Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 maart 2013 tot 1 april 2013

Am Ostermontage (Annette von Droste-Hülshoff)


Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen!

 

 

1366050-a83abc7a354b72ff34a26105f4cde049.png 

Noli me tangere door Antonio da Correggio, ca 1534

 

 

 

 

Am Ostermontage

Ev: Von den Jüngern die nach Emmaus gingen


Herr, eröffne mir die Schrift,
Deiner Worte Liebesmorgen,
Daß er leis' im Herzen trifft,
Was gewißlich drin verborgen.
Weiß es selber nicht zu finden,
Bin doch aller Hoffnung voll:
O, die Wolken werden schwinden,
Wenn die Sonne scheinen soll!

Soll der Glaube ferne sein,
Da die Liebe nicht verloren,
Da in Nächten stiller Pein
Mir die Hoffnung neu geboren?
Du mein Gott der Huld und Treue,
Den des Würmleins Krümmen rührt,
Hättest du umsonst die Reue
In dies starre Herz geführt?

Nein, mein Herr, das hast du nicht,
Deine Seelen sind dir teuer;
Wo nur noch ein Fünklein spricht,
Nahst du gern mit deinem Feuer.
O, ich fühl' es wohl, wie leise
Sich das neue Leben regt,
An der Gnade zarte Speise
Seine schwachen Lippen legt.

Manches ist mir wunderbar,
Manches muß mir dunkel scheinen;
Doch in deiner Liebe klar
Wird sich Alles freudig einen.
War der Nebel nur des Bösen,
Was als Nacht mich zagen ließ:
Wie sich meine Sünden lösen,
Tret' ich aus der Finsternis.

Herr, mit Tränen dank ich dir
Für dein übergnädig Walten,
Daß du deinen Glauben mir
In der Sünde vorenthalten:
Ach, ich hätte wie im Grimme
Neue Frevel nur erspäht,
Bis mir des Gewissens Stimme
Von dem Sturme überweht.

Deine Gnad' ist weich und warm,
Mag der Sorgfalt nicht entbehren,
Und mein Herz war kalt und arm
Solchen zarten Gast zu nähren.
Aber wie die Quellen springen,
Losgerissen von dem Weh,
Taucht sie sich mit milden Schwingen
In den heißen roten See.

Herr, ich habe viel geweint,
Daß ich oft wie zu zergehen
In der Seelennot gemeint,
Und wie ist mir heut' geschehen!
Daß ich gar so voll der Freuden
Und mich keine Angst bezwingt,
Ob mir gleich das alte Leiden
Riesig an die Seele dringt.

Und bei deinem heil'gen Buch,
Was mir heute fast wie offen,
Denk ich keinen einz'gen Fluch,
Kann nur lieben, kann nur hoffen,
Seh dich nur als Kindlein neigen,
Alles lieblich, alles lind;
Deine harten Worte schweigen,
Und ich weiß nicht, wo sie sind.

Das ist nur für diesen Tag,
O, viel anders wird es kommen;
Denn zu groß ist meine Schmach,
Solche Lust kann ihr nicht frommen;
Hast nur deinen Blitz gesendet,
Daß nicht irr' in meiner Pein
Ich mich wieder zugewendet
Dem verlaßnen Götzenhain.

Du unendlich süßes Glück,
Muß ich wieder dich verlieren,
Laß mir nur dein Bild zurück,
In dem Grolle mich zu rühren!
Oder, Herr, soll dieser Stunde
Überschwenglich Heil erstehn,
O, so laß des Grolles Wunde
Mir als Trauer offen gehn!

 

 

 

1366050-c6f809abba70bf32e156c5f8f5417fd5.jpg 

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Burg Hülshoff

 

 


Zie voor de schrijvers van de 1e april ook
mijn drie vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:52 Reageer op dit bericht

Milan Kundera, Nikolaj Gogol, Arnold Aletrino, Max Nord, Urs Allemann

De Tsjechische schrijver Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook alle tags voor Milan Kundera op dit blog.

 

Uit: Immortality (Vertaald door Peter Kussi).

 

“I think, therefore I am is the statement of an intellectual who underrates toothaches. I feel, therefore I am is a truth much more universally valid, and it applies to everything that's alive. My self does not differ substantially from yours in terms of its thought. Many people, few ideas: we all think more or less the same, and we exchange, borrow, steal thoughts from one another. However, when someone steps on my foot, only I feel the pain. The basis of the self is not thought but suffering, which is the most fundamental of all feelings. While it suffers, not even a cat can doubt its unique and uninterchangeable self. In intense suffering the world disappears and each of us is alone with his self. Suffering is the university of egocentrism.”

(…)

 

“Just imagine living in a world without mirrors. You'd dream about your face and imagine it as an outer reflection of what is inside you. And then, when you reached forty, someone put a mirror before you for the first time in your life. Imagine your fright! You'd see the face of a stranger. And you'd know quite clearly what you are unable to grasp: your face is not you.”

 

 

1366046-0067a05094b8cc671646eecfc8006bc9.jpg 

Milan Kundera (Brno, 1 april 1929)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol werd geboren in Poltawa, Oekraïne, op 1 april 1809. Zie ook alle tags voor Nikolaj Gogol op dit blog.

 

Uit: The Overcoat (Vertaald door Constance Garnett)

 

“In the department of -- but it is better not to mention the department. There is nothing more irritable than departments, regiments, courts of justice, and, in a word, every branch of public service. Each individual attached to them nowadays thinks all society insulted in his person. Quite recently a complaint was received from a justice of the peace, in which he plainly demonstrated that all the imperial institutions were going to the dogs, and that the Czar's sacred name was being taken in vain; and in proof he appended to the complaint a romance in which the justice of the peace is made to appear about once every ten lines, and sometimes in a drunken condition. Therefore, in order to avoid all unpleasantness, it will be better to describe the department in question only as a certain department.

So, in a certain department there was a certain official -- not a very high one, it must be allowed -- short of stature, somewhat pock-marked, red-haired, and short-sighted, with a bald forehead, wrinkled cheeks, and a complexion of the kind known as sanguine. The St. Petersburg climate was responsible for this. As for his official status, he was what is called a perpetual titular councillor, over which, as is well known, some writers make merry, and crack their jokes, obeying the praiseworthy custom of attacking those who cannot bite back.

His family name was Bashmatchkin. This name is evidently derived from "bashmak" (shoe); but when, at what time, and in what manner, is not known. His father and grandfather, and all the Bashmatchkins, always wore boots, which only had new heels two or three times a year. His name was Akakiy Akakievitch. It may strike the reader as rather singular and far-fetched, but he may rest assured that it was by no means far-fetched, and that the circumstances were such that it would have been impossible to give him any other.

This is how it came about.”

 

 

 1366046-900ea16f3d482a65cf2411eeb904433e.jpg

Nikolaj Gogol (1 april 1809 – 4 maart 1852)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Arnold Aletrino werd geboren in Amsterdam op 1 april 1858. Zie ook alle tags voor Arnold Aletrino op dit blog.

 

Uit: Een Achtermiddag

 

“In de doffe loomheid na het koffiedrinken was hij neêrgevallen in zijn luien stoel, niet in staat om te gaan werken en in de trage, lauwe kamerlucht had hij zich langzamerhand machteloos gevoeld om op te staan en hij was blijven droomen, wezenloos en zwaar, in de vage drijving van zijn gedachten, deinend als de wolken tabaksdamp, die laag in de kamer hingen.

Onder den verdrietigen invloed van den regenachtigen Octoberdag, was zijn moedelooze bui der laatste dagen tot een uitbarsting gekomen, hem krachteloos makend en lam.

Vreemd waren die buien niet voor hem. Soms duurden ze weken achtereen eentonig-grijs en maakten hem onmachtig om te denken. Dan verdwenen zij plotseling en hij voelde zich weêr als te voren; alleen bleef er een zekere vermoeidheid achter, alsof hij dagen lang ziek was geweest.

In het sombere licht van een dreigende regenbui, dreef in zijn kamer een donzige schemer, stil en droomerig glijdend over de meubelen.

Alleen bij de vensters stond een waterig, geel licht, vreemd afschijnend van een zonnige wolkplek, valsch klinkend tegen den doffen toon der schemering.

Een fijne regen begon te vallen, dun, stoffig zilverachtig zwevend in den gelen lichtveeg, die schuin over de natte straat en de glimpende daken aan de overzij heenstreek.

En onder de tintelende, geluidlooze trilling van den regen, loste langzaam de gele glans bij de vensters op in het donzige licht dat donker uitzweefde in den kamer. Buiten trok de goude glans onmerkbaar op naar de lucht waar alleen nog een heldere, witte wolk afplekte tegen het dikke grauw er omheen.

Op eens herinnerde die vreemde lichtglans hem aan jaren geleden. 't Was een winderige zomerdag. Hij reed met zijn moeder en zuster in een boeren rijtuigje over den naakten weg tusschen groote veenplassen.”

 

 

1366046-623d669b1fb0c298f4d40f30c892b1a7.jpg 

Arnold Aletrino (1 april 1858 - 17 januari 1916)

Zelfportret

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en journalist Max Nord werd geboren in Gorinchem op 1 april 1916. Zie ook alle tags voor Max Nord op dit blog.

 

 

Droom

 

Ik droomde moe: ik was zo stil als oud,

ik wist alleen: nooit zal ik alles weten,

mijn handen waren van verwachting koud.

 

Toen trad zij binnen die 'k niet kan vergeten,

zij lachte en haar lach was mij vertrouwd,

zij heette zoals zij alleen kan heten.

 

Ik riep haar, nam haar slanke bruine hand,

oud was ik zeer, zij was zo jong gebleven

als mijn herinnering, en op de rand

 

en op de ijle rand van dood en leven

liep ik opnieuw met haar, als eens aan 't strand

waarvan ik door haar sterven was verdreven.

 

 

 

1366046-88247415e94a2d68148b1b750008dd58.jpg 

Max Nord (1 april 1916 - 28 februari 2008)

Gorinchem 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Urs Allemann werd geboren op 1 april 1948 in Schlieren. Zie ook alle tags voor Urs Allemann op dit blog.

 

 

Sapphisch die sechste

 

Unsre Lippen fremd ineinander rollen

früh Gedächtnistöter in Zauberschläuchen

Steine Brutmaschinen ins Leere schlagen

rosige Brüller

 

wären Hölzer schraubten die Euterteile

um das Rindenfenster im Stamm des Bolzen-

spürgeräts betörender Rauch der leuzer-

reissenden Buhlen

 

Gliederschwere schlafender Boote Küste

Mädchen Böcke fauchende Mäuler keimten

Schlummerfisteln ferne der Wanderscholle

lyrisches Ätzen

 

 

 

1366046-c37adfbfe482ce2f324358fceabb8cfe.jpg
Urs Allemann (Schlieren, 1 april 1948)

Geschreven door Romenu om 12:39 Reageer op dit bericht

Rolf Hochhuth, Maria Polydouri, Edgar Wallace, John Wilmot, Carl Sternheim

De Duitse dichter en schrijver Rolf Hochhuth werd geboren op 1 april 1931 in Eschwege. Zie ook alle tags voor Rolf Hochhuth op dit blog en ook mijn blog van 1 april 2011.

 

Uit: Der Stellvertreter

 

FONTANA: Reden wir realistisch. Ich frage dich als Mitarbeiter des  Staatsekretariats: Wie könnte der Papst, ohne seine Neutralitätspolitik zu  revidieren, Hitler zwingen, die Juden nicht zu deportieren?
RICCARDO: Indem er die Tatsache ausnutzt, daß Hitler seinen Einfluß  fürchtet. Hitler hat nicht aus Frömmigkeit für die Dauer seines Krieges  alle Maßnahmen gegen die Kirche untersagt.
FONTANA: Das kann sich täglich ändern. Wie viele Priester hat er schon  umgebracht!
RICCARDO (sehr leidenschaftlich): Ja! – und trotzdem kündigt Rom ihm  nicht die Freundschaft! Warum? Weil Rom sich gar nicht angegriffen  fühlt? So ist es doch: der Papst sieht weg, wenn man in Deutschland  seinen Bruder totschlägt. Priester, die sich dort opfern, handeln nicht auf  Geheiß des Vatikans – sie verstoßen eher gegen sein Prinzip der Nicht- einmischung. Da sie von Rom verlassen sind, so wird ihr Tod auch nicht  als Sühne für die Schuld Roms verrechnet werden. Solange Rom erlaubt,  daß seine Priester noch für Hitler beten ... noch beten für diesen Mann! –  solange ...
FONTANA: Bitte, bleib sachlich: Warum unterschlägst du die Proteste des  Bischofs von Münster!
RICCARDO: O Vater, Galens Beispiel gibt mir ja recht! Er protestierte  Mitten in Deutschland gegen die Mörder – im Sommer einundvierzig,  Hitlers Ruhm stand im Zenit, und siehe da: man ließ ihm volle Redefreiheit. Nicht eine Stunde war er in Haft! Und sein Protest bewirkte, daß  die Kranken nicht mehr ermordet werden. Nur ein Bischof mußte sich  erheben – und Hitler schreckte schon zurück. Warum? – Weil er den Papst  fürchtete, den Papst, der Galens Reden nicht einmal unterstützt hat!
[...]
Und meine Frage: Warum ist Galen nicht auch für die Juden eingetreten?  Weil die Geisteskranken getauft sind? Eine entsetzliche Frage, Vater,  geben wir das zu.

FONTANA: Riccardo! – Richte nicht. Du wagst es, einem Bischof vor-  zuwerfen, daß er für Juden nicht ebenso sein Leben einsetzt wie für  Christen? Weißt du, Riccardo, was dazu gehört, sein Leben einzusetzen?  Ich habe es im Krieg erfahren.”

 

 

1366043-59477349ae1889682e4a4a9a2855623c.jpg 

Rolf Hochhuth (Eschwege, 1 april 1931)

In 1963

 

 

 

 

De Griekse dichteres Maria Polydouri werd geboren op 1 april 1902 in Kalamata. Zie ook alle tags voor Maria Polydouri op dit blog.

 

 

SANATORIUM

 

Let the day die now, with its light.

Why is the night so slow in coming?

In the shadows of the pines an armchair

awaits me.

 

In the wards the lights will go out,

and sleep will come like a swooning.

An empty bed, here, makes

no impression.

 

Darkness will enfold me and, as

I become entangled in deep shadows,

I'll believe I'm once again something

of this world.

 

The night will deepen in terror

when the wind arrives suddenly.

The eucalyptus will shake out its tresses

along with the secrets of dreams.

 

 

 

Vertaald door Katharine F. Pantzer

 

 

 

1366043-2491a0907f100ee0bbc674d58e34f3f6.jpg 

Maria Polydouri (1 april 1902 – 30 april 1930)

 

 

 

   

 

De Engelse journalist en schrijver Edgar Wallace werd geboren in Greenwich op 1 april 1875. Zie ook alle tags voor Edgar Wallace op dit blog.

 

Uit: King Kong (samen met Merian C. Cooper)

 

 “Everybody around the dock—and lemme tell you there’re some smart men around here even if they ain’t got such high and mighty jobs—everybody around the dock says it’s crazy. Take the cargo this Denham’s stowed away! There’s stuff down there I can’t believe yet, and I seen it go aboard with my own two eyes. And take the crew! It’s three times too big for the ship. Why it’ll take shoe horns to fit ’em all in!”
He paused but only for breath. Plainly he was prepared to bark out an interminable succession of charges against the Wanderer. Before he could re-open his critical barrage, however, a young authoritative voice put a permanent stop to it.
“Hey, on the gangway there! What do you want?”
Weston looked up toward the low deck rail amidship. Light streaming from a cabin astern and higher up outlined a figure; and in the illumination Weston felt sure, from Denham’s descriptions, that he was seeing the Wanderer’s personable first mate. There, unmistakably, was the long, young body Denham had praised. There were the reckless eyes, the full strong mouth. Weston, whose experiences had taught him to guard against spontaneous regard for any stranger, however personable, yielded for once to a swift liking. There, he admitted, was as pleasant a young fellow as a man could hope to meet—as any woman could hope to meet, he added, on second glance.
“What do you want?” the brisk demand came down a second time as Weston made his inspection.
“Want to come aboard, Mister Driscoll,” Weston replied; and grown a little more cheerful because of his liking for the mate he began a cautious ascent of the wet and slippery gangway.
“Oh, you must be Weston.”
“Broadway’s one and only,” Weston admitted. “Weston, the ace of theatrical agents, even if,” he added as he began to puff a little from the ascent, “my wind is not what it used to be.”

 

 

1366043-7a6eeb5bfd5732ec490981b77a6fb56c.jpg 

Edgar Wallace (1 april 1875 – 10 februari 1932)

Cover DVD 

 

 

 

 

    

De Engelse dichter en schrijver John Wilmot, 2e graaf van Rochester werd geboren in Ditchley, Oxfordshire, op 1 april 1647. Zie ook alle tags voor John Wilmot op dit blog.

 

 

The Dying Lover

 

I cannot change, as others do,
Though you unjustly scorn;
Since that poor swain that sighs for you,
For you alone was born.
No, Phyllis, no, your heart to move
A surer way I'll try:
And to revenge my slighted love,
Will still love on, will still love on, and die.

When, killed with grief, Amintas lies
And you to mind shall call,
The sighs that now unpitied rise,
The tears that vainly fall,
That welcome hour that ends this smart
Will then begin your pain;
For such a faithful tender heart
Can never break, can never break in vain.

 

 

 

1366043-9313ee6a27c895314ae3e048a7c254b4.jpg 

John Wilmot (1 april 1647 – 26 juli 1680)

Johnny Depp in de film The Liberine (The story of John Wilmot), 2004

 

 

 


De Duitse schrijver
Carl Sternheim werd als zoon van een joodse bankier geboren op 1 april 1878 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Carl Sternheim op dit blog.

 

Uit: Bürger Schippel

 

“Thekla, (ganz blond, tritt von links ein) Bist du allein, Jenny? Um Mitternacht höre ich vom Zaun her, sehe einen Schatten, eine Mannsgestalt gebückt.

Jenny Thekla!

Thekla Gebückt eine Ewigkeit lang, die ich hinstarre. Der Kerl hat mich bemerkt, rührt sich nicht. Schließlich, ihm aus seiner Lage zu helfen, trete ich zurück. Fort ist er. Wer war's?

Jenny Wer grade für dich schwärmt.

Thekla Warum in schwarzer Nacht wie ein Dieb her und weg?

Jenny Du hast dich getäuscht. Dir steckt Adolfs Tod noch in den Gliedern.

Thekla Sprich von Naumann nicht mehr in solchem Sinn. Er war mein Verlobter, ein schreckliches Wesen. Ich krümmte mich unter seiner Geradheit.

Jenny Jetzt ruht er in Frieden. Die Männer werden gleich vom Begräbnis zurück sein. Ob es geklungen hat: »Wie sie so sanft ruhen« – ohne des Begrabenen Tenor?

Thekla Dieser Morgen! Da es feststand, er ist Staub. Die Freude darüber besiegte das Grauen vor dem nächtlichen Spuk.

Jenny Du dachtest einst besser von Naumann.

Thekla Ein Juniabend entschied. Wir beiden allein. Ich angefüllt von Glück, ihm als dem Weltall hingegeben. Das Wort mußte er sprechen, Zeichen geben, ich hätte ihn überschüttet. Blödsinn schwieg er. Seine Augen eines Kalbes auf Stielen.

Jenny Kind!

Thekla Da war's vorbei. Ich wieder frei.

Jenny Verwische Tilmann das Bild des Freundes nicht.

Thekla So wenig wie mein eigenes hochheiliges. In meines Bruders Vorstellung bleiben wir das Brautpaar auf ein Postament hochgestellt. Ich spiele für ihn die Untröstliche.”

 

 

1366043-e0c3ffbf6e414cfa069a85f9b70f4de5.jpg 

Carl Sternheim (1 april 1878 – 3 november 1942)

Uitvoering van ”Burger Schippel” in Heilbronn, 2007/2008

Geschreven door Romenu om 12:36 Reageer op dit bericht

Edmond Rostand, Armel Guerne, Friedrich Güll, Antoine Prévost, Josep de Maistre

De Franse schrijver Edmond Eugène Alexis Rostand werd geboren in Marseille op 1 april 1868. Zie ook alle tags voor Edmond Rostand op dit blog.

 

 

Hymne au soleil

 

Je t'adore, Soleil ! ô toi dont la lumière,
Pour bénir chaque front et mûrir chaque miel,
Entrant dans chaque fleur et dans chaque chaumière,
Se divise et demeure entière
Ainsi que l'amour maternel !

Je te chante, et tu peux m'accepter pour ton prêtre,
Toi qui viens dans la cuve où trempe un savon bleu
Et qui choisis, souvent, quand tu veux disparaître,
L'humble vitre d'une fenêtre
Pour lancer ton dernier adieu !

Tu fais tourner les tournesols du presbytère,
Luire le frère d'or que j'ai sur le clocher,
Et quand, par les tilleuls, tu viens avec mystère,
Tu fais bouger des ronds par terre
Si beaux qu'on n'ose plus marcher !

Gloire à toi sur les prés! Gloire à toi dans les vignes !
Sois béni parmi l'herbe et contre les portails !
Dans les yeux des lézards et sur l'aile des cygnes !
Ô toi qui fais les grandes lignes
Et qui fais les petits détails!

C'est toi qui, découpant la soeur jumelle et sombre
Qui se couche et s'allonge au pied de ce qui luit,
De tout ce qui nous charme as su doubler le nombre,
A chaque objet donnant une ombre
Souvent plus charmante que lui !

Je t'adore, Soleil ! Tu mets dans l'air des roses,
Des flammes dans la source, un dieu dans le buisson !
Tu prends un arbre obscur et tu l'apothéoses !
Ô Soleil ! toi sans qui les choses
Ne seraient que ce qu'elles sont !

 

 

 

1366030-25cb67d21abe81f51d6f16587cad35ac.jpg 

Edmond Rostand (1 april 1868 – 2 december 1918)

 

 

 

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver en vertaler Armel Guerne werd geboren in Morges op 1 april 1911. Zie ook alle tags voor Armel Guerne op dit blog.

 

 

 

L’âge d’or 

 

Un jour jadis quand le ciel reposait sur la terre
En faisant d’elle, à cet endroit, un paradis
Dont personne en vivant n’a perdu la mémoire,
Avec l’arbre debout, le serpent et le fruit
Qui n’a cessé, depuis, de tomber à l’abîme
Et de le recreuser :  un jour jadis, la terre
Avait le ciel pour capitale et pour maison.
Nul ne l’oublie et nul pourtant ne le sait plus :
Car en voulant, par sûreté, se faire un toit
Du monde où l’on vivait, on a fait un tombeau.

 

 

 

1366030-41e88e601856b477793e261b2ffe493a.jpg 

Armel Guerne (1 april 1911 – 9 oktober 1980)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Friedrich Güll werd geboren op 1 april 1812 in Ansbach. Zie ook alle tags voor Friedrich Güll op dit blog.

 

 

Abendgebet

 

Die Sonne hat uns gute Nacht gegeben;
Die Schafe ziehen heim in's stille Haus,
Kein Vogel mag den Flügel mehr erheben,
Sie schlafen alle, und ihr Lied ist aus.
Nun leg' auch ich mich hin zur Ruh'
Und schließ' die müden Augen zu.

Ich bin noch schwach, ich bin noch klein,
Du, guter Gott, wirst bei mir sein,
Dann fürcht' ich nicht die finst're Zeit,
Ich weiß, mir widerfährt kein Leid.
Dann täum' ich, was auch kommen mag,
Von einem schönen gold'nen Tag.

* * *

Wenn die Kinder schlafen ein,
Wachen auf die Sterne,
Und es steigen Engelein
Nieder aus der Ferne,
Halten wohl die ganze Nacht
Bei den frommen Kindern Wacht.

 

 

 

1366030-bccfd75818c96673ffe7d7977f9d71f1.jpg 

Friedrich Güll (1 april 1812 – 24 december 1879)

Ansbach 

 

 

 

 

De Franse schrijver Antoine François Prévost werd geboren op 1 april 1697 in Hesdin, Artois. Zie ook alle tags voor Antoine Prévost op dit blog.

 

Uit: Manon Lescaut

 

“Il s'embarque comme volontaire à bord du vaisseau qui emporte Manon outre-Atlantique. Il sympathise avec le capitaine et lui raconte ses malheurs. Il fait croire au capitaine que Manon et lui sont mariés. Grâce à la confiance du capitaine, il peut entourer Manon de ses soins.
Après deux mois de traversée, le bateau arrive à la Nouvelle Orléans. Le capitaine renseigne le gouverneur sur la situation de des Grieux et de Manon. L’accueil du gouverneur est sympathique. Il leur trouve un logement et les invite à souper.
Comme toutes le cabanes du lieu, le logement de des Grieux et de Manon est modeste. Les deux amants retrouvent une grande complicité. Manon rend grâce à la gentillesse de des Grieux et lui promet q’elle a changé. Des Grieux est enfin « assuré du cœur de Manon ». et se réjouit de leur séjour à la Nouvelle Orléans. Les deux amants décident de se marier.
Ce louable projet entraîne leur ruine : le neveu du gouverneur aime Manon. Apprenant qu'elle est libre, il la réclame pour lui. Il se bat en duel avec des Grieux qui le blesse. Croyant avoir tué son adversaire, des Grieux s'enfuit dans le désert avec Manon où elle meurt d'épuisement. Des Grieux l'ensevelit, se couche sur sa tombe pour mourir.
Gracié, retrouvé par Tiberge parti à sa recherche, des Grieux revient en France neuf mois après la mort de Manon. De retour en France, il apprend la mort de son père, miné par le chagrin. C’est la deuxième rencontre avec l’Homme de qualité, à Calais.”

 

 

1366030-de9795995f9a29332cee1daae2ea011e.jpg 

Antoine Prévost (1 april 1697 – 23 december 1763)

Cover

 

 

 

 

De Franse politicus, schrijver en filosoof Joseph, comte de Maistre werd geboren in Chambéry op 1 april 1753. Zie ook alle tags voor Joseph de Maistre op dit blog.

 

Uit: Les Soirées de Saint-Pétersbourg (1821)

 

“Nous rencontrions de temps en temps d'élégantes chaloupes dont on avoit retiré les rames, et qui se laissoient aller doucement au paisible courant de ces belles eaux. Les rameurs chantoient un air national, tandis que leurs maîtres jouissoient en silence de la beauté du spectacle et du calme de la nuit. Près de nous une longue barque emportoit rapidement une noce de riches négocians. Un baldaquin cramoisi, garni de franges d' or, couvroit le jeune couple et les parens. Une musique russe, resserrée entre deux files de rameurs, envoyoit au loin le son de ses bruyans cornets. Cette musique n' appartient qu'à la Russie, et c'est peut-être la seule chose particulière à un peuple, qui ne soit pas ancienne. Une foule d'hommes vivans ont connu l'inventeur, dont le nom réveille constamment dans sa patrie l'idée de l'antique hospitalité, du luxe élégant et des nobles plaisirs. Singulière mélodie ! Emblème éclatant fait pour occuper l'esprit bien plus que l'oreille. Qu'importe à l'œuvre que les instrumens sachent ce qu'ils font : vingt ou trente automates agissant ensemble produisent une pensée étrangère à chacun d' eux ; le mécanisme aveugle est dans l'individu : le calcul ingénieux, l'imposante harmonie sont dans le tout.

La statue équestre de Pierre Ier s'élève sur le bord de la Néva, à l'une des extrémités de l'immense place d'Isaac. Son visage sévère regarde le fleuve et semble encore animer cette navigation, créée par le génie du fondateur. Tout ce que l'oreille entend, tout ce que l'œil contemple sur ce superbe théâtre n'existe que par une pensée de la tête puissante qui fit sortir d'un marais tant de monumens pompeux. Sur ces rives désolées, d'où la nature sembloit avoir exilé la vie, Pierre assit sa capitale et se créa des sujets. Son bras terrible est encore étendu sur leur postérité qui se presse autour de l'auguste effigie : on regarde, et l'on ne sait si cette main de bronze protège ou menace.”

 

 

1366030-fc4236fb4b97d272246edb1940a6ef98.jpg 

Joseph de Maistre (1 april 1753 – 26 februari 1821)

Standbeeld van Xavier en Joseph de Maistre in Chambéry

Geschreven door Romenu om 12:30 Reageer op dit bericht

Am Ostersonntage (Annette von Droste-Hülshoff)


Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen!

 

1365436-a12272d5ebbf4b0343b0d11426739fb1.jpg
Verrijzenis door Raffaelino del Garbo, 1510

 

 

 

Am Ostersonntage

 

O, jauchze, Welt, du hast ihn wieder,

Sein Himmel hielt ihn nicht zurück!

O jauchzet! jauchzet! singet Lieder!

Was dunkelst du, mein sel'ger Blick?

 

Es ist zu viel, man kann nur weinen,

Die Freude steht wie Kummer da;

Wer kann so großer Lust sich einen,

Der all so große Trauer sah!

 

Unendlich Heil hab' ich erfahren

Durch ein Geheimnis voller Schmerz,

Wie es kein Menschensinn bewahren,

Empfinden kann kein Menschenherz.

 

Vom Grabe ist mein Herr erstanden,

Und grüßet alle die da sein,

Und wir sind frei von Tod und Banden,

Und von der Sünde Moder rein.

 

Den eignen Leib hat er zerrissen,

Zu waschen uns mit seinem Blut,

Wer kann um dies Geheimnis wissen,

Und schmelzen nicht in Liebesglut!

 

Ich soll mich freun an diesem Tage

Mit deiner ganzen Christenheit,

Und ist mir doch, als ob ich wage,

Da Unnennbares mich erfreut.

 

Mit Todesqualen hat gerungen

Die Seligkeit von Ewigkeit,

Gleich Sündern hat das Graun bezwungen

Die ewige Vollkommenheit.

 

Mein Gott, was konnte dich bewegen

Zu dieser grenzenlosen Huld!

Ich darf nicht die Gedanken regen

Auf unsre unermessne Schuld.

 

Ach, sind denn aller Menschen Seelen

Wohl sonst ein überköstlich Gut,

Sind sie es wert, dass Gott sich quälen,

Ersterben muss in Angst und Glut!

 

Und sind nicht aller Menschen Seelen

Vor ihm nur eines Mundes Hauch?

Und ganz befleckt von Schmach und Fehlen,

Wie ein getrübter dunkler Rauch?

 

Mein Geist, o wolle nicht ergründen,

Was einmal unergründlich ist;

Der Stein des Falles harrt des Blinden,

Wenn er die Wege Gottes misst.

 

Mein Jesus hat sie wert befunden

In Liebe und Gerechtigkeit;

Was will ich ferner noch erkunden?

Sein Wille bleibt in Ewigkeit!

 

So darf ich glauben und vertrauen

Auf meiner Seele Herrlichkeit!

So darf ich auf zum Himmel schauen,

In meines Gottes Ähnlichkeit!

 

Ich soll mich freun an diesem Tage:

Ich freue mich, mein Jesu Christ,

Und wenn im Aug' ich Tränen trage,

Du weißt doch, daß es Freude ist!

 

 

 

1365436-c6f809abba70bf32e156c5f8f5417fd5.jpg 

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Tuinkamer in het Rüschhaus nabij Drostes geboortehuis Burg Hülshoff




Zie voor de dichters van de 31e maart ook mijn vorige drie blogs van vandaag.


Geschreven door Romenu om 12:10 Reageer op dit bericht

Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

 

Uit: ‘Het Bittere Onkruid’

 

“De sterren

Van het raam van mijn kamer uit zag ik in de verte mijn vader aankomen. Sinds enige weken was ik uit het ziekenhuis. Wel moest ik nog een paar uur per dag rusten, maar ik was geheel hersteld.

Meer dan deze straat kende ik van Amersfoort nog niet. Het was een stille buitenwijk met nieuwe, twee aan twee gebouwde huizen, omringd door tuinen.

Mijn vader liep met korte, stevige passen en nam met een zwierig gebaar zijn hoed af voor een vrouw, die in haar voortuin bloemen stond te plukken. Zij scheen iets tegen hem te zeggen, want hij hield even zijn pas in. Toen hij vlak bij het huis was, zag ik dat hij een pakje in zijn hand hield. Een bruin pakje. Ik ging naar beneden, stak mijn hoofd om de huiskamerdeur en kondigde aan:

‘Daar komt vader met een pakje.’

‘Wat zit er in?’ vroeg ik bij de voordeur.

‘Waarin?’ vroeg mijn vader, die rustig jas en hoed ophing. Hij had het pakje op de kapstok gelegd.

‘Nou,’ zei ik ongeduldig, ‘in dat pakje, dat je bij je hebt.’

‘Je zult het wel zien,’ zei hij. ‘Kom maar.’

Ik volgde hem naar binnen. Daar legde hij het op tafel, terwijl iedereen er nieuwsgierig naar keek. Er zat een touwtje omheen, waarvan hij eerst geduldig de knopen lospeuterde. Daarna vouwde hij het papier open. Het waren de sterren.

‘Ik heb er voor allemaal wat meegebracht,’ zei hij, ‘dan kunnen jullie ze op al je jassen naaien.’ Mijn moeder nam er een uit het pakje en bekeek die aandachtig. ‘Ik zal eens zien of ik gele zij in huis heb,’ zei ze.

‘'t Is oranje,’ zei ik, ‘je moet er oranje garen voor gebruiken.’

‘Het lijkt mij beter,’ zei Lotte, de vrouw van mijn broer, ‘om garen in de kleur van je mantel te nemen.’

 

 

 

1365431-d810035430d5801a0910bfda3a48d1e0.jpg 

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

Cover 

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 

 

Eén aar is al het koren

 

Eén aar is al het koren
Eén veer is een levende en zingende vogel
Een mens van vlees is een mens van droom
De waarheid is ondeelbaar
De donder verkondigt de daden van de bliksem
Een gedroomde vrouw wordt altijd een geliefde van vlees
De slapende boom spreekt groene orakeltaal
Het water babbelt maar en herhaalt zicht nooit
In de weegschaal van de oogleden is de droom van geen gewicht
In de weegschaal van een tong die raaskalt
Een vrouwentong die ja zegt tot het leven
Slaat de paradijsvogel zijn vleugels open

 

 

 

Vertaald door Stefaan van den Bremt

 

 

 

Hier

 

Mijn stappen in deze straat
Weerklinken
in een andere straat
waar
ik mijn stappen hoor
passeren in deze straat
waar
Slechts de mist werkelijk is

 

 

 

Vertaald door K. Michel

 

 

 

Twee lichamen

 

Twee lichamen tegenover elkaar
Zijn soms twee golven
En de nacht is de oceaan

Twee lichamen tegenover elkaar
Zijn soms twee stenen
En de nacht een woestenij

Twee lichamen tegenover elkaar
Zijn soms wortels
In de nacht vastgebonden

Twee lichamen tegenover elkaar
Zijn soms zakmessen
En de nacht een bliksemflits

Twee lichamen tegenover elkaar
Zijn twee hemellichamen die vallen
In een lege hemel.

 

 

 

Vertaald door Annet Burgers

 

 

 

1365431-3f8ff3981ef12f9290de075c2c037da5.jpg
Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

Portret door Carlos Enrique Velázquez Moreyra, 1990 

 

 

 

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

 

On Horseback at Dawn

 

Silence strikes the tree trunks, upon itself retracing,
turns to distance, turns to sand.
I have turned my only face toward the sun,
my shoulders scatter leaves in this racing.
Cutting through the field - up on two shoes
my horse leaps, steaming, from the clay.
Ave, I am turning to you, I, Ave!
The sun has burst across the heavens, crying.

Stone drums are sounding, the sun grows,
the vault of heaven, alive with eagles, before him,
collapses into steps of air, and glows.
Silence turns to blue wind,
the spur of my shadow grows
in the ribs of the field.

The sun snaps the horizon in two.
The vault of heaven pulls down its dying prison cells.
Blue spears, with no returning,
I discard my visions, both of them -
they meet him, sweet and grave.
My horse rises on two shoes.
Ave, tide of light, ave!

The sun ascends from objects, crying,
shakes the borders, voiceless and grave.
My soul meets Him, Ave!
My horse rises on two shoes.
My pale mane burns on the wind.

 



1365431-b71462374b35b7874bcf8bc92868235a.jpg 

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook alle tags voor Enrique Vila-Matas op dit blog.

 

Uit: Bartleby & Co. (Vertaald door Jonathan Dunne)

 

“I wonder if I can do this. I am convinced that only by tracking down the labyrinth of the No can the paths still open to the writing of the future appear. I wonder if I can evoke them. I shall write footnotes commenting on a text that is invisible, which does not mean it does not exist, since this phantom text could very well end up held in suspension in the literature of the next millennium.

1) Robert Walser knew that writing that one cannot write is also writing. Among the many minor positions that he held - bookshop assistant, lawyer's clerk, bank employee, worker in a factory that made sewing machines, and finally major-domo of a castle in Silesia - Robert Walser would from time to time retire to Zurich, to the "Chamber of Writing for Unoccupied Persons" (the name could not be more Walserian, but it is genuine), and there, seated on an old stool, in the evening, in the pale light of an oil lamp, he would make use of his graceful handwriting to work as a copyist, to work as a "Bartleby".

Both his occupation as a copyist and Walser's whole existence remind us of the character in Melville's story, the scrivener who spent twenty-four hours a day in the office. Roberto Calasso, referring to Walser and Bartleby, has remarked that in such beings who have the appearance of ordinary and discreet men there is, however, to be found an alarming tendency to negate the world. All the more radical the less it is observed, the blast of destruction is frequently ignored by people who consider the Bartlebys to be grey, good-natured beings. "For many, Walser, the author of Jakob von Gunten," writes Calasso, "is still a familiar figure and it is possible to read even that his nihilism is middle class and good-natured like the Swiss. And yet he is a remote character, a parallel path of nature, an almost indiscernible knife-edge. Walser's obedience, like Bartleby's disobedience, presupposes a total break [...]. They copy, they transcribe texts that pass through them like a transparent sheet. They make no special pronouncements, no attempt to modify. 'I do not develop,' says Jakob von Gunten in Jakob von Gunten. 'I would prefer not to make any change,' says Bartleby. Their affinity reveals the similarity between silence and a certain decorative use of language."

 

 

1365431-57fdd69b4d1542576617081a574cdbdb.jpg 

Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

 

 

 


De Duitse schrijver
Hartmut Lange werd geboren op 31 maart 1937 in Berlijn.
Zie ook alle tags voor Hartmut Lange op dit blog.

 

Uit: Das Haus in der Dorotheenstraße

 

“Jeder kennt die Stimmung, die um einen Schlafenden entsteht. Es ist so etwas wie Fremdheit, und doch bleibt alles, wie es war: Da sind die Möbel, die, nachdem die Nachttischlampe nicht mehr brennt, ihre Schatten werfen, da ist das unverhangene Fenster, durch das genügend Licht fällt, um auch den kahlen Wänden ringsherum Konturen zu geben, und hinter dem Fenster beginnt das grenzenlose Draußen, das, da niemand es wahrnimmt, wie unerlöst, wie beziehungslos, wie eine Welt ohne Gegenüber wirkt, und selbst der Mond, der über den Dächern der Stadt aufsteigt, kann seine Schönheit nicht zur Geltung bringen. Und wenn nun der eben noch Schlafende aus irgendeinem Grund, vielleicht, weil er unbequem lag oder schlecht geträumt hatte, sich plötzlich mit einem Seufzer aufrichtet und, mit beiden Händen Halt suchend, auf der Bettkante zu sitzen kommt, dann wäre es möglich, dass sich zwei Welten, die zusammengehören, für Augenblicke nicht mehr berühren.”

 

 

1365431-695e31bae29c6777bbc3a14a9cade2e5.jpg 

Hartmut Lange (Berlijn, 31 maart 1937)

Geschreven door Romenu om 12:04 Reageer op dit bericht

Marge Piercy, Angela Kreuz, Peter Motte, Judith Rossner, Rob Boudestein

De Amerikaanse schrijfster en feministe Marge Piercy werd geboren op 31 maart 1936 in Detroit. Zie ook alle tags voor Marge Piercy op dit blog.

 

 

Implications of One Plus One

 

Sometimes we collide, tectonic plates merging,
continents shoving, crumpling down into the molten
veins of fire deep in the earth and raising
tons of rock into jagged crests of Sierra.

Sometimes your hands drift on me, milkweed's
airy silk, wingtip's feathery caresses,
our lips grazing, a drift of desires gathering
like fog over warm water, thickening to rain.

Sometimes we go to it heartily, digging,
burrowing, grunting, tossing up covers
like loose earth, nosing into the other's
flesh with hot nozzles and wallowing there.

Sometimes we are kids making out, silly
in the quilt, tickling the xylophone spine,
blowing wet jokes, loud as a whole
slumber party bouncing till the bed breaks.

I go round and round you sometimes, scouting,
blundering, seeking a way in, the high boxwood
maze I penetrate running lungs bursting
toward the fountain of green fire at the heart.

Sometimes you open wide as cathedral doors
and yank me inside. Sometimes you slither
into me like a snake into its burrow.
Sometimes you march in with a brass band.

Ten years of fitting our bodies together
and still they sing wild songs in new keys.
It is more and less than love: timing,
chemistry, magic and will and luck.

One plus one equal one, unknowable except
in the moment, not convertible into words,
not explicable or philosophically interesting.
But it is. And it is. And it is. Amen.




1365429-a13c4d16b6e808a8a2d4b0be042daa3b.jpg
Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Kreuz werd geboren in Ingolstadt op 31 maart 1969. Zie ook alle tags voor Angela Kreuz op dit blog.

 

 

Echo

 

Das Rauschen der Muschel

– ein Geschenk von dir –

Ist mir im Ohr, geheimnisvoll

 

Ich schließe die Augen

Das kalkstarre Kleinod in der Hand

Ein Mini-Meer

 

Ersehne sein Tosen, sein Bild, den Geruch

Versinke im Ozean wirbelnder Fülle

Und Stille

 

Unterwasserwelt

 

Im tiefsten Abgrund

Bist du

Mit offenen Armen

 

Eine Träne verloren

Im Ozean

 

Ängste rufen mich zurück

Flieh!

Zerrissen

Gehe ich an Land

 

Hinter mir: Wellen, Wellen, Wellen

 

 

 

1365429-49f9990217fc4acc408ff7cc655d4fd2.jpg 

Angela Kreuz (Ingolstadt, 31 maart 1969)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, vertaler en publicist Peter Motte werd geboren in Geraardsbergen op 31 maart 1966. Zie ook alle tags voor Peter Motte op dit blog.

 

Uit: Shinigami in manga

 

“Nadat ik mijn eerste manga had gelezen, geraakte ik zodanig verstrikt in een web van intriges, dat ik er nooit meer uitgeraakte. Die manga heette Death Note, en op dat moment kon ik nog helemaal niet vermoeden dat ik aan de volledige tweede cyclus van die cultreeks zou meewerken. Het begon nochtans onschuldig met de controle van het eerste hoofdstuk van Detective Conan - over een detectivetiener waarvan het lichaam per ongeluk wordt teruggebracht tot zijn zevenjarige proporties - een serie die om een of andere reden nooit door haar publiek werd ontdekt, en die in het Nederlands werd stopgezet. Niets lukt zomaar.

Na dat instappertje werden me Death Note en Shaman King toegeschoven. Death Note bleek een flinke breinbreker, zeker voor de corrector, maar nog meer voor de vertaler. De personages proberen elkaar de loef af te steken door ingewikkelde intriges op te zetten, maar vooral door op slinkse manieren gebruik te maken van een apart wezen waarover ze soms macht uitoefenen, en waarvan ze soms het slachtoffer zijn: shinigami.”

 

 

1365429-7a85fa950dba4045e1b2806442888bcf.jpg 

Peter Motte (Geraardsbergen, 31 maart 1966)

Geraardsbergen, markt en raadhuis

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Judith Rossner werd geboren als Judith Perelman op 31 maart 1935 in New York. Zie ook alle tags voor Judith Rossner op dit blog.

 

Uit: Perfidia

 

“My mother would have been twenty-seven, Wilkie about ten years older,  this huge, soft-voiced teddy bear with wavy brown hair and bushy brows,  his eyes set so deep under them that they looked trapped. He got by  because he'd had an inheritance of maybe forty thousand dollars and,  bumming around the West, he'd landed in Santa Fe several years before the  real-estate boom. His then artist-girlfriend persuaded him to buy a  crumbling adobe house on a large lot on Canyon Road. Outright. She left  before long, but there were always other artists (artist mostly in  quotes) ready to move in with him. The males and maybe some of the  females paid rent. He had good offers for the whole piece of real estate  but he turned them down. He couldn't imagine where he'd go afterward.  Wilkie was one of the few people I've ever known who didn't need to  do anything, even when he was sober. He could sit at home or in  the coffee shop for hours without even looking at the newspaper, waiting  for people to come by and talk. Or not talk. Just drink coffee at his  regular table. Sober, my mother could do that for five or ten minutes.  Even drunk, she didn't stay still for long. Anyway, I wasn't so much  aware of the difference between drunk and sober, in those days. And she  wasn't drunk so much of the time.
They struck up a conversation in the Pink Adobe, called by regulars the  Pink. His girlfriend had just left. A couple of hours later, we moved  into his room. No mystery about how my mother got pregnant; the marvel is  that it didn't happen more often. She loved babies. She loved anything  that didn't talk back.”

 

 

1365429-33220f7b44edfce2aada8ae092aff9d6.jpg 

Judith Rossner (31 maart 1935 – 9 augustus 2005)

New York Easter Parade

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 31 maart 2010 en ook mijn blog van 31 maart 2011.

 

 

Kaapren varen: De derde kaper

 

Hij heette Tjores en hij had een baard,
hij was met zwaard en enterhaak bedreven.
Wie hem ontwaarde wendde vast de steven,
vaak tevergeefs, dan werd geen man gespaard.

Maar nooit heeft hij eenzelfde roem vergaard
als Jan, Piet en Corneel, dus ongeschreven
blijft heel de rest van Tjores’ ruige leven;
wie Tjores was bleef voor ons niet bewaard.

En waar hij dan ook rust, hij rust in vree.
Ze waren ferme jongens, stoere knapen
met een alom gerespecteerd beroep.

Dankzij hun spirit telden wij nog mee.
Thans heeft al wie een baard draagt en wil kapen
terstond het halve leger op z’n stoep.

 

 

 

1365429-aa792e42d8ffcbda0f059a777021549f.jpg 

Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)

Geschreven door Romenu om 12:00 Reageer op dit bericht

Andrew Marvell, John Fowles, Edward FitzGerald, Andrew Lang, Robert Brasillach

De Engelse dichter Andrew Marvell werd geboren in Winestead, Yorkshire op 31 maart 1621 in Londen. Zie ook alle tags voor Andrew Marvell op dit blog.

 

 

The Character Of Holland (Fragment)

 

Yet still his claim the Injur'd Ocean laid,
And oft at Leap-frog ore their Steeples plaid:
As if on purpose it on Land had come
To shew them what's their Mare Liberum.
A daily deluge over them does boyl;
The Earth and Water play at Level-coyl;
The Fish oft-times the Burger dispossest,
And sat not as a Meat but as a Guest;
And oft the Tritons and the Sea-Nymphs saw
Whole sholes of Dutch serv'd up for Cabillan;
Or as they over the new Level rang'd
For pickled Herring, pickled Heeren chang'd.
Nature, it seem'd, asham'd of her mistake,
Would throw their land away at Duck and Drake.
Therefore Necessity, that first made Kings,
Something like Government among them brings.
For as with Pygmees who best kills the Crane,
Among the hungry he that treasures Grain,
Among the blind the one-ey'd blinkard reigns,
So rules among the drowned he that draines.
Not who first see the rising Sun commands,
But who could first discern the rising Lands.
Who best could know to pump an Earth so leak
Him they their Lord and Country's Father speak.
To make a Bank was a great Plot of State;

Invent a Shov'l and be a Magistrate.
Hence some small Dyke-grave unperceiv'd invades
The Pow'r, and grows as 'twere a King of Spades.
But for less envy some Joynt States endures,
Who look like a Commission of the Sewers.
For these Half-anders, half wet, and half dry,
Nor bear strict service, nor pure Liberty.

 

 

1365426-8428070754451437c5e466fd97e9ebbe.jpg 

Andrew Marvell (31 maart 1621 - 16 augustus 1678)

Portret, toegeschreven aan Godfrey Kneller

 

 

 

 

De Engelse schrijver en essayist John Fowles werd geboren in Leigh-on-Sea (Essex) op 31 maart 1926. Zie ook alle tags voor John Fowles op dit blog.

 

Uit: The Journals

 

“5 November 1949
Guy Fawkes night. A great crowd of people, vaguely contented at shaking off the discipline of the world as it is. The undergraduates form the largest part, for the most part just watching, with a few active spirits shouting, calling, singing, making speeches. A certain air of forcedness about all these crowds. Fireworks shooting up, and people exploding away from them when they land. The police and the proctors standing ineffectively. Buses moving slowly, cars being rocked and thumped. Many climb up the scaffolding around the Martyr's Memorial,1 then a vague move is made to the Taj Mahal restaurant where there is a man climbing up, men shouting, and a solid mass of people. Water out of the windows.
Basically one cannot help feeling contempt for all this canaille, noisily and offensively drunk yet not doing anything positive. Most of them posturing in a ridiculous manner. A good many girls, who seem the most genuinely excited.
To a certain extent there is a vast good will that can be sensed; roughly everyone is together and enjoying themselves, with the police and the proctors symbolizing all kinds of emotion and, ultimately, the determinism in life. GH and BB both enjoy themselves, and look for some means to manifest their lawlessness. I have absolutely no desire to do anything else but watch, wanting to be everywhere and see everything, observing people's faces. Roger Hendry2 is like me but not so finely 'set', for he has to pretend to a certain lawlessness which isn't innate in him at all.
Too many of the faces are vacuous and want filling.
The sight of the girl in green, about whom I wrote the Hospital story, with a thick well set-up young man, is distressing. Above all the sight of the moon, nearly full, in a clear night sky, not particularly cold, after a dull, rainy day. I wanted very much to see one of the people who climbed the Memorial fall down to his death. The indrawn breath and sudden laugh would have been most effective”.

 

 

1365426-2fa31bb212ff5880bfc4522f7d0ebb05.jpg 

John Fowles (31 maart 1926 - 5 november 2005)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en vertaler Edward FitzGerald werd geboren in Woodbridge, Suffolk, op 31 maart 1809. Zie ook alle tags voor Edward FitzGerald op dit blog.

 

Uit: Rubaiyat of Omar Khayyam

 

III
And, as the Cock crew, those who stood before
The Tavern shouted--"Open then the Door!
You know how little while we have to stay,
And, once departed, may return no more."


IV
Now the New Year reviving old Desires,
The thoughtful Soul to Solitude retires,
Where the WHITE HAND OF MOSES on the Bough
Puts out, and Jesus from the Ground suspires.

 

 

VI
And David's Lips are lock't; but in divine
High piping Pehleví, with "Wine! Wine! Wine!
Red Wine!"--the Nightingale cries to the Rose
That yellow Cheek of hers to' incarnadine.

 

 

 

Vertaald door Edward FitzGerald

 

 

 

1365426-c10e3166b221c2a4cbf8405dba0209f1.jpg
Edward FitzGerald (31 maart 1809 - 14 juni 1883)

Illustratie door Edmund Dulac uit de Rubáiyát of Omar Khayyám

 

 

 

 

De Schotse dichter, schrijver en journalist Andrew Lang werd geboren op 31 maart 1844 in Selkirk. Zie ook alle tags voor Andrew Lang op dit blog.

 

 

Spring

 

Now the bright crocus flames, and now
The slim narcissus takes the rain,
And, straying o'er the mountain's brow,
The daffodilies bud again.
The thousand blossoms wax and wane
On wold, and heath, and fragrant bough,
But fairer than the flowers art thou,
Than any growth of hill or plain.

Ye gardens, cast your leafy crown,
That my Love's feet may tread it down,
Like lilies on the lilies set:
My Love, whose lips are softer far
Than drowsy poppy petals are,
And sweeter than the violet!

 

 

 

In Ithaca

 

'Tis thought Odysseus when the strife was o'er
With all the waves and wars, a weary while,
Grew restless in his disenchanted isle,
And still would watch the sunset, from the shore,
Go down the ways of gold, and evermore
His sad heart followed after, mile on mile,
Back to the Goddess of the magic wile,
Calypso, and the love that was of yore.

Thou too, thy haven gained, must turn thee yet
To look across the sad and stormy space,
Years of a youth as bitter as the sea,
Ah, with a heavy heart, and eyelids wet,
Because, within a fair forsaken place
The life that might have been is lost to thee.

 

 

 

1365426-0dbd1fa04418b6592b898a7da9ff6d26.jpg 

Andrew Lang (31 maart 1844 – 20 juli 1912)

Andrew Lang aan het werk. Ets door  J. F. Jungling, 1894

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, dichter en journalist Robert Brasillach werd geboren in Perpignan op 31 maart 1909. Zie ook alle tags voor Robert Brasillach op dit blog.

 

 

PSAUME I

L’ouvrage de méchants demeure périssable,
Les idoles d'argent qu'ils se sont élevées
S'écrouleront un jour sur leur base de sable
Et la nuit tombera sur leurs formes rêvées.

O Seigneur, nous qu'ils ont enfermés sous ces portes.
Nous qu'ils ont verrouillés derrière ces verrous,
Nous pour qui les soldats de ces murailles fortes
Font dans les corridors sonner leurs pas à clous,

O Seigneur, vous savez que couchés sur la paille
Ou sur le dur ciment des prisons sans hublot,
Nous avons su garder en nous, vaille que vaille,
L'espoir sans défaillance envers des jours plus beaux.

Nous avons rassemblé les anciennes tendresses,
Nous avons dessiné sur le plâtre des murs
Les magiques portraits de nos saintes jeunesses
Et nos coeurs sans remords savent qu'ils restent purs.

La sottise au dehors dans le sang rouge baigne,
Et l'ennemi déjà s'imagine immortel,
Mais lui seul croit encore au long temps de son règne
Et nos barreaux, Seigneur, ne cachent pas le ciel.

 

 

1365426-046008367e0e7478a39d288bab00f562.jpg 

Robert Brasillach (31 maart 1909 - 6 februari 1945)

Geschreven door Romenu om 11:56 Reageer op dit bericht

Asis Aynan

De Nederlandse schrijver Asis Aynan werd geboren in Haarlem op 31 maart 1980. Na de opleidingen MBO en HBO bestuurskunde ging hij als zoon van een Marokkaanse gastarbeider filosofie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verdiepte zich ook in islamitische filosofie, nadat hij het boek “Islamitische filosofie: Een geschiedenis” van filosoof Michiel Leezenberg ontdekt had. Daarnaast is hij docent aan het middelbaar beroepsonderwijs in Haarlem. Hij is redacteur bij het opinietijdschrift Contrast en was columnist voor het weekblad Multined. Hij schrijft momenteel voor de boekenpagina van NRC Handelsblad, wekelijks een column voor Het Parool en hij was ook regelmatig te horen bij de Nederlandse Islamitische Omroep. Zijn stukken verschenen verder onder meer in het literaire tijdschrift Passionate en worden voorgelezen op Radio 5. In zijn bundel “Veldslag en andere herinneringen” (2007), schrijft Aynan over zijn jeugd, of zoals hij het zelf noemt, zijn "katholieke-islamitische-berberachtergrond", de huidige Nederlandse samenleving en de ervaringen van een Berberjongen tussen twee dominante culturen. In 2010 verscheen “Ik, Driss” samen met Hassan Bahara, onder het pseudoniem Driss Tafersiti.

Uit: Ik, Driss

“Op 29 april 1972 werd ik door mijn oudste broer, Moha, in Lille, Frankrijk, op de bus gezet naar Nederland. Ik was eenentwintig jaar. Ik had een klein reiskoffertje bij me. Daarin zaten al mijn bezittingen: twee witte overhemden, wat ondergoed en een van mijn twee pakken. Het andere had ik aan. Ik moest van Moha weg uit Frankrijk. Hij zei dat als ik langer in de mijnen zou werken mijn longen kapot zouden gaan. Net als die van hem. Moha zei dat het werk in Nederland schoner was. En hij zei ook dat Nederlanders aardiger zijn dan de Fransen. Die scholden ons vaak uit voor "vieze Arabieren". Twee jaar heb ik in Lille gewoond en niets van de stad gezien. Mijn dag zag er zo uit: huis-kolenmijn-huis. Het deed mij dan ook niets toen ik het verliet.
De bus kwam aan op het Amstelstation in Amsterdam. Toen ik uitstapte, zag ik dat Moha gelijk had; alles was schoner. Alsof er een groot tapijt over de hele stad was uitgerold. En de mensen die op het tapijt liepen, keken vriendelijk. Ik dacht: Driss kan zich hier thuis voelen.'”

 

 1539106-c3e3c858fb1ffb231933dba474519521.jpg
Asis Aynan (Haarlem, 31 maart 1980)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Martijn Teerlinck

De Vlaamse dichter en muzikant MartijnTeerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Teerlinck studeerde literatuurwetenschap en Italiaans aan de Universiteit van Amsterdam. Hij won in 2008 de poëzieprijs van het Amsterdams Studenten Festival. In 2010 behaalde hij een gedeelde eerste plaats bij het kampioenschap Poetry Slam. Teerlinck was één van de oprichters van het poëziecollectief Meer Licht. Hij publiceerde onder meer in de tijdschriften ‘Awater’, 'Deus Ex Machina', 'Met Andere Zinnen', 'Digther', 'Krakatau' en 'Op Ruwe Planken'. Ook verscheen zijn werk in de bloemlezingen ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ (2010) en 'We zochten slechts een gat om van te varen' (2010).

schreeuw

ik schreeuw gedempt in de baard van de nacht:

houw jezelf toch uit dat lichaam van beton
laat die witte schubben van je ogen vallen
word een vogel die zijn naam roept

ook jij bent al te vaak een lege grot geweest
verlies geen deuren, word niet dichtgeknipt
maar scheur toch open uit dat bovenkleed
scheur toch open uit die onderhuid

vlecht je ingegroeide botten uit
sta op en loop
onthecht jezelf toch uit de moederwond
en wees vanaf vandaag geboorte

 

 1512102-6d626134ca62facb91a5cdeac2fa499a.jpg
Martijn Teerlinck (Lendelede, 31 maart 1987)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten