Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 maart 2013 tot 28 maart 2013

Am Gründonnerstage (Annette von Droste-Hülshoff)


Bij Witte Donderdag

 

1363743-76a03a9a18c85b791f6132635a6329de.jpg 

Het Laatste Avondmaal door Jacopo Bassano, 1542

 

 

 

Am Gründonnerstage

 

O Wundernacht, ich grüße!
Herr Jesus wäscht die Füße.
Die Luft ganz stille stand;
Man hört den Atem hallen
Und wie die Tropfen fallen
Von seiner heil'gen Hand.

Da Jesus sich tut beugen,
Ins tiefe Meer sich neigen
Wohl Inseln diesem Gruß.
Ist er so tief gestiegen,
So muß ich ewig liegen
Vor meines Nächsten Fuß.

Herr, ob sich gleich betöret
Die Seele mein empöret
Vor aller Niedrigkeit,
Daß ich vielmehr mein Leben
In Qualen aufzugeben
Für deinen Ruhm bereit:

So gib, daß ich nicht klage,
Wenn du in meine Tage
Hast alle Schmach gebannt;
Laß brennen meine Wunden,
So du mich stark befunden
Zu solchem harten Stand!

O Gott, ich kann nicht bergen,
Wie angst mir von den Schergen,
Die du vielleicht gesandt
In Krankheit oder Grämen
Die Sinne mir zu nehmen,
Zu töten den Verstand!

Es ist mir oft zu Sinnen,
Als wolle schon beginnen
Dein schweres Strafgericht;
Als dämmre eine Wolke,
Doch unbewußt dem Volke,
Um meines Geistes Licht.

Doch wie die Schmerzen schwinden,
Die mein Gehirn entzünden,
So flieht der Nebelduft,
Und mit geheimem Glühen
Fühl' ich mich neu umziehen
Die frische starke Luft.

Mein Jesu, darf ich wählen,
Ich will mich lieber quälen
In aller Schmach und Leid,
Als daß mir so benommen,
Ob auch zu meinem Frommen,
Die Menschenherrlichkeit.

Doch ist er so vergiftet,
Daß es Vernichtung stiftet,
Wenn er mein Herz umfleußt:
So laß mich ihn verlieren,
Die Seele heimzuführen,
Den reichbegabten Geist.

Hast du es denn beschlossen,
Daß ich soll ausgegossen
Ein tot Gewässer stehn
Für dieses ganze Leben:
So will ich denn mit Beben
An deine Prüfung gehn.

 

 

 

1363743-b9dc7fa06f697a79d8c9cf33809acfdc.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Keuken in het Rüschhaus nabij Drostes geboortehuis Burg Hülshoff

 

 

 Zie voor de schrijvers van de 28e maart ook mijn vorige  blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:13 Reageer op dit bericht

Joost de Vries

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

 

Uit: Clausewitz (Vertaald door Liz Waters)

 

“That evening I read the fewer than 120 pages at a single sitting. Mr Brissot wrote clearly and amiably about why he found the work of Ferdynand LeFebvre so interesting and why he thought there was more political reality behind the man’s fanciful narratives than the literary world assumed. In the next hundred pages he deciphered countless parables and intertextualities hidden in the work and analysed a wide range of symbols and metaphors. All meticulously annotated.

In the online catalogue of the consortium of Dutch university libraries I could find neither the title nor the author. I had to create an account before I could search the French national library, but there too I

failed to unearth any Monsieur Brissot. Google Scholar produced zero results. The book had no ISBN. It was as if I was holding something that didn’t exist.

In the week before leaving for France I’d walked along a corridor of the university library that I hadn’t seen before and happened upon the booklined wall where all the dissertations were kept. Thousands of surnames on thousands of immaculate, untouched white covers, an unread monument, with the names of doctoral researchers engraved on it like fallen soldiers.”

 

 

1364338-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)


Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Mario Vargas Llosa, Walter van den Broeck, Nelson Algren, Chrétien Breukers

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

 

Uit: Die Welt des Juan Carlos Onetti (Vertaald door Angelica Ammar)

 

“Nackt oder,wenn die Unbilden des Klimas es erfordern, in Pelze gehüllt, befinden sich diese Rudel von Protomenschen in ständiger Bewegung, ziehen zum Jagen und Sammeln unablässig umher auf der Suche nach unberührten Landstrichen, um Nahrung zu finden, die sie der Natur entnehmen, ohne sie zu ersetzen, wie es die Tiere tun, diese große Gemeinschaft, der sie immer noch angehören, von der sie sich erst langsam abzulösen beginnen. 
 Nebeneinander zu leben heißt noch nicht, zusammenzuleben. Letzteres setzt ein ausgefeiltes Kommunikationssystem voraus, ein kollektives, geteiltes Schicksal, das auf gemeinsamen Nennern wie Sprache, Glauben, Riten, Körperverzierungen und Bräuchen basiert. Nichts von all dem existiert bislang – noch haben wir es mit dem nackten Überleben zu tun, mit Impulsen und Affekten, die der Logik vorangehen und diese halben Tiere dazu gebracht haben, anstatt ihrer fehlenden Krallen, Reißzähne, Hörner oder Giftdrüsen und anderen Verteidigungsmechanismen, über die die übrigen Lebewesen verfügen, nach Schiefern oder Kieseln zu greifen, in der Gruppe zu jagen, zu schlafen und den Ort zu wechseln, um sich gegenseitig zu beschützen und die Angst zu nehmen.
 Denn zweifellos hat die tägliche Erfahrung bewirkt, daß sich in diesem ersten Menschen von allen noch schlummernden Emotionen, Begierden, Instinkten und Leidenschaften beim Erwachen ins Dasein als erstes die Angst entwickelte.” 

 

 

1363741-30ce6893b48b8a1d25362fb932cac516.jpg 

Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)

 

 

 

 

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

 

Uit: Brief aan Boudewijn

“Zo denkt u natuurlijk dat wij in heel nette steden en gemeenten wonen, die worden bestuurd door oppassende burgemeesters. Maar indien u uw chauffeur zou opdragen heel even van de uitgestippelde route af te wijken, dan zou u wel eens in straten terecht kunnen komen waarvan de moegetergde bewoners zich ten lange leste hebben verenigd in een aktiekomitee om met nauwlijks nog legale middelen een verbetering van het bultige en met lawaaideksels bezaaide wegdek af te dwingen. Ik zeg maar wat.

In elk gebouw dat u bezoekt, wordt inderhaast een gloednieuw WC geïnstalleerd, zodat u, wanneer u aan een natuurlijke behoefte moet voldoen, de indruk krijgt dat op het hygiënische vlak niets aan te merken valt in uw land.

 Bovendien worden daardoor allerhande grafische uitingen van ongenoegen, die uw volk in de intimiteit van dat soort kamertjes aan de wanden pleegt toe te vertrouwen, geheel onthouden, en moet u wel denken dat wij in het geheel gespeend zijn van frustraties en klachten, en met de gang van zaken volkomen tevreden zijn. Veelvuldige protesten die u vanuit diverse bevolkingslagen via de pers worden toegezonden, moeten u dan wel voorkomen als drijverijen van labiele enkelingen, die zich achter verenigingen en partijen verschuilen om hun hoogstpersoonlijke frustraties te ventileren. Sommigen beweren zelfs dat het altijd dezelfde closetpot is, en sterker nog: dat daags voor uw reis een hele karavaan kamoeflagespecialisten vanuit Brussel vertrekt.”

 

 

1363741-9167cafe02cf74ce924d5d7fc7761e1c.jpg 

Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

Cover 

 



De Nederlandse dichter
Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook alle tags voor Chrétien Breukers op dit blog.

 

 

Aix en Provence

 

Ik kocht een kilo erwten op de markt. Daarna
een kilo kalfsvlees bij de Algerijn met zweren
en een hoofd van leer. Het was pas twee uur
in de middag en ik had een zee van tijd.

 

Ik dacht: het vlees moet stoven en de erwten
zal ik uit hun huls bevrijden. Maar bij een toonbank
stond een kennis die net witte wijn, pernod
of bier uit koude flesjes had besteld. Ik nam
een bocht in de geschiedenis die uren duurde.

 

Terug naar huis. De wrakke twintig meter met het bed
waarin het huismijtleger heer en meester was. Ik zag
dat je in slaap gevallen was. Een zomer uit een film
die net geen Gouden Palm gewonnen heeft. Je droeg
een groene jurk. Kalfsvidé met erwten en dragon.

 

 

 

 

Tongebreek

Wij konden ons verstaan. Wij stemden met ons in.
Toen brak van één de tong. Hem sloeg de taal uiteen.

Het was een stille dag. Wij wisten het nog niet.
Wij zouden snel verspreid. Wij zouden ruw verstrooid.

Wij zouden weg van huis en haard. Onze vaders
achterlatend naar een verre streek. Zonder naam

en met een dikke strot. Mompel klonk voortdurend
om ons heen. Gelach. Geklaag. Gebed. Geteem.

De wereld was zo groot. Wij werden her en der
gemoord. Geduld. Gehoord. Zij konden ons verstaan

en deden dat met harde hand. Of zacht. Of niet.
Wij bouwden ons een huis. Maar wat geen spraak beschrijft

hangt als de - hangt voornaam - hangt - hangt nog
als een nevel - steekt als een angel in de keel.

 

 

 

dyn002_original_273_275_pjpeg__3d785d69d58646598ccd29f29f5e8730.jpg 

Chrétien Breukers (Leveroy,  28 maart 1965)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook alle tags voor Nelson Algren op dit blog.

 

Uit: A Place To Lie Down

 

“Two hungry bums in Texas, mopin' down the S.P. ties. On either side of the tracks stretched the Texas prairie, half unseen now under a fog. Within the fog a cowbell tinkled, near at hand and coming nearer. The black 'bo drew a battered pack of cigarettes out of his hip pocket.

"Say," he asked his white companion, "you know why they made Ol' Gol's in the first place?"

The white didn't know.

"To keep niggers an' Jews from smokin' Camels is why."

They both laughed, without strength, and moped on.

The Negro paused, stood on one leg like a heron, and slipped off his right shoe. His toes were encrusted with a fishlike scale; he rubbed them with gaunt knuckles until brownish chips brittled off onto the ties.

"It itches," he complained. "It itches like the crabs."

The white offered advice: "Y'all ought to wear a white sock on that. On anythin' like that."

When they reached El Paso the streets were deserted; but morning was breaking over Juarez, and an empty C.C.C. truck rolled past as though to herald an empty dawn.

Neither boy knew where this city's breadline, if any, was to be found; so they walked on aimlessly. Once they paused in a doorway while the Negro removed his shoe once more, and again scraped his knuckles against his toes. Overhead an unshaded night bulb still burned feebly, casting a sickly greenish glow across a staircase leading up to nowhere. A woman passed the doorway, head down and hurrying through the rain along the unlovely southern street.

"I'm tired as a old hound, ain't you?" the Negro asked as he scraped.

"Yeah," the other answered. "Bummin' takes all the tallow out o' mah pole. Ah ain't been eatin' so reg'lar o' late, neither. What's yore name, nigger?"

"Call me Mack. What's yours?"

 

 

1363741-f60e2c54c4320d59aa8eb8dd03059f38.jpg 

Nelson Algren (28 maart 1909 - 9 mei 1981)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2012.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Heinrich Mann, Golo Mann, Carolina Trujillo, Patrick McCabe, Bob den Uyl, Dubravka Ugrešić, Shusaku Endo

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Heinrich Mann op dit blog.

 

Uit: Die Jugend des Königs Henri Quatre

 

«Fein!» rief Henri. «Ich habe eine Frau, wie heißt sie?»
«Margot. Sie ist ein Kind wie du, sie konnte die Religion noch nicht hassen und verfolgen. Dennoch glaube ich nicht, daß du Marguerite von Valois heiraten wirst. Ihre Mutter, die Königin, ist eine zu böse Frau.»
Henri sah das Gesicht Jeannes sich verändern bei der Er­wähnung der Königin von Frankreich. Er erschrak, und seine Phantasie erhielt einen jähen Anstoß. Im Geist erblickte er eine furchtbar unmenschliche Fratze, eine Klaue, einen dicken Stock, und er fragte: «Ist sie eine Hexe? Kann sie zau­bern?»
«Am liebsten möchte sie es», bestätigte Jeanne. «Aber das ist noch nicht das Schlimmste.»
«Speit sie Feuer? Frißt sie Kinder?»
«Beides; aber es gelingt ihr nicht immer. Denn die Bosheit hat Gott zu unserem Glück mit der Dummheit bestraft. Mein Sohn, von diesem allem darfst du keinem Menschen auch nur ein Wort verraten. »
«Ich werde alles für mich behalten, meine liebe Mama, und ich werde mich hüten, damit ich nicht gefressen werde.» Er war im Augenblick ganz erfüllt von seinen Vorstellungen und glaubte daher nicht, daß er sie und die Worte seiner Mutter je werde verlieren können.
«Halte vor allem fest an dem wahren Glauben, den ich dich gelehrt habe!» sagte Jeanne innig und auch drohend; er er­schrak wieder und diesmal tiefer.
Dies war das erste, was Henri von seiner Mutter Jeanne d'Albret hörte über Katharina von Medici; und dann wurde wirklich gereist.
Voran fuhr ein großer alter Wagen aus Leder, er trug den Erzieher des Prinzen, mit Namen La Gaucherie, er trug zwei Pastoren und mehrere Lakaien. Dann folgten sechs bewaff­nete Reiter, lauter protestantische Edelleute, dann der mit ro­tem Samt ausgeschlagene Wagen der Königin, darin saß Jeanne mit ihren beiden Kindern und drei Damen. Den Be­schluß des Zuges machten wieder die berittenen Herren «von der Religion».

 

1363094-73281ded670519f4c2258a5261d18e92.jpg 

Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)

Ets door Max Liebermann, 1928

 

 

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook alle tags voor Golo Mann op dit blog.

 

Uit: Ludwig I. König von Bayern

 

“Auch diese Beschreibung könnte mit den Worten «München leuchtete« beginnen. Wie anders, wenn der Grüne Heinrich anstatt im Mai 1840, sagen wir im Mai 1810 in die Stadt gekommen wäre. Natürlich weiß er, daß nahezu all das glänzende Neue, im Gegensatz zu den dunkeln Bürgerhäusern, das Werk des regierenden Königs ist; mit dem er dann auch bald persönliche Bekanntschaft macht: »Denn vor kurzer Zeit, da ich. . in der Abenddämmerung durch eine stille Straße ging, um den bescheidenen Abendtrunk aufzusuchen, begegnete ich dem mir unbekannten, schlank hageren Manne, der plötzlich seinen raschen Schritt anhielt und mich achtlos Vorübergehenden fragte, warum ich ihm nicht die gebührende Ehre erwiese? Erstaunt sah ich ihn an; aber schon hatte er mir den Hut vom Kopfe genommen, mir die Hand gegeben und sagte: ›Kennen Sie mich nicht? Ich bin der König!‹ worauf er seinen Weg in die Dämmerung hineinfortsetzte.« So etwas erfindet man nicht. Wir wissen ja, daß Ludwig regelmäßig, meist ohne jede Begleitung, in seiner Hauptstadt spazieren ging, von den Bürgern eine Ehrenbezeugung erwartete und selbstverständlich erhielt, auch gern den einen und anderen in ein kurzes Gespräch zog. Köstlich ist dann bei Keller auch die Beschreibung eines Fasnachtzuges im folgenden Februar, den der Grüne Heinrich als angehender Maler selber mitmachen darf, wie die Mitglieder aller Zünfte. Dabei dominieren die Künstler und Handwerker, die im Dienste des Königs stehen. Es geht durch das Zentrum der Stadt und hinein in die Residenz, vorbei am König und seiner Familie: »Der zufrieden, ja vergnügt scheinende Monarch, welcher die rauschende und farbenstrahlende Festfreude gewissermaßen als den Lohn seines eigenen Verdienstes betrachten durfte, saß in der Mitte der Seinigen auf goldenem Sessel und besah sich diese und jene Erscheinung des vorüberwallenden Zuges genau und richtete an manchen einzelnen ein Scherzwort.«

 

 

1363094-44bc202b377b06a89cd5a32221a413e3.jpg 

Golo Mann (27 maart 1909 - 7 april 1994)

 

 

 

 

De Uruguayaans-Nederlandse schrijfster Carolina Trujillo werd geboren in Montevideo, Uruguay, op 27 maart 1970. Zie ook mijn blog van 27 maart 2011.

 

Uit: De terugkeer van Lupe Garcia

 

“Zolang ze met mij was, dacht ik, al was het alleen om te praten, te lezen of te slapen, zou ze niet met een ander gaan. Dat ze voor het eerst met een gozer zoende, een die niet ik was, zag ik nog net aankomen. Dat verzachtte de klap. De gast waar ze het voor het eerst echt mee deed, kwam als een verrassing. Ik was steeds de eerste aan wie ze het vertelde.
Ik heb me goed gehouden. Beter dan ooit, maar die gozer is een van de weinige mensen uit die tijd van wie ik de voor- en achternaam nog weet. Ik heb hem nog jarenlang de meest beschimmelde wiet verkocht die ik in huis kon vinden. Met hem was het anders, troostte Lupe me, maar dat had ik al begrepen.
‘Waar praten jullie over?’ vroeg ik. Zelden zo’n spijt gehad van een vraag.
‘We praten niet,’ zei ze. Ik liet me aan haar vriendinnen koppelen als een ezel aan een kar: me verzettend, schoppend en zelfs slaag krijgend.”

 

 

1363094-809eb0f997ec858b4085fdd433933d6c.jpg 

Carolina Trujillo (Montevideo, 1970)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Patrick Joseph McCabe werd geboren op 27 maart 1955 in Clones, Monaghan. Zie ook alle tags voor Patrick Mc Cabe op dit blog.

 

Uit: The Butcher Boy

 

“We called round to Philip and had a swopping session.

We cleaned him out. I admit it. It was only a laugh. We'd have given them back if he asked for them. All he had to say was: Look chaps, I think I want my comics back and we'd have said: OK Phil.

But of course Nugent couldn't wait for that. Anyway we left Philip with his pile of junk and off we went to the hide going on about it all until the tears ran down our faces. Wait till you hear this one Joe would say one flea says to the other what do you say will we walk or take a dog. He was reading out all these jokes I couldn't stop the laughing, I was choking. We got so bad I was hitting the grass with my fists crying stop Joe stop. But we weren't laughing the next day when Nugent got on the job.

I met Joe coming across the Diamond and he says to me watch out Francie we're in the wars with Nugent. She called at our house and she'll be round to you. Sure enough I was lying on the bed upstairs and the knock comes to the front door. I could hear ma humming and the shuffle of her slippers on the lino. Ah hello Mrs Nugent come in but Nugent was in no humour for ah hello come in or any of that. She lay into ma about the comics and the whole lot and I could hear ma saying yes yes I know I will of course! and I was waiting for her to come flying up the stairs, get me by the ear and throw me on the step in front of Nugent and that's what she would have done if Nugent hadn't started on about the pigs. She said she knew the kind of us long before she went to England and she might have known not to let her son anywhere near the likes of me what else would you expect from a house where the father's never in, lying about the pubs from morning to night, he's no better than a pig.”

 

 

1363094-3df1dec142458c61f83e53a70f97ea9b.jpg
Patrick McCabe (Clones, 27 maart 1955)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Bob den Uyl werd geboren in Rotterdam op 27 maart 1930. Zie ook alle tags voor Bob den Uyl op dit blog.

 

Uit: Het fietswiel

 

“Het omgaan met mensen gaat mij aardig af, maar zodra ik iets van ze gedaan moet krijgen is het mis. Eindeloos was ik aan het proberen om Szabul, de man voor me, voorzichtig uit te horen, en steeds zei ik de domste dingen. Waarom bij voorbeeld zijn bestaan niet belachelijk gemaakt door als een hond blaffend in zijn been te bijten, in cirkels om hem heen te gaan draven om dan in straf tempo door te lopen en zakelijke blikken te werpen op wat zich daartoe leent en dat is vrijwel alles. Waarom heeft een vadsig mens als hij macht over mij, een macht die ik hem verdomme zelf opdring? Als hij na een verwarde redevoering zijn relaas besluit met een ‘zo is de mens’ kijkt hij je gelukkig aan. Hij heeft de mens bepaald en daarmee zichzelf. Gefeliciteerd! En ik maar slapjes lachen. Ik stond nu al een uur met hem te praten en wat wist ik nog van dat fietswiel? Ik zette al mijn doorzichtige diplomatie op zij en vroeg hem op de man af wat het allemaal betekende. Aan mijn gezicht moest hij wel zien dat het me ernst werd, dat ik aan het eind van mijn krachten was.

- Kijk, zei hij, het is dus een as met een middellijn van ongeveer drie centimeter, waaruit metalen spaken steken van ongeveer dertig centimeter. Het geheel lijkt sterk op een fietswiel zonder velg, maar is dat niet, omdat de speciale manier waarop fietsspaken worden geplaatst hier niet is gevolgd. Om één van de spaken zit een voorwerp, van synthetische stof; het is een vierkant met daarin weer een vierkant, aan het eerste bevestigd met dunne, in de hoeken geplaatste verbindingen van dezelfde stof. De beide vierkanten zijn op dezelfde hoogte schuin doorgesneden. Via deze voor het oog nauwelijks zichtbare gleuven is het voorwerp, het geheel ter grootte van vier vierkante centimeter, om een spaak gehangen. Het is een toevallig lijkende constructie waarvan ik de uitvinder ben.”

 

 

1363094-7bd28718178b95443ca84a6160beeb89.jpg 

Bob den Uyl (27 maart 1930 - 14 februari 1992)

 

 

 

 

De Kroatische schrijfster Dubravka Ugrešić werd geboren op 27 maart 1949 in Kutina in Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Dubravka Ugrešić op dit blog.

 

Uit: The Ministry of Pain (Vertaald door Michael Henry Heim)

 

“That’s why I have the feeling I’m learning to speak from scratch here. And it’s not easy. I’m constantly on the lookout for breathing spaces to deal with the fact that I can’t express what I have in mind. And there’s the larger question of whether a language that hasn’t learned to depict reality, complex as the inner experience of that reality may be, is capable of doing anything at all – telling stories, for instance.

And I was a literature teacher.
After going to Germany, Goran and I settled in Berlin. Germany had been Goran’s choice: Germany did not require visas. We’d saved up quite a bit, enough for a year. I quickly found my feet: I landed a job as a nanny for an American family. The Americans paid me more than a decent wage and proved to be decent people. I also found a part-time job at the National Library, shelving books in the Slavonic Division one day a week. Since I knew a thing or two about libraries, spoke Russian in addition to ‘our language’ and could make sense out of the other Slavonic tongues, the work came easy to me. I lacked the proper work permit, however, so they had to pay me under the counter. As for Goran, who’d taught mathematics at the University of Zagreb, he soon found employment in a computer firm, but he resigned after a few months: a colleague of his had been hired as a lecturer at a university in Tokyo and was trying to lure Goran there, assuring him he would get a better job forthwith.!
Goran in turn tried to persuade me to leave, but I held out: I was a West European, I said by way of self-justification, and I wanted to be close to my mother and his parents. Which was true. But there was another truth.”

 1363094-77f656b4e8927515c0e51a9ec68b470e.jpg

Dubravka Ugrešić (Kutina, 27 maart 1949)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Shusaku Endo werd geboren in Tokio op 27 maart 1923. Zie ook alle tags voor Shusaku Endo op dit blog.

 

Uit: Kiku’s Prayer (Vertaald door Van C. Gessel)

 

  “At the outset, I must introduce two girls who are characters in this novel. Their names are Mitsu and Kiku. They are cousins only one year apart inage. They have no last names, having been born toward the end of the Tokugawaperiod into farming families in the Magome District of Urakami Village, whichborders Nagasaki. Consequently, the government offcials in Nagasaki and the Buddhist prelates at Shōtokuji Temple recorded in their registries: “Mitsu, daughter of Mohei of Magome District, and Kiku, daughter of Shinkichi from same district.” Shōtokuji was the ancestral temple for this region.

Were you to drive in Nagasaki toward the epicenter where the A-bomb wasdropped, on the right side of the highway you would see a temple with a signreading “Shōtokuji Preschool.” That area used to be known as Magome District. These days there is nothing to see there but a drab national highway with carsand trucks weaving in and out, but around the time Mitsu and Kiku were born,this area was right next to the ocean.

The Shōtokuji was perched on a hill at theedge of the water. Mountains pressed up against the shore, leaving little land that could becultivated. So the farmers in Magome, just like the peasants in the neigh-boring Satogō, Nakano, Motohara, and Ieno Districts, used the slopes of the hills and made their living by planting rice crops in the valleys between. The population of all these villages combined could not have exceeded nine hundred households. Nothing remains of those days, with Magome now buried under modernhousing developments. But each time I visit Nagasaki, I always pause there andclose my eyes, imagining what it must have looked like when Mitsu and Kikuwere still alive.”

 

 

1363094-43875e17f553fd9b55d2d96c0f1e45c6.jpg 

Shusaku Endo (27 maart 1923 – 29 september 1996)



Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2012 deel 2 en eveneens deel 3.


Geschreven door Romenu om 17:50 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten