Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 januari 2013 tot 15 januari 2013

F. Springer, Osip Mandelstam, Mihai Eminescu, Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer

De Nederlandse schrijver en diplomaat F. Springer (eig. Carel Jan Schneider) werd geboren in Batavia op 15 januari 1932. Zie ook alle tags voor F. Springer op dit blog.

 

Uit: Over Tarzan, Flash Gordon en andere vroege helden

 

“In 1942 veegden de Japanse legers hardhandig en in de tijd gemeten in een vloek en een zucht de trotse maar ook gezapige kolonie Nederlands-Indië van de kaart. Wij woonden in Bandoeng, toen nog op oudvaderlandse wijze met oe geschreven. Mijn vader was leraar aan het Christelijk Lyceum in die stad. Hij gaf Duits, maar die taal werd op de scholen in Indië al snel na 10 mei 1940 taboe verklaard. Hoewel ook de taal van Goethe en Thomas Mann, diens zelfverklaarde plaatsvervanger op aarde, was Duits voortaan in Indië alleen nog maar de taal van de vijand. Mijn vader werd bijkans van vandaag op morgen hulpdocent Nederlands en gelukkig voor hem was het Lyceum christelijk en hij zelf ook, dus kon hij met godsdienstonderwijs zijn verplicht aantal lesuren halen. Hij was toen 35. Natuurlijk werd hij ook landstormsoldaat - iedere Europese man die in Indië kon lopen en fietsen werd opgeroepen - en vlak voor de komst van de Japanse troepen bombardeerde men hem zelfs nog tot reserve tweede-luitenant van het Kon. Ned. Ind. Leger. Hoewel militaire organisaties waar het dienstplichtigen betreft, vaak uitmunten in het zetten van de verkeerde man op de verkeerde plaats, kreeg mijn vader warempel zinvol en nuttig werk, en wel bij de cryptologische afdeling van het geallieerde hoofdkwartier (Nederlands-Indisch, Brits, Australisch) toen dat, op de terugmars uit Azië - voortgebezemd door de Japanners - enige tijd op Bandoeng bivakkeerde, op nog geen tien minuten van onze straat verwijderd. Daar was mijn vader, samen met anderen, belast met het coderen en decoderen van geheime telegrammen die de geallieerde bevelhebbers ter zee, te land en in de lucht met elkaar wisselden in die eindfase van de strijd om Nederlands-Indië, ach, van de strijd om geheel koloniaal Azië. Ik was trots op mijn vader als ik hem 's morgens op zijn fiets zag wegrijden,

[p. 124]

in zijn groene uniform, kakiputtees om de kuiten, soldatenkistjes aan de voeten, bivakmuts schuin op het hoofd, een revolver op zijn heup bungelend, en een pakje brood onder de snelbinder.”


1317006-14bb9f2a4013ce78747e37e1f400860e.jpg
F. Springer (15 januari 1932 –7 november 2011)

Hier met Adriaan van Dis (l) op de Tokyo International Book Fair in 2000

 

 

 

 

De Russische dichter Osip Mandelstam werd geboren op 15 januari 1891 in Warschau. Zie ook alle tags voor Osip Mandelstam op dit blog.

 

 

 

Tederder dan teder

je lief gelaat,

breekbaarder dan breekbaar

je bleke hand,

ver van heel de wereld

houd jij je staand,

en hoe je bent

viel niet af te wenden.

 .

Ook niet af te wenden

is je verdriet,

de vingers, rank,

van je warme handen,

de zachte klank

van wat jij manhaftig

ter sprake brengt,

het ver verschiet

waaraan je denkt…

 

1909

 

 

 

Misschien is dit de kern van je geweten

en komt hier alle waanzin vandaan:

de knoop van het leven waarin we gekend zijn

en ontbonden zijn voor het bestaan.

 

De kathedralen van kosmische kristallen

worden aldus door de spin van het licht

integer tot ribben gesponnen en dan weer

tot één enkele bundel verdicht.

 

Dankbare bundels in zuivere lijnen,

gericht door een rustige straal,

zullen eens weer bij elkander komen

als gasten, blootshoofds, voor een maal,

 

hier, hier op aarde en niet in de hemel,

als in een woning met muziek gevuld.

Maar maak ze niet bang, sla geen wonden.

Als ons de tijd maar wordt gegund...

 

Wat ik hier zeg - vergeving ervoor...

Fluister het heel zachtjes in mijn oor...

 

15 maart 1937

 

 

 

Vertaald door Peter Zeeman

 

 

 

 1317006-cd625b7e40b08efb7272aeb16331ecc5.jpg

Osip Mandelstam (15 januari 1891 – 27 december 1938)

 

 



De Roemeense dichter Mihai Eminescu (eigenlijk Mihail Eminovici) werd geboren op 15 januari 1850 in Botoşani bij Czernowitz Zie ook alle tags voor Mihai Eminescu op dit blog.

 

 

Het loof valt af, de herfst is ingetreden

 

Het loof valt af, de herfst is ingetreden,
weer tikken aan de vensters dikke droppen;
in brieven uit vergeelde enveloppen
herlees je in een uur heel je verleden.

 

Je tijd verdoend met lieve kleinigheden
wou je dat niemand aan de deur kwam kloppen;
je kunt je met zulk weer maar best verstoppen,
bij haardvuur peinzend, half in slaap gegleden.

 

Zo in mijn stoel verlies ik mij in dromen
van sprookjes uit de jaren die vervlogen,
terwijl de nevels het vertrek doorstromen;

 

dan hoor ik rokken, door de wind bewogen,
en zachte stappen in de kamer komen...
Weer voel ik koele handen op mijn ogen.



 

Vertaald door Jean Pierre Rawie

 

 

 

Down where the lonely poplars grow

 

Down where the lonely poplars grow 
How often have I erred; 
My steps that all the neighbours know 
You only have not heard. 

 

Towards your window lighted through 
How oft my gaze has flown; 
A world entire my secret knew 
You only have not known. 

 

A word, a murmur of reply 
How often did I pray! 
What matters then if I should die, 
Enough to live that day; 

 

To know one hour of tenderness, 
One hour of lover's night; 
To hear your whisper's soft caress 
One hour, then come what might! 

 

Had you but granted me a glance 
That was not filled with scorn, 
Out of its shining radiance 
A new star had been born. 

 

You would have lived through lives untold 
Beyond the ends of time; 
O deity with arms so cold, 
O marble form sublime! 

 

An idol of some pagan lore 
As now no more is seen, 
Come down to us from times of yore, 
From times that long have been. 

 

My worship was of ages gone, 
Sad eyes by faith beguiled, 
Each generation handed on 
From father unto child. 

 

But now I very little care 
To walk along that lane, 
Nor heed the face I found so fair 
Looks out for me in vain; 

 

For you are like them all today 
In bearing and in guise, 
And I but look on your display 
With cold and lifeless eyes. 

 

You should have known to value right 
With wondering intent, 
And lit your "candela" at night 
To Love that God had sent. 

 

 

Vertaald door Corneliu M. Popescu

 

 

 

 1317006-31083c145cd7b3f8e38416086b1f7f31.jpg

Mihai Eminescu (15 januari 1850 - 15 juni 1889)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook alle tags voor Johannes Beilharz op dit blog.

 

Uit: Die gottlosen Ameisen, I

 

“Albert hatte es nicht ganz durch das Gymnasium geschafft; das war nicht sein Fehler; er konnte eindeutig beweisen, wie sehr er von einigen böswilligen Lehrern hereingelegt worden war. Doch litt er zutiefst unter dem Mitleid, das ihm diese Unvollendung einbrachte, hatte er einmal seine Geschichte erzählt.
   Albert war kein Adonis. In seinen dreiunddreißig Jahren hatte er sich ein rundes Bäuchlein angegessen, das ihm aber wegen seines runden Gesichts und ständig getragenen wohlwollenden Lächelns nicht übel stand. Er war trotz seines Erfolgs als Geschäftsmann immer noch unbeweibt.
   Eines Tages ging er wegen einer Lappalie zur Polizei. "Und Sie wollen uns totsächlich weismachen, daß Ihr Namme mit nur einem n geschrieben wird?" Die Sekretärin schüttelte geringschätzig den Kopf. "Wofir halten Sie uns denn, Herr 'Thiemans' mit einem n?" So kam es zum ersten Mal in Alberts Leben zu einem Konflikt mit den Autoritäten. Wegen einer dummen Gans von inquisitiver Sekretärin.
   Er war an diesem Abend zum Essen bei seinen Eltern eingeladen und erzählte ihnen von dem Zwischenfall. Der Vater legte die Gabel weg, stand auf und legte Albert den Arm um die Schulter. "Man derf sie durch sulche Sachen nit ausm Konzept bringen lossn", sagte er, "und des gilt auch fir Tich, mei Sonn." Mit solcher Würde hatte er lang nicht gesprochen.
   Albert ging denn auch wieder innerlich aufgerichtet nach Hause, wo ihn das Hündlein Albert freudig begrüßte. "Tu bist auch mei Freund", sagte Albert und streichelte dem Tiere gerührt das Fell. Er schämte sich nicht einmal der Tränen, denn es war niemand zugegen. "Tu bist halt immer do, wann ich die brauch." Und mangels anderer Bettgenossen ging Albert mit dem Hündlein zu Bett.”

 

 

 1317006-b798fae55ab0309271ed86c1c7590216.jpg

Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

 

 

 

 

 

De Franse toneelschrijver en acteur Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin) werd geboren in Parijs op 15 januari 1622. Zie ook alle tags voor Molière op dit blog.

 

Uit: L'Avare

 

“Au voleur, au voleur! à l’assassin! au meurtrier ! Justice,

juste ciel ! je suis perdu, je suis assassiné, on m’a coupé

la gorge, on m’a dérobé mon argent. Qui peut-ce être ?

Qu’est-il devenu ? Où est-il ? Où se cache-t-il ? Que feraije

pour le trouver ? Où courir ? Où ne pas courir ? N’est-il

point là ? N’est-il point ici ? Qui est-ce ? Arrête. Rendsmoi

mon argent, coquin ! (Il se prend lui-même le bras.)

Ah ! C’est moi. . . Mon esprit est troublé, et j’ignore où je

suis, qui je suis, et ce que je fais. Hélas! Mon pauvre

argent, mon cher ami, on m’a privé de toi, et puisque tu

m’es enlevé, j’ai perdu mon support, ma consolation, ma

joie: tout est fini pour moi et je n’ai plus que faire au

monde. Sans toi, il m’est impossible de vivre. C’en est fait,

je n’en puis plus, je me meurs, je suis mort, je suis

enterré. N’y a-t-il personne qui veuille me ressusciter, en

me rendant mon cher argent, ou en m’apprenant qui l’a

pris ? Euh ! Que dites-vous ? Ce n’est personne. II faut,

qui que ce soit qui ait fait Ie coup, qu’avec beaucoup de

soin on ait épié l’heure; et l’on a choisi justement le temps

que je parlais à mon traître de fils. Sortons. Je veux aller

quérir la justice, et faire donner la question à toute ma

maison, à servantes, à valets, à fils, à fille, et à moi aussi.

Que de gens assemblés ! Je ne jette mes regards sur

personne qui ne me donne des soupçons ! et tout me

semble mon voleur. Hé ! de quoi est-ce qu’on parle là ?

de celui qui m’a dérobé ? Quel bruit fait-on là-haut ? Estce

mon voleur qui y est ? De grâce, si I’on sait des

nouvelles de mon voleur, je supplie que l’on m’en dise.

N’est-il point caché là parmi vous? Ils me regardent tous

et se mettent à rire. Vous verrez qu’ils ont part, sans

doute, au vol que l’on m’a fait. Allons vite, des

commissaires, des archers, des prévôts, des juges, des

gênes, des potences et des bourreaux ! Je veux faire

pendre tout le monde; et si je ne retrouve mon argent. je

me pendrai moi-même après.”

 

 

 1317006-3f6952ed2d95b1935c14d141b5329f6f.jpg

Molière (15 januari 1622 - 17 februari 1673)

Romain Duris als Molière in de film van Laurent Tirard uit 2007

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Grillparzer werd geboren in Wenen op 15 januari 1791. Zie ook alle tags voor Franz Grillparzer op dit blog.

 

 

Ständchen

 

Zögernd leise
In des Dunkels nächt'ger Stille
Sind wir hier;
Und den Finger sanft gekrümmt,
Leise, leise,
Pochen wir
An des Liebchens Kammerthür.

 

Doch nun steigend,
Schwellend, schwellend,
Mit vereinter Stimme, Laut
Rufen aus wir hochvertraut;
Schlaf du nicht,
Wenn der Neigung Stimme spricht!

 

Sucht' ein Weiser nah und ferne
Menschen einst mit der Laterne;
Wieviel seltner dann als Gold
Menschen, uns geneigt und hold?
Drum, wenn Freundschaft, Liebe spricht
Freundin, Liebchen, schlaf du nicht!

 

Aber was in allen Reichen
Wär' dem Schlummer zu vergleichen?
Drum statt Worten und statt Gaben
Sollst du nun auch Ruhe haben.
Noch ein Grüßchen, noch ein Wort,
Es verstummt dir frohe Weise,
Leise, leise,
Schleichen wir uns, ja, schleichen wir uns wieder fort!

 

 

 

 1317006-3261ebcdc20f1314ee80d253311b9697.jpg

Franz Grillparzer (15 januari 1791 - 21 januari 1872)





Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Isaäc da Costa

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef  werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Bernlef overleed op 29 oktober van het afgelopen jaar op 75-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

 

Schaduwtheater

 

De wijze die zei dat van
alle schilderijen ooit gemaakt
maar een klein deel bleef bewaard
dat het werkelijk genie schuilgaat
in wat voorgoed is zoekgeraakt.

Zo met alles.
De doden, de gebeurtenissen
die niemand onthield of net niet
aan de oppervlakte kwamen,
zij vormen ons schaduwtheater.

 

 

 

Met wortel en tak

 

Twee handen woelen
in vochtige bosgrond

Een stem. 'Tien dagen geleden - hier -
veertig of vijftig.'

Binnen de jaarringen
is dit moment nog geen
tiende milimeter dik.

't Graven stokt
het licht druipt
langs de stammen.

Twee handen
de polsen gebonden
steken zwart biddend
uit de aarde omhoog.

 

 

 

Hazepad

 

Het zijden overhemd zakt door het geraamte
het sjaaltje vat vlam
zijn lach gist na op zijn lippen.

Nu wordt hij geïntoneerd, niet de vleugel.

Wie verliet daar zo schielings de woning
zonder om te kijken naar het kind
dat de man nazwaait die het werd?

Waarom kiest iemand voor vernietiging?

Zonder begeleiding koos hij
voor een andere toestand:
het hazepad der extase.

 

 

 

 1316145-9a0fa479c96ae85691febd6637b8b1aa.jpg

J. Bernlef (14 januari 1937 - 29 oktober 2012)

 

 

 

 

De Britse schrijver en journalist Edward St Aubyn werd geboren op 14 januari 1960 in Cornwall. Zie ook alle tags voor Edward St Aubyn op dit blog.

 

Uit: Eindelijk (Vertaald door Nicolette Hoekmeijer)

 

‘Had je me niet verwacht?’ zei Nicholas Pratt, terwijl hij zijn wandelstok in het tapijt van het crematorium priemde en Patrick strak aankeek, waarbij hij iets zinloos afwerends in zijn blik legde, een gewoonte die geen nut meer had, maar die niet meer viel af te leren. ‘Ik loop tegenwoordig nogal wat begrafenissen af. Dat krijg je op mijn leeftijd. Het heeft geen zin om het thuis uit te schateren om de onnozele vergissingen van een jeugdige necroloog, of om je over te leveren aan het nogal eentonige genoegen te turven hoeveel leeftijdgenoten er die dag zijn overleden. Nee! Het leven dient “gevierd” te worden: daar gaat ze dan, de sloerie van de school.

Men zegt dat hij zich kranig heeft geweerd in de oorlog, maar ik weet wel beter! – dat soort dingen, al die wapenfeiten in perspectief plaatsen. Begrijp me goed, het is allemaal heel

aangrijpend, dat zal ik niet ontkennen. Die laatste dagen hebben iets van een aanzwellend orkest. En aan verschrikkingen geen gebrek, natuurlijk. Op mijn dagelijkse gang van ziekenhuisbed naar uitvaartbankje en weer terug moet ik steeds denken aan die olietankers die zich zo ongeveer om de week op de rotsen te pletter voeren, en aan de zwermen vogels die op

het strand lagen te verkommeren, met verkleefde vleugels en een verbijsterde blik in hun knipperende, gelige ogen.’

Nicholas keek om zich heen. ‘Schamele opkomst,’ mompelde hij, alsof hij oefende om straks verslag uit te brengen.

‘Zijn dat de geloofsvrienden van je moeder? Hoogst curieus.

Hoe zou je de kleur van dat pak noemen? Aubergine? Aubergine a la crème d’oursin? Ik moet onmiddellijk naar Huntsman om ook zoiets in elkaar te laten flansen. Hoezo hebt u geen

aubergine? Bij Eleanor Melrose liep iedereen erin. Bestel meteen een el of duizend!”

 

 

1316145-6d43e22ffe687001a87484c54c18d540.jpg 

Edward St Aubyn (Cornwall, 14 januari 1960)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yukio Mishima werd geboren op 14 januari 1925 in Tokyo. Zie ook ook alle tags voor Yukio Mishima op dit blog.

 

Uit: The Temple of the Golden Pavilion (Vertaald door Ivan Morris)

 

“It is no exaggeration to say that the first real problem I face in my life was that of beauty. At the thought that beauty should already have come into this world unknown to me, I could not help feeling a certain uneasiness and irritation. If beauty really did exist there, it meant that my own existence was a thing estranged from beauty.

(…)

 

And that night, indeed, this young man with his stinging tongue, who usually seemed interested in beauty only in so far as he could defile it, showed me a truly delicate aspect of his nature. He had a far, far more accurate theory about beauty than I did. He did not tell it to me in words, but with his gestures and his eyes, with the music that he played on his flute, and with that forehead of his which emerged in the moonlight.

(…)

 

Later, when I came to know Kashiwagi more intimately, I understood that he disliked lasting beauty. His likings were limited to things such as music, which vanished instantly, or flower arrangements, which faded in a matter of days; he loathed architecture and literature . . . Yet how strange a thing is the beauty of music! The brief beauty that the player brings into being transforms a given period of time into pure continuance; it is certain never to be repeated; like the existence of dayflies and other such short-lived creatures, beauty is a perfect abstraction and creation of life itself. Nothing is so similar to life as music . . .”

 

1316145-f33b724aed28e152cfceb6aff84e9253.jpg
Yukio Mishima (14 januari 1925 - 25 november 1970)

Foto door Shirou Aoyama, 1956

 

 

 


De Chinese schrijfster
Anchee Min werd geboren in Shanghai op 14 januari 1957. Zie ook alle tags voor Anchee Min op dit blog.

 

Uit:  Pearl of China

 

“She was in and out of bamboo groves and brick hallways, behind the hills and around ponds. Under the bright moonlight, NaiNai's long neck stretched. Her head seemed to become smaller. Her cheekbones sharpened. Her slanting eyes glowed as she scanned the temples. NaiNai appeared, disappeared, and reappeared like a ghost. But one night she stopped. In fact, she collapsed. I was aware that she had been ill. Tufts of hair had been falling from her head. There was a rotten smell to her breath. "Go and look for your father," she ordered. "Tell him that my end is near."
Papa was a handsome man in his thirties. He had what a fortuneteller would describe as "the look of an ancient king" or "the matching energy of sky and earth," meaning he had a square forehead and a broad chin. He had a pair of sheep eyes, a garlic-shaped nose that sat on his face like a gentle hill, and a mouth that was always ready to smile. His hair was thick and silky black. Every morning, he combed and braided it with water to make his queue smooth and shining. He walked with his back straight and head up. Speaking Mandarin with an Imperial accent, Papa wore his voice like a costume. But when Papa lost his temper, his voice would slip. People were shocked when Mr. Yee suddenly took up a strange voice. Ignoring NaiNai's opinion that his ambitions would never be realized, Papa dreamed that one day he would work for the governor as an adviser. Papa attended teahouses where he showed off his talent in classic Chinese poems and verse. "I must keep my mind sharp and literary skills tuned," he often said to me. One would never guess from the way he presented himself that Papa was a seasonal coolie.

We lived in Chin-kiang, a small town far away from the capital, Peking, on the south side of the Yangtze River in Jiangsu province. Originally, our family was from Anhui province, a harsh region where survival depended on an endless round of crushing physical labor.”

 

 

 1316145-4e4e2c473d7cf28a539751b9c9e39f9c.jpg

Anchee Min (Shanghai, 14 januari 1957)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook alle tags voor Isaäc da Costa op dit blog.

 

 

Uitboezeming

 

Neen, 'k was geen Zanger, stout en sterk,
Wie eigen kracht naar 't ruime zwerk
Op brede vleuglen uit deed schieten.
Ik ben een wormke, zwak en klein,
In eigen, in Gods oog onrein!

En, zo mijn zangen indruk lieten,
Hij wete 't, wie dit ondervond,
Dat, zo ik ooit als Dichter stond,
De galm, geslaakt op deze grond,
Een naadring was van hoger waarheid,
Eerst dichterlijk mijn geest verkond,
Maar op een onvergeetbre stond
Uit d' eigen vaderlijke mond
Mijn hart nabij gebracht met onweerstaanbre klaarheid.

Zo wens noch bied mij eer of lof,
Mij, arme kruiper in het stof;
Maar blijv', voor palm of erelover,
Slechts deze naam van mij bestaan,
(Zij ook mijn dichtervonk vergaan!)
Slechts dit getuignis van mij over:

Zijn Dichtkunst had haar tijd - die van een lentebloem; -
Maar Waarheid bleef zijn deel - de Levens boom zijn roem!

 

 

 1316145-4db515396628f5a03ca37f822b628290.jpg

Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)

Da Costakade in Amsterdam

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3

Geschreven door Romenu om 19:14 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten