Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 februari 2013 tot 24 februari 2013

Leon de Winter, Alain Mabanckou, August Derleth, Keto von Waberer, Yüksel Pazarkaya

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

 

Uit: Het recht op terugkeer

 

“Hendrikus had er geen last van. Bram bleef op afstand staan en bewonderde het doorzettingsvermogen van het pezige beest. Hendrikus was hardhorend en na een aanval van een verongelijkte bouvier zes jaar geleden aan één oog blind. Volgens de dierenarts was Hendrikus een van de vijf oudste honden van de stad – Jeffrey was de oudste, een krasse zesentwintigjarige kruising tussen een herder en bullterriër, een ongewoon exemplaar aangezien middelgrote honden meestal jonger stierven dan kleine bastaarden als Hendrikus. Elke ochtend legde Hendrikus een vaste tocht af langs de stille monumenten van Duitse zakelijkheid. Het dier volgde de lijn van een rechthoek waarin zich zes woonblokken bevonden, zijn eigen patroon, snuffelend aan lantaarnpalen, de wielen van
afvalcontainers, autobanden, strategisch geplaatste struiken, zo nu en dan een andere ochtendhond.
Bram had de indruk dat er tien jaar geleden veel meer honden waren. Tel Aviv was een arme stad geworden waarin honden alleen gehouden werden door het handjevol rijken dat de stad nog telde. Dus waren de honden die zij onderweg tegenkwamen op leeftijd, net als Hendrikus, bezadigd en moe geblaft. Jonge hondjes waren een zeldzaamheid en de oude werden door liefhebbende bejaarden gekoesterd alsof ze hun eigen kinderen waren.
Ze stonden op de hoek van een straat die haaks op de strandboulevard lag. Aan het einde van de straat, tweehonderd meter verder in de smalle opening tussen de huizen, was een fractie van een seconde een gevechtshelikopter zichtbaar die geruisloos enkele meters boven het zand naar het zuiden schoot, richting Jaffa. Het was een nieuwe generatie met motoren die niet veel meer geluid maakten dan de vleugels van een roofvogel, de Taiwanezen hadden er twintig geleverd. Dragon Wings xr3, heetten ze, en de gelovigen hadden geëist dat ze werden omgedoopt omdat de draak een monster uit een onjoodse Aziatische mythologie was. In de volksmond heetten ze nu Chicken Wings.”

 

 

 1342788-736f5129fe90cf726767b76e36fef836.jpg

Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

 

 

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

 

Uit: Black Bazaar (Vertaald door Sarah Ardizzone)

 

“I’m a regular at Jip’s, the Afro-Cuban bar near the fountain at Les Halles in the first arrondissement, and these days you could say I’m even more of a regular than usual. Sometimes I doze off until I get woken by the clatter of chairs being stacked by Lazio the security guard who’s cursing under his breath because someone did a runner and he’s the one who takes the rap when it’s his job to sort out the riff-raff from the banlieues and not to worry about who has or hasn’t settled their bill. Willy the barman tells him there’s no difference between riff-raff smashing the place and a customer who hasn’t paid their bill. They’ve both got it coming, even if you pull your punches with the non-payer. . .

Lately, when I show up at Jip’s, Roger The French-Ivorian pounces on me. He’s heard it from Paul From The Big Congo that, in order to drown my sorrows after my ex left me and to control my anger against The Hybrid, I’m writing a journal at home with a typewriter I bought from a second-hand shop in Porte de Vincennes.

Take the day before yesterday, when he saw me coming he didn’t even give me time to reach the spot by the bar where Paul From The Big Congo often stands to get a better view of the girls going by in Rue Saint-Denis.

He said to me: ‘Here you are, Buttologist, just the person I’ve been waiting for! Paul From The Big Congo tells me you’re writing this and that and it is called Black Bazzar! So what’s your little game this time? Why are you writing? I suppose you think anyone can write stories, eh? Is this some rip-off for you to claim that you are unemployed, to squeeze through the chinks in the system, to steal other people’s benefits, to dig an even deeper hole in the dole and to put the brakes on Gallic social mobility?’

 

 

1342788-35b421f8bf50a07abf2e4d953c5efe60.jpg
Alain Mabanckou
(Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en uitgever August William Derleth werd geboren op 24 februari 1909 in Sauk City, Wisconsin. Zie ook alle tags voor August Derleth op dit blog.

 

Uit: A Traveler In Time

 

"Tell me what time is," said Harrigan one late summer afternoon in a Madison Street bar. "I'd like to know."

"A dimension," I answered. "Everybody knows that."

"All right, granted. I know space is a dimension and you can move forward or back in space. And, of course, you keep on aging all the time."

"Elementary," I said.

"But what happens if you can move backward or forward in time? Do you age or get younger, or do you keep the status quo?"

"I'm not an authority on time, Tex. Do you know anyone who traveled in time?"

Harrigan shrugged aside my question. "That was the thing I couldn't get out of Vanderkamp, either. He presumed to know everything else."

"Vanderkamp?"

"He was another of those strange people a reporter always runs into. Lived in New York—downtown, near the Bowery. Man of about forty, I'd say, but a little on the old-fashioned side. Dutch background, and hipped on the subject of New Amsterdam, which, in case you don't know, was the original name of New York City."

"Don't mind my interrupting," I cut in. "But I'm not quite straight on what Vanderkamp has to do with time as dimension."

"Oh, he was touched on the subject. He claimed to travel in it. The fact is, he invented a time-traveling machine."

"You certainly meet the whacks, Tex!"

"Don't I!" He grinned appreciatively and leaned reminiscently over the bar. "But Vanderkamp had the wildest dreams of the lot. And in the end he managed the neatest conjuring trick of them all. I was on the Brooklyn Enterprise at that time; I spent about a year there. Special features, though I was on a reporter's salary. Vanderkamp was something of a local celebrity in a minor way; he wrote articles on the early Dutch in New York, the nomenclature of the Dutch, the history of Dutch place-names, and the like. He was handy with a pen, and even handier with tools. He was an amateur electrician, carpenter, house-painter, and claimed to be an expert in genealogy."

 

 

 1342788-eabfc5f142864e0409cc8eea5d4233a2.jpg

August Derleth (24 februari 1909 – 4 juli 1971)

Sauk City, Water Street

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en architekte Keto von Waberer werd geboren op 24 februari 1942 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Keto von Waberer op dit blog.

 

Uit: Die Kuh aus dem Meer

 

»Ich wollte, wir hätten Kühe am Meeresgrund!«

»Sie sind fett, sie sind dumm, sie riechen abscheulich«, rief  Bobo und überzog sich mit gelben Flecken. Das tat er immer,  wenn er sich aufregte. Aqua fasste einen seiner Arme und kitzelte seine Saugnäpfe.

»Schnauze!«, brüllte Aqua und lachte.

»Oktopoden haben keine Schnauze, glücklicherweise.«

So ging das jeden Abend.

Bobo und Aqua kannten sich aus der Tanzstunde, die Anja, Bobos Mutter, in einem Schiffswrack draußen am Riff gab. Aqua musste sich alle Mühe geben, um beim Tanzen mit Bobo mitzuhalten. Er wirbelte elegant und ohne jemals aus dem Takt zu kommen durchs Wasser. Seine kunstvollen Überschläge waren berühmt. Aber Anja sagte, dass auch Aqua sehr biegsam sei und sehr harmonisch in ihren Bewegungen, wenn sie die Wasser trommel schlug.

Zu Hause übte Aqua im Wohnzimmer, das hatte Mama ihr erlaubt. Mama war stolz auf sie, steckte silberne Muscheln an Aquas Schwanz, flocht ihr die grünen Haare mit Perlen und Bernsteinspangen und nannte sie »mein kleiner Tanzstern«.

Aqua lebte mit ihren Eltern unter der riesigen Eisenbrücke.  Keine gute Wohngegend, sagte Mama, aber Aquas Vater hatte  dort einen Laden für Treibgut, und unter der Brücke war ein guter Platz, um alles aufzusammeln, was die Landbewohner ins Wasser warfen: Blechdosen, Flaschen, Schuhe, Schiffsschrauben und Anker. All die andren Nixen und Nöcke wohnten draußen im Tangwald neben dem Riff. Bobos Mutter hatte sich in der Nachbarhöhle eingerichtet, aber auch sie träumte davon, weiter hinauszuziehen, weil dort das Wasser besser war und das Futterangebot üppiger.”

 

 

 1342788-967e9f0bd192070472caa74f89f37222.jpg

Keto von Waberer (Augsburg, 24 februari 1942)

 

 

 

 

 

De Turkse dichter, schrijver en vertaler Yüksel Pazarkaya werd geboren op 24 februari 1940 in Izmir. Zie ook alle tags voor Yüksel Pazarkaya op dit blog.

 

 

deutsche sprache

die ich vorbehaltlos liebe
die meine zweite heimat ist
die mir mehr zuversicht
die mir mehr geborgenheit
die mir mehr gab als die
die sie angeblich sprechen

sie gab mir lessing und heine
sie gab mir schiller und brecht
sie gab mir leibniz und feuerbach
sie gab mir hegel und marx
sie gab mir sehen und hören
sie gab mir hoffen und lieben
eine welt in der es sich leben läßt

die in ihr verstummen sind nicht in ihr
die in ihr lauthals reden halten sind nicht in ihr
die in ihr ein werkzeug der erniedrigung
die in ihr ein werkzeug der ausbeutung sehn
sie sind nicht in ihr sie nicht
meine behausung in der kälte der fremde
meine behausung in der hitze des hasses
meine behausung wenn mich verbiegt die bitterkeit
in ihr genoß ich die hoffnung
wie in meinem türkisch.



1342788-14082f1869f911fc8c13478cea58b1ee.jpg
Yüksel Pazarkaya (Izmir, 24 februari 1940)

Izmir, de klokkentoren bij winters weer



 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Erich Loest, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen, Erich Pawlu, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

 

Uit: Prozesskosten

 

“Diese Aufgabe löste er mit der linken Hand; in wenigen Monaten würde es damit vorbei sein.

Im Literaturinstitut gratulierte Direktor Alfred Kurella. Er pries dieses wundersame Alter: Mit dreißig habe einer entscheidende Lebensweichen gestellt, jetzt bestünden alle Chancen rasanten Vorwärtsdrängens.

Und das in einer phantastischen Zeit politischen Aufschwungs auf der Seite des Marxismus- Leninismus im Bunde mit der ruhmreichen Sowjetunion, in der jungen Deutschen Demokratischen Republik. Er schenkte L. eine zweibändige Ausgabe des Briefwechsels zwischen Goethe und Schiller.

Fern in Moskau fand in diesen Tagen der XX. Parteitag der Kommunistischen Partei der Sowjetunion

statt. Nikita Chruschtschow, der bullige Ukrainer, stand an der Spitze. Neues Deutschland meldete wie gewohnt: »Der Beifall steigerte sich zum Orkan, als N. A. Bulganin, N. S. Chruschtschow, L. M. Kaganowitsch, M. S. Saburow, M. A. Suslow und K. J. Woroschilow im Tagungsgebäude eintrafen«. Das Zentralorgan berichtete in der üblichen langatmigen Weise von Aufbauplänen und Siegen an allen Fronten. Überraschend immerhin: Der italienische Parteiführer Palmiro Togliatti stellte die These auf, unterschiedliche Länder könnten auf verschiedenen Wegen zum Sozialismus kommen, also nicht unbedingt durch Revolution, auch ein parlamentarischer Übergang sei möglich. Roch das nicht verdammt nach Revisionismus? Bot sich vielleicht doch ein deutscher Weg, was Anton Ackermann vermutet und nach harscher Kritik unterdessen weit von sich gewiesen hatte?”

 

 

 1342783-5177fc9fcf127c96b97d62c73e1d6c2b.jpg

Erich Loest (Mittweida, 24 februari 1926)

In 1955 

 

 

 

 

De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899. Zie ook alle tags voor Jacques Presser op dit blog.

 

Uit: Ondergang

 

„En dan natuurlijk oppermachtig: het gerucht. De historicus kan ermee volstaan, het te vermelden; zijn waarheidsgehalte te onderzoeken lijkt ons weggegooide moeite. Het bekendste is wel, dat volgens een mededeling uit Den Haag in IJmuiden een schip gereed lag voor die Joden, die naar Engeland wilden; het Comité voor Bijzondere Joodsche Belangen, in Amsterdam sinds 1933 gevestigd en in een volgend hoofdstuk nog te noemen, verbreidde dit algemeen, voor zover dat in een stad zonder telefoon mogelijk was - zonder telefoon (in verband met de oorlogstoestand afgesneden) en met geregeld luchtalarm. Iets organiseren? Liever dan na te gaan, wat men had kunnen doen, vermeldt de geschiedschrijver het wakkere initiatief van de enkele, die wat gedaan heeft. Mevrouw G. Wijsmuller-Meijer die in vijf door haar ergens vandaan getoverde touring-cars een aantal Joodse kinderen uit Duitsland en Oostenrijk, in het Burgerweeshuis ondergebracht, naar IJmuiden wist te brengen, waar zij ze zowaar op de ‘Bodegraven’ kreeg, die om tien voor achten de haven verliet: ‘had ik maar méér touring-cars gehad, dan had ik die mensen die daar gestaan hebben, tenminste nog hun redding kunnen brengen’.

Ach ja, meer touring-cars, maar ook meer permissies. Die laatste waren immers óók nodig, daar waar de vluchtelingen op eigen gelegenheid probeerden weg te komen. Het leek in Amsterdam niet zo moeilijk: als men maar naar IJmuiden ging. In de herinnering van velen overweegt echter, voor zover het de weg heen betreft, de hinderlijkheid, veelal als meedogenloosheid gevoeld, van de door Nederlandse militairen en/of politie uitgeoefende controle. Voor vluchtende statenlozen was zij in vele gevallen helemaal noodlottig. Waardoor of waarom nu juist in die uren zoveel en zo diepgaande controle werd uitgeoefend? Dit in verband met Vijfde Colonne vrees? De barmhartigste verklaring vindt de geschiedschrijver in de wel eens geuite veronderstelling die in ‘tegengestelde opdrachten’ de oorzaak ziet van de verwarring; de regering zou een boot hebben verzorgd en de mensen mochten niet of nauwelijks naar die boot toe.“

 


 1342783-efa20e48700387ce3f0df0fc63ecce52.jpg

Jacques Presser (24 februari 1899 - 30 april 1970)

Cover 

 

 



De Duitse schrijver Friedrich Spielhagen werd geboren op 24 februari 1829 in Magdeburg. Zie ook alle tags voor Friedrich Spielhagen op dit blog.

 

Uit: Die Dorfcoquette

 

“Es war nach dem Abendbrod. Vier von der Jagdgesellschaft, Gutsbesitzer und Gutsbesitzerssöhne aus der Nachbarschaft, waren weggefahren. Der lange Lieutenant von Prinzhelm, der die frische Landluft der dumpfen Atmosphäre seiner Garnison so entschieden vorzog, hatte sich – nicht zum ersten Mal – die so freundlich angebotene Gastfreundschaft gern gefallen lassen, um so mehr, als sein Urlaub erst übermorgen früh zu Ende und morgen ein paar Kaninchenbaue frettirt werden sollten. Dann war noch ein junger Herr zurückgeblieben; das Gut seines Vaters grenzte an die diesseitigen Felder, und er pflegte deshalb die Stunde seines Aufbruchs möglichst hinauszuschieben, besonders wenn es ihm, was auffallenderweise fast jedesmal geschah, gelungen war, im Salon einen Platz neben der jüngeren der beiden Töchter vom Hause zu erobern. Diese und außerdem Otto, dessen gutes Gesicht um diese Zeit des Tages einen weltvergessenen, traumseligen Ausdruck anzunehmen pflegte, und die ältere verheirathete Tochter plauderten an dem runden Tisch in der Mitte des Zimmers. In einiger Entfernung am Kamin, in welchem mehr der Behaglichkeit als der Wärme wegen die Buchenkohlen glühten, saß in ihrem Fauteuil, das Gesicht dem Feuer zugewandt, die Frau vom Hause. Ich ging in dem großen teppichbelegten Gemache auf und ab, und blickte bald nach der scherzenden und lachenden Gesellschaft, die um den Tisch versammelt war, bald nach den dunkeln Bildern an den Wänden, den Ahnherren und Ahnfrauen der Familie, die mit ihren Geisteraugen in dasselbe Gemach schauten, wo sie als Kinder gespielt hatten und ihre Kinder hatten spielen sehen. Endlich trat ich zu der Dame am Kamin und fragte, mich an ihrer Seite niederlassend: Ich störe Sie nicht in Ihren Meditationen?

Nicht im mindesten, antwortete die Dame, oder vielmehr, wenn Sie mich stören, thun Sie es in der angenehmsten Weise. Meine Gedanken waren nicht heiter.

Woran dachten Sie?

Ihr werdet nun in wenigen Tagen uns wieder verlassen, erwiderte die Dame. Ihre Stimme zitterte; ich küßte schweigend ihre Hand, die sie zärtlich drückte.”

 

 

1342783-4b356f5f1afb0b5b17eb9adbaf66e28c.jpg 

Friedrich Spielhagen (24 februari 1829 – 25 februari 1911)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Pawlu werd geboren op 24 februari 1934 in Frankstadt, Mähren. Zie ook alle tags voor Erich Pawlu op dit blog.

 

Uit: Gestörte Spiele (Der Kolichmann)

 

“Da begann der Kolich-Mann in seiner fremden Sprache zu jammern. Er blickte hilfesuchend um sich, aber die Käufer waren schnell weggegangen, nur die Kinder standen noch da, und die meisten lachten, weil die Sprache des Kolich-Mannes gar so merkwürdig klang. Der hatte schließlich sogar die Hände gefaltet und streckte sie in die Höhe, wie man es sonst nur auf Bildern in der Kirche sieht. Aber der Mann mit dem Hund sagte trocken: 
»Nichts da! Mit solchem Gesindel muß aufgeräumt werden.« 
Und er packte ihn schließlich am Ellenbogen und drängte ihn vorwärts. 
Der Kolich-Mann streifte noch einmal das Pony und den Wagen, die bunten Bänder und die Glöckchen mit einem Blick, aber da bellte der Hund, und der Kolich-Mann ging klein und alt neben dem uniformierten Herrn zur Gemeindekanzlei. 
Das Pony stand ruhig vor dem Wagen bis zum Abend und wartete. Am nächsten Morgen war alles verschwunden. Und auch in den folgenden Jahren ist der Kolich-Mann nicht mehr wiedergekommen.” 

 

 

 1342783-728b9a07c5d83c10ddb0aaf857acf385.jpg

Erich Pawlu (Frankstadt, 24 februari 1934)

Frankstadt (Tsjechisch: Nový Malín)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook alle tags voor Luc Verbeke op dit blog.

 

 

Vergankelijkheid

 

Ik,

lierende leeuwerik

in het morgenlicht.

Wiegende waterbloem

in wind en zonneschijn.

En jij,

m'n hartsbeminde,

m'n witte akkerwinde.

Zoete, wilde wingerd-

rank, die mij omslingert.

En ook zij,

m'n lieve, blonde kinderen,

die mij argloos-blij

omvlinderen.

Geluk en licht!

Maar ach,

geluk dat vloeit

als helder water

door de open vingeren

van m'n hand.

Want,

dit is nog de lente niet,

dit is nog het leven niet,

dit is nog m'n lucht niet

noch m'n land,

maar dit is heimwee

weemoed.

  

 

 1342783-80f091fb00b4405e2041b7e058da0ffb.jpg

Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook alle tags voor Wilhelm Grimm op dit blog.

 

Uit: Der Froschkönig oder der eiserne Heinrich

 

“In den alten Zeiten, wo das Wünschen noch geholfen hat, lebte ein König, dessen Töchter waren alle schön; aber die jüngste war so schön, dass die Sonne selber, die doch so vieles gesehen hat, sich verwunderte, sooft sie ihr ins Gesicht schien. Nahe bei dem Schlosse des Königs lag ein grosser dunkler Wald, und in dem Walde unter einer alten Linde war ein Brunnen; wenn nun der Tag recht heiss war, so ging das Königskind hinaus in den Wald und setzte sich an den Rand des kühlen Brunnens - und wenn sie Langeweile hatte, so nahm sie eine goldene Kugel, warf sie in die Höhe und fing sie wieder; und das war ihr liebstes Spielwerk.
Nun trug es sich einmal zu, dass die goldene Kugel der Königstochter nicht in ihr Händchen fiel, das sie in die Höhe gehalten hatte, sondern vorbei auf die Erde schlug und geradezu ins Wasser hineinrollte. Die Königstochter folgte ihr mit den Augen nach, aber die Kugel verschwand, und der Brunnen war tief, so tief, dass man keinen Grund sah. Da fing sie an zu weinen und weinte immer lauter und konnte sich gar nicht trösten. Und wie sie so klagte, rief ihr jemand zu: "Was hast du vor, Königstochter, du schreist ja, dass sich ein Stein erbarmen möchte." Sie sah sich um, woher die Stimme käme, da erblickte sie einen Frosch, der seinen dicken, hässlichen Kopf aus dem Wasser streckte. "Ach, du bist's, alter Wasserpatscher," sagte sie, "ich weine über meine goldene Kugel, die mir in den Brunnen hinabgefallen ist." - "Sei still und weine nicht," antwortete der Frosch, "ich kann wohl Rat schaffen, aber was gibst du mir, wenn ich dein Spielwerk wieder heraufhole?"

 

 

1342783-2b297b04b2906a04b365f6f2fd385eac.jpg
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)

Sidonie von Krosigk als prinses Sophie in de film “Der Froschkönig” uit 2008

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

George Moore, Irène Némirovsky, Vincent Voiture, Rosalía de Castro, Paul Alfred Kleinert, Stanisław Witkiewicz

De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook alle tags voor George Moore op dit blog.

 

Uit: Confessions of a Young Man

 

“My soul, so far as I understand it, has very kindly taken colour and form from the many various modes of life that self-will and an impetuous temperament have forced me to indulge in. Therefore I may say that I am free from original qualities, defects, tastes, etc. What I have I acquire, or, to speak more exactly, chance bestowed, and still bestows, upon me. I came into the world apparently with a nature like a smooth sheet of wax, bearing no impress, but capable of receiving any; of being moulded into all

shapes. Nor am I exaggerating when I say I think that I might equally have been a Pharaoh, an ostler, a pimp, an archbishop, and that in the fulfilment of the duties of each a certain measure of success would have been mine. I have felt the goad of many impulses, I have hunted many a trail; when one scent failed another was taken up, and pursued with the pertinacity of an instinct, rather than the fervour of a reasoned conviction. Sometimes, it is true, there came moments of weariness, of

despondency, but they were not enduring: a word spoken, a book read, or yielding to the attraction of environment, I was soon off in another direction, forgetful of past failures. Intricate, indeed, was the labyrinth of my desires; all lights were followed with the same ardour, all cries were eagerly responded to: they came from the right, they came from the left, from every side. But one cry was more persistent, and as the years passed I learned to follow it with increasing vigour, and my strayings grew

fewer and the way wider.”

 

 

1342775-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg 

George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)

Portret door Jacques-Emile Blanche, 1903

 

 

 

 

De Franstalige schrijfster Irène Némirovsky werd op 24 februari 1903 in Kiev geboren. Zie ook alle tags voor Irène Némirovsky op dit blog.

 

Uit: Chaleur du sang

 

"Dîners de ma province! Soupe épaisse dans laquelle tient la cuiller, le brochet fourni par l'étang du domaine, énorme, onctueux mais tellement farci d'arrêtes qu'on croit avoir dans la bouche un fagot plein d'épines. Aussi personne ne dit mot. Tous ces gros cous penchés en avant et qui mâchent lentement, comme ceux des boeufs dans l'étable. Après le brochet, vient la première viande, une oie rôtie de préférence, puis la deuxième viande, en sauce celle-là, et son odeur d'herbe et de vin. Et pour finir, après les fromages que les convives mangent à la pointe de leur couteau, la tourtière aux pommes ou aux cerises selon la saison. Après, il n'y a plus qu'à entrer au salon et choisir dans ce cercle de jeunes filles en rose (avant la guerre toutes les jeunes filles à marier portaient des robes roses, du rose fade de la dragée au rose cru du jambon en tranches), parmi toutes ces jeunes filles, avec leur petit médaillon d'or sur le cou, leurs cheveux noués en chignon sur la nuque; leurs gants de filoselle et leurs mains rouges, la compagne de sa vie."

 

 

 1342775-b5bad434a2868e3b7de1d772a7606d73.jpg

Irène Némirovsky (24 februari 1903 – 17 augustus 1942)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Vincent Voiture werd geboren op 24 februari 1598 in Amiens. Zie ook alle tags voor Vincent Voiture op dit blog.

 

 

Rondeau

 

Ma foi c’est fait de moi, car Isabeau
M’a conjuré de lui faire un rondeau :
Cela me met en une peine extrême.
Quoi! treize vers, huit en EAU, cinq en ÊME!
Je lui ferai aussitôt un bateau.
En voilà cinq pourtant en un monceau.
Faisons-en sept en invoquant Brodeau,
Et puis mettons en quelques stratagèmes

Ma foi, c’est fait.

 

Si je pouvais encor de mon cerveau
Tirer cinq vers l’ouvrage serait beau.
Mais cependant me voilà dans l’onzième,
Et si je crois que je fais le douzième,
En voilà treize ajustés de nouveau.

Ma foi, c’est fait.

 

 

 1342775-a4e38839a226b0d2bfd55b1e7140f623.jpg

Vincent Voiture (24 februari 1598 – 26 mei 1648)

Portret, Franse School, 1598

 

 



De Spaanse dichteres
Rosalía de Castro
werd geboren op 24 februari 1837 in Santiago de Compostela. Zie ook alle tags voor Rosalía de Castro op dit blog.

 

Morning Song

 

I

Depart, night, start fleeing!
Come, dawn, start breaking
With your face that smiling
Scares away the shadow!

 

Sing, little bird, sing
From twig to branch for the sun rises
Over the green hill, over the hill green,
Gladdening the grass, gladdening the springs!

 

Sing, merry little bird, sing;
Sing so the wheat will grow, sing;
Sing so the light will listen;
Sing, sing for the night has fled.

 

 

II

The dark night on the switch comes severe
With her mantle of sadness,
With magic spells and fears,
Harbinger of heartaches,
Haven of regrets,
Cloak to every evil,
Leave!

 

For the darling dawn enamours
Colouring the sky with auroral colours,
With a semblance of gold and silver
Daintily dyed scarlet,
With some diamond gowns
Her lover sun embroiders
Among the glassy billows.

 

Leave, mistress in every evil!
For the sun already shines on the seashells in the sand,
For daylight dresses the earth with mirth,
For the sun melts the frigid frost with love.

 

White aurora, start arriving
And go knocking at the friendly doors
Of those who slumber waiting for
Your splendour.

 

Dawn's gorgeous colour
You spread fond over the window panes
Whereon the sun also dangles
When it lies on the sea yonder
A bonfire's vivid blaze,
Followed by feeble, fugitive,
Sad, vague glow.

 

Vertaald door Sasha Foreman

 

 

 

 1342775-8129e9f49036e36a5acb0b212a366f6b.jpg

Rosalía de Castro (24 februari 1837 – 15 juli 1885)

Buste in het Parque de la Independencia, Rosario

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Paul Alfred Kleinert werd geboren op 24 februari 1960 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Paul Alfred Kleinert op dit blog.

 

 

Fehlstunden des Lebens

 

dort, wo ein Intervall im Leben Brücken schlägt

ein tiefer Ton für den Moment die ganze Hoffnung trägt

der Stand am Rand die Aussicht auch auf weit’res nicht benimmt

wird manchen Tags ein neuer Weg bestimmt

 

ein schmaler Weg, von dessen Ausrichtung man noch nicht weiß

mal ist Bewegung da und mal das Abstellgleis

in Zwischenzeiten Abfolge den schmalen Grad bemißt

an dem des Daseins Fülle einfach ist

 

 

 1342775-d8d3dc30c3cef112e141665d47d97c3f.jpg

Paul Alfred Kleinert (Leipzig, 24 februari 1960)

 

 



De Poolse schrijver, filosoof, fotograaf en schilder
Stanisław Witkiewicz werd geboren in Warschau op  24 februari 1885. Zie ook alle tags voor Stanisław Witkiewicz op dit blog.

 

Uit: 622 Abstürze Bungos oder Die dämonische Frau (Vertaald door Friedrich Griese)

 

"Ich erhielt einen Brief vom gleichen Datum, mit leicht abweichendem Inhalt, schau ihn dir bitte durch." Mit diesen Worten überreichte er Bungo einen Brief, der mit dem ersten scheinbar identisch war. Bungo begann gierig zu lesen.
"Also, wenn du physisch das Weibsbild wärest, bei dem am dritten September die Laparotomie vorgenommen wurde, könnte sie dich bei all ihrer Barmherzigkeit dennoch nicht lieben, selbst wenn deine Seele absolut dieselbe geblieben wäre", sagte Bungo nach einer kurzen Pause. "Das geht mir mächtig nahe." Beide bekamen einen unwiderstehlichen Lachanfall und wälzten sich eine Zeitlang auf dem Lager des Fürsten, bis dieser ausrief:
"Carrajo! Ich glaube, mir ist der Bruch aufgeplatzt." Er wickelte das Bruchband auf und musterte die kolossale Narbe auf der rechten Bauchseite. "Aber lies weiter."
Bungo las laut: "Heute war ich im Theater. Werter, lieber Edgar, verzeih mir. Einer der Schauspieler hatte eine solche Ähnlichkeit mit Bungo, erinnerte mich dermaßen an seinen Mund, daß ich es nicht ausgehalten und ihm einen Brief geschrieben habe. Ich weiß, es ist nicht wesentlich, und darum schreibe ich es dir. Verzeih mir. Morgen werde ich mich wieder sammeln und weiterschreiben. Es ist zwei Uhr nachts (ich bin schon im Bett, während ich dies schreibe). Werter, lieber Edgar. Ich habe mich wieder gesammelt. Morgen werde ich Früchte malen und versuchen, mich selbst bei so unwichtigen Dingen zu bezwingen. Ich drücke Dir ganz fest die Hand, Deine Freundin Querpia."

 

 

 412px-Stanis%C5%82aw_Ignacy_Witkiewicz.jpg

Stanisław Witkiewicz (24 februari 1885 - 18 september 1939)

 

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

 

The Meatworks

 

Most of them worked around the slaughtering
out the back, where concrete gutters
crawled off
heavily, and the hot, fertilizer-thick,
sticky stench of blood
sent flies mad,
but I settled for one of the lowest-paid jobs, making mince
right the furthest end from those bellowing,
sloppy yards. Outside, the pigs’ fear
made them mount one another
at the last minute. I stood all day
by a shaking metal box
that had a chute in, and a spout,
snatching steaks from a bin they kept refilling
pushing them through
arm-thick corkscrews, grinding around inside it, meat or not -
chomping, bloody mouth -
using a greasy stick
shaped into a penis.
When I grabbed it the first time
it slipped, slippery as soap, out of my hand,
in the machine
that gnawed it hysterically a few moments
louder and louder, then, shuddering, stopped;
fused every light in the shop.
Too soon to sack me -
it was the first thing I’d done.
For a while, I had to lug gutted pigs
white as swedes
and with straight stick tails
to the ice rooms, hang them by the hooves
on hooks – their dripping
solidified like candle-wax – or pack a long intestine
with sausage meat.
We got to take meat home -
bags of blood;
red plastic with the fat showing through.
We’d wash, then
out on the blue metal
towards town; but after sticking your hands all day
in snail-sheened flesh,
you found, around the nails, there was still blood.
I usually didn’t take the meat.
I’d walk home on
the shiny, white-bruising beach, in mauve light,
past the town.
The beach, and those startling, storm-cloud mountains, high
beyond the furthest fibro houses, I’d come
to be with. (The only work
was at this Works.) – My wife
carried her sandals, in the sand and beach grass,
to meet me. I’d scoop up shell-grit
and scrub my hands,
treading about
through the icy ledges of the surf
as she came along. We said that working with meat was like
burning-off the live bush
and fertilizing with rottenness,
for this frail green money.
There was a flaw to the analogy
you felt, but one
I didn’t look at, then -
the way those pigs stuck there, clinging onto each other.

 

 

 1342258-c07dfced23d8d723051db38a0637556a.jpg

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

 

Uit: Varamo (Vertaald door Chris Andrews)

 

“One day in 1923, in the city of Colón (Panama), a third-class clerk, having finished his work, and, since it was payday, passed by the cashier’s desk to collect his monthly salary, left the Ministry in which he was employed.  In the interval between that moment and the dawn of the following day, ten or twelve hours later, he completed the composition of a long poem, from the initial decision to write it up to the final period, after which there were no further additions or corrections.  The self-contained nature of the interval emerges more clearly still if we take into account the fact that never, in all his fifty years, had he written or felt any inclination to write a single line of poetry, and nor would he ever again…Even so, this episode would have remained private and secret had its protagonist not been Varamo, ha it not produced that celebrated masterpiece of modern Central American poetry, The Song of the Virgin Child.

(…)

 

The races, said Cigarro, were fundamentally technical competitions, an opportunity for the fledgling automobile industry to test its innovations, and they appealed mainly to car fanatics rather than the general public, which made them rather esoteric.  The race underway was a special case, because it had been promoted by the Central Administration as part of the festivities for the inauguration of the linked highways running right across the isthmus, connecting the cities of Colón and Panamá.  In fact (and here he lowered his voice, as if revealing a state secret) the race had been planned, mainly, as a trap for anarchists.  To them, a regularity race was a provocation; it’s strict regulation of time and space was bound to prove repugnant to the libertarian spirit.”

 

 

 1342258-f8430d82b0ccd967103e98ba0f874c5c.jpg

César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

 

Uit: What the Birds See

 

“He worries that one day his grandmother will forget to pick him up from school. He thinks he could walk home if he had to, though the walk would take a long time, but when he tries to travel the route in his head, the streets twine and mingle like spaghetti in a can, disorienting him in his chair. Each time the school bell signals the end of another day, he feels a chill down his spine: maybe today is the day. To be lost or forgotten or abandoned and alone are, to Adrian, terrors more carnivorous than any midnight monster lurking underneath a bed.
And now there is this new fear, one that settles so comfortably among its myriad kin that it seems familiar, as if it’s skulked there, scarcely noticed, all along. He does not know those Metford children, but they are children just like him, just like the children he sees every day at school.”

 

 

 1342258-f056e42d13664f98332959ac3f467207.jpg

Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Maxim Februari publiceerde eerder onder de naam Marjolijn Februarti. Sinds 15 september 2012 gaat hij als man door het leven. Zie ook mijn blog van 23 februari 2010 en ook mijn blog van 23 februari 2011 en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

 

Uit: Het verschil tussen bio en grafie (Het Extra Orgaan)

 

“Tijdens mijn overpeinzingen hierover stuitte ik toevallig op essay van Hans Groenewegen, uit zijn essaybundel Overvloed. Kritieken en kronieken over poëzie (2005). Groenewegen beschrijft hier hoe hij ooit gruwelijke ruzie kreeg met een filosoof, nota bene naar aanleiding van mijn werk. Ze bereidden samen een interview met me voor – dat overigens nooit heeft plaatsgevonden - toen de strenge filosoof mij ervan betichtte ethische grenzen te hebben overschreden.

Het ging om een passage uit mijn proefschrift waarin ik het gedicht Schibboleth van Paul Celan citeerde. 'Ruf's das Schibboleth, hinaus in die Fremde der Heimat: Februar.' De strenge filosoof vond dat ik met dit Februari-citaat te ver was gegaan. ‘Deze regels, alle regels van de door de shoah getekende dichter Celan mag je niet zo frivool op jezelf betrekken. Je mag ze überhaupt niet op jezelf betrekken. Dan ga je een grens over. Je schendt deze poëzie. Je instrumentaliseert.’ En hij concludeerde: Marjolijn lijdt aan betrekkingswaan.

Groenewegen werd daarom zo gruwelijk boos omdat hij betrekkingswaan niet wilde zien als een verwijt dat je maakt aan de lezer van poezie. ‘Zonder betrekkingswaan geen poëzie. Zonder betrekkingswaan kan geen poëzie gelezen worden. Zonder betrekkingswaan ontkom je niet aan de beschikkingsmacht van hen die een boek al uit hebben voor ze het openslaan. Betrekkingswaan is een oefening in empathie.’

 

 

 1342258-1bd67ef0a03f958936f1eb6eb251aba2.jpg

Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

 

Uit: Help! De dokter verzuipt...

 

“Wij, hier in het veen, konden een dokter zeer wel gebruiken. Tot dan toe waren we, wat medische verzorging betrof, aangewezen op de stad. Het was u geraden geen niersteen, angina, buikvliesontsteking of wat voor pijnlijk ongemak te bekomen. Want liet ge een geneesheer uit de stad ontbieden, dan moest deze eerst op de landkaart zoeken waar uw nederzetting lag om vervolgens een expeditie naar uw lijdenssponde te ondernemen. Niet zelden kwam de brave medicus te laat. Ge ontwaakte plotseling aan de buitenkant van uw bewusteloosheid waar iemand zich over u heen boog. Ha, eindelijk, dacht ge verheugd, de dokter! Maar dan bleek het de heilige Petrus te zijn, rammelend met de sleutels van het Koninkrijk.

Nu kregen wij in ons midden geneesheer Edmund Angelino, wiens voorvaderen stamden uit Italië. Onze pastoor stond een helft van zijn kolossale pastorie af. De arts mocht er wonen en zijn praktijk houden. Geen mens begrijpt waarom dorpspastorieën zulke machtige bouwwerken moeten zijn. Toch zeker niet voor die ene keer in de tien jaar dat de bisschop komt vormen! Maar wij boften met die knots van een opstal. Geneesheer Angelino hoefde geen onderkomen te zoeken, niets te bouwen, niets te huren dat hem niet zinde.

Hij trok in enkele kamers die wel een kostschool hadden kunnen herbergen en begon vandaar uit ons lichamelijk welzijn te behartigen.

Zijn faam was hem vooruit gegaan. Nou krijgen we er ene! Een rauwe beer. Een die de dingen bij hun naam noemt. Die niemand ontziet. Rang en stand lapt hij aan zijn laars. Hij heeft aan kleinzieligheid een even grote hekel als aan kleinzerigheid. Hij walgt van kale kak. Voor de duivel en zijn moer niet bang. Hij durft te zeggen wat u scheelt. Ge dient zijn ruwe taal, opgedaan tussen de koppensnellers van Borneo, met ruwe taal te beantwoorden. Dat waardeert hij. Dan zijt ge zijn man.”

 

 

1342258-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)



Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 22:43 Reageer op dit bericht

Jef Geeraerts, Erich Kästner, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Samuel Pepys

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jef Geeraerts op dit blog.

 

Uit: Le Récit de Matsombo (Vertaald door Marie Hooghe)

 

« J’étais assis dans un de ces fauteuils bas en rotin à la terrasse du Dolar, sans doute le plus fréquenté des bars de Madrid, et buvais un gin-tonic. »

(…)

 

« "En fait, c'est une longue histoire, docteur, qui commence pendant ces tristes jours de juillet 1960 - nom de Dieu ça fait vraiment déjà quatre ans ? - quand votre collègue Werther a été évacué en toute hâte de Bumba. Pour une raison qui n'en valait même pas la peine d'après moi. Enfin soit, c'était à lui d'en décider et un de mes rares principes est : ne te mêle jamais de la vie privée des autres. »

(…)

 

« Je dois dire que c’était une justice relativement primitive : les pauvres contre les profiteurs. Une justice basée sur la jalousie et l’envie. Les profiteurs étaient en minorité, ils devaient donc payer les pots cassés. La populace régnait. Les cadavres s’entassaient pêle-mêle contre le mur de la prison. Une puanteur épouvantable. A vous donner la nausée. Parfois, on n’arrivait plus à rien avaler. Un proverbe indigène dit : "L’endroit où pourrit l’éléphant, on le sent de loin." Simplement ré-pu-gnant. »

 

 

 1342251-a76449833c92bda10893b73e40e19cf9.jpg

Jef Geeraerts (Antwerpen, 23 februari 1930)

Hier met acteur Blerim Destani

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

 

Sachliche Romanze

Als sie einander acht Jahre kannten
(und man darf sagen: sie kannten sich gut),
kam ihre Liebe plötzlich abhanden.
Wie andern Leuten ein Stock oder Hut.

Sie waren traurig, betrugen sich heiter,
versuchten Küsse, als ob nichts sei,
und sahen sich an und wußten nicht weiter.
Da weinte sie schließlich. Und er stand dabei.

Vom Fenster aus konnte man Schiffen winken.
Er sagte, es wäre schon Viertel nach Vier
und Zeit, irgendwo Kaffee zu trinken.
Nebenan übte ein Mensch Klavier.

Sie gingen ins kleinste Cafe am Ort
und rührten in ihren Tassen.
Am Abend saßen sie immer noch dort.
Sie saßen allein, und sie sprachen kein Wort
und konnten es einfach nicht fassen.

 

 

 

Kleine Rechenaufgabe

 

Allein ging jedem Alles schief.
Da packte sie die Wut.
Sie bildeten ein Kollektiv
und glaubten, nun sei‘s gut.
Sie blinzelten mit viel Geduld
der Zukunft ins Gesicht.
Es blieb, wie‘s war. Was war dran schuld?
Die Rechnung stimmte nicht.
Addiert die Null zehntausend Mal!
Rechnet‘s nur gründlich aus!
Multipliziert‘s mit jeder Zahl!
Steht Kopf! Es bleibt euch keine Wahl:
Zum Schluß kommt Null heraus.

 

 

 

 1342251-1e0465665b9d690345b6566223ca32e1.jpg

Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)

 

 

 

 

De Britse schrijver Bernard Cornwell werd geboren op 23 februari 1944 in Londen. Zie ook alle tags voor Bernard Cornwell op dit blog.

 

Uit: The Last Kingdom

 

“He was my king and all that I have I owe to him. The food that I eat, the hall where I live and the swords of my men, all came from Alfred, my king, who hated me.

This story begins long before I met Alfred. It begins when I was ten years old and first saw the Danes. It was the year 866 and I was not called Uhtred then, but Osbert, for I was my father’s second son and it was the eldest who took the name Uhtred. My brother was seventeen then, tall and well built, with our family’s fair hair and my father’s morose face.

The day I first saw the Danes we were riding along the sea shore with hawks on our wrists. There was my father, my father’s brother, my brother, myself and a dozen retainers. It was autumn. The sea-cliffs were thick with the last growth of summer, there were seals on the rocks, and a host of sea-birds wheeling and shrieking above us, too many to let the hawks off their leashes. We rode till we came to the criss-crossing shallows that rippled between our land and Lindisfarena, the Holy Island, and I remember staring across the water at the broken walls of the abbey . The Danes had plundered it, but that had been many years before I was born, and though there were monks living there again the monastery had never regained its former glory.”

 

 

 1342251-3f1484ed0b7c49d6002e10c198e2eb49.jpg

Bernard Cornwell (Londen, 23 februari 1944)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Langgässer werd geboren op 23 februari 1899 in Alzey. Zie ook alle tags voor Elisabeth Langgässer op dit blog.

 

Uit: Saisonbeginn

 

“Die Arbeiter kamen mit ihrem Schild und einem hölzernen Pfosten, auf den es genagelt werden sollte, zu dem Eingang der Ortschaft, die hoch in den Bergen an der letzten Passkehre lag. Es war ein heißer Spätfrühlingstag, die Schneegrenze hatte sich schon hinauf zu den Gletscherwänden gezogen. Überall standen die Wiesen wieder in Saft und Kraft; die Wucherblume verschwendete sich, der Löwenzahn strotzte und blähte sein Haupt über den milchigen Stängeln; Trollblumen, welche wie ein eingefettet mit gelber Sahne waren, platzten vor Glück, und in strahlenden Tümpeln kleinblutiger Enziane spiegelt sich ein Himmel von unwahrscheinlichem Blau. Auch die Häuser und Gasthöfe waren wie neu: ihre Fensterläden frisch angestrichen, die Schindeldächer gut ausgebessert, die Scherenzäune ergänzt. Ein Atemzug noch: Dann würden die Fremden, die Sommergäste kommen- die Lehrerinnen, die mutigen Sachsen, die Kinderreichen, die Alpinisten, aber vor allem die Autobesitzer in ihren großen Wagen… Röhr und Mercedes, Fiat und Opel, blitzend von Chrom und Glas. Das Geld würde anrollen. Alles war darauf vorbereitet. Ein Schild kam zum anderen, die Haarnadelkurve zu dem Totenkopf, Kilometerschilder und Schilder für Fußgänger: Zwei Minuten zum Cafe Alpenrose. An der Stelle, wo die Männer die Pfosten in die Erde einrammen wollten, stand ein Holzkreuz, über dem Kopf den Christus war auch ein Schild angebracht. Seine Inschrift war bis heute die gleiche, wie sie Pilatus entworfen hatte: J.N.R.I.- die Enttäuschung darüber, dass es im Grund hätte heißen sollen: er behauptet nur, dieser König zu sein, hat im Laufe der Jahrhunderte an Heftigkeit eingebüßt.”

 

 

1342251-f97c11024b9f66d71562fbc754e4b22a.jpg
Elisabeth Langgässer (23 februari 1899 – 25 juli 1950)

Cover 

 

 

 

De Engelse schrijver Samuel Pepys werd geboren op 23 februari 1633 in Londen. Zie ook alle tags voor Samuel Pepys op dit blog.

 

Uit: The Diary of Samuel Pepys

 

„Wednesday 22 February 1659/60

In the morning intended to have gone to Mr. Crew’s to borrow some money, but it raining I forbore, and went to my Lord’s lodging and look that all things were well there. Then home and sang a song to my viall, so to my office and to Will’s, where Mr. Pierce found me out, and told me that he would go with me to Cambridge, where Colonel Ayre’s regiment, to which he was surgeon, lieth. Walking in the Hall, I saw Major-General Brown, who had a long time been banished by the Rump, but now with his beard overgrown, he comes abroad and sat in the House.

To my father’s to dinner, where nothing but a small dish of powdered beef and dish of carrots; they being all busy to get things ready for my brother John to go to-morrow.

After dinner, my wife staying there, I went to Mr. Crew’s, and got; 5l. of Mr. Andrews, and so to Mrs. Jemimah, who now hath her instrument about her neck, and indeed is infinitely, altered, and holds her head upright. I paid her maid 40s. of the money that I have received of Mr. Andrews.

Hence home to my study, where I only wrote thus much of this day’s passages to this * and so out again. To White Hall, where I met with Will. Simons and Mr. Mabbot at Marsh’s, who told me how the House had this day voted that the gates of the City should be set up at the cost of the State. And that Major-General Brown’s being proclaimed a traitor be made void, and several other things of that nature.

Home for my lanthorn and so to my father’s, where I directed John what books to put for Cambridge.

After that to supper, where my Uncle Fenner and my Aunt, The. Turner, and Joyce, at a brave leg of veal roasted, and were very merry against John’s going to Cambridge. I observed this day how abominably Barebone’s windows are broke again last night. At past 9 o’clock my wife and I went home.

 

 

 1342251-5bf9e3e3e2458f935ab61245f2dd0f2b.jpg

Samuel Pepys (23 februari 1633 – 26 mei 1703)

Beeld door Karin Jonzen in Seething Lane Gardens, London.

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 22:16 Reageer op dit bericht

Henri Meilhac, B. Traven, Amoene van Haersolte, David Kalisch, Josephin Soulary

De Franse schrijver Henri Meilhac werd geboren op 23 februari 1831 in Parijs. Zie ook alle tags voor Henri Meilhac op dit blog.

 

Uit : La Belle Hélène

 

“Scène II

PHILOCOME, CALCHAS.

CALCHAS.

Plus personne… pas de frais inutiles !… (Il éteint un trépied, Philocôme éteint l’autre.) Fais rentrer les offrandes, Philocôme.

PHILOCOME.

Oui, grand augure.

Sur l’ordre de Philocôme, deux esclaves emportent les offrandes dans le temple.

CALCHAS.

De piètres offrandes, en vérité… deux tourterelles, une amphore de laitage, trois petits fromages, des fruits très peu, et des fleurs beaucoup. Toutes ces guirlandes nous encombrent en pure perte… Il est passé, le temps des troupeaux de bœufs et de moutons… Voilà où en sont les sacrifices !… Les dieux s’en vont ! Les dieux s’en vont !

PHILOCOME.

Pas tous, seigneur ! Voyez Vénus…

CALCHAS.

Elle lutte, je ne dis pas le contraire, elle lutte… J’ai lu dans le Moniteur de Cythère le chiffre exact des offrandes du mois dernier… c’est énorme !

PPHILOCOME.

Il doit faire de bonnes affaires, le grand augure de Vénus !

CALCHAS.

Le fait est qu’il n’y en a plus que pour elle, depuis que, grâce au berger Pâris, elle a battu Junon et Pallas dans le concours du mont Ida… tandis que ce pauvre

Jupiter, le père des dieux et des hommes cependant, il est dans une baisse !… Que de fleurs !… que de fleurs !… enfin… tu porteras ce bouquet de roses à la petite Mégara, la joueuse de flûte qui demeure près du temple de Bacchus…”

 

 

1342244-cfa30fdd7ad404b5107cb41acc46cd8b.jpg
Henri Meilhac (23 februari 1831 – 6 juli 1897)

Uitvoering van “La Belle Hélène“ in Bordeaux, Grand-Théâtre, 2011

 

 

 

 

De Duitstalige schrijver B. Traven werd (vermoedelijk op 23 februari) 1890 geboren. Zie ook alle tags voor B. Traven op dit blog.

 

Uit: Das Totenschiff

 

“Keiner kam mehr zurück. Es ging lieber selber unter, als von Streichbrechern begrapscht zu werden. Yes, Sir. Wird die Mannschaft schlecht beköstigt oder schlecht behandelt, das Schiff nimmt sofort Partei für die Mannschaft und schreit in jedem Hafen die Wahrheit so laut hinaus, daß sich der Skipper die Ohren zuhalten muß und oft genug eine Hafenkommission aus dem Schlafe gescheucht wird und nicht eher zur Ruhe findet, bis sie eine Untersuchung angestellt hat. Ich glaube sicher, daß man mich für ein ganz verfressenes Subjekt hält. Aber für den Seemann ist ja das einzige, womit er sich außer seiner Beschäftigung mit dem Schiff befassen kann, das Essen. Andere Freuden hat er nicht, und hart arbeiten verursacht einen gesunden Hunger. Das Essen ist ein wichtiger Bestandteil seines Lohnes. Auf der Yorikke aber, wie sie auch laut genug hinausschrie, wurde der elendeste Fraß für die Mannschaft gegeben, den eine geizige Kompanie und ein Skipper, der auf Nebenverdienste sehen mußte, nur herstellen konnte, um die Mannschaft eben gerade noch am Leben zu erhalten. Wie der Skipper selbst beschaffen war, verriet Yorikke jedem, der die Sprache eines Schiffes verstand. Er trank gern, aber nur gute Tropfen; er aß gern, aber nur gute Dinge; er stahl, wo er nur stehlen konnte; er machte Nebengeschäfte, mit wem er nur konnte und auf wessen Kosten er nur konnte. Im übrigen war ihm alles sehr gleichgültig, und er belästigte die Mannschaft persönlich nur wenig. Er belästigte sie auf dem Umwege über die Offiziere und die Ingenieure. Die Ingenieure hätten auf Schiffen, die nicht verrückt waren, sondern normal, nicht einmal als Öler arbeiten können. Wie war es nur möglich, daß Yorikke eine Mannschaft bekam und eine Mannschaft halten konnte?”

 

 

 1342244-12fb46bb81de2790dbf386e688e7f62e.jpg

B. Traven (vermoedelijk 1890 - 26 maart 1969)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Amoene van Haersolte (eig. Ernestine Amoene Sophia van Haersolte-van Holthe tot Echten)  werd geboren in Utrecht op 23 februari 1890. Zie ook alle tags voor Amoene van Haersolte op dit blog.

 

Uit: De gedenkschriften van Keizerin Eugenie

 

“Er is nog zoo iemand geweest als Eugenie de Montijo. Wie die keizerin Eugenie kent zooals ze voor ons verschijnt in memoires en biographieën en beschouwingen van haar tijdgenooten, zal aan de echtheid van deze memoires kunnen gelooven?

O, voorwaar, de felle clericale Eugenie met haar veelbewogen leven, dat ze zoo intens heeft geleefd, zou anders geschreven hebben en anders zou de polsslag van de eeuw geklopt hebben in een werk van haar hand.

Dit droge boek met zijn eindelooze redenaties heeft Eugenie niet kunnen schrijven, een historische figuur als deze laat niet met zich sollen.

Dit werk is een poppekast.

Het is alsof men een ornamentje uit een galanteriewinkel u wil verkoopen voor een kostbaar kleinood en ga dan maar eens vergelijken en ga dan maar eens demonstreeren dat het namaak is, waardelooze namaak. Is het dan wel noodig hier verder over te praten?

Kent ge veel memoires, die allerliefste getuigenissen uit vroeger dagen, die boeken waarin men zich zoo kan verliezen, dat men wel zou willen huilen omdat het zoo onherroepelijk voorbij is en omdat we haar nooit zullen kennen, haar, die ze schreef.? Dan kent ge de bekoring die er van die boeken uitgaat maar ook de betrouwbaarheid van deze bronnen om een indruk te krijgen van een tijd. Dat is het verschil tusschen een geschiedenisboek en een gedenkschrift. Een geschiedenisboek is nooit zoo levend, het zal u vertellen, hoe het was en waarom het zoo was.”

 

 

 1342244-c69c882b255d24b182e6a9cfe7ad4c86.jpg

Amoene van Haersolte (23 februari 1890 - 1 augustus 1952)

 

 

 

 

De Duitse schrijver David Kalisch werd geboren op 23 februari 1820 in Breslau. Zie ook alle tags voor David Kalisch op dit blog.

 

Uit: Berlin, wie es weint und lacht

 

“FERDINAND immer noch sitzend, ohne von der Lektüre aufzusehen.

Herr – hm!

BERNHARD verzagt, mit sich kämpfend. Ich brauche Geld – können Sie mir 200. Taler leihen?

FERDINAND. Sie belieben zu scherzen, Herr Schlicht!

BERNHARD. Ich weiß Sie haben sie – und noch mehr. Ich gebe Ihnen einen Wechsel.

FERDINAND. 'nen Wechsel? Entschuldigen Sie, das ist ein überwundener Standpunkt!

BERNHARD. Sie wissen, daß ich eine reiche Tante habe?

FERDINAND. Aber Ihre Frau Tante ist eine sehr ungemütliche Dame. Das letzte Mal, wie Sie auch nicht bei Mammon waren, und ich wegen der kleinen Nota kam, hat sie mich fast die Treppe hinuntergeworfen.

BERNHARD. Lieber Freund –

FERDINAND. Da muß man sich nichts daraus machen – gewiß!

Aber es paßt sich doch nicht.

BERNHARD. So wollen Sie mir nicht helfen?”

 

 

 1342244-fe5dc8b848cae6bff021a3a186aad7fe.jpg

David Kalisch (23 februari 1820 – 21 augustus 1872)

 

 

 

 

De Franse dichter Josephin Soulary werd geboren op 23 februari 1815 in Lyon. Zie ook alle tags voor Josephin Soulary op dit blog.

 

 

UNE GRANDE DOULEUR

Comme il vient de porter sa pauvre femme en terre,
Et qu’on est d’humeur noire un jour d’enterrement,
Il entre au cabaret ; car la tristesse altère,
Et les morts sont bien morts ! - c’est là son sentiment.

Il se prouve en buvant que la vie est sévère ;
Et, vu que tout bonheur ne dure qu’un moment,
Il regarde finir mélancoliquement
Le tabac dans sa pipe et le vin dans son verre.

Deux voisins ses amis sont là-bas chuchotant
Qu’il ne survivra pas à la défunte, en tant
Qu’elle était au travail aussi brave que quatre.

Et lui songe, les yeux d’une larme rougis,
Qu’il va rentrer ce soir, ivre-mort, au logis,
Bien chagrin - de n’y plus trouver personne à battre.

 

 

 1342244-e4ae503f4c421f1adc2ca13527b6d2b3.jpg

Josephin Soulary (23 februari 1815 – 28 maart 1891)

Geschreven door Romenu om 22:10 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten