Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 februari 2013 tot 13 februari 2013

Am Aschermittwoch (Annette von Droste-Hülshoff), Karol Wojtyla

Bij Aswoensdag

 

 

 1335944-c77a3444a5d58acab71e257d8f4a5732.jpg

Aswoensdag door Franz Everhard Bourel, 1839

 

 

 

Am Aschermittwoch

 

Auf meiner Stirn dies Kreuz
Von Asche grau:
O schnöder Lebensreiz,
Wie bist du schlau
Uns zu betrügen!
Mit Farben hell und bunt,
Mit Weiß und Rot
Deckst du des Moders Grund;
Dann kömmt der Tod
Und straft dich Lügen.

Und wer es nicht bedacht
Und wohl gewußt,
Sein Leben hingelacht
In eitler Lust,
Der muß dann weinen;
Er achtet nicht was lieb;
Und was ihm wert,
Das flieht ihn wie ein Dieb,
Fällt ab zu Erd'
Und zu Gebeinen.

Was schmückt sich denn so hold
In bunter Seid'?
Was tritt einher in Gold
Und Perlgeschmeid'?
O Herr! ich hasche
Nach Allem, was nicht gut,
Nach Wahn und Traum,
Und hänge Erd' und Blut
Und Meeresschaum
Um bunte Asche.

Was wird so heiß geliebt?
Was legt in Band,
Ob's gleich nur Schmerzen gibt,
Sinn und Verstand?
O Herr, verzeihe!
Die Seele minnt man nicht,
Die edle Braut,
Und wagt um ein Gesicht,
Aus Staub gebaut,
Die ew'ge Reue!

Stellt ein Geripp' sich dar
Vor meinem Blick,
So sträubt sich mir das Haar;
Ich fahr' zurück
Vor dem, was ich einst bleibe,
Und werd' es selber noch,
Und weiß es schon,
Und trag' es selber doch
Zu bitterm Hohn
Im eignen Leibe!

Fühl' ich des Pulses Schlag
In meiner Hand,
Worüber sinn ich nach?
O leerer Tand:
Ob ich gesunde!
Und denke nicht betört,
Daß für und für
Ein jeder Pulsschlag zehrt
Am Leben mir,
Schlägt Todeswunde!

Du schnöder Körper, der
Mich oft verführt,
Mit Welt und Sünde schwer
Mein Herz gerührt,
Noch hast du Leben!
Bald liegst du starr wie Eis,
Der Würmer Spott,
Den Elementen preis;
O möge Gott
Die Seele heben!

 

 

 

 1335944-c9dce97498548c5cf5be73e21399b92e.jpg

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Meersburg: Fürstenhäusle met Droste-Museum

 

 

 

 

Bij het aftreden van Benedictus XVI

 

 

 

 1335944-3f54535e3d09f1c2447ea1b7480d782e.jpg

Fra Angelico: Altaarstuk, Johannes en Maria (rechter paneel), 1447/48

 

 


John Beseeches Her

 

Don't lower the wave of my heart,
it swells to your eyes, mother;
don't alter love, but bring the wave to me
in your translucent hands.
He asked for this.
I am John the fisherman. There isn't much
in me to love.
I feel I am still on that lake shore,
gravel crunching under my feet--
and, suddenly--Him.
You will embrace his mystery in me no more,
yet quietly I spread round your thoughts like myrtle.
And calling you Mother--His wish--
I beseech you: may this word
never grow less for you.
True, it's not easy to measure the meaning
of the words he breathed into us both
so that all earlier love in those words
should be concealed.

 

 

Vertaald door Jerzy Peterkiewicz

 

 

 

 1335944-37a9cde092011bdc34df6c169ee06b0a.jpg

Karol Wojtyla (18 mei 1920 – 2 april 2005)

Benedictus XVI (Joseph Ratzinger)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13 februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:13 Reageer op dit bericht

M. Vasalis, Jan Arend, Georges Simenon, Nynke van Hichtum

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

 

Regressie in de supermarkt, bij de kassa

 

Diep uit mijn jeugd, waarover nooit een doodsbericht
gekomen is, maar die is zoekgeraakt, vermist
komt dit gevoel: ik zou haar brede rug willen omhelzen,
haar stevige, onopgesmukte hand, nu op mijn hoofd
of in mijn nek af willen smeken -
en in een vlaag van onbeheerste en jaloerse pijn
begeer ik heftig weer als een kindje in haar
zo hoog gevulde, met overleg gepakte, kalm bestuurde
hemelse boodschappenwagentje te zijn.

 

 

 

 

Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder

 

Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder,
bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed.
Altijd vandaag, zeg ik. Ze glimlacht vaag
en zegt: zijn we in Roden of Den Haag ?
Wat later: kindje ik word veel te oud.
Ik troost haar, dierbare sneeuwwitte astronaut
zo ver al van de aarde weggedreven,
zo moedig uitgestapt en in de ruimte zwevend
zonder bestek en her en der.
Zij zoekt - het is een s.o.s. -
haar herkomst en haar zijn als kind
en niemand niemand, die haar vindt
zoals zij was. Haar franse les
herhaalt zij: van haar 8e jaar:
'bijou, chou, croup, trou, clou, pou, òu,
die eerste juffrouw, weet je wel
die valse ouwe mademoiselle
hoe heet ze nou. Ik ben zo moe.'

Had ik je maar als kind gekend,
die nu mijn moeder bent

 

 

 

Op een recht, zwart kousenbeen

 

Op een recht, zwart kousenbeen
dunne rokjes opgeheven,
dansend in de vroege regen
en de tuin voor zich alleen,

staan twee jonge appelbomen,
't witte bloed omhoog gestegen,
vlinder-hoofden wijd omgeven
door hun allereerste dromen.

 

 

 

 1335940-0da4668cb37bc3b236a885f11630c33a.jpg

M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)

Cover biografie 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jan Arends op dit blog.

 

 

Ik ben een arme man

 

Ik ben een arme man
en ik verdien
mijn dagelijks brood
in schande.

Ik haal
dat is mij opgedragen
met emmers
water uit de regenput
en voel mij schuldig
omdat ik modder
op de bodem zie.
En zo begint de dag
nog voor het kwaad ontwaakt is.

Een hand voor mij
is witter dan een bloem
en het is waar dat woorden
mij vreesachtig maken.

Ik leef zo.
Ik ben zo.

Mijn dag verstrijkt
in regelmaat van schande.
Ik ben een arme man
en alle leven doet mij zeer.

 

 

 

 

Verdreven ben ik

 

Verdreven ben ik
uit de baarmoeder
Gods.

Verstoten
uit weeshuizen
en daklozenkolonies.

Klaprozen
langs de weg.
Boeren
en de honger.

Hoog en licht
is boven mij
wat ik de lucht
zou willen noemen
maar dat in waarheid
de toegang is
tot Hem
die mij verdreven heeft.

Zondig
zijn
wij allen.

Maar Hij heeft
een baarmoeder
Hij is
de goede God.

 

 

 1335940-7c5e8567bdcc55f666842141fee6d243.jpg

Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)

 

 

 

 

De Belgische (Franstalig) schrijver Georges Simenon werd geboren in Luik op 13 februari 1903. Zie ook alle tags voor Georges Simenon op dit blog.

 

Uit: Maigret et le clochard

 

“Tout en parlant, il avait la bille de sa poche et il la faisait rouler sur la nappe.
- Qu'est-ce que c'est?
- Une bille. Le Toubib en possédait trois.
Elle regardait son mari avec attention.
- Tu l'aimes bien, non?
- Je crois que je commence à le comprendre.
- Tu comprends qu'un hommme comme lui devienne clochard?
- Peut-être. Il a vécu en Afrique, seul blanc, éloigné des villes et des grand-routes. Là aussi il a été déçu.
- Pourquoi?
N'était-il difficile d'expliquer ça à Mme Maigret qui avait passé sa vie dans l'ordre et la propreté?
- Ce que je cherche à deviner, continuait-il sur un ton léger, c'est en quoi il pouvait être coupable.
Elle avait l'air de ne pas comprendre.
- Coupable? Que veux-tu dire? C'est lui qu'on a attaqué et jeté dans la Seine, non?
- Il est la victime, c'est vrai. Mais souvent, dans un crime, la victime partage dans un large mesure la responsabilité de l'assassin.”

 

 

 1335940-6b3041bc8f2456af003360a6c1bf7f73.jpg

Georges Simenon (13 februari 1903 - 4 september 1989)

 

 

 

 


De Nederlandse schrijfster
Nynke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) werd geboren in Nes op 13 februari 1860. Zie ook alle tags voor Nynke van Hichtum op dit blog.


Uit: Afke's tiental

 

„'t Was heel stil in de anders zoo drukke kamer. Poes lag te spinnen tusschen de geraniums op de vensterbank. Oude Saapke, de baker, zat half te dutten bij de tafel.

Daar klonk een héél fijn, klagend stemmetje uit een hoek van de kamer: ‘E-ê-lê-lê!’ en meteen verscheen er een magere hand tusschen de dichtgeschoven gordijnen van een hooge bedstee, waarvan de deuren openstonden.

‘Saapke, de kleine jongen is wakker. Toe, laat me hem eens zien!’

Saapke stond langzaam op en waggelde naar den hoek, vanwaar het stemmetje zich liet hooren. 't Kwam uit een kist, die in een hoek bij 't bed stond, en die door moeder-zelf keurig bespijkerd was met blauwe stof, met een laag oude lappen er onder. Haar tiende kindje moest toch een lekker zacht nestje hebben, 't arme kleine ding, al schoot er geen echt wiegje voor hem over! De oude ‘nane’ toch was totaal versleten, en voor een nieuwe had moeder geen geld. 't Was al moeilijk genoeg om rond te komen en al die hongerige mondjes elken dag, zoo goed als 't ging, te verzadigen!

En zoo had moeder Afke dan van die oude houten kist een nestje gemaakt, zóó zacht en zóó lekker als 't kindje maar wenschen kon, en dat 't er van buiten minder mooi uitzag, daar had het kleine schepseltje nog geen weet van.

Daar haalde Saapke ‘de pop’ te voorschijn; - elk klein kindje heet in Friesland ‘de pop’ of ‘de kleine pop,’ moet je weten - en bracht hem zegevierend bij zijn moeder.“

 

 

1335940-70304e40d1c0c70eddfca9d11faa1ce0.jpg 

Nynke van Hichtum (13 februari 1860 - 9 januari 1939)

Cover
 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.









Geschreven door Romenu om 18:03 Reageer op dit bericht

Carnival (John Hennessy), Barbara Honigmann, Detlev Meyer, Lou Andreas-Salomé


Bij Carnaval

 


 

1335355-6238bdcd3c06703563bc362121714576.jpg 

Carnaval door Paul Cézanne, 1888.

 

 

 

Missing Carnival

 

O Venlo, Venlo, stedje van pleseer. This time

her body made him think of countryside,

some figure from his childhood, sun on scythe,

wind blowing shadows across the shining barley,

 

the milk-pail dented from use, the smell of leaf-mulch

and leather in the tack room. Soon she’d take bus

and ferry from London to Belfast, but first

the fire in her bed-sit. Her fingers traveled too,

 

down the raised purple scars along his vertebrae,

the flannel sheets between her thighs, his hair

trailing along her abdomen, the quill

of a feather poking through seams of the comforter,

 

the comforter itself. Those scars—he’d lied

to her, his time in Nicaragua, thugs cut

him coming from the fields. The bloodier fight

was with his brother, slicing tines of a pitchfork

 

plucked up along the flooded Maas. Everything

reduced to trinket and anecdote, the beer

and facepaint of carnival, street-dance and tuba,

beyond the muddy English roundabouts, the brown

 

and white waves, yellow lamps along Dutch highways,

his work at the union office pinned beneath

a glass globe paperweight—shaken

it showered silver snow over the wide

 

straw hat, red and green plow, the slouching body,

a campesino from days before Somoza fell.

He wondered if she were any better, smuggling

French social theory into Ulster, encounter

 

groups in the rec-centers of tower-block basements.

She’d just gotten the news: her last lover died

in a fire along the side of the highway, body

broken in seven places, silver chrome,

 

pearl and gold gas tank scorched, his bike crumpled

beneath the husk of an overturned van.

There wasn’t much to talk about. Afterwards she lay

with her back to him and he sang her carnival songs

 

in a language she didn’t speak, O Venlo, stedje van

pleseer. He thought of himself as the sun, kissing

her neck at the hairline, turning grey cobblestones

of the town-square silver, marshaling parades.

 

 

 1335355-15e7fd3dc08d9d06f8bb9912af4d5b1e.jpg

John Hennessy (New Jersey, 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Barbara Honigmann werd geboren op 12 februari 1949 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Barbara Honigmann op dit blog.

 

Uit: Bilder von A.

 

“Irgendwann tat mir der Hintern vom Auf-der-Stange-Fahren weh, gefährlich war es zwar nicht, aber sehr bequem war es auch nicht gerade. A. begleitete mich nach Hause in meine Kniprode-Straße, gleich hinter dem Friedrichshain, die gerade in Arthur-Becker-Straße umbenannt worden war, darüber regten sich die Leute in meinem Haus noch lange auf, wozu denn das nun noch! Arthur Becker war ein kommunistischer Antifaschist, der während des Spanienkrieges in den internationalen Brigaden gekämpft hatte und dann erschossen worden war, diese Geschichte kannte aber kein Mensch, und sie interessierte auch keinen Menschen in meinem Haus, es reichte schon, daß der kleine Park neben der S-Bahn-Station jetzt nach einem hingerichteten Antifaschisten Anton-Saefkow-Park hieß und daß es im ganzen Umkreis noch mindestens fünfzehn andere Antifa-Kämpfer-Straßen gab. Die Leute wollten ihre Kniprode-Straße wiederhaben, wer immer der Herr Kniprode gewesen sein mag, er war bestimmt kein Antifaschist, und die Straße habe doch schon immer so geheißen, noch in Friedenszeiten, zeterten die Leute. Heute wohnen sie, wenn sie noch leben, wieder in der Kniprode-Straße.
Der Radfahrer, das erste Bild von A. also. Ich malte es auf ein Brett, das ich aus meinem Bücherregal nahm, auf diese Weise entstand dort gleichzeitig eine höhere Abteilung für Kunstbücher. Der Radfahrer ist längs auf das Regalbrett gemalt, en face, er fährt direkt auf den Betrachter zu; ein Mann en face auf einem Fahrrad verliert jeden Raum, jedes Volumen. A. hält seine rechte Hand an die Stirn, er hat, wie so oft, Kopfschmerzen. Der Hintergrund ist changierend in Lila-Grau-Gelb mit starker Wolkenbildung gehalten, dramatisch. Das Längsformat war für die Abbildung von A.s langen Beinen nötig, die er mit allen Fluchttieren gemeinsam hatte, Gazellen, Giraffen, Antilopen.
Entflohen ist er seit langem.”

 

1335355-f2291fc37593f215a966150b02e6a6f1.jpg
Barbara Honigmann (Oost-Berlijn, 12 februari 1949)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Detlev Meyer werd geboren op 12 februari 1950 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Detlev Meyer op dit blog.

 

 

Ich habe an der Tafel der Götter gesessen

 

Ich habe an der Tafel der Götter gesessen,

und alles an mir war von Gold.

 

Ich leuchtete in die Erdennächte,

und in meiner Jugend ging die Sonne nie unter.

 

Nun sind alle Himmel kalt.

Ich bin unter die Menschen gefallen.

 

 

Wir gehen alle

 

Wir gehen alle

mit der Zeit,

die keine Wunden heilt,

die Wunden schlägt,

die nicht verweilt,

die uns nicht trägt,

die keine Zeit ließ

zum Verschnaufen,

die vor der Zeit

davongelaufen.

 

Die spuckt uns aus,

weil wir nicht munden,

weil wir nicht zahlten

für die Stunden,

in denen wir die Ewigkeit

in Gold auf unsre Körper

                      malten.

Wir gehen.

 

 

 1335355-efd1725e1745826206c9d3aeda77bd0f.jpg

Detlev Meyer (12 februari 1950 – 30 oktober 1999)

Berlijn, Gedächtniskirche, Festival of Lights, 2011

 

 

 

 

De Russisch-Duitse dichteres en schrijfster Lou Andreas-Salomé werd geboren op 12 februari 1861 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Lou Andreas-Salomé op dit blog.

 

 

Du heller Himmel über mir

 

Du heller Himmel über mir,
Dir will ich mich vertrauen:
Laß nicht von Lust und Leiden hier
Den Aufblick mir verbauen!

 

Du, der sich über alles dehnt,
Durch Weiten und durch Winde,
Zeig mir den Weg, so heiß ersehnt,
Wo ich Dich wiederfinde.

 

Von Lust will ich ein Endchen kaum
Und will kein Leiden fliehen;
Ich will nur eins: nur Raum - nur Raum,
Um unter Dir zu knieen.

 

 

 

Durch Dich

 

Was nur das Leben faßt an Allgewalten -
Durch Dich allein ergriff es mein Gemüt,
Zugleich in Leidenschaft und Händefalten,
Hab ich in Dir vor Gott gekniet.

 

Durch Dich allein auch ist die tiefste Wunde
Auf immer meinem Leben eingebrannt,
Da ich, in vergeßlich dunkler Stunde,
Im Gott das Menschenbild erkannt.

 

Hab Dank für alles, was Du mir gegeben!
Das Höchst' und Tiefste, das wir Menschen haben -
Durch Dich ward's mein in schweigendem Erleben:
Den Gott zu schau'n - und zu begraben.

 

 

 1335355-2f32e11469d93b2fe153f82cad60d75f.jpg

Lou Andreas-Salomé (12 februari 1861 – 5 februari 1937)

Hier met Paul Rée en Friedrich Nietzsche, rond 1882

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Amerikaanse dichter John Hennessy werd geboren in 1965 en groeide op in New Jersey. Hij kon aan Princeton University studeren middels een Cane Scholarship. Hij woonde in New York, Amsterdam, en Austin, en rondde zijn studies af aan de Universiteit van Texas en de Universiteit van Arkansas. Zijn gedichten verschijnen in The New Republic, The Yale Review, New Letters, Ontario Review, Fulcrum Annual, Harvard Review, Salt (UK), Notre Dame Review, Jacket (Australia), The Sewanee Review, en Best New Poets 2005. In. In  2007 was hij Resident Fellow aan het Amy Clampitt House. Tegenwoordig woont hij met zijn gezin in Amherst en doceert aan de Universiteit van Massachusetts.

 

 

The Green Man In April

 

There’s no shade in this New World like the hemlock
for settling the liver, uncoiling fish-shaped pancreas—
or just forgetting. I trample paths through burdock,
groom myself with crow’s wing, to cool my night-sweats.

When sunlight fixes me in place for daytime’s lapse,
I like to ground my limbs under the live oak tree
outside my wife’s new office, branch above the stacks
of papers there. Slow surge—I spread to see her stately

hips and bum, long, round thighs, her downward dog
to cobra pose, the arc of sweat, ecstatic drops
splattering on her yoga mat. After her evening jog,
she rubs my trunk, stretches like ivy. She stops

to sort me like a jolt of chlorophyll, her entire
elegant fist stuck in my knothole, a secret place
for keys and notes, old rings and diaphragm, wax figure
of what I've become, photos of my younger face.
 

 

 

 1335355-de81861812aa405469bd8e70300f848b.jpg

John Hennessy (New Jersey, 1965)

Geschreven door Romenu om 17:56 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten