aliide nu nodig om de vlieg op zijn plek te houden.
De vlieg had haar die ochtend gewekt door achteloos over haar voorhoofdsrimpels te wandelen alsof hij op een weg liep, arrogant en provocerend. Ze had de deken opzij gesmeten en was snel opgestaan om de keukendeur dicht te doen; de vlieg was nog niet zo slim geweest om daardoorheen te ontsnappen. Stom was hij. Stom en weerzinwekkend.
Aliide had de houten steel van de mepper, die glad geworden was, stevig vast en haalde opnieuw uit. Het gescheurde leer van de vliegenmepper klapte tegen het glas, dat trilde, de gordijnklemmen rinkelden en de katoenen draad die de gordijnen achter de plank bij elkaar hield bewoog heen en weer, maar de vlieg ontkwam en het was alsof hij haar uitlachte. Ondanks dat ze al meer dan een uur bezig was om op hem te jagen, was hij haar steeds te slim af geweest, en nu vloog hij vettig zoemend in de buurt van het plafond. Een walgelijke, op de vuilnishoop groot geworden aasvlieg. Ze zou hem nog wel krijgen.”

 

 

1463485-0fdb8aa0c5a9b27e2302ef7c038b0eb8.jpg 

Sofi Oskanen (Jyväskylä, 7 januari 1977)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten